Waterschapsblad van Waterschap Drents Overijsselse Delta
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Drents Overijsselse Delta | Waterschapsblad 2026, 14621 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Drents Overijsselse Delta | Waterschapsblad 2026, 14621 | beleidsregel |
Beleidsregel Nadeelcompensatie verleggen Kabels en Leidingen Waterschap Drents Overijsselse Delta (NKL WDODelta)
Beleidsregel van het dagelijks bestuur van Waterschap Drents Overijsselse Delta, inhoudende regels omtrent nadeelcompensatie in het geval kabels en leidingen (moeten) worden verlegd
Verleggen kabels en leidingen bij primaire waterkeringen Waterschap Drents Overijsselse Delta
HET DAGELIJKS BESTUUR VAN WATERSCHAP DRENTS OVERIJSSELSE DELTA
Gelet op de artikelen 4:126 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, afdeling 15.1 van de Omgevingswet en de Nadeelcompensatieverordening Waterschap Drents Overijsselse Delta 2024;
vast te stellen Beleidsregel Nadeelcompensatie verleggen Kabels en Leidingen Waterschap Drents Overijsselse Delta (NKL WDODelta).
Hoofdstuk 2. De vergoeding voor het verleggen van kruisende- en/of langsleidingen
Voor zover blijkt dat een verzoeker ten gevolge van een besluit van het dagelijks bestuur, inhoudende de wijziging of intrekking van een vergunning, schade lijdt of zal lijden, waarvan de vergoeding niet of niet voldoende op andere wijze is verzekerd, kent het dagelijks bestuur op zijn verzoek, met inachtneming van de hierna volgende bepalingen, aan hem een vergoeding toe.
De omvang van de schade wordt overeenkomstig de voorschriften van bijlage 1 bij deze beleidsregel berekend.
De vergoeding in geval van een langsleiding bestaat uit een percentage van de berekende schade, welk percentage lineair gerelateerd is aan de tijdsduur die is verstreken vanaf de datum van inwerkingtreding van het besluit tot verlening van de vergunning tot en met de dag van de toezending of de uitreiking van het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning. Dit is globaal weergegeven in het schema opgenomen als bijlage 2.
In ieder geval vindt géén vergoeding plaats als in het besluit tot verlening van de vergunning een bepaling is opgenomen dat binnen een periode van vijf jaren, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van de betrokken vergunning, een wijziging of intrekking van die vergunning te voorzien is in verband met binnen die periode uit te voeren werkzaamheden aan de desbetreffende primaire waterkering en binnen de genoemde periode van vijf jaar daadwerkelijk een besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning wordt toegezonden en/of uitgereikt.
Hoofdstuk 3. De vergoeding voor het verleggen van buitenleidingen
Het dagelijks bestuur kent de verzoeker die schade lijdt of zal lijden als gevolg van de rechtmatige uitoefening door of namens het dagelijks bestuur van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak leidende tot een verlegging van een buitenleiding, op verzoek een vergoeding toe, voor zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd.
De omvang van de schade wordt overeenkomstig de voorschriften van bijlage 1 bij deze beleidsregel berekend.
Als verzoeker naar redelijke verwachting in aanmerking komt voor een vergoeding van de schade, dan kan het dagelijks bestuur, in afwachting van de beslissing terzake, op verzoek dan wel ambtshalve aan verzoeker een voorschot verlenen.
Aldus vastgesteld door het dagelijks bestuur van Waterschap Drents Overijsselse Delta op zijn vergadering van 5 mei 2026,
secretaris-directeur,
voorzitter,
De Verordening nadeelcompensatie Waterschap Drents Overijsselse Delta 2024 biedt de mogelijkheid om verzoeken zonder nader onderzoek of advies van de adviescommissie af te doen, indien het dagelijks bestuur voor de betreffende categorieën van schadeveroorzakende gebeurtenissen nadere regels heeft vastgesteld ten aanzien van de berekening van (de hoogte van) de te vergoeden schade. Deze beleidsregel is zo’n specifieke ‘nadere regel’.
Het waterschap kan bij het uitoefenen van zijn wettelijke taken schade toebrengen aan derden. Het ontstaan daarvan, behoort niet altijd voor risico te blijven van één enkele (rechts)persoon, wanneer het waterschap deze wettelijke taken verricht in het algemeen belang. Een overheidsorgaan is bij de uitoefening van zijn taken gehouden iedereen gelijk behandelen. Mocht dat niet het geval zijn, dan kan daaruit een plicht ontstaan tot vergoeding van de geleden schade, als die schade onevenredig is.
II. Strekking van de Beleidsregel
Deze beleidsregel is opgesteld om een nadere invulling te geven aan de wijze waarop recht op vergoeding van nadeel ontstaat en hoe de omvang van de het nadeel c.q. de vergoeding wordt berekend. In dit geval gaat het om aanpassingen aan de infrastructuur van de kabel- of leidingbeheerder ten gevolge van activiteiten van het waterschap, in de breedste zin van het woord. Het kan in dit verband ook gaan om de verlegging van kabels en leidingen buiten ons beheergebied.
Een ander onderdeel betreft het, in afwachting van de uiteindelijke vaststelling van de schade, ambtshalve kunnen verstrekken van voorschotten. Bijvoorbeeld ter voorkoming van onnodige rentelasten of om medewerking van de betrokken partijen zoveel mogelijk te verkrijgen. Bij de artikelsgewijze toelichting (12 – 14) wordt dit onderdeel nader besproken.
Van belang om op te merken, is dat wanneer er een specifieke wettelijke regeling is die voorziet in vergoeding van de schade, dan geldt dat de hoogte van de vergoeding conform die systematiek moet worden vastgesteld. Voorbeeld in dit geval kan de (vergoedingssystematiek uit de) Telecommunicatiewet zijn.
III. Reikwijdte van de beleidsregel
Deze beleidsregel heeft betrekking op kruisende leidingen, langsleidingen en buitenleidingen. Als uitgangspunt is gehanteerd dat, naar mate de tijd dat een leidingeigenaar of -beheerder gerechtigd is tot het hebben van een langsleiding in een primaire waterkering langer is geweest, de hoogte van de vergoeding afneemt. Dit op grond van de gedachte dat niet onafgebroken op een recht van een ongestoorde ligging in het desbetreffende werk gerekend mag worden. Integendeel zelfs, want met het verstrijken van jaren zal het risico van gerechtvaardigde inbreu-ken op dat recht toenemen. De tijd waarin mag worden gerekend op een ongestoorde ligging van kabels of leidingen, is bij primaire waterkeringen gesteld op 30 jaar.
Naast de vergoedingen voor verlegging van kabels en leidingen is er ook is er een regeling opgenomen voor de gevallen waarin een leidingbeheerder de noodzakelijke vergunningen aanvraagt, maar het redelijkerwijs voorzienbaar is dat, te rekenen vanaf het tijdstip van verlening van de gewenste vergunning, binnen maximaal vijf jaar een wijziging van het desbetreffende infrastructurele werk in uitvoering genomen zal gaan worden. Deze regeling geldt zowel voor kruisende leidingen als voor langsleidingen. Als een leidingbeheerder in een dergelijke voor hem kenbare situatie desondanks kabels en/of leidingen in dat infrastructurele werk wenst aan te brengen, dan wordt in de te verstrekken vergunning melding gemaakt van de te verwachten wijziging(en). Het is in zo’n geval redelijk dat het risico dat in de toekomst aan de leidingbeheerder schade als gevolg daarvan wordt toegebracht (ook vanwege de daarmee samenhangende intrekking of wijziging van de vergunning), volledig bij de leidingbeheerder berust.
Op het hierboven beschreven uitgangspunt van schadeberekening kan onder omstandigheden een uitzondering worden gemaakt (de hardheidsclausule). Gedacht wordt met name aan situaties waarbij het voor de leidingbeheerder evident (fysiek) niet mogelijk is om de ligging van de leiding anders te realiseren dan via het leggen daarvan parallel aan een primaire waterkering. Bij het bepalen van deze “evidente fysieke onmogelijkheid” kunnen de maatschappelijke en/of wettelijke verplichtingen van de leidingbeheerder een rol spelen. De vraag of een beroep op de hardheidsclausule in een specifiek geval gerechtvaardigd is, is in hoge mate een juridische vraag.
De hardheidsclausule kan niet alleen ten gunste maar ook ten nadele van een betrokken leidingbeheerder worden gehanteerd. Daarbij kan gedacht worden aan onder meer situaties waarbij de nadelen die hem treffen (mede) zijn toe te rekenen aan hemzelf of als deze - door een bepaalde actieve gedragslijn of juist door stil te zitten - het risico op benadeling heeft vergroot.
Dit hoofdstuk bevat de begripsbepalingen. De meeste bepalingen spreken voor zich.
De begrippen “kabel of leiding” dienen ruim te worden geïnterpreteerd. Het gaat om zowel bovengrondse- als ondergrondse kabels en leidingen met de daarbij behorende technische installaties, bouwkundige voorzieningen et cetera. Hierbij kan ook gedacht worden aan trafo’s, gasstations, hoogspanningsmasten met de daar bijbehorende funderingen e.d.
Bij primaire waterkeringen gaat het om hun functie van waterkering. Alle andere functies die primaire waterkeringen tevens kunnen hebben (zoals bijvoorbeeld de functie van wegverbinding) vallen buiten dit begrip en moeten in dit kader als droge infrastructuur worden beschouwd.
Buitenleidingen zijn kabels of leidingen die buiten de door of namens het dagelijks bestuur vergunde primaire waterkeringen zijn gelegen. Zie over het fenomeen buitenleidingen de toelichting bij hoofdstuk 1.3.
Hoofdstuk 2. De vergoeding voor het verleggen van kruisende- en/of langsleidingen en de omvang daarvan
In artikel 2 wordt de grondslag voor het recht op vergoeding vastgelegd.
Er is om praktische redenen voor gekozen om bijlagen bij de beleidsregels te voegen. Het vast-stellen van de hoogte van de schade wordt in de bijlagen ook aan de hand van voorbeelden toegelicht, waardoor de beleidsregels zelf inzichtelijk blijven.
In artikel 4 wordt bepaald dat de vergoeding bij langsleidingen lineair is gerelateerd aan de leeftijd van de vergunning. Dit lineaire systeem doet recht aan de achterliggende grondgedachte dat het normaal maatschappelijk risico toeneemt naarmate de leeftijd van de vergunning vordert. De ver-goeding kan hierdoor nauwkeuriger worden afgestemd op de leeftijd van de vergunningen. Het normaal maatschappelijk risico wordt bij primaire waterkeringen gedurende een looptijd van 30 jaar geacht "om te slaan" naar de vergunninghouder. De periode van 30 jaar is gekozen omdat mag worden aangenomen dat bij primaire waterkeringen zich geen snel wijzigende omstan-digheden zullen voordoen. Na die termijn kan een ongestoorde ligging niet meer worden gegarandeerd en wordt er geen vergoeding meer toegekend.
Als de situatie zich voordoet dat een enkele te verleggen leiding bestaat uit zowel een kruisend- , een langsliggend en een buitenliggend gedeelte, dan geldt voor de bepaling van de hoogte van de vergoeding voor het kruisende en het langsliggende gedeelte binnen het beheersgebied, dat gekeken moet worden naar het doel van de ligging van de kabel of leiding in de gehele primaire waterkering. Is de aanraking geschiedt met het oog om langs te gaan liggen of juist met het oog om te kruisen? Is er sprake van een leiding die gedeeltelijk kruist en gedeeltelijk langs ligt, met het doel om langs te liggen? Dan moet de vergoeding voor de verlegging van de gehele leiding bepaald worden aan de hand van de systematiek voor het langs liggen. Mutatis mutandis geldt dit ook voor kruisende leidingen.
Als het doel van de ligging van de leiding niet eenduidig te bepalen is
Dan dient de vergoeding bepaald te worden aan de hand van de vergoedingssystematiek die voor het desbetreffende stuk leiding geldt. Dit leidt ertoe dat in de praktijk voor wat betreft de schadevergoeding – zo’n combi-verlegging – als het ware opgeknipt wordt in stukken langs- of kruisende leidingen. De hoogte van de vergoeding wordt dan voor het stuk of de stukken langs/kruisende leiding bepaald aan de hand van respectievelijk bijlagen 2 en 3.
Verlegging zowel binnen als buiten het beheersgebied
Wanneer sprake is van een verlegging van een leiding die zowel binnen het beheersgebied ligt (een kruisende- of een langsleiding) als buiten het beheersgebied ligt (een buitenleiding), dan dient de vergoeding voor een dergelijke verlegging opgeknipt te worden in een gedeelte voor binnen het beheersgebied en een gedeelte voor buiten het beheersgebied.
Bij het verlenen van een vergunning kan het voorkomen dat met grote mate van zekerheid kan worden vastgesteld binnen vijf jaar daarna een wijziging of intrekking van de verleende vergunning zal plaatsvinden ten gevolge van een aanpassing van de primaire waterkering. Deze regeling geldt zowel voor langsleidingen als voor kruisende leidingen. Deze regeling geldt per definitie niet voor buitenleidingen omdat deze niet op basis van een vergunning van het waterschap liggen.
Als desondanks een vergunning wordt verleend, dan zal een bepaling worden opgenomen waaruit volgt dat de vergunninghouder actief het risico heeft aanvaard voor de verandering in de situatie. De vergoeding bedraagt in dat geval 0%.
Als door de vergunninghouder aangetoond kan worden dat bijzondere omstandigheden met zich brengen dat de vergoeding apert onredelijk is, dan kan het dagelijks bestuur besluiten om op grond van deze bepaling een hogere vergoeding vast te stellen. De hardheidsclausule kan ook in het nadeel van de vergunninghouder of de beheerder van een buitenleiding werken.
Hoofdstuk 3. De vergoeding voor het verleggen buitenleidingen en de omvang daarvan
In artikel 7 wordt de grondslag voor het recht op vergoeding van een buitenleiding vastgelegd. In dit geval is geen sprake van het wijzigen of intrekken van een vergunning door het waterschap. In de beleidsregel is bepaald dat een vergoeding voor een verlegging van een buitenleiding overeenkomstig de systematiek die geldt voor kruisende leidingen geschiedt. In de praktijk is deze categorie leidingen slechts van belang voor kabel- en leidingbeheerders buiten het beheersgebied van het dagelijks bestuur die vanwege het dagelijks bestuur verleggingen dienen uit te voeren, die niet op basis van de Onteigeningswet (de te verleggen kabel of leiding ligt op basis van eigendom of zakelijk recht) vergoed worden.
Dit artikel bepaalt dat de vergoeding voor het verleggen van een buitenleiding op dezelfde wijze bepaald wordt als de vergoeding voor een kruisende leiding, in de gevallen waarin de vergoeding voor een verlegging van een buitenleiding niet anderszins is verzekerd.
Artikel 10 bevat de hardheidsclausule.
Hoofdstuk 2. Eisen aan een verzoek
De Algemene wet bestuursrecht eisen waaraan een verzoek tenminste moet voldoen. In aanvulling hierop zijn (mede gezien de aard van de materie) een aantal specifieke gegevens noodzakelijk om tot een beslissing op het verzoek te kunnen komen. Indien en voor zover de werkelijke kosten nog niet exact bekend zijn, wordt door verzoeker een gemotiveerde en controleerbare raming verschaft.
De beleidsregels gaan in op de mogelijkheid om op verzoek, vooruitlopend op de uiteindelijke beslissing op het verzoek, een of meerdere voorschotten te verlenen. Dergelijke voorschotten kunnen in principe slechts worden verleend nadat de verzoeker schriftelijk de verplichting heeft aanvaard om ten onrechte betaalde voorschotten (inclusief eventuele rente) geheel en onvoorwaardelijk te restitueren. Het dagelijks bestuur kan daartoe een vorm van zekerheidsstelling, bijvoorbeeld in de vorm van een bankgarantie, verlangen.
Ook is de mogelijkheid opgenomen dat het dagelijks bestuur ambtshalve tot voorschotverlening kan besluiten. Een belangrijke aanleiding daartoe kan zijn gelegen in het voorkomen van onnodige rentelasten. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als op voorhand vaststaat dat verzoeker recht heeft op enige vergoeding van schade, maar dat de hoogte daarvan niet direct vaststaat.
Betaling van voorschotten, in afwachting van de vaststelling van de uiteindelijk verschuldigde vergoeding, brengt met zich mee dat niet achteraf over het totaal verschuldigde bedrag ook nog renteverliezen vergoed moeten worden.
Opgemerkt wordt dat wanneer aanleiding bestaat om ambtshalve een voorschot te verstrekken, maar verzoeker de gewenste zekerheidsstelling weigert te verschaffen, het dagelijks bestuur de in de bevoorschottingsbedragen zal storten op een afzonderlijke rekening. Dit om te voorkomen dat dat door het gedrag van verzoeker de rentelasten onnodig hoog zullen oplopen.
Bijlage 1. behorende bij artikel 4 van de Beleidsregel nadeelcompensatie verleggen kabels en leidingen vanwege rijkswaterstaatswerken, rijkswegen en hoofdspoorwegen 2024
Artikel 1 werkelijke verleggingskosten
de hoogte van de kosten wordt gecorrigeerd indien zich door de verlegging of aanpassing van de kabel of leiding een kwantificeerbare voordeeltoerekening voordoet (zoals bijvoorbeeld een capaciteitstoename van een leiding of het voordeel dat ontstaat indien er een nieuwe leiding in de plaats komt van een technisch versleten leiding).
Onder materiaalkosten worden verstaan:
kosten van bedrijfseigen materialen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de functie van de te verleggen kabel of leiding en daarvoor noodzakelijke beschermingsconstructies. Hieronder worden in elk geval verstaan kosten van kabel- en of leidingcomponenten, kosten van elektrotechnische, werktuigbouwkundige en civieltechnische materialen, alsmede kosten van bouwmaterialen, alsmede kosten van bouwmaterialen bestemd voor gebouwen waarin delen van kabel- en leidingsystemen worden ondergebracht.
Artikel 3 kosten van in- en uit bedrijf stellen
Onder de kosten van het uit en in bedrijf stellen worden verstaan:
Onder uitvoeringskosten worden onder meer verstaan:
Een aftrek nieuw voor oud wordt alleen toegepast indien sprake is van kenbaar technisch versleten kabels of leidingen. Onder technisch versleten wordt verstaan kabels of leidingen waarvan de technische levensduur binnen een periode van 5 jaar verstreken zal zijn.
Een aftrek nieuw voor oud vindt plaats op basis van een contante waardeberekening waarbij wordt uitgegaan van de technische levensduur van de betreffende kabel of leiding. Indien delen van een zelfstandige eenheid vervangen moeten worden, wordt voor de berekening uitgegaan van de integrale kosten van de vervanging van de gehele zelfstandige eenheid onder toerekening van een evenredig deel van de kosten aan het te vervangen onderdeel. De technische levensduur van een aantal soorten kabels of leidingen wordt bepaald aan de hand van het overzicht dat in onderstaande toelichting is opgenomen. De technische levensduur van soorten kabels of leidingen die niet in dit overzicht zijn opgenomen wordt naar redelijkheid bepaald.
Toelichting op de leidraad schadeberekening
Voor de te verleggen kabel of leiding geldt dat allereerst de kosten van een verlegging bepaald dienen te worden. Van deze kosten worden de voordelen afgetrokken die voortvloeien uit een verlegging. Het aldus berekende bedrag is de schade die een kabel- of leidingbeheerder lijdt door een verlegging. De wijze van schadeberekening is in deze bijlage vastgelegd.
In de bovenstaande artikelen is uiteengezet welke uitgangspunten en berekeningsmethode worden gehanteerd bij het vaststellen van de omvang van de schade bij een verlegging van een kabel of leiding. Schade wordt gedefinieerd als de kosten die gemaakt moeten worden om de verlegging uit te voeren minus de uit de verlegging voortvloeiende voordelen.
Uitgangspunt bij de bepaling van de omvang van de schade bij een verlegging van een kabel of leiding zijn de werkelijke verleggingskosten. De verleggingskosten omvatten alle directe kosten die de aanvrager moet maken om de kabel of leiding te verleggen.
In concreto betreft het de volgende kostencomponenten:
De berekeningswijze van de kosten van een verlegging is ontleend aan de Overeenkomst. De volgende uitgangspunten van de Overeenkomst liggen ten grondslag aan de berekeningswijze:
verleggingen dienen te worden gerealiseerd op basis van een technisch adequaat alternatief dat tegen de maatschappelijke laagste kosten gerealiseerd kan worden. Dit houdt in dat gestreefd dient te worden naar optimalisatie, hetgeen betekent dat bij een verlegging gekozen zal worden voor het meest aantrekkelijke alternatief onder de voorwaarde dat zulks geen nadelen oplevert voor de verlegger en de minister ten opzichte van de meest voor de hand liggende variant. De meest voor de hand liggende variant is een verlegging ter plaatse van de oorspronkelijke ligging van de te verleggen kabel of leiding.
Artikel 1 Kosten van ontwerp en begeleiding
Voor de bepaling van de kosten van ontwerp en begeleiding als bedoeld in lid 4 wordt aansluiting gezocht bij artikel 26 van de Regeling van de verhouding tussen opdrachtgever en adviserend ingenieursbureau (RVOI 1998).
Ingevolge artikel 26 van die regeling kunnen de volgende werkzaamheden worden onderscheiden:
Voor de hoogte van de hier opgesomde kosten zijn de werkelijke kosten het uitgangspunt. Indien deze afwijken van het in de RVOI 1998 aangegeven niveau, dan dient onderbouwing van de afwijking te worden gegeven. Zonodig kan een beroep op de inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 van de wet gedaan worden. Het vijfde 5 impliceert dat, wanneer sprake is van een capaciteitstoename van een leiding of een vervanging van een technisch versleten leiding of kabel, het hierdoor ontstane voordeel wordt afgetrokken van het schadebedrag dat wordt vastgesteld. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor opstallen indien er sprake is van kwantificeerbare voordelen.
Ook de kosten van het transport van materialen naar de bouwplaats vallen onder het begrip ’materiaalkosten’. Een sluitende opsomming van wat onder het begrip materiaalkosten dient te vallen is niet goed mogelijk zodat in de praktijk van geval tot geval beoordeeld dient te worden welke kosten als materiaalkosten aangemerkt dienen te worden. Als richtsnoer kan daarbij wellicht de interpretatie die in de praktijk gegeven wordt aan artikel 4 van de Overeenkomst dienen.
Artikel 3 kosten van uit- en in bedrijf stellen
Onder kosten van uit- en in bedrijf stellen vallen kosten van tijdelijke voorzieningen van operationele aard, zoals extra kosten van personele aard ten behoeve van bedrijfsvoering en hulpmiddelen voor die bedrijfsvoering zoals watertanks, gasflessen en noodaggregaten.
Onder uitvoeringskosten vallen de kosten van tijdelijke voorzieningen van fysieke aard. Hieronder wordt verstaan alle tijdelijke fysieke kabel- en leidingverbindingen verstaan, die de leidingbeheerder moet aanleggen en later buiten bedrijf stellen in het kader van de door de minister gevraagde verlegging. Deze kosten houden nauw verband met de noodzakelijke continuïteit van het bedrijfsproces van de betrokken kabel- of leidingbeheerder. Als richtsnoer kan daarbij wellicht de interpretatie die in de praktijk gegeven wordt aan artikel 6 van de Overeenkomst dienen.
De kosten van een CAR-verzekering vallen ook onder het begrip uitvoeringskosten.
Onder uitvoeringskosten worden tevens de eenmalige kosten verbonden aan het vestigen van zakelijke rechten begrepen. Uitgangspunt hierbij is echter wel dat deze kosten redelijk zijn. Bij de beantwoording van de vraag wat redelijk is kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de regeling terzake zoals die door de Gasunie en LTO Nederland is overeengekomen.
Leidingen met een technische levensduur van 100 jaar en ouder worden niet geacht aan veroudering onderhevig te zijn. Dit leidt ertoe dat een korting ‘nieuw voor oud’ niet toegepast kan worden bij het bepalen van de kosten voor het verleggen van een dergelijke leiding. De hoogte van de kosten van een verlegging kan echter wel gecorrigeerd worden indien zich door de verlegging een kwantificeerbare voordeeltoerekening voordoet.
Bij een reconstructie van oudere opstallen kan afhankelijk van de situatie een correctie nieuw voor oud worden toegepast conform de regels van het onteigeningsrecht waarbij dan een eventuele vergroting van de functionaliteit eveneens in mindering gebracht kan worden op de vergoeding.
Een aftrek nieuw voor oud bij leidingen is gecompliceerd, omdat in bijna alle aanpassings- en verleggingssituaties een zelfstandige eenheid (een onderdeel van de technische werken in het leidingencomplex, dat bij vervanging van een (deel van) dit leidingencomplex, zowel uit technisch als uit bedrijfseconomisch oogpunt naar redelijke verwachting in stand zal blijven) ontbreekt. Bij een verlegging van een deel van een zelfstandige eenheid is het pas zinvol om een correctie nieuw voor oud toe te passen, indien die partiële verlegging dicht tegen het moment aan zit, waarop de technische levensduur van de gehele leiding verstreken is. Van dat laatste is sprake indien de periode tussen partiële verlegging en een verstrijken van de technische levensduur 5 jaar of korter is.
bij een rekenrente van 4% (dit is tweederde van het gemiddelde percentage dat de grootste banken van Nederland als rente hanteren voor standaard-hypotheken zonder gemeentegarantie op basis van een tienjarige annuïteit) is dit bedrag naar het jaar 2021 contant te maken met de rekensom € 187.500: (1,04)3= € 166.687
Overzicht technische levensduur
Het onderstaande overzicht is samengesteld op grond van artikel 9 lid 2 van de Overeenkomst. Dit overzicht is niet uitputtend zodat de technische levensduur van een kabel of leiding die niet in dit overzicht is opgenomen naar redelijkheid en billijkheid bepaald dient te worden.
Bijlage 2: vergoeding langsleiding
De schade bij een verlegging van een langsleiding wordt bepaald conform bijlage 1 waarna, afhankelijk van de ouderdom van de ingetrokken vergunning, aan de hand van de van bijgaande tabellen, de vergoeding bepaald wordt. De tabel concretiseert een aftrek “maatschappelijk risico” wat er in resulteert dat bij een verlegging van een langsleiding vanwege een werk aan een primaire waterkering de vergoeding bij een in te trekken of te wijzigen vergunning die ouder is dan 30 jaar nihil bedraagt.
Bijlage 3: vergoeding kruisende leiding
De schade bij een verlegging van een kruisende leiding wordt bepaald conform bijlage 1. De vergoeding voor een verlegging van een kruisende leiding bestaat uit de componenten kosten van ontwerp en begeleiding en uitvoeringskosten hetgeen impliceert dat materiaalkosten en de kosten van het uit en in bedrijf stellen niet voor in aanmerking komen.
Bijlage 4: vergoeding buitenleiding
De vergoeding voor het verleggen van een buitenleiding wordt op dezelfde manier bepaald als de vergoeding voor het verleggen van een kruisende leiding.
Bij verleggingen van buitenleidingen is wat betreft de vergoeding voor de verlegging allereerst de juridische basis waarop de te verleggen kabel of leiding ligt van belang. Ligt een kabel of leiding op basis van eigendom of een ander zakelijk recht of op grond van een gedoogplicht op grond van de Belemmeringenwet privaatrecht dan wordt de vergoeding van de verlegging op basis van de Onteigeningswet bepaald. Het komt echter regelmatig voor dat een kabel of leiding op basis van een vergunning van een ander dan het dagelijks bestuur of op basis van een overeenkomst of een andere vorm van toestemming van de grondeigenaar ligt. In deze gevallen wordt de vergoeding voor een verlegging op grond van deze bijlage bepaald aan de hand van bijlage 3 waarin immers de vergoeding voor het verleggen van kruisende leidingen is vastgelegd.
Een kabel of leiding die niet valt onder te brengen onder één van de categorieën openbare werken als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht wordt niet geacht een publiek belang te hebben. De onderhavige beleidsregels hebben geen betrekking op vergoeding van een verlegging van een dergelijke kabel of leiding.
Bijlage 5 - Uitvoeringsprotocol verlegging kabels en leidingen Dummy
Dit uitvoeringsprotocol is een nadere uitwerking van de Overeenkomst inzake verleggingen van kabels en leidingen buiten beheersgebied tussen de Minister van Verkeer en Waterstaat en EnergieNed, VELIN en VEWIN d.d 10-2-1999 (Overeenkomst 1999), zoals bedoeld in artikel 11 van de hiervoor genoemde Overeenkomst 1999, en een vastlegging van een in de praktijk gegroeide nadere invulling van onderdelen opgenomen in de Nadeelcompensatieregeling verleggen Kabels en Leidingen in en buiten Rijkswaterstaatswerken en Spoorwegwerken 1999 (NKL 1999), vastgesteld op 12 mei 1999.
De Staat der Nederlanden en haar taakorganisaties (verzoeker) zijn degene die het verzoek tot aanpassing van de kabels en/of leidingen doen. Onder aanpassing wordt onder andere verstaan het verleggen, verwijderen en beschermen van kabels en leidingen en daarmee gerelateerde werken.
De Kabel- of Leidingbeheerder (acceptant) is degene die het verzoek tot aanpassing van de kabels en/of leidingen aanvaardt en de aanpassing uitvoert. Acceptant voert de werkzaamheden uit en heeft de management-regie over de aanpassing.
Verzoeker en acceptant verplichten zich wederzijds met erkenning van elkaars specifieke rol en met in achtneming van de bedrijfseigen specificaties, managementcontrol en bedrijfsethiek efficiënt en effectief te werken.
Het Uitvoeringsprotocol standaardiseert de verhouding en werkverdeling tussen verzoeker en acceptant en is een nadere uitwerking van bovengenoemde schaderegelingen. Per aanpassing, beschreven in een definitief ontwerp bestaande uit technische werkbeschrijving(en) en werktekening(en) wordt een projectovereenstemming met de daarbij behorende bijlagen vastgelegd. Het Uitvoeringsprotocol beheerst de projectovereenstemming.
Verzoeker neemt het initiatief tot vooroverleg waarin partijen gezamenlijk de bestaande situatie inventariseren en oplossingsrichtingen voor de eventuele aanpassing verkennen. Indien aanpassing noodzakelijk is, zal verzoeker aan acceptant een schriftelijk verzoek tot aanpassing doen. In dat verzoek kan verwezen worden naar de resultaten van het vooroverleg. Dit verzoek kan tevens de aankondiging van de intrekking van bestaande, door verzoeker verleende, vergunningen bevatten.
Tussen verzoeker en acceptant dient overeenstemming te bestaan over de omvang van de noodzakelijke aanpassingen, de planning en de (voorlopige) schadevergoeding op basis van het definitief ontwerp. Deze overeenstemming wordt per aanpassing vastgelegd in een projectovereenstemming. Partijen beslissen wie van beiden de projectovereenstemming opstelt conform bijgevoegd model en ter beoordeling en ondertekening voorlegt aan de wederpartij. Uitgangspunt is dat ondertekening van de projectovereenstemming plaatsvindt voor de uitvoering wordt gestart. Daar waar nodig wordt de projectovereenstemming gezien als een officieel verzoek tot schadevergoeding als bedoeld in Hoofdstuk 2 van de NKL 1999.
3. Omvang van de uit te voeren werkzaamheden
Acceptant zal, ten behoeve van de vast te stellen projectovereenstemming, een definitief ontwerp opstellen en voorleggen aan verzoeker. Het definitieve ontwerp dient inzicht te geven in de noodzakelijk uit te voeren werkzaamheden en de daarbij behorende eenheden. Het definitieve ontwerp zal onderdeel uitmaken van de projectovereenstemming.
Afwijkingen van het definitieve ontwerp na ondertekening van de projectovereenstemming die leiden tot een afwijking in de geraamde verleggingkosten als bedoeld in artikel 5.2, zullen door partijen schriftelijk en gemotiveerd aan elkaar worden gemeld. Deze werkzaamheden zullen worden toegevoegd aan het definitief ontwerp tenzij partijen anders beslissen.
Verzoeker zal, voor zover dit binnen zijn mogelijkheden en bevoegdheden ligt, op verzoek van acceptant bij dreigende knelpunten ten aanzien van het verkrijgen van benodigde rechten en vergunningen, proberen een bijdrage te leveren / trachten te bemiddelen om deze knelpunten op te heffen c.q. te voorkomen.
Tijdens de uitvoering van de aanpassing is acceptant verplicht gemotiveerd schriftelijk verslag uit te brengen indien er in termen van verleggingskosten meer dan 10% of meer dan € 50.000,= aan afwijkingen te verwachten zijn. Deze afwijkingen maken deel uit van de projectkosten, tenzij partijen anders beslissen.
De schadevergoeding wordt ter keuze van partijen bepaald op basis van nacalculatie (voorlopige en definitieve schadevergoeding) of op basis van een vaste prijs:
De voorlopige schadevergoeding wordt vastgelegd op basis van het definitief ontwerp, de daarbij behorende kostenraming en de op dat moment bekend zijnde rechtsposities. De definitieve schadevergoeding wordt vastgesteld door verzoeker op basis van de onderling geaccepteerde rechtsposities en de werkelijk door acceptant gemaakte projectkosten ten behoeve van de in de projectovereenstemming genoemde werkzaamheden.
Indien de geraamde kosten van het definitieve ontwerp lager zijn dan € 50.000 wordt de raming beschouwd als een begroting voor een vaste prijs aanbieding, tenzij partijen anders beslissen. De definitieve schadevergoeding wordt door verzoeker alsdan vooraf vastgesteld en vastgelegd in de projectovereenstemming op basis van het definitieve ontwerp, de daarbij behorende begroting op basis van een vaste prijs en de onderling geaccepteerde rechtsposities. Ook indien de kosten hoger zijn dan € 50.000 kunnen partijen ervoor kiezen de raming te beschouwen als een begroting voor een vaste prijs aanbieding.
De (voorlopige) schadevergoeding voor de aanpassing wordt vastgesteld volgens de Overeenkomst 1999 en/of de NKL 1999 en wordt vastgelegd in de projectovereenstemming. Uitgangspunt is een schadevergoeding per te verleggen kabel of leiding. Per te verleggen kabel of leiding dient de rechtspositie op basis waarvan deze is gelegen, onderling geaccepteerd te worden. Indien sprake is van bundels kabels of leidingen, die aanwezig zijn op gelijke of verschillende rechtsposities, kunnen verzoeker en acceptant overeenkomen dat voor alle betreffende kabels of leidingen één schadevergoedingspercentage wordt gehanteerd, waardoor gecombineerde behandeling mogelijk is.
Voor de vaststelling van de (voorlopige) schadevergoeding wordt in percentages van de totale te verleggen lengte de rechtspositie per kabel of leiding opgesteld conform bijlage B bij de model- projectovereenstemming, met inachtneming van het gestelde in artikel 6.2. Partijen spreken af wie deze taak verricht.
Verzoeker zal een overzicht van de desbetreffende kadastrale tenaamstelling verschaffen aan acceptant. Acceptant zal, mede op basis van dat overzicht, de gegevens aanleveren die dienen voor de onderlinge acceptatie van zakelijke rechten. Acceptant draagt zorg voor het aantonen van de vergunningen als bedoeld in Afdeling 1.2 van de NKL 1999. Verzoeker zal desgewenst ondersteuning verlenen.
7 Schadevergoeding en facturering op basis van een vaste prijs
Bij een aanpassing op basis van een vaste prijs wordt de definitieve schadevergoeding vooraf vastgesteld op basis van deze vaste prijs en de onderlinge geaccepteerde rechtsposities conform bijlagen A en B bij de model-projectovereenstemming. De definitieve schadevergoeding wordt in de projectovereenstemming vastgelegd.
Na de melding als bedoeld in artikel 9.5 dient acceptant de factuur in. Betaling van de factuur aan acceptant zal plaatsvinden binnen 30 dagen na datum van verzending van de factuur, indien de factuur voldoet aan de eisen voor indiening zoals vastgelegd in de projectovereenstemming. Bij overschrijding van de termijn kan acceptant de wettelijke rente in rekening brengen.
8 Schadevergoeding en facturering op basis van nacalculatie
Bij een aanpassing op basis van nacalculatie wordt de voorlopige schadevergoeding geraamd conform bijlagen A en B bij de model-projectovereenstemming en wordt deze vermeld in de projectovereenstemming. Na de melding als bedoeld in artikel 9.5 wordt de definitieve schadevergoeding op basis van de werkelijke verleggingskosten en de onderling geaccepteerde rechtsposities door verzoeker vastgesteld conform bijlagen B en E bij de model-projectovereenstemming.
Acceptant heeft het recht om uiterlijk voor de vaststelling van de definitieve schadevergoeding de rechtsposities aan te tonen. Voor de vaststelling van de voorlopige schadevergoeding worden niet onderling geaccepteerde zakelijke rechten vergoed op basis van de rechtspositie niet zakelijk recht. Indien het een vergunde langsliggende kabel of leiding betreft als bedoeld in Afdeling 1.2 van de NKL 1999 en de leeftijd van de vergunning is niet tijdig aangetoond, wordt de voorlopige schadevergoeding vastgesteld op nihil.
Betalingen dienen te worden voldaan binnen 30 dagen na datum van verzending van de factuur die voldoet aan de eisen van indiening zoals vastgelegd in de projectovereenstemming c.q. de mededeling wederpartij en het verzoek als bedoeld in artikel 8.3.5. Bij overschrijding van de termijn kan de de wettelijke rente in rekening brengen.
De voorlopige schadevergoeding wordt op basis van de werkelijk gemaakte kosten en de gerealiseerde voortgang tot maximaal 90% van de voorlopige schadevergoeding betaald volgens een in de projectovereenstemming uit te werken factureringsschema. Partijen kunnen ook overeenkomen dat betaling geschiedt na afloop van de werkzaamheden op basis van de eindspecificatie conform het gestelde in artikel 8.3. Bij indiening van de tussentijdse factuur zal acceptant de voortgang toelichten volgens de hiervoor in de model-projectovereenstemming opgenomen bijlage D.
8.3 Eindspecificatie en eindfactuur
De definitieve schadevergoeding wordt door verzoeker achteraf vastgesteld aan de hand van werkelijk gemaakte verleggingskosten ten behoeve van de in de de door acceptant projectovereenstemming genoemde werkzaamheden. Acceptant overlegt hiertoe binnen 12 maanden na afloop van de melding als bedoeld in artikel 9.5 een naar kostensoort gespecificeerde eindspecificatie aan verzoeker. Deze eindspecificatie zal worden opgesteld conform bijlage E bij de model- projectovereenstemming.
Indien uiterlijk 6 maanden na indiening van de eindspecificatie partijen hierover geen overeenstemming hebben bereikt stelt verzoeker de definitieve schadevergoeding eenzijdig vast en deelt dit schriftelijk mede aan de acceptant. Partijen kunnen wettelijke rente claimen, te rekenen vanaf 4 maanden na verzending van de eindspecificatie, over het te veel respectievelijk te weinig betaalde.
Acceptant overlegt op verzoek van verzoeker bij de eindspecificatie een accountantsverklaring conform bijlage C bij de model-projectovereenstemming. De kosten voor deze accountantsverklaring komen niet voor vergoeding in aanmerking. De meerdere kosten voor een accountantsverklaring die uitgebreider is dan de accountantsverklaring conform bijlage C bij de model-projectovereenstemming worden bij de berekening van de vergoeding wel in aanmerking genomen.
Verzoeker kan acceptant vragen om het door acceptant gehanteerde stelsel van bedrijfsregels en management control systems toe te lichten (o.a. aanbestedingsbeleid, opbouw tarieven van het ingezette eigen personeel en het management control system). Verzoeker kan om aanvullende informatie vragen.Acceptant zal verzoeker tariefwijzigingen en overige voor verzoeker van belang zijnde wijzigingen schriftelijk melden.
Op de projectovereenstemming is Nederlands recht van toepassing.
11 Gevolgen van onrechtmatige daad
Acceptant vrijwaart verzoeker voor schade ontstaan als gevolg van een onrechtmatige daad jegens een derde in het kader van de uitvoering van de projectovereenstemming.
De Staat der Nederlanden en haar taakorganisaties, waarvan de zetel is gevestigd te ’s- Gravenhage, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, vertegenwoordigd door Rijkswaterstaat / Railinfrabeheer B.V. / ….., in deze vertegenwoordigd door ……, verder te noemen “verzoeker”.
(naam acceptant), gevestigd te ………………… ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door……………………, verder te noemen “acceptant”.
bevestigen hiermee overeenstemming te hebben bereikt over de noodzakelijke aanpassingen aan de kabels of leidingen van acceptant betreffende ……(naam technische oplossing). Deze aanpassingen zijn nodig in het kader van het door de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde tracébesluit of ….plan d.d. …… tot aanleg/aanpassing van …… .
Partijen zijn het volgende overeengekomen:
Het Uitvoeringsprotocol beheerst de onderhavige projectovereenstemming met de bijbehorende bijlagen.
2 Omvang uit te voeren aanpassing
De door acceptant uit te voeren aanpassing is vastgelegd in het definitief ontwerp …. (zie bijlage) d.d. ….., notulen …. d.d. ….. en bijbehorende werktekeningen ….. versie … d.d.. , die geacht… worden deel uit te maken van deze projectovereenstemming. De door verzoeker op verzoek van acceptant uit te voeren werkzaamheden zijn hierin tevens vastgelegd.
De planning is vastgelegd in ……met kenmerk….., die geacht wordt deel uit te maken van deze projectovereenstemming.
4 Begroting op basis van een vaste prijs
De kosten van de in artikel 2 van deze projectovereenstemming bedoelde aanpassing zijn door acceptant in de begroting op basis van een vaste prijs bij brief van ..-..-…., met kenmerk ….. aangeboden voor ƒ …. € …..,-(zegge ….) ( excl. BTW / prijspeil …..). Deze begroting op basis van een vaste prijs is vastgelegd in bijlage ... (opgesteld conform bijlage A bij de model- projectovereenstemming: Begroting op basis van een vaste prijs).
5 Schadevergoeding op basis van een vaste prijs
De rechtsposities voor kabel(s)/leiding(en) ….. op ../../200. zijn opgenomen in bijlage ... (opgesteld conform bijlage B bij de model-projectovereenstemming: Rechtsposities).
De definitieve schadevergoeding is op basis van de begroting op basis van een vaste prijs en de rechtsposities vastgesteld op ƒ …. of € ….. (zie bijlage … (opgesteld conform bijlage A bij de model-projectovereenstemming: Begroting op basis van een vaste prijs en op basis van bijlage B bij de model-projectovereenstemming: Rechtsposities)) Deze definitieve schadevergoeding zal na indiening van de factuur als bedoeld in artikel 7.2 van het uitvoeringsprotocol worden betaald.
4 Kostenraming bij nacalculatie
De kosten van de in artikel 2 van deze projectovereenstemming bedoelde aanpassing zijn door acceptant in de kostenraming bij brief van ..-..-…., met kenmerk ….. aangeboden voor ƒ …… of
€…..,-(zegge ….) ( excl. BTW / prijspeil …../ onnauwkeurigheidsheidsmarge vermelden). Deze kostenraming is vastgelegd in bijlage ... (opgesteld conform bijlage A bij de model- projectovereenstemming: Kostenraming).
5 Schadevergoeding op basis van na-calculatie
De rechtsposities voor kabel(s)/leiding(en) ….. op peildatum ../../200. zijn opgenomen in bijlage.
.. (opgesteld conform bijlage B bij de model-projectovereenstemming: Rechtsposities).
De voorlopige schadevergoeding is op basis van de kostenraming en de rechtsposities vastgesteld op ƒ …. of € ….. (zie bijlage … (opgesteld conform bijlage A bij de model-projectovereenstemming: Kostenraming bij nacalculatie en op basis van bijlage B bij de model-projectovereenstemming: Rechtsposities))
De definitieve schadevergoeding zal na de gereedmelding als bedoeld in artikel 9.5 van het uitvoeringsprotocol worden vastgesteld.
Acceptant dient de tussentijdse facturen vergezeld van een voortgangsrapportage (opgesteld conform bijlage D bij de model-projectovereenstemming) in volgens onderstaand schema:
Alle correspondentie met uitzondering van facturen dient onder vermelding van contractnummer te worden gezonden aan onderstaande contactpersonen.
Bijlage A: Kostenraming bij nacalculatie / Begroting op basis van een vaste prijs
Ingeval er sprake is van gecombineerde werkzaamheden dient acceptant zijn deel van de geraamde kosten weer te geven in de kostenraming. De onderbouwing (verdeelsleutel tussen leidingbeheerders en het totaal geraamde bedrag voor de gecombineerde werkzaamheden) van het geraamde bedrag dient bijgevoegd te worden bij de kostenraming.
Berekening voorlopige schadevergoeding per kabel/leiding bij het werken op basis van nacalculatie / Berekening definitieve schadevergoeding per kabel/leiding bij het werken op basis van een vaste prijs
Bijlage C: Controleprotocol en accountantsverklaring
Controleprotocol ten behoeve van de accountantsverklaring bij Schadevergoeding Kabels en Leidingen
Dit controleprotocol heeft betrekking op de schadevergoeding voor de aanpassing van kabels en leidingen op verzoek van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. De voorwaarden voor de schadevergoedingen liggen vast in de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999), de Overeenkomst inzake verleggingen van kabels en leidingen buiten beheersgebied tussen de Minister van Verkeer en Waterstaat en EnergieNed, VELIN en VEWIN (Overeenkomst 1999), het Uitvoeringsprotocol Schadevergoeding Kabels en Leidingen met de daarbij behorende model-Projectovereenstemming en behorende bijlagen.
In dit controleprotocol wordt uiteengezet welke algemene uitgangspunten en specifieke vereisten gelden bij de uitvoering van de controle van de eindspecificatie door de accountant van de kabel- en/of leidingeigenaar, alsmede op welke wijze de uitkomsten van deze controle dienen te worden gerapporteerd ten behoeve van de gebruiker van de verantwoording en eindspecificatie met bijbehorende accountantsverklaring (het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en haar taakorganisaties).
2. Algemene uitgangspunten voor de controle
De accountantscontrole die ten grondslag ligt aan de accountantsverklaring betreft de getrouwe weergave van de eindspecificatie alsmede de rechtmatige besteding van de daarin opgenomen bedragen. Dit laatste betekent dat is nagegaan of:
Bij de controle dient specifiek aandacht te worden geschonken aan de juiste naleving van de artikelen 5.3 en 6.5 van het Uitvoeringsprotocol Schadevergoeding Kabels en Leidingen.
Ten behoeve van de uitvoering van de controle is gerekend met een controletolerantie van 1% met een maximum van € 10.000,-. Voor de rapportering geldt dat de bij de controle geconstateerde en niet gecorrigeerde fouten en onzekerheden worden gemeld, waarbij de betreffende posten en de bedragen gespecificeerd dienen te worden.
Een model van de accountantsverklaring luidt als volgt:
Wij hebben1 de bijgaande en door ons gewaarmerkte eindspecificatie ….. (omschrijving doel) in het kader van het project …………. vastgelegd in de Projectovereenstemming……(nummer) gecontroleerd. Deze eindspecificatie is opgesteld onder de verantwoordelijkheid van ….. (naam acceptant). Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake deze eindspecificatie te verstrekken.
Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten, met het controleprotocol ten behoeve van Schadevergoeding Verlegging Kabels en Leidingen en met inachtneming van het “Uitvoeringsprotocol Schadevergoeding Kabels en Leidingen” en de Projectovereenstemming waarop de eindspecificatie is gebaseerd. Volgens de richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de eindspecificatie geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen in de eindspecificatie. Tevens omvat een controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken van de eindspecificatie zijn toegepast. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.
Wij zijn van oordeel dat de eindspecificatie zoals in de ‘Opdracht’ is omschreven voldoet aan de daaraan te stellen eisen, onder meer vastgelegd in het ‘Uitvoeringsprotocol Schadevergoeding Kabels en Leidingen’ en de Projectovereenstemming …… (nummer) waarop de eindspecificatie is gebaseerd.
Deze verklaring wordt afgegeven ten behoeve van ……
Bijlage D: Voortgangsrapportage
Bijlage E: Eindspecificatie bij nacalculatie
Ingeval er sprake is van gecombineerde werkzaamheden dient acceptant zijn deel van de kosten weer te geven in de eindspecificatie/raming op basis van een vaste prijs. De onderbouwing (verdeelsleutel tussen leidingbeheerders en het werkelijke verleggingskosten voor de gecombineerde werkzaamheden) van de werkelijke verleggingskosten dient bijgevoegd te worden bij de eindspecificatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2026-14621.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.