Waterschapsblad van Waterschap Aa en Maas
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Aa en Maas | Waterschapsblad 2026, 475 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Aa en Maas | Waterschapsblad 2026, 475 | beleidsregel |
Treasurystatuut Waterschap Aa en Maas 2026
Het is decentrale overheden niet toegestaan “voor bank te spelen”. Het aangaan van leningen en het uitzetten van middelen, evenals het verlenen van garanties, is dan ook alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak. Daarnaast dienen uitzettingen en het gebruik van derivaten een prudent karakter te hebben en behoren deze niet gericht te zijn op het genereren van inkomen door het lopen van risico's.
Met het voorliggende treasurystatuut leggen we de formele kaders vast waarbinnen de treasury activiteiten van Waterschap Aa en Maas dienen plaats te vinden. Hierdoor is een objectieve en transparante afweging vooraf mogelijk en een onderbouwde verantwoording achteraf. Dit statuut is de basis voor het gevoerde treausrybeleid en bepaalt de uitgangspunten en normen die we hanteren. De specifieke beleidsvoornemens, de uitvoering van het beleid en de verantwoording over het gevoerde beleid worden conform de geldende verslaggevingsvoorschriften toegelicht in de begroting en de jaarrekening.
Het treausurystatuut is opgesteld in lijn met de verschillende wet- en regelgeving die er is ten aanzien van de financiën van waterschappen zoals vastgelegd in de Waterschapswet, het Waterschapsbesluit en de Wet Modernisering Waterschapsbestel. Daarnaast zijn in de Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de hieruit volgende regelingen kaders gesteld voor een verantwoorde, weloverwogen en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De belangrijkste doelstellingen van de Wet Fido zijn het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, het beheersen van renterisico's en het vergroten van transparantie. Aanvullend zijn in de Regeling uitzettingen derivaten decentrale overheden (Ruddo) normen voor kredietwaardigheid vastgelegd waar partijen bij wie decentrale overheden middelen willen uitzetten, aan moeten voldoen.
Naast de Wet Fido en Ruddo zijn de volgende kaders van belang voor dit treasurystatuut:
In het treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie van het waterschap geformuleerd. Deze worden vervolgens nader uitgewerkt in de organisatie en procedures, waarbij rekening wordt gehouden met de voorgeschreven instrumenten en limieten. Het treasurybeleid wordt vervolgens beschreven voor de onderdelen voorbereiding, vaststelling en uitvoering. Daarna komen de administratieve organisatie en interne controle van de treasuryfunctie aan de orde. Daarbij ligt het accent op de eenduidigheid betreffende de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
Ten behoeve van de leesbaarheid van het treasurystatuut is geprobeerd om het aantal technische termen in dit statuut te beperken. Om misverstanden te voorkomen over de gehanteerde begrippen is het gebruik van vakjargon onafwendbaar. Daarom worden specifieke begrippen in de onderstaande begrippenlijst verklaard.
Kasgeldlimiet: Een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar. Dit percentage is door de Minister van Financiën in de ‘Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden’ voor waterschappen per 1 januari 2001 vastgesteld op 23%.
Renterisiconorm: Een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar. De Minister van Financiën heeft in de ‘Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden’ dit percentage voor waterschappen per 1 januari 2001 vastgesteld op 30%.
Het treasurystatuut (hierna: statuut) heeft tot doel een formeel kader te scheppen waar binnen de financiering- en beleggingsactiviteiten van waterschap Aa en Maas dienen plaats te vinden. In het statuut moeten de vier elementen sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden in samenhang worden bezien om zo duidelijkheid en transparantie garanderen.
In feite komt het er op neer dat het belangrijkste doel van het treasurybeleid is om over voldoende middelen te beschikken op het juiste moment. Het treasurybeleid is erop gericht toegang te verkrijgen en te behouden tot de geld- en kapitaalmarkt om zo, binnen de financiële mogelijkheden van het waterschap, een optimaal of voldoende rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico's zo goed mogelijk worden beheerst.
Artikel 108 en artikel 109 van de Waterschapswet bepalen dat het algemeen bestuur bij verordening regels vaststelt met betrekking tot de organisatie van de administratie en het beheer van de vermogenswaarden en de controle. Met de vastgestelde Financiële verordening en de Controleverordening is hier invulling aan gegeven. Hierin zijn verplichtingen opgenomen waar met de vaststelling van dit treasurystatuut aan wordt voldaan.
De doelstellingen van het treasurybeleid zijn:
Investeringen, deelnemingen en beleggingen die worden gedaan in het kader van de publieke taak, maar waarbij bewust risico's worden aanvaard vallen buiten de kaders van dit statuut. In de voorkomende gevallen dient hiervoor steeds afzonderlijke besluitvorming plaats te vinden.
3.3 Tussentijdse bijstelling van het beleid
Eventuele tussentijdse bijstelling van het treasurybeleid en/of de treasury gerelateerde mandaten, zoals opgenomen in het mandaatbesluit en de regeling budgethouderschap en financieel mandaat, worden voorgelegd aan het algemeen bestuur.
Ten aanzien van financieel risico hanteren we een risicomijdend profiel. Dit betekent dat bij het komen tot de eerste voorstellen met betrekking tot het gebruik van een van dergelijke instrumenten het bestuur nadrukkelijk wordt geïnformeerd over en betrokken bij het besluit betreffende het gebruik van deze instrumenten. Op deze wijze worden het doel en het effect van het te hanteren instrument helder en duidelijk gemaakt alvorens te kunnen worden toegepast.
Risicomijdend houdt in ieder geval in:
Het beleid ten aanzien van financieringen is erop gericht een spreiding van toekomstige renterisico's te bevorderen. Zo kan ook in de toekomst worden ingespeeld op ontwikkelingen op het gebied van het aantrekken en uitzetten van financieringen om te blijven voldoen aan de renterisiconorm conform de eisen uit de Wet Fido. Op deze manier treedt er bovendien geen overmatige blootstelling aan rentebewegingen op.
We beperken onze liquiditeitsrisico’s door de treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitsprognose en een meerjarenraming.
Valutarisico’s worden uitgesloten door alleen leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s.
Op grond van de Financiële verordening stelt het algemeen bestuur het treausurystatuut vast. De uitvoering van het treasurybeleid en het verrichten van treasury activiteiten, zoals het aangaan van leningen en het uitzettingen van gelden, is aan het dagelijks bestuur gedelegeerd. De concrete uitvoering van het beleid is belegd bij de ambtelijke organisatie volgens het geldende Mandaatbesluit.
In de beschrijving van de administratieve organisatie in de Financiële verordening zijn procedures opgenomen die nadrukkelijk betrekking hebben op de treasuryfunctie. In deze procedures worden verantwoordelijkheden, activiteiten, bevoegdheden en functiescheidingen tussen besluitvormende, uitvoerende, registrerende en controlerende functies vastgelegd.
Daarnaast zijn in het kader van dit treasurystatuut drie (werk)procedures opgesteld: ‘Aangaan van leningen’, ‘Aangaan van kasgeldleningen’ en ‘Uitzetten van gelden’. Deze zijn als bijlage bij dit statuut opgenomen.
Naast de externe controle aan het einde van het proces door de accountant, vindt ook gedurende het jaar controle plaats naar de uitvoering van de processen, de juistheid en rechtmatigheid. Het grootste deel van de controle vindt dus intern plaats. Om een correcte wijze van interne controle zeker te stellen, moet er sprake zijn van functiescheiding. Door functiescheiding te creëren tussen besluitvormende, registrerende en controlerende functies wordt misbruik zoveel mogelijk voorkomen. Dit betekent dat de medewerkers die belast zijn met de treasury-activiteiten niet betrokken zijn bij de feitelijke administratieve vastlegging en controle.
Het algemeen bestuur besluit over het maximale bedrag waarvoor in enig jaar langlopende leningen mogen worden aangegaan en besluit over de maximale rekeningcourantverhouding. Het algemeen bestuur wordt daarbij voorgesteld het dagelijks bestuur te machtigen tot de uitvoering hiervan binnen het gestelde maximum. De concrete invulling hiervan wordt uitgevoerd door de ambtelijke organisatie volgens het geldende Mandaatbesluit en de geldende Regeling budgethouderschap en financieel mandaat.
Voor het uitvoeren van transacties zijn in het kader van de treasury de volgende instrumenten ter beschikking:
Specifieke rente-instrumenten mogen alleen gebruikt worden voor het beheersen of verminderen van renterisico’s. Aa en Maas maakt hier in principe geen gebruik van. Zou het gebruik van specifieke rente-instrumenten toch aan de orde zijn, wordt dit voorgelegd aan het algemeen bestuur.
Bij het gebruik van bovenstaande instrumenten moet men in ieder geval voldoen aan de onderstaande richtlijnen:
Zolang het schatkistbankieren verplicht is voor waterschappen, is het uitzetten van overtollige gelden niet aan de orde. Mocht het verplicht schatkistbankieren worden afgeschaft, ontstaan voor het waterschap alternatieve mogelijkheden om overtollige gelden tijdelijk uit te zetten. Hiervoor gelden in dat geval de volgende uitgangspunten en voorwaarden:
Voor het uitzetten van gelden mag men een partij alleen accepteren als tegenpartij, indien deze voldoet aan de volgende criteria:
Kredietrisico's bij langer dan 3 maanden uitzetten worden beperkt door uitsluitend uit te zetten bij financiële instellingen die voldoen aan de kredietwaardigheidseis rating AA-minus of hoger, afgegeven door minimaal twee van de drie gerenommeerde ratingbureaus (Standaard & Poor’s, Moody’s en Fitch);
De tegenpartij is een instelling die onder financieel rechterlijk toezicht staat in een EU/EER lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste 2 van de 3 gerenommeerde ratingbureaus en voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze tenminste over een AA-minusrating beschikken, afgegeven door tenminste 2 van de 3 gerenommeerde ratingbureaus.
6. Uitvoeren van het treasurybeleid
Voor een correcte uitvoering van het treasurybeleid is informatie nodig. De verschillende (operationele) informatiestromen worden hieronder weergegeven. In het kader van de functiescheiding als benoemd in paragraaf 4.3 staat de toetsing en de controle op de uitvoering hier los van. Hier wordt in hoofdstuk 7 nader op ingegaan.
De uitvoering van het treasurybeleid is belegd bij de ambtelijke organisatie. De portefeuillehouder financiën wordt tenminste tweemaal per jaar geïnformeerd over de verwachte midden- en lange termijn ontwikkelingen op dit gebied. Bijvoorbeeld ten aanzien van de rentevisie voor de lange termijn en de algehele financiële positie van het waterschap.
Door middel van de verschillende P&C-documenten wordt gerapporteerd over de beleidsvoornemens, de beleidsuitvoering en wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid. Indien nodig kan een voorstel voor bijstelling worden gedaan. De P&C-cyclus bestaat uit de voorjaarsnota, begroting en bijbehorende meerjarenraming, bestuursrapportage en de jaarrekening. Ze worden hierna nader toegelicht in relatie tot het treasurybeleid.
Is het startpunt van het begrotingsproces. Schetst de meerjarige verwachtingen voor zowel beleidsmatige als financiële ontwikkelingen. De voorjaarsnota ondersteunt het bestuur bij het maken van een integrale afweging in de balans tussen beleidsambities en lastendruk. In de voorjaarsnota wordt een inschatting gemaakt van de renteontwikkeling.
Vertaling van de voorjaarsnota naar doelen, prestaties en middeleninzet. Laat per programma zien welke doelen het bestuur wil bereiken, op welke wijze dit wordt nagestreefd en wat de netto kosten zijn. De begroting plus meerjarenraming beslaat een periode van 5 jaar. In de paragraaf Uiteenzetting van de financiële positie worden de beleidsvoornemens ten aanzien van treasury geformuleerd. Hierin komen de volgende onderwerpen aan bod:
De interne toetsing en controle op de uitvoering van het beleid vindt plaats middels de procedures van de administratieve organisatie als vastgelegd in de Financiële verordening en de P&C-cyclus zoals hiervoor beschreven. Verantwoording over het gevoerde beleid wordt afgelegd in de jaarrekening.
De ambtelijke organisatie legt van alle stukken met betrekking tot de lening(en) dossiers aan. Deze dossiers staan op verzoek ter beschikking voor interne controle door Concern control en voor externe controle door de accountant.
De getrouwheid van de rechtmatigheid van de uitvoering van het treasurybeleid is onderdeel van de accountantscontrole in het kader van de controle op de jaarrekening. Deze controle beslaat het gehele uitvoeringstraject. De invulling hiervan is bepaald in de Controleverordening. We treffen alle maatregelen die noodzakelijk zijn voor het (doen) uitvoeren van een effectieve externe controle door een registeraccountant. Opdrachtgever voor de externe controle door de accountant is het algemeen bestuur.
Aa en Maas verstrekt jaarlijks in ieder geval de volgende informatie:
Aan de toezichthouder (Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant):
De begroting waarin opgenomen:
De jaarrekening waarin opgenomen:
Driemaandelijks een opgave van de stand van het EMU-saldo op een door het Centraal Bureau voor de Statistiek te bepalen wijze, zodat zij de informatie aan het Ministerie van Financiën kan presenteren.
Het treasurystatuut 2009, vastgesteld bij besluit van 3 oktober 2008, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaande aan het jaar waarin dit beleid in werking treedt.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur op 14 november 2025
de secretaris,
Peter Verlaan
de dijkgraaf,
Mario Jacobs
Bijlage 1 Procedure aangaan van leningen 1
Algemeen geldt dat bij het aangaan van geldleningen het ‘vier ogenprincipe’ wordt gehanteerd.
Bijlage 2 Procedure afsluiten kasgeldlening
Bijlage 3 Procedure uitzetten van gelden
Deze procedure is alleen van toepassing in het geval het verplicht schatlistbankieren komt te vervallen en geldt in dat geval voor het uitzetten van gelden voor een korte periode (deposito's). Indien middelen voor een langere tijd overtollig zijn of er een specifieke aanleiding is om als uitlenende partij op te treden bij een vaste geldlening wordt dit voorgelegd aan het bestuur.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2026-475.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.