Met deze publicatie geeft het Waterschap Aa en Maas uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778).
Op basis van recente jurisprudentie dient het waterschap bij verkoop en het tijdelijk in gebruik geven van vastgoed een selectieprocedure te doorlopen om op die wijze serieuze gegadigden mee te laten dingen en zo gelijke kansen te creëren. Een selectieprocedure kan echter achterwege blijven indien bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop danwel het tijdelijk gebruik van het vastgoedobject. Op basis van onderstaande argumentatie is het waterschap van oordeel dat bij deze tijdelijke ingebruikneming de wederpartij de enige serieuze gegadigde is.
Objectinformatie
Locatie: gelegen tussen de Gementweg en het Drongelens kanaal te Vught
Perceel: gemeente Vught, sectie H, nummer 2194 (hierna: “het perceel”)
Totale oppervlakte perceel: 11.390 m2
Bestemming/inrichting: tijdelijke ingebruikname grasland
Voornemen tot het geven van privaatrechtelijke toestemming voor het tijdelijk bijzonder gebruik van perceel VUG00-H-2194
Waterschap Aa en Maas is voornemens om toestemming te geven voor het tijdelijk bijzonder gebruik tot (een gedeelte van) het hiervoor benoemde perceel, welke ingebruikneming onderdeel vormt van de uitvoering van de natuurcompensatieverplichting welke de wederpartij opgelegd heeft gekregen in een aan haar verleende omgevingsvergunning. De vergunning wordt verleend in het kader van een uitbreiding. Deze uitbreiding wordt gezien als een project van dwingend en openbaar belang waarbij provincie Noord-Brabant concludeerde dat aan de drie voorwaarden van de ADC-toets is voldaan:
- 1.
Geen reëel alternatief (A)
- 2.
Dringende reden van groot openbaar belang (D) gezien de strategische cruciale impact van de wederpartij op de Nederlandse economie en werkgelegenheid in de regio.
- 3.
Compensatie van natuurschade (C): de provincie Noord-Brabant oordeelt dat de compensatie juridisch en ecologisch voldoende is uitgewerkt.
Het waterschap meent dat de wederpartij, gezien voornoemde omstandigheden, de enige serieuze gegadigde is die in aanmerking komt voor het (beoogde) tijdelijk bijzonder gebruik van dit perceel. Gelet op vorenstaande overwegingen is het waterschap van oordeel dat het geven van deze toestemming kan plaatsvinden zonder bredere selectieprocedure. Volstaan wordt met deze voorafgaande bekendmaking.
Termijn reactie
Eenieder die eveneens meent voor het voornoemde tijdelijk bijzonder gebruik van perceel VUG00-H-2194 in aanmerking te komen, dient dit gemotiveerd kenbaar te maken. De reactie dient uiterlijk op 20 dagen na datum bekendmaking van dit voornemen, schriftelijk ingediend te zijn bij Waterschap Aa en Maas, t.a.v. ‘Publicatie voornemen tijdelijk bijzonder gebruik perceel VUG00-H-2194’ via e-mail: info@aaenmaas.nl. De termijn van 20 kalenderdagen geldt als een vervaltermijn. Als het waterschap binnen de vervaltermijn geen reactie ontvangt, zal de privaatrechtelijke toestemming volgens bovenstaande worden verleend.
In de e-mail staat in elk geval:
- •
Uw naam, adres, datum, e-mailadres en telefoonnummer;
- •
De reden op grond waarvan u meent in aanmerking te komen voor voornoemd tijdelijk bijzonder gebruik van perceel VUG00-H-2194.
Bij gebreke van een tijdig en gemotiveerd bericht vervalt het recht om tegen het voornoemde, waaronder de door het waterschap te verlenen privaatrechtelijke toestemming, op te komen of daartegen enige vordering of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans daarop zijn de rechten daarop alsdan verwerkt, onder meer vanwege onredelijke benadeling van betrokken partijen.
Deze publicatie is ingegeven vanuit zorgvuldigheid en met oog op instandhouding van eerlijke concurrentie. Het waterschap beoogt hiermee ook te voldoen aan de beginselen van transparantie en gelijke behandeling.
Via bovengenoemd e-mailadres kunnen ook eventuele vragen over deze publicatie worden gesteld. Het stellen van vragen schort niet de termijn op waarbinnen bezwaren moeten kenbaar worden gemaakt, zoals hiervoor bedoeld.