Besluit
Ik heb in mijn hoedanigheid van dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Rijnland besloten:
- 1.
de piekberging Nieuwe Driemanspolder met ingang van 29 juli 2026 in te zetten ten behoeve van het tijdelijk bufferen van boezemwater;
- 2.
de daarvoor aanwezige waterstaatkundige werken en voorzieningen overeenkomstig de operationele procedures in werking te stellen;
- 3.
dit besluit onmiddellijk in werking te laten treden.
Wettelijk kader
Dit besluit is gebaseerd op de artikelen 19.13 en 19.15 van de Omgevingswet en artikel 96 van de Waterschapswet. Omdat de goede staat van het oppervlaktewater in het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland wordt aangetast of dreigt te worden aangetast vanwege watertekorten heb ik ter voorkoming van verzilting besloten oppervlaktewater vanuit de boezem te bufferen in de piekberging ‘Nieuwe Driemanspolder’.
Belang van zoetwatervoorziening
Uit actuele meetgegevens, weersverwachtingen en hydrologische prognoses blijkt dat sprake is van een uitzonderlijke lage Rijnafvoer en neerslagsituatie waardoor het risico bestaat dat het beschikbare zoetwater ontoereikend wordt voor het peilbeheer van het Rijnlandse boezem en poldersysteem en verzilt water moet worden ingelaten bij het boezemgemaal in Gouda. Het inlaten van water met verhoogde chlorideconcentraties kan nadelige gevolgen hebben voor de waterkwaliteit, landbouwkundige functies, natuurwaarden en het ecologisch functioneren van het watersysteem. Door inzet van de piekberging Nieuwe Driemanspolder wordt aanvullende tijdelijke bergingscapaciteit gecreëerd waardoor de noodzaak voor het inlaten van verzilt water zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Het belang van behoud van voldoende zoetwaterbeschikbaarheid en het voorkomen van verzilting van de waterkwaliteit in het gehele gebied van Rijnland weegt in de gegeven omstandigheden zwaarder dan nadelige gevolgen die tijdelijk of permanent kunnen optreden als gevolg van inundatie van de piekberging. Gezien de Rijnafvoer is bufferen van zoetwater binnen het systeem van groot belang om het dreigende risico voor ernstige verzilting van het watersysteem en de gevolgen voor de waterkwaliteit af te wenden. De inzet van de piekberging acht ik daarom noodzakelijk en evenredig. Ik ben daarbij bevoegd, gegeven artikel 19.15 van de Omgevingswet en artikel 96 van de Waterschapswet, om zo nodig in afwijking van wettelijke voorschriften en zolang de ontstane situatie dit vergt, gebruik te maken van mijn noodbevoegdheid.
Leiden, 30 juli 2026
Rogier van der Sande,
dijkgraaf
Bezwaar
Bent u het niet eens met dit besluit? Dan kunt u binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen bij dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland, Postbus 156, 2300 AD Leiden. Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend en ten minste bevatten:
- 1.
naam en adres van de indiener;
- 2.
- 3.
een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
- 4.
de gronden van het bezwaar.
Voorlopige voorziening
Het indienen van beroep schorst de werking van dit besluit niet. De werking van dit besluit kan worden geschorst door het indienen van een verzoek tot voorlopige voorziening. Nadat u een bezwaarschrift heeft ingediend, kunt u de Rechtbank ’s-Gravenhage (sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH te Den Haag) verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij deze rechtbank kunt u ook via de digitale weg verzoeken om een voorlopige voorziening. Dit is mogelijk via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. U heeft hiervoor wel een elektronische handtekening (DigiD) nodig.