Waterschapsblad van Waterschap Vallei en Veluwe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Vallei en Veluwe | Waterschapsblad 2026, 18301 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Vallei en Veluwe | Waterschapsblad 2026, 18301 | beleidsregel |
Besluit tot wijziging beleidsregels 3.2.9, 2.2.9 en 3.1.1 Waterschapsverordening Waterschap Vallei en Veluwe
Het dagelijks bestuur van Waterschap Vallei en Veluwe;
gelezen het voorstel van het WMT d.d. 19 maart 2026;
gelet op artikel 7 van de Organisatieverordening Waterschap Vallei en Veluwe;
Beleidsregel 3.2.9 Dammen met duiker, Beleidsregel 2.2.9 Beplanting en Beleidsregel 3.1.1 Algemene beleidsregel Waterschapsverordening Waterschap Vallei en Veluwe zoals vastgesteld op 10 december 2024 als volgt te wijzigen:
In beleidsregel 3.2.9 Dammen met duikers wordt in de toetsingscriteria de tekst van de criteria 3 tot en met 5 onder het kopje doorstroom- en bergingscapaciteit vervangen door:
Doorstroom- en bergingscapaciteit
Omgevingsvergunningen voor het plaatsen van dammen met duikers in oppervlaktewaterlichamen categorie A die gebruikt worden als ontsluiting van percelen, kunnen alleen worden verleend als die percelen niet op een andere manier ontsloten zijn of kunnen worden ontsloten. In principe wordt maximaal één duiker per perceelzijde toegestaan,
De dam met duiker mag een maximale opstuwing veroorzaken van 5 millimeter bij maatgevende afvoer van 1,5 liter per seconde per hectare. Bij vergunningaanvragen voor duikers speelt de gevoeligheid van het bovenstroomse of aangrenzende gebied voor wateroverlast een grote rol. Dit dient bij de vergunningverlening te worden meegewogen. Overigens mogen door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een dam met duiker niet alle reserves gebruikt worden. Met andere woorden: de eerste aanvrager mag niet beperkend worden voor de andere aanvrager. Het belang van de betreffende watergang voor de waterhuishouding wordt ook meegewogen.
In beleidsregel 3.2.9 Dammen met duikers wordt in de toetsingscriteria de tekst van het 9e criterium onder het kopje onderhoud vervangen door:
In Beleidsregel 2.2.9 wordt de tekst onder het kopje “Motivering” aangevuld met:
Door het aanbrengen van beplanting kan een aantrekkelijke habitat worden gecreëerd voor dieren die de bodem gebruiken voor het graven van holen en aanleggen van burchten. Deze kunnen zich tot ver in de waterkering uitstrekken en leiden tot ernstige verzwakking van de waterkering (holle ruimtes, stabiliteitsverlies, aantasting van grasmat). Struiken en lage beplanting hebben een grotere aantrekkende werking op bevers en dassen dan solitaire bomen vanwege een betere beschutting.
In Beleidsregel 2.2.9 wordt de tekst onder het kopje “Kans op instabiliteit” vervangen door:
Niet waterkerende werken en graafactiviteiten nabij een waterkering kunnen het waterkerend vermogen van een kering aantasten. Daarnaast kan diep wortelende en hoog opgaande bomen en beplanting een negatief effect hebben op een waterkering. Bovendien kan als gevolg van het omwaaien van bomen (windworp) op, of in de directe nabijheid van een waterkering en de daardoor ontstane ontgrondingskuilen de stabiliteit van de waterkering afnemen. Ook de dynamische belasting als gevolg van beweging van bomen kan leiden tot instabiliteit van de ondergrond.
Afstervende wortels veroorzaken na veroudering of na verwijdering van een boom of struik holle ruimten. Daardoor kunnen niet controleerbare waterstromingen ontstaan die een ongunstige invloed hebben op de stabiliteit van de waterkering.
Aanwezige beplanting kan ook een aangename biotoop vormen voor gravende dieren zoals bevers, dassen en beverratten die de bodem gebruiken voor het graven van holen en aanleggen van burchten. Deze kunnen zich tot ver in de waterkering uitstrekken en leiden tot ernstige verzwakking van de waterkering (holle ruimtes, stabiliteitsverlies, aantasting van grasmat). Struiken en lage beplanting hebben een grotere aantrekkende werking op bevers en dassen dan solitaire bomen vanwege een betere beschutting. Gravende dieren in of nabij waterkeringen moeten worden voorkomen.
In Beleidsregel 2.2.9 wordt aan het onderdeel ‘Functioneren waterkering’ de volgende tekst toegevoegd tekst toegevoegd:
Door het aanbrengen van beplanting kan een aantrekkelijke habitat worden gecreëerd voor dieren die de bodem gebruiken voor het graven van holen en aanleggen van burchten. Deze kunnen zich tot ver in de waterkering uitstrekken en leiden tot ernstige verzwakking van de waterkering (holle ruimtes, stabiliteitsverlies, aantasting van grasmat). Struiken en lage beplanting hebben een grotere aantrekkende werking op bevers en dassen dan solitaire bomen vanwege een betere beschutting.
In Beleidsregel 3.1.1 wordt een nieuw onderdeel a. Watersysteem ingevoegd:
Nieuwe oppervlaktewaterlichamen naast een waterkering moeten minimaal op 30 meter afstand van de waterkering worden aangelegd.
Bij herprofilering van watergangen binnen 30 meter van een waterkering moet het (onderwater)talud aan de dijkzijde minder stijl worden gemaakt als het talud aan de overkant. Aan de dijkzijde een begroeiing van gras of kruiden, terwijl dat aan de andere zijde struiken en bomen kunnen zijn. Het doel is taluds aan de kant van de waterkering onaantrekkelijk te maken voor bevers. Een bever heeft de voorkeur voor een steilere oever.
In Beleidsregel 3.1.1 onderdeel a. Stabiliteit (A en B) aangevuld met:
Met betrekking tot begroeiing op het talud houdt het waterschap rekening met het volgende. Om graverijen van bevers (en andere knaagdieren) tegen te gaan wordt op het talud welke zich het dichts bij een kering bevindt een begroeiing van gras of kruiden aangebracht terwijl dat aan de andere zijde struiken en bomen kunnen zijn.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2026-18301.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.