Uitvoeringsprogramma VTH 2026

 

1. Inleiding

 

Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2026 (UP 2026) van het waterschap Brabantse Delta. Dit is het operationeel kader voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) voor 2026.

 

Dit uitvoeringsprogramma geeft een door kijk naar de doelen voor 2026. Daarbij staan de maatschappelijke opgaven rondom het behouden of verbeteren van de waterkwaliteit (gezond water), waterkwantiteit (voldoende water), waterveiligheid (droge voeten) en nautisch- en vaarwegbeheer (veilige bevaarbare vaarwegen) centraal. Hierbij neemt VTH altijd de doelen uit de Kaderrichtlijn Water in ogenschouw. Daarnaast geeft het uitvoeringsprogramma inzicht in de benodigde en beschikbare middelen. Voorgaande jaren werd het uitvoeringsprogramma gecombineerd met de evaluatie van het voorgaande jaar. Dit jaar is dit losgekoppeld voor een beter overzicht. De evaluatie van het Uitvoeringsprogramma 2025 zal begin volgend jaar in een apart document worden gerapporteerd.

 

Het waterschap ziet erop toe dat zowel landelijke wetgeving als lokale regelgeving wordt nageleefd. Dat regels worden nageleefd is in basis de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder, eigenaar dan wel gebruiker. Door toezicht uit te voeren worden zij herinnerd aan deze verantwoordelijkheid en blijft het onder hun aandacht. Als er duidelijke regels zijn en het handhavingsbeleid consequent en transparant is, laten inwoners, bedrijven en organisaties zich beter op de eigen verantwoordelijkheid aanspreken.

 

Binnen dit uitvoeringsprogramma wordt verwezen naar de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025 – 2028 (U&H-strategie). Deze strategie is een beleidsstuk waarin beschreven is hoe het proces VTH de komende vier jaar om gaat met onderwerpen van belang en ontwikkelingen die eraan komen. Aangezien daarin de omgevingsanalyse en de ontwikkelingen duidelijk zijn opgenomen worden die niet meer elk jaar in het uitvoeringsprogramma beschreven. Voor deze onderdelen verwijzen we dan ook graag naar de U&H-strategie welke op 8 april 2025 is vastgesteld door het dagelijks bestuur. Waar nodig zal de strategie jaarlijks worden herzien. De U&H-strategie is als bijlage II opgenomen bij dit uitvoeringsprogramma.

 

Dit uitvoeringsprogramma is door het dagelijks bestuur van het waterschap vastgesteld in de vergadering van 6 januari 2026. Daarnaast wordt het in het kader van het interbestuurlijk toezicht gestuurd naar de Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Brabant. In het kader van de (regionale) samenwerking wordt het uitvoeringsprogramma eveneens gedeeld met verschillende (keten)partners, waaronder de andere Brabantse waterschappen en de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB).

 

2. Prioriteiten 2026

2.1 Missie, visie en doelen

Waterschap Brabantse Delta zet zich in voor een klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap voor Midden- en West-Brabant. De doelen voor VTH zijn uitgewerkt aan de hand van de kerntaken van het waterschap en de strategische en operationele doelen zoals opgenomen in het Waterbeheerprogramma “Klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap” (WBP) en de Uitvoerings- en handhavingsstrategie VTH 2025-2028:

  • Waterkwaliteit: bijdragen aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water

  • Waterveiligheid: zorgen voor droge voeten via toezicht op waterkeringen

  • Waterkwantiteit: voldoende water voor landbouw, natuur en stedelijk gebied

  • Nautisch beheer: veilige en bevaarbare vaarwegen

2.2 Focuspunten VTH 2026

 

Focuspunten VTH 2026

  • Uitvoeren actiepunten KRW-impuls

  • Acties in verband met aanpassing belastingstelsel

  • Meer zicht en grip op indirecte lozingen

  • Beleidsrijke herziening Waterschapsverordening

 

2.3 Prioriteiten per thema

De prioriteiten worden bij vergunningverlening bepaald aan de hand van een risicoafwegingskader. Het binnen de wettelijke termijn behandelen van vergunningaanvragen heeft de hoogste prioriteit. Iedere aanvraag moet worden afgehandeld. Er valt vooraf lastig een inschatting te maken hoe de hoeveelheid aanvragen (vergunningen, meldingen, adviezen, etc.) gaat veranderen. Hierdoor worden vergunningaanvragen op volgorde van binnenkomst afgehandeld. Hierna volgen meldingen. Bij adviezen wordt in afstemming met het bevoegde gezag bepaald wanneer het advies afgehandeld moet worden. Hieronder valt ook de weging van het waterbelang.

 

De prioriteiten binnen het toezicht en de handhaving worden bepaald aan de hand van de risicomatrix. Door risico gestuurd te werken zullen automatisch zaken met een laag risico, laag geprioriteerd worden. Bij zaken met een lage prioriteit zal het toezicht er daardoor meer administratief uitzien en niet proactief. De risicomatrix is opgenomen in bijlage III. Komend jaar wordt er gewerkt aan een geactualiseerde risicomatrix.

 

Hieronder zijn de prioriteiten per thema uitgewerkt. De hierin genoemde KPI’s zijn terug te vinden in bijlage I. Naast de inhoudelijke thema’s worden er ook nog procesmatige onderwerpen benoemd in het uitvoeringsprogramma.

2.3.1 Waterkwaliteit (gezond water) en Kaderrichtlijn Water

In 2026 zal VTH blijven bijdragen aan het behalen van de doelstelling van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De nadruk zal liggen op de acties volgend uit het Waterbeheerprogramma “Klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap” en de in 2025 vastgestelde KRW-Impuls. In de volgende paragraaf worden eerst acties rondom het onderwerp KRW opgesomd. Vervolgens wordt ingegaan op andere acties voor de doelen van het thema gezond water.

 

Kaderrichtlijn water

De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die als doel heeft de waterkwaliteit van oppervlaktewater en grondwater in de Europese Unie te verbeteren en te beschermen. Met het oog op de deadline van december 2027 zal de focus voor het waterschap voor een substantieel deel liggen op het bepalen van de KRW-doelen. Op 25 juni 2025 is door het algemeen bestuur het KRW-impuls uitvoeringsprogramma vastgesteld. Hierin zijn ook een aantal acties voor VTH opgenomen.

 

De KRW-impuls zet onder meer extra in op vergunningverlening, toezicht en handhaving, in samenwerking met de Brabantse Omgevingsdiensten. In het KRW-impulspakket is er speciale aandacht voor probleemstoffen, het opsporen en aanpakken van de (directe en indirecte) bronnen.

 

Bijdragen VTH aan KRW voor 2026:

 

Vergunningen

  • Bezien en herzien van 21 vergunningen voor directe lozingen.

  • Deelname aan pilot KRW-proof maken van vergunningen voor indirecte lozingen, waarvoor de provincie het bevoegd gezag is. Deze pilot is in 2025 opgestart voor 5 bedrijven, waaronder 2 in ons beheersgebied en zal in 2026 ook nog doorlopen.

  • Bij nieuwe vergunningprocedures wordt de KRW standaard meegenomen in de advisering en vergunningverlening.

Toezicht en handhaving

  • Extra risico-gericht en stroomgebiedsgerichte KRW-toezicht en opsporing. In navolging van de pilot Rietkreek zullen in 2026 andere stroomgebieden in kaart gebracht worden. Daarnaast zijn en worden extra metingen uitgevoerd bij 13 van de 17 rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) in beheer van het waterschap. Op basis van deze metingen moet duidelijk worden wat de probleemstoffen en hotspots binnen ons waterschap zijn en zal VTH inzetten op bronaanpak voor zover het bedrijfsmatige lozingen betreft.

  • Versnelling van de inzet op beperken van erfemissies van gewasbeschermingsmiddelen vanaf wasplaatsen direct naar oppervlaktewater. In dit kader zijn 200 controles gepland voor 2026.

Seveso

Toezicht en handhaving

De Seveso-richtlijn is een Europese richtlijn die bedoeld is om de veiligheid te verbeteren van locaties met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. In het Seveso-toezicht wordt samengewerkt tussen Omgevingsdiensten, Veiligheidsregio’s, Nederlandse Arbeidsinspecties en waterkwaliteitsbeheerders.

 

Waterschap Brabantse Delta is één van de regie voerende Seveso waterschappen en voert inspecties uit gericht op het voorkomen van onvoorziene lozingen en het beperken van waterverontreiniging ten gevolge van onvoorziene lozingen. Het waterschap voert deze inspecties ook uit voor de waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Scheldestromen.

 

Voor 2026 staan de volgende Seveso-inspecties gepland:

Gebied

Aantal inspecties

Brabantse Delta

11

Aa en Maas

6

De Dommel

3

Scheldestromen

1

Totaal

21

 

 

In 2025 is landelijk de draad weer opgepakt voor het nieuwe beleid Onvoorziene lozingen met als doel eind 2026 het beleid op te leveren en uit te gaan rollen. VTH levert inhoudelijke bijdragen, heeft zitting in en verzorgt het voorzitterschap van de begeleidingscommissie.

 

Actualiseren vergunningen directe lozingen

Vergunningen

Het waterschap is het bevoegde gezag voor directe lozingen op oppervlaktewater en zuiveringstechnische werken van het waterschap. VTH streeft er naar elke vier jaar te bezien of vergunningen voor directe lozingen geactualiseerd dienen te worden, zoals is vastgesteld in de U&H-strategie. Hierin is ook opgenomen dat iedere vergunning voor directe lozingen iedere acht jaar wordt herzien. In 2026 worden 14 vergunningen bezien en 7 herzien. Daarnaast wordt 1 maatwerkvoorschrift herzien voor een eigen rioolwaterzuivering.

 

Grip op indirecte lozingen

Vergunningen

Indirecte lozingen zijn lozingen die niet direct op oppervlaktewater of een zuiveringstechnisch werk van het waterschap plaatsvinden maar op de gemeentelijke riolering en via deze route in de meeste gevallen bij een rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap terecht komen. Gemeente of provincie zijn bevoegd gezag en hebben de VTH-uitvoering gemandateerd aan de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB). Het waterschap heeft een adviserende rol ten aanzien van deze indirecte lozingen. Eind 2024 is een nieuw samenwerkingsconvenant ondertekend waarbij het gezamenlijk oppakken van deze lozingen één van de speerpunten is. Als gevolg hiervan is er regelmatig afstemming tussen beide organisaties, zowel op ambtelijk niveau als op bestuurlijk niveau.

 

Voor het aantal te verwachten adviezen zijn we afhankelijk van de aanvragen en verzoeken die binnenkomen van de omgevingsdienst. Hier hebben we nauwelijks invloed op. Op basis van cijfers van voorgaande jaren verwachten we dat in 2026 ongeveer 100 adviezen gegeven zullen worden over indirecte lozingen.

 

In 2025 is, in samenwerking met de OMWB, een beslisboom vastgesteld voor het al dan niet vragen van een wateradvies aan het waterschap bij vergunningaanvragen voor een milieubelastende activiteit. Deze beslisboom is gepresenteerd tijdens de Themadag Water op 23 oktober 2025. Daarnaast is een werkdocument opgesteld voor de beoordeling van afvalwater afkomstig van op- en overslagbedrijven met de bedoeling dat de OMWB deze beoordeling zelf kan gaan uitvoeren vanaf 2026.

 

Deze werkwijze zal in de loop van 2026 geëvalueerd worden en waar nodig worden aangepast, met als doel een nog sterkere samenwerking.

 

Toezicht en handhaving

Jaarlijks wordt een planning gemaakt ten aanzien van de uit te voeren controles en bemonsteringen bij industriële bedrijven op basis van de risicomatrix. De lijst met te controleren bedrijven wordt afgestemd met de OMWB voor wat betreft de te stellen prioriteiten, planning en (wijze van) uitvoering van het toezicht. Tijdens deze bezoeken wordt gecontroleerd of de afvalwaterlozing volgens vergunningsvoorschriften plaatsvindt en of de lozing van verontreinigende stoffen tot een minimum wordt beperkt.

 

Voor 2026 staan circa 510 controlebezoeken gepland. Dit betreft zowel indirect lozingen op de gemeentelijk riolering als directe lozingen op oppervlaktewater en de afvalwaterpersleiding van het waterschap. Aanvullend voert het waterschap ook nog afvalwateronderzoek bij bedrijven uit.

 

In het kader van bronopsporing wordt intensiever en uitgebreider gemeten en bemonsterd bij rwzi’s. VTH heeft een aantal rwzi’s geselecteerd voor extra analyses van het effluent op een breed KRW-stoffenpakket. Daarnaast wordt door de afdeling Waterbeleid & Plannen een bredere analyse uitgevoerd. De onderzoeken zijn in 2025 ingezet en zullen doorlopen in 2026. Begin 2026 worden de eerste resultaten verwacht. Op basis van de metingen moet duidelijk worden wat de probleemstoffen en hotspots binnen ons waterschap zijn en zal VTH, in samenwerking met de OMWB, inzetten op bronaanpak voor zover het bedrijfsmatige lozingen betreft.

 

Opkomende stoffen/PFAS/ZZS

Vergunningen

Door de OMWB zijn eind 2024 en begin 2025 de afvalverwerkingsbedrijven in Noord-Brabant aangeschreven om een vermijdings- en reductieprogramma (VRP) op te stellen en in te dienen ten aanzien van de emissie van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Het waterschap heeft een adviserende rol ten aanzien van de emissies op water. In het kader van afstemming en kennisuitwisseling zullen Omgevingsdiensten en Brabantse Waterschappen samen optrekken bij de beoordeling hiervan. Er zijn echter nagenoeg geen VRP’s binnengekomen in 2025, bedrijven hebben verzocht om uitstel vanwege de complexiteit. Verwacht wordt dat deze in 2026 wel binnenkomen en beoordeeld moeten worden.

 

 

Een landelijke database ten aanzien van de beoordeling van stoffen op grond van de Algemene Beoordelingsmethodiek (ABM) ontbreekt. Om de beoordeling van stoffen efficiënter en eenduidiger te maken zal in 2026 gestart worden met het opzetten van een eigen database.

 

Toezicht en handhaving

In het PFAS-monitoringsplan RWZI Bath is een 6-tal bedrijven, waarvan bekend is dat ze direct of indirect PFAS lozen op RWZI Bath, opgenomen. Met als doel het opsporen van de belangrijkste bronnen en routes van PFAS naar het influent van RWZI Bath en om zo te kunnen bepalen waar emissiereducerende maatregelen het meest zinvol zijn. De planning van de monstername bij de bedrijven zal zoveel mogelijk aansluiten bij de lopende bemonsteringsschema’s (voor andere stoffen dan PFAS) in 2026.

 

Als het belang van de verschillende bronnen duidelijk is kan het handelingsperspectief om de emissies terug te dringen bepaald worden. Voor het handelingsperspectief kunnen meerdere partijen aan zet zijn, waaronder de OMWB. Samenwerking is daarom belangrijk. Binnen Waterschap Brabantse Delta is een VTH PFAS werkgroep actief, waarbij sinds 2025 ook de omgevingsdienst is aangesloten. Dit overleg vindt ook in 2026 driewekelijks plaats.

 

Toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen in oppervlaktewater

In de Plas Caron vindt grootschalige bodemtoepassing plaats ten behoeve van de herinrichting van de plas. Het toezicht hierop vindt in de basis op administratieve wijze plaats. Daarnaast worden drones ingezet om het volume van de partij te bepalen. Indien nodig zullen er monsters worden genomen van de partij. Bij een overtreding van de regelgeving uit het BAL zal op basis van een uitgebreid controlerapport een repressief traject gestart worden conform de reguliere werkwijze van het VTH-proces. De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) en de Handhaving uitvoeringsmethode Besluit Bodemkwaliteit zijn daarbij uitgangspunt.

 

Agrarische sector

Op basis van de risicomatrix en aan de hand van beschikbare capaciteit bepalen we op welke segmenten proactief toezicht wordt uitgevoerd. Er vinden geen grote verschuivingen plaats ten opzichte van 2025.

 

Onderdeel agrarisch toezicht

Aantal geplande inspecties

Veehouderij

90

Open teelt

80

Wasplaatsen

200

Toepassingscontroles gewasbeschermingsmiddelen

50

Glastuinbouw

80

Totaal

500

 

Naast bovenstaande geplande inspecties (proactief toezicht) zal er ook weer reactief toezicht worden gehouden. Op basis van het aantal klachten en meldingen van voorgaande jaren bij de agrarische sector wordt er ingeschat dat dit in 2026 zo'n 25 reactieve inspecties zullen zijn.

2.3.2 Waterkwantiteit (voldoende water)

Conform het vastgestelde Waterbeheerprogramma “Klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap” wordt rondom waterkwantiteit ingezet op de balans tussen niet te veel en niet te weinig zoet grond- en oppervlaktewater, nu en in de toekomst. Ook in 2026 wordt hier weer ingezet op waterschaarste en het voorkomen en beperken van wateroverlast. In 2026 zijn 250 toezichtcontroles gepland op verleende vergunningen ten aanzien van waterkwantiteit.

 

Grondwateronttrekkingen

In 2026 wordt evenals voorgaande jaren uitvoering gegeven aan de grondwateropgave waarbij circa 1.800 vergunninghouders worden aangeschreven en wordt gevraagd om te rapporteren over de hoeveelheid onttrokken grondwater in het jaar 2025. Daarnaast wordt er toezicht gehouden op illegale grondwaterputten.

 

Waterschaarste

De inzet op dit onderwerp is elk jaar weer anders, afhankelijk van de neerslag en verdamping in het voorjaar en zomer. Ook in 2026 zal VTH de inzet plegen op dit onderwerp welke wordt gevraagd. Daarnaast krijgen de mogelijke onttrekkingsverboden op KRW-lichamen extra aandacht.

 

Wateroverlast

Een goed functionerend watersysteem is van groot belang voor het voorkomen van wateroverlast. Daarom reageert VTH altijd op binnenkomende meldingen over het watersysteem. Jaarlijks worden er ongeveer 200 van dit soort meldingen afgehandeld.

 

Gedragscode bestendig beheer en onderhoud

De nieuwe gedragscode bestendig beheer en onderhoud schrijft een nieuwe manier van maaien door waterschappen voor. Dit nieuwe maaien zorgt voor wat wrijving in het gebied, doordat het product dat overblijft is gewijzigd. Dit leidt soms tot discussie met de ontvangstplichtige van het maaisel. In 2026 wordt er onderzocht welke rol er voor VTH is weggelegd in deze kwestie. Daarnaast zal VTH handelen wanneer mogelijk en noodzakelijk.

2.3.3 Waterveiligheid (droge voeten)

Het Waterbeheerprogramma “Klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap” ziet op het minimaliseren van overstromingsrisico's door te voldoen aan de landelijke en provinciale normen en de zorgplicht voor de waterkeringen. Vergunningverlening, toezicht en handhaving dragen hier in 2026 aan bij door het voorkomen van onwenselijke schade aan en in de buurt van de keringen. Toezicht hierop gebeurt steeds meer door gebruik te maken van drones. In 2026 vindt een evaluatie plaats van de pilot die binnen VTH loopt om te werken met drones.

 

 

Gesloten seizoen

In het gesloten seizoen (1 oktober – 1 april), mogen er geen werkzaamheden op keringen plaatsvinden. Er gaat een pilot lopen om anders om te gaan met het gesloten seizoen. Hierbij zal er meer risicogericht gewerkt worden in plaats van vast te houden aan een vaste periode. Voor VTH zal dit inhouden dat er meer tijd nodig zal zijn voor de beoordeling van aanvragen op de keringen. Daarnaast zal er meer en uitgebreider toezicht in het huidig gesloten seizoen moeten gaan plaatsvinden op activiteiten die voorheen niet toegestaan zouden zijn. De pilot loopt twee jaar, dus zal VTH geheel 2026 gevolgen van ondervinden van de pilot.

 

Primaire keringen

De Legger primaire keringen wordt in 2026 aangepast. Op een aantal plekken zal dit inhouden dat de zoneringen1 ruimer worden en dus minder mogelijk is in deze zoneringen. Er wordt verwacht dat er daarom meer vergunningen aangevraagd worden. Daarnaast wordt verwacht dat er meer vergunningen moeten worden geweigerd, omdat de rechtsbescherming achteraf plaats vindt bij dit soort wijzigingen. Gezien het grote aantal reacties in het voortraject van deze wijziging verwacht VTH hier veel aandacht aan te moeten besteden. Bij alle verleende vergunningen op de primaire keringen wordt toezicht gehouden, conform de risicomatrix.

 

Dijkversterkingsprojecten

Het waterschap voert voortdurend dijkversterkingsprojecten uit. VTH is betrokken als adviseur binnen deze projecten. Door vooraf betrokken te zijn, zullen projecten beter in overeenstemming met de regelgeving worden opgeleverd.

 

Regionale keringen

Het waterschap heeft niet alle gronden van de regionale waterkeringen in eigendom. Dit bemoeilijkt het beheer, onderhoud en overzicht in sommige situaties. Medio 2026 neemt het algemeen bestuur een besluit over het al dan niet actief aankopen van deze gronden. Zodra dit besluit er ligt zal er een inventarisatie worden gemaakt wat dit inhoudt voor het werk van VTH. In 2026 zullen circa 100 van de in totaal 400 overtredingen worden beoordeeld die naar aanleiding van het project “surveillance regionale keringen” zijn geïnventariseerd. In eerste aanleg zal er worden beoordeeld of legalisatie mogelijk is. Mocht legalisering of een vergunningsvrije status niet aan de orde zijn, wordt handhavend optreden afgewogen en ingezet.

2.3.4 Nautisch- en vaarwegbeheer (veilige bevaarbare vaarwegen)

Conform het vastgestelde Waterbeheerprogramma “Klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap” wordt rondom nautisch beheer ingezet op het zorgdragen dat de regels op het water duidelijk zijn en nageleefd worden. Rondom vaarwegbeheer wordt ingezet op het zorgdragen dat de vaarwegen voldoende diepgang hebben en breed genoeg zijn, de assets (inclusief oevers) goed onderhouden zijn en de doorgang voor water- en landverkeer vlot verloopt.

 

Operationeel nautisch beleid

Het operationeel nautisch beleid biedt niet altijd de handvatten die vergunningverleners nodig hebben bij het toetsen van aanvragen op de vaarwegen. Daarom zal in 2026 dit beleid worden uitgewerkt tot een helder nautisch toetsingskader voor dit soort aanvragen. Hierin wordt ook de Richtlijnen Vaarwegen 2020 (RWS) meegenomen.

 

Nautisch toezicht

Het waterschap is nautisch toezichthouder in medebewind met de Provincie Noord-Brabant. Het nautisch toezicht is onderdeel van de risicomatrix. Dit houdt in dat het toezicht reactief plaatsvindt en dat er op basis van het ingeschatte risico inzet wordt gepleegd. Er wordt op basis van de gegevens van voorgaande jaren en een trendanalyse verwacht dat er zo'n 65 scheepvaartvergunningen worden aangevraagd. Aanvullend op het nautisch toetsingskader zal er een nautisch toezichtsplan worden uitgewerkt. Evenals het afgelopen jaar worden er steekproefsgewijs controles uitgevoerd op scheepvaartvergunningen, evenementenvergunningen en illegale ligplaatsen.

2.3.5 Innovatie & Digitale transformatie

Naast inhoudelijke waterthema's voert VTH ook werkzaamheden waarbij de focus ligt op innovatie en digitale transformatie. Deze werkzaamheden zijn niet inhoudelijk met de kerntaken van VTH verbonden, maar zijn wel van belang in het kader van beter en efficiënter werken. In het kader van de volledigheid zijn die onderwerpen hieronder beschreven.

 

Drones

Binnen VTH loopt een pilot om te werken met drones. Deze pilot wordt begin 2026 geëvalueerd. Na de evaluatie wordt bekeken hoe drones als toezichtsmiddel voor VTH-activiteiten ingezet kunnen worden en hoe dit georganiseerd moet worden.

 

 

PowerBrowser wordt Mozard

In 2027 wordt het VTH-zaaksysteem PowerBrowser veranderd in Mozard. Omdat dit een fikse operatie zal zijn, wordt al vroeg gestart met de voorbereidingen voor de overgang. Brabantse Delta zal als een van de eerste waterschappen overgaan op de nieuwe software.

2.3.6 Procesmatige onderwerpen

Procesmatige onderwerpen als bezwaarprocedures en heffingen zijn erg van belang voor het werk van VTH. Zonder deze werkzaamheden kan het proces niet effectief werken.

 

Bezwaarprocedures

Er worden de komende tijd meer bezwaren verwacht op besluiten op onder andere de primaire keringen. Men kan geen bezwaar meer indienen tegen de vaststelling van een Legger, dus zal dit gebeuren tijdens het proces van vergunningverlening. Bijvoorbeeld wanneer een aangevraagde vergunning wordt geweigerd. Omdat de Legger primaire keringen in 2026 wordt geactualiseerd zal dit vooral bij die locaties spelen.

 

Daarnaast is in 2024 door een internationaal bedrijf in het beheergebied van Brabantse Delta beroep aangetekend tegen de verleende watervergunning. Tot op heden is er nog geen uitspraak gedaan door de rechtbank. Mogelijk zullen er in 2026 vervolgprocedures volgen.

 

Op basis van voorgaande jaren worden de volgende aantallen verwacht:

Procedure

Aantal

Bezwaar

20

Beroep

5

Last onder dwangsom

20

Last onder bestuursdwang

15

Totaal

60

 

Legesverordening

In 2026 zal met een nieuwe legesverordening gewerkt gaan worden. Deze is aangepast met als doel het verhogen van de kostendekkendheid, redelijkheid en eenvoud. De vaststelling en inwerkingtreding van de nieuwe legesverordening zal in een afzonderlijk bestuurlijk traject worden behandeld.

 

Subsidieverordening

Het waterschap werkt aan een subsidieverordening. Overwogen wordt dat de controle op de juiste uitvoering van de maatregelen waarvoor subsidie verstrekt is, bij toezicht en handhaving van VTH te leggen. Dit vraagt andere vaardigheden en capaciteit.

 

Heffingen

Op 1 januari 2026 treedt een aanpassing van het belastingstelsel voor waterschappen in werking. Het algemeen bestuur heeft ingestemd met extra capaciteit vanwege die wijziging. Voor VTH zijn de volgende wijzigingen relevant:

  • Nieuwe methode om afvalwater te analyseren

    Er komt een andere methode om afvalwater te analyseren en de vervuilingswaarde te bepalen, omdat bij de huidige analyses milieubelastende stoffen gebruikt moeten worden. CZV en stikstof kjeldahl worden vervangen door TOC en totaal gebonden stikstof minus de som van nitriet en nitraat. In water- en omgevingsvergunningen zou deze wijziging ook doorgevoerd moeten worden, gelet op duurzaamheid. Het betreft ongeveer 30 watervergunningen die ambtshalve of op verzoek gewijzigd moeten worden en 50 omgevingsvergunningen waarover we de omgevingsdienst zullen adviseren de vergunning ambtshalve aan te passen.

  • Nieuwe werkwijze tabel afvalwatercoëfficiënten

    Bij een groot aantal bedrijven wordt de vervuilingswaarde bepaald door het waterverbruik te vermenigvuldigen met een van de afvalwatercoëfficiënten behorende bij de 15 klassen in de tabel afvalwatercoëfficiënten. Omdat ca 95% van de bedrijven is ingedeeld in klasse 8 is besloten dat alle nieuwe bedrijven ingedeeld worden in deze klasse. Tenzij het waterschap of het bedrijf zelf met een afvalwateronderzoek een lagere of hogere klasse aantoont. Bij bestaande bedrijven, die niet ingedeeld zijn in klasse 8, geldt een overgangstermijn van 10 jaar. In dit tijdsbestek dient het waterschap deze bedrijven opnieuw in een tabelklasse in te delen, hetzij via afvalwateronderzoek, hetzij via de praktische regeling. Het betreft ongeveer 650 bestaande bedrijven. De voorbereidende fase is in 2025 gestart. 2026 zal in het teken staan van inventarisatie van de 650 tabelbedrijven en hun lozingssituatie, samen met Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB), en gestart zal worden met het afvalwateronderzoek bij circa 25 bedrijven om de klasse vast te stellen.

Samenwerking

Het waterschap werkt veel samen met (keten)partners. Denk hierbij aan de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB), Schone Maaswaterketen (SMWK), Rijkswaterstaat (RWS), gemeenten, Provincie Noord-Brabant en de andere Brabantse waterschappen. Het uitvoeringsprogramma wordt ook altijd proactief met deze partners gedeeld. Daarnaast is de samenwerking met bijvoorbeeld de OMWB in een convenant vastgelegd en wordt dit besproken in zowel ambtelijk als bestuurlijk overleggen. Waterschap Brabantse Delta is ook betrokken bij de samenwerking ‘Samen Sterk in Brabant’ (SSiB) en levert hieraan de nodige bijdrage.

 

In het kader van het strafrecht nemen buitengewoon opsporingsambtenaren vanuit VTH meerdere malen per jaar deel aan casusoverleggen met het Openbaar Ministerie (OM) en diverse ketenpartners. Tijdens deze bijeenkomsten worden strafrechtelijke dossiers besproken en wordt gezamenlijk bepaald welke aanpak het meest effectief is. Daarnaast wordt afgestemd wie verantwoordelijk is voor het uitvoeren van specifieke onderzoeken en wie het dossier beheert. Deze taakverdeling is essentieel om een gecoördineerde en efficiënte afhandeling van zaken te waarborgen. Naast deze geplande overleggen wordt het contact met het OM en ketenpartners onderhouden door regelmatig de voortang en haalbaarheid van onderzoeken te bespreken.

 

Bereikbaarheid waterschap

Het waterschap is altijd bereikbaar via het algemene nummer. Er bestaat voor bepaalde collega's, waaronder enkelen van VTH, een piketdienst. Hierdoor kan er altijd gehandeld worden bij calamiteiten, ook buiten kantooruren.

3. Organisatie VTH 2026

 

Monitoring

De uitvoering van de werkzaamheden van VTH wordt gedurende het jaar geëvalueerd. Bij deze evaluaties wordt beoordeeld of:

  • Voorgenomen acties in het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd;

  • De uitvoering van deze acties uit het uitvoeringsprogramma hebben bijgedragen aan het behalen van de beleidsdoelen uit het VTH-beleid;

  • Het VTH-uitvoeringsprogramma en/of U&H-strategie (mede op basis van bovenstaande) eventueel aangepast dient te worden.

De resultaatverplichtingen uit het uitvoeringsprogramma dragen bij aan de programma's van het waterschap. Deze verplichtingen en acties worden opgenomen in de verschillende programmaplannen. Het management en andere collega's van VTH zijn aangesloten bij deze programmaoverleggen. Op die manier wordt gemonitord of de gemaakte afspraken gerealiseerd worden. Zo kan eventueel bijsturing gedurende het jaar plaatsvinden. Deze bijsturing vindt plaats in afstemming met de portefeuillehouders.

 

Formatieve capaciteit

Taak

Functies

Formatief

Waterkwaliteit

Vergunningen

Intaker

0,5 fte

Emissiebeheerders

4,35 Fte

(Senior)-vergunningverleners

2 fte

Ondersteuners

0,2 fte

Handhaving Omgeving

Senior Handhaver Agrarisch

1 fte

Handhaver Agrarisch

2 fte (incl. 1 met BOA-taak)

Medewerker Handhaving Agrarisch

3 fte

Handhaving Industrie en Bedrijven

Senior Handhaver

4 fte (inclusief seveso-taak)

Handhaver

6,9 fte

Medewerker Handhaving

5,4 fte

Waterkwantiteit en -veiligheid

Vergunningen

Intaker

1 fte

Plantoetser/vergunningverlener

4 fte

Senior plantoetser/senior vergunningverlener

5 fte

Ondersteuners vergunningen

0,4 fte

Administratie

0,2 fte

Handhaving Omgeving

Senior Handhaver watersystemen en waterveiligheid

1 fte

Handhaver waterveiligheid

1 fte

Handhaver watersystemen

2 fte

Medewerker handhaving watersystemen

2 fte

Medewerker handhaving waterveiligheid

1 fte

Ondersteuning VTH

Juridisch/beleidsmatig

5,7 fte

Administratief T&H

2,83 fte

Functioneel beheer

2 fte

Management

4 fte

Totaal

61,48 fte

 

Financiële middelen

 

2026

2027

2028

2029

2030

Vergunningen

3.571.446

3.738.831

3.884.144

4.028.495

4.178.255

Toezicht

3.764.916

3.942.544

3.549.432

3.640.588

3.751.462

Handhaving

1.274.543

1.250.223

1.293.100

1.337.302

1.383.108

Totaal

8.610.904

8.931.598

8.726.677

9.006.385

9.312.825

 

De kosten nemen in 2028 af omdat er in 2026 en 2027 extra budgetten zijn opgenomen voor de KRW-impuls.

 

Urenbegroting

De urenbegroting met daarbij de splitsing tussen de beschikbare en benodigde middelen is bijgevoegd als bijlage IV. Deze splitsing is gemaakt door het bepalen van de benodigde tijd per product en het aantal producten. Het afgelopen jaar is hier een eerste versie van gemaakt op basis van gegevens uit het verleden. Door gebiedsgericht te gaan werken is het aantal producten voor 2026 op voorhand niet goed te bepalen. Komend jaar zal VTH dit overzicht verder uitwerken en bepalen hoe gebiedsgericht werken hierin meegenomen kan worden.

4. Ondertekening

 

Dit Uitvoeringsprogramma VTH 2026 is vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 6 januari 2026,

 

De dijkgraaf

B.J.J. Bengevoord

 

De secretaris-directeur

Dr. A.F.M. Meuleman

Bijlage I – KPI-tabel & trendanalyse

 

KPI-tabel

 

KPI

Aantal

Vergunningen

Bezien vergunningen directe lozingen

14

Herzien vergunningen directe lozingen

7

Herzien maatwerkvoorschriften rwzi’s

1

Pilot KRW-proof maken vergunning indirecte lozingen

2

Adviezen aan OMWB over indirecte lozingen

150

Ambtshalve wijzigen vergunningen directe lozingen

30

Meldingen

1000

Enkelvoudige vergunningaanvragen

350

Complexe vergunningaanvragen

220

Watertoetsen

220

Scheepvaartvergunningen

65

Toezicht en handhaving

Seveso-inspecties (totaal)

21

Inspecties industrie

450

Inspecties veehouderijen

90

Inspecties open teelt

80

Inspecties wasplaatsen

200

Inspecties glastuinbouw

80

Toepassingscontroles gewasbeschermingsmiddelen

50

Reactieve inspecties agrarische sector

25

Toezicht verleende vergunningen waterkwantiteit

250

Surveillance regionale keringen

100

Heffingen

Inventarisatie lozingssituatie tabelbedrijven

650

Afvalwateronderzoek tabelbedrijven

25

Juridische procedures

Bezwaar

20

Beroep

5

Last onder dwangsom

20

Last onder bestuursdwang

15

 

Trendanalyse

 

Bijlage II Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025 - 2028

 

[Deze bijlage kunt u aan de linkerkant onder het kopje ''Externe bijlagen'' als pdf-document downloaden.].

Bijlage III Risicomatrix

 

[Deze bijlage kunt u aan de linkerkant onder het kopje ''Externe bijlagen'' als pdf-document downloaden.].

Bijlage IV Urenbegroting

 

[Deze bijlage kunt u aan de linkerkant onder het kopje ''Externe bijlagen'' als pdf-document downloaden.].

 


1

Zoneringen zijn de ruimtelijke afmetingen van bijvoorbeeld waterkeringen met de beschermingszones.

Naar boven