U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Ontwerpbesluit wijziging van de Waterschapsverordening waterschap Scheldestromen 2027

De algemene vergadering van waterschap Scheldestromen;

gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 16 juni 2026, nr. 2026005262;

gelet op artikel 2.5 Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel I

In te stemmen met de ontwerp Waterschapsverordening waterschap Scheldestromen, versie 2027 zoals opgenomen in Bijlage A;

Artikel II

De ontwerp Waterschapsverordening waterschap Scheldestromen, versie 2027 vrij te geven voor participatie, te weten inspraak, gedurende een periode van 6 weken.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de algemene vergadering van 2 juli 2026 van waterschap Scheldestromen.

mr. drs. A.J.G. Poppelaars

Dijkgraaf waterschap Scheldestromen

drs. J. Daane RA

Secretaris-Directeur waterschap Scheldestromen

Bijlage A Artikel I

A

Artikel 1.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.6 Zorgplicht algemeen

  • 1.

    Degene die een activiteit verricht met betrekking tot een weg, het watersysteem, of een onderdeel daarvan en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen bedoeld in artikel 1.6 van de Wet, moet:

    • a.

      alle maatregelen nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;

    • b.

      voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk beperken of ongedaan maken; en

    • c.

      als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

  • 2.

    Degene die handelingen verricht als bedoeld in het eerste lid en daarbij kennis neemt van een inbreuk die door die handelingen wordt veroorzaakt, meldt die inbreuk en de maatregelen die hij voornemens is te treffen of reeds heeft getroffen, zo spoedig mogelijk aan het dagelijks bestuur van het waterschap. Het dagelijks bestuur van het waterschap kan aanwijzingen geven over die maatregelen.

  • 3.

    De zorgplicht genoemd in lid 1, houdt in ieder geval in:

    • a.

      het voorkomen, beperken, onmiddellijk ongedaan maken of achterwege laten van het beschadigen en verontreinigen van een weg of een waterstaatswerk;

    • b.

      het voorkomen, ongedaan maken of achterwege laten van het verondiepen, versmallen of belemmeren van de doorstroom van een oppervlaktewaterlichaam of van de afvoer van kwelwater of regenwater;

    • c.

      het niet nadelig beïnvloeden van de stabiliteit van een waterkering, oeverconstructie of oever;

    • d.

      het voorkomen van aantasting van het waterkerend vermogen van waterkeringen;

    • e.

      het bereikbaar en toegankelijk houden van waterstaatswerken voor inspectie, onderhoud en beheer door of in opdracht van het waterschap of voor onderhoud door of in opdracht van een onderhoudsplichtige als bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet; en

    • f.

      het voorkomen van versnelde uitspoeling van de waterkering of het uitspoelen van grond of andere stoffen in een oppervlaktewaterlichaam.;

    • g.

      het onder het door het waterschap vastgestelde (zomer)peil onttrekken van oppervlaktewater.

B

Artikel 1.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.8 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit(waterstaatswerk)

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een omschrijving van de activiteit, waarbij wordt vermeld op welke wijze gebruik zal worden gemaakt van het beperkingengebied;

  • b.

    een toelichtende tekening en de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van de activiteit met daarbij het ontwerp en de afmetingen van het werk of het tracé van de kabel of de leiding;

  • c.

    de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

  • d.

    als een waterstaatswerk wordt gekruist door een boring: een boorplan met de volgende informatie:

    • 1°.

      een beschrijving van de horizontaal gestuurde boring overeenkomstig de Handleiding wegenbouw, ontwerp onderbouw, richtlijn Boortechnieken, uitgegeven door Rijkswaterstaat;

    • 2°.

      een tekening met een aanduiding van de boorlijn;

    • 3°.

      een tekening van de dwarsdoorsnede in de langsrichting van de gekozen boorlijn; en

    • 4°.

      gegevens over de controleberekening of sterkteberekening van de buis op basis van een grondmechanisch onderzoek; en

  • e.

    als de activiteit op, in of bij een kade of waterkering plaatsvindt: een stabiliteitsberekening van de kade of waterkering.;

  • f.

    een milieuverklaring bodemkwaliteit bij de aanleg van een nieuwe dam.

C

Artikel 1.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.11 Beoordelingsregels omgevingsvergunning wateractiviteiten

  • 1.

    Een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van deze verordening wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het belang van:

    • a.

      het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste;

    • b.

      het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en

    • c.

      de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.

  • 2.

    Het verlenen van de omgevingsvergunning mag er in ieder geval niet toe leiden dat, rekening houdend met de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s, stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale waterprogramma, die betrekking hebben of dat betrekking heeft op het betreffende KRW-oppervlaktewaterlichaamoppervlaktewaterlichaamof grondwaterlichaam:

    • a.

      niet wordt voldaan aan de omgevingswaarden, bedoeld in de artikelen 2.10, eerste lid, 2.11, eerste lid, 2.13, eerste lid, 2.14, eerste lid, en 2.15, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, in voorkomend geval in samenhang met de termijn, bedoeld in artikel 2.18a, eerste lid, van dat besluit;

    • b.

      de doelstelling van een goed ecologisch potentieel, bedoeld in artikel 2.12a, eerste lid, van dat besluit niet wordt bereikt, in voorkomend geval in samenhang met de termijn, bedoeld in artikel 2.18a, tweede lid, van dat besluit; en

    • c.

      een minder strenge doelstelling als bedoeld in artikel 2.17a, tweede lid, aanhef en onder d, van dat besluit niet wordt bereikt.

  • 3.

    Het verlenen van de omgevingsvergunning mag er ook niet toe leiden dat de doelstelling van het voorkomen van achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van KRW- oppervlaktewaterlichamen en van de chemische toestand en kwantitatieve toestand van grondwaterlichamen, bedoeld in artikel 4.15a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, niet wordt bereikt.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid kan een omgevingsvergunning ook worden verleend als:

    • a.

      de aanvraag betrekking heeft op:

      • 1°.

        nieuwe veranderingen van de fysische kenmerken van een KRW-oppervlaktewaterlichaamoppervlaktewaterlichaam;

      • 2°.

        wijzigingen in de stand van grondwaterlichamen; of

      • 3°.

        het niet voorkomen van achteruitgang van een zeer goede toestand van een KRW-oppervlaktewaterlichaamoppervlaktewaterlichaamnaar een goede toestand het gevolg is van nieuwe duurzame activiteiten van menselijke ontwikkeling.

    • b.

      aan de voorwaarden van artikel 4, zevende, achtste en negende lid, van de kaderrichtlijn water is voldaan; en

    • c.

      de motivering voor het waterlichaam wordt opgenomen in het nationale waterprogramma, als het gaat om rijkswateren, of in het regionale waterprogramma, als het gaat om regionale wateren.

D

Artikel 2.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.6 Rijden met motorvoertuigen op een waterstaatswerk

Geen vergunning krachtens artikel 5.4derde lid is vereist voor het rijden met motorvoertuigen op een Waterstaatswerk primaire waterkeringen voor het plaatsen en verwijderen van seizoensgebonden strandbebouwing, indien wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

  • a.

    het rijden geschiedt op het verharde en/of afgerasterde deel van een dijk- of duinovergang;

  • b.

    er mag niet geparkeerd worden met uitzondering van in de daarvoor bedoelde vakken; en

  • c.

    hekken en palen worden indien aanwezig direct gesloten respectievelijk teruggeplaatst.

E

Na artikel 2.16 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.17 Hergebruik vrijkomend dammenmateriaal

  • 1.

    Het is toegestaan om materiaal dat vrijkomt uit dammen binnen het beheergebied van het waterschap zonder voorafgaand af- of uitzeven opnieuw toe te passen. Deze algemene regel geldt binnen het beheergebied ongeacht het gehalte aan:

    • a.

      grond in steenachtig materiaal; of

    • b.

      steenachtig materiaal in grond, zoals bedoeld in de artikelen 4.1263 en 4.1271 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 2.

    De toepassing op grond van dit artikel is niet toegestaan indien het materiaal:

    • a.

      sterk verontreinigd is;

    • b.

      asbest bevat boven de interventiewaarde of risiconorm;

    • c.

      gevaarlijk afval bevat, waaronder hout, kunststof, metalen of vergelijkbare materialen;

    • d.

      puinbrokken groter dan 30 cm bevat. In dat geval geldt de vergunningplicht van artikel 7.11 lid 2 en moet een vergunning worden aangevraagd.

  • 3.

    Hergebruik onder deze algemene regel is toegestaan indien:

    • a.

      het materiaal wordt toegepast op een wijze die past binnen de functie en het ontwerp van het waterstaatswerk;

    • b.

      het hergebruik geen verslechtering veroorzaakt van de waterkwaliteit of ecologie;

    • c.

      in de werkvoorbereiding wordt vastgelegd dat de uitzonderingen uit lid 3 zijn beoordeeld.

F

Artikel 3.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.13 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 3.10 en artikel 3.11, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over:

    Voor de lozingsactiviteit als bedoeld in artikel 3.10 en 3.11 geldt een meldingsplicht. Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit dient een melding te worden gedaan aan het dagelijks bestuur van het waterschap. Hierbij moeten gegevens en bescheiden worden verstrekt over:

    • a.

      de aard en omvang van de lozing; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

  • 3.

    Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van grondwater bij ontwatering, als:

    • a.

      het lozen niet langer dan 48 uur duurt; of

    • b.

      het lozen plaatsvindt bij wonen.

  • 4.

    In afwijking van het eerste en tweede lid worden de gegevens en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het begin van het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering verstrekt, als het lozen langer duurt dan 48 uur maar niet langer dan 8 weken.

G

Artikel 3.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.15 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste zes maanden voor Voor de voorgenomen aanleg van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, geldt een meldingsplicht. Ten minste zes maanden voor de start van de activiteit worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de aard en omvang van de lozing van afvloeiend hemelwater; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit.

  • 2.

    Ten minste zes maanden voor het veranderen van de lozingsactiviteit door een reconstructie of ingrijpende wijziging van die wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap

H

Artikel 3.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.19 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Voor de lozingsactiviteit als bedoeld in artikel 3.16 geldt een meldingsplicht. Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld indient een artikel 3.16,melding worden gedaan aan het dagelijks bestuur van het waterschap. Hierbij moeten gegevens en bescheiden worden verstrekt over:

    • a.

      het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd;

    • b.

      de wijze van behandeling van het afvalwater; en

    • c.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

  • 3.

    Het tweede en derde lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam:

    • a.

      vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of

    • b.

      op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.

I

Het opschrift van afdeling 3.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 3.8 Lozen bij opslaan of overslaan van andere dan inerte goederengoederen die kunnen lekken, uitlogen of vermesten

J

Artikel 3.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.31 Lozen bij opslaan van goederen die kunnen lekken, uitlogen of vermesten

  • 1.

    In aanvulling op Artikelartikel 4.1058, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen waaruit stoffen kunnen uitlogenlekkende, uitlogende of vermestende goederen, ingedeeld in bijlage IVA, deel A, B of C van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden geloosd op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam, als de afstand tot een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten of geloosd meer dan 40 m is, gerekend vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt.

  • 2.

    Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 3.5, gemeten in een steekmonster.

    Tabel 3.5 Emissiegrenswaarden

    Stof

    Emissiegrenswaarde in μg/l of mg/l

    Som van de metalen arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink

    1 mg/l

    Minerale olie

    20 mg/l

    Polycyclische aromatische koolwaterstoffen

    50 μg/l

    Onopgeloste stoffen

    100 mg/l

    Som van stikstofverbindingen

    10 mg/l

    Som van fosforverbindingen

    2 mg/l

    Chemisch zuurstofverbruik

    200 mg/l

K

Artikel 3.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.33 Lozen bij overslaan van niet-inertelekkende, uitlogende of vermestende goederen

  • 1.

    Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan worden geloosd op oppervlaktewaterlichamen bij:

    • a.

      het bedrijfsmatig overslaan van niet-inerte goederen;

    • b.

      het overslaan van zout voor het strooien op wegen;

    • c.

      het overslaan van niet-inertelekkende, uitlogende of vermestende goederen die vrijkomen bij een werk; en of nodig zijn in een werk.

    • d.

      het overslaan van niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.

  • 2.

    Bij het overslaan van die goederen in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.

  • 3.

    Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als:

    • a.

      de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 m; of

    • b.

      het schip waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.

L

Artikel 3.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.34 Gegevens en bescheiden

  • 1.

    Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen artikelArtikel 3.31 en artikelArtikel 3.33, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de stoffen die worden opgeslagen of overgeslagen; en

    • b.

      de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 2.

    Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.

  • 3.

    Dit artikel is niet van toepassing op het overslaan van:

    • a.

      zout voor het strooien op wegen;

    • b.

      niet-inerte lekkende, uitlogende of vermestende goederen die vrijkomen bij een werk; en of die nodig zijn in een werk.

    • c.

      niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.

M

Het opschrift van afdeling 3.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 3.10 Lozen bij ontgravingen, baggerwerkzaamheden en werkzaamheden door de waterbeheerder op of in een oppervlaktewaterlichaam

N

Artikel 3.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.37 Lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden op Oppervlaktewaterlichamenoppervlaktewaterlichamen worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam. Het toepassen van grond of baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam wordt eveneens aangemerkt als lozingsactiviteit.

O

Het opschrift van afdeling 3.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 3.18 Verstrooien van as As uitstrooien

P

Artikel 3.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.59 Verstrooien van as As uitstrooien

Het op Oppervlaktewaterlichamenoppervlaktewaterlichamen individueel verstrooienuitstrooien van as door de nabestaande die de zorg voor de asbus heeft, bedoeld in artikel 66a, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging, is toegestaan.

Q

Artikel 4.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.4 Lozen en onttrekken oppervlaktewater

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het dagelijks bestuur van het waterschap direct dan wel indirect water te lozenop of in Oppervlaktewaterlichamenoppervlaktewaterlichamen, indien de hoeveelheid te lozen water meer kan bedragen dan 15m3 per etmaal.

  • 2.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het dagelijks bestuur van het waterschap water te onttrekken aan Oppervlaktewaterlichamen, indien de hoeveelheid te onttrekken water meer kan bedragen dan 15m3 per etmaaloppervlaktewaterlichamen.

  • 3.

    In afwijking van lid 2 is geen omgevingsvergunning vereist voor het incidenteel onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam, mits:

    • a.

      de onttrekking uitsluitend plaats vindt ten behoeve van kleinschalig, tijdelijk en incidenteel gebruik;

    • b.

      de hoeveelheid onttrokken water per gebruiker niet meer dan 15 m³ per etmaal bedraagt;

    • c.

      de onttrekking plaats vindt zonder gebruik van een vaste onttrekkingsvoorziening;

    • d.

      de onttrekking plaats vindt met behulp van een verplaatsbare voorziening, zoals een veldspuit of vergelijkbaar materieel, die niet bestemd is voor permanente of structurele onttrekking; en

    • e.

      door de onttrekking het ter plaatse geldende zomerpeil niet wordt onderschreden.

  • 4.

    Voor de toepassing van lid 3 worden meerdere onttrekkingen die door of namens dezelfde gebruiker plaatsvinden als één samenhangende onttrekking beschouwd.

  • 5.

    De uitzondering, zoals bedoeld in lid 3, is niet van toepassing indien sprake is van een samenstel van onttrekkingen dat, gelet op omvang, frequentie of onderlinge samenhang, redelijkerwijs moet worden aangemerkt als gericht op het ontwijken van de vergunningplicht.

R

Artikel 5.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.4 Gebruik waterstaatswerk waterkeringen

S

Artikel 6.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.3 Beplanting in of langs leggerwater

T

Het opschrift van afdeling 7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 7.2 Bouwwerk, constructie of object geen gebouw zijnde

U

Artikel 7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.2 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op werken, constructies of objecten, waaronder afrasteringen, laadpalen e.d., die geplaatst worden in een Waterstaatswerk legger watersystemen of een Beschermingszone leggerwateren of een of een Weg inclusief de Beschermingszone weg bebouwingsvrij.

V

Artikel 7.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.4 Bouwwerken, werken en afrasteringen

W

Artikel 7.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.11 Activiteiten met betrekking tot dammen

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het dagelijks bestuur van het waterschap een dam aan te leggen, te wijzigen, te verwijderen, te vervangen, of te onderhouden.

  • 2.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het dagelijks bestuur van het waterschap om materiaal dat vrijkomt uit dammen zonder voorafgaand af- of uitzeven opnieuw toe te passen.

  • 3.

    Voor het hergebruik van vrijkomend materiaal uit dammen is in hoofdstuk 2 een algemene regel opgenomen.

X

Artikel 8.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 8.3 Activiteiten aan oppervlaktewaterlichamen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het dagelijks bestuur van het waterschap:

  • a.

    Oppervlaktewaterlichamen te dempen, te graven, van afmeting te veranderen, hun onderlinge verbinding of scheiding te veranderen, waardoor de door- en afvoer en/of berging van water wordt belemmerd in een leggerwater of berging wordt verminderd in een oppervlaktewaterlichaam; of de stabiliteit van de fundering van een weg in gevaar komt.

  • b.

    werken over, in of onder een leggerwater te hebben, te leggen, aan te brengen, te veranderen of op te ruimen; of

  • c.

    grondbewerkingen uit te voeren binnen een afstand van 0,30 meter uit de insteek van leggerwateren.

Y

Artikel 8.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Z

Artikel 12.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.3 Dieren algemeenlangs een weg of op een waterstaatswerk

  • 1.

    Het is verboden op terreinen langs een Weg of op een Waterstaatswerk loslopende dieren te houden indien geen deugdelijke maatregelen zijn genomen om te verhinderen dat die dieren op de weg kunnen komen.

  • 2.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het dagelijks bestuur van het waterschap gebruik te maken van een Waterstaatswerk niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam, door anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder dieren te hebben of te (be)houden.

  • 3.

    Het is verboden zonder vergunning van het dagelijks bestuur van het waterschap gebruik te maken van een Waterstaatswerk, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam, door anders dan opbuitenopenbare wegen als bedoeld in artikel 4 van de Wegenwet met een dierverharde en/of afgerasterde paden te rijden of veezich daar te drijvenbevinden.

  • 4.

    Voor het rijden met dieren op een waterstaatswerk is in Hoofdstuk 2 een algemene regel opgenomen.

AA

Het opschrift van afdeling 12.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 12.2 Vissen Visactiviteiten en visbescherming

BB

Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage I Begripsbepalingen

algemeen bestuur

de algemene vergadering van waterschap Scheldestromen

afrastering

een constructie van palen met punt- of schrikdraad of voorzien van schapen- en kippengaas van ten hoogste 1 meter hoog, welke geschikt is voor het gebruik als veekering en welke eenvoudig verwijderd kan worden op het moment dat dit nodig is voor het beheer of onderhoud van het waterstaatswerk door het waterschap

bebouwde kom

de bebouwde kom als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet

beheer Wegen

de verantwoordelijkheid voor de instandhouding van de wegen en voor het door die wegen vervullen van zijn functie of functies van algemeen nut, met inbegrip van de bevoegdheid tot het treffen van maatregelen en het al dan niet toestaan van handelingen van derden of gedogen van situaties die van invloed zijn op de toestand of het gebruik van de weg

beheer

overheidszorg met betrekking tot het watersysteem, de waterketen en openbare wegen, of onderdelen daarvan, gericht op de in artikel 2.17 van de Omgevingswet genoemde doelstellingen

beperkingengebied

bij of krachtens de Wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object

beplanting

opgaande gewassen bestaande uit bomen of struiken

beschermingszone A

aan een waterstaatswerk grenzende zone, die als zodanig in de legger is opgenomen, waarin ter bescherming van dat waterstaatswerk voorschriften krachtens deze waterschapsverordening van toepassing zijn

beschermingszone B

aan de beschermingszone A grenzende zone die als zodanig in de legger is opgenomen waarin ter bescherming van het waterstaatswerk en de beschermingszone A voorschriften krachtens deze waterschapsverordening van toepassing zijn

beschermingszone leggerwateren

aan een leggerwater grenzende zone die als zodanig in de legger is opgenomen waarin ter bescherming van het leggerwater voorschriften krachtens deze waterschapsverordening van toepassing zijn

bestuursorgaan

bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 Awb

bronbemaling

het onttrekken van grondwater ten behoeve van het uitvoeren van bouwactiviteiten of ontgravingen

bronneringswater

water dat vrijkomt bij ontwatering middels bronbemaling

bruidsschat:

het geheel van regels afkomstig van het Rijk die bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege deel uitmaken van de waterschapsverordening en zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van deze verordening

bouwwerk

elk werk van enige omvang van hout, steen of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond

dagelijks bestuur

het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen

evenement

georganiseerde gebeurtenis die gedurende een korte periode veel bezoekers trekt

geografische informatie objecten

aanwijzing en geometrische begrenzingen van werkingsgebieden waar de regels uit de verordening van toepassing zijn

grondwater:

water dat vrij onder het aardoppervlak voorkomt met de daarin aanwezige stoffen, voor zover het waterschap door de Wet met het beheer over dat grondwater is belast

inerte goederen

goederen die geen bodembedreigende stoffen, gevaarlijke stoffen of crm-stoffen zijn

infiltreren van water

water in de bodem brengen ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater

insteek

snijpunt van de raaklijnen van het talud en het maaiveld

legger

als bedoeld in artikel 2.39 van de Omgevingswet of in artikel 78, tweede lid van de Waterschapswet

leggerwater

een oppervlaktewaterlichaam dat in de legger als zodanig is aangegeven

lozen

het door middel van een werk brengen van water in een oppervlaktewaterlichaam, zonder dat het water daarbij uit een ander oppervlaktewaterlichaam wordt gehaald

activiteit inhoudende het brengen van stoffen, warmte of water direct op of in een oppervlaktewaterlichaam, voor zover het gaat om de gevolgen van die stoffen of warmte of dat water voor het watersysteem, zonder dat het water daarbij uit een ander oppervlaktewaterlichaam wordt gehaald

omgevingsvergunning

omgevingsvergunning als bedoeld in afdeling 5.1 van de Omgevingswet

onttrekken

ook wel wateronttrekkingsactiviteit. Activiteit inhoudende: het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam, het onttrekken van grondwater door een daarvoor bestemde voorziening, het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bestemde voorziening

openbare wegen

de wegen die op de wegenlegger staan vermeld

oppervlaktewaterlichaam

samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende waterbodem, oevers, ondersteunende kunstwerken en voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de Wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna

oppervlaktewatersystemen

het geheel van sloten, beken, andere waterlopen, plassen en meren

primaire waterkering

waterkering die bescherming biedt tegen overstroming door water van een oppervlaktewaterlichaam waarvan de waterstand direct invloed ondergaat van hoge stormvloed, hoog opperwater van één van de grote rivieren of meren als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1. van de Wet en die in beheer is bij het waterschap

regionale waterkering

een in de verordening aangewezen andere dan primaire waterkering als bedoeld in artikel 2.13, eerste lid onder a van de Wet, die in beheer is bij het waterschap

talud

de hellende oppervlakten van de zijdelingse begrenzingen van een oppervlaktewaterlichaam

uitweg

een constructie ter ontsluiting van percelen van derden

vispassage

een kunstmatige passage ten behoeve van de vistrek bij kunstwerken in wateren

verkeersbaan

de verhardingsconstructie van zowel een hoofdrijbaan, parallelweg, (brom)fiets-, voet- of ruiterpad

waterhuishoudkundige functies

de door- en afvoer van water of berging van water of de ecologische functie van een oppervlaktewaterlichaam

waterkering

kunstmatige hoogte, (gedeelten van) natuurlijke hoogten of hoge gronden met ondersteunende kunstwerken die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben

waterschap

waterschap Scheldestromen

watersysteem

samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken en grondwaterlichamen

waterstaatswerk

oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk

wegenlegger

een juridisch document met gerechtelijke bewijskracht dat informatie bevat over de openbare wegen buiten de bebouwde kom

wet

de Omgevingswet

zoetwatervoorkomens

gebieden waar een zoetwaterbel voorkomt met een dikte van minimaal 15 meter of waar de zoetwaterbel reikt tot aan de geohydrologische basis. Daarbij wordt water met een gehalte tot 1.500 milligram chloride per liter als zoet aangemerkt

CC

Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage II Overzicht Informatieobjecten

Bebouwingscontouren

/join/id/regdata/ws0661/2022‑07‑11/Bebouwingscontouren/nld@2022‑09‑14;3

/join/id/regdata/ws0661/2026/Bebouwingscontouren/nld@2026‑07‑16;3

Beschermingszone A primaire waterkeringen

/join/id/regdata/ws0661/2022‑07‑11/Beschermingszone_A_primaire_waterkeringen/nld@2022‑09‑14;3

/join/id/regdata/ws0661/2026/Beschermingszone_A_primaire_waterkeringen/nld@2026‑07‑16;3

Beschermingszone A regionale waterkeringen

/join/id/regdata/ws0661/2022‑07‑11/Beschermingszone_A_regionale_waterkeringen/nld@2022‑09‑14;3

/join/id/regdata/ws0661/2026/Beschermingszone_A_regionale_waterkeringen/nld@2026‑07‑16;3

Beschermingszone A

/join/id/regdata/ws0661/2022‑07‑11/Beschermingszone_A/nld@2022‑09‑14;3

/join/id/regdata/ws0661/2026/Beschermingszone_A/nld@2026‑07‑16;3

Beschermingszone B

/join/id/regdata/ws0661/2022‑07‑11/Beschermingszone_B/nld@2022‑09‑14;3

/join/id/regdata/ws0661/2026/Beschermingszone_B/nld@2026‑07‑16;3

Beschermingszone gemalen

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Beschermingszone_gemalen/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Beschermingszone_gemalen/nld@2026‑07‑16;3

Beschermingszone verkeersbaan

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Beschermingszone_verkeersbaan/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Beschermingszone_verkeersbaan/nld@2026‑07‑16;3

Beschermingszone Vispassages

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Beschermingszone_vispassages/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Beschermingszone_vispassages/nld@2026‑07‑16;3

Uitzichtstroken

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Uitzichtstroken/nld@2025‑01‑01;1

Waterstaatswerk primaire waterkeringen

/join/id/regdata/ws0661/2022‑07‑11/Waterstaatswerk_primaire_waterkeringen/nld@2022‑09‑14;3

/join/id/regdata/ws0661/2026/Waterstaatswerk_primaire_waterkeringen/nld@2026‑07‑16;3

Waterstaatswerk Waterkeringen

/join/id/regdata/ws0661/2022‑07‑11/Waterstaatswerk_waterkeringen/nld@2022‑09‑14;3

/join/id/regdata/ws0661/2026/Waterstaatswerk_waterkeringen/nld@2026‑07‑16;3

Weg

/join/id/regdata/ws9999/2024/safsdf/nld@2024‑11‑15

/join/id/regdata/ws0661/2026/Weg/nld@2026‑07‑16;3

Waterstaatswerk legger watersystemen

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Waterstaatswerk_legger_watersystemen/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Waterstaatswerk_legger_watersystemen/nld@2026‑07‑16;3

Oppervlaktewaterlichamen

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Oppervlaktewaterlichamen/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Oppervlaktewaterlichamen/nld@2026‑07‑16;3

Beschermingszone weg bebouwingsvrij

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Beschermingszone_weg_bebouwingsvrij/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Beschermingszone_weg_bebouwingsvrij/nld@2026‑07‑16;3

Zuiveringtechnisch werk

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Zuiveringtechnisch_werk/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Zuiveringstechnisch_werk/nld@2026‑07‑16;3

Waterstaatswerk regionale waterkeringen

/join/id/regdata/ws0661/2022‑07‑11/Waterstaatswerk_regionale_waterkering/nld@2022‑09‑14;3

/join/id/regdata/ws0661/2026/Waterstaatswerk_regionale_waterkering/nld@2026‑07‑16;3

Kwetsbaar gebied

/join/id/regdata/ws0661/2019‑04‑24/Kwetsbaar_gebied/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Kwetsbaar_gebied/nld@2026‑07‑16;3

Zoetwatervoorkomens

/join/id/regdata/ws0661/2019‑04‑24/Zoetwatervoorkomens/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Zoetwatervoorkomens/nld@2026‑07‑16;3

Waterstaatswerk primaire leggerwateren

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Waterstaatswerk_primaire_leggerwateren/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Waterstaatswerk_primaire_leggerwateren/nld@2026‑07‑16;3

Waterstaatswerk tertiare leggerwateren

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Waterstaatswerk_tertiare_leggerwateren/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Waterstaatswerk_tertiare_leggerwateren/nld@2026‑07‑16;3

Waterstaatswerk secundaire leggerwateren

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Waterstaatswerk_secundaire_leggerwateren/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Waterstaatswerk_secundaire_leggerwateren/nld@2026‑07‑16;3

Waterstaatswerk leggerwateren 8 tot 14m

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Waterstaatswerk_leggerwateren_8_tot_14m/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Waterstaatswerk_leggerwateren_8_tot_14m/nld@2026‑07‑16;3

Waterstaatswerk leggerwateren meer dan 14m

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Waterstaatswerk_leggerwateren_meer_dan_14m/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Waterstaatswerk_leggerwateren_meer_dan_14m/nld@2026‑07‑16;3

Waterstaatswerk leggerwateren tot 8m

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Waterstaatswerk_leggerwateren_tot_8m/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Waterstaatswerk_leggerwateren_tot_8m/nld@2026‑07‑16;3

Beschermingszone leggerwateren 0 tot 1m

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Beschermingszone_leggerwateren_0_tot_1m/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Beschermingszone_leggerwateren_0_tot_1m/nld@2026‑07‑16;3

Beschermingszone leggerwateren 5 tot 7m

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Beschermingszone_leggerwateren_5_tot_7m/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Beschermingszone_leggerwateren_5_tot_7m/nld@2026‑07‑16;3

Beschermingszone leggerwateren

/join/id/regdata/ws0661/2024‑10‑01/Beschermingszone_leggerwateren/nld@2025‑01‑01;1

/join/id/regdata/ws0661/2026/Beschermingszone_leggerwateren/nld@2026‑07‑16;3

DD

Na sectie 'Artikel 1.5 Algemene regels' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 1.8 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit(waterstaatswerk)

Een van de zaken die verplicht moet worden aangeleverd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor dammen is een milieuverklaring bodemkwaliteit.



Een milieuverklaring bodemkwaliteit dient als bewijsmiddel dat de partij de daarin aangegeven kwaliteit heeft. Een milieuverklaring bodemkwaliteit is noodzakelijk om de partij te mogen toepassen overeenkomstig het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).



De milieuverklaring bodemkwaliteit is een schriftelijke verklaring over de milieuhygiënische kwaliteit van een partij bouwstof, grond, baggerspecie, mijnsteen of vermengde mijnsteen, of de (water)bodem. De verklaring is afgegeven op grond van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De verklaring is een wettig bewijsmiddel om aan te tonen dat aan de kwaliteitseisen is voldaan, behalve als sprake is van bewijs van onjuistheid of onvolledigheid. In het Bbk staan in hoofdstuk 2A regels voor de afgifte van milieuverklaringen bodemkwaliteit. De uitwerking van deze regels staat in de Regeling bodemkwaliteit 2022.

Een milieuverklaring bodemkwaliteit is niet nodig als de dam in het verleden is aangelegd met hergebruikt en onderzocht materiaal of met nieuwe (schone) materialen, en de dam door het waterschap is geregistreerd. Voor deze geregistreerde dammen is enkel een visuele schouw (door een onafhankelijk onderzoeksbureau) noodzakelijk.

EE

Na sectie 'Artikel 2.16 Plaatsen van verwijzingsborden' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 2.17 Hergebruik vrijkomend dammenmateriaal

Deze algemene regel maakt het mogelijk om dammenmateriaal dat vrijkomt bij werkzaamheden binnen het beheergebied van het waterschap, zonder voorafgaand af- of uitzeven opnieuw toe te passen. Hiermee wordt afgeweken van de systematiek van de artikelen 4.1263 en 4.1271 van het Besluit activiteiten leefomgeving, waarin grenswaarden zijn opgenomen voor het mengen van grond en steenachtig materiaal.

De afwijking is opgenomen omdat het zeven van dammenmateriaal in de praktijk vaak niet doelmatig en lastig uitvoerbaar is. Dammen vormen binnen het watersysteem een afgebakende eenheid en het vrijkomende materiaal is doorgaans geschikt om binnen datzelfde systeem te worden hergebruikt.

De regel bevat waarborgen om negatieve effecten te voorkomen. Zo is hergebruik niet toegestaan bij sterk verontreinigd materiaal, aanwezigheid van asbest boven de normen of andere ongewenste bestanddelen, zoals gevaarlijk afval en grote puinbrokken. In die gevallen geldt de vergunningplicht, zodat een afzonderlijke beoordeling kan plaatsvinden.

Daarnaast zijn voorwaarden opgenomen om te borgen dat het materiaal op een passende manier wordt toegepast en dat geen verslechtering van de waterkwaliteit of ecologie optreedt. Daarmee wordt een evenwicht bereikt tussen uitvoerbaarheid in de praktijk en bescherming van het watersysteem.

FF

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.31 Lozen bij opslaan van goederen die kunnen lekken, uitlogen of vermesten

GG

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.33 Lozen bij overslaan van niet-inertelekkende, uitlogende of vermestende goederen

HH

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.37 Lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden

Dit artikel heeft betrekking op baggerwerkzaamheden en ontgravingen en geldt alleen voor de lozingen bij het baggeren en ontgraven zelf. Dit artikel heeft dus geen betrekking op een eventuele toepassing van de bagger of de opgegraven materie.

Het artikel is niet alleen van toepassing op waterbeheerders die baggerwerkzaamheden en ontgravingen verrichten. Ook als die werkzaamheden door derden worden verricht (zoals de onderhoudsplichtigen), is het artikel van toepassing.

Het artikel bepaalt dat de lozing is toegestaan als die plaatsvindt in hetzelfde oppervlaktewater waar ook het baggeren of ontgraven plaatsvindt.

Dit artikel ziet op lozingen die plaatsvinden bij baggerwerkzaamheden en ontgravingen in een oppervlaktewaterlichaam. Het gaat uitsluitend om de stoffen die tijdens deze werkzaamheden vrijkomen en in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam worden teruggebracht. Deze lozingen zijn toegestaan vanuit het oogpunt van doelmatig beheer van afvalstoffen. Het artikel is van toepassing op zowel de waterbeheerder als derden die deze werkzaamheden uitvoeren, zoals onderhoudsplichtigen, en ziet niet op het elders toepassen of verwerken van de vrijkomende bagger of grond.

In de tekst is verduidelijkt dat ook het toepassen van grond of baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam wordt aangemerkt als een lozingsactiviteit. Deze toevoeging sluit aan bij artikel 3.48o, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, waarin dit expliciet als lozing is aangewezen. Hiermee wordt erkend dat het begrip lozing onder de Omgevingswet breder is dan voorheen. Deze verduidelijking doet echter niet af aan de reikwijdte van dit artikel, dat beperkt blijft tot lozingen die direct samenhangen met het baggeren en ontgraven zelf.

II

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.59 Verstrooien van asAs uitstrooien

JJ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.3 Af- en aanvoeren oppervlaktewater

Dit artikel spreekt voor zich.

Bij structurele wateraanvoer moet het oppervlaktewatersysteem van ons waterschap mogelijk worden aangepast om het aangevoerde water te kunnen bergen en te verwerken. Het via het oppervlaktewatersysteem afvoeren van oppervlaktewater naar elders kan gevolgen hebben voor de inspanningsverplichting van het waterschap om de peilen zoveel mogelijk te handhaven. Vandaar dat hiervoor een vergunningplicht geldt. Het betreft veelal activiteiten van andere waterbeheerders. Het lozen in of onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen is in andere artikelen geregeld.

KK

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.4 Lozen en onttrekken oppervlaktewater

Lid 1 van dit artikel is bedoeld om te toetsen of het oppervlaktewaterpeil niet te laag wordt als gevolg van de onttrekking. Een te laag peil kan nadelig zijn voor de in het oppervlaktewater levende organismen. Lage peilen kunnen ook inklinking van polders veroorzaken. In vergunningen wordt voorgeschreven dat bij onderschrijding van een bepaald waterpeil de onttrekking onmiddellijk dient te worden gestaakt.

Lid 2 regelt de vergunningplicht voor het onttrekken van water aan oppervlaktewaterlichamen. Dit artikel richt zich op de kwantitatieve aspecten van het oppervlaktewatersysteem. Lozingen doen een aanslag op de beschikbare bergingscapaciteit die in het oppervlaktewatersysteem aanwezig is. Uitgangspunt is dat onttrekkingen vergunningplichtig zijn, vanwege de mogelijke effecten op het watersysteem, de waterkwaliteit en de belangen van andere watergebruikers.



Tijdens een door het dagelijks bestuur vastgesteld algeheel onttrekkingsverbod zijn echter alle onttrekkingen verboden, ongeacht de hoeveelheid of het doel.

Lid 3 bevat een uitzondering voor het onttrekken van kleine hoeveelheden water. Deze uitzondering is bedoeld voor laagdrempelig, kleinschalig en incidenteel gebruik met een beperkt effect op het watersysteem. Hierbij kan gedacht worden aan het vullen van veldspuiten, het verstrekken van drinkwater aan vee of het besproeien van een particuliere tuin. Het gaat daarbij om situaties waarin een vergunningplicht onevenredig belastend zou zijn en waarin het risico voor het watersysteem gering is.

In de praktijk is gebleken dat een uitzondering die uitsluitend is gebaseerd op een maximale hoeveelheid per etmaal kan leiden tot oneigenlijk gebruik. Door onttrekkingen op te splitsen over meerdere tappunten, pompen of momenten kan feitelijk meer water worden onttrokken dan de bedoeling van de uitzondering rechtvaardigt. Dit bemoeilijkt toezicht en handhaving en kan leiden tot ongewenste effecten, met name in perioden van droogte.

Om die reden is de uitzondering nader begrensd en verduidelijkt: allereerst is expliciet vastgelegd voor welke doeleinden de uitzondering geldt. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat de vrijstelling niet is bedoeld voor structureel of bedrijfsmatig watergebruik met een groter effect op het watersysteem. Onttrekkingen voor andere doeleinden vallen in beginsel onder de vergunningplicht.

Daarnaast is bepaald dat de maximale hoeveelheid van 15 m³ per etmaal geldt per gebruiker. Hiermee wordt voorkomen dat door het gelijktijdig inzetten van meerdere onttrekkingsvoorzieningen de vergunningplicht wordt omzeild. Bij de beoordeling wordt gekeken naar de feitelijke situatie en de samenhang tussen onttrekkingen.

Lid 4 bepaalt dat meerdere onttrekkingen gezamenlijk worden beoordeeld. Dit betekent dat niet alleen wordt gekeken naar afzonderlijke pompen, maar naar het totale effect van de onttrekkingen op het watersysteem. Onttrekkingen die gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig plaatsvinden en functioneel samenhangen, worden daarbij als één onttrekking aangemerkt.

In lid 5 is opgenomen dat de uitzondering niet van toepassing is indien de onttrekking zodanig is ingericht of uitgevoerd dat deze kennelijk is gericht op het ontwijken van de vergunningplicht. Dit biedt het dagelijks bestuur en toezichthouders de mogelijkheid om op te treden tegen constructies die formeel binnen de uitzonderingsbepaling lijken te passen, maar materieel strijdig zijn met de doelstelling daarvan. Bij de beoordeling spelen onder meer factoren een rol als gelijktijdigheid, gezamenlijke aansturing, het gebruik van vaste voorzieningen en het duidelijke verband tussen meerdere onttrekkingen.

Lid 2 richt zich op de kwantitatieve aspecten van het oppervlaktewatersysteem. Lozingen doen een aanslag op de beschikbare bergingscapaciteit die in het oppervlaktewatersysteem aanwezig is. Bij overschrijding van de in dit artikel genoemde hoeveelheden per tijdseenheid is een aanvraag om een vergunning noodzakelijk. Er wordt dan onder andere getoetst of de lozing bergings- en doorvoercapaciteit afdoende iszijn en of er voorzieningen moeten worden getroffen om de waterdoorvoer te kunnen waarborgen. Indien noodzakelijk worden voorschriften in de vergunning opgenomen om maatregelen te nemen ter borging van dit waterhuiskundigewaterhuishoudkundige belang. Dit artikel is niet bedoeld om te bepalen of de kwaliteit van het water voldoet. Daarvoor zijn elders in deze verordening artikelen opgenomen.

Dit artikel is niet bedoeld om te bepalen of de kwaliteit van het water voldoet. Daarvoor zijn elders in deze verordening artikelen opgenomen.

LL

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.6 Peilwijzigingen doorvoeren in waterstand

Toelichting volgt nog Peilen worden vastgesteld door middel van een peilbesluit. Deze wordt los van deze verordening vastgesteld. Het vastgestelde peil dient verschillende functies (waaronder natuur en landbouw). Het waterschap maakt daarbij een zorgvuldige belangenafweging. Om deze belangen te borgen geldt een vergunningplicht voor deze activiteit.

MM

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.4 Meerjarige gewassen langs leggerwater

Toelichting volgt nog Het waterschap maakt gebruik van beschermingszones langs het leggerwater voor het uitvoeren van de beheer- en onderhoudstaken. Dit zoveel mogelijk vóórdat de gewassen zijn gezaaid of geplant, dan wel nadat deze zijn geoogst. Sommige gewassen, zoals olifantsgras, worden echter meerdere jaren achtereen geteeld.

Uitgangspunt is om de frequentie van het beheer en onderhoud niet te reduceren en om ruimte te blijven houden om op de beschermingszone de uit de waterloop te verwijderen stoffen neer te leggen. Dit met het doel de leggerwateren in stand te houden en een adequate waterdoorvoer te bevorderen.

NN

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.7 Gebruik gewasdodende middelen

Dit verbod is opgenomen om te voorkomen dat chemicaliën afkomstig uit de gebruikte gewasdodende middelen in het leggerwater terecht komen.

Het gebruik van gewas dodende middelen kan leiden tot het afsterven van de wortels van (oever)vegetatie op onder andere taluds van waterlopen. Daardoor kan de grond minder stabiel worden en neemt de kans op erosie, uitspoeling of afkalving van de taluds of oevers toe. Geërodeerde grond kan vervolgens de waterdoorvoer belemmeren. Dit artikel is opgenomen met het doel wateroverlast te voorkomen.

OO

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.3 Dieren algemeenlangs een weg of op een waterstaatswerk

Besluit Toelichting

Toelichting op het besluit

Wat is er gewijzigd aan de waterschapsverordening?

De ontwerp‑waterschapsverordening is op diverse punten geactualiseerd naar aanleiding van praktijkervaringen, wijzigingen in wet- en regelgeving en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. In hoofdlijnen gaat het om het verduidelijken en waar nodig uitbreiden van bestaande regels, zoals de zorgplicht en vergunningplichten, het aanscherpen van meldingsplichten en aanvraagvereisten en het beter laten aansluiten van begrippen en systematiek op de Omgevingswet. Daarnaast worden de bijbehorende digitale kaarten met werkingsgebieden geactualiseerd zodat deze overeenkomen met de huidige situatie, en wordt een nieuwe algemene regel geïntroduceerd die het onder voorwaarden mogelijk maakt om vrijkomend dammenmateriaal zonder vergunning te hergebruiken.

U kunt het ontwerp raadplegen via ​Regels op de Kaart van het Omgevingsloket. Het is ook mogelijk om de stukken te komen inzien op het hoofdkantoor van het waterschap aan de Kanaalweg 1 te Middelburg.

Naar boven