Vragen van het lid Nicolaï (PvdD) op 12 oktober 2021 medegedeeld aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over disproportioneel politiegeweld.

Antwoorden van Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 14 december 2021).

Vraag 1

Is het waar dat een journalist van de Volkskrant, Mac van Dinther, gearresteerd is tijdens de uitoefening van zijn functie tijdens het Extinction Rebellion (ER)-protest van 11-10?

Antwoord 1

Het klopt dat er tijdens de demonstraties van 11 oktober jl. aanhoudingen zijn verricht. Onder deze aanhoudingen bevond zich tevens een journalist.

Vraag 2

Is het waar dat de journalist een duidelijk zichtbare politieperskaart droeg waarvan de echtheid door de politie in twijfel getrokken werd? Zo nee, wat was dan de situatie?

Antwoord 2

Het strafrechtelijk optreden van de politie heeft plaatsgevonden onder gezag van de officier van justitie. Het is niet aan mij als Minister om in individuele strafzaken te treden of daarover informatie openbaar te maken.

Vraag 3

Is het waar dat de journalist voorafgaand aan zijn arrestatie zonder reden gevraagd werd zich te identificeren? Zo nee, wat was dan de situatie?

Antwoord 3

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 4

Is het waar dat een agent de journalist belemmerde kennis te nemen van het politie-optreden teneinde daarvan verslag te doen? Zo nee, wat was dan de situatie?

Antwoord 4

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 5

Is het waar dat de journalist door een agent met geweld tegen de zijkant van een politiebusje geduwd/ gegooid is? Zo nee, wat was dan de situatie?

Antwoord 5

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 6

Is het waar dat de journalist in kwestie niet te horen kreeg op basis waarvan hij gearresteerd werd? Zo nee, wat was dan de situatie?

Antwoord 6

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 7

Is het waar dat de materialen waarmee de journalist zijn werk deed zijn afgenomen en dat zijn bewegingsvrijheid en bloedtoevoer werd belemmerd m.b.v. strak aangetrokken polsbanden? Zo nee, wat was dan de situatie?

Antwoord 7

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 8

Is het waar dat de journalist 4 uur lang is vastgezet in een krap hokje in een arrestantenbus, evenals en met gearresteerde actievoerders bij gebrek aan cellen? Zo nee, wat was dan de situatie? En zo ja, waarom is in die periode niet gecontroleerd dat hij inderdaad journalist was, iets wat hij meerdere malen aangaf bij de politie?

Antwoord 8

In algemeenheid geldt dat de politie interne aanwijzingen hanteert om de vrijheden en rechten van journalisten te borgen. In gevallen dat de openbare orde verstoord wordt of dreigt te worden verstoord kan de politie overgaan tot aanhouding van de aanwezigen op een bepaalde plaats. Bij grootschalige verstoringen van de openbare orde, of dreigingen hiertoe, kan het zijn dat de journalistieke status van een aanwezige pas later kan worden uitgezocht dan op het moment van aanhouding. Waarbij er naderhand een beoordeling plaatsvindt van de aanhouding. Bij deze beoordeling zal de journalistieke status altijd worden meegewogen.

Zie verder het antwoord op vraag 2.

Vraag 9

Is het waar dat de zuurstoftoevoer beperkt was bij gebrek aan c.q. Uitgevallen ventilatie en is het waar dat de journalist pas na drie kwartier na diens verzoek daartoe gebruik mocht maken van het toilet dat bestond uit een smerige open Dixie op een parkeerterrein? Zo nee, wat was dan de situatie?

Antwoord 9

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 10

Is het waar dat de journalist na vier uur werd buitengezet zonder informatie over de procedure en de verdenking? Zo nee, wat was dan de situatie?

Antwoord 10

In het algemeen wordt een aangehouden verdachte bij aanhouding medegedeeld waarvoor hij is aangehouden. Iedere aangehouden verdachte word ten spoedigste voorgeleid aan de hulpofficier van Justitie waarbij hem tevens een informatiefolder wordt verstrekt. Zie verder het antwoord op vraag 2.

Vraag 11

Is het waar dat de journalist meerdere malen bezwaar gemaakt heeft tegen het feit dat hij werd belemmerd in de uitoefening van zijn functie, maar daarin niet gehoord werd? Zo nee, wat was dan de situatie?

Antwoord 11

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 12

Kunt u aangeven hoe de aanklacht tegen de journalist luidt en wat de verdere procedure zal zijn?

Antwoord 12

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 13

Hoe beoordeelt u de proportionaliteit van het politie- optreden tijdens het ER protest, in relatie tot dat bij de boerenprotesten in Den Haag? Kunt u aangeven hoeveel mensen er zijn gearresteerd tijdens het ER protest en hoeveel tijdens de boerenprotesten in 2019, 2020 en 2021 en hoe duidt u die verschillen gerelateerd aan de zwaarte van gemaakte overtredingen? Kunt u gedetailleerd ingaan op de verschillen in ordeverstoring en door demonstranten aangerichte vernielingen c.q. gebruikt geweld?

Antwoord 13

Tijdens het protest van Extinction Rebellion 11 oktober jl. zijn er ongeveer 60 arrestaties verricht. De politie geeft aan dat ten aanzien van de boerenprotesten een exact aantal arrestaties niet zonder meer te achterhalen is omdat dit meerdere momenten en locaties betreft. Zoals ik in mijn brief van 5 november 2019 over de handhaven van de rechtsorde tijdens acties door boeren- en klimaatdemonstranten aan de Tweede Kamer heb aangegeven, vergt het in goede banen leiden van demonstraties maatwerk en een inschatting door de driehoek op basis van kennis van de lokale situatie.1 Daarbij heb ik opgemerkt dat ik mij niet herken in het beeld dat sprake is van rechtsongelijkheid bij de wijze waarop is opgetreden bij de acties van boeren- en klimaatdemonstranten, omdat de verschillende situaties zich niet zich niet laten vergelijken.

Het is ook niet aan mij als Minister om te treden in de afwegingen van het lokaal gezag.

Vraag 14

Was er reden voor de politie om harder in te grijpen tegen de ER demonstranten dan tegen wetsovertreders tijdens de boerenprotesten? Zo ja, welke reden? Zo nee, hoe verklaart u dan het gepercipieerde verschil in optreden en hoe beoordeelt u dat?

Antwoord 14

Zie antwoord op vraag 13.

Vraag 15

Hoe beoordeelt u het politie-optreden jegens Mac van Dinther in relatie tot de persvrijheid en de bescherming van journalisten?

Antwoord 15

De politie heeft deze aanhoudingen gedaan onder gezag van de officier van justitie. Het is niet aan mij als Minister om daar in te treden.

Vraag 16

Hoe beoordeelt u het feit dat de politie de echtheid van door haarzelf uitgegeven politieperskaarten in twijfel trekt? Bent u voornemens andere herkenningstekens te verstrekken aan journalisten die voor de politie meer herkenbaar of ter plaatse controleerbaar zijn in het belang van de persvrijheid? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 16

Omdat ik niet in kan gaan op individuele casuïstiek kan ik ook niet nader ingaan op deze beoordelingsvraag.

Vraag 17

Is het waar dat het kabinet zich zorgen maakt over de veiligheid van journalisten en hoe moet die bezorgdheid geduid worden wanneer als zodanig herkenbare journalisten door de politie belemmerd worden hun werk te doen?

Antwoord 17

De journalistieke vrijheid is een groot goed, hier zet dit kabinet zich met volle toewijding voor in. Dit laat onverlet dat er ook grenzen zitten aan de vrijheid van een journalist bij de uitoefening van zijn vak. Het beschikken over een (politie-)perskaart kent een journalist extra rechten en vrijheden toe. De journalist is dan uiteraard ook aan (gedrags-)regels gebonden.

Vraag 18

Bent u bereid excuses te maken aan Mac van Dinther door de behandeling die hem ten deel gevallen is waardoor het hem onmogelijk gemaakt werd zijn werk naar behoren te verrichten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke gevolgen wilt u daaraan verbinden m.b.t schadevergoeding en wijziging van de geweldsinstructie in de omgang van politie en pers?

Antwoord 18

Deze afweging is allereerst niet aan mij, maar aan de politie zelf. De politie geeft aan dat de journalist uitgenodigd was voor een gesprek. Verder heeft politie mij aangegeven dat de hoofdredacteur van de journalist heeft gesproken met de hoofdofficier. De journalist zelf heeft geen gebruik gemaakt van het aanbod om met de politie te praten.

Vraag 19

Wordt er een justitieel onderzoek ingesteld naar de handelwijze van de politie tijdens het optreden bij de ER blokkade? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Antwoord 19

Er is voor het Openbaar Ministerie geen aanleiding gebleken verder onderzoek te doen.

Vraag 20

Wilt u deze vragen elk afzonderlijk beantwoorden binnen 10 dagen na ontvangst?

Antwoord 20

Uw vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord, dit is echter niet gelukt binnen 10 dagen na ontvangst.


X Noot
1

Kamerstukken II, 2019–2020, 29 279, nr. 547.

Naar boven