Waterschapsblad van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier | Waterschapsblad 2026, 18459 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier | Waterschapsblad 2026, 18459 | ander besluit van algemene strekking |
In december 2024 heeft het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HNNK) het VTH-beleidsplan 2025-2029 vastgesteld (24.1043056). Het VTH-beleidsplan 2025-2029 (hierna: het VTH-beleidsplan) geeft inzicht in de wijze waarop in deze periode de instrumenten vergunningen, toezicht en handhaving (hierna: VTH) worden ingezet om de beleidsdoelen te bereiken. In het plan zijn hiervoor strategieën opgenomen. Elk jaar wordt in een uitvoeringsprogramma uitgewerkt welke werkzaamheden en activiteiten dat jaar worden ingepland om een bijdrage te leveren aan de gestelde doelen en wordt dit uitvoeringsprogramma in een jaarverslag gemonitord en geëvalueerd. Naast de evaluatie op het uitvoeringsprogramma wordt in dit jaarverslag ook teruggekeken op de terugkoppeling die vanuit Provincie Noord-Holland (toezichthouder op de VTH-kwaliteit) is gegeven op het VTH-beleidsplan en het uitvoeringsprogramma.
Het VTH-uitvoeringsprogramma 2025 (hierna: uitvoeringsprogramma) was het eerste uitvoeringsprogramma voor de VTH-taken binnen HHNK. In dit uitvoeringsprogramma is door het nu nog ontbreken van registraties veel uitgegaan van aannames. Hierdoor zijn er dus weleens grote afwijkingen van de daadwerkelijke cijfers in dit jaarverslag. Daarbij moet ook direct worden aangegeven dat nog niet op alle vlakken goed wordt geregistreerd. Dit komt enerzijds doordat systemen hier niet altijd goed in faciliteren en anderzijds we in een opbouwscenario zitten waarin we naar de gewenste kwaliteit aan het toe groeien zijn. Echter gaat dat groeien ook met de nodige uitdagingen en knelpunten. We doen het stap voor stap en waar zich knelpunten voor doen, zijn deze meegenomen als aandachtspunten in het VTH-uitvoeringsprogramma 2026 om te bekijken hoe we dit met elkaar kunnen oplossen. Zo blijven we groeien in een lerende VTH-organisatie.
Dit jaarverslag laat op hoofdlijnen zien hoe de uitvoering van de reguliere VTH-taken voor het kalenderjaar 2025 zijn uitgevoerd. Als uitgangspunt is hierbij het uitvoeringsprogramma en de terugkoppeling van Provincie Noord-Holland op het VTH-beleidsplan en het uitvoeringsprogramma gebruikt.
Het opstellen van het jaarverslag maakt deel uit van de zogenaamde "Big-8 beleidscyclus". Vanuit het oogpunt van kwaliteitsbevordering heeft de centrale overheid in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit een aantal wettelijke verplichtingen (kwaliteitscriteria) opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de VTH-taken door overheden. Het verplichte proces dat doorlopen moet worden wordt ook wel de "Big-8"genoemd. In het plaatje hieronder wordt de (gekantelde) Big-8 schematisch weergegeven.
Op basis van de Big-8 wordt elke vier jaar beleid vastgesteld voor de VTH uitvoerings- en handhavingstaken. In dit beleid worden beleidsdoelen en prioriteiten opgenomen en de strategie bepaald hoe binnen de gestelde termijn tot deze doelen te komen. In navolging hiervan is in december 2024 het VTH-beleidsplan vastgesteld. Per jaar dient een jaarverslag (evaluatie rapportage) te worden opgesteld waarin aangegeven wordt hoe de middelen dat jaar zijn ingezet om een bijdrage te leveren aan de in het beleid gestelde doelen. Met het opstellen van dit jaarverslag wordt invulling gegeven aan deze wettelijke verplichting. Door de inzet van de medewerkers die zich bezighouden met de VTH-taken te monitoren kan het uitvoeringsprogramma en het beleid jaarlijks worden geëvalueerd. Op de punten waaruit in dit jaarverslag blijkt dat de doelen, strategieën of prioriteiten moeten worden bijgesteld, wordt het beleid daarop aangepast. Naast het feit dat het opstellen van een jaarverslag een wettelijke verplichting is, geeft het ook de mogelijkheid transparant te zijn over de wijze waarop dat jaar de VTH-instrumenten in zijn gezet.
3 Interbestuurlijk toezicht provincie Noord-Holland
In het kader van interbestuurlijk toezicht is Provincie Noord-Holland belast met de controle of wordt voldaan aan de zorgplicht zoals gesteld in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. Afgelopen jaar was het eerste jaar dat werd gewerkt met het VTH-beleidsplan en een uitvoeringsprogramma. In het kader hiervan is actief bij Provincie Noord-Holland (hierna: de provincie) gevraagd de stukken te toetsen aan de zorgplicht. De provincie heeft op 14 augustus 2025 ons geïnformeerd over haar bevindingen. De beoordeling is gebaseerd op volledigheid en actualiteit. De provincie heeft in dat kader enkele verbeterpunten meegegeven die zoveel als mogelijk in de verschillende stukken verwerkt moeten gaan worden. Omdat nog niet alle stukken aanwezig zijn, bijvoorbeeld het VTH-kwaliteitsplan, hebben ze nog geen volledige beoordeling kunnen geven. Onderstaand de inhoudelijke terugkoppeling van de provincie per beleidsstuk.
VTH-Beleidsplan 2025-2029 (24.1043998)
Het VTH-beleidsplan is als voldoende beoordeeld. Wel zijn de volgende verbeterpunten opgenomen:
in de handhavingsstrategie wordt nog niet voldoende voor alle activiteiten inzicht gegeven op welke wijze het toezicht wordt voorbereid, de frequentie waarmee het routinematig toezicht wordt gehouden en de termijn waarbinnen het toezicht (niet routinematig toezicht) op een klacht of een (ernstig) ongewoon voorval wordt gehouden.
De bovenstaande punten worden herkend. Echter is dikwijls de informatie wat in het VTH-beleidsplan moest worden opgenomen, geland in het uitvoeringsprogramma. Uit de toezichtsrapportage van de provincie (interbestuurlijk toezicht) blijkt dat de provincie een ander oordeel is toegedaan dan wij wat betreft waar wat opgenomen dient te zijn.
In 2026 werken we aan de aanvulling van het VTH-beleidsplan op de aangegeven punten. Wanneer deze gereed zijn, worden de aanvullingen van het VTH-beleidsplan voor vaststelling aangeboden aan het college van D&H.
Bij het interbestuurlijk toezicht is ook het uitvoeringsprogramma getoetst op de vereisten. Het uitvoeringsprogramma is als voldoende beoordeeld. Wel zijn de volgende verbeterpunten naar voren gebracht:
Deze punten zijn meegenomen en nader uitgewerkt in het VTH-uitvoeringsprogramma 2026.
Met het instrument vergunningen wordt ingezet op het voorkomen van negatieve effecten van handelingen en activiteiten op watersystemen, waterkwaliteit, waterkeringen en vaarwegen. Daarnaast wordt ingezet op het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van het beheergebied door mee te werken en bij te dragen aan water-inclusieve ruimtelijke ontwikkelingen. Verder is het uitgangspunt dat de dienstverlening en de producten die geleverd worden van voldoende kwaliteit zijn. Deze producten bestaan niet alleen uit omgevingsvergunningen maar ook uit maatwerk-voorschriften, het afdoen van meldingen, informatieplichten, adviesaanvragen, enzovoort.
4.1 Evaluatie aantal producten
In 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en is regelgeving, waaronder de Waterschapsverordening, aangepast. Er was daardoor pas één referentiejaar waarop de cijfers konden worden gebaseerd. We hebben de vergunningsaanvragen en de andere producten getoetst aan de wet- en regelgeving. In sommige gevallen hebben we ook nog extra voorwaarden aan de aanvragen verbonden. Op deze manier hebben we negatieve effecten van handelingen en activiteiten op waterbelangen voorkomen. Hiermee is een bijdrage geleverd aan de verschillende beleidsdoelen (waterkwaliteit, waterkwantiteit, waterveiligheid en vaarwegen) uit het VTH- beleidsplan.
De aantallen in onderstaande tabel geven weer welke aantallen we in het uitvoeringsprogramma hadden opgenomen en de aantallen die uiteindelijk zijn binnen gekomen. Onder de tabel wordt per product een toelichting gegeven.
Vooroverleg/adviesverzoek andere overheden/adviesverzoek derden
In dit jaarverslag hebben we het vooroverleg, adviesverzoek andere overheden en adviesverzoek derden als producten samengevoegd. Deze worden in het systeem ook onder dezelfde noemer geregistreerd. In het Digitaal Stelsel Omgevingswet (hierna: DSO) zijn begin 2025 aanpassingen gedaan om een verzoek tot vooroverleg makkelijker te kunnen indienen. Door deze aanpassing is t.o.v. 2024 een toename te zien in het aantal verzoeken tot vooroverleg. Dit is een goede ontwikkeling, omdat op deze wijze bij initiatieven beter kan worden ingeschat of deze haalbaar zijn, of dat er nog aanpassingen moeten worden gedaan. Dit resulteert in het vervolgtraject in completere aanvragen, snellere toetsing en in minder afwijzingen.
In de Waterschapsverordening zijn de algemene regels met betrekking tot de activiteit duiker plaatsen, behouden of weghalen aangepast waardoor de inwendige diameter van een duiker minimaal 1,2 meter moet bedragen. In de meeste gevallen voldoen aanvragen niet aan deze bepaling en is een maatwerkbesluit noodzakelijk. Hierdoor is er een groot verschil te zien ten opzichte van de verwachtte aantallen maatwerkvoorschriften in het uitvoeringsprogramma.
Een gelijkwaardige maatregel is een alternatief voor een verplichte maatregel. De Omgevingswet bepaalt dat met een gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat moet worden bereikt als met de voorgeschreven maatregel. In 2025 zijn er geen aanvragen om een gelijkwaardige maatregel/voorziening binnen gekomen. Dit geeft weer dat de wetgeving dus duidelijk, werkbaar en goed in elkaar zit wat betreft de waterbelangen. Voor een initiatiefnemer is dus duidelijk wat er wordt verwacht en geëist.
Aandachtsgebieden grondwater/oppervlaktewater/bagger en riolering
Bij de aandachtsgebieden grondwater, oppervlaktewater en bagger komen de aantallen aanvragen en informatieplichten in de buurt van de verwachtte aantallen uit het uitvoeringsprogramma. Er zijn geen ontwikkelingen geweest die een grote invloed hebben gehad op de aantallen.
Aandachtsgebieden primaire en secundaire waterkering
Binnen de aandachtsgebieden die betrekking hebben op de waterkeringen zien we kleine afwijkingen in de cijfers ten opzichte van de verwachting uit het uitvoeringsprogramma. Echter zijn deze afwijkingen niet direct te herleiden tot ontwikkelingen op deze gebieden.
De verwachting komt overeen met het aantal aanvragen dat is gedaan. Er zijn verder geen ontwikkelingen op dit aandachtsgebied geweest.
Bij de Moor-meldingen is een grote daling te zien ten opzichte van de verwachting die in het uitvoeringsprogramma was opgenomen. In de cijfers van de afgelopen jaren kunnen we zien dat de daling van het aantal Moor-meldingen vanaf juli 2024 is ingezet. Het is nog niet helemaal duidelijk wat deze daling heeft veroorzaakt. Een mogelijke verklaring voor deze daling zou kunnen zijn dat door een wijziging in de Waterschapsverordening bij het verwijderen of aanleggen van kabels en leidingen bij hoge gronden geen informatie meer aangeleverd hoeft te worden. Een andere oorzaak kan zijn dat meldingen steeds omvangrijker worden, waar eerst verschillende meldingen binnen kwamen. Ook de overdracht van de wegen aan de verschillende gemeenten in het beheergebied kan bijdragen aan de daling.
Naast het afhandelen van verzoeken, vergunningen, meldingen en informatieplichten in 2025 waren in het uitvoeringsprogramma met betrekking tot vergunningen een aantal aandachtspunten benoemd. Onderstaand wordt per aandachtspunt genoemd wat er wel of niet is bereikt.
Opbouw kennisbank vergunningen
In de kennisbank wordt informatie verzameld die een bijdrage kan leveren aan een juiste en uniforme afhandeling van de verschillende producten. Daarnaast vormt de kennisbank een hulpmiddel voor nieuwe medewerkers. In 2025 is gestart met de opbouw van de kennisbank. Hoewel de kennisbank nog niet geïmplementeerd is in het werkproces, is informatie al wel te raadplegen. De voortgang van de opbouw van de kennisbank is sinds de zomer stil komen te liggen, omdat andere werkzaamheden een hogere prioriteit hadden. De opbouw van de kennisbank is hierom weer als aandachtspunt opgenomen in het VTH-uitvoeringsprogramma 2026 om in 2026 af te ronden zodat deze aansluit op de nieuwe werkwijze en wet- en regelgeving. De kennisbank zal vervolgens actueel worden gehouden.
In 2025 is een kwaliteitscheck ontwikkeld en geïmplementeerd. Dit is vastgelegd in ‘de werkwijze collegiale toetsing vergunningen’. In het kort houdt dit in dat de adviseurs vergunningen verantwoordelijk zijn voor de collegiale toetsing en deze wordt in een roulatiesysteem uitgevoerd. De behandelde vergunningverlener die de vergunning heeft gemaakt blijft de eindverantwoordelijke van de vergunning. Het streven is dat de adviseur vergunningen binnen twee werkdagen (oplopend tot maximaal één week) de toetsing uitvoert. De overige zaken die betrekking hebben op de kwaliteit zijn geland in het VTH-kwaliteitsplan dat in 2026 moet worden vastgesteld. Na vaststelling van dat kwaliteitsplan zal ook het VTH-opleidingsplan worden opgezet.
Versterken samenwerking andere clusters
In de processen van vergunningverlening is een grote afhankelijkheid van de advisering en input van andere clusters. Andersom bestaat er ook een behoefte aan informatie uit de processen vergunningverlening. In 2025 is gestart om inzicht te verkrijgen in de wederzijdse behoefte aan informatie/advisering en is gekeken hoe dit beter kan worden afgestemd en geborgd. Het beschrijven van de VTH-werkprocessen moet hierbij ondersteunen. Het beschrijven van de werkprocessen is in het najaar gestart, maar moeten in 2026 verder tot stand gaan komen. Omdat dit aandachtspunt nog niet is afgerond is dit als aandachtspunt in het VTH-uitvoeringsprogramma 2026 weer opgenomen.
Inregeling Coördinatieregeling
Bij de behandeling van samenhangende besluiten kan de coördinatieregeling van toepassing zijn. Hiermee wordt geregeld dat deze besluiten één uniforme procedure voeren voor voorbereiding, totstandkoming en rechtsbescherming (bezwaar en beroep). Bevoegde gezagsorganen kunnen zelf besluiten de regeling toe te passen, maar de Omgevingswet bevat tevens de verplichting deze regeling toe te passen. Dit is onder meer het geval bij een aanvraag voor omgevingsvergunning voor een wateractiviteit die gelijktijdig met een andere aanvraag omgevingsvergunning samenvalt, voor het uitvoeren van de dezelfde activiteit en voor besluiten en ter uitvoering van projectbesluiten met betrekking tot primaire waterkeringen. De planning was om deze coördinatieregeling in 2025 in de werkprocessen vast te leggen. Echter kon hier in 2025 geen concrete actie op worden genomen, omdat onder meer diverse gemeenten achterlopen in de afhandeling van de aanvragen. Hierom is dit aandachtspunt weer in het VTH-uitvoeringsprogramma 2026 opgenomen.
Bijdrage aan het KRW- impulsprogramma
Afgelopen jaar is verder gewerkt aan het behalen van de KRW- doelen. Dit is binnen de organisatie projectmatig opgezet. Aan deze projectgroep wordt door het cluster vergunningen deelgenomen. De KRW- doelen moeten op 1 januari 2027 behaald zijn. Het is niet gelukt om een specifiek toetsingskader voor vergunningverlening vastgesteld te krijgen. Dit komt doordat er landelijk een conceptkader in ontwikkeling is wat nog niet als zodanig gepubliceerd is. Ook het toetsingskader voor maatwerkregels en -voorschriften voor de rwzi’s zijn nog niet gerealiseerd. Vanuit de projectgroep zal hier verder op gestuurd moeten worden. Met betrekking tot de opleidingen van de bodememissietoets zijn de eerste medewerkers opgeleid. Aan de hand van de opleidingen zullen vervolgens ook de formats waarmee gewerkt wordt aangepast gaan worden.
De actualisatie van de lozingsvergunningen verloopt moeizaam. Aan de lozingsvergunningen van grote bedrijven zit veel werk waardoor de actualisatie langzaam verloopt. In 2026 moet extra aandacht komen voor de actualisatie van deze vergunningen.
Rondom het KRW- impulsprogramma zijn de aandachtspunten uit het uitvoeringsprogramma nog niet allemaal afgerond. Deze aandachtspunten worden daarom weer opgenomen in het VTH-uitvoeringsprogramma 2026.
In 2025 is de informatie op de website met betrekking tot vergunningsactiviteiten aangepast naar de nieuw vastgestelde Waterschapsverordening. In de loop van 2026 worden nog een aantal extra activiteiten als nieuwe producten op de website geplaatst.
Het toezicht is gericht op het voorkomen, beëindigen en, indien mogelijk, laten herstellen van de gevolgen van activiteiten en handelingen die een (mogelijk) negatief gevolg hebben op de waterkwaliteit, waterkwantiteit, waterveiligheid en vaarwegen in het beheergebied. Door hierop in te zetten wordt een bijdrage geleverd aan verschillende beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan. In dit uitvoeringsprogramma zal per wettelijke taak (waterkwaliteit, waterkwantiteit, waterveiligheid en vaarwegen) aan worden gegeven hoe vorm wordt gegeven aan het toezicht en welke werkzaamheden en activiteiten er moeten worden uitgevoerd.
Het aantal toezichtstaken is niet altijd één op één te vergelijken met de aanvragen die worden gedaan. Niet in alle gevallen wordt bijvoorbeeld de vergunning verleend. Een andere variabel is dat er dikwijls nieuwe toezichtstaken worden aangemaakt op al verleende vergunningen. Dit heeft er mee te maken dat er achteraf weleens kleine wijzigingen op de vergunning worden doorgevoerd of omdat het een langdurig project betreft met meerdere toezichtsmomenten (duurt meerdere maanden tot jaren). Daarnaast wordt ook wel eens voor meerdere toestemmingen (binnen één project) maar één toezichtstaak aangemaakt.
Bij het toezicht wordt om het nalevingsgedrag te vergroten ingezet op de instrumenten informeren en adviseren. Hiermee wordt begrip gecreëerd bij ingelanden, bedrijven en andere overheden over dat wat we met de uitvoering van de VTH-taken willen bereiken. De gedachte hierachter is dat door het vergroten van het bewustzijn begrip kan ontstaan voor het feit dat wanneer men activiteiten uitvoert waterbelangen hier een rol bij kunnen spelen en dat het belangrijk is met deze belangen rekening te houden. Het informeren en adviseren is gericht op het vergroten van het bewustzijn dat, om het waterbelang te beschermen, bepaalde regels gelden en dat het naleven van deze regels in het belang van eenieder is.
Door het vergroten van het bewustzijn wordt beoogd dat bij ontwikkelingen en activiteiten rekening wordt gehouden met de waterbelangen. Daarnaast moet het bijdragen aan de vergroting van de naleving van de wet- en regelgeving.
5.1 Aandachtspunten advies en preventie
In het uitvoeringsprogramma waren in het kader van advies en preventie de onderstaande aandachtspunten voor toezicht opgenomen.
Het aansluiten bij en organiseren van bijeenkomsten in het kader van toezicht
Vanuit toezicht waterkwaliteit is zoveel als mogelijk actief aangesloten bij bijeenkomsten in het kader van toezicht. Op de andere toezichtsgebieden wordt er wat meer passief aangesloten bij dergelijke bijeenkomsten. Het zelf organiseren van bijeenkomsten voor bijvoorbeeld bepaalde thema’s is nog niet helemaal van de grond gekomen. Per kwartaal zou er bijvoorbeeld een brede toezichtbijeenkomst kunnen worden gehouden waarbij een bepaald (toezicht)thema aan de orde komt.
Het betrekken van brancheorganisaties bij de voorbereiding van projectmatig toezicht
Bij het voorbereiden van projectmatig toezicht worden brancheorganisaties waar deze nodig zijn actief betrokken. Hierbij wordt er tegen aan gelopen dat bij de brancheorganisaties de noodzakelijke capaciteit niet altijd aanwezig is. Hierdoor is het moeilijk om acties ingepland te krijgen.
Het geven van voorlichting en het verstrekken van informatie tijdens toezichtmomenten.
In het toezicht is afgelopen jaar veel aandacht besteedt aan het beter, breder en goed informeren van ingelanden tijdens toezichtmomenten. Zo is er door de gebiedsbeheerders tijdens contact momenten veel aandacht voor de voorlichting over het aanleggen van verhard oppervlak, het dempen van water en het aanleggen van greppels. Het is op dit moment nog niet te toetsen of het nalevingsgedrag hierdoor ook daadwerkelijk groter is geworden. Wel wordt er op deze manier meer vertrouwen gewekt bij ingelanden om er samen uit te komen, waardoor het gesprek met elkaar beter en op een normale toon gevoerd kan worden. Deze vorm van informeren wordt de komende jaren verder uitgebouwd.
Het verstrekken van informatie op de website over het geplande projectmatige toezicht
Op de website is beperkt algemene informatie te vinden over het houden van toezicht op de verschillende onderwerpen. De informatie wat betreft de schouw is nog het meest uitgebreid. Voor de overige onderwerpen wordt maar heel beperkt informatie, via de website, gedeeld over het projectmatige toezicht. Op dit aandachtspunt is het afgelopen jaar weinig vooruitgang geboekt.
5.2 Toezicht op waterkwaliteit
In 2027 moet de waterkwaliteit in Nederland voldoen aan de doelstellingen die gesteld zijn in de KRW. Een goede chemische en ecologische waterkwaliteit is belangrijk voor zowel de natuur als de gezondheid van mensen. De kwaliteit van ons oppervlakte- en grondwater is en blijft daarmee een actueel thema. Door activiteiten en werkzaamheden kunnen stoffen in het water terecht komen die een negatief effect hebben op de waterkwaliteit. Het toezicht op waterkwaliteit wordt uitgevoerd door de (senior) milieu inspecteurs (adviseurs handhaving) van cluster Handhaving. Het toezicht is met name gericht op de fysisch-chemische waterkwaliteit. De ecologische waterkwaliteit wordt meegenomen voor zover deze verband houdt met de geconstateerde overtredingen op grond van de fysisch-chemische kwaliteit.
5.2.1 Activiteiten en werkzaamheden
Voor het effect waterkwaliteit zijn met name kwantitatieve doelen gesteld. De ervaring leert namelijk dat het lastig is om de toestand van een watersysteem te koppelen aan de controle van één of meerdere sectoren. Daardoor is het moeilijk om het effect van het toezicht te meten of conclusies te trekken. Waterverontreiniging kan verschillende oorzaken of bronnen hebben, waardoor mogelijk de aanpak van één bron weinig verschil in de gemeten waarden laat zien. Uitgangspunt van alle werkzaamheden en activiteiten is het bijdragen aan het voorkomen, beëindigen en, indien mogelijk, laten herstellen van de gevolgen van activiteiten en handelingen die een (mogelijk) negatief gevolg hebben op de waterkwaliteit. Het toezicht levert een bijdrage aan de beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan, namelijk: ‘Water met een goede chemische en ecologische waterkwaliteit en het leveren van een zo groot mogelijke bijdrage aan de KRW- doelen.’
Actief toezicht met betrekking tot overtredingen die gevolgen kunnen hebben voor de waterkwaliteit wordt over het algemeen uitgevoerd middels projectmatige controles op milieubelastende- en lozingsactiviteiten. De projectmatige controles bestaan met name uit aspect controles die zijn gericht op een bepaalde milieubelastende activiteit. De prioritering is daarbij gebaseerd op de risicoanalyse waterkwaliteit zoals opgenomen in het VTH-beleidsplan. De geplande projectmatige controles zijn onder het kopje projectmatig/thematisch toezicht opgenomen.
De aantallen in onderstaande tabel geven weer welke aantallen we in het uitvoeringsprogramma hadden opgenomen en de aantallen die uiteindelijk zijn uitgevoerd. Onder de tabel wordt per activiteit een toelichting gegeven.
|
||
|
||
|
Microverontreinigingen/ zeer zorgwekkende stoffen (proefinstallatie Wervershoof) |
||
Toezicht op vergunningen/meldingen/informatieplichten
Het toezicht op vergunningen in het kader van de waterkwaliteit is in twee verschillende categorieën verdeeld. Je hebt het toezicht op verleende vergunningen waarbij een eenmalige activiteit wordt uitgevoerd. Daarnaast heb je het toezicht op vergunningen die bestaan uit inspecties bij bedrijven die beschikken over een doorlopende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een milieubelastende activiteit. Waar de controle op vergunningen niet bij een project/thema zijn onder te brengen, zijn deze hier onder gebracht.
In het uitvoeringsprogramma was het toezicht op vergunningen/meldingen/informatieplichten als eenmalige activiteit nog niet opgenomen. Echter is dit wel een activiteit waarop het toezicht wordt georganiseerd. In het afgelopen jaar is er in 43 zaken toezicht gehouden. Dit gaat vooral om controles op vergunningsplichtige bedrijven waarbij tevens de startmeldingen via het DSO of MOOR meldingen als informatieplicht binnen komt . Deze activiteit is ook als afzonderlijke activiteit in het VTH-uitvoeringsprogramma 2026 opgenomen.
Calamiteiten, meldingen/klachten en verzoeken om handhaving
In het VTH-beleidsplan wordt de hoogste prioriteit bij toezicht gegeven aan calamiteiten waarbij de waterkwaliteit direct in het geding komt. Deze worden dus altijd meteen en direct opgepakt. Het toezicht is mate name gericht op het (direct) beëindigen van de situatie die de waterkwaliteit aantast.
Naast de calamiteiten heeft afdoen van meldingen/klachten en verzoeken om handhaving ook een hoge prioriteit. Dit toezicht heeft, naast het eerdergenoemde doel, een dienstverlenende functie. Hierbij wordt de inbreng van ingelanden gezien als een uitbreiding van het eigen signaal toezicht.
Bij alle calamiteiten, meldingen/klachten en verzoeken om handhaving is het toezicht in 2025 direct opgepakt. In het afgelopen jaar zijn 19 zaken met betrekking tot calamiteiten en meldingen/klachten opgepakt. Daarnaast zijn ook 27 verzoeken om handhaving binnen gekomen. In die zaken is een onderzoek gedaan en in de zaken waar een overtreding werd geconstateerd zijn deze conform het VTH-beleidsplan verder opgepakt.
Projectmatig/thematisch toezicht
Het toezicht op de waterkwaliteit is grotendeels projectmatig/thematisch ingepland. Onderstaand zijn de eerste zes projecten/thema’s gericht op de agrarische sector. In deze sector worden nog altijd veel bestrijdings- en bemestingsmiddelen gebruikt die een (grote) invloed hebben op de waterkwaliteit. De prioriterig en frequentie van het toezicht is bepaald aan de hand van de risicoanalyse waterkwaliteit uit het VTH-beleidsplan.
Het toezicht is met name gericht op het voorkomen en (indien van toepassing) beëindigen van activiteiten en handelingen die een (mogelijk) negatief gevolg hebben op de waterkwaliteit ten gevolge van nutriënten (mest en voedingsstoffen uit het voer) die vanaf het erf in het oppervlaktewater terecht komen. In 2025 zijn de nieuwe toezichthouders gestart met het controleren van de veehouderijbedrijven. Deze controles zijn relatief eenvoudig en lenen zich er goed voor om ervaring op te doen met het toezicht op de waterkwaliteit. In het uitvoeringsprogramma was het aantal van 333 te controleren veehouderijbedrijven opgenomen. In totaal zijn 326 veehouderijbedrijven gecontroleerd. Hiermee is net niet aan de planning voldaan. Bij 24 bedrijven zijn overtredingen geconstateerd. Met name de verontreinigende buitenerven met voerresten en niet goed afgesloten voer- en mestopslagen kwamen hier als aandachtspunten naar voren. Bij het niet goed schoonhouden van de erven komen de voedingstoffen met vermenging van regenwater in het oppervlaktewater terecht. In een aantal gevallen was zelfs een mogelijkheid tot lozing van verontreinigd hemelwater mogelijk door lozing door een aanwezige afvoerpijp of geïnstalleerde klokpomp. De betreffende overtreders zijn bestuursrechtelijk aangeschreven.
Het toezicht bij agrarische loonwerkbedrijven is met name gericht op bedrijven met een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op oppervlaktewater via een olie- bezinkafscheider. Loonwerkbedrijven hebben over het algemeen een olieafscheider nabij de wasplaats van het bedrijf. Vaak is hier ook de tankplaats gesitueerd. Deze bedrijven werken dikwijls met chemische bestrijdingsmiddelen die de olieafscheider niet kan filteren, waardoor deze in het oppervlaktewater terecht kunnen komen. De machines en voertuigen waarmee chemische bestrijdingsmiddelen worden toegepast mogen daarom niet worden schoongemaakt op de wasplaats. De controle is daarom met name gericht op het controleren of de correcte werkprocessen worden aangehouden en of de olieafscheider deugdelijk wordt onderhouden.
Bij de controle wordt verder bekeken of er mogelijk andere stoffen op het erf (bijvoorbeeld mest) via de hemelwaterputten het schone hemelwater vervuilen. Bij compost of afvalhopen wordt gecontroleerd of het eventuele water dat zich hieromheen verzameld door regenval niet het oppervlaktewater kan instromen (al dan niet door het graven van greppels).
In 2024 zijn alle bedrijven met een omgevingsvergunning bezocht en gecontroleerd. Naar aanleiding van deze controles moesten 28 omgevingsvergunningen geactualiseerd worden waarna deze bedrijven opnieuw gecontroleerd zouden worden. Echter is het in 2025 door capaciteitsgebrek bij vergunningen niet gelukt de omgevingsvergunningen te actualiseren waardoor er geen toezichtsmomenten hebben plaats gevonden op de geactualiseerde vergunningen.
Voor glastuinbedrijven geldt per 2018 een zuiveringsplicht voor gewasbeschermingsmiddelen. Dit houdt in dat drainwater, drainagewater en spoelwater van filters van een waterdoserings-installatie dat gewasbeschermingsmiddelen bevat, voorafgaand aan het lozen op het oppervlaktewater, riool en bodem gezuiverd moet worden. Bij het zuiveren dient ten minste 95% van de werkzame stoffen verwijderd te worden. Het bedrijf kan er ook voor kiezen de belangrijkste waterstromen te hergebruiken (de zogenaamde "nullozers").
Glastuinbouwbedrijven zijn jaarlijks verplicht om gegevens te rapporteren die betrekking hebben op het toepassen en lozen van nutriënten. In Nederland is afgesproken dat gedurende een periode van vijf jaar de omgevingsdiensten en Waterschappen elk jaar een percentage glastuinbouwbedrijven controleren (CWE rapport). De controles zijn gestart in 2021 en worden afgerond in 2026. In het uitvoeringsprogramma was het aantal van 29 te controleren glastuinbedrijven opgenomen. In totaal zijn 30 glastuinbedrijven gecontroleerd. Hiermee is aan de planning voldaan. Bij zes bedrijven zijn overtredingen geconstateerd. In één zaak betrof het een herhaling van de overtreding en is een last onder dwangsom opgelegd.
Door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij bloembollenbedrijven langs watergangen en eventuele resten van deze middelen op het erf, kan direct of door afspoeling het oppervlaktewater vervuild worden. Daarnaast bevat het afvalwater en slib dat ontstaat na het spoelen van bollen resten van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Van het afvalwater mag alleen het naspoelwater onder voorwaarden worden geloosd. Dit bij voorkeur door verspreiding over de landbouwgronden. In totaal zijn er 578 bedrijven met hoofdactiviteit bloembollenteelt in het beheergebied gevestigd. Omdat de activiteiten in de bloembollensector als hoog risicovol zijn geprioriteerd wordt deze sector frequent bezocht. In deze sector is het gewasbeschermingsmiddelengebruik hoog en bij verkeerde/onjuiste toepassing van deze middelen de negatieve effecten in het oppervlaktewater groot. In het uitvoeringsprogramma was het aantal van 150 te controleren bloembollenbedrijven opgenomen. In totaal zijn 160 bloembollenbedrijven gecontroleerd. Hiermee is ruim aan de planning voldaan. Bij zes controles zijn overtredingen geconstateerd en is op de overtreding aangeschreven. Vooral de activiteiten rondom het ontsmetten van fust en bollen zijn een blijvend punt van aandacht.
In het beheergebied zijn 136 tulpenbroeiers actief. Tulpenbroeiers kweken tulpen in een kas door deze te "broeien" waardoor de bollen eerder tot bloei komen. Het broeien gebeurt over het algemeen op water of in potgrond. De bollen die gebroeid worden bevatten vaak gewasbeschermingsmiddelen die in het broeiwater terecht komen. Om te voorkomen dat deze middelen in het oppervlaktewater terecht komen is het niet toegestaan het broeiwater te lozen. Ook compostmateriaal en/of afgedragen gewas bevatten vaak nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen die bij lozing het oppervlaktewater negatief beïnvloeden. De meeste tulpenbroeibedrijven hebben daarnaast ook bloembollenteelt. Doordat er ook op andere momenten, zoals tijdens de ontsmetperiode (najaar) en spuit- en spoelperiode (voorjaar en zomer), wordt gecontroleerd in de bloembollenteelt is de bezoekfrequentie voor het controleren in de broeierij lager. In het uitvoeringsprogramma was het aantal van 40 te controleren tulpenbroeiers opgenomen. In totaal zijn 41 tulpenbroeiers gecontroleerd. Hiermee is aan de planning voldaan. Acht bedrijven hadden geen tulpenbroeierij meer of zijn gestopt. Bij 6 bedrijven is geconstateerd dat er verontreinigd afvalwater in het oppervlaktewater terecht kan komen. Het betrof bij één bedrijf de mogelijkheid om proceswater via een afvoerpijp uit het bassin te lozen, bij drie bedrijven percolaatwater uit lekkende containers, één bedrijf vanuit een kuubskisten en één vanaf opgeslagen afval vanaf het erf. Hierbij valt op te merken dat de aspecten zoals afgedragen gewas wat opgeslagen was in open containers en afvalwater wat geloosd wordt, belangrijke aandachtspunten blijven. In totaal zijn er 6 waarschuwingsbrieven opgemaakt. Deze bedrijven zijn naast de hercontrole ook weer opgenomen in de jaarplanning van 2026.
De teeltvrije zone bij bloembollen- en akkerbouwbedrijven is bedoeld om de drift van gewasbeschermingsmiddelen naar het watersysteem zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast zorgt de zone ervoor dat er minder uit- en afspoeling naar het oppervlaktewater plaatsvindt. De teeltvrije zone mag niet worden bemest, waarmee voorkomen wordt dat het oppervlaktewater wordt mee bemest. In het uitvoeringsprogramma was een verwachting van 150 te controleren teelt- en mestvrije zones opgenomen. Echter voeren we niet op zaakniveau controles uit maar worden deze in surveillance controles meegenomen. Hierdoor is het niet exact te zeggen of er ook daadwerkelijk 150 teelt- en mestvrije zones zijn gecontroleerd. Niet ieder perceel waarlangs is gereden en is gekeken is geregistreerd. Er zijn op verschillende momenten surveillances gereden waarbij 16 overtredingen zijn geconstateerd. In een aantal gevallen is bij constatering van lozing in oppervlaktewater handhavend opgetreden en doormelding gedaan naar bevoegde gezagen NVWA of de Omgevingsdienst.
Gezien de grote impact van lozingen op de waterkwaliteit moeten alle bedrijven die in het bezit zijn van een omgevingsvergunning ieder jaar gecontroleerd en bemonsterd en/of de analyseresultaten daarvan beoordeeld worden. Een deel van de bedrijven wordt meer dan eenmaal per jaar bezocht. Het toezicht is gericht op het voldoen aan de voorwaarden in de vergunning, het (mede)beoordelen of de vergunningsvoorwaarden bijdragen aan een goede kwaliteit van het oppervlaktewater en beoordelen of de lozingen van verontreinigende stoffen tot een minimum worden beperkt.
Voor een deel van de 130 vergunningen zou door vergunningen onderzocht worden of de activiteiten die daarmee vergund zijn onder de algemene regels van het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) vallen of dat hiervoor een maatwerkvoorschrift moet worden verleend. Deze beoordeling is in 2025 niet volledig gemaakt. Deze actie loopt nog verder door in 2026.
In het uitvoeringsprogramma was mede door de intrede van veel nieuw personeel opgenomen dat 30 controles op de omgevingsvergunningen zouden worden uitgevoerd. In totaal zijn 27 controles uitgevoerd. Hiermee is net niet aan de planning voldaan. Bij vier bedrijven zijn overtredingen geconstateerd. De betreffende bedrijven zijn bestuursrechtelijk aangeschreven om de overtredingen ongedaan te maken.
De nieuwe toezichthouders hebben inmiddels de benodigde ervaring op gedaan. Hierom wordt in 2026 ieder bedrijf met een omgevingsvergunning weer gecontroleerd zodat het gestelde beleidsdoel in het VTH-beleidsplan behaald wordt.
In het beheergebied zijn totaal 15 rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's) die het rioolwater zo schoon maken dat het de natuur in kan. Drie van de rwzi's lozen op rijkswater waardoor Rijkswaterstaat het bevoegde gezag is om controles uit te voeren. Door de grote hoeveelheid die in korte tijd kan worden geloosd bij rwzi’s (groot debiet) kan negatieve beïnvloeding van ongewenste verontreiniging op oppervlaktewater groot zijn.
Bij de controle wordt gecontroleerd op het voldoen aan de (vergunning)voorschriften waarbij de nadruk ligt op de controle emissiegrenswaarden: BZV, CZV en onopgeloste stoffen uit paragraaf 4.49 Besluit activiteiten leefomgeving. Voor de rwzi’s die als IPPC- installatie zijn aan te merken omdat daar afvalslib en/of afvalwater wordt verwerkt via vrachtwagens of tankauto’s geldt dat daar ook scherp op de vergunningsvoorschriften wordt gecontroleerd die daar betrekking op hebben. In het uitvoeringsprogramma was het aantal van 8 te controleren rwzi’s opgenomen waarvan er vier door Wetterskip Fryslân zouden worden gecontroleerd. Met het Wetterskip Fryslân is wat betreft de controles een uitwisseling overeengekomen om op die wijze de onafhankelijkheid van de controles te waarborgen. HHNK heeft ook vier controles uitgevoerd bij rwzi’s in het gebied van Wetterskip Fryslân. In totaal zijn alle 8 controles uitgevoerd. Hiermee is aan de planning voldaan. In het afgelopen jaar zijn bij deze controles geen overtredingen geconstateerd.
Daarnaast was een verwachting dat er naar aanleiding 30 systeemmeldingen controles gehouden zouden moeten worden. Uiteindelijk zijn er in 2025 19 systeemmeldingen geweest waarop een controle moest worden gedaan.
Afgelopen jaar hebben een aantal calamiteiten en/of incidenten bij rwzi’s plaats gevonden. Deze hadden onder meer betrekking op een verhoogd gehalte of afwijkingen aan onopgeloste bestanddelen in het effluent, lozing afvalwater door defecte afsluiter en een hoog gehalte aan kwik in het zuiveringsslib.
Rioolwaterzuiveringen vormen een grote lozing van stoffen op het oppervlaktewater. Om doelen van de KRW te halen is het van belang dat de rwzi’s voldoen aan de (lozings)eisen van het Besluit activiteiten leefomgeving of wanneer het een IPPC-installatie betreft de omgevingsvergunning. Goed georganiseerd toezicht op de rwzi’s blijft daarom van groot belang.
In het beheergebied zijn drie biovergisters operationeel. In principe zijn de omgevingsdiensten belast met het toezicht op deze installaties. Aangezien er vanuit de vergisters niet geloosd mag worden op het oppervlaktewater en er bij juiste opslag van de te vergisten producten geen meststoffen kunnen worden geloosd, is er geen waterbelang waarop dient te worden toegezien. Aangezien de opslag van de vergiste producten en vergiste mest in deze installaties een ernstig negatief effect kan hebben op de waterkwaliteit was in het uitvoeringsprogramma opgenomen dat bij twee vergisters controles zouden worden uitgevoerd. In het afgelopen jaar zijn echter alle drie vergisters gecontroleerd. Bij één vergister zijn bij deze controle onvolkomenheden geconstateerd in het lozen van afvalwater. Bij deze vergister wordt in 2026 nogmaals een controle uitgevoerd of de overtredingen zijn opgeheven.
In het beheergebied zijn 21 (eigen) baggerdepots te vinden. De controle op deze baggerdepots zijn gericht op de kwaliteit van het vrijkomende water en de aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bagger. In het uitvoeringsprogramma was opgenomen dat alle 21 baggerdepots zouden worden gecontroleerd. In totaal zijn 11 baggerdepots gecontroleerd. Het grote verschil zit hem er in dat bij de baggerdepots die in gebruik zijn niet altijd lozingen ontstaan. Het is niet noodzakelijk bij de baggerdepots waar geen lozingen ontstaan iedere keer een controle uit te voeren. Bij één depot was een overtreding geconstateerd. Dit depot zat te vol waardoor bagger over de rand stroomde naar het oppervlaktewater. De overtreding is inmiddels hersteld.
Microverontreinigingen/zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)
Microverontreinigingen in het water beïnvloeden de waterkwaliteit, het aquatisch milieu en het behalen van de KRW-doelen. Het betreft stoffen zoals zware metalen (zink), plastics en medicijnresten. Sinds 1 mei 2024 wordt bij de proefzuivering in Wervershoof per uur 700 m3 uitstomend water (effluent) afkomstig uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie behandeld door middel van oxidatie met ozon. Door deze behandeling vindt met een hoog rendement omzetting plaats van organische microverontreinigingen. Tijdens het proces kan ook bromaat worden gevormd. Bromaat is aangemerkt als een zeer zorgwekkende stof waarvoor strenge regels gelden. Voor het lozen van het effluent afkomstig uit de proefinstallatie is een maatwerkvoorschrift verleend voor een periode van drie jaar. In het uitvoeringsprogramma was opgenomen dat 40 uur aan het uitvoeren van controles op de proefinstallatie konden worden uitgevoerd. Er is in het jaar 2025 ongeveer 15 uur besteedt aan de toetsing inspectie op de proefopstelling en lozen van Bromaat. Er zijn geen onvolkomenheden geconstateerd.
Grondwateronttrekkingen >15.000 m³/maand
Er worden vergunningen verleend voor het onttrekken van meer dan 15.000 m³/maand. Het gaat daarbij om bedrijfsmatige onttrekkingen. Deze onttrekkingen vinden vaak plaats in de zandige kustgebieden en kunnen grote risico's met zich meebrengen wanneer ze niet conform vergunningsvoorwaarden worden uitgevoerd. Te denken valt aan verzakkingen van huizen en het afsterven van bomen en gewassen. Naast het onttrekken van het grondwater wordt dit water na gebruik geloosd op de bodem of het oppervlaktewater. Dit moet conform de voorwaarden in de vergunning plaatsvinden. In het uitvoeringsprogramma was een verwachting van 25 te controleren vergunningen opgenomen. In totaal zijn 33 vergunningen gecontroleerd. Bij 14 controles van vergunningen bleek het werk al klaar te zijn. Bij deze vergunningen was geen startmelding afgegeven. Bij 18 vergunningen die gecontroleerd zijn tijdens de uitvoering is het werk conform de vergunning uitgevoerd. Naar aanleiding van 1 controle zijn heranalyses aangevraagd van de monsterneming. Hierbij ging het over waterstofsulfide (H2S).
Hercontrole aansluiting woonboten
In 2024 is in de regio Alkmaar gecontroleerd of de woonboten die daar een ligplaats hebben aangesloten waren op de riolering. In 41 gevallen was begin 2025 nog geen aansluiting op de riolering gerealiseerd en moesten hercontroles hierop worden gehouden. De woonboten in kwestie zijn nogmaals gecontroleerd of de overtreding was opgeheven. In 20 gevallen zijn de woonboten inmiddels aangesloten op het riool. In 21 gevallen duurt de overtreding nog voort en lopen de zaken om de overtreding op te heffen nog. In 2026 wordt in gemeente Zaanstad eenzelfde project gestart om in samenwerking met de gemeente Zaanstad een start te maken om in de gemeente Zaanstad de woonboten te inventariseren en te toetsen of deze aan de wet- en regelgeving (o.a. bestemmingsplan/lozingsaspecten) voldoen.
De regelgeving voor het gebruik van antifouling (anti-aangroeiverf) voor schepen is de afgelopen jaren aangescherpt vanwege de biociden die in deze verf wordt gebruikt. Deze kunnen belastend zijn voor de waterkwaliteit waardoor slechts een paar antifouling producten in Nederland mogen worden gebruikt. In 2025 zijn er zeven jachthavens bezocht, is er voorlichting gegeven en zijn er controles uitgevoerd. Bij deze controles zijn er geen overtredingen geconstateerd. Naar aanleiding van dit onderwerp is er ook een filmpje gemaakt door en uitgezonden in Hart van Nederland op de zender SBS6. Verder is er veel aandacht voor dit onderwerp verkregen op de verschillende waterrecreatie sites.
Wanneer in de zomermaanden de temperatuur van het oppervlaktewater oploopt dan moet risicogericht toezicht plaatsvinden bij bedrijven die koelwater lozen. Bij een eventueel inlaatverbod in deze maanden, dat vanuit Rijkswaterstaat wordt uitgevaardigd, waarbij geen water uit het IJsselmeer en Markermeer mag worden ingelaten, moet toezicht ingezet worden aan de hand van het Uitvoeringsplan toezicht en handhaving onttrekkingsverbod. In 2025 zijn er geen inlaat- en onttrekingsverboden geweest.
5.3 Toezicht op waterkwantiteit
Om voldoende aan- en afvoer van water te garanderen moet zorg worden gedragen voor een watersysteem dat functioneel en goed in balans is. Dit wordt deels gedaan door de watergangen en alle bijbehorende kunstwerken goed te onderhouden en te beheren. Het watersysteem is echter continu onderhevig aan wijzigingen. Deze wijzigingen worden door ons zelf uitgevoerd, maar ook derden maken gebruik van het watersysteem of willen hierin of in de nabijheid daarvan wijzigingen aanbrengen. Afhankelijk van de activiteiten of werkzaamheden kan hiervoor een vergunning of informatieplicht nodig zijn of gelden algemene regels.
Het VTH-toezicht op waterkwantiteit wordt grotendeels uitgevoerd door de toezichthouders van cluster Gebiedsbeheer en wordt naast andere werkzaamheden uitgevoerd. Het VTH-toezicht is vooral gericht op de controle van de vergunningen die op basis van de Waterschapsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (de Waterschapsverordening) zijn verleend en de informatieplichten met een geo- component. Daarnaast voeren zij een signaalfunctie uit op overtredingen op basis van de Waterschapsverordening en de Onderhoudsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De peilbeheerders van cluster Peilbeheer en gemalen ondersteunen de gebiedsbeheerders hierin. Voor de controles tijdens de najaarsschouw worden tijdelijke schouwmeesters aangenomen.
5.3.1 Activiteiten en werkzaamheden
Het uitgangspunt van alle werkzaamheden en activiteiten die in het kader van toezicht worden uitgevoerd op het effect waterkwantiteit is dat deze bijdragen aan het voorkomen, beëindigen en, indien mogelijk, laten herstellen van de gevolgen van activiteiten en handelingen die een negatief gevolg hebben gehad op de watersystemen. Dit houdt tevens in dat het toezicht een bijdrage levert aan de beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan; ‘Niet te veel en niet te weinig water in normale en extreme weersomstandigheden.’
De aantallen in onderstaande tabel geven weer welke aantallen we in het uitvoeringsprogramma hadden opgenomen en de aantallen die uiteindelijk zijn uitgevoerd. Daarnaast hebben we wat betreft het toezicht op de vergunningen en informatieplichten met een geo- component aangegeven hoeveel taken er zijn afgerond en hoeveel er nog open staan. Onder de tabel wordt per activiteit een toelichting gegeven.
Toezicht op vergunningen en informatieplichten met een geo- component
In het kader van waterkwantiteit worden alle omgevingsvergunningen die zijn verleend en informatieplichten met een geo- component, en worden uitgevoerd, gecontroleerd. In het toezicht hoefde er geen afwegingen te worden gemaakt in de prioritering van de controles. Wel zit er in het vergunningenbestand in het systeem nog vervuiling vanuit het verleden. In dit geval gaat het om nog niet gereed gemelde vergunningen en informatieplichten. Daarnaast zijn diverse vergunningen nooit uitgevoerd. Voor het goed afronden van de zaken in het systeem worden (opfris)trainingen georganiseerd.
Calamiteiten, meldingen/klachten en verzoeken om handhaving
Wanneer sprake was van een calamiteit, melding/klacht of een verzoek om handhaving zijn deze direct opgepakt. In het uitvoeringsprogramma was een inschatting gemaakt dat circa 2.000 zaken moesten worden opgepakt in 2025. Echter was dit een aanname die niet was gebaseerd op het voeren van een registratie in het verleden. In april 2025 zijn de gebiedsbeheerders gestart met het registeren van de VTH-werkzaamheden in een excel sheet. Dit geeft een redelijk beeld, maar is wel afhankelijk van wat door de gebiedsbeheerder is aangegeven en geeft zeker nog geen volledig beeld van wat exact wordt opgepakt. Er bestaan bijvoorbeeld soms nog verschillende interpretaties van wat onder VTH-werkzaamheden en wat onder beheertaken wordt verstaan. Daardoor bevat het hoge geregistreerde aantal zaken mogelijk ook beheertaken die geen VTH-werkzaamheden betreffen. Daarnaast zijn er ook nog grote onderlinge verschillen in de registraties van de gebiedsbeheerders. In 2026 wordt verder gewerkt aan het zo goed mogelijk en uniform registreren. In het nieuwe aanbestede systeem ‘Mozard’ dat in 2027 wordt geïntroduceerd zal worden gekeken naar de mogelijkheden om in het systeem te gaan registeren. Vanuit de excel registraties blijkt dat we veel meer met betrekking tot calamiteiten, meldingen/klachten en verzoeken om handhaving oppakken dan we ingeschat hadden in het uitvoeringsprogramma. In dit geval gaat om circa 4.300 zaken. Toch leiden veel van deze zaken niet tot een handhavingszaak, omdat het geen overtreding betreft of omdat de zaak ter plaatse direct kan worden opgelost door de gebiedsbeheerder zelf. Maar zoals aangegeven betreft het een ruwe inschatting maar geeft het wel een richting. De komende jaren wordt gewerkt aan het beter registreren zodat de cijfers steeds meer de juiste afspiegeling van de activiteiten gaan geven.
In het uitvoeringsprogramma was een inschatting gemaakt dat 2.000 verwachtte zaken moesten worden opgepakt. Net als bij de calamiteiten, meldingen/klachten en verzoeken om handhaving betrof dit een aanname en was deze niet gebaseerd op in het verleden geregistreerde aantallen. Vanuit de excel registraties blijkt dat we minder actieve toezicht zaken oppakken dan was ingeschat in het uitvoeringsprogramma. In dit geval gaat het om circa 590 zaken (ruwe inschatting op basis van excel registratie). De zaken zijn zelf door de toezichthouders opgepakt wanneer het ging om waterkwantiteit en in het grootste deel van de gevallen ter plaatse opgelost. In de gevallen dat het ging om een overtreding voor een ander toezichtgebied is het signaal daaraan doorgegeven voor verdere afhandeling.
Voorlichting en advies ingelanden
Het geven van voorlichting en advies aan ingelanden was niet opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Echter vanuit de excel registraties blijkt dat er veel contactmomenten zijn waarin aan ingelanden voorlichting en advies wordt gegeven met betrekking tot VTH-aangelegenheden. Hierin moet gedacht worden aan toename van verhardingen, dempen van sloten, wijzigen watergang, de schouw, plaatsen van objecten, enzovoort. Vanuit de registraties blijkt dat op circa 2.120 momenten voorlichting en advies wordt gegeven aan ingelanden. Dit is een ruwe inschatting op basis van excel registratie, waarbij wederom soms nog verschillende interpretaties bestaand van VTH-werkzaamheden en beheertaken. Daardoor bevat het aantal registraties mogelijk ook voorlichting en advies vanuit de beheertaak die geen VTH-aangelegenheid betreft. Echter is dit wel capaciteit van de gebiedsbeheerders die aan VTH-werkzaamheden wordt besteed. Hierom wordt dit onderdeel ook voortaan meegenomen in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s.
Naast het geven van voorlichting en advies aan ingelanden wordt ook intern aan andere clusters/afdelingen advies gegeven. Zo wordt bijvoorbeeld vaak door het cluster vergunningen advies gevraagd met betrekking tot te verlenen toestemmingen of informatieplichten die zijn ingediend. De gebiedsbeheerders beschikken namelijk over veel informatie met betrekking tot het gebied waarin zij opereren. Vanuit de registraties blijkt dat in circa 1.200 gevallen advies wordt gegeven met betrekking tot het VTH-domein (ruwe inschatting op basis van excel registratie). Deze activiteit was ook nog niet opgenomen in het uitvoeringsprogramma, maar zal in de toekomst ook voortaan opgenomen worden in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s.
In het uitvoeringsprogramma waren geen cijfers opgenomen met betrekking tot de schouw. In het jaar zijn vier schouwmomenten te onderscheiden, waarvan de najaarsschouw de grootste omvang heeft. De baggerschouw en de schouw op het waterbergend vermogen zijn samengevoegd en daarnaast is er nog de knelpuntenschouw. In de uitvoeringsprogramma’s worden de cijfers voor de schouw ook voortaan meegenomen. Bij de schouw is vooral te concluderen dat er veel brieven en contactmomenten nodig zijn om ingelanden in beweging te krijgen om de overtredingen zelf op te heffen. Daarnaast wordt de beoordeling in het toezicht steeds ingewikkelder in verband met de KRW-doelen en dat de watergang niet helemaal meer schoon/vrij gemaakt mag worden in verband met de flora en fauna in de watergang. Er moet nu een percentage aan beplanting aanwezig blijven. Aangezien dit een ingewikkeld uit te leggen verhaal is leidt dit nog weleens tot wrijving bij ingelanden.
Binnen de najaarsschouw zijn verschillende toezichtsmomenten te onderscheiden. In eerste instantie worden de controles uitgevoerd door de jaarlijks ingehuurde tijdelijke schouwmeesters. Zij hebben in eerste instantie bij het eerste schouwmoment 11.563 overtredingen geconstateerd.1 Aan de hand van deze constateringen vindt een screening plaats waarna er 4.421 voornemens last onder bestuursdwang zijn verzonden aan eigenaren van percelen (een eigenaar kan meerdere overtredingen begaan wat in één brief staat) die vervolgens weer worden gecontroleerd door de tijdelijke schouwmeesters. Na het voornemen zijn veel overtredingen alsnog opgeheven. Echter in 676 gevallen was dit niet het geval, waarna naar de eigenaar een last onder bestuursdwang is verzonden. Deze lasten onder bestuursdwang zijn gecontroleerd door de gebiedsbeheerder. Met de inzet van de gebiedsbeheerder was het in het grootste aantal van de gevallen niet nodig om de bestuursdwang uit te voeren. In 10 gevallen kwam de gebiedsbeheerder er met ingelanden niet uit en is de zaak voor een mogelijk gedwongen uitvoering toegewezen aan de toezichthouders van cluster Handhaving. De toezichthouders van cluster Handhaving hebben door de uitleg van regels en bemiddeling bij overtreders uiteindelijk weten te voorkomen dat overtredingen door het toepassen van bestuursdwang moesten worden opgeheven.
Baggerschouw/schouw op waterbergend vermogen
In 2025 zijn er 3 baggerschouwprojecten actief geweest, namelijk baggerblok 2020, baggerblokken 2021-2022-2023 en baggerblok 2024. Een baggerschouw duurt gemiddeld drie kalenderjaren. Baggerblok 2020 en baggerblok 2021-2022-2023 zijn in 2023 opgestart. Voor deze schouwen zijn in 2025 1.048 lasten onder bestuursdwang verzonden. De controles op de lasten onder bestuursdwang worden uitgevoerd door de gebiedsbeheerder. Vooralsnog is er in 1 geval een voornemen voor een gedwongen uitvoering. Deze zaak is op dit moment in behandeling bij cluster Handhaving.
In 2025 is besloten de schouwronde van baggerblok 2024 niet in het voorjaar op te starten maar in het najaar. Dit besluit is genomen omdat anders het baggerblok te kort op de baggerwerkzaamheden van baggerblok 2023 zouden plaats vinden. Bij het eerste toezichtsmoment van baggerblok 2024 zijn er in oktober/november bij 1.470 ingelanden controles/peilingen uitgevoerd. Naar aanleiding van de resultaten uit deze controles/peilingen en als daarbij overtredingen worden geconstateerd zullen in 2026 de voornemens last onder bestuursdwang worden verzonden.
Bij de knelpuntenschouw zijn drie toezichtsmomenten te onderscheiden. Aan de hand van informatie van de gebiedsbeheerders en de peilbeheerders zijn voor 1.036 knelpunten waarschuwingen verzonden. In 118 gevallen zijn de overtredingen na de waarschuwing nog niet opgeheven en is een voornemen last onder bestuursdwang aan de overtreder verzonden. Uiteindelijk was het in 18 gevallen noodzakelijk om ook nog de last onder bestuursdwang aan de overtreder op te leggen. De controles op de waarschuwing, het voornemen en de last onder bestuursdwang werden uitgevoerd door de gebiedsbeheerder. In twee gevallen is het gekomen tot een gedwongen uitvoering, waarbij de toezichthouder van cluster handhaving het toezicht heeft verzorgd.
5.4 Toezicht op waterveiligheid
Veilige waterkeringen die voldoen aan de wettelijke eisen zijn cruciaal voor het beheergebied. Het grootste gedeelte van het beheergebied ligt immers onder zeeniveau. De staat van de waterkeringen wordt regelmatig gecontroleerd door de toezichthouders waardoor deze intact blijven. Derden willen echter regelmatig werkzaamheden of activiteiten in, op of nabij de keringen uitvoeren. Te denken valt aan kabels en leidingen van netwerkproviders of energieleveranciers. Voor veel van deze werkzaamheden is een vergunning nodig of geldt een informatieplicht of algemene regels. Het niet volgen van de regelgeving bij werkzaamheden en activiteiten kan de waterkering aantasten, waardoor deze mogelijk niet goed meer berekend is op zijn taak en de veiligheid in het geding kan komen.
5.4.1 Activiteiten en werkzaamheden
Het toezicht op de waterkeringen wordt uitgevoerd door toezichthouders van cluster Onderhoud van de afdeling Waterveiligheid. Binnen het beheergebied is een onderverdeling gemaakt in vier gebieden waarbinnen één toezichthouder actief is. De toezichthouders houden zich naast het VTH-toezicht ook nog met andere projectmatige werkzaamheden bezig. De staat van de waterkering wordt gecontroleerd door inspecteurs. Indien nodig worden onderhoudsmaatregelen uitgevoerd door HHNK op keringen in eigendom of door derden als het eigendom buiten HHNK ligt.
Uitgangspunt van het VTH-toezicht op het effect waterveiligheid is dat het bijdraagt aan het voorkomen, beëindigen en, indien mogelijk, laten herstellen van de gevolgen van activiteiten en handelingen die een (mogelijk) negatief gevolg hebben op de waterkeringen en de bijbehorende beperkingsgebieden of een toename geven op de overstromingskans. Dit houdt tevens in dat het toezicht een bijdrage levert aan de beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan 2025-2029, te weten een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van het beheergebied in 2050. Voor 2025 was gepland dat de vier toezichthouders van cluster Onderhoud 4.000 uur aan het toezicht van waterveiligheid konden besteden.
In de onderstaande tabel staan de aantallen die in het uitvoeringsprogramma waren opgenomen en de aantallen die uiteindelijk in het afgelopen jaar zijn uitgevoerd. Hierbij is wat betreft het toezicht op vergunningen onderscheid gemaakt in het aantal nieuwe toezichtstaken, het aantal afgeronde vergunningen en het aantal nog openstaande vergunningen met toezichtsta(a)k(en). Onder de tabel wordt per activiteit een toelichting gegeven.
Toezicht op vergunningen/MOOR-meldingen
In het kader van waterveiligheid moeten alle omgevingsvergunningen die zijn verleend en MOOR- meldingen die zijn ingediend voor activiteiten in/op/bij primaire en secundaire waterkeringen gecontroleerd worden. In veel gevallen is het zo dat voor het uitvoeren van de activiteit naast de omgevingsvergunning ook een MOOR-melding moet worden gedaan. In 2025 zijn alle activiteiten waarbij een omgevingsvergunning en/of MOOR-melding was gedaan in principe gecontroleerd. In het toezicht hoefde er geen afwegingen te worden gemaakt in de prioritering van de controles. Voor wat betreft de aantallen van de MOOR-meldingen hebben we niet exact de aantallen bekend door het ontbreken van een overzicht in het MOOR-systeem. In 2026 wordt gewerkt aan een herinrichting van het systeem om deze gegevens wel te kunnen filteren.
Naast de controles van de vergunningen die werden uitgevoerd is ook een start gemaakt met de inventarisatie en het sluiten van oude toezichtszaken in het systeem. De oude gesloten toezichtszaken waren bijvoorbeeld al uitgevoerd, maar nooit afgemeld in het systeem. Dit gebeurt deels vanuit de beschikbare informatie uit de verschillende systemen. Waar twijfel is wordt ter plaatse alsnog een controle uitgevoerd. Deze aantallen zijn meegenomen in het aantal afgeronde toezichtstaken. De vergunningen die nooit zijn uitgevoerd worden geïnventariseerd en daarop moet een afweging worden gemaakt om deze vergunningen wel/niet in te trekken.
Verder wordt er in het toezicht tegenaan gelopen dat omgevingsvergunningen door de omvangrijke transitie tracés steeds groter worden en zich soms over het gehele beheergebied uitstrekken. Hierdoor worden de omgevingsvergunning onoverzichtelijk en moeilijk te controleren. Daarnaast blijven deze omgevingsvergunningen lang van toepassing en moeten daardoor weleens aangepast worden, omdat er ook nog andere ontwikkelingen in dat gebied spelen. Deze omvangrijke omgevingsvergunningen kosten de toezichthouders veel tijd in het toezicht.
Calamiteiten, meldingen/klachten en verzoeken om handhaving
Wanneer sprake was van een calamiteit, melding/klacht of een verzoek om handhaving zijn deze direct opgepakt. In het uitvoeringsprogramma was een aantal van 250 zaken opgenomen. Echter is deze verwachting te hoog geweest. Zijn rond de 50 toezichtszaken geweest die betrekking hadden op een calamiteit, melding/klacht of een verzoek om handhaving. Deze grote afwijking is waarschijnlijk gekomen, omdat er in het eerste uitvoeringsprogramma nog veel gewerkt is met aannames en dit nog niet gebaseerd was op daadwerkelijke cijfers. Wanneer bij het toezicht een overtreding werd geconstateerd is dat ter plaatse opgelost of werd uiteindelijk in overleg met de juridisch medewerker van cluster handhaving een waarschuwing verzonden. Het toezicht heeft niet geresulteerd in uiteindelijk opgelegde bestuursrechtelijke sancties.
In het uitvoeringsprogramma was het aantal van 300 verwachtte zaken opgenomen. Echter zijn in 2025 uiteindelijk 150 zaken opgepakt naar aanleiding van het actieve toezicht. De zaken zijn zelf door de toezichthouders opgepakt wanneer het ging om waterveiligheid. In die gevallen werd het ter plaatse opgelost of werd uiteindelijk in overleg met de juridisch medewerker van cluster handhaving een waarschuwing verzonden. Een rode draad door deze zaken heen was dat het dikwijls voorkwam dat in opdracht van de eigen organisatie of andere overheden in- en rondom de dijken werkzaamheden worden uitgevoerd waarvoor geen vergunning, melding is gedaan of informatieplicht is ingediend. Veelal blijkt de kennis van de regelgeving bij de opdrachtgevers tekort te schieten. De toezichthouder informeert in deze gevallen de opdrachtgever/leidinggevende om de bewustheid voor het aanvragen van de juiste toestemming te vergroten. Het is niet nodig geweest om uiteindelijk het bestuursrechtelijke handhavingstraject in te zetten. In de gevallen dat het ging om een overtreding voor een ander toezichtsondereel is het signaal daaraan doorgegeven voor verdere afhandeling.
Op grond van de provinciale Omgevingsverordening NH2020 (hierna: omgevingsverordening) hebben we de wettelijke bevoegdheid voor het beheer van de om en nabij honderd kilometer aan vaarwegen in het beheergebied. Bij het beheer en onderhoud dient er zorg te worden gedragen voor de instandhouding, bruikbaarheid en bescherming van deze vaarwegen en de daarbij behorende werken.
Naast het beheer en onderhoud voor de vaarwegen zijn we ook aangewezen als nautisch beheerder van de vaarwegen en van 20.000 km ‘overig water’ (onder andere boezem, polder- en stadswater). Het nautisch beheer is gericht op het bevorderen van een vlotte en veilig afwikkeling van het scheepvaartverkeer conform de Scheepvaartverkeerswet. Dit omvat onder andere het nemen van verkeersbesluiten, het plaatsen van borden en het actief en passief handhaven op deze bevoegdheid. Echter betreft het nautisch beheer geen VTH-taak vanuit de Omgevingswet en wordt daarom verder niet in dit jaarverslag opgenomen.
De activiteiten die in het kader van toezicht voor dit effect zijn uitgevoerd zijn gericht op het bijdragen aan het veilig gebruik van de vaarwegen. Op dit moment zijn geen middelen beschikbaar om deze taak actief uit te voeren en is het toezicht niet gestructureerd. Er wordt alleen toezicht uitgevoerd door het af doen van meldingen en signalen. Op dit moment is het net waar de melding en/of signaal in de organisatie binnen komt en wie vervolgens het toezicht uitvoert. Het toezicht is risicogericht en sluit aan bij de risicoanalyse vaarwater zoals opgenomen in het VTH-beleidsplan. Het toezicht is toegespitst op afgedankte boten, schepen, woonboten en objecten die zijn geplaatst/aangelegd en een veiligheidsrisico vormen voor het gebruik van de vaarwegen. In 2025 is er geen duidelijke registratie geweest van het aantal zaken wat uiteindelijk is opgepakt. De verwachting is dat er rond de 10 zaken zijn opgepakt. Omdat het beheer en onderhoud aan de vaarwegen frequent wordt uitgevoerd krijgen we weinig tot geen meldingen of klachten over de vaarwegen.
Indien de inzet van toezicht niet leidt of kan leiden tot het gewenste resultaat dan wordt overgegaan tot het opleggen van sancties. Met het opleggen van sancties wordt beoogd activiteiten en handelingen die een (mogelijk) negatief effect hebben op de watersystemen, waterkwaliteit, waterkeringen en vaarwegen in het beheergebied te beëindigen en, indien mogelijk, de gevolgen daarvan te laten herstellen of te bestraffen. Door beëindiging van de overtredingen worden de negatieve effecten daarvan stopgezet.
6.1 Activiteiten en werkzaamheden
De juridisch medewerkers van cluster Handhaving zijn verantwoordelijk voor de werkzaamheden met betrekking tot bestuursrechtelijke handhaving (uitgezonderd de schouwovertredingen). Ook de milieu inspecteurs besteden een deel van hun tijd aan deze taak. Daarnaast zijn zij aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) en leggen zij ook strafrechtelijke sancties op. Tot slot is het schouwteam van cluster Waterlopen van de afdeling Watersystemen verantwoordelijk voor de bestuursrechtelijke afwikkeling van de overtredingen die voortkomen uit de schouwmomenten.
De aantallen in onderstaande tabel geven weer welke aantallen we in het uitvoeringsprogramma hadden opgenomen en de aantallen die uiteindelijk zijn uitgevoerd. Onder de tabel wordt per activiteit een toelichting gegeven.
In het uitvoeringsprogramma is opgenomen dat de verwachting was dat ongeveer in 15 zaken strafrechtelijke handhaving nodig zou zijn. In het jaar 2025 is uiteindelijk in 2 zaken de bestuurlijke strafbeschikking opgelegd en in 7 zaken een proces-verbaal opgemaakt. De strafrechtelijke handhaving is ingezet wanneer bij een milieudelict sprake is van een bewuste overtreding van de overtreder die met maatregelen voorkomen had kunnen worden. Er worden minder strafrechtelijke strafbeschikkingen ten opzichte van de proces-verbalen opgelegd, doordat veel overtredingen niet meer zijn gekoppeld aan de landelijke feitcodes. Het ontbreken van landelijke feitcodes komt doordat ieder waterschap zijn eigen Waterschapsverordening heeft met daarin verschillende artikelen. Bij overtredingen van de artikelen in de Waterschapsverordening waarbij het strafrecht wordt ingezet, kan dus alleen gebruik gemaakt worden van een proces-verbaal. De strafrechtzaken zijn met name opgemaakt in de agrarische sector voor wat betreft het lozen/afspoeling naar het oppervlaktewater.
Bestuursrechtelijke handhaving
Op 1 maart 2025 zijn de juridische medewerkers gestart die de bestuursrechtelijke handhaving oppakken binnen de VTH-organisatie. Dit was dus vooral een periode van opstarten, zichzelf bekend maken en het werk voor de bestuursrechtelijke handhaving naar je toe trekken en de meerwaarde ervan te benadrukken. Binnen toezicht en handhaving en in de VTH-kolom kan nog veel winst worden gemaakt met het inzetten van bestuursrechtelijke handhaving om uiteindelijk het nalevingsgedrag te vergroten. Door het goed en eerder inzetten van bestuursrechtelijke sancties, aan de hand van de Landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO), kunnen overtredingen sneller worden opgeheven. Binnen de organisatie zijn nog niet alle collega’s bekend met de mogelijkheden van bestuursrechtelijke handhaving. In het uitvoeringsprogramma was opgenomen dat de verwachting was dat 40 bestuursrechtelijke handhavingsbesluiten genomen zouden worden. Deze aantallen zijn nogal breed te benaderen en hierom hebben we de bestuursrechtelijke handhaving naar verschillende te onderscheiden producten uitgeschreven. Dit geeft een beter beeld over de verschillende in te zetten instrumenten. In het VTH-uitvoeringsprogramma van 2026 is dit op dezelfde wijze aangepast.
In eerste instantie wordt bij een geconstateerde overtreding als eerste stap in de handhaving vaak gebruik gemaakt van de bestuurlijke waarschuwing. Waarschuwingsbrieven worden door de toezichthouder in samenwerking met de juridisch medewerker opgesteld. In 2025 zijn 95 bestuurlijke waarschuwingsbrieven verzonden aan overtreders. Naar aanleiding van de waarschuwing zijn de meeste overtredingen opgeheven. Waar de overtreding niet na de gestelde hercontrole termijn is opgeheven is de handhaving verder opgepakt door het opleggen van een bestuursrechtelijke sanctie.
Het opleggen van een last onder dwangsom is de meest voorkomende bestuursrechtelijke sanctie die wordt opgelegd. In eerste instantie wordt een voornemen van het opleggen van de last onder dwangsom aan de overtreder toegezonden. Met het voornemen wordt de overtreder in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze op het voornemen tot het opleggen van de last onder dwangsom naar voren te brengen. In sommige gevallen gebeurt het ook dat binnen de zienswijze termijn van het voornemen alsnog de overtreding ongedaan wordt gemaakt, of dat er afspraken worden gemaakt voor het nemen van maatregelen. In 14 zaken is een voornemen verzonden. Als de overtreding naar aanleiding van het voornemen niet was opgeheven, geen afspraken waren gemaakt voor het nemen van maatregelen en de zienswijze geen argumenten gaf waarom we van handhaving af zouden moeten zien, is de last onder dwangsom daadwerkelijk opgelegd. In 8 zaken is een last onder dwangsom opgelegd. Er is in 2025 uiteindelijk in één zaak de dwangsom verbeurd, omdat niet binnen de gegeven begunstigingstermijn de overtreding was opgeheven. Deze verbeurde dwangsom is/wordt ingevorderd.
In plaats van het opleggen van een last onder dwangsom kan ook bestuursdwang worden toegepast. Met het uitvoeren van bestuursdwang wordt de overtreding op de kosten van de overtreder, door of in opdracht van het bevoegd gezag, ongedaan gemaakt. In eerste instantie wordt een voornemen van het opleggen van een last onder bestuursdwang aan de overtreder toegezonden. Met het voornemen wordt de overtreder in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze op het voornemen tot het opleggen van de last onder bestuursdwang naar voren te brengen. In sommige gevallen gebeurt het ook dat binnen de zienswijze termijn van het voornemen alsnog de overtreding ongedaan wordt gemaakt of dat er afspraken worden gemaakt voor het nemen van maatregelen. Er zijn 7 zaken waarin een voornemen is verzonden. Als de overtreding niet was opgeheven, geen afspraken waren gemaakt voor het nemen van maatregelen en de zienswijze geen argumenten gaf waarom we van handhaving af zouden moeten zien, is de last onder bestuursdwang daadwerkelijk opgelegd. In 7 zaken is een last onder bestuursdwang opgelegd. In 4 zaken is het uiteindelijk daadwerkelijk gekomen tot het uitvoeren van de bestuursdwang.
Wanneer het gaat om direct gevaar voor de veiligheid kan ook spoedeisende bestuursdwang worden toegepast. Bij deze vorm van bestuursdwang wordt direct, zonder begunstigingstermijn, de overtreding op kosten van de overtreder opgeheven. De toegepaste spoedeisende bestuursdwang wordt vervolgens achteraf zo spoedig mogelijk in een bestuursdwang beschikking aan de overtreder verzonden. In 2 zaken is spoedeisende bestuursdwang toegepast.
De gemaakte kosten voor het uitvoeren van de bestuursdwang worden verhaald op de overtreder. Dit gaat met een schriftelijk voornemen voor het verhalen van de kosten waarop de overtreder zijn zienswijze kan geven. Als de zienswijze geen aanleiding geeft tot afzien van het kostenverhaal wordt de kostenverhaalbeschikking verzonden. In 6 zaken zijn de kosten verhaald.
Dikwijls zijn er boten en/of objecten die om redenen verwijderd moeten worden, maar waarvan geen eigenaar bekend is. Deze boten en/of objecten worden aangeplakt met de uit te voeren bestuursdwang. Met het aanplakken van de bestuursdwangbeschikking wordt een termijn gegeven waarbinnen de boot of het object moet zijn verwijderd. Met het aanplakken worden sommige boten en/of objecten dan alsnog verwijderd. Echter wanneer zich niemand meldt en de boot of object niet wordt verwijderd, wordt deze door ons verwijderd. Echter de kosten kunnen dan niet worden verhaald, omdat de eigenaar van de boot of object niet bekend is. In 23 zaken is er een aanplakbeschikking aangebracht. In een klein aantal van de gevallen is de boot of het object door de eigenaar alsnog zelf weggehaald. In de overige zaken hebben wij de boot of object zelf weggehaald. De kosten konden niet verhaald worden omdat de eigenaar van de boot of object onbekend was.
Intrekken/wijzigen vergunning/bestuurlijke boete
Naast de hierboven genoemde sancties zijn er ook nog mogelijkheden om een omgevingsvergunning te wijzigen of in te trekken of een bestuurlijke boete op te leggen (bestraffende sanctie). Deze bestuursrechtelijke sancties zijn in 2025 niet gebruikt. Op dit moment zijn we nog niet bekend met deze sancties. Voordat deze sancties benut kunnen worden in het handhavingsinstrumentarium, moet er een gedegen onderzoek naar worden gedaan waarop het inzetbaar is en welke randzaken er geregeld moeten zijn om de sancties toe te kunnen passen. Het inzetten van deze sancties kan bijdragen aan het vergroten van het nalevingsgedrag.
Op grond van de wetgeving kunnen handhavingsverzoeken worden ingediend. Bij een verzoek om handhaving moet een onderzoek door een toezichthouder worden uitgevoerd. Op basis van het onderzoek kan er een besluit worden genomen om het handhavingsverzoek (gedeeltelijk) toe of af te wijzen. Bij het eventueel (deels) toewijzen van een handhavingsverzoek moet ook altijd een sanctie worden opgelegd om de geconstateerde overtreding op te heffen. Deze zijn in de aantallen van de sancties meegenomen. De afhandeling van het handhavingsverzoek dient binnen de wettelijke termijn van acht weken te worden afgehandeld. In 2025 zijn 27 verzoeken om handhaving binnen gekomen. Veel handhavingsverzoeken hadden betrekking op het aanwezig zijn van gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater. Het oppakken van handhavingsverzoeken heeft een hoge prioriteit en geeft door het grote aantal een extra druk op de overige werkzaamheden, maar is in 2025 niet ten koste gegaan van andere werkzaamheden.
In het VTH-beleidsplan is beschreven dat we in principe niet gedogen. In 2025 hebben zich geen situaties voorgedaan waarin een gedoogverklaring is afgegeven.
Bestuursrechtelijke handhaving schouw
Voordat de verschillende schouwmomenten worden gestart, wordt in de media en gericht op ingelanden met brieven aangekondigd dat de schouw er weer aan komt en wat er hierin van ze wordt verwacht. Een rode draad door de schouw is dat er vooral heel veel brieven noodzakelijk zijn om de schouw in goede banen te leiden. Deze brieven worden dikwijls ieder jaar aan dezelfde overtreders verzonden. Deze brieven worden automatisch gegenereerd in het systeem door het schouwteam.
Bij de najaarsschouw en de baggerschouw/schouw op waterbergend vermogen wordt, omdat met een uitgebreid communicatie traject wordt gewerkt, direct de last onder bestuursdwang opgelegd. Bij de knelpuntenschouw wordt dit gedaan als naar aanleiding van de waarschuwing de overtreding niet wordt opgeheven. Voordat een last onder bestuursdwang kan worden opgelegd moet eerst een voornemen tot het opleggen van de last onder bestuursdwang aan de overtreder worden verzonden. In totaal zijn 4.539 voornemens verzonden, waarvan circa 4.421 bij de najaarsschouw en 118 bij de knelpuntenschouw. Naar aanleiding van het voornemen komen veel overtreders alsnog in beweging en heffen de overtreding dan alsnog op of maken afspraken voor het nemen van maatregelen. In totaal zijn 1.742 zaken een last onder bestuursdwang opgelegd waarvan 676 bij de najaarsschouw, 18 bij de knelpuntenschouw en 1.048 bij de baggerschouw/schouw op waterbergend vermogen. Bij de baggerschouw/schouw op waterbergend vermogen was het voornemen al voor de start van 2025 verzonden. Wanneer men ook niet binnen de begunstigingstermijn van de last onder bestuursdwang de overtreding opheft, wordt door de handhavers nog een laatste interventie gedaan. Dit is bij 12 zaken gedaan. In 10 van de zaken heeft het toen alsnog geleid tot het afwenden van de gedwongen uitvoering. In 2 zaken met betrekking tot de knelpuntenschouw is uiteindelijk de bestuursdwang toegepast om de overtreding op te heffen. De kosten van de bestuursdwang zijn/worden verhaald op de overtreder.
Naast de uitvoerende werkzaamheden was in het uitvoeringsprogramma met betrekking tot handhaving ook nog het onderstaande aandachtspunt opgenomen.
Opstellen richtlijnen begunstigingstermijnen en dwangsommen
In het uitvoeringsprogramma was opgenomen dat een richtlijn moest worden opgesteld met betrekking tot de lengte van de begunstigingstermijnen en de hoogte van dwangsommen voor de verschillende te onderscheiden overtredingen. Sinds juni 2025 wordt met de opgestelde leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen gewerkt voor handhaving op waterkwaliteit. Met het opstellen van deze leidraad wordt beoogd meer duidelijkheid te bieden aan (potentiële) overtreders welke consequenties het niet beëindigen van een overtreding heeft. Naast het geven van transparantie is de leidraad ook bedoeld om consistent op te treden tegen vergelijkbare overtredingen. Tot slot biedt de leidraad ondersteuning bij het opstellen en toetsen van de brieven en besluiten.
Er worden wekelijks vele besluiten verzonden. Op deze besluiten kunnen belanghebbenden die het niet eens zijn met het besluit bezwaar/(hoger)beroep instellen. Beslissingen/uitspraken in bezwaar/(hoger) beroep kunnen leiden tot intrekken/wijzigen van het besluit. Naast de mogelijkheden voor bezwaar/beroep worden er ook dikwijls verzoeken gedaan op de Wet open overheid (hierna: Woo).
7.1 Activiteiten en werkzaamheden
In het uitvoeringsprogramma 2025 waren de activiteiten bezwaar- en beroep en verzoeken op de Woo niet opgenomen. Op VTH-besluiten kan echter wel bezwaar- en beroep worden gemaakt en om VTH-stukken openbaar te maken kan er een verzoek worden gedaan op grond van de Woo. Deze activiteiten maken hierom dus formeel onderdeel uit van de VTH-organisatie. In dit jaarverslag, maar ook in het uitvoeringsprogramma, zullen deze activiteiten voortaan dan ook worden benoemd. Deze activiteiten worden uitgevoerd door het cluster Juridische Zaken.
In de onderstaande tabel staan de aantallen vermeld van het afgelopen jaar. Hierbij is onderscheid gemaakt in het aantal nieuwe zaken dat is binnen gekomen, hoeveel zaken er zijn afgerond en hoeveel zaken er nog in behandeling zijn. Onder de tabel wordt per activiteit een toelichting gegeven.
Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is er een daling te zien van het aantal bezwaar- en beroepszaken wat zich in 2025 heeft gestabiliseerd. Het afnemen van het aantal bezwaar- en beroepszaken komt door aanpassingen in de Waterschapsverordening waar een aantal vergunningplichten zijn omgezet in een informatieplicht. Daarnaast kent de Omgevingswet het ‘Ja, mits’- principe. In het verleden werden namelijk aanvragen om vergunningen direct geweigerd als ze niet voldeden aan de regelgeving en het beleid. Er wordt nu beter meegedacht met aanvragers of er andere mogelijkheden zijn om alsnog een vergunning te kunnen verlenen. Wanneer een beslissing/uitspraak in de bezwaar of beroepszaak leidt tot aanpassing van het besluit, wordt dit aan de betrokken afdelingen/clusters doorgegeven om eventuele wijzigingen door te voeren in het besluit en/of aanpassingen te doen in de processen, werkinstructies of formats. Daarnaast worden de aandacht- en leerpunten uit de beslissing/uitspraak met elkaar gedeeld zodat dezelfde situaties in de toekomst voorkomen kunnen worden.
In 2025 zijn 28 nieuwe bezwaren binnen gekomen op VTH-besluiten. Deze bezwaren worden na de intake, wanneer het om een vergunning gaat, altijd eerst aangeboden aan team mediation. Na de intake en/of de tussenkomst van team mediation zijn 20 bezwaren alsnog ingetrokken/opgelost. Opgelost is als er een minnelijke oplossing tussen de verschillende belanghebbenden is bereikt en daarmee het bezwaar wordt ingetrokken. De resultaten met mediation zijn beter bij bezwaren op vergunningen dan bij bezwaren op handhavingsbesluiten. Dit komt mede doordat handhavingsbesluiten zich vaak richten op iets wat moet worden uitgevoerd of dat iets nagelaten moet worden. In 2025 zijn 3 bezwaren ongegrond en 7 bezwaren niet ontvankelijk verklaard en geen bezwaren gegrond verklaard. Aan het einde van het jaar waren nog 25 bezwaren in behandeling.
In 2025 zijn 3 nieuwe beroepszaken binnen gekomen op VTH-besluiten. In 2 beroepszaken die in behandeling waren is uitspraak gedaan. In beide gevallen was het beroep ongegrond. Aan het einde van het jaar waren nog 3 beroepszaken in behandeling en in afwachting op behandeling bij de rechtbank.
Zijn in 2025 geen hoger beroepszaken binnen gekomen en/of in behandeling.
Zowel in bezwaar als in (hoger) beroep kan er door een belanghebbende een verzoek om voorlopige voorziening worden gedaan. Dit verzoek kan worden gedaan als er, in afwachting van de beslissing in bezwaar of (hoger) beroep, onomkeerbare gevolgen dreigen te ontstaan door het inwerking treden van het besluit. Voorwaarde voor toewijzing van zo’n verzoek is dat er ‘onverwijlde spoed’ is. Wanneer een voorlopige voorziening wordt toegewezen, wordt het besluit geschorst tot een definitieve uitspraak is gedaan in het bezwaar of (hoger) beroep. In 2025 zijn er geen verzoeken om voorlopige voorziening bij de rechtbank of raad van state ingediend.
Op grond van de Woo kunnen burgers en bedrijven documenten opvragen. Binnen VTH hangen Woo- verzoeken meestal samen met de impact van vergunningverlening, toezicht en handhaving op burgers en bedrijven. Ook worden verzoeken ingediend wanneer communicatie of informatievoorziening als onvoldoende duidelijk wordt ervaren. Door de toenemende beschikbaarheid van juridische informatie en AI- hulpmiddelen wordt de Woo bekender en laagdrempeliger, wat leidt tot een stijging van het aantal verzoeken. In 2025 zijn 17 Woo- verzoeken ontvangen die (deels) betrekking hadden op VTH-informatie.
Op grond van de Omgevingswet geldt voor bestuursorganen een zorgplicht voor een goede kwaliteit van de uitoefening van de uitvoerings- en handhavingstaak. Uit de analyse die is uitgevoerd in het kader van het VTH-beleidsplan is gebleken dat er nog geen kwaliteitscriteria zijn vastgesteld. In 2025 is gewerkt aan het VTH-kwaliteitsplan (hierna: kwaliteitsplan). Dit kwaliteitsplan geeft weer welke gewenste kwaliteitseisen, vormgegeven in kwaliteitsdoelstellingen, de VTH-taken moeten worden uitgevoerd en waaraan de VTH-organisatie en de VTH-producten, -diensten en -middelen moeten voldoen. Daarnaast maken ook de kwaliteitscriteria 3.0 onderdeel uit van dit kwaliteitsplan. De kwaliteitscriteria 3.0 geven weer hoeveel medewerkers op bepaalde deskundigheidsgebieden aanwezig moeten zijn en welke opleidingen er moeten zijn gevolgd. Planning is dat het kwaliteitsplan in 2026 wordt vastgesteld.
Langs de kwaliteitsdoelstellingen en de daaraan gekoppelde criteria in het kwaliteitsplan moeten we gaan groeien (opbouwscenario) naar de gewenste kwaliteit. De toetsing hierop gebeurt door het uitvoeren van jaarlijkse interne kwaliteitsaudits op de kwaliteitsdoelstellingen. Het kwaliteitsplan is geen statisch plan. Met de uitkomsten uit de audits zou het kunnen zijn dat het kwaliteitsplan aangepast wordt op punten waar deze wellicht onrealistisch zijn of niet scherp genoeg gesteld zijn.
Naast het op te leveren kwaliteitsplan is er ook gestart met het project voor de (door)ontwikkeling van de VTH-organisatie. Het project is erop gericht de taakverdeling te verduidelijken en te structureren en de processen en de werkwijzen te uniformeren. In 2025 is vooral het voorwerk gedaan door zaken te inventariseren, duidelijk te krijgen en uit te werken. In 2026 moet dit worden door vertaald naar duidelijke adviezen en leiden tot een implementatieplan voor de structurering van de VTH-organisatie.
Om de VTH-activiteiten en -werkzaamheden uit het uitvoeringsprogramma te realiseren moest er beschikt worden over voldoende personele en financiële middelen. De financiële middelen die nodig waren, worden in dit hoofdstuk inzichtelijk gemaakt. Wanneer er niet voldoende capaciteit beschikbaar was om de beschreven taken uit te voeren, zijn er aan de hand van de prioritering en risicoanalyses uit het VTH-beleidsplan keuzes gemaakt welke werkzaamheden wel of niet moesten worden uitgevoerd.
In het uitvoeringsprogramma was opgenomen dat de volgende personele middelen beschikbaar waren voor de clusters Vergunningen en Handhaving. Deze clusters zijn in hun taken eigenlijk nagenoeg compleet bezig met uitvoerende VTH-activiteiten.
Bij cluster Vergunningen zijn in 2025 twee adviseurs vergunningen, twee vergunningverleners en één inhuur medewerker gestart. Daarnaast waren eind 2024 ook al drie vergunningverleners gestart. Daarnaast is één vergunningverlener van functie gewijzigd naar adviseur vergunningen op de lozingen. De nieuwe medewerkers moesten door de al aanwezige ervaren medewerkers ingewerkt worden. Dit kostte capaciteit in het afdoen van de lopende uitvoerende werkzaamheden. Door capaciteitsproblemen is de actualisatie van de lozingsvergunningen hierdoor achter op schema geraakt. Daarnaast is aan een aantal aandachtspunten uit het uitvoeringsprogramma geen/weinig aandacht gegeven, omdat de uitvoerende werkzaamheden die gebonden zijn aan procedures zoals het afdoen van de aanvragen, meldingen en informatieplichten een hogere prioriteit hebben. Verder valt op te merken dat het moeilijk is om goed gekwalificeerd personeel te vinden. Dikwijls moet het personeel dat aangetrokken wordt nog worden opgeleid waardoor zij niet direct volledig inzetbaar zijn.
Bij cluster Handhaving zijn in 2025 vijf nieuwe milieu inspecteurs gestart. Eén ervaren milieu inspecteur heeft het cluster verlaten. De nieuwe milieu inspecteurs hadden geen achtergrond in de handhaving en moesten opgeleid en begeleid worden. De begeleiding van de nieuwe medewerkers is verzorgd door de ervaren milieu inspecteurs. Het inwerken en begeleiden van nieuwe medewerkers is hiermee te kostte gegaan van de beoogde uit te voeren toezichtcontroles. Aan de hand van de prioritering zijn hierom keuzes gemaakt en zijn er op projecten/thema’s soms iets minder controles uitgevoerd.
De VTH-werkzaamheden beperken zich niet alleen tot de bovenstaande clusters. Zo wordt het toezicht op de waterkwantiteit uitgevoerd door cluster Gebiedsbeheer en het toezicht op de waterveiligheid door Cluster Onderhoud. De uitvoering van het schouwtoezicht en de handhaving daarop wordt voornamelijk uitgevoerd vanuit cluster Waterlopen. De behandeling van de bezwaar- en beroepszaken en de Woo vinden plaats op het cluster Juridische Zaken. Daarnaast vindt nog signaaltoezicht plaats vanuit het cluster Peilbeheer & Gemalen (Peilbeheerders) en het cluster Waterkeringen (objectbeheerders).
Vanuit de hierboven genoemde clusters zijn geen personele omstandigheden aanwezig geweest dat bepaalde werkzaamheden niet uitgevoerd konden worden. Wel zijn in deze clusters dezelfde ontwikkelingen wat betreft dat het moeilijk is om goed gekwalificeerd personeel aan te trekken.
In de begroting waren in 2025 de posten in de onderstaande tabel opgenomen waarmee de capaciteit en middelen financieel waren geborgd voor de clusters Vergunningen en Handhaving.
Onder de kosten voor "andere middelen" vallen de kosten voor het onderhoud van de software, kantoorartikelen en de kosten die gepaard gaan met de analyse van watermonsters bij het Waterproef laboratorium. De kosten voor de inzet van Stichting Waternet zijn verwerkt in een verzamelpost van het cluster Handhaving die in de begroting is opgenomen.
In 2025 hebben er geen overschrijdingen plaats gevonden van de budgetten die in de begroting waren opgenomen.
Op grond van het project VTH-versterking en ‘Memo Signaaltoezicht en Schouw’ is door Stuurgroep VTH vastgesteld dat het eerste schouwmoment regulier beheer van het gebied betreft binnen het waterdomein. De nazorg die hierop volgt, met eventuele handhaving, en afronding van de schouw is wel een VTH-taak in het VTH-domein.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2026-18459.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.