Waterschapsblad van Waterschap Aa en Maas
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Waterschap Aa en Maas | Waterschapsblad 2026, 20454 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Waterschap Aa en Maas | Waterschapsblad 2026, 20454 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Het dagelijks bestuur van waterschap Aa en Maas;
overwegende dat het dagelijks bestuur op 5 juni 2026 de ‘vierde partiële herziening Waterschapsverordening waterschap Aa en Maas 2024’ heeft vastgesteld;
overwegende dat de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel (hierna: de waterschappen) gezamenlijk uniforme regels en beleid hanteren;
de waterschapsverordening en de bijbehorende beleidsregels zijn beleidsrijk aangepast om beter invulling te geven aan de principes water en bodem sturend en klimaatbestendig bouwen. Beide zijn nodig om veranderingen in het klimaat zo goed mogelijk op te kunnen vangen. Daarnaast zijn ook enkele beleidsarme verbeteringen in de beleidsregels doorgevoerd;
gelet op onder andere de Waterschapswet, de Omgevingswet, Algemene wet bestuursrecht, en de Waterschapsverordening waterschap Aa en Maas;
gelet op afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht ligt onderstaand besluit vanaf 7 augustus 2026 tot 18 september 2026 ter inzage.
"Waterschapsverordening waterschap Aa en Maas 2027" opgenomen in Bijlage A wordt vastgesteld.
Van de terinzagelegging, de termijn voor terinzagelegging en de mogelijkheid om te reageren wordt kennis gegeven in het waterschapsblad.
Aldus vastgesteld door Waterschap Aa en Maas, 7 juli 2026
Het dagelijks bestuur van Waterschap Aa en Maas
secretaris dijkgraaf
Peter Verlaan Mario Jacobs
A
Artikel 2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in een a-water, in de beschermingszone bij een a-water en in een b-water:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een peilregulerend werk te verwijderen in een c-water binnen beschermd gebied, attentiegebied en wijstgebied.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning werken te plaatsen, te wijzigen of te behouden in het profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een oppervlaktewaterlichaam of ondersteunend kunstwerk aanaan te leggen, te verbreden of te leggenverdiepen.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in of te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam.
B
Artikel 2.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, geldt niet voor het aanleggen of behouden van een peilregulerend werk in een b-water, als het peilregulerende werk wordt aangelegd of behouden in overeenstemming met belanghebbenden.
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, geldt niet voor het verwijderen van een peilregulerend werk in een b-water buiten een beschermd gebied, attentiegebied en wijstgebied als het peilregulerende werk wordt verwijderd in overeenstemming met belanghebbenden.
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, derde lid, geldt niet voor het aanleggen, wijzigen of behouden van een peilregulerend werk in het profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam, als:
C
Artikel 2.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het aanleggen of behouden van een peilregulerend werk in een b-water wordt voldaan aan artikel 2.22 en artikel 2.23, als het peilregulerende werk wordt aangelegd of behouden in overeenstemming met belanghebbenden.
Bij het verwijderen van een peilregulerend werk in een b-water buiten een beschermd gebied, attentiegebied en wijstgebied wordt voldaan aan artikel 2.22 en artikel 2.23, als het peilregulerende werk wordt verwijderd in overeenstemming met belanghebbenden.
Bij het aanleggen, wijzigen of behouden van een peilregulerend werk in het profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan artikel 2.232.24, als:
D
Na artikel 2.22 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
E
Het opschrift van artikel 2.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
F
Het opschrift van artikel 2.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
G
Artikel 2.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, geldt niet voor het verwijderen van een dam met duiker in een a-water en een b-water, als de dam met duiker alleen voor eigen gebruik functioneert.
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, geldt niet voor het verwijderen van een dam met duiker in een b-water, of het aanleggen, verlengen en behouden van een dam met duiker voor perceelsontsluiting in een b-water, als:
de dam met duiker 5 meter of meer van een bestaande dam met duiker, of van een ander (kunst)werk, wordt aangelegd;
de buislengte maximaal 15 meter per perceelzijde bedraagt;
de inwendige diameter van de duiker 0,30 meter of meer bedraagt;
de binnenonderkant van de duiker 0,050,15 meter boven de waterbodem ligt, gemeten bij een goede onderhoudstoestand; en
de duiker wordt aangelegd zonder knikpunten of bochten.
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, geldt niet voor het aanleggen, plaatsen of behouden van objecten op een dam met duiker in een b-water, als:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, geldt niet voor het aanleggen, verlengen en behouden van een extra dam met duiker langs een perceelzijde in een b-water, als:
het perceel over een lengte van meer dan 100 meter grenst aan de watergang;
de dam met duiker 5 meter of meer van een bestaande dam met duiker, of van een ander (kunst)werk, wordt aangelegd;
de buislengte maximaal 15 meter bedraagt;
de inwendige diameter van de duiker 0,30 meter of meer bedraagt;
de binnenonderkant van de duiker 0,050,15 meter of dieper onderboven de waterbodem ligt, gemeten bij een goede onderhoudstoestand; en
de duiker wordt aangelegd zonder knikpunten of bochten.
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, derde lid, geldt niet voor het aanleggen, wijzigen of behouden van een dam met duiker in het profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam, als:
H
Artikel 2.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het verwijderen van een dam met duiker in een a-water wordt voldaan aan de artikelen 2.272.28 en 2.282.29 en bij het verwijderen van een dam met duiker in een b-water wordt voldaan aan artikel 2.282.29.
Bij het aanleggen, wijzigen of behouden van een dam met duiker in het profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan artikel 2.292.30, als:
I
Het opschrift van artikel 2.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
J
Het opschrift van artikel 2.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
K
Het opschrift van artikel 2.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
L
Artikel 2.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
M
Artikel 2.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
N
Artikel 2.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan artikel 2.332.34.
O
Het opschrift van artikel 2.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
P
Het opschrift van artikel 2.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Q
Het opschrift van artikel 2.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
R
Artikel 2.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het aanleggen, behouden of verwijderen van een lozingsconstructie of onttrekkingswerk in een a-water of in de beschermingszone bij een a-water wordt voldaan aan de artikelen 2.372.38 en 2.382.39.
Bij het aanleggen, behouden of verwijderen van een lozingsconstructie of onttrekkingswerk in een b-water wordt voldaan aan artikel 2.382.39.
Bij het aanleggen, wijzigen of behouden van een lozingsconstructie of onttrekkingswerk in het profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan artikel 2.392.40, als:
S
Het opschrift van artikel 2.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
T
Het opschrift van artikel 2.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
U
Het opschrift van artikel 2.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
V
Het opschrift van artikel 2.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
W
Artikel 2.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, geldt niet voor het aanleggen of behouden van een kabel of leiding parallel aan een a-water, als de kabel of leiding:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, geldt niet voor het aanleggen of behouden van een kabel of leiding haaks op een a-water, als de kabel of leiding op een diepte wordt gelegd van minimaal:
2 meter onder de bodem van een watergang waar beschoeiing aanwezig is;
2,5 meter onder de bodem van een vaarweg;
1 meter onder de bodem van een watergang in andere gevallen;
1 meter onder het talud, gemeten haaks op het taludvlak;
1 meter onder de grond in de beschermingszone; en
1 meter onder een ondersteunend kunstwerk.
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, geldt niet voor het verwijderen van een kabel of leiding in een a-water of in de beschermingszone bij een a-water.
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, geldt niet voor het aanleggen, behouden of verwijderen van een kabel of leiding boven een a-water of in de beschermingszone bij een a-water, als:
de kabel of leiding bevestigd is aan of samenvalt met een bestaande brug of stuw over het oppervlaktewaterlichaam; of
de kabel of leiding wordt aangelegd bij een ander ondersteunend kunstwerk dan een bestaande brug of stuw, met een afstand van minimaal 0,30 meter tussen het kunstwerk en de kabel of leiding.
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, geldt niet voor het aanleggen, behouden of verwijderen van een kabel of leiding onder of boven een b-water.
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, derde lid, geldt niet voor het verwijderen van een kabel of leiding in het profiel van vrije ruimte.
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, derde lid, geldt niet voor het aanleggen of behouden van een kabel of leiding die, door middel van een gestuurde boring aangelegd wordt, waarbij het in- en uittredepunt van deze boring buiten het profiel van vrije ruimte valt.
X
Artikel 2.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het aanleggen of behouden van een kabel of leiding parallel aan een a-water wordt voldaan aan de artikelen 2.432.44 en 2.442.45.
Bij het aanleggen of behouden van een kabel of leiding haaks op een a-water wordt voldaan aan de artikelen 2.432.44, 2.442.45 en 2.462.47.
Bij het verwijderen van een kabel of leiding in een a-water of in de beschermingszone bij een a-water wordt voldaan aan de artikelen 2.432.44 en 2.452.46.
Bij het aanleggen, behouden of verwijderen van een kabel of leiding boven een a-water of in de beschermingszone bij een a-water wordt voldaan aan de artikelen 2.432.44 en 2.442.45, als de kabel of leiding bevestigd is aan of samenvalt met een bestaande brug of stuw over het oppervlaktewaterlichaam.
Bij het aanleggen, behouden of verwijderen van een kabel of leiding boven een a-water of in de beschermingszone bij een a-water wordt voldaan aan de artikelen 2.432.44, 2.442.45 en 2.472.48, als de kabel of leiding wordt aangelegd bij een ander ondersteunend kunstwerk dan een bestaande brug of stuw, met een afstand van minimaal 0,30 meter tussen het kunstwerk en de kabel of leiding.
Bij het aanleggen, behouden of verwijderen van een kabel of leiding onder of boven een b-water wordt voldaan aan de artikelen 2.432.44 en 2.442.45.
Y
Het opschrift van artikel 2.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Z
Het opschrift van artikel 2.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AA
Het opschrift van artikel 2.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BB
Het opschrift van artikel 2.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CC
Het opschrift van artikel 2.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DD
Het opschrift van artikel 2.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EE
Het opschrift van artikel 2.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FF
Het opschrift van artikel 2.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GG
Het opschrift van artikel 2.51 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HH
Het opschrift van artikel 2.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
II
Het opschrift van artikel 2.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJ
Artikel 2.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het aanleggen, behouden of verwijderen van anti-worteldoek in een b-water wordt voldaan aan artikel 2.552.56.
Bij het aanleggen, wijzigen of behouden van een anti-worteldoek in het profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan artikel 2.562.57, als:
KK
Het opschrift van artikel 2.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LL
Het opschrift van artikel 2.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MM
Het opschrift van artikel 2.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NN
Het opschrift van artikel 2.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OO
Artikel 2.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PP
Het opschrift van artikel 2.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het opschrift van artikel 2.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RR
Het opschrift van artikel 2.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SS
Artikel 2.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het houden van dieren in de beschermingszone bij een a-water wordt voldaan aan artikel 2.642.65.
TT
Het opschrift van artikel 2.64 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UU
Het opschrift van artikel 2.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VV
Het opschrift van artikel 2.66 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WW
Artikel 2.67 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het plaatsen of hebben van een afrastering in de beschermingszone bij een a-water wordt voldaan aan de artikelen 2.682.69 en 2.692.70, als de afrastering evenwijdig aan of haaks op de insteek is geplaatst.
Bij het verwijderen van een afrastering in de beschermingszone bij een a-water wordt voldaan aan artikel 2.702.71, als de afrastering evenwijdig aan of haaks op de insteek is geplaatst.
Bij het plaatsen, wijzigen of hebben van een afrastering in het profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan artikel 2.712.72, als:
XX
Het opschrift van artikel 2.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YY
Het opschrift van artikel 2.69 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZ
Het opschrift van artikel 2.70 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAA
Het opschrift van artikel 2.71 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBB
Het opschrift van artikel 2.72 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCC
Het opschrift van artikel 2.73 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDD
Artikel 2.74 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het aanbrengen van een werk bij een openbare weg in de beschermingszone bij een a-water wordt voldaan aan de artikelen 2.752.76 en 2.762.77, als:
Bij het aanbrengen of behouden van een boom voor een openbare weg in de beschermingszone bij een a-water, wordt voldaan aan de artikelen 2.752.76 en 2.762.77 als:
Bij het aanbrengen, wijzigen of behouden van een werk in het profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan artikel 2.772.78, als:
EEE
Het opschrift van artikel 2.75 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFF
Het opschrift van artikel 2.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGG
Het opschrift van artikel 2.77 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHH
Het opschrift van artikel 2.78 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
III
Het opschrift van artikel 2.79 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJ
Artikel 2.80 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het aanbrengen van een bord in de beschermingszone bij een a-water wordt voldaan aan de artikelen 2.812.82 en 2.822.83, als:
Bij het aanbrengen, wijzigen of behouden van een bord in het profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan artikel 2.832.84, als:
KKK
Het opschrift van artikel 2.81 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLL
Het opschrift van artikel 2.82 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMM
Het opschrift van artikel 2.83 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNN
Het opschrift van artikel 2.84 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOO
Het opschrift van artikel 2.85 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPP
Artikel 2.86 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het aanbrengen, behouden of verwijderen van gras of eenjarige gewassen in een a-water of in de beschermingszone bij een a-water wordt voldaan aan de artikelen 2.872.88 en 2.882.89.
QQQ
Het opschrift van artikel 2.87 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRR
Artikel 2.88 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSS
Het opschrift van artikel 2.89 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTT
Het opschrift van artikel 2.90 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUU
Artikel 2.91 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het aanleggen of wijzigen van een natuurvriendelijke oever in een b-water buiten een beschermd gebied, attentiegebied en wijstgebied wordt voldaan aan artikel 2.922.93.
VVV
Het opschrift van artikel 2.92 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWW
Het opschrift van artikel 2.93 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXX
Artikel 2.94 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, geldt niet voor het aanbrengen, behouden of verwijderen van verharding in de beschermingszone bij een a-water, als:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, derde lid, geldt niet voor het aanbrengen, wijzigen of behouden van verharding in het profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam, als:
YYY
Artikel 2.95 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het aanbrengen of behouden van verharding in de beschermingszone bij een a-water wordt voldaan aan artikel 2.962.97, als:
Bij het verwijderen van verharding in de beschermingszone bij een a-water wordt voldaan aan artikel 2.972.98, als daardoor de maaiveldhoogte niet verandert.
Bij het aanbrengen, wijzigen of behouden van verharding in het profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan artikel 2.982.99, als:
ZZZ
Het opschrift van artikel 2.96 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAA
Het opschrift van artikel 2.97 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBB
Het opschrift van artikel 2.98 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCC
Het opschrift van artikel 2.99 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDD
Artikel 2.100 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, geldt niet voor het verwijderen van een werk of object in de beschermingszone bij een a-water, als het werk of object niet benodigd is geplaatst voor het beheer, onderhoud of functioneren van het oppervlaktewaterlichaam.
EEEE
Artikel 2.101 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het verwijderen van een werk of object in de beschermingszone bij een a-water wordt voldaan aan artikel 2.1022.103, als het werk of object niet is geplaatst voor het beheer, onderhoud of functioneren van het oppervlaktewaterlichaam.
FFFF
Het opschrift van artikel 2.102 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGG
Het opschrift van artikel 2.103 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHH
Artikel 2.104 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, vierde lid, geldt niet voor het aanleggen, verbreden of verdiepen van een c-water of, niet zijnde een poel, buiten de beschermingszone bij een a-water en buiten een beschermd gebied, attentiegebied en wijstgebied, als daardoor geen directe verbinding ontstaat tussen verschillende peilvakken.
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, vierde lid, geldt niet voor het aanleggen of vergroten van een poel, binnen een beschermd gebied, attentiegebied en wijstgebied, als deze:
IIII
Het opschrift van artikel 2.105 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJ
Het opschrift van artikel 2.106 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKK
Artikel 2.107 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het plaatsen of behouden van een werk en het laten staan of liggen van een voorwerp in een beschermingszone beperkt wordt voldaan aan de artikelen 2.1082.109 en 2.1092.110.
Bij het verwijderen van een werk in een beschermingszone beperkt wordt voldaan aan artikel 2.1102.111.
LLLL
Het opschrift van artikel 2.108 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMM
Het opschrift van artikel 2.109 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNN
Het opschrift van artikel 2.110 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOO
Artikel 2.111 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over artikel 2.1062.107.
PPPP
Het opschrift van artikel 2.112 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQ
Het opschrift van artikel 2.113 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRR
Artikel 2.114 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het verrichten van een activiteit in een b-water wordt voldaan aan artikel 2.1172.118, als:
Bij het verrichten van een activiteit in een a-water, in de beschermingszone bij een a-water of in een b-water wordt voldaan aan de artikelen 2.1152.116, 2.1162.117 en 2.1172.118, als:
SSSS
Het opschrift van artikel 2.115 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTT
Het opschrift van artikel 2.116 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUU
Het opschrift van artikel 2.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVV
Artikel 2.118 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over de uitvoering en de locatie van het werk, bedoeld in artikel 2.1132.114, tweede lid.
WWWW
Het opschrift van artikel 2.119 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXX
Het opschrift van artikel 2.120 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYY
Artikel 2.121 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het plaatsen, wijzigen of behouden van een werk in het profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan artikel 2.1222.123, als:
ZZZZ
Het opschrift van artikel 2.122 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAA
Het opschrift van artikel 2.123 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBB
Het opschrift van artikel 2.124 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCC
Het opschrift van artikel 2.125 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDD
Artikel 2.126 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Degene die een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.1242.125, is verplicht:
alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en
als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Deze plicht houdt in ieder geval in dat:
alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;
de beste beschikbare technieken worden toegepast;
geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt;
alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet;
lozingen op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk doelmatig kunnen worden bemonsterd;
metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; en
meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd.
EEEEE
Artikel 2.127 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.1262.127 en 2.1312.132 tot en met 2.192.
Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.1312.132 tot en met 2.192.
FFFFF
Het opschrift van artikel 2.128 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGG
Artikel 2.129 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voordat de naam of het adres, bedoeld in artikel 2.1282.129, wijzigt, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.
Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.
HHHHH
Het opschrift van artikel 2.130 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIII
Het opschrift van artikel 2.131 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJ
Het opschrift van artikel 2.132 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKK
Het opschrift van artikel 2.133 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLL
Het opschrift van artikel 2.134 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMM
Het opschrift van artikel 2.135 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNN
Het opschrift van artikel 2.136 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOO
Artikel 2.137 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, vijfde lid, geldt niet voor het lozen van water in een oppervlaktewaterlichaam, als er maximaal 100 m3 water per uur wordt geloosd.
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, vijfde lid, geldt niet voor het afvoeren van hemelwater naar een oppervlaktewaterlichaam door toename van verhard oppervlak of afkoppeling van bestaand verhard oppervlak, als:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, vijfde lid, geldt niet voor het afvoeren van hemelwater naar een oppervlaktewaterlichaam door toename van verhard oppervlak, als:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, vijfde lid, geldt niet voor het afvoeren van hemelwater naar een oppervlaktewaterlichaam door toename van verhard oppervlak, als:
de toename meer dan 500 m2 maar maximaal 10.000 m2 bedraagt; en
er compenserende maatregelen worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan in de vorm van een bergingsvoorziening met een minimale compensatie die voldoet aan de volgende rekenregel: benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x <gevoeligheidsfactor> x 0,06 (in m).
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, vijfde lid, geldt niet voor het afvoeren van hemelwater naar een oppervlaktewaterlichaam door afkoppeling, als er maximaal 10.000 m2 bestaand verhard oppervlak wordt afgekoppeld.
PPPPP
Artikel 2.138 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het lozen van water in een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan de artikelen 2.1392.140 en 2.1402.141, als er meer dan 50 m3 water per uur maar maximaal 100 m3 per uur wordt geloosd.
Bij het lozen van water in een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan artikel 2.1402.141, als er maximaal 50 m3 water per uur wordt geloosd.
Bij het afvoeren van hemelwater naar een oppervlaktewaterlichaam door toename van verhard oppervlak wordt voldaan aan artikel 2.141, als:
de toename meer dan 500 m2 maar maximaal 10.000 m2 bedraagt; en
er compenserende maatregelen worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan in de vorm van een bergingsvoorziening met een minimale compensatie die voldoet aan de volgende rekenregel: benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x <gevoeligheidsfactor> (normwaarde in geo-object) x 0,06 (in m).
QQQQQ
Het opschrift van artikel 2.139 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRR
Het opschrift van artikel 2.140 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSS
Artikel 2.141 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand.
Het water wordt uit de voorziening afgevoerd via een functionele bodempassage naar het grondwater of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater.
De functionele afvoerconstructie heeft een diameter van 4 cm.
Bij de voorziening wordt een overloopconstructie aangelegd om beschadiging van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen.
[Vervallen]
TTTTT
Artikel 2.181 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het zuiveren van water door omgekeerde osmose of ionenwisselaars voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.
CVoor
Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.8, gemeten in een steekmonster.
De artikelen 4.801 en 4.804 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn niet van toepassing.
UUUUU
Artikel 3.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste, tweede, derde en vierde lid, geldt niet voor het plaatsen, hebben, onderhouden of verwijderen van een eenvoudig verplaatsbaar bouwwerk in beschermingszone A bij een primaire waterkering of beschermingszone A bij een regionale waterkering, met uitzondering van compartimenteringskering of een beschermingszone B bij een primaire waterkering of op een overige waterkering.
VVVVV
Artikel 3.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het plaatsen, hebben, onderhouden of verwijderen van een eenvoudig verplaatsbaar bouwwerk in beschermingszone A bij een primaire waterkering of beschermingszone A bij een regionale waterkering, met uitzondering van compartimenteringskering of een beschermingszone B bij een primaire waterkering of op een overige waterkering wordt voldaan aan de artikelen 3.18 tot en met 3.20.
WWWWW
Artikel 3.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het bouwwerk, inclusief de fundering, wordt niet dieper ingegraven dan 0,30 meter.
Paalvormige bouwwerken met een diameter van maximaal 15 cm0,15 meter worden grondverdringend aangebracht tot een diepte van maximaal 1 meter.
Plaatst het bouwwerk niet binnen 1 meter van de teenlijn van de waterkering.
XXXXX
Artikel 3.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het verwijderen van paalvormige bouwwerken met een diameter van maximaal 15 cm0,15 meter worden de paalgaten aangevuld met (zwel)klei.
Na het verwijderen van het bouwwerk wordt de bodem teruggebracht in de oorspronkelijke staat.
Het bouwwerk wordt op eigen kosten verwijderd op een bij maatwerkvoorschrift te bepalen tijdstip, als het verwijderen nodig is voor het uitvoeren van noodzakelijke waterstaatkundige werkzaamheden.
YYYYY
Artikel 5.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste vier weken voor het begin van het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt;
het aantal in te richten putten;
de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van iedere put;
de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;
de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put;
de capaciteit van de pomp in kubieke meter per uur per put;
de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken;
een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; en
als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:
de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;
de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;
een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;
de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en
een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem te voorkomen of te beperken.
In afwijking op lid 1 worden bij een tijdelijke onttrekking als bedoeld in paragraaf 5.1.6, de volgende gegevens tijdig aangeleverd:
Het eerste lid geldt niet:
voor wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en
voor brandblusvoorzieningen, zoals bedoeld in paragraaf 5.1.5 van deze waterschapsverordening;
voor veedrenkputten, zoals bedoeld in paragraaf 5.1.8 van deze waterschapsverordening;
voor onttrekkingsinrichtingen waarvan de pompcapaciteit niet meer bedraagt dan 10 m3 per uur
ZZZZZ
Artikel 5.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor bronbemaling, als:
Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor bronbemaling binnen een beschermdbuiten bebouwd gebied, als:
Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor bronbemaling buiten een beschermdbinnen bebouwd gebied, als:
Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor bronbemaling, als:
de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten een beschermdbinnen bebouwd gebied;
de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; en
de put niet dieper is dan:
AAAAAA
Artikel 5.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het onttrekken van grondwater voor bronbemaling wordt voldaan aan de artikelen 5.42 en 5.44 als de activiteit vergunningvrij is op grond van artikel 5.40, eerste, tweede, derde of vierdederde lid.
Bij het onttrekken van grondwater voor bronbemaling wordt voldaan de artikelen 5.43 en 5.44, als:
de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten een beschermdbinnen bebouwd gebied;
de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; en
de put niet dieper is dan:
BBBBBB
Artikel 5.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De verlaging van de grondwaterstand en de hoeveelheid water die onttrokken wordt, zijn niet groter dan noodzakelijk is voor het uitvoeren van het werk, maar maximaal 50 cm0,50 meter onder het funderingsniveau van een desbetreffend bouwonderdeel of sleufbodem mag worden verlaagd.
De onttrekking duurt niet langer dan noodzakelijk is voor het uitvoeren van het werk.
CCCCCC
Artikel 5.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De verlaging van de grondwaterstand en de hoeveelheid water die onttrokken wordt, zijn niet groter dan noodzakelijk is voor het uitvoeren van het werk, maar maximaal 50 cm0,50 meter onder het ontgravingsniveau dat benodigd is voor verwijdering van de verontreinigde grond.
De onttrekking duurt niet langer dan noodzakelijk is voor het uitvoeren van de grondwatersanering
DDDDDD
Na hoofdstuk 5 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
Deze paragraaf is van toepassing voor het gehele beheergebied van het waterschap met betrekking tot de activiteiten het aanbrengen, wijzigen of afkoppelen van verhard oppervlak.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunnng voor een activiteit met betrekking tot verharding die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een omschrijving van de activiteit, waarbij wordt vermeld op welke wijze gebruik zal worden gemaakt van het beperkingengebied;
een toelichtende tekening en de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van de activiteit met daarbij de aan te brengen of te wijzigen verharding;
de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;
locaties van de lozingspunten;
een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;
Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten met betrekking tot het aanbrengen of wijzigen van verharding.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.2, eerste, geldt niet voor het aanbrengen of wijzigen van verhard oppervlak als het een verhard oppervlak van maximaal 500 m2 betreft.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.2, eerste, geldt niet voor het aanbrengen of wijzigen van verhard oppervlak als het een verhard oppervlak betreft tussen de 500 m2 en 10,000 m2 waarbij wordt voldaan aan de volgende compensatie-eisen:
binnen bebouwd gebied: het compenseren van een waterschijf van 0,08 meter waarvan minimaal 0,01 meter wordt benut voor het aanvullen van grondwater.
buiten bebouwd gebied: het compenseren van een waterschijf van 0,10 meter waarvan minimaal 0,01 meter wordt benut voor het aanvullen van het grondwater. Hiervan zijn uitgezonderd glastuinbouw en containerteelt. Hiervoor geldt een compensatie-eis van 0,06 meter zonder verplichting tot het aanvullen van het grondwater.
Bij het aanbrengen of wijzigen van verharding wordt voldaan aan artikel 6.7 en artikel 6.8 als het een verhard oppervlak betreft tussen de 500 m2 en 10.000 m2, waarbij wordt voldaan aan de volgende compensatie-eisen:
binnen bebouwd gebied: het compenseren van een waterschijf van 0,08 meter waarvan minimaal 0,01 meter wordt benut voor het aanvullen van grondwater.
buiten bebouwd gebied: het compenseren van een waterschijf van 0,10 m waarvan minimaal 0,01 m wordt benut voor het aanvullen van het grondwater. Hiervan zijn uitgezonderd glastuinbouw en containerteelt. Hiervoor geldt een compensatie-eis van 0,06 m zonder verplichting tot het aanvullen van het grondwater.
Bij toepassing van een groen dak of doorlatende verharding mag dit van de compensatieopgave in mindering worden gebracht. Voor het bepalen van de mindering moet de volgende rekenregel worden toegepast: [Oppervlak groen dak (m2) + oppervlak doorlatende verharding (m2)] x 0,025 meter.
De mate waarin een voorziening, aangelegd voor het aanvullen van grondwater, bijdraagt aan de compensatie-eis dient met de rekenregel bepaald te worden: oppervlak infiltratievoorziening (m) x infiltratiefactor. De infiltratiefactor voor peilbesluitgebieden is 0,05 (m/d). Voor vrij afwaterende gebieden is deze 0,1 (m/d).
De resterende compensatie opgave dient te worden geborgen in een bergingsvoorziening.
De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand.
Het water wordt uit de voorziening afgevoerd via een functionele bodempassage naar het grondwater of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater.
De functionele afvoerconstructie heeft een diameter van 0,4 meter.
De afstand tussen de functionele afvoerconstructie en bodem van de voorziening dient zodanig te zijn dat er voldaan wordt aan de minimale infiltratie-eis van 0,01 meter.
Indien de constructie loost op een oppervlaktewaterlichaam moet, ter voorkoming van beschadiging aan het oppervlaktewaterlichaam, een constructie aangelegd worden om beschadigingen aan het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen.
Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten met betrekking tot het afkoppelen van verhard oppervlak.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, geldt niet voor het afkoppelen van verhard oppervlak als er maximaal 500 m2 bestaand verhard oppervlak wordt afgekoppeld.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, geldt niet voor het afkoppelen van verhard oppervlak, als er maximaal 10.000 m2 bestaand verhard oppervlak wordt afgekoppeld waarbij wordt voldaan aan de compensatie-eis dat er minimaal een waterschijf van 0,01 meter wordt benut voor het aanvullen van het grondwater.
Het verbod, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, geldt niet voor het afkoppelen van verhard oppervlak als er tussen 500 m2 en 10.000 m2 bestaand verhard oppervlak wordt afgekoppeld waarbij wordt voldaan aan de compensatie-eis dat er minimaal een waterschijf van 0,01 meter wordt benut voor het aanvullen van het grondwater.
EEEEEE
Het opschrift van hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFF
Het opschrift van afdeling 6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGG
Het opschrift van paragraaf 6.1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHH
Het opschrift van artikel 6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIII
Het opschrift van artikel 6.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJ
Het opschrift van artikel 6.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKK
Het opschrift van paragraaf 6.1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLL
Het opschrift van artikel 6.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMM
Het opschrift van paragraaf 6.1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNN
Het opschrift van artikel 6.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOO
Het opschrift van paragraaf 6.1.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPP
Het opschrift van artikel 6.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQ
Artikel 6.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, geldt tijdelijk niet voor het behouden van een obstakel, anders dan een in goede staat verkerend, kapitaalintensief bouwwerk, in de beschermingszone bij een a-water, als het is aangebracht voor 1 januari 2010.
Bij maatwerkvoorschrift stelt het dagelijks bestuur de einddatum vast voor de tijdelijke vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, waarna het obstakel verwijderd moet worden uit de beschermingszone.
Voor zover obstakels, anders dan een in goede staat verkerend, kapitaalintensief bouwwerk als bedoeld in artikel 6.67.6, in de beschermingszone bij een a-water rechtmatig is aangebracht voor 1 januari 2010 op grond van een verleende vergunning c.q. ontheffing of op grond van het overgangsrecht, zoals bedoeld in artikel 6.17.1, stelt het dagelijks bestuur bij maatwerkvoorschrift de einddatum vast van de rechtmatigheid van het obstakel, waarna deze verwijderd moet worden uit de beschermingszone.
RRRRRR
Na paragraaf 6.1.4 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:
In afwijking van artikel 7.1, eerste lid, vervalt een omgevingsvergunning van rechtswege, die onder de vigeur van de Waterschapsverordening Aa en Maas 2024 is verleend voor de activiteit zoals genoemd in artikel 6.2, binnen 3 jaar na het verlenen van die omgevingsvergunning indien geen aanvang is gemaakt met de vergunde activiteit.
De bepalingen in paragraaf 6.1.2 en 6.1.3 gelden niet voor de genoemde activiteiten die voortvloeien uit ontwerpplannen die zijn vastgesteld vóór inwerkingtreding van deze verordening, mits binnen een periode van 5 jaar na vaststelling een aanvang is gemaakt met de vergunde activiteiten.
De bepalingen in paragraaf 6.1.2 en 6.1.3 gelden niet voor de genoemde activiteiten die voortvloeien uit TAM-IMRO die vóór 31 december 2025 ter inzage zijn gelegd.
SSSSSS
Het opschrift van paragraaf 6.1.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTT
Artikel 6.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUU
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
oppervlaktewaterlichaam met een maatgevende aan- en/of afvoer van meer dan 30 liter per seconde;
wijziging van onverhard naar verhard oppervlak;
oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in bijlage II;
onderbreken van de afvoer van op bestaand verhard oppervlak vallend hemelwater via een gemengde of verbeterd gescheiden riolering naar een afvalwaterzuiveringsinstallatie;
(overwegend) verticale afrastering van niet-levend materiaal;
afdichtende of slecht waterdoorlatende bodemlaag;
kunststof doek dat wel water maar geen licht en wortelgroei doorlaat;
oppervlaktewaterlichaam met een maatgevende afvoer va minder dan 30 liter per seconden, met uitzondering van de c-waterlopen;
gebied dat op 1 januari 2026 als stedelijk gebied is aangewezen in de provinciale omgevingsverordening;
plan van waterconserverende of waterbesparende maatregelen dat wordt opgesteld en uitgevoerd door of namens de houder van een onttrekkingsinrichting of degene die grondwater onttrekt, conform een door het bestuur vastgesteld model;
voorziening die moet worden aangelegd om te voorkomen dat de extra hoeveelheid hemelwater ten gevolge van een toename van verhard oppervlak versneld wordt afgevoerd naar het ontvangende watersysteem;
aan een waterstaatswerk grenzende zone of overlappende zone die als zodanig als beperkingengebied is opgenomen in deze waterschapsverordening;
aan een waterkering grenzende beschermingszone die als zodanig in deze waterschapsverordening is opgenomen;
aan een beschermingszone A grenzende beschermingszone die als zodanig in deze waterschapsverordening is opgenomen;
aan een waterstaatswerk of beschermingszone grenzende zone die als zodanig in deze waterschapsverordening is opgenomen;
grondkerende constructie in de oeverlijn/talud om de oever/talud tegen afkalving te beschermen;
dagelijks bestuur van waterschap Aa en Maas;
beheren, beperken of ongedaan maken van verontreiniging van de bodem;
voorziening die permanent aanwezig is, maar slechts in noodsituaties benut wordt ten behoeve van bluswatervoorziening;
uit de bodem of bouwputten onttrekken van grondwater door middel van een pomp;
werk over een oppervlaktewaterlichaam dat bedoeld is voor de doorgang van een perceel aan de ene kant van het oppervlaktewaterlichaam naar een perceel aan de andere kant van het oppervlaktewaterlichaam;
hellend vlak van een waterkering aan de waterkerende zijde;
oppervlaktewaterlichamen met een maatgevende afvoer van minder dan 10 liter per seconde;
een voorziening die moet worden aangelegd om hemelwater zoveel mogelijk te laten infiltreren in de bodem en om te voorkomen dat de extra hoeveelheid hemelwater ten gevolge van een toename van verhard oppervlak versneld wordt afgevoerd naar het ontvangende watersysteem;
ontwateringsmiddel voor het kunstmatig laag houden van de grondwaterstand welke vrij afstroomt waarbij niet direct of indirect gebruik gemaakt wordt van een pomp(constructie);
een gewas/plant die zijn levenscyclus voltooit van kieming tot zaad binnen één jaar. De plant sterft na de zaadzetting af, zoals bij zomertarwe, of gaat aan het eind van het jaar dood;
bouwwerken die op eenvoudige wijze (c.q. tegen geringe kosten) te verplaatsen of te verwijderen zijn. Voorbeelden hiervan zijn speeltoestellen, prefab tuinhuisjes, hekwerken, tuinmuurtjes, demontabele zwembaden, brievenbussen, palen e.d. zonder zware funderingsconstructie;
een sleufloze boortechniek waarbij obstakels zoals een waterstaatswerk diep onder het maaiveld kunnen worden gepasseerd;
dak dat bedekt is met vegetatie met een waterbergende functie;
beheren, beperken of ongedaan maken van verontreiniging van het grondwater;
deel van een kabel of leiding dat een directe verbinding vormt tussen één specifiek pand (gebouw met een BAG-adres) en het distributienet van de netbeheerder;
in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater;
het als zodanig in de legger aangegeven snijpunt van de lijn van talud en maaiveld, dan wel de lijn van een oppervlaktewaterlichaam waar talud en maaiveld elkaar snijden;
voorziening voor het aanleggen, hebben en onderhouden van onder andere elektriciteitssignaal en telecommunicatievoorzieningen;
mediumvoerende buisconstructie, die geen lozingswerk is en die niet in open verbinding staat met oppervlaktewater;
begroeiing met enige aanhangende (bagger)specie, die vrijkomt bij het uitvoeren van onderhoud;
oever die zo is aangelegd of wordt gewijzigd dat deze niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te waarborgen, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken;
NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019;
NEN 6646/C1:2015: Water - Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl, door mineralisatie met seleen, met behulp van een doorstroomanalysesysteem - Ontsluiting met zwavelzuur, seleen en kaliumsulfaat, versie 2015 + C1:2015;
NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2006;
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;
NEN-EN 12566-1: NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;
NEN-EN 13284-1:2001: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 1: Manuele gravimetrische methode, versie 2001;
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;
NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;
NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;
NEN-EN-ISO 6878:2004: Water - Bepaling van fosfor - Ammoniummolybdaat spectometrische methode, versie 2004;
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997;
NEN-EN-ISO 11732:2005: Water - Bepaling van ammonium stikstof - Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 2005;
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;
NEN-EN-ISO 13395:1997: Water - Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 1997;
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie, versie 2003;
NEN-EN-ISO 15681-1:2005: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA), versie 2005;
NEN-EN-ISO 15681-2:2018: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA), versie 2018;
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;
NEN-ISO 5663:1993: Water - Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof - Methode na mineralisatie met seleen, versie 1993;
NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;
ander oppervlaktewaterlichaam dan een oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in bijlage II;
zone tussen de bodem van een oppervlaktewater en de insteek, waarin een (geleidelijke) overgang plaatsvindt van natte naar droge omstandigheden;
het plaatselijk verlagen van het oppervlaktewaterpeil door middel van een pomp;
werk dat van belang is voor de taakuitoefening van het waterschap, voor de waterkering of voor het functioneren van de waterhuishouding;
onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam of van grondwater door middel van een werk;
weg in beheer van een overheid;
bouwwerk dat geheel of gedeeltelijk over het oppervlaktewaterlichaam of het talud is geplaatst;
relatief klein oppervlaktewaterlichaam met een natuurdoelstelling, in hoofdzaak een ecologische functie ten behoeve van amfibieën;
het maximum wateropbrengend vermogen van een inrichting in kubieke meters per uur;
alle in de bodem aangebrachte buizen met boorgat en doorlatende filters;
periodiek uit te voeren werkzaamheden om de aan een perceel gegeven bestemming in stand te kunnen houden;
oppervlakkig, over een kleine diepte weghalen van de grond;
bronbemaling ten behoeve van een smalle, meestal voortschrijdende bouwput;
bij onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen vrijkomende grond inclusief daarin voorkomende stoffen;
wijziging van onverhard naar verhard oppervlak;
constructie die over een oppervlaktewaterlichaam is geplaatst en is verankerd in het achterliggende perceel;
hellend oppervlak van oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen;
de als zodanig in de legger aangegeven lijn van de onderrand van een waterkering, dan wel de lijn waar talud en maaiveld elkaar snijden;
inrichting voor het drenken van vee waarvan de pomp niet mechanisch wordt aangedreven;
al het oppervlak dat er voor zorgt dat water sneller tot afvoer komt;
constructie op het maaiveld grenzend aan het oppervlaktewaterlichaam;
functie die de provincie of het waterschap aan het waterstaatswerk heeft toegekend;
alle door menselijk toedoen ontstane of gemaakte constructies of inrichtingen, inclusief bouwwerken, en restanten daarvan;
het vervangen of aanpassen van bestaande verharding door nieuwe of een andere vorm van verharding met het oogmerk op een wijziging van de inrichting van percelen, openbare ruimte, infrastructuur of gebouw;
bord dat markeert waar een leiding of kabel een watergang ondergronds doorkruist.;
VVVVVV
Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/ws0654/2023/4dc2bf763d5b496ea8ca99e4cacba155/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/4ac86dfe7cdf497696e9e358cf458c3b/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/2d0579999f85404293b223a44d3a6e85/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/dbab1445d8644522ae5e8425055249b1/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/9bc13f31e56942f994cc0afaf1611505/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/0b148a4d2aa6413ca37ad633a8e2f964/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/f3ab1ad962dc4dd6ab785260b39d1afb/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/1647afa255f44e8a8778b8dfd85223fe/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/f29cc59e0a644d37ae9c2ec06de89c20/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/9e1e492f978140e7985395d0f1621c6e/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/9aab9a4fe42046cb88bd79980b2118b9/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/659bf973b9904af59519369bb5a25302/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/da57fbb5f3cc42eca282e731f720ff29/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/923051c6d3cf4381a3ec2797e5d77288/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/f4ea0d09a76042dea03d2d205852c6ea/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/6d4748035b0343bbaf6213ef44ae21ea/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/6395e2bc5d9d4c6e8db363da12d8a600/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2026/6bed825ba8a04be2a97c816f8eff4581/nld@2026‑07‑30;08045662
/join/id/regdata/ws0654/2026/986e634b915e47c0980fbef5b90b082c/nld@2026‑07‑30;08045662
/join/id/regdata/ws0654/2023/7c6bd8a6592442d0b7ecb34c698b6cb7/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/59af49ed12ef4c559200a97ae7b08772/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/12eec6d2f482489d97f6c3fd5a0a4278/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/d44e4bd4a8004631b43afbe5394f4d01/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/b3ebad7fe5cc40179f9b8e2cbb3aa33c/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/f6681088210c4b86b9b14b9733af4635/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/82318e024d954582a660d136926beede/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/52e6956a9e9e4397b57e85d2e1d7097c/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/ae784ccbb1904484a12fd418a1da3bc7/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/85cf0ff275c2441b9af0c0c802aac14a/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/24c2a3ee2ef0469282a23d6dedca0b51/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/1f90f0c3b3fc4f7396fdf22d934c88f0/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/3b4decd60f734646901c34cbf3313238/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/6d010dfb89c8479cb214bd55c1d5c8cf/nld@2026‑06‑09;08352241
/join/id/regdata/ws0654/2023/75daa5b9dace4b8fb339f85079e72611/nld@2026‑06‑09;08352241
WWWWWW
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het waterschap voert als beheerder van het watersysteem vele handelingen aan waterstaatswerken uit. De handelingen die het waterschap daar uitvoert, zijn in het belang van de aan het waterschap opgedragen taken en vallen onder beheer en onderhoud. Om deze taken doelmatig uit te kunnen voeren geldt voor deze handelingen geen vergunningplicht. In dit artikel zijn de handelingen opgenomen die vanuit beheer en onderhoud veel voorkomen en weinig tot geen effect hebben op de omgeving of voor belanghebbenden.
a. Maatregelen die geen wijziging van de normatieve toestand van een waterstaatswerk tot gevolg hebben, zijn handelingen waarbij de ligging, vorm, afmeting of constructie zoals vastgelegd in de legger niet verandert. Te denken valt aan baggerwerkzaamheden of taludherstel waarbij een watergang teruggebracht wordt naar het leggerprofiel. Maar bijvoorbeeld ook schilderwerkzaamheden aan een gemaal of het tijdelijke behouden van rijplaten op een waterkering. Tijdelijke aanpassingen van de normatieve toestand van het bestaande waterstaatswerk vallen ook onder deze vrijstelling. Dit gaat bijvoorbeeld over tijdelijke ontgravingen in een waterkering om een waterkerende constructie of bevergaas aan te brengen in de kering. Daarnaast zijn bijvoorbeeld proefboringen of het graven van proefsleuven ook vrijgesteld als het waterschap die werkzaamheden uitvoert ter voorbereiding van een project.
b. Bodem- en oeververdediging kan noodzakelijk zijn om de stabiliteit van de oever en de waterstaatkundige functie te garanderen. Hier zijn verschillende constructies voor zoals beschoeiingen of damwanden. De uitzondering ziet alleen op constructies waarbij geen sprake is van een harde overgang tussen water en land. Het waterschap streeft er namelijk naar dat oevers van waterlopen zoveel mogelijk natuurlijk zijn ingericht. Reden hiervoor is dat dergelijke oevers bijdragen aan de veerkracht en gezondheid van het watersysteem. De min of meer geleidelijke overgang van land naar water vergroot het zelfreinigend vermogen van het watersysteem, biedt leefruimte, voedsel en bescherming aan allerlei planten en dieren en vormt een buffer voor allerlei activiteiten die buiten het watersysteem plaatsvinden.
c. Een krooshek zorgt ervoor dat drijvend materiaal in het water niet leidt tot ophoping en verstoppingen en ter waarborging van het goed functioneren van duikers en gemalen. Het waterschap acht het soms noodzakelijk om een krooshek te plaatsen ten behoeve van beheer en onderhoud.
d/e/f. Een duiker of stuw kan aan vervanging toe zijn omdat deze bijvoorbeeld aan het einde van de levensduur of beschadigd is. Steeds vaker worden stuwen ook geautomatiseerd. Dit verandert niets aan de afvoercapaciteit of het waterpeil maar maakt het peilbeheer makkelijker.
Verder heeft het waterschap voor het realiseren van werken of het verrichten van werkzaamheden, waarbij het afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in het water brengt, een vergunning nodig ingevolge hoofdstuk 62.2 van deze verordening. Dit hoofdstuk is via de bruidsschat aan de waterschapsverordening toegevoegd. Uiteraard geldt die vergunningplicht ook voor derden die laatstbedoelde handelingen verrichten.
XXXXXX
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Eerste lid
In artikel 2.2 is in het eerste lid een ruime vergunningplicht opgenomen voor handelingen of het laten liggen of staan van werken, vaste substanties of voorwerpen bij oppervlaktewaterlichamen. Het gaat om handelingen die het gebruik van oppervlaktewaterlichamen en de daartoe behorende beschermingszones betreffen door daar werkzaamheden te verrichten, werken te maken of vaste substanties of voorwerpen te storten of te plaatsen.
Bij het verrichten van werkzaamheden of het maken dan wel behouden van werken in, op, onder of over een oppervlaktewaterlichaam en/of een daartoe behorende beschermingszone moet worden gedacht aan activiteiten die de zogenaamde bak (waterbodem en taluds), en de ondersteunende kunstwerken raken. Bij het behouden van werken gaat het om alle werken die voldoen aan de definitie zoals opgenomen in deze waterschapsverordening. Daaronder mede begrepen (nieuwe) ondersteunende kunstwerken. Voor de definitie van een ondersteund kunstwerk wordt verwezen naar bijlage I. Daarop aanvullend het volgende:
In een oppervlaktewaterlichaam zijn soms constructies opgenomen die een waterstaatskundig doel hebben (bijvoorbeeld een stuw, een sluis of een gemaal) of nodig zijn om andere functies te faciliteren (bijvoorbeeld een duiker om de toegang tot een perceel te regelen). Al deze constructies worden samengevat onder de term ondersteunende kunstwerken. Voor de volledigheid, de volgende ondersteunende kunstwerken worden onderscheiden:
- Gemaal: kunstwerk om water van een lager naar een hoger niveau te brengen. Het brengt of houdt water in een peilgebied op een bepaald peil.
- Stuw: regelbaar kunstwerk om water in een oppervlaktewater tot op een bepaalde hoogte op te stuwen of te zorgen dat het waterpeil niet boven een bepaalde hoogte komt.
- Overlaat: niet regelbare stuw.
- Sluis: kunstwerk in een waterkering tussen twee oppervlaktewateren met een verschillend waterpeil, dat dient om water te keren, maar dat door een beweegbaar mechanisme ook water of schepen kan laten passeren.
- Duiker: kokervormige constructie die ligt in een weg of toegangsdam en is bedoeld om oppervlaktewateren met elkaar te verbinden.
- Sifon (ook wel een onderleider genoemd): duiker waarmee water van het ene oppervlaktewater (meestal) onder een ander oppervlaktewater door loopt. Een sifon wordt bijvoorbeeld aangelegd om water met verschillende kwaliteiten van elkaar de scheiden of wanneer een gebied met eenzelfde peil wordt doorsneden door een oppervlaktewater met een ander peil.
- Afsluiter: kunstwerk bedoeld om water onder vrij verval in het gebied in te laten. Een inlaat heeft meestal aan één zijde een schuif of klep die kan worden opengezet om water binnen te laten.
- Vispassage: een kunstmatige passage voor vissen om de vistrek mogelijk te maken in of tussen waterlopen.
Bij het verrichten van werkzaamheden of het maken dan wel behouden van werken in, op, onder of over een oppervlaktewaterlichaam en/of een daartoe behorende beschermingszone moet worden gedacht aan activiteiten die de zogenaamde bak (waterbodem en taluds), en de ondersteunende kunstwerken raken. Het storten, plaatsen of neerleggen van vaste substanties of voorwerpen in, op, onder of over een oppervlaktewaterlichaam of een daartoe behorende beschermingszone of het daar vervolgens achterlaten van deze substanties of voorwerpen ziet met name op de bescherming van de ecologie en op een veilige afvoer van water door oppervlaktewaterlichamen, teneinde wateroverlast en overstroming te voorkomen.
Onder de vergunningplicht vallen onder de zinsnede ‘handelingen te verrichten’ onder andere: aanleg-, boor-, bouw-, graaf-, demping-, herstel-, onderhoud-, plant- reparatie-, revisie-, sloop-, uitbreiding-, verbouw, herbouw-, wijzigings- en verwijderwerkzaamheden. De eerder vermelde handelingen betreffen handelingen die tot doel hebben verandering te brengen in de staat van waterstaatswerken. Verder ook werkzaamheden die dat niet tot doel hebben, maar waarvan onbedoeld effect is dat verandering wordt gebracht in de staat van die werken. Onder deze vergunningplicht valt bijvoorbeeld het dempen van een sloot. Ook valt het behouden en laten groeien van beplanting in de beschermingszone eronder. Tot slot vallen onder de vergunningplicht ook de handelingen van derden waarmee de waterstand op een ander peil wordt gebracht of gehouden dan het peil dat voor het betreffende oppervlaktewaterlichaam door het waterschap is vastgesteld.
Tweede lid
Het aanleggen, verwijderen, verplaatsen of behouden van een werk in een c-water heeft een zeer gering effect op de waterhuishouding. Daarom is voor het aanleggen, verwijderen, verplaatsen of behouden van een zodanig werk geen vergunning vereist, en hoeft ook geen melding te worden gedaan. Er geldt alleen een vergunningplicht voor het verwijderen van een peilregulerend werk in c-water in beschermd gebied.
Derde lid
In het derde lid is bepaald dat in het profiel van vrije ruimte zonder vergunning geen werken mogen worden geplaatst, gewijzigd of behouden. Dit profiel is nodig om toekomstige aanpassingen van waterstaatswerken mogelijk te maken. Met de vastlegging van profielen van vrije ruimte moet het waterstaatsbelang zijn gediend, binnen het kader van de zorg voor het watersysteem en de doelstellingen van de Omgevingswet. Belangrijk is dat de profielen van vrije ruimte goed worden onderbouwd, bijvoorbeeld aan de hand van wetenschappelijke rapporten over te verwachten waterstandstijgingen, klimaatscenario’s, etc. Daarbij moet het waterschapsbestuur het belang van een profiel van vrije ruimte en daarmee het niet kunnen bebouwen van die gronden, zorgvuldig afwegen tegen de belangen van derden.
Vierde lid
In het vierde lid is een vergunningplicht opgenomen voor het aanleggen van een oppervlaktewaterlichaam of een ondersteunend kunstwerk. Voor de definitie van een ondersteund kunstwerk wordt verwezen naar bijlage I. Daarop aanvullend het volgende:
In een oppervlaktewaterlichaam zijn soms constructies opgenomen die een waterstaatskundig doel hebben (bijvoorbeeld een stuw, een sluis of een gemaal) of nodig zijn om andere functies te faciliteren (bijvoorbeeld een duiker om de toegang tot een perceel te regelen). Al deze constructies worden samengevat onder de term ondersteunende kunstwerken. Voor de volledigheid, de volgende ondersteunende kunstwerken worden onderscheiden:
- Gemaal: kunstwerk om water van een lager naar een hoger niveau te brengen. Het brengt of houdt water in een peilgebied op een bepaald peil.
- Stuw: regelbaar kunstwerk om water in een oppervlaktewater tot op een bepaalde hoogte op te stuwen of te zorgen dat het waterpeil niet boven een bepaalde hoogte komt.
- Overlaat: niet regelbare stuw.
- Sluis: kunstwerk in een waterkering tussen twee oppervlaktewateren met een verschillend waterpeil, dat dient om water te keren, maar dat door een beweegbaar mechanisme ook water of schepen kan laten passeren.
- Duiker: kokervormige constructie die ligt in een weg of toegangsdam en is bedoeld om oppervlaktewateren met elkaar te verbinden.
- Sifon (ook wel een onderleider genoemd): duiker waarmee water van het ene oppervlaktewater (meestal) onder een ander oppervlaktewater door loopt. Een sifon wordt bijvoorbeeld aangelegd om water met verschillende kwaliteiten van elkaar de scheiden of wanneer een gebied met eenzelfde peil wordt doorsneden door een oppervlaktewater met een ander peil.
- Afsluiter: kunstwerk bedoeld om water onder vrij verval in het gebied in te laten. Een inlaat heeft meestal aan één zijde een schuif of klep die kan worden opengezet om water binnen te laten.
- Vispassage: een kunstmatige passage voor vissen om de vistrek mogelijk te maken in of tussen waterlopen.
In het vierde lid is een vergunningplicht opgenomen voor het aanleggen, verbreden of verdiepen van een oppervlaktewaterlichaam.
Vijfde lid
In het vijfde lid is een vergunningplicht opgenomen voor het brengen van water in of het onttrekken van water aan oppervlaktewaterlichamen. Hiermee wordt zowel het brengen en onttrekken zonder een werk bedoeld als het brengen en onttrekken met een werk. Met andere woorden: onder deze vergunningplicht valt het afvoeren van water naar en het aanvoeren van water uit oppervlaktewaterlichamen en het lozen op of onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen.
Ook het afvoeren van hemelwater door toename of afkoppeling van verhard oppervlak valt onder dit lid. De toename van verhard oppervlak leidt tot een zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem en leidt met regelmaat tot wateroverlast stroomafwaarts. Hetzelfde geldt voor situaties waar het hemelwater aanvankelijk niet op het oppervlaktewaterlichaam tot afvoer werd gebracht, en nu wel (afkoppelen). Dit komt doordat neerslag via het verharde oppervlak sneller wordt afgevoerd naar het oppervlaktewaterlichaam dan wanneer het oppervlak onverhard was gebleven. Er ontstaat dan een afvoergolf die problemen kan veroorzaken. Dit effect wordt versterkt, wanneer er meerdere van deze ingrepen plaatsvinden die leiden tot een toename van het verhard oppervlak dat afwatert op een oppervlaktewaterlichaam (cumulatief effect). Om de zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem onder normale omstandigheden tegen te gaan is het brengen van hemelwater vanaf verhard oppervlak op het oppervlaktewaterlichaam specifiek vergunningplichtig gesteld.
YYYYYY
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het plaatsen en behouden van een peilregulerend werk betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudige en veel voorkomende activiteit in een oppervlaktewaterlichaam. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval vaak voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Een melding wordt verplicht gesteld om de legger op orde te houden.
Derde lid
Deze vrijstelling is slechts van toepassing op peilregulerende werken die eenvoudig ongedaan gemaakt kunnen worden in relatie tot beekherstel, het meanderende en/of natuurlijke karakter van de beek en/of de aanleg van een ecologische verbindingszone.
Als een peilregulerend werk eenvoudig te verwijderen of te verplaatsen is, wordt bijvoorbeeld het uit te voeren beekherstel niet ernstig gehinderd of onmogelijk gemaakt.
ZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCC
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam tot 100 m3 per uur is een relatief eenvoudig en vooral in de agrarische sector een veel voorkomende handeling waarvoor een permanent onttrekkingsvoorziening in het talud van het oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd zonder dat een vergunningplicht hoeft te worden ingesteld. Onderbemalingen zijn niet inbegrepen bij deze vrijstelling. Van onderbemaling is sprake indien het oppervlaktewaterpeil plaatselijk wordt verlaagd door middel van een pomp.
Voor het onttrekkingswerk geldt paragraaf 2.1.7 'Lozingsconstructies en onttrekkingswerken'.
Bij bijzondere omstandigheden kan het bestuur op basis van afdeling 1.10 een onttrekkingsverbod instellen. Dit verbod geldt ook voor de onttrekkingen die onder deze paragraaf vallen. In combinatie met deze paragraaf, kunnen hiermee de relevante waterhuishoudkundige belangen voldoende worden gewaarborgd.
DDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEE
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
FFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHH
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het leggen en verwijderen van kabels en leidingen onder of over oppervlaktewaterlichamen en hun beschermingszone en het profiel van vrije ruimte komt regelmatig voor. Het gebeurt veelal door gespecialiseerde bedrijven in opdracht van nutsbedrijven. Verwacht wordt dat de daarop betrekking hebbende NEN-normen worden toegepast.
Indien gebruik wordt gemaakt van bestaande infrastructurele werken, in eigendom van het waterschap, moet hier toestemming voor worden verkregen.
IIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKK
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBB
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCCCCCCC
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDDDDDDD
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEEEEEEE
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij de uitvoering van de werkzaamheden zoals genoemd in dit artikel worden er op relatief beperkte schaal werkzaamheden in de grond op of bij het waterstaatswerk uitgevoerd. Deze werkzaamheden hebben geen negatief effect op het oppervlaktewaterlichaam.
Werken en objecten die benodigd zijn geplaatst ten behoeve van het beheer, onderhoud en/of het functioneren van het oppervlaktewaterlichaam zijn onder andere: (naam) bordjes, bedieningskasten, poorten die door het waterschap zijn geplaatst, grensstenen, bomen waarvoor bijvoorbeeld de beschaduwing noodzakelijk is voor het functioneren de watergang (KRW), beplanting, etc.
FFFFFFFF
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
GGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKK
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Eerste lid
Onder dit artikel wordt vrijstelling gegeven voor tijdelijke werkzaamheden van geringe omvang die nodig zijn om andere vrijgestelde activiteiten te kunnen uitvoeren. Een voorbeeld hiervan is het tijdelijk afdammen van een watergang om een dam met duiker aan te kunnen leggen.
Het artikel geldt ook voor b-wateren die in de beschermingszone van de keringen liggen.
Tweede lid
Dit artikel bevat een vrijstelling voor kortdurende activiteiten in of langs wateren. Deze activiteiten kunnen, naast tijdelijke werken, ook bestaan uit ‘evenementen’ in of langs het water. Het waterschap heeft daartegen geen bezwaar gezien het beperkte effect op de watergang en de bijbehorende doelstellingen van de watergang. Hierbij is het wel van belang dat de watergang en de beschermingszones na afloop in de oorspronkelijke staat worden teruggebracht.
Onder een vaarevenement wordt verstaan iedere vorm van georganiseerde groepsactiviteit waarbij gebruik gemaakt wordt van één of meerdere vaartuigen, vlotten of drijvende voorwerpen, zowel eenmalig als wederkerend van aard. Varen met bijvoorbeeld een roeiboot of een kano wordt door dit artikel niet verboden. In die gevallen waar het wenselijk is varen geheel te verbieden, kan dat verboden worden door het nemen van een verkeersbesluit op grond van de Scheepvaartverkeerswet. Hieronder wordt kort uitgelegd hoe de bevoegdheidsverdeling is geregeld.
Het waterschap is bevoegd regels te stellen in het belang van het waterbeheer; dat doet het waterschap in de waterschapsverordening. Daarnaast kan het waterschap op grond van de Scheepvaartverkeerswet regels stellen voor wateren die tevens scheepvaartwegen zijn in de zin van de Scheepvaartverkeerswet. Die regels zien niet op het waterbeheer maar bijvoorbeeld op de instandhouding van de vaarweg als verkeersroute, de bescherming van de waterhuishouding, de oevers en waterkeringen en in de bescherming van in of boven de vaarweg aanwezig werken tegen schade door scheepvaart.
De bevoegdheden van het waterschap ingevolge de Scheepvaartverkeerswet en de bevoegdheid als waterbeheerder kunnen elkaar op dit punt overlappen. Bij strijdigheid prevaleert de Scheepvaartverkeerswet.
Een aantal oppervlaktewaterlichamen heeft naast een functie voor de water aan- en afvoer ook een scheepvaartfunctie. Met betrekking tot scheepvaart moet onderscheiden worden: het vaarwegbeheer en het nautisch beheer.
- Vaarwegbeheer: Onder vaarwegbeheer wordt verstaan: de aanleg en het in stand houden van de infrastructurele voorzieningen die nodig zijn voor gebruik van het water door de scheepvaart. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant heeft de provincie het waterschap belast met het vaarwegbeheer over de daarin opgenomen vaarwegen.
- Nautisch beheer: Nautisch beheer is het reguleren van het scheepvaartverkeer op basis van de Scheepvaartverkeerswet. De Scheepvaarverkeerswet en het daarop gebaseerde Binnenvaartpolitiereglement regelen het verkeer op vaarwegen. De nautisch beheerder is bevoegd regels te stellen.
De maatwerkvoorschriften zoals vermeld in artikel 2.1182.119 kunnen derhalve ook betrekking hebben op scheepvaartaspecten (veiligheid, geen belemmering, etc.).
LLLLLLLL
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
MMMMMMMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNNNNNNN
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
OOOOOOOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPPPPPPP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQQQQQQ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
RRRRRRRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSSSSSSS
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TTTTTTTT
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UUUUUUUU
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VVVVVVVV
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WWWWWWWW
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XXXXXXXX
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
YYYYYYYY
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ZZZZZZZZ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAAAAAAAA
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBBBBBBBB
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het brengen van water in een oppervlaktewaterlichaam tot 100 m3 per uur is een relatief eenvoudig en, bijvoorbeeld in de agrarische sector, een veel voorkomende handeling waarvoor een permanente lozingsvoorziening in het talud van het oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels.
Voor de lozingsconstructie geldt paragraaf 2.1.7 'Lozingsconstructies en onttrekkingswerken'.
Tweede lid
Onder het oude recht werd de toelichting over de beschrijving van de wijze waarop in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (art. 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening) opgenomen in een waterparagraaf. In het nieuwe stelsel komt de betrokkenheid van de waterbeheerder bij omgevingsplannen terug in de "weging van het waterbelang", art. 5.37 Besluit kwaliteit leefomgeving. De uitkomst van die weging wordt verwoord in de toelichting, dus ook in het nieuwe stelsel zullen omgevingsplannen een waterparagraaf bevatten.
Het waterschap hecht eraan dat waterbelangen zo vroeg mogelijk in omgevingsplannen worden meegenomen. Om dat te stimuleren is een vrijstelling verantwoord daar waar de (maatregelen in) waterparagrafen van omgevingsplannen zodanig concreet zijn dat ze getoetst kunnen worden aan de richtlijnen voor een waterhuishoudkundig plan (zoals benoemd in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de regels waterschapsverordening voor afvoeren van hemelwater’).
Derde lid
Het waterschap stelt criteria vast waarin is opgenomen in welke gevallen versnelde afvoer van hemelwater door toename van verhard oppervlak van compenserende maatregelen moet worden voorzien. Daarmee wordt de toename van piekafvoeren op het oppervlaktewatersysteem beperkt. Indien de compensatie voldoet aan deze criteria, is een vergunning niet noodzakelijk.
Vanuit de schaalgrootte van het waterschap is het verantwoord om de criteria uit de algemene regels te hanteren. Vanuit de gemeente kan het meerwaarde hebben om hier andere eisen aan te stellen.
Vierde lid
Het middelste getal in de rekenregel is de gevoeligheidsfactor. Dit is een nominale waarde die de hydrologische gevoeligheid en infiltratiepotentie van de locatie uitdrukt. De gevoeligheidsfactor is verdeeld in 3 zones: 1, 0,5 of 0,25. Om te bepalen welke zone van toepassing is op een bepaalde locatie, dient de Kaart Gevoeligheidsfactor te worden geraadpleegd op de website van het waterschap.
Het getal 0,06 in de rekenregel staat voor de waterschijf van 60 mm die overeenkomt met de vastgestelde bovengrens voor de compensatiecapaciteit van 600 m3/ha.
CCCCCCCCC
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het brengen van meer dan 50 m3m3 per uur in een oppervlaktewaterlichaam, kan problemen geven in de waterafvoer van het water. Hierdoor is het mogelijk dat er wateroverlast ontstaat. Daarom is een meldingsplicht opgenomen.
DDDDDDDDD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel regelt vrijstelling van vergunningplicht voor tijdelijke bronbemalingen in beginsel zoals dat voorheengeregeld was, met dat verschil dat de verplichting het onttrokken grondwater terug in de keur en daarvoorgrond te brengen voortaan overal buiten het stedelijk gebied geldt. Voorheen gold die verplichting alleen in de provinciale verordening geregeld wasbeschermde gebieden, attentiegebieden en invloedsgebieden Natura 2000 vanwege provinciaal beleid. Onttrekkingen Nu staat het aanvullen van grondwater meer centraal dan voorheen. Binnen het stedelijk gebied geldt dat, vanwege de ruimtedruk, er veel meer functies en effecten zijn om rekening mee te houden. Om die reden worden hier andere eisen gesteld aan het terugbrengen van het onttrokken grondwater. Onttrekkingen met een langere duur en/of een groter debiet en met een ander doel dan is aangegeven, blijven vergunningplichtig. Bij het formuleren van de vergunningplicht is voor het debiet en de tijdsduur aansluiting gezocht bij wat in de praktijk gangbaar en acceptabel is qua werkdruk en grondwatergebruik.
Eerste lid
In het eerste lid, is specifiek bronbemaling geregeld met een maximum aan hoeveelheid en tijdsduur. Hierbij kan gedacht worden aan sleufbemaling, bronbemaling van korte duur ten behoeve van reparatie of inspectie van ondergrondse leidingen en installaties en bemalingen ten behoeve van onderzoek voor het bepalen van o.a. de doorlatendheid of funderingsonderzoek. De bescherming van het grondwater is daar geborgd door een beperking in de capaciteit en tijdsduur van de onttrekking. Die is daarmee zodanig, dat een retourplicht niet in verhouding staat en daarom achterwege is gelaten.
Tweede en derde lid
In het tweede en derde lidhet tweede lid, worden bronbemalingen voor het droog houden vanhet drooghouden van een bouwput of ten behoeve van bodemsanering geregeld. Hierin wordt vrijstelling gegeven voor bronneringen in Beschermd gebied mitsbronneringen buiten het bebouwd gebied mits het water ter plaatse wordt teruggebracht in de bodem. Dit wordt verantwoord geacht gezien het feit er volledige retournering in de bodem van het onttrokken water dient te geschieden waardoor de onttrekking effectief geen invloed heeft. Hiermee is de beoogde standstill ten behoeve van verdrogingsbestrijding in deze gebieden nog steeds afdoende geborgd.
EEEEEEEEE
Na sectie ' Aanwijzing vergunningvrije gevallen' worden vijf secties ingevoegd, luidende:
Aanbrengen van verhard oppervlak leidt tot een versnelde afvoer van hemelwater naar het watersysteem. Hetzelfde geldt voor het afkoppelen van verhard oppervlak. Bovendien leidt aanbrengen van verhard oppervlak tot een afname van het aanvullen van het grondwater. Beide zijn ongewenst. Om versnelde afvoer en toename van verdroging zoveel mogelijk te voorkomen, stelt het waterschap compensatie-eisen aan het aanbrengen en wijzigen van verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak. Dit met als doel de huidige belasting van het watersysteem terug te dringen en verdroging terug te dringen.
Voor het aanbrengen of wijzigen van verharding van beperkte omvang (kleiner dan 500 m2) zijn de negatieve effecten op oppervlaktewater en grondwater beperkt. Daarom gelden hiervoor geen compensatie-eisen. Voor activiteiten met een omvang tussen de 500 en 10.000 m2 acht het waterschap het verantwoordelijk om hiervoor criteria onder algemene regels te hanteren. Indien aan deze vereisten wordt voldaan is er geen vergunning nodig.
Voor activiteiten met een omvang tussen 500 en 10.000 m2 hanteert het waterschap verschillende compensatie-eisen voor binnen en buiten bebouwd gebied. Dit onderscheid is gemaakt omdat er binnen bebouwd gebied veel minder mogelijkheden zijn voor het realiseren van een compensatievoorziening. Om te kunnen bepalen of er aan de voorwaarden wordt voldaan, dient het volgende stappenplan te doorlopen te worden.
1. Bepalen bruto compensatie opgave
De compensatie opgave (uitgedrukt in m3) wordt bepaald door het totaal aan te brengen nieuw of te wijzigen verhard oppervlak (dit is inclusief toe te passen groene daken en doorlatende verharding) te vermenigvuldigen met de compensatie-eis (de waterschijf uitgedrukt in m). De compensatie-eis bedraagt buiten bebouwd gebied 0.10 m. Hiervan uitgezonderd zijn glastuinbouw en trayvelden. Hiervoor geldt vooralsnog een compensatie-eis van 0,06 m. Binnen bebouwd gebied geldt een compensatie-eis van 0,08 m.
2. Bepalen netto compensatie opgave
Het toepassen van groene daken en doorlatende verharding draagt bij aan het vasthouden van hemelwater. Om die reden mag de hoeveelheid m3 die hiermee wordt vastgehouden, in mindering worden gebracht op de vereiste compensatie. Voor zowel groene daken als doorlatende verharding dient hiervoor met een waterschijf van 0,025 m gerekend te worden.
3. Bepalen compensatie door aanvulling grondwater
De hoeveelheid hemelwater die kan infiltreren in de bodem, wordt bepaald door de beschikbare ruimte in het plan voor infiltratie te vermenigvuldigen met een infiltratiefactor. De infiltratiecapaciteit is de hoeveelheid water die in 24 uur kan infiltreren. Deze is sterk afhankelijk van de bodemopbouw. Voor het toepassen van deze algemene regel wordt enkel onderscheid gemaakt in matig doorlatende gronden en goed doorlatende gronden. De peilbesluitgebieden worden als matig doorlatende gronden beschouwd en de hellend zandgebieden als goed doorlatende gronden. De infiltratiecapaciteit voor peilbesluitgebieden en vrij afwaterend gebied zijn respectievelijk; 0,05 (m) en 0,10 (m). Deze zijn conservatief ingestoken om de kans op wateroverlast, door de aanleg van een te krappe compensatievoorziening, zoveel mogelijk te voorkomen.
4. Bepalen resterende compensatie opgave
De resterende compensatie opgave wordt bepaald door het volume dat binnen 24 uur kan infiltreren in mindering te brengen op de netto compensatie opgave.
5. Bepalen hoeveelheid afvoer naar oppervlaktewater
Het onder stap 4 berekende volume dient te worden opgevangen in een compensatievoorziening (berging). Van dit volume dient een deel alsnog te infiltreren. Dit overeenkomstig de minimale infiltratie-eis van 0,01 m voor het aan te brengen of te wijzigen van verhard oppervlak. De rest mag via een uitlaatconstructie vertraagd worden afgevoerd naar oppervlaktewater.
Rekenvoorbeeld
Initiatief binnen bebouwd gebied
Aanbrengen verhard oppervlak 7500 m2
De verharding bestaat voor 500m2 uit groen dak en 1500 m2 doorlatende verharding
Omvang infiltrerende gronden 500 m2
Bruto compensatie opgave in stedelijk gebied: 7500 (m2) x 0,08 (m) = 600 (m3)
Netto compensatie opgave door in mindering brengen groen dak en doorlatende verharding: 600 (m3) - [500 (m2) +1500 (m2)] x 0,025 (m) = 550 (m3)
Vrij afwaterend gebied
Compensatie door aanvulling grondwater: 500 (m2) x 0,10 (m) = 50 (m3)
Resterende opgave (berging): 550 (m3) - 50 (m3) = 500 (m3)
Minimaal te infiltreren via voorziening: 7500 (m2) x 0,01 (m) = 75 (m3)
Maximaal vertraagd af te voeren naar oppervlaktewater: 500 (m3) - 75 (m3) = 425 (m3)
Peilbesluitgebied
Compensatie door aanvulling grondwater: 500 (m2) x 0,05 (m) = 25 (m3)
Resterende opgave (berging): 550 (m3) - 25 (m3) = 525 (m3)
Minimaal te infiltreren via voorziening: 7500 (m2) x 0,01 (m) = 75 (m3)
Maximaal vertraagd af te voeren naar oppervlaktewater: 525 (m3) - 75 (m3) = 475 (m3)
Het effect van het aanbrengen of wijzigen van verhard oppervlak dient gecompenseerd te worden door hiervoor een compensatievoorziening in te richten. Deze voorziening moet zodanig van omvang zijn dat minimaal een waterschijf van 0,01 m afkomstig van het verhard oppervlak in de bodem kan zakken. Om die reden moet de compensatie-voorziening boven de gemiddeld hoogte grondwaterstand (GHG) aangelegd worden. De resterende waterschijf moet worden geborgen in de compensatievoorziening en mag enkel vertraagd worden afgevoerd naar het watersysteem. Hiervoor dient de compensatievoorziening voldoende bergingscapaciteit te bezitten.
Met het afkoppelen van verhard oppervlak wordt er minder relatief schoon hemelwater naar de waterzuivering afgevoerd. Dit heeft een positief effect op het zuiverings-rendement. Gelet hierop en het feit dat afkoppelen van oppervlakken tot 500 m2 nauwelijks leidt tot een versnelde afvoer, gelden hiervoor geen compensatie-eisen. Voor afkoppelplannen met een omvang tussen de 500 en 10.000 m2 acht het waterschap het verantwoordelijk om hiervoor criteria onder algemene regels te hanteren. Indien aan deze vereisten wordt voldaan is er geen vergunning nodig.
FFFFFFFFF
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In dit artikel is het overgangsrecht opgenomen voor vergunningen, verleend op basis van de voorgaande waterschapsverordening.
Eerste lid
Als de handelingen zowel op basis van de voorgaande waterschapsverordening als deze vergunningplichtig zijn, en er is een vergunning verleend op basis van de voorgaande waterschapsverordening, dan wordt deze vergunning geacht te zijn verleend op basis van deze waterschapsverordening.
Voor oudere vergunningen en ontheffingen, die zijn verleend op basis van de keur (of eerdere keuren van vóór de laatst geldende keur) gold het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet. Artikel 4.13 van de Invoeringswet Omgevingswet bepaalt dat een vergunning voor een activiteit waarop een verbodsbepaling van toepassing is als bedoeld (onder andere) de waterschapsverordening die tegelijk met inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege is ontstaan en die onherroepelijk is, geldt als een omgevingsvergunning voor die activiteit. Kort gezegd: reeds verleende vergunningen worden gelijkgesteld met een vergunning op grond van die “waterschapsverordening van rechtswege”. Dit geldt ook voor fictieve vergunningen die op grond van het overgangsrecht van de laatste keur (of voorafgaande keuren) zijn ontstaan. Vanaf het moment dat een object, waarvoor eerder een vergunning is verleend, wordt vervangen en/of (in vorm of afmeting) wijzigt, dient het object te voldoen aan de huidige regels van deze waterschapsverordening. De eerder verleende vergunning/ontheffing vervalt dan van rechtswege. Denk bijvoorbeeld aan het vervangen van een hekwerk of een haag dat langs een a-watergang staat. Ditzelfde geldt voor handelingen waarvoor eerder een vergunning is verleend; bijvoorbeeld het ontwateren van gronden met een drainagemiddel of het wijzigen van de putdiepte bij een grondwateronttrekking ten behoeve van beregening.
Tweede lidHet overgangsrecht van eerder verleende vergunningen en ontheffingen geldt ook voor fictieve vergunningen die op grond van het overgangsrecht van de laatste keur (of voorafgaande keuren) zijn ontstaan. Het gaat om al hetgeen voor inwerkingtreding van deze waterschapsverordening tot stand is gebracht en/of wordt uitgevoerd. Dit betreft zowel objecten die zijn aangebracht of handelingen die worden uitgevoerd. Dit soort fictieve vergunningen zijn ontstaan omdat die objecten en/of handelingen reeds tot stand waren gebracht vóórdat deze objecten en handelingen vergunningplichtig werden gesteld en dat op een later moment wel is geworden. Bij deze categorie geldt ook dat vanaf het moment dat er een wijziging plaatsvindt aan het object, deze wordt verwijderd of vervangen of een wijziging plaatsvindt in de handeling, dat er dan voldaan moet worden aan de regels van deze waterschapsverordening en de fictieve vergunning van rechtswege komt te vervallen.
Derde lid
Het tweede lid bevat een regeling voor activiteiten die na inwerkingtreding van deze verordening niet meer vergunningplichtig zijn. De voorschriften van dergelijke vergunningen blijven als maatwerkvoorschrift bestaan, mits het voorschrift past binnen de bevoegdheid om maatwerkvoorschriften te stellen op grond van deze verordening.
Vierde lid
In het derde lid is een voorziening getroffen voor lopende aanvragen om een omgevingsvergunning. De aanvraag wordt afgehandeld onder het oude recht, mits de activiteit ook in de nieuwe waterschapsverordening vergunningplichtig is. Dit zorgt ervoor dat het er gedurende het vergunningentraject geen omschakeling naar het nieuwe beleid hoeft plaats te vinden. Zodra de vergunning onherroepelijk wordt, wordt de vergunning gelijkgesteld met een vergunning op grond van de nieuwe verordening. Het overgangsrecht voor lopende aanvragen voor activiteiten die niet meer vergunningplichtig zijn, is opgenomen in artikel 6.27.2.
GGGGGGGGG
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HHHHHHHHH
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
IIIIIIIII
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
JJJJJJJJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKKKKKKKK
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het waterschap is verantwoordelijk voor het onderhouden van de categorie A-waterlopen. Om het onderhoud veilig en doelmatig te kunnen doen, is er aan weerszijden van de waterloop een beschermingszone gesitueerd. Deze zones zijn qua ligging vastgelegd als werkingsgebieden behorende bij deze verordening. Aan het gebruik van deze beschermingszones zijn eisen verbonden. Deze zijn opgenomen in deze waterschapsverordening. Zo zijn er onder andere regels ten aanzien van het plaatsen van objecten. Objecten naast de waterloop kunnen het veilige en doelmatige onderhoud van de waterloop namelijk hinderen. Dergelijk objecten noemen we obstakels. In de loop van de afgelopen 40 jaar zijn de beschermingszones verbreed van oorspronkelijk 1 meter naar 5 meter. Gevolg hiervan is dat veel rechtmatig tot stand gebrachte objecten in de beschermingszones te dicht langs waterlopen staan, niet aan de huidige vereisten voldoen en daarmee een obstakel vormen voor het onderhoud. Dit leidt tot onveilige situaties en / of kostbare aanpassingen in het onderhoud. Dit is zeer onwenselijk. Daarnaast zijn er ook veel onrechtmatig tot stand gebrachte obstakels te vinden in de beschermingszones in ons beheergebied. Het doel van deze overgangsbepaling is om zowel de rechtmatig als de onrechtmatig tot stand gebrachte obstakels aan de huidige waterschapsverordening en de uitgangspunten van Wijzer Onderhoud te laten voldoen, zodat het onderhoud veilig en doelmatig kan worden uitgevoerd. Het waterschap acht het niet wenselijk om obstakels nog langer te laten staan, omdat dit ten koste gaat van de veiligheid en de doelmatigheid tijdens het uitvoeren van het onderhoud aan de watergangen. Daarom gaat het waterschap actief aan de slag om, in situaties waar het veilig kunnen uitvoeren van het onderhoud in het gedrang is, de beschermingszone obstakelvrij te maken. Om het één en ander goed te reguleren heeft het waterschap op 1 juli 2019 een Algemene regel ‘Overgangsbepaling obstakels langs waterlopen’ vastgesteld, en sinds 1 januari 2024 overgenomen in deze waterschapsverordening.
Reikwijdte
Deze overgangsbepaling is alleen van toepassing op obstakels die zijn aangebracht vóór 1 januari 2010. Dit geldt voor zowel rechtmatig als onrechtmatig tot stand gebrachte obstakels.
Voor obstakels van na 1 januari 2010 is de huidige regelgeving van toepassing en kan geen gebruik worden gemaakt van deze algemene regel. Als peildatum is 1 januari 2010 gekozen, zijnde het eerste jaar na inwerkingtreding van de Waterwet.
In artikel 6.67.6 van deze overgangsbepaling is onder meer vastgelegd dat in goede staat verkerende, kapitaalintensieve bouwwerken van vóór 2010, permanent vrijgesteld zijn van de vergunningplicht. Deze categorie bouwwerken hoeven niet verwijderd te worden uit de beschermingszone. Dit omdat het waterschap, in tegenstelling tot de overige obstakels als bedoeld in artikel 6.77.7 van deze overgangsbepaling, het te ingrijpend voor belanghebbenden vindt om dergelijke bouwwerken nu nog te laten verwijderen
Eerste lid
Voor het begrip bouwwerk in deze definitie wordt aangesloten bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een bouwwerk is elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. Hiermee wordt geborgd dat in deze algemene regel de begrippen worden gehanteerd die gebruikelijk zijn in het omgevingsrecht. Op basis van luchtfoto’s bepaalt het waterschap of het betreffende bouwwerk voor 1 januari 2010 is geplaatst of erna.
Voor een permanente vrijstelling wordt geëist dat het bouwwerk thans in een goede staat verkeert en kapitaalintensief is. Een bouwwerk verkeert in goede staat onder meer als dit bouwwerk zijn functie kan vervullen en geen risico vormt voor de veiligheid van mens en dier. Bij een woning geldt bijvoorbeeld dat deze bewoonbaar moet zijn zonder dat er gevaar voor instorting bestaat. Voorts wordt (cumulatief) geëist dat het bouwwerk kapitaalintensief is. Dit betekent in elk geval dat het bouwwerk een normale tot zware fundering in de grond moet hebben, welke is gestort, geslagen of anderszins is aangebracht en/of het bouwwerk heeft een gemetselde of anderszins geïsoleerde wanden en/of een pannendak.
Ter verduidelijking: niet-kapitaalintensieve bouwwerken hebben een tijdelijk karakter en/of zijn handmatig demontabele bouwwerken die niet aan bovenstaande cumulatieve eisen omtrent fundatie en geïsoleerde wanden voldoen. Voorbeelden van niet-kapitaalintensieve bouwwerken zijn: een kippenhok, een (ijzeren) hekwerk, een schutting, een tuinmuur, een fietsenrek, speeltoestellen, een blokhut, een tuinhuis met houten wanden etc.
Derde lid
Bouwwerken worden behouden in de staat zoals ze zich op 1 januari 2010 bevonden. Wijzigingen en uitbreidingen van een bouwwerk en sloop en nieuwbouw op dezelfde locatie zijn daarom niet toegestaan. Alleen kleinschalige bouwactiviteiten die het beheer en onderhoud van de waterloop niet kunnen hinderen, zoals dakramen en zonnepanelen plaatsen op een dak van een gebouw, zijn toegestaan op grond van dit lid (artikel 2 van bijlage 2 Besluit omgevingsrecht). Bij grootschaligere aanpassingen moet voldaan worden aan de op dat moment geldende regels. Het is niet wenselijk om de situatie nog verder te verslechteren en het waterschap grijpt zo’n moment graag aan om te kijken of ook die situaties conform de uitgangspunten van toekomstbestendig onderhoud gemaakt kunnen worden.
LLLLLLLLL
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Overige obstakels in de beschermingszone die vóór 2010 zonder vergunning zijn geplaatst en niet voldoen aan de geldende regels vormen ook een belemmering voor het onderhoud. Het gaat hier om niet-kapitaalintensieve bouwwerken zoals uitgelegd in de toelichting bij artikel 6.67.6. Waterschap Aa en Maas gaat onveilige situaties, als gevolg van de aanwezigheid van obstakels in de beschermingszone, aanpakken. Het waterschap doet dit zoveel mogelijk in goed overleg met de omgeving. Dit proces noemt het waterschap Wijzer Onderhoud. Mede op basis van de resultaten van het overleg, kan het waterschap bepalen welke obstakels verwijderd dienen te worden. Het waterschap acht dit, in tegenstelling tot de in goede staat verkerende, kapitaalintensieve bouwwerken als bedoeld in artikel 6.67.6, minder ingrijpend en weegt het belang van het veilig en doelmatig uit kunnen voeren van het onderhoud in deze gevallen zwaarder. Omdat de situaties veelal langer bestaan biedt het waterschap met deze overgangsbepaling een termijn waarbinnen het obstakel verwijderd moet worden. Deze termijn wordt per geval bepaald. Tot die tijd zijn de obstakels tijdelijk vrijgesteld van de vergunningplicht.
Bij het bepalen welke obstakels verwijderd dienen te worden, hanteert het waterschap het principe “we rijden niet door tuinen, tenzij …”. Onder tuinen wordt hier verstaan percelen die op 1 januari 2010 de bestemming wonen hadden en bouwvlakken binnen een perceel met de bestemming agrarisch, die op 1 januari 2010 ingericht zijn als tuin.
Bij tuinen die hier aan voldoen bekijkt het waterschap allereerst of de onderhoudssituatie veilig kan worden gemaakt door relatief eenvoudige aanpassingen aan het oppervlaktewaterlichaam. Als het waterschap van mening is dat dit het geval is, kunnen de betreffende obstakels blijven staan. Als dit niet mogelijk is dan moeten alle obstakels die het onderhoud onveilig maken, verwijderd worden.
Eerste lid
De tijdelijke vrijstelling in dit lid geldt voor onrechtmatig tot stand gebrachte obstakels.
Of een obstakel dateert van vóór 2010 wordt zoveel mogelijk bepaald op basis van luchtfoto’s. Bomen, struiken en andere obstakels met een relatief grote oppervlakte zijn over het algemeen goed zichtbaar op luchtfoto’s. Dit geldt niet voor kleinere obstakels zoals bijvoorbeeld hydranten of afrasteringen. Van een kleiner obstakel zal de eigenaar zelf aannemelijk moeten maken dat het een obstakel betreft van vóór 2010. Bijvoorbeeld op basis van een factuur, een foto of ander bewijsmateriaal.
Tweede lid
De termijn waarbinnen de obstakels behouden mogen blijven – oftewel de einddatum van de tijdelijke vrijstelling – wordt bij maatwerkvoorschrift vastgesteld. Een maatwerkvoorschrift is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen het maatwerkvoorschrift staat bezwaar en beroep open.
Derde lid
Ook rechtmatig tot stand gebrachte objecten kunnen een obstakel vormen voor het onderhoud, met name omdat de beschermingszones in de loop der jaren breder zijn geworden. Waar nodig, wordt uit oogpunt van veiligheid ook voor deze obstakels via een maatwerkvoorschrift een termijn gesteld om verplaatst of verwijderd te worden. Dit houdt in dat eerder verleende vergunningen/ontheffingen of situaties die onder het overgangsrecht vallen komen te vervallen.
MMMMMMMMM
Na sectie ' Overgangsrecht overige obstakels' wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Lid 1
Met dit artikel wordt geregeld dat reeds verleende omgevingsvergunningen op grond van de waterschapsverordening Aa en Maas 2024 binnen 3 jaar hun werking verliezen indien geen aanvang is gemaakt met de vergunde activiteit zoals bedoeld in het voormalige artikel 2.2 lid 5.
Lid 2
Met dit artikel wordt een overgangsperiode gegeven aan initiatiefnemers die een activiteit uit hoofdstuk 6 willen uitvoeren, waarvan hun plannen zijn goedgekeurd tussen vóór inwerkingtreding van deze verordening. Dit vinden wij maatschappelijk verantwoord gelet op de belangen rondom woningbouw. Hierbij geldt dat er na vaststelling van het ontwerpplan een aanvang met de activiteit moet zijn gemaakt binnen een periode van 5 jaar na vaststelling van dat plan. In de beleidsregels behorende bij deze waterschapsverordening, zal ook een overgangsperiode worden opgenomen voor de betreffende activiteiten die vergunningplichtig zijn.
Onder ontwerpplannen wordt verstaan:
Voorontwerp inrichtingsplan: eerste ruimtelijke uitwerking van een initiatief, bedoeld voor verkenning en afstemming.
Ontwerp: het ontwerp van het bijbehorende besluit (bijvoorbeeld een ontwerp omgevingsplan of ontwerp-BOPA), dat ter inzage wordt gelegd voor zienswijzen en waarbij afstemming met het waterschap heeft plaatsgevonden.
Definitief besluit: het vastgestelde omgevingsplan of de verleende BOPA, waarmee het initiatief mogelijk wordt gemaakt en waarbij afstemming met het waterschap heeft plaatsgevonden.
Lid 3
Met dit artikel wordt een overgangsperiode gegeven aan initiatiefnemers die een activiteit uit hoofdstuk 6 willen uitvoeren, waarvan hun TAM-IMRO ter inzage hebben gelegen vóór 1 januari 2026. Dit gaat specifiek over een Tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) omgevingsplan via IMRO. Bij deze categorie zal ook overgangsrecht in de relevante beleidsregels, behorende bij deze waterschapsverordening, worden opgenomen voor de vergunningplichtige activiteiten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2026-20454.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.