U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Wijzigingsbesluit Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân 2026-2

Het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân;

  • gelet op artikel 2.8 Omgevingswet;

  • gelet op het Delegatie- en mandaatbesluit van het algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân;

  • gelet op het Bevoegdhedenstatuut Wetterskip Fryslân 2026;

  • gezien het feit dat met de komst van de Omgevingswet (in werking per 1 januari 2024) een waterschapsverordening middels het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) ontsloten en bekendgemaakt wordt;

  • gezien het feit dat de Waterschapsverordening alle regels over de fysieke leefomgeving die Wetterskip Fryslân stelt binnen zijn beheergebied besloten dat een update van de Waterschapsverordening nodig is om een aantal wijzigingen door te voeren en de werking in het Omgevingsloket te verbeteren. Deze wijzigingen betreffen:

  • Tekstuele aanpassingen en kleine wijzigingen in de opbouw van artikelen en bijlagen;

  • Aanpassing van een aantal geografische werkingsgebieden;

 

besluit;

Artikel I

De Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân zoals aangegeven in Bijlage A, vast te stellen.

Artikel II

De gehele gewijzigde waterschapsverordening wordt nu bekendgemaakt en treedt in werking op de dag van publicatie.

Artikel III

Dit besluit wordt aangehaald als "Wijzigingsbesluit Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân 2026-2".

Aldus vastgesteld namens het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân

Lot Hofstede

 

 

Teammanager Juridische Zaken

Bijlage A Bijlage bij artikel I

A

Artikel 1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.2 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze waterschapsverordening is van toepassing:

    • a.

      in het beheergebied van het waterschap;

    • b.

      op de watersystemen of onderdelen daarvan, die in beheer zijn bij het waterschap; en

    • c.

      buiten het beheergebied van het waterschap, voor zover het gaat over werkingsgebieden met betrekking tot waterstaatswerken die in beheer zijn bij het waterschap.

  • 2.

    De regels van artikel 1.9 en hoofdstuk 3 en 4 van deze waterschapsverordening zijn niet van toepassing op:

    • a.

      projecten waarvoor door het bestuur een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet, wordt vastgesteld;

    • b.

      activiteiten die nodig zijn voor het beheer, de bediening en het onderhoud van het watersysteem of een onderdeel daarvan door of in opdracht van het waterschap; en

    • c.

      activiteiten die nodig zijn voor het uitvoeren van onderhoudsverplichtingen met betrekking tot waterstaatswerken door of in opdracht van onderhoudsplichtigen als bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet.

B

Artikel 1.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.4 Werkingsgebieden

C

Artikel 1.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.6 Specifieke zorgplicht: kwantiteit

  • 1.

    Degene die een activiteit verricht met betrekking tot het watersysteem of een onderdeel daarvan, en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 1.3, moet:

    • a.

      alle maatregelen nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;

    • b.

      voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk beperken of ongedaan maken; en

    • c.

      als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

  • 2.

    Deze zorgplicht houdt in ieder geval in dat:

    • a.

      het voorkomen, beperken, onmiddellijk ongedaan maken of achterwege laten van het beschadigen van een waterstaatswerk;

    • b.

      het voorkomen, ongedaan maken of achterwege laten van het verondiepen, versmallen of belemmeren van de waterdoorstroming van een oppervlaktewaterlichaam of van de afvoer van kwelwater of hemelwater;

    • c.

      het niet nadelig beïnvloeden van de stabiliteit van een waterkering, oeverconstructie of oever:

      • 1.

        het voorkomen van aantasting van het waterkerend vermogen van waterkeringen;

      • 2.

        het bereikbaar en toegankelijk houden van waterstaatswerken voor inspectie, onderhoud en beheer door of in opdracht van het waterschap of voor onderhoud door of in opdracht van een onderhoudsplichtige als bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet; en

      • 3.

        het voorkomen van versnelde erosie van de waterkering of het uitspoelen van grond of andere stoffen in een oppervlaktewaterlichaam.

  • 3.

    Degene die handelingen verricht als bedoeld in het eerste lid en daarbij kennis neemt van een inbreuk die door die handelingen wordt veroorzaakt, meldt die inbreuk en de maatregelen die hij voornemens is te treffen of reeds heeft getroffen, zo spoedig mogelijk aan het dagelijks bestuur.

  • 4.

    Een rechthebbende die op basis van artikel 10.3 Omgevingswet een ontvangstplicht heeft voor maaisel, baggerspecie of hekkelspecie, is verplicht dit binnen een half jaar na ontvangst op te ruimen.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur kan aanwijzingen geven over de handelingen genoemd in het eerste lid tot en met het vierde lid.

D

Artikel 1.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.7 Specifieke zorgplicht: kwaliteit

  • 1.

    Degene die een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen is verplicht:

    • a.

      alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;

    • b.

      voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en

    • c.

      als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt of ongedaan gemaakt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

  • 2.

    Deze zorgplicht houdt in ieder geval in dat:

    • a.

      alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;

    • b.

      de beste beschikbare technieken worden toegepast;

    • c.

      geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt;

    • d.

      alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet;

    • e.

      lozingen op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk doelmatig kunnen worden bemonsterd;

    • f.

      metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; en

    • g.

      meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd.

  • 3.

    Degene die handelingen verricht als bedoeld in het eerste lid en daarbij kennis neemt van een inbreuk die door die handelingen wordt veroorzaakt, meldt die inbreuk en de maatregelen die hij voornemens is te treffen of reeds heeft getroffen, zo spoedig mogelijk aan het dagelijks bestuur.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur kan aanwijzingen geven over de handelingen genoemd in het eerste lid tot en met het derde lid.

E

Artikel 1.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.8 Maatwerkvoorschriften

  • 1.

    In aanvulling op of in afwijking van de zorgplicht in artikel 1.6, artikel 1.7 en de algemene regels in hoofdstuk 2, hoofdstuk 3, en hoofdstuk 4 kunnen in een specifieke situatie waarin geen omgevingsvergunning voor een wateractiviteit is vereist met het oog op de doelen uit artikel 1.3, maatwerkvoorschriften worden gesteld. Het dagelijks bestuur kan zo nodig in specifieke gevallen waarin de algemene regels onvoldoende bescherming bieden, bij maatwerkvoorschrift aanvullende of vervangende voorschriften opnemen.

  • 2.

    Wanneer sprake is van meerdere activiteiten die gecombineerd worden uitgevoerd, waarvoor deels een vergunningplicht geldt en deels een algemene regel van toepassing is, dan wordt het in het eerste lid bedoelde maatwerkvoorschrift als voorschrift aan de omgevingsvergunning verbonden.

F

Artikel 1.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.9 Vangnetvergunningplicht en afwegingskader/voorschriften vergunning

  • 1.

    Voor zover activiteiten niet in deze waterschapsverordening beschreven zijn, is het verboden zonder omgevingsvergunning van het dagelijks bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te maken of te behouden, vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen.

  • 2.

    Een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit wordt geweigerd, voor zover verlening daarvan niet verenigbaar is met de doelstellingen genoemd in artikel 1.3 van deze waterschapsverordening.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur kan aan een omgevingsvergunning voorschriften en beperkingen verbinden. Deze kunnen mede betrekking hebben op het voorkomen van belemmering van onderhoud dat wordt uitgevoerd door het waterschap en of het voorkomen van de verhoging onderhoudskosten van het waterschap. Dit kan inhouden dat de vergunninghouder een betaling of een andere compensatie verricht vanwege de voor het waterschap toegenomen kosten van onderhoud.

  • 4.

    Op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk zijn de artikelen 8.92 en 8.93 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.

G

Artikel 1.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.10 Vangnetvergunningplicht lozen op een oppervlaktewaterlichaam

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, als daarbij stoffen, koude of warmte worden geloosd.

  • 2.

    Het verbod geldt niet voor:

    • a.

      het lozen van stoffen of warmte op een oppervlaktewaterlichaam afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

    • b.

      het lozen, bedoeld in hoofdstuk 2;

    • c.

      het lozen van water dat afkomstig is uit dat oppervlaktewaterlichaam en waaraan geen stoffen zijn toegevoegd; en

    • d.

      het lozen van stoffen of warmte afkomstig van wonen.

H

Artikel 1.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.11 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden

  • 1.

    Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap worden die ondertekend en voorzien van:

    • a.

      de aanduiding van de activiteit;

    • b.

      de naam en het adres van degene die de activiteit verricht;

    • c.

      het adres waarop de activiteit wordt verricht; en

    • d.

      de dagtekening.

  • 2.

    Voordat de in het eerste lid bedoelde naam of het adres wordt gewijzigd, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

  • 3.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

I

Artikel 1.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.14 Indieningsvereisten omgevingsvergunning lozen op een oppervlaktewaterlichaam

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het debiet in kubieke meter per uur (m3/u), etmaal (m3/etmaal), maand (m3/maand), jaar (m3/jaar) en het totaal (m3) van het te lozenwater;

  • b.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • c.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • d.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • e.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • f.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • g.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • h.

    het chloridegehalte van het te lozenwater en het chloridegehalte van het ontvangen oppervlaktewater, gemeten in een steekmonster;

  • i.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • j.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • k.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

J

Afdeling 1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 1.3 Ongewone voorvallen en calamiteiten

Artikel 1.15 Informeren over een ongewoon voorval

  • 1.

    Het dagelijks bestuur van het waterschap wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval.

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk afkomstig van:

    • a.

      een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

    • b.

      wonen.

Artikel 1.16 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval

  • 1.

    Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap:

    • a.

      informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan;

    • b.

      informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen;

    • c.

      andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en

    • d.

      informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk afkomstig van:

    • a.

      een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

    • b.

      wonen.

Artikel 1.17 Algeheel verbod bij calamiteiten

  • 1.

    In geval van grote schaarste of overvloed aan water, aanmerkelijke verslechtering van de kwaliteit daarvan of bij het in ongerede raken van een waterstaatswerk, dan wel indien zodanige omstandigheid dreigt te ontstaan, kan het dagelijks bestuur, zo nodig in afwijking van verleende omgevingsvergunningen of geldende peilbesluiten, besluiten te verbieden:

    • a.

      water af te voeren naar een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk;

    • b.

      water aan te voeren uit een oppervlaktewaterlichaam;

    • c.

      water te brengen in een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk;

    • d.

      water te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam;

    • e.

      grondwater te onttrekken of water te infiltreren; en

    • f.

      activiteiten in een werkingsgebied uit te voeren.

  • 2.

    Het besluit kan in ieder geval inhouden dat de activiteiten worden beperkt of worden stopgezet.

  • 3.

    Het besluit wordt onverwijld ingetrokken als het dagelijks bestuur van het waterschap instandhouding daarvan niet langer noodzakelijk vindt.

K

Artikel 2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.1 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op de hoeveelheid water die op een oppervlaktewaterlichaam wordt geloosd, indien:

    • a.

      dit geen afvloeiend hemelwater is als bedoeld in afdeling 2.3;

    • b.

      dit geen water is als bedoeld in afdeling 2.12; en

    • c.

      dit geen water is als bedoeld in afdeling 2.18.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op versnelde afvoer van water als bedoeld in afdeling 4.21.

L

Artikel 2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.2 Meet- en rekenbepalingen

  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is voor chloride NEN-EN-ISO 15682 van toepassing.

M

Artikel 2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.3 Toestemmingsvrij

  • 1.

    Het lozen van water op een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij, indien:

    • a.

      dit plaatsvindt in boezemwater;

    • b.

      de te lozen hoeveelheid water groter dan 250 kubieke meter per uur (m3/u) is;

    • c.

      het te lozenwateronttrokken wordt uit het oppervlaktewaterlichaam waarop wordt geloosd; en

    • d.

      het chloridegehalte van het te lozenwater is kleiner dan of gelijk aan het chloridegehalte van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam, gemeten in een steekmonster.

  • 2.

    Het lozen van water op een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij, indien:

    • a.

      dit plaatsvindt in boezemwater;

    • b.

      de te lozen hoeveelheid water kleiner dan of gelijk aan 250 kubieke meter per uur (m3/u) is; en

    • c.

      het chloridegehalte van het te lozenwater is kleiner dan of gelijk aan het chloridegehalte van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam, gemeten in een steekmonster.

  • 3.

    Het lozen van water op een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij, indien:

    • a.

      het lozen van water plaatsvindt in een oppervlaktewaterlichaam niet zijnde boezemwater;

    • b.

      de te lozen hoeveelheid is kleiner dan of gelijk aan 80 kubieke meter per uur (m3/u);

    • c.

      de te lozen hoeveelheid is kleiner dan of gelijk aan 800 kubieke meter per etmaal (m3/etmaal); en

    • d.

      het chloridegehalte van het te lozenwater is kleiner dan of gelijk aan het chloridegehalte van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam, gemeten in een steekmonster.

N

Artikel 2.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.7 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van een hoeveelheid water op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het debiet in kubieke meter per uur (m3/u), etmaal (m3/etmaal), maand (m3/maand), jaar (m3/jaar) en het totaal (m3) van het te lozenwater;

  • b.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • c.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • d.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • e.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • f.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen; en

  • g.

    het chloridegehalte van het te lozenwater en het chloridegehalte van het ontvangen oppervlaktewater, gemeten in een steekmonster.

O

Artikel 2.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.9 Meet- en rekenbepalingen

  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:

    • a.

      voor BTEX: NEN-EN-ISO 15680;

    • b.

      voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993;

    • c.

      voor tetrachlooretheen, trichlooretheen, 1,2-dichlooretheen, 1,1,1 trichloorethaan, vinylchloride, de som van de vijf hiervoor genoemde stoffen, monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: NEN-EN-ISO 10301 of NEN-EN-ISO 15680, waarbij voor vinylchloride enkel NEN-EN-ISO 15680 gebruikt kan worden;

    • d.

      voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2;

    • e.

      voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en chroom: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2;

    • f.

      voor kwik: NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 12846 of NEN-EN-ISO 17852, waarbij kwik wordt ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; en

    • g.

      voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872.

P

Artikel 2.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.11 Meldingsplicht voor lozen van grondwater bij ontwatering

  • 1.

    Voor het lozen van grondwater bij ontwatering op een oppervlaktewaterlichaam geldt een meldingsplicht als dat grondwater:

    • a.

      niet afkomstig is van een bodemsanering, een grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een bodemsanering of grondwatersanering; en

    • b.

      geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is.

  • 2.

    Voor het te lozengrondwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 50 mg/l, gemeten in een steekmonster.

  • 3.

    Het tweede lid is niet van toepassing op het lozen van grondwater bij wonen.

Q

Artikel 2.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.12 Meldingsplicht voor lozen van grondwater bij saneringen

  • 1.

    Voor het lozen van grondwater afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering op een oppervlaktewaterlichaam geldt een meldingsplicht.

  • 2.

    Voor het lozen van dat grondwater in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.1, gemeten in een steekmonster.

    Tabel 2.1 Emissiegrenswaarden bij lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam

    Stof

    Emissiegrenswaardein μg/l of mg/l

    Naftaleen

    0,2 μg/l

    PAK’s

    1 μg/l

    BTEX

    50 μg/l

    Vluchtige organohalogeen-verbindingen uitgedrukt als chloor

    20 μg/l

    Aromatische organohalogeen-verbindingen

    20 μg/l

    Minerale olie

    500 μg/l

    Cadmium

    4 μg/l

    Kwik

    1 μg/l

    Koper

    11 μg/l

    Nikkel

    41 μg/l

    Lood

    53 μg/l

    Zink

    120 μg/l

    Chroom

    24 μg/l

    Onopgeloste stoffen

    50 mg/l

  • 3.

    Voor het lozen van dat grondwater in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.2, gemeten in een steekmonster.

    Tabel 2.2 Emissiegrenswaarden in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam

    Stof

    Emissiegrenswaardein μg/l of mg/l

    Naftaleen

    0,2 μg/l

    PAK’s

    1 μg/l

    Minerale olie

    50 μg/l

    Cadmium

    0,4 μg/l

    Kwik

    0,1 μg/l

    Koper

    1,1 μg/l

    Nikkel

    4,1 μg/l

    Lood

    5,3 μg/l

    Chroom

    2,4 μg/l

    Zink

    12 μg/l

    Onopgeloste stoffen

    20 mg/l

    Benzeen

    2 μg/l

    Tolueen

    7 μg/l

    Ethylbenzeen

    4 μg/l

    Xyleen

    4 μg/l

    Tetrachlooretheen

    3 μg/l

    Trichlooretheen

    20 μg/l

    1,2-dichlooretheen

    20 μg/l

    1,1,1-trichloorethaan

    20 μg/l

    Vinylchloride

    8 μg/l

    Som van de vijf hier bovenstaande stoffen

    20 μg/l

    Monochloorbenzeen

    7 μg/l

    Dichloorbenzenen

    3 μg/l

    Trichloorbenzenen

    1 μg/l

R

Artikel 2.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.13 Indieningsvereisten melding

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 2.11 en artikel 2.12, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de aard en omvang van de lozingsactiviteit; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

  • 3.

    In afwijking van het eerste en tweede lid worden de gegevens en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het begin van het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering verstrekt, als de periode van het lozen groter dan 48 uur is, maar kleiner dan of gelijk aan 8 weken.

S

Artikel 2.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.15 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van grondwater bij sanering of ontwatering op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • f.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • g.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • h.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • i.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

T

Artikel 2.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.18 Meldingsplicht

  • 1.

    Afvloeiend hemelwater kan worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat hemelwater:

    • a.

      niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening;

    • b.

      geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en

    • c.

      geen overig afvalwater van een kas als bedoeld in paragraaf 4.78 van dat besluit is.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater, afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaamgeloosd als lozen op de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is. Daarbij wordt het afvloeiend hemelwater via deugdelijke zuiveringsvoorzieninggeloosd.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater, afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaamgeloosd als lozen op of in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is. Daarbij wordt het afvloeiend hemelwater via deugdelijke zuiveringsvoorzieninggeloosd.

  • 4.

    Voor het lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening geldt een meldingsplicht, indien voldaan wordt aan de voorwaarden of voorschriften die zijn opgenomen in het eerste lid tot en met het derde lid.

U

Artikel 2.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.19 Indieningsvereisten melding

  • 1.

    Ten minste zes maanden voorafgaand aan de voorgenomen aanleg van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de omvang van de lozingsactiviteit; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit.

  • 2.

    Ten minste zes maanden voorafgaand aan het veranderen van de lozingsactiviteit door een reconstructie of ingrijpende wijziging van die wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden de gewijzigde gegevens en bescheiden verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

V

Artikel 2.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.21 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvloeiend hemelwater op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • f.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • g.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • h.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

W

Artikel 2.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.23 Meet- en rekenbepalingen

  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:

    • a.

      voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/NEN-EN-ISO 5815-2; en

    • b.

      voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705.

X

Artikel 2.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.25 Meldingsplicht voor lozen van huishoudelijk afvalwater

  • 1.

    Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater alleen op een oppervlaktewaterlichaamgeloosd als het lozen plaatsvindt buiten een bebouwde kom of binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van kleiner dan 2.000 inwonerequivalenten, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten is:

    • a.

      groter dan 40 meter (m) met een vervuilingswaarde kleiner dan of gelijk aan 10 inwonerequivalenten;

    • b.

      groter dan 100 meter (m) met een vervuilingswaarde groter dan 10 inwonerequivalenten en kleiner dan 25 inwonerequivalenten;

    • c.

      groter dan 600 meter (m) met een vervuilingswaarde groter dan of gelijk aan 25 inwonerequivalenten en kleiner dan 50 inwonerequivalenten;

    • d.

      groter dan 1.500 meter (m) met een vervuilingswaarde groter dan of gelijk aan 50 inwonerequivalenten en kleiner dan 100 inwonerequivalenten; en

    • e.

      groter dan 3.000 meter (m) met een vervuilingswaarde groter dan of gelijk aan 100 inwonerequivalenten.

  • 2.

    De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend:

    • a.

      vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en

    • b.

      langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur van het waterschap, indien het belang van de bescherming van een oppervlaktewaterlichaam zich daartegen niet verzet, op een daartoe strekkende aanvraag bij maatwerkvoorschrift het lozen in een oppervlaktewaterlichaam toestaan voor een door hem vast te stellen termijn, gebaseerd op het nog niet verstreken deel van een afschrijvingstermijn van de voor de aanleg van het vuilwaterriool of het zuiveringtechnisch werk reeds bestaande zuiveringsvoorziening.

  • 4.

    Voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam geldt een meldingsplicht, indien voldaan wordt aan de voorwaarden of voorschriften die zijn opgenomen in het eerste lid tot en met het derde lid.

Y

Artikel 2.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.26 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater

  • 1.

    Met het oog op het beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, geleid via een zuiveringsvoorziening.

  • 2.

    Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.3, gemeten in een steekmonster.

    Tabel 2.3 Emissiegrenswaarden bij het lozen op een oppervlaktewaterlichaam

    Stof

    Emissiegrenswaardein mg/l

    Biochemisch zuurstofverbruik

    60 mg/l

    Chemisch zuurstofverbruik

    300 mg/l

    Onopgeloste stoffen

    60 mg/l

  • 3.

    Het tweede lid is niet van toepassing als de lozing plaatsvindt buiten een kwetsbaar gebied en het huishoudelijk afvalwater kleiner dan 6 inwonerequivalenten bevat en voorafgaand aan vermenging met ander water door een septictank wordt geleid indien:

    • a.

      de septictank:

      • 1.

        voldoet aan NEN-EN 12566-1;

      • 2.

        heeft een nominale inhoud van groter dan of gelijk aan 6 kubieke meter (m3); en

      • 3.

        een hydraulisch rendement van kleiner dan 10 gram (g) heeft, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of

    • b.

      de septictank is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.

  • 4.

    Het eerste tot en met derde lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam:

    • a.

      vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of

    • b.

      op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.

  • 5.

    In afwijking van de regels bedoeld in het tweede en derde lid, wordt voor bestaande lozingen van huishoudens van voor 1 maart 1997 aan het eerste lid voldaan als de lozing plaatsvindt in niet-kwetsbaar en niet-vrij afstromend gebied in de provincie Fryslân en het huishoudelijk afvalwater wordt geleid door goed onderhouden en goed functionerende voorzieningen die in ieder geval bestaan uit:

    • a.

      een septictank met een inhoud van minimaal 1,5 kubieke meter (m3) voor het toiletwater; en

    • b.

      een doelmatige bezinkvoorziening voor het overige huishoudelijke afvalwater; of

    • c.

      een aan de onder a en b genoemde voorzieningen ten minste gelijkwaardig alternatief.

  • 6.

    In afwijking van het tweede lid kan het dagelijks bestuur van het waterschap, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, op een daartoe strekkende aanvraag voor een door hem vast te stellen termijn bij maatwerkvoorschrift bepalen dat bij het lozen niet aan de in dat lid genoemde waarden behoeft te worden voldaan. Het dagelijks bestuur van het waterschap kan daarbij:

    • a.

      andere waarden vaststellen; en

    • b.

      bepalen dat het huishoudelijk afvalwater door een daarbij voorgeschreven zuiveringsvoorziening wordt geleid.

Z

Artikel 2.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.27 Indieningsvereisten melding

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 2.25, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd;

    • b.

      de wijze van behandeling van het afvalwater;

    • c.

      de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit;

    • d.

      de afstand van de kadastrale grens van het perceel tot de gemeentelijk riolering; en

    • e.

      een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl met daarop:

      • 1.

        de locatie van het gebouw waar het afvalwater ontstaat; en

      • 2.

        alle rioleringen van het gebouw waar het afvalwater ontstaat tot het lozingspunt, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen hemelwaterafvoer en vuilwaterafvoer, de te treffen zuiveringsvoorziening (septictank, IBA klasse II of III).

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

AA

Artikel 2.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.29 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl met daarop:

    • 1.

      de locatie van het gebouw waar het afvalwater ontstaat; en

    • 2.

      alle rioleringen van het gebouw waar het afvalwater ontstaat tot het lozingspunt, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen hemelwaterafvoer en vuilwaterafvoer, en de te treffen zuiveringsvoorziening (septictank, IBA klasse II of III).

  • b.

    de afstand van de kadastrale grens van het perceel tot de gemeentelijk riolering;

  • c.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • d.

    het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd;

  • e.

    de wijze van behandeling van het afvalwater;

  • f.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit;

  • g.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • h.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • i.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • j.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • k.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

BB

Artikel 2.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.33 Indieningsvereisten melding

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 2.32, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de berekening van de maximale warmtevracht in kilojoule per seconde (kJ/s); en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

CC

Artikel 2.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.36 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op het lozen van koude en warmte bij aquathermie op of in een oppervlaktewaterlichaam.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op een warmtewisselaar die wordt toegepast voor het lozen van koude en warmte bij aquathermie op of in een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in afdeling 4.25.

DD

Artikel 2.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.45 Toestemmingsvrij

  • 1.

    Lozen van afvalwater afkomstig van het reinigen of conserveren van bouwwerken op een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij, indien het gaat om:

    • a.

      afvalwater afkomstig van het afwassen met water; of

    • b.

      afvalwater afkomstig van het schoonspuiten met water onder een druk van ten hoogste 200 bar.

  • 2.

    Lozen van afvalwater afkomstig van bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken op een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij.

EE

Artikel 2.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.46 Werkinstructie bij reinigen en conserveren

  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het reinigen of conserveren van bouwwerken:

    • a.

      is een werkinstructie opgesteld; en

    • b.

      wordt voor het deel van het bouwwerk dat boven de waterspiegel ligt een hulpconstructie voor de opvang van stoffen gebruikt die is afgestemd op de gebruikte techniek, de gebruikte stoffen en de stoffen die kunnen vrijkomen.

  • 2.

    In de werkinstructie is in ieder geval opgenomen:

    • a.

      welke technieken worden toegepast;

    • b.

      welke stoffen kunnen vrijkomen; en

    • c.

      welke stoffen worden gebruikt.

  • 3.

    Als een hulpconstructie wordt gebruikt, is in de werkinstructie ook opgenomen:

    • a.

      op welke manier de vloer, de zijwanden en de bovenzijde van de hulpconstructie zijn uitgevoerd;

    • b.

      wat de omvang van het bouwwerk dat wordt gereinigd of geconserveerd is en wat de omvang van de hulpconstructie is;

    • c.

      of de constructie een afzuiging met permanente onderdruk heeft;

    • d.

      op welke manier afvalwater wordt opgevangen, als natte technieken worden gebruikt; en

    • e.

      welke aanvullende maatregelen worden getroffen als wordt gewerkt bij een windsnelheid van groter dan 8 meter per seconde (m/s).

  • 4.

    De werkinstructie is ter plekke van het reinigen en conserveren van het bouwwerk aanwezig en in te zien door medewerkers van het waterschap.

FF

Artikel 2.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.47 Werkinstructie bij bouwen, renoveren en slopen

  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken is er een werkinstructie opgesteld, waarin in ieder geval is opgenomen:

    • a.

      op welke manier wordt gebouwd, gerenoveerd of gesloopt; en

    • b.

      welke maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat stoffen die worden gebruikt of die kunnen vrijkomen, in het oppervlaktewaterlichaam terechtkomen.

  • 2.

    De werkinstructie is ter plekke van het bouwen, renoveren en slopen van het bouwwerk aanwezig en in te zien door medewerkers van het waterschap.

GG

Artikel 2.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.49 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij het reinigen, conserveren, bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • e.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • f.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • g.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

HH

Artikel 2.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.53 Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater bij overslaan van inerte goederen

  • 1.

    Bij het overslaan van inerte goederen in de buitenlucht kan afvalwater worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.

  • 2.

    Bij het overslaan van inerte goederen in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.

  • 3.

    Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als:

    • a.

      de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 meter (m); of

    • b.

      het schip waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.

  • 4.

    Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op het overslaan van inerte goederen bij wonen.

II

Artikel 2.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.55 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij het opslaan of overslaan van inerte goederen worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • f.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • g.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • h.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • i.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

JJ

Artikel 2.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.57 Meet- en rekenbepalingen

  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:

    • a.

      voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872;

    • b.

      voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705;

    • c.

      voor olie: NEN-EN-ISO 9377-2;

    • d.

      voor arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2;

    • e.

      voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993;

    • f.

      voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1;

    • g.

      voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646;

    • h.

      voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1;

    • i.

      voor de som van fosforverbindingen: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2, en

    • j.

      voor extraheerbaar organisch chloor: NEN 6402.

KK

Artikel 2.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.58 Toestemmingsvrij

  • 1.

    Het lozen op een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij, indien het lozen plaatsvindt bij:

    • a.

      het overslaan van zout voor het strooien op wegen;

    • b.

      het overslaan van niet-inerte goederen die vrijkomen bij een werk; en

    • c.

      het overslaan van niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.

  • 2.

    Bij het overslaan van goederen uit het eerste lid in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.

  • 3.

    Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als:

    • a.

      de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 meter (m); of

    • b.

      het schip waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.

LL

Artikel 2.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.59 Meldingsplicht voor lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen die kunnen uitlogen

  • 1.

    In aanvulling op artikel 4.1058, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan te lozenafvalwater afkomstig van het opslaan van goederen waaruit stoffen kunnen uitlogen worden geloosd op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam, als de afstand tot een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten of geloosd groter dan 40 meter (m) is, gerekend vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt.

  • 2.

    Voor het te lozenafvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.4, gemeten in een steekmonster.

    Tabel 2.4 Emissiegrenswaarden

    Stof

    Emissiegrenswaardein μg/l of mg/l

    Som van de metalen arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink

    1 mg/l

    Minerale olie

    20 mg/l

    Polycyclische aromatische koolwaterstoffen

    50 μg/l

    Onopgeloste stoffen

    100 mg/l

    Som van stikstofverbindingen

    10 mg/l

    Som van fosforverbindingen

    2 mg/l

    Chemisch zuurstofverbruik

    200 mg/l

    Extraheerbaar organisch chloor

    5 μg/l

  • 3.

    Indien voldaan wordt aan het eerste lid en het tweede lid geldt een meldingsplicht.

MM

Artikel 2.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.60 Meldingsplicht voor lozen afvalwater afkomstig van het overslaan van niet-inerte goederen

  • 1.

    Voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam bij het bedrijfsmatig overslaan van niet-inerte goederen geldt een meldingsplicht.

  • 2.

    Bij het overslaan van goederen uit het eerste lid in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.

  • 3.

    Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als:

    • a.

      de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 meter (m); of

    • b.

      het schip waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.

NN

Artikel 2.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.61 Indieningsvereisten melding

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 2.59 en 2.60, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de stoffen die worden opgeslagen of overgeslagen; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

OO

Artikel 2.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.63 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij het opslaan of overslaan van niet-inerte goederen worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • f.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • g.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • h.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • i.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

PP

Artikel 2.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.68 Indieningsvereisen omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • f.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • g.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • h.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • i.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

QQ

Artikel 2.74 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.74 Indieningsvereisten melding

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 2.70, artikel 2.72 en artikel 2.73, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de kwaliteit van de te ontgraven of te baggerenwaterbodem;

    • b.

      als de waterbodem de kwaliteitsklasse «sterk verontreinigd», bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, heeft: de werkinstructie, bedoeld in artikel 2.71; en

    • c.

      de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing als de ontgraving of baggerwerkzaamheden plaatsvinden door of namens de beheerder of ter uitvoering van een onderhoudsverplichting als bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet.

RR

Artikel 2.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.76 Indieningsvereisen omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij ontgravingen, baggerwerkzaamheden en werkzaamheden door de waterbeheerder worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • f.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • g.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • h.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • i.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

SS

Artikel 2.81 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.81 Indieningsvereisen omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij het schoonmaken van drinkwaterleidingen worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • f.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • g.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • h.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • i.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

TT

Artikel 2.86 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.86 Indieningsvereisen omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • f.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • g.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • h.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • i.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

UU

Artikel 2.88 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.88 Meet- en rekenbepalingen

  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:

    • a.

      voor chloride: NEN-EN-ISO 15682;

    • b.

      onopgeloste stoffen: NEN-EN 872;

    • c.

      voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/NEN-EN-ISO 5815-2;

    • d.

      voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; en

    • e.

      voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2.

VV

Artikel 2.89 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.89 Meldingsplicht voor lozen vanuit andere gebouwen dan een kas

  • 1.

    In aanvulling op artikel 4.795, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan te lozenafvalwater afkomstig van het telen of kweken van gewassen in een gebouw, anders dan een kas, ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, groter dan 40 meter (m) is.

  • 2.

    Voor het te lozenafvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.5, gemeten in een steekmonster.

    Tabel 2.5 Emissiegrenswaarden

    Stof

    Emissiegrenswaardein mg/l

    Onopgeloste stoffen

    100 mg/l

    Biochemisch zuurstofverbruik

    60 mg/l

    Chemisch zuurstofverbruik

    300 mg/l

  • 3.

    De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend:

    • a.

      vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en

    • b.

      langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van een bestaande lozing van voor 1 januari 2013, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.

  • 5.

    Indien voldaan wordt aan de voorwaarden of voorschriften die zijn opgenomen in het eerste lid tot en met het vierde lid geldt een meldingsplicht.

WW

Artikel 2.90 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.90 Meldingsplicht voor lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen

  • 1.

    In aanvulling op artikel 4.761, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan te lozenafvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk, waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, groter dan 40 meter (m) is.

  • 2.

    Voor het te lozenafvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 100 milligram per liter (mg/l), gemeten in een steekmonster.

  • 3.

    De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend:

    • a.

      vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en

    • b.

      langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van een bestaande lozing van voor 1 januari 2013, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.

  • 5.

    Indien voldaan wordt aan de voorwaarden of voorschriften die zijn opgenomen in het eerste lid tot en met het vierde lid geldt een meldingsplicht.

XX

Artikel 2.91 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.91 Meldingsplicht voor lozen bij sorteren van biologisch geteelde gewassen

  • 1.

    In aanvulling op artikel 4.773, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan te lozenafvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.

  • 2.

    Voor het te lozenafvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.6, gemeten in een steekmonster.

    Tabel 2.6 Emissiegrenswaarden

    Stof

    Emissiegrenswaardein mg/l

    Onopgeloste stoffen

    100 mg/l

    Biochemisch zuurstofverbruik

    60 mg/l

    Chemisch zuurstofverbruik

    300 mg/l

  • 3.

    Indien voldaan wordt aan het eerste lid en tweede lid geldt een meldingsplicht.

YY

Artikel 2.92 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.92 Meldingsplicht voor lozen bij omgekeerde osmose en ionenwisselaars

  • 1.

    Afvalwater afkomstig van het zuiveren van water door omgekeerde osmose of ionenwisselaars voor agrarische activiteiten kan worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.

  • 2.

    Voor het te lozenafvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.7, gemeten in een steekmonster.

    Tabel 2.7 Emissiegrenswaarden

    Stof

    Emissiegrenswaardein mg/l

    Chloride

    200 mg/l

    IJzer

    2 mg/l

  • 3.

    De artikelen 4.801 en 4.804 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn niet van toepassing.

  • 4.

    Indien voldaan wordt aan het eerste lid en het tweede lid geldt een meldingsplicht.

ZZ

Artikel 2.93 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.93 Meldingsplicht voor lozen bij ontijzeren grondwater

  • 1.

    Afvalwater afkomstig van het ontijzeren van grondwater voor agrarische activiteiten kan worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, groter dan 40 meter (m) is.

  • 2.

    Voor het te lozenafvalwater is de emissiegrenswaarde voor ijzer 5 milligram per liter (mg/l), gemeten in een steekmonster.

  • 3.

    De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend:

    • a.

      vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en

    • b.

      langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van een bestaande lozing van voor 1 januari 2013, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.

  • 5.

    Indien voldaan wordt aan de voorwaarden of voorschriften die zijn opgenomen in het eerste lid tot en met het vierde lid geldt een meldingsplicht.

AAA

Artikel 2.94 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.94 Indieningsvereisten melding

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 2.89 tot en met 2.93, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de aard en omvang van de lozing; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

BBB

Artikel 2.96 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.96 Indieningsvereisen omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • f.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • g.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • h.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • i.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

CCC

Artikel 2.98 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.98 Meet- en rekenbepalingen

  • 1.

    Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

  • 2.

    Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

  • 3.

    Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:

    • a.

      onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; en

    • b.

      voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705.

DDD

Artikel 2.99 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.99 Toestemmingsvrij

  • 1.

    Als in het omgevingsplan voor afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel, het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd of het uitwassen van beton een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van de artikelen 4.140, eerste lid, en 4.158, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozenafvalwater, bedoeld in die artikelen, geloosd op een oppervlaktewaterlichaam of via die andere route.

  • 2.

    Voor het te lozenafvalwater zijn de emissiegrenswaarden, de waarden bedoeld in tabel 2.8 gemeten in een steekmonster en bepaald conform artikel 2.98.

    Tabel 2.8 Emissiegrenswaarden

    Stof

    Emissiegrenswaardein mg/l

    Onopgeloste stoffen

    100 mg/l

    Chemisch zuurstofverbruik

    200 mg/l

EEE

Artikel 2.101 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.101 Indieningseisen omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij het maken van betonmortel en uitwassen van beton worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • f.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • g.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • h.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • i.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

FFF

Artikel 2.102 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.102 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op de kwaliteit van het te lozenafvalwater bij niet-industriële voedselbereiding op een oppervlaktewaterlichaam.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van de voedingsmiddelenindustrie, bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving met uitzondering van het lozen van afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

GGG

Artikel 2.103 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.103 Meldingsplicht

  • 1.

    Afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen kan worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als het bereiden plaatsvindt met:

    • a.

      grootkeukenapparatuur;

    • b.

      één of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of

    • c.

      één of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen van ten hoogste 130 kilowatt (kW).

  • 2.

    Het afvalwater wordt alleen gezamenlijk met huishoudelijk afvalwatergeloosd, en wordt alleen geloosd voor zover de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen en daarmee samenhangende activiteiten.

  • 3.

    Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voorafgaande aan vermenging met ander water geleid door:

    • a.

      een vetafscheider en slibvangput volgens NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2; of

    • b.

      een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.

  • 4.

    In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.

  • 5.

    Indien voldaan wordt aan de voorwaarden of voorschriften die zijn opgenomen in het eerste lid tot en met het vierde lid geldt een meldingsplicht.

HHH

Artikel 2.104 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.104 Indieningsvereisten melding

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 2.103, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de aard en omvang van de lozing; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

III

Artikel 2.106 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.106 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij niet-industriële voedselbereiding worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • f.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • g.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • h.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • i.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

JJJ

Artikel 2.109 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.109 Indieningsvereisten melding

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 2.108, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de aard en omvang van de lozing; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

KKK

Artikel 2.111 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.111 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • f.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • g.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • h.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • i.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

LLL

Artikel 2.115 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.115 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam vanaf vaartuigen of andere werktuigen bij spoelen of scheiden van zand of grind worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • f.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • g.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • h.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • i.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

MMM

Artikel 2.123 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.123 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het debiet in kubieke meter per uur (m3/u), etmaal (m3/etmaal), maand (m3/maand), jaar (m3/jaar) en het totaal (m3) van het te lozenwater;

  • b.

    een riooltekening in het geval van een lozing op een zuiveringtechnisch werk;

  • c.

    de coördinaten volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting  van ieder lozingspunt;

  • d.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit, de verwachte duur van de lozingsactiviteit en bij een tijdelijke lozing de datum van het einde van de lozingsactiviteit;

  • e.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • f.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • g.

    de samenstelling van het water dat wordt geloosd;

  • h.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • i.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozenstoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • j.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

NNN

Artikel 3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.2 Toestemmingsvrij

  • 1.

    Het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij, indien de wateronttrekking kleiner dan 250 kubieke meter per uur (m3/u) is.

  • 2.

    Het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij, indien de wateronttrekking groter dan of gelijk aan 250 kubieke meter per uur (m3/u) is en dit water in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam terug wordt gebracht.

OOO

Artikel 3.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.7 Verbod

  • 1.

    In geval van grote schaarste of overvloed aan water, aanmerkelijke verslechtering van de kwaliteit daarvan of van het in het ongerede raken van een waterstaatswerk, dan wel indien zodanige omstandigheid dreigt te ontstaan, kan het dagelijks bestuur van het waterschap verbieden water te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam.

  • 2.

    Zodra het dagelijks bestuur van het waterschap, gezien de situatie, handhaving van een verbod krachtens het eerste lid niet langer noodzakelijk acht, maakt het onverwijld de intrekking bekend.

PPP

Artikel 3.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.8 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op het onttrekken van grondwater en het onttrekken van grondwater inclusief retourbemaling.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

QQQ

Artikel 3.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.9 Meetverplichting

  • 1.

    Degene die grondwateronttrekt, meet de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater met een nauwkeurigheid van ten minste 95 procent (%).

  • 2.

    Voor kortdurende of seizoensgebonden onttrekkingen kan het dagelijks bestuur van het waterschap in de voorschriften van de omgevingsvergunning voor de wateronttrekkingsactiviteit of, als geen omgevingsvergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de hoeveelheid over een kortere tijdsspanne wordt gemeten.

  • 3.

    Uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, als de onttrekking is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens verstrekt over de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden onttrokkengrondwater.

  • 4.

    Indien grondwater wordt onttrokken ten behoeve van een brandblusvoorziening dan geldt een vrijstelling van de meet- en rapportageplicht.

  • 5.

    Indien de onttrekking van grondwater plaatsvindt op basis van een pompcapaciteit kleiner dan of gelijk aan 1 kubieke meter per uur (m3/u) is dan geldt een vrijstelling van de meet- en rapportageplicht.

  • 6.

    Indien de onttrekking van grondwater plaatsvindt ten behoeve van veedrenking en plaatsvindt op basis van een pompcapaciteit kleiner dan of gelijk aan 10 kubieke meter per uur (m3/u) is dan geldt een vrijstelling van de meet- en rapportageplicht.

RRR

Artikel 3.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.10 Algemene regels

  • 1.

    Indien grondwater wordt onttrokken:

    • a.

      worden nadelige gevolgen van de onttrekking voorkomen. Indien de onttrekking nadelige gevolgen veroorzaakt, moet degene die grondwateronttrekt zo spoedig mogelijk maatregelen nemen om deze gevolgen te beperken. Het dagelijks bestuur van het waterschap wordt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk de eerstvolgende werkdag geïnformeerd over de geconstateerde nadelige gevolgen en de te treffen of getroffen maatregelen;

    • b.

      wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt bij het aanleggen en beheren van de voorziening(en) voor grondwateronttrekking; en

    • c.

      wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt door na definitieve beëindiging van de onttrekking de voorziening(en) voor grondwateronttrekking te verwijderen, af te werken en af te dichten.

  • 2.

    Indien grondwateronttrokken wordt ten behoeve van een bouwputbemaling, proefbronnering, sleufbemaling, grondsanering of sanering van een grondwaterverontreiniging:

    • a.

      is de verlaging van de freatische grondwaterstand of de stijghoogte in het eerste watervoerende pakket kleiner dan of gelijk aan 500 millimeter (mm) beneden het actuele ontgravingsniveau;

    • b.

      dient een peilbuis of meetput toegepast te worden om de stijghoogte te bepalen indien spanningsbemaling wordt toegepast; en

    • c.

      indien retourbemaling toegepast wordt:

      • 1.

        dient het grondwater terug gebracht te worden in het watervoerende pakket waar het grondwater uit afkomstig is; of

      • 2.

        mag het grondwater worden terug gebracht op de bodem indien de retourbemaling op de Waddeneilanden plaatsvindt.

SSS

Artikel 3.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.12 Meldingsplicht

  • 1.

    Indien grondwater wordt onttrokken ten behoeve van een bouwputbemaling, proefbronnering, sleufbemaling, grondsanering of grondwatersanering geldt een meldingsplicht indien:

    • a.

      de onttrekking kleiner dan 50.000 kubieke meter per maand (m3/maand) is; en

    • b.

      de onttrekkingsduur kleiner dan of gelijk aan 120 aaneengesloten dagen is.

  • 2.

    Indien grondwater wordt onttrokken voor beregenings- of bevloeiingsdoeleinden en plaatsvindt op basis van een pompcapaciteit kleiner dan of gelijk aan 60 kubieke meter per uur (m3/u) is, geldt een meldingsplicht.

  • 3.

    Indien grondwater wordt onttrokken voor overige doeleinden dan geldt een meldingsplicht indien het onttrekken van grondwater:

    • a.

      niet plaatsvindt op de Waddeneilanden en plaatsvindt op basis van een pompcapaciteit kleiner dan of gelijk aan 10 kubieke meter per uur is (m3/u); of

    • b.

      plaatsvindt op de Waddeneilanden en plaatsvindt op basis van een pompcapaciteit kleiner dan of gelijk aan 5 kubieke meter per uur (m3/u) is.

TTT

Artikel 3.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.14 Vergunningplicht

  • 1.

    Indien grondwater wordt onttrokken ten behoeve van een bouwputbemaling, proefbronnering, sleufbemaling, grondsanering of grondwatersanering geldt een vergunningplicht indien:

    • a.

      de onttrekking groter dan of gelijk aan 50.000 kubieke meter per maand (m3/maand) is; of

    • b.

      de onttrekkingsduur is groter dan 120 aaneengesloten dagen.

  • 2.

    Indien grondwater wordt onttrokken voor beregenings- of bevloeiingsdoeleinden en plaatsvindt op basis van een pompcapaciteit groter dan 60 kubieke meter per uur (m3/u) is dan geldt een vergunningplicht.

  • 3.

    Indien grondwater wordt onttrokken voor overige doeleinden dan geldt een vergunningplicht, indien het onttrekken van grondwater:

    • a.

      niet plaatsvindt op de Waddeneilanden en plaatsvindt op basis van een pompcapaciteit groter dan 10 kubieke meter per uur (m3/u) is; of

    • b.

      plaatsvindt op de Waddeneilanden en plaatsvindt op basis van een pompcapaciteit groter dan 5 kubieke meter per uur (m3/u) is.

  • 4.

    Voor het onttrekken van grondwater geldt een vergunningplicht, indien:

    • a.

      niet wordt voldaan aan de voorschriften in artikel 3.10; of

    • b.

      artikel 3.11 en artikel 3.12 niet van toepassing zijn.

UUU

Artikel 3.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.17 Verbod

  • 1.

    In geval van grote schaarste of overvloed aan water, aanmerkelijke verslechtering van de kwaliteit daarvan of van het in het ongerede raken van een waterstaatswerk, dan wel indien zodanige omstandigheid dreigt te ontstaan, kan het dagelijks bestuur van het waterschap verbieden grondwater te onttrekken.

  • 2.

    Zodra het dagelijks bestuur van het waterschap, gezien de situatie, handhaving van een verbod krachtens het eerste lid niet langer noodzakelijk acht, maakt het onverwijld de intrekking bekend.

  • 3.

    Indien de activiteit niet toestemmingsvrij of meldingsplichtig is op grond van de artikelen 3.11 en 3.12, of niet voldoet aan de voorschriften in de artikelen 3.9 en 3.10, geldt een verbod op het onttrekken van grondwater, tenzij een omgevingsvergunning is verleend.

VVV

Artikel 3.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.18 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op het in de bodem brengen van water, voor aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater, met uitzondering van retourbemaling bij een grondwateronttrekking.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op het in de bodem brengen van water als bedoeld in artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

WWW

Artikel 3.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.19 Meetverplichting

  • 1.

    Degene die water in de bodem brengt, meet de in elk kwartaal in de bodem gebrachte hoeveelheid water met een nauwkeurigheid van ten minste 95 procent (%).

  • 2.

    Voor het kortdurend of seizoensgebonden in de bodem brengen van water kan het dagelijks bestuur van het waterschap in de voorschriften van de omgevingsvergunning voor de wateronttrekkingsactiviteit of, als geen omgevingsvergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de hoeveelheid over een kortere tijdsspanne wordt gemeten.

  • 3.

    Degene die water in de bodem brengt, meet de kwaliteit van dat water door het nemen van representatieve monsters en het analyseren van de in tabel 3.1 opgenomen parameters met de in die tabel aangegeven frequentie.

    Tabel 3.1 Parameters en meetfrequentie

    Parameter

    Afkorting

    Frequentie

    bacteriën van de coligroep

     

    vierwekelijks

    Kleur

     

    vierwekelijks

    zwevende stof

    SS

    vierwekelijks

    geleidingsvermogen voor elektriciteit

     

    vierwekelijks

    temperatuur

    T

    vierwekelijks

    zuurgraad

    pH

    vierwekelijks

    opgelost zuurstof

    O2

    vierwekelijks

    totaal organisch koolstof

    TOC

    vierwekelijks

    bicarbonaat

    HCO3

    vierwekelijks

    Nitriet

    NO2

    vierwekelijks

    Nitraat

    NO3

    vierwekelijks

    Ammonium

    NH4

    vierwekelijks

    totaal fosfaat

    Totaal P

    vierwekelijks

    Fluoride

    F

    driemaandelijks

    Chloride

    Cl

    vierwekelijks

    Sulfaat

    SO4

    driemaandelijks

    Natrium

    Na

    driemaandelijks

    IJzer

    Fe

    driemaandelijks

    Mangaan

    Mn

    driemaandelijks

    Chroom

    Cr

    driemaandelijks

    Lood

    Pb

    driemaandelijks

    Koper

    Cu

    driemaandelijks

    Zink

    Zn

    driemaandelijks

    Cadmium

    Ca

    driemaandelijks

    Arseen

    As

    driemaandelijks

    Cyanide

    CN

    driemaandelijks

    Minerale olie

     

    vierwekelijks

    Adsorbeerbaar organisch halogeen

    AOX

    vierwekelijks

    Vluchtig organisch gebonden chloor

    VOC

    vierwekelijks

    Vluchtige aromaten

     

    vierwekelijks

    Polycyclische aromaten

    PAK

    driemaandelijks

    Fenolen

     

    driemaandelijks

  • 4.

    Uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, als het in de bodem brengen van water is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens verstrekt:

    • a.

      de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden in de bodem gebrachte water; en

    • b.

      de kwaliteit van het in de bodem gebrachte water.

  • 5.

    De analyse van de monsters vindt plaats overeenkomstig bijlage 4 bij de Drinkwaterregeling.

XXX

Artikel 3.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.24 Verbod

  • 1.

    In geval van grote schaarste of overvloed aan water, aanmerkelijke verslechtering van de kwaliteit daarvan of van het in het ongerede raken van een waterstaatswerk, dan wel indien zodanige omstandigheid dreigt te ontstaan, kan het dagelijks bestuur van het waterschap verbieden water in de bodem te brengen.

  • 2.

    Zodra het dagelijks bestuur van het waterschap, gezien de situatie, handhaving van een verbod krachtens het eerste lid niet langer noodzakelijk acht, maakt het onverwijld de intrekking bekend.

YYY

Artikel 4.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.3 Vergunningplicht

  • 1.

    Voor het deponeren of opslaan van afval, materialen, stoffen en goederen geldt een vergunningplicht indien artikel 4.2 niet van toepassing is.

  • 2.

    Voor het opslaan van explosiegevaarlijk materiaal geldt een vergunningplicht.

ZZZ

Artikel 4.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.17 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op:

    • a.

      het oprichten, aanleggen, plaatsen, uitbreiden, vervangen of verwijderen van bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen: in of op een waterstaatswerk of in of op een beschermingszone van een waterstaatswerk; en

    • b.

      het aanleggen en verwijderen van een brandblusvoorziening waarvoor grondwater wordt onttrokken.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      het lozen van afvalwater bij reinigen, conserveren, bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken als bedoeld in afdeling 2.7;

    • b.

      het recreatief verblijven als bedoeld in afdeling 4.16;

    • c.

      het plaatsen, verplaatsen, verwijderen en behouden van een steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk als bedoeld in afdeling 4.20;

    • d.

      bruggen en viaducten als bedoeld in afdeling 4.5.

    • e.

      het aanleggen, verbreden of verwijderen van een dam zonder duiker als bedoeld in afdeling 4.6;

    • f.

      het aanleggen, verwijderen en wijzigen van een duiker of dam met duiker als bedoeld in afdeling 4.7;

    • g.

      het aanleggen en verwijderen van oeverbeschermende voorzieningen als bedoeld in afdeling 4.15; en

    • h.

      het aanleggen, vervangen en verwijderen van een uitstroomvoorziening als bedoeld in afdeling 4.21.

AAAA

Artikel 4.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.18 Algemene regels

  • 1.

    Werken en materialen die dienen ter verdediging van waterstaatswerken worden niet beschadigd, vernietigd of verwijderd.

  • 2.

    Indien een brandblusvoorziening waarvoor grondwater wordt onttrokken wordt aangelegd of verwijderd:

    • a.

      wordt bij het aanleggen en beheren van de voorziening(en) voor grondwateronttrekking voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt; en

    • b.

      worden de voorziening(en) voor grondwateronttrekking na definitieve beëindiging van de onttrekking zodanig verwijderd of afgewerkt, dat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.

BBBB

Artikel 4.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.24 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen of verwijderen van een brug of viaduct in, op of over een waterstaatswerk of een beschermingszone van een waterstaatswerk.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      het oprichten, aanleggen, plaatsen, uitbreiden, vervangen of verwijderen van bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen als bedoeld in afdeling 4.4; en

    • b.

      het plaatsen, verplaatsen, verwijderen en behouden van een steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk als bedoeld in afdeling 4.20.

CCCC

Artikel 4.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.29 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen, verbreden of verwijderen van een dam zonder duiker niet zijnde een waterkering in of op een waterstaatswerk of in of op een beschermingszone van een waterstaatswerk.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      het oprichten, aanleggen, plaatsen, uitbreiden, vervangen of verwijderen van bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen als bedoeld in afdeling 4.4; en

    • b.

      grond aanbrengen, grond toepassen, baggerspecie verspreiden en dempen als bedoeld in afdeling 4.11.

DDDD

Artikel 4.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.32 Vergunningplicht

  • 1.

    Voor het aanleggen van een dam zonder duiker geldt een vergunningplicht.

  • 2.

    Voor het verbreden of verwijderen van een dam zonder duiker geldt een vergunningplicht, indien:

    • a.

      niet wordt voldaan aan de voorschriften in artikel 4.30; of

    • b.

      artikel 4.31 niet van toepassing is.

EEEE

Artikel 4.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.34 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen, verwijderen en wijzigen van een duiker of dam met duiker in of op een waterstaatswerk of in of op een beschermingszone van een waterstaatswerk.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      het oprichten, aanleggen, plaatsen, uitbreiden, vervangen of verwijderen van bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen als bedoeld in afdeling 4.4; en

    • b.

      grond aanbrengen, baggerspecie en grond toepassen, baggerspecie verspreiden en dempen als bedoeld in afdeling 4.11.

FFFF

Artikel 4.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.35 Algemene regels

  • 1.

    Indien een duiker wordt aangelegd, verlengd of vervangen, voldoet de duiker aan de volgende maatvoeringen:

    • a.

      de lengte van de duiker is kleiner dan of gelijk aan 10 meter (m);

    • b.

      de diameter van de duiker is groter dan of gelijk aan 300 millimeter (mm);

    • c.

      bij watergangen:

      • 1.

        die droogvallen, ligt de binnenonderkant van de duiker boven de vaste waterbodem; of

      • 2.

        die niet-droogvallen, ligt de binnenbovenkant van de duiker boven het hoogste peil;

    • d.

      bij watergangen:

      • 1.

        die droogvallen, is de afstand tussen de binnenonderkant van de duiker en de vaste waterbodem gelijk aan 50 millimeter (mm);

      • 2.

        die niet-droogvallen met een duiker met een diameter gelijk aan 300 millimeter (mm) is de afstand tussen de binnenbovenkant van de duiker en het hoogste peil is gelijk aan 50 millimeter (mm); of

      • 3.

        die niet-droogvallen met een duiker met een diameter groter dan 300 millimeter (mm) is de afstand tussen de binnenbovenkant van de duiker en het hoogste peil groter dan of gelijk aan 50 millimeter (mm), mits het debiet van waterdoorstroming niet kleiner wordt dan de waterdoorstroming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onder 2;

    • e.

      de afstand tot andere kunstwerken is of wordt groter dan of gelijk aan 10 meter (m); en

    • f.

      indien de duiker benedenstrooms van een stuw aangelegd of verlengd wordt, is de afstand tussen de duiker en de stuw groter dan of gelijk aan 20 meter (m).

  • 2.

    Indien een duiker wordt aangelegd, verlengd, vervangen of verwijderd:

    • a.

      heeft dit geen peilwijziging tot gevolg;

    • b.

      wordt de duiker zonder knikpunten of bochten aangelegd;

    • c.

      wordt de as van de duiker in het midden van het oppervlaktewaterlichaam aangelegd;

    • d.

      zijn verbindingen tussen duikerelementen voorzien van een blijvend waterdichte afdichting;

    • e.

      wordt bij het aanleggen, verlengen of vervangen geen milieubezwaarlijkmateriaal gebruikt;

    • f.

      wordt bij verlenging van een duiker:

      • 1.

        voor het nieuwe deel van de duiker hetzelfde materiaal gebruikt als de bestaande duiker, tenzij bij de bestaande duikermilieubezwaarlijkmateriaal gebruikt is; en

      • 2.

        heeft het nieuwe deel dezelfde vorm en diameter als de te verlengen duiker;

    • g.

      wordt bij vervanging of verwijdering van een duiker de oude duiker volledig verwijderd; en

    • h.

      wordt bij het verwijderen van een duiker het bestaande profiel van het oppervlaktewaterlichaam aan het aansluitende profiel hersteld.

  • 3.

    Indien in combinatie met de duiker ook een dam wordt aangelegd, verbreed of verwijderd geldt voor de dam:

    • a.

      dat aan weerszijden van de dam:

      • 1.

        taluds worden aangebracht in de verhouding kleiner dan of gelijk aan 1:1,5; of

      • 2.

        damleggers worden aangebracht;

    • b.

      dat bij het verwijderen van een dam het bestaande profiel van het oppervlaktewaterlichaam aan het aansluitende profiel wordt hersteld; en

    • c.

      indien de dam wordt verbreed, wordt ook de bijbehorende duiker verlengd.

GGGG

Artikel 4.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.37 Meldingsplicht

  • 1.

    Voor het aanleggen, verlengen, vervangen of verwijderen van een duiker of dam met duiker geldt een meldingsplicht, indien:

    • a.

      de dam de functie heeft van perceelsontsluiting;

    • b.

      de duiker of dam met duiker in een hoogwatercircuit ligt of gaat liggen; en

    • c.

      de duiker of dam met duiker ligt of komt te liggen:

      • 1.

        buiten stedelijk gebied; en

      • 2.

        in een overig water; of

      • 3.

        in een schouwwater.

  • 2.

    Voor het aanleggen, verlengen, vervangen of verwijderen van een duiker of dam met duiker geldt een meldingsplicht, indien:

    • a.

      de dam de functie heeft van perceelsontsluiting;

    • b.

      de breedte van het water ter plekke, gemeten op de waterlijn bij het hoogste peil, groter dan 5 meter (m) is; en

    • c.

      de duiker of dam met duiker ligt of komt te liggen:

      • 1.

        buiten stedelijk gebied; en

      • 2.

        in een overig water; of

      • 3.

        in een schouwwater.

HHHH

Artikel 4.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.38 Indieningsvereisten melding

Ten minste vier weken voor het begin van het aanleggen, verlengen, vervangen of verwijderen van een duiker of dam met duiker, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het doel van de activiteit;

  • b.

    de verwachte datum van het begin van de activiteit en bij een tijdelijke activiteit de datum van het einde van de activiteit;

  • c.

    de coördinaten van de locatie volgens het  stelsel van de RijksdriehoekmetingRijksdriehoeksmeting;

  • d.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl; en

  • e.

    een schets van het object, voorzien van maatvoering en hoogtematen in meter (m).

IIII

Artikel 4.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.41 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op het houden van dieren:

    • a.

      op een waterkering;

    • b.

      op gronden grenzend aan een hoofdwater; of

    • c.

      op gronden grenzend aan een waterkering.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op spitten, ploegen of andere ondiepe grondroeringen als bedoeld in afdeling 4.19.

JJJJ

Artikel 4.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.42 Algemene regels

  • 1.

    Indien dieren gehouden worden op waterstaatswerken of op gronden grenzend aan waterstaatswerken dienen afrasteringen, die op of na 1 januari 2006 geplaatst worden, handmatig demontabel te zijn.

  • 2.

    Indien dieren gehouden worden op gronden grenzend aan een hoofdwater:

    • a.

      zijn eigenaren van gronden verplicht om tijdig langs hun gronden een voldoende kerende afrastering aan te brengen ter voorkoming van schade aan de oever, tenzij de dieren vanwege de lokale situatie geen schade veroorzaken aan de oever van het hoofdwater.

    • b.

      is de afrastering bij een hoofdwater kleiner dan of gelijk aan 1 meter (m) hoog en wordt geplaatst op 250 millimeter (mm) vanuit de insteek van het hoofdwater landinwaarts; en

    • c.

      kan de afrastering, ten behoeve van het onderhoud langs het hoofdwater en dwars over onderhoudspaden of beschermingszones, makkelijk, handmatig demontabel, tijdelijk worden weggenomen.

  • 3.

    Indien dieren gehouden worden op gronden grenzend aan een hoofdwater of een waterkering worden eventuele aanwijzingen van medewerkers van of namens het waterschap stipt opgevolgd.

  • 4.

    Indien dieren, met uitzondering van schapen, gehouden worden op een waterkering grenzend aan boezemwater waar geen voorland aanwezig is, wordt het buitentalud van de waterkering afgeschermd met een voldoende kerende afrastering op de buitenkruinlijn. Indien er al een voldoende kerende afrastering van voor 1 januari 2006 op het buitentalud aanwezig is, hoeft geen extra afrastering geplaatst te worden.

  • 5.

    Indien schapen gehouden worden op een waterkering grenzend aan boezemwater waar geen voorland aanwezig is, wordt een voldoende kerende afrastering geplaatst op 700 millimeter (mm) vanuit de waterlijn landinwaarts.

  • 6.

    Indien een afrastering wordt vervangen op een waterkering grenzend aan boezemwater waar geen voorland aanwezig is, wordt deze geplaatst op de buitenkruinlijn van de waterkering.

  • 7.

    Indien dieren gehouden worden op een waterkering grenzend aan boezemwater, waarbij voorland aanwezig is wat niet onder bemaling staat en dat voorland heeft een breedte kleiner dan 5 meter (m), wordt een voldoende kerende afrastering geplaatst op 700 millimeter (mm) vanuit de insteek van het boezemwater.

  • 8.

    Indien dieren gehouden worden op een waterkering grenzend aan boezemwater waarbij onder bemaling staand voorland aanwezig is, wordt het buitentalud van de waterkering afgeschermd met een voldoende kerende afrastering op de buitenkruinlijn.

KKKK

Artikel 4.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.43 Toestemmingsvrij

  • 1.

    Het houden van dieren is toestemmingsvrij, indien dit plaatsvindt op:

    • a.

      gronden die grenzen aan een hoofdwater; of

    • b.

      gronden die grenzen aan een waterkering.

  • 2.

    Het houden van schapen op een waterkering is toestemmingsvrij.

  • 3.

    Het houden van dieren is toestemmingsvrij, indien dit plaatsvindt:

    • a.

      op een regionale waterkering in hoge gronden; of

    • b.

      in de beschermingszone van een regionale waterkering in hoge gronden met uitzondering van het deel van de beschermingszone dat overlapt met een waterkering die niet in hoge gronden ligt.

LLLL

Artikel 4.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.52 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op:

    • a.

      het graven of vergraven van een oppervlaktewaterlichaam in een waterstaatswerk of in een beschermingszone van een waterstaatswerk;

    • b.

      baggerwerkzaamheden in een oppervlaktewaterlichaam; en

    • c.

      het compenseren van dempen, zoals bedoeld in afdeling 4.11.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      het aanbrengen van grond en dempen van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in afdeling 4.11;

    • b.

      spitten, ploegen of andere ondiepe grondroeringen als bedoeld in afdeling 4.19;

    • c.

      kabels en leidingen als bedoeld in afdeling 4.13;

    • d.

      het lozen van afvalwater bij het opslaan en overslaan van inerte goederen op een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in afdeling 2.8; en

    • e.

      het lozen van afvalwater bij ontgraving, baggerwerkzaamheden en werkzaamheden door de waterbeheerder op een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in afdeling 2.11.

MMMM

Artikel 4.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.53 Algemene regels

  • 1.

    Indien een oppervlaktewaterlichaam wordt gegraven of vergraven, wordt geen grens van een vastgesteld peilgebied doorkruist;

  • 2.

    Indien een ondiepwaterzone met een waterdiepte tot 700 millimeter (mm) wordt vergraven, wordt dit evenredig gecompenseerd met een ondiepwaterzone met een gelijksoortige waterdiepte, waarbij:

    • a.

      voor de groei van waterplanten geschikt materiaal wordt gebruikt;

    • b.

      de ondiepwaterzone afgeschermd wordt tegen wind- en golfwerking; en

    • c.

      bij het afschermen van ondiepwaterzones geen stortsteen of milieubezwaarlijkmateriaal wordt gebruikt.

  • 3.

    Indien het graven of vergraven plaatsvindt ter compensatie van het dempen van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in afdeling 4.11:

    • a.

      mag de werking van het watersysteem niet verslechteren;

    • b.

      vindt de compensatie voorafgaand aan de activiteit waarvoor wordt gecompenseerd plaats;

    • c.

      is het te graven oppervlak (gemeten op de waterlijn bij het vastgestelde peil) minimaal gelijk aan het te dempen oppervlak;

    • d.

      wordt compensatie gerealiseerd door:

      • 1.

        het graven van een nieuw oppervlaktewaterlichaam; of

      • 2.

        het verbreden van een bestaand oppervlaktewaterlichaam.

    • e.

      wordt in geval van compensatie door verbreding van een bestaand oppervlaktewaterlichaam het te compenseren wateroppervlak berekend met de volgende formule: L x (B1 + B2) / 2

    Waarin:

    L: Lengte van het te dempenoppervlaktewaterlichaam

    B1: Breedte van het te dempenoppervlaktewaterlichaam op de waterlijn*

    B2: Breedte van het te dempenoppervlaktewaterlichaam op de insteek

    *Bij een droogvallend oppervlaktewaterlichaam kan hiervoor de bodembreedte worden toegepast indien het betreffende oppervlaktewaterlichaam een waterbergende functie heeft.

    • f.

      is ingeval van compensatie door verbreding de verbreding van het bestaande oppervlaktewaterlichaam minimaal 300 millimeter (mm) over de gehele lengte;

    • g.

      worden taluds aangebracht in de verhouding kleiner dan of gelijk aan 1:1,5;

    • h.

      ontstaat door het graven van nieuwe oppervlaktewaterlichamen geen directe verbinding tussen verschillende peilgebieden;

    • i.

      wordt het verdiepen van ondiepwaterzones met een waterdiepte tot 700 millimeter (mm) evenredig gecompenseerd met een ondiepwaterzone met een gelijksoortige waterdiepte;

    • j.

      worden bij het uitgraven van nieuw water langs bestaande oevers (verbreden of vergroten van wateren) tot op een waterdiepte van 700 millimeter (mm) (ondiepwaterzones) de oevers afgeschermd tegen wind- en golfwerking; en

    • k.

      wordt bij het afschermen van ondiepwaterzones geen stortsteen of milieubezwaarlijkmateriaal gebruikt.

  • 4.

    Indien het graven of vergraven plaatsvindt ter compensatie van het versneld afvoeren van water als bedoeld in afdeling 4.21:

    • a.

      mag de werking van het watersysteem niet verslechteren;

    • b.

      vindt de compensatie voorafgaand aan de activiteit waarvoor wordt gecompenseerd plaats;

    • c.

      wordt compensatie gerealiseerd door:

      • 1.

        het graven van een nieuw oppervlaktewaterlichaam; of

      • 2.

        het verbreden van een bestaand oppervlaktewaterlichaam.

    • d.

      is ingeval van compensatie door verbreding de verbreding van het bestaande oppervlaktewaterlichaam minimaal 300 millimeter (mm) over de gehele lengte;

    • e.

      worden taluds aangebracht in de verhouding kleiner dan of gelijk aan 1:1,5;

    • f.

      ontstaat door het graven van nieuwe oppervlaktewaterlichamen geen directe verbinding tussen verschillende peilgebieden;

    • g.

      wordt het verdiepen van ondiepwaterzones met een waterdiepte tot 700 millimeter (mm) evenredig gecompenseerd met een ondiepwaterzone met een gelijksoortige waterdiepte;

    • h.

      worden bij het uitgraven van nieuw water langs bestaande oevers (verbreden of vergroten van wateren) tot op een waterdiepte van 700 millimeter (mm) (ondiepwaterzones) de oevers afgeschermd tegen wind- en golfwerking; en

    • i.

      wordt bij het afschermen van ondiepwaterzones geen stortsteen of milieubezwaarlijkmateriaal gebruikt.

  • 5.

    Indien wordt gebaggerd in een hoofdwater:

    • a.

      vindt dit alleen plaats in de periode 15 september tot 30 november;

    • b.

      is de laag bagger die verwijderd wordt kleiner dan of gelijk aan 200 millimeter (mm);

    • c.

      wordt een baggerspuit of baggerpomp gebruikt;

    • d.

      wordt alleen gebaggerd in de middenstrook van het oppervlaktewaterlichaam waarbij:

      • 1.

        de breedte van de te baggeren strook kleiner dan of gelijk aan 6 meter (m) is;

      • 2.

        de afstand van de te baggeren strook tot het riet overal groter dan of gelijk aan 1 meter (m) is; en

      • 3.

        de afstand van de te baggeren strook tot de oever zonder riet overal groter dan of gelijk aan 1 meter (m) is; en

    • e.

      wordt het gebaggerde materiaal niet op het schuine talud van de oever en niet binnen de beschermingszone van een waterkering afgezet.

NNNN

Artikel 4.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.60 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op:

    • a.

      het aanbrengen van grond in of op een waterstaatswerk of in of op een beschermingszone van een waterstaatswerk;

    • b.

      het verspreiden van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam;

    • c.

      het toepassen van grond en baggerspecie in een daarvoor aangewezen diepe plas; en

    • d.

      het dempen en verondiepen van een oppervlaktewaterlichaam niet zijnde een diepe plas;

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      dam zonder duiker als bedoeld in afdeling 4.6;

    • b.

      duiker of dam met duiker als bedoeld in afdeling 4.7;

    • c.

      graven, vergraven van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in afdeling 4.10;

    • d.

      baggerwerkzaamheden in een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in afdeling 4.10;

    • e.

      compenseren van dempen als bedoeld in afdeling 4.10;

    • f.

      oeverbeschermende voorzieningen als bedoeld in afdeling 4.15;

    • g.

      spitten, ploegen, bemesten, ondiepe grondroeringen of andere grondroeringen als bedoeld in afdeling 4.19; en

    • h.

      het toepassen van grond en baggerspecie in een daarvoor niet-aangewezen diepe plas;

OOOO

Artikel 4.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.61 Meet- en rekenbepalingen

  • 1.

    Voor het verspreiden van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam, niet zijnde een aangewezen diepe plas:

    • a.

      worden alle stoffen uit het standaardpakket voor regionale wateren geanalyseerd en getoetst.

    • b.

      worden aanvullend op het standaardpakket voor regionale wateren de gehalten van fosfor, ijzer in poriewater van de te verspreiden baggerspecie bepaald;

    • c.

      is op de kwaliteitsbepaling van de te verspreiden baggerspecie, artikel 38 van het Besluit bodemkwaliteit van overeenkomstige toepassing;

    • d.

      dient aanvullend op de bepalingen in het Besluit bodemkwaliteit de analyse van fosfor conform NEN-EN-ISO 15681-2 plaats te vinden en de analyse van ijzer conform NEN-EN-ISO 17294-2; en

    • e.

      kan het dagelijks bestuur van het waterschap voor het verspreiden van baggerspecie per oppervlaktewaterlichaam een norm voor chloride in de te verspreiden baggerspecie vaststellen.

  • 2.

    Voor het opvullen van een oppervlaktewaterlichaam, zijnde een aangewezen diepe plas, door het toepassen van grond of baggerspecie uit het beheergebied van het waterschap:

    • a.

      zijn de emissiegrenswaarden de lokale maximale waarden, bedoeld in tabel 4.1, gemeten in een steekmonster;

    Tabel 4.1 Lokale maximale waarden voor het opvullen van een aangewezen diepe plas

    Parameter

    Lokale maximale waarden in mg/kg droge stof, omgerekend naar standaardbodem

    Antimoon

    7

    Arseen

    29

    Barium

    458

    Cadmium

    4

    Chroom

    120

    Kobalt

    25

    Koper

    124

    Kwik

    1,7

    Lood

    277

    Molybdeen

    5

    Nikkel

    51

    Tin

    123

    Vanadium

    80

    Zink

    663

    Som 10 PAK

    23

    Minerale olie

    1400

    Som drins

    0,11

    Chloordaan

    2,5

    DDT/DDE/DDD

    0,3

    Som 7 PCB’s

    0,18

    Som HCH’s

    0,1

    Heptachloor

    0,022

    Heptachloorepoxide (som)

    0,025

    Hexachloorbenzeen

    0,044

    Hexchloorbutadieen

    0,025

    Pentachloorbenzenen

    0,007

    α-endosulfan

    0,022

    Cyanide

    13

    • b.

      geldt voor parameters die niet in tabel 4.1 benoemd zijn, de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse A uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit als bovengrens;

    • c.

      geldt voor grond of baggerspecie afkomstig uit andere gebieden dan het beheergebied van het waterschap, conform de regelgeving uit het Besluit bodemkwaliteit, de Achtergrondwaarden uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit als bovengrens; en

    • d.

      in afwijking op voorgaande onderdelen gelden voor PFAS en PFOS de toepassingswaarden uit het meest actuele Handelingskader PFAS van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

PPPP

Artikel 4.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.62 Algemene regels

  • 1.

    Indien grond wordt aangebracht in een waterstaatswerk of een beschermingszone van een waterstaatswerk, of een oppervlaktewaterlichaam wordt gedempt:

    • a.

      heeft de gebruikte grond géén nadelig effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater;

    • b.

      wordt het dempen van het oppervlaktewaterlichaam evenredig gecompenseerd; en

    • c.

      indien een ondiepwaterzone met een waterdiepte tot 700 millimeter (mm) wordt gedempt, wordt dit evenredig gecompenseerd met een ondiepwaterzone met een gelijksoortige waterdiepte.

  • 2.

    Indien baggerspecie wordt verspreid in oppervlaktewater binnen een natuurgebied:

    • a.

      voldoet de baggerspecie aan de maximale waarden verspreiden baggerspecie in zoet oppervlaktewater als de baggerspecie vrijkomt bij baggerwerkzaamheden binnen de begrenzing van hetzelfde natuurgebied; of

    • b.

      voldoet de baggerspecie aan de Achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit als de baggerspecie afkomstig is van baggerwerkzaamheden buiten het natuurgebied.

  • 3.

    Indien baggerspecie wordt verspreid in oppervlaktewater binnen een KRW-waterlichaam, dat geen onderdeel uitmaakt van een natuurgebied:

    • a.

      voldoet de baggerspecie aan de maximale waarden verspreiden baggerspecie in zoet oppervlaktewater als:

      • 1.

        de baggerspecie vrijkomt bij baggerwerkzaamheden binnen de begrenzing van het KRW-waterlichaam of binnen een hiermee in open verbinding staand KRW-waterlichaam; of

      • 2.

        de baggerspecie vrijkomt bij baggerwerkzaamheden op een afstand kleiner dan of gelijk aan 15 kilometer (km) van de locatie waar de baggerspecie verspreid wordt; of

    • b.

      voldoet de baggerspecie aan de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit als de baggerspecie afkomstig is van baggerwerkzaamheden buiten het KRW-waterlichaam of binnen een hiermee in open verbinding staand KRW-waterlichaam.

  • 4.

    Indien baggerspecie wordt verspreid in oppervlaktewater niet zijnde een natuurgebied of een KRW-waterlichaam:

    • a.

      voldoet de baggerspecie aan de maximale waarden verspreiden baggerspecie in zoet oppervlaktewater als de baggerspecie vrijkomt bij baggerwerkzaamheden op een afstand kleiner dan of gelijk aan 15 kilometer (km) van de locatie waar de baggerspecie verspreid wordt; of

    • b.

      voldoet de baggerspecie aan de Achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit als de baggerspecie afkomstig is van baggerwerkzaamheden op een afstand groter dan 15 kilometer (km) van de locatie waar de baggerspecie verspreid wordt.

QQQQ

Artikel 4.64 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.64 Meldingsplicht voor het verspreiden van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam

  • 1.

    Voor het verspreiden van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam geldt een meldingsplicht.

  • 2.

    Voor het verspreiden van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.2, gemeten in een steekmonster.

    Tabel 4.2 Emissiegrenswaarden Fosfor (P) en IJzer (Fe) voor verspreiden baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam

    P in poriewater (µmol/l)

    Fe/P ratio poriewater (mol/mol)

    <20

    Geen grenswaarde

    20 – 100

    >5

RRRR

Artikel 4.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.68 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanbrengen van grond, en het dempen en verondiepen van een oppervlaktewaterlichaam, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het doel van de activiteit;

    • b.

      een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit;

    • c.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit en bij een tijdelijke activiteit de datum van het einde van de activiteit;

    • d.

      de coördinaten van de locatie volgens het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting;

    • e.

      een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de activiteit en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; en

    • f.

      een beschrijving van de uitvoering van de activiteiten.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het dempen en verondiepen van een oppervlaktewaterlichaam, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een beschrijving van de wijze van dempen:

      • 1.

        geheel dempen van een oppervlaktewaterlichaam;

      • 2.

        gedeeltelijk dempen van een oppervlaktewaterlichaam; of

      • 3.

        versmallen van een oppervlaktewaterlichaam;

    • b.

      de lengte van het te dempenoppervlaktewaterlichaam in meter;

    • c.

      de omvang van de demping in vierkante meter (m2);

    • d.

      een omschrijving van de toe te passen grond; en

    • e.

      een beschrijving van de manier en plek waar de vermindering van het bergend vermogen van het oppervlaktewaterlichaam wordt gecompenseerd.

SSSS

Artikel 4.73 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.73 Algemene regels

  • 1.

    Indien een inlaat wordt aangelegd:

    • a.

      bestaat de inlaat uit een duiker (pijp) en een afsluiter;

    • b.

      is de duiker gemaakt van PVC en heeft een diameter van kleiner dan of gelijk aan 125 millimeter (mm);

    • c.

      is de afsluiter regelbaar door middel van een pen-gat verbinding en moet volledig waterdicht afgesloten kunnen worden;

    • d.

      wordt de inlaat bediend door de initiatiefnemer in overleg met de rayonbeheerder van het waterschap;

    • e.

      wordt de inlaat aan weerszijden gemarkeerd met een paal met witte kop;

    • f.

      wordt de bijbehorende markering in goede staat onderhouden;

    • g.

      ligt de uitstroomkant van de inlaat binnendijks buiten de beschermingszone;

    • h.

      wordt de inlaat aangelegd in een open sleuf van kleiner dan of gelijk aan 200 millimeter (mm) breed waarbij aan de waterzijde 1 meter (m) behouden blijft waar de duiker doorheen geperst wordt;

    • i.

      wordt grond die bij de graafwerkzaamheden vrijkomt in de oorspronkelijke laagopbouw teruggebracht in lagen van maximaal 200 millimeter (mm). Deze grond dient zorgvuldig om de 200 millimeter (mm) mechanisch te worden verdicht;

    • j.

      worden de te verrichten werkzaamheden eenmaal in uitvoering onafgebroken uitgevoerd en mogen niet plaatsvinden bij (lokaal) verhoogd peil van de boezem;

    • k.

      wordt bij aanleg op zandgrond achter de inlaat een kleikist geplaatst van 500 millimeter (mm) bij 500 millimeter (mm);

    • l.

      wordt de plasdras buiten de beschermingszone van de waterkering aangelegd en de afstand gemeten vanaf het boezemwater tot het begin van de plasdras moet groter dan of gelijk aan 15 meter (m) zijn;

    • m.

      worden eventuele beschadigingen of verzakkingen aan de waterkering als gevolg van de werkzaamheden zo snel mogelijk volledig hersteld; en

    • n.

      is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het plaatsen, beheer en onderhoud van de inlaat en aanwijzingen daartoe van de rayonbeheerder van het waterschap moeten stipt worden opgevolgd.

  • 2.

    Indien een inlaat wordt verwijderd:

    • a.

      wordt het moment van verwijderen vooraf gemeld worden aan de rayonbeheerder van het waterschap;

    • b.

      wordt het profiel van de waterkering en de beschermingszone niet veranderd door het verwijderen van de inlaat;

    • c.

      worden ontgravingen in de waterkering tot een minimum worden beperkt;

    • d.

      wordt grond die bij de graafwerkzaamheden vrijkomt in de oorspronkelijke laagopbouw teruggebracht in lagen van kleiner dan of gelijk aan 200 millimeter (mm). Deze grond dient zorgvuldig om de 200 millimeter (mm) mechanisch te worden verdicht;

    • e.

      worden tekort komende materialen aangevuld door materiaal van de oorspronkelijke kwaliteit en hoedanigheid;

    • f.

      worden de te verrichten werkzaamheden eenmaal in uitvoering onafgebroken en mogen niet plaatsvinden bij (lokaal) verhoogd peil van de boezem;

    • g.

      worden eventuele beschadigingen of verzakkingen aan de waterkering als gevolg van de werkzaamheden zo snel mogelijk volledig hersteld; en

    • h.

      is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het verwijderen van de inlaat en aanwijzingen daartoe van de rayonbeheerder van het waterschap moeten stipt worden opgevolgd.

TTTT

Artikel 4.75 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.75 Meldingsplicht

Voor het aanleggen van een inlaat in een waterkering geldt een meldingsplicht, indien:

  • a.

    deze bedoeld is vernatting van een perceel ten behoeve van weidevogels;

    [Vervallen]

  • b.

    de inlaat bedoeld is voor vernatting van een perceel ten behoeve van weidevogels;

  • c.

    het een inlaat betreft in een regionale- of lokale waterkering;

  • d.

    de inlaat gebruikt wordt in de periode van 1 februari tot en met 15 juli;

  • e.

    mag daarbij geen invloed hebben op het ter plaatse vastgestelde waterpeil;

  • f.

    de inlaat voor een tijdelijke periode van maximaal 6 jaar wordt aangelegd;

  • g.

    de waterkering waarin de inlaat wordt aangelegd een maximale hoogte heeft van 1 meter vanaf het maaiveld ten opzichte van de kruin;

  • h.

    het perceel een kansrijke locatie betreft voor weidevogels;

  • i.

    de inlaat niet wordt aangelegd in een gebied met veen als ondergrond;

  • j.

    er overduidelijk sprake is van een waterstaatkundig gezien veilige situatie;

  • k.

    het gestelde onder a t/m i naar mening van de rayonbeheerder van het waterschap aan de orde is; en

  • l.

    dit plaatsvindt in een lokale waterkering; of

  • m.

    dit plaatsvindt in een regionale waterkering.

UUUU

Artikel 4.79 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.79 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen, verwijderen of onderhouden van kabels of leidingen in, op, over of onder een waterstaatswerk of in, op, over of onder een beschermingszone van een waterstaatswerk.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      het oprichten, aanleggen, plaatsen, uitbreiden, vervangen of verwijderen van bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen als bedoeld in afdeling 4.4;

    • b.

      graven, vergraven van of baggerwerkzaamheden in een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in afdeling 4.10; en

    • c.

      spitten, ploegen of andere grondroeringen als bedoeld in afdeling 4.19.

VVVV

Artikel 4.81 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.81 Toestemmingsvrij

  • 1.

    Het aanleggen, verwijderen of onderhouden van kabels of leidingen is toestemmingsvrij, indien dit middels een open ontgraving gedaan wordt en dit plaatsvindt:

    • a.

      in een overig water; of

    • b.

      in een schouwwater.

  • 2.

    Het aanleggen, verwijderen of onderhouden van kabels of leidingen is toestemmingsvrij, indien dit middels een gestuurde boring gedaan wordt en:

    • a.

      dit plaatsvindt in een overig water; of

    • b.

      dit plaatsvindt in een schouwwater; en

    • c.

      de in- en uittredepunten van de gestuurde boring buiten de regionale waterkeringen of lokale waterkeringen of de bijbehorende beschermingszones of buiten het hoofdwater liggen.

WWWW

Artikel 4.82 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.82 Meldingsplicht

  • 1.

    Voor het aanleggen van kabels of leidingen geldt een meldingsplicht, indien:

    • a.

      deze een hoofdwater, regionale waterkering of lokale waterkering kruisen;

    • b.

      dit middels een gestuurde boring gedaan wordt; en

    • c.

      de in- en uittredepunten van de gestuurde boring buiten de regionale waterkeringen of lokale waterkeringen of de bijbehorende beschermingszones of buiten het hoofdwater liggen.

  • 2.

    Voor het aanleggen, verwijderen of onderhouden van kabels of leidingen geldt een meldingsplicht, indien dit plaatsvindt in de beschermingszone van een hoofdwater.

XXXX

Artikel 4.86 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.86 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op het bevestigen of laten liggen van vaartuigen in, op of aan een waterstaatswerk of in of op een beschermingszone van een waterstaatswerk.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op het lozen van afvalwater vanaf vaartuigen of andere drijvende werktuigen bij spoelen of scheiden van zand of grind op een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in afdeling 2.18.

YYYY

Artikel 4.95 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.95 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op het recreatief verblijven door het plaatsen van tenten, campers, caravans, woonwagens en dergelijke in of op een waterstaatswerk of in of op een beschermingszone van een waterstaatswerk.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      het oprichten, aanleggen, plaatsen, uitbreiden, vervangen of verwijderen van bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen als bedoeld in afdeling 4.4; en

    • b.

      een ligplaats innemen als bedoeld in afdeling 4.14.

ZZZZ

Artikel 4.106 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.106 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op spitten, ploegen, bemesten, ondiepe grondroeringen of andere grondroeringen in of op een waterstaatswerk of in of op een beschermingszone van een waterstaatswerk.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op het:

    • a.

      aanleggen, verwijderen of onderhouden van kabels en leidingen als bedoeld in afdeling 4.13;

    • b.

      plaatsen van afrasteringen ten behoeve van het houden van dieren als bedoeld in afdeling 4.8; en

    • c.

      graven, vergraven van of baggerwerkzaamheden in een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in afdeling 4.10.

AAAAA

Artikel 4.108 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.108 Toestemmingsvrij

  • 1.

    Spitten, ploegen of andere ondiepe grondroeringen zijn toestemmingsvrij, indien dit

    • a.

      plaatsvindt buiten een waterkering;

    • b.

      plaatsvindt buiten de beschermingszone van een waterkering;

    • c.

      in afwijking op onderdeel a, plaatsvindt op een regionale waterkering in hoge gronden; of

    • d.

      in afwijking op onderdeel b, plaatsvindt in de beschermingszone van een regionale waterkering in hoge gronden.

  • 2.

    Bemesten is toestemmingsvrij, indien er geen zodebemesting wordt toegepast op een primaire waterkering.

BBBBB

Artikel 4.109 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.109 Vergunningplicht

  • 1.

    Voor spitten, ploegen of andere ondiepe grondroeringen geldt een vergunningplicht, indien:

    • a.

      niet wordt voldaan aan de voorschriften in artikel 4.107; of

    • b.

      artikel 4.108 niet van toepassing is.

  • 2.

    Voor grondroeringen anders dan benoemd in het eerste lid geldt een vergunningplicht.

CCCCC

Artikel 4.111 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.111 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op het plaatsen, verplaatsen, verwijderen en behouden van een steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk in of op een waterstaatswerk of in of op een beschermingszone van een waterstaatswerk.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      het oprichten, aanleggen, plaatsen, uitbreiden, vervangen of verwijderen van bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen als bedoeld in afdeling 4.4; en

    • b.

      bruggen en viaducten als bedoeld in afdeling 4.5.

DDDDD

Artikel 4.113 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.113 Toestemmingsvrij

Het plaatsen, verplaatsen, verwijderen en behouden van een steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk is toestemmingsvrij, indien:

  • a.

    de steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk niet wordt geplaatst, verplaatst, verwijderd of onderhouden:

    • 1.

      in een waterkering of in de beschermingszone van een waterkering;

    • 2.

      in een hoofdwater of in de beschermingszone van een hoofdwater;

    • 3.

      in een vaarweg in het beheer van het waterschap; en

    • 4.

      aan of op een natuurvriendelijke oever of rietkraag; en

    • 3º.

      in een vaarweg in het beheer van het waterschap; en

    • 4.

      aan of op een natuurvriendelijke oever of rietkraag; en

  • b.

    de afstand tussen de te plaatsen steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk en een peilregulerend kunstwerk groter dan of gelijk aan 10 meter (m) is.

EEEEE

Artikel 4.116 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.116 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op het versneld afvoeren van water en het aanleggen, vervangen en verwijderen van een uitstroomvoorziening:

    • a.

      in of op een waterstaatswerk of in of op een beschermingszone van een waterstaatswerk; of

    • b.

      die uitmondt in een oppervlaktewaterlichaam.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      het oprichten, aanleggen, plaatsen, uitbreiden, vervangen of verwijderen van bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen als bedoeld in paragraaf 4.4; en

    • b.

      het lozen op een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in hoofdstuk 2.

FFFFF

Artikel 4.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.117 Algemene regels

  • 1.

    Door de uitstroomvoorziening ontstaat er geen schade aan het talud door het wegspoelen van grond.

  • 2.

    Indien een uitstroomvoorziening wordt aangelegd of vervangen wordt geen milieubezwaarlijkmateriaal gebruikt.

  • 3.

    Indien een uitstroomvoorziening wordt aangelegd of vervangen en uitmondt in een hoofdwater:

    • a.

      is de uitstroomvoorziening ten behoeve van drainage:

      • 1.

        voorzien van een taludgoot;

      • 2.

        dan steken de uiteinden van de uitstroomvoorziening niet uit het talud; en

      • 3.

        dan wordt de uitstroomvoorziening niet gemarkeerd;

    • b.

      is het uitsteken van de onderkant van de uitstroomvoorziening buiten het talud kleiner dan of gelijk aan 200 millimeter (mm) indien:

      • 1.

        het geen drainage betreft; en

      • 2.

        een taludgoot niet mogelijk is;

    • c.

      is het uiteinde van de uitstroomvoorziening gemarkeerd met duidelijk zichtbare palen met een witte kop indien:

      • 1.

        het geen drainage betreft; en

      • 2.

        een taludgoot niet mogelijk is;

    • d.

      wordt de bijbehorende markering in goede staat onderhouden;

    • e.

      kunnen de hiervoor genoemde palen vervallen indien de uitstroomvoorziening in een oeverbeschermende voorziening wordt aangebracht; en

    • f.

      worden schade aan en verzakkingen van het talud voorkomen en indien deze zich voordoen direct hersteld.

  • 4.

    Indien een uitstroomvoorziening wordt verwijderd:

    • a.

      wordt de uitstroomvoorziening volledig verwijderd; en

    • b.

      wordt het bestaande profiel van het oppervlaktewaterlichaam aan het aansluitende profiel hersteld.

GGGGG

Artikel 4.118 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.118 Toestemmingsvrij

  • 1.

    Het aanleggen van een uitstroomvoorziening niet bedoeld zijnde voor het versneld tot afvoer brengen van hemelwater van nieuw verhard of bebouwd oppervlak naar een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij indien:

    • a.

      de uitstroomvoorziening uitmondt in een oppervlaktewaterlichaam; en

    • b.

      de uitstroomvoorziening niet in een waterkering wordt aangelegd.

  • 2.

    Het aanleggen van een uitstroomvoorziening ten behoeve van het versneld tot afvoer brengen van hemelwater van nieuw verhard of bebouwd oppervlak naar een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij indien:

    • a.

      de uitstroomvoorziening uitmondt in een oppervlaktewaterlichaam;

    • b.

      de uitstroomvoorziening niet in een waterkering wordt aangelegd; en

    • c.

      de verharding of bebouwing waarvoor de uitstroomvoorziening aangelegd wordt:

      • 1.

        vindt plaats binnen de bebouwde kom;

      • 2.

        voor de aanleg van de verharding of bebouwing door het waterschap is een wateradvies verstrekt; en

      • 3.

        in het wateradvies is bepaald door het waterschap dat er geen omgevingsvergunning nodig is.

  • 3.

    Het aanleggen van een uitstroomvoorziening ten behoeve van het versneld tot afvoer brengen van hemelwater van nieuw verhard of bebouwd oppervlak naar een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij indien:

    • a.

      de uitstroomvoorziening uitmondt in een oppervlaktewaterlichaam;

    • b.

      de uitstroomvoorziening niet in een waterkering wordt aangelegd; en

    • c.

      de verharding of bebouwing waarvoor de uitstroomvoorziening aangelegd wordt:

      • 1.

        vindt plaats binnen de bebouwde kom; en

      • 2.

        voor de aanleg van de verharding of bebouwing is door het waterschap geen wateradvies verstrekt.

  • 4.

    Het aanleggen van een uitstroomvoorziening ten behoeve van het versneld tot afvoer brengen van hemelwater van nieuw verhard of bebouwd oppervlak naar een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij indien:

    • a.

      de uitstroomvoorziening uitmondt in een oppervlaktewaterlichaam;

    • b.

      de uitstroomvoorziening niet in een waterkering wordt aangelegd; en

    • c.

      de verharding of bebouwing waarvoor de uitstroomvoorziening aangelegd wordt:

      • 1.

        vindt plaats buiten de bebouwde kom; en

      • 2.

        is kleiner dan of gelijk aan 1.500 vierkante meter (m2).

  • 5.

    Het aanleggen van een uitstroomvoorziening ten behoeve van het versneld tot afvoer brengen van hemelwater van nieuw verhard of bebouwd oppervlak naar een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij indien:

    • a.

      de uitstroomvoorziening uitmondt in een oppervlaktewaterlichaam;

    • b.

      de uitstroomvoorziening niet in een waterkering wordt aangelegd; en

    • c.

      de verharding of bebouwing waarvoor de uitstroomvoorziening aangelegd wordt:

      • 1.

        is reeds eerder verhard of bebouwd geweest; en

      • 2.

        de periode tussen het verwijderen van de verharding of bebouwing en het opnieuw verharden of bebouwen is kleiner dan of gelijk aan 1.826 dagen.

  • 6.

    Het vervangen van een reeds bestaande uitstroomvoorziening is toestemmingsvrij.

HHHHH

Artikel 4.129 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.129 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze afdeling is van toepassing op een warmtewisselaar die wordt toegepast voor het lozen van koude en warmte bij aquathermie op of in een oppervlaktewaterlichaam.

  • 2.

    Deze afdeling is niet van toepassing op:

    • a.

      het oprichten, aanleggen, plaatsen, uitbreiden, vervangen of verwijderen van bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen als bedoeld in afdeling 4.4; en

    • b.

      het lozen op een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in hoofdstuk 2.

IIIII

Artikel 5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.1 Overgangsrecht watervergunningen

  • 1.

    Een watervergunning die is verleend krachtens de keur zoals deze luidde direct vóór inwerkingtreding van deze waterschapsverordening, wordt gelijkgesteld met een krachtens deze waterschapsverordening verleende omgevingsvergunning voor een wateractiviteit.

  • 2.

    Voor al hetgeen vóór de inwerkingtreding van deze waterschapsverordening rechtmatig tot stand is gebracht, wordt geacht een omgevingsvergunning ingevolge deze waterschapsverordening te zijn verleend.

JJJJJ

Artikel 5.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.2 Overgangsrecht meldingen en maatwerkvoorschriften

  • 1.

    Een melding of kennisgeving van een activiteit die voor inwerkingtreding van deze waterschapsverordening is gedaan, geldt, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze waterschapsverordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is, als een melding van die activiteit op grond van deze waterschapsverordening.

  • 2.

    Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die voor inwerkingtreding van deze waterschapsverordening is ingediend, geldt, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze waterschapsverordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is, als een melding van die activiteit op grond van deze waterschapsverordening.

  • 3.

    Een maatwerkvoorschrift voor een activiteit op grond van de waterschapsverordening zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze waterschapsverordening en die onherroepelijk is, geldt als een maatwerkvoorschrift op grond van deze waterschapsverordening.

KKKKK

Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage III Overzicht Geografische Informatieobjecten

aangewezen diepe plas

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c639ca7f-79f5-4236-87d3-e448f55ef182/nld@2025‑12‑09;3

aangewezen oppervlaktewaterlichaam

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4781332d-0f78-4959-a486-01f72e1265d3/nld@2025‑12‑09;3

beheergebied van Wetterskip Fryslân

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/bfa76636-f993-4385-beae-8133e2f51bf7/nld@2025‑12‑09;2

beschermingszone van een hoofdwater

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/79d8c73c-44f9-4d9b-8d64-afa560e48444/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een lokale waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/068450c1-c82e-46ee-939b-cc9dba5a1e16/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een natuurgebied

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3377c767-316b-41e3-82b5-372abc6f7c03/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c4c7f013-b884-4f6c-b9b0-9fc9664069f7/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een regionale waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/58c219ca-144c-450a-8e8a-e84c66e7b5f3/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een regionale waterkering in hoge gronden

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/a87fab54-e1c9-4f88-b4b2-66a857e88530/nld@2026‑05‑21;4

beschermingszone van een secundaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/05142681-23f8-4703-bb0e-cd27257e87a3/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/9dde54c7-30c1-4b52-b48c-26775fd04b54/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een waterstaatswerk (deelgebied 1/2)

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/41ef1b60-f567-49dd-965b-e246e4334f43/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een waterstaatswerk (deelgebied 2/2)

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/38c4aff4-804e-49ea-bccd-00c94f88a954/nld@2025‑12‑09;3

binnen de bebouwde kom

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3fc0435c-0189-476f-9014-455c06f4ebc4/nld@2025‑12‑09;3

boezem

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e700cb7b-6907-49bb-9dd5-4ddd8100b889/nld@2025‑12‑09;3

boezemland

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/8b43298f-7d45-406b-9e05-899632e655b5/nld@2025‑12‑09;3

buiten de bebouwde kom

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/85537469-8ec6-4f4e-af05-7a71070be0c5/nld@2025‑12‑09;3

buitenbeschermingszone van een primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/f064f826-a98e-4a6b-926f-0d1aa31dfd98/nld@2025‑12‑09;3

buitenbeschermingszone van een secundaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/bcc3ce78-d4a6-4cde-b32c-c00eb9e2cec0/nld@2025‑12‑09;3

gebied peil hoger dan boezempeil

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4d42ab44-5272-4fb1-9224-36956e140631/nld@2025‑12‑09;2

gebied waar bij calamiteiten regels gelden voor grondwater onttrekken

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/2b900194-5f05-4fe4-9a60-8094040a4de1/nld@2026‑05‑21;2

gebied waar bij calamiteiten regels gelden voor lozen oppervlaktewater

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/5ac478cc-d662-4dd9-a333-3d000f6621db/nld@2026‑05‑21;2

gebied waar bij calamiteiten regels gelden voor onttrekken oppervlaktewater

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e9529c95-7bdd-4c79-b81c-d371f5269c87/nld@2026‑05‑21;2

gebied waar bij calamiteiten regels gelden voor water in de bodem brengen

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/0fbc7774-1739-4974-9507-e2db72a0fb25/nld@2026‑05‑21;2

gebied waar bij overige calamiteiten regels gelden

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/0aeae7b5-58c0-4f22-8c51-96055527f75a/nld@2026‑05‑21;2

gronden grenzend aan een regionale waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1652f552-7f6c-4b9d-a25c-6f24fb3e43f5/nld@2025‑12‑09;2

gronden grenzend aan een regionale waterkering in hoge gronden

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/29a64a75-d49f-41f3-b1c9-8c5bf92f345b/nld@2025‑12‑09;2

gronden grenzend aan een waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1b97b19e-feea-405f-8086-c4ad7da457f2/nld@2025‑12‑09;2

gronden grenzend aan hoofdwater

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/fe007926-7bac-43b6-a42e-a8f8ccc16860/nld@2025‑12‑09;2

grondwaterlichaam

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/400a774c-35d9-4f6d-a9d4-e385027aa446/nld@2025‑12‑09;2

hoofdwater

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/030f0ba5-0537-4888-a500-466c24d140f9/nld@2025‑12‑09;3

hoogwatercircuit

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/fa16bd46-0f97-492a-937d-3ce4d353ff53/nld@2025‑12‑09;2

KRW-waterlichaam

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/ce18809f-7880-4522-ad60-6ef72d0d6825/nld@2025‑12‑09;2

kwetsbaar gebied

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c7558dbb-6a6a-404f-adea-9663aec6081c/nld@2025‑12‑09;2

lokale waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c5a91cd5-bd82-4682-ad55-bf440814d48e/nld@2025‑12‑09;3

natuurfunctie

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/f21a5b0d-e6e1-48de-b4fc-ff52d454aaa4/nld@2025‑12‑09;2

natuurgebied

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/d9b2e15b-531c-4d0c-aa2e-1fa5cd1e84b1/nld@2025‑12‑09;2

natuurvriendelijke oever

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/58fbea31-12c1-4a7b-9289-632cfaa9531b/nld@2025‑12‑09;2

niet-kwetsbaar gebied

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/33fd1805-97e1-473c-b462-17ec35922ba7/nld@2025‑12‑09;2

niet-vrij afstromend gebied

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/7ee541a3-b7b7-4cf0-8bbc-a9eb1d7a8dad/nld@2025‑12‑09;2

oppervlaktewaterlichaam (deelgebied 1/2)

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e1034c1a-5426-4664-abd7-3a53ccc9eaf6/nld@2025‑12‑09;3

ondiepwaterzone

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/915948ca-f039-4c1d-8136-09a8ea525c28/nld@2026‑05‑21;2

oppervlaktewaterlichaam (deelgebied 2/2)

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4369193d-2b9a-475e-8311-1d8e2e9582e3/nld@2025‑12‑09;3

overig water

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4c5a6ec6-c6d8-45e4-b41f-ba8eba47e50b/nld@2025‑12‑09;3

peilregulerend kunstwerk

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c554806d-eb86-499b-b5b5-56566d465921/nld@2025‑12‑09;3

primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/2406a910-4ae4-4bc2-85a6-a2c57e83ee16/nld@2025‑12‑09;3

profiel van vrije ruimte van een primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/0ab3e409-0586-423c-b5aa-89aa279c9e8c/nld@2025‑12‑09;3

provincie Fryslân

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/2b2b41f8-4577-4ca9-bfa2-9f433da2404e/nld@2025‑12‑09;2

provincie Groningen

/join/id/regdata/ws0653/2025‑12‑09/2ac019e7-68be-4196-82a0-12a133a3668a/nld@2025‑12‑09;1

regionale waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/5ec0d84e-5eda-4122-b1c0-f1a7d5780641/nld@2025‑12‑09;3

regionale waterkering in hoge gronden

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/b2da47c9-77ee-4b4d-ba53-13240a7e688f/nld@2025‑12‑09;3

reserveringszone van een primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/759a1fcb-3ff9-48f4-9e69-714cdf83be9c/nld@2025‑12‑09;3

schouwwater

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1e03cca3-3ca2-4631-b67b-49d8531b4e37/nld@2025‑12‑09;3

secundaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1af6a7d6-e8ee-4a20-89ad-9890a5b50dd0/nld@2025‑12‑09;3

stedelijk gebied

/join/id/regdata/ws0653/2025‑12‑09/c18ec7a5-6344-4a06-8bd8-a0bdfcebab7f/nld@2025‑12‑09;1

vaarweg

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1865ae49-795f-46a9-8531-8523203196e7/nld@2025‑12‑09;2

vrij afstromend gebied

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/b8b6a178-8740-4583-9a7c-cf5219d95cc3/nld@2025‑12‑09;2

Waddeneilanden

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/9d88f65a-4167-44eb-8c2d-d620a697d831/nld@2025‑12‑09;2

waterbergingsgebied

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c4a6b0f2-68f8-43b6-81b2-0ae043be3223/nld@2025‑12‑09;3

waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/d5ead21d-525a-4c44-8bd0-981fc74c3b2d/nld@2025‑12‑09;3

waterkering grenzend aan boezemwater

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/6b082883-4ec0-4f04-8db1-dfab2215a022/nld@2025‑12‑09;2

waterkering in hoge gronden

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/230aba19-9949-4514-8954-116f9a65db25/nld@2025‑12‑09;3

waterstaatswerk (deelgebied 1/2)

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3f193a42-8cf1-4bea-be0b-d6005fcd05f0/nld@2025‑12‑09;3

waterstaatswerk (deelgebied 2/2)

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3cdd5cc1-bc43-42bb-b918-b35f19e4bb6c/nld@2025‑12‑09;3

zuiveringtechnisch werk

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e13930c2-7a4f-43a7-b751-5846fd192a27/nld@2025‑12‑09;2

LLLLL

Algemene Toelichting wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Algemene Toelichting

1. Grondslag van de waterschapsverordening

De waterschapsverordening is een algemene verordening van het waterschap waarin vrijwel alle regels over de fysieke leefomgeving van het waterschap zijn opgenomen. De waterschapsverordening vervangt de keur en de algemene regels. De grondslag voor deze waterschapsverordening is artikel 56 in combinatie met artikel 78 van de Waterschapswet waarin staat dat het waterschap verordeningen vaststelt die het nodig oordeelt voor de behartiging van de opgedragen taken. De taken die op basis van artikel 1 van de Waterschapswet aan waterschappen worden opgedragen betreffen de zorg voor het watersysteem (inclusief waterkwaliteit) en de zorg voor het zuiveren van afvalwater. Eventueel kan nog de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden worden opgedragen, bijvoorbeeld het vaarwegenbeheer.

Artikel 2.5 van de Omgevingswet schrijft verder voor dat het algemeen bestuur één waterschapsverordening vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen.



2. Omgevingswet en digitaal stelsel

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Belangrijke uitgangspunten zijn meer lokale afwegingsruimte, minder rijksregels en vergunningplichten, snellere besluitvorming en toegankelijke informatie.

Wetterskip Fryslân is beleidsluw overgegaan: de keur en algemene regels bij de keur zijn vrijwel ongewijzigd omgezet in een digitale waterschapsverordening. Deze sluit volledig aan bij de Omgevingswet en is via het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) samen met de regels van andere overheden beschikbaar.

De digitalisering gaat gepaard met betere dienstverlening door toepasbare regels en vragenbomen. Daarbij zijn activiteiten gekoppeld aan zogenoemde werkingsgebieden: duidelijk begrensde zones op een digitale kaart waar specifieke regels gelden, bijvoorbeeld voor dijken, watergangen of natuurgebieden. Deze zijn benoemd in artikel 1.4. Via vragenbomen worden gebruikers stap voor stap naar de juiste regels geleid, zodat zij eenvoudig kunnen nagaan of een activiteit op een locatie is toegestaan of een vergunning of melding nodig is en welke algemene regels gelden.



3. Belangrijke wijzigingen waterschapsverordening

Behalve de digitalisering zijn er nog drie belangrijke wijzigingen: het opnemen van de algemene regels in de waterschapsverordening, het vervallen van de onderhoudsbepalingen en het opnemen van rijksregels met betrekking tot lozingen.

Algemene regelsin de waterschapsverordening

In de keur gold het verbod om zonder watervergunning activiteiten op of aan waterstaatswerken uit te voeren. Om te voorkomen dat voor geringe ingrepen een zware vergunningprocedure moest worden doorlopen, zijn in 2010 algemene regels aan de keur toegevoegd. Hierdoor konden eenvoudige activiteiten met een melding worden afgedaan of geheel worden vrijgesteld van vergunning- en meldingsplicht. In 2013, 2015 en 2018 zijn deze algemene regels verder aangepast, waarbij telkens verdere deregulering heeft plaatsgevonden. Deze lijn wordt in de waterschapsverordening voortgezet: de algemene regels van de keur maken nu integraal onderdeel uit van de verordening. De voorwaarden uit de voormalige algemene regels zijn per activiteit opgenomen bij de artikelen over de mogelijke uitkomsten, terwijl de voorschriften in afzonderlijke artikelen Algemene Regels zijn ondergebracht. Voorschriften zijn steeds van toepassing en gelden naast de voorwaarden.

Onderhoudsplichten uit de waterschapsverordening

Op grond van artikel 2.2 van het Omgevingsbesluit mogen onderhoudsplichten niet in de waterschapsverordening opgenomen worden. Bij de invoering van de waterschapsverordening zijn deze onderdelen van de keur daarom opgenomen in een aparte onderhoudsverordening. In de legger worden de onderhoudsplichtigen van de waterstaatswerken aangewezen. In de aparte onderhoudsverordening staat wat ze moeten doen. Dit wordt nog nader toegelicht in de Beleidsregels Integrale legger en Waterschapsverordening van Wetterskip Fryslân.

Beschermingszonesuit de leggerin de waterschapsverordening

Met invoering van de Omgevingswet zijn de beschermingszones als onderdeel van de legger komen te vervallen. Onder de systematiek van de Omgevingswet zijn deze zones beperkingengebieden gaan heten en in de Waterschapsverordening opgenomen. Deze zones naast het waterstaatswerk zijn specifiek aangegeven om daarin regels te stellen voor activiteiten. Waar welke regels voor activiteiten gelden, is voortaan te zien in het portaal van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). In de toelichting bij artikel 1.4 staat uitleg over beperkingengebieden.

Decentralisatie van lozingen: de bruidsschat

Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet is het bieden van meer ruimte voor gebiedsgericht maatwerk. Om dit mogelijk te maken, is bepaalde regelgeving overgeheveld van het Rijk als centrale overheid naar lokale overheden. Dit wordt ook wel de bruidsschat genoemd. De lokale overheden kunnen deze wetgeving vervolgens naar eigen inzicht aanpassen. Voor waterschappen betreft het regelgeving over lozingen op oppervlaktewateren of een zuiveringtechnisch werk. Wetterskip Fryslân heeft ervoor gekozen om de regels in eerste instantie grotendeels over te nemen. Waar deze wel zijn gewijzigd zijn ze in overeenstemming gebracht met bestendig beleid van het waterschap.



4. Opbouw van de waterschapsverordening en inhoud op hoofdlijnen

  • Hoofdstuk Hoofdstuk 1  Algemene bepalingen

    Het eerste hoofdstuk bevat algemene bepalingen over begrippen en enkele algemene onderwerpen die relevant zijn voor de gehele waterschapsverordening zoals de specifieke zorgplicht. De zorgplicht blijft in alle gevallen van kracht, ongeacht de uitkomst: melding, vergunning, toestemmingsvrij of een andere verplichting. Verder komen er in het artikel over het toepassingsbereik van de waterschapsverordening nog enkele uitzonderingen aan bod, waaronder het uitvoeren van onderhoudsverplichtingen, die niet vallen onder de waterschapsverordening en dus niet vergunning- of meldingsplichtig zijn. Ook bevat dit hoofdstuk de vangnetbepalingen. Als een lozingsactiviteit niet is beschreven in de waterschapsverordening, dan geldt de vergunningplicht van artikel 1.10. Voor iedere andere activiteit die niet in deze waterschapsverordening is beschreven en die niet in overeenstemming is met de functie van het waterstaatswerk, geldt de vergunningplicht van artikel 1.9.

  • Hoofdstuk Hoofdstuk 2 Lozingsactiviteiten  op een oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk

    Dit hoofdstuk is van toepassing op lozingsactiviteiten op oppervlaktewaterlichamen die in beheer zijn bij Wetterskip Fryslân, evenals op lozingsactiviteiten op zuiveringtechnische werken die door het waterschap worden beheerd. Het hoofdstuk opent met bepalingen over de kwantiteit van het water en gaat vervolgens in op de kwaliteit ervan. De artikelen in dit hoofdstuk gelden ook voor lozingsactiviteiten die voortkomen uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. In dat geval gelden de bepalingen als maatwerkregels in de zin van artikel 2.12 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Indien een artikel niet van toepassing is op lozingen afkomstig van een dergelijke milieubelastende activiteit, is dat expliciet in het betreffende artikel vermeld. Baggerwerkzaamheden vallen buiten dit hoofdstuk, omdat deze zijn geregeld in hoofdstuk 4.

  • Hoofdstuk Hoofdstuk 3 Wateronttrekkingsactiviteiten  en in de bodem brengen van water

    Onttrekkingen van grondwater en oppervlaktewater en het infiltreren van water in de bodem worden in dit hoofdstuk geregeld.

  • Hoofdstuk Hoofdstuk 4 Beperkingengebiedactiviteiten  met betrekking tot een waterstaatswerk

    Bij de waterstaatswerken beperkt het waterschap de activiteiten die daar mogen worden uitgevoerd door regels te stellen. De gebieden waarbinnen deze regels gelden zijn beperkingengebieden. Een activiteit binnen zo’n gebied wordt een beperkingengebiedsactiviteit genoemd.

  • Hoofdstuk Hoofdstuk 5  Overgangs- en slotbepalingen

    Het laatste hoofdstuk regelt het overgangsrecht voor watervergunningen, die voor inwerkingtreding van deze waterschapsverordening zijn verleend. Alsmede overgangsrecht voor meldingen, maatwerkvoorschriften en handhavingsbesluiten. Daarnaast bevat hoofdstuk 5 een bepaling die de keur en algemene regels intrekt, een inwerkingtredingsbepaling en een citeertitel.



5. Leeswijzer

In hoofdstuk 2 tot en met 4 zijn activiteiten beschreven waarvoor onder bepaalde voorwaarden geen vergunningplicht geldt, maar waar met een melding kan worden volstaan of die soms geheel toestemmingsvrij zijn (geen vergunningplicht en geen meldingsplicht). Is de activiteit niet specifiek beschreven in hoofstuk 2 tot en met 4 dan gelden de vangnetvergunningplichten van hoofdstuk 1.

De regels over activiteiten zijn als volgt opgebouwd:

waterschapsverordening - toelichting - opbouw activiteiten

waterschapsverordening - toelichting - opbouw activiteiten

Het toepassingsbereik van een artikel omvat alle activiteiten waarop de regeling ziet. De mogelijke uitkomsten – toestemmingsvrij, meldingsplichtig, vergunningplichtig of anderszins – vullen elkaar aan en beslaan gezamenlijk het gehele toepassingsbereik. Het onderscheid wordt bepaald door de voorwaarden: zolang aan de voorwaarden van de lichtste categorie wordt voldaan, geldt die uitkomst, en bij het niet voldoen verschuift de activiteit naar een zwaardere categorie. Daarmee is steeds slechts één uitkomst van toepassing. De systematiek loopt op van licht naar zwaar en wijkt daarmee af van de klassieke opbouw vanuit een verbod met uitzonderingen.

De teksten zo geschreven dat ze zo veel mogelijk voldoen aan het 'Toepassingsprofiel Waterschapsverordeningen' volgens de 'STandaard Officiële Publicaties met ToepassingsProfielen voor OmgevingsDocumenten (STOP/TPOD)', en de ‘Aanwijzingen voor de regelgeving’ voor de opbouw van de teksten:

  • Hoofdstuk, afdeling, artikel, leden, onderdeel (a.), subonderdeel (1.), subsubonderdeel (i.);

  • Opsommingen: In de tekst staat altijd of het ‘en’ of ‘of’ betreft. Deze aanduiding geldt voor de hele opsomming totdat een nieuwe aanduiding volgt en staat in ieder geval bij de een-na-laatste regel.

MMMMM

Het opschrift van artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikelgewijze toelichting Artikelsgewijze Toelichting

NNNNN

Sectie ' Begripsbepalingen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.1: Begripsbepalingen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Begripsbepalingen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

OOOOO

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.2: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.2 Toepassingsbereik

In het eerste lid wordt aangegeven op welke gebieden deze waterschapsverordening van toepassing is; de werkingsgebieden van deze waterschapsverordening. In het tweede lid wordt dit toepassingsbereik voor artikel 1.2 en enkele hoofdstukken van de waterschapsverordening begrensd.

Onderdeel c van het eerste lid zorgt ervoor dat waterstaatswerken in het beheergebied van het waterschap altijd beschermd worden tegen activiteiten die rondom de waterstaatswerken worden verricht. Een activiteit die net buiten de grens van het beheergebied wordt verricht, maar wel in de beschermingszone van een waterstaatswerk binnen het beheergebied, valt dan nog binnen het toepassingsbereik van deze waterschapsverordening.

In onderdeel a van het tweede lid is bepaald dat geen omgevingsvergunningsplicht geldt voor projecten, waarvoor door het dagelijks bestuur een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de wet, wordt vastgesteld. Een projectbesluit kan worden vastgesteld met het oog op de taken van het waterschap op het gebied van het beheer van watersystemen (voor zover het beheer daarvan aan het waterschap is toegedeeld) en het waterketenbeheer (de zuivering van stedelijk afvalwater, gebracht in een openbaar vuilwaterriool, in een zuiveringtechnisch werk).

Voor aanleg, vastlegging of versterking van primaire waterkering en die in beheer zijn bij het waterschap geldt op basis van artikel 5.46, tweede lid, Omgevingswet de verplichting een projectbesluit vast te stellen. Voor andere grootschalige projecten kan het waterschap zelf bepalen of ze een projectbesluit vaststellen of dat ze bijvoorbeeld aan zichzelf een omgevingsvergunning verlenen voor de uitvoering van een project.

Onderdeel b van het tweede lid is als begrenzing opgenomen om een omgevingsvergunning niet verplicht te stellen voor activiteiten die nodig zijn voor het beheer, bediening en onderhoud van het watersysteem of onderdelen daarvan door of in opdracht van het waterschap.

Onderdeel c van het tweede lid heeft het toepassingsbereik ook begrensd voor overige onderhoudsplichtigen, zodat een verplichting tot het plegen van onderhoud niet ook leidt tot een omgevingsvergunningsplicht. De voorschriften voor het onderhoud worden dan in de onderhoudsplicht geformuleerd en niet in een aanvullende vergunning. De begrenzing van het toepassingsbereik in het tweede lid is niet van toepassing op de regels met betrekking tot lozen en onttrekken. De regels voor lozen blijven onverkort van kracht.

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van de fysieke leefomgeving waarop deze waterschapsverordening van toepassing is.

waterschapsverordening - voorbeeld fysieke leefomgeving

waterschapsverordening - voorbeeld fysieke leefomgeving

PPPPP

Sectie ' Doelen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.3: Doelen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Doelen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.3 Doelen

QQQQQ

Sectie ' Werkingsgebieden' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.4: Werkingsgebieden' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.4 Werkingsgebieden

Het begrip beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Kortgezegd zijn dit de gebieden rondom waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Waterschappen kunnen voor alle typen waterstaatswerkenbeperkingengebieden aanwijzen. In een beperkingengebied gelden beperkingen voor de activiteiten van derden. Hierin zit de koppeling met het begrip beperkingengebiedactiviteit. De Omgevingswet definieert dit begrip als een activiteit binnen een beperkingengebied. Een beperkingengebiedactiviteit bij een waterstaatswerk zoals een oppervlaktewaterlichaam is bijvoorbeeld de aanleg van een brug.

Een werkingsgebied is onderdeel van de regels in de nieuwe waterschapsverordening. Die regels bestaan straks uit juridische regeltekst en werkingsgebieden. Het betreft hier een (ruimtelijk) gebied waarop een juridische regel betrekking heeft. Dit betekent dat specifieke regels alleen gelden binnen de grenzen van een bepaald gebied. Het begrip wordt voornamelijk gebruikt binnen het Digitaal Stelsel Omgevingswet.

Het begrip beperkingengebied is ook een werkingsgebied, maar het kan ook om andere gebieden gaan waar bepaalde regels gelden ter bescherming van het watersysteem. Denk bijvoorbeeld aan regels over de activiteit uitbreiden van verhardingen in een gebied met weinig waterberging.

Een werkingsgebied kan een specifiek gebied binnen het beheergebied van het waterschap zijn, maar het kan ook het gehele beheergebied van het waterschap zijn (de regels uit de waterschapsverordening zijn dan op het gehele gebied van toepassing). De werkingsgebieden (en bijbehorende voorschriften) kunnen visueel worden weergegeven via het Digitaal Stelsel Omgevingswet. De geografische begrenzing van deze werkingsgebieden kan regelmatig wijzigen als gevolg van projecten van derden of door het waterschap zelf.

Zoals uit het voorgaande blijkt, is een beperkingengebied een type werkingsgebied. De werkingsgebieden van de regels in deze verordening zijn in dit artikel aangewezen en geometrisch begrensd. Deze werkingsgebieden stonden voorheen (deels) in de legger op grond van de Waterwet, maar komen in de legger op grond van de Omgevingswet niet terug. De werkingsgebieden verschillen per type activiteit. Aan iedere regel in deze waterschapsverordening is het juiste werkingsgebied gekoppeld. In het DSO kan, bij het raadplegen van regels op de kaart, daarmee steeds het exacte werkingsgebied van een regel getoond worden. De werkingsgebieden worden daarnaast gebruik voor de automatische beantwoording van vragen in de vergunningcheck.

Het tweede lid is bedoeld voor de gevallen dat de aanleg of wijziging van waterstaatswerken is vergund of dat er een projectbesluit voor is vastgesteld maar nog in uitvoering is of is uitgevoerd, maar nog niet geometrisch is begrensd. Deze tekst is gebaseerd op afdeling 3.2 van het Omgevingsbesluit waarin dit is opgenomen voor waterstaatswerken van het Rijk.

Het derde lid is bedoeld voor waterstaatswerken die nog niet (juist) geometrisch zijn begrensd en de begrenzing ook niet blijkt uit een omgevingsvergunning of projectbesluit of projectplan.

Onderstaande afbeelding toont de verschillende zoneringen rondom een waterkering.

waterschapsverordening - zonering rondom waterkering

waterschapsverordening - zonering rondom waterkering

Onderstaande afbeelding toont de verschillende zoneringen rondom een waterkering.

waterschapsverordening - illustratie zonering rondom waterkering gebouwen

waterschapsverordening - illustratie zonering rondom waterkering gebouwen

Het vierde lid is bedoeld voor werkingsgebieden die nog niet (juist) geometrisch zijn begrensd en de begrenzing ook niet blijkt uit een omgevingsvergunning of projectbesluit of projectplan. De beschrijving van het desbetreffende werkingsgebied bepaalt dan om welk gebied het gaat.

RRRRR

Sectie ' Normadressaat' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.5: Normadressaat' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Normadressaat' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.5 Normadressaat

SSSSS

Sectie ' Specifieke zorgplicht: kwantiteit' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.6: Specifieke zorgplicht: kwantiteit' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Specifieke zorgplicht: kwantiteit' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.6 Specifieke zorgplicht: kwantiteit

TTTTT

Sectie ' Specifieke zorgplicht: kwaliteit' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.7: Specifieke zorgplicht: kwaliteit' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Specifieke zorgplicht: kwaliteit' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.7 Specifieke zorgplicht: kwaliteit

UUUUU

Sectie ' Maatwerkvoorschriften' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.8: Maatwerkvoorschriften' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Maatwerkvoorschriften' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.8 Maatwerkvoorschriften

VVVVV

Sectie ' Vangnetvergunningplicht en afwegingskader/voorschriften vergunning' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.9: Vangnetvergunningplicht en afwegingskader/voorschriften vergunning' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vangnetvergunningplicht en afwegingskader/voorschriften vergunning' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.9 Vangnetvergunningplicht en afwegingskader/voorschriften vergunning

WWWWW

Sectie '' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.9, vierde lid' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie '' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

XXXXX

Sectie ' Vangnetvergunningplicht lozen op een oppervlaktewaterlichaam' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.10: Vangnetvergunningplicht lozen op een oppervlaktewaterlichaam' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vangnetvergunningplicht lozen op een oppervlaktewaterlichaam' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.10 Vangnetvergunningplicht lozen op een oppervlaktewaterlichaam

YYYYY

Sectie ' Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.11: Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.11 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden

ZZZZZ

Sectie ' Gegevens en bescheiden op verzoek van het dagelijks bestuur van het waterschap' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.12: Gegevens en bescheiden op verzoek van het dagelijks bestuur van het waterschap' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Gegevens en bescheiden op verzoek van het dagelijks bestuur van het waterschap' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.12 Gegevens en bescheiden op verzoek van het dagelijks bestuur van het waterschap

AAAAAA

Sectie ' Beoordelingsregel omgevingsvergunning lozingsactiviteit' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.13: Beoordelingsregel omgevingsvergunning lozingsactiviteit' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Beoordelingsregel omgevingsvergunning lozingsactiviteit' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.13 Beoordelingsregel omgevingsvergunning lozingsactiviteit

BBBBBB

Sectie ' Indieningsvereisten omgevingsvergunning lozen op een oppervlaktewaterlichaam' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.14: Indieningsvereisten omgevingsvergunning lozen op een oppervlaktewaterlichaam' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Indieningsvereisten omgevingsvergunning lozen op een oppervlaktewaterlichaam' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.14 Indieningsvereisten omgevingsvergunning lozen op een oppervlaktewaterlichaam

CCCCCC

Sectie ' Informeren over een ongewoon voorval' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.15: Informeren over een ongewoon voorval' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Informeren over een ongewoon voorval' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.15 Informeren over een ongewoon voorval

DDDDDD

Sectie ' Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.16: Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.16 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval

EEEEEE

Sectie ' Algeheel verbod bij calamiteiten' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 1.17: Algeheel verbod bij calamiteiten' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Algeheel verbod bij calamiteiten' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.17 Algeheel verbod bij calamiteiten

FFFFFF

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.1: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.1 Toepassingsbereik

GGGGGG

Sectie ' Meet- en rekenbepalingen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.2: Meet- en rekenbepalingen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meet- en rekenbepalingen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.2 Meet- en rekenbepalingen

HHHHHH

Sectie ' Toestemmingsvrij' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.3: Toestemmingsvrij' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toestemmingsvrij' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.3 Toestemmingsvrij

IIIIII

Sectie ' Meldingsplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.4: Meldingsplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.4 Meldingsplicht

JJJJJJ

Sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.5: Indieningsvereisten melding' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.5 Indieningsvereisten melding

KKKKKK

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.6: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.6 Vergunningplicht

LLLLLL

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.8: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.8 Toepassingsbereik

MMMMMM

Sectie ' Meet- en rekenbepalingen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.9: Meet- en rekenbepalingen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meet- en rekenbepalingen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.9 Meet- en rekenbepalingen

NNNNNN

Sectie ' Toestemmingsvrij' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.10: Toestemmingsvrij' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toestemmingsvrij' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.10 Toestemmingsvrij

OOOOOO

Sectie ' Meldingsplicht voor lozen van grondwater bij ontwatering' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.11: Meldingsplicht voor lozen van grondwater bij ontwatering' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht voor lozen van grondwater bij ontwatering' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.11 Meldingsplicht voor lozen van grondwater bij ontwatering

PPPPPP

Sectie ' Meldingsplicht voor lozen van grondwater bij saneringen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.12: Meldingsplicht voor lozen van grondwater bij saneringen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht voor lozen van grondwater bij saneringen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.12 Meldingsplicht voor lozen van grondwater bij saneringen

QQQQQQ

Sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.13: Indieningsvereisten melding' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.13 Indieningsvereisten melding

RRRRRR

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.14: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.14 Vergunningplicht

SSSSSS

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.16: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.16 Toepassingsbereik

TTTTTT

Sectie ' Meldingsplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.18: Meldingsplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.18 Meldingsplicht

UUUUUU

Sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.19: Indieningsvereisten melding' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.19 Indieningsvereisten melding

VVVVVV

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.20: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.20 Vergunningplicht

WWWWWW

Sectie ' Lozen van huishoudelijk afvalwater' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 2.4: Lozen van huishoudelijk afvalwater' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 2.4 Lozen van huishoudelijk afvalwater

Onderstaande afbeelding toont hoe de afstand tot de gemeentelijke riolering gemeten kan worden.

waterschapsverordening - afstand tot gemeentelijke riolering

waterschapsverordening - afstand tot gemeentelijke riolering

XXXXXX

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.22: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.22 Toepassingsbereik

YYYYYY

Sectie ' Meet- en rekenbepalingen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.23: Meet- en rekenbepalingen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.23 Meet- en rekenbepalingen

In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd. Er zijn normen opgenomen voor het bemonsteren en conserveren. Ook zijn de analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de stoffen waaraan in deze afdelingemissiegrenswaarden worden gesteld voorgeschreven. De versies van de NEN-EN-normen zijn opgenomen in bijlage Bijlage II.

Als er wordt bemonsterd, moeten de monsters volgens NEN-EN-ISO 5667-3 worden geconserveerd om te voorkomen dat in de monsters verandering optreedt voor de te analyseren parameter tussen het moment van bemonstering en het moment van analyse. Aangezien de emissiegrenswaarden die zijn gesteld betrekking hebben op het totaal van opgeloste en niet opgeloste stoffen in het afvalwater, is het van belang dat het monster niet gefilterd wordt en dat de stoffen die zich onopgelost in het afvalwater bevinden meegenomen worden in de analyse.

ZZZZZZ

Sectie ' Toestemmingsvrij' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.24: Toestemmingsvrij' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toestemmingsvrij' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.24 Toestemmingsvrij

AAAAAAA

Sectie ' Meldingsplicht voor lozen van huishoudelijk afvalwater' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.25: Meldingsplicht voor lozen van huishoudelijk afvalwater' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht voor lozen van huishoudelijk afvalwater' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.25 Meldingsplicht voor lozen van huishoudelijk afvalwater

BBBBBBB

Sectie ' Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.26: Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.26 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater

CCCCCCC

Sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.27: Indieningsvereisten melding' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.27 Indieningsvereisten melding

DDDDDDD

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.28: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.28 Vergunningplicht

EEEEEEE

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.30: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.30 Toepassingsbereik

FFFFFFF

Sectie ' Algemene regels' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.31: Algemene regels' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Algemene regels' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.31 Algemene regels

GGGGGGG

Sectie ' Meldingsplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.32: Meldingsplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.32 Meldingsplicht

HHHHHHH

Sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.33: Indieningsvereisten melding' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.33 Indieningsvereisten melding

IIIIIII

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.34: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.34 Vergunningplicht

JJJJJJJ

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.36: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.36 Toepassingsbereik

KKKKKKK

Sectie ' Algemene regels' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.37: Algemene regels' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Algemene regels' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.37 Algemene regels

LLLLLLL

Sectie ' Meldingsplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.38: Meldingsplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.38 Meldingsplicht

MMMMMMM

Sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.39: Indieningsvereisten melding' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.39 Indieningsvereisten melding

NNNNNNN

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.40: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.40 Vergunningplicht

OOOOOOO

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.42: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.42 Toepassingsbereik

PPPPPPP

Sectie ' Algemene regels' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.43: Algemene regels' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Algemene regels' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.43 Algemene regels

QQQQQQQ

Sectie ' Meet- en rekenbepalingen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.44: Meet- en rekenbepalingen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meet- en rekenbepalingen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.44 Meet- en rekenbepalingen

RRRRRRR

Sectie ' Toestemmingsvrij' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.45: Toestemmingsvrij' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toestemmingsvrij' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.45 Toestemmingsvrij

SSSSSSS

Sectie ' Werkinstructie bij reinigen en conserveren' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.46: Werkinstructie bij reinigen en conserveren' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Werkinstructie bij reinigen en conserveren' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.46 Werkinstructie bij reinigen en conserveren

TTTTTTT

Sectie ' Werkinstructie bij bouwen, renoveren en slopen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.47: Werkinstructie bij bouwen, renoveren en slopen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Werkinstructie bij bouwen, renoveren en slopen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.47 Werkinstructie bij bouwen, renoveren en slopen

UUUUUUU

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.48: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.48 Vergunningplicht

VVVVVVV

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.50: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.50 Toepassingsbereik

WWWWWWW

Sectie ' Inerte goederen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.51: Inerte goederen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Inerte goederen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.51 Inerte goederen

XXXXXXX

Sectie ' Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater bij opslaan van inerte goederen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.52: Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater bij opslaan van inerte goederen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater bij opslaan van inerte goederen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.52 Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater bij opslaan van inerte goederen

YYYYYYY

Sectie ' Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater bij overslaan van inerte goederen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.53: Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater bij overslaan van inerte goederen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater bij overslaan van inerte goederen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.53 Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater bij overslaan van inerte goederen

ZZZZZZZ

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.54: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.54 Vergunningplicht

AAAAAAAA

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.56: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.56 Toepassingsbereik

BBBBBBBB

Sectie ' Meet- en rekenbepalingen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.57: Meet- en rekenbepalingen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.57 Meet- en rekenbepalingen

Dit artikel geeft aan welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Dit artikel met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijft niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd. Er zijn normen opgenomen voor het bemonsteren en conserveren. Ook zijn de analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de stoffen waaraan in artikel 2.59emissiegrenswaarden worden gesteld voorgeschreven. De versies van de NEN-EN-normen zijn opgenomen in bijlage Bijlage II  bij deze verordening.

Als er wordt bemonsterd, moeten de monsters volgens NEN-EN-ISO 5667-3 worden geconserveerd om te voorkomen dat in de monsters verandering optreedt voor de te analyseren parameter tussen het moment van bemonstering en het moment van analyse.

Aangezien de emissiegrenswaarden die zijn gesteld betrekking hebben op het totaal van opgeloste en niet opgeloste stoffen in het afvalwater, is het van belang dat het monster niet gefilterd wordt en dat de stoffen die zich onopgelost in het afvalwater bevinden meegenomen worden in de analyse.

CCCCCCCC

Sectie ' Toestemmingsvrij' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.58: Toestemmingsvrij' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toestemmingsvrij' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.58 Toestemmingsvrij

DDDDDDDD

Sectie ' Meldingsplicht voor lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen die kunnen uitlogen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.59: Meldingsplicht voor lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen die kunnen uitlogen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht voor lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen die kunnen uitlogen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.59 Meldingsplicht voor lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen die kunnen uitlogen

EEEEEEEE

Sectie ' Meldingsplicht voor lozen afvalwater afkomstig van het overslaan van niet-inerte goederen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.60: Meldingsplicht voor lozen afvalwater afkomstig van het overslaan van niet-inerte goederen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht voor lozen afvalwater afkomstig van het overslaan van niet-inerte goederen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.60 Meldingsplicht voor lozen afvalwater afkomstig van het overslaan van niet-inerte goederen

FFFFFFFF

Sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.61: Indieningsvereisten melding' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.61 Indieningsvereisten melding

GGGGGGGG

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.62: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.62 Vergunningplicht

HHHHHHHH

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.64: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.64 Toepassingsbereik

IIIIIIII

Sectie ' Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater vanuit gemeentelijke rioolstelsels' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.65: Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater vanuit gemeentelijke rioolstelsels' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater vanuit gemeentelijke rioolstelsels' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.65 Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater vanuit gemeentelijke rioolstelsels

JJJJJJJJ

Sectie ' Toestemmingsvrij bij lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.66: Toestemmingsvrij bij lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toestemmingsvrij bij lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.66 Toestemmingsvrij bij lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen

KKKKKKKK

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.67: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.67 Vergunningplicht

LLLLLLLL

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.69: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.69 Toepassingsbereik

MMMMMMMM

Sectie ' Meldingsplicht voor lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.70: Meldingsplicht voor lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht voor lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.70 Meldingsplicht voor lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden

NNNNNNNN

Sectie ' Werkinstructie bij verontreinigde waterbodem' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.71: Werkinstructie bij verontreinigde waterbodem' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.71 Werkinstructie bij verontreinigde waterbodem

Het Rijk heeft voor de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie de volgende kwaliteitsklassen en kwaliteitseisen vastgesteld:

Kwaliteitsklassen baggerspecie en waterbodem

Kwaliteitseis

Ondergrens van kwaliteitsklasse

Bovengrens van kwaliteitsklasse

Voormalige benaming

Niet verontreinigd (waterbodem) / Algemeen toepasbaar (baggerspecie)

-

Niet verontreinigd (waterbodem) / Algemeen toepasbaar (baggerspecie)

Achtergrondwaarde

Licht verontreinigd

Niet verontreinigd (waterbodem) / Algemeen toepasbaar (baggerspecie)

Licht verontreinigd

Maximale waarde kwaliteitsklasse A

Matig verontreinigd

Licht verontreinigd

Matig verontreinigd

Maximale waarde kwaliteitsklasse B (interventiewaarde waterbodem)

Sterk verontreinigd

Matig verontreinigd

-

Niet toepasbaar

De kwaliteitseisen staan in tabel 2 van bijlage B van de Regeling Bodemkwaliteit. Deze kwaliteitseisen bepalen in welke kwaliteitsklasse de waterbodem of baggerspecie valt.

waterschapsverordening - kwaliteitsklassen waterbodem

waterschapsverordening - kwaliteitsklassen waterbodem

OOOOOOOO

Sectie ' Meldingsplicht voor lozen bij werkzaamheden door de waterbeheerder' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.72: Meldingsplicht voor lozen bij werkzaamheden door de waterbeheerder' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht voor lozen bij werkzaamheden door de waterbeheerder' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.72 Meldingsplicht voor lozen bij werkzaamheden door de waterbeheerder

PPPPPPPP

Sectie ' Meldingsplicht voor lozen van algen en bacteriën' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.73: Meldingsplicht voor lozen van algen en bacteriën' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht voor lozen van algen en bacteriën' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.73 Meldingsplicht voor lozen van algen en bacteriën

QQQQQQQQ

Sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.74: Indieningsvereisten melding' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.74 Indieningsvereisten melding

RRRRRRRR

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.75: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.75 Vergunningplicht

SSSSSSSS

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.77: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.77 Toepassingsbereik

TTTTTTTT

Sectie ' Algemene regels' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.78: Algemene regels' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Algemene regels' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.78 Algemene regels

UUUUUUUU

Sectie ' Toestemmingsvrij' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.79: Toestemmingsvrij' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toestemmingsvrij' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.79 Toestemmingsvrij

VVVVVVVV

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.80: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.80 Vergunningplicht

WWWWWWWW

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.82: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.82 Toepassingsbereik

XXXXXXXX

Sectie ' Meldingsplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.83: Meldingsplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.83 Meldingsplicht

YYYYYYYY

Sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.84: Indieningsvereisten melding' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.84 Indieningsvereisten melding

ZZZZZZZZ

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.85: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.85 Vergunningplicht

AAAAAAAAA

Sectie ' Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 2.14: Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 2.14 Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen

Onderstaande afbeelding toont hoe de afstand tot de gemeentelijke riolering gemeten kan worden.

waterschapsverordening - afstand tot gemeentelijke riolering

waterschapsverordening - afstand tot gemeentelijke riolering

BBBBBBBBB

Sectie ' Meet- en rekenbepalingen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.88: Meet- en rekenbepalingen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meet- en rekenbepalingen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.88 Meet- en rekenbepalingen

CCCCCCCCC

Sectie ' Meldingsplicht voor lozen vanuit andere gebouwen dan een kas' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.89: Meldingsplicht voor lozen vanuit andere gebouwen dan een kas' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht voor lozen vanuit andere gebouwen dan een kas' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.89 Meldingsplicht voor lozen vanuit andere gebouwen dan een kas

DDDDDDDDD

Sectie ' Meldingsplicht voor lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.90: Meldingsplicht voor lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht voor lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.90 Meldingsplicht voor lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen

EEEEEEEEE

Sectie ' Meldingsplicht voor lozen bij sorteren van biologisch geteelde gewassen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.91: Meldingsplicht voor lozen bij sorteren van biologisch geteelde gewassen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht voor lozen bij sorteren van biologisch geteelde gewassen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.91 Meldingsplicht voor lozen bij sorteren van biologisch geteelde gewassen

FFFFFFFFF

Sectie ' Meldingsplicht voor lozen bij omgekeerde osmose en ionenwisselaars' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.92: Meldingsplicht voor lozen bij omgekeerde osmose en ionenwisselaars' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht voor lozen bij omgekeerde osmose en ionenwisselaars' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.92 Meldingsplicht voor lozen bij omgekeerde osmose en ionenwisselaars

GGGGGGGGG

Sectie ' Meldingsplicht voor lozen bij ontijzeren grondwater' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.93: Meldingsplicht voor lozen bij ontijzeren grondwater' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht voor lozen bij ontijzeren grondwater' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.93 Meldingsplicht voor lozen bij ontijzeren grondwater

HHHHHHHHH

Sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.94: Indieningsvereisten melding' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.94 Indieningsvereisten melding

IIIIIIIII

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.95: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.95 Vergunningplicht

JJJJJJJJJ

Sectie ' Lozen bij maken van betonmortel en uitwassen van beton' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 2.15: Lozen bij maken van betonmortel en uitwassen van beton' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Lozen bij maken van betonmortel en uitwassen van beton' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 2.15 Lozen bij maken van betonmortel en uitwassen van beton

KKKKKKKKK

Sectie ' Meet- en rekenbepalingen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.98: Meet- en rekenbepalingen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meet- en rekenbepalingen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.98 Meet- en rekenbepalingen

LLLLLLLLL

Sectie ' Toestemmingsvrij' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.99: Toestemmingsvrij' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toestemmingsvrij' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.99 Toestemmingsvrij

MMMMMMMMM

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.100: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.100 Vergunningplicht

NNNNNNNNN

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.102: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.102 Toepassingsbereik

OOOOOOOOO

Sectie ' Meldingsplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.103: Meldingsplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.103 Meldingsplicht

PPPPPPPPP

Sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.104: Indieningsvereisten melding' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.104 Indieningsvereisten melding

QQQQQQQQQ

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.105: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.105 Vergunningplicht

RRRRRRRRR

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.107: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.107 Toepassingsbereik

SSSSSSSSS

Sectie ' Meldingsplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.108: Meldingsplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Meldingsplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.108 Meldingsplicht

TTTTTTTTT

Sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.109: Indieningsvereisten melding' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Indieningsvereisten melding' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.109 Indieningsvereisten melding

UUUUUUUUU

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.110: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.110 Vergunningplicht

VVVVVVVVV

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.112: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.112 Toepassingsbereik

WWWWWWWWW

Sectie ' Toestemmingsvrij' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.113: Toestemmingsvrij' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toestemmingsvrij' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.113 Toestemmingsvrij

XXXXXXXXX

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.114: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.114 Vergunningplicht

YYYYYYYYY

Sectie ' Toepassingsbereik' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.116: Toepassingsbereik' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toepassingsbereik' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.116 Toepassingsbereik

ZZZZZZZZZ

Sectie ' Toestemmingsvrij' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.117: Toestemmingsvrij' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toestemmingsvrij' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.117 Toestemmingsvrij

AAAAAAAAAA

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.118: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.118 Vergunningplicht

BBBBBBBBBB

Sectie ' Toestemmingsvrij' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.121: Toestemmingsvrij' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Toestemmingsvrij' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.121 Toestemmingsvrij

CCCCCCCCCC

Sectie ' Vergunningplicht' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 2.122: Vergunningplicht' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vergunningplicht' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.122 Vergunningplicht

DDDDDDDDDD

Sectie ' Onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 3.1: Onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 3.1 Onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam

EEEEEEEEEE

Sectie ' Onttrekken van grondwater' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 3.2: Onttrekken van grondwater' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 3.2 Onttrekken van grondwater

Deze afdeling bevat regels voor het onttrekken van grondwater. De onttrekking van grondwater kan nadelige gevolgen voor de omgeving veroorzaken. Denk hierbij aan schade aan de landbouw(opbrengst), schade aan natuurgebieden (verdroging), verplaatsing van grondwaterverontreinigingen, schade aan bouwwerken als gevolg van zetting en negatieve beïnvloeding op overige grondwateronttrekkingen (in het bijzonder de bodemenergiesystemen). Degene die de onttrekking verricht, heeft de verplichting om deze nadelige gevolgen zoveel als mogelijk te voorkomen. Wanneer de onttrekking nadelige gevolgen veroorzaakt, moet degene die wateronttrekt zo spoedig mogelijk maatregelen nemen om deze gevolgen te beperken. Denk hierbij aan het staken van de onttrekking of het treffen van compenserende maatregelen. Verder moet degene die grondwateronttrekt het waterschap zo spoedig mogelijk informeren over de geconstateerde nadelige gevolgen en de te treffen, of getroffen maatregelen.

De meetverplichtingen van het voormalige artikel 6.11 van het Waterbesluit en het voormalige artikel 6.5 van de Waterregeling wordt voortgezet. De meetverplichting geldt voor zowel vergunningplichtige als vergunningvrije gevallen.

De impact van kleinere grondwateronttrekkingen en grondwaterinfiltraties is in de regel verwaarloosbaar en kunnen doorgaans zonder nadelige gevolgen en daarom zonder melding of omgevingsvergunning plaatsvinden. Dit is wel afhankelijk van de locatie en doel waarvoor grondwater wordt onttrokken. Zo geldt op de Waddeneilanden een strenger regime als op de vaste wal. Voor agrarische activiteiten geldt, weer gezien onder meer de locatie en doel van deze activiteiten, een ruimere vrijstelling. Voor een grondwateronttrekking of infiltratie is een omgevingsvergunning nodig als de grondwateronttrekking of infiltratie een dusdanige omvang heeft dat niet kan worden voldaan aan de voorwaarden die gelden voor een meldingsplicht. De beoordelingsregel van het Besluit kwaliteit leefomgeving voor omgevingsvergunningen voor het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem is van overeenkomstige toepassing op vergunningplichtige wateronttrekkingsactiviteiten. Dit sluit aan bij de wijze waarop dit in de Waterwet was geregeld.

In geval van bijzondere omstandigheden, zoals grote droogte, of dreiging daarvan, kan het nodig zijn om het onttrekken van water uit de bodem te verbieden.

Aangezien uitwisseling van grondwater uit diverse watervoerende pakketten ongewenst is, moet bij retourbemaling het grondwater in hetzelfde watervoerende pakket worden teruggebracht waaruit het afkomstig is. Om uitwisseling van grondwater uit verschillende pakketten tegen te gaan, dient tijdens de aanleg van de voorziening(en) voor de grondwateronttrekking, tijdens het beheer van deze voorziening(en) en na beëindiging van de onttrekking, worden voorkomen dat uitwisseling van water kan plaatsvinden. In de praktijk wordt bij het doorkruisen van een scheidende laag veelal gebruik gemaakt van zwelklei om deze uitwisseling van grondwater te voorkomen. Het SIKB (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer) heeft hiervoor een protocol 'mechanisch boren' opgesteld (protocol 2101). Het protocol is te raadplegen via www.sikb.nl.

Indien er sprake is van een bronbemaling heeft het SIKB (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer) twee protocollen opgesteld die gevolgd moeten worden. Dit zijn het protocol 'voorbereiden melding of vergunningaanvraag' (protocol 12010) en het protocol 'voorbereiden technische uitvoering' (protocol 12020). Deze protocollen zijn te raadplegen via www.sikb.nl.

Aangezien bij relatief kleine onttrekkingen het plaatsen van een peilbuis of meetput in beginsel niet noodzakelijk is, wordt dit alleen voorgeschreven bij spanningsbemaling.

Op de Waddeneilanden moet worden voorkomen dat onnodig zoet water naar zee wordt gepompt. Daarom is ook daar het uitgangspunt dat opgepompt grondwater terug wordt gebracht in hetzelfde watervoerend pakket. Gezien de bodemopbouw van de eilanden, zal lozen van het opgepompte grondwater op de bodem aldaar ook voldoende zijn om aan dit uitgangspunt te voldoen; het water vloeit door de zandige bodem terug.

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van ondiepe grondwaterlichamen waar het waterschap bevoegd gezag is.

waterschapsverordening - illustratie grondwater

waterschapsverordening - illustratie grondwater

FFFFFFFFFF

Sectie ' In de bodem brengen van water' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 3.3: In de bodem brengen van water' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 3.3 In de bodem brengen van water

Deze afdeling bevat regels voor het in de bodem brengen van water. Onder het brengen van water in de bodem wordt verstaan het brengen van water in de bodem met als doel het voorkomen of beperken van verlaging van de grondwaterstand of de stijghoogte of het lozen van overtollig water. Het veranderen van de grondwaterstand heeft effect op de omgeving en kan negatieve gevolgen hebben. Retourbemaling wordt niet geregeld in deze afdeling. Onder retourbemaling wordt verstaan onttrokkengrondwater terugbrengen in hetzelfde watervoerend pakket. Retourbemalen wordt geregeld in de afdeling voor het onttrekken van grondwater.

De meetverplichtingen van het voormalige artikel 6.11 van het Waterbesluit en het voormalige artikel 6.5 van de Waterregeling wordt voortgezet. De meetverplichting geldt voor zowel vergunningplichtige als vergunningvrije gevallen.

Het in de bodem brengen van water kan niet generiek in de Waterschapsverordening geregeld worden daarvoor is een aparte beoordeling nodig. Om deze reden geldt voor het in de bodem brengen van water de vergunningplicht. De beoordelingsregel van het Besluit kwaliteit leefomgeving voor omgevingsvergunningen voor het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem is van overeenkomstige toepassing op vergunningplichtige wateronttrekkingsactiviteiten. Dit sluit aan bij de wijze waarop dit in de Waterwet was geregeld. Ook de voorschriften die volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving aan een omgevingsvergunning voor het infiltreren van water in de bodem moeten worden verbonden, zijn van overeenkomstige toepassing. Dit sluit eveneens aan bij de regeling op grond van de Waterwet.

In geval van bijzondere omstandigheden, zoals een overvloed van water, of dreiging daarvan, kan het nodig zijn om het in de bodem brengen van water te verbieden.

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van ondiepe grondwaterlichamen waar het waterschap bevoegd gezag is.

waterschapsverordening - illustratie grondwater

waterschapsverordening - illustratie grondwater

GGGGGGGGGG

Sectie ' Afval, materialen, stoffen en goederen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.1: Afval, materialen, stoffen en goederen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Afval, materialen, stoffen en goederen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.1 Afval, materialen, stoffen en goederen

HHHHHHHHHH

Sectie ' Beplanting en opgaande houtbeplanting' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.2: Beplanting en opgaande houtbeplanting' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.2 Beplanting en opgaande houtbeplanting

Deze afdeling bevat regels voor het aanbrengen of verwijderen van (water)planten en struiken of bomen op waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk. Het aanbrengen of verwijderen van (water)planten en struiken of bomen op waterstaatswerken kan invloed hebben op de aanwezige ecologie, maar ook op het functioneren van het waterstaatswerk. Het planten of verwijderen van een boom of beplanting op een waterkering of talud kan bijvoorbeeld de stabiliteit van het dijklichaam of het talud negatief beïnvloeden waarmee de veiligheid afneemt. Daarnaast moet het mogelijk blijven om doelmatig onderhoud uit te voeren, terwijl tegelijkertijd ook dat de overige functies, met name natuur, behouden kunnen blijven. Bereikbaarheid met en toegankelijkheid van onderhoudsmaterieel is van groot belang.

Plantengroei in water is meestal gewenst, omdat het de ecologische waarde vergroot. Echter overvloedige plantengroei kan hinderlijk zijn voor waterdoorstroming. Ook kan dit waterrecreatie hinderen en kunnen bestaande vaarroutes niet meer bevaarbaar zijn. De spanning tussen enerzijds ecologie en anderzijds bevaarbaarheid wordt mede in deze afdeling geregeld.

Voor hoofdwateren geldt dat deze een essentiële functie hebben in het totale watersysteem. Het waterschap onderhoudt de hoofdwateren met als uitgangspunt dat water in voldoende mate kan doorstromen waarbij rekening wordt gehouden met ecologische waarden. In sommige gevallen kan het wenselijk zijn om tijdens het vaarseizoen dichtgegroeide sloten bevaarbaar te houden. Het waterschap houdt de in de leggeraangewezen wateren bevaarbaar, daarvoor geldt een inspanningsverplichting. Het bevaarbaar houden van andere wateren door derden wordt toegestaan mits men zich houdt aan de algemene regels. Deze regels zijn opgesteld met het doel de bestaande ecologie zoveel mogelijk te beschermen.

Onderstaande afbeelding toont hoe de waterbreedte en de middenstrook gemeten moeten worden wanneer zich aan één zijde van de watergang riet bevindt.

waterschapsverordening - waterbreedte seizoensonderhoud riet enkele zijde

waterschapsverordening - waterbreedte seizoensonderhoud riet enkele zijde

Onderstaande afbeelding toont hoe de waterbreedte en de middenstrook gemeten moeten worden wanneer zich aan beide zijden van de watergang riet bevindt.

waterbreedte seizoensonderhoud riet beide zijden

waterbreedte seizoensonderhoud riet beide zijden

IIIIIIIIII

Sectie ' Boringen voor het exploreren of winnen van gas, vloei- of delfstoffen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.3: Boringen voor het exploreren of winnen van gas, vloei- of delfstoffen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Boringen voor het exploreren of winnen van gas, vloei- of delfstoffen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.3 Boringen voor het exploreren of winnen van gas, vloei- of delfstoffen

JJJJJJJJJJ

Sectie ' Bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.4: Bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.4 Bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen

KKKKKKKKKK

Sectie ' Brug en viaduct' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.5: Brug en viaduct' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.5 Brug en viaduct

Deze afdeling bevat regels voor het aanleggen, verwijderen en wijzigen van een brug of viaduct in, op of over waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk.

Een brug of viaduct wordt gezien als werk over of in een oppervlaktewaterlichaam met als doel het ontsluiten van een perceel of om openbare wegen over oppervlaktewaterlichamen te verbinden. Het aanleggen of verwijderen van deze werken over of in waterstaatswerken of bijbehorende beschermingszones, heeft gevolgen voor onder andere de bereikbaarheid en mogelijkheid van doelmatig onderhoud van deze waterstaatswerken. Ook kan de doorstroombaarheid van het oppervlaktewaterlichaam beïnvloedt worden.

Het watervoerende profiel en de doorstroombaarheid van de watergang mag door het aanleggen of verwijderen van een brug of viaduct geen nadelige effecten ondervinden. Het materiaal waaruit de brug of viaduct bestaat kan van invloed zijn op de waterkwaliteit. Het gebruik van milieubezwaarlijkematerialen is daarom niet toegestaan.

Voor het aanleggen of verwijderen van een brug of viaduct is geen toestemming nodig van het waterschap als dit plaatsvindt in of bij schouw- of overige wateren en de pijlers niet in het water komen te staan, zodat er geen vuilophoping en/of nadelige effecten voor doorstroming ontstaan. Voor het aanleggen of verwijderen van een brug of viaduct in of op een waterkering of de beschermingszone van een waterkering is een omgevingsvergunning vereist, omdat de werkzaamheden de stabiliteit van de waterkering negatief kunnen beïnvloeden.

Het kan voorkomen dat voor de aanleg van een brug of viaduct een tijdelijke stremming nodig is. Een stremming kan een negatief effect hebben op de doorstroming van een oppervlaktewaterlichaam en de bemaling van een watersysteem in zijn geheel. Een hogere stroomsnelheid kan bovendien ook het profiel van een watergangverdiepen of verondiepen waardoor aanwezige beschoeiing of waterkering kan verzakken. De impact van een stremming zal daarom altijd worden beoordeeld door het waterschap. Indien nodig worden er in de omgevingsvergunning voorschriften opgenomen die het mogelijk maken om de stremming op eerste aanzegging van het waterschap op te heffen. Bijvoorbeeld door onvoorziene omstandigheden zoals hevige regenval en het daardoor optreden van wateroverlast. Andere aspecten die in beoordeling in ieder geval worden meegenomen, hebben betrekking op onderhoud en stabiliteit.

Bij een brug of viaduct over een oppervlaktewaterlichaam is het belangrijk dat de brug of viaduct het doelmatig onderhoud aan het oppervlaktewaterlichaam niet belemmert. Er worden daarom eisen gesteld aan de hoogte van de brug of viaduct ten opzichte van het zomerpeil en de afstand tussen de eventuele pijlers.

Bij het plaatsen van een brug of viaduct moet rekening worden gehouden met de stabiliteit van taluds en oevers. Een brug of viaduct kan een aanzienlijk gewicht en belasting hebben als er niet sprake is van een goede ondersteuning, dat zou kunnen leiden tot het verzakken van de oevers of het talud. Er worden daarom eisen gesteld aan de constructie en positie van de brug of viaduct ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam.

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een brug.

waterschapsverordening - illustratie brug

waterschapsverordening - illustratie brug

LLLLLLLLLL

Sectie ' Dam zonder duiker' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.6: Dam zonder duiker' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.6 Dam zonder duiker

Deze afdeling bevat regels voor het aanleggen, verwijderen en wijzigen van een dam zonder duiker op of in waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk. Een dam zonder duiker maakt doorstroming van water onmogelijk en heeft om die reden forse impact op een watersysteem. Het aanleggen van een dam zonder duiker kan stuwing en peilwijzigingen tot gevolg hebben. Het verwijderen van een dam kan het omgekeerde effect tot gevolg hebben.

Een perceel mag slechts één keer zonder vergunning ontsloten worden. Door het plaatsen van een dam wordt een wateroppervlak door grond ingenomen. Hierdoor neemt het bergend vermogen van dat oppervlaktewater af. Als het slechts om één enkele dam per perceel gaat is de afname van het bergend vermogen te overzien. Daarom wordt dit toestemmingsvrij toegestaan. Meerdere dammen per perceel vraagt om een inhoudelijke beoordeling en is om deze reden vergunningplichtig.

Er gelden regels gericht op het netjes afwerken van het talud en behoud van het profiel van de watergang. Daarnaast zijn er beperkingen qua afmetingen opgenomen. Reden hiervan is dat de dam geen verkapte vorm van demping mag zijn, maar functioneel moet zijn in perceelsontsluiting.

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een dam zonder duiker.

Waterschapsverordening - dam zonder duiker

Waterschapsverordening - dam zonder duiker

MMMMMMMMMM

Sectie ' Duiker of dam met duiker' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.7: Duiker of dam met duiker' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.7 Duiker of dam met duiker

Deze afdeling bevat regels voor het aanleggen, verwijderen en wijzigen van een duiker of dam met duiker op of in waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk.

Een duiker of een dam met duiker wordt meestal geplaatst om een perceel te ontsluiten of om openbare wegen over watergangen te verbinden. Bij het plaatsen van een dam met duiker treedt een vernauwing op van het oppervlaktewater waardoor de doorstroming van het water vermindert. Afhankelijk van de breedte van de dam en de diameter van de duiker treedt er verlies aan berging en opstuwing op. De regels zijn bedoeld om de doorstroming en de ecologie te beschermen.

Een perceel slechts één keer zonder vergunning ontsloten worden. Door het plaatsen van een dam met duiker wordt een wateroppervlak door grond ingenomen. Hierdoor neemt het bergend vermogen van dat oppervlaktewater af. Als het slechts om één enkele dam met duiker per perceel gaat is de afname van het bergend vermogen te overzien. Daarom wordt dit toestemmingsvrij toegestaan. Meerdere dammen per perceel vraagt om een inhoudelijk beoordeling en is om deze reden vergunningplichtig.

In het stedelijk gebied is altijd de vergunningplicht van toepassing, omdat in stedelijk gebiedmeer diversiteit is in de gewenste diameter van de duiker. Ook is het belang van derden vaak sneller in het geding. Voor stedelijk gebied is het gewenst dat elke situatie apart beoordeeld wordt. Ook in hoofdwateren is de grootte van de duiker niet standaard en afhankelijk van het achterliggende gebied en moet elk geval apart berekend en beoordeeld worden.

Er gelden regels gericht op het netjes afwerken van het talud en behoud van het profiel van de watergang. Daarnaast zijn er beperkingen qua afmetingen opgenomen. Reden hiervan is dat de dam geen verkapte demping moet worden, maar functioneel moet zijn in perceelsontsluiting.

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een dam met duiker.

Waterschapsverordening - dam met duiker

Waterschapsverordening - dam met duiker

NNNNNNNNNN

Sectie ' Dieren houden' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.8: Dieren houden' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.8 Dieren houden

Deze afdeling bevat regels voor het houden van dieren op of in waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk. Het houden van dieren op gronden grenzend aan waterstaatswerken, op een regionale waterkering in hoge gronden of in de beschermingszone van een regionale waterkering in hoge gronden, kan het waterbeheer belemmeren of schade veroorzaken. De regels bevatten een aantal voorschriften om dit tegen te gaan. Hierbij speelt ook de lokale situatie een rol, bijvoorbeeld de ligging van een hoofdwater, de grondsoort ter plaatse en het gegeven dat de dieren geen schade (kunnen) veroorzaken.

In veel gevallen zullen waterstaatswerken moeten worden beschermd door een voldoende kerende afrastering zodat de dieren de waterstaatswerken niet kunnen bereiken of anderszins kunnen beschadigen. De afrastering mag niet te dicht bij het water of te ver van het water staan en mag ook niet te hoog zijn. Een afrastering te dicht bij het water maakt dat de dieren te dicht bij het water kunnen komen, waardoor het talud onstabiel kan worden. Een afrastering te ver van het water of te hoog vormt een belemmering voor het efficiënt uitvoeren van onderhoud.

Een afrastering dwars over een onderhoudspad of beschermingszone moet, ten behoeve van onderhoud, met de hand en zonder gebruik van hulpmiddelen kunnen worden weggenomen of opengemaakt. Een afrastering van prikkeldraad is bijvoorbeeld voorzien van een handvat en als de afrastering is voorzien van een schrikdraadapparaat is de handgreep geïsoleerd. In voorkomende gevallen moeten aanwijzingen door of namens het waterschap stipt worden opgevolgd.

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van hoe dieren gehouden kunnen worden als er geen sprake is van voorland.

Waterschapsverordening - waterkering, dieren houden, boezemwater

Waterschapsverordening - waterkering, dieren houden, boezemwater

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van hoe dieren gehouden kunnen worden als er wel sprake is van voorland.

waterschapsverordening - waterkering, dieren houden, boezemwater (voorland)

waterschapsverordening - waterkering, dieren houden, boezemwater (voorland)

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van hoe dieren gehouden kunnen worden als er sprake is van een waterkering in hoge gronden.

waterschapsverordening - waterkering, dieren houden, boezemwater (waterkering in hoge gronden)

waterschapsverordening - waterkering, dieren houden, boezemwater (waterkering in hoge gronden)

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van afrastering nabij een watergang.

waterschapsverordening - watergang, dieren houden, afrastering

waterschapsverordening - watergang, dieren houden, afrastering

OOOOOOOOOO

Sectie ' Evenementen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.9: Evenementen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Evenementen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.9 Evenementen

PPPPPPPPPP

Sectie ' Graven, vergraven van of baggerwerkzaamheden' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.10: Graven, vergraven van of baggerwerkzaamheden' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.10 Graven, vergraven van of baggerwerkzaamheden

Deze afdeling bevat regels voor graven, vergraven van, of baggerwerkzaamheden in, een oppervlaktewaterlichaam. Het komt regelmatig voor dat oppervlaktewaterlichamen worden gebaggerd, gegraven of vergraven ten behoeve van bijvoorbeeld een perceelscheiding, als landschappelijk element of ter compensatie van een demping van oppervlaktewater. Het (ver)graven of baggeren van een oppervlaktewaterlichaam heeft impact op het watersysteem. Toename van oppervlaktewater is vanuit waterstaatkundig oogpunt over het algemeen gewenst, omdat daarmee het bergend vermogen toeneemt.

Hoofdwateren zijn in beheer en onderhoud bij het waterschap en najaarsonderhoud wordt door het waterschap uitgevoerd mocht dit nodig is voor voldoende waterafvoer. Indien een derde baggerwerkzaamheden wil uitvoeren, dient dit met het waterschap besproken te worden. Na het bespreken kan de initiatiefnemer een melding doen. Indien extra bescherming van het aquatisch milieu nodig is, kan het waterschap aanvullende maatwerkvoorschriften opleggen. Het waterschap kan desgewenst ook aangeven welk materieel is toegestaan. Om de ecologie te beschermen mag alleen in de periode van 15 september tot 30 november worden gebaggerd. Ter bescherming van talud en toegankelijkheid mag gebaggerd materiaal niet op het talud van de oever of in de beschermingszone van een waterkering worden gezet.

Onderstaande afbeelding toont onder andere het talud, oever, waterlijn, waterbodem en insteek.

waterschapsverordening - illustratie insteek, talud, waterlijn, bodem, kernzone

waterschapsverordening - illustratie insteek, talud, waterlijn, bodem, kernzone

Onderstaande afbeelding toont onder andere de beschermingszone van een waterkering.

waterschapsverordening - illustratie zonering rondom waterkering water

waterschapsverordening - illustratie zonering rondom waterkering water

Onderstaande afbeelding toont hoe de waterbreedte en de middenstrook gemeten moeten worden wanneer zich aan één zijde van de watergang riet bevindt.

waterschapsverordening - waterbreedte seizoensonderhoud riet enkele zijde

waterschapsverordening - waterbreedte seizoensonderhoud riet enkele zijde

Onderstaande afbeelding toont hoe de waterbreedte en de middenstrook gemeten moeten worden wanneer zich aan beide zijden van de watergang riet bevindt.

waterbreedte seizoensonderhoud riet beide zijden

waterbreedte seizoensonderhoud riet beide zijden

Bij graven van oppervlaktewater mag in ieder geval geen peilscheiding worden doorkruist. Watersystemen met verschillend peilniveau mogen niet met elkaar in verbinding worden gebracht.

Als het graven of vergraven plaatsvindt ter compensatie gelden nadere voorschriften hoe dit dient te worden berekend. Teven gelden voorschriften waaraan, voor een doelmatige uitvoering van de regels en de bescherming van het watersysteem, moet worden voldaan. Zo mogen geen milieubezwaarlijkematerialen worden toegepast. Ook het gebruik van stortsteen, voor bijvoorbeeld afscherming van ondiepwaterzones, is niet toegestaan in verband met het tegengaan van leefgebied/vestigingsplaatsen voor exoten.

QQQQQQQQQQ

Sectie ' Grond aanbrengen, dempen, baggerspecie en grond toepassen, baggerspecie verspreiden' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.11: Grond aanbrengen, dempen, baggerspecie en grond toepassen, baggerspecie verspreiden' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Grond aanbrengen, dempen, baggerspecie en grond toepassen, baggerspecie verspreiden' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.11 Grond aanbrengen, dempen, baggerspecie en grond toepassen, baggerspecie verspreiden

RRRRRRRRRR

Sectie ' Inlaat' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.12: Inlaat' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.12 Inlaat

Deze afdeling bevat regels voor het aanleggen van een inlaat voor vernatting van een perceel op of in waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk. Een inlaat is een pijp met een afsluiter in een waterkering waardoor water van de hoger gelegen boezem op een lager gelegen stuk land kan vloeien. Hierdoor wordt de bodem aantrekkelijker voor weidevogels. Het is niet de bedoeling dat er inlaten worden aangelegd die een ander doel hebben dan een bijdrage leveren aan het weidevogelbestand. Kansrijke locaties worden veelal aangewezen door agrarische collectieven.

Bij veel van dit soort inlaten gaat het om eenduidige en eenvoudig te reguleren activiteiten. Dat neemt niet weg dat de aanleg zorgvuldig moet worden uitgevoerd. Onzorgvuldigheid kan leiden tot dijkbreuk en een forse toestroom van boezemwater in de polder met de nodige nadelige effecten tot gevolg. Het waterschap wil voorkomen dat de beheerlast voor het waterschap door initiatieven van derden toeneemt en daarom is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het aanleggen, beheren en verwijderen van de inlaat. De rayonbeheerder ziet hier op toe en kan als dat nodig is daartoe aanwijzingen geven aan de initiatiefnemer die opgevolgd moeten worden.

Het aanleggen van een inlaat in een waterkering van veen of met veen als ondergrond vraagt om zwaardere beoordeling. Dit geldt ook voor de aanleg van een inlaat in hoge slappe waterkeringen en voor waterkeringen met een kerende hoogte van meer dan 1 meter.

Tijdens de aanleg van een inlaat mag nooit een openverbinding zijn tussen boezem en polder waar water doorheen kan vloeien. Er mag wel een sleuf worden gegraven, maar deze mag niet leiden tot een open verbinding naar de boezem. Aan de waterzijde moet 1 meter van de waterkering behouden blijven waar de duiker doorheen geperst moet worden.

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een inlaat en de wijze waarop de hoogte van 1 meter en de afstand van 1 meter bepaald moet worden.

waterschapsverordening - illustratie inlaat

waterschapsverordening - illustratie inlaat

Om te voorkomen dat inlaten in waterkeringen blijven, terwijl ze niet meer worden gebruikt, heeft de melding een geldigheidstermijn van 6 jaar. Deze termijn sluit aan bij de duur van subsidiering door de provincie. Mocht een initiatiefnemer na 6 jaar door willen gaan met het vernatten van het perceel ten behoeve van weidevogels dan moet daarvoor een nieuwe melding worden gedaan

SSSSSSSSSS

Sectie ' Kabels en leidingen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.13: Kabels en leidingen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.13 Kabels en leidingen

Deze afdeling bevat regels voor het aanleggen, verwijderen of onderhouden van kabels en leidingen in, op, over of onder een waterstaatswerk en in, op, over of onder de beschermingszones van een waterstaatswerk. De aanleg en het verwijderen van kabels en leidingen kan grote impact hebben op de staat en stabiliteit van waterstaatswerken. Ook in de gebruiksfase kan een kabel of leiding invloed hebben op het functioneren van de waterkering of beperkend zijn in het onderhoud van een watergang.

Het waterschap stelt eisen aan het soort kabel en leiding en er gelden voorwaarden voor de wijze van aanleggen en onderhouden. Het springen van leidingen bijvoorbeeld moet zoveel mogelijk worden voorkomen en indien zich dit onverhoopt wel voordoet, direct en volledig worden hersteld.

Daarnaast kan het nodig zijn dat er een kruising plaatsvindt ten opzichte van een hoofdwater of kunstwerk. Om het aantal kruisingen te beperken dient er zoveel mogelijk aangesloten te worden op bestaande tracés. Een gepland tracé dient noodzakelijk te zijn. Een redelijk alternatief zonder kruising met een waterstaatswerk heeft de voorkeur. De doorstroming van een hoofdwater mag niet worden gehinderd. Dit geldt ook voor de mogelijkheid tot het uitvoeren van onderhoud. Daarom mogen kabels en leidingen niet in het doorstroomprofiel van de hoofdwatergang lopen. Er zijn voorschriften waarop kabels en leidingen ten opzichte van het (legger)profiel dienen te worden aangebracht. Tijdens de uitvoering van de werken dient de waterafvoer te allen tijde te zijn gegarandeerd. Eventueel noodzakelijke hulpconstructies (damwanden, omleidingen, etc.) dienen vooraf goedgekeurd te worden door het waterschap. Verder is van belang dat kabels en leidingen niet kunnen worden beschadigd als onderhoudswerkzaamheden aan het hoofdwater worden uitgevoerd.

Kabels en leidingen worden veelal geplaatst door middel van een open ontgraving en/of een gestuurde boring. Wanneer deze werkzaamheden te dicht op de insteek van een hoofdwater worden uitgevoerd kan dat een negatief effect hebben op de stabiliteit van de oever. Wanneer een kabel of leiding eenmaal wordt ingegraven of geboord, is het niet wenselijk dat de oever beschadigd raakt. Voor de stabiliteit is niet zozeer de kabel of leiding, maar de uitvoeringsmethode voor het leggen van de kabel of leiding bepalend. Mogelijk leidt dit tot aanvullende maatwerkvoorschriften. Tevens kunnen hoofdwateren voorzien zijn van kademuren/damwanden of een andere vorm van oeverbescherming. Ook in die gevallen kunnen aanvullende maatwerkvoorschriften gesteld worden. Kabels en leidingen, of de aanleg/verwijdering daarvan, mogen geen belemmering vormen voor de aanwezige of nog te ontwikkelen ecologische waarden.

Onderstaande afbeelding toont een voorbeelden van een open ontgraving langs en een gestuurde boring onder een watergang.

waterschapsverordening - illustratie kabel oppervlaktewater

waterschapsverordening - illustratie kabel oppervlaktewater

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een open ontgraving langs een waterkering.

waterschapsverordening - illustratie kabel waterkering parallel

waterschapsverordening - illustratie kabel waterkering parallel

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van het kruisen van een waterkering door middel van een gestuurde boring.

waterschapsverordening - illustratie kabel waterkering kruisen

waterschapsverordening - illustratie kabel waterkering kruisen

TTTTTTTTTT

Sectie ' Ligplaats innemen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.14: Ligplaats innemen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Ligplaats innemen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.14 Ligplaats innemen

UUUUUUUUUU

Sectie ' Oeverbeschermende voorzieningen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.15: Oeverbeschermende voorzieningen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.15 Oeverbeschermende voorzieningen

Deze afdeling bevat regels voor oeverbeschermende voorzieningen in een oppervlaktewaterlichaam. Een oeverbeschermende voorziening is een voorziening die dient om het talud of de oever te beschermen tegen afkalving of afschuiving, dan wel om bij een verbreding of versmalling van het oppervlaktewaterlichaam het talud op te vangen. Deze voorzieningen hebben veel impact op de staat en hoedanigheid van waterstaatswerken en gevolgen voor onderhoudsmogelijkheden van watergangen etc. De oeverbeschermende voorziening mag de doorstroming niet belemmeren, de bergingscapaciteit niet verkleinen, geen beperking vormen voor het uitvoeren van onderhoud, het materiaal mag geen nadelig effect hebben op de waterkwaliteit (geen uitloging dankzij gebruik van verduurzaamd materiaal).

De toepassing van een oeverbeschermende voorziening verdraagt zich in het algemeen niet met een natuurfunctie, omdat de voorziening geen natuurlijke overgang creëert tussen oever en water. De voorziening wordt daarom niet toegestaan waar een natuurfunctie is toegekend.

Voor de aanleg van een oeverbeschermende voorziening in een hoofdwatergang of aan een waterkering is een specifieke toetsing vereist. Het waterschap kan eisen stellen aan de constructie van de beschoeiing indien deze wordt toegepast in een watergang met een belangrijke aan- en afvoerfunctie voor het watersysteem. De constructie zal ook worden getoetst door een specialist van het waterschap. Indien door het plaatsen van beschoeiing het bergend vermogen van de watergang substantieel verkleind wordt dan dient het verlies aan bergingscapaciteit te worden gecompenseerd. De compensatie dient plaatst te vinden in het zelfde peilgebied.

Indien er sprake is van vervanging van een bestaande oeverbeschermende voorziening dan is het uitgangspunt dat deze herplaatst wordt op de oorspronkelijke positie. Het plaatsen van de oeverbeschermende voorziening voor een bestaande oeverbeschermende voorziening wordt alleen toegestaan indien deze zo dicht mogelijk tegen de bestaande oeverbeschermende voorziening geplaatst wordt.

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een oeverbeschermende voorziening.

waterschapsverordening - illustratie oeverbeschermende voorziening of beschoeiing

waterschapsverordening - illustratie oeverbeschermende voorziening of beschoeiing

VVVVVVVVVV

Sectie ' Recreatief verblijven' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.16: Recreatief verblijven' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Recreatief verblijven' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.16 Recreatief verblijven

WWWWWWWWWW

Sectie ' Seismisch onderzoek' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.17: Seismisch onderzoek' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Seismisch onderzoek' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.17 Seismisch onderzoek

XXXXXXXXXX

Sectie ' Sonderingen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.18: Sonderingen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Sonderingen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.18 Sonderingen

YYYYYYYYYY

Sectie ' Spitten, ploegen, bemesten of andere grondroeringen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.19: Spitten, ploegen, bemesten of andere grondroeringen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Spitten, ploegen, bemesten of andere grondroeringen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.19 Spitten, ploegen, bemesten of andere grondroeringen

ZZZZZZZZZZ

Sectie ' Steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.20: Steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.20 Steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk

Deze afdeling bevat regels voor het aanbrengen, verplaatsen of verwijderen van een steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk op of in waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk. Het aanbrengen, verplaatsen of verwijderen van een steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk met een geringe impact op het watersysteem en het beheer daarvan. De voorschriften waaraan moet worden voldaan dienen ter bescherming en/of waarborging van de waterkwaliteit, doelmatig onderhoud, oeverbescherming, het talud, het profiel van de betreffende watergang en het belang van een aanliggende eigenaar.

Schouwwateren moeten snel en efficiënt te inspecteren zijn en daarom mag het werk het schouwprofiel niet onzichtbaar maken. Als bijvoorbeeld een vlonder zo groot is dat deze een deel van het schouwprofiel “overdekt” waardoor inspectie van het profiel niet mogelijk is, is dat niet toegestaan.

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een steiger.

waterschapsverordening - illustratie steiger

waterschapsverordening - illustratie steiger

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een woning met een vlonder.

waterschapsverordening - illustratie warmtepomp aquathermie

waterschapsverordening - illustratie warmtepomp aquathermie

AAAAAAAAAAA

Sectie ' Versneld afvoeren van water en uitstroomvoorziening' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.21: Versneld afvoeren van water en uitstroomvoorziening' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.21 Versneld afvoeren van water en uitstroomvoorziening

Deze afdeling bevat regels aangaande het versneld afvoeren van hemelwater afkomstig van verhard oppervlak op of in waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk. Dit beperkt zich niet tot enkel het verharden van oppervlak. Ook andere manieren van het versneld afvoeren van water, zoals onder andere het afkoppelen van verhard oppervlak, vallen onder deze regels. Daarnaast bevat deze afdeling regels voor het aanleggen, vervangen of verwijderen van een uitstroomvoorziening op of in waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk.

Gevolgen van verharding en lozing

Steeds vaker willen overheden, bedrijven en particulieren hemelwater niet langer op het riool lozen, maar rechtstreeks op oppervlaktewater. Dit kan gevolgen hebben voor:

  • het waterbeheer (oppervlaktewaterlichamen raken sneller vol);

  • de waterveiligheid; en

  • de staat van waterstaatswerken.

Daarom mag afvoer alleen plaatsvinden naar een oppervlaktewaterlichaam dat daarvoor voldoende capaciteit heeft. Voor de kwaliteit en kwantiteit van het geloosde water gelden aanvullende regels in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 1. Een lozingswerk of verharding op een waterkering is ongewenst, omdat dit de constructie kan verzwakken. Aanleg is alleen mogelijk na toetsing door het waterschap. Bij risico op erosie is een uitstroomvoorziening verplicht om schade te voorkomen.

Compensatieplicht

Wanneer verhard oppervlak wordt aangelegd of afgekoppeld, geldt een compensatieplicht: het betreffende watersysteem waarop wordt geloosd moet dezelfde hoeveelheid extra berging krijgen. Dit gebeurt meestal door het graven of vergroten van oppervlaktewater. In overleg met het waterschap zijn ook andere vormen van compensatie mogelijk.

Binnen stedelijk gebied geldt een strengere norm dan buiten stedelijk gebied. Buiten stedelijk gebied is de norm ruimer, omdat het watersysteem daar vaak meer bergend vermogen heeft.

Mogelijk is in de afgelopen vijf jaar verhard oppervlak verwijderd of afgekoppeld waarvoor al is gecompenseerd. Die compensatie mag worden verrekend met nieuw verhard of afgekoppeld oppervlak, mits dit binnen hetzelfde peilgebied plaatsvindt. Daaruit volgt de netto toename in vierkante meter (m2).

In onderstaande voorbeelden wordt gerekend met de grenswaarde van een netto toename kleiner dan of gelijk aan 1.500 m². In gevallen waarin een andere grenswaarde geldt (bijvoorbeeld kleiner dan of gelijk aan 200 m²), is dezelfde berekeningswijze van toepassing met die ruimere grens.

Voorbeelden

Situatie A: voorgenomen realisatie van 1.600 m2

  • Uitgangssituatie (H0, vijf jaar geleden): 480 m2

  • Verwijderd: 250 m2

  • Nieuw aangelegd: 475 m2 (waarvan 225 m2 gecompenseerd; wordt niet meegerekend)

  • Afgekoppeld: 100 m2

  • Nog te realiseren: 1.600 m2

    → Netto toename = −250 + (475 − 225) + 100 + 1.600 = 1.700 m2

    → Voor deze situatie geldt een compensatieplicht voor 1.700 m2.

Situatie B: voorgenomen realisatie van 1.600 m2

  • Uitgangssituatie (H0, vijf jaar geleden): 480 m2

  • Verwijderd: 250 m2

  • Nieuw aangelegd: 350 m2

  • Afgekoppeld: 100 m2

  • Nog te realiseren: 1.600 m2

    → Netto toename = −250 + 350 + 100 + 1.600 = 1.800 m2

    → Voor deze situatie geldt een compensatieplicht voor 1.800 m2.

Situatie C: voorgenomen realisatie van 1.350 m2

  • Uitgangssituatie (H0, vijf jaar geleden): 480 m2

  • Verwijderd: 100 m2

  • Nieuw aangelegd: 200 m2

  • Afgekoppeld: 50 m2

  • Nog te realiseren: 1.350 m2

    → Netto toename = −100 + 200 + 50 + 1.350 = 1.500 m2

    → Voor deze situatie geldt geen compensatieplicht.

Situatie D: voorgenomen realisatie van 1.500 m2 – grens overschreden na historische toename

  • Uitgangssituatie (H0, vijf jaar geleden): 480 m2

  • Verwijderd: 50 m2

  • Nieuw aangelegd: 100 m2

  • Afgekoppeld: 100 m2

  • Nog te realiseren: 1.500 m2

    → Netto toename = −50 + 100 + 100 + 1.500 = 1.650 m2

    → Voor deze situatie geldt een compensatieplicht voor 1.650 m2.

Situatie E: verwijdering ouder dan 1.826 dagen (wordt niet meegerekend)

  • Uitgangssituatie (H0, vijf jaar geleden): 480 m2

  • Verwijderd: 40 m2 (ouder dan 1.826 dagen; wordt niet meegerekend)

  • Nieuw aangelegd: 90 m2

  • Afgekoppeld: 70 m2

  • Nog te realiseren: 1.360 m2

    → Netto toename = 90 + 70 + 1.360 = 1.520 m2

    → Voor deze situatie geldt een compensatieplicht voor 1.520 m2.

Situatie F: verwijdering in ander peilgebied (wordt niet meegerekend)

  • Uitgangssituatie (H0, vijf jaar geleden): 480 m2

  • Verwijderd: 50 m2 (ander peilgebied; wordt niet meegerekend)

  • Nieuw aangelegd: 90 m2

  • Afgekoppeld: 80 m2

  • Nog te realiseren: 1.370 m2

    → Netto toename = 90 + 80 + 1.370 = 1.540 m2

    → Voor deze situatie geldt een compensatieplicht voor 1.540 m2.

Uitleg per situatie (wel/niet meenemen van historische posten)

  • Situatie A laat zien dat bij historische aanleg waarvan een deel al gecompenseerd is, alleen het niet-gecompenseerde deel moet worden meegenomen. In dit voorbeeld heffen 250 m2 verwijderd en 250 m2 (van de 475 m2) elkaar op; met +100 m2 afkoppeling en +1.600 m2 voorgenomen resteert een netto toename van 1.700 m2 → compensatieplicht.

  • Situatie B toont hetzelfde uitgangspunt, maar zonder die uitzondering: alle historische meters tellen mee. De som komt uit op 1.800 m2 netto toename → compensatieplicht.

  • Situatie C geeft het grensgeval: netto toename precies 1.500 m2 (≤ 1.500) → geen compensatieplicht.

  • Situatie D laat zien hoe historische optelling werkt: eerst 150 m2 onder de grens, met +1.500 m2 voorgenomen kom je op 1.650 m2 → compensatieplicht.

  • Situatie E illustreert dat verwijdering ouder dan 1.826 dagen niet meetelt; daardoor resteert 1.520 m2 netto toename → compensatieplicht.

  • Situatie F laat zien dat verwijdering in een ander peilgebied niet meetelt; daardoor resteert 1.540 m2 netto toename → compensatieplicht.

Uitstroomvoorzieningen

Het aanleggen, vervangen of verwijderen van een uitstroomvoorziening voor het lozen van bijvoorbeeld grond- of hemelwater van verhard oppervlak op het oppervlaktewater, kan gevolgen hebben voor waterbeheer, waterveiligheid en de staat van waterstaatswerken. De via een uitstroomvoorziening te lozen hoeveelheid water moet in een daarvoor toereikende watergang kunnen worden geloosd. Regels met betrekking tot de kwaliteit van te lozenwater of stoffen zijn bijvoorbeeld onderdeel van hoofdstuk 2 van deze waterschapsverordening.

Om de waterhuishoudkundige infrastructuur, zoals de goede staat en het profiel van het oppervlaktewaterlichaam, maar ook de uitstroomvoorzieningen zelf te beschermen, zijn een aantal algemene voorschriften opgenomen. Doel is dat de uitstroomvoorzieningen in goede staat worden onderhouden en in het kader van doelmatig onderhoud aan (de oever van) de watergang of de voorziening zelf, te allen tijde herkenbaar of zichtbaar zijn. Bijvoorbeeld door het plaatsen van een paal met witte kop bij het uiteinde van de uitstroomvoorziening. Schade door erosie vanuit de uitstroomvoorziening is , evenals gebruik van milieubezwaarlijkmateriaal bij aanleg, vervanging of verwijdering, niet toegestaan. Ook moet in het kader van doelmatig onderhoud de beschermingszone van een waterstaatswerk vrij zijn van obstakels en vrij bereikbaar blijven.

Een lozingswerk in een waterkering is ongewenst, want daardoor kan de constructie van de waterkering en de veiligheid van het achterliggende gebied negatief beïnvloedt worden. Voor de aanleg van een uitstroomvoorziening in een waterkering is daarom een specifieke toetsing vereist.

Illustratie

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van verhard oppervlak met goot en buis waarbij water versneld wordt afgevoerd. Dit kan rechtstreeks van het verhard oppervlak plaatsvinden of via een uitstroomvoorziening of regenpijp die rechtstreeks uitmondt in een oppervlaktewaterlichaam.

waterschapsverordening - illustratie uitstroomvoorziening

waterschapsverordening - illustratie uitstroomvoorziening

BBBBBBBBBBB

Sectie ' Vis uitzetten en vistuig plaatsen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.22: Vis uitzetten en vistuig plaatsen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vis uitzetten en vistuig plaatsen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.22 Vis uitzetten en vistuig plaatsen

CCCCCCCCCCC

Sectie ' Vuur stoken' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.23: Vuur stoken' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Vuur stoken' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.23 Vuur stoken

DDDDDDDDDDD

Sectie ' Warmtewisselaar' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op afdeling 4.24: Warmtewisselaar' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 4.24 Warmtewisselaar

Deze afdeling bevat regels voor een warmtewisselaar die wordt toegepast voor het lozen van koude of warmte bij aquathermie op of in een oppervlaktewaterlichaam.

Bij het lozen van koude of warmte bij aquathermie wordt oppervlaktewater via een warmtewisselaar geleid. Daar kan de warmte of koude worden overgedragen om vervolgens te worden gebruikt voor verwarming of verkoeling van een woning of gebouw. De warmtewisselaar kan afhankelijk van de te gebruiken installatie “op de wal” maar ook in het water worden geplaatst. Indien de warmtewisselaar op de wal staat wordt oppervlaktewater ingenomen, over de warmtewisselaar geleid en vervolgens weer geloosd. In dat geval is het ingenomen oppervlaktewater bij lozing opgewarmd of juist afgekoeld.

De warmtewisselaar mag de doorstroming niet belemmeren, de bergingscapaciteit niet verkleinen, geen beperking vormen voor het uitvoeren van onderhoud, het materiaal en medium mag geen nadelig effect hebben op de waterkwaliteit of aquatisch milieu zoals vissen, waterplanten en ander onderwaterleven. Dit betekent geen uitloging dankzij gebruik van verduurzaamd materiaal en ook geen lekkage. Ook de waterveiligheid mag niet in het geding komen.

Het waterschap kan eisen stellen aan de plaatsing van een warmtewisselaar. Wanneer de warmtewisselaar geplaatst wordt buiten het stedelijk gebied in een overig water is de impact op het watersysteem en het beheer daarvan gering. De plaatsing van een warmtewisselaar in een hoofdwatergang, schouwwatergang of vaarweg of aan een waterkering kan echter een grotere impact hebben op het watersysteem en het beheer daarvan. De toepassing van een warmtewisselaar verdraagt zich daarnaast in het algemeen niet met een natuurfunctie, omdat de voorziening een natuurlijke overgang tussen oever en water in de weg kan staan. De plaatsing van de warmtewisselaar zal in die gevallen worden getoetst door een specialist van het waterschap.

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een warmtewisselaar die gebruikt wordt bij aquathermie.

waterschapsverordening - illustratie warmtepomp aquathermie

waterschapsverordening - illustratie warmtepomp aquathermie

EEEEEEEEEEE

Sectie ' Overgangsrecht watervergunningen' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 5.1: Overgangsrecht watervergunningen' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Overgangsrecht watervergunningen' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.1 Overgangsrecht watervergunningen

FFFFFFFFFFF

Sectie ' Overgangsrecht meldingen en maatwerkvoorschriften' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 5.2: Overgangsrecht meldingen en maatwerkvoorschriften' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Overgangsrecht meldingen en maatwerkvoorschriften' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.2 Overgangsrecht meldingen en maatwerkvoorschriften

GGGGGGGGGGG

Sectie ' Overgangsrecht handhavingsbesluiten' wordt verplaatst van sectie 'Toelichting op artikel 5.3: Overgangsrecht handhavingsbesluiten' naar artikelgewijzetoelichting 'Artikelgewijze toelichting'. Het opschrift van sectie ' Overgangsrecht handhavingsbesluiten' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.3 Overgangsrecht handhavingsbesluiten

HHHHHHHHHHH

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Toelichting op afdeling 1.1: Begripsbepalingen

Toelichting op artikel 1.1: Begripsbepalingen

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 1.2: Algemene bepalingen omgevingsvergunning voor wateractiviteiten

Toelichting op artikel 1.2: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 1.3: Doelen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 1.4: Werkingsgebieden

[Vervallen]

Toelichting op artikel 1.5: Normadressaat

[Vervallen]

Toelichting op artikel 1.6: Specifieke zorgplicht: kwantiteit

[Vervallen]

Toelichting op artikel 1.7: Specifieke zorgplicht: kwaliteit

[Vervallen]

Toelichting op artikel 1.8: Maatwerkvoorschriften

[Vervallen]

Toelichting op artikel 1.9: Vangnetvergunningplicht en afwegingskader/voorschriften vergunning
Toelichting op artikel 1.9, vierde lid

[Vervallen]

Toelichting op artikel 1.10: Vangnetvergunningplicht lozen op een oppervlaktewaterlichaam

[Vervallen]

Toelichting op artikel 1.11: Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden

[Vervallen]

Toelichting op artikel 1.12: Gegevens en bescheiden op verzoek van het dagelijks bestuur van het waterschap

[Vervallen]

Toelichting op artikel 1.13: Beoordelingsregel omgevingsvergunning lozingsactiviteit

[Vervallen]

Toelichting op artikel 1.14: Indieningsvereisten omgevingsvergunning lozen op een oppervlaktewaterlichaam

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 1.3: Ongewone voorvallen en calamiteiten

Toelichting op artikel 1.15: Informeren over een ongewoon voorval

[Vervallen]

Toelichting op artikel 1.16: Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval

[Vervallen]

Toelichting op artikel 1.17: Algeheel verbod bij calamiteiten

[Vervallen]

[Vervallen]

IIIIIIIIIII

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op hoofdstuk 2: Lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk

Toelichting op afdeling 2.1: Lozen van water op een oppervlaktewaterlichaam

Toelichting op artikel 2.1: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.2: Meet- en rekenbepalingen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.3: Toestemmingsvrij

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.4: Meldingsplicht

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.5: Indieningsvereisten melding

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.6: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.2: Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering

Toelichting op artikel 2.8: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.9: Meet- en rekenbepalingen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.10: Toestemmingsvrij

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.11: Meldingsplicht voor lozen van grondwater bij ontwatering

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.12: Meldingsplicht voor lozen van grondwater bij saneringen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.13: Indieningsvereisten melding

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.14: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.3: Lozen van afvloeiend hemelwater

Toelichting op artikel 2.16: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.18: Meldingsplicht

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.19: Indieningsvereisten melding

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.20: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.4: Lozen van huishoudelijk afvalwater

Toelichting op artikel 2.22: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.23: Meet- en rekenbepalingen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.24: Toestemmingsvrij

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.25: Meldingsplicht voor lozen van huishoudelijk afvalwater

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.26: Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.27: Indieningsvereisten melding

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.28: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.5: Lozen van koelwater

Toelichting op artikel 2.30: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.31: Algemene regels

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.32: Meldingsplicht

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.33: Indieningsvereisten melding

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.34: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.6: Lozen van koude of warmte bij aquathermie

Toelichting op artikel 2.36: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.37: Algemene regels

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.38: Meldingsplicht

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.39: Indieningsvereisten melding

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.40: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.7: Lozen bij reinigen, conserveren, bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken

Toelichting op artikel 2.42: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.43: Algemene regels

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.44: Meet- en rekenbepalingen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.45: Toestemmingsvrij

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.46: Werkinstructie bij reinigen en conserveren

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.47: Werkinstructie bij bouwen, renoveren en slopen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.48: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.8: Lozen bij opslaan en overslaan van inerte goederen

Toelichting op artikel 2.50: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.51: Inerte goederen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.52: Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater bij opslaan van inerte goederen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.53: Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater bij overslaan van inerte goederen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.54: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.9: Lozen bij opslaan of overslaan van niet-inerte goederen

Toelichting op artikel 2.56: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.57: Meet- en rekenbepalingen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.58: Toestemmingsvrij

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.59: Meldingsplicht voor lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen die kunnen uitlogen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.60: Meldingsplicht voor lozen afvalwater afkomstig van het overslaan van niet-inerte goederen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.61: Indieningsvereisten melding

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.62: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.10: Lozen uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater

Toelichting op artikel 2.64: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.65: Toestemmingsvrij bij lozen van afvalwater vanuit gemeentelijke rioolstelsels

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.66: Toestemmingsvrij bij lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.67: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.11: Lozen bij ontgravingen, baggerwerkzaamheden en werkzaamheden door de waterbeheerder

Toelichting op artikel 2.69: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.70: Meldingsplicht voor lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.71: Werkinstructie bij verontreinigde waterbodem

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.72: Meldingsplicht voor lozen bij werkzaamheden door de waterbeheerder

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.73: Meldingsplicht voor lozen van algen en bacteriën

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.74: Indieningsvereisten melding

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.75: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.12: Lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen

Toelichting op artikel 2.77: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.78: Algemene regels

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.79: Toestemmingsvrij

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.80: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.13: Lozen bij calamiteitenoefening

Toelichting op artikel 2.82: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.83: Meldingsplicht

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.84: Indieningsvereisten melding

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.85: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.14: Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen

Toelichting op artikel 2.88: Meet- en rekenbepalingen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.89: Meldingsplicht voor lozen vanuit andere gebouwen dan een kas

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.90: Meldingsplicht voor lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.91: Meldingsplicht voor lozen bij sorteren van biologisch geteelde gewassen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.92: Meldingsplicht voor lozen bij omgekeerde osmose en ionenwisselaars

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.93: Meldingsplicht voor lozen bij ontijzeren grondwater

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.94: Indieningsvereisten melding

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.95: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.15: Lozen bij maken van betonmortel en uitwassen van beton

Toelichting op artikel 2.98: Meet- en rekenbepalingen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.99: Toestemmingsvrij

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.100: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.16: Lozen bij niet-industriële voedselbereiding

Toelichting op artikel 2.102: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.103: Meldingsplicht

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.104: Indieningsvereisten melding

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.105: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.17: Lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers

Toelichting op artikel 2.107: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.108: Meldingsplicht

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.109: Indieningsvereisten melding

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.110: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.18: Lozen vanaf vaartuigen of andere drijvende werktuigen bij spoelen of scheiden van zand of grind

Toelichting op artikel 2.112: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.113: Toestemmingsvrij

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.114: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.19: Asverstrooiing

Toelichting op artikel 2.116: Toepassingsbereik

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.117: Toestemmingsvrij

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.118: Vergunningplicht

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 2.20: Lozen op een zuiveringtechnisch werk

Toelichting op artikel 2.121: Toestemmingsvrij

[Vervallen]

Toelichting op artikel 2.122: Vergunningplicht

[Vervallen]

[Vervallen]

JJJJJJJJJJJ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op hoofdstuk 3: Wateronttrekkingsactiviteiten en in de bodem brengen van water

Toelichting op afdeling 3.1: Onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 3.2: Onttrekken van grondwater

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 3.3: In de bodem brengen van water

[Vervallen]

[Vervallen]

KKKKKKKKKKK

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op hoofdstuk 4: Beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk

Toelichting op afdeling 4.1: Afval, materialen, stoffen en goederen

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.2: Beplanting en opgaande houtbeplanting

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.3: Boringen voor het exploreren of winnen van gas, vloei- of delfstoffen

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.4: Bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.5: Brug en viaduct

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.6: Dam zonder duiker

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.7: Duiker of dam met duiker

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.8: Dieren houden

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.9: Evenementen

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.10: Graven, vergraven van of baggerwerkzaamheden

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.11: Grond aanbrengen, dempen, baggerspecie en grond toepassen, baggerspecie verspreiden

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.12: Inlaat

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.13: Kabels en leidingen

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.14: Ligplaats innemen

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.15: Oeverbeschermende voorzieningen

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.16: Recreatief verblijven

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.17: Seismisch onderzoek

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.18: Sonderingen

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.19: Spitten, ploegen, bemesten of andere grondroeringen

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.20: Steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.21: Versneld afvoeren van water en uitstroomvoorziening

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.22: Vis uitzetten en vistuig plaatsen

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.23: Vuur stoken

[Vervallen]

Toelichting op afdeling 4.24: Warmtewisselaar

[Vervallen]

[Vervallen]

LLLLLLLLLLL

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op hoofdstuk 5: Overgangsrecht en slotbepalingen

Toelichting op afdeling 5.1: Overgangsrecht

Toelichting op artikel 5.1: Overgangsrecht watervergunningen

[Vervallen]

Toelichting op artikel 5.2: Overgangsrecht meldingen en maatwerkvoorschriften

[Vervallen]

Toelichting op artikel 5.3: Overgangsrecht handhavingsbesluiten

[Vervallen]

[Vervallen]

Naar boven