Vragen van de leden De Boer (GroenLinks) en Recourt (PvdA) op 7 maart 2023 medegedeeld aan de Minister voor Rechtsbescherming naar aanleiding van kennisneming van een WOO besluit met gelakte passages inzake wetsvoorstel 35 990 introductie gecombineerde geslachtsnaam.

Antwoorden van de Minister voor Rechtsbescherming (10 maart 2023).

Vraag 1

Klopt het dat u op 7 december 2022 een besluit heeft genomen (kenmerk: 4345666) op een woo-verzoek betreffende om informatie openbaar te maken over – kort samengevat – de handhaving van een niet-sekseneutrale vangnetbepaling in het naamrecht over de periode 1 januari 2018 tot en met 28 juli 20221 en dat u in dit besluit heeft aangegeven dat u «aanleiding [heeft] gezien een zin in document met nummer 0049 niet openbaar te maken. De gegevens in dit document zouden in een eventuele gerechtelijke procedure ten nadele van de Staat kunnen worden aangewend, omdat het document een inschatting van de proceskansen in mogelijke gerechtelijke procedures bevat. Het is belangrijk dat de Staat de gelegenheid moet hebben om te communiceren over de sterke en zwakke kanten van de juridische positie. Openbaarmaking hiervan is schadelijk voor de procespositie van de Staat. Deze zin maak ik daarom niet openbaar met een beroep op het belang van het goed functioneren van de Staat.»

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Klopt het dat dit – blijkens informatie van de Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann, werkgroep Naamrecht – een passage in de «factsheet inhoud wetsvoorstel» betreft inzake het onderhavige wetsvoorstel?

Antwoord 2

Ja.

Vraag 3

Wilt u de Kamer nog voor het plenaire debat over wetsvoorstel 35 990 – Wet introductie gecombineerde geslachtsnaam – voorzien op 14 maart 2023 – deze weggelakte passage al dan niet vertrouwelijk ter beschikking stellen, zodat de leden van deze Kamer de in deze passage gemaakte afweging kunnen betrekken bij hun oordeelsvorming op dit punt?

Antwoord 3

Ja. Ik hecht eraan daarbij in algemene zin op te merken dat het procesbelang van de Staat een reden kan zijn om informatie niet openbaar te maken, zowel in het kader van de Wet open openbaarheid, als in het kader van de beoordeling bij het verzoek om inlichtingen uit de Kamers. Het procesbelang van de Staat kan worden geschaad wanneer door het verstrekken van de gevraagde informatie inzicht wordt geboden in de procespositie van de Staat in een (mogelijk toekomstige) gerechtelijke procedure. Als informatie daarover openbaar zou worden, kan dit tot gevolg hebben dat de procedure anders afloopt voor de Staat, met bijvoorbeeld grote financiële gevolgen. Ook het voorkomen van onnodige juridische procedures valt hieronder.

In het kader van door mij genomen Woo-besluit op 7 december 2022 is ten aanzien van één zin in document 0049 de afweging gemaakt om het procesbelang van de Staat te laten prevaleren boven het belang van openbaarmaking. Naar aanleiding van het verzoek van uw Kamer en de aankomende behandeling van het wetsvoorstel maak ik een andere afweging en zie ik aanleiding het document in zijn geheel aan uw Kamer te verstrekken als bijlage bij deze beantwoording.

Naar boven