VTH-uitvoeringsprogramma 2026

Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;

gelezen het voorstel van 14 april 2026 met registratienummer 25.1168259;

b e s l u i t : Het VTH-uitvoeringsprogramma 2026 vast te stellen.

 

1 Inleiding

In december 2024 is het VTH- beleidsplan 2025-2029 vastgesteld (24.1043056). Het VTH-beleidsplan geeft inzicht in de wijze waarop we in deze periode de instrumenten vergunningen, toezicht en handhaving (hierna: VTH) willen inzetten om de beleidsdoelen te bereiken. In het plan zijn hiervoor strategieën opgenomen. Elk jaar wordt in een uitvoeringsprogramma uitgewerkt welke werkzaamheden en activiteiten dat jaar moeten worden ingepland om aan de gestelde doelen te kunnen (blijven) voldoen. Hierbij wordt in het uitvoeringsprogramma gestuurd op de resultaten van de voorgaande jaren. Wanneer bij controles bijvoorbeeld veel/weinig overtredingen zijn geconstateerd is de frequentie van de controles verhoogd/verlaagd. Naast het opnemen van de cijfermatige zijn ook de geconstateerde ontwikkelpunten van de VTH- taken als aandachtspunten in het uitvoeringsprogramma opgenomen.

 

In dit uitvoeringsprogramma voor 2026 (hierna: UP2026) wordt voor de VTH- taken aangegeven wat er moet worden uitgevoerd en op welke wijze dit een bijdrage levert aan de beleidsdoelen uit het VTH- beleidsplan. Voorafgaand hieraan wordt in hoofdstuk 2 het kader van dit plan geschetst en worden in hoofdstuk 3 de actuele algemene aandachtspunten en ontwikkelingen benoemd. De overige hoofdstukken gaan in op welke VTH- taken moeten worden uitgevoerd en welke middelen we daarvoor beschikbaar hebben.

2 Wettelijk kader

Het opstellen van een uitvoeringsprogramma maakt deel uit van de zogenaamde "Big-8 beleidscyclus". Vanuit het oogpunt van kwaliteitsbevordering heeft de centrale overheid in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit een aantal wettelijke verplichtingen (kwaliteitscriteria) opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de VTH-taken door overheden. Hiervoor dient zowel het VTH- beleidsplan 2025-2029 (hierna: VTH- beleidsplan) als de Waterschapsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (de Waterschapsverordening).

 

Het verplichte proces dat doorlopen moet worden wordt ook wel de "Big-8"genoemd. In het plaatje hieronder wordt de (gekantelde) Big-8 schematisch weergegeven.

 

 

Op basis van de Big-8 wordt om de vier jaar beleid vastgesteld voor de uitvoerings- en handhavingstaken. In dit beleid worden beleidsdoelen en prioriteiten opgenomen en de strategie bepaald hoe binnen de gestelde termijn tot deze doelen te komen. In december 2024 is het VTH- beleidsplan vastgesteld. Ieder jaar dient een uitvoeringsprogramma te worden opgesteld waarin aangegeven wordt hoe de middelen dat jaar worden ingezet om aan de in het beleid gestelde doelen te (blijven) voldoen. De VTH- taken worden mede ingericht vanuit de Waterschapsverordening. Met het opstellen van dit uitvoeringsprogramma en de inrichting vanuit de Waterschapsverordening wordt invulling gegeven aan de wettelijke verplichting. Door de inzet van de medewerkers die zich bezighouden met de VTH- taken te monitoren kan het uitvoeringsprogramma en het beleid jaarlijks worden geëvalueerd. Hiervan wordt een rapportage opgesteld: het zogenaamde VTH- jaarverslag. Mocht uit het VTH- jaarverslag blijken dat de doelen, strategieën of prioriteiten moeten worden bijgesteld dan dient het VTH- beleidsplan hierop aangepast te worden. Daarnaast wordt soms de Waterschapsverordening hierdoor aangepast.

 

Naast het feit dat het opstellen van een uitvoeringsprogramma een wettelijke verplichting is, geeft het ook de mogelijkheid transparant te zijn over de wijze waarop in dat jaar de VTH- instrumenten worden ingezet. Hieruit kan ook een preventieve werking vloeien, doordat de inzet in 2026 zichtbaar en bekend wordt.

3 Algemene aandachtspunten en ontwikkelingen

Bij het bepalen van de activiteiten en werkzaamheden van de VTH-organisatie voor het jaar 2026 zijn verschillende algemene aandachtspunten en ontwikkelingen te onderscheiden. Het gaat daarbij om de volgende zaken:

 

Klimaatverandering

Het klimaat is de laatste decennia in snel tempo aan het veranderen. Het ziet er niet naar uit dat deze klimaatverandering ook voorlopig nog niet tot stilstand komt. Hierdoor krijgen we steeds vaker te maken met perioden van (extreme) droogte en perioden met veel regenval. Daarnaast stijgt de zeespiegel. Dit houdt in dat onze watersystemen en waterkeringen op orde moeten zijn. De werking hiervan mag niet gehinderd worden door illegale activiteiten en bouwwerken die in deze systemen en/of de beschermingszones zijn uitgevoerd. Inzet van het VTH- instrumentarium speelt hierin een grote rol. Indien nodig, moeten bijvoorbeeld, beregenings- en onttrekkingsverboden ingevoerd worden die gehandhaafd moeten worden.

 

Behalen KRW- doelen 2027

In 2027 dienen de doelen die opgenomen zijn in de Kaderrichtlijn Water (hierna: KRW) behaald te zijn. Het behalen van deze doelen is een gemeenschappelijke taak voor alle betrokken overheden. In oktober 2024 is hiervoor het impulsprogramma KRW 2024-2027 vastgesteld waarin de maatregelen zijn opgenomen waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het behalen van deze doelen. Het betreft deels maatregelen in het kader van beheer en onderhoud, maar ook van de VTH- organisatie worden inspanningen verwacht. Zo zijn de verleende lozingsvergunningen beoordeeld en, indien van toepassing, zijn/worden deze geactualiseerd. Voor toezicht en handhaving zal de inzet met name bestaan uit de prioritering van taken.

 

Wijzigingen in wet- en regelgeving

De Waterschapsverordening is geëvalueerd en in 2026 zijn er een aantal wijzigingen doorgevoerd. Zo is voor de seizoensstrandbouwwerken weer een vergunning noodzakelijk in plaats van een informatieplicht. Daarnaast is voor het aanbrengen van grond en/of bouw(stoffen) op waterkeringen weer een vergunningplicht opgenomen in de verordening. Dit was uit beeld geraakt bij het opzetten van de Waterschapsverordening bij inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024.

 

Op 1 januari 2026 is het lozingsverbod huishoudelijk afvalwater voor groepsaccommodaties en bedrijven in werking getreden. Het betreft een verbod op lozingen van huishoudelijk afvalwater van 6 of meer inwonerequivalenten in secundair en tertiair oppervlaktewater.

 

Kwaliteitsdoelen

In 2026 moet het VTH- kwaliteitsplan vastgesteld worden door het college van D&H. Dit kwaliteitsplan geeft de gewenste kwaliteitseisen weer waaraan we de VTH- taken willen uitvoeren. Daarnaast maken ook de kwaliteitscriteria 3.0 onderdeel uit van dit kwaliteitsplan. In 2026 zal vervolgens voor het eerst in zijn geheel worden getoetst aan het kwaliteitsplan. Aan de hand van deze toetsing zal een planning worden opgesteld om in een opbouwscenario uiteindelijk aan de gewenste kwaliteit te kunnen gaan voldoen.

 

Ontwikkelingen VTH- organisatie

In 2024 is het project gestart om toezicht en handhaving effectiever in te richten. Met name het toezicht is verdeeld over verschillende clusters in de organisatie. In 2025 is het project breder getrokken over de inrichting van de gehele VTH- organisatie. Het project is erop gericht de taakverdeling te verduidelijken en te structureren en de processen en werkwijzen te uniformeren. In het tweede kwartaal 2026 wordt het project afgerond en de resultaten gepresenteerd met daaraan verbonden een implementatieplan.

 

Project ongewenste objecten Schellingwouderdijk

Op de Schellingwouderdijk zijn meerdere objecten zonder vergunning geplaatst. Om deze objecten in kaart te brengen wordt in 2026 een project opgestart door afdeling Waterveiligheid. In het project zal een inventarisatie plaatsvinden van de geplaatste objecten en of deze met vergunningverlening achteraf te legaliseren zijn. Als de objecten niet gelegaliseerd kunnen worden moeten deze worden verwijderd. Na de inventarisatie zou eventueel toezicht en handhaving noodzakelijk kunnen zijn om af te dwingen dat objecten worden verwijderd. Het project zou dus uiteindelijk invloed kunnen hebben op de beschikbare capaciteit bij vergunningen, toezicht waterkwantiteit, toezicht waterveiligheid en handhaving. Echter op dit moment is nog niet exact duidelijk wanneer deze capaciteitsvraag precies gaat komen en wat de capaciteitsvraag zal zijn.

 

Pilot schonen vergunningenbestand

In het vergunningenbestand staan veel vergunningen nog open. Dit houdt in dat deze nog niet gereed gemeld zijn of nooit zijn uitgevoerd. In 2026 wordt een pilot gedraaid met toezicht op waterveiligheid. Hierin worden de nog openstaande vergunningen vanaf 2016 bekeken om na te gaan of hier uitvoering aan is gegeven of nog worden uitgevoerd. Als de vergunningen nooit zijn uitgevoerd wordt juridisch bekeken of deze ingetrokken kunnen worden. De vergunningen moeten worden geschoond om te voorkomen dat vergunningen alsnog worden uitgevoerd wat door ontwikkelingen in het gebied of de achterhaalde uitvoeringsmethoden niet meer wenselijk is. Wanneer de pilot is afgerond wordt de pilot geëvalueerd en eventueel naar de andere toezichtgebieden uitgebreid.

4 Vergunningen

Met het instrument vergunningen wordt ingezet op het voorkomen van negatieve effecten van handelingen en activiteiten op watersystemen, waterkwaliteit en waterkeringen. Daarnaast wordt ingezet op het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van het beheergebied, mede door mee te werken en bij te dragen aan water-inclusieve ruimtelijke ontwikkelingen. Verder is het uitgangspunt dat de dienstverlening en de producten die geleverd worden van voldoende kwaliteit zijn. Deze producten bestaan niet alleen uit omgevingsvergunningen maar ook uit maatwerk-voorschriften, het afdoen van meldingen, informatieplichten, adviesaanvragen, vooroverleggen, enzovoort.

 

4.1 Verwachting aantal producten

Het aantal producten dat voor het instrument vergunningverlening zal worden geproduceerd in 2026 is afhankelijk van het daadwerkelijke aantal aanvragen, verzoeken, meldingen of informatieplichten dat wordt ingediend. De aantallen in de onderstaande tabel zijn daarom een inschatting op basis van de aantallen van de jaren 2024 en 2025 en de te verwachte acties/projecten die voorzien kunnen worden. De meeste aanvragen voor een omgevingsvergunning worden via de reguliere vergunningenprocedure afgehandeld. Door het mogelijk maken van vooroverleg kan voorgaand aan de aanvraag voor een omgevingsvergunning het waterbelang geborgd worden of kunnen water-inclusieve ruimtelijke ontwikkelingen gestimuleerd worden.

 

Door de aanvragen en verzoeken aan de wet- en regelgeving te toetsen en hieraan, indien van toepassing, voorschriften te verbinden, worden negatieve gevolgen van de activiteiten en werkzaamheden op waterbelangen voorkomen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de verschillende beschreven beleidsdoelen (waterkwaliteit, waterkwantiteit, waterveiligheid en vaarwegen) uit het VTH- beleidsplan.

 

De aantallen in onderstaande tabel geven weer wat we aan aanvragen, meldingen en informatieplichten in 2026 mogen verwachten. Onder de tabel wordt per product een toelichting gegeven.

 

Product

Vergunningen en andere producten

Informatie-plichten/

meldingen

 

Vooroverleg/adviesverzoek andere overheden/adviesverzoek derden

800

-

Maatwerkvoorschrift (losse aanvraag)

190

-

Gelijkwaardige maatregel (losse aanvraag)

-

-

Aandachtsgebied grondwater

80

600

Aandachtsgebied oppervlaktewater

800

1.550

Aandachtsgebied bagger

-

15

Aandachtsgebied riolering

15

140

Aandachtsgebied primaire waterkeringen

200

80

Aandachtsgebied secundaire waterkeringen

670

320

Aandachtsgebied vaarwegen

5

-

Moor-meldingen

-

1.750

 

Vooroverleg 1 /adviesverzoek andere overheden/adviesverzoek derden

In het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) zijn aanpassingen gedaan om het verzoek tot vooroverleg makkelijker te maken. Hierdoor was er in 2025 een toename te zien van het aantal verzoeken tot vooroverleg. De verwachting is dat de stijging in het aantal vooroverleggen door zal zetten. Naast de verzoeken tot vooroverleggen komen ook adviesverzoeken van andere overheden en derden binnen. Ingeschat op de cijfers van 2025 en de te verwachte stijging worden circa 800 verzoeken in 2026 verwacht.

 

Maatwerkvoorschriften

In individuele gevallen kunnen maatwerkvoorschriften worden opgelegd om op die manier algemene regels over activiteiten te specificeren. Dit kan vanuit HHNK zelf worden opgelegd of op verzoek. Het maatwerkvoorschrift geldt alleen voor degene aan wie het is gericht. In bijna alle gevallen gebeurt dit op verzoek. Door het aanpassen van de algemene regels met betrekking tot dammen en duikers, is in 2025 een stijging geweest van het aantal maatwerkbesluiten. In 2026 worden er geen ontwikkelingen verwacht waardoor we in 2026 een verdere stijging van het aantal maatwerkvoorschriften ten opzichte van 2025 verwachten. De verwachting is dat we circa 190 zaken hebben waarin maatwerkvoorschriften worden opgelegd.

 

Gelijkwaardige maatregel

Onder de Omgevingswet is het mogelijk om in plaats van een in algemene regels voorgeschreven maatregel een ‘gelijkwaardige maatregel’ te treffen. De gelijkwaardige maatregel moet tenminste hetzelfde resultaat bereiken als de wetgever met de voorgeschreven maatregel heeft beoogd. Op basis van de voorgaande jaren wordt geen of een enkel verzoek om een gelijkwaardige maatregel in 2026 verwacht.

 

Aandachtsgebied grondwater

Binnen het beheergebied is voor het uitvoeren van werkzaamheden dikwijls een (tijdelijke) grondwaterstandsverlaging nodig. Grondwaterstandverlaging kan van (grote) invloed zijn op de flora en fauna en omliggende bebouwing. Op basis van de lichte stijging van de aanvragen om vergunningen in 2025 worden circa 80 aanvragen om vergunningen verwacht. Naast de aanvragen om omgevingsvergunning worden er ook nog circa 600 informatieplichten verwacht.

 

Aandachtsgebied oppervlaktewater

Aan en/of bij het oppervlaktewater vinden verschillende activiteiten plaats die van invloed kunnen zijn op dit oppervlaktewater. In 2026 worden circa 1.550 aanvragen verwacht. Naast de aanvragen voor omgevingsvergunningen worden er ook nog circa 800 informatieplichten verwacht.

 

Aandachtsgebied bagger

Met betrekking tot het aandachtsgebied bagger worden in 2026 circa 15 informatieplichten verwacht.

 

Aandachtsgebied riolering

Bij het onttrekken van grondwater kan er voor worden gekozen om te lozen op de riolering. Dit water kan uiteindelijk via het hemelwaterriool op het oppervlaktewater komen of via het vuilwaterriool op de rioolwaterzuivering. In 2026 worden circa 15 aanvragen verwacht. Naast de aanvragen voor een omgevingsvergunning worden er circa 140 informatieplichten verwacht.

 

Aandachtsgebied primaire waterkering

Binnen het beheergebied vinden veel activiteiten plaats in/op/bij de primaire waterkeringen. De primaire waterkeringen bieden bescherming tegen overstromingen vanuit de Noordzee, Waddenzee en het IJssel- en Markermeer. In 2026 is in de Waterschapsverordening weer de vergunningplicht opgenomen voor het aanbrengen van grond en/of bouw(stoffen) op de waterkeringen. Deze vergunningplicht was met de transitie van de Keur naar de Waterschapsverordening vergeten.

In 2026 worden, met de verwachte stijging door het toevoegen van de vergunningplicht in de Waterschapsverordening, circa 250 aanvragen verwacht. Naast de aanvragen voor omgevingsvergunningen worden circa 80 informatieplichten verwacht.

 

Aandachtsgebied secundaire waterkering

Wat voor primaire waterkeringen van toepassing is geldt ook voor de secundaire waterkeringen. De secundaire waterkeringen bieden bescherming van onze polders tegen het water uit ringvaarten en kanalen. In 2026 worden, met de verwachte stijging door het toevoegen van de vergunningplicht in de Waterschapsverordening, circa 670 aanvragen verwacht. Naast de aanvragen om omgevingsvergunning worden circa 320 informatieplichten verwacht.

 

Aandachtsgebied Vaarwegen

Binnen het beheergebied zijn verschillende regionale vaarwegen te onderscheiden. Het beheer voor deze vaarwegen is door Gedeputeerde Staten in de Omgevingsverordening toegewezen aan HHNK. Het is goed te benadrukken dat in het uitvoeringsprogramma het alleen gaat over vaarwegbeheer en niet om nautisch beheer wat zijn grondslag vindt in de Scheepvaartverkeerswet. Jaarlijks worden er niet veel aanvragen gedaan voor het aandachtsgebied vaarwegen. In 2026 worden circa 5 aanvragen verwacht.

 

Moor- meldingen

Moor- meldingen zijn meldingen die worden gedaan rondom werkzaamheden aan kabels en leidingen. Het aantal meldingen is bijna met de helft gedaald ten opzichte van eerdere jaren. Er is nog niet achterhaalt wat de exacte reden is van deze daling. In 2026 worden circa 1.750 meldingen verwacht.

 

4.2 Aandachtspunten

Naast het afhandelen van verzoeken, vergunningen, meldingen en informatieplichten in 2026 zijn de volgende aandachtspunten te onderscheiden:

 

Opbouw kennisbank vergunningen

In de kennisbank wordt informatie verzameld die een bijdrage kan leveren aan een juiste en uniforme afhandeling van de verschillende producten. Daarnaast vormt de kennisbank een hulpmiddel voor nieuwe medewerkers. In 2025 is gestart met de opbouw van de kennisbank. In 2026 wordt de opbouw van de kennisbank afgerond zodat deze aansluit op de nieuwe werkwijze en wet- en regelgeving. De informatie in de kennisbank zal vervolgens actueel worden gehouden.

 

Versterken samenwerking andere afdelingen

Binnen de organisatie is het proces van vergunningverlening afhankelijk van de advisering en input van andere afdelingen/clusters. Andersom bestaat ook behoefte aan informatie bij andere afdelingen/clusters omtrent binnengekomen aanvragen, meldingen, informatieplichten en verzoeken. In 2025 is gestart om inzicht te verkrijgen in de wederzijdse behoefte aan informatie/advisering en om zover mogelijk tot een afstemming te komen hoe de informatie- uitwisseling en advisering te borgen. In 2026 wordt de afstemming verder gezocht en geborgd met de verschillende afdelingen/clusters.

 

Inregeling coördinatieregeling

Bij de behandeling van samenhangende besluiten kan de coördinatieregeling van toepassing zijn. Hiermee wordt geregeld dat deze besluiten één uniforme procedure voeren voor voorbereiding, totstandkoming en rechtsbescherming (bezwaar en beroep). Bevoegde gezagsorganen kunnen zelf besluiten de regeling toe te passen, maar de Omgevingswet bevat tevens de verplichting deze regeling toe te passen. Dit is onder andere het geval wanneer aanvragen omgevingsvergunning voor een wateractiviteit gelijktijdig met een andere activiteit is ingediend en voor besluit en ter uitvoering van projectbesluiten met betrekking tot primaire waterkeringen. De planning was om deze coördinatieregeling in 2025 in de werkprocessen vast te leggen. Echter kon hier in 2025 geen concrete actie opgenomen worden omdat onder meer gemeenten achterlopen in de afhandeling van de aanvragen. Hierom blijft dit aandachtspunt voor 2026 actueel.

 

Bijdrage aan het KRW-impulsprogramma

Vanuit het oogpunt tot het behalen van de KRW-doelen moet een kader worden ontwikkeld voor het toetsen van vergunningen, plannen en projecten in het kader van de KRW. Daarnaast wordt gewerkt aan maatwerkregels en -voorschriften voor de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's). Dit toetsingskader moet uiteindelijk verwerkt worden in de Waterschapsverordening en de Richtlijn vergunningverlening waarna deze toegepast kan worden. Daarnaast moet ook een toetsingskader voor vergunningen, plannen en projecten worden ontwikkeld en in gebruik worden genomen.

 

De aanscherping van de wet- en regelgeving, zoals een bodememissietoets vraagt om extra opleidingen voor de medewerkers en aanpassing van formats waarmee gewerkt wordt.

 

In 2026 moeten nog 150 lozingsvergunningen geactualiseerd worden zodat zij voldoen aan de beste beschikbare technieken en de milieuwetgeving, waarbij de prioritering ligt bij de 10 grootste en meest complexe lozers.

 

Projectbesluit

Binnen de Omgevingswet is er de mogelijkheid tot het nemen van een projectbesluit. Bij het uitvoeren van een projectbesluit zijn de hoofdstukken 2, 3 en 4 van de Waterschapsverordening niet van toepassing. Het genomen projectbesluit mag in principe niet conflicteren met uitgangspunten van de Waterschapsverordening en ander flankerend beleid. Het projectbesluit wordt door de projectorganisatie voorbereid met juridische zaken die juridisch meekijkt. Vergunningen wordt minimaal betrokken bij de totstandkoming van het projectbesluit. Onderzocht moet worden of vergunningen met de toetsing een actievere rol moet krijgen in het proces tot het nemen van het projectbesluit.

5 Toezicht

Het toezicht is gericht op het voorkomen, beëindigen en, indien mogelijk, laten herstellen van de gevolgen van activiteiten en handelingen die een (mogelijk) negatief gevolg hebben op de waterkwaliteit, waterkwantiteit, waterveiligheid en vaarwegen in het beheergebied. Door hierop in te zetten wordt een bijdrage geleverd aan de verschillende beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan. In dit uitvoeringsprogramma zal per wettelijke taak (waterkwaliteit, waterkwantiteit, waterveiligheid en vaarwegen) aan worden gegeven hoe vorm wordt gegeven aan het toezicht en welke werkzaamheden en activiteiten er moeten worden uitgevoerd.

 

Op de verschillende toezichtsgebieden worden sinds inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, informatieplichten ingediend. Informatieplichtige activiteiten zijn activiteiten met een laag risico. Om deze reden is geen toestemming vooraf nodig en voldoen de zorgplichtbeginselen en algemene regels. Van deze informatieplichten werden in 2024 en 2025 alleen de informatieplichten met een geo- component gecontroleerd. De controle op deze informatieplichten is in de eerste plaats gericht op het actueel houden van de informatie in de Legger Wateren en of de activiteit conform de ingediende informatie is uitgevoerd. Vanaf 1 januari 2026 wordt voor de informatieplichten die betrekking hebben op de waterkwaliteit onderzocht welke informatieplichten gecontroleerd moeten worden en hoe het toezicht hierop moet worden uitgevoerd. Wanneer een toezichthouder in het veld twijfelt of er voor bepaalde werkzaamheden toch een melding of vergunningsaanvraag moet worden gedaan, dan wordt dit opgepakt via het normale toezicht- en handhavingstraject.

 

Wanneer in dit hoofdstuk wordt gesproken over aantallen toezichtzaken betreffende controle van vergunningen (geen doorlopende omgevingsvergunning die thematisch worden gecontroleerd), meldingen en/of informatieplichten gaat het om nieuwe toezichtzaken. Echter wordt het werk in sommige vergunningen, meldingen en informatieplichten niet altijd direct in hetzelfde jaar of helemaal niet uitgevoerd. Toezichtzaken worden dus dikwijls pas in het volgende jaar afgesloten na uitvoering van de vergunning, melding of informatieplicht. We gaan ervan uit dat het aantal zaken waar in een jaar eerder toestemming voor verleend is en in het huidige jaar wordt uitgevoerd, en het aantal zaken waarvoor toestemming voor is verleend en pas in het volgende jaar wordt uitgevoerd, ongeveer tegen elkaar weggestreept kunnen worden. Om het goed meetbaar te houden gaan we hierom uit van nieuwe toezichtzaken. In het jaarlijks op te stellen VTH- jaarverslag wordt wel inzicht gegeven in het aantal nog openstaande toezichtzaken.

 

Het aantal toezichtstaken is niet altijd één op één te vergelijken met de aanvragen die worden gedaan. Niet in alle gevallen wordt bijvoorbeeld de vergunning verleend. Een andere variabel is dat er dikwijls nieuwe toezichtzaken worden aangemaakt op al verleende vergunningen. Dit heeft er mee te maken dat er achteraf weleens kleine wijzigingen op de vergunning worden doorgevoerd of omdat het een langdurig project betreft met meerdere toezichtmomenten (duurt meerdere maanden tot jaren). Daarnaast wordt ook wel eens voor meerdere toestemmingen (binnen één project) maar één toezichtstaak aangemaakt.

 

5.1 Algemene aandachtspunten

Advies en preventie

Door het inzetten van de instrumenten informeren en adviseren wordt begrip gecreëerd bij inwoners, bedrijven en andere overheden omtrent hetgeen wat we met de uitvoering van de VTH-taken willen bereiken. De gedachte hierachter is dat door het vergroten van het bewustzijn begrip kan ontstaan voor het feit dat wanneer men activiteiten uitvoert waterbelangen hier een rol bij kunnen spelen en dat het belangrijk is met deze belangen rekening te houden. Het informeren en adviseren is gericht op het vergroten van het bewustzijn dat, om het waterbelang te beschermen, bepaalde regels gelden en dat het naleven van deze regels in het belang van eenieder is.

 

Door het vergroten van het bewustzijn wordt beoogd dat bij ontwikkelingen en activiteiten rekening wordt gehouden met de waterbelangen. Daarnaast moet het bijdragen aan de vergroting van de naleving van de wet- en regelgeving.

 

De zaken waarop in 2025 was ingezet worden voortgezet in 2026, namelijk:

  • het aansluiten bij en organiseren van bijeenkomsten in het kader van toezicht;

  • het betrekken van brancheorganisaties bij de voorbereiding van projectmatig toezicht;

  • het geven van voorlichting en het verstrekken van informatie tijdens toezichtmomenten. Hierbij moet worden opgemerkt dat niet ieder toezichtmoment zich leent voor het inzetten van dit instrument. Niet altijd is een eigenaar van een perceel aanwezig ten tijde van het toezicht, is de eigenaar bekend of staat deze niet open voor het ontvangen van informatie;

  • het verstrekken van informatie op de website over het geplande projectmatige toezicht;

  • het actief informeren over de regels bij overtredingen die vaak geconstateerd worden, zoals het aanleggen van verhard oppervlak en het maken van greppels op agrarische percelen ten behoeve van een versnelde afvoer van hemelwater.

Registreren signalen in systeem

Er moet extra aandacht komen voor het uitgebreider registreren van geconstateerde overtredingen, signalen en contactmomenten in het zaaksysteem. Op die wijze kan het zaaksysteem breder gebruikt worden als informatiedrager die geraadpleegd kan worden over wat er heeft gespeeld op een bepaalde locatie.

 

Veranderende samenleving

Toezichthouders hebben te maken met toenemende strijdbaarheid van potentiële overtreders. Dit is een blijvend punt van aandacht. Door de snelle digitale beschikbaarheid van informatie worden, of deze nu juist is of niet, ingelanden mondiger. Deze ontwikkelingen kunnen invloed hebben op de doorlooptijd van zaken en daarmee ook op de capaciteit en inzet van de VTH- organisatie aangezien er meer aandacht moet worden besteed aan voorlichting en administratieve taken. In sommige gevallen houdt dit in dat in verband met de veiligheid soms met meerdere toezichthouders het toezicht ter plaatse wordt gehouden in plaats door één toezichthouder.

 

Registratie controle Moor-meldingen

We hebben in kaart hoeveel Moor- meldingen er bij cluster Vergunningen binnen komen. Echter of deze Moor-meldingen allemaal gecontroleerd worden en door welke toezichtgebieden hebben we op dit moment niet goed inzichtelijk. In 2026 moet uitgezocht worden hoe de registratie zo kan worden ingericht dat te herleiden valt of de Moor-meldingen allemaal gecontroleerd worden en door welke toezichtgebieden.

 

5.2 Toezicht op waterkwaliteit

In 2027 moet de waterkwaliteit in Nederland voldoen aan de doelstellingen die gesteld zijn in de KRW. Een goede chemische en ecologische waterkwaliteit is belangrijk voor zowel de natuur als de gezondheid van mensen. De kwaliteit van ons oppervlakte- en grondwater is en blijft daarmee een actueel thema. Door activiteiten en werkzaamheden kunnen stoffen in het water terecht komen die een negatief effect hebben op de waterkwaliteit. Het toezicht op waterkwaliteit wordt uitgevoerd door de (senior) milieu inspecteurs (adviseurs handhaving) van cluster Handhaving. Het toezicht is met name gericht op de fysisch-chemische waterkwaliteit. De ecologische waterkwaliteit wordt meegenomen voor zover deze verband houdt met de geconstateerde overtredingen op grond van de fysisch-chemische kwaliteit.

5.2.1 Activiteiten en werkzaamheden

Voor het effect waterkwaliteit zijn met name kwantitatieve doelen gesteld. De ervaring leert namelijk dat het lastig is om de toestand van een watersysteem te koppelen aan de controle van één of meerdere sectoren. Daardoor is het moeilijk om het effect van het toezicht te meten of conclusies te trekken. Waterverontreiniging kan verschillende oorzaken of bronnen hebben waardoor mogelijk de aanpak van één bron weinig verschil in de gemeten waarden laat zien. Uitgangspunt van alle werkzaamheden en activiteiten is het bijdragen aan het voorkomen, beëindigen en, indien mogelijk, laten herstellen van de gevolgen van activiteiten en handelingen die een (mogelijk) negatief gevolg hebben op de waterkwaliteit. Het toezicht levert een bijdrage aan de beleidsdoelen uit het VTH- beleidsplan, namelijk: ‘Water met een goede chemische en ecologische waterkwaliteit en het leveren van een zo groot mogelijke bijdrage aan de KRW- doelen.’

 

Actief toezicht met betrekking tot overtredingen die gevolgen kunnen hebben voor de waterkwaliteit wordt over het algemeen uitgevoerd middels projectmatige controles op milieubelastende- en lozingsactiviteiten. De projectmatige controles bestaan met name uit aspect controles die zijn gericht op een bepaalde milieubelastende activiteit. De prioritering is daarbij gebaseerd op de risicoanalyse waterkwaliteit, zoals opgenomen in het VTH-beleidsplan. De geplande projectmatige controles zijn onder het kopje projectmatig/thematisch toezicht opgenomen.

 

De aantallen in onderstaande tabel geven weer wat we op toezicht van de waterkwaliteit in 2026 mogen verwachten. Onder de tabel wordt per product een toelichting gegeven.

 

Activiteit

Aantalen/uren

Toezicht op vergunningen

70

Toezicht op informatieplichten

-

Calamiteiten, meldingen/klachten en verzoeken om handhaving

-

Veehouderijbedrijven

420

Agrarische loonwerkbedrijven

56

Glastuinbouwbedrijven (waaronder ook UO controles)

32

Bloembollenbedrijven

258

Tulpenbroeiers

30

Teelt- en mestvrije zone

500 uur

Industrie & bedrijven

120

Rwzi’s

 

  • controles rwzi’s HHNK

8

  • meldingen rwzi’s

30

Vergisters

2

Baggerdepots

7

Microverontreinigingen/ zeer zorgwekkende stoffen (proefinstallatie Wervershoof)

40 uur

 

Grondwateronttrekkingen >15.000 m³/maand

35

Controle aansluitingen woonboten

50

Antifouling jachthavens

5

 

Toezicht op vergunningen

Het toezicht op vergunningen in het kader van de waterkwaliteit is in twee verschillende categorieën te verdelen. Je hebt het toezicht op verleende vergunningen waarbij een eenmalige activiteit wordt uitgevoerd. Daarnaast heb je het toezicht op vergunningen die bestaan uit inspecties bij bedrijven die beschikken over een doorlopende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een milieubelastende activiteit. Het toezicht daarop wordt met name uitgevoerd in projecten/thema’s. Verderop in deze paragraaf wordt hier per project/thema een toelichting op gegeven.

 

Bij het toezicht op vergunningen of de activiteit conform de voorschriften wordt uitgevoerd hangt dit samen met hoeveel vergunningen worden verleend en of deze vervolgens worden uitgevoerd. Ingeschat op de cijfers van voorgaande jaren worden circa 70 zaken verwacht.

 

Toezicht op informatieplichten

In 2026 zal gestart worden met toezicht op de informatieplichten die zien op de waterkwaliteit. Voordat met het toezicht wordt gestart zal onderzocht worden om welke informatieplichten het gaat waar nog geen toezicht op is georganiseerd. Op basis van die bevindingen zal worden bepaald op welke informatieplichten toezicht moet worden georganiseerd en op welke wijze dat toezicht vorm moet krijgen. Omdat deze wijze van het houden van toezicht nog niet is bepaald kunnen nog geen aantallen van de informatieplichten worden gegeven die gecontroleerd gaan worden. In 2026 zal 1300 uur worden vrij gemaakt voor dit toezicht.

 

Incidenten/calamiteiten, meldingen/klachten en verzoeken om handhaving

Zoals aangegeven in het VTH-beleidsplan wordt de hoogste prioriteit bij toezicht gegeven aan incidenten en calamiteiten waarbij de waterkwaliteit direct in het geding komt. Het kan bijvoorbeeld gaan om incidenten waarbij de waterkwaliteit ernstig wordt aangetast zoals bij lozingen van verontreinigde stoffen. Incidenten en calamiteiten worden dus altijd meteen en direct opgepakt. Het toezicht is met name gericht op het (direct) beëindigen van de situatie die de waterkwaliteit aantast.

 

Het toezicht naar aanleiding van meldingen, klachten en verzoeken om handhaving heeft vervolgens de hoogste prioriteit. Dit toezicht heeft, naast het eerdergenoemde doel, een dienstverlenende functie. Hierbij wordt de inbreng van ingelanden gezien als een uitbreiding van het eigen signaal toezicht. In principe worden alle meldingen, klachten en verzoeken om handhaving direct opgepakt.

 

Voor 2026 is, op grond van data uit voorgaande jaren, een urenplanning van 2.500 uur voor de hierboven weergegeven taken beoogd. Deze uren kunnen sterk afwijken aan de hand van het aantal signalen dat binnenkomt. Gezien het feit dat dergelijke signalen de hoogste prioriteit hebben zal een eventuele uitbreiding van het aantal uren ten kosten kunnen gaan van andere toezichtactiviteiten.

 

Projectmatig/thematisch toezicht

Het toezicht op de waterkwaliteit wordt veelal projectmatig/thematisch ingepland. Onderstaand zijn de eerste zes projecten/thema’s gericht op de agrarische sector. In deze sector worden nog veel bestrijdingsmiddelen gebruikt die een (grote) invloed kunnen hebben op de waterkwaliteit. De prioritering en frequentie van het toezicht bij de thema’s is bepaald aan de hand van de risicoanalyse waterkwaliteit uit het VTH- beleidsplan.

 

  • Veehouderijbedrijven

    Het toezicht zal met name gericht zijn op het voorkomen en (indien van toepassing) beëindigen van activiteiten en handelingen die een (mogelijk) negatief gevolg hebben op de waterkwaliteit ten gevolge van nutriënten (mest en voedingsstoffen uit het voer) die vanaf het erf in het oppervlaktewater terecht komen. Totaal zijn er 1.680 veehouderijbedrijven in het beheergebied gevestigd. Afspoeling van meststoffen en nutriënten in oppervlaktewater geven direct een negatief effect voor de waterkwaliteit. Het totale risico is in de risicoanalyse als hoog aangegeven. De bezoekfrequentie is daarom bijgesteld van één keer in de vijf jaar naar één keer in de vier jaar . Voor 2026 staan conform de meerjarenplanning 420 controles bij veehouderijbedrijven gepland.

  • Agrarische loonwerkbedrijven

    Het toezicht bij agrarische loonwerkbedrijven is gericht op bedrijven met een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op oppervlaktewater via een olieafscheider. Loonwerkbedrijven hebben over het algemeen een olieafscheider nabij de wasplaats van het bedrijf. Vaak is hier ook de tankplaats gesitueerd. Deze bedrijven werken dikwijls met chemische bestrijdingsmiddelen die de olieafscheider niet kan filteren, waardoor deze in het oppervlaktewater terecht kunnen komen. De machines en voertuigen die daarvoor gebruikt worden, mogen daarom niet worden schoongemaakt op de wasplaats. De controle is daarom met name gericht op het controleren of de correcte werkprocessen worden aangehouden en of de olieafscheider deugdelijk wordt onderhouden.

     

    Bij de controle wordt verder bekeken of er mogelijk andere stoffen op het erf (bijvoorbeeld mest) via de hemelwaterputten het schone hemelwater vervuilen. Bij compost of afvalhopen wordt gecontroleerd of het eventuele water dat zich hieromheen verzameld door regenval niet het oppervlaktewater kan instromen (al dan niet door het graven van greppels).

     

    Ieder jaar worden alle agrarische loonwerkbedrijven met een omgevingsvergunning bezocht. Op dit moment zijn 28 omgevingsvergunningen van toepassing en 46 landbouwloonbedrijven die vallen onder de algemene regelgeving (Bal). De bedrijven met een omgevingsvergunning zijn in 2024 bezocht en een groot deel van de vergunningen wordt momenteel geactualiseerd. Agrarische loonwerkbedrijven zonder omgevingsvergunning zijn in de risicoscore met een lagere risicoscore aangegeven omdat deze geen was- of spoelplaats met lozing in oppervlaktewater hebben. Hierdoor is geen omgevingsvergunning noodzakelijk en is de bezoekfrequentie minder frequent dan bij loonbedrijven met een vergunning. In 2026 worden 28 landbouwbedrijven gecontroleerd die onder de algemene regels vallen. Daarnaast worden de 28 landbouwbedrijven na de actualisatie van de vergunning/maatwerkvoorschrift gecontroleerd.

  • Glastuinbouwbedrijven

    Voor glastuinbedrijven geldt per 2018 een zuiveringsplicht voor gewasbeschermingsmiddelen. Dit houdt in dat drainwater, drainagewater en spoelwater van filters van een waterdoserings-installatie dat gewasbeschermingsmiddelen bevat, voorafgaand aan het lozen op het oppervlaktewater, riool en bodem gezuiverd moet worden. Bij het zuiveren dient ten minste 95% van de werkzame stoffen verwijderd te worden. Het bedrijf kan er ook voor kiezen de belangrijkste waterstromen te hergebruiken (de zogenaamde "nullozers").

    Glastuinbouwbedrijven zijn jaarlijks verplicht om gegevens te rapporteren die betrekking hebben op het toepassen en lozen van nutriënten. In Nederland is afgesproken dat gedurende een periode van vijf jaar de omgevingsdiensten en Waterschappen elk jaar een percentage glastuinbouwbedrijven controleren (CWE rapport). De controles zijn gestart in 2021 en worden afgerond in 2026. In 2026 worden bij 32 glastuinbedrijven de rapportages gecontroleerd. Twee omgevingsdiensten (Noord-Holland Noord en Noordzeekanaalgebied) controleren de overige 30 bedrijven. In het gebied van Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied was het enige bedrijf al gecontroleerd. Bij deze controles wordt ook direct gecontroleerd of gewasbeschermingsmiddelen worden geloosd. Door het monitoren van deze gegevens en de controles kan inzicht worden verkregen in de bron van mogelijke (on)bewuste lozingen.

  • Bloembollenbedrijven

    Door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij bloembollenbedrijven langs watergangen en eventuele resten van deze middelen op het erf, kan direct of door afspoeling het oppervlaktewater vervuild worden. Daarnaast bevat het afvalwater en slib dat ontstaat na het spoelen van bollen resten van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Van het afvalwater mag alleen het naspoelwater onder voorwaarden worden geloosd. Dit bij voorkeur door verspreiding over de landbouwgronden. In totaal zijn er 578 bedrijven met hoofdactiviteit bloembollenteelt in het beheergebied gevestigd. Omdat de activiteiten in de bloembollensector als hoog risicovol zijn geprioriteerd wordt deze sector frequent bezocht. In deze sector is het gewasbeschermingsmiddelengebruik hoog en bij verkeerde/onjuiste toepassing van deze middelen zijn de negatieve effecten in het oppervlaktewater groot. Voor 2026 staan conform de meerjarenplanning 258 controles bij bloembollenbedrijven gepland. Bij de controle wordt gecontroleerd op de juiste (zuivering)technische voorzieningen, de juiste toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de wijze waarop landbouwmachines worden gereinigd. Deze controles worden afgestemd met de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) en brancheorganisaties zoals de KAVB.

  • Tulpenbroeiers

    In het beheergebied zijn 136 tulpenbroeiers actief. Tulpenbroeiers kweken tulpen in een kas door deze te "broeien" waardoor de bollen eerder tot bloei komen. Het broeien gebeurt over het algemeen op water of in potgrond. De bollen die gebroeid worden bevatten vaak gewasbeschermingsmiddelen die in het broeiwater terecht komen. Om te voorkomen dat deze middelen in het oppervlaktewater terecht komen is het niet toegestaan het broeiwater te lozen. Ook compostmateriaal en/of afgedragen gewas bevatten vaak nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen die bij lozing het oppervlaktewater negatief beïnvloeden. De meeste tulpenbroeibedrijven hebben daarnaast ook bloembollenteelt. Doordat er ook op andere momenten, zoals tijdens de ontsmetperiode (najaar) en spuit- en spoelperiode (voorjaar en zomer), wordt gecontroleerd in de bloembollenteelt is de bezoekfrequentie voor het controleren in de broeierij lager. In 2026 zal bij 30 tulpenbroeiers een controle worden gehouden die gericht is op de juiste afvoer van het broeiwater en de opslag van afgedragen gewas en compost.

  • Teelt- en mestvrije zone

    De teeltvrije zone bij bloembollen- en akkerbouwbedrijven is bedoeld om de drift van gewasbeschermingsmiddelen naar het watersysteem zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast zorgt de zone ervoor dat er minder uit- en afspoeling naar het oppervlaktewater plaatsvindt. De teeltvrije zone mag niet worden bemest waarmee voorkomen wordt dat het oppervlaktewater wordt mee bemest. In 2026 wordt extra aandacht gegeven aan het toepassen van herbiciden waarin de werkzame stof Pendimethalin voorkomt. Deze stoffen worden in het oppervlaktewatermeetnet de afgelopen jaren veelvuldig aangetroffen. De herbiciden Stomp en Wing P bevatten de werkzame stof Pendimehalin en worden gebruikt in de teelten van bloembollen en (zaai)uien. Een deel van de bloembollenpercelen en (zaai)uien zullen in de maanden maart en april worden bezocht. Voor het uitvoeren van de controles (surveillance van beheergebied) is een inspanning van 500 uur nodig.

  • Industrie & bedrijven

    Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het toezicht op bedrijven gewijzigd van toezicht op verschillende type inrichtingen (A,B,C) naar toezicht op milieubelastende activiteiten, lozingsactiviteiten en wateractiviteiten. Het toezicht op de bedrijven in het beheergebied wordt geprioriteerd op basis van de impact van een mogelijke overtreding van de regelgeving met betrekking tot een milieubelastende activiteit. Hiervoor vormt de risicoanalyse waterkwaliteit het uitgangspunt.

    Gezien de grote impact van lozingen op de waterkwaliteit moeten alle bedrijven die in het bezit zijn van een omgevingsvergunning ieder jaar gecontroleerd en bemonsterd en/of de analyseresultaten daarvan beoordeeld worden. Op dit moment zijn 120 bedrijven in bezit van een dergelijke vergunning. Een deel van de bedrijven wordt meer dan eenmaal bezocht. Het toezicht is gericht op het voldoen aan de voorwaarden in de vergunning, het (mede)beoordelen of de vergunningsvoorwaarden bijdragen aan een goede kwaliteit van het oppervlaktewater en beoordelen of de lozingen van verontreinigende stoffen tot een minimum worden beperkt.

     

    Voor een deel van de 120 vergunningen wordt door cluster Vergunningen nog onderzocht of de activiteiten die daarmee vergund zijn onder de algemene regels van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) vallen of dat hiervoor een maatwerkvoorschrift moet worden verleend. Deze beoordeling is in 2025 van start gegaan en loopt door tot in 2026.

     

    Op Europees niveau is in 1982 een richtlijn inzake de risico’s zware ongevallen vastgesteld, het Besluit risico zware ongevallen(BRZO) en later Seveso genoemd. Deze richtlijn legt aan industriële bedrijven waarin bepaalde hoeveelheid gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, verplichtingen op om zware ongevallen te voorkomen. Voor de 11 bedrijven in het beheergebied van HHNK die onder de Seveso richtlijn vallen, is de inspectie bevoegdheid en advisering sinds 2015 ondergebracht bij Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (overdracht rechtsverhouding BRZO Corsa document 21.0241547).

  • RWZI'S

    In het beheergebied zijn totaal 15 rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's) die het rioolwater zo schoon maken dat het de natuur in kan. Drie van de rwzi's lozen op rijkswater waardoor Rijkswaterstaat het bevoegde gezag is om controles uit te voeren. Door de grote hoeveelheid die in korte tijd kan worden geloosd (groot debiet) kan negatieve beïnvloeding van ongewenste verontreiniging op het oppervlaktewater groot zijn.

     

    In 2026 worden 8 rwzi’s gecontroleerd. Vier van deze controles worden uitgevoerd door het Wetterskip Fryslân. Daarentegen voeren wij dan weer vier controles uit op de rwzi’s in het beheergebied van Wetterskip Fryslan. Op deze wijze wordt een onafhankelijk oordeel over de werking van de rwzi’s gevormd. Bij de controle wordt gecontroleerd op het voldoen aan de (vergunning)voorschriften waarbij de nadruk ligt op de controle emissiegrenswaarden: BZV, CZV en onopgeloste stoffen uit paragraaf 4.49 Besluit activiteiten leefomgeving. Voor de rwzi’s die als IPPC- installatie zijn aan te merken, omdat daar afvalslib en/of afvalwater wordt verwerkt via vrachtwagens of tankauto’s, geldt dat daar ook scherp op de vergunningsvoorschriften wordt gecontroleerd die daar betrekking op hebben.

     

    Naast de bovenstaande controles wordt ook toezicht gehouden op meldingen van medewerkers wanneer het zuiveringsproces (mogelijk) niet optimaal verloopt. Op basis van ervaringen uit voorgaande jaren wordt verwacht dat in 2026 naar aanleiding van circa 30 systeemmeldingen een controle dient te worden gehouden.

  • Vergisters

    In het beheergebied zijn 3 biovergisters operationeel. Deze zijn in 2025 op afvalwaterlozingsaspecten geïnspecteerd. Waarbij er bij één vergister onvolkomenheden zijn geconstateerd. In principe zijn de omgevingsdiensten belast met het toezicht op deze installaties aangezien er vanuit de vergisters niet geloosd mag worden op het oppervlaktewater en er derhalve geen waterbelang is waarop dient te worden toegezien. Aangezien de opslag van de vergiste producten en vergiste mest in deze installaties een ernstig effect kan hebben op de waterkwaliteit en hoog in de risicoscore is opgenomen, zal in 2026 bij de biovergister waar de lozingsaspecten niet op orde waren opnieuw worden geïnspecteerd. Deze controle is gericht op het controleren of er mogelijk toch nog geloosd wordt.

  • Baggerdepots

    In het beheergebied zijn 21 (eigen) baggerdepots. Alleen de baggerdepots waarbij lozingen ontstaan worden ieder jaar gecontroleerd. In de risicoscore zijn de baggerdepots als hoog risicovol opgenomen. De depots die in 2026 in gebruik worden genomen, zullen worden bezocht en worden bemonsterd. De verwachting is dat er 7 depots in gebruik worden genomen waarbij lozingen ontstaan. De controle is gericht op de kwaliteit van het vrijkomende water en de aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bagger.

  • Microverontreinigingen/zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)

    Microverontreinigingen in het water beïnvloeden de waterkwaliteit, het aquatisch milieu en het behalen van de KRW-doelen. Het betreft stoffen zoals zware metalen (zink), plastics en medicijnresten. Sinds 1 mei 2024 wordt bij de proefzuivering in Wervershoof per uur 700 m3 uitstomend water (effluent) afkomstig uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie behandeld door middel van oxidatie met ozon. Door deze behandeling vindt met een hoog rendement omzetting plaats van organische microverontreinigingen. Tijdens het proces kan ook bromaat worden gevormd. Bromaat is aangemerkt als een zeer zorgwekkende stof waarvoor strenge regels gelden. Voor het lozen van het effluent afkomstig uit de proefinstallatie is een maatwerkvoorschrift verleend voor een periode van drie jaar. Voor 2026 is 40 uur begroot voor het uitvoeren van controles om te beoordelen of de proefinstallatie voldoet aan de voorwaarden van het maatwerkvoorschrift. In 2026 zullen de resultaten van de pilot uitgebreid geëvalueerd worden en moet het vervolg van de pilot worden bepaald.

  • Grondwateronttrekkingen >15.000 m³/maand

    De verwachting is dat in 2026 op circa 35 vergunningen die verleend worden voor het onttrekken van meer dan 15.000 m³/maand aan grondwatercontroles moeten worden uitgevoerd. Het gaat daarbij om bedrijfsmatige onttrekkingen. Deze onttrekkingen vinden vaak plaats in de zandige kustgebieden en kunnen grote risico's met zich meebrengen wanneer ze niet conform vergunningsvoorwaarden worden uitgevoerd. Te denken valt aan verzakkingen van huizen en het afsterven van bomen en gewassen. Naast het onttrekken van het grondwater wordt dit water na gebruik geloosd op de bodem of het oppervlaktewater. Dit moet conform de voorwaarden in de vergunning plaatsvinden. Het toezicht is gericht op de naleving van deze voorwaarden.

  • Aansluiting woonboten

    Een aantal woonboten in het beheergebied lozen ongezuiverd het huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewater. Huishoudelijk afvalwater bevat naast een hoge belasting van organische stoffen en meststoffen ook de ziekteverwekkende bacteriën zoals E-coli die mensen ziek kunnen maken bij contact met het oppervlaktewater. Het ongezuiverd lozen in oppervlaktewater is niet meer toegestaan. In 2024 en 2025 is in de regio Alkmaar gecontroleerd of de woonboten die daar een ligplaats hebben aangesloten zijn op de riolering. Dit traject is grotendeels afgerond in 2025. Echter in circa 10 zaken is/wordt een last onder dwangsom opgelegd waarop nog hercontroles moeten worden gehouden. In 2026 worden de aansluitingen van de woonboten in gemeente Zaanstad gecontroleerd. Dit betreft circa 40 woonboten.

  • Antifouling

    De regelgeving voor het gebruik van antifouling (anti-aangroeiverf) voor schepen is de afgelopen jaren aangescherpt vanwege de biociden die in deze verf wordt gebruikt. Deze kunnen belastend zijn voor de waterkwaliteit waardoor maar slechts een paar antifouling producten in Nederland mogen worden gebruikt. In 2025 zijn er geen overtredingen geconstateerd bij de jachthavens op gebruik van antifouling toepassing. In 2026 wordt wederom ingezet op voorlichting en inspectie over het gebruik van antifouling bij vijf jachthavens. Dit zullen andere jachthavens zijn dan die in 2025 zijn gecontroleerd.

  • Inlaat- en ontrekkingsverbod

    Mocht in de zomermaanden de temperatuur van het oppervlaktewater oplopen dan zal risicogericht toezicht plaatsvinden bij bedrijven die koelwater lozen. Bij een eventueel inlaatverbod in deze maanden, dat vanuit Rijkswaterstaat wordt uitgevaardigd en waarbij geen water uit het IJsselmeer en Markermeer mag worden ingelaten, zal toezicht ingezet worden aan de hand van het ‘Uitvoeringsplan toezicht en handhaving onttrekkingsverbod’.

Samenwerking

Totaal is voor 2026 10% van de werkbare uren gereserveerd voor samenwerking in het toezicht met andere handhavingspartners zoals Nederlandse voedsel en warenautoriteit (NVWA), milieupolitie en omgevingsdiensten. De gedachte hierachter is dat door samenwerken zo effectief mogelijk uitvoering kan worden gegeven aan de gezamenlijke opgave tot het behalen van de waterkwaliteits- en KRW-doelen. Binnen deze uren vallen ook de advisering en bijdrage van de toezichthouders aan het programma Indirecte Lozingen van de drie omgevingsdiensten in het beheergebied.

 

Onvoorzien

Daarnaast moet bij het inzetten van het toezicht er enige flexibiliteit zijn om in te kunnen spelen op onvoorziene zaken, omstandigheden of bestuurlijke inzichten. Hierom wordt 10% van de werkbare uren gereserveerd. Op deze wijze kunnen deze zaken geen afbreuk doen op de geplande werkzaamheden en activiteiten.

5.2.2 Aandachtspunten

Naast het toezicht op de waterkwaliteit in 2026 zijn de volgende aandachtspunten te onderscheiden:

 

Signaaltoezicht

Op dit moment komen vanuit de verschillende toezichtsgebieden de signalen niet altijd even goed door richting cluster Handhaving. In 2026 moet aandacht komen voor de onderlinge samenwerking waar het gaat om het signaaltoezicht zodat belangrijke signalen voor elkaar niet verloren gaan.

 

Planning

In 2026 zal nader onderzoek worden gedaan op welke momenten controles per sector het beste kunnen plaats vinden voor een zo groot mogelijk effect op de naleving van de regels. De resultaten van dit onderzoek zullen worden opgenomen in de jaarplanning van de controles.

 

Herziening Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater

Cluster Handhaving wil in overleg met afdeling Waterketen in het kader van de voorbereiding op de landelijke uitwerking en toepassing van de herziening Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater en de gevolgen daarvan in relatie tot het toezicht op de rwzi’s.

 

Koppelen dossiers toezicht aan vergunningen

De afgelopen jaren is aandacht besteedt aan het koppelen van de toezichtdossiers aan de vergunningen. Deze activiteit is als maatregel in het KRW- impulsprogramma opgenomen. Deze actie loopt nog door en wordt hierom ook in 2026 nog als aandachtspunt meegenomen.

 

Indirecte lozingen

In 2024 is gestart met de pilot ‘Plan van aanpak indirecte lozingen 2024-2026’. Dit project bouwt voort op de pilot ‘Grip op Indirecte lozingen Noorderkwartier’. De omgevingsdiensten IJmond, Noord-Holland Noord en Noordzeekanaalgebied zijn in 2025 zelfstandig verder aan de slag gegaan met controle op de lozingsaspecten van bedrijven die bedrijfsafvalwater lozen op de gemeentelijke riolering. In 2026 zal ook input nodig zijn vanuit cluster Handhaving in de rol als vertegenwoordiger van het waterschap, regionale expertise en kennis op het gebied van waterbeheer en -kwaliteit (25.0277768).

 

Lozen huishoudelijk afvalwater

Op 1 januari 2026 is het lozingsverbod huishoudelijk afvalwater voor groepsaccommodaties en bedrijven in werking getreden. Het betreft een verbod op lozingen van huishoudelijk afvalwater van 6 of meer inwonerequivalenten in secundair of tertiair oppervlaktewater. Dit zijn met name de (bedrijfsmatige) huishoudelijke lozingen afkomstig van bijvoorbeeld migrantenhuisvesting, campings, zorginstellingen en grootschalige B&B’s. Met het toepassen van het lozingsverbod is ook de handhavingsplicht daarop van toepassing. Echter zijn de volgende afspraken gemaakt, in het plan van aanpak, met de verschillende betrokken partijen:

  • wordt niet direct actief per 1 januari 2026 op het verbod gehandhaafd. Hierdoor is er tijd om met gemeenten het handelingsperspectief in beeld te brengen en een plan van aanpak te maken;

  • in het plan van aanpak wordt onderscheid gemaakt tussen locaties waar aansluiting op riolering binnen een redelijke termijn mogelijk is, en locaties waar dat niet het geval is;

  • voor locaties waar op korte termijn zicht op riolering is, geldt een uitvoeringstermijn van maximaal vier jaar. Daarmee moeten uiterlijk per 1 januari 2031 de voorzieningen zijn gerealiseerd;

  • waar riolering niet is gepland, wordt geen lozing van bedrijfsmatig huishoudelijk afvalwater meer toegestaan. Uiterlijk 1 januari 2027 moeten alternatieve voorzieningen zijn getroffen.

In 2025 is met een aantal gemeenten stappen gezet om tot een inventarisatie te komen. Dit wordt de komende tijd met alle gemeenten in het beheergebied opgepakt en verder uitgewerkt. Binnen de organisatie is hiervoor een projecttrekker aangesteld. Vanuit cluster Handhaving (beleidsadviseur, milieu-inspecteur, data adviseur) wordt input geleverd voor de inventarisering van betreffende locaties en afstemming met gemeenten met betrekking tot het wateraspect. Eind 2025 is een persbericht uitgegaan naar de media om te wijzen op het aflopen van de overgangstermijn en de ingangsdatum van het verbod.

 

5.3 Toezicht op waterkwantiteit

Om voldoende aan- en afvoer van water te garanderen moet zorg worden gedragen voor een watersysteem dat functioneel en goed in balans is. Dit wordt deels gedaan door de watergangen en alle bijbehorende kunstwerken goed te onderhouden en te beheren. Het watersysteem is echter continue onderhevig aan wijzigingen. Deze wijzigingen worden door ons zelf uitgevoerd, maar ook derden maken gebruik van het watersysteem of willen hierin of in de nabijheid daarvan wijzigingen aanbrengen. Afhankelijk van de activiteiten of werkzaamheden kan hiervoor een vergunning of informatieplicht nodig zijn of gelden algemene regels.

 

Het VTH-toezicht op waterkwantiteit wordt grotendeels uitgevoerd door de toezichthouders van cluster Gebiedsbeheer en wordt naast andere werkzaamheden uitgevoerd. Het VTH-toezicht is vooral gericht op de controle van de vergunningen die op basis van de Waterschapsverordening zijn verleend. Daarnaast voeren zij een signaalfunctie uit op overtredingen op basis van de Waterschapsverordening en de Onderhoudsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De peilbeheerders van cluster Peilbeheer en gemalen ondersteunen de gebiedsbeheerders hierin. Voor de controles tijdens de najaarsschouw worden tijdelijke schouwmeesters aangenomen.

5.3.1 Activiteiten en werkzaamheden

Het uitgangspunt van alle werkzaamheden en activiteiten die in het kader van toezicht worden uitgevoerd op het effect waterkwantiteit is dat deze bijdragen aan het voorkomen, beëindigen en, indien mogelijk, laten herstellen van de gevolgen van activiteiten en handelingen die een negatief gevolg hebben gehad op de watersystemen. Dit houdt tevens in dat het toezicht een bijdrage levert aan de beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan; ‘Niet te veel en niet te weinig water in normale en extreme weersomstandigheden.’

 

In het uitvoeringsprogramma 2025 was een inschatting gemaakt hoeveel zaken zouden worden behandeld. Naast deze inschatting is in 2025 bij de gebiedsbeheerders een start gemaakt met het registreren van de VTH- activiteiten in excel sheets. Dit geeft een goed beeld van de activiteiten maar is wel afhankelijk van wat door de gebiedsbeheerders is aangegeven en geeft nog geen volledig beeld van wat exact wordt opgepakt. Daarnaast speelt het een rol op welke wijze wordt geïnterpreteerd door de gebiedsbeheerder of het een beheertaak is of dat het VTH- activiteit betreft. De cijfers in dit uitvoeringsprogramma’s zijn deels gebaseerd op deze registraties maar betreffen dus nog steeds een ruwe inschatting. De cijfers wat betreft de schouw worden wel in registraties bijgehouden door het schouwteam.

 

De aantallen in onderstaande tabel geven weer wat we op toezicht van de waterkwantiteit in 2026 mogen verwachten. Onder de tabel wordt per activiteit/thema een toelichting gegeven.

 

Activiteit/thema

Aantallen

Toezichtszaken op vergunningen

430

Toezichtszaken op informatieplichten met geo-component

300

Calamiteiten, meldingen/klachten en verzoeken om handhaving

4.300

Actief toezicht

600

Voorlichting en advies ingelanden

2.150

Advies intern

1.000

Schouwtoezicht

 

  • Najaarsschouw

 

  • Tijdelijke schouwmeesters

15.000

  • Toezicht gebiedsbeheerder

600

  • Toezicht handhaving (gedwongen uitvoering)

12

  • Baggerschouw/schouw op waterbergend vermogen

 

  • Peilingen adviesbureau

900

  • Toezicht gebiedsbeheerder

750

  • Toezicht handhaving (gedwongen uitvoering)

-

  • Knelpuntenschouw

 

  • Toezicht gebiedsbeheerder

1.135

  • Toezicht handhaving (gedwongen uitvoering)

2

 

Toezicht op vergunningen

Op grond van de Waterschapsverordening worden omgevingsvergunningen verleend die betrekking hebben op de waterkwantiteit. In principe worden alle verleende omgevingsvergunningen gecontroleerd of deze zijn/worden uitgevoerd. Het toezicht is gericht op het beoordelen of de activiteiten/handelingen worden uitgevoerd conform de voorschriften van de omgevingsvergunning. De vergunningen met betrekking tot wateronttrekkingen kleiner dan 15.000 m³ wordt geen toezicht op gehouden vanuit waterkwantiteit omdat de hoeveelheden van de onttrekking te klein zijn om een negatieve invloed te hebben op de waterkwantiteit. Ingeschat op de cijfers van voorgaande jaren wordt verwacht dat circa 430 nieuwe toezichtzaken worden aangeleverd.

 

Toezicht op informatieplichten met een geo- component

Naast de controle op de omgevingsvergunningen worden ook de informatieplichten met een geo- component gecontroleerd of deze zijn uitgevoerd. Het betreft informatieplichten met betrekking tot het plaatsen, verwijderen of verbreden van een dam/duiker, het (ver)plaatsen van een brug, het dempen, graven of verplaatsen van een sloot, het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en het realiseren van peilafwijkingen. De controle op deze informatieplichten is in de eerste plaats gericht op het actueel houden van de informatie in de Legger Wateren. Bij constatering van een overtreding wordt vanuit de reguliere bewakende en controlerende taak het toezichttraject gestart. Ingeschat op de cijfers van voorgaande jaren wordt verwacht dat circa 300 nieuwe toezichtzaken worden aangeleverd.

 

Calamiteiten, meldingen/klachten en verzoeken om handhaving

Zoals aangegeven in het VTH- beleidsplan wordt de hoogste prioriteit bij toezicht gegeven aan incidenten en calamiteiten waarbij de waterkwantiteit direct in het geding komt. Dit toezicht is met name gericht op het beëindigen of beperken van de gevolgen van de situatie die de functionaliteit en/of de balans van het watersysteem aantast.

 

Het toezicht naar aanleiding van meldingen, klachten en verzoeken om handhaving heeft vervolgens de hoogste prioriteit. Dit toezicht heeft, naast het eerdergenoemde doel, een dienstverlenende functie. In principe worden alle meldingen, klachten en verzoeken om handhaving opgepakt.

 

In het uitvoeringsprogramma 2025 was een inschatting gemaakt dat 2.000 zaken zouden worden behandeld. Op basis van de gevoerde registraties verwachten we in 2026 circa 4.300 zaken op te moeten pakken. Dit betreft zoals aangegeven een ruwe inschatting.

 

Actief toezicht

Actief toezicht met betrekking tot overtredingen die gevolgen kunnen hebben voor de waterkwantiteit, maar ook eventueel voor andere waterbelangen worden uitgevoerd middels signaaltoezicht. Dat houdt in dat bij vrije veld surveillance, risicogericht toezicht of tijdens het uitvoeren van andere werkzaamheden overtredingen worden gesignaleerd. Bij het signaaltoezicht wordt waar mogelijk de prioritering van de risicoanalyse waterkwantiteit uit het VTH- beleidsplan aangehouden. Dit kunnen overtredingen zijn waarbij men zich niet houdt aan de algemene regels en/of de activiteiten/werkzaamheden niet conform of zonder informatieplicht en/of omgevingsvergunning worden uitgevoerd. Wanneer het gaat om overtredingen/signalen voor andere toezichtgebieden of andere overheden worden deze aan de toezichthouders dan wel de bewuste overheidsdienst door gezet voor verdere afhandeling. Wanneer het over waterkwantiteit gaat wordt de overtreding in beginsel zelf door de toezichthouder opgepakt/opgelost. Het overgrote deel van de overtredingen kan ter plaatse worden opgelost (bijvoorbeeld aanvragen vergunning of indienen van informatieplicht).

 

Voor het actieve toezicht was in het uitvoeringsprogramma 2025 een inschatting gemaakt dat 2.000 toezichtzaken zouden worden aangeleverd voor verdere afhandeling of te behandelen. Op basis van de gevoerde registraties verwachten we in 2026 circa 600 zaken op te moeten pakken. Dit betreft zoals aangegeven een ruwe inschatting.

 

Voorlichting en advies

Vanuit de functie als gebiedsbeheerder wordt veel voorlichting en advies gegeven aan ingelanden (inwoners, overheden, organisaties en bedrijven), maar ook advies in de organisatie aan bijvoorbeeld cluster Vergunningen. Op basis van de gevoerde registraties wordt verwacht dat in 2026 circa 2.150 gevallen informatie en voorlichting wordt gegeven aan ingelanden met betrekking tot de van toepassing zijnde regels. Dit betreft zoals aangegeven een ruwe inschatting. Wat betreft het geven van adviezen binnen de organisatie worden in 2026 circa 1.000 interne adviezen verwacht.

 

Schouw toezicht

Eigenaren van percelen die aan een watergang (sloot) grenzen hebben de plicht deze te onderhouden. Het onderhoud moet erop gericht zijn dat de watergang een vastgestelde diepte en breedte behoudt. Grotendeels wordt tijdens de najaarsschouw, de baggerschouw (inclusief de schouw op waterbergend vermogen) en de knelpuntenschouw gecontroleerd of het slootonderhoud goed wordt uitgevoerd. De coördinatie van de schouw is belegd bij het Schouwteam van cluster Watersystemen/Waterlopen.

  • Najaarsschouw

    Voor aanvang van de najaarsschouw wordt een persoonlijke aankondiging van de najaarsschouw gezonden aan de overtreders van voorgaande jaren. Daarnaast wordt via verschillende mediakanalen (socials, lokale kranten, website, etc.) de najaarsschouw aangekondigd. Tijdens de najaarsschouw wordt gebruik gemaakt van 88 tijdelijke schouwmeesters die controles uitvoeren op alle watergangen waar HHNK zelf geen onderhoudsplicht heeft en die meer dan één aanliggende eigenaar (belanghebbenden) hebben. Bij de eerste schouw worden ongeveer 11.000 knelpunten verwacht. De bevindingen van de tijdelijke schouwmeesters worden na de eerste controle bekeken door de gebiedsbeheerder in samenwerking met het schouwteam. Wanneer sprake is van een overtreding wordt een voornemen last onder bestuursdwang verzonden. Op basis van de cijfers van de afgelopen jaren worden in 2026 circa 4.000 voornemens last onder bestuursdwang (een eigenaar kan meerdere overtredingen begaan wat in één brief staat) verwacht. De tijdelijke schouwmeesters voeren vervolgens de herschouw (hercontrole) uit of de overtreding na het voornemen last onder bestuursdwang is opgeheven. Wanneer door de overtreder nog niet wordt voldaan aan de onderhoudsplicht wordt door het schouwteam de last onder bestuursdwang verzonden. De controle op de lasten onder bestuursdwang worden door de gebiedsbeheerders uitgevoerd. De gebiedsbeheerder onderneemt onder meer passende actie richting de overtreder (het zogenaamde horen). In 2026 worden circa 600 lasten onder bestuursdwang verwacht. In een zaak kunnen eventueel meerdere controles/bezoeken nodig zijn. Indien een gebiedsbeheerder er niet uitkomt met ingelanden schakelt hij cluster handhaving in voor een mogelijke gedwongen uitvoering. Dit komt bij circa 12 ingelanden voor.

  • Baggerschouw

    Bij de Baggerschouw wordt ieder jaar een gebied gecontroleerd of de watergangen nog op diepte zijn. Het beheergebied is hierbij verdeeld in zeven baggerscopes versnipperd over het beheergebied. Controles vinden dus eenmaal in de zeven jaar plaats in de bepaalde gebieden. Deze verdeling is onder andere ook gemaakt voor het behoud van de flora en fauna. Het baggeren heeft namelijk een grote impact hierop. Dus dieren moeten kunnen vluchten en planten moeten kunnen herstellen. In eerste instantie krijgen onderhoudsplichtigen een aankondiging van de baggerschouw thuis gestuurd waarin ook wordt aangekondigd dat wij mogelijkerwijs hun perceel betreden om de waterlopen te laten peilen door adviesbureaus. Dit zijn er circa 900. Wanneer uit de peilingen van de baggerschouw blijkt dat een watergang niet voldoet aan de minimale diepte wordt door het schouwteam het voornemen last onder bestuursdwang verzonden. Ingelanden hebben dan een jaar de tijd om de watergang te baggeren. In 2026 wordt verwacht dat aan circa 750 ingelanden een voornemen last onder bestuursdwang wordt verzonden. Tijdens het jaar dat ingelanden de tijd hebben om het onderhoud uit te voeren hoort de gebiedsbeheerder de ingelanden om schouwafspraken te maken. Na afloop van de termijn wordt door de gebiedsbeheerder een controle uitgevoerd op het voornemen last onder bestuursdwang. Dit kunnen eventueel meerdere controles zijn. Als de overtreding dan nog steeds bestaat wordt een last onder bestuursdwang opgelegd met het verzoek om de overtreding binnen de gegeven begunstigingstermijn alsnog zelf op te heffen. In 2026 worden geen lasten onder bestuursdwang verwacht.

  • Knelpuntenschouw

    In de zomermaanden worden de watergangen gecontroleerd die een knelpunt kunnen vormen voor de water aan- en afvoer en sneller dichtgroeien met planten dan andere watergangen. Deze knelpunten worden bepaald aan de hand van opgehaalde informatie bij de gebiedsbeheerders en peilbeheerders. Tijdens deze schouw wordt gecontroleerd of de watergangen en de belangrijke kunstwerken voldoende onderhouden zijn. In eerste instantie ontvangt een onderhoudsplichtige een aankondiging/waarschuwing om het knelpunt binnen een termijn van minimaal twee weken schoon te maken. Er worden circa 1.000 aankondigingen/waarschuwingen in 2026 verwacht. Na afloop van de termijn wordt door de gebiedsbeheerders gecontroleerd of het knelpunt is schoon gemaakt. Wanneer het knelpunt niet is schoon gemaakt wordt een voornemen last onder bestuursdwang verzonden met daarin een nadere termijn voor het schoon maken van het knelpunt. In 2026 wordt verwacht dat circa 120 voornemens last onder bestuursdwang worden verzonden. Na afloop van de termijn worden door de gebiedsbeheerder de controles uitgevoerd op de voornemens last onder bestuursdwang. Dit kunnen eventueel meerdere controles zijn. Als de overtreding dan nog steeds bestaat wordt een last onder bestuursdwang opgelegd met het verzoek om de overtreding binnen de gegeven begunstigingstermijn alsnog zelf op te heffen. In 2026 worden circa 15 lasten onder bestuursdwang verwacht. De controle op de lasten onder bestuursdwang worden uitgevoerd door de gebiedsbeheerders. Indien een gebiedsbeheerder er niet uitkomt met de ingelanden schakelt hij cluster handhaving in voor een mogelijke gedwongen uitvoering. Op basis van de verwachting van de afgelopen jaren wordt dit bij circa 2 ingelanden verwacht.

  • Schouw op waterbergend vermogen

    Elk jaar wordt een deel van het beheergebied gecontroleerd of de watergangen nog de juiste afmetingen hebben om voldoende waterberging te bieden. Gaat in dit geval om de tertiaire watergangen. In tertiaire watergangen mag begroeiing blijven staan. De planten dragen bij aan de waterkwaliteit en het leven in en om de watergang. Wel moeten deze watergangen water kunnen bergen, en daarom mogen ze niet verlanden. Dit schouwtype is volledig opgenomen in de baggerschouw.

5.3.2 Aandachtspunten

Naast het toezicht op de waterkwantiteit in 2026 zijn de volgende aandachtspunten te onderscheiden:

 

Gebruik Powerbrowser

In het systeem Powerbrowser worden toezichtstaken naar aanleiding van verleende omgevingsvergunning en informatieplichten met een geo- component doorgezet. Echter deze vergunningen en informatieplichten worden niet altijd op de juiste wijze afgehandeld in het systeem. In 2026 moet worden voorzien in betere begeleiding voor het afdoen van de zaken in Powerbrowser zodat er geen vervuiling optreedt in het vergunningenbestand en het systeem. Zo kan er worden gefaciliteerd in meerdere (opfris)trainingsmomenten.

 

Registreren overtredingen

Overtredingen die in het actieve toezicht worden geconstateerd en daarmee vallen onder het signaaltoezicht moeten geregistreerd worden in het systeem. Dit geldt ook voor de overtredingen die ter plaatse worden opgeheven of als er alsnog een vergunning wordt aangevraagd of een informatieplicht wordt ingediend. Er moet worden bekeken op welke wijze de registratie het makkelijkst en snelst kan worden uitgevoerd en hoe dit onder de aandacht komt bij iedereen.

 

KRW ontwikkelingen op schouw

In het verleden moesten de watergangen allemaal volledig schoon en vrij zijn. Echter met de KRW doelen zijn er nieuwe uitgangspunten omdat nu water- en/of oeverbeplanting in bepaalde gevallen aan moet blijven. Dit geeft nieuwe uitgangspunten hoe naar de schouw gekeken moet worden. In 2026 zal dit verder worden uitgewerkt. De tijdelijke schouwmeesters en gebiedsbeheerders worden door middel van trainingen voor aanvang van de schouw hierin meegenomen.

 

Schouwproces

Het schouwproces is naar aanleiding van het verleden praktisch ingestoken en daarop ingericht. Aan de hand van de wet- en regelgeving moet getoetst worden of het proces helderder en met duidelijke juridische waarborgen kan worden uitgevoerd.

 

5.4 Toezicht op waterveiligheid

Veilige waterkeringen die voldoen aan de wettelijke eisen zijn cruciaal voor het beheergebied. Het grootste gedeelte van het beheergebied ligt immers onder zeeniveau. De staat van de waterkeringen wordt regelmatig gecontroleerd door de toezichthouders waardoor deze intact blijven. Derden willen echter regelmatig werkzaamheden of activiteiten in, op of nabij de keringen uitvoeren. Te denken valt aan kabels en leidingen van netwerkproviders of energieleveranciers. Voor veel van deze werkzaamheden is een vergunning nodig of geldt een informatieplicht of algemene regels. Het niet volgen van de regelgeving bij werkzaamheden en activiteiten kan de waterkering aantasten waardoor deze mogelijk niet goed meer berekend is op zijn taak en de veiligheid in het geding kan komen.

5.4.1 Activiteiten en werkzaamheden

Het toezicht op de waterkeringen wordt uitgevoerd door toezichthouders van cluster Onderhoud van de afdeling Waterveiligheid. Binnen het beheergebied is een onderverdeling gemaakt in vier gebieden waarbinnen één toezichthouder actief is. De toezichthouders houden zich naast het VTH- toezicht ook nog met andere projectmatige werkzaamheden bezig.

 

Uitgangspunt van het VTH-toezicht op het effect waterveiligheid is dat het bijdraagt aan het voorkomen, beëindigen en, indien mogelijk, laten herstellen van de gevolgen van activiteiten en handelingen die een (mogelijk) negatief gevolg hebben op de waterkeringen en de bijbehorende beperkingsgebieden of een toename geven op de overstromingskans. Dit houdt tevens in dat het toezicht een bijdrage levert aan de beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan, te weten ‘een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van het beheergebied in 2050’. Voor 2026 is gepland dat de vier toezichthouders van cluster Onderhoud 5.200 uur aan het toezicht van waterveiligheid kunnen besteden.

 

De aantallen in onderstaande tabel geven weer wat we op toezicht van de waterveiligheid in 2026 mogen verwachten. Onder de tabel wordt per activiteit/thema een toelichting gegeven.

 

Activiteit

Aantallen

Toezicht op vergunningen

450

Calamiteiten, meldingen/klachten en verzoeken om handhaving

50

Actief toezicht

150

 

Toezicht op vergunningen

In het kader van waterveiligheid worden omgevingsvergunningen voor activiteiten in/op/bij primaire en secundaire waterkeringen verleend. Jaarlijks worden circa 400 nieuwe toezichtzaken aangeleverd. Echter door de aanpassing in de Waterschapsverordening per 1 januari 2026, dat er weer een vergunningplicht is opgenomen voor het aanbrengen van grond en/of bouwstoffen op waterkeringen, wordt een stijging naar 450 nieuwe toezichtzaken verwacht.

Daarnaast worden Moor- meldingen met betrekking tot de waterkeringen ingediend. Alle verleende omgevingsvergunningen en meldingen worden gecontroleerd of deze zijn/worden uitgevoerd. Het toezicht is gericht op het beoordelen of de activiteiten/handelingen worden uitgevoerd conform de voorschriften van de omgevingsvergunning en/of melding. Als binnen de beschikbare toezicht uren van 5.200 uur het niet lukt de verleende vergunningen en meldingen te controleren, wordt er risicogericht gewerkt. Hierbij wordt de prioritering uit de risicoanalyse waterveiligheid uit het VTH-beleidsplan aangehouden.

 

Calamiteiten, meldingen/klachten en verzoeken om handhaving

Het VTH-toezicht op incidenten en calamiteiten waarbij de waterveiligheid in het geding komt, klachten, meldingen en verzoeken om handhaving hebben de hoogste prioriteit. Voor 2026 worden, op grond van data uit voorgaande jaren, voor dit soort toezicht circa 50 zaken verwacht. Mochten meer signalen binnenkomen dan heeft dit toezicht prioriteit boven de andere werkzaamheden in het kader van VTH.

 

Actief toezicht

Actief toezicht met betrekking tot overtredingen die gevolgen kunnen hebben voor de waterkwantiteit maar ook eventueel voor andere waterbelangen worden uitgevoerd middels signaaltoezicht. Dat houdt in dat bij vrije veld surveillance, risicogericht toezicht of tijdens het uitvoeren van andere werkzaamheden overtredingen worden gesignaleerd. Bij signaaltoezicht wordt de prioritering van de risicoanalyse waterveiligheid uit het VTH-beleidsplan aangehouden. In het voor- en najaar worden de dijken geschouwd waarbij wordt gecontroleerd of de waterkering nog voldoet aan de normen die voor de waterveiligheid zijn gesteld. Tijdens de voorjaarsschouw van de dijken wordt ook gekeken naar mogelijke andere overtredingen. In het verleden ging het daarbij met name om het innemen van een ligplaats aan een dijk, het verplaatsen en aanbrengen van grond, het aanleggen van boogzinkers, terrassen, enzovoort. Voor 2026 wordt voor actief toezicht uitgegaan van circa 150 toezicht zaken die zullen worden geconstateerd. Wanneer het gaat om overtredingen/signalen voor andere toezichtsgebieden of andere overheden worden deze aan de toezichthouders dan wel de bewuste overheidsdienst door gezet voor verdere afhandeling. Wanneer het over waterveiligheid gaat wordt de overtreding zelf door de toezichthouder opgepakt/opgelost. Het overgrote deel van de overtredingen kan ter plaatse worden opgelost (bijvoorbeeld aanvragen vergunning of indienen van informatieplicht).

5.4.2 Aandachtspunten

Naast het toezicht op de waterveiligheid in 2026 zijn de volgende aandachtspunten te onderscheiden:

 

Aanvragen vergunningen eigen organisatie/andere overheden

Er worden dikwijls in opdracht van de eigen organisatie of andere overheden in- en rondom de dijken werkzaamheden uitgevoerd waarvoor geen vergunning is aangevraagd, melding is gedaan of informatieplicht is ingediend. Blijkbaar is er vanuit de eigen organisatie en andere overheden niet genoeg bekend welke vergunningen, meldingen of informatieplichten noodzakelijk zijn. Wanneer overtredingen worden geconstateerd moet door middel van uitgebreid informeren vanuit de toezichthouder aan de leidinggevende van de opdrachtgever van het uit te voeren werk de bereidheid tot het aanvragen van een vergunning, doen van een melding of indienen van informatieplicht worden vergroot. Als bij notoire overtreders geen verbetering komt of zij weigeren om alsnog de juiste vergunning aan te vragen, de melding te doen of de informatieplicht in te dienen moet het bestuursrechtelijke traject voor handhaving worden ingezet.

 

Schonen vergunningenbestand

Het vergunningenbestand is vervuild. Vergunningen zijn nog niet gecontroleerd of zijn in hun geheel nog niet uitgevoerd. In 2025 is vanuit de toezichthouders een start gemaakt om de vergunningen van voorgaande jaren die al zijn uitgevoerd af te sluiten en de vergunningen die nog niet zijn uitgevoerd te inventariseren. Dit wordt in 2026 doorgezet. Voor de vergunningen die niet zijn uitgevoerd moet worden afgewogen deze in te trekken.

 

Omvang vergunningen

Door omvangrijke energie- en netwerktransities worden de omgevingsvergunningen steeds uitgebreider. Zo worden de verschillende trajecten binnen het beheergebied als één grote omgevingsvergunning verleend. Echter vanuit het toezicht is het niet ideaal omdat vergunningen onoverzichtelijk worden en lang (in tijd) van toepassing zijn voor dat deze volledig zijn uitgevoerd. In 2026 wordt met vergunningen onderzoek gedaan of het mogelijk is de vergunningen kleinschaliger in deelgebieden en/of per traject te vergunnen.

 

5.5 Toezicht Vaarwegen

Op grond van de provinciale Omgevingsverordening NH2020 (hierna: omgevingsverordening) hebben we de wettelijke bevoegdheid voor het beheer van de om en nabij honderd kilometer aan vaarwegen in het beheergebied. Bij het beheer en onderhoud dient er zorg te worden gedragen voor de instandhouding, bruikbaarheid en bescherming van deze vaarwegen en de daarbij behorende werken.

 

Naast het beheer en onderhoud voor de vaarwegen zijn we ook aangewezen als nautisch beheerder van de vaarwegen en van 20.000 km ‘overig water’ (onder andere boezem, polder- en stadswater). Het nautisch beheer is gericht op het bevorderen van een vlotte en veilig afwikkeling van het scheepvaartverkeer conform de Scheepvaartverkeerswet. Dit omvat onder andere het nemen van verkeersbesluiten, het plaatsen van borden en het actief en passief handhaven op deze bevoegdheid. Echter betreft het nautisch beheer geen VTH- taak vanuit de Omgevingswet en wordt daarom verder niet in dit uitvoeringsprogramma opgenomen.

 

De activiteiten/werkzaamheden die in het kader van toezicht voor dit effect worden uitgevoerd zijn gericht op het bijdragen aan het veilig gebruik van de vaarwegen. Op dit moment zijn geen middelen beschikbaar om deze taak actief uit te voeren en is het toezicht niet gestructureerd. Er wordt alleen toezicht uitgevoerd door het af doen van meldingen en signalen. Op dit moment is het net waar de melding en/of signaal in de organisatie binnen komt wie het toezicht uitvoert. Het toezicht is risicogericht en sluit aan bij de risicoanalyse vaarwater zoals opgenomen in het VTH- beleidsplan. Dit betekent dat het toegespitst is op afgedankte boten, schepen, woonboten en objecten die zijn geplaatst/aangelegd en een veiligheidsrisico vormen voor het gebruik van de vaarwegen. Voor 2026 is er voor toezicht een inzet beoogd van circa 10 zaken.

6 Handhaving

Indien de inzet van toezicht niet leidt of kan leiden tot het gewenste resultaat dan wordt overgegaan tot het opleggen van sancties. Met het opleggen van sancties wordt beoogd activiteiten en handelingen die een (mogelijk) negatief effect hebben op de watersystemen, waterkwaliteit en waterkeringen in het beheergebied te beëindigen en, indien mogelijk, de gevolgen daarvan te laten herstellen of te bestraffen. Door beëindiging van de overtredingen worden de negatieve effecten daarvan stopgezet.

 

6.1 Activiteiten en werkzaamheden

De juridisch medewerkers van cluster Handhaving zijn verantwoordelijk voor de werkzaamheden met betrekking tot bestuursrechtelijke handhaving (uitgezonderd de schouwovertredingen). Ook de milieu inspecteurs besteden een deel van hun tijd aan deze taak. Daarnaast zijn zij aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) en leggen zij ook strafrechtelijke sancties op. Tot slot is het schouwteam van cluster Waterlopen van de afdeling Watersystemen verantwoordelijk voor de bestuursrechtelijke afwikkeling van de overtredingen die voortkomen uit de schouwmomenten.

 

De aantallen in onderstaande tabel geven weer wat we op het gebied van handhaving in 2026 mogen verwachten. Onder de tabel wordt per activiteit/thema een toelichting gegeven.

 

Activiteit

Aantallen

Strafrechtelijke handhaving

 

  • Bestuurlijke strafbeschikking

2

  • Proces- verbaal

10

Bestuursrechtelijke handhaving

 

  • Waarschuwingsbrief

120

  • (Preventieve) last onder dwangsom

 

  • Voornemen last onder dwangsom

10

  • Besluit last onder dwangsom

8

  • Voornemen invorderen dwangsom

2

  • Invorderingsbeschikking

2

  • Intrekken last onder dwangsom

8

  • Bestuursdwang

 

  • Voornemen last onder bestuursdwang

5

  • Besluit last onder bestuursdwang

2

  • Spoedeisende bestuursdwang

2

  • Aanplakbeschikking (boten en andere objecten)

5

  • Voornemen kostenverhaal

5

  • Kostenverhaalbeschikking

2

  • Intrekken last onder bestuursdwang

-

Intrekken/wijzigen vergunning

 

  • Voornemen intrekken/wijzigen vergunning

-

  • Intrekken/wijzigen vergunning

-

Bestuurlijke boete

 

  • Voornemen bestuurlijke boete

-

  • Bestuurlijke boete

-

Verzoeken om handhaving

25

Gedoogverklaring

-

Bestuursrechtelijke handhaving schouw

 

  • Waarschuwingsbrief

1.000

  • Voornemen last onder bestuursdwang

4.870

  • Besluit last onder bestuursdwang

615

  • Voornemen kostenverhaal

2

  • Kostenverhaalbeschikking

2

 

Strafrechtelijke handhaving

Strafrechtelijke handhaving wordt ingezet wanneer sprake is van een milieudelict. Het aantreffen van een dergelijke situatie kan voortkomen uit een toezichtmoment en is voorafgaand (vrijwel) niet te voorspellen. Op basis van ervaringen van voorgaande jaren wordt voor 2026 ingeschat dat circa 12 zaken strafrechtelijk moeten worden opgepakt. Door aanpassing van de feitcodes wordt niet veel meer met de bestuurlijke strafbeschikking gewerkt.

 

Wanneer de inzet van strafrechtelijke handhaving noodzakelijk is, heeft dit een hogere prioriteit ten opzichte van andere toezicht werkzaamheden/activiteiten.

 

Bestuursrechtelijke handhaving

In 2025 is gestart met juridische medewerkers die de bestuursrechtelijke handhaving oppakken binnen de VTH- organisatie. De bestuursrechtelijke handhaving is vaak nog onbekend binnen de organisatie en moet in de mogelijkheden die het heeft nog groeien. In de bestuursrechtelijke handhaving zijn verschillende sancties te onderscheiden. Aan de hand van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (hierna: LHSO) wordt gekeken welke sanctie er op dat moment het meest passend is of opvolgend moet zijn.

 

  • Waarschuwing

    De simpelste en het minst bezwaarde product voor de overtreder is de schriftelijke waarschuwing. In 2026 verwachten we circa 120 waarschuwingsbrieven voor overtredingen te moeten laten uitgaan. De waarschuwing is vaak het begin van een handhavingszaak. Wanneer door de overtreder naar aanleiding van de waarschuwing geen maatregelen worden genomen moet er een bestuursrechtelijke sanctie worden opgelegd.

  • Last onder dwangsom

    Het opleggen van een last onder dwangsom is de meest voorkomende bestuursrechtelijke sanctie die wordt opgelegd. De vereisten aan de procedure zijn vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Zo moet voorafgaand aan het opleggen van de last een voornemen van de last aan de overtreder worden verzonden. Er worden circa 10 zaken verwacht waarin een voornemen moet worden verzonden. In verschillende gevallen wordt na het verzenden van het voornemen alsnog de overtreding zelf opgeheven door de overtreder. Als de overtreding niet alsnog wordt opgeheven of de zienswijze van de overtreder geeft geen gegronde redenen om af te zien van handhaving wordt de last onder dwangsom opgelegd. Er worden circa 8 zaken verwacht waarin een last onder dwangsom moet worden opgelegd. Wanneer ook geen gehoor wordt gegeven op de last en de begunstigingstermijn is verlopen, verbeurt de overtreder de dwangsom. De verbeurde dwangsom wordt bij de overtreder geïnd. Dit gaat ook eerst met een voornemen tot inning waarop de overtreder haar zienswijze kan geven. Er worden circa 2 zaken verwacht waarin een voornemen moet worden verzonden. Als de zienswijze geen aanleiding geeft tot afzien van inning wordt de invorderingsbeschikking verzonden. Er worden circa 2 zaken verwacht waarin de invorderingsbeschikking moet worden verzonden. Na het vollopen van een last onder dwangsom kan een nieuwe verhoogde last onder dwangsom worden opgelegd of een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Dit moet worden bepaald aan de hand van de LHSO. Als een last onder dwangsom een jaar in werking is en er geen dwangsommen zijn verbeurd kan een overtreder op grond van de Awb verzoeken om intrekking van de last onder dwangsom. Wanneer een last onder dwangsom geen werking meer heeft kan de last onder dwangsom ook ambtelijk worden ingetrokken.

  • Bestuursdwang

    In plaats van het opleggen van een last onder dwangsom kan eventueel ook bestuursdwang worden toegepast. Met het uitvoeren van bestuursdwang wordt de overtreding op de kosten van de overtreder, door of in opdracht van het bevoegd gezag, ongedaan gemaakt. De vereisten aan de procedure voor het toepassen van bestuursdwang zijn ook vastgelegd in de Awb.

    Voorafgaand aan het opleggen van de last onder bestuursdwang moet een voornemen voor de last aan de overtreder worden verzonden. Er worden circa 8 zaken verwacht waarin een voornemen moet worden verzonden. In verschillende gevallen wordt na het verzenden van het voornemen alsnog de overtreding zelf opgeheven door de overtreder. Als de overtreding niet alsnog wordt opgeheven of de zienswijze van de overtreder geeft geen gegronde redenen om af te zien van handhaving wordt de last onder bestuursdwang opgelegd. Er worden circa 5 zaken verwacht waarin een last onder bestuursdwang moet worden opgelegd. Wanneer ook geen gehoor wordt gegeven op de last en de begunstigingstermijn is verlopen wordt de bestuursdwang uitgevoerd met het opheffen van de overtreding op kosten van de overtreder.

     

    Wanneer het gaat om direct gevaar voor de veiligheid kan ook spoedeisende bestuursdwang worden toegepast. Bij deze vorm van bestuursdwang wordt direct, zonder begunstigingstermijn, de overtreding op kosten van de overtreder opgeheven. De toegepaste spoedeisende bestuursdwang wordt vervolgens achteraf zo spoedig mogelijk in een bestuursdwang beschikking aan de overtreder verzonden. Er worden circa 2 zaken waarin spoedeisende bestuursdwang moet worden toegepast verwacht.

     

    De gemaakte kosten voor het uitvoeren van de bestuursdwang worden verhaald op de overtreder. Dit gaat met een schriftelijk voornemen voor het verhalen van de kosten waarop de overtreder haar zienswijze kan geven. Als de zienswijze geen aanleiding geeft tot afzien van het kostenverhaal wordt de kostenverhaalbeschikking verzonden. Er worden circa 5 zaken verwacht waarin de kosten verhaald moeten worden.

     

    Dikwijls zijn er boten en/of objecten die verwijderd moeten worden maar waarvan geen eigenaar bekend is. Deze boten en/of objecten worden aangeplakt door de gebiedsbeheerder met de uit te voeren bestuursdwang. Met het aanplakken van de bestuursdwangbeschikking wordt een termijn gegeven waarbinnen de boot of het object moet zijn verwijderd. Met het aanplakken worden sommige boten en/of objecten dan alsnog verwijderd. Echter wanneer zich niemand meldt en de boot of object niet wordt verwijderd, wordt deze door ons verwijderd. Echter de kosten kunnen dan niet worden verhaald omdat de eigenaar van de boot of object niet bekend is. Er worden circa 20 zaken verwacht waarin een aanplakbeschikking wordt aangeplakt.

  • Intrekken/wijzigen vergunning/bestuurlijke boete

    Naast de hierboven genoemde sancties zijn er ook nog mogelijkheden om een omgevingsvergunning te wijzigen of in te trekken of een bestuurlijke boete op te leggen (bestraffende sanctie). De mogelijkheden en de toepasbaarheid voor het inzetten van deze sancties moeten nog verder worden uitgezocht. Hierom wordt voor 2026 de inzet van deze sancties niet verwacht.

Verzoeken om handhaving

Op grond van wet- en regelgeving kunnen handhavingsverzoeken worden ingediend. Bij een verzoek om handhaving moet een onderzoek door een toezichthouder worden uitgevoerd. Op basis van het onderzoek kan er een besluit worden genomen om het handhavingsverzoek (gedeeltelijk) toe of af te wijzen. Bij het eventueel toewijzen van een handhavingsverzoek moet ook altijd een sanctie worden opgelegd om de geconstateerde overtreding op te heffen. Deze worden in de aantallen van de sancties meegenomen. De afhandeling van het handhavingsverzoek dient binnen de wettelijke termijn van acht weken te worden afgehandeld. Er worden circa 25 verzoeken om handhaving verwacht. Het af doen van verzoeken om handhaving heeft een hoge prioriteit. Mochten er veel meer verzoeken om handhaving binnen komen zal dit ten koste gaan van andere werkzaamheden.

 

Gedoogverklaring

In principe wordt er niet gedoogd. Echter zouden zich (tijdelijk) situaties kunnen voor doen waar wel moet worden gedoogd. Hierbij wordt altijd een afweging gemaakt aan de hand van de beleidsdoelen en risicoanalyses uit het VTH- beleidsplan.

 

Bestuursrechtelijke handhaving schouw

Bij de bestuursrechtelijke handhaving op schouwovertredingen wordt gebruik gemaakt van schriftelijke waarschuwingen, en het (voornemen) opleggen van de last onder bestuursdwang. Deze brieven worden verzonden door het schouwteam van cluster Waterlopen uit naam van het clusterhoofd Handhaving.

 

  • Waarschuwing

    In 2026 verwachten we circa 1.000 waarschuwingsbrieven voor geconstateerde overtredingen bij de knelpuntenschouw te moeten verzenden.

  • Bestuursdwang

    Wanneer een overtreding voort blijft bestaan na een waarschuwing of na het doorlopen voortraject wordt een voornemen last onder bestuursdwang verzonden. In 2026 worden circa 4.870 voornemens last onder bestuursdwang verwacht. Als de overtreding niet alsnog wordt opgeheven en/of de zienswijze van de overtreder geen gegronde redenen geeft om af te zien van handhaving wordt de last onder bestuursdwang opgelegd. Er worden circa 615 zaken verwacht waarin een last onder bestuursdwang moet worden opgelegd. Wanneer ook geen gehoor wordt gegeven op de last en de begunstigingstermijn is verlopen, volgt er een interventie door de handhavers. Vaak wordt een op handen zijnde gedwongen uitvoering daardoor afgewend. In 2026 verwachten we in circa 2 zaken bestuursdwang te moeten uitvoeren. De gemaakte kosten voor het uitvoeren van de bestuursdwang wordt verhaald op de overtreder. Dit gaat met een schriftelijk voornemen voor het verhalen van de kosten waarop de overtreder haar zienswijze kan geven. Als de zienswijze geen aanleiding geeft tot afzien van het kostenverhaal wordt de kostenverhaalbeschikking verzonden.

6.2 Aandachtspunten

Naast de handhaving in 2026 zijn de volgende aandachtspunten te onderscheiden:

 

Samenwerking met toezichthouders

Op dit moment is de samenwerking tussen de toezichthouders met de juridisch medewerkers nog niet optimaal. De juridisch medewerkers worden nog niet voor alle handhavingszaken gevonden. In 2026 moet binnen de VTH- organisatie aandacht worden besteed aan de positionering van de juridisch medewerkers in de toezicht en handhaving.

 

Uitzoeken toepasbaarheid sancties intrekken/wijzigen vergunning en bestuurlijke boete

Om het handhavingsinstrumentarium volledig te benutten moet worden uitgezocht in hoeverre het intrekken/wijzigen van vergunningen en de bestuurlijke boete kan worden ingezet bij bepaalde overtredingen om het nalevingsgedrag te vergroten.

 

Onderzoek handhavingsinstrumentarium bij schouwovertredingen

Al jaren wordt op dezelfde wijze de handhaving ingezet op schouwovertredingen. Een rode draad hierin is dat de overtreders ieder jaar voor een groot deel dezelfde zijn. Daarnaast zien we niet dat het nalevingsgedrag in de schouw groter wordt. Het blijft eigenlijk een redelijk constante lijn. Onderzocht moet worden in het handhavingsinstrumentarium of er mogelijkheden (bijvoorbeeld strafrechtelijke handhaving of inzet van andere bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen) zijn om het nalevingsgedrag van de schouw te vergroten.

7 Juridische zaken

Er worden wekelijks vele besluiten verzonden. Op deze besluiten kunnen belanghebbende die het niet eens zijn met het besluit bezwaar/(hoger)beroep instellen. Beslissingen/uitspraken in bezwaar/(hoger) beroep kunnen leiden tot intrekken/wijzigen van het besluit. Naast de mogelijkheden voor bezwaar/beroep worden er ook dikwijls verzoeken gedaan op de Wet open overheid (hierna: Woo).

 

Wanneer in dit hoofdstuk wordt gesproken over aantallen gaat het om nieuwe zaken en/of verzoeken. Echter worden alle zaken niet altijd direct in hetzelfde jaar afgehandeld. De doorlooptijd kan door juridische procedures langer zijn. Hierbij gaan we er vanuit dat het aantal zaken waarvan de behandeling in een jaar eerder (of nog jaren daarvoor) is gestart en het aantal nieuwe zaken die niet in hetzelfde jaar nog worden afgehandeld ongeveer gelijk zal liggen en daardoor tegen elkaar weg gestreept kunnen worden. In het jaarverslag wordt wel inzicht gegeven in het aantal nog openstaande zaken.

 

7.1 Activiteiten en werkzaamheden

De medewerkers van cluster Juridische Zaken zijn verantwoordelijk voor de werkzaamheden met betrekking tot de behandeling van bezwaar- en beroepszaken en de Woo- verzoeken.

 

De aantallen in onderstaande tabel geven weer wat we op het gebied van juridische zaken in 2026 mogen verwachten. Onder de tabel wordt per activiteit een toelichting gegeven.

 

Activiteit

Zaken

Bezwaarzaken

25

Beroepszaken

3

Hoger beroepszaken

1

Voorlopige voorziening

1

Woo- verzoeken

30

 

Bezwaarzaken

Bezwaren die binnen komen op vergunningen worden als eerste aangeboden bij team Mediation. Vanuit team mediation verkent een mediator als onpartijdig en onafhankelijk bemiddelaar of er een oplossing mogelijk is. Dit gebeurt in een gesprek met partijen: de bezwaarmaker, betrokken collega’s en vaak ook derde(n) belanghebbende(n). Als het bezwaar in mediation niet leidt tot intrekking van het bezwaar wordt het bezwaar formeel inhoudelijk in behandeling genomen. De bezwaren die binnen komen op handhavingsbesluiten worden direct in behandeling genomen.

 

Afhankelijk van het bezwaar en de criteria in de verordening bezwaren, wordt er of ambtelijk of door de adviescommissie bezwaren gehoord. Na het horen volgt een verslag en advies en wordt een beslissing op het bezwaar genomen. Het aantal bezwaarzaken is sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 redelijk stabiel. Op basis van de cijfers van de voorgaande jaren worden circa 25 nieuwe bezwaarzaken in 2026 verwacht.

 

Beroepszaken

Wanneer een belanghebbende het niet eens is met de beslissing op bezwaar kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank. Ook kan een bezwaarmaker zelf verzoeken om rechtstreeks beroep en daarmee het bezwaar over te slaan. Voorwaarde hierbij is dat wij hier zelf mee instemmen. Daarnaast kan er direct beroep bij de rechtbank worden ingesteld wanneer vergunningen worden verleend die met de uitgebreide voorbereidingsprocedure zijn voorbereid. Op basis van de cijfers van de voorgaande jaren worden circa 3 nieuwe beroepszaken in 2026 bij de rechtbank verwacht.

 

Hoger beroepszaken

Wanneer een belanghebbende het niet eens is met de uitspraak van de rechtbank op het beroep kan er hoger beroep worden ingesteld van de Raad van State. Op basis van de voorgaande jaren wordt geen of een enkele nieuwe zaak in 2026 bij de Raad van State verwacht.

 

Voorlopige voorziening

Zowel in bezwaar als in (hoger) beroep kan er door een belanghebbende een verzoek om voorlopige voorziening worden gedaan. Dit verzoek kan worden gedaan als er, in afwachting van de beslissing in bezwaar of (hoger) beroep, onomkeerbare gevolgen dreigen te ontstaan door het inwerking treden van het besluit. Voorwaarde voor toewijzing van zo’n verzoek is dat er ‘onverwijlde spoed’ is. Wanneer een voorlopige voorziening wordt toegewezen, wordt het besluit geschorst tot een definitieve uitspraak is gedaan in het bezwaar of (hoger) beroep. Op basis van de voorgaande jaren wordt geen of een enkel verzoek om voorlopige voorziening bij de rechtbank of de raad van state in 2026 verwacht.

 

Woo- verzoeken

Op grond van de Woo kunnen burgers en bedrijven documenten opvragen. Binnen een wettelijke termijn van vier weken moet een besluit zijn genomen op het Woo- verzoek. Door de toenemende beschikbaarheid van juridische informatie en AI- hulpmiddelen wordt de Woo bekender en laagdrempeliger en leidt dit tot een stijging van het aantal verzoeken. Op basis van ervaringen van voorgaande jaren en de te verwachte stijging wordt voor 2026 ingeschat dat circa 30 Woo- verzoeken (deels) gericht op VTH- informatie binnen komen.

8 Mogelijke afwijkingen van planning

De zaken en de uren gaan uit van een inschatting die met name gebaseerd is op data uit voorgaande jaren en een inschatting van het effect van de verschillende ontwikkelingen. Daarbij moet ook worden aangemerkt dat niet iedere zaak in het jaar dat deze is aangevraagd of begonnen ook in hetzelfde jaar wordt afgerond. Ook zaken uit voorgaande jaren zijn soms nog in behandeling. Er kunnen zich echter ook gedurende 2026 omstandigheden voordoen die invloed kunnen hebben op de cijfers. Hierbij valt te denken aan:

  • meer meldingen, verzoeken om handhaving of calamiteiten die een inzet nodig hebben van toezicht en mogelijk handhaving. Deze activiteiten staan hoog in de prioritering en worden altijd opgevolgd. Als het aantal substantieel toeneemt kan dit ten koste gaan van de beschikbare capaciteit voor andere taken;

  • op te starten projecten met een hoge prioriteit;

  • tussentijdse wijzigingen in de bestuurlijke koers, zoals extra controles in het kader van de KRW;

  • impact op de beschikbare toezicht capaciteit door complexe handhavingszaken of grote Woo verzoeken;

  • impact op de beschikbare vergunningsverleningscapaciteit door complexe vergunning zaken of grote Woo verzoeken;

  • onvoorzien restricties voor toezicht, bijvoorbeeld ten gevolge van vogelgriep of blauwtong;

  • meer inzet vereist is van medewerkers met een toezichthoudende taak in het kader van crisisbeheersing;

  • extreme weersinvloeden (bijvoorbeeld droge perioden en natte perioden) waardoor extra (nood)maatregelen moeten worden genomen en gecontroleerd.

9 Kwaliteitscriteria

De Omgevingswet legt een brede zorgplicht op aan overheden om een veilige en fysieke leefomgeving te garanderen. Bestuursorganen hebben de taak om een goede kwaliteit van uitvoering- en handhavingstaken te waarborgen. Uit de analyse die is uitgevoerd in het kader van het VTH-beleidsplan is gebleken dat niet wordt voldaan aan sommige zogenaamde kwaliteitscriteria. Middels het VTH-beleidsplan en dit uitvoeringsprogramma wordt (deels) invulling gegeven aan de ‘procescriteria’.

 

In 2026 zal een integrale systematiek voor de kwaliteitszorg worden vastgesteld. Hierin zal de beoogde gewenste kwaliteit van het uitvoeren van de VTH- taken, de uitvoerende VTH- organisatie en de kwaliteit van de VTH- producten, diensten en middelen worden vastgelegd en gekoppeld worden aan toetsingskaders. Vervolgens zal de VTH- organisatie aan de slag moeten gaan met het opstellen van een opleidingsplan, beschrijven van de processen en het uitvoeren van audits op de beschreven kwaliteitsdoelstellingen/kwaliteitscriteria.

 

Jaarlijks worden alle stukken (VTH- beleidsplan, uitvoeringsprogramma, jaarverslag en kwaliteitsplan) verstrekt aan provincie Noord- Holland. Zij toetsen de stukken op de zorgplicht uit de Omgevingswet waar deze betrekking heeft op de kwaliteit van de uit te voeren VTH- taken. Over hun bevindingen krijgen we terugkoppeling wat ons vervolgens in staat stelt om weer actief te sturen op verbeteringen in de VTH- organisatie.

10 Borging middelen

Om de VTH-activiteiten en -werkzaamheden uit dit uitvoeringsprogramma te realiseren moet er beschikt worden over voldoende personele en financiële middelen. De financiële middelen worden in dit hoofdstuk inzichtelijk gemaakt en zijn in de begroting gewaarborgd. Wanneer er niet voldoende capaciteit beschikbaar is om de beschreven taken uit te voeren moeten er aan de hand van de prioritering en risicoanalyses uit het VTH- beleidsplan keuzes worden gemaakt welke werkzaamheden wel of niet worden uitgevoerd.

 

10.1 Personele middelen

Binnen de VTH- organisatie vinden veel VTH- werkzaamheden plaats bij cluster Vergunningen en cluster Handhaving. In deze paragraaf worden voor deze clusters apart de personele middelen opgenomen in de tabellen opgenoemd. Voor de clusters die ook VTH- werkzaamheden uitvoeren worden deze apart benoemd. Wanneer functies of taken door verloop vrij komen worden deze zo spoedig mogelijk weer ingevuld. Wanneer door ziekte of verlof functies tijdelijk niet worden ingevuld wordt bekeken of hiervoor tijdelijk iemand moet worden ingehuurd. Als dit niet mogelijk is en er een periode is dat de functie of taak even niet kan worden ingevuld wordt aan de hand van de risicoanalyses bekeken op welke wijze de werkzaamheden geprioriteerd moeten worden. Het is aan de verantwoordelijk leidinggevende(n) hier strak op te sturen en uiteindelijk terug te koppelen in het jaarverslag.

 

Cluster Vergunningen

Cluster Vergunningen maakt onderdeel uit van afdeling VHIJG. Zij zijn primair verantwoordelijk dat de verschillende aanvragen om vergunning, meldingen en informatieplichten worden afgehandeld. Verder leveren zij input aan de vorming van beleid en wet- en regelgeving (bijvoorbeeld de Waterschapsverordening). In de onderstaande tabel zijn de functies, zoals deze genoemd staan in het functieboek, opgenomen met daaraan gekoppeld de capaciteit. Dit betreft de begrote capaciteit.

 

Functie

Capaciteit fte

Manager D

1

Beleidsadviseur C

1

Beleidsadviseur C (tijdelijk KRW)

0,5

Beleidsadviseur D

6,78

Beleidsadviseur D (tijdelijk KRW)

2

Beleidsondersteunend medewerker A

8,45

Medewerker ondersteuning D

1,88

Totaal

21,61

 

Cluster Handhaving

Cluster Handhaving maakt eveneens onderdeel uit van afdeling VHIJG. Het toezicht op de waterkwaliteit en de bestuursrechtelijke handhaving is bij dit cluster ondergebracht. In de onderstaande tabel zijn de functies, zoals deze genoemd staan in het functieboek, opgenomen met daaraan gekoppeld de capaciteit. Dit betreft de begrote capaciteit. Op dit moment is de capaciteit nog niet volledig ingevuld.

 

Functie

Capaciteit fte

Manager D

1

Beleidsadviseur C

1

Beleidsadviseur D

7,75

Beleidsondersteunend medewerker A

12,78

Medewerker ondersteuning D

2,39

Totaal

24,92

 

Overig

De VTH- werkzaamheden zijn niet alleen bij de cluster Vergunningen en Handhaving onder gebracht, maar bij meerdere clusters. Echter deze werkzaamheden zijn vaak bij functies ondergebracht die ook nog andere werkzaamheden uitvoeren. Wanneer hier sprake van is, is in de onderstaande tabel van uren uitgegaan in plaats van fte’s. Van de functies/rollen waar de uren van bekend zijn, zoals bij de tijdelijke schouwmeesters en het toezicht op waterveiligheid, zijn deze overgenomen in de onderstaande tabel. Voor de functies/rollen waar de uren nog niet van bekend waren is gekeken naar het aantal producten ten opzichte van de verwachtte gemiddelde tijdsinspanning. Deze gemiddelde tijdsinspanning is een inschatting en nog niet gebaseerd op exacte geregistreerde uren. De komende jaren wordt onderzocht met welke methode er beter inzicht kan worden gekregen op de gemiddelde tijdsinspanning per product.

 

Functie/Rol

Capaciteit

Toezicht en handhaving waterkwantiteit:

 

  • toezicht gebiedsbeheer (cluster gebiedsbeheer)

8.550 uur

  • toezicht tijdelijke schouwmeesters (cluster waterlopen)

3.500 uur

  • schouwteam(cluster waterlopen)

900 uur

Toezicht waterveiligheid (cluster Onderhoud)

5.200 uur

Juridische zaken(cluster juridische zaken):

 

  • VTH beleidsadviseur

1 fte

  • Juridisch adviseur VTH

1 fte

  • Woo- verzoeken

300 uur

 

Naast de bovenstaande/werkzaamheden is voor VTH ook beperkt signaaltoezicht vanuit peilbeheer en objectbeheer. Het betreffen uren naast de hoofdwerkzaamheden en komen niet dikwijls voor. Deze uren kunnen daarom variëren en zijn daarom niet opgenomen in bovenstaand overzicht. Dit geldt ook voor de uren van adviseurs van andere afdelingen binnen de organisatie.

 

10.2 Financiële middelen

 

Vergunningen

Handhaving

Overig

Personeelskosten

€1.986.273

€2.652.981

-

Inhuur budget Impulsprogramma KRW

€212.500

€34.000

-

Toezicht tijdelijke schouwmeesters

-

-

€100.000

Peilingen adviesbureaus baggerschouw

-

-

€180.000

Schouwteam

-

-

€40.158

Toezicht gebiedsbeheer

-

-

€381.501

Toezicht Waterveiligheid

-

-

€232.024

Juridische zaken:

  • VTH- beleidsadviseur

-

-

€119.290

  • Juridisch adviseur VTH

-

-

€106.551

  • Woo-verzoeken

-

-

€17.000

 

In de bovenstaande tabel zijn de posten opgenomen zoals deze in de begroting zijn opgenomen voor de clusters Vergunningen en Handhaving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de personeelskosten en inhuur KRW. Bij de werkzaamheden die onder andere clusters worden uitgevoerd zijn deze in de begrotingen van deze clusters opgenomen in verzamelposten. Aangezien deze verzamelposten ook andere kosten dekken, worden de budgetten van die verzamelposten hier niet genoemd. Hierom is er voor de kosten gerekend door het aantal ingeschatte uren tegen de uurprijs (incl. werkgeverslasten) van de betreffende functies te vermenigvuldigen.

 

10.3 Aandachtspunten

Aantrekken van gekwalificeerd personeel

Het wordt steeds moelijker om voor de openstaande functies medewerkers aan te trekken die de juiste kennis en ervaring bezitten. Doordat veelal onervaren medewerkers worden aangetrokken moeten deze in de eerste periode strak begeleid en opgeleid worden. Dit gaat ten koste van de productiviteit van degene die de nieuwe medeweker begeleid. Deze omstandigheden en het verloop in de functies blijven een voortdurend risico voor het behalen van de beschreven doelen in het VTH- beleidsplan.

11 Monitoring

Om de prestaties en effecten van dit uitvoeringsprogramma te kunnen beoordelen, wordt de informatie hierover voor de meeste taken vastgelegd in het zaaksysteem PowerBrowser. Als van dit zaaksysteem geen gebruik wordt gemaakt dan wordt de informatie via andere systemen of registraties vastgelegd. Op deze wijze worden de uitgevoerde werkzaamheden en activiteiten gemonitord. In 2026 wordt verder gewerkt aan een betere monitoring van de VTH- werkzaamheden/activiteiten.

 

Door te monitoren kan gedurende 2026 op deze wijze een nog beter inzicht worden verkregen of de ingezette strategie leidt tot de doelen die zijn gesteld of welke bijdrage daaraan geleverd wordt. Wanneer blijkt dat de doelen niet behaald worden, kan tussentijds worden bijgestuurd door de activiteiten en werkzaamheden aan te passen of te vervangen. Indien nodig vindt gedurende 2026 bijstelling van doelen en prioriteiten plaats.

 

Aan het bestuur wordt halverwege 2026 (medio juli) een tussentijdse evaluatie gegeven. Wanneer hier grote afwijkingen worden voorzien zullen eventuele noodzakelijke wijzigingen aan het bestuur worden voorgelegd. Einde van het jaar zal een rapportage worden opgesteld waarbij een evaluatie plaatsvindt over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de beleidsdoelen uit het VTH- beleidsplan. Op basis van deze rapportage wordt beoordeeld of een actualisatie van het VTH- beleidsplan noodzakelijk is.


1

Het vooroverleg betreft een globale voorverkenning op een officiële vergunningaanvraag. Dit vooroverleg kan op verschillende manieren worden gevoerd, zoals een verzoek via het DSO, per e-mail, telefonisch of een (digitaal) overleg.

Naar boven