Beleidsregel dieper baggeren overige watergangen Hoogheemraadschap van Rijnland 2026 - 2036

Bekendmaking

Dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland hebben op 24 maart 2026 de Beleidsregel dieper baggeren overige watergangen Hoogheemraadschap van Rijnland 2026 – 2036 vastgesteld.

 

Besluit

Dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland,

Gelezen het voorstel van de Verenigde Vergadering op 5 maart 2025 met nummer 24.125877,

besluiten:

vast te stellen de Beleidsregel dieper baggeren overige watergangen Hoogheemraadschap van Rijnland 2026 - 2036.

 

Artikel 1 - Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • 1.

    Rijnland: Hoogheemraadschap van Rijnland.

  • 2.

    VV: Verenigde vergadering van het hoogheemraadschap van Rijnland.

  • 3.

    College: het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland;

  • 4.

    Overig oppervlaktewater: oppervlaktewateren met een voornamelijk lokale transportfunctie en/of welke een zekere drooglegging (ontwatering) dienen te geven;

  • 5.

    Onderhoudsplichtige: de persoon die volgens de Onderhoudsverordening Rijnland het onderhoud moet doen.

  • 6.

    Vergoeding: een financiële tegemoetkoming van het waterschap aan onderhoudsplichtigen voor kosten die voortvloeien uit de verdiepingsslag overige polderoppervlaktewateren zoals vastgelegd in de Legger 2010.

  • 7.

    Verdieping: het ten opzichte van de voorgaande Legger oppervlaktewateren grotere, te verdiepen gedeelte van de diepte van de polderwatergang, zoals ingevoerd met de verdiepingsslag in de Legger oppervlaktewateren Rijnland 2010.

  • 8.

    Werkzaamheden: de buitengewone onderhoudswerkzaamheden die de verdieping betreffen, waarvoor vergoeding kan worden verstrekt.

 

Artikel 2 – Doel en karakter van de regeling

Deze beleidsregel heeft tot doel om:

  • 1.

    Te bevorderen dat door Rijnlands bestuur aangewezen overige polderwatergangen op leggerdiepte worden gebracht door onderhoudsplichtigen;

  • 2.

    Daarmee de waterkwaliteit van deze overige polderwatergangen te verbeteren;

  • 3.

    Middels het verstrekken van een eenmalige vergoeding aan onderhoudsplichtigen.

 

Artikel 3 – Situaties waarin vergoeding mogelijk is

Een vergoeding kan worden verstrekt aan een onderhoudsplichtige die een aanvraag heeft ingediend voor een vergoeding en de aanvraag voldoet aan deze beleidsregel.

 

Artikel 4 – Hoogte van de vergoeding

  • 1.

    De vergoedingen voor het uitbesteden van werkzaamheden is inclusief btw en bedraagt:

    • € 4,50 per te verdiepen kubieke meter bij ruimte tot verspreiden op aangrenzend perceel.

    • €12,- per kubieke meter als er geen ruimte tot verspreiden is op aangrenzend perceel.

    • €2,25 als door uitvoeren van eigen werk geen betaalbewijs aanwezig is (enkel voor agrarische bedrijven)

  • 2.

    Het aantal kubieke meters bagger en de prijs per kubieke meter worden berekend door Rijnland conform: berekeningsmethode eenmalige verdiepingsslag.

  • 3.

    Voor de niet btw plichtige wordt de vergoeding per m3 bagger exclusief btw uitgekeerd.

  • 4.

    De berekeningsmethode eenmalige verdiepingsslag zal eens per 5 jaar worden geïndexeerd, of eerder als daar aanleiding toe is.

 

Artikel 5 – Aanvraag en besluitvorming

  • 1.

    De aanvraag wordt ingediend door de onderhoudsplichtige.

  • 2.

    De aanvraag moet uiterlijk binnen 12 weken na afloop van de werkzaamheden, waarvoor vergoeding wordt aangevraagd, worden ingediend bij het college.

  • 3.

    De aanvraag wordt ingediend door in te loggen met DigiD, of eHerkenning op de website van Rijnland, of schriftelijk ingediend bij het college digitaal;

  • 4.

    De aanvrager legt de volgende gegevens over:

    • Het volledig en naar waarheid ingevulde aanvraagformulier met NAW-gegevens, naam polder, ingetekende locatie van de watergang(en) op kaart;

    • De factuur en het betaalbewijs van de werkzaamheden voor het op diepte brengen conform de afmetingen van de vigerende Legger oppervlaktewateren Rijnland;

    • Gegevens over de diepte van de watergang voorafgaand en na de werkzaamheden;

  • 5.

    Het college beslist binnen 8 weken op de aanvraag.

  • 6.

    Indien een besluit niet binnen de in het vorige lid genoemde termijn kan worden genomen, stelt het college de aanvrager daarvan in kennis en noemt het daarbij een redelijke termijn waarbinnen het besluit wel tegemoet kan worden gezien.

 

Artikel 6 – Voorwaarden

  • 1.

    De werkzaamheden behoren tot de wettelijke buitengewone onderhoudsplicht en;

  • 2.

    De werkzaamheden worden uitgevoerd in een overige polderwatergang die in de Legger oppervlaktewateren Rijnland 2010 een grotere dieptemaat heeft gekregen en:

    • de overige polderwatergang sindsdien nog niet is verdiept en;

    • en daarmee ook niet voldoet aan de dieptemaat die geldt voor de watergang volgens de huidige, vigerende Legger oppervlakwateren Rijnland.

  • 3.

    De aanvrager maakt aannemelijk of toont aan dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd en;

  • 4.

    Als de vergoeding meer dan € 500,- bedraagt, krijgt de aanvraag van Rijnland na een controle en beoordeling goedkeuring dat wordt voldaan aan de voorwaarden van dit artikel en;

  • 5.

    De kosten voor de werkzaamheden waarvoor een vergoeding wordt aangevraagd zijn niet hoger dan de kosten voor de verdieping en;

  • 6.

    De kosten zijn niet onredelijk hoog en;

  • 7.

    De werkzaamheden niet strijdig met wet- en regelgeving.

 

Artikel 7 – Verantwoording en betaling

  • 1.

    De aanvrager voert een zodanig ingerichte administratie dat te allen tijde de voor de vaststelling van de vergoeding van belang zijnde rechten en verplichtingen, alsmede de inkomsten en uitgaven kunnen worden nagegaan.

  • 2.

    De aanvrager verstrekt aan het college alle inlichtingen die in verband met de voorwaarden voor een vergoeding en de uitvoering van de werkzaamheden van belang kunnen zijn.

  • 3.

    De aanvrager verstrekt de factuur van de voor de uitvoering van de werkzaamheden gemaakte kosten.

  • 4.

    De vergoeding wordt uitbetaald binnen acht weken nadat het besluit tot het verstrekken van een vergoeding is bekendgemaakt.

 

Artikel 8 – Weigeringsgronden

Een vergoeding wordt geweigerd:

  • 1.

    Indien de werkzaamheden niet behoren tot de wettelijke buitengewone onderhoudsplicht of;

  • 2.

    Indien de werkzaamheden niet zijn uitgevoerd in een overige polderwatergang die in de Legger oppervlaktewateren Rijnland 2010 een grotere dieptemaat heeft gekregen en:

    • de overige polderwatergang sindsdien nog niet is verdiept en;

    • en daarmee ook niet voldoet aan de dieptemaat die geldt voor de watergang volgens de huidige, vigerende Legger oppervlakwateren Rijnland of;

  • 3.

    Indien niet is aannemelijk is gemaakt of aangetoond dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd of;

  • 4.

    Indien de vergoeding meer dan € 500,- bedraagt en na controle en beoordeling van de verdiepte watergang door Rijnland blijkt dat de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 6 of;

  • 5.

    Indien of voor zover de kosten voor de werkzaamheden waarvoor een vergoeding wordt aangevraagd hoger zijn dan de kosten voor het te verdiepen gedeelte van de overige watergang of;

  • 6.

    Indien de kosten onredelijk hoog zijn of;

  • 7.

    Indien de werkzaamheden strijdig zijn met wet- en regelgeving.

 

Artikel 9. Wijze van verdeling

  • 1.

    Verstrekking van de bijdrage vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat de voor verstrekking van de bijdrage beschikbaar gestelde gelden op de begroting niet toereikend meer zijn om de bijdrage te verstrekken.

  • 2.

    Indien zich het geval voordoet in het eerste lid waarbij de beschikbare gelden niet toereikend zijn, dan wordt de aanvraag behandeld zodra er weer gelden beschikbaar zijn. Daarbij wordt de volgorde van ontvangst aangehouden van de aanvragen die nog voor behandeling in aanmerking moeten komen. Daarbij kan het college conform artikel 5, zesde lid een langere beslistermijn hanteren."

  • 3.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

  • 4.

    Bij aanvragen die per post zijn ontvangen zal de volgorde van ontvangst bepaald worden middels loting.

 

Artikel 10 – Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van deze beleidsregel indien toepassing ervan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

 

Artikel 11 – Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na publicatie en eindigt van rechtswege op 31 december 2035, behoudens eerdere intrekking.

 

Artikel 12 – Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: “Beleidsregel dieper baggeren overige watergangen Hoogheemraadschap van Rijnland 2026 - 2036”.

 

Leiden, 24 maart 2026

Dijkgraaf en hoogheemraden

R.A.M. van der Sande, dijkgraaf

M. Middendorp, secretaris

Toelichting bij de Beleidsregel dieper baggeren overige watergangen Hoogheemraadschap van Rijnland 2026 - 2036

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 2: Doel en karakter van de regeling

Een aantal overige polderwateren heeft bij de leggeractualisatie in 2010 om waterkwaliteitsredenen een iets diepere leggermaat dan voorheen gekregen. Als uitgangspunt daarvoor golden de destijds meest recente leggers van de voormalige waterschappen Wilck & Wiericke, De Oude Rijnstromen en Groot-Haarlemmermeer. In WBP2 en WBP3 was bepaald dat de kosten van de eenmalige verdieping (ten opzichte van de vorige leggerdiepte) van oppervlaktewateren niet ten laste kwamen van de onderhoudsplichtigen, maar van Rijnland. Dit omdat de verdieping nodig is voor verbetering van de waterkwaliteit.

 

Met het vaststellen van de aanpak baggeren overig water in maart 2025 heeft de VV in het kader van het invoeren van de actieve diepteschouw-baggeren overig water besloten verdere uitvoering te geven aan de vergoeding voor het verdiepen van watergangen als gevolg van een diepere leggermaat. Hiervoor heeft de in het Meerjarenprogramma (MJP) 2026-2030 de middelen beschikbaar gesteld. De nu voorliggende beleidsregel maakt het voor de onderhoudsplichtige mogelijk om deze verdieping op een uniforme en duidelijke manier vergoed te krijgen. 

 

Artikel 3: Situaties waarin vergoeding mogelijk is

Niet elke watergang in het Rijnlands gebied heeft in 2010 een diepere leggermaat gekregen. Bij het bepalen van de leggerafmetingen van de boezemwateren was in de legger 2004 al rekening gehouden met de waterkwaliteitseisen. De leggerafmetingen van de polderwateren waren echter alleen nog maar gebaseerd op de waterkwantiteit (aan- en afvoer). Om ook de polderwateren aan de waterkwaliteitseisen te kunnen laten voldoen zijn de leggerprofielen aangepast in de Legger oppervlaktewateren 2010 Rijnland.

 

In de praktijk betekent dit dat met name de overige polderwateren, waar de grondslag dit toelaat (geen loopzand, opbarstende bodems etc.), moeten worden verdiept. Deze zogenaamde verdiepingsslag komt voor rekening van Rijnland. Als de verdiepingsslag is uitgevoerd komt de volledige verantwoordelijkheid voor het onderhoud weer bij de aangelanden te liggen. Onderhoudsplichtigen die te maken hebben met een verdiepte watergang kunnen gebruik maken van deze beleidsregel voor een vergoeding. 

 

Artikel 4: Hoogte van de vergoeding

Alleen de kosten van het verdiepen van oude naar de nieuwe leggermaat mogen eenmalig in rekening van Rijnland worden gebracht. De kosten van het op oude leggerdiepte krijgen komen voor rekening van de onderhoudsplichtige zelf.  De bedragen zijn inclusief btw. Als de aanvrager niet btw plichtig is wordt het bedrag exclusief btw uitgekeerd.

 

Praktijkvoorbeeld:

 

Een watergang moest tot 2010 minimaal 40 cm diep zijn. Met het vernieuwen van de legger oppervlaktewater is de diepte gewijzigd in een minimale diepte van 50 cm. De 10 cm die de onderhoudsplichtige extra moet verdiepen mogen eenmalig in rekening worden gebracht bij Rijnland.

 

Wanneer de aanvrager alle benodigde gegevens heeft aangeleverd, wordt de hoogte van de vergoeding bepaald. Door Rijnland is een rekenmodel ontwikkeld waarin het uit te keren bedrag aan de hand van een staffelberekening wordt vastgesteld. Per meter watergang wordt de lengte, breedte en het talud (de schuin aflopende helling) meegenomen. Uit de berekening komt een theoretisch aantal kubieke meter bagger. Rijnland vermenigvuldigt dit met het tarief waar de onderhoudsplichtige recht op heeft en keert vervolgens dit bedrag uit.

 

Op deze wijze zorgt Rijnland voor rechtszekerheid en dat aanvragen op gelijke wijze worden afgehandeld. Belangrijk uitgangspunt is dat wordt uitgegaan van redelijke kosten. Rijnland heeft de volgende bedragen vastgesteld.

 

Normaal tarief

Voor een watergang waar ruimte is om de bagger op het aangrenzende perceel te verspreiden (bijvoorbeeld Grasland) of binnen een straal van 10 kilometer verwerkt kan worden (bijvoorbeeld weilanddepot) betaalt Rijnland per kubieke meter bagger een bedrag van € 4,50,-

 

Hoog tarief

Als er geen ruimte is om de bagger te verspreiden op het aangrenzende perceel en moet worden afgevoerd naar een speciaal depot of verwerkingslocatie verder weg dan 10 kilometer betaalt Rijnland €12,- per kubieke meter bagger.

 

Laag tarief

Bedrijven die onderhoudsplichtig zijn en de werkzaamheden niet uitbesteden aan een andere partij, maar deze zelf uitvoeren hebben geen geldig betaalbewijs. Hiervoor is een derde tarief van €2,25 ingesteld. Zo worden directe en indirecte kosten aan materiaal alsnog vergoed, maar vervalt de winstopslag die een andere partij rekent.

 

Praktijkvoorbeeld

Bij een watergang van 5 meter lang, 3 meter breed en een verdieping van 0,25 meter mag voor 4,735 kubieke meter aan bagger een tegemoetkoming worden aangevraagd als gevolg van de leggerverdieping door Rijnland. Dit resulteert in de volgende berekening:

 

Categorie

Tarief

Uit te keren bedrag

Af laten voeren naar verwerkingslocatie

€12,-

€52,50

Laten verspreiden op perceel

€4,50

€19,69

Uitvoeren van eigen werk

€2,25

€9,84

 

Artikel 5: Aanvraag en besluitvorming

De onderhoudsplichtige is degene die de aanvraag kan indienen. Bij polderwateren is dat de aangeland. De aangeland is de (aanliggend perceeleigenaar): degene die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van aan het waterstaatswerk grenzende percelen. Conform de jurisprudentie is dat degene die binnen een halve meter van de insteek de perceeleigenaar is.

 

Gegevens over de diepte van de watergang voorafgaand en na de werkzaamheden kunnen middels een foto van peilstok in watergang geleverd worden.

 

Artikel 6: Voorwaarden

Op grond van de Onderhoudsverordening en de Legger oppervlaktewateren 2018 is bepaald wie verantwoordelijk is voor het buitengewoon onderhoud, oftewel baggeren, van oppervlaktewater. Voor de overige polderwateren is de aangeland ieder voor de helft van de breedte van de watergang verantwoordelijk. Per watergang is de Legger oppervlaktewateren de diepte bepaald. Hieraan moet worden voldaan. Voor zover het een in de Legger oppervlaktewateren 2010 verdiepte watergang betreft, kan een onderhoudsplichtige voor het stuk verdieping een vergoeding aanvragen.

 

Rijnland is bekend met de lengte, breedte en verdieping van een watergang en bepaald aan de hand van een berekenmethode het aantal m3 aan bagger waar de onderhoudsplichtige als gevolg van de leggerverdieping recht op heeft.

 

Met het aanleveren van de benodigde gegevens zoals factuur en betaalbewijs, locatie watergang(en), voor- en napeiling en tot slot uw adresgegevens kan Rijnland beoordelen of u als onderhoudsplichtige recht heeft op een tegemoetkoming. Of de bagger is afgevoerd, of verspreid door een gespecialiseerd bedrijf op uw perceel bepaald de hoogte van de tegemoetkoming per m3. Voert u als (agrarisch) bedrijf de werkzaamheden zelf uit dan ontvangt u een gereduceerd tarief.

 

Voor aanvragen boven de €500,- wordt door Rijnland middels een dieptemeting een controle binnen de geldende beslistermijn van 8 weken uitgevoerd. Indien wordt geconstateerd dat niet aan de voorwaarden voor vergoeding wordt voldaan, wordt de vergoeding geheel of deels geweigerd.

 

Bij aanvragen voor vergoedingen onder de € 500,- hoeft geen nacontrole door Rijnland plaats te vinden. Als bij de diepteschouw in de betreffende polder eventuele gebreken alsnog aan het licht komen, kan desgewenst handhavend worden opgetreden.

Naar boven