Vaststelling ontwerp projectbesluit dijkversterking Salmsteke – Schoonhoven

Het dagelijks Bestuur van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden,

gelet op artikel 5.46, lid 2 van de Omgevingswet;

overwegende de aan Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden toebedeelde taak gericht op het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van die watersystemen en de vervulling van de op grond van de Omgevingswet aan die watersystemen toegekende maatschappelijke functies;

overwegende dat de dijk tussen Salmsteke en Schoonhoven moet worden versterkt;

besluit:

Artikel 1

Een ontwerp projectbesluit dijkversterking Salmsteke – Schoonhoven vast te stellen zoals vastgelegd in Bijlage 1 Regeling Projectbesluit.

Artikel 2

Het omgevingsplan van gemeente Lopik te wijzigen met de voorbeschermingsregels, zoals in Bijlage 2 bij dit besluit zijn opgenomen.

Artikel 3

Het omgevingsplan van gemeente Krimpenerwaard te wijzigen met de voorbeschermingsregels, zoals in Bijlage 3 bij dit besluit zijn opgenomen.

Artikel 4

Voor zover het projectbesluit in strijd is met het omgevingsplan, geldt het projectbesluit als een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Aldus besloten in de vergadering van 24 maart 2026.

Het dagelijks Bestuur van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden

Wij hebben u als bewoner of gebruiker betrokken bij de totstandkoming van dit projectbesluit en willen zorgvuldig met uw en andere belangen omgaan. Hoe wij met uw bijdrage zijn omgegaan en de verschillende belangen hebben afgewogen leest u in de motivering van dit projectbesluit. In de motivering vindt u een nadere toelichting op het projectbesluit.

Een ieder kan gedurende de termijn van terinzagelegging van dit ontwerp projectbesluit een zienswijze kenbaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht.

Bijlage 1 Artikel 1

Vaststelling ontwerp projectbesluit dijkversterking Salmsteke – Schoonhoven

1. Projectbeschrijving

1.1 Aanleiding

Het dijktraject Salmsteke – Schoonhoven voldoet niet aan de veiligheidsnorm. Daarnaast is er sprake van achterstallig onderhoud aan de dijk.

1.2 Doel

Het doel van dit projectbesluit is om de noodzakelijke dijkversterking mogelijk te maken en het groot onderhoud aan de dijk mogelijk te maken. Het doel van de werkzaamheden is het realiseren van een waterveilige, toekomstbestendige en beheerbare waterkering, op basis van een zo breed mogelijk bestuurlijk en maatschappelijk gedragen projectbesluit, goed ingepast in de omgeving, met zo maximaal mogelijk maatschappelijke meerwaarde en een hoge mate van innovatie en duurzaamheid.

1.3 Plangebied

Het plangebied loopt van dijkpaal 108 tot dijkpaal 191. Het plangebied omvat de waterveiligheidsmaatregelen en de maatregelen voor groot onderhoud.

1.4 Project

De dijkversterking Salmsteke – Schoonhoven is onderdeel van het programma Sterke Lekdijk. Dit is onderdeel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. In de voorbereiding van dit projectbesluit is een verkenning uitgevoerd. Vervolgens is het ontwerp van de dijkversterking uitgewerkt ten behoeve van dit projectbesluit. Het voortraject is beschreven in de motivering van dit projectbesluit.

2. Randvoorwaarden project

2.1 Randvoorwaarden vanuit doelen/financiering project

De waterkering voldoet na de dijkversterking aan het in de wet vereiste veiligheidsniveau: een overstromingskans van kleiner of gelijk aan 1/10.000e per jaar.

De dijkversterking is ontworpen voor een planperiode van 100 jaar, uitgaande van het klimaatscenario W+ (KNMI2006, Deltascenario Stoom en Warm).

Het ontwerp is kostenefficiënt. Alleen de kosten van maatregelen om de primaire waterkering aan de veiligheidsnorm te laten voldoen en de inpassing daarvan in de omgeving, komen voor vergoeding door het Hoogwaterbeschermingsprogramma in aanmerking.

Het ontwerp is uitbreidbaar tegen aanvaardbare kosten.

De waterkering is ontworpen met (zoveel mogelijk) duurzame en hernieuwbare materialen (zand, klei en gras).

2.2 Randvoorwaarden vanuit beheer en onderhoud

De maatregelen voor de dijkversterking mogen geen belemmering vormen voor het toekomstig beheer en onderhoud door HDSR.

De versterking van de waterkering mag niet leiden tot een complexer beheer dan in de bestaande situatie.

De bekleding van het talud van de waterkering dient voldoende erosiebestendig te zijn. Er moet waar mogelijk een beheerstrook worden gerealiseerd ten behoeve van inspectie en beheer van de dijk. Deze moet toegankelijk zijn via eigen afritten en buitendijks begaanbaar zijn bij rivierstanden die minimaal 300 dagen per jaar worden onderschreden.

2.3 Aanvullende randvoorwaarden

HDSR wil de dijk en de beheerstrook in eigendom verwerven. Voor maatregelen die nodig zijn voor de waterveiligheid kan onteigening worden toegepast.

Voor de dijkversterking is een aantal vergunningen noodzakelijk. De hoofdvergunningen doorlopen een gecoördineerde procedure.

3. Permanente maatregelen

3.1 Referentieontwerp voor project

Er is een ontwerp gemaakt voor de versterking en het groot onderhoud van de dijk. Het ontwerp dat ten grondslag ligt in dit projectbesluit is weergegeven op de plankaart en dwarsprofielen.

3.2 Permanente maatregelen

De waterveiligheid wordt verbeterd met verticale constructies en met grondwerk.

De verticale constructies worden geplaatst binnen een constructiezone.

Over grote delen van de dijk wordt grondwerk ten behoeve van de waterveiligheid uitgevoerd. Dit grondwerk is nodig voor verhoging van de dijk en verflauwing van het bestaande dijk talud Daarnaast worden taludaanpassingen in het kader van groot onderhoud uitgevoerd, eveneens inclusief de aanleg van een beheerstrook.

Op twee locaties wordt steenbekleding langs de buitenzijde van de dijk aangebracht of verbeterd.

Op locaties waar aanpassingen plaatsvinden wordt tevens een beheerstrook gerealiseerd. Waar de beheerstrook grenst aan een waterveiligheidsmaatregel is de beheerstrook onderdeel van de waterveiligheidsmaatregel. Waar de beheerstrook grenst aan taludaanpassingen in het kader van groot onderhoud vormt de beheerstrook onderdeel van het groot onderhoud.

Op alle locaties waar het buitendijkse talud wordt aangepast, wordt een bloemrijke dijk teruggebracht.

De maatregelen zijn opgenomen in de onderstaande tabel.

Dijkzones

Maatregelen

Polder de Wiel (DP108-126)

  • Pipingconstructie (125m)

Schaardijk (DP126-137)

  • Pipingconstructie van dijkzone Polder de Wiel tot voorbij gemaal De Koekoek (450m)

  • Pipingconstructie ten zuiden van de Tiendweg (320 m)

  • Verflauwing binnentalud ter plaatse van pipingconstructies naar 1:3, de dijkteen verschuift. Beheerstrook wordt aangelegd vanaf de teen van de dijk (5 m)

  • Vervangen zetsteenconstructie inclusief aanleggen beheerstrook

De Bol (DP137-147)

  • Kruinverhoging 0,05 tot 0,10 m waarbij de huidige wegas wordt aangehouden

  • Taludverflauwing binnen- en buitendijks naar 1:3 en aanleggen van de beheerstrook

Boerenlint (DP147-171)

  • Ophoging kruin met variërende hoogte tot 0,8 m (opleverhoogte) met asverschuiving binnenwaarts.

  • Pipingconstructie in westelijk deel (ongeveer 250 m)

  • Steenbestorting aan de voet van de dijk in de over van de zijgeul

  • Buitendijkse taludverflauwing met verschuiving van de dijkteen en aanleggen van de beheerstrook

  • Ter hoogte van historische kleiputten wordt een beheerstrook ingepast om de kleiputten te behouden

  • Aan de buitenzijde worden over ongeveer 450 m beheermaatregelen toegepast zonder waterveiligheidsopgave

Tuinen van Willige Langerak (DP171-179)

  • Pipingconstructie in oostelijk deel ter hoogte van het doorbraakwiel (ongeveer 180 m)

  • Taludverflauwing aan binnenzijde naar 1:3 en een beheerstrook

Schoonhoven (DP179-192)

  • Pipingconstructie in oostelijke deel (ongeveer 550 m)

  • Kruinverhoging op drie strekkingen met een maximale verhoging van ca. 0,25 m in het westelijk deel (in totaal ongeveer 500 m)

  • Verflauwing buitendijks dijktalud naar 1:3 en het aanleggen van een beheerstrook

  • Aan de buitenzijde wordt (over ongeveer 150 m) beheermaatregelen toegepast zonder waterveiligheidsopgave

4. Flexibiliteit in het besluit

4.1 Flexibiliteit in het referentieontwerp voor het project

Het ontwerp van de dijkversterking wordt tijdens en na de procedure van het projectbesluit in meer detail uitgewerkt. In deze uitwerking worden details toegevoegd. Denk hierbij aan het plaatsen en verwijderen van afrasteringen, de exacte locatie van de verticale dijkversterkingsmaatregelen en het materiaal van de maatregel. De uitwerking na het definitief projectbesluit kan nog leiden tot kleine aanpassingen ten opzichte van het ontwerp dat in het projectbesluit is opgenomen. Deze veranderingen kunnen leiden tot verschuivingen met maximaal een meter.

4.2 Voorwaarden voor gebruik maken van flexibiliteit

Van deze flexibiliteit voor het ontwerp en de uitvoering mag alleen gebruik worden gemaakt als de milieueffecten niet groter zijn dan de milieueffecten die beschreven zijn in de aan dit projectbesluit ten grondslag liggend MER.

4.3 Maatvoering

De maatvoering van de maatregelen voor waterveiligheid en groot onderhoud zijn in bovenaanzicht weergegeven op de betreffende gebiedsaanwijzingen en op de plankaart.

De maatvoering is in dwarsprofiel weergegeven in de dwarsprofielen die bij dit projectbesluit zijn gevoegd.

5. Uitvoering project: tijdelijke maatregelen

5.1 Tijdelijke maatregelen

Ten behoeve van de uitvoering van de werkzaamheden worden werkstroken en werklocaties gebruikt voor aanvoer, transport en opslag van materiaal en materieel en het plaatsen van keten.

5.2 Flexibiliteit in aanvoer van bouwmateriaal

De aanvoer van materiaal voor de versterking en groot onderhoud is een taak voor de aannemer. De aannemer maakt samen met HDSR de keuze op welke wijze het bouwmateriaal wordt aangevoerd. De gebieden die tijdelijk nodig zijn, zijn opgenomen op de plankaart.

5.3 Projectgebied

De tijdelijke maatregelen worden gerealiseerd in het projectgebied. Het projectgebied omvat de permanente maatregelen (het plangebied) plus de tijdelijke maatregelen.

6. Maatregelen om effecten te voorkomen en te beperken

6.1 Maatregelen om effecten te voorkomen

Het ontwerpproces is er op gericht geweest om permanente negatieve effecten op de omgeving zo veel mogelijk te voorkomen.

Bij de uitvoering zal emissieloos materieel worden ingezet. De dijkversterking heeft een stikstofreductiedoelstelling van 40%.

De noodzakelijke stortsteenbescherming van de dijk in de oever van dijkzone Boerenlint wordt in de bodem aangebracht ter voorkoming van negatieve effecten op KRW-relevant areaal.

De beheerstrook langs de buitenzijde van de dijk is zodanig ontworpen dat de buitendijkse kleiputten worden gespaard.

De dijkversterking is zorgvuldig ingepast volgens de kaders voor ruimtelijke kwaliteit voor het programma Sterke Lekdijk.

6.2 Tijdelijke maatregelen om effecten te beperken

Negatieve effecten op beschermde plant- en diersoorten worden beperkt door te werken volgens een ecologische werkprotocol.

In het Natura2000 gebied wordt ter plaatse van gevoelige habitats bodemverdichting voorkomen. Na de werkzaamheden wordt een matig voedselrijke toplaag teruggebracht en een passend zaadmengsel toegepast.

Op locaties met archeologische waarden in de ondergrond wordt waar mogelijk de diepte van de heisleuf beperkt om aantasting van deze waarden te voorkomen.

De werkmethoden voor het inbrengen van verticale constructies worden zoveel mogelijk aangepast aan de bouwkundige situatie van de nabijgelegen bouwwerken.

De Tiendweg tussen de aansluiting met de dijkweg en Willige Langerak wordt geschikt gemaakt voor fietsers en wandelaars als omleiding tijdens de werkzaamheden aan de dijk.

6.3 Maatregelen om effecten te compenseren

De te kappen bomen worden gecompenseerd volgens de daarvoor geldende regels van gemeenten en provincie. In het Inpassingsplan is een voorstel opgenomen voor de compensatie van bomen.

6.4 Maatregelen om de nieuwe dijk te beschermen

Vooruitlopend op het aanpassen van de Profielenlegger van HDSR gelden in het plangebied de regels die staan in artikel 4.14 lid 1 en lid 2 van de Waterschapsverordening van HDSR. Die houden in dat er zonder omgevingsvergunning niet mag worden gegraven in de dijk.

7. Participatie

7.1 Betrokkenheid burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen

Er is voorafgaand aan de ter inzagelegging van het ontwerp Projectbesluit een participatietraject doorlopen met onder meer de volgende activiteiten:

Stakeholders

Activiteit

Verkenning

Planuitwerking

Burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties

 
 
 
 

Reactiemogelijkheid op Notitie Reikwijdte en Detailniveau

X

 
 

Reactiemogelijkheid op Kennisgeving voornemen

X

 
 

Reactiemogelijkheid op VKA – MER Deel 1 - reactienota

X

 
 

Tussentijds advies Commissie m.e.r.

X

 
 

Persoonlijke gesprekken direct betrokkenen

X

X

 

‘Thematafels’

X

X

 

Informatiebijeenkomsten

X

X

 

Zienswijzen op ontwerp Projectbesluit

 

X

Bestuursorganen

 
 
 
 

Ambtelijke werkgroep

X

X

 

Ambtelijk overleg

X

X

 

Bestuurlijk overleg

X

 
 

Werkgroep bevoegde gezagen

 

X

7.2 Door derden voorgedragen mogelijke oplossingen

Er zijn in bovenbeschreven in de formele stappen van de verkenning geen andere oplossingen aangedragen via zienswijzen. Er zijn geen reële oplossingen aangedragen voor het waterveiligheidsprobleem.

7.3 Tijdelijk Regelingsgedeelte

Voor zover het Omgevingsplan van gemeente Lopik ter plaatse van het plangebied van projectbesluit SAS bepaalt dat voor het uitvoeren van activiteiten en handelingen binnen het plangebied een voorafgaande melding of een omgevingsvergunning is vereist voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden, geldt die bepaling niet voor de uitvoering van het projectbesluit SAS.

Voor zover het Omgevingsplan van gemeente Krimpenerwaard ter plaatse van het plangebied van projectbesluit SAS bepaalt dat voor het uitvoeren van activiteiten en handelingen binnen het plangebied een voorafgaande melding of een omgevingsvergunning is vereist voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden, geldt die bepaling niet voor de uitvoering van het projectbesluit SAS.

Bijlage II Begrippen

binnendijks

aan de polderzijde van de waterkering gelegen.

beheerstrook

een onverharde strook langs de binnenteen en de buitenteen van een waterkering die onlosmakelijk verbonden is met het talud, een waterveiligheidsfunctie heeft in verband met de benodigde erosiebestendigheid en dient voor de inspectie van en onderhoud aan de waterkering.

damwand

een verticale grond- en/of waterkerende constructie, die bestaat uit een rij losse de grond in gedreven wandelementen die door middel van een gronddichte en in sommige gevallen ook waterdichte messing-en-groefverbinding met elkaar zijn verbonden.

piping

de lekstroom onder een constructie door.

talud

een onder helling gelegen vlak.

waterkering

een kunstmatige hoogte, natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan, of hoge gronden met ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben.

Bijlage 2 Artikel 2

Wijziging omgevingsplan gemeente Lopik vanwege Projectbesluit dijkversterking Salmsteke – Schoonhoven.

Voorrangsbepaling

Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Lopik in strijd zijn met de regels uit het projectbesluit SAS gelden alleen de regels uit het projectbesluit SAS.

Hoofdstuk 1 Regels ter bescherming

Artikel 1.1 Vergunningplicht activiteit

Voor zover het Omgevingsplan van gemeente Lopik ter plaatse van het plangebied van projectbesluit SAS bepaalt dat voor het uitvoeren van activiteiten en handelingen binnen het plangebied een voorafgaande melding of een omgevingsvergunning is vereist voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden, geldt die bepaling niet voor de uitvoering van het projectbesluit SAS.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

plangebied-2

/join/id/regdata/ws0636/2026/Plangebied_Lopik/nld@2026‑03‑19;projectbesluit

Bijlage 3 Artikel 3

Wijziging omgevingsplan gemeente Krimpenerwaard vanwege Projectbesluit dijkversterking Salmsteke – Schoonhoven.

Voorrangsbepaling

Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Krimpenerwaard in strijd zijn met de regels uit het projectbesluit SAS gelden alleen de regels uit het projectbesluit SAS.

Hoofdstuk 1 Regels ter bescherming

Artikel 1.1 Vergunningplicht activiteit

Voor zover het Omgevingsplan van gemeente Krimpenerwaard ter plaatse van het plangebied van projectbesluit SAS bepaalt dat voor het uitvoeren van activiteiten en handelingen binnen het plangebied een voorafgaande melding of een omgevingsvergunning is vereist voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden, geldt die bepaling niet voor de uitvoering van het projectbesluit SAS.

Bijlage I Besluit PDF Documenten

motivering

/join/id/pubdata/ws0636/2026/motivering/nld@2026‑04‑01;1

Naar boven