Tweede wijziging Subsidieregeling poldermolens Hollands Noorderkwartier

Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;

 

gelezen het voorstel van 11 november, nummer 25.1072533 en het voorstel van 10 februari 2026, nummer 25.1182986;

 

gelet op artikel 4 van de Algemene subsidieverordening HHNK 2023;

 

b e s l u i t :

 

I. De Nota van beantwoording zienswijzen met registratienummer 25.1197097 vast te stellen.

 

II. De Subsidieregeling poldermolens Hollands Noorderkwartier wordt gewijzigd als volgt.

  • A.

    Artikel 1 komt te luiden:

    In aanvulling op de definities van de begrippen genoemd in artikel 1 van de Algemene subsidieverordening HHNK 2023 wordt in deze subsidieregeling verstaan onder:

    • a.

      subsidieregeling: 'Subsidieregeling poldermolens Hollands Noorderkwartier;

    • b.

      poldermolens: de poldermolens die zijn aangegeven in de bij deze subsidieregeling behorende bijlage I;

    • c.

      uitmalen van water: het met behulp van een poldermolen afvoeren van water naar het buitenwater of de boezem, met uitsluiting van het rondpompen van water binnen een gesloten systeem;

    • d.

      uitmalende poldermolens: de poldermolens, waarvan in de bij deze subsidieregeling behorende bijlage I in de kolom ‘uitmalende poldermolens’ met ‘ja’ is aangegeven dat het een uitmalende poldermolen betreft.

  • B.

    Artikel 3 komt te luiden:

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor:

    • a.

      activiteiten gericht op de instandhouding van poldermolens en;

    • b.

      het uitmalen van water met uitmalende poldermolens.

  • C.

    Artikel 5 komt te luiden:

    De subsidie voor de activiteiten bedoeld in artikel 3, onder a, heeft uitsluitend betrekking op de onderhoudskosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het dagelijks bestuur noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de poldermolen.

  • D.

    Artikel 6 komt te luiden:

    • 1.

      De subsidie, bedoeld in artikel 3, onder a, bedraagt maximaal 50 % van de subsidiabele kosten met een maximum van € 1000 per poldermolen per kalenderjaar.

    • 2.

      De subsidie, bedoeld in artikel 3, onder b, bedraagt € 1000 per uitmalende poldermolen per kalenderjaar.

  • E.

    Artikel 7 komt te luiden:

    • 1.

      Het dagelijks bestuur stel jaarlijks een of meerdere subsidieplafonds vast.

    • 2.

      Het dagelijks bestuur verleent mandaat aan de secretaris-directeur om het in het eerste lid bedoelde besluit namens het dagelijks bestuur te nemen, onder voorwaarde dat het besluit past binnen de vastgestelde begroting.

  • F.

    Bijlage I bij de subsidieregeling wordt vervangen door Bijlage I behorende bij dit besluit.

III. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2026.

Aldus besloten in de vergadering van 10 februari 2026

van het college van dijkgraaf en hoogheemraden ,

de secretaris,

M.J. Kuipers

de voorzitter,

ir. R.P.G. Bosma

Bijlage I

 

Nummer

Naam poldermolen

Rijksmonumentennummer

Uitmalende poldermolen

1

Zuidpoldermolen / Molen van de Zuidpolder

14400

ja

2

Ambachtsmolen

7472

nee

3

Bosmolen

14594

ja

4

Strijkmolen B (Zes Wielen)

7468

nee

5

Strijkmolen C (Zes Wielen)

7469

nee

6

Strijkmolen D (Zes Wielen)

7470

nee

7

Strijkmolen E (Zes Wielen)

7471

nee

8

Varnebroekmolen

7466

ja

9

Etersheimerbraakmolen

509340

ja

10

Damlandermolen

9039

nee

11

De Havik

33086

nee

12

Molen A / Twuyvermolen

33665

ja

13

Slootgaardmolen

389045

nee

14

Tweede Broekermolen

35852

ja

15

Wimmenumer Molen

14592

ja

16

Bovenmolen E

33101

ja

17

Bovenmolen G

33102

nee

18

Ondermolen C

33107

ja

19

Ondermolen D (Museummolen)

33105

ja

20

Ondermolen K

33103

nee

21

Ondermolen O

33114

nee

22

Poldermolen D

33095

ja

23

Poldermolen E

33096

ja

24

Poldermolen K

7085

nee

25

Poldermolen M

33115

nee

26

Poldermolen O

33106

ja

27

Strijkmolen I

531078

nee

28

Strijkmolen K

531077

nee

29

Strijkmolen L

531075

nee

30

De Grote Molen

37145

ja

31

Hensbroekermolen

21576

ja

32

Kaagmolen

31796

ja

33

Lage Hoek

31793

ja

34

Molen van de Kerkepolder

39318

ja

35

Molen van de Klikjespolder

30664

ja

36

Nieuw Leven

31218

ja

37

Obdammermolen

31214

ja

38

Waarlandsmolen

20309

nee

39

Westerveer

31781

ja

40

Westuit No7 / Koggemolen

31787

nee

41

Weel en Braken

31212

nee

42

Molen D

41928

ja

43

Molen F

41920

ja

44

Molen Noorder-G

41925

ja

45

Molen Noorder-M

41936

ja

46

Molen Ooster-N

41930

ja

47

Molen O-T

41932

ja

48

Molen P

41931

ja

49

Molen P-V

41935

ja

50

Molen Zuider-G

41921

ja

51

De Kat

35853

ja

52

Het Noorden

35180

nee

53

Windmotor polder De Brake

502448

ja

 

Toelichting

Algemene toelichting

De Subsidieregeling poldermolens Hollands Noorderkwartier (hierna: subsidieregeling) is in werking getreden per 1 januari 2025. Deze regeling is in eerste instantie in het leven geroepen, omdat het hoogheemraadschap de instandhouding van poldermolens als watererfgoed wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor onderhoudsactiviteiten van derden die daaraan bijdragen.

 

In het Coalitieprogramma 2023-2027 is het volgende opgenomen.

 

"HHNK kent als openbaar bestuur een eeuwenoude geschiedenis. We hebben dan ook een veelheid aan cultuurhistorisch erfgoed. Onze nadrukkelijke intentie is dit erfgoed in stand en waar mogelijk in gebruik te houden. Daarbij kan het erfgoed eventueel ingezet worden om (de geschiedenis van) HHNK onder de aandacht te brengen van een breed publiek en zo een bijdrage te leveren aan de ruimtelijke kwaliteit.

 

Waar mogelijk en effectief kunnen historische gemalen en poldermolens een goede bijdrage leveren in het snel verwerken van clusterbuien, waardoor een goede draairegeling nodig is."

 

De subsidieregeling is in eerste instantie alleen gericht op de instandhouding van poldermolens als watererfgoed door onderhoudsactiviteiten te subsidiëren. Dit omdat nog nader moest worden onderzocht op welke manier invulling zou kunnen worden gegeven aan de in het coalitieprogramma benoemde 'draairegeling'.

 

Ondertussen is onderzocht op welke manier invulling zou kunnen worden gegeven aan dit onderdeel, waarbij ook een participatietraject is doorlopen (zowel extern als intern) waarbij onder andere belanghebbende molenverenigingen en -stichtingen zijn betrokken. Er is voor gekozen voor een uitbreiding van de bestaande subsidieregeling met een subsidie voor poldermolens die gedurende het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt verleend daadwerkelijk water uitmalen. De uitbreiding van de bestaande subsidieregeling heeft, ten opzichte van een alternatief als het sluiten van een privaatrechtelijke overeenkomst, onder andere als voordeel dat kan worden meegelift op de uitvoering van de bestaande subsidieregeling. Voorts is het bij subsidiëring niet nodig per moleneigenaar tot individuele afspraken te komen. Daarmee worden de administratieve lasten van de draairegeling beperkt voor zowel het hoogheemraadschap als voor aanvragers.

 

Eigenaren van poldermolens (althans de meeste daarvan) dienen nu al jaarlijks een subsidieaanvraag in. Dit kan langs digitale weg via een formulier op de website van het hoogheemraadschap. Door een kleine aanpassing in het aanvraagformulier kan een aanvrager direct ook de subsidie voor het malen met de poldermolen aanvragen. Hiermee worden de administratieve lasten tot een minimum beperkt.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel I

A en B.

 

Artikel 1 en 3

Aan artikel 3 wordt als tweede subsidiabele activiteit toegevoegd: "het uitmalen van water met een poldermolen" (hierna: maalsubsidie). Het gaat daarbij om het daadwerkelijk uitmalen van water naar het buitenwater of de boezem en dus niet om rondpompen van water in een (gesloten) circuit. Wat bedoeld wordt met 'uitmalen van water' is verduidelijkt door toevoeging van een definitie aan artikel 1, onder sub c.

 

Door het uitmalen als subsidiabele activiteit toe te voegen, wordt de daadwerkelijke inzet van poldermolens gestimuleerd. Hierdoor blijven molens in een goede technische staat en kunnen ze in situaties van extreme neerslag, zoals de clusterbuien die door klimaatverandering vaker voorkomen, een aanvullende functie vervullen op de gemalen van het hoogheemraadschap. Hierdoor zal inzet van noodbemaling in polders waar een poldermolen aanwezig minder snel noodzakelijk zijn. Daarnaast hoeft elke m3 water die door een molen wordt uitgemalen niet via het gemaal te worden uitgeslagen. Dit levert energiebesparing op en draagt daarmee bij aan voorkoming van Co2-uitstoot. Met de subsidie laat het hoogheemraadschap tenslotte ook blijken dat het de inzet van de moleneigenaren, molenaars en andere vrijwilligers die betrokken zijn bij de poldermolens waardeert.

 

C. Artikel 5

De verwijzing naar artikel 3, onder a, verduidelijkt dat dit artikel 5 uitsluitend betrekking heeft op onderhoudskosten en niet op de maalsubsidie.

 

D. Artikel 6

Artikel 6 wordt uitgebreid met het subsidiebedrag voor de maalsubsidie. Het betreft een vast bedrag van € 1000 per uitmalende poldermolen per kalenderjaar.

 

Er is niet voor gekozen het subsidiebedrag voor de maalsubsidie prestatie-afhankelijk te maken in verhouding tot de daadwerkelijke inzet van de molen, bijv. door het subsidiebedrag te koppelen aan de het aantal uren dat de molen draait, het aantal omwentelingen van de wieken of kuub waterverplaatsing. De administratieve lasten hiervan staan voor zowel de moleneigenaren als het hoogheemraadschap niet in verhouding tot het subsidiebedrag. Het gaat er dus om dat de molen in het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd daadwerkelijk water uitmaalt en dus maalvaardig is. Hoe lang of hoeveel maakt daarbij niet uit voor de hoogte van de subsidie.

 

E. Artikel 7

Lid 1

Het herziene eerste lid maakt het mogelijk meerdere subsidieplafonds vast te stellen. Dit is nodig omdat met dit besluit tot wijziging van de subsidieregeling een uitbreiding plaatsvindt van het aantal activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd.

 

Lid 2

De subsidieregeling bevat na wijziging twee activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, te weten:

  • activiteiten gericht op de instandhouding van poldermolens en;

  • het uitmalen van water met uitmalende poldermolens.

De budgetten voor deze twee verschillende subsidiabele activiteiten vallen begrotingstechnisch onder verschillende directies van HHNK. Om die reden wordt voorgesteld de vaststelling van de subsidieplafonds door de secretaris-directeur te laten plaatsvinden.

 

F. Bijlage I

Aan bijlage I bij de subsidieregeling is een kolom toegevoegd waarin per molen is aangegeven of het wel of geen uitmalende poldermolen betreft. Alleen de molens waar in genoemde kolom ‘ja’ bij staat, komen in aanmerking voor de maalsubsidie.

 

Artikel II

De inwerkingtreding van het besluit tot wijziging van de subsidieregeling is vastgesteld op 1 oktober 2026. Dit betekent in praktische zin dat subsidie-aanvragers de maalsubsidie voor het eerst kunnen aanvragen voor het kalenderjaar 2027 en dat geen overgangsbepaling nodig is. Aanvragen voor 2027 kunnen op grond van artikel 10 pas worden ingediend na bekendmaking van het subsidieplafond voor 2027 tot uiterlijk 15 februari 2027.

 

Met deze inwerkingtredingsdatum is er voldoende tijd om budget beschikbaar te maken voor deze nieuwe subsidie en om de benodigde administratieve voorbereidingen te treffen.

Naar boven