BESLUIT:
Het Dagelijks bestuur besluit:
1. Te bepalen dat zich een bijzondere omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 19.0 Omgevingswet, zijnde een langdurige periode van droogte.
2. Dat deze bijzondere omstandigheid noodzaakt om een verbod op te leggen tot onttrekking van oppervlaktewater in het gehele beheergebied van AGV met inachtneming van de volgende bepalingen:
- Het verbod geldt tussen 06:00-22:00 uur;
- Uitgezonderd van het verbod zijn: onttrekkingen waarvoor een vergunning is verleend door AGV en onttrekkingen ten behoeve van beheer van waterstaatswerken, de goede werking van bruggen en sluizen, van openbare groenvoorzieningen in beheer van provincies, gemeenten, en natuur beherende organisaties, bluswater voor de brandweer, drinkwater voor vee, gebruik van sleepslang en het baggeren.
- Het verbod geldt wél voor baggerspuiten, zijnde het onttrekken van bagger uit oppervlaktewaterlichamen dat gebruikt wordt om te spuiten over percelen.
3. Dat deze bijzondere omstandigheid tevens noodzaakt om een verbod op te leggen tot onttrekking van grondwater ten behoeve van bevloeiing en beregening in een gedeelte van het beheergebied van AGV met inachtneming van de volgende bepalingen:
- Het verbod geldt voor het beheergebied van AGV ten oosten van de Vecht;
- Het verbod geldt tussen 06:00-22:00 uur;
- Het verbod geldt in afwijking van verleende omgevingsvergunningen.
4. Het onttrekkingsverbod van kracht te laten zijn tot het tijdstip waarop het dagelijks bestuur besluit dat het onttrekken van grond- en oppervlaktewater weer verantwoord is. Het verbod wordt op 1 november 2026 automatisch opgeheven.
5. Het besluit van 10 augustus 2026 (BBV26.0462) in te trekken.
Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.