Waterschapsblad van Waterschap Hollandse Delta
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Waterschap Hollandse Delta | Waterschapsblad 2026, 50 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Waterschap Hollandse Delta | Waterschapsblad 2026, 50 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Het dagelijks bestuur van Waterschap Hollandse Delta
gelezen de tekstinhoud van ”Besluit houdende wijziging Waterschapsverordening Hollandse Delta” d.d. 25 november 2025
Overwegende dat:
vanwege de uitlegbaarheid en toepasbaarheid de Waterschapsverordening op een aantal punten aangescherpt moet worden;
het beheer van dijkgraslanden niet expliciet is opgenomen in de Waterschapsverordening;
Besluit;
"Besluit houdende wijziging Waterschapsverordening Hollandse Delta" opgenomen in Bijlage A wordt vastgesteld.
Van de terinzagelegging, de termijn voor terinzagelegging en de mogelijkheid om te reageren wordt kennis gegeven in het Waterschapsblad.
Aldus vastgesteld door Waterschap Hollandse Delta, 25 november 2025
secretaris- directeur V. Bergsma
dijkgraaf J.F. Bonjer
A
Artikel 1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De geometrische begrenzingen van het beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk en de onderdelen daarvan zijn opgenomen in de volgende geometrische informatieobjecten in bijlageIII bij deze waterschapsverordening:
beperkingengebied primaire waterkering;
beperkingengebied waterkering;
beperkingengebied waterkering met uitzondering van de dijktaluds;
beschermingszone binnendijks van een waterkering;
beschermingszone buitendijks van een waterkering;
duin- of strandgebied;
beperkingengebied waterstaatswerk;
beschermingszone en buitenbeschermingszone van een waterstaatswerk;
beschermingszone van een waterkering;
beschermingszone van een waterstaatswerk;
buitenbeschermingszone van een waterstaatswerk;
kernzone van een waterkering; en
primaire waterkering.
beperkingengebied vloedschotten
beperkingengebied bergingsgebieden
beperkingengebied droogte.
B
Artikel 1.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De geometrische begrenzing van oppervlaktewaterlichamen en demeerdere onderdelen daarvan zijn opgenomen in de volgende geometrische informatieobjecten in bijlage III bij deze verordening:
beperkingenbied oppervlaktewaterlichaam binnen een duin- of strandgebied;
beperkingenbied oppervlaktewaterlichaam binnen het beperkingengebied waterkering;
beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam;
beperkingengebied primaire watergang;
beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam
vervallen;
beschermingszone van een waterkering binnen een beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam;
dijksloot;
oppervlaktewaterlichaam;
oppervlaktewaterlichaam binnen het beperkingengebied waterkering;
oppervlaktewaterlichaam dat in beheer is bij het waterschap;
oppervlaktewaterlichaam dat niet in beheer is bij het waterschap;
oppervlaktewaterlichaam met specifieke doeleinden;
oppervlaktewaterlichaam met specifieke natuurdoeleinden;
primaire watergang;
secundaire watergang;
spoorsloot; en
vaarweg.
De geometrische begrenzing van de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam is gesitueerd binnen de begrenzing zoals opgenomen in het geometrisch informatieobject beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam in bijlage III bij deze verordening, en gedefinieerd als tweezijdig aanwezig met de volgende afstanden in meters gemeten vanaf de insteek van de watergang, afhankelijk van ligging op welk eiland en langs welk type watergang zoals opgenomen in tabel 1.1 van lid 3.
Indien de breedte van de beschermingszone gedefinieerd volgens de tabel in lid 2a ruimer groter is dan de in het geometrisch informatieobject opgenomen kartering, geldt de ligging van de beschermingszone zoals gedefinieerd op basis van de afmetingen in tabel 1.1 van lid 3, gemeten vanaf de insteek van de watergang.
|
Eiland Type watergang |
Voorne-Putten en Rozenburg |
Goeree-Overflakkee |
Hoekse Waard en Eiland van Dordrecht |
IJsselmonde en Pernis |
|
Boezemwater |
5 meter |
5 meter |
5 meter |
3 meter |
|
Hoofdwatergang |
5 meter |
5 meter |
5 meter |
3,5 meter |
|
Inlaat- en uitwateringsgeul |
5 meter |
5 meter |
5 meter |
5 meter |
|
Dijksloot |
5 meter |
4 meter |
4 meter |
1 meter |
|
Wegsloot |
5 meter |
4 meter |
4 meter |
1 meter |
|
Spoorsloot |
n.v.t. |
n.v.t. |
1 meter |
1 meter |
|
Overig water |
2 meter |
3 meter |
1 meter |
1 meter |
C
Afdeling 1.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het watersysteem, enig waterstaatswerk of weg is verplicht:
alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en
als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Die verplichting houdt in ieder geval in dat aangelegde en bestaande werken en constructies in een goede staat van onderhoud worden gehouden.
De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.8, is altijd van toepassing op handelingen binnen het beheergebied van het waterschap en houdt in ieder geval in dat:
de omgeving na afloop van de activiteit altijd in nette staat wordt achtergelaten;
de grondwateronttrekking tot een minimum wordt beperkt, waarmee de effecten van de grondwateronttrekking op de omgeving en daarmee het risico op schade zoveel mogelijk wordt beperkt;
bij kwetsbare bebouwing extra maatregelen worden genomen om schade te voorkomen;
bij grondwatergevoelige natuur extra maatregelen worden genomen om schade te voorkomen;
de kerende hoogte, de stabiliteit en het waterkerend vermogen van de waterkering, zowel tijdens de uitvoering als na gereedkomen van de activiteit, niet worden aangetast;
de opslag van materiaal, materieel of grond niet leidt tot nazakkingen, zettingen of tot beschadiging van de erosiebestendige bekleding van de waterkering;
eventuele nazakkingen of zettingen van de waterkering, die als gevolg van de activiteit zijn ontstaan, direct worden hersteld;
een eventuele beschadiging van de erosiebestendige bekleding van de waterkering, die als gevolg van de activiteit is ontstaan, direct worden hersteld;
de afvoer van kwelwater en regenwater, zowel tijdens als na de uitvoering van de activiteit, niet wordt belemmerd;
als er een weg op de waterkering ligt, wordt voorkomen dat door de activiteit het verkeer zodanig gehinderd wordt dat de bermen en taluds van de waterkering beschadigd raken;
voor de aan- en afvoer van materiaal en materieel gebruik wordt gemaakt van bestaande verhardingen van, naar en op de waterkering;
voor ontwatering uitsluitend een open bemaling wordt toegepast; en
de effecten van de retourbemaling op de omgeving en daarmee het risico op schade zoveel mogelijk wordt beperkt.
In aanvulling op of in afwijking van de zorgplicht in artikel 1.8 en de algemene regels in hoofdstuk 2 , 3, 4 en 5van deze verordening, kunnen in een specifieke situatie met het oog op de doelen uit artikel 1.3 van de wet en in overeenstemming met de beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen, maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften worden gesteld.
D
Artikel 1.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een melding of de verstrekking van gegevens wordt ondertekend en bevat ten minste:
Op verzoek van het waterschap worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te beoordelen of de algemene regels en de maatwerkvoorschriften voor de activiteit toereikend zijn.
Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.
E
Het opschrift van artikel 1.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
F
Het opschrift van artikel 1.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
G
Het opschrift van artikel 1.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
H
Het opschrift van artikel 1.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
I
Het opschrift van artikel 1.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
J
Het opschrift van artikel 1.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
K
Het opschrift van artikel 1.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
L
Artikel 2.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
M
Artikel 2.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De onderkant van de steiger of vlonder wordt minimaal 0,30 m boven het hoogste gehanteerdevastgestelde peil aangelegd.
De diepte van de steiger of vlonder beslaat niet meer dan 1/10 van de breedte van het oppervlaktewaterlichaam, met een maximum van 1,50 m (gemeten haaks op de insteek).
De lengte van de steiger of vlonder is niet meer dan 6,00 m (gemeten parallel op de insteek).
N
Artikel 2.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
O
Artikel 2.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De aanleg van de steiger of vlonder wijzigt de afmetingen van het oppervlaktewaterlichaam niet.
De aanleg of het behouden van de steiger of vlonder belemmert de watertoevoer niet op een ontoelaatbare manier.
Onder de steiger wordt taludbescherming, niet bestaande uit uitloogbare materialen, aangebracht.
P
Artikel 2.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Q
Artikel 2.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
R
Artikel 2.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
S
Artikel 2.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De brughoofden tasten de stabiliteit van de oevers niet aan.
De brug wordt zodanig gefundeerd dat wordt voorkomen dat deze meer zakt dan de natuurlijke maaivelddaling.
Het oppervlaktewaterlichaam wordt niet afgedamd eerder dan na overleg en met akkoord van de toezichthouder van het waterschap.
De taluds worden op doelmatige wijze beschermd tegen uitspoeling en inzakking en principetekening 2 wordt als uitgangspunt voor de uitvoering gehanteerd.
Het oppervlaktewaterlichaam wordt zoals het naastgelegen bestaande natte en droge profiel hersteld dit ter goedkeuring door het waterschap.
T
Artikel 2.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met een maatwerkvoorschrift kan artikel 2.13 en/of 2.17 worden verruimd.
U
Artikel 2.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een grondkerende constructie te plaatsen of te behouden:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een beschoeiing te plaatsen of te behouden, als het talud van het oppervlaktewaterlichaam flauwer is dan 1:2.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een beschoeiing te plaatsen of te behouden, als deze een grondkerende hoogte heeft groter dan 0,30 meter.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een damwand te plaatsen of te behouden, als deze hoger is dan de halve breedte van het oppervlaktewaterlichaam, gemeten op het hoogst vigerend peil.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een damwand te plaatsen of te behouden op een taludhelling flauwer dan 1:3, als deze wordt aangebracht op een locatie ten minste 0,20 meter boven hoogst vigerend peil.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een damwand te plaatsen of te behouden op een taludhelling steiler dan 1:3, als deze wordt aangebracht op een locatie op of boven hoogst vigerend peil.
V
Artikel 2.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het natte profiel op hoogst vigerend peil van het oppervlaktewaterlichaam wordt niet verkleind.
De grondkerende constructie wordt gronddicht afgewerkt, zodat geen grond of aangevuld materiaal vanachter of van onder de grondkerende constructie in het oppervlaktewaterlichaam kan komen.
De grondkerende constructie wordt geheel aangesloten op een reeds aanwezig grondkerende constructie.
De grondkerende constructie wordt zodanig geconstrueerd dat geen ontoelaatbare vervorming kan plaatsvinden.
Er wordt zorg voor gedragen dat tijdens de uitvoering van de activiteiten de watertoevoer niet ontoelaatbaar wordt belemmerd.
Voor de uitvoering wordt principetekening 3 of 4 gehanteerd.
De grondkerende constructie steekt niet boven het nieuwe maaiveld uit.
W
Artikel 2.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
X
Artikel 2.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden een natuurvriendelijke oever aan te leggen zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
een zijaanzicht en/of dwarsprofiel met maatvoering;
een onderhoudsplan/-voorstel voor behoud van de oever(s).
Y
Artikel 2.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor de uitvoering wordt principetekening 'Natuurvriendelijke oevers' als uitgangspunt gehanteerd.
Taluds worden op doelmatige wijze beschermd tegen uitspoeling en inzakking.
Beschadigingen of verzwakkingen van de beschoeiing, het talud of maaiveld, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de waterdoorvoer, worden voorkomen.
De plas-drasoever, die wordt aangelegd met een nevengeul, wordt om de 25,00 meter van een opening van minimaal 1,00 meter breed voorzien.
Als een plas-drasoever wordt aangelegd, wordt de volgende maatgeving gehanteerd:
Bij afwezigheid van een plas-drasoever wordt het gehele talud aangelegd met een helling van minimaal 1:3.
Aanplant van vegetatie bestaat uit inheemse soorten.
Aanplant van vegetatie bestaat uit inheemse soorten.
In het onderhoudsplan staan de maatregelen over beheer en onderhoud van de oevers.
Het uitvoeren van onderhoud aan de oever(s) alsmede de ontvangstplicht van bagger ligt bij initiatiefnemer.
Z
Het opschrift van afdeling 2.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AA
Artikel 2.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BB
Artikel 2.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam, als meer dan 300 m3 per uur wordt onttrokken.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een onttrekkingsvoorziening te plaatsen of te behouden in een oppervlaktewaterlichaam, als deze voorziening in een beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam binnen een duin- of strandgebied wordt geplaatst .
Het is verboden zonder omgevingsvergunning meer dan 450 m³ per uur water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een permanente onttrekkings- of uitstroomvoorziening aan te brengen en te behouden
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een peil gestuurde drainage aan te leggen of te realiseren.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te onttrekken uit het beperkingengebied droogte.
CC
Artikel 2.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het onttrekken van of lozen in oppervlaktewater aan een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan de artikelen 2.35 tot en met 2.37.
Bij het aanleggen of behouden van een tijdelijke onttrekkingsvoorziening of lozingsvoorziening in een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan de artikelen 2.37 en 2.38.
Bij het aanleggen of behouden van een permanent onttrekkingsvoorziening of lozingsvoorziening in een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan de artikelen 2.35, 2.36, 2.37 en 2.39.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 2.33.
DD
Artikel 2.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden oppervlaktewater vanaf 20 m3 per uur te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam zonder dit tenminste 24 uurtwee werkdagen en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Het is verboden oppervlaktewater vanaf 60 m3 per uur te lozen zonder dit tenminste 24 uurtwee werkdagen en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Het is verboden een permanente onttrekkingsvoorziening of lozingsvoorziening te plaatsen in een oppervlaktewaterlichaam zonder dit tenminste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
het adres of de locatie van de activiteit;
de omschrijving van de activiteiten en de wijze van uitvoering; en
een zijaanzicht, dwarsprofiel of ontwerptekening van de voorziening inclusief maatvoering, en
een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk zijn aangegeven:
EE
Artikel 2.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Er wordt zorg voor gedragen dat de activiteiten de watertoevoer niet ontoelaatbaar belemmeren.
Taluds en bodem worden op doelmatige wijze beschermd tegen uitspoeling en inzakking.
De onttrekking of de lozing wordt direct beëindigd, als sprake is van een calamiteit als genoemd in artikel 1.151.16.
FF
Het opschrift van artikel 2.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GG
Het opschrift van artikel 2.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HH
Artikel 2.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
het doel waarvoor het te onttrekken oppervlaktewater wordt gebruikt of het doel van de lozing;
de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van ieder onttrekkingspunt of lozingspunt;
de capaciteit van de pomp in kubieke meter water per uur per onttrekkingspuntonttrekkings-, lozingspunt;
de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste wordt onttrokken of geloosd;
de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en
een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking of lozing en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de gevolgen te voorkomen of te beperken.
II
Artikel 2.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJ
Artikel 2.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel of leiding in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam te leggen, wijzigen of behouden, als deze:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel of leiding in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam te leggen, wijzigen of behouden, als deze:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel of leiding in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam te leggen, wijzigen of behouden, als deze:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel, leiding of vrijvervalriolering in het beperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden, als deze:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel, leiding of een vrijvervalriolering in het beperkingengebied primaire waterkering te leggen, wijzigen of behouden, als deze in de periode tussen 1 oktober en 1 april wordt gelegd.
KK
Artikel 2.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel in het beperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden parallel aan de waterkering, als de kabel in een mantelbuis wordt gelegd waarbij de mantelbuis:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel in het beperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden parallel aan de waterkering, als de kabel niet in een mantelbuis wordt gelegd, en:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel in het beperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden kruisend met de waterkering, als:
Het eerste tot en met derde lid gelden niet, als de kabel:
LL
Na artikel 2.50 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel in het beperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden parallel aan de waterkering, als de kabel in een mantelbuis wordt gelegd waarbij de mantelbuis:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel in het beperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden parallel aan de waterkering, als de kabel niet in een mantelbuis wordt gelegd, en:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel in hetbeperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden kruisend met de waterkering, als:
Het eerste tot en met derde lid gelden niet, als de kabel:
MM
Artikel 2.51 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een drukleiding in het beperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden parallel aan de waterkering, als de drukleiding in een mantelbuis wordt gelegd waarbij de mantelbuis:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een drukleiding in het beperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden parallel aan de waterkering, als de drukleiding niet in een mantelbuis wordt gelegd, en:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een drukleiding in het beperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden kruisend met de waterkering, als:
Het eerste tot en met derde lid gelden niet, als de drukleiding:
NN
Na artikel 2.51 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een drukleiding in het beperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden parallel aan de waterkering, als de drukleiding in een mantelbuis wordt gelegd waarbij de mantelbuis:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een drukleiding in het beperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden parallel aan de waterkering, als de drukleiding niet in een mantelbuis wordt gelegd, en:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een drukleiding in het beperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden kruisend met de waterkering, als:
Het eerste tot en met derde lid gelden niet, als de drukleiding:
OO
Artikel 2.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een vrijvervalriolering in het beperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden kruisend of parallel aan de waterkering, als deze:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een vrijvervalriolering in het beperkingengebied waterkering te leggen, wijzigen of behouden kruisend of parallel met de waterkering, als:
Het eerste en tweede lid gelden niet, als de vrijvervalriolering een binnendiameter heeft van maximaal 315 mm.
vervallen
PP
Artikel 2.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het leggen, wijzigen of behouden van een kabel, leiding, vrijvervalriolering of drukleiding in het beperkingengebied waterkering wordt voldaan aan de artikelen 2.48, 2.542.56, 2.552.57, 2.562.58 en 2.582.60.
Bij het leggen, wijzigen of behouden van een kabel of leiding in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan de artikelen 2.48, en 2.542.56 tot en met 2.572.59.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in de artikelen 2.49 tot en met 2.522.54.
Artikel 2.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden een kabel of leiding te leggen of te wijzigen zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
RR
Het opschrift van artikel 2.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SS
Artikel 2.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De leiding wordt ontworpen, aangelegd en beheerd conform de geldende NEN-normen.
De kabel of leidingwerkzaamheden worden uitgevoerd zonder onderbreking waarbij alle aanwijzingen door of namens het waterschap onmiddellijk worden opgevolgd.
Er wordt ervoor gezorgd dat na de voltooiing van de uitvoering van de werkzaamheden alle achtergebleven materialen, bagger, losse grond, gereedschappen, werktuigen en tijdelijke voorzieningen zijn verwijderd.
Een nieuwe kabel of leiding die wordt gelegd op een bestaand tracé, wordt zoveel mogelijk gelegd in de sleuf van de oude of bestaande kabel of leiding. Hierbij zijn materiaalovergangen tussen oude en nieuwe kabel- of leidingdelen niet toegestaan.
Ter bepaling van de exacte ligging van bestaande kabels of leidingen mag een proefsleuf gegraven worden met maximale afmetingen van 0,50 meter breed, 2,00 meter lang en 1,20 meter diep.
Er wordt laagsgewijs ontgraven waarbij verschillende grondsoorten gescheiden worden.
Alle ontgravingen met uitkomende grond worden gedicht, zo nodig aangevuld met gelijkwaardige grond, die in lagen van maximaal 0,20 meter mechanisch vast moet worden aangedrukt. Voor de grond ter plaatse wordt zoveel mogelijk dezelfde samenstelling, opbouw en draagkracht verkregen als voor aanvang van het graafwerk het geval was.
De oorspronkelijke maaiveldbekleding wordt aangebracht op de gedichte sleuf.
Wanneer op 1 oktober op de waterkering en haar bijbehorende beschermingszones geen grasmat aanwezig is, of de grasmat zich naar het oordeel van het waterschap in slechte staat bevindt, worden op aanzegging van het waterschap, alle maatregelen getroffen om een adequate erosiebestendige waterkering te garanderen.
Bestaande kabels en leidingen die buiten gebruik worden of zijn gesteld, worden volledig verwijderd en gevoerd uit het waterstaatswerk conform afdeling 2.16 'Verwijderen objecten', voor zover de diepteligging van het niet groter is dan 1,20 meter onder maaiveld of de vaste bodem.
TT
Artikel 2.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Er wordt een zo groot mogelijk afstand gehouden tussen de insteek van het oppervlaktewaterlichaam en de ontgraving. Deze afstand is minimaal 0,5 m.
Het oppervlaktewaterlichaam wordt afgewerkt conform oorspronkelijk talud en deze wordt beschermd op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking.
Er wordt zorg voor gedragen dat de activiteiten de watertoevoer van het oppervlaktewaterlichaam niet ontoelaatbaar belemmeren.
De werkzaamheden in de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam worden zodanig uitgevoerd dat de stabiliteit van taluds niet nadelig worden beïnvloed.
De duikerbuizen worden niet beschadigd als de kabel of leiding via een dam met duiker een oppervlaktewaterlichaam kruist.
UU
Artikel 2.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het geval van een primaire waterkering, wordt niet tussen 1 oktober en 1 april daaropvolgend een leiding of kabel aangelegd.
In het geval van een regionale waterkering, wordt niet tussen 1 oktober en 1 april daaropvolgend een leiding of kabel aangelegd zonder de volgende verzwaarde eisen:
Het tracé van de leiding of kabel heeft een maximale lengte van 200300 meter.
Drukleidingen worden minimaal uitgevoerd in PE100 SDR11 of gelijkwaardig.
Een sleuf wordt niet dieper en breder gegraven dan strikt noodzakelijk is, met een maximum van 1,00 meter diep en 0,50 meter breed.
Een mantelbuis wordt aangebracht die voldoet aan de volgende voorwaarden:
de lengte van de mantelbuis bedraagtsteekt niet langermeer uit dan 0,5m haaks van de uitweg aan beide zijden;
de mantelbuis heeft geen grotere diameter dan voor het doel noodzakelijk tot een maximale buitendiameter van 125 mm;
onder bestaande verhardingen kan de mantelbuis in de gebruiksfase optredende uitwendige belastingen opvangen zonder dat er vervormingen aan de mantelbuis optreden;
de mantelbuis voldoet aan HDPE STR 11 of gelijkwaardig. Andere materialen (bijvoorbeeld PVC, GVK) zijn niet toegestaan;
via een persing mogen alleen stalen mantelbuizen worden aangebracht; en
een mantelbuis wordt waterdicht afgedicht met een corrosiewerende viscoelastische dichtingsmassa of een CSD plug.
Het aantal lassen in de leiding of kabel wordt tot het absolute minimum beperkt. Materiaalovergangen zijn hierbij niet toegestaan.
Drukleidingen worden gekoppeld door middel van spiegellassen of elektrolasmoffen. Materiaalovergangen zijn hierbij niet toegestaan.
Een drukleiding wordt voorzien van afsluiters conform de geldende NEN-normen als de leiding een waterkering kruist. Deze afsluiters moeten te allen tijde goed en veilig bereikbaar en bedienbaar zijn.
Er mogen geen holle ruimtes ontstaan ten gevolge van de ondergrondse werken.
De activiteiten mogen tijdens het stormseizoen maximaal één week duren.
VV
Afdeling 2.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen, verlengen, vervangen en behouden van dammen met duikerseen duiker in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dam met duiker aan te leggen, te verlengen, te vervangen en te behouden, als dit plaatsvindt in een secundaire watergangbeperkingengebied oppervlaktewaterlichaam met een breedte op de waterlijn groter dan 2,50 meter.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dam met duiker aan te leggen, te verlengen, te vervangen en te behouden, als deze activiteiten in duin- of strandgebied worden uitgevoerd.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dam met duiker aan te leggen, te verlengen, te vervangen en te behouden, als deze activiteiten in een oppervlaktewaterlichaam worden uitgevoerd op een kleinere afstand dan 10 meter van een bestaand ondersteunend kunstwerk.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dam met duiker aan te leggen, te verlengen, te vervangen en te behouden in landelijk gebied, als de duiker niet een minimale inwendige diameter heeft van 0,50 meter.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dam met duiker aan te leggen, te verlengen, te vervangen en te behouden in stedelijk gebied, als de duiker niet een minimale inwendige diameter heeft van 0,60 meter.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dam met duiker aan te leggen, te verlengen, te vervangen en te behouden, als deze knikpunten of bochten heeft.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dam met duiker aan te leggen, te verlengen, te vervangen en te behouden, als deze niet bedoeld is als onderdeel van de eerste perceelontsluiting.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dam met duiker aan te leggen, te verlengen, te vervangen en te behouden, als de duiker niet wordt uitgevoerd als betonbuis of een gelijkwaardig materiaal, bijvoorbeeld geenniet zijnde staal, spirosol of pvc.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dam met duiker aan te leggen, te verlengen, te vervangen en te behouden, als de duiker niet voldoet aan de volgende maatvoering:
de maximale totale duikerlengte bij particulier gebruik is 10,00 meter;
de maximale totale duikerlengte bij bedrijfsmatig gebruik is 12,00 meter;
de hoeveelheid lucht in de duiker ten opzichte van hoogst vigerend peil in een droge sloot is 2/3;
hoeveelheid lucht in de duiker ten opzichte van hoogst vigerend peil in een watervoerende sloot is 1/3; of
de minimale binnendiameter in landelijk gebied is 0,50 m en in stedelijk gebied 0,60 m, of
de duiker steekt buiten de dam maximaalminimaal 0,10 meter en maximaal 0,30 meter uit.
de maatvoering voldoet aan tabel 2.1.
|
maximale totale duikerlengte |
particulier gebruik |
10,00 meter |
|
maximale totale duikerlengte |
bedrijfsmatig gebruik |
12,00 meter |
|
minimale inwendige diameter |
landelijk gebied |
0,50 meter |
|
minimale inwendige diameter |
stedelijk gebied |
0,60 meter |
|
hoeveelheid lucht in de duiker t.o.v. hoogst vigerend peil |
droge sloot |
2/3 |
|
hoeveelheid lucht in de duiker t.o.v. hoogst vigerend peil |
watervoerende sloot |
1/3 |
Het is verboden een dam met duiker aan te leggen, te verlengen of te vervangen zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
Een zijaanzicht, dwarsprofiel of ontwerptekening van de voorziening inclusief maatvoering.
Ten minste twee werkdagen voor het aanleggen, verlengen of vervangen van een dam met duiker worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over:
Het oppervlaktewaterlichaam wordt, als dat nodig is, niet eerder afgedamd dan na overleg met de toezichthouder van het waterschap.
Slib op locatie van de aan te leggen dam met duiker wordt verwijderd.
De duiker wordt in het midden van het oppervlaktewaterlichaam aangelegd.
Verbindingen tussen duikerelementen worden van een waterdichte afdichting voorzien.
Het talud van de dam met duiker wordt op doelmatige wijze tegen uitspoeling beschermd.
De duiker wordt dusdanig gefundeerd dat verzakken van deze duiker, met meer dan natuurlijke maaivelddaling, wordt voorkomen.
Bij vervanging van een duiker wordt de oude duiker volledig verwijderd.
Een bestaande duiker wordt met hetzelfde materiaal of gelijkwaardig aan de bestaande duikerbuis verlengd.
Als uiteinden van de duiker worden voorzien van frontmuren worden deze op een fundering geplaatst.
De frontmuren van de duiker worden onderling verankerd.
Voor de uitvoering van een dam met duiker wordt principetekening 5 gehanteerd.
Als de dam met duiker fungeert als eerste perceelontsluiting , met een maximum van 20 m2naar een weg in beheer bij het waterschap, wordt aan afdeling 5.3 voldaan.
WW
Het opschrift van artikel 2.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XX
Artikel 2.66 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een oppervlaktewaterlichaam te graven, te verbreden of te behouden, als dit plaatsvindt in een beperkingengebied waterkering.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een oppervlaktewaterlichaam te graven, verbreden of te behouden, tenzij dit plaatsvindt in een secundaire watergang binnen het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een oppervlaktewaterlichaam te graven of te behouden, als door het graven:
YY
Artikel 2.67 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZ
Artikel 2.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden een oppervlaktewaterlichaam te graven of verbreden zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat
AAA
Het opschrift van artikel 2.69 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBB
Artikel 2.70 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Taluds van het nieuw te graven of verbreden oppervlaktewaterlichaam en het bestaand oppervlaktewaterlichaam worden vloeiend op elkaar aangesloten.
Bij een nieuw te graven oppervlaktewaterlichaam worden taluds natuurvriendelijk aangebracht met een helling niet steiler dan 2:3 en wordt het profiel van de robuuste watergang, bijlage [nr], gehanteerd.
Bij verbreding van een oppervlaktewaterlichaam wordt minimaal de bestaande taludhelling of flauwer gehandhaafd.
Taluds worden op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking beschermd. Bij voorkeur door natuurlijke middelen.
Als het nieuw te graven oppervlaktewaterlichaam wordt aangesloten op een oppervlaktewaterlichaam in onderhoud bij het waterschap wordt in de beschermingszone van een aangrenzend oppervlaktewaterlichaam een dam met duiker geplaatst met een bovenbreedte van minimaal 5,00 m en wordt voldaan aan de afdeling 2.9 ‘Dammen met duiker’.
Bij verbreding van een oppervlaktewaterlichaam wordt het bestaande oppervlaktewaterlichaam met ten minste 0,20 m op de waterlijnwaterbodem verbreed.
Bij een nieuw te graven oppervlaktewaterlichaam wordt de maatvoering van tabel 2.122.7 'Maatvoering bij nieuw oppervlaktewaterlichaam' aangehouden:
Het nieuw te graven oppervlaktewaterlichaam voldoet bij oplevering aan de maatvoering genoemd in lid 7 tabel 2.122.7 en wordt door vergunninghouder op deze maatvoering beheerd.
CCC
Artikel 2.71 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met een maatwerkvoorschrift kan artikel 2.702.72 worden verruimd.
DDD
Artikel 2.72 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden, als de activiteit betrekking heeft op werkzaamheden waarbij een waterbodem geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, in aanvulling op artikel 4.1 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
EEE
Het opschrift van artikel 2.73 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFF
Artikel 2.74 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een oppervlaktewaterlichaam te dempen, als dit plaatsvindt in een beperkingengebied waterkering.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een oppervlaktewaterlichaam te dempen, als het een secundaire watergang betreft met een waterbreedte van meer dan 4,50 meter.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een oppervlaktewaterlichaam te dempen, als het:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een oppervlaktewaterlichaam te dempen, als het wateroppervlak van de demping niet ten minste gelijkwaardig wordt gecompenseerd, waarbij:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een oppervlaktewaterlichaam te dempen, als:
door de demping het oppervlaktewaterlichaam wordt afgesloten van het watersysteem;
door de demping de doorstroming ontoelaatbaar wordt belemmerd;
door de demping een nieuw doodlopend oppervlaktewaterlichaam wordt gecreëerd; of
de demping wordt aangelegd op minder dan 10,00 meter afstand van een ondersteunend kunstwerk.
GGG
Artikel 2.75 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHH
Artikel 2.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een oppervlaktewaterlichaam te dempen in landelijk gebied, als bij aanleg van een duiker in het oppervlaktewaterlichaam niet wordt voldaan aan de maximale duikerlengte, minimale diameter van de duiker en de compensatie van water in tabel 2.72.1.
|
Waterbreedte |
Maximale duikerlengte |
Minimale diameter van de duiker |
Nieuw water als compensatie |
|
Tot 2,50 m |
12 m |
0,50 m |
Tot 30 m² |
|
2,50 tot 3,00 m |
12 m |
0,80 m |
30 tot 36 m² |
|
3,00 tot 3,50 m |
12 m |
1,00 m |
36 tot 42 m² |
|
3,50 tot en met 4,50 m |
12 m |
1,25 m |
42 tot 54 m² |
|
Waterbreedte |
Maximale duikerlengte |
Minimale diameter van de duiker |
Nieuw water als compensatie |
|
Tot 2,50 m |
12 m |
0,50 m |
Tot 30 m² |
|
2,50 tot 3,00 m |
12 m |
0,80 m |
30 tot 36 m² |
|
3,00 tot 3,50 m |
12 m |
1,00 m |
36 tot 42 m² |
|
3,50 tot en met 4,50 m |
12 m |
1,25 m |
42 tot 54 m² |
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een oppervlaktewaterlichaam te dempen in stedelijk gebied, als bij aanleg van een duiker in het oppervlaktewaterlichaam niet wordt voldaan aan de maximale duikerlengte, minimale diameter van de duiker en de compensatie van water in tabel 2.72.2.
III
Artikel 2.77 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het dempen van een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan de artikelen 2.782.80 tot en met 2.802.82.
Als bij het dempen van een oppervlaktewaterlichaam een duiker wordt aangelegd wordt voldaan aan de artikelen 2.782.80, 2.792.81 en 2.812.83.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in de artikelen 2.742.76 tot en met 2.762.78.
JJJ
Artikel 2.78 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden een oppervlaktewaterlichaam te dempen zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
het adres of de locatie van de activiteit;
de omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; en
een zijaanzicht, dwarsprofiel of ontwerptekening van de voorziening inclusief maatvoering;
locatie en instemming van de benodigde compensatie aan (nieuw) oppervlaktewaterlichaam, en
een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk zijn aangegeven:
KKK
Het opschrift van artikel 2.79 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLL
Het opschrift van artikel 2.80 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMM
Het opschrift van artikel 2.81 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNN
Artikel 2.82 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOO
Artikel 2.83 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een boom aan te planten en te behouden in de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam, als deze wordt aangeplant in een primaire watergang en het beperkingengebied waterkering.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een boom of beplanting aan te planten en te behouden als deze wordt aangeplant in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, beperkingengebied waterkering, de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam, als deze wordt aangeplant in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichamen, een primaire watergang, een secundaire watergang of en het beperkingengebied waterkering.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een boom aan te planten en te behouden, als het geen knotbomen betreffen.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een boom aan te planten en te behouden in de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam, als deze in volgroeide vorm ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam niet voldoet aan de volgende maatvoering:
een stamhoogte van minimaal 2,00 meter;
een afstand van stam tot de insteek van 0,50 meter tot 1,00 meter; en
een afstand tot andere bomen of objecten van 10,00 meter. ;
takken niet boven de watergang (lager dan 4,0 m) uitsteken op hoogst vigerend peil. Voor beplanting:
laagblijvende struiken met een maximale stamhoogte 1,00 m;
het bladerdek niet over het oppervlaktewaterlichaam groeit;
een afstand van stam tot de insteek tussen 0,50 m tot 1,00 m;
een afstand tot andere bomen of objecten van 10,00 m, en
takken niet boven de watergang (lager dan 4,0 m) uitsteken op hoogst vigerend peil.
PPP
Artikel 2.84 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQ
Artikel 2.85 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden een boomknotboom of andere beplanting aan te planten zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
het adres of de locatie van de activiteit;
de omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; en
het type/soort boom inclusief plantgrootte en omvang plantkuil;
een zijaanzicht, dwarsprofiel of ontwerptekening van de voorziening inclusief maatvoeringen, en
een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk zijn aangegeven:
RRR
Het opschrift van artikel 2.86 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSS
Artikel 2.87 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dode, zieke of beschadigde bomen en wortelresten worden verwijderd conform afdeling 2.16 'Verwijderen objecten'.
Huidige of bestaande bomen/beplanting die dood zijn, ziekte of ernstige beschadigingen vertonen dienen geheel te worden verwijderd conform afdeling 2.16 'Verwijderen objecten'.
De afmetingen van het oppervlaktewaterlichaam, zoals vastgelegd in de legger, worden niet gewijzigd.
De knotbomen of beplanting worden onderhouden en gesnoeid, zodat er geen takken afhangen binnen 5,00 meter boven maaiveld. Takken of bladen hinderen niet het wegverkeer en de doorstroming ervan. Takken mogen niet boven de watergang of weg (lager dan 4,0 m) uitsteken.
TTT
Het opschrift van afdeling 2.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUU
Artikel 2.88 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVV
Artikel 2.89 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een veekerende afrastering te plaatsen of te behouden, als die in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam binnen het beperkingengebied waterkering en binnen het wordt geplaatst.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een veekerende afrastering te plaatsen of te behouden, als die in een duin- of strandgebied wordt geplaatst.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een veekerende afrastering te plaatsen of te behouden in een beperkingengebied waterkering, als die:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een veekerende afrastering te plaatsen of te behouden in een beperkingengebied waterkering, als de palen een diepte van meer dan 0,60 meter onder maaiveld bereiken of gaas in de grond wordt verwerkt dieper dan 0,10 m.
WWW
Artikel 2.90 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hekwerk, haag of schutting te plaatsen of te behouden in de beschermingszone van een waterkering, als het niet op woonpercelen wordt geplaatst.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hekwerk, haag of schutting te plaatsen of te behouden, als het in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam binnen het beperkingengebied waterkering wordt geplaatst.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hekwerk, haag of schutting te plaatsen of te behouden in een duin- of strandgebied.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hekwerk, haag of schutting te plaatsen of te behouden in een beperkingengebied waterkering, als het een hoogte heeft van meer dan 2,00 meter.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hekwerk, haag of schutting te plaatsen of te behouden in een beperkingengebied waterkering, als de palen een diepte van meer dan 1,00 meter onder maaiveld bereiken.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hekwerk, haag of schutting te plaatsen of te behouden in een beperkingengebied waterkering, als de poeren een diepte van meer dan 0,60 meter onder maaiveld bereiken.
XXX
Artikel 2.91 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een veekerende afrastering te plaatsen of te behouden, als die niet haaks op en langs in een beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam wordt geplaatst.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een veekerende afrastering te plaatsen of te behouden in een beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, als die:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een veekerende afrastering te plaatsen of te behouden in een beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, als die niet minimaal op 0,50 meter en maximaal 1,00 meter vanaf de insteek van het oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd.
YYY
Artikel 2.92 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hekwerk, haag of schutting te plaatsen of te behouden in de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam, als het niet tussen woonpercelen wordt geplaatst.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hekwerk, haag of schutting te plaatsen of te behouden in een beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, als het niet op minimaal 0,50 meter en maximaal 1,00 meter vanaf de insteek van het oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd.
ZZZ
Artikel 2.93 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het plaatsen of behouden van een hekwerk, haag, schutting of veekerende afrastering bij een waterkering wordt voldaan aan de artikelen 2.942.96, 2.952.97 en 2.962.98.
Bij het plaatsen of behouden van een hekwerk, haag, schutting of veekerende afrastering bij een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan de artikelen 2.942.96, 2.952.97 en 2.972.99.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 2.892.91 tot en met 2.922.94.
AAAA
Artikel 2.94 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden een hekwerk, haag schutting of veekerende afrastering te plaatsen zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
het adres of de locatie van de activiteit;
de omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; en
bij een haag, type beplanting en worteldiepte(s);
een zijaanzicht, dwarsprofiel of ontwerptekening van de voorziening inclusief maatvoering; en
een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk zijn aangegeven:
BBBB
Het opschrift van artikel 2.95 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCC
Artikel 2.96 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De constructie wordt in goede staat onderhouden.
Onderhoudspaden gelegen op en langs een waterkering worden toegankelijk gehouden voor inspectie en onderhoud door middel van een poort met een minimale vrije doorrijbreedte van 4,00 meter brede poort.
Er wordt voor gezorgd dat eventuele poorten te allen tijde door de toezichthouder te openen zijn.
Er wordt voor gezorgd dat de draden van een afrastering over onderhoudspaden of onderhoudsstroken, gemakkelijk met de hand verwijderd kunnen worden en zijn voorzien van geïsoleerde handgrepen.
De palen van de afrastering worden geslagen of gedrukt in de grond. Met een maximale diepte van 0,5 m onder aanwezig maaiveld met een maximale diameter van 7,5 cm.
DDDD
Artikel 2.97 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De constructie wordt in een goede staat van onderhoud gehouden.
De afrastering wordt parallel aan het water geplaatst.
De afrastering is niet hoger dan 1,35 meter boven maaiveld.
De constructie wordt zodanig aangelegd dat deze eenvoudig te verwijderen is.
Onderhoudspaden gelegen langs een oppervlaktewaterlichaam (in onderhoud bij het waterschap) worden toegankelijk gehouden voor inspectie en onderhoud door middel van een poort met een minimale vrije doorrijbreedte van 4,00 meter brede poort.
Er wordt voor gezorgd dat het waterschap te allen tijde een veilige toegang heeft tot het onderhoudspad.
EEEE
Het opschrift van artikel 2.98 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFF
Het opschrift van artikel 2.99 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGG
Artikel 2.100 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het aanleggen of behouden van een anti-worteldoek wordt voldaan aan artikel 2.1012.103.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 2.992.101.
HHHH
Het opschrift van artikel 2.101 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIII
Artikel 2.102 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJ
Na artikel 2.102 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Het is verboden anti-worteldoek aan te brengen zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
KKKK
Het opschrift van artikel 2.103 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLL
Artikel 2.104 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een tijdelijk of eenvoudig demontabel object te plaatsen of te behouden in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een tijdelijk of eenvoudig demontabel object te plaatsen of te behouden in een duin- of strandgebied.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een tijdelijk object te plaatsen of te behouden in het beperkingengebied waterkering, als deze:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een eenvoudig demontabel object te plaatsen of te behouden in de kernzone van een waterkering.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een eenvoudig demontabel object te plaatsen of te behouden als:
grondroeringen plaatsvinden dieper dan 0,30 meter onder het maaiveld; of
de afmeting groter is dan 2,5 m2 of
gestorte fundering wordt toegepast.
het object moet binnen 8 uur kunnen worden gedemonteerd.
deze in de periode tussen 1 oktober en 1 april daaropvolgend worden aangebracht in de zonering van een primaire waterkering.
MMMM
Artikel 2.105 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het plaatsen van een tijdelijk of eenvoudig demontabel object wordt voldaan aan de artikelen 2.1062.109 tot en met 2.1082.111.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 2.1042.107.
NNNN
Artikel 2.106 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden een tijdelijk of eenvoudig demontabel object te plaatsen zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
OOOO
Het opschrift van artikel 2.107 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPP
Artikel 2.108 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met uitzondering van de fundering, wordt het object bij het plaatsen niet ingegraven. De maximale grootte bedraagt 2,50 m2.
Verlaging of verhoging van het huidige maaiveld, anders dan de natuurlijke achtergrondzettingen ter plaatse, wordt voorkomen.
Er wordt een stellaag aangebracht die qua gewicht niet minder is dan dat van de verwijderde bovenlaag.
De doorgaande onderhoudsroutes worden vrijgehouden van objecten.
Wanneer op 1 oktober op de waterkering en de bijbehorende beschermingszones geen grasmat aanwezig is of de grasmat zich naar het oordeel van het waterschap in slechte staat bevindt, worden op aanzegging van het waterschap alle maatregelen getroffen om een adequate erosiebestendige waterkering te garanderen.
Het verwijderen van het object gebeurt volgens de regels in afdeling 2.16.
QQQQ
Het opschrift van artikel 2.109 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRR
Artikel 2.110 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een object in het, beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam te verwijderen, als het:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een object in het beperkingengebied waterkering te verwijderen, als het:
niet gelegen is op een perceel waarvan initiatiefnemer rechthebbende is;
gelegen is in een duin- of strandgebied;
een grond- of waterkerende functie heeft;
een kabel of leiding betreft die dieper ligt dan 1,20 meter beneden maaiveld;
een oppervlakte heeft van meer dan 15 m2 in of op de waterkering, niet zijnde kabels en leidingen;
in het dijklichaam en kernzone van de waterkering dieper dan 0,60 meter beneden maaiveld is gefundeerd; of
in de beschermingszone van een waterkering dieper dan 1,00 meter beneden maaiveld is gefundeerd., of
in het beperkingengebied vloedschotten onderdelen aan/van het vloedschottensysteem aan te passen of te verwijderen.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel of leiding gelegen onder een weg in de kernzone van een waterkering te verwijderen, als het:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning beplanting of bomen in enig waterstaatswerk te verwijderen, als het
SSSS
Artikel 2.111 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het verwijderen van objecten wordt voldaan aan de artikelen 2.1122.115 tot en met 2.1152.118.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 2.1102.113.
TTTT
Artikel 2.112 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden een object te verwijderen zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
UUUU
Het opschrift van artikel 2.113 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVV
Het opschrift van artikel 2.114 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWW
Artikel 2.115 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het object wordt niet uit de primaire waterkering verwijderd in de periode tussen 1 oktober en 1 april.
Het object wordt in open ontgraving verwijderd.
De activiteiten worden aaneengesloten uitgevoerd en de uitvoeringsduur wordt zo kort mogelijk gehouden.
Alle ontgravingen worden met de uitkomende grond gedicht, zo nodig aangevuld met gelijkwaardige grond, die in lagen van maximaal 0,20 meter mechanisch vast moet worden aangedrukt. De grond krijgt zoveel mogelijk de dezelfde samenstelling, opbouw en draagkracht als voor aanvang van het graafwerk het geval was.
Bij het verwijderen van het object wordt de afwatering van de waterkering en het omliggende terrein niet gehinderd.
Het object wordt volledig verwijderd uit de waterkering of bijbehorende beschermingszone, inclusief bijbehorende werken.
Funderingspalen van bouwwerken worden verwijderd tot 1,00 m onder maaiveld.
Na verwijdering van het object wordt het maaiveld of dijktalud direct hersteld, waarbij een minimale kleilaag van 1,00 meter gehandhaafd blijft of wordt aangebracht. De aangebrachte klei heeft een erosiebestendigheid categorie 1 of 2.
De grond wordt niet meer dan nodig is vergraven.
Bij het rooien van beplanting worden de boomstronken en wortels verwijderd uit de bodem tot een maximale diepte van 1,00 meter onder maaiveld.
Gerooide bomen, takken, wortels en andere boom- of struikresten worden zo spoedig mogelijk afgevoerd
Het te herstellen talud wordt aangesloten overeenkomend aan de aangrenzende taluds.
De beweide bodem wordt, direct nadat deze is aangevuld, als volgt ingezaaid:
De niet beweide bodem wordt, direct nadat deze is aangevuld, als volgt ingezaaid:
Wanneer op 1 oktober de primaire waterkering en de bijbehorende beschermingszones geen grasmat aanwezig is of de grasmat zich naar het oordeel van het waterschap in slechte staat bevindt, worden alle maatregelen getroffen om een adequate erosiebestendige waterkering te garanderen, op aanzegging van het waterschap.
Voor het verwijderen van beplanting of boom geldt dat de stob vanaf 1,00 m onder maaiveld behouden moet blijven. De grond aangevuld wordt met minimaal 1,00 m klei (klasse I) en erosiebestendig wordt afgewerkt.
XXXX
Het opschrift van artikel 2.116 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYY
Artikel 2.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bodemonderzoek uit te voeren, als het handmatig of mechanisch onderzoek betreft dat niet bestaat uit:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bodemonderzoek in de kernzone van een waterkering en de beschermingszone buitendijks van een waterkering uit te voeren, als het handmatig en mechanisch onderzoek betreft dat plaatsvindt in de periode tussen 1 oktober en 1 april.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bodemonderzoek in een beschermingszone binnendijks van een waterkering uit te voeren, als het handmatig onderzoek betreft dat niet tijdens de periode tussen 1 oktober en 1 april plaatsvindt.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bodemonderzoek uit te voeren, als het onderzoek naar freatisch grondwater betreft en de peilbuizen dieper reiken dan 6,00 meter onder het maaiveld.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bodemonderzoek uit te voeren, als het peilbuizen betreft die in de wegverharding worden aangebracht.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bodemonderzoek uit te voeren, als het onderzoek betreft dat plaatsvindt in een duin- of strandgebied.
ZZZZ
Artikel 2.118 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het uitvoeren van een bodemonderzoek wordt voldaan aan de artikelen 2.1192.122 tot en met 2.1212.124.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 2.1172.120.
AAAAA
Artikel 2.119 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden een bodemonderzoek uit te voeren zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
BBBBB
Het opschrift van artikel 2.120 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCC
Artikel 2.121 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Sonderingen of boringen worden afzonderlijk uitgevoerd op ten minste 8,00 meter afstand van elkaar.
Niet meer in gebruik zijnde peilbuizen worden verwijderd.
Gaten die zijn ontstaan door de activiteiten worden afdoende gedicht met zwelklei of bentoniet en vrijgekomen grond.
Gaten in wegen die zijn ontstaan door de activiteiten, worden gedicht met materiaal gelijk aan de wegverharding.
Peilbuizen worden afgewerkt op maaiveldniveau met een straatpot of worden gemarkeerd en beschermd op zodanige wijze dat deze duidelijk zichtbaar zijn en dat beschadigingen tijdens onderhoudswerkzaamheden uitgesloten zijn.
Voorafgaand aan de werkzaamheden worden de graszoden uitgestoken en worden deze na uitvoering van de werkzaamheden teruggeplaatst.
Peilbuizen worden handmatig in de waterkering en bijbehorende beschermingszone aangebracht zonder gebruik van een spuitlans.
Het werkterrein wordt direct na de voltooiing van de activiteiten in een nette staat en in gelijke gesteldheid teruggebracht.
Wanneer op 1 oktober op de waterkering en de bijbehorende beschermingszones geen grasmat aanwezig is of de grasmat zich naar het oordeel van het waterschap in slechte staat bevindt, worden op aanzegging van het waterschap alle maatregelen getroffen om een adequate erosiebestendige waterkering te garanderen.
DDDDD
Het opschrift van artikel 2.122 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEE
Artikel 2.123 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het profiel van vrije ruimte van een waterstaatswerk beperkingengebied waterkering en beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam werken te plaatsen, wijzigen, vervangen, verwijderen of te behouden.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in de
beschermingszone en buitenbeschermingszone van een waterstaatswerk
: : onderstaande werken te plaatsen, wijzigen, vervangen, verwijderen of behouden:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen een strook van 250 meter, horizontaal gemeten vanaf de kernzonegrens van de primaire waterkering, een windturbine te plaatsen, wijzigen, vervangen, verwijderen of te behouden.
FFFFF
Het opschrift van artikel 2.124 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGG
Artikel 2.125 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een waterstaatswerk te vervangen, verwijderen, wijzigen of aan te leggen.
vervallen
Het is verboden zonder vergunning activiteiten te verrichten en/of gevelaanpassingen door te voeren in het beperkingengebied vloedschotten.
HHHHH
Het opschrift van artikel 2.126 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIII
Het opschrift van artikel 2.127 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJ
Na artikel 2.127 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
KKKKK
Het opschrift van artikel 2.128 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLL
Artikel 2.129 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMM
Het opschrift van artikel 2.130 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNN
Artikel 2.131 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning vis uit te zetten in of te onttrekken aan een beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam of beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning vaste vistuigen te plaatsen in een beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning te vissen anders dan met een hengel in eenbeperkingengebied oppervlaktewaterlichaam.
OOOOO
Artikel 2.132 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De verboden in artikel 2.1312.135 zijn niet van toepassing als de visactiviteiten worden uitgeoefend in overeenstemming met een visstandbeheerplan.
PPPPP
Na afdeling 2.19 worden vier afdelingen ingevoegd, luidende:
Deze afdeling is van toepassing op het plaatsen, wijzigen, vervangen, verwijderen of behouden van bouwwerken in het beperkingengebied waterstaatswerkbeperkingengebied waterstaatswerk.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het beperkingengebied waterstaatswerk bouwwerken te plaatsen, wijzigen, vervangen, verwijderen of te behouden.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het beperkingengebied waterkering bouwwerkzaamheden uit te voeren in de waterkeringen tussen 1 oktober en 1 april daaropvolgend.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken in het profiel van vrije ruimte aan te brengen en/of het profiel van vrije ruimte te doorsnijden.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor bouwwerken voorbelasting en/of grond aan te brengen binnen het bouwvlak. En/of de erosiebestendigheid van de waterkering aan te tasten.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwplaats in te richten, rijplaten aan te brengen en/of andere voorbereidende bouwwerkzaamheden uit te voeren.
Het is verboden zonder vergunning activiteiten te verrichten en/of gevelaanpassingen door te voeren in het beperkingengebied vloedschotten.
Deze afdeling is van toepassing op het beheren van dijkgraslanden in het beperkingengebied waterstaatswerk en is gericht op het beschermen van waterkeringen en de doelmatige werking daarvan voor het keren van water.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning dijkgraslanden te beheren als deze activiteit plaatsvindt in een beperkingengebied waterkering, als het beheren anders is dan door middel van maaien of beweiden en niet voldaan wordt aan de artikelen 2.142 tot en met 2.147;
Het is verboden zonder omgevingsvergunning dijkgraslanden te maaien als deze activiteit plaatsvindt in een beperkingengebied waterkering en niet voldoet aan de artikelen 2.142 tot en met 2.146.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning dijkgraslanden te beweiden, als deze activiteit plaatsvindt in een beperkingengebied waterkering en niet voldoet aan de artikelen 2.142 tot en met 2.147.
Bij het beheren van dijkgraslanden wordt voldaan aan de artikelen PM2.143, 2.144 en 2.145.
Bij het maaien van dijkgraslanden wordt voldaan aan de artikelen 2.143, 2.144, 2.145 en 2.146.
Bij het beweiden van dijkgraslanden wordt voldaan aan de artikelen 2.143, 2.144, 2.145 en 2.147.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit is aangewezen in de artikelen 2.140 en 2.141.
Ten minste twee werkdagen voor het beheren van dijkgraslanden of het maaien dijkgraslanden of het beweiden van dijkgraslanden worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over:
Beschadigingen van de bekleding van de waterkering worden hersteld;
Molshopen worden geëgaliseerd;
Gaten in de waterkering worden gedicht;
De waterkering wordt vrijgehouden van afval, voorwerpen en materialen;
Enige vorm van bemesting is niet toegestaan;
Het toepassen van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen is niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze behandeling overeenkomstig de Handreiking Grasbekleding;
Probleemsoorten moeten, voordat ze zaaddragend zijn, worden verwijderd;
Beschadigingen van de aanwezige bekleding van de waterkering moeten worden hersteld.
De vegetatie moet minimaal 2 keer per jaar en maximaal 7 keer per jaar worden gemaaid;
Vegetatie, grasgewas of maaisel moet binnen 5 dagen worden afgevoerd van de waterkering
Het gras mag niet korter worden gemaaid dan 5 cm boven maaiveld. Op 1 oktober mag het gras niet langer zijn dan 15 cm boven maaiveld.
Beweiding met schapen wordt het gehele jaar toegestaan, met dien verstande dat deze tijdstippen afhankelijk zijn van de terrein- en weersomstandigheden en door het waterschap kunnen worden vervroegd, dan wel kunnen worden uitgesteld;
Schapen worden op eerste aanzegging van het waterschap binnen 24 uur na aanzegging verwijderd van de waterkering;
De beweiding dient te worden gestaakt wanneer het gras of vegetatie een hoogte van 2 centimeter heeft bereikt;
De eigenaar, rechthebbende of gebruiker draagt zorg voor de goede toestand van de grasmat, ook als beweiding met schapen van, voor en door anderen plaatsvindt;
Bijvoederen van schapen is niet toegestaan;
Op 1 oktober mag het gras niet langer zijn dan 15 cm boven maaiveld;
Aanwezige raster worden onderhouden en gerepareerd door de eigenaar, rechthebbende of gebruiker.
Deze afdeling is van toepassing op het uitvoeren van onderhoud aan wegbermen en het plaatsen van verkeersborden in het beperkingengebied waterkering en beperkingengebied waterstaatswerk, beperkingengebied watersysteem.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning onderhoud aan een wegberm uit te voeren, als het onderhoud in een duin- of strandgebied wordt uitgevoerd.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning onderhoud aan een wegberm uit te voeren, als het onderhoud anders is dan het roven en aanvullen van een berm langs een weg.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning verkeersborden te plaatsen in de wegberm in de kernzone van een waterkering of de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam, als de verkeersborden in een duin- of strandgebied worden geplaatst.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning verkeersborden te plaatsen in de wegberm in de kernzone van een waterkering of de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam, als de:
Bij het uitvoeren van onderhoud aan een wegberm en het plaatsen van een verkeersbord in de wegberm wordt voldaan aan artikel 2.138.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 2.149.
Alle materialen die vrijkomen worden afgevoerd;
Het dijktalud en de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam worden niet gebruikt als opslagplaats voor materiaal of materieel;
Palen van verkeersborden worden voorzien van een grondanker. Het toepassen van een betonnen voet is niet toegestaan;
De palen worden in de grond geslagen of gedrukt tot een maximale diepte van 0,90 m;
Vooraf dient onderzoek plaats te vinden naar kabels en leidingen;
De wegberm wordt aangevuld met uit de werkzaamheden voortgekomen grond;
Wanneer de grond wordt beweid, wordt de aangevulde grond ingezaaid met een graszaadmengsel:mengsel B141 (kruidenrijk graslandmengsel); 100-150 kg/ha inzaai; en 50-75 kg/ha doorzaai.
Wanneer de grond niet wordt beweid, wordt de aangevulde grond ingezaaid met een graszaadmengsel: mengsel B103 (margrietmengsel); 100-150 kg/ha inzaai; en 50-75 kg/ha doorzaai.
Wanneer op 1 oktober op de waterkering en de bijbehorende beschermingszone geen grasmat aanwezig is of de grasmat zich in slechte staat bevindt, worden alle maatregelen getroffen om een adequate erosiebestendige waterkering te garanderen.
QQQQQ
Het opschrift van hoofdstuk 3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRR
Het opschrift van afdeling 3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSS
Artikel 3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTT
Artikel 3.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voordat de naam of het adres, bedoeld in artikel 2.6 3.6, wijzigt, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.
Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.
UUUUU
Het opschrift van afdeling 3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVV
Artikel 3.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.
Voor het lozen van dat grondwater in een Aangewezen oppervlaktewaterlichamen Waterschap Hollandse Delta zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 3.1, gemeten in een steekmonster.
|
Stof |
Emissiegrenswaarden in μg/l of mg/l |
|
Naftaleen |
0,2 μg/l |
|
PAK’s |
1 μg/l |
|
BTEX |
50 μg/l |
|
Vluchtige organohalogeen-verbindingen uitgedrukt als chloor |
20 μg/l |
|
Aromatische organohalogeen-verbindingen |
20 μg/l |
|
Minerale olie |
500 μg/l |
|
Cadmium |
4 μg/l |
|
Kwik |
1 μg/l |
|
Koper |
11 μg/l |
|
Nikkel |
41 μg/l |
|
Lood |
53 μg/l |
|
Zink |
120 μg/l |
|
Chroom |
24 μg/l |
|
Onopgeloste stoffen |
50 mg/l |
Voor het lozen van dat grondwater in een Niet-aangewezen oppervlaktewaterlichamen waterschap Hollandse Delta zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 3.2, gemeten in een steekmonster.
|
Stof |
Emissiegrenswaarden in μg/l of mg/l |
|
Naftaleen |
0,2 μg/l |
|
PAK’s |
1 μg/l |
|
Minerale olie |
50 μg/l |
|
Cadmium |
0,4 μg/l |
|
Kwik |
0,1 μg/l |
|
Koper |
1,1 μg/l |
|
Nikkel |
4,1 μg/l |
|
Lood |
5,3 μg/l |
|
Zink |
12 μg/l |
|
Chroom |
2,4 μg/l |
|
Onopgeloste stoffen |
20 mg/l |
|
Benzeen |
2 μg/l |
|
Tolueen |
7 μg/l |
|
Ethylbenzeen |
4 μg/l |
|
Xyleen |
4 μg/l |
|
Tetrachlooretheen |
3 μg/l |
|
Trichlooretheen |
20 μg/l |
|
1,2-dichlooretheen |
20 μg/l |
|
1,1,1-trichloorethaan |
20 μg/l |
|
Vinylchloride |
8 μg/l |
|
Som van de vijf hier bovenstaande stoffen |
20 μg/l |
|
Monochloorbenzeen |
7 μg/l |
|
Dichloorbenzenen |
3 μg/l |
|
Trichloorbenzenen |
1 μg/l |
Er treedt geen visuele verontreiniging op in het oppervlaktewater als gevolg van de lozing.
De analyseresultaten van de parameter chloride dienen te worden toegevoegd.
WWWWW
Artikel 3.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater bij ontwatering worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat grondwater:
niet afkomstig is van een bodemsanering, een grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een bodemsanering of grondwatersanering; en
geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is.
geen visuele verontreiniging optreedt als gevolg van de lozing;
niet leidt tot verzilting van het betreffende oppervlaktewater;
de waarden voldoen aan tabellen 3.1 en 3.2.
Voor het te lozen grondwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 50 mg/l, gemeten in een steekmonster.Een meting naar gewasbeschermingsmiddelen, één steekmonster, moet worden uitgevoerd en de analyseresultaten moeten worden gedeeld.
Het tweede lid is niet van toepassing op het lozen van grondwater bij wonen via drainage.
XXXXX
Artikel 3.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 3.11 3.9 en 3.12 3.10, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over:
Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.
Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van grondwater bij ontwatering, als:
In afwijking van het eerste en tweede lid worden de gegevens en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het begin van het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering verstrekt, als het lozen langer duurt dan 48 uur maar niet langer dan 8 weken aaneengesloten.
YYYYY
Het opschrift van afdeling 3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZ
Het opschrift van afdeling 3.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAA
Artikel 3.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, geleid via een zuiveringsvoorziening.
Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden bij het lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam de waarden, bedoeld in tabel 3.3.
Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden bij het lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam de waarden, bedoeld in tabel 3.4.
|
Stof |
Emissiegrenswaarden in mg/l |
|
|
|
Representatief etmaalmonster |
Steekmonster |
|
Biochemisch zuurstofverbruik |
20 mg/l |
40 mg/l |
|
Chemisch zuurstofverbruik |
100 mg/l |
200 mg/l |
|
Totaal stikstof |
30 mg/l |
60 mg/l |
|
Ammoniumstikstof |
2 mg/l |
4 mg/l |
|
Onopgeloste stoffen |
30 mg/l |
60 mg/l |
|
Fosfor totaal |
3 mg/l |
6 mg/l |
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat en voor vermenging met ander afvalwater door een septictank of gelijkwaardig wordt geleid:
Het eerste tot en met derde lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam:
BBBBBB
Het opschrift van afdeling 3.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCC
Het opschrift van afdeling 3.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDD
Het opschrift van afdeling 3.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEE
Het opschrift van afdeling 3.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFF
Artikel 3.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In aanvulling op artikel 4.1058, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater te lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen waaruit stoffen kunnen uitlogen, worden geloosd op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam, als de afstand tot een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten of geloosd meer dan 40 m is, gerekend vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt.
Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 3.5, gemeten in een steekmonster.
|
Stof |
Emissiegrenswaarde in μg/l of mg/l |
|
Som van de metalen arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink |
1 mg/l |
|
Minerale olie |
20 mg/l |
|
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen |
50 μg/l |
|
Onopgeloste stoffen |
100 mg/l |
|
Som van stikstofverbindingen |
10 mg/l |
|
Som van fosforverbindingen |
2 mg/l |
|
Chemisch zuurstofverbruik |
200 mg/l |
Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 3.5, gemeten in een steekmonster.
GGGGGG
Het opschrift van afdeling 3.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHH
Het opschrift van afdeling 3.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIII
Het opschrift van afdeling 3.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJ
Artikel 3.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij het schoonmaken en in gebruik nemen van de middelen voor opslag, transport en distributie van drinkwater of warm tapwater als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet, of van huishoudwater als bedoeld in artikel 1 van het Drinkwaterbesluit, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.
Aan het water dat voor het schoonmaken en in gebruik nemen wordt gebruikt, worden geen chemicaliën toegevoegd.
Het lozen van reinigingswater dient te gebeuren voor, door of namens de leidingbeheerder.
KKKKKK
Het opschrift van afdeling 3.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLL
Na artikel 3.43 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
MMMMMM
Het opschrift van afdeling 3.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNN
Het opschrift van artikel 3.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOO
Het opschrift van artikel 3.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPP
Het opschrift van artikel 3.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQ
Het opschrift van artikel 3.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRR
Artikel 3.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het ontijzeren van grondwater voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.
Voor het te lozen afvalwater geldt dat er geen visuele verontreiniging mag optreden, in andere gevallen is de emissiegrenswaarde voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster.
De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend:
In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.
SSSSSS
Het opschrift van artikel 3.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTT
Het opschrift van artikel 3.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUU
Het opschrift van afdeling 3.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVV
Het opschrift van artikel 3.51 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWW
Het opschrift van afdeling 3.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXX
Het opschrift van artikel 3.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYY
Het opschrift van artikel 3.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZ
Het opschrift van artikel 3.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAA
Het opschrift van afdeling 3.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBB
Het opschrift van artikel 3.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCC
Het opschrift van artikel 3.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDD
Het opschrift van afdeling 3.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEE
Het opschrift van artikel 3.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFF
Het opschrift van afdeling 3.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGG
Het opschrift van artikel 3.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHH
Het opschrift van afdeling 3.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIII
Het opschrift van artikel 3.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJ
Het opschrift van artikel 3.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKK
Het opschrift van afdeling 3.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLL
Artikel 3.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
het debiet in kubieke meters per uur van het te lozen afvalwater;
de regelmaat waarmee lozingen plaatsvinden;
een aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt;
een riooltekening;
de locaties van de lozingspunten;
de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het lozen en de verwachte duur ervan;
een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;
een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;
de samenstelling van het afvalwater dat wordt geloosd;
de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;
de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en
een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.
een vermijdings- en reductieplan voor (p)zzs en zzs.
MMMMMMM
Het opschrift van artikel 3.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNN
Het opschrift van artikel 3.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOO
Artikel 4.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPP
Artikel 4.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Degene die grondwater onttrekt door een daarvoor bedoelde voorziening of water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater of geïnfiltreerd water met een nauwkeurigheid van ten minste 95%.
Voor kortdurende of seizoensgebonden onttrekkingen of infiltraties kan het bestuur in de voorschriften van de omgevingsverordening of, als geen omgevingsvergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de hoeveelheid over een kortere tijdsspanne wordt gemeten.
Degene die water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de kwaliteit van dat water door het nemen van representatieve monsters en het analyseren van de in tabel 3.3.34.1 opgenomen parameters met de in die tabel aangegeven frequentie.
|
Parameter |
Afkorting |
Frequentie |
|
Bacteriën van de coligroep |
|
Vierwekelijks |
|
Kleur |
|
Vierwekelijks |
|
Zwevende stof |
SS |
Vierwekelijks |
|
Geleidingsvermogen voor elektriciteit |
|
Vierwekelijks |
|
Temperatuur |
T |
Vierwekelijks |
|
Zuurgraad |
pH |
Vierwekelijks |
|
Opgelost zuurstof |
O2 |
Vierwekelijks |
|
Totaal organisch koolstof |
TOC |
Vierwekelijks |
|
Bicarbonaat |
HCO3 |
Vierwekelijks |
|
Nitriet |
NO2 |
Vierwekelijks |
|
Nitraat |
NO3 |
Vierwekelijks |
|
Ammonium |
NH4 |
Vierwekelijks |
|
Totaal fosfaat |
Totaal P |
Vierwekelijks |
|
Fluoride |
F |
Driemaandelijks |
|
Chloride |
Cl |
Vierwekelijks |
|
Sulfaat |
SO4 |
Driemaandelijks |
|
Natrium |
Na |
Driemaandelijks |
|
IJzer |
Fe |
Driemaandelijks |
|
Mangaan |
Mn |
Driemaandelijks |
|
Chroom |
Cr |
Driemaandelijks |
|
Lood |
Pb |
Driemaandelijks |
|
Koper |
Cu |
Driemaandelijks |
|
Zink |
Zn |
Driemaandelijks |
|
Cadmium |
Ca |
Driemaandelijks |
|
Arseen |
As |
Driemaandelijks |
|
Cyanide |
CN |
Driemaandelijks |
|
Minerale olie |
|
Vierwekelijks |
|
Adsorbeerbaar organisch halogeen |
AOX |
Vierwekelijks |
|
Vluchtig organisch gebonden chloor |
VOC |
Vierwekelijks |
|
Vluchtige aromaten |
|
Vierwekelijks |
|
Polycyclische aromaten |
PAK |
Driemaandelijks |
|
Fenolen |
|
Driemaandelijks |
|
Parameter |
Afkorting |
Frequentie |
|
Bacteriën van de coligroep |
|
Vierwekelijks |
|
Kleur |
|
Vierwekelijks |
|
Zwevende stof |
SS |
Vierwekelijks |
|
Geleidingsvermogen voor elektriciteit |
|
Vierwekelijks |
|
Temperatuur |
T |
Vierwekelijks |
|
Zuurgraad |
pH |
Vierwekelijks |
|
Opgelost zuurstof |
O2 |
Vierwekelijks |
|
Totaal organisch koolstof |
TOC |
Vierwekelijks |
|
Bicarbonaat |
HCO3 |
Vierwekelijks |
|
Nitriet |
NO2 |
Vierwekelijks |
|
Nitraat |
NO3 |
Vierwekelijks |
|
Ammonium |
NH4 |
Vierwekelijks |
|
Totaal fosfaat |
Totaal P |
Vierwekelijks |
|
Fluoride |
F |
Driemaandelijks |
|
Chloride |
Cl |
Vierwekelijks |
|
Sulfaat |
SO4 |
Driemaandelijks |
|
Natrium |
Na |
Driemaandelijks |
|
IJzer |
Fe |
Driemaandelijks |
|
Mangaan |
Mn |
Driemaandelijks |
|
Chroom |
Cr |
Driemaandelijks |
|
Lood |
Pb |
Driemaandelijks |
|
Koper |
Cu |
Driemaandelijks |
|
Zink |
Zn |
Driemaandelijks |
|
Cadmium |
Ca |
Driemaandelijks |
|
Arseen |
As |
Driemaandelijks |
|
Cyanide |
CN |
Driemaandelijks |
|
Minerale olie |
|
Vierwekelijks |
|
Adsorbeerbaar organisch halogeen |
AOX |
Vierwekelijks |
|
Vluchtig organisch gebonden chloor |
VOC |
Vierwekelijks |
|
Vluchtige aromaten |
|
Vierwekelijks |
|
Polycyclische aromaten |
PAK |
Driemaandelijks |
|
Fenolen |
|
Driemaandelijks |
Uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, als de onttrekking of infiltratie is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, worden aan het bestuur de volgende gegevens verstrekt:
De analyse van de monsters vindt plaats overeenkomstig bijlage 4 van de Drinkwaterregeling.
Het eerste tot en met het vijfde lid gelden niet:
QQQQQQQ
Artikel 4.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken in gebied A voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering, als de onttrekking niet voldoet aan tabel 3.5.14.2.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken in gebied B voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering, als de onttrekking niet voldoet aan tabel 3.5.24.3.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken in gebied C voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering, als de onttrekking niet voldoet aan tabel 3.5.34.4.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning filters voor het onttrekken, retourneren, infiltreren of aanvullen te plaatsen in het beperkingengebied waterkeringen.
RRRRRRR
Artikel 4.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden grondwater te onttrekken voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering zonder dit ten minste vijf werkdagen en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden, als de onttrekking langer dan 48 uur, maar korter dan 8 aaneengesloten weken duurt.
Het is verboden grondwater te onttrekken voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering zonder dit ten minste drie weken voor het begin ervan te melden, als de onttrekking langer dan 8 aaneengesloten weken duurt.
Een melding bevat:
De meet- en rapportageverplichting, zoals bedoeld in artikel 4.6, wordt uitgevoerd als de onttrekking plaatsvindt in gebied B of gebied C en de onttrekking wordt uitgevoerd met een bruto pompcapaciteit van 10 m3 per uur en/of meer bedraagt dan 12.000 m3 per jaarkalenderjaar.
SSSSSSS
Artikel 4.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste twee werkdagen voor het onttrekken van grondwater voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering die volgens artikel 4.10 vierde lid een meet- en rapportageverplichting hebben, worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over:
Binnen twee werkdagen na het onttrekken van grondwater voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering worden aan het bevoegd gezag gegevens verstrekt over aanvang, einde en duur van de activiteiten.
TTTTTTT
Artikel 4.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De freatische grondwaterstand of de stijghoogte in het watervoerende pakket wordt niet meer dan noodzakelijk verlaagd met een maximale waarde van 30 cm onder bouwput- of sleufbodem.
Er wordt een peilbuis of meetput geplaatst om de stijghoogte te bepalen, als spanningsbemaling wordt toegepast, conform protocol BRL SIKB 2101.
Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.
Voorzieningen voor grondwateronttrekking worden verwijderd of gedicht na definitieve beëindiging van de onttrekking, zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt, conform protocol BRL SIKB 2101.
Bij retourbemaling wordt het grondwater teruggebracht in het watervoerende pakket waaruit het onttrokken grondwater afkomstig is.
De nadelige gevolgen van de onttrekking worden voorkomen of zoveel mogelijk beperkt als die niet te voorkomen zijn.
Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen of te treffen maatregelen.
UUUUUUU
Artikel 4.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVV
Artikel 4.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor grondwatersanering als de onttrekking plaatsvindt in gebied B of gebied C, gebied C voor zover de onttrekking: meer bedraagt dan 15 m3 per uur, meer bedraagt dan 4.200 m3 per maand of langer duurt dan 4 jaar aaneengesloten.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning filters voor het onttrekken, retourneren, infiltreren en/of aanvullen te plaatsen in het beperkingengebied waterkering.
WWWWWWW
Artikel 4.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden grondwater te onttrekken voor grondwatersanering zonder dit ten minste vier weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
het adres of de locatie van de activiteit;
de omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; en
de BUS-melding of een saneringsplan met een plan van aanpak en beschrijving en effecten van de saneringsmaatregelen, en
een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk zijn aangegeven:
De meet- en rapportageverplichting , zoals bedoeld in artikel 4.6, wordt uitgevoerd als de onttrekking plaatsvindt in gebied B of gebied C en de onttrekking meer bedraagt dan 12.000 m3 per jaar.
XXXXXXX
Artikel 4.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De freatische grondwaterstand of de stijghoogte in het watervoerende pakket wordt niet meer dan noodzakelijk verlaagd, verlaagd met een maximale waarde van 30 cm onder bouwput- of sleufbodem.
Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.
Voorzieningen voor grondwateronttrekking worden gedicht of verwijderd na definitieve beëindiging van de onttrekking, zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt, conform protocol BRL SIKB 2101.
Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen.
YYYYYYY
Artikel 4.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.
De voorziening voor grondwateronttrekking wordt na definitieve beëindiging van de onttrekking verwijderd of gedicht, zodat een uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt, conform protocol BRL SIKB 2101.
Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen.
ZZZZZZZ
Artikel 4.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden grondwater te onttrekken voor een brandblusvoorziening zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
AAAAAAAA
Artikel 4.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.
De voorziening voor grondwateronttrekking wordt verwijderd of gedicht na definitieve beëindiging van de onttrekking, zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt, conform protocol BRL SIKB 2101.
Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen.
BBBBBBBB
Artikel 4.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor overige doeleinden in gebied A.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor het drooghouden van ondergrondse bouwwerken of gietwatervoorziening in de glastuinbouw, in gebied B of gebied C, als de onttrekking meer bedraagt dan 1 m3 per uur.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor koelwater, in gebied B of gebied C, als de onttrekking:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor het drooghouden van ondergrondse bouwwerken, gietwatervoorziening in de glastuinbouw, of koelwater in gebied B of gebied C, als de onttrekking:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning filters voor het onttrekken, retourneren, infiltreren en/of aanvullen te plaatsen in het beperkingengebied waterkering.
CCCCCCCC
Artikel 4.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.
De voorzieningen voor grondwateronttrekking worden verwijderd of gedicht na definitieve beëindiging van de onttrekking, zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt, conform protocol BRL SIKB 2101.
Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen.
DDDDDDDD
Artikel 5.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning onderhoud aan een wegberm uit te voeren, als het onderhoud in een duin- of strandgebied wordt uitgevoerd.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning onderhoud aan een wegberm uit te voeren, als het onderhoud anders is dan het roven en aanvullen van een berm langs een weg.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning verkeersborden te plaatsen in de wegberm in de kernzone van een waterkering of de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam, als de:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning verkeersborden te plaatsen in de wegberm in de kernzone van een waterkering of de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam, als de verkeersborden in een duin- of strandgebied worden geplaatst.
EEEEEEEE
Artikel 5.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFF
Artikel 5.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Alle materialen die vrijkomen worden afgevoerd.
Het dijktalud en de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam worden niet gebruikt als opslagplaats voor materiaal of materieel.
Palen van verkeersborden worden niet voorzien van een grondanker. Het toepassen van een betonnen voet is niet toegestaan.
De palen worden in de grond geslagen of gedrukt tot een maximale diepte van 0,90 meter.
De wegberm wordt aangevuld met uit de werkzaamheden voortgekomen grond.
Wanneer de grond wordt beweid, wordt de aangevulde grond ingezaaid met een graszaadmengsel:
Wanneer de grond niet wordt beweid, wordt de aangevulde grond ingezaaid met een graszaadmengsel:
Vooraf dient onderzoek plaats te vinden naar kabels en leidingen.
Wanneer op 1 oktober op de waterkering en de bijbehorende beschermingszone geen grasmat aanwezig is of de grasmat zich in slechte staat bevindt, worden alle maatregelen getroffen om een adequate erosiebestendige waterkering te garanderen.
GGGGGGGG
Artikel 5.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een evenement te houden of een bord bij een evenement te plaatsen, als de bruikbaarheid van de weg voor langer dan 1 dag wordt beperkt.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de bruikbaarheid van de weg voor langer dan 1 dag te beperken door het houden van een evenement of het plaatsen van een bord bij een evenement
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een evenement te houden of een bord bij een evenement te plaatsen, als wedstrijdachtige activiteiten met motorvoertuigen op de weg deel uitmaken van het evenement.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een evenement te houden of een bord bij een evenement te plaatsen, als op de weg gedurende het evenement andere werkzaamheden of andere evenementen plaatsvinden.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een evenement te houden of een bord bij een evenement te plaatsen, als een gebiedsontsluitingsweg moet worden afgesloten.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een evenement te houden of een bord bij een evenement te plaatsen, als het evenement op de volgende gebiedsontsluitingswegen wordt gehouden buiten de tijdvakken op maandag tot en met vrijdag tussen 9.00 uur en 15.30 uur:
Het is binnen het beperkingengebied wegverboden zonder omgevingsvergunning een standplaats in te nemen met een voertuig, kraam of tent voor verblijf of verkoop van waren.
HHHHHHHH
Artikel 5.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden een uitweg te maken zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
IIIIIIII
Artikel 5.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De uitweg wordt voorzien van afwijkend, gesloten verhardingsmateriaal, anders dan grasbetontegels, schors, schelpen of grind, over een breedte van ten minste 1,00 meter, gezien vanuit de zijkant van de verharding van de openbare weg.
De uitweg wordt voorzien van een funderingsconstructie, die afgestemd is op de ondergrond ter plaatse en het gebruik van de uitweg.
De uitweg sluit blijvend gelijkmatig aan op de weg.
De uitweg wordt zodanig geconstrueerd dat voertuigen bij het in- en uitrijden niet door de berm rijden, door de uitweg te voorzien van afgeschuinde hoeken van 45 graden en maximaal 1,50 meter lang.
De uitweg wordt voorzien van een gelijkwaardige afwatering, zodanig dat het water niet afvloeit naar de weg of daarop blijft staan.
De uitvoering van de activiteiten levert geen gevaar op voor de verkeersveiligheid.
JJJJJJJJ
Artikel 5.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De afrastering wordt in goede staat onderhouden.
De afrastering bevat geen uitstekende delen.
De uitvoering van de activiteiten levert geen gevaar op voor de verkeersveiligheid.
Bij het plaatsen van een veekerende afrastering worden veiligheidsmaatregelen toegepast die voldoen aan de CROW-publicatie PM96B.
KKKKKKKK
Artikel 5.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLL
Artikel 5.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De kabel of leiding wordt niet gelijk of groter dan een 45-graden lijn gemeten vanaf de zijkant van de wegverharding gelegd.
De uit de sleuf afkomstige grond wordt ontgraven en zodanig opgeslagen dat de bovenlaag met een dikte van 0,15 meter tot 0,20 meter niet vermengd wordt met de overige grond. Vanuit de opslag mag geen afspoeling naar de wegverharding plaatsvinden.
Een sleuf in de wegberm wordt als volgt aangevuld:
een sleuf in de wegberm wordt met het uitgekomen materiaal aangevuld, in omgekeerde volgorde, en in lagen van 0,20 meter;
het toepassen van puin en/of andere opvulmaterialen is niet toegestaan;
iedere laag wordt apart verdicht tot een proctordichtheid van 98%; en
als bovenlaag wordt de uitkomende grasmat teruggebracht of de bovenlaag wordt ingezaaid met een geschikt bermgraszaadmengsel.
Wegafzettingen worden toegepast die voldoen aan de CROW-publicatie 96b.
De wegverharding wordt hersteld volgens de voorwaarden in afdeling 5.8.
MMMMMMMM
Na artikel 5.31 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Langs wegen wordt de uit te graven grond niet opgeslagen op de wegverharding of op de bermen binnen 1,00 m uit de kant van de wegverharding.
Voordat met het graven van de sleuf wordt begonnen, wordt de indringingsweerstand van de te ontgraven grond bepaald door middel van sonderen.
Voor het sonderen gelden de volgende voorwaarden:
per 100 m sleuflengte wordt één sondering verricht;
het aantal sonderingen per sleuf bedraagt minimaal drie;
de sonderingen worden zodanig uitgevoerd dat een redelijk beeld van de indringingsweerstand over de diepte van de te ontgraven sleuf wordt verkregen;
de indringingsweerstand wordt gemeten met behulp van een continu registrerend sondeerapparaat; en
het meetbereik van het sondeerapparaat moet tenminste 5 MPa bedragen en het dieptebereik ten minste 1,0 m.
De meetgegevens van het sonderen worden gedateerd en voorzien van een plaatsaanduiding.
De sleuven of gaten worden zoveel mogelijk aangevuld met de uitgekomen grond.
De aanvulling van de sleuven of gaten moet zodanig worden uitgevoerd dat de verschillende grondsoorten zoveel mogelijk op hun oorspronkelijke plaats terugkomen.
De verdichting van de aanvulling van de sleuven of gaten is:
Bevroren grond wordt niet verwerkt in de aanvulling van de sleuven of gaten.
Bij ongeschiktheid van de vrijgekomen materialen voor sleufherstel, omdat de vereiste verdichtingsgraad niet meer kan worden bereikt, worden de sleuven of gaten aangevuld met een materiaal dat een gelijkwaardige funderingsopbouw geeft als de onderliggende ondergrond van de weg.
NNNNNNNN
Het opschrift van afdeling 5.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOO
Artikel 5.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPP
Artikel 5.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning aan een object te verwijderenwerken, als het:
niet gelegen is op een perceel waarvan initiatiefnemer rechthebbende is;
gelegen is onder een 45-graden lijn gemeten vanuit de zijkant wegverharding;
een grond- of waterkerende functie heeft;
een noodzakelijke verkeersfunctie vervult;
onderdeel uitmaakt van de constructie van de weg; of
de wegverharding opbreekt.
QQQQQQQQ
Artikel 5.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRR
Artikel 5.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden een object aan te brengen of te verwijderen zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
SSSSSSSS
Artikel 5.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTT
Het opschrift van artikel 5.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUU
Na artikel 5.37 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Het object wordt volledig op minimaal 1,5 m uit de rand van de wegverharding gerealiseerd.
Voor de realisatie worden niet meer dan noodzakelijk grondroeringen verricht.
Beschadigingen of verzakkingen van de weg worden voorkomen.
De wegberm wordt hersteld, eventuele ontgravingen worden tot maaiveld gedicht en het oppervlak wordt afgewerkt zoals het naastgelegen profiel.
Uit te graven grond wordt niet binnen 1,00 m uit de kant verharding opgeslagen.
Er wordt zorg voor gedragen dat uitvoering van de activiteiten geen gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid en dat het verkeer zo min mogelijk hinder van de werkzaamheden heeft.
VVVVVVVV
Artikel 5.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWW
Na artikel 5.38 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
XXXXXXXX
Artikel 5.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYY
Het opschrift van artikel 5.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZ
Artikel 5.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Vervallen]
Langs wegen wordt de uit te graven grond niet opgeslagen op de wegverharding of op de bermen binnen 1 meter uit de kant van de wegverharding.
Voordat met het graven van de sleuf wordt begonnen, wordt de indringingsweerstand van de te ontgraven grond bepaald door middel van sonderen.
Voor het sonderen gelden de volgende voorwaarden:
per 100 m sleuflengte wordt één sondering verricht;
het aantal sonderingen per sleuf bedraagt minimaal drie;
de sonderingen worden zodanig uitgevoerd dat een redelijk beeld van de indringingsweerstand over de diepte van de te ontgraven sleuf wordt verkregen;
de indringingsweerstand wordt gemeten met behulp van een continu registrerend sondeerapparaat; en
het meetbereik van het sondeerapparaat moet tenminste 5 MPa bedragen en het dieptebereik ten minste 1,0 m.
De meetgegevens van het sonderen worden gedateerd en voorzien van een plaatsaanduiding.
AAAAAAAAA
Artikel 5.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Vervallen]
De sleuven of gaten worden zoveel mogelijk aangevuld met de uitgekomen grond.
De aanvulling van de sleuven of gaten moet zodanig worden uitgevoerd dat de verschillende grondsoorten zoveel mogelijk op hun oorspronkelijke plaats terugkomen.
De verdichting van de aanvulling van de sleuven of gaten is:
Bevroren grond wordt niet verwerkt in de aanvulling van de sleuven of gaten.
Bij ongeschiktheid van de vrijgekomen materialen voor sleufherstel, omdat de vereiste verdichtingsgraad niet meer kan worden bereikt, worden de sleuven of gaten aangevuld met een materiaal dat een gelijkwaardige funderingsopbouw geeft als de onderliggende ondergrond van de weg.
Tot het tijdelijk herstellen van een bestrating behoort ook het toepassen van het benodigde straat- en afstrooizand.
BBBBBBBBB
Het opschrift van artikel 5.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCC
Artikel 5.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met een maatwerkvoorschrift kan artikel 5.415.47 worden verruimd.
DDDDDDDDD
Het opschrift van artikel 5.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEE
Het opschrift van artikel 5.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFF
Na artikel 5.46 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
GGGGGGGGG
Na afdeling 5.9 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:
HHHHHHHHH
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in bijlage II;
eenvoudige constructie bestaande uit palen met draad of gaas;
Bij of krachtens de Omgevingswet of verordening aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object.
gebruik van oppervlakte- of grondwater voor moes- en siertuinen, agrarische doeleinden zowel particulier als bedrijfsmatig.
volume water dat geborgen kan worden tussen het streefpeil en het aanvaardbaar hoogste peil;
aan een waterstaatswerk grenzende zone, waarin ter bescherming van dat werk voorschriften en beperkingen kunnen gelden waarbij voor oppervlaktewaterlichamen de afmetingen gelden als benoemd in bijlage 1a.;
constructie in de oeverlijn om de oever tegen afkalving te beschermen. Voorbeelden hiervan zijn beschoeiingen, bestaande uit een aan één gesloten rij palen of planken en betuigingen;
profiel van het waterstaatswerk zoals het daadwerkelijke aanwezig is;
dagelijks bestuur van het waterschap Hollandse Delta;
lijn die de overgang markeert tussen de kruin van de waterkering en het binnentalud;
object dat bij een botsing/aanrijding mee vervormt en daar schade aan derden beperkt.
melding op grond van het besluit uniforme saneringen
constructie die bestaat uit 1 of meerdere vaste elementen en bijhorende ankers
hemelwater (zoals regen, sneeuw) dat via een verharding afstroomt naar het oppervlakte. Direct gaat via een lozingsvoorziening, indirecte via bijvoorbeeld verharding of bodem (die verzadigd is);
buis in gronddam gelegen in een oppervlaktewaterlichaam;
eindpunt van een kabel of leiding zoals bebouwing (bedrijf, woning) of openbare voorziening (verkeerslichten, openbare verlichting).
het deel van de weg waar het verkeer direct overheen gaat en die bestaat uit losse elementen, die in meer of mindere mate los met elkaar verbonden zijn en in een bepaald verband zijn aangebracht, zoals klinkers, keien, stenen en tegels.
het eerste grondwater dat men aantreft als men gaat graven en staat rechtstreeks in verbinding met atmosferische luchtdruk;
een weg die grote (landelijke) gebieden en woonkernen naar stroomwegen ontsluit;
een sleufloze boortechniek waarbij obstakels zoals oppervlaktewaterlichamen diep onder het maaiveld kunnen worden gepasseerd;
samenstel van glasvezelskabels en bijhorende mantelbuis. Wordt beschouwd als kabel.
grondkerende constructie wordt, indien niet zijnde damwand of grondkerende constructie, verstaan een werk dat grond tegen houdt zodat deze een hoger maaiveld creëren
het onttrekken van verontreinigd grondwater met als doel de verontreinigde bodem te reinigen of het verontreinigde grondwater te verwijderen;
water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of ondergrond staat. Aanvullend onder grondwater verstaan we ook hemelwater welke in een sleuf of bouwput valt.
in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater;
het punt waar het talud van een opppervlaktewaterlichaam en het maaiveld elkaar snijden;
een geïsoleerde draadvormige elektrische geleider, bedoeld voor het transport van elektrische energie of elektrische signalen, of een mantelbuis met een diameter van maximaal 40 mm bestemd voor de doorvoer van kabels of glasvezelkabels;
het platte vlak tussen de kruinlijnen;
PM;
legger als bedoeld in artikel 2.39 van de wet of in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet;
zone of gebied welke zijn aangewezen als natura 2000-gebied, KRW-gebied en/of als natuur in het omgevingsplan
oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken;
een aanwezig rode of zwarte lijstsoort welke beschermd moet worden en/of waar compensatie of mitigerende maatregel nodig is
NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;
NEN 6646/C1:2015: Water – Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl, door mineralisatie met seleen, met behulp van een doorstroomanalysesysteem – Ontsluiting met zwavelzuur, seleen en kaliumsulfaat, versie 2015 + C1:2015;
NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2006;
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;
NEN-EN 13284-1:2001: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 1: Manuele gravimetrische methode, versie 2001;
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;
NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;
NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;
NEN-EN-ISO 6878:2004: Water – Bepaling van fosfor – Ammoniummolybdaat spectometrische methode, versie 2004;
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;
NEN-EN-ISO 11732:2005: Water – Bepaling van ammonium stikstof – Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 2005;
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;
NEN-EN-ISO 13395:1997: Water – Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 1997;
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;
NEN-EN-ISO 15681-1:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA), versie 2005;
NEN-EN-ISO 15681-2:2018: Water – Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA), versie 2018;
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;
NEN-ISO 5663:1993: Water – Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof – Methode na mineralisatie met seleen, versie 1993;.
NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;
ander oppervlaktewaterlichaam dan een oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in bijlage II.
objecten zijn zaken die niet vast zitten aan een pand/woning maar verplaatsbaar zijn. Bomen en beplantingen worden eveneens beschouwd als object(en). Verder valt te denken aan: containers, hekwerken, kliko, …
kunstwerken die van belang zijn voor de taakuitoefening van het waterschap, voor de waterkering, voor het functioneren van de waterhuishouding;
onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam of van grondwater door middel van een onttrekkingsinrichting;
samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers, alsmede flora en fauna;
in het peilbesluit vastgestelde waterstand;
gebied als aangewezen in een peilbesluit waarbinnen eenzelfde waterstand wordt gehandhaafd;
een voorziening voor het onttrekken en/of lozen van water in oppervlaktewater met een langdurig karakter;
waterkering die bescherming biedt tegen overstroming door water van een oppervlaktewaterlichaam waarvan de waterstand direct invloed ondergaat van hoge stormvloed, hoog opperwater van een van de grote rivieren, hoog water van het IJsselmeer of het Markermeer, of een combinatie daarvan, en van het Volkerak-Zoommeer, het Grevelingenmeer, het getijdedeel van de Hollandsche IJssel en de Veluwerandmeren;
het onttrekken van grondwater met als doel het onderzoeken van de hoeveelheid grondwater dat tijdens toekomstige activiteiten moet worden onttrokken. Een proefbronnering is veelal kortdurend en duurt maximaal 30 dagen;
afmetingen van het waterstaatswerk aangegeven op de legger;
ruimtelijke reservering voor toekomstige dijkversterkingen. Profielen worden bepaald conform de nota toetsingskader en beleidsregel 2014.
gebruik door recreanten van terreinen, wateren en objecten die een niet-recreatieve hoofdfunctie hebben en waarbij het medegebruik ondergeschikt is aan de hoofdfunctie;
plan waarin beschreven wordt hoe de grond, bodem, grondwatersanering wordt uitgevoerd conform geldende BRL-normen;
onttrekken van grondwater uit het watervoerende pakket met als doel de opwaartse druk te verlagen om opbarsten van de bodem te voorkomen;
constructie die over een oppervlaktewaterlichaam is geplaatst of daaraan grenst en is verankerd in het achterliggende perceel;
lijn of knikpunt, waar het hellende vlak van de waterkering en maaiveld elkaar snijden of geacht worden elkaar te snijden;
eenvoudig te verwijderen en tijdelijk benodigde voorziening voor het onttrekken en/of lozen van water in oppervlaktewater. Bijvoorbeeld voor het beregenen van gewassen;
bouwwerk wat permanent vastgemaakt is aan de steiger/vlonder en niet eenvoudig te verwijderen. Voorbeeld prieel, tuinhuis.
borden die voldoen aan bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
bodem van een oppervlaktewater als bepaald in de legger en/of beheerregister. Dit is de minimale aanlegdiepte voor oppervlaktewaterlichamen;
functie die de provincie of het waterschap aan een waterstaatswerk heeft toegekend;
kunstmatige hoogte natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan, of hoge gronden met ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben; en
bodemlaag die water doorvoert en die aan boven- en onderzijde begrensd wordt door een ondoorlatende laag of door oppervlaktewater.
een auto of een tweewielig motorvoertuig wordt een afvalstof als het voertuig rijtechnisch in onvoldoende staat is en het niet meer mogelijk is om op rendabele wijze het voertuig in voldoende staat te brengen
het zorgvuldig omgaan met de omgeving en de uitvoering van de activiteiten zodat geen (on)herstelbare schade ontstaat al dan niet in combinatie met mitigerende maatregelen.
IIIIIIIII
Bijlage IV wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De tarieven zijn de vergoeding voor de kosten die het waterschap maakt voor het uitvoeren van het definitieve herstel van de wegverharding.
De tarieven zijn exclusief BTW.
De tarieven zijn een vergoeding voor de kosten die WSHD maakt voor het uitvoeren van het definitief herstel.
De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd volgens de CBS inputprijsindex Grond-,weg- en waterbouw.
|
Verharding |
oppervlak |
euro's per m2 |
|
Elementenverharding: |
|
|
|
Betonstraatstenen |
minder dan 15 m2 |
7,70 |
|
Betonstraatstenen |
meer dan 15 m2 |
5,85 |
|
Tegelbestrating |
minder dan15 m2 |
5,05 |
|
Tegelbestrating |
meer dan 15 m2 |
4,30 |
|
Gesloten verharding: |
|
|
|
Gesloten verhardingen (asfalt) < 10m² Gesloten verhardingen (asfalt) > 10m² |
|
345,00 |
|
Verharding |
oppervlak |
euro's per m2 |
|
Elementenverharding: |
oppervlak |
m2 |
|
Betonstraatstenen |
minder dan 15 m2 |
7,70 |
|
Betonstraatstenen |
meer dan 15 m2 |
5,85 |
|
Tegelbestrating |
minder dan15 m2 |
5,05 |
|
Tegelbestrating |
meer dan 15 m2 |
4,30 |
|
Gesloten verharding: |
|
|
|
Gesloten verhardingen (asfalt) < 10m² Gesloten verhardingen (asfalt) > 10m² |
|
345,00 |
JJJJJJJJJ
Na bijlage IV wordt een bijlage ingevoegd, luidende:
KKKKKKKKK
Na sectie 6 wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Planten die schadelijke zijn voor de erosiebestendigheid van de dijkbekleding (zgn. probleemsoorten) Een soort wordt een probleemsoort als de aanwezigheid van die soort overheersend is (of wordt) en daarmee de groei van de overige vegetatie belemmert (lichtvang) en/of als door deze soort de erosiebestendigheid afneemt. De meest voorkomende probleemsoorten op de waterkering zijn: reuzenbereklauw, groot hoefblad, Japanse duizendknoop, akkerdistel, grote brandnetel, ridderzuring, raapzaad en heermoes. Verdere informatie ten aanzien probleemsoorten is te vinden op de website van de Handreiking Grasbekleding bij het onderwerp ‘Probleemsoorten’.
Het waterschap kan tijdens een natte periode, waarin de toplaag van de dijk is verweekt, de beweiding tijdelijk stopzetten. Dat geldt ook in perioden van droogte, waarbij de conditie van de grasmat en de wortelzoden geen beweiding toelaat.
De laatste jaren is er sprake van een neerslagtekort. Binnen het beheersgebied zijn er gevoelige gebieden aanwezig waar droogte kan zorgen voor slechte(re) waterkwaliteit en waar we de waterkwantiteit niet kunnen sturen. Met het instellen van een beperkingengebied voorkomen we schade op korte en langere termijn. Het uitbreiden ervan zal in overleg gaan met belanghebbenden.
Uit onderzoek en ervaringen in het veld is gebleken dat in de huidige regels de bestaande vloedschottensysteem onvoldoende zichtbaar zijn voor ingelanden. Met het toevoegen van een beperkingengebied en regels in de verordening herstellen we dit. Werkzaamheden in/aan het vloedschottensysteem of het wijzigen van gevels (in Dordrecht) zijn vergunningplichtig gesteld om risico op disfunctioneren te beperken.
Per eiland en per type oppervlaktewaterlichaam zijn verschillende afmeting van de beschermingszone vastgesteld. Deze zijn in GEO/GIS beschikbaar voor bestaande watergangen. Voor nieuwe of vergraven watergang loopt dit achter vanwege verwerking in de legger. Het beheerregister heeft gen juridische waarde in deze. Door het vastleggen op deze manier wordt de beschermingszone beter geborgd.
LLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2026-50.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.