Wijziging Besluit Ondermandaten Rijnland 2024

 

Bekendmaking

De secretaris-algemeen directeur van het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 22 oktober 2026 besloten om het Besluit Ondermandaten Rijnland 2024 te wijzigen.

 

Besluit

De secretaris-algemeen directeur van het hoogheemraadschap van Rijnland,

gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en het Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024;

gezien het besluit van dijkgraaf en hoogheemraden d.d. 20 oktober 2026, nr. 26.095587,

besluit:

  • 1.

    Voor de bevoegdheid om te besluiten of participatie wordt toegepast op grond van artikel 2, eerste lid, van de Participatieverordening Hoogheemraadschap van Rijnland 2026 ondermandaat te verlenen aan de directeuren, lijnmanagers, teamleiders, resultaatmanagers en opdrachtgevers.

  • 2.

    En hiertoe een nieuw artikel 21 als volgt vast te stellen:

    Artikel 21 Besluiten op grond van de Participatieverordening

    De directeuren, lijnmanagers, teamleiders, resultaatmanagers en opdrachtgevers hebben het volgende ondermandaat:

    • a.

      Het nemen van besluiten of participatie wordt toegepast op grond van artikel 2, eerste lid, van de Participatieverordening Hoogheemraadschap van Rijnland 2026, voor aangelegenheden die behoren tot hun taak- of resultaatsgebied, met inachtneming van de Participatieverordening en het Participatiebeleid Rijnland.

    • b.

      Het uitvoeren van het participatieproces overeenkomstig de Participatieverordening 2026 en het Participatiebeleid Rijnland.

 

  • 3.

    Oud artikel 21 te vernummeren in een nieuw artikel 22.

  • 4.

    Een tekstuele wijziging aan te brengen in het Besluit Ondermandaten Rijnland 2024. Artikel 17, tweede lid wordt als volgt gewijzigd: het woord ‘derdenter’ wordt gewijzigd in de woorden: ‘derden ter’.

  • 5.

    Dit besluit in werking te laten treden één dag na bekendmaking in het Waterschapsblad.

     

Leiden, 22 oktober 2026

M. Middendorp, secretaris-algemeen directeur

Toelichting op wijziging Besluit Ondermandaten Rijnland 2024:

1 & 2

In het nieuwe artikel 21 krijgen de directeuren, lijnmanagers, teamleiders, resultaatmanagers en opdrachtgevers de bevoegdheid om te besluiten of participatie wordt toegepast bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van besluiten en projecten. Tevens kan de uitvoering van het participatieproces binnen de kaders van het Participatiebeleid worden gedaan.

Dit besluit gaat over het mandateren van de bevoegdheid om te besluiten of participatie wordt toegepast en de uitvoering daarvan, en expliciet niet over het uitdaagrecht. Artikel 7 (en verder) van de Participatieverordening regelen het uitdaagrecht.

Bij de uitvoering van het participatieproces kan ook gekozen worden voor het toepassen van inspraak (zie artikel 4 uit de Participatieverordening). Van belang is dat wanneer inspraak wettelijk voorgeschreven is, het wettelijk bevoegde bestuursorgaan bevoegd is en blijft. Dit zijn vaak procedures voor besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij participatie echter gaat het meestal om vormen van participatie die plaatsvinden vóór of los van een formeel Awb-besluit. Dit omdat participatie betrekking heeft op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Ook bij deze participatieprocessen kan gekozen worden voor inspraak als vorm van participatie. Voor zover deze inspraak niet wettelijk is voorgeschreven, valt ook de bevoegdheid daartoe onder dit mandaat.

 

4. Er wordt een tekstuele wijziging aangebracht in het Besluit Ondermandaten. In artikel 17, tweede lid wordt het woord ‘derdenter’ gewijzigd in de woorden: ‘derden ter’. Dit betreft een wijziging van redactionele aard.

 

5. Het Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024 en het Besluit Ondermandaten 2024 zullen tegelijkertijd worden bekendgemaakt en daarna ook tegelijk in werking treden.

 

 

 

 

 

 

 

Naar boven