Regeling selectie en benoeming waterschapsbestuursleden natuurterreinen

Regeling als bedoeld in artikel 14 van de Waterschapswet

inzake de selectie en de benoeming door de Vereniging van Bos- en natuurterreineigenaren (VBNE) van vertegenwoordigers van de categorie 'Natuurterreinen' in algemene besturen van waterschappen

 

Vastgesteld door het bestuur van de VBNE op 11 maart 2026

 

§ 1. INLEIDING

De Waterschapswet regelt de samenstelling en inrichting van het waterschapsbestuur. Het waterschapsbestuur van een waterschap bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. De leden van het dagelijks bestuur worden door het algemeen bestuur benoemd, met uitzondering van de voorzitter, die bij koninklijk besluit wordt benoemd. De benoeming vindt plaats uit de leden van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur bestaat uit een bij reglement vastgesteld aantal leden van ten minste achttien en ten hoogste dertig leden. Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van onderstaande drie categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap. Het totaal aantal vertegenwoordigers van de categorieën b en c bedraagt twee per categorie.

  • a.

    de ingezetenen ('Ingezetenen');

  • b.

    degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen ('Ongebouwde onroerende zaken');

  • c.

    degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen ('Natuurterreinen');

De vertegenwoordigers van de 'Ingezetenen' worden via waterschapsverkiezingen gekozen door de inwoners van het waterschap. De vertegenwoordigers van de categorieën b en worden benoemd door bepaalde organisaties die gelieerd zijn aan die belangen. Voor 'Natuurterreinen' gaat het daarbij om de daartoe bij reglement aangewezen organisaties. Voor de categorie Natuurterreinen is, bij provinciaal reglement, de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE) aangewezen als benoemende organisatie van waterschapsbestuursleden.

 

De VBNE dient op grond van de Waterschapswet tijdig te voorzien in een regeling omtrent de selectie en de benoeming van de vertegenwoordigers van de categorie Natuurterreinen en deze regeling ter kennisneming te zenden aan de waterschapsbesturen. De waterschapsbesturen maken de regeling bekend. Met de voorliggende 'Regeling benoeming waterschapsbestuursleden Natuurterreinen' voorziet de VBNE in de bedoelde regeling.

 

§ 2. DEFINITIES

Artikel 1. Definities

  • a.

    Waterschappen: openbare lichamen welke de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied ten doel hebben.

  • b.

    (Categorie) Natuurterreinen: de categorie van belanghebbenden die in het algemeen bestuur van het waterschap de belangen behartigt van degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen.

  • c.

    Selectiecommissie: een commissie ingesteld door de VBNE met als opdracht het selecteren van kandidaten voor het algemeen bestuur van een waterschap in de categorie 'Natuurterreinen', en het op basis daarvan doen van een voordracht voor benoeming aan het bestuur van de VBNE.

  • d.

    Kandidaat: een natuurlijke persoon die te kennen heeft gegeven zich beschikbaar te stellen voor benoeming door het bestuur van de VBNE als lid van het algemeen bestuur van een waterschap namens de categorie 'Natuurterreinen' of voor aanwijzing door het bestuur van de VBNE als reserve bestuurslid.

  • e.

    Bestuurslid / bestuursleden: waar in deze regeling kortheidshalve wordt gesproken over 'bestuursleden' wordt gedoeld op leden van het algemeen bestuur van een waterschap die in dat bestuur zitting hebben namens de belangencategorie 'Natuurterreinen'.

  • f.

    Reserve bestuurslid: een als zodanig door het bestuur van de VBNE voor een bepaald waterschap aangewezen natuurlijke persoon, die door het bestuur van de VBNE kan worden benoemd in het algemeen bestuur van dat waterschap bij het terugtreden van een zittend bestuurslid namens de categorie 'natuurterreinen'. Bij ieder waterschap kunnen zoveel reserve bestuursleden aangewezen worden als er bestuursleden namens de belangencategorie 'Natuurterreinen' zijn.

  • g.

    Profielschets: overzicht van de gevraagde vaardigheden en eigenschappen die kandidaten nodig hebben om goed te kunnen functioneren als lid van het algemeen bestuur van een waterschap namens de categorie 'Natuurterreinen' (bijlage 2).

  • h.

    Kandidaatstellingsformulier: formulier dat een geïnteresseerde kan downloaden van de website en/of kan opvragen bij de VBNE.

§ 3. SELECTIECOMMISSIES

Artikel 2. Instelling van de selectiecommissie

  • 1.

    Het bestuur van de VBNE stelt selectiecommissies in, welke tot taak hebben om met inachtneming van deze regeling voordrachten voor te bereiden voor de benoeming van bestuursleden en de aanwijzing van reserve bestuursleden in de waterschapsbesturen.

  • 2.

    De selectiecommissie draagt zorg voor het voorbereiden van de procedure, het onderzoek naar de kandidaatstellingen, de controle van de legitimatie en het beoordelen van de kandidaten.

  • 3.

    Een selectiecommissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zes leden. Eén lid is afgevaardigde van de Federatie Particulier Grondbezit (FPG). Ten minste twee leden zijn afgevaardigden van de organisaties Staatsbosbeheer, Vereniging Natuurmonumenten en/of LandschappenNL. Van de resterende geledingen van bos- en natuureigenaren binnen de VBNE wordt slechts een afgevaardigde benoemd, voor zover deze door de betreffende geleding wordt voorgedragen. Aan de selectiecommissie wordt een secretaris toegevoegd die ter beschikking wordt gesteld vanuit een van de geledingen van bos- en natuureigenaren binnen de VBNE. Een selectiecommissie kan worden aangevuld met een externe adviseur, bij voorkeur een bestuurslid van een waterschap dat zelf niet verkiesbaar is.

  • 4.

    De selectiecommissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

  • 5.

    Wanneer een lid aan de secretaris van de selectiecommissie meedeelt dat hij gedurende langere tijd niet aan de activiteiten van de selectiecommissie kan deelnemen, of wanneer de secretaris dit feitelijk vaststelt, verzoekt de secretaris aan de betreffende geleding om een tijdelijke waarnemer aan te wijzen. De secretaris meldt de waarneming aan het bestuur van de VBNE.

  • 6.

    Leden van een selectiecommissie, waarnemers daaronder begrepen, kunnen geen kandidaat zijn voor benoeming als bestuurslid.

Artikel 3. Werkwijze van de selectiecommissie

  • 1.

    De secretaris, in overleg met de voorzitter, bereidt de vergaderingen van de selectiecommissie voor en stelt de agenda op.

  • 2.

    In geval van verhindering om een vergadering bij te wonen meldt een lid dit aan de secretaris van de selectiecommissie.

  • 3.

    De selectiecommissie kan besluiten nemen indien een meerderheid van de stemgerechtigde leden aanwezig is. De besluiten van de selectiecommissie worden genomen bij absolute meerderheid van stemmen. De toegevoegde secretaris en de eventuele externe adviseur(s) van de selectiecommissie hebben geen stemrecht.

  • 4.

    De beraadslagingen van de selectiecommissie, gesprekken met kandidaten en alle met de werkzaamheden van de selectiecommissie verband houdende schriftelijke en digitale documenten hebben een vertrouwelijk karakter.

     

§ 4. PROCEDURE

Artikel 4. Kandidaatstelling

  • 1.

    De VBNE doet tijdig voorafgaand aan de waterschapsverkiezingen een oproep aan belangstellenden om zich kandidaat te stellen als bestuurslid. Deze oproep wordt bij voorkeur geplaatst in de nieuwsbrief en op de website van de VBNE, in het Vakblad Natuur Bos Landschap en in de magazines/ledenbladen van de diverse natuureigenaren, onverlet eventuele plaatsing in andere media.

  • 2.

    Bij deze bekendmakingen wordt aangegeven welke periode geldt voor het indienen van een kandidaatstelling en hoe belangstellenden kennis kunnen nemen van de profielschets.

  • 3.

    Om in aanmerking te kunnen komen voor benoeming als bestuurslid worden aan kandidaten de navolgende vereisten gesteld:

    • a.

      voldoen aan de wettelijke eisen van artikel 31 en 33 Waterschapswet (zie bijlage 1);

    • b.

      betrokkenheid bij en bij voorkeur woonachtig in het betreffende waterschapsgebied;

    • c.

      aantoonbare affiniteit met de categorie 'Natuurterreinen';

    • d.

      aantoonbare affiniteit met het werkveld van een waterschap;

    • e.

      voldoende tijd om de functie naar behoren te vervullen;

    • f.

      voldoen aan de profielschets voor bestuursleden.

  • 4.

    Een kandidaat kan niet tegelijkertijd kandidaat zijn voor een andere categorie in hetzelfde waterschapsbestuur, noch voor meerdere waterschapsbesturen.

  • 5.

    Kandidaatstelling vindt plaats door volledige invulling en ondertekening van het door de VBNE opgestelde en ter beschikking te stellen kandidaatstellingsformulier en inzending daarvan tezamen met de vereiste bijlagen (gescand) per e-mail naar het daartoe door de VBNE bekend gemaakte e-mailadres. Bij de kandidaatstelling geeft de kandidaat aan of hij tevens (of in voorkomend geval: uitsluitend) in aanmerking wenst te komen voor aanwijzing als reserve bestuurslid. De VBNE zendt het formulier met bijlagen door naar de secretaris van de betreffende selectiecommissie.

  • 6.

    Een kandidaatstelling ingediend buiten de periode die de VBNE daarvoor heeft vastgesteld wordt niet in behandeling genomen. Ditzelfde geldt wanneer de kandidaatstelling niet aan de gestelde eisen voldoet en de benodigde aanvullende gegevens als bedoeld in lid 5 niet binnen deze periode worden toegezonden.

  • 7.

    Door of namens de secretaris wordt binnen tien werkdagen gerekend vanaf verzending van de kandidaatstelling een ontvangstbevestiging gestuurd naar de betreffende kandidaat.

  • 8.

    De secretaris beoordeelt of de kandidaatstelling aan de gestelde eisen voldoet en stelt de kandidaat onverwijld in kennis van eventuele onvolkomenheden, met het verzoek de ontbrekende of onjuiste gegevens vóór de sluiting van de kandidaatstellingsperiode alsnog per e-mail toe te zenden.

  • 9.

    De selectiecommissie stelt de definitieve lijst van de ontvangen kandidaturen vast en zendt deze naar de VBNE.

  • 10.

    Bij een fusie van waterschappen, waarbij een of meerdere waterschappen verdwijnen en een nieuw waterschap ontstaat, geldt, in zoverre in afwijking van de voorgaande leden, dat slechts de zittende bestuursleden zich kandidaat kunnen stellen voor het nieuwe bestuur. Evenzo kunnen slechts de op dat moment aangewezen reserve bestuursleden zich kandidaat stellen voor aanwijzing als reserve bestuurslid en/of - voor benoeming als bestuurslid, dit laatste in het geval de zittende bestuursleden zich daarvoor niet kandidaat stellen. Indien de voorbedoelde procedure niet leidt of kan leiden tot opvulling van alle beschikbare functies wordt aanvullend de reguliere procedure gestart.

Artikel 5. Selectie en advies

  • 1.

    De selectiecommissie nodigt alle kandidaten uit die passen in het geschetste kandidatenprofiel en geschikt worden geacht.

  • 2.

    De selectiecommissie stelt na afronding van de gesprekken met de kandidaten en de beoordeling van de kandidaatstellingen een gemotiveerd advies op met als conclusie een voordracht aan het bestuur van de VBNE voor de benoeming van de bestuursleden namens de categorie 'Natuurterreinen' in het algemeen bestuur van het betreffende waterschap. Tevens wordt een voordracht gedaan voor de aanwijzing van één of meerdere reserve bestuursleden. Bij het advies wordt de volledige kandidatenlijst gevoegd.

  • 3.

    Indien de selectiecommissie concludeert dat er onvoldoende of geen geschikte kandidaten voor benoeming als bestuurslid en/of voor aanwijzing als reserve bestuurslid beschikbaar zijn, dan kan voor het desbetreffende waterschap de kandidaatstellings- en selectieprocedure opnieuw worden doorlopen.

Artikel 6. Benoeming

  • 1.

    Het bestuur van de VBNE neemt, tijdig, een besluit over de benoeming van bestuursleden en de aanwijzing van reserve bestuursleden.

  • 2.

    De leden van het bestuur van de VBNE ontvangen tijdig voor de datum van de bestuursvergadering, waarin bestuursleden benoemd zullen worden en reserve bestuursleden aangewezen zullen worden, een overzicht met de door de selectiecommissies voorgedragen kandidaten en reservekandidaten.

  • 3.

    De VBNE geeft tegelijkertijd het betreffende waterschap en de benoemde bestuursleden schriftelijk kennis van de benoeming door het bestuur van de VBNE van de bestuursleden. De VBNE stemt de datum van verzending van deze brieven af met de Unie van Waterschappen in verband met behandeling in de juiste waterschapsvergadering direct na de verkiezingen.

  • 4.

    De VBNE geeft de aangewezen reserve bestuursleden schriftelijk kennis van de benoeming(en) en aanwijzing(en) door het bestuur van de VBNE voor het algemeen bestuur van het betreffende waterschap.

  • 5.

    De selectiecommissie geeft de niet benoemde of aangewezen kandidaten hiervan schriftelijk kennis. Desgevraagd licht de selectiecommissie een niet benoemde of aangewezen kandidaat toe hoe zijn kandidatuur is beoordeeld door de selectiecommissie.

  • 6.

    Wanneer een benoemd bestuurslid zijn benoeming niet aanvaardt of voor het einde van de zittingsduur terugtreedt uit het bestuur, of wanneer zijn bestuurslidmaatschap door andere oorzaken eindigt, benoemt het bestuur van de VBNE het aangewezen reserve bestuurslid casu quo een van de aangewezen reservebestuursleden in zijn plaats. Het bepaalde in lid 4 is van overeenkomstige toepassing. Indien er geen reservebestuurslid is aangewezen of het reservebestuurslid wil niet tot bestuurslid benoemd worden, dan kan voor het desbetreffende waterschap de kandidaatstellings- en selectieprocedure opnieuw worden doorlopen.

  • 7.

    Ingeval van tijdelijk ontslag van een benoemd bestuurslid als bedoeld in de artikelen 21 en 22 Waterschapswet benoemt het bestuur van de VBNE het aangewezen reserve bestuurslid als vervanger voor de plaats die is opengevallen. Het bepaalde in lid 4 is van overeenkomstige toepassing. Indien er geen reservebestuurslid is aangewezen, dan kan voor het desbetreffende waterschap de kandidaatstellings- en selectieprocedure opnieuw worden doorlopen.

Artikel 7. Beroep en bezwaar

Tegen de voordracht door de selectiecommissie of de benoeming of aanwijzing door het bestuur van de VBNE is geen bezwaar en/of beroep mogelijk.

Artikel 8. Slotbepalingen

  • 1.

    De VBNE deelt de gegevens van de kandidaten alleen met de leden van de selectiecommissies. Binnen een maand na benoeming worden de gegevens van de kandidaten uit het VBNE archief verwijderd, met uitzondering van de gegevens van de uiteindelijk benoemde bestuurders en eventuele plaatsvervangers. Iedere selectiecommissie draagt er zorg voor dat na de benoeming(en) de betreffende dossiers worden overgedragen aan de VBNE zodat de selectiecommissie dientengevolge zelf niet langer over de gegevens van de kandidaten beschikt.

  • 2.

    In situaties waarin deze regeling niet voorziet, handelt (het bestuur van) de VBNE dan wel de selectiecommissie zoveel mogelijk in de geest van de bepalingen van deze regeling.

  • 3.

    Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling benoeming waterschapsbestuursleden Natuurterreinen”.

  • 4.

    De regeling treedt in werking direct na vaststelling door het bestuur van de VBNE.

  • 5.

    Ingevolge artikel 14 van de Waterschapswet wordt deze regeling ter kennisneming gezonden aan alle waterschapsbesturen.

Bijlage 1. Relevante artikelen uit de Waterschapswet

 

Raadpleegdatum 06-03-2026

 

Titel II. De samenstelling en inrichting van het waterschapsbestuur

 

Hoofdstuk III. Inleidende bepaling

 

Artikel 10

 

  • 1.

    Het bestuur van een waterschap bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter, onverminderd hetgeen het reglement bepaalt over de benaming van die onderscheidene bestuursorganen.

  • 2.

    De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

Hoofdstuk IV. Het algemeen bestuur

 

§ 1. De samenstelling

 

Artikel 12

 

  • 1.

    Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap.

  • 2.

    In het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd:

    • a.

      de ingezetenen;

    • b.

      degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116;

    • c.

      degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116.

Artikel 13

 

  • 1.

    Het algemeen bestuur bestaat uit een bij reglement vastgesteld aantal leden van ten minste achttien en ten hoogste dertig leden.

  • 2.

    Het totaal aantal vertegenwoordigers van de in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, bedoelde categorieën, bedraagt twee per categorie.

Artikel 14

 

  • 1.

    De vertegenwoordigers van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, worden benoemd door de daartoe bij reglement aangewezen organisaties. Indien voor een categorie meer dan één organisatie wordt aangewezen wordt bij reglement bepaald op welke wijze de aangewezen organisaties tot een benoeming komen.

  • 2.

    De organisaties, bedoeld in de voorgaande leden, voorzien tijdig in een regeling omtrent de selectie en de benoeming van de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers van de desbetreffende categorie van belanghebbenden en zenden de regeling ter kennisneming aan het waterschapsbestuur. Het waterschapsbestuur maakt de regelingen bekend.

§ 2. De zittingsduur, het lidmaatschap en de plaatsvervanging

 

Artikel 15

 

  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op vertegenwoordigers van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c.

  • 2.

    In deze paragraaf wordt verstaan onder: «organisatie»: organisatie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, belast met de benoeming van een vertegenwoordiger van een van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b of c.

Artikel 16

 

  • 1.

    De vertegenwoordigers van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, worden benoemd voor vier jaren.

  • 2.

    Zij treden tegelijk af met ingang van de dinsdag in de periode van 28 maart tot en met 3 april.

  • 3.

    Degene die ter vervulling van een opengevallen plaats is benoemd tot lid, treedt af op het tijdstip waarop degenen in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

Artikel 17

 

De organisatie geeft de benoemde schriftelijk kennis van zijn benoeming. De organisatie geeft tegelijkertijd schriftelijk kennis van de benoeming aan het algemeen bestuur.

 

Artikel 18

 

  • 1.

    De benoemde deelt uiterlijk op de tiende dag na de dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in artikel 17, het algemeen bestuur schriftelijk mede dat hij de benoeming aanvaardt. Bij een benoeming die plaatsvindt na de eerste samenkomst van het nieuwe algemeen bestuur, deelt de benoemde uiterlijk op de achtentwintigste dag na de dagtekening van de kennisgeving, schriftelijk aan het algemeen bestuur mede dat hij de benoeming aanvaardt.

  • 2.

    Tegelijk met de mededeling dat hij de benoeming aanvaardt, overlegt de benoemde, een door hem ondertekend overzicht met de door hem beklede openbare betrekkingen.

  • 3.

    Tenzij de benoemde op het tijdstip van benoeming reeds lid was van het algemeen bestuur, legt hij tevens een gewaarmerkt afschrift over uit de basisregistratie personen, waaruit zijn woonplaats en datum en plaats van de geboorte blijken.

  • 4.

    Indien de benoemde geen onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie, legt hij een gewaarmerkt afschrift van gegevens uit de basisregistratie personen over, waaruit blijkt of hij voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel B 3, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Kieswet.

  • 5.

    Indien de benoemde de benoeming niet aanvaardt, doet hij daarvan binnen de in het eerste lid genoemde termijn bij brief mededeling aan de voorzitter van het algemeen bestuur. Deze geeft hiervan kennis aan de organisatie.

  • 6.

    Is binnen de desbetreffende vereiste termijn, bedoeld in het eerste lid, de mededeling niet gedaan, dan wordt hij geacht de benoeming niet te aanvaarden.

  • 7.

    Zolang nog niet tot toelating van de benoemde is besloten, kan hij bij brief aan het algemeen bestuur mededelen dat hij op de aanneming van de benoeming terugkomt. Deze mededeling geldt als niet-aanvaarding.

  • 8.

    De voorzitter van het algemeen bestuur deelt aan de organisatie mee dat de benoemde de benoeming heeft aanvaard dan wel dat hij dat niet heeft gedaan.

Artikel 19

 

  • 1.

    Het algemeen bestuur onderzoekt de kennisgeving, bedoeld in artikel 17, onmiddellijk en beslist of de benoemde als lid van dat algemeen bestuur wordt toegelaten. Daarbij gaat het na of de benoemde voldoet aan de vereisten voor het lidmaatschap, genoemd in de artikelen 31, eerste en tweede lid, en 33, eerste en tweede lid, en of de benoeming, bedoeld in artikel 14, overeenkomstig de wet en het reglement is uitgevoerd.

  • 2.

    Indien het algemeen bestuur besluit tot niet-toelating van een benoemde, geeft de voorzitter van het algemeen bestuur daarvan kennis aan de organisatie en de benoemde.

  • 3.

    Uiterlijk op de dertigste dag nadat deze kennisgeving is ontvangen, wordt door de organisatie opnieuw een vertegenwoordiger benoemd.

Artikel 20

 

  • 1.

    Indien door de toepassing van de artikelen 31, derde lid, of 33, vierde lid, onherroepelijk is vastgesteld dat een lid van het algemeen bestuur opgehouden is lid te zijn, geeft de voorzitter van het algemeen bestuur hiervan onmiddellijk kennis aan de organisatie.

  • 2.

    Een overeenkomstige kennisgeving vindt plaats, indien door het overlijden van een lid een plaats in het algemeen bestuur is opengevallen.

  • 3.

    Een tot het algemeen bestuur toegelaten lid kan te allen tijde zijn ontslag nemen. Op een ingediend ontslag kan niet worden teruggekomen. Ontslagneming met terugwerkende kracht is niet mogelijk.

  • 4.

    Het lid bericht zijn ontslagname schriftelijk aan de voorzitter van het algemeen bestuur. Deze geeft hiervan onverwijld kennis aan de organisatie.

  • 5.

    Na de kennisgeving van de voorzitter van het algemeen bestuur, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, wordt door de organisatie een daarvoor in aanmerking komende nieuwe vertegenwoordiger benoemd. De artikelen 17 tot en met 19 zijn op deze benoeming en toelating van toepassing.

  • 6.

    Leden van het algemeen bestuur die hun ontslag hebben ingezonden, behouden, ook indien zij ontslag hebben genomen met ingang van een bepaald tijdstip, hun lidmaatschap, totdat de toelating van hun opvolgers onherroepelijk is geworden.

Artikel 21

 

  • 1.

    De voorzitter van het algemeen bestuur verleent aan een lid van dat bestuur op diens verzoek tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling op de in het verzoek vermelde dag die ligt tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling, zoals die blijkt uit een door het lid overgelegde verklaring van een arts of verloskundige.

  • 2.

    De voorzitter van het algemeen bestuur verleent aan een lid van dat bestuur op diens verzoek tijdelijk ontslag, indien het lid wegens ziekte niet in staat is het lidmaatschap uit te oefenen en blijkens de verklaring van een arts aannemelijk is dat hij de uitoefening van het lidmaatschap niet binnen acht weken zal kunnen hervatten. Het tijdelijk ontslag gaat in op de dag na de bekendmaking van de beslissing op het verzoek.

  • 3.

    Het lidmaatschap van het lid aan wie tijdelijk ontslag als bedoeld in het eerste lid of tweede lid is verleend, herleeft van rechtswege met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag.

  • 4.

    Aan een lid van het algemeen bestuur wordt ten hoogste drie maal per zittingsperiode tijdelijk ontslag als bedoeld in het eerste of het tweede lid verleend.

Artikel 22

 

  • 1.

    De voorzitter van het algemeen bestuur beslist op een verzoek tot tijdelijk ontslag als bedoeld in artikel 21, eerste of tweede lid, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de veertiende dag na indiening van het verzoek.

  • 2.

    De beslissing op het verzoek tot tijdelijk ontslag geschiedt in overeenstemming met de verklaring van de arts of verloskundige, bedoeld in artikel 21, eerste of tweede lid.

  • 3.

    Een beslissing tot tijdelijk ontslag bevat de dag van ingang van het ontslag.

  • 4.

    De voorzitter van het algemeen bestuur geeft van een beslissing tot tijdelijk ontslag onmiddellijk kennis aan de organisatie.

Artikel 23

 

  • 1.

    De organisatie benoemt een vervanger voor de plaats die is opengevallen als gevolg van een tijdelijk ontslag als bedoeld in de artikelen 21 en 22. De artikelen 17 tot en met 19 zijn van toepassing op de benoeming en toelating, met dien verstande dat in afwijking van artikel 18, eerste lid, de benoeming uiterlijk op de tiende dag na de dagtekening van de kennisgeving van benoeming wordt aanvaard.

  • 2.

    Degene die als vervanger is benoemd, houdt op lid te zijn met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag, onverminderd de mogelijkheid dat het vervangende lidmaatschap ingevolge deze wet op een eerder tijdstip eindigt.

  • 3.

    Indien de vervanger van het lid van het algemeen bestuur aan wie tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, voortijdig ontslag neemt, dan wel wordt benoemd tot lid van het algemeen bestuur voor een plaats die is opengevallen anders dan als gevolg van een tijdelijk ontslag, benoemt de voorzitter van de organisatie een nieuwe tijdelijke vervanger voor de resterende periode van het tijdelijk ontslag.

  • 4.

    Artikel 20, zesde lid, is niet van toepassing op een vervanger.

Artikel 24

 

  • 1.

    De voorzitter van het algemeen bestuur doet een afschrift van een benoemingsbesluit toekomen aan het algemeen bestuur en geeft van de benoeming kennis in het waterschapsblad.

  • 2.

    Het lidmaatschap van de benoemde vangt aan zodra het besluit omtrent zijn toelating aan hem bekend is gemaakt.

§ 5. De inrichting

 

Artikel 31

 

  • 1.

    Voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur is vereist dat men ingezetene is de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en niet krachtens artikel B 5, eerste lid, van de Kieswet van het kiesrecht is uitgesloten. Het vereiste van ingezetenschap geldt niet voor de vertegenwoordigers van de categorie belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel c

  • 2.

    Een lid van het algemeen bestuur is niet tevens:

    • a.

      minister;

    • b.

      staatssecretaris;

    • c.

      lid van de Raad van State;

    • d.

      lid van de Algemene Rekenkamer;

    • e.

      Nationale ombudsman;

    • f.

      substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

    • g.

      commissaris van de Koning;

    • h.

      lid van provinciale staten;

    • i.

      gedeputeerde;

    • j.

      secretaris van de provincie;

    • k.

      griffier van de provincie;

    • l.

      burgemeester;

    • m.

      wethouder;

    • n.

      ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 51b, eerste lid;

    • o.

      ambtenaar, door of vanwege het waterschapsbestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt;

    • p.

      ambtenaar, door of vanwege de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op het waterschap;

    • q.

      lid van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur van een ander waterschap.

  • 3.

    Zodra een lid dat vertegenwoordiger is van een van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, niet blijkt te voldoen aan een van de in het eerste lid bedoelde vereisten of een in het tweede lid bedoelde betrekking blijkt te vervullen, houdt deze op lid te zijn. In dat geval is artikel X 4a van de Kieswet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 31a

 

Leden van het dagelijks bestuur die na de stemming, bedoeld in artikel J 6a van de Kieswet, niet zijn toegelaten tot lid van het algemeen bestuur zijn geen lid van dat algemeen bestuur.

 

Artikel 31b

 

Ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats is niet benoembaar tot lid van het algemeen bestuur hij die na de laatstgehouden periodieke verkiezing van de leden in het algemeen bestuur, behorende bij de categorie van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, wegens handelen in strijd met artikel 33 van het lidmaatschap van het algemeen bestuur is vervallen verklaard.

 

Artikel 32

 

  • 1.

    De leden van het algemeen bestuur maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van het algemeen bestuur zij vervullen.

  • 2.

    Openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot lid van het algemeen bestuur of aanvaarding van een andere functie als bedoeld in het eerste lid en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging van een opgave van de andere functies op de secretarie van het waterschap.

Artikel 32a

 

  • 1.

    De leden van het algemeen bestuur die geen lid zijn van het dagelijks bestuur ontvangen een bij verordening van het algemeen bestuur vast te stellen vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten.

  • 2.

    Het algemeen bestuur kan bij verordening regels stellen over de tegemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en over andere voorzieningen die verband houden met de vervulling van het lidmaatschap van het algemeen bestuur.

  • 3.

    Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend, ontvangen de leden van het algemeen bestuur als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van het waterschap. Voordelen ten laste van het waterschap, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, genieten zij slechts voor zover dat is bepaald bij of krachtens de wet dan wel bij verordening van het algemeen bestuur. De verordening behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten.

  • 4.

    De verordeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden vastgesteld overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties doet de voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur.

Artikel 33

 

  • 1.

    Een lid van het algemeen bestuur mag niet:

    • a.

      als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van het waterschap of het waterschapsbestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van het waterschap of het waterschapsbestuur;

    • b.

      als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van het waterschap of het waterschapsbestuur;

    • c.

      als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met het waterschap aangaan van:

      • 1°.

        overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;

      • 2°.

        overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan het waterschap;

    • d.

      rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

      • 1°.

        het aannemen van werk ten behoeve van het waterschap;

      • 2°.

        het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het waterschap;

      • 3°.

        het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan het waterschap;

      • 4°.

        het verhuren van roerende zaken aan het waterschap;

      • 5°.

        het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het waterschap;

      • 6°.

        het van het waterschap onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

      • 7°.

        het onderhands huren of pachten van het waterschap.

  • 2.

    Van het eerste lid, aanhef en onderdeel d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.

  • 3.

    Het algemeen bestuur stelt voor zijn leden, voor de leden van het dagelijks bestuur en voor de voorzitter een gedragscode vast.

  • 4.

    Ten aanzien van een lid dat vertegenwoordiger is van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, dat handelt in strijd met het bepaalde in het eerste lid, zijn de artikelen X 7a, eerste tot en met vijfde lid, en X 9 van de Kieswet, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 34

 

  • 1.

    Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de leden van het algemeen bestuur in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

     

    "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van het algemeen bestuur te worden gekozen of benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, aan iemand enige gift of gunst heb gedaan of beloofd.

    Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk van iemand enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

    Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van het algemeen bestuur naar eer en geweten zal vervullen.

    Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat verklaar en beloof ik)".

     

  • 2.

    Wanneer de eed (verklaring en belofte), bedoeld in het eerste lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:

     

    «Ik swar (ferklearje) dat ik, om ta lid fan it algemien bestjoer beneamd te wurden, streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of wat ferlechje ek, hokker jefte of geunst dan ek jûn of ûnthjitten haw.

    Ik swar (ferklearje en ûnthjit) dat ik, om eat yn dit amt te dwaan of te litten, streekrjocht noch midlik hokker geskink of hokker ûnthjit dan ek oannommen haw of oannimme sil.

    Ik swar (ûnthjit) dat ik trou wêze sil oan 'e Grûnwet, dat ik de wetten neikomme sil en dat ik myn plichten as lid fan it algemien bestjoer yn alle oprjochtens ferfolje sil.

    Sa wier helpe my God Almachtich!»

    («Dat ferklearje en ûnthjit ik!»).

Bijlage 2. Profielschets voor waterschapsbestuurder Natuurterreinen

 

De VBNE

De Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE) is een privaatrechtelijke vereniging, van en voor bos- en natuurterreineigenaren. De VBNE ondersteunt het professioneel bos -en natuurbeheer van de leden in brede zin. Onze leden zijn: Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de Federatie Particulier Grondbezit, LandschappenNL, het Natuurnetwerk Gemeenten en het Rijksvastgoedbedrijf. Samen vertegenwoordigen zij bijna alle bos- en natuurgebieden in Nederland.

 

Voor de categorie Natuurterreinen is de VBNE door de provincies aangewezen als benoemende organisatie van waterschapsbestuursleden.

 

De waterschapsbestuurder ‘Natuurterreinen’

De waterschapsbestuurder voor natuurterreinen zit namens de natuurterreineigenaren in het algemeen bestuur van het waterschap (per waterschap zijn er twee zogenaamde ‘geborgden natuur’). Dit betekent dat je de belangen behartigt van eigenaren zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de Federatie Particulier Grondbezit en de Landschappen. Daarom onderhoud je nauw contact met hen. Je bent in het waterschapsbestuur het gezicht van de natuurterreineigenaren. Naast de vertegenwoordigers voor natuurterreineigenaren zitten in het waterschap ook vertegenwoordigers van bewoners en bedrijven -die worden gekozen bij de verkiezingen- en agrariërs.

 

Selectiecriteria

De functie van lid van het algemeen bestuur van een waterschap is een veeleisende functie. De VBNE stelt daarom eisen aan kandidaten voor het bestuur van de waterschappen. Naast de wettelijke eisen zoals verwoord in art. 31 en 33 van de Waterschapswet, is ook de mate van tijdsinspanning, ervaring en specialistische kennis van groot belang. De (belangrijkste) criteria zijn:

 

De bestuurder

  • kennis hebt van, of affiniteit met natuurbeheer en waterschapszaken in het werkgebied van het waterschap;

  • plezier hebt in het agenderen en proactief uitdragen van de belangen van natuurterreinen;

  • kennis hebt van en ervaring met bestuurlijke en ambtelijke besluitvormingsprocessen;

  • effectief kunt functioneren in een complexe bestuurlijke en politieke omgeving;

  • beschikt over aantoonbare competenties zoals sterke communicatieve vaardigheden, bestuurlijke sensitiviteit, netwerkvaardigheden, overzicht en omgevingsbewustzijn;

  • bij voorkeur inzicht hebt in complexe begrotingen en jaarrekeningen (dit is een pré, geen vereiste);

  • bij voorkeur werkzaam bent bij een van de leden van de VBNE of lid bent van een provinciale afdeling van de FPG.

Naar boven