Ontwerp projectbesluit dijkversterking Helderse Zeewering

Het dagelijks bestuur van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

  • gelezen het bestuursvoorstel van 23‑04‑2026 met registratienummer 26.0423036;

  • gelet op artikel 5.44, eerste en vierde lid, en artikel 5.46, tweede lid, Omgevingswet;

  • overwegende de inhoudelijke onderbouwing van dit besluit onder de titel 'Motivering en overwegingen';

besluit:

Artikel I

Het "Projectbesluit dijkversterking Helderse Zeewering" vast te stellen, zoals deze in Bijlage A is opgenomen.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit over goedkeuring, als bedoeld in artikel 16.72 Omgevingswet, is bekendgemaakt.

Aldus besloten in de vergadering van 23‑06‑2026 van het dagelijks bestuur van  Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

M.J. Kuipers, de secretaris 

Ir. R.P.G. Bosma, de voorzitter

Bijlage A Bijlage bij artikel I

Projectbesluit dijkversterking Helderse Zeewering

1 Projectbeschrijving Helderse Zeewering

1.1 Aanleiding en doel

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) is verantwoordelijk voor de veiligheid en het beheer en onderhoud van de primaire waterkeringen binnen haar beheersgebied. De Helderse Zeewering is een primaire waterkering langs de Noord– en Waddenzee van circa 5 kilometer lang, gelegen tussen Huisduinen in het westen en de veerhaven in Den Helder in het oosten. De dijk maakt deel uit van normtraject 13-4 en beschermt de stad Den Helder en het achterliggende gebied tegen overstromingen vanuit zee. Binnen het beheergebied van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is dit de dijk die het meest wordt belast door golven. Uit de wettelijke veiligheidsbeoordeling en aanvullend onderzoek volgt dat de hele Helderse Zeewering niet voldoet aan de wettelijke waterveiligheidsnormen die zijn vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving en moet worden versterkt. De norm die hier geldt is namelijk 1:1.000, wat betekent dat de kans op een doorbraak van de waterkering maximaal eens per duizend jaar mag voorkomen. Het doel van project Dijkversterking Helderse Zeewering is het realiseren van een veilige en toekomst- bestendige dijk.

1.2 Projectprocedure

In het kader van de procedure om te komen tot dit projectbesluit is een aantal stappen doorlopen: de kennisgeving van het voornemen voor dit project, inclusief de kennisgeving over participatie, de verkenning om te komen tot een oplossing en dijkversterkingsontwerp, de vaststelling van het voorkeursalternatief en ten slotte dit projectbesluit. In het projectbesluit wordt vastgelegd op welke wijze de waterkering wordt versterkt, welke effecten worden verwacht, welke maatregelen worden genomen om negatieve gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen of beperken en welke inpassingsmaatregelen worden genomen. Met het projectbesluit wordt daarnaast het ruimtebeslag van de dijkversterkingsmaatregel vastgelegd.

Voor de aanleg, verlegging of versterking van primaire waterkeringen dient het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier op basis van artikel 5.44, eerste lid en artikel 5.46, tweede lid Omgevingswet een projectbesluit vast te stellen. Het projectbesluit is voorbereid met toepassing van de projectprocedure, zoals vastgelegd in afdeling 5.2 Omgevingswet. Van de mogelijkheid in artikel 5.52, tweede lid Omgevingswet dit projectbesluit tevens te laten gelden als een besluit als bedoeld in dat lid, wordt geen gebruik gemaakt.

1.3 Projectgebied

1.3.1 Projectgebied

Het projectgebied op de kaart in Figuur 1-1 is het gehele gebied waarin het project wordt uitgevoerd. Het projectgebied beslaat de buitenzijde (zeezijde) van de dijk de Helderse Zeewering en is 4,8 km lang, gelegen tussen Fort Kijkduin in Huisduinen in het westen tot aan Lands end in het oosten. De dijk maakt deel uit van normtraject 13-4. Het betreft een dijk met een zandkern. De taludbekleding aan de buitenzijde bestaat uit stortsteen, gezette basaltsteen, waterbouwasfaltbeton en grasbekleding.

Figuur 1‑1 Projectgebied dijkversterking Helderse Zeewering
Een overzichtskaart van de kop van Noord-Holland met daarin een vergroot beeld met de gemeente Den Helder. Met de rode lijn wordt het gedeelte dijk aangegeven dat wordt beschouwd als projectgebied.
Projectgebied dijkversterking Helderse Zeewering met in rood aangegeven waar de dijk versterkt zal worden
1.3.2 Ruimtebeslag

Het projectgebied van de dijkversterking is opgebouwd uit een permanent ruimtebeslag en een tijdelijk ruimtebeslag. Het permanente ruimtebeslag is de plek waar de versterkte waterkering aangelegd wordt of waar aanpassingen plaatsvinden. Figuur 1-2 laat in rode arcering het permanent ruimtebeslag van het project zien. In hoofdstuk 2 van voorliggende projectbesluit staan de maatregelen binnen het permanente ruimtebeslag beschreven. 

Het tijdelijk ruimtebeslag is de ruimte die tijdens (een deel van) de uitvoering nodig is om het ontwerp (veilig) te maken (aanlegfase): bijvoorbeeld werkstroken, depots, transportroutes of het plaatsen van een afscherming tegen het betreden van het werkterrein. Figuur 1-2 laat in geel het tijdelijk ruimtebeslag van het project zien. In hoofdstuk 4 van voorliggende projectbesluit staan de werkzaamheden binnen het tijdelijk ruimtebeslag nader beschreven.

Figuur 1‑2 Overzicht en detailuitsneden van het ruimtebeslag 
Satellietkaart van de kustzone bij Den Helder met bovenaan een overzichtskaart en daaronder drie detailkaarten. Langs de kust is een rode gekruiste lijn weergegeven voor permanent ruimtebeslag en een lichtgele strook voor tijdelijk ruimtebeslag. De trajectdelen A, B en C zijn met zwarte letters aangeduid. Elke kaart bevat een noordpijl en schaalbalk.
Overzicht en detailuitsneden van het ruimtebeslag langs de kust bij Den Helder, met het permanent ruimtebeslag aangeduid met rode kruisarcering en het tijdelijk ruimtebeslag met een lichtgele zone. De trajectdelen A, B en C zijn op de kaart gemarkeerd. 

1.4 De opgave

Er zijn in algemene zin verschillende redenen waarom waterkeringen versterkt moeten worden. Dit worden faalmechanismen genoemd; processen die uiteindelijk kunnen leiden tot het bezwijken van een waterkering. Voor de Helderse Zeewering is vastgesteld dat met name het bezwijkmechanisme asfalt door ontstaan S-profiel (ASP) bepalend is voor de versterkingsopgave. Hierbij kan de asfaltbekleding bezwijken doordat onder de bekleding een te hoge waterdruk ontstaat. Dit kan zich voordoen bij hoge waterstanden en golfbelasting, vooral wanneer het water na een golf weer terugloopt. De druk onder het asfalt kan dan groter worden dan het gewicht en de sterkte van de bekleding, waardoor het asfalt plaatselijk wordt opgedrukt en vervormt. Daarbij ontstaat een zogenoemd S-profiel. Als dit gebeurt, verliest de bekleding haar stabiliteit en kan de waterkering worden aangetast. Zie hiervoor ook Figuur 1-3.

Figuur 1‑3: visualisatie van het bezwijken asfaltbekleding 
Alt tekst: Schematische tekening van een dijkdoorsnede met asfaltbekleding boven op zand en een aangegeven grondwaterstand. Een golf slaat tegen het asfalt op de buitentaludzijde, terwijl pijlen laten zien dat waterdruk van binnenuit omhoog werkt. Een getekend figuurtje legt uit dat de dijk vol water zit en dat drukverschillen en hoge golven spanning in het asfalt veroorzaken, waardoor het kan beschadigen.
Visualisatie van het bezwijken asfaltbekleding door ontstaan S-profiel door golfterugtrekking 

Dit betekent dat de huidige asfaltbekleding aan de buitenzijde van de dijk niet voldoet en versterkt moet worden. De maatregelen voor de versterkingen worden alleen uitgevoerd in het ondertalud, dit is het gebied tussen de zetsteen onderin en het beheerpad dat gebruikt wordt als fietspad met witte belijning. Zie hiervoor ook Figuur 1-4.

Figuur 1-4 Helderse Zeewering
Foto van de Helderse Zeewering langs de zee. Op de verharding is met een rode markering het ondertalud aan de zeezijde van de waterkering aangegeven.
Helderse Zeewering met aanduiding van het ondertalud

2 Permanente maatregelen per deeltraject

2.1 Algemene maatregelen

Aan de buitenzijde van de dijk wordt over het gehele traject één uniforme versterkingsmaatregel toegepast. In de nieuwe te maken situatie (zie Definitief ontwerp in documentbijlage RP 1) zal de asfaltbekleding op het ondertalud, vanaf het zetwerk tot ongeveer NAP +4,4 m, worden vervangen door een steenbekleding bestaande uit zetstenen. Aansluitend hierop volgt een overgangsconstructie van circa 2-4 meter die zorgt voor een aansluiting op de bestaande constructie. De steenbekleding heeft een toplaag van zetstenen die op een uitvullaag en filterlaag staan. 

Vanwege de uiteenlopende karakters van de Waddenzee en Noordzee is het traject verdeeld in drie afzonderlijke delen: de Noordzeezijde, de Waddenzeezijde en een overgangsgebied (zie Figuur 2-1). 

Figuur 2‑1 Overzichtskaart deeltrajecten project Helderse Zeewering
Kaart van Den Helder en Huisduinen met het dijktraject langs de kust, opgedeeld in drie deeltrajecten. De Noordzeezijde is blauw aangegeven vanaf Huisduinen tot aan de westpunt, de Waddenzeezijde is rood langs de Zee-Promenade richting Havenplein, en het overgangsgebied daartussen is groen gemarkeerd. Op de kaart staan onder meer de dijkpalen, Fort Erfprins, Den Helder en Huisduinen. Rechtsonder staat een legenda met de drie deeltrajecten.

Dit onderscheid hangt samen met de variërende golfbelasting. Een hogere golfbelasting leidt tot grotere hydraulische belastingen op de bekleding en de onderliggende lagen, waardoor een zwaardere opbouw met grotere laagdiktes nodig is om de stabiliteit te waarborgen. Bij een lagere golfbelasting kan met een lichtere opbouw worden volstaan. De structuur van de dijk blijft over het volledig versterkte gebied hetzelfde. Een representatief dwarsprofiel met de constructieve opbouw is te zien in Figuur 2-2. In hoofdstukken 2.2, 2.2 en 2.2 worden de verschillen tussen de drie deelgebieden nader toegelicht.

Figuur 2‑2 Representatief dwarsprofiel van de nieuwe situatie
Alternatieve tekst: Schematisch dwarsprofiel van een dijk met verschillende zones op het talud. Bovenaan ligt een asfaltbekleding met daarnaast een onderhoudspad. Lager op het talud zijn een toplaag, een filterlaag en een bestaand talud aangegeven. In de tekening zijn de breedtes van de onderdelen benoemd: 10 meter asfalt, 5 meter onderhoudspad, 14 meter toplaag en 8 meter bestaand talud. Onder het profiel staan ook het permanente ruimtebeslag van 12 meter en het tijdelijke ruimtebeslag van 36,5 meter weergegeven. Op de kruin en het talud zijn kleine figuren en vogels getekend ter illustratie.

2.2 Maatregelen deeltraject Noordzeezijde

Het deeltraject aan de Noordzeezijde strekt zich uit van Huisduinen tot net voorbij Kaaphoofd (zie Figuur 2-1). Dit deel van de Helderse Zeewering wordt het zwaarst belast door golven vanuit de Noordzee. Daarom moet hier de bekleding het sterkste zijn en wordt de zwaarste opbouw van de steenbekleding toegepast.

Op dit deeltraject wordt de asfaltbekleding op het ondertalud vervangen door een steenbekleding met een toplaag van zetstenen met een dikte van 45 cm. Onder de zetstenen wordt een uitvullaag aangebracht. Daaronder komt een filterlaag met een dikte van circa 100-105 cm. Deze opbouw is nodig om de bekleding voldoende stabiel te maken bij de maatgevende golfbelasting.

2.3 Maatregelen deeltraject Waddenzeezijde

Het deeltraject aan de Waddenzeezijde ligt langs het oostelijke deel van de Helderse Zeewering richting de veerhaven. De golfbelasting is hier lager dan aan de Noordzeezijde. Daardoor kan op dit deeltraject worden volstaan met een lichtere opbouw van de steenbekleding.

Op dit deeltraject wordt de asfaltbekleding op het ondertalud vervangen door een steenbekleding met een toplaag van zetstenen met een dikte van 30 cm. Onder de zetstenen wordt een uitvullaag aangebracht. Daaronder komt een filterlaag met een dikte van circa 35 cm.

2.4 Overgangsgebied

Tussen het zwaarst belaste deel aan de Noordzeezijde en het lichter belaste deel aan de Waddenzeezijde ligt een overgangsgebied. De golfbelasting is hier lager dan aan de Noordzeezijde, maar hoger dan op het resterende deel aan de Waddenzeezijde. Daarom wordt hier een lichtere opbouw toegepast dan aan de Noordzeezijde, maar met een dikkere onderlaag dan op het Waddenzeetraject.

Op dit deeltraject wordt de asfaltbekleding op het ondertalud vervangen door een steenbekleding met een toplaag van zetstenen met een dikte van 30 cm. Onder de zetstenen wordt een uitvullaag aangebracht. Daaronder komt een filterlaag met een dikte van circa 50 cm.

3 Maatregelen om nadelige effecten te voorkomen of beperken

3.1 Natuur - soortenbescherming

Met het oog op beschermde soorten is een uitgebreid ecologisch werkprotocol (documentbijlage RP 4) opgesteld met daarin mitigerende maatregelen om negatieve gevolgen voor de leefomgeving te voorkomen en te beperken. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt gewerkt volgens een ecologisch werkprotocol en onder naleving van de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat:

  • werkzaamheden zorgvuldig worden uitgevoerd met minimale verstoring van flora en fauna;

  • verstoring ruimtelijk en temporeel zoveel mogelijk wordt beperkt (o.a. door clustering en werken in één richting);

  • gebruik wordt gemaakt van bestaande infrastructuur en het ruimtebeslag tot een minimum wordt beperkt;

  • vooraf en tijdens de uitvoering ecologische begeleiding beschikbaar is en wordt ingegrepen bij onverwachte soorten;

  • waarnemingen en genomen maatregelen worden geregistreerd.

Daarnaast geldt een meld- en handelingsplicht bij het aantreffen van (beschermde) soorten.

De volgende soortgerichte maatregelen zijn opgenomen in het ecologisch werkprotocol: 

  • Vleermuizen: verstoring wordt voorkomen door het vermijden van werkzaamheden en verlichting in de nachtperiode tijdens de actieve periode van vleermuizen en het beperken en gericht toepassen van verlichting buiten deze periode. Hiermee blijft de functie van het gebied als vliegroute en foerageergebied behouden. 

  • Beschermde plantensoorten (Rode Lijst): aantasting van beschermde plantensoorten wordt voorkomen door het markeren en ontzien van groeiplaatsen en (indien noodzakelijk) het zorgvuldig verplaatsen en terugplaatsen van planten onder ecologische begeleiding. Het uitgangspunt is behoud van populaties binnen het plangebied. 

  • Broedvogels: effecten op broedvogels worden voorkomen door het uitvoeren van een ecologische controle voorafgaand aan de werkzaamheden in het broedseizoen, het instellen van verstoringsvrije zones rondom nesten en het stilleggen van werkzaamheden bij constatering van broedgevallen. 

  • Natuurinclusieve maatregelen: aanvullend worden maatregelen getroffen ter versterking van natuurwaarden, zoals het aanbrengen van groeiplaatsen voor inheemse flora, en het creëren van geschikte substraten voor specifieke soortgroepen (bijv. korstmossen). Deze maatregelen dragen bij aan lokale biodiversiteitsverbetering. 

  • Invasieve exoten: verspreiding van invasieve exoten wordt voorkomen door het zorgvuldig omgaan met grond en plantmateriaal, het toepassen van geldende protocollen voor transport en verwerking en het melden en volgens protocol behandelen van aangetroffen exoten.

Met toepassing van bovenstaande mitigerende en zorgvuldigheidsmaatregelen zijn effecten op beschermde soorten en leefgebieden tijdelijk, lokaal en beheersbaar, en kunnen negatieve effecten adequaat worden voorkomen of beperkt.

3.2 (Water)bodem

Uit bodem- en asfaltonderzoek blijkt dat geen aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht. De aanwezige verontreinigingen zijn beheersbaar, lokaal en blijven onder de interventiewaarden. Daartoe wordt het teerhoudend asfalt zorgvuldig afgevoerd naar een gecertificeerde verwerkingslocatie conform de geldende wetgeving en vormt het geen risico. Tijdens de realisatie van de versterking wordt continu rekening gehouden met eb en vloed. Getijwerking heeft een direct effect op de werkzaamheden. Delen die worden versterkt worden tijdens getijbewegingen afgezet om uittreden en verspreiding van materialen te voorkomen. De uitvoering van de dijkversterking veroorzaakt geen negatieve effecten op bodem, milieu of omgeving.

3.3 Omgevingshinder tijdens de uitvoering

3.3.1 Contact

Omwonenden kunnen tijdens de uitvoering met vragen of om hinder te melden contact opnemen via de communicatiekanalen met de omgevingsmanager van het projectteam van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier zal vervolgens bekijken hoe zij die gemelde hinder kan wegnemen, althans verminderen. In algemene zin geldt de zorgplicht in artikel 2.11 Besluit activiteiten leefomgeving in geval van de uitvoering van een milieubelastende activiteit (“toepassen van bouwstoffen”, als bedoeld in artikel 3.48m Besluit activiteiten leefomgeving). Bij spoed zaken zal er een telefoonnummer bereikbaar zijn die 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar is.

Omwonenden worden periodiek geïnformeerd over de voortgang en planning van de werkzaamheden, zie hiervoor hoofdstuk 6.  

3.3.2 Geluid

De geluidbelasting neemt tijdens verschillende werkfasen toe door het gebruik van materieel en transport. Met name in de fase van het openleggen van de dijk ontstaat hogere geluidproductie door het verwijderen van de asfaltverharding met een pneumatische sloophamer en het frezen en inzagen van de bestaande bekleding. Ook vrachtverkeer en graafwerkzaamheden veroorzaken geluid. Omdat de werkzaamheden per deeltraject worden uitgevoerd met een gemiddelde snelheid van 100 meter per dag en de activiteiten elkaar overlappen, is de hinder per locatie beperkt in duur. In de fase waarin de bekleding wordt hersteld neemt het geluidsniveau af, doordat de werkzaamheden minder intensief zijn en voornamelijk bestaan uit het aanbrengen van granulaat, zetstenen en nieuwe verhardingen. De werkzaamheden worden alleen verricht op werkdagen en zaterdagen tussen 7:00 uur en 19:00 uur. De precieze momenten van de werkzaamheden aan de zeezijde zijn afhankelijk van getij en weersomstandigheden. Indien vanwege getij en weersomstandigheden dient te worden afgeweken van de werktijden, zal dit bij separaat maatwerkvoorschrift dienen te worden geregeld. De aannemer moet voldoen aan de geldende regelgeving voor geluid (artikel 7.17 Besluit bouwwerken leefomgeving). Omdat de werkzaamheden tijdelijk zijn en zich stapsgewijs langs het tracé verplaatsen, blijft de duur van de geluidbelasting per locatie beperkt wat betreft tijdspanne De tijdelijke aard en gefaseerde uitvoering leiden tot een beheersbare geluidbelasting.

De werkzaamheden vinden plaats aan de buitendijkse zijde van de dijk. De woningen in de buurt van het projectgebied staan op enige afstand aan de binnendijkse zijde van de dijk. De dijk vormt daarmee een natuurlijke geluidsbarrière. Ook de overheersende windrichting vanuit het zuidwesten is akoestisch gunstig. Dit neemt niet weg dat enige hinder kan zijn, beperkt tot werkzaamheden in de directe nabijheid.

3.3.3 Licht

De aannemer moet redelijkerwijs maatregelen treffen om lichthinder te voorkomen.  Werkverlichting wordt dus functioneel en gericht toegepast binnen werkzones, waardoor lichtverspreiding naar de omgeving beperkt blijft. Buiten piekperiodes is er nauwelijks lichtproductie. Door gefaseerde uitvoering en tijdelijke installaties zijn de lichtemissies van korte duur en worden de effecten op de omgeving als beperkt ingeschat. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met beschermde soorten, zie hiervoor hoofdstuk 3.1.

3.3.4 Verkeer

Tijdens de aanlegfase wordt de dijk per deelgebied versterkt. Materiaal kan met vrachtwagens of per schip aangevoerd worden naar een bestaande overslaglocatie van het Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier, waarna het met vrachtwagens naar het projectgebied wordt gebracht. De aan- en afvoerroute per as wordt voorgeschreven en loopt via de Van Kinsbergenbrug en Nieuwe Diep naar Hoofdgracht. Zo wordt hinder maximaal voorkomen voor de bebouwde omgeving. Aanvoer van materialen per schip naar de projectlocatie wordt nagenoeg niet mogelijk geacht door de getijden en daarmee de beperkte bevaarbaarheid voor vrachtschepen. Zie voor de voorgeschreven route Figuur 3-1.

Figuur 3‑1 verplichte rijroute (blauwe lijn) 
Luchtfoto van het havengebied van Den Helder met een blauw gemarkeerd traject langs de waterkering en kade. De route loopt via de Van Kinsbergenbrug en Nieuwe Diep naar Hoofdgracht waar de dijk op gereden wordt. Op de kaart zijn onder meer Den Helder, Willemsoord, Veerhaven en het opstelterrein van TESO benoemd.
3.3.5 Recreatie

Het fiets- en wandelpad aan de buitenzijde van de dijk wordt gedurende de uitvoering tijdelijk afgesloten om veiligheidsredenen. Hiervoor worden passende omleidingsroutes ingesteld aan de binnenzijde van de dijk. Het pad zal niet over de volledige lengte worden afgesloten, maar in fases.

Voor de vlettenhelling heeft overleg plaatsgevonden met de gemeente en de gebruikers. In de huidige situatie zijn twee hellingen aanwezig. Na afronding van de werkzaamheden keert één vlettenhelling terug; de tweede helling, nabij de TESO, wordt niet teruggebracht, omdat deze niet of nauwelijks wordt gebruikt. Tijdens de uitvoering is de vlettenhelling tijdelijk niet beschikbaar. De aannemer wordt gevraagd deze werkzaamheden, waar mogelijk, buiten het piekseizoen van juni, juli en augustus uit te voeren. De planning van de werkzaamheden wordt echter in de eerste plaats bepaald door veiligheid en uitvoerbaarheid. De gebruikers zijn hierover geïnformeerd en worden, zodra de uitvoeringsplanning dit toelaat, nader geïnformeerd over het moment waarop de werkzaamheden plaatsvinden.

Ook de zwemvereniging kan tijdens de uitvoering tijdelijk geen gebruik maken van de zwemtrap en zwemlocatie. Met de zwemvereniging heeft overleg plaatsgevonden en is op de hoogte gebracht van deze tijdelijke beperking. In de eindsituatie blijven de zwemtrap, de trapleuning en de ballenlijn op dezelfde locatie aanwezig.

4 Uitvoering project

4.1 Hoofdlijnen uitvoeringswijze

De versterking van de Helderse Zeewering vindt gefaseerd plaats in het open seizoen (circa 15 april – 15 oktober) en bestrijkt meerdere jaren. De uitvoering start in beginsel in 2027 en is dan eind 2029 gereed. Het werk wordt zodanig uitgevoerd dat de waterveiligheid tijdens de werkzaamheden gewaarborgd blijft. Dit betekent dat er zo gewerkt wordt dat de dijk in het werkgebied binnen 48 uur dicht gemaakt kan worden vanwege veiligheid in een noodsituatie. De stappen waaruit de versterking bestaat zijn hieronder beschreven. Elke stap bestaat uit verschillende werkzaamheden. 

Stap 1: Voorbereidende fase

  • Inrichting van een ketenpark ter hoogte van Kaaphoofd; 

  • Treffen van veiligheidsmaatregelen door plaatsen van hekken en bebording; 

  • Frezen en inzagen van asfalt over het hele traject;

  • Inrichting van een depot voor steenbekleding en steenslag, ter hoogte van de Kooy. 

Stap 2. Openleggen van de dijk (per deeltraject zie ook Figuur 4-1) 

  • De dijk wordt per deeltraject gefaseerd opengelegd. De werkzaamheden bestaan uit: 

  • het kapot prikken van de asfaltverharding met een pneumatische sloophamer; 

  • het verwijderen en afvoeren van de asfaltverharding met vrachtwagens naar een externe locatie; 

  • het ontgraven en afvoeren van de zandige onderlaag met vrachtwagens naar een externe locatie. 

Deze werkzaamheden uit stap 2 worden waar redelijkerwijs mogelijk aaneengesloten en in een logische werkvolgorde uitgevoerd zodat de voortgang op peil kan blijven. 

Figuur 4‑1 Opbreken en afvoeren bestaande asfaltverharding
3D-visualisatie van werkzaamheden aan een dijkbekleding. Op het talud staan twee graafmachines en boven op de dijk staat een vrachtwagen. Een deel van de bekleding is al verwijderd of opengelegd, terwijl een ander deel nog intact is. Op de achtergrond zijn een grasdijk, een weg en een rode vuurtoren te zien.

Stap 3. Herstellen en opbouwen van de bekleding (zie ook Figuur 4-2)

Zodra een deeltraject grotendeels is opengelegd, wordt gestart met de herstellende werkzaamheden, waaronder: 

  • het aanbrengen van een fundering bestaande uit een uitvullaag en filterlaag; 

  • het aanbrengen en stabiliseren van de zetsteenbekleding; 

  • het verder opbouwen van de constructie. 

Figuur 4‑2 opbouwen nieuwe steenbekleding
3D-visualisatie van herstelwerkzaamheden aan een dijk, waarbij de bestaande bekleding wordt vervangen door nieuwe zetsteenbekleding op het talud.

Stap 4. Afrondende werkzaamheden  

Na afronding hiervan worden: 

  • de slijtlaag, asfaltverharding en markeringen aangebracht op het gedeelte waar de vrachtwagens hebben gereden (na afronding dijkversterking); 

  • het ketenpark, hekwerk en bebording verwijderd. 

In het volgende open seizoen wordt dezelfde werkwijze toegepast voor de resterende deeltrajecten.

Onderstaand de uitgangspunten ten aanzien van de uitvoeringswijze:

  • Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier stelt een depotlocatie beschikbaar ter hoogte van De Kooy. Hier kan steenbekleding en steenslag worden overgeslagen van een schip op een vrachtwagen;

  • De aan- en afvoerroute is vastgelegd en loopt via de Van Kinsbergenbrug en Nieuwe Diep naar Hoofdgracht waar de dijk op gereden wordt (zie Figuur 3-1);

  • Er dient rekening gehouden te worden met ongeveer 30 tot 50 transportbewegingen per dag;

  • De uitvoering dient ten aanzien van hinder te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving;

  • De precieze volgorde van vakken waarin werkzaamheden plaatsvinden wordt door de aannemer bepaald;

  • Er wordt uitgegaan van het werken met één materieelset. Deze set bestaat uit drie hydraulische kranen, een freesmachine, een zaagmachine, een mobiele graafmachine, diverse vrachtwagens en een team van grondwerkers en stratenmakers. Daarnaast worden ook ondersteunende werktuigen ingezet, waaronder een trilplaat, shovel en wals.

5 Flexibiliteit in het besluit

5.1 Flexibiliteitsbepaling ontwerp

Ten behoeve van dit project is een definitief ontwerp (DO) opgesteld (documentbijlage RP 1). Het definitief ontwerp zal worden uitgewerkt tot een uitvoeringsontwerp (UO) en een bestek. 

De volgende zaken dienen in het uitvoeringsontwerp en het bestek in ieder geval nader gedetailleerd of uitgewerkt te worden:

  • De locaties en afmetingen van de hotspots voor korstmossen;

  • Trappen, zijnde enkel uitkepingen in de bekleding van de kering; locaties en aantallen;

  • Afritten: de keuze van de materialisatie voor top-, uitvul- en filterlaag;

  • Steenbekleding; definitieve keuze van de materialisatie van de top-, uitvul- en filterlaag.

Maatvoering 

Het is niet uit te sluiten dat tijdens de uitwerking naar het uitvoeringsontwerp kleine afwijkingen ontstaan ten opzichte van de maatvoering zoals opgenomen in het definitief ontwerp. Dit kan het gevolg zijn van een (kleine) fout tijdens het inmeten van het terrein dan wel het gevolg van andere toleranties van de uiteindelijk gekozen materialen in vergelijking met het definitief ontwerp. Bij de uitwerking naar het uitvoeringsontwerp mag worden afgeweken van het ruimtebeslag dat volgt uit het definitief ontwerp. Die afwijking is echter alleen toegestaan met de volgende marges: een halve meter voor de horizontale maatvoering (alle richtingen vanuit dat ruimtebeslag bezien, gemeten op maaiveldniveau). Tevens maximaal 10 centimeter omhoog of omlaag voor wat betreft de verticale maatvoering (gemeten loodrecht).

5.2 Flexibiliteit in de uitvoering

Ten aanzien van de wijze van uitvoering van het project is een afwijking toegestaan van hetgeen in dit besluit is opgenomen ten aanzien van: 

  • a.

    Uitvoeringsmethode, de aanvoer van bouwmateriaal (per as of per schip) mede daaronder begrepen; 

  • b.

    De locaties van tijdelijke maatregelen, zoals inrichting en gebruik van tijdelijke werkgebieden, depot en bouwkeet; 

  • c.

    De werkvolgorde wat betreft de deeltrajecten zoals bedoeld in paragraaf 4.1. 

Maatvoering 

Het is niet uit te sluiten dat in de uitvoering kleine afwijkingen ontstaan ten opzichte van de maatvoering zoals opgenomen in de uitvoeringsontwerp. Dit is inherent aan de aard van de werkzaamheden voorkomend uit de praktisch en noodzakelijke grofmazigheid van de uitvoeringswerkzaamheden en machines. Bij de uitvoering mag worden afgeweken van het ruimtebeslag dat volgt uit het definitief ontwerp. Die afwijking is echter alleen toegestaan met de volgende marges: een halve meter voor de horizontale maatvoering (alle richtingen vanuit dat ruimtebeslag bezien, gemeten op maaiveldniveau). Tevens maximaal 10 centimeter omhoog of omlaag voor wat betreft de verticale maatvoering (gemeten loodrecht).

5.3 Randvoorwaarden voor flexibiliteit

De flexibiliteit zoals bedoeld in paragraaf 5.1 en 5.2 is slechts toelaatbaar indien die in overeenstemming is met de navolgende randvoorwaarden:

  • het waterkerend vermogen van de waterkering die voortvloeit uit het definitief ontwerp wordt niet verminderd;

  • het ruimtebeslag van de permanente werkzaamheden, zoals beschreven in hoofdstuk 2, dient binnen het projectgebied, zoals weergegeven op de kaart (Figuur 1-2), te blijven, vermeerderd met de afwijkingsmogelijkheid van een halve meter als bedoeld onder het kopjes ‘maatvoering’;

  • het uitvoeringsontwerp blijft binnen de op de dwarsprofielen aangegeven aanleghoogten (zie documentbijlage RP 5);

  • de aan het uitvoeringsontwerp verbonden milieu- en omgevingseffecten mogen niet groter zijn, althans niet in betekende mate, dan de milieu- en omgevingseffecten die zijn beschreven in hoofdstuk 7 van de motivering;

  • er is geen sprake van onevenredige negatieve gevolgen voor de omgeving.

  • voor belanghebbenden dient altijd transparant te zijn op welke wijze de werkzaamheden plaatsvinden; dit betekent dat de uitvoering goed te volgen en inzichtelijk moet zijn.

6 Omgevingsproces

6.1 Algemeen

Participatie is een onderdeel van de projectprocedure. Bij de start van de verkenning moet duidelijk zijn op welke wijze burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen worden betrokken. Daarnaast moeten deze partijen in de gelegenheid gesteld worden om mogelijke oplossingen voor de opgaven voor te dragen (artikel 5.47, derde en vierde lid, Omgevingswet). Dit is gedaan in de kennisgeving van 10 januari 2024 in combinatie met het communicatie- en participatieplan van 10 januari 2024 (Waterschapsblad 2024, 10). Hierin is de opgave beschreven, de (verwachte) planning, de samenwerking met de omgeving, wat de rol van het Hoogheemraadschap is als beheerder van de dijk en waar nadere informatie te vinden is.

6.2 Procesbeschrijving participatie

Tijdens de verkennings- en planuitwerkingsfase is op verschillende manieren ingezet op participatie. Het doel hiervan was om belangen, zorgen en ideeën uit de omgeving op te halen en deze mee te nemen in het ontwerp en de besluitvorming.

Er zijn voor een breed publiek informatieavonden en inloopbijeenkomsten georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomsten konden belangstellenden vragen stellen en hun mening geven. Daarnaast zijn er 1-op-1 gesprekken gevoerd met stakeholders, zoals strandpaviljoens grenzend aan het projectgebied en de zwemvereniging Marsdiep, maar ook de gemeente Den Helder en andere medeoverheden. Dit gaf ruimte voor verdieping en het bespreken van specifieke belangen.

Ook zijn digitale middelen ingezet, zoals een projectwebsite en artikelen via lokale kranten/media. Hiermee konden belanghebbenden op een laagdrempelige manier informatie ontvangen en feedback geven.

Verder is er overleg geweest met de Omgevingsdienst en de provincie Noord-Holland over natuurvergunningen en vond er regelmatig afstemming plaats met Rijkswaterstaat over raakvlakprojecten. 

6.3 Bereikte resultaten

Deze brede aanpak heeft gezorgd voor waardevolle inzichten, verbeteringen in het ontwerp, betere samenwerking met andere partijen en een groter maatschappelijk draagvlak voor het project. Vanuit betrokken partijen is input verzameld, geanalyseerd en waar mogelijk verwerkt in het ontwerp. Klanteisenspecificaties (KES) vormden een belangrijk instrument om wensen en eisen uit de omgeving vast te leggen en de vertalen naar ontwerpcriteria.

Ook is gekeken naar de uitvoering van het project. In gesprekken zijn zorgen geuit over mogelijke hinder tijdens de realisatiefase, zoals geluidsoverlast of verkeershinder. Daarnaast zijn er suggesties gedaan voor een zorgvuldige landschappelijke invulling van het terrein en behoud of verbetering van natuurwaarden. Ook kwamen aandachtspunten naar voren met betrekking tot de bereikbaarheid en veiligheid tijdens de werkzaamheden.

Deze input heeft geleid tot enkele wijzigingen van het ontwerp. Er is extra aandacht besteed aan natuur om negatieve effecten op de omgeving te minimaliseren. Ook is er rekening gehouden met voor de toekomstige inrichting van de dijk. Daarnaast is er ook aandacht voor de uitvoeringswijze en aanvoerroutes, met het oog op onder andere verkeershinder en geluidsoverlast.

De verschillende thema’s en belangen die voorbij zijn gekomen in het participatieproces zijn verwerkt in de Klanteisenspecificaties. Deze geeft een volledig overzicht van ingediende eisen en de manier waarop hiermee is omgegaan. In dit document wordt per eis toegelicht wat de reactie hierop is, of dit heeft geleid dat aanpassingen in het plan, en zo ja op welke manier.

6.4 Vervolg

Ook in de realisatiefase blijft communicatie een belangrijk aandachtspunt. Belanghebbenden worden betrokken via:

  • Regelmatige updates via lokale kranten/media;

  • Informatiebijeenkomsten/spreekuren; 

  • Een aanspreekpunt voor vragen en klachten.

6.5 Verantwoording wettelijk kader

De participatie voldoet aan de eisen uit de Omgevingswet, in het bijzonder artikel 5.47, derde en vierde lid. In de kennisgeving van 10 januari 2024 en communicatie- en participatieplan van 10 januari 2024 is de participatieaanpak toegelicht, inclusief de rol van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de planning en de wijze van samenwerking met de omgeving. Hiermee is voldaan aan de participatieverplichting zoals opgenomen in artikel 5.3 Omgevingsbesluit alsmede aan de Participatieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (vastgesteld op 13 april 2022). Gemeenten stellen geen regels die het projectbesluit belemmeren.

Ten behoeve van dit project is een project mer-beoordeling opgesteld. De slotsom is dat er geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Er wordt dan ook geen project m.e.r. doorlopen. Voor de beoordeling en de bijbehorende motivering wordt verwezen naar het Mer-beoordelingsbesluit (documentbijlage RP 3). Alsmede is bijgevoegd de Mededeling met toelichting ten behoeve van de mer-beoordeling (documentbijlage RP 2).

7 Bijlagen bij de regeling

De bijlagen die horen bij de regeling zijn op verschillende manieren te raadplegen: sommige direct als tekst, andere als Gml of Pdf-bestand. De documentbijlagen zijn opgenomen in Bijlage III – Overzicht documentbijlagen van de regeling.

Bijlage I Motivering en overwegingen

1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doel

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) is verantwoordelijk voor de veiligheid en het beheer en onderhoud van de primaire waterkeringen binnen haar beheersgebied. Een primaire waterkering is een dijk of andersoortige waterkering die het achterliggende gebied beschermt tegen hoge waterstanden van meren, rivieren of de zee. In artikel 2.0c van het Besluit kwaliteit leefomgeving staan normen voor deze waterkeringen. De waterkeringen moeten hieraan voldoen. Alle primaire waterkeringen in Nederland worden ten minste eens per 12 jaar beoordeeld. Uit de beoordeling volgt welke dijktrajecten wel en niet voldoen aan de wettelijke norm. In 2050 moeten alle primaire waterkeringen in Nederland voldoen aan deze norm. De waterkeringen die niet voldoen aan de norm, worden voor versterking aangemeld bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Het HWBP is een alliantie van Rijkswaterstaat en de 21 waterschappen, die samenwerken aan de versterking van de waterkeringen.

Uit onderzoek van Deltares blijkt dat oudere asfaltbekledingen op waterkeringen kunnen bezwijken als onder de bekleding een hoge grondwaterdruk ontstaat, bijvoorbeeld bij storm, golfbelasting en dalende waterstanden. Omdat dit risico ook voor de Helderse Zeewering werd vermoed, heeft Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aanvullend onderzoek laten uitvoeren, waaronder metingen met peilbuizen, infiltratieproeven en modelberekeningen. Uit de wettelijke veiligheidsbeoordeling en aanvullend onderzoek volgt dat de hele Helderse Zeewering niet voldoet aan de wettelijke waterveiligheidsnormen die zijn vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving en moet worden versterkt. De norm die hier geldt is namelijk 1:1.000, wat betekent dat de kans op een doorbraak van de waterkering maximaal eens per duizend jaar mag voorkomen.

Het doel van project Dijkversterking Helderse Zeewering is het realiseren van een veilige en toekomst- bestendige dijk. Daarbij worden de versterkingsmaatregelen ruimtelijk ingepast en afgestemd met de omgeving. Dit houdt in dat de dijk de bestaande kwaliteiten van het gebied in stand houdt en/of versterkt.

1.2 Projectgebied

Het projectgebied zit aan de zeezijde van de Helderse Zeewering en is 4,8 km lang en loopt van Fort Kijkduin in het westen tot aan Lands end in het oosten. De dijk maakt deel uit van normtraject 13-4. Het betreft een dijk met een zandkern. De taludbekleding aan de buitenzijde bestaat uit stortsteen, gezette basaltsteen, waterbouwasfaltbeton en grasbekleding.

Figuur 1‑1 Overzicht projectgebied 
Een overzichtskaart van de kop van Noord-Holland met daarin een vergroot beeld met de gemeente Den Helder. Met de rode lijn wordt het gedeelte dijk aangegeven dat wordt beschouwd als projectgebied.
1.3 Doel Projectbesluit

Om de dijkversterking te mogen uitvoeren moet een aantal wettelijke stappen worden doorlopen. De belangrijkste hiervan is de vaststelling van een projectbesluit onder de Omgevingswet. Het projectbesluit is een besluit dat wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur (Dijkgraaf & Hoogheemraden) van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Wanneer het gaat om een projectbesluit van een waterschap, moet de provincie – in dit geval gedeputeerde staten van Noord-Holland – dit besluit goedkeuren.

In het projectbesluit wordt vastgelegd op welke wijze de waterkering wordt versterkt, welke effecten worden verwacht, welke maatregelen worden genomen om negatieve gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen of beperken en welke inpassingsmaatregelen worden genomen. Met het projectbesluit wordt het maximale, permanente ruimtebeslag van de dijkversterkingsmaatregel vastgelegd. Dit ruimtebeslag is vastgelegd op de plankaart en openbaar raadpleegbaar op ‘regels op de kaart’ (website: Regels op de kaart - Omgevingsloket). 

Naast het permanente ruimtebeslag is ook tijdelijk ruimtebeslag nodig ten behoeve van de uitvoeringswerkzaamheden. Het tijdelijk ruimtebeslag vormt het vertrekpunt het tijdelijke gebruik van de betrokken gronden te regelen met de grondeigenaren en/of -gebruikers. In het geval van de Helderse Zeewering is slechts sprake van grondgebruikers omdat Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier grondeigenaar is van de dijk. Tevens is dit tijdelijk ruimtebeslag gebruikt als basis voor de effectbeoordeling (zie mer-beoordeling documentbijlage – MO 4), 

Wettelijke grondslag

Voor de aanleg, verlegging of versterking van primaire waterkeringen dient het dagelijks bestuur van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier op basis van artikel 5.44, eerste lid en artikel 5.46, tweede lid Omgevingswet een projectbesluit vast te stellen. Het projectbesluit wordt voorbereid met toepassing van de projectprocedure, zoals vastgelegd in afdeling 5.2 Omgevingswet. Het projectbesluit wordt aan gedeputeerde staten van Noord-Holland voorgelegd ter goedkeuring.

Het projectbesluit wordt voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerp projectbesluit wordt derhalve ter inzage gelegd voor zienswijzen. Wanneer eventuele zienswijzen zijn beschouwd, de Nota van Antwoord is geformuleerd en eventuele aanpassingen naar aanleiding van zienswijzen en/of ambtelijke wijzigingen zijn doorgevoerd, wordt het projectbesluit vastgesteld door het dagelijks bestuur van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het vastgestelde projectbesluit wordt daarna ter goedkeuring voorgelegd aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Ten slotte worden het definitieve projectbesluit en het goedkeuringsbesluit bekendgemaakt samen met de eventuele uitvoeringsbesluiten. Tegen deze besluiten kan gedurende de beroepstermijn beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspaak van de Raad van State. Zie voor een uitgebreidere toelichting paragraaf 11.1 

1.4 Leeswijzer

In de hoofdstukken 2 t/m 5 wordt de grondslag voor het ontwerp projectbesluit uitgelegd en wordt de aanleiding geschetst die heeft geleid tot dit besluit. Het projectgebied wordt behandeld, waarna een gedetailleerde beschrijving van het doorlopen proces, het ontwerp, de randvoorwaarden voor het project en de beoogde werkzaamheden zijn opgenomen. 

Hoofdstukken 6 t/m 11 richten zich op de verantwoording van het ontwerp projectbesluit. Er wordt ingegaan op de te treffen maatregelen om het project uit te voeren. Ook worden relevante wet- en regelgeving en beleidskaders behandeld. Het doorlopen participatieproces is opgenomen, de relatie tussen het ontwerp projectbesluit en het omgevingsplan wordt uitgelegd en er wordt ingegaan op grondverwerving. Tot slot wordt ingegaan op de procedure van het projectbesluit.

2 Opgave voor de dijkversterking 

2.1 Bezwijken asfalt door ontstaan S-profiel (ASP)

Uit onderzoek van Deltares blijkt dat oudere asfaltbekledingen op waterkeringen kunnen bezwijken als onder de bekleding een hoge grondwaterdruk ontstaat, bijvoorbeeld bij storm, golfbelasting en dalende waterstanden. Omdat dit risico ook voor de Helderse Zeewering werd vermoed, heeft Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ter aanvulling van het onderzoek van Deltares nader onderzoek laten uitvoeren, waaronder metingen met peilbuizen, infiltratieproeven en modelberekeningen. Op basis van deze onderzoeken is in 2023 vastgesteld dat over de gehele lengte van de Helderse Zeewering sprake is van een waterveiligheidsopgave. Daarom is versterking van de Helderse Zeewering noodzakelijk.

De oorzaken waardoor een waterkering niet aan de norm voldoet, worden faalmechanismen genoemd. Dit zijn specifieke processen die kunnen leiden tot het bezwijken van een waterkering. Voor de Helderse Zeewering is vastgesteld dat met name het bezwijkmechanisme asfalt door ontstaan S-profiel (ASP) bepalend is voor de versterkingsopgave. Hierbij kan de asfaltbekleding bezwijken doordat onder de bekleding een te hoge waterdruk ontstaat. Dit kan zich voordoen bij hoge waterstanden en golfbelasting, vooral wanneer het water na een golf weer terugloopt. De druk onder het asfalt kan dan groter worden dan het gewicht en de sterkte van de bekleding, waardoor het asfalt plaatselijk wordt opgedrukt en vervormt. Daarbij ontstaat een zogenoemd S-profiel. Als dit gebeurt, verliest de bekleding haar stabiliteit en kan de waterkering worden aangetast. Zie hiervoor ook Figuur 2‑1.

Figuur 2‑1 Faalmechanisme ASP 
Schematische tekening van een dijkdoorsnede met asfaltbekleding boven op zand en een aangegeven grondwaterstand. Een golf slaat tegen het asfalt op de buitentaludzijde, terwijl pijlen laten zien dat waterdruk van binnenuit omhoog werkt. Een getekend figuurtje legt uit dat de dijk vol water zit en dat drukverschillen en hoge golven spanning in het asfalt veroorzaken, waardoor het kan beschadigen.

3 Dijkversterkingsontwerp 

3.1 Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft het ontwerp van de dijk en de inpassingsmaatregelen die bij het ontwerp horen.

Eerst wordt in paragraaf 3.2 het keuzeproces (het proces om te komen tot het voorkeursalternatief) uit de verkenningsfase in algemene zin beschreven.

Daarna wordt in paragraaf 3.3 beschreven hoe het keuzeproces specifiek binnen de verkenningsfase voor de Helderse Zeewering is doorlopen. Ook wordt in deze paragraaf het voorkeursalternatief voor de dijk beschreven. De gemaakte (ontwerp)keuzes worden hierin ook toegelicht.

In de planuitwerkingsfase (PU) is het voorkeursalternatief uitgewerkt naar een definitief ontwerp. Dit wordt vervolgens beschreven in een bestek welke de aannemer kan uitvoeren. Het voorliggend projectbesluit is opgesteld op basis van het definitief ontwerp. Paragraaf 3.4 beschrijft het definitief ontwerp en de ontwerpkeuzes die bij de totstandkoming van dit ontwerp zijn gemaakt. De omschrijving in paragraaf 3.4 is ook de omschrijving van het te realiseren ontwerp. Uitgangspunten zijn opgenomen in de Technische uitgangspuntennota (Documentbijlage MO 1). 

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat tussen het vaststellen van het ontwerp projectbesluit en het vaststellen van het definitieve projectbesluit Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier verder werkt aan het uitvoeringsontwerp (UO) en dit ook aan de omgeving presenteert. Dat uitvoeringsontwerp zal op onderdelen nadere detailleringen kennen ten opzichte van het definitief ontwerp (DO) dat in voorliggend projectbesluit beschreven wordt, bijvoorbeeld voor de inpassing van de trappen en de toplaag van de zetsteen. De figuren die in het onderhavige besluit zijn opgenomen dienen ter verduidelijking van de tekst en hebben een indicatief karakter, ook als het gaat om maatvoering die in de figuren zijn vermeld. De verdere detaillering van het ontwerp dient te passen binnen de in dit projectbesluit omschreven ruimtebeslag en eventuele (milieu)effecten.

3.2 Keuzeproces voorkeursalternatief

In deze paragraaf wordt het keuzeproces om te komen tot een voorkeursalternatief in algemene zin uitgelegd. In een verkenningsfase wordt van grof naar fijn gewerkt. Dit wordt ook wel een zeefproces genoemd. Hierbij wordt van (vele) mogelijke oplossingsrichtingen via kansrijke alternatieven uiteindelijk één voorkeursalternatief gekozen. Het voorkeursalternatief is reeds op 3 december 2024 vastgesteld door het dagelijks bestuur (Dijkgraaf & Heemraden) van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Dit proces is voor dijkversterkingen in verkenningsfases vaak vergelijkbaar en bestaat uit diverse ‘zeef’-momenten. De stappen van een verkenningsfase zijn weergegeven in Figuur 3‑1 en onder het figuur uitgelegd. 

Benadrukt wordt dat het voorkeursalternatief geen voorkeuringsbeslissing betreft als bedoeld in artikel 5.49 Omgevingswet.

Figuur 3‑1 Infografiek over het zeefproces
Infografiek over het ontwerpproces voor een dijkversterking. Technische experts verzamelen eerst verschillende oplossingsrichtingen, weergegeven als schetsen in een vergiet. In een eerste zeefmoment worden de opties beoordeeld op haalbaarheid en kansrijkheid. Daarna beoordelen verschillende experts de overgebleven oplossingen opnieuw in een tweede zeefmoment, onder meer op duurzaamheid, vergunbaarheid en uitvoerbaarheid. Onderaan is het vastgestelde voorkeursalternatief te zien, met een groen vinkje en een verwijzing naar het dagelijks bestuur van Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Een getekend poppetje legt in een tekstballon uit dat het proces begint met het verzamelen van mogelijke oplossingen en eindigt met het kiezen van de best passende oplossing.

Inventarisatie van bouwstenen

Er wordt gestart met het inventariseren van mogelijke technische en omgevingsbouwstenen. Bouwstenen zijn technische maatregelen voor het oplossen van de waterveiligheidsopgave of maatregelen die benodigd zijn voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit van de dijk en zijn omgeving. Deze lossen één of meerdere faalmechanismen op, of zijn vanuit participatie of duurzaamheid ingebracht om meerwaarde te creëren.

Zeef 0: van bouwstenen naar mogelijke oplossingsrichtingen

In de volgende stap worden eerst alle mogelijke bouwstenen beoordeeld op de volgende criteria: 

  • Waterveiligheid: lost de bouwsteen het technische probleem in voldoende mate op?

  • Uitvoerbaarheid: is de bouwsteen technisch haalbaar/uitvoerbaar en is het veilig te bouwen?

  • Beheerbaarheid: is het mogelijk om de bouwsteen te beheren en onderhouden?

  • Toegevoegde waterveiligheid: is er toegevoegde/verminderde waterveiligheid op andere (toekomstige) faalmechanismen?

Vervolgens worden op basis van expert judgement combinaties van bouwstenen gemaakt. Dit proces wordt doorlopen om de meest kansrijke bouwstenen over te houden. Hiervan worden vervolgens mogelijke oplossingsrichtingen samengesteld, die als ‘pakket’ aan bouwstenen samen alle faalmechanismen op de waterkering oplossen.

Voor zeef 0 geldt dat, indien blijkt dat een mogelijke bouwsteen het waterveiligheidsprobleem niet oplost, deze bouwsteen afvalt (no-go).

Uitwerking van mogelijke oplossingsrichtingen 

De mogelijke oplossingsrichtingen uit de vorige stap worden vervolgens technisch verder uitgewerkt. Er worden schetsen van gemaakt en indicatieve berekeningen uitgevoerd, onder andere om de bijdrage van de oplossingsrichting aan de waterveiligheid te onderzoeken en een eerste indruk te krijgen van het benodigd ruimtebeslag. 

Zeef 1: van mogelijke oplossingsrichtingen naar kansrijke oplossingen 

De mogelijke oplossingsrichtingen worden in zeef 1 beoordeeld aan de hand van de volgende criteria uit het beoordelingskader:

  • Techniek

  • Duurzaamheid

  • Uitvoerbaarheid

  • Kosten

  • Inpassing in de omgeving

  • Gebruiksfuncties van de dijk

  • Milieuaspecten

De criteria zijn onderverdeeld in een aantal subcriteria en worden doormiddel van expert judgement, bureaustudie of berekening beoordeeld.

Door deze beoordeling komen op hoofdlijnen de verschillende voor- en nadelen en effecten van de mogelijke oplossingsrichtingen overzichtelijk in beeld en kan onderbouwd een keuze worden gemaakt voor de meest kansrijke oplossingsrichtingen. 

In aanvulling op het beoordelingskader is een afwegingskader opgesteld ter ondersteuning van de besluitvorming over de kansrijkheid van de oplossingsrichtingen. Het afwegingskader bevat de belangrijkste (bestuurlijke) afwegingscriteria, die direct zijn afgeleid van de projectdoelen. Het belangrijkste doel van het kader is om een onderling onderscheidend beeld van de oplossingsrichtingen te verkrijgen. Dit in tegenstelling tot het beoordelingskader waarin de focus ligt op feitelijke beslisinformatie waarbij de oplossingsrichtingen op zichzelf ten opzichte van de referentiesituatie getoetst worden. 

De afwegingscriteria bestaan uit:

  • Waterveiligheid: Hoofddoel van het project is het opleveren van een dijk die aan de waterveiligheidseisen voldoet voor de komende 75 jaar. In het afwegingskader weegt dit criterium het zwaarst.

  • Snelheid: De snelheid is van belang omdat er geen sprake is van handelingsperspectief bij het optreden van het faalmechanisme. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier wil hierdoor zo snel als mogelijk en verantwoord is de dijk versterken. In de afweging wordt bekeken of een mogelijke oplossing deze belemmerd of juist mogelijk maakt.

  • Duurzaamheid: vanaf de start van de verkenningsfase wordt duurzaamheid integraal meegenomen in het ontwerpproces. In de afweging worden externe specialisten gevraagd mee te denken en inzicht te geven in de mogelijkheden om te komen tot de juiste keuze van het voorkeursalternatief dat duurzaam en vergunbaar is.

  • Vergunbaarheid: Randvoorwaarde voor het project is dat het vergunbaar is. Hierdoor wordt dit criterium in de afweging zwaar meegewogen.

  • Kosten: De kosten van de uitvoering spelen een belangrijke rol in de onderbouwing van een sober en doelmatig ontwerp. Dit is van belang voor de subsidiabiliteit van het project.

Uitwerking van kansrijke oplossingen 

De mogelijke oplossingsrichtingen die in zeef 1 zijn gekozen als meest kansrijk, worden technisch een stap dieper uitgewerkt tot kansrijke oplossingen. De alternatieven worden doorgerekend en ook ruimtelijk verder uitgewerkt. Doordat de kansrijke oplossingen een stuk verder uitgewerkt zijn dan wat eerder het geval was bij de mogelijke oplossingsrichtingen, kunnen de kansrijke oplossingen ook gedetailleerder onderzocht en beoordeeld worden. Diverse (conditionerende/milieu) onderzoeken worden uitgevoerd en de kosten en MKI-scores worden in meer detail bepaald per oplossing ten behoeve van zeef 2. 

Zeef 2: van kansrijke oplossingen naar het voorkeursalternatief. 

Op basis van het beoordelingskader en afwegingskader (gelijk aan dat van zeef 1) worden de kansrijke oplossingen nogmaals afgewogen op de criteria. Daaruit kan dan met voldoende onderbouwing een keuze gemaakt worden voor het voorkeursalternatief. In de nadere uitwerking zijn onder andere financiële ramingen (SSK), stikstofberekeningen (AERIUS) en milieu-kosten-indicator-berekeningen (MKI) opgesteld. 

Vaststelling: vaststellen van voorkeursalternatief. 

De keuze voor het voorkeursalternatief wordt vervolgens vastgesteld door het dagelijks bestuur van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. 

In de volgende paragraaf zijn voor de Helderse Zeewering de uitkomsten van de stappen om tot een voorkeursalternatief te komen, beschreven.

3.3 Voorkeursalternatief Helderse Zeewering
3.3.1 Inleiding

Deze paragraaf beschrijft het doorlopen zeefproces van de verkenningsfase voor de Helderse Zeewering en het uiteindelijke ontwerp. Hoewel de dijk op te delen is in vakken wordt voor dit zeefproces uitgegaan van één strekking omdat er slechts sprake is van één faalmechanisme voor het hele tracé. Zie hiervoor ook de Notitie voorkeursalternatief (Documentbijlage MO 2). Paragraaf 3.4 beschrijft het definitief ontwerp.

3.3.2 Zeefproces Helderse Zeewering

Voor de Helderse Zeewering is sprake van een dominant faalmechanisme (ASP – bezwijken asfaltbekleding door ontstaan S-profiel) Aan het begin van de verkenningsfase is een brede inventarisatie van mogelijke bouwstenen uitgevoerd. Bouwstenen zijn afzonderlijke maatregelen of oplossingsprincipes die (alleen of gecombineerd) kunnen bijdragen aan het oplossen van de waterveiligheidsopgave.

De volgende bouwstenen zijn beschouwd:

Bouwsteen

Beschrijving

Afbeelding

1. Asfaltbekleding vervangen door zetsteenbekleding op open fundering:

Het asfalt wordt vervangen door een open steenzetting, waardoor water gemakkelijk in en uit de dijk kan stromen.

Schematische dwarsdoorsnede van een dijk waarbij de asfaltbekleding op het ondertalud is vervangen door zetsteenbekleding op een open fundering. Aan de rechterzijde zijn de teenbestorting en het water weergegeven.

2. Asfaltbekleding vervangen door zetsteenbekleding op ondoorlatende fundering

Het asfalt dat kan bezwijken door het faalmechanisme ASP, wordt vervangen door een zetsteenbekleding op een dichte fundering. De dichte fundering zorgt er voor dat er minder water in en uit de dijk kan lopen.

Schematische dwarsdoorsnede van een dijk waarbij de asfaltbekleding op het ondertalud is vervangen door zetsteenbekleding op een ondoorlatende fundering. De dichte fundering is onder de steenzetting aangegeven.

3. Zetsteenbekleding dichtgieten

Door de zetsteenbekleding dicht te gieten met (bijvoorbeeld) gietasfalt, kan er geen water meer door de steenzetting in de dijk lopen. Hierdoor zakt de hoogte van de freatische lijn waardoor deze niet meer onder het asfalt komt. Zo kan het S-profiel niet meer ontstaan.

Schematische dwarsdoorsnede van een dijk waarbij de bestaande zetsteenbekleding op het ondertalud is dichtgegoten, zodat een dichte bekleding ontstaat tussen de asfaltbekleding en de teenbestorting.

4. Zetsteenbekleding dichtgieten en teen open laten

Door de zetsteenbekleding dicht te gieten met (bijvoorbeeld) gietasfalt, kan er geen water meer door de steenzetting in de dijk lopen. Hierdoor zakt de hoogte van de freatische lijn waardoor deze niet meer onder het asfalt komt. Zo kan het S-profiel niet meer ontstaan. De steenzetting bij de teen wordt open gelaten om het risico van opdrukken van de steenzetting te voorkomen.

Schematische dwarsdoorsnede van een dijk waarbij de zetsteenbekleding grotendeels is dichtgegoten. Het deel bij de teen blijft open en sluit aan op de teenbestorting langs het water.

5. Asfaltbekleding overlagen met asfalt

 

De extra asfaltlaag zorgt voor genoeg tegendruk waardoor het S-profiel niet kan ontstaan.

Schematische dwarsdoorsnede van een dijk waarbij een extra asfaltlaag over de bestaande asfaltbekleding is aangebracht op het bovenste deel van het talud.

6. Asfaltbekleding vervangen door een dikkere asfaltbekleding

De extra dikke asfaltlaag zorgt voor genoeg tegendruk waardoor het S-profiel niet kan ontstaan.

Schematische dwarsdoorsnede van een dijk waarbij de bestaande asfaltbekleding is vervangen door een dikkere asfaltbekleding op het talud.

7. Asfaltbekleding voorzien van fundering

De asfaltlaag ligt op een fundering met extreem lage doorlatendheid. Samen zorgen ze voor genoeg tegendruk waardoor het S-profiel niet kan ontstaan.

Schematische dwarsdoorsnede van een dijk waarbij onder de asfaltbekleding een aanvullende funderingslaag is aangebracht. De fundering ligt tussen het dijklichaam en de asfaltbekleding.

8. Asfaltbekleding overlagen met gepenetreerde breuksteen

De overlaging van gepenetreerde breuksteen zorgt samen met het asfalt wat er al ligt voor genoeg tegendruk waardoor het S-profiel niet kan ontstaan.

Schematische dwarsdoorsnede van een dijk waarbij gepenetreerde breuksteen is aangebracht boven op de asfaltbekleding op het bovenste deel van het talud.

9. Zetsteenbekleding overlagen met gepenetreerde breuksteen

De zetsteenbekleding wordt overlaagd met een dichte bekleding van gepenetreerde breuksteen waardoor er geen water meer door de steenzetting in de dijk kan lopen. De freatische lijn zal niet meer tot onder het asfalt kan komen waardoor het S-profiel niet kan ontstaan.

Schematische dwarsdoorsnede van een dijk waarbij gepenetreerde breuksteen is aangebracht over de zetsteenbekleding op het ondertalud. De overlaging sluit aan op de teenbestorting bij het water.

10. Asfalt- en zetsteenbekleding overlagen met gepenetreerde breuksteen

Indien uit de nadere uitwerking (na zeef 0) blijkt dat bouwsteen 9 onvoldoende veiligheid biedt, omdat het risico dat de freatische lijn  toch onder het asfalt komt en het S-profiel kan ontstaan niet weggenomen kan worden, dan wordt niet alleen het zetsteen maar ook het asfalt overlaagd. Hierdoor wordt het gewicht van de bekleiding ter plaatse van het asfalt vergroot waardoor er voldoende tegendruk is om een S-profiel te voorkomen.

Schematische dwarsdoorsnede van een dijk waarbij gepenetreerde breuksteen is aangebracht over zowel de asfaltbekleding als de zetsteenbekleding op het talud.

11. Asfalt- en zetsteenbekleding overlagen met breuksteen

De overlaging van breuksteen

De overlaging van breuksteen zorgt samen met de bestaande asfaltbekleding voor genoeg tegendruk om een S-profiel te voorkomen.

Schematische dwarsdoorsnede van een dijk waarbij een dikke laag breuksteen over de asfalt- en zetsteenbekleding is aangebracht. De breuksteen loopt door tot aan de teenbestorting bij het water.

12. Asfaltbekleding voorzien van drainage

De drainage zorgt er voor dat het water in de dijk niet voor overdruk kan zorgen en het S-profiel niet kan ontstaan.

Schematische dwarsdoorsnede van een dijk waarbij een dikke laag breuksteen over de asfalt- en zetsteenbekleding is aangebracht. De breuksteen loopt door tot aan de teenbestorting bij het water.

13. Golfbreker aanbrengen

De golfbreker voorkomt dat er golven op de asfaltbekleding komen. Zo wordt voorkomen dat golfterugtrekking het opdrukken van asfalt veroorzaakt en het S-profiel kan ontstaan. En de golfklap minder impact heeft wat de kans op falen van het waterbouw asfaltbeton verkleind.

Schematische dwarsdoorsnede van een dijk met teenbestorting langs het water en een vrijliggende golfbreker in het water aan de zeezijde.

In zeef 0 zijn de geïnventariseerde bouwstenen op hoofdlijnen getoetst aan het beoordelingskader met de volgende beoordelingscriteria: 

  • Waterveiligheid: lost de bouwsteen het technische probleem in voldoende mate op?

  • Uitvoerbaarheid: is de bouwsteen technisch haalbaar/uitvoerbaar en is het veilig te bouwen?

  • Beheerbaarheid: is het mogelijk om de bouwsteen te beheren en onderhouden?

  • Toegevoegde waterveiligheid: is er toegevoegde/verminderde waterveiligheid op andere (toekomstige) faalmechanismen?

De volgende bouwstenen zijn in deze fase afgevallen, die lossen het probleem namelijk niet op en/of zijn technisch onhaalbaar: 

  • 7. Asfaltbekleding met fundering:

    • Extreem lage doorlatendheid vereist.

    • Niet betrouwbaar realiseerbaar met gangbare materialen.

    • Te grote technische en beheerrisico’s → onvoldoende borging waterveiligheid.

  • 2. Asfaltbekleding met drainage

    • Werking onder maatgevende omstandigheden niet gegarandeerd.

    • Gevoelig voor verstopping en lastig te inspecteren en onderhouden.

    • Onvoldoende robuust voor waterveiligheid.

  • 13. Golfbreker

    • Door steile en diepe vooroever praktisch niet uitvoerbaar.

    • Vermindert belasting maar lost ASP niet bij de bron op.

    • Onvoldoende effectief en niet realiseerbaar.

Omdat de Helderse Zeewering wordt gedomineerd door één faalmechanisme, zijn de overgebleven bouwstenen vrijwel één-op-één vertaald naar mogelijke oplossingsrichtingen. Deze zijn vervolgens technisch nader uitgewerkt.

In zeef 1 zijn de mogelijke oplossingsrichtingen integraal en kwalitatief beoordeeld met het beoordelingskader. Naast het beoordelingskader is een afwegingskader toegepast waarin bestuurlijk zwaarwegende criteria expliciet zijn meegewogen. 

De afwegingscriteria bestaan uit:

Waterveiligheid

Hoofddoel van het project is het opleveren van een dijk die aan de waterveiligheidseisen voldoet

voor de komende 75 jaar. In het afwegingskader weegt dit criterium het zwaarst.

Snelheid

Er is bewust gekozen om een korte verkenningsfase te doorlopen (1 jaar). Dezelfde ambitie geldt voor de planuitwerkingsfase (PU). De snelheid is van belang omdat er geen sprake is van handelingsperspectief bij het optreden van het faalmechanisme. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier wil hierdoor zo snel als mogelijk en verantwoord is de dijk versterken. In de afweging wordt bekeken of een mogelijke oplossing deze belemmerd of juist mogelijk maakt.

Duurzaamheid

Voor de Helderse Zeewering is vanaf de start van de verkenningsfase duurzaamheid integraal meegenomen in het ontwerpproces. Dit wordt bereikt door de inzet van o.a. MKI-berekening en het ambitieweb. Het grootste vergunningsrisico voor de uitvoering is de uitstoot van stikstof. In de afweging worden externe specialisten gevraagd mee te denken en inzicht te geven in de mogelijkheden om te komen tot de juiste keuze van het voorkeursalternatief dat duurzaam en vergunbaar is.

Vergunbaarheid

Randvoorwaarde voor het project is dat het vergunbaar is. Hierdoor wordt dit criterium in de

afweging zwaar meegewogen.

Kosten

De kosten van de uitvoering spelen een belangrijke rol in de onderbouwing van een sober en

doelmatig ontwerp. Dit is van belang voor de subsidiabiliteit van het project.

Het resultaat van zeef 1 is een beperkt aantal kansrijke alternatieven die voldoende onderscheidend en perspectiefvol zijn om verder technisch uit te werken. Het gaat om:

  • Asfaltbekleding vervangen door steenbekleding op open fundering;

  • 5. Asfaltbekleding overlagen met asfalt;

  • 6. Asfaltbekleding vervangen door een dikkere asfaltbekleding;

  • 9. Steenzetting overlagen met gepenetreerde breuksteen.

Deze kansrijke oplossingen lossen het faalmechanisme ASP (bezwijken asfaltbekleding door ontstaan S-profiel) in voldoende mate op en kennen geen onoverkomelijke belemmeringen voor verdere uitwerking.

De overige onderstaande oplossingsrichtingen zijn in zeef 1 afgevallen omdat zij onvoldoende meerwaarde boden, slechter scoorden op duurzaamheid of kosten, of te grote risico’s kenden voor omgeving, beheer of vergunningverlening.

  • 2. Asfaltbekleding vervangen door zetsteenbekleding op ondoorlatende fundering

    Deze oplossingsrichting is afgevallen omdat zij inhoudelijk sterk lijkt op het alternatief met een open fundering, maar geen aantoonbare meerwaarde biedt. De toepassing van een ondoorlatende (bijvoorbeeld klei) fundering brengt bij de zware golfbelasting van de Helderse Zeewering extra risico’s met zich mee op vervorming en onzeker lange termijngedrag, terwijl de kosten en technische complexiteit hoger zijn. Omdat een eenvoudiger en robuuster alternatief beschikbaar is, is deze oplossingsrichting niet doelmatig bevonden.

  • 4 (samengevoegd met 3). Zetsteenbekleding dichtgieten en teen eventueel openlaten

    Deze oplossingsrichting is afgevallen vanwege onvoldoende robuustheid in waterveiligheid en grote uitvoeringsrisico’s. Bij een open teen blijft het risico bestaan dat de freatische lijn onder het asfalt komt, terwijl bij een gesloten teen juist overdruk onder de steenzetting kan ontstaan. Daarnaast is de uitvoering complex door werken in de getijzone en het verwijderen van ingeklemde voegvulling, en scoort de oplossing ongunstig op duurzaamheid en ecologie door toepassing van bitumineus materiaal.

  • 8. Asfaltbekleding overlagen met gepenetreerde breuksteen

    Deze oplossingsrichting is afgevallen omdat zij onvoldoende onderscheidend is ten opzichte van het alternatief met een asfaltoverlaging. De variant met gepenetreerde breuksteen kent extra nadelen op het gebied van beheerbaarheid en uitvoerbaarheid, met name door de kwetsbaarheid van de onderrand bij golfaanval en werkzaamheden in de getijzone, terwijl duidelijke voordelen op kosten, duurzaamheid of omgeving ontbreken.

  • 10. Asfalt- en zetsteenbekleding overlagen met gepenetreerde breuksteen

    Hoewel deze oplossingsrichting technisch robuust is, is zij afgevallen vanwege de hoge milieubelasting, kosten en ruimtelijke impact. De benodigde grote hoeveelheden breuksteen en bitumineus materiaal leiden tot een hoge MKI score, ongunstige landschappelijke inpassing en verminderde toegankelijkheid. Omdat een vergelijkbare oplossing met minder materiaalgebruik beter scoort, is deze variant niet verder uitgewerkt.

  • 11. Asfalt- en zetsteenbekleding overlagen met breuksteen

    Deze oplossingsrichting is afgevallen omdat voor voldoende veiligheid een zeer dikke breuksteenlaag nodig is, wat leidt tot zeer hoge kosten, een ingrijpende wijziging van het dijkprofiel en grote landschappelijke en gebruiksbezwaren. Daarnaast zijn er risico’s voor stabiliteit en beheer door het grote gewicht en mogelijke verplaatsing van breuksteen. De oplossing is daardoor niet proportioneel ten opzichte van het projectdoel.

In zeef 2 zijn de kansrijke oplossingen technisch een stap dieper uitgewerkt tot kansrijke oplossing. Onder andere zijn:

  • dwarsprofielen en ruimtebeslag uitgewerkt;

  • uitvoeringswijze en fasering beschreven;

  • kostenramingen verfijnd;

  • milieu-impact berekend (MKI);

  • effecten op omgeving, beheer en toekomstvastheid nader beoordeeld.

Deze stap maakt het mogelijk om alternatieven objectief en integraal met elkaar te vergelijken.

Op basis van deze verdieping is een eindafweging gemaakt. Daarbij is gekeken welk alternatief:

  • het faalmechanisme het meest robuust oplost;

  • toekomstvast en beheerbaar is;

  • het beste scoort op duurzaamheid en milieu;

  • het minste risico kent voor vergunningen en omgeving;

  • en doelmatig is vanuit kostenperspectief.

De resultaten beoordeling is te zien in onderstaande tabel

Figuur 3‑2 Samenvatting van de effectbeoordeling van de alternatieven in zeef 2. De alternatieven zijn per criterium beoordeeld als: zeer slecht, slecht, neutraal, goed of zeer goed. 

Criterium

1. Asfaltbekleding vervangen door steenbekleding

5. Asfaltbekleding overlaging met asfalt

6. Asfaltbekleding vervangen door dikkere asfaltbekleding

9. Steenzetting overlaging met gepenetreerde breuksteen

Waterveiligheid

Waterveiligheidswinst

zeer goed

zeer goed

zeer goed

zeer goed

Beheerbaarheid

zeer goed

neutraal

zeer goed

slecht

Toekomstvast/Aanpasbaarheid

zeer goed

goed

goed

goed

Meerwaarde waterveiligheid

neutraal

neutraal

neutraal

neutraal

Duurzaamheid

Milieu-impact en CO₂-uitstoot

goed

neutraal

zeer slecht

neutraal

Circulariteit

slecht

goed

slecht

zeer slecht

Biodiversiteit

zeer goed

neutraal

neutraal

slecht

Uitvoerbaarheid

Uitvoerbaarheid

zeer goed

neutraal

neutraal

slecht

Kosten

 

 

 

 

Investeringskosten

goed

goed

neutraal

goed

Levensduurkosten

zeer goed

slecht

neutraal

slecht

Inpassing in de omgeving

Ruimtelijke kwaliteit en beleving

zeer goed

zeer slecht

neutraal

slecht

Natuurwaarden

zeer goed

neutraal

neutraal

slecht

Historische waarden

neutraal

slecht

neutraal

slecht

Grond- en oppervlaktewater

neutraal

neutraal

neutraal

neutraal

Bodem

neutraal

neutraal

neutraal

neutraal

Gebruiksfuncties van de dijk

Recreatief medegebruik

neutraal

slecht

neutraal

slecht

Verkeer en bereikbaarheid

neutraal

neutraal

neutraal

neutraal

Milieuaspecten

Vergunbaarheid

neutraal

slecht

neutraal

neutraal

Stikstof

slecht

slecht

zeer slecht

goed

Woon-, werk- en leefmilieu

neutraal

neutraal

neutraal

neutraal

Hinder tijdens de aanleg

neutraal

neutraal

slecht

slecht

Uit zeef 2 komt één alternatief duidelijk als beste naar voren en is aangewezen als voorkeursalternatief te weten: 1. het vervangen van de asfaltbekleding door een steenbekleding op open fundering.

Dit alternatief:

  • heeft een lange levensduur en lage beheerlasten;

  • scoort gunstig op milieu en biodiversiteit;

  • past goed in het landschappelijke beeld;

  • kent beperkte vergunningsrisico’s;

  • en is technisch goed uitvoerbaar.

3.3.3 Voorkeursalternatief

Het voorkeursalternatief (Figuur 3‑3) bestaat uit het vervangen van de asfaltbekleding in het onderbeloop van de dijk door een steenbekleding. Technisch gezien wordt hiermee het faalmechanisme ASP (bezwijken asfaltbekleding door ontstaan S-profiel) direct weggenomen, doordat het kwetsbare asfalt volledig wordt verwijderd.

De nieuwe steenbekleding wordt aangebracht op een open funderingsopbouw met een filterlaag van steenslag. Deze open constructie zorgt ervoor dat waterdruk zich niet kan ophopen onder een gesloten bekleding, waardoor opdrukverschijnselen worden voorkomen. De steenbekleding sluit onderaan aan op de bestaande steenzetting bij de teen van de dijk en loopt naar boven toe door tot net onder de buitenberm, waar een overgangsconstructie wordt gerealiseerd naar de bestaande asfaltbekleding.

De maatregel wordt uitgevoerd over de volledige lengte van het versterkingstraject.

Figuur 3‑3 dwarsdoorsnede voorkeursalternatief 
Technische dwarsdoorsnede van de dijkbekleding van het voorkeursalternatief. Op het schuine talud zijn een open fundering van circa 0,45 meter dik en daarboven betonnen kunststeen van circa 0,30 meter dik aangegeven.
3.4 Beschrijving definitief ontwerp

Het voorkeursalternatief is nader uitgewerkt tot een definitief ontwerp (documentbijlage MO 3) van de Helderse Zeewering. Het voorziet in het vervangen van de bestaande asfaltbekleding op het ondertalud door een steenbekleding. In het ontwerp is onderscheid gemaakt tussen de Waddenzeezijde en de Noordzeezijde (zie Figuur 3‑4). Dit onderscheid hangt samen met de variërende golfbelasting. Een hogere golfbelasting leidt tot grotere hydraulische belastingen op de bekleding en de onderliggende lagen, waardoor een zwaardere opbouw met grotere laagdiktes nodig is om de stabiliteit te waarborgen. Bij een lagere golfbelasting kan met een lichtere opbouw worden volstaan. Het constructieve principe blijft daarbij aan beide zijden gelijk. 

Figuur 3‑4 Overzichtskaart deeltrajecten project Helderse Zeewering
Kaart van Den Helder en Huisduinen met het dijktraject langs de kust, opgedeeld in drie deeltrajecten. De Noordzeezijde is lichtblauw aangegeven vanaf Huisduinen tot aan de westpunt, de Waddenzeezijde is roze langs de Zee-Promenade richting Havenplein, en het overgangsgebied daartussen is lichtgeel gemarkeerd. Op de kaart staan onder meer Fort Erfprins, Den Helder, Huisduinen en straatnamen langs het dijktraject. Rechtsonder staat een legenda met de drie deeltrajecten.

Aan de Waddenzeezijde, waar sprake is van een relatief milder golfklimaat, wordt de asfaltbekleding beneden circa NAP +4,3 meter vervangen door een steenbekleding van betonnen kunststeen. De toplaag heeft hier een dikte van 30 cm. Onder de toplaag wordt een uitvullaag van 10 cm toegepast, gevolgd door een filterlaag van circa 35 tot 55 cm dik, afhankelijk van de locatie. De filterlaag bestaat uit steenslag, waaronder een funderingslaag, bestaande uit een uitvullaag en filterlaag, is aangebracht op de zandkern van de dijk. Bovenin sluit de steenbekleding aan op het bestaande asfalt via een asfaltwig (een wigvormige, geleidelijk dunner wordende, asfaltstrook). Dit zorgt voor een geleidelijke overgang en verkleint de kans op scheurvorming, rafeling of schade aan de rand van de aansluiting onder herhaalde golfklappen en verkeers-/onderhoudsbelasting. Daarnaast draagt de asfaltwig bij aan een constructief en waterdicht detail. Een representatief dwarsprofiel is te zien in Figuur 3‑5. De gedetailleerde bovenaanzichten en dwarsprofielen zijn weergegeven in documentbijlagen MO 11 en 12.

Figuur 3‑5 Representatief dwarsprofiel van de nieuwe situatie
Schematisch dwarsprofiel van een dijk met verschillende zones op het talud. Bovenaan ligt een asfaltbekleding met daarnaast een onderhoudspad. Lager op het talud zijn een toplaag, een filterlaag en een bestaand talud aangegeven. In de tekening zijn de breedtes van de onderdelen benoemd: 10 meter asfalt, 5 meter onderhoudspad, 14 meter toplaag en 8 meter bestaand talud. Onder het profiel staan ook het permanente ruimtebeslag van 12 meter en het tijdelijke ruimtebeslag van 36,5 meter weergegeven. Op de kruin en het talud zijn kleine figuren en vogels getekend ter illustratie.

Deeltraject Noordzeezijde

Het profiel aan de Noordzeezijde is ontworpen voor een zwaardere hydraulische belasting en kent daarom een robuustere opbouw. Ook hier wordt het asfalt onder NAP +4,3 m vervangen door betonnen kunststeen, maar met een grotere constructieve dikte. In het zwaarst belaste deel bedraagt de dikte van de toplaag 45 cm, met daaronder een uitvullaag van 10 cm en een filterlaag van circa 105 cm dik. In minder zwaar belaste delen wordt een toplaag van 30 cm toegepast, met een filterlaag van respectievelijk circa 35 tot 55 cm. Ook hier bestaat de fundering uit een uitvullaag en een filterlaag op de zandkern. De overgang naar het asfalt wordt ook hier uitgevoerd met een asfaltwig, waarbij de effectieve asfaltdikte ter plaatse van de overgang varieert tussen circa 40 en 55 cm. Een representatief dwarsprofiel is te zien in Figuur 3‑5.

Overgangsgebied

Tussen het zwaarst belaste deel aan de Noordzeezijde en het lichter belaste deel aan de Waddenzeezijde ligt een overgangsgebied. De golfbelasting is hier lager dan aan de Noordzeezijde, maar hoger dan op het resterende deel aan de Waddenzeezijde. Daarom wordt hier een lichtere opbouw toegepast dan aan de Noordzeezijde, maar met een dikkere onderlaag dan op het Waddenzeetraject.

Op dit deeltraject wordt de asfaltbekleding op het ondertalud vervangen door een steenbekleding met een toplaag van zetstenen met een dikte van 30 cm. Onder de zetstenen wordt een uitvullaag aangebracht. Daaronder komt een filterlaag met een dikte van circa 50 cm.

Overkoepelend ontwerpprincipes

Voor beide profielen geldt dat het dijkcontour en de kruinhoogte ongewijzigd blijven en dat het ontwerp is afgestemd op een ontwerplevensduur van 75 jaar. De verschillen in laagdiktes zijn rechtstreeks gekoppeld aan de lokale golfbelasting, terwijl materiaalkeuze, overgangsdetails en constructieve opbouw consistent zijn over het gehele traject. 

Natuurinclusieve maatregelen

Naast de civieltechnische versterking van de Helderse Zeewering is in het definitief ontwerp ook ruimte opgenomen voor natuurinclusieve maatregelen. Deze maatregelen zijn erop gericht de ecologische kwaliteit van de bekleding te vergroten en de ontwikkeling van karakteristieke kustnatuur te stimuleren.

Zadenslurrie 

Een van de voorgestelde maatregelen is het toepassen van zadenslurrie. Zadenslurrie is een mengsel van water, klei, organisch materiaal en grote hoeveelheden lokaal verzamelde bloemzaden. Dit mengsel wordt op een aantal plaatsen in de voegen van de zetsteenbekleding aangebracht. Daarmee worden geschikte vestigingsplekken gecreëerd voor inheemse kustflora. Hiervoor worden een tiental hotspots in gericht. Een voorbeeld hiervan is te weergeven in Figuur 3‑6.

Figuur 3-6 aangebrachte zadenslurrie tussen zetstenen
Close-up van een strook zadenslurrie op een stenige ondergrond. De natte, grijsbruine massa ligt als een langwerpige baan over de bodem, met losse stenen verspreid eromheen. De foto is laag bij de grond genomen, waardoor de structuur van het materiaal sterk zichtbaar is.

Hotspots voor korstmossen

Daarnaast worden er plaatselijk basaltzuilen toegepast om hotspots voor korstmossen te creëren. Basaltzuilen (Figuur 3‑7) zijn geschikter voor de vestiging van korstmossen dan basalton (zetsteen van beton). Dit heeft te maken met de zuurtegraad en de microporiën (vochtvasthoudend vermogen) van basalt in vergelijking met beton. Korstmossen zullen zich eerder op basalt vestigen en de soortenrijkdom op basalt is ook groter. Met het plaatselijk toepassen van basaltzuilen kunnen dus hotspots voor korstmossen worden gecreëerd. 

Figuur 3-7 basaltzuilen begroeid met korstmossen
Foto van basaltzuilen langs de waterkant, deels begroeid met gele aanslag of vegetatie. Dit zijn korstmossen genoemd.

Inpassing en gebruik

Bij de verdere uitwerking van het ontwerp is ook rekening gehouden met het bestaande gebruik van de Helderse Zeewering. Aan de buitenzijde van het talud van de Helderse Zeewering is een bestaande zwemtrap aanwezig. Deze wordt gebruikt door Zwemvereniging Marsdiep. In het ontwerp wordt een nieuwe trap ingepast. Deze wordt in zetsteen uitgevoerd en voorzien van een leuning. Dit wordt in het uitvoeringsontwerp uitgewerkt. De ligging van de nieuwe trap is op bestaande locatie. Een voorbeeld van de zwemtrap is zichtbaar in Figuur 3‑8.

Figuur 3‑8 gebruik van de dijk door de zwemvereniging
Een foto van de Helderse Zeewering met daarop een keet en de zwemtrap van de dijk het water in.Peter van Aalst

Daarnaast biedt de gemeente de mogelijkheid om circa vier extra dijktrappen te integreren in de dijkbekleding, wat de toegankelijkheid van de dijk vergroot. De exacte locaties van deze trappen zullen nog worden vastgesteld. Hiervoor dient separaat een vergunning te worden aangevraagd. Indien deze vergunning niet tijdig wordt verkregen, zal het oorspronkelijke ontwerp op betreffende locaties worden voortgezet. De trappen dienen uitsluitend ter verbetering van de bereikbaarheid en hebben geen waterstaatkundig doel. De indicatieve locatie van de extra trappen is weergeven in Figuur 3‑9.

Figuur 3‑9 indicatieve locatie van de zwem trap bij de zwemvereniging(blauw) en de extra dijktrappen (rood).
Overzichtskaart van de Helderse Zeewering met indicatieve locaties van trappen. De blauwe markering geeft de locatie van de zwemtrap bij de zwemvereniging aan. De rode markeringen geven de locaties van de extra dijktrappen langs de zeewering aan.
3.5 Flexibiliteit in het projectbesluit

In de vorige paragraaf is het definitief ontwerp besproken. Dit ontwerp is de basis voor het projectbesluit. Het definitief ontwerp wordt verder uitgewerkt tot een uitvoeringsontwerp en een bestek. Ten opzichte van het definitief ontwerp vindt in het uitvoeringsontwerp nadere detaillering plaats. Zo worden details als de dijktrappen en de vlettenhelling uitgewerkt. Het bestek bevat onder andere gedetailleerde technische beschrijvingen, verplichte voorwaarden en materiaaleisen.

Denkbaar is dat een verdere (technische) uitwerking of optimalisatie het wenselijk maakt van het definitief ontwerp af te wijken. In hoofdstuk 5 van de Regeling is om die reden een bepaling opgenomen die enige flexibiliteit toelaat.  Bij de realisatie van de dijkversterking binnen het projectgebied Helderse Zeewering mag worden afgeweken van het dijkversterkingsontwerp mits het past binnen de randvoorwaarden in hoofdstuk 5.3. 

4 Uitvoering 

4.1 Verwachte uitvoeringswijze
4.1.1 Werkzaamheden en materieel

De versterking van de Helderse Zeewering vindt gefaseerd plaats in het open seizoen (15 april – 15 oktober) en bestrijkt meerdere jaren. De uitvoering start in 2027 en is eind 2029 gereed. Het werk wordt zodanig uitgevoerd dat de waterveiligheid tijdens de werkzaamheden gewaarborgd blijft. Dit betekent dat er op zodanige wijze gewerkt wordt dat de dijk in het werkgebied binnen 48 uur dichtgezet kan worden in een noodsituatie. Hieronder staan de stappen beschreven waaruit de versterking bestaat. Elke stap bestaat uit verschillende werkzaamheden. 

Stap 1: Voorbereidende fase

  • Inrichting van een ketenpark ter hoogte van Kaaphoofd, dit is het tijdelijk ingerichte deel van de bouwplaats waar bouwketen en ondersteunende voorzieningen voor het projectpersoneel zijn ondergebracht. De aannemer is niet verplicht om gebruik te maken van deze locatie. Indien hij kiest voor een andere locatie dient daarvoor separaat toestemming/vergunning voor worden verkregen; 

  • Plaatsen van bebording die waarschuwt voor o.a. werkverkeer; 

  • Treffen van veiligheidsmaatregelen door hekken te plaatsen rond het deel dat in uitvoering is; 

  • Frezen en inzagen van de volledige lengte van de betreffende deeltrajecten, dit gebeurt vooraf;

  • Naast het tijdelijke ruimtebeslag langs het tracé wordt voor de uitvoering gebruikgemaakt van een bestaande depotlocatie van de opdrachtgever ter hoogte van de Kooy waar steenbekleding en steenslag worden overgeslagen.  Omdat dit een bestaande inrichting is die ook regulier wordt gebruikt door Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, is deze locatie niet opgenomen in het tijdelijk ruimtebeslag op kaart.

Stap 2. Openleggen van de dijk (per deeltraject zie ook Figuur 4-1) 

De dijk wordt per deeltraject gefaseerd opengelegd. De werkzaamheden bestaan uit: 

  • het kapot prikken van de asfaltverharding met een pneumatische sloophamer; 

  • het verwijderen en afvoeren van de asfaltverharding met vrachtwagens naar een externe locatie; 

  • het ontgraven en afvoeren van de zandige onderlaag met vrachtwagens naar een externe locatie. 

Deze werkzaamheden worden waar redelijkerwijs mogelijk in een aaneengesloten en in een logische werkvolgorde uitgevoerd zodat de voortgang behouden wordt.

Figuur 4‑1 opbreken en afvoeren bestaande asfaltverharding
3D-visualisatie van werkzaamheden aan een dijkbekleding. Op het talud staan twee graafmachines en boven op de dijk staat een vrachtwagen. Een deel van de bekleding is al verwijderd of opengelegd, terwijl een ander deel nog intact is. Op de achtergrond zijn een grasdijk, een weg en een rode vuurtoren te zien.

Stap 3. Herstellen en opbouwen van de nieuwe bekleding (zie ook Figuur 4-2)

Zodra een deeltraject grotendeels is opengelegd, wordt gestart met de herstellende werkzaamheden, waaronder: 

  • het aanbrengen van een fundering en filterlaag bestaande uit steenslag; 

  • het aanbrengen en stabiliseren van de zetsteenbekleding; 

  • het verder opbouwen van de constructie totdat het deeltraject weer waterveilig is. 

Figuur 4‑2 opbouwen nieuwe steenbekleding 
3D-visualisatie van een dijktalud in doorsnede tijdens of na werkzaamheden aan de bekleding. Verschillende lagen van het talud zijn zichtbaar: een open zandig deel, een grijze tussenlaag en rechts een bekleding met blokken. Boven op de dijk liggen een weg en een grasbekleding, met op de achtergrond een rode vuurtoren. Onderaan loopt een persoon over het donkere voorland of de teen van de dijk.

Stap 4. Afrondende werkzaamheden 

Na afronding worden: 

  • de slijtlaag en asfaltverharding aangebracht op het gedeelte waar de vrachtwagens hebben gereden (na afronding dijkversterking);

  • het ketenpark, hekwerk en bebording verwijderd. 

In het volgende open seizoen wordt dezelfde werkwijze toegepast voor de resterende vakken.

4.1.2 Werkruimte en aan- en afvoerroutes

Onderstaand een aantal uitgangspunten ten aanzien van de uitvoering: 

  • Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier stelt een depotlocatie beschikbaar bij De Kooy. Hier kan steenbekleding en steenslag worden overgeslagen van een schip op een vrachtwagen;

  • De aan- en afvoerroute is vastgelegd en loopt via de Van Kinsbergenbrug en Nieuwe Diep naar Hoofdgracht waar de dijk op gereden wordt (zie Figuur 4-3);

  • Er dient rekening gehouden te worden met ongeveer 30 tot 50 transportbewegingen per dag;

  • De werkzaamheden worden alleen op weekdagen en op zaterdag, tussen 7.00 uur en 19.00 uur verricht.  Uitvoering dient ten aanzien van hinder te voldoen aan de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Den Helder (“APV”) en andere geldende wet- en regelgeving zoals de zorgplicht in artikel 2.11 Besluit activiteiten leefomgeving in geval van de uitvoering van een milieubelastende activiteit (als bedoeld in artikel 3.48m Besluit activiteiten leefomgeving). In het geval dat niet kan worden voldaan aan de geluidsnormen uit de APV, is een ontheffing mogelijk op grond van de artikelen 4.5a en 4.6 APV;

  • De precieze volgorde van werkzaamheden wat betreft de deeltrajecten wordt door de aannemer bepaald;

  • Er wordt uitgegaan van het werken met één materieelset. Deze set bestaat uit drie hydraulische kranen, een freesmachine, een zaagmachine, een mobiele graafmachine, diverse vrachtwagens en een team van grondwerkers en stratenmakers. Daarnaast worden ook ondersteunende werktuigen ingezet, waaronder een trilplaat, shovel en wals.

Figuur 4‑3 verplichte rijroute in blauw 
uchtfoto van het havengebied van Den Helder met een blauw gemarkeerd traject langs de waterkering en kade. De route loopt via de Van Kinsbergenbrug en Nieuwe Diep naar Hoofdgracht waar de dijk op gereden wordt. Op de kaart zijn onder meer Den Helder, Willemsoord, Veerhaven en het opstelterrein van TESO benoemd.
4.2 Hinderbeperking tijdens uitvoering

Tijdens de uitvoering worden maatregelen genomen om hinder voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. 

Geluidhinder wordt beperkt doordat sloop- en herstelwerkzaamheden in een doorlopende werkstroom worden uitgevoerd, waardoor de overlast per locatie van korte duur is en nooit meer dijkbekleding wordt opengelegd dan binnen 48 uur weer kan worden gesloten. Ook moet de aannemer voldoen aan de geldende wet- en regelgeving voor geluid (artikelen 4:5a en 4:6 Algemene plaatselijke verordening).  Lichthinder wordt tegengegaan door werkverlichting alleen functioneel en gericht toe te passen binnen de werkzones, zoals bij het ketenpark, het depot en langs de dijk wanneer in de donkere uren wordt gewerkt. Daarmee wordt onnodige lichtuitstraling naar de omgeving zoveel mogelijk voorkomen. 

Verkeershinder wordt beperkt doordat de aanvoer van materiaal via een voorgeschreven route plaatsvindt, zodat het lokale wegennet zo min mogelijk wordt belast. Daarnaast is de verwachting dat de toename van vervoersbewegingen beperkt blijft. Hinder voor recreanten wordt verminderd door tijdens de uitvoering van de werkzaamheden op de buitenzijde van de dijk tijdelijke omleidingsroutes voor fietsers en wandelaars in te stellen langs de binnenzijde van de dijk. Op deze manier wordt de omgeving tijdens de uitvoering zo goed mogelijk bereikbaar en veilig gehouden. 

In algemene zin geldt dat de aannemer zich moet houden aan de zorgplicht in artikel 2.11 Besluit activiteiten leefomgeving als het gaat om een milieubelastende activiteit zoals het “toepassen van bouwstoffen” (artikel 3.48m Besluit activiteiten leefomgeving). Voor een uitgebreide beschrijving van de hinderbeperkende maatregelen wordt verwezen naar paragraaf 7.4.

4.3 Planning

De uitvoering van het project is gepland voor 2027 tot en met 2029. De planning is dat de Helderse Zeewering dan in 2029 weer waterveilig is op basis van de huidige normering.

5 Randvoorwaarden project

5.1 Randvoorwaarden vanuit veiligheid en financiering

In deze paragraaf wordt ingegaan op de randvoorwaarden die gelden voor het waarborgen van de veiligheid en het verkrijgen van de financiering voor de dijkversterking vanuit het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP).

Veiligheidsniveau waterkering

De waterkering voldoet na de dijkversterking aan het in de wet vereiste veiligheidsniveau. Dat is een eis die is vastgelegd in de Omgevingswet (artikel 2.0a juncto artikel 2.0c van het Besluit kwaliteit leefomgeving) ten aanzien van de kans waarop een waterkering faalt (overstroming). De maatregelen in onderhavig projectbesluit dienen te voldoen aan de wettelijk vastgestelde normen voor de bescherming tegen overstroming. Voor de Helderse Zeewering geldt een maximaal toelaatbare overstromingskans van 1/1.000 (eenduizendste) per jaar. Daarnaast bepalen de volgende ontwerpuitgangspunten in belangrijke mate de afmetingen van een waterkering.

De dijkversterking is ontworpen met een ontwerplevensduur van minimaal 75 jaar

De ontwerplevensduur van de dijkversterking is 75 jaar (zichtjaar 2100). Hiervoor is gekozen omdat de waterstand en de maximale hoogte van de steenzetting voor dat jaar bepalend zijn voor het ontwerp. Uit de nieuwe berekening blijkt dat de maximale aanleghoogte van de steenzetting voor 2100 uitkomt op NAP+4,3 m, wat iets lager is dan de buitenberm. Door specifiek voor 2100 te ontwerpen, wordt rekening gehouden met toekomstige omstandigheden zoals zwaardere golven en hogere waterstanden. Zo blijft de steenzetting ook op lange termijn veilig en voldoet deze aan de eisen voor waterveiligheid.

Klimaatscenario

We weten dat het klimaat verandert. De mate waarin en in welke hoedanigheid is onzeker. Daarom heeft het KNMI voor de toekomstige ontwikkeling van het klimaat verschillende scenario’s opgesteld om inzicht te krijgen in de bandbreedte van de gevolgen. Er zijn twee scenario’s beschikbaar voor het berekenen van de dijkhoogte, waarvan het zogenaamde W+-scenario gebruikelijk is.

In de ontwerplevensduur is klimaatverandering meegenomen. Voor de zeespiegelstijging wordt uitgegaan van klimaatscenario KNMI2006 W+. Uit berekening met de software Hydra-NL blijkt dat de verwachte zeespiegelstijging 75 centimeter in 2100 is.

(Water)Veiligheid tijdens dijkversterking

De waterkering dient tijdens realisatieperiode ten minste te voldoen aan het bij start werk aanwezige veiligheidsniveau. Werkzaamheden kunnen de dijk verzwakken maar in dat geval worden er aanvullende maatregelen genomen die ervoor zorgen dat het bestaande veiligheidsniveau gehandhaafd blijft. Deze aanvullende maatregelen dient de aannemer uit te werken en ter goedkeuring voor te leggen aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. 

Het ontwerp is kostenefficiënt

Het uitgangspunt van het ontwerp is een sobere en doelmatige dijkversterking. De investeringskosten van de dijkversterking komen daarmee in aanmerking voor een subsidie van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Het Hoogwaterbeschermingsprogramma is op de hoogte van het ontwerp en heeft getoetst of het voorkeursalternatief zicht geeft op een sober en doelmatig ontwerp. Dat is het geval. 

Een duurzame waterkering

De doelen en ambities voor duurzaamheid zijn in de verkenningsfase bepaald en vanuit daar integraal meegenomen in het project. In de planuitwerkingsfase zijn de ambities en doelen verder uitgewerkt. De totale milieu‑impact van het werk over de hele levenscyclus is in kaart gebracht met een MKI‑berekening (Milieukostenindicator). We voerden onderzoeken uit welke materialen hergebruikt kunnen worden en we keken naar de uitvoeringswijze in het kader van emissieloos bouwen. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is medeondertekenaar van het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen. Voor de Helderse Zeewering wordt het ingroeimodel binnen het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen toegepast. Dit is een stapsgewijze aanpak (routekaart) waarbij eisen voor emissieloos bouwmaterieel richting 2030 geleidelijk toenemen.

5.2 Randvoorwaarden vanuit beheer en onderhoud 

Tijdens de uitvoeringsperiode is de aannemer verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van het deel waaraan gewerkt wordt. De verantwoordelijkheden in beheer en onderhoud na de realisatiefase veranderen niet ten opzichte van de huidige situatie. Het beheer en onderhoud van de primaire waterkering ligt uiteindelijk bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

5.3 Randvoorwaarden vanuit wetgeving/vergunningen/beleid

Voor de uitvoering van het projectbesluit zijn geen hoofdvergunningen nodig die dienen te worden voorbereid met de uniforme uitgebreide voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht.  

Tijdens de aanleg en in de gebruiksfase zijn significante effecten op Natura 2000-gebieden door stikstof- depositie uitgesloten (zie Voortoets documentbijlage MO 7).

Er gelden maatregelen om verstoring van Rode lijstsoorten te voorkomen. Deze maatregelen worden uitgewerkt in een Ecologisch Werkprotocol (zie documentbijlage MO 13). De verstoring van Rode lijstsoorten, zeealsem, zeepostelein en melkkruid, leidt echter niet tot vergunningplicht. Voor deze soorten geldt een specifieke zorgplicht volgens artikel 11.27 van het Besluit activiteit leefomgeving.

Overige vergunningen en meldingen, gericht op de wijze van uitvoering, worden later in het project aangevraagd door de aannemer. Denk hierbij aan een verkeersbesluit voor tijdelijke afsluiting van de fietsbare verbinding op de dijk of meldingen voor de afvoer van teerhoudend asfalt.

Er zal afzonderlijk een omgevingsvergunning aangevraagd worden voor de eventuele aanvullende realisatie van dijktrappen.

Er wordt geen gebruik gemaakt van de coördinatie als bedoeld in afdeling 3.5 Algemene wet bestuursrecht (“Awb”). De reden is omdat in dit geval onvoldoende voordelen hieraan zijn verbonden Het aantal omgevingsvergunningen, alsmede andere besluiten, voor de uitvoering van het project is namelijk gering. (Artikel 5.45, tweede lid juncto artikel 16.7 Omgevingswet verplicht in beginsel het gebruik van afdeling 3.5 Awb; artikel 3:21, derde lid Awb staat toe dat coördinatie achterwege kan blijven bij, kort gezegd, onvoldoende voordelen).

6 Toetsing voornemen aan wet- en regelgeving en beleid

6.1 Europese wet- en regelgeving en beleid

Vogel- en Habitatrichtlijn

De Vogel- en Habitatrichtlijn richten zich op het behouden van de biodiversiteit in Europa. Dit doel wordt nagestreefd door het beschermen van soorten en gebieden die zijn aangewezen door het Rijk. Deze beschermingsgebieden vormen een samenhangend netwerk in Europa, de Natura 2000- gebieden. Wanneer een gebied wordt aangewezen tot een Natura 2000 gebied, bevat dit besluit de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten onder de Vogelrichtlijn en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke leefgebieden en habitat van soorten onder de Habitatrichtlijn. 

De Helderse Zeewering zelf is geen Natura 2000-gebied maar ligt wel in de nabijheid van een aantal aangewezen gebieden. De Natura 2000- gebieden Waddenzee en Noordzeekunstzone omvat het water dat start ter hoogte van de oeverlijn van de onderhavige waterkering. Het Natura 2000 gebied Duinen Den Helder – Callantsoog begint nabij het zuidelijkste deel van het projectgebied. In het kader van de natuurwetgeving zijn de effecten van het project in relatie tot de Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijn onderzocht (zie Voortoets documentbijlage MO 7). De conclusie is dat de versterking van de Helderse Zeewering geen (significant) negatieve gevolgen heeft voor de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden en geen belemmering vormt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden Duinen Den Helder-Callantsoog, Duinen en Lage Land van Texel, Waddenzee en Noordzeekustzone.

6.2 Nationale wet- en regelgeving en beleid

Omgevingswet en Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) 

Het projectbesluit draagt bij aan de gestelde doelen van de Omgevingswet, zoals het bereiken en onder- houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en deze doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om maatschappelijke behoeften te vervullen. 

De Helderse Zeewering is een primaire waterkering. Per dijktraject van die primaire waterkering gelden op grond van artikel 2.0c Besluit kwaliteit leefomgeving veiligheidsnormen (‘Omgevingswaarden’). Uit bijlage II van het Besluit kwaliteit leefomgeving volgt dat de Helderse Zeewering onderdeel uitmaakt van dijktraject 13-4. Uit diezelfde bijlage blijkt dat voor die waterkering een overstromingskans van ten hoogste 1:1.000 per jaar geldt. Met de uitvoering van het project wordt bewerkstelligd dat de betreffende waterkering aan de geldende normen voldoet. 

Nationale Omgevingsvisie 

Het onderhavige projectbesluit is in overeenstemming met de Nationale Omgevingsvisie (‘NOVI’). De NOVI stelt ruimte voor klimaatadaptatie als prioriteit. Nederland is een delta, die voor een vijfde deel uit water en zee bestaat. Waterveiligheid wordt expliciet erkend als een basisvoorwaarde voor het leven in ons land. In 2050 dienen de primaire waterkeringen te voldoen aan de daaraan gestelde veiligheidsnormen (omgevingswaarden). 

De NOVI benoemt het belang van het voorkomen van een overstromingen. Bij het realiseren van water- veiligheid staat preventie voorop, door primaire waterkeringen te onderhouden en te versterken, aldus de NOVI. Tot slot benoemt de NOVI de kansen van projecten voor een verbetering van de natuur. Gedoeld wordt onder meer op projecten waarin een natuurlijke dynamiek kan worden teruggebracht en een geleidelijke overgang tussen land en water kan worden gerealiseerd. 

Het project Helderse Zeewering sluit aan de NOVI voor wat betreft de veiligheidsambitie. Het project zorgt dat de waterkering weer aan de daarvoor geldende normen voldoet. Het realiseren van een geleidelijke overgang tussen land en water is gezien de ligging van de dijk op deze locatie niet mogelijk. De dijk kent een hoge belasting door golven waardoor een zware en harde bekleding nodig is om stabiliteit te garanderen.

Nationaal waterprogramma 2022-2027

Het Nationaal waterprogramma (‘NWP’) beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de Rijkswateren en Rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie. Het NWP heeft drie hoofdambities: 1) een veilige en klimaatbestendige delta, 2) een concurrerende, duurzame en circulaire delta en 3) een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. Tevens richt het NWP zich op een vlot, veilig, robuust en duurzaam vervoersysteem over water, het versterken van de biodiversiteit en natuurherstel. 

Het NWP erkent dat op het water vele functies samenkomen. Dat zorgt voor complexe uitdagingen, omdat de belangen van het vaarwegennet en de veiligheid en het watersysteem soms tegenstrijdige en conflicterende eisen stellen. Het NWP signaleert dat steeds vaker maatregelen voor de waterveiligheid worden gecombineerd met de versterking van de lokale biodiversiteit. Natuurlijke oplossingen als voorlanden versterken immers waterkeringen. 

Voor de Rijkswateren zijn in dit Nationaal Water Programma (NWP) gebiedsgerichte uitwerkingen opgenomen. Twee van de gebieden zijn de Waddenzee en de Noordzee, waar het projectgebied voor de Helderse Zeewering aan ligt. 

De hoofddoelstelling voor het Waddengebied is dat het in 2050 veilig, vitaal en veerkrachtig is. Veilig door tijdig te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. Vitaal doordat wonen, werken, onderwijs en zorg mogelijk blijven op de eilanden en langs de kust en doordat economische sectoren excelleren in de context van het Werelderfgoed. En veerkrachtig doordat robuuste natuur en het landschap van wereldklasse de effecten van klimaatverandering, het duurzaam gebruik en nieuwe ontwikkelingen kunnen opvangen.

De hoofddoelstellingen voor de Noordzee zijn vastgelegd in het Programma Noordzee 2022-2027. Het waarborgen van waterveiligheid wordt daarin genoemd als nationaal belang.

Het project Helderse Zeewering draagt bij aan de waterveiligheid. De versterking van de Helderse Zeewering is dus passend binnen het Nationaal waterprogramma.

Brief Water en Bodem sturend 

In de brief d.d. 25 november 2022 van de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat is een beleidswijziging aangekondigd (Tweede Kamer 2022-2023, 27625, nr. 592). Kort gezegd dienen ‘water en bodem’ sturend te zijn bij keuzes die betrekking hebben op de ruimtelijk ordening. ‘Water en bodem’ wordt vormgegeven door het hanteren van een aantal uitgangspunten. Een uitgangspunt is een samenhangende aanpak in het kader van de omgang met wateroverlast en droogte. Nederland moet zogezegd van een vergiet weer een spons worden. Een ander uitgangspunt is ‘integrale aanpak in de leefomgeving’. In gebiedsprocessen wordt actief gezocht naar functiecombinaties. Op die manier kan de ruimtelijke kwaliteit van gebieden worden versterkt. In een daaropvolgende kamerbrief van 8 oktober 2024 (I E NW/BSK-2024/305752) van Minister B. Madlener is aangegeven dat de structurerende keuzes binnen 'Water en bodem sturend' richtinggevend zijn maar niet leidend: ‘Rekening houden met water en bodem’. 

6.3 Provinciale wet- en regelgeving en beleid

Omgevingsvisie NH2050 

De Omgevingsvisie NH2050 is het koersdocument van de provincie Noord-Holland. Voor het opstellen van deze visie zijn de volgende acht hoofdthema’s van trends en ontwikkelingen, met hun kernopgaven, geformuleerd: 

  • Klimaatverandering bedreigt onze leefomgeving 

  • Bodem, water en luchtkwaliteit 

  • Biodiversiteit 

  • Economische transitie 

  • Energietransitie 

  • Mobiliteit 

  • Verstedelijking 

  • Landschap 

Deze trends en ontwikkelingen zijn omgezet in ambities en doelstellingen voor de provincie Noord-Holland. De ambitie is voortgekomen uit de ontwikkeling dat klimaatverandering de leefomgeving bedreigt. Hierop wordt op ingespeeld met als doel een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland te realiseren. Waterveiligheid is hierbij een topprioriteit, want Noord-Holland grenst aan drie zijden aan grotere wateren en ligt grotendeels beneden de zeespiegel; een zeespiegel die naar verwachting sneller en meer stijgt dan we tot voor kort dachten. Het veilig houden van de provincie gaat daarom boven alle andere opgaven. Het project Helderse Zeewering sluit aan bij deze ambitie omdat de waterkering wordt verstevigd en daarmee aan de daarvoor geldende normen voldoet en de waterveiligheid verbeterd. 

Omgevingsverordening NH2022 

De Omgevingsverordening NH2022 is de juridische uitwerking van de omgevingsvisie. In de Omgevingsverordening zijn kaarten opgenomen van verschillende soorten beschermde gebieden. Daar horen regels bij voor het realiseren van plannen in die gebieden. 

De voorgenomen dijkversterking betreft een primaire waterkering binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma en wordt uitgevoerd door Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Dit past binnen de provinciale rolverdeling zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening NH2022, waarin waterregels en werkingsgebieden zijn samengebracht. 

De ingreep blijft binnen het bestaande dijkprofiel en is daarmee in overeenstemming met de provinciale ruimtelijke regels. Eventuele effecten op natuurwaarden moeten worden beoordeeld onder de regels voor Natura‑2000‑activiteiten.

Tijdelijke milieueffecten (geluid, trillingen, bouwverkeer) vallen binnen de algemene milieuregels van de Omgevingsverordening NH2022 en worden, indien nodig, via de reguliere vergunningprocedures geborgd. 

De locatie ligt niet in een stiltegebied, zodat de betreffende bepalingen niet van toepassing zijn. 

Op grond van artikel 6.86 van de Omgevingsverordening NH2022 dienen bij een projectbesluit dat wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier de regels in afdeling 6.2 van die verordening te worden toegepast. De regels van paragraaf 6.2 gaan over onderwerpen waarvoor in een omgevingsplan regels voor moeten worden opgenomen. Dit zijn:

  • Stedelijke functies

  • Duurzame energie

  • Land- en tuinbouw

  • Beschermd landelijk gebied

  • Ruimtelijke inpassing n landelijk gebied

  • Cultureel erfgoed

  • Klimaatadaptatie

  • Provinciale wegen

  • Regionale luchthavens

  • Regionale waterkeringen

Het onderhavige projectbesluit heeft echter geen betrekking op die onderwerpen en wijzigt evenmin het omgevingsplan. 

De dijkversterking is daarmee verenigbaar met de Omgevingsverordening NH2022.

Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027

Met het Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 wordt uitvoering gegeven aan het waterbeleid in de Omgevingsvisie NH2050. Met het programma is tevens geanticipeerd op de Omgevingswet (artikel 3.8), waarin is opgenomen dat de provincie regionale waterprogramma’s vaststelt ter uitvoering van Europese richtlijnen over water. De indeling van het programma sluit hierop aan. Aan de hand van de deelprogramma’s ‘Oppervlaktewater’ (Kaderrichtlijn Water, Zwemwaterrichtlijn), ‘Grondwater’ (Grondwaterrichtlijn, Drinkwaterrichtlijn) en ‘Overstromingsrisico’s’ (Richtlijn Overstromingsrisico’s) is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket van maatregelen.

Het deelprogramma overstromingsrisico’s is een uitwerking van het nationale Overstromingsrisicobeheerplan 2022-2027 (ORBP). Met dit nationale plan en de daarin opgenomen doelen en maatregelen legt Nederland verantwoording af aan de EU ten aanzien van de Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR). Het deelprogramma is verder een vertaling van het waterveiligheids- en klimaatadaptatiebeleid uit de provinciale Omgevingsvisie, de provinciale Omgevingsverordening en de provinciale Notitie bouwstenen klimaatadaptatie. 

Zoals ook aangegeven in de Omgevingsvisie NH2050 is waterveiligheid topprioriteit, Noord-Holland is omgeven door water en ligt voor een groot deel onder N.A.P. Het project Helderse Zeewering zorgt voor een versterking van de waterkering waardoor deze weer voldoet aan de geldende normen. Hiermee wordt de waterveiligheid gewaarborgd en sluit de ontwikkeling aan bij het Regionaal Waterprogramma Noord- Holland 2022-2027.

6.4 Wet- en regelgeving en beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Waterschapsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) 

Voor het werken in, op en nabij waterstaatswerken gelden specifieke regels. Deze zijn vastgesteld in de Waterschapsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Zo moet de kwaliteit van het oppervlaktewater in stand blijven, en in ecologisch opzicht waar mogelijk verbeteren. Daarnaast mogen activiteiten geen nadelige effecten hebben voor de dimensionering van het watersysteem, zoals vastgelegd in de legger. Activiteiten mogen geen nadelige effecten hebben voor de goede werking van het watersysteem. Met de versterking van de Helderse Zeewering voldoet Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aan zijn wettelijke taak als beheerder van deze primaire Waterkering. Op grond van artikel 1.13, derde lid, van de Waterschapsverordening is geen omgevingsvergunning vereist voor werkzaamheden die plaatsvinden voor de uitvoering van een door het bestuur vastgesteld projectbesluit door of in opdracht van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. 

Waterplan 2022-2027

Het Waterplan geeft de koers op hoofdlijnen voor het waterbeheer in Hollands Noorderkwartier (HHNK). Er is voortgebouwd op de regionale Deltavisie (2012), het Waterprogramma 2016-2021 (WBP5) en het Collegeprogramma 2019-2023. Het waterplan is ingedeeld in effecten, thema’s en gebied. 

Een belangrijk onderdeel is de waterveiligheid. Het beheergebied van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ligt grotendeels onder zeeniveau. Van oudsher zorgt Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier voor het in stand houden en periodiek versterken van waterkeringen en duinen (waterkeringen). Hierdoor beschermt Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier het gebied tegen overstromingen en is het gebied leefbaar voor burgers, bedrijven, landbouw en natuur. In totaal beheert Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier zo'n 90 km duinen, 175 km primaire waterkeringen, 1.067 km regionale waterkeringen en 233 km overige waterkeringen. De Helderse Zeewering is een onderdeel van de 175 km aan primaire waterkeringen. De versterking van de Helderse Zeewering zorgt ervoor dat het gebied beschermd blijft tegen overstromingen. Dit sluit aan bij het waterplan.

6.5 Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie gemeente Den Helder De Omgevingsvisie ‘Koers op een sterke thuishaven’ van de gemeente Den Helder is het koersdocument van de gemeente. In deze visie zijn de doelen, ambities en randvoorwaarden van de gemeente vastgesteld. Dit is verder uitgewerkt in de volgende vier thematische uitwerkingen:

  • Groen & Landschap

  • Mobiliteit & Infrastructuur

  • Functies & Bedrijvigheid

  • Ontwikkelingen

Daarna zijn de doelen, ambities en randvoorwaarden gebiedsgericht uitgewerkt. Dit is gedaan in zeven deelvisies.

De Helderse Zeewering is onderdeel van de deelvisie Stad binnen de Linie. Hierin worden ambities genoemd rond het realiseren van een multifunctionele dijk, waarbij ontwikkeling aan de binnenzijde van de Helderse Zeewering wordt gecombineerd met maatregelen om de dijk hoger en breder te maken en deze op die manier voor minimaal 200 jaar bestand te maken tegen toekomstige zeespiegelstijgingen. Het beter verbinden van Den Helder met de zee is een van de centrale uitgangspunten in deze omgevingsvisie, waaraan de gebiedsontwikkeling van de Dijkbuurt een zeer belangrijke bijdrage moet gaan leveren. 

Ook is de Helderse Zeewering onderdeel van de deelvisie Huisduinen. Voor Huisduinen geldt dat het dorp zich kleinschalig mag ontwikkelen, met behoud van de bestaande natuur, cultuur en sfeer. Grote veranderingen zijn niet nodig; bescherming van de huidige kwaliteiten staat voorop. Wel kunnen sommige gebieden versterkt worden door passend gebruik, zodat cultureel erfgoed behouden blijft. De ontwikkeling gebeurt organisch en op kleine schaal, met oog voor kwaliteit en het kenmerkende karakter van het dorp. Toeristische ontwikkelingen richten zich op specifieke doelgroepen, terwijl de woonkwaliteit behouden en waar mogelijk versterkt wordt. Per deelgebied wordt een passende aanpak gekozen, waarbij ruimte is voor kleinschalige toeristische ontwikkeling en het behoud van hoge kwaliteit in het dorp en de natuur centraal staan.

De versterking van de Helderse Zeewering staat de ontwikkelingen van Omgevingsvisie niet in de weg.

Omgevingsplan 

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 heeft iedere gemeente een omgevingsplan. Het omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk deel en een nieuw deel. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bevat (naast de bruidsschat) de oude ruimtelijke instrumenten, zoals bijvoorbeeld bestemmingsplannen. Gemeenten hebben tot eind 2031 de tijd om de inhoud van de bestemmingplannen om te zetten naar regels in het nieuwe deel. De ontwikkeling is gelegen in de bestemmingsplannen:

  • Haven Den Helder 2007 

  • Stadshart Centrum 2010 

  • Stadshart West 2016

  • Huisduinen en de Stelling 2015

  • Duinzoom 2013

De ontwikkeling is volledig in lijn met de geldende bestemmingsplannen. Een wijziging van het omgevingsplan op grond van artikel 5.52, eerste lid Omgevingswet is dan ook niet aan de orde. 

7 Maatregelen om nadelige effecten te voorkomen of beperken 

7.1 Inleiding

In het kader van dit project zijn relevante (milieu)thema’s onderzocht. Voor de thema’s natuur (soortenbescherming), (water)bodem, en omgevingshinder tijdens de uitvoering zijn nadelige effecten niet uit te sluiten en daarom worden er maatregelen getroffen, deze drie thema’s worden in paragraaf 7.2 t/m 7.6 behandeld. In 7.5 wordt kort toegelicht waarom voor de andere thema’s nadelige effecten zijn uitgesloten, voor meer informatie wordt verwezen naar het op dit besluit betrekking hebbend stuk ‘mededeling ten behoeve van de mer-beoordeling’ (documentbijlage MO 5)

7.2 Natuur - soortenbescherming

Om aanwezige soorten in beeld te krijgen is gestart met verkennend natuuronderzoek uitgevoerd middels een quickscan ecologie (documentbijlage MO 6) en Inventarisatierapport Flora Helderse zeewering (documentbijlage 8). Uit de quickscan is gebleken dat het projectgebied mogelijk functies herbergt voor beschermde soorten. Daarom is een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde soorten. 

Met het oog op beschermde soorten is een uitgebreid ecologisch werkprotocol (documentbijlage MO 13).  opgesteld met daarin mitigerende maatregelen om negatieve gevolgen voor de leefomgeving te voorkomen en te beperken. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt gewerkt volgens een ecologisch werkprotocol en onder naleving van de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat:

  • werkzaamheden zorgvuldig worden uitgevoerd met minimale verstoring van flora en fauna;

  • verstoring ruimtelijk en temporeel zoveel mogelijk wordt beperkt (o.a. door clustering en werken in één richting);

  • gebruik wordt gemaakt van bestaande infrastructuur en het ruimtebeslag tot een minimum wordt beperkt;

  • vooraf en tijdens de uitvoering ecologische begeleiding beschikbaar is en wordt ingegrepen bij onverwachte soorten;

  • waarnemingen en genomen maatregelen worden geregistreerd.

Daarnaast geldt een meld- en handelingsplicht bij het aantreffen van (beschermde) soorten.

De volgende soortgerichte maatregelen zijn opgenomen in het ecologisch werkprotocol: 

  • Vleermuizen: verstoring wordt voorkomen door het vermijden van werkzaamheden en verlichting in de nachtperiode tijdens de actieve periode van vleermuizen en het beperken en gericht toepassen van verlichting buiten deze periode. Hiermee blijft de functie van het gebied als vliegroute en foerageergebied behouden. 

  • Beschermde plantensoorten (Rode Lijst): aantasting van beschermde plantensoorten wordt voorkomen door het markeren en ontzien van groeiplaatsen en (indien noodzakelijk) het zorgvuldig verplaatsen en terugplaatsen van planten onder ecologische begeleiding. Het uitgangspunt is behoud van populaties binnen het plangebied. 

  • Broedvogels: effecten op broedvogels worden voorkomen door het uitvoeren van een ecologische controle voorafgaand aan de werkzaamheden in het broedseizoen, het instellen van verstoringsvrije zones rondom nesten en het stilleggen van werkzaamheden bij constatering van broedgevallen. 

  • Natuurinclusieve maatregelen: aanvullend worden maatregelen getroffen ter versterking van natuurwaarden, zoals het aanbrengen van groeiplaatsen voor inheemse flora, en het creëren van geschikte substraten voor specifieke soortgroepen (bijv. korstmossen). Deze maatregelen dragen bij aan lokale biodiversiteitsverbetering. 

  • Invasieve exoten: verspreiding van invasieve exoten wordt voorkomen door het zorgvuldig omgaan met grond en plantmateriaal, het toepassen van geldende protocollen voor transport en verwerking en het melden en volgens protocol behandelen van aangetroffen exoten.

Met toepassing van bovenstaande mitigerende en zorgvuldigheidsmaatregelen zijn effecten op beschermde soorten en leefgebieden tijdelijk, lokaal en beheersbaar, en kunnen negatieve effecten adequaat worden voorkomen of beperkt.

7.3 (Water)bodem

De resultaten van het bodem- en asfaltonderzoek (documentbijlage MO 10) laten zien dat geen aanzienlijke milieugevolgen te verwachten zijn. De verontreinigingen die aanwezig zijn, zijn beheersbaar, lokaal en blijven onder de interventiewaarden. Het vrijkomende teerhoudende asfalt vraagt om zorgvuldige afvoer naar een erkende locatie, maar vormt geen risico zolang dit volgens de geldende regelgeving gebeurt. Daarmee levert de uitvoering van de dijkversterking geen noemenswaardige negatieve effecten op voor bodem, milieu of omgeving.

Ten aanzien van het KRW-oppervlaktewaterlichamen Hollandse Kust (NL95_3A), Waddenzee (NL81_1) en Waddenzee vastelandskust (NL81_10) is geen toets benodigd. De werkzaamheden raken niet aan KRW-oppervlaktewater waardoor vervuiling niet aan de orde is. Het beletten van het behalen van verbeterdoelen en het handelen in strijd met het achteruitgangsverbod (beide voortvloeiend uit de KRW) zijn dan ook niet aan de orde.

7.4 Omgevingshinder tijdens de uitvoering
7.4.1 Geluid

De geluidbelasting neemt tijdens verschillende werkfasen toe door het gebruik van materieel en transport. Met name in de fase van het openleggen van de dijk ontstaat hogere geluidproductie door het verwijderen van de asfaltverharding met een pneumatische sloophamer en het frezen en inzagen van de bestaande bekleding. Ook vrachtverkeer en graafwerkzaamheden veroorzaken geluid. Omdat de werkzaamheden per deeltraject worden uitgevoerd met een gemiddelde snelheid van 100 meter per dag en de activiteiten elkaar overlappen, is de hinder per locatie beperkt in duur. In de fase waarin de bekleding wordt hersteld neemt het geluidsniveau af, doordat de werkzaamheden minder intensief zijn en voornamelijk bestaan uit het aanbrengen van granulaat, zetstenen en nieuwe verhardingen. De werkzaamheden worden alleen verricht op werkdagen en zaterdagen tussen 7:00 uur en 19:00 uur. De precieze momenten van de werkzaamheden aan de zeezijde zijn afhankelijk van getij en weersomstandigheden. Indien vanwege getij en weersomstandigheden dient te worden afgeweken van de werktijden, zal dit bij separaat maatwerkvoorschrift dienen te worden geregeld. De aannemer moet voldoen aan de geldende regelgeving voor geluid (artikel 7.17 Besluit bouwwerken leefomgeving). Omdat de werkzaamheden tijdelijk zijn en zich stapsgewijs langs het tracé verplaatsen, blijft de duur van de geluidbelasting per locatie beperkt wat betreft tijdspanne De tijdelijke aard en gefaseerde uitvoering leiden tot een beheersbare geluidbelasting.

De werkzaamheden vinden plaats aan de buitendijkse zijde van de dijk. De woningen in de buurt van het projectgebied staan op enige afstand aan de binnendijkse zijde van de dijk. De dijk vormt daarmee een natuurlijke geluidsbarrière. Ook de overheersende windrichting vanuit het zuidwesten is akoestisch gunstig. Dit neemt niet weg dat enige hinder kan zijn, beperkt tot werkzaamheden in de directe nabijheid.

7.4.2 Licht

Lichteffecten treden voornamelijk op wanneer werkzaamheden in de donkere uren plaatsvinden. Hoewel geen vaste werktijden zijn opgelegd, is het uitgangspunt dat de aannemer voldoet aan de geldende regelgeving voor arbeidsverlichting en hinderbeperking. Werkverlichting dient functioneel en gericht te worden toegepast binnen de werkzones, bijvoorbeeld bij het ketenpark, het depot en langs de dijk bij avondwerk. Hierdoor wordt lichtverspreiding naar de omgeving beperkt. Buiten de piekperiodes van activiteit (bijvoorbeeld gedurende de nacht) is er nauwelijks lichtproductie. Doordat werkzaamheden per deeltraject worden uitgevoerd en het tijdelijke installaties betreft, zijn de lichtemissies van korte duur en worden de effecten op de omgeving als beperkt ingeschat. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met beschermde soorten, zie hiervoor hoofdstuk 7.2.

7.4.3 Verkeer

De gemeente Den Helder is sinds 1995 eigenaar en beheerder van alle wegen die op de Helderse Zeewering liggen. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier maakt gebruik van de wegen voor het beheer- en onderhoud aan de dijk. De dijk is tevens een vluchtroute voor calamiteiten vanuit de TESO (de exploitant van de veerdienst tussen Den Helder en Texel). Er zijn enkele opgangen de dijk op, deze sluiten aan op het lokale wegennet. 

Aanlegfase

Tijdens de aanlegfase zal de dijk per deelgebied versterkt worden. Het materiaal zal met vrachtwagens via de weg of per schip aangevoerd worden. De hoeveelheid vervoersbewegingen zal naar verwachting niet substantieel toenemen dat dit gevolgen heeft voor de doorstroming op het lokale wegennet. De aan- en afvoerroute per as naar de dijk wordt voorgeschreven aan de aannemer en loopt via de Van Kinsbergenbrug en Nieuwe Diep naar Hoofdgracht waar de dijk op gereden wordt. Zo wordt hinder maximaal voorkomen voor de bebouwde omgeving. De route wordt aangegeven in Figuur 7‑1.

Figuur 7‑1 verplichte rijroute (blauwe lijn) 
Luchtfoto van het havengebied van Den Helder met een blauw gemarkeerd traject langs de waterkering en kade. De route loopt via de Van Kinsbergenbrug en Nieuwe Diep naar Hoofdgracht waar de dijk op gereden wordt. Op de kaart zijn onder meer Den Helder, Willemsoord, Veerhaven en het opstelterrein van TESO benoemd.

Gebruiksfase

De versterking van de dijk vindt plaats in het ondertalud, een deel van de dijk waar geen wegen, fiets- en wandelpaden liggen. Dit heeft geen gevolgen voor de gebruiksfase.

7.4.4 Recreatie

Aan de binnen- en buitenzijde van de dijk lopen wandel- en fietsroutes, zoals de NS-wandelingen, het wandelnetwerk en ook het wandelknooppuntennetwerk. Ook het landelijke fietsnetwerk loopt over de dijk. Aan de buitenzijde van het talud van de Helderse Zeewering is een bestaande zwemtrap aanwezig. Deze wordt gebruikt door Zwemvereniging Marsdiep.

Aanlegfase 

Het fiets- en wandelpad aan de buitenzijde van de dijk wordt gedurende de uitvoering tijdelijk afgesloten om veiligheidsredenen. Hiervoor worden passende omleidingsroutes ingesteld aan de binnenzijde van de dijk.

Voor de vlettenhelling heeft overleg plaatsgevonden met de gemeente en de gebruikers. In de huidige situatie zijn twee hellingen aanwezig. Na afronding van de werkzaamheden keert één vlettenhelling terug; de tweede helling wordt niet teruggebracht, omdat deze niet of nauwelijks wordt gebruikt. Tijdens de uitvoering is de vlettenhelling tijdelijk niet beschikbaar. De aannemer wordt gevraagd deze werkzaamheden, waar mogelijk, buiten het piekseizoen van juli en augustus uit te voeren. De planning van de werkzaamheden wordt echter in de eerste plaats bepaald door veiligheid en uitvoerbaarheid. De gebruikers zijn hierover geïnformeerd en worden, zodra de uitvoeringsplanning dit toelaat, nader geïnformeerd over het moment waarop de werkzaamheden plaatsvinden.

Ook de zwemvereniging kan tijdens de uitvoering tijdelijk geen gebruik maken van de zwemtrap. Met de zwemvereniging heeft overleg plaatsgevonden en zij is van deze tijdelijke beperking op de hoogte gebracht. In de eindsituatie blijven de zwemtrap, de trapleuning en de ballenlijn op dezelfde locatie aanwezig.

Gebruiksfase

De versterking van de dijk vindt plaats in het ondertalud, een deel van de dijk waar geen fiets- en wandelpaden liggen. Dit heeft geen gevolgen voor de gebruiksfase. In het ontwerp wordt een nieuwe zwemtrap ingepast.

7.5 Thema’s zonder maatregelen
7.5.1 Natuur - gebiedsbescherming

Voor de Natura 2000-gebieden en NNN‑gebieden geldt dat de werkzaamheden zich volledig beperken tot het bestaande dijklichaam, zonder uitbreiding of ingrepen in natuurkerngebieden of ecologische verbindingen. Het dichtstbijzijnde gebied onder het regime Beschermd Landschap ligt op ruime afstand. Met het oog op gebiedsbescherming is er dus geen sprake van direct ruimtebeslag of aantasting. De tijdelijke stikstofdepositie blijft zeer beperkt (0,01–0,13 mol N/ha/j) en veroorzaakt geen ecologisch relevante effecten, ook niet in overbelaste hexagonen. De voortoets sluit significante negatieve effecten en daarmee aanzienlijke milieugevolgen uit (zie documentbijlage MO 7). Ten aanzien van stikstof wordt voldaan aan het Convenant Schoon Emissieloos Bouwen (zie Randvoorwaarden vanuit veiligheid en financiering onder kopje ‘een duurzame dijk’)

7.5.2 Kabels en Leidingen

De versterking van de Helderse Zeewering heeft geen gevolgen voor de in het gebied aanwezige kabels en leidingen omdat de werkzaamheden niet de diepte van deze kabels en leidingen bereikt. Er worden geen kabels- of leidingen toegevoegd als gevolg van dit project. Wel is er een raakvlak met een zinker die door de dijkconstructie heen loopt. Dit betreft een verbinding behorend bij het waterstandshuisje van Rijkswaterstaat. Hoewel de aanwezigheid ervan relevant is voor de uitvoeringsvoorbereiding, vormt deze geen belemmering voor de uitvoering.

7.5.3 Ontplofbare Oorlogsresten

De Helderse Zeewering is in de jaren ’70 aangelegd en is al eerder aangepast. De werkzaamheden in het kader van de versterking van de Helderse Zeewering gaan niet dieper de grond in dan reeds verstoord is bij eerdere werkzaamheden. Er worden geen risico’s voorzien voor de aanlegfase en gebruiksfase.

7.5.4 Luchtkwaliteit 

De totale bijdrage aan de concentraties stikstofdioxide (NO₂) en fijnstof (PM10/PM2.5) zijn beperkt en lokaal van aard, omdat de werkzaamheden tijdelijk zijn, de inzet van materieel gespreid is in de tijd en er met één materieelset wordt gewerkt. Verwacht wordt dat de effecten op de luchtkwaliteit binnen de wettelijke normen blijven en geen overschrijding van grenswaarden veroorzaken.

7.5.5 Trilling

De ondergrond bestaat grotendeels uit zandige lagen, die trillingen relatief goed dempen. Omdat de versterking van de dijk per deeltraject wordt aangepakt, is de duur van trillingsintensieve werkzaamheden op één locatie beperkt. Tijdens de herstelfase, waarin materialen worden aangebracht en gestabiliseerd, treden slechts lichte trillingen op. De totale trillingshinder wordt daarom als gering en tijdelijk beoordeeld.

7.5.6 Landschap

Op basis van de landschappelijke analyse worden geen effecten verwacht als gevolg van de voorgenomen dijkversterking. De werkzaamheden vinden uitsluitend plaats aan de buitenzijde van de dijk en betreffen een bekledingsopgave, waardoor de bestaande landschappelijke structuren, zichtlijnen, recreatieve functies en ruimtelijke samenhang behouden blijven.

De karakteristieke elementen van het gebied blijven ongewijzigd. De ingreep is daarmee verenigbaar met het beleidskader uit de Omgevingsvisie van Den Helder en levert geen significante aantasting van de landschapskwaliteit op.

7.5.7 Cultuurhistorie en archeologie

Op basis van de historische ontwikkeling, de huidige staat van de Helderse Zeewering en de analyse van cultuurhistorische en archeologische waarden (rapport conditionerende onderzoeken documentbijlage MO 9), worden geen effecten verwacht als gevolg van de voorgenomen versterkingsmaatregelen.

De geplande ingrepen vinden plaats aan de buitenzijde en teen van de dijk, in een gebied dat eerder zwaar is verstoord door eerdere dijkversterkingen. Hierdoor zijn de archeologische verwachtingen beperkt en spelen cultuurhistorische waarden, zoals Fort Kijkduin en Fort Erfprins, geen beperkende rol.

7.6 Raakvlakprojecten

Bekend is dat er diverse andere dijkversterkingen uitgevoerd gaan worden en nog een aantal andere infrastructurele ingrepen die relevant kunnen zijn. Deze projecten zijn hieronder benoemd. De uitvoeringsperiodes zijn globaal inzichtelijk gemaakt op basis van de beschikbare informatie op het moment van schrijven (april 2026):

  • Woningbouwontwikkeling Dijkkwartier aan de Kanaalweg aan de binnendijkse zijde van de Helderse Zeewering (beoogde bouw start in 2027, wordt gerealiseerd in meerdere fasen tot na 2030).

  • Dijkversterking Den Oever-Den Helder door Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (voorbereiding realisatiefase vanaf eind 2027, daadwerkelijke uitvoering start in 2028)

  • Dijkversterking Havendijk (voorbereiding realisatiefase in 2026, start uitvoering in 2027 tot 2029).

  • Realisatie nieuw gemaal Oostoever (als onderdeel van het Noordkopproject) door Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (uitvoering naar verwachting vanaf medio 2026 tot eind 2028).

  • Ontwikkelingen op het terrein van de Koninklijke Marine, voor het verbeteren van toekomstbestendigheid, door Ministerie van Defensie / Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Enige bekende ontwikkeling is de Berghaven, de uitvoering is naar verwachting tussen 2027 en 2031.

  • Diverse projecten uit het Maritiem Cluster:

    • Legering Buitenveld (uitvoering naar verwachting vanaf 2028 tot en met 2031)

    • Verplaatsen en vernieuwen Moormanburg (uitvoering naar verwachting vanaf 2030)

    • Ravelijnbrug (uitvoering naar verwachting vanaf 2030)

    • Aanpassen Nieuwe Diep Nieuwe Werk (uitvoering naar verwachting vanaf 2030)

  • Herinrichting van de aanlandinrichtingen Veerhavens Den Helder en Texel (planning nog niet concreet, verwachting vanaf 2028).

  • Legering op het terrein van het KIM: het bestaande gebouw Neptunus wordt vervangen door nieuwe bebouwing (planning nog niet concreet, verwachting vanaf 2028).

De voorbereidingen van de werkzaamheden van de dijkversterking van de Helderse Zeewering zal naar verwachting starten in 2027. Het zwaartepunt van de werkzaamheden zal plaatsvinden in 2028 en 2029. Naar verwachting zullen werkzaamheden alleen in het open seizoen (circa 15 april tot 15 oktober) plaatsvinden vanwege de waterveiligheid. Op basis van deze informatie en de informatie uit bovenstaand overzicht, valt de aanlegfase van de Helderse Zeewering tegelijkertijd met die van de dijkversterking Den Oever-Den Helder, dijkversterking Havendijk, Woningbouwontwikkeling Dijkkwartier, de realisatie van het nieuwe gemaal Oostoever, ontwikkeling Berghaven en de legering Buitenveld (Maritiem Cluster). 

Door de ruimtelijke scheiding van de projecten, de geringe milieudruk van de Helderse Zeewering en de tijdelijke aard van de werkzaamheden treden geen cumulatieve milieugevolgen op. Belastingen op verkeer, luchtkwaliteit, natuur, geluid en trillingen blijven lokaal en beperkt, waardoor opstapeling in de lokale omgeving uitblijft.

8 Omgevingsproces

8.1 Algemene inleiding participatie

Participatie is een onderdeel van de projectprocedure. Bij de start van de verkenning moet duidelijk zijn op welke wijze burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen worden betrokken. Daarnaast moeten deze partijen in de gelegenheid gesteld worden om mogelijke oplossingen voor de opgaven voor te dragen (artikel 5.47, derde en vierde lid, Omgevingswet). Dit is gedaan in de kennisgeving van 10 januari 2024 in combinatie met het communicatie- en participatieplan van 10 januari 2024. Hierin is de opgave beschreven, de (verwachte) planning, de samenwerking met de omgeving, wat de rol van het Hoogheemraadschap is als beheerder van de dijk en waar nadere informatie te vinden is.

8.2 Procesbeschrijving participatie

Op 10 januari 2024 is een kennisgeving gepubliceerd over participatie rondom de dijkversterking Helderse Zeewering. Daarnaast is het communicatie- en participatieplan gepubliceerd. In deze documenten zijn de opgave, de (verwachte) planning, de samenwerking met de omgeving, de rol van het hoogheemraadschap als beheerder van de dijk, en de vindplaatsen van aanvullende informatie toegelicht.

Tijdens de verkennings- en planuitwerkingsfase is op verschillende manieren ingezet op participatie. Het doel hiervan was om belangen, zorgen en ideeën uit de omgeving op te halen en deze mee te nemen in het ontwerp en de besluitvorming.

Er zijn voor een breed publiek informatieavonden en inloopbijeenkomsten georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomsten konden belangstellenden vragen stellen en hun mening geven. Daarnaast zijn er 1-op-1 gesprekken gevoerd met stakeholders, zoals strandpaviljoens grenzend aan het projectgebied en de zwemvereniging Marsdiep, maar ook de gemeente Den Helder en andere medeoverheden. Dit gaf ruimte voor verdieping en het bespreken van specifieke belangen.

Ook zijn digitale middelen ingezet, zoals een projectwebsite en artikelen via lokale kranten/media. Hiermee konden belanghebbenden op een laagdrempelige manier informatie ontvangen en feedback geven.

Verder is er overleg geweest met de Omgevingsdienst en de provincie Noord-Holland over natuurvergunningen en vond er regelmatig afstemming plaats met Rijkswaterstaat over raakvlakprojecten.

8.3 Bereikte resultaten

Deze brede aanpak heeft gezorgd voor waardevolle inzichten, verbeteringen in het ontwerp, betere samenwerking met andere partijen en een groter maatschappelijk draagvlak voor het project. Vanuit betrokken partijen is input verzameld, geanalyseerd en waar mogelijk verwerkt in het ontwerp. Klanteisenspecificaties (KES) vormden een belangrijk instrument om wensen en eisen uit de omgeving vast te leggen en de vertalen naar ontwerpcriteria.

Ook is gekeken naar de uitvoering van het project. In gesprekken zijn zorgen geuit over mogelijke hinder tijdens de realisatiefase, zoals geluidsoverlast of verkeershinder. Daarnaast zijn er suggesties gedaan voor een zorgvuldige landschappelijke invulling van het terrein en behoud of verbetering van natuurwaarden. Ook kwamen aandachtspunten naar voren met betrekking tot de bereikbaarheid en veiligheid tijdens de werkzaamheden. 

Deze input heeft geleid tot enkele wijzigingen van het ontwerp. Er is extra aandacht besteed aan natuur om negatieve effecten op de omgeving te minimaliseren. Ook is er aandacht geweest de toekomstige inrichting van de dijk. Daarnaast is er ook aandacht voor de uitvoeringswijze en aanvoerroutes, met het oog op onder andere verkeershinder en geluidsoverlast.   

De verschillende thema’s en belangen die voorbij zijn gekomen in het participatieproces zijn verwerkt in de Klanteisenspecificaties. Deze geeft een volledig overzicht van ingediende eisen en de manier waarop hiermee is omgegaan. In dit document wordt per eis toegelicht wat de reactie hierop is, of dit heeft geleid dat aanpassingen in het plan, en zo ja op welke manier.

8.4 Vervolg

Ook in de realisatiefase blijft communicatie een belangrijk aandachtspunt. Belanghebbenden worden betrokken via:

  • Regelmatige updates via lokale kranten/media;

  • Informatiebijeenkomsten/spreekuren; 

  • Een aanspreekpunt voor vragen en klachten.

8.5 Verantwoording wettelijk kader

De participatie voldoet aan de eisen uit de Omgevingswet, in het bijzonder artikel 5.47, derde en vierde lid. In de kennisgeving van 10 januari 2024 (Waterschapsblad 2024, 10) en communicatie- en participatieplan van 10 januari 2024 is de participatieaanpak toegelicht, inclusief de rol van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de planning en de wijze van samenwerking met de omgeving. Hiermee is voldaan aan de participatieverplichting zoals opgenomen in artikel 5.3 Omgevingsbesluit. Gemeenten stellen geen regels die het projectbesluit belemmeren. De participatie is ook in lijn met de Participatieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

9 Beheer en onderhoud

Tijdens de uitvoeringsperiode is de aannemer verantwoordelijk voor het feitelijke beheer en onderhoud van het deel waaraan gewerkt wordt. De verantwoordelijkheden in beheer en onderhoud na de realisatiefase veranderen niet ten opzichte van de huidige situatie. Het beheer en onderhoud van de primaire waterkering ligt bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De dijktrappen hebben geen waterstaatkundig oogmerk en vallen daarmee buiten het beheer van de waterkering en dus van het waterschap. Beheer en onderhoud van de vlettenhelling ligt bij de gemeente Den Helder.

10 Grondbeschikbaarheid en schadevergoeding 

10.1 Eigendomssituatie

De gronden waarop de hele Helderse Zeewering als primaire kering is gelegen, zijn in eigendom van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Er hoeft geen grond verworven te worden. Aan de binnenzijde van de dijk zijn een aantal stukken grond van de gemeente Den Helder, maar omdat er alleen een opgave aan de buitenzijde is heeft dit geen raakvlak. Daarnaast is Fort Erfprins in eigendom van de Staat. Verder is de Noordzee in eigendom van de Staat (RWS). Een klein deel naast Fort Erfprins aan de binnenzijde van de dijk wordt beheerd door Landschap Noord-Holland. Hier is ook geen raakvlak omdat deze grond aan de binnenzijde zit. 

Op een tweetal plekken is mogelijk wel een raakvlak met een huurovereenkomst, een voor het gebruiken van de vooroever als zwemplaats/kleedgelegenheid en de vlettenhelling. De uitvoering is met hen besproken, ze zijn er bewust van dat ze tijdelijk geen gebruik kunnen maken van de voorzieningen.

10.2 Schade en nadeelcompensatie
10.2.1 Nadeelcompensatie

Voor eventueel financieel nadeel, dat onverhoopt ontstaat als gevolg van de rechtmatige uitvoering van het projectbesluit Helderse Zeewering, kan een belanghebbende een verzoek om schadevergoeding indienen bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Nadeelcompensatie is een tegemoetkoming voor geleden schade bij rechtmatig overheidshandelen. Rechtmatig overheidshandelen is handelen op basis van de taakuitoefening van de overheid die in overeenstemming is met de wet- en regelgeving. Een algemeen voorbeeld is schade die een ondernemer lijdt vanwege verminderde bereikbaarheid ten gevolge van een (tijdelijke) wegafsluiting die nodig is voor een dijkversterkingsproject.

10.2.2 Proces na indiening nadeelcompensatie

Degene die schade leidt - ook wel de benadeelde genoemd - kan schade als deze wordt veroorzaakt door het vastgestelde projectbesluit - die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico – op grond van artikel 15.1, eerste lid onder l Omgevingswet (deels) vergoed krijgen. Hiertoe kan een benadeelde na inwerkingtreding van het projectbesluit een verzoek om nadeelcompensatie indienen zoals bedoeld in titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en aangevuld door afdeling 15.1 Omgevingswet. 

Het verzoek om nadeelcompensatie wordt afgehandeld volgens de regels in het bestuursrecht en de ‘Verordening nadeelcompensatie Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2023’. Er zijn diverse voorwaarden aan nadeelcompensatie verbonden. Hieronder volgt een korte schets: 

  • Rechtmatig handelen: Alleen schade die is veroorzaakt door rechtmatig handelen door Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier valt onder nadeelcompensatie. Nadeelcompensatie is niet aan de orde als de schade is ontstaan door onrechtmatig handelen van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (dus als Hoogheemraadschap iets verkeerd hebben gedaan of iets ten onrechte hebben nagelaten). U kunt dan wel een schadeclaim wegens onrechtmatige daad indienen. Deze wordt dan afgehandeld volgens de regels in het civiele (burgerlijke) recht. Zie hiervoor de webpagina: Een schadeclaim indienen. 

  • Onevenredig nadeel: Bij nadeelcompensatie vergoedt Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier alleen onevenredig nadeel (in vergelijking tot de schade die anderen ondervinden). Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier werkt immers in het algemeen belang. De maatregelen die Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier neemt brengen, naast het voordeel voor de samenleving, soms ook (tijdelijke) nadelen met zich mee. Bij werkzaamheden aan een waterkering kan bijvoorbeeld de bereikbaarheid tijdelijk verminderen. Maar uiteindelijk leveren die werkzaamheden wel een betere of veiligere situatie op. 

  • Risicoaanvaarding: Een andere voorwaarde is dat u de schade niet van tevoren kon zien aankomen. Bij bijvoorbeeld waardevermindering van een woning door dijkverzwaring, verminderd uitzicht of omzetverlies voor een bedrijf, kan in bepaalde gevallen nadeelcompensatie aangevraagd worden. Wie schade (gedeeltelijk) aan zichzelf te wijten heeft kan geen of slechts gedeeltelijk aanspraak maken op een vergoeding. Als u investeert in activiteiten of objecten, terwijl u had kunnen weten dat die op die manier niet meer zouden kunnen plaatsvinden, dan is schadevergoeding voor die investering meestal uitgesloten. Dat heet actieve risicoaanvaarding. U bent bovendien verplicht om maatregelen te treffen die de schade zo veel mogelijk beperken. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft die plicht natuurlijk ook. 

  • Ook als het schadebedrag klein is (zogenaamde bagatelschade) of als er geen causaal verband bestaat tussen de schade en het rechtmatig handelen van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, wordt het verzoek ongegrond verklaard. 

Na ontvangst en controle van een aanvraag ontvangt de betrokkene een bevestiging van de indiening. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier beoordeelt, zo nodig na advisering door een externe adviseur, of u recht hebt op een vergoeding. 

Over een verzoek om nadeelcompensatie wordt zo nodig eerst een onafhankelijk advies ingewonnen bij een adviesbureau. In de Verordening nadeelcompensatie Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2023 staat in welke gevallen advies wordt ingewonnen. Het adviesbureau verzamelt alle benodigde gegevens en stelt de verzoeker en de vertegenwoordiger(s) van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier in de gelegenheid tijdens een hoorzitting een mondelinge toelichting te geven. Daar wordt een verslag van gemaakt. De adviseur brengt een conceptadvies uit, waarop kan worden gereageerd. Daarna wordt het definitieve advies uitgebracht 

Het kan zijn dat op voorhand duidelijk is dat het verzoek tot nadeelcompensatie zal worden afgewezen. In dat geval kan het inwinnen van advies achterwege worden gelaten (zie artikel 4, lid 2, Verordening nadeelcompensatie Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2023). 

Op basis van het definitieve advies neemt het bestuur of een gemandateerde ambtenaar een besluit. Als het bestuur van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier besluit tot het toekennen van nadeelcompensatie, volgt uitbetaling van het schadebedrag inclusief de wettelijke rente. 

Als u het niet eens bent met het besluit kunt u een bezwaarschrift indienen. Vervolgens neemt het bestuur naar aanleiding van het ingediende bezwaarschrift een heroverwegingsbesluit. Valt de beslissing niet in uw voordeel uit, dan kunt u hiertegen in beroep gaan bij de sector Bestuursrecht van de Rechtbank Noord- Holland. Als dit voor u ook geen aanvaardbaar resultaat oplevert, staat hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State open.

11 Projectprocedure en rechtsbescherming 

11.1 Procedure projectbesluit

Het projectbesluit wordt voorbereid volgens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zoals bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb. Dit is toegelicht in paragraaf 7.3 en paragraaf 17.5.

11.2 Coördinatieregeling

Zoals in paragraaf 5.3 is toegelicht worden de benodigde vergunningen ter uitvoering van het projectbesluit niet gecoördineerd als bedoeld in afdeling 3.5 Awb.

11.3 Procedure mer-beoordeling

Op grond van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit moet voor een wijziging van een primaire waterkering de procedure voor de mer-beoordeling worden doorlopen. De dijkversterkingsopgave van de Helderse Zeewering valt onder categorie K4 van Bijlage V van het Omgevingsbesluit: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen’. Op basis hiervan is sprake van een mer-beoordelingsplicht.

Een mer-beoordelingsplicht betekent niet automatisch dat een milieueffectrapportage (MER) moet worden opgesteld. De mer-beoordeling heeft juist tot doel om te beoordelen of het project aanzienlijke milieueffecten kan veroorzaken. Alleen wanneer uit deze beoordeling blijkt dat aanzienlijke milieueffecten niet kunnen worden uitgesloten, moet een MER worden opgesteld en wordt de daarvoor geldende mer-procedure doorlopen.

Voor de mer-beoordeling heeft Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, als initiatiefnemer, een mededeling opgesteld. Deze mededeling bevat de informatie die nodig is om de mogelijke milieugevolgen van het project te beoordelen. Daarbij is aangesloten bij de criteria uit Bijlage III van de Europese mer-richtlijn. In de beoordeling zijn de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de mogelijke effecten beschouwd. Ook is betrokken in welke mate mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen om mogelijke negatieve effecten te voorkomen of te beperken.

Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Holland zijn bevoegd gezag voor de mer-beoordeling. Binnen zes weken nadat de initiatiefnemer de benodigde informatie heeft verstrekt, nemen zij een mer-beoordelingsbeslissing. In deze beslissing beoordelen zij of voor het project een MER moet worden opgesteld.

Uit de mer-beoordeling volgt dat voor vrijwel alle onderzochte milieuthema’s geen sprake is van aanzienlijke milieugevolgen. De effecten zijn lokaal van aard en projecten en ontwikkelingen in de omgeving liggen op afstand. Ook in cumulatie worden geen aanzienlijke milieugevolgen verwacht. Voor natuur zijn mitigerende maatregelen nodig, maar wanneer deze maatregelen worden uitgevoerd, is ook voor dit thema geen sprake van aanzienlijke milieugevolgen.

Op basis hiervan is geconcludeerd dat het project niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten. Het opstellen van een MER is daarom niet nodig. De mededeling en de mer-beoordelingsbeslissing zijn opgenomen als documentbijlage MO 5 en MO 4 bij de op het besluit betrekking hebbende stukken en worden samen met het projectbesluit ter inzage gelegd.

11.4 Overige uitvoeringsbesluiten

Dit projectbesluit heeft tot doel het ontwerp van de nieuwe waterkering vast te leggen en het maakt de realisatie van de nieuwe waterkering mogelijk. 

Specifieke te vergunnen activiteiten die samenhangen met de manier waarop de waterkering gerealiseerd wordt, bijvoorbeeld het lozen van water, of de omgang met grond, zijn niet meegenomen in het project- besluit, die volgen op een later moment.

11.5 Zienswijzen, goedkeuring en beroep

Eenieder kan zienswijzen tegen het ter inzage gelegde ontwerp projectbesluit indienen, gedurende een periode van zes weken. De zienswijzen worden verzameld en waar nodig afgestemd met de betrokken bevoegde bestuursorganen. De beantwoording van de ingediende zienswijzen tegen het ontwerp projectbesluit worden vastgelegd in een nota van antwoord. Waar nodig worden aanpassingen in het definitieve projectbesluit doorgevoerd. 

Aansluitend stelt het dagelijks bestuur van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, mede op basis van de nota van antwoord, het projectbesluit vast. Het definitieve projectbesluit wordt vervolgens ter goedkeuring bij Gedeputeerde Staten van Noord-Holland ingediend. Gedeputeerde Staten neemt binnen maximaal 13 weken na indiening van het definitieve projectbesluit een goedkeuringsbesluit. Het goedkeuringsbesluit wordt (juridisch) bekendgemaakt door toezending aan Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Gedeputeerde Staten geven daarnaast kennis van het goedkeuringsbesluit en de daarbij horende stukken door middel van een publicatie in het Provinciaal blad en leggen de stukken ter inzage gedurende een termijn van zes weken. De documenten worden ook ter inzage gelegd bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de provincie Noord-Holland. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier maakt het “definitieve” projectbesluit bekend in het Waterschapsblad. In die bekendmakingen staat waar burgers en bedrijven de relevante stukken kunnen inzien. 

Belanghebbenden kunnen beroep instellen tegen het goedkeuringsbesluit alsmede tegen het besluit van het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier tot vaststelling van het “definitieve” projectbesluit. Ook niet-belanghebbenden kunnen beroep instellen tegen het goedkeuringsbesluit en projectbesluit, mits zij een zienswijze hebben ingediend tegen het ontwerp projectbesluit dan wel als hen redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen zienswijze hebben ingediend tegen het ontwerpprojectbesluit. Een beroepsschrift moet worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In artikel 16.86, eerste lid Omgevingswet is bepaald dat er geen mogelijkheid is tot het indienen van een pro-forma beroepschrift. In artikel 16.87, eerste lid Omgevingswet is bepaald dat in geval van een beroep tegen een projectbesluit of een goedkeuringsbesluit, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een half jaar na ontvangst van het verweerschrift een uitspraak zal doen. 

Het projectbesluit treedt op grond van artikel 16.78, vierde lid Omgevingswet vier weken na bekendmaking van het goedkeuringsbesluit in werking. Dit betekent dat na de vaststelling van dit besluit het pas na vier weken mag worden uitgevoerd.

12 Bijlagen bij de Motivering en Overwegingen

De documentbijlagen die horen bij de Motivering en Overwegingen zijn opgenomen in Bijlage III – Overzicht documentbijlagen van de regeling. Deze bijlagen zijn beschikbaar in Pdf-formaat.

Documentbijlagen in Bijlage  III :

Bijlage III Overzicht Documentenbijlagen

Documentbijlage RP 1 - Definitief ontwerp

/join/id/regdata/ws0651/2026/a1b0b5df862a411e9f87ab9b80cd0377/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage RP 2 - Mededeling met toelichting ten behoeve van de mer-beoordeling

/join/id/regdata/ws0651/2026/cad6f8f1f0074142a169246f41ccb5e8/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage RP 3 - Mer-beoordelingsbesluit

/join/id/regdata/ws0651/2026/2efa31e1d5004756887601ec6db22aa2/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage RP 4 - Ecologisch Werkprotocol

/join/id/regdata/ws0651/2026/b0c4487cd43c4cceb054a4c90253f479/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage RP 5 - Tekening ontwerp dwarsprofielen

/join/id/regdata/ws0651/2026/9f79e5c917c04933ab4d3c5ff4810a4c/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage MO 1 - Technische uitgangspuntennota

/join/id/regdata/ws0651/2026/9533e12df2c04a7fa22c9c85b9b73b68/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage MO 2 - Notitie voorkeursalternatief

/join/id/regdata/ws0651/2026/8c25643307b34296a87907380d63c808/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage MO 3 - Definitief ontwerp

/join/id/regdata/ws0651/2026/aef72168ac2549df8ca8620bcd8d5ce3/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage MO 4 - Mer-beoordelingsbesluit

/join/id/regdata/ws0651/2026/eb43774e521d4a908a66e40bfa498388/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage MO 5 - Mededeling met toelichting ten behoeve van de mer-beoordeling

/join/id/regdata/ws0651/2026/fe509936ba3c4fde9d8a684ada6ef43a/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage MO 6 - Quickscan

/join/id/regdata/ws0651/2026/7fd4773337204d80967c8df4070ef810/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage MO 7 - Voortoets inclusief Aerius berekening

/join/id/regdata/ws0651/2026/cc8e0244b1474e6a8be53f77dac185b1/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage MO 8 - Inventarisatierapport Flora Helderse zeewering

/join/id/regdata/ws0651/2026/d74523b1b6624606a2ad03cfa8e30d6f/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage MO 9 - Conditionerende onderzoeken Verkenning Dijkversterking Helderse Zeewering

/join/id/regdata/ws0651/2026/c9611f1b78b54f40b1210ce2ca0681ae/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage MO 10 - Helderse Zeewering Asfaltonderzoek 

/join/id/regdata/ws0651/2026/86891d48f4fa480284da8e083883abef/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage MO 11 - Tekening ontwerp bovenaanzicht

/join/id/regdata/ws0651/2026/e2d98b85b3a347e6b110c2bbd545d34d/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage MO 12 - Tekening ontwerp dwarsprofielen

/join/id/regdata/ws0651/2026/1fecfc6f427548ba9b674a6b92d4a654/nld@2026‑09‑23;11023674

Documentbijlage MO 13 - Ecologisch werkprotocol

/join/id/regdata/ws0651/2026/7609d48bf58a403abbdcd233efbe29e9/nld@2026‑09‑23;11023674

Naar boven