U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

3e wijziging Waterschapsverordening Waterschap Zuiderzeeland

Het college van Heemraden en Dijkgraaf van het Waterschap Zuiderland;

gelezen:

het bestuursvoorstel d.d. 8 september 2026, behorend bij zaaknummer 1001326;

gelet op:

de artikelen 56 en 77 van de Waterschapswet en artikel 2.5 van de Omgevingswet en artikel 8 van het Delegatiebesluit Waterschap Zuiderzeeland 2024;

overwegende dat:

Het ontwerp van de wijzigingen op de Waterschapsverordening Waterschap Zuiderzeeland in de periode 21 april tot en met 17 juni 2026 voor zienswijze is opengesteld;

BESLUIT:

Vast te stellen de 3e wijziging Waterschapsverordening Waterschap Zuiderzeeland.

Artikel I

De Waterschapsverordening Waterschap Zuiderzeeland definitief te wijzigen,

zoals is aangegeven in Bijlage A.

Artikel II

De verordening te actualiseren op basis van ervaringen en ontwikkelingen.

Artikel III

Dit besluit kan worden aangehaald als: 3e wijziging Waterschapsverordening Waterschap Zuiderzeeland.

Artikel IV

Tegen dit vaststellingsbesluit staat geen beroep open. De Waterschapsverordening is namelijk een besluit met algemeen verbindende voorschriften. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (artikel 8:3, lid 1, aanhef en onder a) kan tegen deze besluiten geen beroep worden ingediend.

Artikel V

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2027.

Aldus vastgesteld in het Dagelijks Bestuur op 8 september 2026, in Lelystad

de secretaris, ing. W. Slob MSc

en de voorzitter, ir. H.C. Klavers.

Bijlage A Bijlage bij Artikel I

A

Artikel 1.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.7 Nadere uitwerking werkingsgebieden waterkeringen

  • 1.

    Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de kernzone van een regionale waterkering verstaan: 

    • a.

      de kernzone van een regionale waterkering; 

    • b.

      de kernzone van de overige waterkering Kadoelersluis – Blokzijl. 

  • 2.

    Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de beschermingszone van een regionale waterkering verstaan: 

    • a.

      de beschermingszone van een regionale waterkering; 

    • b.

      de beschermingszone van overige waterkering Kadoelersluis – Blokzijl.

  • 3.

    Voor de toepassing van deze verordening wordt onder een overige waterkering verstaan, de overige waterkering Knardijk.

B

Artikel 3.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.52 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het houden van activiteiten op andere dan daarvoor aangewezen plaatsen in het beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam en het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.

  • 2.

    Deze paragraaf is van toepassing op het houden van activiteiten op andere dan daarvoor aangewezen plaatsen, waaronder:

    • a.

      het bevestigen of laten liggen van vaartuigen, vlotten of vistuigen;

    • b.

      het deponeren of opslaan van voorwerpen, materialen of stoffen;

    • c.

      het zich ontdoen van afval;

    • d.

      het plaatsen van tenten, caravans motorvoertuigen, campers aanhangers, woonwagens en dergelijke; en

    • e.

      het houden van wedstrijden, tentoonstellingen, veekeuringen, feesten, markten of kermissen en het plaatsen van kramen of tenten en het innemen van standplaatsen met voertuigen, aanhangwagens en dergelijke.

C

Artikel 3.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.58 Toepassingsbereik

D

Artikel 4.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.1 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op activiteiten in met betrekking tot het onttrekken van grondwater, het infiltreren van water, het lozen van grondwater en het plaatsen van een noodvoorziening voor het onttrekken van grondwater.

E

Artikel 4.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.4 Gegevens en bescheiden bij meldingsplicht voor onttrekken van grondwater

  • 1.

    Een melding voor het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of voor het plaatsen van een noodvoorziening voor het onttrekken van grondwater wordt ondertekend en bevat ten minste:

    • a.

      de aanduiding van de activiteit;

    • b.

      de dagtekening;

    • c.

      de naam, het adres, de woonplaats, het telefoonnummer en het e-mailadres van de indiener;

    • d.

      als de werkzaamheden door een ander dan de indiener worden uitgevoerd, de naam, het adres, de woonplaats en het telefoonnummer van degene die de activiteit verricht;

    • e.

      als de melding wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, elektronisch adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging;

    • f.

      als een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 eerste lid, van de Omgevingswet wordt getroffen: gegevens waaruit blijkt dat met de gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd;

    • g.

      het doel van de geplande grondwateronttrekking;

    • h.

      de kadastrale gegevens van het perceel waar de grondwateronttrekking zal plaatsvinden;

    • i.

      de Rijksdriehoekscoördinaten (X,Y-coördinaten) van de locatie waar de grondwateronttrekking zal plaatsvinden;

    • j.

      het aantal bestaande en nieuw in te richten onttrekkingsputten;

    • k.

      de diameter, de lengte en de diepte van de onder- en bovenzijde van de filters van iedere onttrekkingsput ten opzichte van het maaiveld en het N.A.P.;

    • l.

      de totaal opgestelde pompcapaciteit en de pompcapaciteit per onttrekkingsput in m³ per uur;

    • m.

      de maximaal te onttrekken hoeveelheid grondwater per uur, per dag, per maand, per kwartaal en per jaar;

    • n.

      bij een tijdelijke onttrekking:

      • 1.

        de periode waarin grondwater wordt onttrokken; en

      • 2.

        een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om eventuele negatieve gevolgen van de onttrekking te voorkomen of te beperken;

    • o.

      een technisch bemalingsplan, indien het waterschap dat verzoekt, dat voldoet aan beoordelingsrichtlijn SIKB 12000 en de onderliggende protocollen, of de hiervoor in de plaats getreden regelgeving; en

    • p.

      een monitoringsplan, indien het waterschap dat verzoekt, dat voldoet aan beoordelingsrichtlijn SIKB 12000 en de onderliggende protocollen of de hiervoorin hiervoor in de plaats getreden regelgeving. ; en

    • q.

      indien sprake is van mechanische boringen, worden deze uitgevoerd onder vermelding van het SIKB 2100-certificaatnummer van de uitvoerende partij.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid, bevat een melding van het onttrekken van grondwater, waarbij het grondwater wordt geretourneerd in de bodem, tevens de volgende gegevens en bescheiden:

    • a.

      het aantal bestaande en nieuw in terichten te richten putten;

    • b.

      een nadere plaatsaanduiding van de putten ten opzichte van het Rijksdriehoeksnet;

    • c.

      de diepte van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het N.A.P.;

    • d.

      de diameter en de lengte van de filters in iedere put;

    • e.

      de pompcapaciteit in m3 per uur;

    • f.

      de maximaal te retourneren hoeveelheden water per uur, per dag, per maand, per kwartaal en per jaar;

    • g.

      de wijze waarop water wordt geretourneerd; en

    • h.

      een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die zijn of worden getroffen om de negatieve gevolgen van de retournering te voorkomen of te beperken.

F

Artikel 4.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.8 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor onttrekken van grondwater

  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater, die op grond van deze verordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de aanduiding van de activiteit;

    • b.

      de dagtekening;

    • c.

      de naam, het adres, de woonplaats, het telefoonnummer en het e-mailadres van de aanvrager;

    • d.

      als de werkzaamheden door een ander dan de indiener worden uitgevoerd, de naam, het adres, de woonplaats en het telefoonnummer van degene die de activiteit verricht;

    • e.

      als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, elektronisch adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging;

    • f.

      het doel van de geplande grondwateronttrekking;

    • g.

      de kadastrale gegevens van het perceel waar de grondwateronttrekking zal plaatsvinden;

    • h.

      de Rijksdriehoekscoördinaten (X, Y-coördinaten) van de locatie waar de grondwateronttrekking zal plaatsvinden;

    • i.

      het aantal bestaande en nieuw in te richten onttrekkingsputten;

    • j.

      de diameter, de lengte en de diepte van de onder- en bovenzijde van de filters van iedere onttrekkingsput ten opzichte van het maaiveld en het N.A.P.;

    • k.

      de totaal opgestelde pompcapaciteit en de pompcapaciteit per onttrekkingsput in m³ per uur;

    • l.

      de maximaal te onttrekken hoeveelheid grondwater per uur, per dag, per maand, per kwartaal en per jaar; en

    • m.

      bij een tijdelijke onttrekking:

      • 1.

        de periode waarin grondwater wordt onttrokken; en

      • 2.

        een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om eventuele negatieve gevolgen van de onttrekking te voorkomen of te beperken;

    • n.

      dient op verzoek van het waterschap een technisch bemalingsplan in dat voldoet aan beoordelingsrichtlijn SIKB 12000 en de onderliggende protocollen, of de hiervoor in de plaats getreden regelgeving; en

    • o.

      dient op verzoek van het waterschap een monitoringsplan in dat voldoet aan beoordelingsrichtlijn SIKB 12000 en de onderliggende protocollen of de hiervoorin hiervoor in de plaats getreden regelgeving.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid, bevat een aanvraag voor het onttrekken van grondwater, waarbij het grondwater wordt geretourneerd in de bodem, tevens de volgende gegevens en bescheiden:

    • a.

      het aantal bestaande en nieuw in te richten putten;

    • b.

      een nadere plaatsaanduiding van de putten ten opzichte van het Rijksdriehoeksnet;

    • c.

      de diepte van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het N.A.P.;

    • d.

      de diameter en de lengte van de filters in iedere put;

    • e.

      de pompcapaciteit in m3 per uur;

    • f.

      de maximaal te retourneren hoeveelheden water per uur, per dag, per maand, per kwartaal en per jaar;

    • g.

      de wijze waarop grondwater wordt geretourneerd ;

    • h.

      de herkomst en de samenstelling van het te retourneren grondwater; en

    • i.

      een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die zijn of worden getroffen om de negatieve gevolgen van de retournering te voorkomen of te beperken.

G

Artikel 4.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.9 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor infiltreren van water

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het infiltreren van water , die op grond van deze verordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    de aanduiding van de activiteit;

  • b.

    de dagtekening;

  • c.

    de naam, het adres, de woonplaats, het telefoonnummer en het e-mailadres van de aanvrager;

  • d.

    als de werkzaamheden door een ander dan de indiener worden uitgevoerd, de naam, het adres, de woonplaats en het telefoonnummer van degene die de activiteit verricht;

  • e.

    als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, e-mailadres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging;

  • f.

    het doel van de geplande infiltratie;

  • g.

    de kadastrale gegevens van het perceel waar de infiltratie zal plaatsvinden;

  • h.

    de Rijksdriehoekscoördinaten (X, Y-coördinaten) van de locatie waar de infiltratie zal plaatsvinden;

  • i.

    het aantal bestaande en nieuw in te richten infiltratieputten;

  • j.

    de diameter, de lengte en de diepte van de onder- en bovenzijde van de filters van iedere infiltratieput ten opzichte van het maaiveld en het N.A.P.;

  • k.

    de totaal opgestelde pompcapaciteit en de pompcapaciteit per infiltratieput in m³ per uur;

  • l.

    de maximaal te infiltrerenatie hoeveelheid water per uur, per dag, per maand, per kwartaal en per jaar;

  • m.

    de wijze waarop water wordt geïnfiltreerd;

  • n.

    de periode waarin water wordt geïnfiltreerd;

  • n o.

    de herkomst en de samenstelling van het te infiltreren water; en

  • o p.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die zijn of worden getroffen om de negatieve gevolgen van de infiltratie te voorkomen of te beperken.

H

Artikel 4.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.16 Melding onttrekken van grondwater voor agrarische doeleinden

  • 1.

    Het is verboden in het gebied aangeduid als ‘grondwateronttrekkingsgebied exclusief keringen en Oosterwold’ grondwater te onttrekken voor agrarische doeleinden zonder dit ten minste vier weken voor het begin van de activiteit te melden aan het dagelijks bestuur, indien minimaal 1 m3 en maximaal 60 m3 grondwater per uur wordt onttrokken.

  • 2.

    Het is verboden in het gebied aangeduid als 'Oosterwold' grondwater te onttrekken voor agrarische doeleinden zonder dit ten minste vier weken voor het begin van de activiteit te melden aan het dagelijks bestuur, indien maximaal 60 m3 grondwater per uur wordt onttrokken.

  • 3.

    De activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden uitgevoerd binnen één jaar na melding.

I

Artikel 4.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.21 Meetverplichting onttrekken van grondwater voor bronbemaling of proefbemaling

  • 1.

    Degene die grondwater onttrekt door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater met een nauwkeurigheid van ten minste 95%.

  • 2.

    Voor de start van de grondwateronttrekking moeten serienummer(s) en debietmeterstand(en) van de gebruikte debietmeter(s) schriftelijk aan het waterschap worden doorgegeven.

  • 3.
    • a.

      Voor kortdurende of seizoensgebonden onttrekkingen kan het dagelijks bestuur van het waterschap in de voorschriften van de omgevingsvergunning voor de wateronttrekkingsactiviteit of, als geen omgevingsvergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de hoeveelheid over een kortere tijdsspanne wordt gemeten.

    • b.

      Minimaal eenmaal per week maand dienen de debietmeterstanden schriftelijk aan het waterschap te worden doorgegeven, gedurende de tijdsduur van de grondwateronttrekking.

  • 4.

    Uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, als de onttrekking is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden onttrokken grondwater verstrekt.

  • 5.

    Het eerste tot en met vierde lid gelden niet:

    • a.

      voor wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

    • b.

      voor zover in deze waterschapsverordening is bepaald dat geen metingen hoeven te worden verricht.

J

Artikel 4.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.35 Melding plaatsen noodvoorziening voor calamiteiten

  • 1.

    Het is verboden in het gebied aangeduid als ‘grondwateronttrekkingsgebied exclusief keringen’ een noodvoorziening ten behoeve van het onttrekken van grondwater voor calamiteiten te plaatsen zonder dit ten minste vier weken voor het begin van de activiteit te melden aan het dagelijks bestuur.

  • 2.

    De activiteit, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd binnen één jaar na melding.

K

Na bijlage 1 wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Bijlage II Overzicht Informatieobjecten

aan- of afvoersloot - tocht - d-tocht of vaart

/join/id/regdata/ws0650/2025/giod8dd8a08-4890-4b9d-a0e4-3c68b124c15f/nld@2025‑11‑05;186

aangewezen oppervlaktewaterlichaam

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioe7fe8903-81fa-4706-b25d-07f82c7fb166/nld@2025‑11‑05;190

beheergebied van Waterschap Zuiderzeeland

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio87824b82-7f1d-4504-996c-7fda37cc2032/nld@2025‑11‑05;192

beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio89a40a2a-2933-4986-a198-3ed84f7f18e0/nld@2025‑11‑05;194

beperkingengebied met betrekking tot een waterkering

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio60497afe-1770-47a9-a058-c8d8126bb1fa/nld@2025‑11‑05;284

Beschermingsgebied voor grondwater Bremerberg 2 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio66d78b76-ef32-420e-9671-c34eb21591ad/nld@2025‑11‑05;269

Bijlage 4 Begroeibaar oppervlak maaiplan

/join/id/regdata/ws0650/2026/io_b56d5323-372c-47e0-a89b-1956347f7483/nld@2026‑11‑05;1

Bijlage 5 Overgangsrecht aanwijzing en begrenzing werkingsgebieden

/join/id/regdata/ws0650/2026/io_34919cb7-79eb-41f5-9f7a-d3777c95aa15/nld@2026‑11‑05;1

boringsvrije zone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio26b1ca65-ced4-46ce-b4d6-bd7e4314d1a7/nld@2025‑11‑05;169

boringsvrije zone Zuidelijk Flevoland 8 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/giod90889c4-094d-4d37-988b-170245fa4c29/nld@2025‑11‑05;264

boringsvrije zone Zuidelijk Flevoland 11 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioa8ced2bb-3532-4744-93db-cb658053a45c/nld@2025‑11‑05;270

boringsvrije zone Zuidelijk Flevoland 14 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/giofb72d029-f591-46d2-90d3-42e24ffb258a/nld@2025‑11‑05;271

boringsvrije zone Zuidelijk Flevoland 17 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio836676bd-880b-47fb-9ca5-9c56e67d259a/nld@2025‑11‑05;272

boringsvrije zone Zuidelijk Flevoland 20 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio13efe739-f329-44d0-b235-806f96373d1f/nld@2025‑11‑05;273

boringsvrije zone Zuidelijk Flevoland 23 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/giocc22e91b-11d1-44c2-b812-b05e68c6e64d/nld@2025‑11‑05;274

boringsvrije zone Zuidelijk Flevoland 26 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio5cb7165f-f79f-4daa-a1a9-66431dd535e8/nld@2025‑11‑05;275

boringsvrije zone Zuidelijk Flevoland 29 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio51e36b29-ae90-4b84-9e24-df9dd6a31f86/nld@2025‑11‑05;276

boringsvrije zone Zuidelijk Flevoland 32 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioe646ff85-dee0-4a45-8d31-06a64a7c2548/nld@2025‑11‑05;277

boringsvrije zone Zuidelijk Flevoland 35 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio7eff8217-036c-4910-9575-e64602cca846/nld@2025‑11‑05;278

boringsvrije zone Zuidelijk Flevoland 38 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioaacfde4d-7169-41ef-8195-22f67e920ce0/nld@2025‑11‑05;279

boringsvrije zone Zuidelijk Flevoland 41 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/giob79ea540-900f-46f0-93f8-d81207d1bfff/nld@2025‑11‑05;280

boringsvrije zone Zuidelijk Flevoland 44 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio25be8ee3-2456-43b8-9403-02297b327fa4/nld@2025‑11‑05;281

boringsvrije zone Zuidelijk Flevoland 47 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/giocf02f89a-b22f-4210-8e7a-5ace546c25fd/nld@2025‑11‑05;282

gestuwde oppervlaktewaterlichamen

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio14339681-7f69-4c4f-b5ef-7c132cb5c1f6/nld@2025‑11‑05;198

grondwateronttrekkingsgebied exclusief keringen

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioc991a9cc-0088-462f-a94e-5aaeca8fe101/nld@2025‑11‑05;204

grondwateronttrekkingsgebied exclusief keringen en Oosterwold

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio65f46062-6784-4aed-992b-f698597afa3d/nld@2025‑11‑05;200

grondwateronttrekkingsgebied keringen

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioddb33a15-c1e6-4fd0-8f02-33a54020608f/nld@2025‑11‑05;202

het Weerwater, het Bovenwater en de Noorderplassen

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioa1ea7f5d-e488-49e2-996f-a2c8fa76c673/nld@2025‑11‑05;178

keringen recreatief medegebruik - honden toegestaan

/join/id/regdata/ws0650/2025/giof8ee2473-7766-49fc-b11b-c4157cde5a17/nld@2025‑11‑05;312

keringen recreatief medegebruik - honden verboden

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio7219e781-57aa-4c6d-beef-03b56e82115a/nld@2025‑11‑05;304

landelijk gebied

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio3cf32b09-16f6-4750-9603-a1cf9f5de18e/nld@2025‑11‑05;214

niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio1404d539-f332-4296-8c7b-2268280cbbb0/nld@2025‑11‑05;212

niet-kwetsbaar water

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioc03e2afa-528d-4fc3-b1a0-cf78c36380c1/nld@2025‑11‑05;218

Oosterwold

/join/id/regdata/ws0650/2025/giof577f5ec-d720-4934-ab05-4c9d6e09ba7d/nld@2025‑11‑05;123

oppervlaktewaterlichaam - binnenbeschermingszone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio0cb2cab0-a7ed-473e-8e1a-6f6ae49ffb14/nld@2025‑11‑05;260

oppervlaktewaterlichaam - buitenbeschermingszone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio6a45d5de-3738-4756-bbd4-0890533620e6/nld@2025‑11‑05;262

oppervlaktewaterlichaam - kernzone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio6c460622-408d-4f32-9bfe-4be14ee7180d/nld@2025‑11‑05;250

oppervlaktewaterlichaam niet zijnde een wateraanvoersloot

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio5641dad8-3774-40a0-9567-af406804d9b6/nld@2025‑11‑05;220

overige waterkering - beschermingszone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioef7b9c6d-bfbd-4928-b001-b074da667875/nld@2025‑11‑05;288

overige waterkering - kernzone

/join/id/regdata/ws0650/2025/giobb5dfb3e-543f-4f59-b6d7-a04306ca0bdf/nld@2025‑11‑05;290

primaire waterkering - binnenbeschermingszone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio9e0d58a4-aed8-42ca-b1bf-185b82dd420c/nld@2025‑11‑05;310

primaire waterkering - buitenbeschermingszone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioa2cfce4a-d639-4a13-9b38-bf41a61df13b/nld@2025‑11‑05;314

primaire waterkering - kernzone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioc77c3b7c-b465-456d-928c-c387e3d8c6d5/nld@2025‑11‑05;294

regionale waterkering - beschermingszone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio7028ffaf-27d2-4122-a69d-0d1f15f61a37/nld@2025‑11‑05;296

regionale waterkering - kernzone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio55def52a-9c68-4df8-9562-d336d2cce148/nld@2025‑11‑05;298

regionale waterkering buitendijks - beschermd buitendijks gebied

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio40932b1a-b739-4fb9-97ee-b5590946ffcd/nld@2025‑11‑05;308

regionale waterkering buitendijks - kernzone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio444382f3-9c19-420b-909b-2e311ce05139/nld@2025‑11‑05;300

stedelijk gebied

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio86a9f8d8-5d62-4f7b-af2e-c2a7668edb42/nld@2025‑11‑05;268

wateraanvoergebied

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio6af325e0-69f0-4828-a210-a1614513e36c/nld@2025‑11‑05;240

L

Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage II Overzicht Informatieobjecten

Bijlage 4 Begroeibaar oppervlak maaiplan

/join/id/regdata/ws0650/2025/pdf_b56d5323-372c-47e0-a89b-1956347f7483/nld@2025‑11‑05;1048

Bijlage 5 Overgangsrecht aanwijzing en begrenzing werkingsgebieden

/join/id/regdata/ws0650/2025/pdf_34919cb7-79eb-41f5-9f7a-d3777c95aa15/nld@2025‑11‑05;1048

aan- of afvoersloot - tocht - d-tocht of vaart

/join/id/regdata/ws0650/2025/giod8dd8a08-4890-4b9d-a0e4-3c68b124c15f/nld@2025‑11‑05;186

aangewezen oppervlaktewaterlichaam

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioe7fe8903-81fa-4706-b25d-07f82c7fb166/nld@2025‑11‑05;190

beheergebied van waterschap zuiderzeeland

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio87824b82-7f1d-4504-996c-7fda37cc2032/nld@2025‑11‑05;192

beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio89a40a2a-2933-4986-a198-3ed84f7f18e0/nld@2025‑11‑05;194

beperkingengebied met betrekking tot een waterkering

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio60497afe-1770-47a9-a058-c8d8126bb1fa/nld@2025‑11‑05;284

beschermingsgebied voor grondwater bremerberg 2 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio66d78b76-ef32-420e-9671-c34eb21591ad/nld@2025‑11‑05;269

boringsvrije zone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio26b1ca65-ced4-46ce-b4d6-bd7e4314d1a7/nld@2025‑11‑05;169

boringsvrije zone zuidelijk flevoland 11 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioa8ced2bb-3532-4744-93db-cb658053a45c/nld@2025‑11‑05;270

boringsvrije zone zuidelijk flevoland 14 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/giofb72d029-f591-46d2-90d3-42e24ffb258a/nld@2025‑11‑05;271

boringsvrije zone zuidelijk flevoland 17 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio836676bd-880b-47fb-9ca5-9c56e67d259a/nld@2025‑11‑05;272

boringsvrije zone zuidelijk flevoland 20 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio13efe739-f329-44d0-b235-806f96373d1f/nld@2025‑11‑05;273

boringsvrije zone zuidelijk flevoland 23 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/giocc22e91b-11d1-44c2-b812-b05e68c6e64d/nld@2025‑11‑05;274

boringsvrije zone zuidelijk flevoland 26 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio5cb7165f-f79f-4daa-a1a9-66431dd535e8/nld@2025‑11‑05;275

boringsvrije zone zuidelijk flevoland 29 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio51e36b29-ae90-4b84-9e24-df9dd6a31f86/nld@2025‑11‑05;276

boringsvrije zone zuidelijk flevoland 32 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioe646ff85-dee0-4a45-8d31-06a64a7c2548/nld@2025‑11‑05;277

boringsvrije zone zuidelijk flevoland 35 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio7eff8217-036c-4910-9575-e64602cca846/nld@2025‑11‑05;278

boringsvrije zone zuidelijk flevoland 38 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioaacfde4d-7169-41ef-8195-22f67e920ce0/nld@2025‑11‑05;279

boringsvrije zone zuidelijk flevoland 41 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/giob79ea540-900f-46f0-93f8-d81207d1bfff/nld@2025‑11‑05;280

boringsvrije zone zuidelijk flevoland 44 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio25be8ee3-2456-43b8-9403-02297b327fa4/nld@2025‑11‑05;281

boringsvrije zone zuidelijk flevoland 47 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/giocf02f89a-b22f-4210-8e7a-5ace546c25fd/nld@2025‑11‑05;282

boringsvrije zone zuidelijk flevoland 8 meter

/join/id/regdata/ws0650/2025/giod90889c4-094d-4d37-988b-170245fa4c29/nld@2025‑11‑05;264

gestuwde oppervlaktewaterlichamen

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio14339681-7f69-4c4f-b5ef-7c132cb5c1f6/nld@2025‑11‑05;198

grondwateronttrekkingsgebied exclusief keringen

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioc991a9cc-0088-462f-a94e-5aaeca8fe101/nld@2025‑11‑05;204

grondwateronttrekkingsgebied exclusief keringen en oosterwold

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio65f46062-6784-4aed-992b-f698597afa3d/nld@2025‑11‑05;200

grondwateronttrekkingsgebied keringen

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioddb33a15-c1e6-4fd0-8f02-33a54020608f/nld@2025‑11‑05;202

het weerwater, het bovenwater en de noorderplassen

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioa1ea7f5d-e488-49e2-996f-a2c8fa76c673/nld@2025‑11‑05;178

keringen recreatief medegebruik - honden toegestaan

/join/id/regdata/ws0650/2025/giof8ee2473-7766-49fc-b11b-c4157cde5a17/nld@2025‑11‑05;312

keringen recreatief medegebruik - honden verboden

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio7219e781-57aa-4c6d-beef-03b56e82115a/nld@2025‑11‑05;304

landelijk gebied

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio3cf32b09-16f6-4750-9603-a1cf9f5de18e/nld@2025‑11‑05;214

niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio1404d539-f332-4296-8c7b-2268280cbbb0/nld@2025‑11‑05;212

niet-kwetsbaar water

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioc03e2afa-528d-4fc3-b1a0-cf78c36380c1/nld@2025‑11‑05;218

oosterwold

/join/id/regdata/ws0650/2025/giof577f5ec-d720-4934-ab05-4c9d6e09ba7d/nld@2025‑11‑05;123

oppervlaktewaterlichaam - binnenbeschermingszone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio0cb2cab0-a7ed-473e-8e1a-6f6ae49ffb14/nld@2025‑11‑05;260

oppervlaktewaterlichaam - buitenbeschermingszone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio6a45d5de-3738-4756-bbd4-0890533620e6/nld@2025‑11‑05;262

oppervlaktewaterlichaam - kernzone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio6c460622-408d-4f32-9bfe-4be14ee7180d/nld@2025‑11‑05;250

oppervlaktewaterlichaam niet zijnde een wateraanvoersloot

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio5641dad8-3774-40a0-9567-af406804d9b6/nld@2025‑11‑05;220

overige waterkering - beschermingszone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioef7b9c6d-bfbd-4928-b001-b074da667875/nld@2025‑11‑05;288

overige waterkering - kernzone

/join/id/regdata/ws0650/2025/giobb5dfb3e-543f-4f59-b6d7-a04306ca0bdf/nld@2025‑11‑05;290

primaire waterkering - binnenbeschermingszone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio9e0d58a4-aed8-42ca-b1bf-185b82dd420c/nld@2025‑11‑05;310

primaire waterkering - buitenbeschermingszone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioa2cfce4a-d639-4a13-9b38-bf41a61df13b/nld@2025‑11‑05;314

primaire waterkering - kernzone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gioc77c3b7c-b465-456d-928c-c387e3d8c6d5/nld@2025‑11‑05;294

regionale waterkering - beschermingszone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio7028ffaf-27d2-4122-a69d-0d1f15f61a37/nld@2025‑11‑05;296

regionale waterkering - kernzone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio55def52a-9c68-4df8-9562-d336d2cce148/nld@2025‑11‑05;298

regionale waterkering buitendijks - beschermd buitendijks gebied

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio40932b1a-b739-4fb9-97ee-b5590946ffcd/nld@2025‑11‑05;308

regionale waterkering buitendijks - kernzone

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio444382f3-9c19-420b-909b-2e311ce05139/nld@2025‑11‑05;300

stedelijk gebied

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio86a9f8d8-5d62-4f7b-af2e-c2a7668edb42/nld@2025‑11‑05;268

wateraanvoergebied

/join/id/regdata/ws0650/2025/gio6af325e0-69f0-4828-a210-a1614513e36c/nld@2025‑11‑05;240

[Vervallen]

M

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Algemeen deel

Taken, doelen, omgevingswaarden en waterbeheerprogramma

Het waterschap is belast met de zorg voor het watersysteem en de zuiveringtechnische werken. De zorg voor watersysteem omvat het beheer van de oppervlaktewateren, waterkeringen en bergingsgebieden, grondwater en ondersteunende waterstaatkundige kunstwerken.

Het beheer van het watersysteem is geregeld in de Omgevingswet, als onderdeel van het beheer van de fysieke leefomgeving. Van de fysieke leefomgeving maken voorts deel uit: bouwwerken, infrastructuur, bodem, lucht, natuur, landschap en cultureel erfgoed.

De Omgevingswet wil samenhangende, doelmatige en vereenvoudigde regels stellen over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving met het oog op duurzame ontwikkeling. Het maatschappelijke doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen:

  • een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden; en

  • het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen.

De waterschapsverordening is onderdeel van de stelselherziening van het omgevingsrecht. De invoering van de waterschapsverordening draagt bij aan de landelijke verbeterdoelen van de Omgevingswet: een inzichtelijk omgevingsrecht, waarin de leefomgeving centraal staat, waarin ruimte is voor maatwerk en waarin besluitvorming over projecten sneller en beter verloopt.

Deze waterschapsverordening bevat de regels van Waterschap Zuiderzeeland over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de watersystemen en de zuiveringtechnische werken. De waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de keur en de algemene regels. Bovendien bevat het regels over lozingen, die voorheen op het niveau van de centrale overheid waren geregeld.

Voor waterkeringen en oppervlaktewaterlichamen zijn de doelstellingen van waterbeheer uitgewerkt in omgevingswaarden. Een omgevingswaarde geeft de gewenste staat of kwaliteit van het waterstaatswerk weer. Het Rijk en de provincies hebben omgevingswaarden vastgesteld voor primaire en regionale waterkeringen in respectievelijk het Besluit Kwaliteit Leefomgeving en de provinciale omgevingsverordeningen.

In de Omgevingsverordeningen zijn tevens omgevingswaarden vastgesteld voor wateroverlast en voor de ecologische waterkwaliteit van het regionale watersysteem zoals vereist in de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Voor omgevingswaarden geldt een monitoringsplicht waarbij de staat en kwaliteit van het watersysteem systematisch wordt gemonitord.

Voorts is het waterschap in het kader van het waterkwantiteitsbeheer verantwoordelijk voor het vaststellen en handhaven van het oppervlaktewaterpeil en in tijden van droogte het verdelen van het beschikbare water over de verschillende maatschappelijke belangen volgens de verdringingsreeks. Tot slot is het waterschap belast met de calamiteitenzorg voor het watersysteem in zijn beheergebied.

Decentralisatie lozingsregels

De lozingsactiviteiten op oppervlaktewateren en rioolwaterzuiveringen werden voorheen landelijk geregeld door het Rijk. Onder de Omgevingswet kunnen de waterschappen nu zelf regels over lozingen stellen in hun waterschapsverordening, binnen de grenzen die de Omgevingswet daaraan stelt. Om de decentralisatie naar de waterschappen soepel te laten plaatsvinden heeft het Rijk de landelijke regels voor lozingsactiviteiten omgezet naar een set lokale regels voor de waterschappen, de zogenoemde ‘bruidsschat’ voor de waterschappen. De bruidsschat maakt van rechtswege deel uit van de waterschapsverordening bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet. De waterschappen hebben daardoor tijd om zelf lozingsregels te ontwerpen die passen bij de karakteristiek van zijn beheergebied.

Bij de totstandkoming van de waterschapsverordening is gekeken of de regels uit de bruidsschat een één op een één kunnen worden opgenomen in de waterschapsverordening. Op een paar aanpassingen na is dit het geval. Onder de Omgevingswet verandert het begrip lozen. De lozingsregels gaan straks niet alleen over de kwaliteit van het water, maar ook over hoeveelheden te lozen water.

Beide typen regels worden nu in overeenstemming met elkaar gebracht. In de bruidsschat wordt nog werd onderscheid gemaakt tussen aangewezen en niet aangewezen waterlichamen. Aangewezen waterlichamen zijn grotere wateren in het beheergebied waarvoor minder strenge normen gelden vanwege het grotere ontvangende oppervlaktewater. Bij de niet-aangewezen waterlichamen gelden iets strengere lozingsnormen, omdat sprake is van een kleiner ontvangend oppervlaktewater.

De aangewezen wateren zijn echter ook wateren die zijn aangewezen op grond van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Daarnaast is gebleken dat in de praktijk niet of nauwelijks lozingen plaatsvinden op deze wateren. In deze waterschapsverordening is het onderscheid tussen aangewezen- en niet aangewezen wateren niet meer gemaakt. De eisen voor de kleine wateren gelden het gehele gebied.

De regels voor lozen in de bruidsschat betreft een set van ca. 20 onderwerpen, variërend van de algemene zorgplicht tot lozingen van huishoudelijk afvalwater en hemelwater, van lozingen bij grondwatersaneringen tot lozingen op zuiveringtechnische werken. Er spelen dus vele verschillende typen belangen op het gebied van waterkwaliteitsbeheer, waterkwantiteitsbeheer en afvalwaterzuivering. De regels per activiteit uit de bruidsschat zijn in deze waterschapsverordening overgenomen. De enkele activiteiten die niet in het beheergebied voorkomen zijn niet meer als algemene regel opgenomen.

Activiteitgerichte opbouw

Een tweede verandering in vergelijking met de Keur Waterschap Zuiderzeeland 2017 is dat het accent is verlegd naar het perspectief van inwoners en bedrijven door een activiteitgerichte opbouw. De oude objectgerichte benadering van de keur wordt daarmee verlaten. In plaats van de waterstaatswerken als aangrijpingspunt van de regels te hanteren, zijn de regels aangeknoopt bij de verschillende activiteiten die inwoners en bedrijven willen verrichten. Dat betekent dat de verschillende hoofdstukken en paragrafen zijn geordend naar alle relevante activiteiten, waarbij een clustering van activiteiten is gehanteerd die aansluit bij de terminologie van de Omgevingswet.

Doelgerichte en risicogestuurde regels

De regels zijn zo herzien, dat zij rechtstreeks kunnen worden herleid tot de algemene belangen die het waterschap met de regels beoogd te dienen. Deze belangen zijn in algemene zin als de doelen van de waterschapsverordening omschreven in Hoofdstuk 1 van de waterschapsverordening. In de verschillende hoofdstukken of en paragrafen komen selecties of uitwerkingen van deze belangen steeds terug als de concrete oogmerken van de daarin opgenomen regels.

Bij het vaststellen van de doelen van regels voor activiteiten is gebruik gemaakt van een landelijke doelenboom. Per activiteit is in de doelenboom gemarkeerd op welke aspecten deze van invloed kan zijn. In de waterschapsverordening zijn deze in de artikelen over het toepassingsbereik van elke paragraaf of hoofdstuk als oogmerken opgenomen bij de regels.

Doordat de regels zijn gekoppeld aan de doelen die zij dienen, neemt de transparantie toe. De koppeling aan de diverse doelen van Waterschap Zuiderzeeland (waterveiligheid, voldoende water, waterkwaliteit) leidt tot bovendien tot een meer integrale regelgeving. Deze structuur vergroot de toegankelijkheid voor de inwoner en de toepasbaarheid door het waterschap.

Vanuit de doelenboom is de toelaatbaarheid van een aanzienlijk deel van de activiteiten die geregeld werden in de huidige keur en de daarop gebaseerde algemene regels, opnieuw bezien. Er is gekeken naar het risico dat elke activiteit met zich meebrengt voor de doelen van het waterschap. Dat heeft in verschillende gevallen voor deze activiteiten geleid tot een hernieuwde keuze voor het type regel dat gesteld moet worden. Deze risicogestuurde verbeteringen zijn gebaseerd op het ‘ja-mits’ principe: vooropgesteld is dat de activiteit met een informatieplicht of melding aan het waterschapsbestuur kan worden verricht als aan bepaalde vereisten is voldaan. In andere gevallen geldt de vergunningplicht. In lijn met het instrumentarium dat de Omgevingswet biedt, heeft dit geleid tot regels die variëren van een zorgplicht, een inhoudelijke regel of een informatieplicht, tot een maatwerkvoorschrift, een meldingsplicht of een omgevingsvergunningsplicht en in enkele gevallen een absoluut verbod.

Beoordelingsregels

De Omgevingswet introduceert het begrip beoordelingsregels. Elke regeling waarin vergunningplichtige gevallen worden aangewezen, bevat tevens de beoordelingsregels op grond waarvan de activiteit wordt beoordeeld. Beoordelingsregels kunnen algemeen zijn gesteld of specifiek voor een bepaalde activiteit. In de waterschapsverordening is gekozen voor algemeen gestelde beoordelingsregels voor de verschillende onderdelen van het watersysteem (waterkering, oppervlaktewater, bergingsgebied en grondwater).

Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een activiteit in het watersysteem wordt beoordeeld aan de hand van de beoordelingsregels. Deze bestaan uit de oogmerken en de objectgerichte specifieke zorgplichten voor de verschillende onderdelen van het watersysteem zoals aangegeven in de hoofdstukken 2 tot en met 4 van de waterschapsverordening.

Als het verrichten van een activiteit op basis van deze waterschapsverordening is verboden zonder omgevingsvergunning, dan wordt de omgevingsvergunning alleen geweigerd wegens strijd met de oogmerken waarop het verbod is gericht, tenzij in deze waterschapsverordening anders is bepaald.

Maatwerkvoorschriften

In de activiteitgerichte specifieke zorgplichten in de hoofdstukken 2 tot en met 4 heeft in beginsel een integrale afweging van waterhuishoudkundige belangen plaatsgevonden voor de desbetreffende activiteit. In voorkomende gevallen kan die afweging te streng zijn of te soepel. In die gevallen kan het dagelijks bestuur een maatwerkvoorschrift stellen in afwijking of in aanvulling op de activiteitgerichte specifieke zorgplichten, al naar gelang de omstandigheden van het geval en de betrokken waterhuishoudkundige belangen.

Digitalisering

Nieuw is dat de regels over activiteiten zijn gekoppeld aan geometrisch aangewezen en begrensde werkingsgebieden, die in Bijlage 2 van de waterschapsverordening zijn opgenomen en op een digitale kaart voor gebruikers aanklikbaar zijn. Deze digitalisering is onderdeel van het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), waarin ook de regelgeving van Rijk, provincie, gemeenten en andere waterschappen digitaal ontsloten wordt. De digitalisering van de waterschapsverordening in het DSO gaat gepaard met een verbeterde dienstverlening aan gebruikers van de digitale voorziening door middel van zogenoemde toepasbare regels en vragenbomen. Via toepasbare regels wordt de juridische tekst van de waterschapsverordening toegankelijk gemaakt aan de hand van vragen(bomen) die burgers naar de op hun activiteit en locatie toepasselijke juridische regels leiden. Zo kan een gebruiker eenvoudig nagaan of een activiteit op een bepaalde locatie is toegestaan, of een vergunning- of meldplicht geldt en aan welke algemene regels eventueel moet worden voldaan.

Verhouding tot het stelsel van de Omgevingswet

Taken en verantwoordelijkheden

De waterschapsverordening is gebaseerd op artikel 2.5 van de Omgevingswet. Op grond van dit artikel stelt het algemeen bestuur van het waterschap één waterschapsverordening vast waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. Anders dan de keur is de waterschapsverordening niet vastgesteld met gebruik van de autonome verordenende bevoegdheid in de zin van de Waterschapswet, maar worden de regels gesteld in medebewind op basis van de Omgevingswet. De Omgevingswet stelt daarbij uitdrukkelijke regels over de gebruikte instrumenten, zoals algemene regels, maatwerkvoorschriften of verboden om activiteiten te verrichten zonder omgevingsvergunning, zonder melding, zonder het leveren van informatie of in absolute zin. De Omgevingswet regelt ook wie het bevoegd gezag is voor deze meldingen, maatwerkvoorschriften en omgevingsvergunningen. In de regel zal dat voor deze waterschapsverordening het dagelijks bestuur van het waterschap zijn.

Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving en Omgevingsverordening Flevoland

Bij het opstellen van de waterschapsverordening spelen instructieregels een rol. Voor zover hier van belang zijn dat enkele regels van het Rijk (vastgesteld in hoofdstuk 6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving) en de Provincie Flevoland (Omgevingsverordening Provincie Flevoland) die gaan over de inhoud of de motivering van de waterschapsverordening.

Besluit kwaliteit leefomgeving:

  • Artikel 6.1 - instructieregel lozingen

  • Artikel 6.2 - beoordelingsregels activiteit met gevolgen voor waterlichaam

Omgevingsverordening Provincie Flevoland:

  • Artikel 4.4 - gegevens verstrekkingen en grondwaterregister;

  • Artikel 5.17 - grondwateronttrekkingen in grondwaterbeschermingsgebieden.

Werkingssfeer

Watersystemen en onderdelen daarvan in beheer bij Waterschap Zuiderzeeland

De waterschapsverordening is van toepassing in het beheergebied van het waterschap, voor zover het gaat over de watersystemen of onderdelen daarvan die in beheer zijn bij het waterschap. Wat onder watersysteem moet worden verstaan vloeit voort uit de Omgevingswet, zoals dat eerder op basis van de Waterwet het geval was: een samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Daarbij geldt dat oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk als waterstaatswerken worden aangemerkt. Welke watersystemen of onderdelen daarvan in beheer zijn bij het waterschap wordt bepaald bij provinciale verordening (de Omgevingsverordening Provincie Flevoland) die gebaseerd is op artikel 2.18, tweede lid, van de Omgevingswet.

Geometrisch bepaalde werkingsgebieden concrete regels

De regels over activiteiten zijn steeds gekoppeld aan werkingsgebieden. Waar geen specifiek werkingsgebied is benoemd, geldt het hele beheergebied van Waterschap Zuiderzeeland als werkingsgebied. Zie voor de uitwerking hiervan de artikelsgewijze toelichting bij de artikelen (nog in te vullen) 1.2, 1.5, 1.6 en 1.7. De digitalisering van de waterschapsverordening brengt nieuwe informatiebehoeften over de beheerobjecten van het waterschap met zich mee, vooral in verband met aanwijzing en begrenzing van werkingsgebieden. In de waterschapsverordening worden de werkingsgebieden (de gebieden, waarin bepaalde regels uit de verordening van toepassing zijn, zoals beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen of oppervlaktewaterlichamen) aangewezen en geometrisch begrensd. Deze werkingsgebieden berusten op informatie over de ligging van het waterstaatswerk zelf (de kernzones) en over de beschermingszones die daarop aansluiten. Voor deze waterschapsverordening is een eenduidige naamgeving doorgevoerd, waardoor duidelijker is benoemd welk onderdeel van het watersysteem wordt bedoeld.

Verhouding tot andere regelingen

Delegatiesystematiek en delegatiebesluit

Artikel 2.5 van de Omgevingswet bepaalt dat het algemeen bestuur één waterschapsverordening vaststelt waarin alle regels met betrekking tot het watersysteem worden opgenomen, met uitzondering van de regels met betrekking tot het onderhoud van het watersysteem, zie artikel 2.2 lid 2 van het Omgevingsbesluit. Dit betekent dat de regels die het dagelijks bestuur mag stellen dienen te worden vastgesteld in de Waterschapsverordening.

Om alle regels in een waterschapsverordening te kunnen opnemen voorziet artikel 2.8 van de Omgevingswet in een delegatiebepaling waarbij het algemeen bestuur vaststelling van delen van de Waterschapsverordening kan delegeren aan het dagelijks bestuur in de waterschapsverordening zelf of in een apart Delegatiebesluit. Er is voor gekozen om een apart delegatiebesluit vast te stellen. Het Delegatiebesluit Waterschapsverordening delegatiebesluit staat toe dat het dagelijks bestuur de Waterschapsverordening kan wijzigen voor zover het concreet benoemde bestuursbevoegdheden betreft. De wettelijke bepalingen met de betrekking tot de voorbereiding en vaststelling van een wijziging van de Waterschapsverordening blijven overigens onverkort de bevoegdheid van het algemeen bestuur.

Verhouding tot de onderhoudslegger

De huidige keur Keur 2017 bevat in hoofdstuk 3 algemene onderhoudsverplichtingen voor waterstaatswerken. In de onderhoudslegger zijn de onderhoudsplichtigen en onderhoudsverplichtingen van de waterstaatswerken genoemd. De onderhoudslegger is gebaseerd op artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet. Op grond van artikel 2.2 van het Omgevingsbesluit mogen deze onderhoudsplichten niet in waterschapsverordening opgenomen worden. Bij invoering van de waterschapsverordening zullen zijn deze onderdelen van de keur daarom niet vervallen, maar op basis van de Waterschapswet blijven bestaan (als “onderhoudskeur”). Bij de voorgenomen actualisatie van de onderhoudslegger, zal deze onderhoudskeur te zijner tijd worden vervangen door een vast te stellen gemoderniseerde “onderhoudsverordening” met onderhoudslegger. ”). De bepalingen over onderhoud uit de Keur 2017 zijn opgenomen in de Onderhoudsverordening en bij de actualisatie legger zijn onderhoudsplichtigen vastgelegd volgens deze verordening

Verhouding tot projectbesluit, vergunning eigen dienst en vrijstelling

Onder de Waterwet is was voor de aanleg of wijziging van waterstaatswerken door het waterschap een projectplan vereist. In de Omgevingswet wordt is het projectplan vervangen door een projectbesluit, dat voor het waterschap verplicht is voor de aanleg en wijziging van primaire waterkeringen. Voor de andere gevallen van aanleg en wijziging van waterstaatswerken door het waterschap, waarvoor nu nog tot 1 januari 2024 een projectplan geldt gold, laat de Omgevingswet de keuze aan het waterschap om deze categorie vrij te laten, een projectbesluit of een vergunning eigen dienst voor te schrijven. Het geheel vrijlaten van deze categorie sluit niet aan bij de actuele praktijk en daarmee ook niet bij de gekozen basisvariant.

Het voorschrijven van een projectbesluit in de waterschapsverordening voor deze categorie levert het bezwaar op, dat hiervoor dan telkens de goedkeuring van gedeputeerde staten is vereist. De introductie van de vergunning eigen dienst voor deze aanvullende categorie komt nog het dichtst bij de nu geldende situatie. Gekozen is om in de waterschapsverordening deze optie in de regels te verwerken.

Voor het uitvoeren van beheer en onderhoud geldt op grond van de waterschapsverordening geen vergunningvereiste voor burger inwoners en het waterschap. Ook onder de huidige keur Keur 2017 gold geen vergunningvereiste. Hier verandert Hieraan is dus niets verandert.

Actualisatie Waterschapsverordening

Op 1 januari 2024 is de waterschapsverordening Waterschap Zuiderzeeland in werking getreden. Na ruim een jaar te hebben gewerkt met de waterschapsverordening is in 2025 een inventarisatie uitgevoerd om verbeteringen door te voeren. Uit deze inventarisatie is gebleken, dat een actualisatie noodzakelijk was. De aanleiding hiervoor ligt onder andere in ervaringen uit de praktijk, geactualiseerde beleidsregels waterkeringen en aangepaste (omgevings)verordeningen van onze gebiedspartners. Het waterschap is voornemens jaarlijks de waterschapsverordening te actualiseren.

Doel van deze actualisatie

Het doel van de actualisatie is een verbeterde kwaliteit van juridische regels en de toepasbaarheid van de waterschapsverordening voor:

a) het borgen van het waterbelang en het beschermen van de waterstaatswerken;

b) de verbetering van het werkproces van vergunningverlening en watertoezicht;

c) het aansluiten op de (omgevings-)verordeningen van andere organisaties en gebiedspartners.

Belangrijkste wijzigingen

De voorgestelde wijzigingen zijn te rubriceren in drie categorieën:

1. de technisch-juridische wijzigingen vanuit redactionele aanpassingen of die het gevolg zijn van doorwerking van regelgeving van andere overheden;

2. wijzigingen die voortkomen uit de praktijk (zowel qua regels als qua werkingsgebieden);

3. toevoegen van nieuwe elementen.

Samenhang met de actualisatie van beleidsregels waterkeringen

Samen met de geactualiseerde waterschapsverordening zijn ook Beleidsregels Waterkeringen geactualiseerd. In de geactualiseerde Beleidsregels is de toepassing van regels binnen de werkingsgebieden van de waterschapsverordening tegen het licht gehouden voor een eenduidige en consistente uitwerking.

Besluitvorming wijzigingsbesluiten

Het college van Dijkgraaf en Heemraden heeft op 16 september 2025 het eerste wijzigingsbesluit vastgesteld. Dit is gedaan op grond van artikel 8 van het Delegatiebesluit Waterschap Zuiderzeeland 2024. Het Algemeen Bestuur heeft op 28 oktober 2025 het tweede wijzigingsbesluit vastgesteld. Het Algemeen Bestuur heeft de onderdelen vastgesteld die niet gedelegeerd zijn aan het College van Dijkgraaf en Heemraden. Beide wijzigingsbesluiten zijn gepubliceerd op overheid.nl. Zie Waterschapsblad nr. 23874, 1 oktober 2025 en Waterschapsblad nr. 27095, 5 november 2025.

Bij de wijzigingen die zijn doorgevoerd in de waterschapsverordening willen we een passende toelichting. In de tekst van de artikelgewijze toelichting is de motivering van de desbetreffende wijzigingsbesluiten verwerkt. Tevens is aandacht besteed aan de leesbaarheid van de tekst.

Hoofdlijnen van de inhoud

Indeling

De waterschapsverordening bestaat uit vijf hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat algemene bepalingen over begrippen, toepassingsbereik en enkele algemene onderwerpen die relevant zijn voor de gehele waterschapsverordening zoals de specifieke zorgplicht. Deze zorgplicht geldt altijd, dus ook naast bijvoorbeeld een meldplicht of vergunningplicht. De hoofdstukken 2 tot en met 4 zijn gewijd aan regels over activiteiten. Daarbij is de aard van de activiteiten bepalend.

Hoofdstuk 2 gaat over lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk, vanwege de kwaliteit van het water.

Hoofdstuk 3 bevat regels over activiteiten die de werking, de samenhang en de kwaliteit raken van het watersysteem als zodanig (systeemactiviteiten). Dit betreft de aanleg of wijziging van waterstaatswerken, het verbinden van oppervlaktewaterlichamen, afwijkingen van het peil, kwel en grootschalige verharding van grondoppervlak. Ook bevat dit hoofdstuk regels over grote lozingen op of onttrekkingen uit oppervlaktewaterlichamen.

Hoofdstuk 4 gaat over wateronttrekkingsactiviteiten met betrekking tot grondwater of oppervlaktewater en infiltreren.

Hoofdstuk 5 bevat overgangsbepalingen en regelt de inwerkingtreding van de waterschapsverordening.

De bijlagen bij de waterschapsverordening bevatten de begripsbepalingen (Bijlage 1 ), de benoeming, aanwijzing en begrenzing van de werkingsgebieden (Bijlage 2 ), de aangewezen oppervlaktewaterlichamen (Bijlage 3 ), het begroeibaar oppervlak dat relevant is voor de activiteit maaien in een oppervlaktewaterlichaam (Bijlage 4 ) en het overgangsrecht voor de aanwijzing en begrenzing van beperkingengebieden bij waterstaatswerken waar een dergelijk gebied nog niet is vastgesteld (Bijlage 5 ). Bijlagen vormen een integraal onderdeel van de juridische tekst.

Belangrijkste wijzigingen

De inhoudelijke veranderingen komen met name voort uit de decentralisatie van regelgeving over lozingen van Rijk naar de waterschappen. Bovendien wordt ten opzichte van de huidige keur gebruik gemaakt van moderne inzichten over wetgeving. Dat houdt in dat historisch ontstane verschillen worden opgeheven, gebruik wordt gemaakt van nieuwe technieken en eenvoudigere en betere regels worden geformuleerd.

Een aantal lozingen die nu nog door het Rijk zijn gereguleerd, wordt opgenomen in de waterschapsverordening. Het gaat om bepaalde lozingen op het oppervlaktewater, op afvalwaterzuiveringen en op afvalwatertransportsystemen. De Rijksregels maken onderscheid tussen grotere en kleinere ontvangende oppervlaktewateren. Voor de grotere, zoals de meren en plassen, gelden iets lichtere eisen. De waterkwaliteit hiervan valt echter onder de directe werking van de Kaderrichtlijn Water. Tegelijk vinden in de praktijk weinig lozingen plaats op deze wateren. Daarom worden de wat strengere eisen voor de kleine wateren in de waterschapsverordening van toepassing voor het gehele gebied van Waterschap Zuiderzeeland.

Overgangsrecht

Hoofdstuk 5 regelt onder andere het overgangsrecht voor watervergunningen, die voor inwerkingtreding van deze keur zijn verleend. Ondanks dat het een beleidsneutrale omzetting betreft is er wel voor gekozen om overgangsregels op te stellen, zodat duidelijkheid en rechtszekerheid wordt geboden. Daarnaast bevat hoofdstuk 5 bepalingen over het intrekken van de Keur Zuiderzeeland 2017, de inwerkingtreding en de citeertitel van deze waterschapsverordening.

Het overgangsrecht is geregeld in hoofdstuk 4 van de Invoeringswet Omgevingswet. In artikelen 4.1, 4.3, 4.4, 4.5, 4.13 en 4.14 is voorzien in de overgang van lopende procedures en wat de consequenties zijn van het vervallen van vergunningenplichten of het ontstaan van nieuwe vergunningplichten. Werken die overeenkomstig de huidige regels zijn gerealiseerd mogen op grond van het overgangsrecht in de waterschapsverordening in stand blijven.

Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

In de Keur Zuiderzeeland 2017 was het nodig om verschillende informatiesystemen te gebruiken voordat duidelijk wordt welke regels van toepassing zijn. Zo is nu informatie uit diverse leggers nodig, maar ook informatie uit peilbesluiten en uit de algemene regels. Bij de invoering van de Omgevingswet wordt het landelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet geïntroduceerd. Dit stelsel integreert de verschillende waterschapsverordeningen verordeningen van alle overheden met een digitale kaart. Ook maakt dit stelsel het aanvragen van vergunningen en het doen van meldingen mogelijk. Om het voor de gebruiker eenvoudiger te maken, worden vragen gesteld en worden de werkingsgebieden getoond, waardoor hij de juiste regels voor zijn gewenste activiteit kan vinden. Dit zorgt ervoor dat de regels gemakkelijker kenbaar zijn.

Strafbaarstelling

Strafbaarstelling van de overtreding van regels uit de waterschapsverordening is op centraal niveau al geregeld in de Wet op de economische delicten. Het is dus niet meer mogelijk in de waterschapsverordening strafbaarstellingen en strafmaten op te nemen voor de niet-naleving van de regels van de waterschapsverordening.

N

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.1

In het eerste lid van dit artikel wordt verwezen naar de begripsbepalingen in Bijlage 1.

In het tweede lid van dit artikel worden de begripsbepalingen uit de Omgevingswet en de algemene maatregelen van bestuur van toepassing verklaard op deze waterschapsverordening. De begrippen van de Omgevingswet gelden van rechtswege, maar de begrippen uit de algemene maatregelen van bestuur en de Omgevingsregeling gelden niet van rechtswege. Deze zijn van overeenkomstige toepassing verklaard, zodat de waterschapsverordening zoveel mogelijk aansluit bij het Omgevingswetstelsel stelsel van de Omgevingswet.

O

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.2 Toepassingsgebied

Om in het DSO de regels goed weer te kunnen geven moet aangegeven zijn op welk gebied de regels van toepassing zijn. Daarom wordt in de waterschapsverordening gewerkt met werkingsgebieden. Dit is het gebied waarop de regels van toepassing zijn.

Deze bepaling geeft duidelijk aan dat de waterschapsverordening bedoeld is voor het beheergebied van het waterschap. Per activiteit is bepaald welk toepassingsbereik geldt. Deze bepaling fungeert als vangnet voor alle regels waarvoor niet een specifieker toepassingsbereik is opgenomen. Er zijn waterstaatswerken in het beheergebied waarvan de beschermingszone doorloopt in het beheergebied van een ander waterschap.

Er zijn waterstaatswerken in het beheergebied waarvan de beschermingszone doorloopt in het beheergebied van een ander waterschap. Deze toevoeging op het toepassingsgebied geeft aan, dat de waterschapsverordening in ieder geval betrekking heeft op de door het waterschap aangewezen beperkingengebieden die gelegen zijn in het beheergebied van het waterschap. Daarnaast is er een beperkt aantal beperkingengebieden aangewezen die gedeeltelijk buiten het beheergebied van het waterschap liggen. Met deze toevoeging wordt bereikt, dat de regels van de waterschapsverordening van toepassing zijn op de waterstaatwerken die in beheer zijn bij het waterschap en buiten de grenzen van het beheergebied liggen.

P

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.6 Nadere uitwerking beperkingengebied waterstaatswerken

Een beperkingengebied is een gebied dat bij of krachtens de Omgevingswet is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Het zijn feitelijk de gebieden rondom waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Waterschappen kunnen voor alle typen waterstaatswerken beperkingengebieden aanwijzen. Dit betekent dat er beperkingen gelden voor activiteiten van derden, ter plaatse van het waterstaatswerk als ook in de daaraan grenzende (beschermings)zones. Een beperkingengebied is in feite wat het geheel aan (beschermings)zones bij een waterstaatswerk was onder de Keur Zuiderzeeland 2017.

Het werkingsgebied primaire waterkering-tussenbeschermingszone zoals opgenomen in de Keur 2017 is vervallen. Deze zone wordt niet gebruikt en wordt opgenomen in de buitenbeschermingszone. De werkingsgebieden voor de regionale keringen maakt onderscheid tussen de regionale keringen die buitendijks zijn gesitueerd en de andere door de provincies aangewezen regionale keringen. Dit is gedaan om specifieke regelgeving te kunnen koppelen aan de buitendijkse regionale waterkeringen en de buitendijks gelegen beschermde gebieden.

De werkingsgebieden “overige waterkering Knardijk kernzone” en “overige waterkering Knardijk beschermingszone” worden opgenomen in de generieke werkingsgebieden voor de overige keringen.

Q

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.7 Nadere uitwerking werkingsgebieden waterkeringen

De beperkingengebieden en werkingsgebieden, genoemd in Artikel 1.6, eerste lid, omvatten verschillende soorten waterkeringen. Er zijn primaire, regionale en overige waterkeringen. De regionale waterkering Kadoelersluis-Blokzijl en de overige waterkering Kadoelersluis-Blokzijl vallen echter onder hetzelfde regime als primaire waterkeringen. Daarom zijn voor de toepassing van deze verordening die twee waterkeringen opgenomen in de werkingsgebieden met betrekking tot primaire waterkeringen. Dit is gedaan ter vereenvoudiging van de juridische regels in deze waterschapsverordening.

De kering van Kadoelersluis-Blokzijl wordt meegenomen in het werkingsgebied van de regionale kering. De kering is door de provincie Flevoland meegenomen als regionale kering in haar Omgevingsverordening (Omgevingsverordening provincie Flevoland | Lokale wet- en regelgeving). In een eerdere versie van de werkingsgebieden was deze kering onderdeel van het werkingsgebied primaire kering.

Het deel van de kering Kadoelersluis – Blokzijl, dat in de provincie Overijssel valt wordt ook meegenomen in het werkingsgebied regionale kering. Dit deel van de kering is door de provincie Overijssel niet aangewezen als regionale kering, maar krijgt wel hetzelfde beschermingsniveau als het aansluitende deel, dat door de provincie Flevoland is meegenomen als regionale kering. Door deze aanwijzing ontstaat uniformiteit in beide delen van de waterkering.

De kering bij Lemmer is door de Provincie Fryslân aangewezen als regionale kering in de omgevingsverordening (Omgevingsverordening Fryslân 2022 | Lokale wet- en regelgeving). Dit klopt niet met de tekst van de Waterschapsverordening. De zonering dubbelregime in de regionale kering Lemmer wordt herbenoemd als regionale kering-beschermingszone.

Op 27 september 2022 heeft de Algemene Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland de kades van het Bovenwater, Tollebeek en Kassengebied Almere aangewezen als overige keringen. Deze overige keringen zijn nu toegevoegd aan het werkingsgebied “overige kering- kernzone”. Voor deze kades zijn nog geen beschermingszones vastgesteld, dit wordt bekeken bij het opstellen van een legger voor deze keringen en meegenomen in een volgende actualisatie van de Waterschapsverordening.

In de voorgaande versie was de kering Knardijk de enige overige kering met een aparte status. Nu er andere overige keringen zijn komt lid 3 te vervallen.

Uitwerking beperkingengebied waterstaatswerken volgens artikel 1.6 en 1.7 van de Waterschapsverordening

Waterkering

Werkingsgebied

Hieronder wordt verstaan:

Primaire waterkering

Primaire waterkering - kernzone

 
 

Primaire waterkering - binnenbeschermingszone

 
 

Primaire waterkering - buitenbeschermingszone

 

Regionale waterkering

Regionale waterkering - kernzone

- de kernzone van een regionale waterkering, zoals aangegeven door de provincie Fryslan en Flevoland in hun omgevingsverordening;

- en de kernzone van de overige waterkering Kadoelersluis-Blokzijl

 

Regionale waterkering - beschermingszone

- de beschermingszone van een regionale waterkering;

- en de beschermingszone van de overige waterkering Kadoelersluis-Blokzijl

 

Regionale waterkering buitendijks – kernzone

Zoals aangegeven door de provincie Flevoland aangegeven in haar Omgevingsverordening

 

Regionale waterkering buitendijks - beschermd buitendijks gebied

 

Overige waterkering

Overige waterkering - kernzone

 
 

Overige waterkering - beschermingszone

 

R

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.8 Zorgplicht

In dit artikel is de algemene zorgplicht met betrekking tot het waterschap opgenomen en vormt daarmee een vangnet. Bij de activiteiten zelf (in de hoofdstukken 2 tot en met 4) is indien nodig een specifieke zorgplicht bij de activiteit opgenomen. De specifieke zorgplicht van de activiteit is een nadere uitwerking. Zowel de algemene als de specifieke zorgplicht is voor de desbetreffende activiteit van toepassing. De algemene zorgplicht geldt altijd, eventueel aangevuld met de specifieke zorgplicht. De zorgplicht is een basisregel die als uitgangspunt geldt, deze wordt in acht genomen bij elke activiteit die uitgevoerd wordt. Deze zorgplicht geldt voor een ieder eenieder en een ieder eenieder kan op een schending van deze zorgplicht worden aangesproken. Als het handelen of nalaten onmiskenbaar in strijd is met de zorgplicht kan het bestuur bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen inzetten.

S

Na sectie 1.15 worden twee secties ingevoegd, luidende:

Artikel 1.16 Omgevingsvergunning wijzigen of intrekken

Het bevoegd gezag is bevoegd in sommige gevallen een verleende omgevingsvergunning in te trekken. De gronden waarop dit mag staan in artikel 18.10 en artikel 5.40, tweede lid, van de Omgevingswet. Voorheen stonden de gronden om een vergunning in te trekken in de Waterwet. Op grond van artikel 6.13 en artikel 6.22 van de Waterwet kon een waterschap een vergunning op basis van de Keur van het waterschap intrekken. Artikel 6.13 bepaalde namelijk dat paragraaf 6.2 Waterwet, waarin artikel 6.22 Waterwet stond, van toepassing was op de krachtens verordening van een waterschap vereiste vergunningen.

Deze grond is abusievelijk niet overgenomen in de Bruidsschat waterschapsverordening. De waterschapsverordening heeft een eigen beoordelingskader. De waterschapsverordening moet op grond van artikel 5.40, tweede lid, van de Omgevingswet ook eigen gronden bevatten om een omgevingsvergunning in te trekken.

Omdat deze gronden niet met de bruidsschat zijn ‘meegekomen’ moeten de waterschappen zelf deze gronden in de waterschapsverordening opnemen. Hoewel deze aanpassing dus een reparatiemaatregel is, is het voor zover het betrekking heeft op verleende lozingsvergunningen, een van de extra tussentijdse maatregelen van de KRW én essentieel.

Het waterschap krijgt in dit artikel de mogelijkheid een omgevingsvergunning te wijzigen of in te trekken. Die mogelijkheid is aanwezig wanneer de doelen van deze waterschapsverordening niet gehaald worden. Een initiatiefnemer kan ook vragen om het intrekken van een omgevingsvergunning. Een andere mogelijkheid om een omgevingsvergunning te wijzigen of in te trekken is een verplichting voorvloeiend uit een voor Nederland bindend verdrag van een volkenrechtelijke organisatie of wettelijke voorschrift dat een gevolg is van dit bindend verdrag. Het waterschap trekt een omgevingsvergunning niet in wanneer een wijziging van of aanvulling op die vergunning volstaat.

Artikel 1.17 Wijzigen en intrekken maatwerkvoorschrift

Het waterschap krijgt in dit artikel de mogelijkheid een maatwerkvoorschrift te wijzigen of in te trekken.

T

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.4 Meet- en rekenbepalingen

In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd. Er zijn normen opgenomen voor het bemonsteren, conserveren en ontsluiten. Ook zijn de analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de stoffen waaraan in dit hoofdstuk emissiegrenswaarden worden gesteld voorgeschreven. De versies van de NEN-EN-normen zijn opgenomen in de begripsbepalingen.

Als er wordt bemonsterd, moeten de monsters volgens NEN 6600-1 worden geconserveerd om te voorkomen dat in de monsters verandering optreedt voor de te analyseren parameter tussen het moment van bemonstering en het moment van analyse. Omdat de emissiegrenswaarden die zijn gesteld betrekking hebben op het totaal van opgeloste en niet opgeloste stoffen in het afvalwater, is het van belang dat het monster niet gefilterd wordt en dat de stoffen die zich onopgelost in het afvalwater bevinden meegenomen worden in de analyse.

Lid 3: In de waterschapsverordening stond, dat bij het analyseren van een monster onopgeloste bestanddelen worden meegenomen. Het woord ‘meegenomen’ leidt tot verwarring, omdat het lijkt of onopgeloste bestanddelen altijd moeten worden meegenomen in bemonstering en analyse. De nieuwe formulering sluit aan bij de wijze van monstername en analyse in de praktijk. Waar nodig vindt bemonstering en analyse op onopgeloste stoffen plaats.

Lid 5: De lijst in Afdeling 6.2a en bijlage II van de Omgevingsregeling is limitatief, terwijl er in de praktijk van de laboratoria gelijkwaardige analysemethodieken zijn. De formulering stond ook in het Activiteitenbesluit en is overgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Hiermee wordt continuïteit in deze werkwijze bereikt.

U

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.13 Gegevens en bescheiden

Lozingen van afstromend hemelwater vormen in het algemeen geen risico voor de oppervlaktewaterkwaliteit. Het is daarom niet nodig om voorafgaand aan de start of wijziging van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Wanneer er een rijksweg of provinciale weg wordt aangelegd of gewijzigd, of een parkeerterrein met meer dan 50 parkeerplaatsen wordt aangelegd of gewijzigd, moet het bevoegd gezag tijdig op de hoogte worden gesteld. Het bevoegd gezag kan dan samen met de wegbeheerder bekijken wat de gewenste wijze van verwerking van het afstromende regenwater is.

Voor rijkswegen en provinciale wegen geldt een termijn van zes maanden, voor parkeerplaatsen een termijn van vier weken, maar voor overige wegen is geen termijn opgenomen. Dat betekent, dat de wegbeheerders van overige wegen geen informatie hoeven te verstrekken als er meer dan 1.000 vervoersbewegingen zijn. Daarom geldt de verplichting om informatie te verstrekken ook voor wegbeheerders van overige wegen.

V

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.14 Lozen van huishoudelijk afvalwater

In de praktijk vinden de meeste lozingen van huishoudelijk afvalwater plaats in het vuilwaterriool. Voor een beperkt aantal situaties waar geen aansluiting op het vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk mogelijk is, is lozen op een oppervlaktewaterlichaam toegestaan als dat oppervlaktewaterlichaam geen wateraanvoersloot is. Dit is toegestaan buiten de bebouwde kom of binnen de bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten. Deze paragraaf geldt ook voor lozingen afkomstig van milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. In dat geval zijn de regels van deze paragraaf maatwerkregels op grond van artikel 2.12 van dat besluit.

Binnen de in het eerste lid aangegeven afstanden tot de riolering in combinatie met het aantal inwonerequivalenten dat geloosd wordt is het verboden direct in het oppervlaktewater te lozen. Aansluiting op de riolering ligt dan voor de hand. Buiten deze afstandsgrenzen moet het huishoudelijk afvalwater gezuiverd worden voordat het geloosd mag worden in het oppervlaktewater.

De afstanden in dit artikel zijn de afstanden van het vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk tot de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt. Voor een aantal lozingen van huishoudelijk afvalwater die al voor 1 maart 1997 plaatsvonden werd op grond van de toen geldende wetgeving de afstand bepaald tot het gedeelte van het gebouw dat het dichtst bij het vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk was gelegen. Voor deze lozingen geldt overgangsrecht. Dit overgangsrecht in ongewijzigd overgenomen uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen en de daaraan voorafgaande besluiten: het voormalige Lozingenbesluit bodembescherming en het voormalige Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater.

In sommige gevallen is hemelsbreed de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool minder dan genoemd in het eerste lid, maar is het in de praktijk niet mogelijk daar een afvoerleiding aan te leggen. Bijvoorbeeld omdat dan een watergang gekruist of een dijk doorboord moet worden. Daarvoor is in het tweede lid, onderdeel b, opgenomen dat de afstand berekend moet worden langs de lijn waar in de praktijk een afvoerleiding aangelegd kan worden.

De eisen aan lozingen van huishoudelijk afvalwater gelden niet voor spoorvoertuigen en voor militaire oefeningen op militaire terreinen. De voorzieningen voor de opvang van huishoudelijk afvalwater bij spoorvoertuigen kunnen via de spoorwegwetgeving worden geregeld. Bij militaire oefeningen is de plaatsing van IBA’s redelijkerwijs niet mogelijk.

In het vierde lid is een mogelijkheid opgenomen tot het stellen van een maatwerkvoorschrift in het geval van voortschrijdende riolering buiten de bebouwde kom. Dit lid is een uitwerking van de mogelijkheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften in Artikel 1.9. Deze uitwerking betekent niet dat er geen andere maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld.

Lid 5, sub a (oud), komt te vervallen. In dit voorschrift is een uitzondering gemaakt voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam in Oosterwold fase 1a. De gemeenteraad van Almere heeft op 5 juli 2022 besloten, dat de bewoners van dat gebied hun afvalwater niet meer zelf mogen zuiveren. Als dit voorschrift blijft staan, ontstaan er problemen in de uitvoering. Omdat de uitzondering niet meer van toepassing is, kan dit voorschrift vervallen.

W

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.15 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater

In de situaties dat niet wordt aangesloten op de riolering maar direct wordt geloosd in het oppervlaktewater worden met dit artikel lozingseisen in de vorm van emissiegrenswaarden gesteld. Hierbij wordt voor lozingen in het oppervlaktewater een onderscheid gemaakt tussen lozingen in aangewezen wateren (wateren die geen bijzondere bescherming behoeven) en niet-aangewezen wateren, die voor het lozen wel bijzondere bescherming behoeven. De lijst van aangewezen wateren is opgenomen in Bijlage 3 bij deze waterschapsverordening. Aan de hier gestelde lozingseisen ligt het CIW-rapport ‘Individuele Behandeling van Afvalwater, IBA-systemen’ van januari 1999 ten grondslag.

De voorwaarden die aan de beperkte directe lozingen in het oppervlaktewater van huishoudelijk afvalwater worden gesteld komen in grote lijnen overeen met de hieraan voorafgaande voorwaarden op grond van het voormalige Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater.

In het vierde lid is bepaald dat er in afwijking van het eerste en tweede lid geen emissiegrenswaarden gelden voor lozingen van huishoudelijk afvalwater dat minder dan 1 inwonerequivalenten bevat en dat wordt geloosd op niet-kwetsbaar water, waarbij het afvalwater voor vermenging met ander afvalwater door een septic tank wordt geleid die is geplaatst voor 1 maart 1997 en die is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd. Dit is in overeenstemming met het bij inwerkingtreding van de Waterschapsverordening geldende beleid van het waterschap.

In het vijfde lid is bepaald dat voor lozingen op niet-aangewezen oppervlaktewaterlichamen de emissiegrenswaarden voor totaal stikstof en totaal fosfor niet van toepassing zijn als het huishoudelijk afvalwater minder dan 10 inwonerequivalenten bevat, wordt geloosd in niet-kwetsbaar water en voor vermenging met ander afvalwaterdoor een zuiveringsvoorziening wordt geleid. Dit is in overeenstemming met het bij inwerkingtreding van de Waterschapsverordening geldende beleid van het waterschap.

In het zesde lid is een voorschrift opgenomen, dat afkomstig is uit de voormalige Besluit Lozing Afvalwater Huishoudens (BLAH). Dit besluit is niet teruggekomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), omdat het geen milieubelastende activiteit is. In de praktijk zijn er wel situaties waar dit voorkomt. We willen continuïteit van regelgeving zoals deze gold onder de regeling Besluit Lozing Afvalwater Huishoudens.

In het zesde zevende lid is bepaald dat de lozer voor beperkte lozingen van huishoudelijk afvalwater, in afwijking van de emissiegrenswaarden op grond van lid 2 en lid 3, voor kan kiezen te lozen via een septic tank. Deze voorziening is geschikt voor lozingen tot en met 5 inwonerequivalenten. Om de waterkwaliteit in kwetsbare wateren te beschermen kan dit alleen in niet-kwetsbaar water.

De voorwaarden in het zesde zevende lid, met uitzondering van de voorwaarde omtrent lozen in niet-kwetsbaar water en de voorwaarde onder c, komen overeen met de voorwaarden die voorafgaand aan de inwerkingtreding van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en het voormalige Besluit lozen afvalwater huishoudens golden op grond van de Regeling Wvo septic tank en de Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming. Oudere voorzieningen die nog steeds zijn afgestemd op de hoeveelheid te lozen afvalwater, mogen ook worden gebruikt. De voor 2009 geplaatste voorzieningen kunnen namelijk niet worden getoetst aan de norm voor het hydraulisch rendement, omdat de in de NEN-EN 12566-1 beschreven beproevingsprocedure niet in het veld toepasbaar is. De voorwaarde onder c (namelijk dat de septic tank is geplaatst voor 1 maart 1997, een kleinere inhoud heeft dan 6m3 en dat daar een ontheffing van het waterschap voor is verleend) is een voortzetting van het bij inwerkingtreding van de Waterschapsverordening geldende beleid van het waterschap.

In het zevende achtste lid is bepaald dat er een de mogelijkheid bestaat tot maatwerkvoorschrift om op aangewezen oppervlaktewaterlichamen te mogen lozen als aan de voorwaarden in het artikel wordt voldaan. Dit lid is een uitwerking van de mogelijkheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften in Artikel 1.9. Deze uitwerking betekent niet dat er geen andere maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld.

Lid 9 (oud) komt te vervallen. In dit voorschrift is een uitzondering gemaakt voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam in Oosterwold fase 1a. De gemeenteraad van Almere heeft op 5 juli 2022 besloten, dat de bewoners van dat gebied hun afvalwater niet meer zelf mogen zuiveren. Als dit voorschrift blijft staan, ontstaan er problemen in de uitvoering. Omdat de uitzondering niet meer van toepassing is, kan dit voorschrift vervallen.

X

Na sectie 2.15 wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 2.15a Bemonstering

Tot op heden is geen uniforme berekeningswijze in de Waterschapsverordening opgenomen voor de warmtevracht van een koelwaterlozing. Deze berekening stond wel in het voormalige Activiteitenbesluit. Deze berekeningswijze is ook teruggekomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). We willen continuïteit en duidelijkheid in de regelgeving zoals deze ook staat vermeld in het Besluit activiteiten leefomgeving.

Y

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.16 Gegevens en bescheiden

Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de het aantal inwonerequivalenten en   de wijze van behandelen van het afvalwater. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.

Z

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.17 Koelwater

Deze paragraaf is niet van toepassing op lozingen van koelwater afkomstig van milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Bij het opstellen van dat besluit is al beoordeeld bij welke milieubelastende activiteiten koelwater kan vrijkomen. Als dat het geval is, zijn er in dat besluit regels over het lozen van koelwater opgenomen.

Maar het lozen van koelwater kan ook plaatsvinden bij bedrijven die niet onder het dat besluit vallen. Daarom is in dit artikel het lozen van koelwater op een oppervlaktewaterlichaam geregeld. Koelwater kan ook worden geloosd in een hemelwaterriool. De regels daarover staan in het omgevingsplan van de gemeente.

Er mogen aan het koelwater geen chemicaliën (zoals aangroeiwerende middelen of antikalkmiddelen) worden toegevoegd. De maximaal te lozen warmtevracht hangt af van het type oppervlaktewaterlichaam waarop wordt geloosd. De aangewezen oppervlaktewaterlichamen zijn opgenomen in de bijlage; andere oppervlaktewaterlichamen zijn niet-aangewezen oppervlaktewaterlichamen.

De warmtevracht van een koelwaterlozing wordt berekend als het product van het lozingsdebiet en het verschil tussen de lozingstemperatuur en de temperatuur van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam. De warmtecapaciteit van het koelwater is gelijk aan 4.190 kJ per m3 per graad temperatuursverhoging. Anders geformuleerd:

De warmtevracht = L x ΔT x W, waarbij

L = lozingsdebiet (m3/s)

ΔT = verschil temperatuur koelwater en temperatuur ontvangend oppervlaktewater in graden Celsius.

W = warmtecapaciteit van het koelwater = 4190 kJ/m3 per graad temperatuurstijging.

Voor het lozen van koelwater met een hogere warmtevracht, of voor het toedienen van chemicaliën, is een maatwerkvoorschrift vereist.

Lid 5: Deze berekening stond in het voormalige Activiteitenbesluit. Deze berekeningswijze is ook teruggekomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). We willen we continuïteit en duidelijkheid in de regelgeving zoals deze ook staat vermeld in het Besluit activiteiten leefomgeving.

AA

Na sectie 2.26 wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 2.26a Gegevens en bescheiden

Bij de artikelen 2.24, 2.25 en 2.26 ontbreekt de informatieplicht. Het is gewenst dit op te nemen. Zie bijvoorbeeld ook artikel 2.29. Nu is deze activiteit toestemmingsvrij, waar deze voorheen gemeld moest worden. Dat is niet de bedoeling geweest. De informatieplicht gaat gelden voor enkele afvalwaterstromen. Hierdoor heeft het waterschap beter zicht op de lozingen en daarmee op de gevolgen voor de waterkwaliteit.

BB

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.45 Gegevens en bescheiden

Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozingen aangegeven. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.

In het Besluit activiteiten leefomgeving, Hoofdstuk 4, o.a. in de artikelen 4.760, 4.792, 4.767, 4.725, 4.888, is reeds voorzien in een meldplicht. Dat kan het waterschap niet ongedaan maken door middel van een informatieplicht.

CC

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.53 Gegevens en bescheiden

Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozingen aangegeven. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.

In het Besluit activiteiten leefomgeving, Hoofdstuk 4, o.a. in de artikelen 4.760, 4.792, 4.767, 4.725, 4.888, is reeds voorzien in een meldplicht. Dat kan het waterschap niet ongedaan maken door middel van een informatieplicht.

DD

Na sectie 2.57 wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 2.57a Lozen van afvalwater afkomstig van het vervaardigen of bewerken van voedingsmiddelen of dranken

Het lozen van afvalwater afkomstig van het vervaardigen of bewerken van voedingsmiddelen of dranken wordt niet altijd gezien als een milieubelastende activiteit. Er zijn uitzondering waarbij het noodzakelijk is dat er maximale lozingsnormen zijn vastgesteld in de Waterschapsverordening. Deze lozingsnormen stonden voorheen in het Activiteitenbesluit. De mogelijkheid om te lozen op een oppervlaktewaterlichaam is komen te vervallen met het Besluit Activiteiten Leefomgeving. In het buitengebied zijn meerdere van dit soort bedrijven. Nu geldt de zorgplicht die ingevuld kan worden als de lozingseisen zoals die voorheen in het Activiteitenbesluit waren opgenomen. Dit is echter niet duidelijk, zowel voor bedrijf als toezichthouder. Duidelijkheid is gewenst voor bedrijf en toezichthouder waar het bedrijf aan moet voldoen.

EE

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.7 Algemene aanvraagvereisten omgevingsvergunning waterstaatswerken

In dit artikel zijn de aanvraagvereisten overgenomen die voorheen in het voormalige artikel 6.24 van de Waterregeling stonden. Gelet op het belang van waterkeringen heeft de waterbeheerder in het algemeen specifiek beleid vastgesteld over activiteiten bij waterkeringen. Als een initiatiefnemer vermoedt dat voor zijn activiteit geen berekening nodig is waaruit blijkt dat de constructieve veiligheid (sterkte en stabiliteit) en bruikbaarheid van de kade of waterkering blijft gewaarborgd, kan hij daarover contact opnemen met de waterbeheerder.

Sub j, onder 1: Het woord 'berekening' wordt vervangen door het meervoud 'berekeningen'.

Sub j, onder 4: Nieuw is dat dwarsprofielen gevraagd kunnen worden.

Sub k: onder punt 2 wijzigt “een tekening” in “een situatietekening”

Sub k, onder punt 3 wijzigt “een tekening van de dwarsdoorsnede in de langsrichting van de gekozen voorlijn ” in “een dwarsdoorsnede waarop de ligging en de afstand van de leiding ten opzichte van het waterstaatswerk is aangeduid”.

Sub l: Het woord ‘berekening’ wordt vervangen door het meervoud ‘berekeningen’.

FF

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.9 Beoordelingsregel omgevingsvergunning waterstaatswerken

In dit artikel is de uitzondering “overige waterkering Knardijk” vervallen. Dit werkingsgebied valt nu onder de generieke werkingsgebieden voor de overige keringen. Zie ook toelichting bij de wijziging van artikel 1.6.

Tijdens het gesloten seizoen (of stormseizoen) is de kans op stormen met bijbehorend hoog water en golven het grootst. De keringen krijgen het dan soms zwaar te verduren.  Het waterschap wil daarom niet dat er in deze periode aan de keringen gewerkt wordt, om zo verzwakking tijdens de meest kwetsbare periode van het jaar te voorkomen. De kering verzwakt bijvoorbeeld wanneer bij werkzaamheden de graszode op de kering beschadigd raakt. Deze zal tijdens het gesloten seizoen niet herstellen. 

Daarom voert het waterschap zijn reguliere beheer en (groot) onderhoud ook buiten het gesloten seizoen uit. Buiten het gesloten seizoen is er ook minder kans op natte omstandigheden, wat leidt tot een betere kwaliteit van het uit te voeren werk en minder beschadigingen aan de grasmat.  

Echter, er Er kunnen echter omstandigheden zijn waarin werkzaamheden in het gesloten seizoen noodzakelijk zijn. Het waterschap kan werkzaamheden (laten) uitvoeren aan de keringen wanneer dit leidt tot verbetering van de waterveiligheid. Dit betreft bijvoorbeeld het uitvoeren van herstelwerkzaamheden na een storm of calamiteit of werkzaamheden in het kader van een dijkversterkingsproject. Ook voor werkzaamheden door derden kan afgeweken worden. Deze moet dan met stukken onderbouwen dat er geen mogelijkheid is om het werk buiten het gesloten seizoen uit te voeren. Daarnaast moet het werk ook veilig uitgevoerd kunnen worden. Het waterschap beoordeelt of werkzaamheden door derden veilig uitgevoerd kunnen worden, met behulp van onderstaande tabel onderstaand risicoprofiel: 

afbeelding binnen de regeling
 

Risicoprofiel

 
 

Aspect

Hoog

Midden

Laag

Duur

Meerdere dagen

 

Eind van de dezelfde dag gereed

Omvang

Strook van 100 m

 

enkele m2

Locatie/watersysteem

IJsselmeer

Markermeer

Randmeer

Robuustheid

Weet niet

Voldoet niet

Overgedimensioneerd

Toetsing van de kering

Te versterken/afgekeurd

 

Goede beoordeling

Locatie op de kering

Buitentalud

 

Binnentalud

Type ingreep

Aanpassing grondlichaam

 

Grondonderzoek

Moment van ingreep

Start in het stormseizoen

 

Uitloop in het gesloten seizoen

Uitganspunt hierbij is dat werkzaamheden die aan de groene kant van het spectrum zitten minder risicovol zijn en eerder toegestaan kunnen worden in het gesloten seizoen dan werkzaamheden aan de rode kant van het spectrum. Als het waterschap het risico aanvaardbaar vindt of als dit met beheersmaatregelen door derden aanvaardbaar gemaakt kan worden, kan het waterschap vergunning verlenen. Beheersmaatregelen worden vastgelegd in een vooraf door het waterschap goedgekeurd risicobeheersplan bij de vergunning. Dit betekent dat een derde die een werk wil uitvoeren in het gesloten seizoen, geconfronteerd kan worden met extra maatregelen om risico's te beheersen.

GG

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.10 Toepassingsbereik

In dit artikel staat het toepassingsbereik van deze paragraaf. Deze paragraaf is van toepassing op de beperkingengebiedactiviteit ‘het verrichten van ontgrondingen, afgravingen en seismisch afgravingen, seismisch onderzoek’ of sonderingen in het beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam of een waterkering. 

De huidige opsomming is niet volledig. De paragraaf wordt volledig gemaakt door sonderingen op te nemen in de artikelen 3.10 t/m 3.14, zodat deze nu ook onder het toepassingsbereik van dit artikel vallen. Hierdoor gelden de meldingsplicht, de uitvoeringsregels, de omgevingsvergunningsplicht en het absoluut verbod ook voor sonderingen.

HH

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.11 Melding ontgrondingen, ontgravingen, seismisch onderzoek of sonderingen verrichten

Op grond van dit artikel is er een meldingsplicht voor het verrichten van ontgrondingen, afgravingen of ,seismisch onderzoek of sonderingen in de buitenbeschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam. Deze regel is gesteld met het doel het watersysteem te beschermen (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste). Omdat deze activiteit in de buitenbeschermingszone van oppervlaktewaterlichamen niet een groot risico met zich meebrengt voor de waterveiligheid, geldt er geen vergunningplicht. Wel is het van belang dat de activiteit gemeld wordt aan het waterschap, zodat het waterschap per geval kan beoordelen hoe groot het risico daadwerkelijk is en, indien dat toch nodig wordt geacht voor de bescherming van het watersysteem, nadere regels kan stellen bij maatwerkvoorschrift.

II

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.12 Uitvoeringsregels ontgrondingen, ontgravingen, seismisch onderzoek of sonderingen verrichten

In dit artikel zijn algemene regels gesteld voor het verrichten van ontgrondingen, afgravingen of , seismisch onderzoek of sonderingen waarvoor een meldingsplicht geldt. De algemene regels zijn gesteld ter voorkoming en beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste.

In het tweede lid is bepaald dat degene die de activiteit verricht zelf eventuele schade aan het talud of de oever moet herstellen op eigen kosten en op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur. Dit kan gezien worden als een uitwerking van de zorgplicht.

JJ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.13 Omgevingsvergunning ontgrondingen, afgravingen of seismisch onderzoek verrichten

In dit artikel is geregeld wanneer een omgevingsvergunning nodig is voor het verrichten van ontgrondingen, afgravingen of , seismisch onderzoek of sonderingen. Deze regel is gesteld met het doel het watersysteem te beschermen (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste). Omdat deze activiteit een groot risico kan vormen voor het watersysteem, zoals schade aan de waterkeringen, geldt er een vergunningplicht.

KK

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.18 Omgevingsvergunning explosiegevaarlijk materiaal of explosiegevaarlijke inrichtingen hebben

In dit artikel is geregeld wanneer een omgevingsvergunning nodig is voor het verrichten van ontgrondingen, afgravingen of seismisch onderzoek. Deze regel is gesteld met het doel het watersysteem te beschermen (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste). Omdat deze activiteit een groot risico kan vormen voor het watersysteem, zoals schade aan de waterkeringen, geldt er een vergunningplicht.

Onder b: Voor de opsplitsing van de bestaande zoneringen van de regionale waterkeringen in regionaal en regionaal buitendijks moet de uitbreiding van de zonering voor de regionale keringen in de verplichtingen bij de activiteiten in dit artikel worden meegenomen.

LL

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.22 Omgevingsvergunning heiwerkzaamheden verrichten of werken plaatsen, wijzigen of verwijderen

In dit artikel is geregeld wanneer een omgevingsvergunning nodig is voor het verrichten van heiwerkzaamheden en het plaatsen, wijzigen of verwijderen van werken in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Deze regel is gesteld met het doel het watersysteem te beschermen (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste). Omdat deze activiteit een groot risico kan vormen voor het watersysteem, zoals schade aan de waterkeringen, geldt er een vergunningplicht.

Onder b: Voor de opsplitsing van de bestaande zoneringen van de regionale waterkeringen in regionaal en regionaal buitendijks moet de uitbreiding van de zonering voor de regionale keringen in de verplichtingen bij de activiteiten in dit artikel worden meegenomen.

MM

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.26 Melding kabels, drukleidingen of drukvaten plaatsen, houden of verwijderen

Op grond van dit artikel is er een meldingsplicht voor het plaatsen, houden en verwijderen van kabels, drukleidingen en drukvaten in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel.

Deze regel is gesteld met het doel het watersysteem te beschermen (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste). Omdat deze activiteit in de genoemde werkingsgebieden niet een groot risico met zich meebrengt voor de waterveiligheid, geldt er geen vergunningplicht. Wel is het van belang dat de activiteit gemeld wordt aan het waterschap, zodat het waterschap per geval kan beoordelen hoe groot het risico daadwerkelijk is en, indien dat toch nodig wordt geacht voor de bescherming van het watersysteem, nadere regels kan stellen bij maatwerkvoorschrift.

Een meldplicht levert voordelen op voor initiatiefnemers, omdat deze in veel gevallen niet meer het hele vergunningenproces hoeven te doorlopen en eerder met hun activiteiten kunnen beginnen vanwege een snellere beoordeling (maximaal 4 weken in plaats van 8 weken). Het levert ook tijdwinst op voor het waterschap. Het afhandelen van een melding kost minder tijd dan het afhandelen van een vergunning. Toegevoegd zijn de werkingsgebieden: (a) bij een kernzone van een oppervlaktewaterlichaam, bij het kruisen van een duiker en (b) bij een kernzone van een oppervlaktewaterlichaam, tenzij het gaat om hoofdwatergangen of watergangen in stedelijk gebied aan- of afvoersloot, d-tocht of vaart.

NN

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.27 Uitvoeringsregels kabels, drukleidingen of drukvaten plaatsen, houden of verwijderen

In dit artikel zijn algemene regels gesteld voor het plaatsen, houden en verwijderen van kabels, drukleidingen en drukvaten waarvoor een meldingsplicht geldt. De algemene regels zijn gesteld ter voorkoming en beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste.

In het tweede lid staan aanvullende algemene regels voor de activiteit binnen 5 meter vanuit de insteek van een oppervlaktewaterlichaam in stedelijk gebied.

De tekst van het eerste lid is uitgebreid met voorschriften.

In het tweede lid is de tekst ‘binnen vijf meter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam in stedelijk gebied’ vervangen door ‘binnen vijf meter vanaf de theoretische boven insteek van het talud van een oppervlaktewaterlichaam”.

In het derde lid is bepaald dat degene die de activiteit verricht zelf eventuele schade aan het talud of de oever moet herstellen op eigen kosten en op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur.

OO

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.28 Omgevingsvergunning kabels, drukleidingen of drukvaten plaatsen, houden of verwijderen

In dit artikel is geregeld wanneer een omgevingsvergunning nodig is voor het plaatsen, houden en verwijderen van kabels, drukleidingen en drukvaten in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Deze regel is gesteld met het doel het watersysteem te beschermen (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste). Omdat deze activiteit een groot risico kan vormen voor het watersysteem, zoals schade aan de waterkeringen, geldt er een vergunningplicht.

Onder b: Voor de opsplitsing van de bestaande zoneringen van de regionale waterkeringen in regionaal en regionaal buitendijks wordt de uitbreiding van de zonering voor de regionale keringen in de verplichtingen bij de activiteiten in dit artikel meegenomen.

PP

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.31 Werkzaamheden verrichten die tot gevolg kunnen hebben dat verandering wordt gebracht in de staat van waterstaatswerken

Op grond van dit artikel is het verrichten van de betreffende werkzaamheden toegestaan in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Omdat deze activiteit in deze werkingsgebieden weinig tot geen risico met zich meebrengt voor de waterveiligheid (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste) geldt er geen meldingsplicht of vergunningplicht.

In het eerste lid, onder b: Voor de opsplitsing van de bestaande zoneringen van de regionale waterkeringen in regionaal en regionaal buitendijks wordt de uitbreiding van de zonering voor de regionale keringen in de verplichtingen bij de activiteiten in dit artikel meegenomen.

In het tweede lid is verder bepaald dat in de kernzone van regionale waterkeringen buitendijks die een overhoogte hebben van minimaal 50 cm gebruikelijke handelingen aan tuinen onder bepaalde voorwaarden mogen worden verricht. Deze handelingen moeten wel op eigen kosten van degene die ze heeft verricht weer ongedaan gemaakt worden, mocht dat nodig zijn voor het uitvoeren van beheer of onderhoud door het waterschap of anderszins in het belang van waterstaatswerken.

In het tweede lid, sub b, onder 1 staat: bij het aanleggen of behouden van bomen de ontgrondingskuil minimaal 5 meter uit de buitenkruinlijn binnendijks ligt. De term ontgrondingskuil hoort bij een windworp. Het woord “ontgrondingskuil” wordt gewijzigd in “ontgraving”.

QQ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.32 Omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden die tot gevolg kunnen hebben dat verandering wordt gebracht in de staat van waterstaatswerken

In dit artikel is geregeld wanneer een omgevingsvergunning nodig is voor het verrichten van de betreffende werkzaamheden in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Deze regel is gesteld met het doel het watersysteem te beschermen (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste). Omdat deze activiteit een groot risico kan vormen voor het watersysteem, zoals schade aan de waterkeringen, geldt er een vergunningplicht.

Onder b: Voor de opsplitsing van de bestaande zoneringen van de regionale waterkeringen in regionaal en regionaal buitendijks wordt de uitbreiding van de zonering voor de regionale keringen in de verplichtingen bij de activiteiten in dit artikel meegenomen.

RR

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.36 Uitvoeringsregels dammen en duikers plaatsen, hebben of verwijderen

In dit artikel zijn algemene regels gesteld voor het plaatsen, houden en verwijderen van dammen en duikers waarvoor een meldingsplicht geldt. De algemene regels zijn gesteld ter voorkoming en beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste.

De uitvoeringsregels zijn alleen van toepassing op dammen en duikers die onder een melding vallen, zijnde dammen duikers in een oppervlaktewaterlichaam in landelijk gebied, met uitzondering van aan- of afvoersloten, tochten, d-tochten of vaarten (zie artikel 3.35). Het gaat om watergangen zonder vast peil. In deze watergangen wordt niet de regel van 1/3 lucht aangehouden, maar dienen de (binnen onderkant van de) duikers 0,10 meter onder de bodem van de watergang gelegd te worden. Door deze wijziging beschrijven de uitvoeringsregels voortaan correct hoe een duiker in een watergang zonder vast peil (onder meldplicht) dient te worden aangelegd. Het moet voor de uitvoerende partij voortaan duidelijker zijn hoe de duiker dient komen te liggen en treedt er minder snel verwarring op over de aanleg als gevolg van de regels.

SS

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.47 Beplanting of bomen plaatsen, behouden of verwijderen

Op grond van dit artikel is het plaatsen, houden en verwijderen van beplanting of bomen toegestaan in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Omdat deze activiteit in deze werkingsgebieden weinig tot geen risico met zich meebrengt voor de waterveiligheid (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste) geldt er geen meldingsplicht of vergunningplicht.

Onder b: Voor de opsplitsing van de bestaande zoneringen van de regionale waterkeringen in regionaal en regionaal buitendijks wordt de uitbreiding van de zonering voor de regionale keringen in de verplichtingen bij de activiteiten in dit artikel meegenomen.

TT

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.50 Omgevingsvergunning beplanting of bomen plaatsen, behouden of verwijderen

In dit artikel is geregeld wanneer een omgevingsvergunning nodig is voor het plaatsen, houden en verwijderen van beplanting of bomen in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Deze regel is gesteld met het doel het watersysteem te beschermen (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste). Omdat deze activiteit een groot risico kan vormen voor het watersysteem geldt er een vergunningplicht.

Onder b: Voor de opsplitsing van de bestaande zoneringen van de regionale waterkeringen in regionaal en regionaal buitendijks wordt de uitbreiding van de zonering voor de regionale keringen in de verplichtingen bij de activiteiten in dit artikel meegenomen.

UU

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.53 Activiteiten houden op andere dan daarvoor aangewezen plaatsen

Op grond van dit artikel is het houden van activiteiten op andere dan daarvoor aangewezen plaatsen toegestaan in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Omdat deze activiteit in deze werkingsgebieden weinig tot geen risico met zich meebrengt voor de waterveiligheid (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste) geldt er geen meldingsplicht of vergunningplicht.

Onder b: Voor de opsplitsing van de bestaande zoneringen van de regionale waterkeringen in regionaal en regionaal buitendijks wordt de uitbreiding van de zonering voor de regionale keringen in de verplichtingen bij de activiteiten in dit artikel meegenomen.

VV

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.56 Omgevingsvergunning activiteiten houden op andere dan daarvoor aangewezen plaatsen

In dit artikel is geregeld wanneer een omgevingsvergunning nodig is voor het houden van activiteiten op andere dan daarvoor aangewezen plaatsen in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Deze regel is gesteld met het doel het watersysteem te beschermen (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste). Omdat deze activiteit een groot risico kan vormen voor het watersysteem geldt er een vergunningplicht.

In dit artikel is de vergunningplicht voor de regionale waterkering – kernzone en de regionale waterkering buitendijks – kernzone abusievelijk niet opgenomen. Dit wordt hierbij hersteld onder b.

WW

Na sectie 3.57 wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Paragraaf 3.2.11 Omgevingsvergunning vaste stoffen, voorwerpen of dieren brengen, hebben of (be)houden

In de Keur 2017 stond “dieren te brengen, hebben of (be)houden. Dit is abusievelijk weggevallen in de waterschapsverordening. Dit wordt hersteld in de titel van paragraaf 3.2.11.

XX

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.58 Toepassingsbereik

In dit artikel staat het toepassingsbereik van deze paragraaf. Deze paragraaf is van toepassing op de beperkingengebiedactiviteit ‘vaste stoffen, voorwerpen of voorwerpen dieren brengen, hebben of (be)houden’ in het beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam of waterkering.

In het nieuwe tweede lid worden honden uitgezonderd van dieren. Dit is nodig voor een juiste werking van deze paragraaf. Anders gaat er alsnog een algemene regel of een vergunningplicht gelden voor de gebieden waar geen verbod geldt.

YY

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.59 Vaste stoffen, voorwerpen of dieren brengen, hebben of (be)houden

Op grond van dit artikel is het brengen, hebben of (be)houden van vaste stoffen, voorwerpen of voorwerpen dieren toegestaan in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Omdat deze activiteit in deze werkingsgebieden weinig tot geen risico met zich meebrengt voor de waterveiligheid (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste) geldt er geen meldingsplicht of vergunningplicht.

Lid 1, onder b: Voor de opsplitsing van de bestaande zoneringen van de regionale waterkeringen in regionaal en regionaal buitendijks wordt moet de uitbreiding van de zonering voor de regionale keringen in de verplichtingen bij de activiteiten in dit artikel worden meegenomen.

ZZ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.60 Melding vaste stoffen, voorwerpen of dieren brengen, hebben of (be)houden

Op grond van dit artikel is er een meldingsplicht voor het brengen, hebben of (be)houden van vaste stoffen, voorwerpen of voorwerpen dieren in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel.

Deze regel is gesteld met het doel het watersysteem te beschermen (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste). Omdat deze activiteit in het genoemde werkingsgebied niet een groot risico met zich meebrengt voor de waterveiligheid, geldt er geen vergunningplicht. Wel is het van belang dat de activiteit gemeld wordt aan het waterschap, zodat het waterschap per geval kan beoordelen hoe groot het risico daadwerkelijk is en, indien dat toch nodig wordt geacht voor de bescherming van het watersysteem, nadere regels kan stellen bij maatwerkvoorschrift.

AAA

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.62 Omgevingsvergunning vaste stoffen, voorwerpen of dieren brengen, hebben of (be)houden

In dit artikel is geregeld wanneer een omgevingsvergunning nodig is voor het brengen, hebben of (be)houden van vaste stoffen, voorwerpen of voorwerpen dieren in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Deze regel is gesteld met het doel het watersysteem te beschermen (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste). Omdat deze activiteit een groot risico kan vormen voor het watersysteem geldt er een vergunningplicht.

Voor het opvangen van de wijziging van de status van de primaire kering Kadoelersluis-Blokzijl wordt het gebied aangeduid als “regionale waterkering-kernzone” toegevoegd.

BBB

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.65 Buiten openbare verharde wegen rijden of vee drijven

Op grond van dit artikel is het rijden of vee drijven buiten openbare verharde wegen toegestaan in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Omdat deze activiteit in deze werkingsgebieden weinig tot geen risico met zich meebrengt voor de waterveiligheid (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste) geldt er geen meldingsplicht of vergunningplicht.

Onder b: Voor de opsplitsing van de bestaande zoneringen van de regionale waterkeringen in regionaal en regionaal buitendijks wordt de uitbreiding van de zonering voor de regionale keringen in de verplichtingen bij de activiteiten in dit artikel meegenomen.

CCC

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.66 Omgevingsvergunning buiten openbare verharde wegen rijden of vee drijven

In dit artikel is geregeld wanneer een omgevingsvergunning nodig is voor het rijden of vee drijven buiten openbare verharde wegen in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Deze regel is gesteld met het doel het watersysteem te beschermen (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste). Omdat deze activiteit een groot risico kan vormen voor het watersysteem geldt er een vergunningplicht.

Voor het opvangen van de wijziging van de status van de primaire kering Kadoelersluis-Blokzijl wordt het gebied aangeduid als “regionale waterkering-kernzone” toegevoegd.

DDD

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.68 Anders bemesten

Op grond van dit artikel is het anders bemesten toegestaan in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Omdat deze activiteit in deze werkingsgebieden weinig tot geen risico met zich meebrengt voor de waterveiligheid (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste) geldt er geen meldingsplicht of vergunningplicht.

Onder b: Voor de opsplitsing van de bestaande zoneringen van de regionale waterkeringen in regionaal en regionaal buitendijks wordt de uitbreiding van de zonering voor de regionale keringen in de verplichtingen bij de activiteiten in dit artikel meegenomen.

EEE

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.69 Omgevingsvergunning anders bemesten

In dit artikel is geregeld wanneer een omgevingsvergunning nodig is voor het anders bemesten in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Deze regel is gesteld met het doel het watersysteem te beschermen (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste). Omdat deze activiteit een groot risico kan vormen voor het watersysteem geldt er een vergunningplicht.

Voor het opvangen van de wijziging van de status van de primaire kering Kadoelersluis-Blokzijl wordt het gebied aangeduid als “regionale waterkering-kernzone” toegevoegd.

FFF

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.74 Omgevingsvergunning windmolens plaatsen, wijzigen of verwijderen

In dit artikel is geregeld wanneer een omgevingsvergunning nodig is voor het plaatsen, wijzigen of verwijderen van windmolens in de werkingsgebieden die genoemd zijn in dit artikel. Deze regel is gesteld met het doel het watersysteem te beschermen (het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste). Omdat deze activiteit een groot risico kan vormen voor het watersysteem geldt er een vergunningplicht.

Onder a: Het werkingsgebied primaire waterkering-tussenbeschermingszone vervalt en wordt opgenomen in buitenbeschermingszone. Daarom vervalt dit werkingsgebied in dit artikel. Zie ook de toelichting bij artikel 1.6 en wijzigingen in Bijlage II.

Onder b: Voor de opsplitsing van de bestaande zoneringen van de regionale waterkeringen in regionaal en regionaal buitendijks wordt de uitbreiding van de zonering voor de regionale keringen in de verplichtingen bij de activiteiten in dit artikel meegenomen.

GGG

Na sectie 4.8 wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 4.9 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor infiltreren van water

Als op grond van dit hoofdstuk gegevens en bescheiden aan het dagelijks bestuur worden verstrekt, worden die gegevens begeleid door een aantal algemene gegevens. Er is aansluiting gezocht bij de algemene gegevens die op grond van artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht bij een aanvraag voor een beschikking worden gevraagd. In plaats van de aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd, gaat het bij het verstrekken van gegevens en bescheiden over een activiteit om een aanduiding van welke activiteit er zal worden verricht. Daarnaast is ter identificatie van belang de naam en het adres van degene die de activiteit verricht. Tevens is voor eventuele communicatie van belang dat het telefoonnummer en het e-mailadres van degene die de activiteit verricht worden doorgegeven. Als het adres waarop de activiteit waarover gegevens worden verstrekt, een ander adres is dan het adres van degene die de activiteit verricht, bijvoorbeeld omdat er meerdere bedrijfslocaties zijn, wordt ook dat adres verstrekt.

De overige gegevens en bescheiden dienen te worden verstrekt om de aanvraag te kunnen beoordelen.

HHH

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.16 Melding onttrekken van grondwater voor agrarische doeleinden

Waterschap Zuiderzeeland wil diverse functies en initiatieven van derden faciliteren, de grondwaterkwaliteit en -kwantiteit waarborgen en onomkeerbare negatieve gevolgen voor de omgeving voorkomen. Hierbij geldt onder meer dat onttrekkingen uit oppervlaktewater de voorkeur hebben boven grondwateronttrekkingen. Indien onttrekking uit een oppervlaktewater redelijkerwijs niet kan worden verlangd, kan onttrekking van grondwater onder voorwaarden worden toegestaan.

Het waterschap beschouwt een grondwateronttrekking die onder de meldplicht valt als een laag-risico activiteit die onder algemene regels kan worden uitgevoerd. De gevolgen van deze grondwateronttrekkingen zijn dusdanig gering dat geen nadelige effecten worden verwacht. Wel wil het waterschap toezicht uitoefenen op de gemelde onttrekkingen omdat het van belang is dat grondwateronttrekkingen goed worden uitgevoerd. Om onder de meldplicht te vallen moet aan alle criteria worden voldaan.

Voor het onttrekken van grondwater geldt op basis van lid 1 een meldplicht als de onttrekking 1 m3 per uur bedraagt en maximaal 60 m3. Op basis van lid 2 is dit is anders in het werkingsgebied Oosterwold, waar ook een meldplicht geldt voor onttrekkingen die kleiner zijn dan 1 m3 per uur. Deze meldingsplicht geldt éénmalig bij de aanleg van de grondwaterbron.

Het derde lid stelt dat deze activiteiten worden uitgevoerd binnen één jaar na de melding.

III

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.18 Absoluut verbod onttrekken van grondwater voor agrarische doeleinden

In Zuidelijk Flevoland is het derde watervoerende pakket exclusief gereserveerd voor de openbare drinkwaterwinning. Ter bescherming van dit drinkwater heeft de provincie een boringsvrije zone ingesteld. In deze zone mag beneden bepaalde dieptegrenzen vanaf 1 januari 2025 alleen nog grondwater worden onttrokken ten behoeve van openbare drinkwatervoorziening. Nieuwe boringen binnen het derde watervoerende pakket in dat gebied worden daarom niet meer toegestaan.

In lid 15 worden de woorden ‘ten opzichte van N.A.P. dan 2 meter’ vervangen door de woorden ‘ten opzichte van maaiveld dan 2 meter’. Deze wijziging is noodzakelijk, omdat dit foutief in de waterschapsverordening is opgenomen. De wijziging heeft geen effect. Dit wordt hierbij hersteld.

JJJ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.21 Meetverplichting onttrekken van grondwater voor bronbemaling of proefbemaling

In dit artikel zijn de meetverplichtingen van het voormalige artikel 6.11 van het Waterbesluit en het voormalige artikel 6.5 van de Waterregeling voortgezet. De meetverplichting geldt voor zowel vergunningplichtige gevallen als vergunningvrije gevallen. Op grond van het eerste lid moet de hoeveelheid onttrokken grondwater worden gemeten.

Lid 2: Ter controle van de hoeveelheid onttrokken grondwater, moeten serienummer(s) en debietmeterstand(en) van de gebruikte debietmeter(s) aan het waterschapworden doorgegeven. Dit is nu standaard een maatwerkvoorschrift in de toestemming bij een melding. Dit wordt als algemene regel in het tweede lid opgenomen.

Lid 3b: Bij kortdurende onttrekkingen van grondwater, zoals een bronnering, komt het regelmatig voor dat deze maar een paar dagen tot een paar weken duren. Hierdoor is het noodzakelijk om door middel van een maatwerkvoorschrift een kortere tijdspanne voor te schrijven om debietmeterstanden door te geven aan het waterschap. Dit is nu standaard een maatwerkvoorschrift in de toestemming bij een melding. Dit wordt als algemene regel in het derde lid onder b opgenomen.

KKK

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.25 Absoluut verbod onttrekken van grondwater voor bronbemaling of proefbemaling

In Zuidelijk Flevoland is het derde watervoerende pakket exclusief gereserveerd voor de openbare drinkwaterwinning. Ter bescherming van dit drinkwater heeft de provincie een boringsvrije zone ingesteld. In deze zone mag beneden bepaalde dieptegrenzen vanaf 1 januari 2025 alleen nog grondwater worden onttrokken ten behoeve van openbare drinkwatervoorziening. Nieuwe boringen binnen het derde watervoerende pakket in dat gebied worden daarom niet meer toegestaan.

In lid 15 worden de woorden ‘ten opzichte van N.A.P. dan 2 meter’ vervangen door de woorden ‘ten opzichte van maaiveld dan 2 meter’. Deze wijziging is noodzakelijk, omdat dit foutief in de waterschapsverordening is opgenomen. De wijziging heeft geen effect. Dit wordt hierbij hersteld.

LLL

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.32 Absoluut verbod onttrekken van grondwater voor saneringen

In Zuidelijk Flevoland is het derde watervoerende pakket exclusief gereserveerd voor de openbare drinkwaterwinning. Ter bescherming van dit drinkwater heeft de provincie een boringsvrije zone ingesteld. In deze zone mag beneden bepaalde dieptegrenzen vanaf 1 januari 2025 alleen nog grondwater worden onttrokken ten behoeve van openbare drinkwatervoorziening. Nieuwe boringen binnen het derde watervoerende pakket in dat gebied worden daarom niet meer toegestaan.

In lid 15 worden de woorden ‘ten opzichte van N.A.P. dan 2 meter’ vervangen door de woorden ‘ten opzichte van maaiveld dan 2 meter’. Deze wijziging is noodzakelijk, omdat dit foutief in de waterschapsverordening is opgenomen. De wijziging heeft geen effect. Dit wordt hierbij hersteld.

MMM

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.35 Melding plaatsen noodvoorziening voor calamiteiten

Waterschap Zuiderzeeland wil diverse functies en initiatieven van derden faciliteren, de grondwaterkwaliteit en -kwantiteit waarborgen en onomkeerbare negatieve gevolgen voor de omgeving voorkomen. Hierbij geldt onder meer dat onttrekkingen uit oppervlaktewater de voorkeur hebben boven grondwateronttrekkingen. Indien onttrekking uit een oppervlaktewater redelijkerwijs niet kan worden verlangd, kan onttrekking van grondwater onder voorwaarden worden toegestaan.

Het waterschap beschouwt een grondwateronttrekking die onder de meldplicht valt als een laag-risico activiteit die onder algemene regels kan worden uitgevoerd. De gevolgen van deze grondwateronttrekkingen zijn dusdanig gering dat geen nadelige effecten worden verwacht. Wel wil het waterschap toezicht uitoefenen op de gemelde onttrekkingen omdat het van belang is dat grondwateronttrekkingen goed worden uitgevoerd. Om onder de meldplicht te vallen moet aan alle criteria worden voldaan.

Het tweede lid stelt dat deze activiteiten worden uitgevoerd binnen één jaar na de melding.

NNN

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.37 Absoluut verbod plaatsen noodvoorziening voor calamiteiten

In Zuidelijk Flevoland is het derde watervoerende pakket exclusief gereserveerd voor de openbare drinkwaterwinning. Ter bescherming van dit drinkwater heeft de provincie een boringsvrije zone ingesteld. In deze zone mag beneden bepaalde dieptegrenzen vanaf 1 januari 2025 alleen nog grondwater worden onttrokken ten behoeve van openbare drinkwatervoorziening. Nieuwe boringen binnen het derde watervoerende pakket in dat gebied worden daarom niet meer toegestaan.

In lid 15 worden de woorden ‘ten opzichte van N.A.P. dan 2 meter’ vervangen door de woorden ‘ten opzichte van maaiveld dan 2 meter’. Deze wijziging is noodzakelijk, omdat dit foutief in de waterschapsverordening is opgenomen. De wijziging heeft geen effect. Dit wordt hierbij hersteld.

OOO

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.44 Absoluut verbod onttrekken van grondwater voor overige doeleinden

In Zuidelijk Flevoland is het derde watervoerende pakket exclusief gereserveerd voor de openbare drinkwaterwinning. Ter bescherming van dit drinkwater heeft de provincie een boringsvrije zone ingesteld. In deze zone mag beneden bepaalde dieptegrenzen vanaf 1 januari 2025 alleen nog grondwater worden onttrokken ten behoeve van openbare drinkwatervoorziening. Nieuwe boringen binnen het derde watervoerende pakket in dat gebied worden daarom niet meer toegestaan.

In lid 15 worden de woorden ‘ten opzichte van N.A.P. dan 2 meter’ vervangen door de woorden ‘ten opzichte van maaiveld dan 2 meter’. Deze wijziging is noodzakelijk, omdat dit foutief in de waterschapsverordening is opgenomen. De wijziging heeft geen effect. Dit wordt hierbij hersteld.

Naar boven