U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Wijzigingsbesluit Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân 2026-1

Het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân;

- gelet op artikel 2.8 Omgevingswet;

- gelet op het Delegatie- en mandaatbesluit van het algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân;

- gezien het feit dat met de komst van de Omgevingswet (in werking per 1 januari 2024) een waterschapsverordening middels het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) ontsloten en bekendgemaakt wordt;

- gezien het feit dat de Waterschapsverordening alle regels over de fysieke leefomgeving die Wetterskip Fryslân stelt binnen zijn beheergebied besloten dat een update van de Waterschapsverordening nodig is om een aantal wijzigingen door te voeren en de werking in het Omgevingsloket te verbeteren. Deze wijzigingen betreffen:

- Tekstuele aanpassingen en kleine wijzigingen in de opbouw van artikelen;

- Verschuiven, splitsen en vernummeren van afdelingen, artikelen en bijlagen;

 

besluit;

Artikel I

De Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân zoals aangegeven in Bijlage A, vast te stellen.

Artikel II

De gehele gewijzigde waterschapsverordening wordt nu bekendgemaakt en treedt in werking op de dag van publicatie.

Dit besluit wordt aangehaald als "Wijzigingsbesluit Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân 2026-1".

 

Aldus vastgesteld namens het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân

Lot Hofstede

 

 

Vakgroepleider Juridische Zaken en Eigendomsbeheer

Bijlage A Bijlage bij artikel I

A

Artikel 1.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.6 Specifieke zorgplicht: kwantiteit

  • 1

    Degene die een activiteit verricht met betrekking tot het watersysteem of een onderdeel daarvan, en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 1.3, moet:

    • a.

      alle maatregelen nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;

    • b.

      voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk beperken of ongedaan maken; en

    • c.

      als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

  • 2

    Deze zorgplicht houdt in ieder geval in dat:

  • 3

    Degene die handelingen verricht als bedoeld in het eerste lid en daarbij kennis neemt van een inbreuk die door die handelingen wordt veroorzaakt, meldt die inbreuk en de maatregelen die hij voornemens is te treffen of reeds heeft getroffen, zo spoedig mogelijk aan het dagelijks bestuur.

  • 4

    Een rechthebbende die op basis van artikel 10.3 Omgevingswet een ontvangstplicht heeft voor maaisel, baggerspecie of hekkelspecie, is verplicht dit binnen een half jaar na ontvangst op te ruimen.

  • 5

    Het dagelijks bestuur kan aanwijzingen geven over de handelingen genoemd in het eerste lid tot en met het vierde lid.

B

Artikel 1.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.14 Indieningsvereisten omgevingsvergunning lozen op een oppervlaktewaterlichaam

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

C

Artikel 2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.1 Toepassingsbereik

D

Artikel 2.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.5 Indieningsvereisten melding

Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 2.4, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

E

Artikel 2.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.7 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van een hoeveelheid water op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

F

Artikel 2.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.15 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van grondwater bij sanering of ontwatering op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

G

Artikel 2.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.21 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvloeiend hemelwater op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl in het geval van een lozing op een oppervlaktewaterlichaam;

  • b.

    de coördinaten volgens het stelselstelsel van de Rijksdriehoekmeting van de Rijksdriehoekmeting van ieder lozingspunt;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit;

  • d.

    een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  • f.

    de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • g.

    de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  • h.

    een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.

H

Artikel 2.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.26 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater

I

Artikel 2.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.27 Indieningsvereisten melding

J

Artikel 2.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.29 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

K

Artikel 2.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.35 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koude of warmte bij koelwater op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

L

Artikel 2.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.37 Algemene regels

Indien koude en warmte bij aquathermie wordt geloosd:

M

Artikel 2.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.39 Indieningsvereisten melding

Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 2.38, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over:

N

Artikel 2.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.41 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koude of warmte bij aquathermie op of in een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

O

Artikel 2.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.49 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij het reinigen, conserveren, bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

P

Artikel 2.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.55 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij het opslaan of overslaan van inerte goederen worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

Q

Artikel 2.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.63 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij het opslaan of overslaan van niet-inerte goederen worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

R

Artikel 2.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.68 Indieningsvereisen omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

S

Artikel 2.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.76 Indieningsvereisen omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij ontgravingen, baggerwerkzaamheden en werkzaamheden door de waterbeheerder worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

T

Artikel 2.81 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.81 Indieningsvereisen omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij het schoonmaken van drinkwaterleidingen worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

U

Artikel 2.86 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.86 Indieningsvereisen omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

V

Artikel 2.96 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.96 Indieningsvereisen omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

W

Artikel 2.101 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.101 Indieningseisen omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij het maken van betonmortel en uitwassen van beton worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

X

Artikel 2.106 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.106 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam bij niet-industriële voedselbereiding worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

Y

Artikel 2.111 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.111 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

Z

Artikel 2.115 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.115 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam vanaf vaartuigen of andere werktuigen bij spoelen of scheiden van zand of grind worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

AA

Artikel 2.119 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.119 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verstrooien van as op een oppervlaktewaterlichaam worden de volgende gegevens verstrekt:

  • a.

    het doel van de activiteit;

  • b.

    een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

  • d.

    de coördinaten van de locatie volgens het Stelselstelsel van de Rijksdriehoeksmeting;

  • e.

    een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de activiteit en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de gevolgen te voorkomen of te beperken; en

  • f.

    hoeveelheid as die verstrooid wordt in kubieke meter (m3).

BB

Artikel 2.123 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.123 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

CC

Artikel 3.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.4 Indieningsvereisten melding

Ten minste vier weken voor het begin van het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

DD

Artikel 3.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.6 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

EE

Artikel 3.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.10 Algemene regels

FF

Artikel 3.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.13 Indieningsvereisten melding

Ten minste vier weken voor het begin van het onttrekken van grondwater, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het doel waarvoor het te onttrekken water wordt gebruikt;

  • b.

    een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de onttrekkingsactiviteit, de verwachte duur van de onttrekkingsactiviteit en bij een tijdelijke onttrekking de datum van het einde van de onttrekkingsactiviteit;

  • d.

    het aantal in te richten putten;

  • e.

    de coördinaten volgens het Stelselstelsel van de Rijksdriehoeksmeting van iedere put;

  • f.

    een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de gevolgen te voorkomen of te beperken;

  • g.

    een bemalingsadvies, volgens protocol 12010 van het SIKB;

  • h.

    een technisch bemalingsplan, volgens protocol 12020 van het SIKB;

  • i.

    de diepte in meter (m) van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;

  • j.

    de lengte in meter (m) van het effectieve filter in iedere put;

  • k.

    de capaciteit van de pomp in kubieke meter water per uur (m3/u) per put;

  • l.

    de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur (m3/u), etmaal (m3/etmaal), maand (m3/maand), jaar (m3/jaar) en het totaal (m3), die ten hoogste wordt onttrokken; en

  • m.

    een beschrijving van de locatie waar het onttrokken water wordt geloosd.

GG

Artikel 3.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.15 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt;

  • b.

    een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de onttrekkingsactiviteit, de verwachte duur van de onttrekkingsactiviteit en bij een tijdelijke onttrekking de datum van het einde van de onttrekkingsactiviteit

  • d.

    het aantal in te richten putten;

  • e.

    de coördinaten volgens het Stelselstelsel van de Rijksdriehoeksmeting van iedere put;

  • f.

    een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van het onttrekken van water uit de bodem en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;

  • g.

    een bemalingsadvies, volgens protocol 12010 van het SIKB;

  • h.

    een technisch bemalingsplan, volgens protocol 12020 van het SIKB;

  • i.

    de diepte in meter (m) van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;

  • j.

    de lengte in meter (m) van het effectieve filter in iedere put;

  • k.

    de capaciteit van de pomp in kubieke meter water per uur (m3/u) per put;

  • l.

    de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur (m3/u), etmaal (m3/etmaal), maand (m3/maand), jaar (m3/jaar) en het totaal (m3), die ten hoogste wordt onttrokken; en

  • m.

    een beschrijving van de locatie waar het onttrokken water wordt geloosd.

HH

Artikel 3.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.21 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in de bodem brengen van water, voor aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het doel waarvoor het water in de bodem wordt gebracht;

  • b.

    een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de activiteit, de verwachte duur van de activiteit en bij het tijdelijk in de bodem brengen van water de datum van het einde van de activiteit;

  • d.

    het aantal in te richten putten;

  • e.

    de coördinaten volgens het Stelselstelsel van de Rijksdriehoeksmeting van iedere plek waar water in de bodem wordt gebracht;

  • f.

    de diepte in meter (m) van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;

  • g.

    de lengte in meter (m) van het effectieve filter in iedere put;

  • h.

    een beschrijving van de eventuele samenhang van het brengen van water in de bodem met een onttrekking;

  • i.

    de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur (m3/u), etmaal (m3/etmaal), maand (m3/maand) en jaar (m3/jaar), die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;

  • j.

    de diepte in meter (m) waarop het water in de bodem wordt gebracht; en

  • k.

    de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht.

II

Artikel 4.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.4 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het deponeren of opslaan van afval, materialen, stoffen en goederen, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het doel van de activiteit;

  • b.

    een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de activiteit en bij een tijdelijke activiteit de datum van het einde van de activiteit;

  • d.

    de coördinaten van de locatie volgens het Stelselstelsel van de Rijksdriehoeksmeting;

  • e.

    een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de activiteit en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.

  • f.

    een omschrijving van het soort of type materialen, stoffen of goederen; en

  • g.

    een constructietekening met daarin de volgende onderdelen:

    • 1.

      de bestaande situatie en de toekomstige situatie na voltooiing van de activiteiten;

    • 2.

      een detailtekening van het werk met vermelding van de gebruikte schaal en toegepaste materialen;

    • 3.

      een situering van het werk inclusief maatvoering ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam; of de waterkering waarin, waarlangs of in de nabijheid waarvan het werk wordt aangebracht;

    • 4.

      maatvoeringen ten opzichte van het waterpeil en het maaiveld met vermelding van de NAP-hoogte; en

    • 5.

      onderbouwende berekeningen.

JJ

Artikel 4.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.6 Algemene regels

Indien riet of waterplanten worden verwijderd in een hoofdwater:

  • a.

    worden rietstroken niet gemaaid of gehekkeld tenzij:

    • 1.

      het trajecten kleiner dan 5 meter (m) betreft;

    • 2.

      de onderlinge afstand tussen deze trajecten is groter dan of gelijk aan 500 meter buiten stedelijk gebied; of

    • 3.

      de onderlinge afstand tussen deze trajecten is groter dan of gelijk aan 100 meter binnen stedelijk gebied;

  • b.

    wordt van 15 juni tot en met 14 augustus niet gehekkeld;

  • c.

    worden waterplanten van 15 juni tot en met 14 augustus:

    • 1.

      kleiner dan of gelijk aan 2 keer onder water gemaaid;

    • 2.

      bij het maaien boven de waterbodem afgesneden of geknipt; en

    • 3.

      bij het maaien niet tegelijkertijd met bodemmateriaal verwijderd;

  • d.

    kunnen waterplanten in de periode van 15 augustus tot en met 30 november 1 keer onder water gemaaid of gehekkeld worden;

  • e.

    worden waterplanten alleen gemaaid in de middenstrook van het oppervlaktewaterlichaam waarbij:

    • 1.

      de breedte van de te maaien strook kleiner dan of gelijk aan 6 meter (m) is;

    • 2.

      de afstand van de te maaien strook tot het riet overal groter dan of gelijk aan 1 meter (m) is; en

    • 3.

      de afstand van de te maaien strook tot de oever zonder riet overal groter dan of gelijk aan 1 meter (m) is;

  • f.

    wordt het maaisel of gehekkeld materiaal niet afgezet:

  • g.

    mag maaisel tijdelijk op de kruin van de waterkering worden afgezet indien:

  • h.

    mag maaisel tijdelijk buiten het talud worden afgezet. Het maaisel moet dan minimaal 48 uur (u) blijven liggen en binnen 180 dagen worden verwijderd; en

  • i.

    wordt bij het maaien en hekkelen de Gedragscode Wet natuurbescherming voor waterschappen gevolgd.

KK

Artikel 4.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.10 Indieningsvereisten melding

Ten minste vier weken voor het begin van het verwijderen van riet of waterplanten in een hoofdwater, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

LL

Artikel 4.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.13 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanbrengen of verwijderen van beplanting en opgaande houtbeplanting en het verwijderen van riet of waterplanten, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

MM

Artikel 4.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.16 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van boringen voor een bodemenergiesysteem of het exploreren of winnen van gas, vloei- of delfstoffen, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

NN

Artikel 4.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.21 Indieningsvereisten melding

Ten minste vier weken voor het begin van het oprichten, aanleggen, plaatsen, uitbreiden, vervangen of verwijderen van bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

OO

Artikel 4.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.23 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het oprichten, aanleggen, plaatsen, uitbreiden, vervangen of verwijderen van bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

PP

Artikel 4.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.26 Toestemmingsvrij

Het aanleggen of verwijderen van een brug of viaduct is toestemmingsvrij, indien:

QQ

Artikel 4.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.28 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen of verwijderen van een brug of viaduct, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het doel van de activiteit;

  • b.

    een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de activiteit en bij een tijdelijke activiteit de datum van het einde van de activiteit;

  • d.

    de coördinaten van de locatie volgens het Stelselstelsel van de Rijksdriehoeksmeting;

  • e.

    een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de activiteit en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;

  • f.

    een omschrijving van de afwerking of inrichting van de taluds onder de brughoofden;

  • g.

    een constructietekening met daarin de volgende onderdelen:

    • 1.

      de bestaande situatie en de toekomstige situatie na voltooiing van de activiteiten;

    • 2.

      een detailtekening van het werk met vermelding van de gebruikte schaal en toegepaste materialen;

    • 3.

      een situering van het werk inclusief maatvoering ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam of de waterkering waarin, waarlangs of in de nabijheid waarvan het werk wordt aangebracht;

    • 4.

      maatvoeringen ten opzichte van het waterpeil en het maaiveld met vermelding van de NAP-hoogte; en

    • 5.

      onderbouwende berekeningen.

  • h.

    de lengte van de brug of viaduct in meter (m);

  • i.

    de breedte van de brug of viaduct in meter (m);

  • j.

    de hoogte van de brug of viaduct ten opzichte van het waterpeil in meter (m); en

  • k.

    de hoogte van de brug of viaduct ten opzicht van het maaiveld in meter (m).

RR

Artikel 4.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.30 Algemene regels

Indien een dam zonder duiker wordt verbreed of verwijderd:

  • a.

    heeft dit geen peilwijziging tot gevolg;

  • b.

    is of wordt bij verbreding van de dam de breedte van de dam gemeten op de waterlijn langs de as van het oppervlaktewaterlichaam kleiner dan of gelijk aan 10 meter (m);

  • c.

    worden bij verbreding van de dam aan weerszijden van de dam:

    • 1.

      taluds aangebracht in de verhouding kleiner dan of gelijk aan 1:1,5; of

    • 2.

      damleggers aangebracht; en

  • d.

    wordt bij het verwijderen van de dam het bestaande profiel van het oppervlaktewaterlichaam aan het aansluitende profiel hersteld.

SS

Artikel 4.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.31 Toestemmingsvrij

Het verbreden of verwijderen van een dam zonder duiker is toestemmingsvrij, indien:

TT

Artikel 4.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.33 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen of verwijderen van een dam zonder duiker, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het doel van de activiteit;

  • b.

    een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de activiteit en bij een tijdelijke activiteit de datum van het einde van de activiteit;

  • d.

    de coördinaten van de locatie volgens het Stelselstelsel van de Rijksdriehoeksmeting;

  • e.

    een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de activiteit en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;

  • f.

    een omschrijving van de afwerking of inrichting van de taluds;

  • g.

    een constructietekening met daarin de volgende onderdelen:

    • 1.

      de bestaande situatie en de toekomstige situatie na voltooiing van de activiteiten;

    • 2.

      een detailtekening van het werk met vermelding van de gebruikte schaal en toegepaste materialen;

    • 3.

      een situering van het werk inclusief maatvoering ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam of de waterkering waarin, waarlangs of in de nabijheid waarvan het werk wordt aangebracht;

    • 4.

      maatvoeringen ten opzichte van het waterpeil en het maaiveld met vermelding van de NAP-hoogte; en

    • 5.

      onderbouwende berekeningen;

  • h.

    de lengte van de dam in meter (m);

  • i.

    de bovenbreedte van de dam in meter (m); en

  • j.

    de huidige lengte van de te wijzigen dam in meter (m).

UU

Artikel 4.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.35 Algemene regels

  • 1

    Indien een duiker wordt aangelegd, verlengd of vervangen, voldoet de duiker aan de volgende maatvoeringen:

    • a.

      de lengte van de duiker is kleiner dan of gelijk aan 10 meter (m);

    • b.

      de diameter van de duiker is groter dan of gelijk aan 300 millimeter (mm);

    • c.

      bij watergangen:

      • 1.

        die droogvallen, ligt de binnenonderkant van de duiker boven de vaste waterbodem; of

      • 2.

        die niet-droogvallen, ligt de binnenbovenkant van de duiker boven het hoogste peil;

    • d.

      bij watergangen:

      • 1.

        die droogvallen, is de afstand tussen de binnenonderkant van de duiker en de vaste waterbodem gelijk aan 50 millimeter (mm);

      • 2.

        die niet-droogvallen met een duiker met een diameter gelijk aan 300 millimeter (mm) is de afstand tussen de binnenbovenkant van de duiker en het hoogste peil is gelijk aan 50 millimeter (mm); of

      • 3.

        die niet-droogvallen met een duiker met een diameter groter dan 300 millimeter (mm) is de afstand tussen de binnenbovenkant van de duiker en het hoogste peil groter dan of gelijk aan 50 millimeter (mm), mits het debiet van waterdoorstroming niet kleiner wordt dan de waterdoorstroming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onder 2º;

    • e.

      de afstand tot andere kunstwerken is of wordt groter dan of gelijk aan 10 meter (m); en

    • f.

      indien de duiker benedenstrooms van een stuw aangelegd of verlengd wordt, is de afstand tussen de duiker en de stuw groter dan of gelijk aan 20 meter (m).

  • 2

    Indien een duiker wordt aangelegd, verlengd, vervangen of verwijderd:

  • 3

    Indien in combinatie met de duiker ook een dam wordt aangelegd, verbreed of verwijderd geldt voor de dam:

    • a.

      dat aan weerszijden van de dam:

      • 1.

        taluds worden aangebracht in de verhouding kleiner dan of gelijk aan 1:1,5; of

      • 2.

        damleggers worden aangebracht;

    • b.

      dat bij het verwijderen van een dam het bestaande profiel van het oppervlaktewaterlichaam aan het aansluitende profiel wordt hersteld; en

    • c.

      indien de dam wordt verbreed, wordt ook de bijbehorende duiker verlengd.

VV

Artikel 4.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.36 Toestemmingsvrij

Het aanleggen, verlengen, vervangen of verwijderen van een duiker of een dam met duiker is toestemmingsvrij, indien:

WW

Artikel 4.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.37 Meldingsplicht

XX

Artikel 4.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.40 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen of verwijderen van een duiker of dam met duiker, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het doel van de activiteit;

  • b.

    een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de activiteit en bij een tijdelijke activiteit de datum van het einde van de activiteit;

  • d.

    de coördinaten van de locatie volgens het Stelselstelsel van de Rijksdriehoeksmeting;

  • e.

    een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de activiteit en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;

  • f.

    een omschrijving van de afwerking of inrichting van de taluds;

  • g.

    een constructietekening met daarin de volgende onderdelen:

    • 1.

      de bestaande situatie en de toekomstige situatie na voltooiing van de activiteiten;

    • 2.

      een detailtekening van het werk met vermelding van de gebruikte schaal en toegepaste materialen;

    • 3.

      een situering van het werk inclusief maatvoering ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam of de waterkering waarin, waarlangs of in de nabijheid waarvan het werk wordt aangebracht;

    • 4.

      maatvoeringen ten opzichte van het waterpeil en het maaiveld met vermelding van de NAP-hoogte; en

    • 5.

      onderbouwende berekeningen;

  • h.

    de lengte van de duiker op de waterlijn in meter (m);

  • i.

    de diameter van de duiker in millimeter (mm);

  • j.

    de lengte van de dam in meter (m);

  • k.

    de bovenbreedte van de dam in meter (m); en

  • l.

    de huidige lengte van de te wijzigen dam in meter (m).

YY

Artikel 4.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.49 Indieningsvereisten melding

Ten minste vier weken voor het begin van het houden van een evenement, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

ZZ

Artikel 4.51 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.51 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het houden van evenementen, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

AAA

Artikel 4.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.53 Algemene regels

BBB

Artikel 4.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.56 Indieningsvereisten melding

Ten minste vier weken voor het begin van het graven of vergraven van een oppervlaktewaterlichaam of het baggeren van een hoofdwater, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

CCC

Artikel 4.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.59 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het graven, vergraven van of baggerwerkzaamheden in een oppervlaktewaterlichaam, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

DDD

Artikel 4.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.62 Algemene regels

EEE

Artikel 4.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.65 Indieningsvereisten melding

Ten minste vier weken voor het begin van het verspreiden van baggerspecie, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

FFF

Artikel 4.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.68 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

GGG

Artikel 4.72 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.72 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen en verwijderen van een inlaat in een lokale waterkering of regionale waterkering bedoeld voor vernatting van een perceel ten behoeve van weidevogels.

Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen of verwijderen van een inlaat in een waterstaatswerk of in een beschermingszone van een waterstaatswerk.

HHH

Artikel 4.74 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.74 Toestemmingsvrij

Het verwijderen van een inlaat in een waterkering is toestemmingsvrij, indien deze voorafgaand aan het aanleggen is gemeld bij het waterschap en voldoet aan artikel 4.73, tweede lid.

Het verwijderen van een inlaat in een waterkering is toestemmingsvrij, indien:

  • a.

    deze bedoeld is vernatting van een perceel ten behoeve van weidevogels;

  • b.

    deze voorafgaand aan het aanleggen is gemeld bij het waterschap;

  • c.

    deze voldoet aan artikel 4.73, tweede lid; en

  • d.

    dit plaatsvindt in een lokale waterkering; of

  • e.

    dit plaatsvindt in een regionale waterkering.

III

Artikel 4.75 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.75 Meldingsplicht

Voor het aanleggen van een inlaat in een waterkering geldt een meldingsplicht, indien:

  • a.

    deze bedoeld is vernatting van een perceel ten behoeve van weidevogels;

  • ab.

    de inlaat bedoeld is voor vernatting van een perceel ten behoeve van weidevogels;

  • bc.

    het een inlaat betreft in een regionale- of lokale waterkering;

  • cd.

    de inlaat gebruikt wordt in de periode van 1 februari tot en met 15 juli;

  • de.

    mag daarbij geen invloed hebben op het ter plaatse vastgestelde waterpeil;

  • ef.

    de inlaat voor een tijdelijke periode van maximaal 6 jaar wordt aangelegd;

  • fg.

    de waterkering waarin de inlaat wordt aangelegd een maximale hoogte heeft van 1 meter vanaf het maaiveld ten opzichte van de kruin;

  • gh.

    het perceel een kansrijke locatie betreft voor weidevogels;

  • hi.

    de inlaat niet wordt aangelegd in een gebied met veen als ondergrond;

  • ij.

    er overduidelijk sprake is van een waterstaatkundig gezien veilige situatie; en

  • jk.

    het gestelde onder a t/m i naar mening van de rayonbeheerder van het waterschap aan de orde is.; en

  • l.

    dit plaatsvindt in een lokale waterkering; of

  • m.

    dit plaatsvindt in een regionale waterkering.

JJJ

Artikel 4.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.76 Indieningsvereisten melding

Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 4.75, waarvoor geen omgevingsvergunning voor het aanleggen van een inlaat is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over:

  • a.

    het doel van de activiteit;

  • b.

    de verwachte datum van het begin van de activiteit;

  • c.

    de verwachte datum van het verwijderen van de inlaat;

  • d.

    de coördinaten van het inlaatpunt van de inlaat volgens het Stelselstelsel van de Rijksdriehoeksmeting;

  • e.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl;

  • f.

    een tekening van de inlaat met daarop:

    • 1.

      de soort of het type duiker (pijp);

    • 2.

      de lengte van de duiker (pijp) in meter (m)

    • 3.

      de diameter van de duiker (pijp) in millimeter (mm);

    • 4.

      het type afsluiter;

    • 5.

      de hoogte van de afsluiter in millimeter (mm); en

    • 6.

      de breedte van de afsluiter in millimeter (mm);

  • g.

    diameter van de duiker (pijp) in millimeter (mm);

  • h.

    grondsoort waarin de inlaat wordt aangelegd; en

  • i.

    uitkomst van de beoordeling van de rayonbeheerder van het waterschap zoals gesteld in artikel 4.75 onder g.

KKK

Artikel 4.78 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.78 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen of verwijderen van inlaat, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het doel van de activiteit;

  • b.

    een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit;

  • c.

    de verwachte datum van de aanleg van de inlaat;

  • d.

    de verwachte datum van het verwijderen van de inlaat;

  • e.

    de coördinaten van het inlaatpunt van de inlaat volgens het Stelselstelsel van de Rijksdriehoeksmeting;

  • f.

    een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de activiteit en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;

  • g.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl;

  • h.

    een tekening van de inlaat met daarop:

    • 1.

      de soort of het type duiker (pijp);

    • 2.

      de lengte van de duiker (pijp) in meter (m)

    • 3.

      de diameter van de duiker (pijp) in millimeter (mm);

    • 4.

      het type afsluiter;

    • 5.

      de hoogte van de afsluiter in millimeter (mm); en

    • 6.

      de breedte van de afsluiter in millimeter (mm);

  • i.

    diameter van de duiker (pijp) in millimeter (mm); en

  • j.

    grondsoort waarin de inlaat wordt aangelegd.

LLL

Artikel 4.83 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.83 Indieningsvereisten melding

Ten minste vier weken voor het begin van het aanleggen, verwijderen of onderhouden van kabels of leidingen, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het doel van de activiteit;

  • b.

    de verwachte datum van het begin van de activiteit en bij een tijdelijke activiteit de datum van het einde van de activiteit; en

  • c.

    een tracétekening met daarop de ligging van de kabel of leiding, in een gangbare, goed leesbare schaal, met daarop de leidinggegevens en eventueel bijkomende objecten. Als detailtekening op de tracé-tekening zelf of apart aangeven:

    • 1.

      kruisingen met oppervlaktewaterlichamen in doorsnede met opgave van maatvoeringen en de kabel- of leidinggegevens;

    • 2.

      vermelding van de aanlegmethode;

    • 3.

      een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl; en

    • 4.

      bijbehorende objecten, zoals straatkasten en trekputten voorzien van maatvoering en hoogtematen in meter (m).

MMM

Artikel 4.85 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.85 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen, verwijderen of onderhouden van kabels of leidingen, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het doel van de activiteit;

  • b.

    een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de activiteit en bij een tijdelijke activiteit de datum van het einde van de activiteit;

  • d.

    een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de activiteit en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;

  • e.

    een tracétekening met daarop de ligging van de kabel of leiding, in een gangbare, goed leesbare schaal, met daarop de kabel- of leidinggegevens en eventueel bijkomende objecten. Als detailtekening op de tracé-tekening zelf of apart aangeven:

    • 1.

      kruisingen met oppervlaktewaterlichamen in doorsnede met opgave van maatvoeringen en de kabel- of leidinggegevens;

    • 2.

      vermelding van de aanlegmethode;

    • 3.

      een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl; en

    • 4.

      bijbehorende objecten, voorzien van maatvoering en hoogtematen in meter (m).

  • f.

    een werkplan met daarin het plan van aanpak voor de activiteiten;

  • g.

    een boorplan met beschrijving van de horizontaal gestuurde boring indien een waterkering, hoofdwater of bijbehorende beschermingszone van een waterkering of hoofdwater wordt gekruist of geraakt door een horizontaal gestuurde (HDD-)boring;

  • h.

    een omschrijving van de soort kabel of leiding;

  • i.

    het aantal bar van de drukleiding;

  • j.

    een tekening met een doorsnede van de kabel en/of leiding, ten opzichte van de waterkering met vermelding van eventuele boogstralen (bij kruisingen), gegevens van toegepaste materialen en het te transporteren medium indien de kabel of leiding binnen de waterkering wordt gelegd; en

  • k.

    een berekening van de leiding en de effecten op de waterkering, conform de NEN 3650, NEN 3651-reeks, NPR 3659:1996 indien de kabel of leiding binnen de waterkering wordt gelegd.

NNN

Artikel 4.87 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.87 Toestemmingsvrij

Het bevestigen of laten liggen van vaartuigen is toestemmingsvrij, indien:

OOO

Artikel 4.89 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.89 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bevestigen of laten liggen van vaartuigen, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het doel van de activiteit;

  • b.

    een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de activiteit en bij een tijdelijke activiteit de datum van het einde van de activiteit;

  • d.

    de coördinaten van de locatie volgens het Stelselstelsel van de Rijksdriehoeksmeting;

  • e.

    een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de activiteit en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;

  • f.

    een omschrijving van het soort of type vaartuig of object;

  • g.

    een omschrijving van de eventuele lading (vracht) van het vaartuig of object;

  • h.

    de lengte van het vaartuig of object in meter (m);

  • i.

    de hoogte van het vaartuig of object in meter (m); en

  • j.

    de diepgang van het vaartuig of object in meter (m).

PPP

Artikel 4.91 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.91 Algemene regels

Een oeverbeschermende voorziening dient te voldoen aan alle van de volgende regels:

QQQ

Artikel 4.94 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.94 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen en verwijderen van oeverbeschermende voorzieningen, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

RRR

Artikel 4.98 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.98 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het recreatief verblijven door het plaatsen van tenten, campers, caravans, woonwagens en dergelijke, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

SSS

Artikel 4.101 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.101 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van seismisch onderzoek, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

TTT

Artikel 4.105 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.105 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van sonderingen, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

UUU

Artikel 4.110 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.110 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het spitten, ploegen, bemesten of andere ondiepe grondroeringen, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

VVV

Artikel 4.113 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.113 Toestemmingsvrij

Het plaatsen, verplaatsen, verwijderen en behouden van een steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk is toestemmingsvrij, indien:

WWW

Artikel 4.115 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.115 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen en verwijderen van een steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het doel van de activiteit;

  • b.

    een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de activiteit en bij een tijdelijke activiteit de datum van het einde van de activiteit;

  • d.

    de coördinaten van de locatie volgens het Stelselstelsel van de Rijksdriehoeksmeting;

  • e.

    een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de activiteit en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;

  • f.

    een constructietekening met daarin de volgende onderdelen:

    • 1.

      de bestaande situatie en de toekomstige situatie na voltooiing van de activiteiten;

    • 2.

      een detailtekening van het werk met vermelding van de gebruikte schaal en toegepaste materialen;

    • 3.

      een situering van het werk inclusief maatvoering ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam of de waterkering waarin, waarlangs of in de nabijheid waarvan het werk wordt aangebracht;

    • 4.

      maatvoeringen ten opzichte van het waterpeil en het maaiveld met vermelding van de NAP-hoogte; en

    • 5.

      de onderbouwende berekeningen;

  • g.

    lengte van het werk in meter (m); en

  • h.

    de breedte van het werk in meter (m).

XXX

Artikel 4.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.117 Algemene regels

YYY

Artikel 4.118 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.118 Toestemmingsvrij

ZZZ

Artikel 4.120 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.120 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen, vervangen en verwijderen van een uitstroomvoorziening die uitmondt in een oppervlaktewaterlichaam, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

AAAA

Artikel 4.122 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.122 Toestemmingsvrij

Het uitzetten van vis of plaatsen van vaste vistuigen is toestemmingsvrij, indien:

  • a.

    dit het uitzetten van glas- en pootaal betreft; of

  • b.

    er schriftelijke afspraken gemaakt zijn met het waterschap. Deze schriftelijke afspraken:

    • 1.

      gaan over de randvoorwaarden voor visuitzettingen, dan wel het plaatsen van vaste vistuigen;

    • 2.

      zijn door het dagelijks bestuur van het waterschap ondertekend; en

    • 3.

      kunnen in de vorm van een visplan zijn.

BBBB

Artikel 4.124 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.124 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitzetten van vis en het plaatsen van vaste vistuigen, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    het doel van de activiteit;

  • b.

    een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit;

  • c.

    de verwachte datum van het begin van de activiteit en bij een tijdelijke activiteit de datum van het einde van de activiteit;

  • d.

    de coördinaten van de locatie volgens het Stelselstelsel van de Rijksdriehoeksmeting;

  • e.

    een situatietekening, kaart of foto van de locatie voorzien van een noordpijl;

  • f.

    een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de activiteit en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;

  • g.

    een omschrijving van de soort vis die uitgezet wordt;

CCCC

Artikel 4.126 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.126 Toestemmingsvrij

Vuur stoken is toestemmingsvrij, indien:

DDDD

Artikel 4.128 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.128 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het stoken van vuur, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

EEEE

Artikel 4.133 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.133 Indieningsvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het toepassen van een warmtewisselaar voor het lozen van koude en warmte bij aquathermie op of in een oppervlaktewaterlichaam, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

FFFF

Artikel 5.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.3 Overgangsrecht handhavingsbesluiten

Als voor de inwerkingtreding van deze waterschapsverordening een overtreding heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en voor die inwerkingtreding een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop:

  • a.

    de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd;

  • b.

    de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of

  • c.

    als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom:

    • 1.

      de last volledig is uitgevoerd;

    • 2.

      de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of

    • 3.

      de last is opgeheven.

GGGG

Na het lichaam wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Bijlage I Begrippen

In deze waterschapsverordening wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:

aangewezen diepe plas

door het waterschap aangewezen diepe plas waar grond of baggerspecie mag worden toegepast. Hierbij geldt dat grond of baggerspecie uit het beheergebied van het waterschap voldoet aan de Lokale maximale waarden uit de waterschapsverordening en aan de milieuhygiënische kwaliteitsklasse ‘licht verontreinigd’ uit tabel 2 van bijlage B van de Regeling Bodemkwaliteit 2022. Hierbij geldt dat grond of baggerspecie van buiten het beheergebied van het waterschap voldoet aan de milieuhygiënische kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’ voor grond en baggerspecie uit tabel 2 van bijlage B van de Regeling Bodemkwaliteit 2022

aangewezen oppervlaktewaterlichaam

oppervlaktewaterlichaam dat geen niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam is

Achtergrondwaarden

vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen

achterloopsheid

water dat langs constructies loopt als gevolg van waterstandsverschil. Zie ook piping en onderloopsheid

activiteit

handeling of gebeurtenis uitgevoerd door een (rechts)persoon, dier, plant of ander leven, óf natuurverschijnsel, waar juridische regels aan gesteld kunnen worden

adequate techniek

toereikende techniek

afkoppelen

aanpassen van leidingen voor de afvoer van water zodat dit water indirect of direct op het oppervlaktewater wordt geloosd

afrastering

kunstmatig opdelingobjecten, zoals paal-draad constructie, ten behoeve van scheiding van vastgoedobjecten of virtuele gebieden

afvalwater

alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen

afvloeiend/afstromend hemelwater

afvalwater dat ontstaat doordat water uit de hemel valt, zoals regen, sneeuw, hagel en dauw. Het gaat doorgaans om een schone afvalwaterstroom. Daarom heeft deze afvalwaterstroom een bijzondere status. Ook omdat hemelwater direct in het milieu terug kan komen

agrarische activiteit

geheel van activiteiten dat betrekking heeft op gewassen of landbouwhuisdieren voor zover deze geteeld of gekweekt onderscheidenlijk gefokt, gemest, gehouden of verhandeld worden, daaronder mede begrepen agrarisch gemechaniseerd loonwerk zoals het uitvoeren van cultuurtechnische werken, mestdistributie, grondverzet of soortgelijke dienstverlening

algemeen bestuur

algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân

algemene regels

uitvoeringsvoorschriften die gelden voor de in de waterschapsverordening opgenomen toestemmingsvrije, informatieplichtige, meldingsplichtige en vergunningplichtige activiteiten

aquathermie

verzamelterm voor duurzaam verwarmen en koelen met water. Het gaat om warmte en koude uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater

aquatisch milieu

milieu dat zich gedeeltelijk of geheel onder water bevindt

aquifer

geologische formatie waarbinnen de relatief (ten opzichte van de omgeving) hoge doorlatendheid aanzienlijk transport van grondwater mogelijk maakt

baggeren

verwijderen van slib, specie, zand uit een oppervlaktewaterlichaam

baggerpomp

horizontale centrifugaalpomp waarmee sediment, puin en andere schadelijke materialen via zuigleiding worden opgezogen en via een pijpleiding naar een afvoerplaats worden getransporteerd

baggerspecie

materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter (mm)

baggerspuit

apparaat om bagger uit een oppervlaktewaterlichaam te zuigen en direct, gelijkmatig over het aanliggende perceel te spuiten

bebouwde kom

gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft en waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven. De grens van de bebouwde kom volgt niet uit de Wegenverkeerswet 1994, maar net zoals in de ruimtelijke ordening bepaalt de aard van de omgeving waar de grens ligt. Om te spreken van bebouwde kom, moet er sprake zijn van op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing, die is geconcentreerd tot een samenhangende structuur

beheergebied

gebied als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Waterschapswet, waarvoor het waterschap de waterstaatkundige verzorging ten doel heeft

beoordelingsregel

beoordelingsregel is een inhoudelijke regel waaraan het dagelijks bestuur van het waterschap een aanvraag voor een omgevingsvergunning toetst

beperkingengebied

beperkingengebied is een geometrisch begrensd gebied rondom een werk of object waarin, vanwege de aanwezigheid van dat werk of object, regels voor de activiteiten van derden, gelden. Het gaat om gebieden rond luchthavens, wegen, spoorwegen of waterstaatswerken. Onder de Omgevingswet gaan de beschermingszones samen met de kernzone op in ‘beperkingengebieden’. Dit zijn gebieden waar op grond van de Omgevingswet beperkingen gelden vanwege de aanwezigheid van een werk of object, in dit geval een waterstaatswerk

beperkingengebiedactiviteit

activiteit die de functie van een maatschappelijk belangrijk werk of object kan verstoren. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit op of binnen een beperkingengebied

beplanting

begroeiing die door de mens ergens opzettelijk is aangebracht, ook planten die zich spontaan gevestigd hebben

bergingsgebied

gebied waaraan op grond van de wet een functie voor waterstaatkundige doeleinden is toegedeeld, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en dat ook als bergingsgebied op de legger is opgenomen

beschermingszone

zone ter weerszijden van een waterstaatswerk (kernzone), waar voorschriften en beperkingen gelden ter bescherming van het waterstaatswerk

beschoeiing

materiaal dat is aangebracht op de grens van water en land, of langs de waterkant, om de oever tegen afkalving te beschermen, of om te voorkomen dat door afkalving van de oever de doorstroming, de waterbeheersing of het vaarwegverkeer belemmerd wordt

bestuur

dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân

binnenkruinlijn

lijn die de overgang markeert tussen de kruin en het binnentalud

binnentalud

talud aan de binnendijkse zijde van een dijk of waterkering

binnenteen

onderrand van het dijklichaam aan de binnendijkse zijde van de dijk (de overgang van dijk naar maaiveld)

binnenwater

al het stilstaande of stromende water op het landoppervlak en al het grondwater aan de landzijde van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten;

bodembeschermende voorziening

fysieke constructie om bij morsingen en lekkages het verspreiden van bodembedreigende stoffen naar de bodem tegen te gaan. Doel is bodemverontreiniging voorkomen

bodemenergiesysteem

installatie die gebruik maakt van de bodem voor de levering van warmte of koude voor de verwarming of koeling van een gebouw

bodemsanering

schoonmaken van vervuilde grond

boezem

stelsel van gemeen liggende, met elkaar in open verbinding staande waterlopen en meren waarop het water van lager gelegen polders wordt uitgeslagen en dienend voor eventueel tijdelijke berging en lozing op het buitenwater

boezemland

vrij op de boezem afwaterende gronden, deze staan bij hoge boezemwaterstanden onder water, dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van de boezem

boezempeil

in een peilbesluit vastgelegde streefpeil van een boezem ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP)

boezemwater

water in een boezem

boorgat

gat dat geboord is, bijvoorbeeld in beton, staal of grond

boring

middel om door boren of steken toegang te krijgen tot de ondergrond om bijvoorbeeld geroerde en/of ongeroerde monsters aan de ondergrond te ontlenen voor nader onderzoek

bouwen

plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten

bouwwerk

constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties

brandblusvoorziening

voorziening voor het bestrijden van brand als bedoeld in artikel 4.20, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Een brandblusvoorziening is permanent aanwezig, maar wordt enkel in noodsituaties gebruikt. Indien een brandblusvoorziening ook voor andere doeleinden wordt gebruikt, wordt de voorziening niet als een brandblusvoorziening aangemerkt

breuksteen

in de waterbouw toegepast materiaal ter bescherming van kust- en oeverwerken. Het materiaal moet deze werken beschermen tegen de inwerking van bijvoorbeeld golf- en getijdenbewegingen. Bekend zijn de basaltblokken tegen de dijken langs de grote rivieren en de kust

brijn

water met een verhoogde mineralenconcentratie dat overblijft na de onttrekking van water aan gewonnen brak grondwater

brug

verbinding tussen twee punten die van elkaar gescheiden zijn door een hydro-object (oppervlaktewaterlichaam of watergang) waarbij de constructie geen verharde kunstmatige bodem heeft of waarbij de verharding geen deel uitmaakt van de constructie

buitenbeschermingszone

zone buiten het waterstaatswerk en aangrenzende beschermingszone gelegen gronden en wateren, waar voorschriften en beperkingen gelden ter bescherming van het waterstaatswerk en de beschermingszone

buitenkruinlijn

lijn die de overgang markeert tussen de kruin en het buitentalud van de waterkering

buitentalud

hellend vlak van het dijklichaam aan de buitendijkse zijde van de dijk

buitenteen

onderrand van het dijklichaam aan de waterzijde van de dijk (buitendijks)

buitenwater

water van een oppervlaktewaterlichaam waarvan de waterstand direct invloed ondergaat bij hoge stormvloed, bij hoog opperwater van een van de grote rivieren, bij hoog water van het IJsselmeer of het Markermeer, dan wel bij een combinatie daarvan, alsmede het Volkerak-Zoommeer, het Grevelingenmeer, het getijdedeel van de Hollandsche IJssel en de Veluwerandmeren

calamiteitenoefening

oefening die wordt uitgevoerd om bij brand of een andere calamiteit de schade tot een minimum te beperken

civiel kunstwerk

civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf, waarvoor andere materialen dan aarde en zand zijn gebruikt

CMR-stoffen

Carcinogeen, Mutageen en Reprotoxisch-stoffen. Deze zogenaamde CMR-stoffen kunnen kanker veroorzaken, schade veroorzaken aan onze genen of schadelijk zijn voor de voortplanting en het nageslacht

constructie

geheel dat ontstaat door een aantal losse onderdelen samen te voegen tot één stevig geheel

dagelijks bestuur

dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân

dam

werk over een oppervlaktewaterlichaamperceel dat bedoeld is voor de doorgang van een perceel aan de ene kant van het oppervlaktewaterlichaam naar een perceel aan de andere kant van het oppervlaktewaterlichaam, waarbij in tegenstelling tot een brug de bodem wordt onderbroken

damlegger

(houten) balken, langs een dam, om stevigheid te geven; ook achterleggers geheten; legger en ligger worden vaak verward

damwand

verticale constructiedelen die in een opeenvolgende rij de grond worden gedreven, meestal om weerstand te bieden tegen zijkrachten

debiet

volume van een vloeistof of een gas dat per tijdseenheid door een doorsnede stroomt

dempen

dichtgooien van een oppervlaktewaterlichaam met grond of ander vast materiaal

deugdelijke zuiveringsvoorziening

zuiveringsvoorziening volgens de norm gebouwd, technisch betrouwbaar, correct onderhouden is en zorgt voor een effectieve zuivering

diepe plas

oppervlaktewaterlichaam of een deel daarvan dat is ontstaan als gevolg van zandwinning, grindwinning of kleiwinning of een dijkdoorbraak, bijvoorbeeld een zandwinplas

dieren

dieren die de mens wegens plezier en hun nut houdt, niet zijnde huisdieren

Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)

digitale ondersteuning van de Omgevingswet. De centrale spil is het Omgevingsloket

dijk

door mensen aangelegd grondlichaam (al dan niet verdedigd) bestemd tot het keren van water en een type waterkering

dijklichaam

ruimtelijk vorm van de dijk in drie dimensies

dimensie

elk van de richtingen waarin je kunt meten: hoogte, lengte, breedte

doorsnede

(denkbeeldige) oppervlak waarlangs een voorwerp is doorgesneden

doorstroomprofiel

breedte en diepte van het oppervlaktewaterlichaam

drainagewater

water dat wordt afgevoerd via een stelsel van geperforeerde buizen die in de grond zijn aangebracht

drinkwater

drinkwater als bedoeld in artikel 1, van de Drinkwaterwet

drukleiding

persleiding

duiker

kokervormige constructie die is bedoeld om oppervlaktewaterlichamen met elkaar te verbinden

dwarsdoorsnede

doorsnede die loodrecht op de lengterichting staat. Bijvoorbeeld: een doorsnede van een waterloop loodrecht op de gemiddelde richting van de stroming.

emissiegrenswaarde

massa, uitgedrukt in bepaalde specifieke parameters, de concentratie en/of het niveau van een emissie, die of dat gedurende een of meer vastgestelde perioden niet mag worden overschreden

erosie

aantasting van een waterstaatswerk, zoals waterkering of talud

etmaal

periode van een 24 uur, die begint en eindigt om middernacht, gedurende welke de datum niet verandert.

evenement

georganiseerde gebeurtenis of groepsactiviteit zoals roei-, vis- en zwemwedstrijden, survivals, triatlons en fiets- en schaatstoertochten, maar ook een herdenkingsplechtigheid, braderie of themamarkt, optocht op de weg (geen betoging), kermis, feest, muziekvoorstelling

explosiegevaarlijke inrichtingen en materiaal

inrichtingen en materiaal als bedoeld in paragraaf 2, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen

freatisch grondwater

grondwater waarin de stijghoogte (de waterdruk) alleen afhangt van de hoogte van de waterkolom. In freatisch water is de poriëndruk gelijk aan de hydrostatische druk

freatisch water

water in de bodem dat als eerste wordt aangetroffen bij graaf- of boorwerkzaamheden

fysieke leefomgeving

artikel 1.2, tweede lid, van de Omgevingswet, bepaalt dat de fysieke leefomgeving in ieder geval bestaat uit: bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed, werelderfgoed

gebouw

gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet

gestuurde boring

HDD-boring

grond

vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter (mm) en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter (mm), niet zijnde baggerspecie. In Nederland wordt grond naar de grootte en aard van de gronddeeltjes geclassificeerd volgens NEN-EN-ISO 14688-1 en NEN-EN-ISO 14688-2

grond aanbrengen

verplaatsen van grond in dan wel naar een waterstaatswerk

grondsanering

bodemsanering

grondwater

water dat vrij onder het aardoppervlak voorkomt, met de daarin aanwezige stoffen

grondwaterlichaam

afzonderlijke grondwatermassa in een of meer watervoerende lagen

grondwatersanering

verwijderen van verontreinigende componenten uit een grondwaterlichaam door middel van onttrekking (en zuivering) van verontreinigd grondwater

HDD-boring

horizontaal gestuurd boren of hdd (Horizontal Directional Drilling) is een sleufloze techniek die gebruikt wordt voor de aanleg van ondergrondse infrastructuur

hemelwater

water uit neerslag, zoals regen, sneeuw, hagel en dauw

hoge gronden

natuurlijk aanwezige hooggelegen delen in het landschap die niet worden bedreigd door een hoge waterstand op zee, meren of rivieren

hoofdwater

oppervlaktewaterlichaam in beheer en onderhoud bij het waterschap, zoals in de legger is aangegeven. Hoofdwater is erg belangrijk voor de afvoer van water en is over het algemeen breder en dieper dan andere watergangen

hoogste peil

hoogst peil vastgelegd in een peilbesluit, in de regel het winterpeil

hoogwatercircuit

watergang die bedoeld is om de grondwaterstand nabij wegen en bebouwing hoger te houden dan het omliggende agrarisch gebied. Het waterpeil is hier hoger dan het polder- of boezempeil ter plaatse

huisdier

tamme dieren die voor het nut of de gezelligheid door de mens in huis worden gehouden

huishoudelijk afvalwater

afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden

hulpconstructie

tijdelijke constructie of ondersteuning om de activiteit uit te kunnen voeren

hydro-object

samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de Waterwet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna

IBA

Individuele Behandeling van afvalwater is bedoeld voor het lokaal zuiveren van huishoudelijk afvalwater. Het bekendste IBA-systeem is de septic tank. Andere systemen zijn bijvoorbeeld de biorotor, het oxidatiebed en het helofytenfilter

in de bodem brengen van water

het brengen van water in de bodem met als doel het voorkomen of beperken van verlaging van de grondwaterstand of de stijghoogte of het lozen van overtollig water

inerte goederen

goederen die geen bodembedreigende stoffen, gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen zijn. Afvalwater dat bij deze goederen vrijkomt, wordt beschouwd als ’schoon‘ afvalwater

infiltratieput

put voorzien van openingen waardoor het water kan infiltreren

infiltreren van water

in de bodem brengen van water

informatieplicht

verplichting om informatie te verstrekken aan een bestuursorgaan of een andere instantie voorafgaand aan het starten, wijzigen of eindigen van een activiteit, zonder dat daaraan een verbod is gekoppeld de activiteit te verrichten

initiatiefnemer

degene die een activiteit uitvoert of laat uitvoeren

inlaat

inlaatduiker

inlaatduiker

duiker met een afsluitklep voor het binnenlaten van hoger gelegen water in een lager gelegen gebied

insteek

de snijlijn van het schuine talud (oeverhelling) met het horizontaal gelegen maaiveld

inwonerequivalent (i.e.)

als bedoeld in artikel 2, van de Richtlijn 2024/3019 Behandeling stedelijk afvalwater, is de gemiddelde hoeveelheid (afbreekbare) verontreiniging die een persoon per etmaal via de riolering afvoert. Het inwonerequivalent (i.e.) wordt uitgedrukt in de hoeveelheid zuurstof die voor afbraak nodig is

ionenwisselaar

apparaat voor het verwijderen van ongewenste ionen uit een vloeistof door middel van hulpstoffen

kabel

transportmedium, veelal voor elektriciteit of communicatie, zonder holle ruimte. Leidingen met een diameter van maximaal 40 millimeter (mm) die gebruikt worden voor (glasvezel)kabels worden beschouwd als een kabel

kadastrale grens

grens die bij het ontstaan van een perceel wordt vastgelegd bij het Kadaster. Deze grens kan afwijken van de zichtbare gebruiksgrens

kade

beschoeide of gemetselde oeverstrook, waaraan de schepen kunnen aanleggen

kaderrichtlijn water (KWR)

richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327)

kernzone

gebied dat gerekend wordt tot de waterkering bij waterkerende dijklichamen. De kernzone is begrensd door de binnenteen en de buitenteen van de waterkering. De kernzone omvat in ieder geval het keurprofiel en soms ook een deel van het profiel van vrije ruimte

klei

soort grond met een samenstelling van minerale deeltjes, waarvan 8-100% massa per massa (m/m) een korrelgrootte heeft van kleiner dan 2 micrometer (μm) en 0-75% massa per massa (m/m) een korrelgrootte heeft van 2-63 micrometer (μm)

koelwater

water dat als koelmiddel in de industrie of energiecentrales wordt gebruikt voor hun proces. Het water wordt onttrokken uit een oppervlaktewaterlichaam om bepaalde productieprocessen te koelen, waarna het verwarmde water weer wordt geloosd in een oppervlaktewaterlichaam

kruin

strook tussen buitenkruinlijn en binnenkruinlijn, of het hoogst gelegen deel van een waterkering

KRW-waterlichaam

onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een overgangswater of een strook kustwater. Deze definitie staat in bijlage I onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het gaat om een oppervlaktewater als bedoeld in de kaderrichtlijn water (artikel 2, onder 10)

kunstwerk

een civieltechnische constructie voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen, waarvoor andere materialen dan aarde en zand zijn gebruikt

kustwater

oppervlaktewater, gelegen aan de landzijde van een lijn waarvan elk punt zich op een afstand bevindt van één zeemijl zeewaarts van het dichtstbijzijnde punt van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten, zo nodig uitgebreid tot de buitengrens van een overgangswater

kwel

water dat door een drukverschil vanuit de bodem omhoog komt

landelijk gebied

gebied niet zijnde stedelijk gebied

legger

legger als bedoeld in artikel 2.39 van de Omgevingswet of in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet. In de legger is beschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen

lokale waterkering

waterkering, niet zijnde primaire waterkeringen, secundaire waterkeringen of regionale keringen. Bijvoorbeeld keringen langs tussenboezems

lozen

brengen van (afval)water, warmte of andere stoffen in een oppervlaktewaterlichaam of op een zuiveringtechnisch werk

lozingsactiviteit

lozen van stoffen, warmte of water. De lozing vindt plaats direct op een oppervlaktewaterlichaam of in een zuiveringtechnisch werk. Bij lozing in een zuiveringtechnisch werk gaat de lozing niet via een vuilwaterriool. Bij de lozingsactiviteit gaat het om de gevolgen van de geloosde stoffen, de warmte of het water voor het watersysteem of het zuiveringtechnisch werk

lozingspunt

plek waar door middel van een werk water in een oppervlaktewater wordt gebracht, zonder dat het water uit een ander oppervlaktewater afkomstig is

lozingsvoorziening

constructie om water in een oppervlaktewaterlichaam te laten stromen

maaiveld

hoogteligging van het grondoppervlak in een gebied, met uitzondering van taluds en bermen of andere (kunstmatige) verhogingen dan wel verlagingen

mantelbuis

beschermingsbuis bestemd voor de doorvoer van telefoonkabels of elektriciteitsleidingen, of voor de doorvoer van water- en gasleidingen. Een mantelbuis wordt gebruikt bij bijvoorbeeld een doorvoer onder of door een obstakel, zoals een muur, fundering, verkeerweg of anderszins

materiaal

geheel van zaken die je voor een bepaald doel nodig hebt, ruwe grondstof, bouwstof

materie

alles wat ruimte inneemt en massa heeft, is materie. Materie bestaat uit atomen, die op hun beurt zijn opgebouwd uit protonen, neutronen en elektronen. Materie kent vier natuurlijke toestanden: vaste stoffen, vloeistoffen, gassen en plasma. De vijfde toestand van materie zijn de door de mens gemaakte Bose-Einsteincondensaten

materieel

al wat nodig is tot de uitoefening van een bedrijf: werktuigen en machines

medium

drager van een materie of golven. Bijvoorbeeld een vloeistof om een vaste stof in te mengen en daarna aan te ergens op aan te brengen zoals verf of vernis, maar ook een vloeistof of gas die warmte of koude opneemt om elders weer af te geven.

meer

een door land omringde watervlakte

meerpaal

paal in het water, die meestal gebruikt wordt voor het aanmeren van vaartuigen

meetput

civiele constructie waarin meetapparatuur (bijvoorbeeld debietmeting) is opgesteld

meetresultaat

verzameling waarden, die tijdens een inwinning aan objecten gemeten of zijn berekend

melding

een via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) of schriftelijk ingediende mededeling van een initiatief om een activiteit uit te voeren

meldingsplicht

verplichting om voorafgaande de uitvoering van een bepaalde activiteit een melding te doen bij het waterschap. Het is verboden om zonder volledige en tijdige melding de activiteit te verrichten

milieubezwaarlijk

schadelijk voor het milieu (waaronder het leven in het water) vanwege de slechte afbreekbaarheid, de mogelijke toxiciteit en het risico van ophoping in het milieu

militair terrein

gebied als bedoeld in artikel 2.6.3, eerste lid, van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

monster

representatieve hoeveelheid materiaal die volgens een bepaalde bemonsteringswijze op één bepaalde locatie en op één bepaald tijdstip of gedurende een aaneengesloten tijdsperiode verzameld is uit één compartiment van een watersysteem voor het verrichten van onderzoek

Natura 2000-gebied

gebied dat door de bevoegde autoriteit van het land waarin het gebied is gelegen is aangewezen als speciale beschermingszone, ter uitvoering van de artikelen 3, tweede lid, onder a, en 4, eerste en tweede lid, van de vogelrichtlijn of de artikelen 3, tweede lid, en 4, vierde lid, van de habitatrichtlijn, of een gebied dat is opgenomen op de lijst van gebieden van communautair belang, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de habitatrichtlijn

natuurgebied

gebied dat gericht is op het behoud, herstel of de ontwikkeling van biodiversiteit en natuurlijke processen, en dat daartoe is aangewezen als Natura 2000-gebied, deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), of op vergelijkbare wijze wordt beheerd met natuurdoelen door een overheid, terreinbeherende organisatie of particuliere eigenaar

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

samenhangend geheel van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden, ecologische verbindingszones en natuurvriendelijk beheerde agrarische gronden, dat door provincies – waaronder de provincies Fryslân en Groningen – planologisch is vastgelegd in hun Omgevingsverordening, met als doel het behouden, herstellen en duurzaam ontwikkelen van biodiversiteit en ecosysteemfuncties in Nederland

natuurvriendelijke oever

oever die ten behoeve van het verbeteren van de ecologische toestand is ingericht, of van nature aanwezig is, met een luwe ondiepwaterzone die oever- en waterplanten de kans biedt zich te ontwikkelen

Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)

zelfstandige, onafhankelijke stichting die voor verschillende maatschappelijke thema’s aan de hand van een normalisatieproces op basis van consensus tussen belanghebbenden op nationaal en internationaal niveau afspraken (normen/’best practices’) vastlegt in documenten en in richtlijnen

neem contact op met

optie in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) om het bevoegd gezag de gelegenheid te geven de klantvriendelijkheid / mate van dienstverlening in te kunnen vullen per onderwerp. Bedoeld om de initiatiefnemer naar de juiste contactpersoon te sturen

NEN-norm

norm van het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)

niet van toepassing

regels uit de waterschapsverordening gelden niet voor de aangegeven situatie

niet-aangewezen diepe plas

diepe plassen zoals geregeld onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk)

niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam

oppervlaktewaterlichaam dat met het oog op het lozen bijzondere bescherming behoeft

niet-inerte goederen

lekkende, uitlogende en vermestende goederen

Normaal Amsterdams Peil (NAP)

hét Nederlands standaard vergelijkingsvlak voor de hoogteligging. Een NAP-hoogte van 0 meter is ongeveer gelijk aan het gemiddeld zeeniveau van de Noordzee

NPR

Nederlandse Praktijkrichtlijn is een praktische uitwerking van een norm

oever

gebied op de grens van water en land waar het dynamisch samenspel van land en water plaatsvindt

oeverbeschermende voorziening

voorziening die is aangebracht langs de oeverlijn om de oever tegen afkalving te beschermen. Voorbeelden hiervan zijn beschoeiingen, bestaande uit een aan één gesloten rij palen of planken, damwanden en betuiningen

oeverconstructie

grondkerende constructie ter instandhouding van de gronden gelegen aan een waterloop

omgekeerde osmose

proces waarin een semi-permeabel membraan wordt gebruikt om opgeloste vaste stoffen, organische stoffen, pyrogenen, submicro colloïdale materie, virussen, en bacteriën van water te scheiden. Dit proces wordt 'omgekeerde' osmose genoemd, omdat het druk vereist om puur water door een membraan te persen, terwijl alle onzuiverheden achterblijven

omgevingsvergunning

vergunning als bedoeld in afdeling 5.1 van de Omgevingswet

onderbemaling

het plaatselijk lager houden van het waterpeil, dan het waterpeil dat het waterschap voor het betreffende peilgebied heeft vastgesteld of hanteert

onderhoudsdam

dam die tot doel heeft de passage van onderhoudsmachines voor het waterschap mogelijk te maken

onderhoudsplichtige

partij die de onderhoudsverplichting heeft

onderloopsheid

water dat onder een kunstwerk loopt als gevolg van een waterstandsverschil. Zie ook piping en achterloopsheid

ondersteunend kunstwerk

kunstwerk dat van belang is voor de taakuitoefening van het waterschap of voor het functioneren van het watersysteem

ondiepwaterzone

water met een diepte van maximaal 700 millimeter (mm)

ongewoon voorval

gebeurtenis, ongeacht de oorzaak daarvan, die afwijkt van het normale verloop van een activiteit, zoals een storing, ongeluk, calamiteit, waardoor significante nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan, waaronder:

  • een geval van een inbreuk op vergunningsvoorwaarden als bedoeld in artikel 8 van de richtlijn industriële emissies, of

  • een zwaar ongeval als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de Seveso-richtlijn

onttrekken

onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam of van grondwater door middel van een onttrekkingsinrichting

onttrekkingsinrichting

inrichting of werk, bestemd voor het onttrekken van grondwater

onttrekkingspunt

locatie waar water gewonnen wordt uit het oppervlaktewater ten behoeve van industrie of drinkwaterwinning

onttrekkingsput

constructie die geboord of gegraven is onder het maaiveld met als doel het verkrijgen van water uit een aquifer systeem (watervoerend pakket)

ontwatering

afvoer van water uit percelen over en door de grond en eventueel door drainbuizen en greppels naar een stelsel van grotere waterlopen

opbarsting

bezwijken van de grond, door het ontbreken van verticaal evenwicht in de grond, onder invloed van wateroverdrukken

open ontgraving

graafmethode waarbij het maaiveld wordt geopend om via een sleuf kabels of leidingen aan te leggen, inspecteren, vervangen of verwijderen

opgaande houtbeplanting

bomen en struiken en andere opgaande beplantingen

oppervlaktewater

binnenwateren, met uitzondering van grondwater; overgangswater en kustwateren en, voorzover het de chemische toestand betreft, ook territoriale wateren

oppervlaktewaterlichaam

onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een watergang (zoals een natte sloot), een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een overgangswater of een strook kustwater, inclusief de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna.

overgangswater

oppervlaktewater in de nabijheid van een riviermonding dat gedeeltelijk zout is door de nabijheid van kustwateren, maar dat in belangrijke mate door zoetwaterstromen beïnvloed wordt

overhangend bouwwerk

bouwwerk dat geheel of gedeeltelijk over het oppervlaktewaterlichaam hangt

overig water

alle oppervlaktewaterlichamen niet zijnde hoofdwater of schouwwater

peil

waterstand zoals dit als referentiepeil in een peilbesluit is vastgesteld

peilbesluit

besluit dat voorziet in de vaststelling van waterstanden of bandbreedten waarbinnen waterstanden kunnen variëren, die gedurende daarbij aangegeven perioden of omstandigheden zoveel mogelijk in stand worden gehouden

peilbuis

buis waarmee men de grondwaterstand meet of waarin men monsters neemt van het grondwater

peilgebied

waterstaatkundige eenheid waar eenzelfde waterpeil heerst. Dit peil kan worden geregeld door een gemaal of een stuw. Het peil in een peilgebied wordt in Nederland bepaald door het waterschap waaronder het peilgebied valt. De peilen worden vastgelegd in een peilbesluit

peilregulerend kunstwerk

kunstwerk dat een functie vervult in de door het waterschap te handhaven peil, onder andere: gemalen, onderbemalingen, opmalingen, stuwen, peilscheidingsdammen, sluizen, duikers met kleppen, schuiven, stuwende duikers en inlaten

perceel

virtuele eenheid van zakelijk recht, in het terrein af te bakenen door middel van uit te zetten en omsluitende rechtsgrenzen, en voorzien van een unieke kadastrale aanduiding volgens de identificatie van het Kadaster

perceelsontsluiting

toegankelijkheid verkrijgen tot een perceel dat geheel of gedeeltelijk ingesloten is door oppervlaktewater. De ontsluiting vindt veelal plaats via een brug, duiker, dam met duiker of een dam zonder duiker

persleiding

buis waarin het afvalwater onder druk stroomt. De druk wordt geleverd door een pomp

pionierbegroeiing

eerste plantengroei die opkomt op een kale of pas ontstane plek, zoals natte grond, opgespoten zand of drooggevallen oevers

piping

terugschrijdende erosie in een tunneltje (pipe) onder een dijklichaam. Zie ook onderloopsheid en achterloopsheid. Waterkeringbeheerders kunnen gebruikmaken van het D-soil Model voor de ondergrondschematisering voor sterkteberekening voor piping

plasdras

(tijdelijk) onder water zetten van grasland of greppels (greppel plas-dras). Ook het onder water zetten, inunderen, van bloembollenvelden wordt onder deze maatregel geschaard

pomp

werktuig dat door middel van een verschil in druk vloeistoffen of gassen verplaatst

poriewater

water dat wordt vastgehouden in de ruimte (of spleten) tussen de vaste deeltjes van de grond

primaire waterkering

waterkering die beveiliging biedt tegen overstroming door buitenwater

profiel

doorsnede van een object in lengterichting, in dwarsrichting of langs een verticaal, waarbij kenmerken van het object langs de doorsnede worden vastgelegd

profiel oppervlaktewaterlichaam

dwarsdoorsnede van een oppervlaktewaterlichaam

profiel van vrije ruimte

ruimte ter weerszijden van, boven en onder een waterstaatswerk die naar het oordeel van de beheerder nodig is voor toekomstige verbeteringen

projectbesluit

projectbesluit als bedoeld in paragraaf 5.2.3 van de Omgevingswet

projectplan

projectplan als bedoeld in artikel 5.4 van de Waterwet

recreatie

recreatieve activiteiten zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, schaatsen, kamperen, al dan niet in de vorm van een evenement

regionale waterkering

niet-primaire of secundaire waterkering die is aangewezen in de Omgevingsverordening van de provincie Fryslân of de provincie Groningen. Deze waterkeringen staan als zodanig in onze legger, hieronder vallen niet alleen de ‘natte’ (bijvoorbeeld kades langs boezemwateren), maar ook ‘droge’ waterkeringen

retourbemaling

in de bodem terugbrengen van onttrokken grondwater

rietkraag

rand van riet langs oevers

rietstrook

rietkraag

Rijksdriehoekstelsel

stelsel van de Rijksdriehoeksmeting

rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi)

zuiveringtechnisch werk dat is ingericht om stedelijk afvalwater te zuiveren. Het werk wordt beheerd door of namens het waterschap

rivier

natuurlijke waterloop welke fungeert als het zichtbare afvoersysteem van het overtollige water in een bepaald gebied

ruimgat

boorgat dat expres groter is gemaakt dan de diameter van de door te voeren kabel of leiding, om ruimte te geven voor montage, tolerantie, mantelbuis of afdichting.

ruimtelijke reserveringszone

combinatie van het profiel van vrije ruimte en de daarbij horende toekomstige beschermingszones. Deze toekomstige beschermingszones zijn door het waterschap berekend

schouwwater

oppervlaktewaterlichaam in onderhoud bij de eigenaren van de aan die wateren grenzende percelen, zoals in de legger aangegeven, voor deze wateren geldt de schouwplicht

secundaire waterkering

waterkering die bij doorbraak van de primaire waterkering de overstroming kunnen beperken of vertragen

sediment

korrelvormig materiaal dat door verwering en erosie van het vaste aardoppervlak is ontstaan

seismisch onderzoek

onderzoek naar de bodemopbouw door kunstmatig opgewekte trillingen

semi-permeabel

medium dat water toestaat om te passeren, maar opgeloste vaste stoffen tegenhoudt, zodat het gebruikt kan worden om vaste stoffen van water te scheiden

septictank

tank waarin het afvalwater wordt gezuiverd via een proces van bezinking, opdrijving en biologische afbraak. Het zuiveringsrendement hangt onder meer af van de verblijftijd van het afvalwater in de tank

sondering

bepalen van het draagvermogen van de grond door een staaf met kegelvormige punt met een tophoek van 60 graden, de sondeerconus, in de grond te drukken en daarbij de mechanische weerstand van de grond te meten

spanningsbemaling

onttrekken van grondwater uit het watervoerende pakket met als doel de opwaartse druk te verlagen om opbarsten van de bodem te voorkomen

spoorvoertuig

voertuig, als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet, bestemd voor het verkeer over spoorwegen

stedelijk afvalwater

huishoudelijk afvalwater of een mengsel van huishoudelijk afvalwater met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Stedelijk afvalwater gaat via het openbaar vuilwaterriool naar een zuiveringtechnisch werk, ook wel rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) genoemd. Regenwater dat niet via de riolering met huishoudelijk afvalwater wegstroomt, valt niet onder stedelijk afvalwater. Ook bedrijfsafvalwater dat rechtstreeks naar een zuiveringsinstallatie gaat, valt niet onder stedelijk afvalwater

stedelijk gebied

in principe valt elke bebouwde kom onder “stedelijk gebied” met dien verstand dat er wel sprake moet zijn van een kern met een “stedelijk” watersysteem. Lint bebouwing wordt in principe niet als stedelijk gebied aangemerkt. De afwatering is bij lint bebouwing diffuus verspreid over grotere oppervlakken, waardoor de hoeveelheid aan en af te voeren water per watergang gering is. Het stedelijk gebied kan zowel industrieterreinen als woonwijken betreffen. Uitgesloten zijn de gebieden, die binnen de bebouwingscontour volgens het bestemmingsplan een agrarische bestemming hebben

steekmonster

afzonderlijk monster dat op een moment genomen wordt

steiger

constructie die deels over een oppervlaktewaterlichaam is geplaatst en is verankerd in het achterliggende deel

stelsel van de Rijksdriehoeksmeting

nationaal coördinatensysteem van Nederland, bestaande uit een door het Kadaster beheerd en onderhouden netwerk van punten van de Rijksdriehoeksmeting (RD-punten)

stijghoogte

potentieel peil van het wateroppervlak van grondwater, gemeten vanaf een bepaald niveau (bijvoorbeeld Normaal Amsterdams Peil (NAP), maar meestal de hoogte van de bodem). Het is de hoogte van het water in een peilbuis, of waar het grondwater zou staan als men een put zou slaan

stof

vorm van materie. In het geval van meten van stof is stof bedoeld als zijnde heel kleine deeltjes. In het geval van een lozing is stof bedoeld als zijnde afvalstof, verontreinigende of schadelijke stof

stortsteen

breuksteen

stuw

vaste of beweegbare constructie in het water die dient om de waterhoogte bovenstrooms en/of benedenstrooms van de constructie te regelen

talud

onder helling gelegen vlak

territoriale wateren

territoriale zee als bedoeld in artikel 1, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee

toepassen baggerspecie

partijen grond en baggerspecie mogen alleen volgens de regels van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) worden toegepast als sprake is van een nuttige toepassing.

toestemmingsvrij

toestemming om zonder voorafgaande melding een activiteit te starten, veranderen of uit te voeren. Er zijn geen specifieke regels voor de uitvoering van deze activiteit. Indien er sprake is van een zorgplicht of het wijzen op algemene regels, zijn hiervoor teksten in de toelichting op deze conclusie opgenomen

uitspoeling

weglopen via (grond)water in het oppervlaktewater van bepaalde stoffen, zoals fosfaat en stikstof. Transport van materie vanuit tussenlaag of ondergrond door de toplaag naar buiten. Uitspoeling kan leiden tot vermesting of verzuring van oppervlaktewater en heeft daardoor negatieve gevolgen voor de gebruiksfunctie natuur

uitstroomvoorziening

constructie om water in een oppervlaktewaterlichaam te laten stromen

vaarweg

elk voor het openbaar scheepvaartverkeer openstaand water

vee

dieren die de mens wegens hun nut houdt

verbod (absoluut verbod)

verboden om een activiteit (op een bepaalde wijze) te verrichten en daar zal ook geen vergunning voor worden verleend

verdiepen

dieper maken van een oppervlaktewaterlichaam

vergunning

omgevingsvergunning tenzij expliciet anders vermeld

vergunningplicht

verplichting om voorafgaande de uitvoering van een bepaalde activiteit een vergunning te verkrijgen van het waterschap. Het is verboden om zonder vergunning de activiteit te verrichten

verhard oppervlak

grondoppervlak waarop hemelwater niet in de bodem kan infiltreren, zoals daken, bestrating of asfalt

verharding

wijze waarop een weg, tuin of terrein geheel of gedeeltelijk is verhard

verondiepen

ondieper maken van een oppervlaktewaterlichaam

verordening

Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân, tenzij anders expliciet vermeld

versnelde afvoer

verschijnsel dat water door toename van verhard oppervlak sneller in een oppervlaktewaterlichaam of riolering terechtkomt

verspreiden baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam

Baggerspecie die op ongewenste plaatsen is gesedimenteerd elders weer terugbrengen in het watersysteem. De sedimentbalans wordt zo hersteld

vetafscheider

scheidingsput in het rioolstelsel die dient om bezinkbaar en drijvend vuil, slib, etensresten en vet uit het afvalwater te halen door het af te scheiden

visstoep

kade of steiger bestemd voor sportvissers

vlonder

constructie op maaiveldhoogte deels of geheel over het oppervlaktewaterlichaam. Hieronder vallen mede houten vloeren, werken op palen, visstoepen en boenstoepen

voorland

elk buitendijks gebied vormt een voorland

voorziening

maatregel met een functie zoals een bodembeschermende voorziening, brandblusvoorziening, uitstroomvoorziening of een oeverbeschermende voorziening

vuilwaterriool

openbaar vuilwaterriool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, aangesloten op een zuiveringsvoorziening, die blijkens een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet mede voor het zuiveren van stedelijk afvalwater is bedoeld, of aangesloten op een zuiveringtechnisch werk of een werk, niet zijnde een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, aangesloten op een zuiveringtechnisch werk

Waddeneilanden

Waddeneilanden in het beheergebied van het waterschap: Ameland, Terschelling, Vlieland en Schiermonnikoog

warmtevracht

bedrijven gebruiken oppervlaktewater soms als koelwater. Na gebruik loost het bedrijf het dan verwarmde water weer in het oppervlaktewater. De warmtevracht is een maat voor het opwarmend vermogen van het koelwater. De warmtevracht is afhankelijk van de lozingssnelheid en het temperatuurverschil tussen het koelwater en het oppervlaktewater

warmtewisselaar

apparaat dat warmte of koude van een vloeistof en/of gas gescheiden overbrengt naar een ander medium

water

de meest algemene, over de gehele aarde verbreide vloeistof die, als zij zuiver is, geen kleur, reuk of smaak heeft en waarvan de moleculen uit twee atomen waterstof en één atoom zuurstof bestaan (H2O)

wateractiviteit

verzameling van verschillende activiteiten die allemaal een relatie hebben met water: beperkingengebiedactiviteit rond een waterstaatswerk, beperkingengebiedactiviteit rond een installatie in een waterstaatswerk (het gaat hierbij niet om mijnbouwinstallaties), lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam, lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk, stortingsactiviteit op zee, wateronttrekkingsactiviteit, activiteiten waarover de waterschapsverordening regels bevat

wateradvies

advies op basis van de wateraspecten en de gesignaleerde kansen en knelpunten waaruit duidelijk volgt met welke regelgeving rekening moet worden gehouden

waterbeheerder

bevoegd bestuursorgaan van het overheidslichaam dat belast is met beheer

waterbezwaarlijk

de kans op nadelige effecten voor het water in bijvoorbeeld kanaal, sloot of meer

waterbodem

bodem van een oppervlaktewaterlichaam waarvan het beheer van de waterkwaliteit bij het Rijk of het waterschap berust

waterbreedte

breedte van een oppervlaktewaterlichaam of watergang ter hoogte van de waterspiegel

waterdiepte

verticale afstand tussen waterspiegel en waterbodem

watergang

lijnvormig object dat water voert

waterkering

kunstmatige hoogte, natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan, of hoge gronden inclusief de daarin aanwezige ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben

waterlijn

snijlijn van het watervlak ter hoogte van het peil met de aangrenzende gronden

waterloop

watergang

wateronttrekkingsactiviteit

onttrekken van stoffen, warmte of water. Bij de onttrekkingsactiviteit gaat het om de gevolgen van de onttrokken stoffen, warmte of water voor het watersysteem

waterpeil

peil van een oppervlaktewaterlichaam of watergang

waterplant

plant die zich heeft aangepast aan een tijdelijk of continu submers (onderwater) bestaan. De waterplant groeit in een dusdanig vochtige omgeving waar andere planten niet kunnen overleven

waterschap

Wetterskip Fryslân

waterspiegel

grensvlak tussen water en lucht

waterstaatswerk

oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk

watersysteem

samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken

watervergunning

watervergunning als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet

watervoerend pakket

aquifer

watervoerende laag

één of meer ondergrondse rotslagen of andere geologische lagen die voldoende poreus en doorlatend zijn voor een belangrijke grondwaterstroming of de onttrekking van aanzienlijke hoeveelheden grondwater

werk

bouwwerk, infrastructuur of andere functionele toepassing van bouwstoffen. De definitie staat in artikel 4.1257, tweede lid van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

werkingsgebied

geometrisch aangewezen en begrensd gebied waarop een juridische regel betrekking heeft

wet

Omgevingswet

winterpeil

de onder normale omstandigheden voorkomende waterstand gedurende een bepaalde periode van het jaar wanneer doorgaans sprake is van een neerslagoverschot

zand

soort grond van grotendeels minerale deeltjes, waarvan minimaal 50% massa per massa (m/m) een korrelgrootte heeft tussen 63 micrometer (µm) en 2 millimeter (mm) en maximaal 8% massa per massa (m/m) een korrelgrootte heeft kleiner dan 2 micrometer (µm)

zandwinplas

een met water gevulde uitgraving in het landschap ten behoeve van de zand- en grindwinning ook bekend als diepe plas

zee

grote hoeveelheid water, die in verbinding staat met een andere zee of met een oceaan, die ook als zee kan worden aangeduid, zij het dat een oceaan een zelfstandig geheel vormt met een eigen circulatie (zeestroom)

zoet oppervlaktewaterlichaam

oppervlaktewaterlichaam, niet zijnde een zout oppervlaktewaterlichaam, als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling bodemkwaliteit 2022

zomerpeil

de onder normale omstandigheden voorkomende waterstand gedurende een bepaalde periode van het jaar wanneer doorgaans sprake is van een neerslagtekort

zorgplicht

verplichting van een initiatiefnemer of onderhoudsplichtige tot handelen of nalaten ter borging van de doelen van het watersysteem- of zuiveringsbeheer

zout oppervlaktewaterlichaam

Zeeuwse Delta, Waddenzee of Noordzee, inclusief de havens die hiermee in open verbinding staan en die geen open verbinding hebben met hun achterland, als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling bodemkwaliteit 2022

zuiveringsvoorziening

werk voor het zuiveren van afvalwater, dat geen zuiveringtechnisch werk is, bijvoorbeeld een IBA

zuiveringtechnisch werk

werk voor het zuiveren van stedelijk afvalwater, in exploitatie bij een waterschap of gemeente. Of bij een rechtspersoon die door het dagelijks bestuur van een waterschap met de zuivering van stedelijk afvalwater is belast, inclusief het bij dat werk behorende werk voor het transport van stedelijk afvalwater. Een openbaar vuilwaterriool is geen zuiveringtechnisch werk, maar sluit hierop aan. In de praktijk wordt als grens tussen het openbare vuilwaterriool en het zuiveringtechnisch werk een overdrachtspunt gehanteerd. Op dit punt vindt de feitelijke overdracht van stedelijk afvalwater van de gemeente aan het waterschap plaats. Het werk voor het transport van stedelijk afvalwater vóór het overdrachtspunt is een openbaar vuilwaterriool. Na het overdrachtspunt hoort dit werk bij het zuiveringtechnisch werk

zwelklei

bodemsoort (klei) met het vermogen om relatief veel water op te nemen. Het volume wordt groter en de massa klei zwelt daardoor op. Een voorbeeld van zwelklei is bentoniet

één-op-éénvervanging

nieuw object of voorziening dat is gemaakt van hetzelfde materiaal én heeft dezelfde vorm met dezelfde afmetingen als het te vervangen object of voorziening. Hierbij geldt ook dat een nieuw object of voorziening wordt geplaatst op exact dezelfde plek, op exact dezelfde diepte en hoogte als het te vervangen object of voorziening

HHHH

Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage I bij artikel 1.1 van deze verordening (begrippen)

A Begrippen

In deze waterschapsverordening wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:

aangewezen diepe plas

door het waterschap aangewezen diepe plas waar grond of baggerspecie mag worden toegepast. Hierbij geldt dat grond of baggerspecie uit het beheergebied van het waterschap voldoet aan de Lokale maximale waarden uit de waterschapsverordening en aan de milieuhygiënische kwaliteitsklasse ‘licht verontreinigd’ uit tabel 2 van bijlage B van de Regeling Bodemkwaliteit 2022. Hierbij geldt dat grond of baggerspecie van buiten het beheergebied van het waterschap voldoet aan de milieuhygiënische kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’ voor grond en baggerspecie uit tabel 2 van bijlage B van de Regeling Bodemkwaliteit 2022

aangewezen oppervlaktewaterlichaam

oppervlaktewaterlichaam dat geen niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam is

Achtergrondwaarden

vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen

achterloopsheid

water dat langs constructies loopt als gevolg van waterstandsverschil. Zie ook piping en onderloopsheid

activiteit

handeling of gebeurtenis uitgevoerd door een (rechts)persoon, dier, plant of ander leven, óf natuurverschijnsel, waar juridische regels aan gesteld kunnen worden

adequate techniek

toereikende techniek

afkoppelen

aanpassen van leidingen voor de afvoer van water zodat dit water indirect of direct op het oppervlaktewater wordt geloosd

afrastering

kunstmatig opdelingobjecten, zoals paal-draad constructie, ten behoeve van scheiding van vastgoedobjecten of virtuele gebieden

afvalwater

alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen

afvloeiend/afstromend hemelwater

afvalwater dat ontstaat doordat water uit de hemel valt, zoals regen, sneeuw, hagel en dauw. Het gaat doorgaans om een schone afvalwaterstroom. Daarom heeft deze afvalwaterstroom een bijzondere status. Ook omdat hemelwater direct in het milieu terug kan komen

agrarische activiteit

geheel van activiteiten dat betrekking heeft op gewassen of landbouwhuisdieren voor zover deze geteeld of gekweekt onderscheidenlijk gefokt, gemest, gehouden of verhandeld worden, daaronder mede begrepen agrarisch gemechaniseerd loonwerk zoals het uitvoeren van cultuurtechnische werken, mestdistributie, grondverzet of soortgelijke dienstverlening

algemeen bestuur

algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân

algemene regels

uitvoeringsvoorschriften die gelden voor de in de waterschapsverordening opgenomen toestemmingsvrije, informatieplichtige, meldingsplichtige en vergunningplichtige activiteiten

aquathermie

verzamelterm voor duurzaam verwarmen en koelen met water. Het gaat om warmte en koude uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater

aquatisch milieu

milieu dat zich gedeeltelijk of geheel onder water bevindt

aquifer

geologische formatie waarbinnen de relatief (ten opzichte van de omgeving) hoge doorlatendheid aanzienlijk transport van grondwater mogelijk maakt

baggeren

verwijderen van slib, specie, zand uit een oppervlaktewaterlichaam

baggerpomp

horizontale centrifugaalpomp waarmee sediment, puin en andere schadelijke materialen via zuigleiding worden opgezogen en via een pijpleiding naar een afvoerplaats worden getransporteerd

baggerspecie

materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter (mm)

baggerspuit

apparaat om bagger uit een oppervlaktewaterlichaam te zuigen en direct, gelijkmatig over het aanliggende perceel te spuiten

bebouwde kom

gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft en waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven. De grens van de bebouwde kom volgt niet uit de Wegenverkeerswet 1994, maar net zoals in de ruimtelijke ordening bepaalt de aard van de omgeving waar de grens ligt. Om te spreken van bebouwde kom, moet er sprake zijn van op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing, die is geconcentreerd tot een samenhangende structuur

beheergebied

gebied als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Waterschapswet, waarvoor het waterschap de waterstaatkundige verzorging ten doel heeft

beoordelingsregel

beoordelingsregel is een inhoudelijke regel waaraan het dagelijks bestuur van het waterschap een aanvraag voor een omgevingsvergunning toetst

beperkingengebied

beperkingengebied is een geometrisch begrensd gebied rondom een werk of object waarin, vanwege de aanwezigheid van dat werk of object, regels voor de activiteiten van derden, gelden. Het gaat om gebieden rond luchthavens, wegen, spoorwegen of waterstaatswerken. Onder de Omgevingswet gaan de beschermingszones samen met de kernzone op in ‘beperkingengebieden’. Dit zijn gebieden waar op grond van de Omgevingswet beperkingen gelden vanwege de aanwezigheid van een werk of object, in dit geval een waterstaatswerk

beperkingengebiedactiviteit

activiteit die de functie van een maatschappelijk belangrijk werk of object kan verstoren. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit op of binnen een beperkingengebied

beplanting

begroeiing die door de mens ergens opzettelijk is aangebracht, ook planten die zich spontaan gevestigd hebben

bergingsgebied

gebied waaraan op grond van de wet een functie voor waterstaatkundige doeleinden is toegedeeld, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en dat ook als bergingsgebied op de legger is opgenomen

beschermingszone

zone ter weerszijden van een waterstaatswerk (kernzone), waar voorschriften en beperkingen gelden ter bescherming van het waterstaatswerk

beschoeiing

materiaal dat is aangebracht op de grens van water en land, of langs de waterkant, om de oever tegen afkalving te beschermen, of om te voorkomen dat door afkalving van de oever de doorstroming, de waterbeheersing of het vaarwegverkeer belemmerd wordt

bestuur

dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân

binnenkruinlijn

lijn die de overgang markeert tussen de kruin en het binnentalud

binnentalud

talud aan de binnendijkse zijde van een dijk of waterkering

binnenteen

onderrand van het dijklichaam aan de binnendijkse zijde van de dijk (de overgang van dijk naar maaiveld)

binnenwater

al het stilstaande of stromende water op het landoppervlak en al het grondwater aan de landzijde van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten;

bodembeschermende voorziening

fysieke constructie om bij morsingen en lekkages het verspreiden van bodembedreigende stoffen naar de bodem tegen te gaan. Doel is bodemverontreiniging voorkomen

bodemenergiesysteem

installatie die gebruik maakt van de bodem voor de levering van warmte of koude voor de verwarming of koeling van een gebouw

bodemsanering

schoonmaken van vervuilde grond

boezem

stelsel van gemeen liggende, met elkaar in open verbinding staande waterlopen en meren waarop het water van lager gelegen polders wordt uitgeslagen en dienend voor eventueel tijdelijke berging en lozing op het buitenwater

boezemland

vrij op de boezem afwaterende gronden, deze staan bij hoge boezemwaterstanden onder water, dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van de boezem

boezempeil

in een peilbesluit vastgelegde streefpeil van een boezem ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP)

boezemwater

water in een boezem

boorgat

gat dat geboord is, bijvoorbeeld in beton, staal of grond

boring

middel om door boren of steken toegang te krijgen tot de ondergrond om bijvoorbeeld geroerde en/of ongeroerde monsters aan de ondergrond te ontlenen voor nader onderzoek

bouwen

plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten

bouwwerk

constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties

brandblusvoorziening

voorziening voor het bestrijden van brand als bedoeld in artikel 4.20, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Een brandblusvoorziening is permanent aanwezig, maar wordt enkel in noodsituaties gebruikt. Indien een brandblusvoorziening ook voor andere doeleinden wordt gebruikt, wordt de voorziening niet als een brandblusvoorziening aangemerkt

breuksteen

in de waterbouw toegepast materiaal ter bescherming van kust- en oeverwerken. Het materiaal moet deze werken beschermen tegen de inwerking van bijvoorbeeld golf- en getijdenbewegingen. Bekend zijn de basaltblokken tegen de dijken langs de grote rivieren en de kust

brijn

water met een verhoogde mineralenconcentratie dat overblijft na de onttrekking van water aan gewonnen brak grondwater

brug

verbinding tussen twee punten die van elkaar gescheiden zijn door een hydro-object (oppervlaktewaterlichaam of watergang) waarbij de constructie geen verharde kunstmatige bodem heeft of waarbij de verharding geen deel uitmaakt van de constructie

buitenbeschermingszone

zone buiten het waterstaatswerk en aangrenzende beschermingszone gelegen gronden en wateren, waar voorschriften en beperkingen gelden ter bescherming van het waterstaatswerk en de beschermingszone

buitenkruinlijn

lijn die de overgang markeert tussen de kruin en het buitentalud van de waterkering

buitentalud

hellend vlak van het dijklichaam aan de buitendijkse zijde van de dijk

buitenteen

onderrand van het dijklichaam aan de waterzijde van de dijk (buitendijks)

buitenwater

water van een oppervlaktewaterlichaam waarvan de waterstand direct invloed ondergaat bij hoge stormvloed, bij hoog opperwater van een van de grote rivieren, bij hoog water van het IJsselmeer of het Markermeer, dan wel bij een combinatie daarvan, alsmede het Volkerak-Zoommeer, het Grevelingenmeer, het getijdedeel van de Hollandsche IJssel en de Veluwerandmeren

calamiteitenoefening

oefening die wordt uitgevoerd om bij brand of een andere calamiteit de schade tot een minimum te beperken

civiel kunstwerk

civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf, waarvoor andere materialen dan aarde en zand zijn gebruikt

CMR-stoffen

Carcinogeen, Mutageen en Reprotoxisch-stoffen. Deze zogenaamde CMR-stoffen kunnen kanker veroorzaken, schade veroorzaken aan onze genen of schadelijk zijn voor de voortplanting en het nageslacht

constructie

geheel dat ontstaat door een aantal losse onderdelen samen te voegen tot één stevig geheel

dagelijks bestuur

dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân

dam

werk over een oppervlaktewaterlichaamperceel dat bedoeld is voor de doorgang van een perceel aan de ene kant van het oppervlaktewaterlichaam naar een perceel aan de andere kant van het oppervlaktewaterlichaam, waarbij in tegenstelling tot een brug de bodem wordt onderbroken

damlegger

(houten) balken, langs een dam, om stevigheid te geven; ook achterleggers geheten; legger en ligger worden vaak verward

damwand

verticale constructiedelen die in een opeenvolgende rij de grond worden gedreven, meestal om weerstand te bieden tegen zijkrachten

debiet

volume van een vloeistof of een gas dat per tijdseenheid door een doorsnede stroomt

dempen

dichtgooien van een oppervlaktewaterlichaam met grond of ander vast materiaal

deugdelijke zuiveringsvoorziening

zuiveringsvoorziening volgens de norm gebouwd, technisch betrouwbaar, correct onderhouden is en zorgt voor een effectieve zuivering

diepe plas

oppervlaktewaterlichaam of een deel daarvan dat is ontstaan als gevolg van zandwinning, grindwinning of kleiwinning of een dijkdoorbraak, bijvoorbeeld een zandwinplas

dieren

dieren die de mens wegens plezier en hun nut houdt, niet zijnde huisdieren

Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)

digitale ondersteuning van de Omgevingswet. De centrale spil is het Omgevingsloket

dijk

door mensen aangelegd grondlichaam (al dan niet verdedigd) bestemd tot het keren van water en een type waterkering

dijklichaam

ruimtelijk vorm van de dijk in drie dimensies

dimensie

elk van de richtingen waarin je kunt meten: hoogte, lengte, breedte

doorsnede

(denkbeeldige) oppervlak waarlangs een voorwerp is doorgesneden

doorstroomprofiel

breedte en diepte van het oppervlaktewaterlichaam

drainagewater

water dat wordt afgevoerd via een stelsel van geperforeerde buizen die in de grond zijn aangebracht

drinkwater

drinkwater als bedoeld in artikel 1, van de Drinkwaterwet

drukleiding

persleiding

duiker

kokervormige constructie die is bedoeld om oppervlaktewaterlichamen met elkaar te verbinden

dwarsdoorsnede

doorsnede die loodrecht op de lengterichting staat. Bijvoorbeeld: een doorsnede van een waterloop loodrecht op de gemiddelde richting van de stroming.

emissiegrenswaarde

massa, uitgedrukt in bepaalde specifieke parameters, de concentratie en/of het niveau van een emissie, die of dat gedurende een of meer vastgestelde perioden niet mag worden overschreden

erosie

aantasting van een waterstaatswerk, zoals waterkering of talud

etmaal

periode van een 24 uur, die begint en eindigt om middernacht, gedurende welke de datum niet verandert.

evenement

georganiseerde gebeurtenis of groepsactiviteit zoals roei-, vis- en zwemwedstrijden, survivals, triatlons en fiets- en schaatstoertochten, maar ook een herdenkingsplechtigheid, braderie of themamarkt, optocht op de weg (geen betoging), kermis, feest, muziekvoorstelling

explosiegevaarlijke inrichtingen en materiaal

inrichtingen en materiaal als bedoeld in paragraaf 2, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen

freatisch grondwater

grondwater waarin de stijghoogte (de waterdruk) alleen afhangt van de hoogte van de waterkolom. In freatisch water is de poriëndruk gelijk aan de hydrostatische druk

freatisch water

water in de bodem dat als eerste wordt aangetroffen bij graaf- of boorwerkzaamheden

fysieke leefomgeving

artikel 1.2, tweede lid, van de Omgevingswet, bepaalt dat de fysieke leefomgeving in ieder geval bestaat uit: bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed, werelderfgoed

gebouw

gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet

gestuurde boring

HDD-boring

grond

vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter (mm) en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter (mm), niet zijnde baggerspecie. In Nederland wordt grond naar de grootte en aard van de gronddeeltjes geclassificeerd volgens NEN-EN-ISO 14688-1 en NEN-EN-ISO 14688-2

grond aanbrengen

verplaatsen van grond in dan wel naar een waterstaatswerk

grondsanering

bodemsanering

grondwater

water dat vrij onder het aardoppervlak voorkomt, met de daarin aanwezige stoffen

grondwaterlichaam

afzonderlijke grondwatermassa in een of meer watervoerende lagen

grondwatersanering

verwijderen van verontreinigende componenten uit een grondwaterlichaam door middel van onttrekking (en zuivering) van verontreinigd grondwater

HDD-boring

horizontaal gestuurd boren of hdd (Horizontal Directional Drilling) is een sleufloze techniek die gebruikt wordt voor de aanleg van ondergrondse infrastructuur

hemelwater

water uit neerslag, zoals regen, sneeuw, hagel en dauw

hoge gronden

natuurlijk aanwezige hooggelegen delen in het landschap die niet worden bedreigd door een hoge waterstand op zee, meren of rivieren

hoofdwater

oppervlaktewaterlichaam in beheer en onderhoud bij het waterschap, zoals in de legger is aangegeven. Hoofdwater is erg belangrijk voor de afvoer van water en is over het algemeen breder en dieper dan andere watergangen

hoogste peil

hoogst peil vastgelegd in een peilbesluit, in de regel het winterpeil

hoogwatercircuit

watergang die bedoeld is om de grondwaterstand nabij wegen en bebouwing hoger te houden dan het omliggende agrarisch gebied. Het waterpeil is hier hoger dan het polder- of boezempeil ter plaatse

huisdier

tamme dieren die voor het nut of de gezelligheid door de mens in huis worden gehouden

huishoudelijk afvalwater

afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden

hulpconstructie

tijdelijke constructie of ondersteuning om de activiteit uit te kunnen voeren

hydro-object

samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de Waterwet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna

IBA

Individuele Behandeling van afvalwater is bedoeld voor het lokaal zuiveren van huishoudelijk afvalwater. Het bekendste IBA-systeem is de septic tank. Andere systemen zijn bijvoorbeeld de biorotor, het oxidatiebed en het helofytenfilter

in de bodem brengen van water

het brengen van water in de bodem met als doel het voorkomen of beperken van verlaging van de grondwaterstand of de stijghoogte of het lozen van overtollig water

inerte goederen

goederen die geen bodembedreigende stoffen, gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen zijn. Afvalwater dat bij deze goederen vrijkomt, wordt beschouwd als ’schoon‘ afvalwater

infiltratieput

put voorzien van openingen waardoor het water kan infiltreren

infiltreren van water

in de bodem brengen van water

informatieplicht

verplichting om informatie te verstrekken aan een bestuursorgaan of een andere instantie voorafgaand aan het starten, wijzigen of eindigen van een activiteit, zonder dat daaraan een verbod is gekoppeld de activiteit te verrichten

initiatiefnemer

degene die een activiteit uitvoert of laat uitvoeren

inlaat

inlaatduiker

inlaatduiker

duiker met een afsluitklep voor het binnenlaten van hoger gelegen water in een lager gelegen gebied

insteek

de snijlijn van het schuine talud (oeverhelling) met het horizontaal gelegen maaiveld

inwonerequivalent (i.e.)

als bedoeld in artikel 2, van de Richtlijn 2024/3019 Behandeling stedelijk afvalwater, is de gemiddelde hoeveelheid (afbreekbare) verontreiniging die een persoon per etmaal via de riolering afvoert. Het inwonerequivalent (i.e.) wordt uitgedrukt in de hoeveelheid zuurstof die voor afbraak nodig is

ionenwisselaar

apparaat voor het verwijderen van ongewenste ionen uit een vloeistof door middel van hulpstoffen

kabel

transportmedium, veelal voor elektriciteit of communicatie, zonder holle ruimte. Leidingen met een diameter van maximaal 40 millimeter (mm) die gebruikt worden voor (glasvezel)kabels worden beschouwd als een kabel

kadastrale grens

grens die bij het ontstaan van een perceel wordt vastgelegd bij het Kadaster. Deze grens kan afwijken van de zichtbare gebruiksgrens

kade

beschoeide of gemetselde oeverstrook, waaraan de schepen kunnen aanleggen

kaderrichtlijn water (KWR)

richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327)

kernzone

gebied dat gerekend wordt tot de waterkering bij waterkerende dijklichamen. De kernzone is begrensd door de binnenteen en de buitenteen van de waterkering. De kernzone omvat in ieder geval het keurprofiel en soms ook een deel van het profiel van vrije ruimte

klei

soort grond met een samenstelling van minerale deeltjes, waarvan 8-100% massa per massa (m/m) een korrelgrootte heeft van kleiner dan 2 micrometer (μm) en 0-75% massa per massa (m/m) een korrelgrootte heeft van 2-63 micrometer (μm)

koelwater

water dat als koelmiddel in de industrie of energiecentrales wordt gebruikt voor hun proces. Het water wordt onttrokken uit een oppervlaktewaterlichaam om bepaalde productieprocessen te koelen, waarna het verwarmde water weer wordt geloosd in een oppervlaktewaterlichaam

kruin

strook tussen buitenkruinlijn en binnenkruinlijn, of het hoogst gelegen deel van een waterkering

KRW-waterlichaam

onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een overgangswater of een strook kustwater. Deze definitie staat in bijlage I onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het gaat om een oppervlaktewater als bedoeld in de kaderrichtlijn water (artikel 2, onder 10)

kunstwerk

een civieltechnische constructie voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen, waarvoor andere materialen dan aarde en zand zijn gebruikt

kustwater

oppervlaktewater, gelegen aan de landzijde van een lijn waarvan elk punt zich op een afstand bevindt van één zeemijl zeewaarts van het dichtstbijzijnde punt van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten, zo nodig uitgebreid tot de buitengrens van een overgangswater

kwel

water dat door een drukverschil vanuit de bodem omhoog komt

landelijk gebied

gebied niet zijnde stedelijk gebied

legger

legger als bedoeld in artikel 2.39 van de Omgevingswet of in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet. In de legger is beschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen

lokale waterkering

waterkering, niet zijnde primaire waterkeringen, secundaire waterkeringen of regionale keringen. Bijvoorbeeld keringen langs tussenboezems

lozen

brengen van (afval)water, warmte of andere stoffen in een oppervlaktewaterlichaam of op een zuiveringtechnisch werk

lozingsactiviteit

lozen van stoffen, warmte of water. De lozing vindt plaats direct op een oppervlaktewaterlichaam of in een zuiveringtechnisch werk. Bij lozing in een zuiveringtechnisch werk gaat de lozing niet via een vuilwaterriool. Bij de lozingsactiviteit gaat het om de gevolgen van de geloosde stoffen, de warmte of het water voor het watersysteem of het zuiveringtechnisch werk

lozingspunt

plek waar door middel van een werk water in een oppervlaktewater wordt gebracht, zonder dat het water uit een ander oppervlaktewater afkomstig is

lozingsvoorziening

constructie om water in een oppervlaktewaterlichaam te laten stromen

maaiveld

hoogteligging van het grondoppervlak in een gebied, met uitzondering van taluds en bermen of andere (kunstmatige) verhogingen dan wel verlagingen

mantelbuis

beschermingsbuis bestemd voor de doorvoer van telefoonkabels of elektriciteitsleidingen, of voor de doorvoer van water- en gasleidingen. Een mantelbuis wordt gebruikt bij bijvoorbeeld een doorvoer onder of door een obstakel, zoals een muur, fundering, verkeerweg of anderszins

materiaal

geheel van zaken die je voor een bepaald doel nodig hebt, ruwe grondstof, bouwstof

materie

alles wat ruimte inneemt en massa heeft, is materie. Materie bestaat uit atomen, die op hun beurt zijn opgebouwd uit protonen, neutronen en elektronen. Materie kent vier natuurlijke toestanden: vaste stoffen, vloeistoffen, gassen en plasma. De vijfde toestand van materie zijn de door de mens gemaakte Bose-Einsteincondensaten

materieel

al wat nodig is tot de uitoefening van een bedrijf: werktuigen en machines

medium

drager van een materie of golven. Bijvoorbeeld een vloeistof om een vaste stof in te mengen en daarna aan te ergens op aan te brengen zoals verf of vernis, maar ook een vloeistof of gas die warmte of koude opneemt om elders weer af te geven.

meer

een door land omringde watervlakte

meerpaal

paal in het water, die meestal gebruikt wordt voor het aanmeren van vaartuigen

meetput

civiele constructie waarin meetapparatuur (bijvoorbeeld debietmeting) is opgesteld

meetresultaat

verzameling waarden, die tijdens een inwinning aan objecten gemeten of zijn berekend

melding

een via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) of schriftelijk ingediende mededeling van een initiatief om een activiteit uit te voeren

meldingsplicht

verplichting om voorafgaande de uitvoering van een bepaalde activiteit een melding te doen bij het waterschap. Het is verboden om zonder volledige en tijdige melding de activiteit te verrichten

milieubezwaarlijk

schadelijk voor het milieu (waaronder het leven in het water) vanwege de slechte afbreekbaarheid, de mogelijke toxiciteit en het risico van ophoping in het milieu

militair terrein

gebied als bedoeld in artikel 2.6.3, eerste lid, van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

monster

representatieve hoeveelheid materiaal die volgens een bepaalde bemonsteringswijze op één bepaalde locatie en op één bepaald tijdstip of gedurende een aaneengesloten tijdsperiode verzameld is uit één compartiment van een watersysteem voor het verrichten van onderzoek

Natura 2000-gebied

gebied dat door de bevoegde autoriteit van het land waarin het gebied is gelegen is aangewezen als speciale beschermingszone, ter uitvoering van de artikelen 3, tweede lid, onder a, en 4, eerste en tweede lid, van de vogelrichtlijn of de artikelen 3, tweede lid, en 4, vierde lid, van de habitatrichtlijn, of een gebied dat is opgenomen op de lijst van gebieden van communautair belang, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de habitatrichtlijn

natuurgebied

gebied dat gericht is op het behoud, herstel of de ontwikkeling van biodiversiteit en natuurlijke processen, en dat daartoe is aangewezen als Natura 2000-gebied, deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), of op vergelijkbare wijze wordt beheerd met natuurdoelen door een overheid, terreinbeherende organisatie of particuliere eigenaar

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

samenhangend geheel van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden, ecologische verbindingszones en natuurvriendelijk beheerde agrarische gronden, dat door provincies – waaronder de provincies Fryslân en Groningen – planologisch is vastgelegd in hun Omgevingsverordening, met als doel het behouden, herstellen en duurzaam ontwikkelen van biodiversiteit en ecosysteemfuncties in Nederland

natuurvriendelijke oever

oever die ten behoeve van het verbeteren van de ecologische toestand is ingericht, of van nature aanwezig is, met een luwe ondiepwaterzone die oever- en waterplanten de kans biedt zich te ontwikkelen

Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)

zelfstandige, onafhankelijke stichting die voor verschillende maatschappelijke thema’s aan de hand van een normalisatieproces op basis van consensus tussen belanghebbenden op nationaal en internationaal niveau afspraken (normen/’best practices’) vastlegt in documenten en in richtlijnen

neem contact op met

optie in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) om het bevoegd gezag de gelegenheid te geven de klantvriendelijkheid / mate van dienstverlening in te kunnen vullen per onderwerp. Bedoeld om de initiatiefnemer naar de juiste contactpersoon te sturen

NEN-norm

norm van het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)

niet van toepassing

regels uit de waterschapsverordening gelden niet voor de aangegeven situatie

niet-aangewezen diepe plas

diepe plassen zoals geregeld onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk)

niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam

oppervlaktewaterlichaam dat met het oog op het lozen bijzondere bescherming behoeft

niet-inerte goederen

lekkende, uitlogende en vermestende goederen

Normaal Amsterdams Peil (NAP)

hét Nederlands standaard vergelijkingsvlak voor de hoogteligging. Een NAP-hoogte van 0 meter is ongeveer gelijk aan het gemiddeld zeeniveau van de Noordzee

NPR

Nederlandse Praktijkrichtlijn is een praktische uitwerking van een norm

oever

gebied op de grens van water en land waar het dynamisch samenspel van land en water plaatsvindt

oeverbeschermende voorziening

voorziening die is aangebracht langs de oeverlijn om de oever tegen afkalving te beschermen. Voorbeelden hiervan zijn beschoeiingen, bestaande uit een aan één gesloten rij palen of planken, damwanden en betuiningen

oeverconstructie

grondkerende constructie ter instandhouding van de gronden gelegen aan een waterloop

omgekeerde osmose

proces waarin een semi-permeabel membraan wordt gebruikt om opgeloste vaste stoffen, organische stoffen, pyrogenen, submicro colloïdale materie, virussen, en bacteriën van water te scheiden. Dit proces wordt 'omgekeerde' osmose genoemd, omdat het druk vereist om puur water door een membraan te persen, terwijl alle onzuiverheden achterblijven

omgevingsvergunning

vergunning als bedoeld in afdeling 5.1 van de Omgevingswet

onderbemaling

het plaatselijk lager houden van het waterpeil, dan het waterpeil dat het waterschap voor het betreffende peilgebied heeft vastgesteld of hanteert

onderhoudsdam

dam die tot doel heeft de passage van onderhoudsmachines voor het waterschap mogelijk te maken

onderhoudsplichtige

partij die de onderhoudsverplichting heeft

onderloopsheid

water dat onder een kunstwerk loopt als gevolg van een waterstandsverschil. Zie ook piping en achterloopsheid

ondersteunend kunstwerk

kunstwerk dat van belang is voor de taakuitoefening van het waterschap of voor het functioneren van het watersysteem

ondiepwaterzone

water met een diepte van maximaal 700 millimeter (mm)

ongewoon voorval

gebeurtenis, ongeacht de oorzaak daarvan, die afwijkt van het normale verloop van een activiteit, zoals een storing, ongeluk, calamiteit, waardoor significante nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan, waaronder:

  • een geval van een inbreuk op vergunningsvoorwaarden als bedoeld in artikel 8 van de richtlijn industriële emissies, of

  • een zwaar ongeval als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de Seveso-richtlijn

onttrekken

onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam of van grondwater door middel van een onttrekkingsinrichting

onttrekkingsinrichting

inrichting of werk, bestemd voor het onttrekken van grondwater

onttrekkingspunt

locatie waar water gewonnen wordt uit het oppervlaktewater ten behoeve van industrie of drinkwaterwinning

onttrekkingsput

constructie die geboord of gegraven is onder het maaiveld met als doel het verkrijgen van water uit een aquifer systeem (watervoerend pakket)

ontwatering

afvoer van water uit percelen over en door de grond en eventueel door drainbuizen en greppels naar een stelsel van grotere waterlopen

opbarsting

bezwijken van de grond, door het ontbreken van verticaal evenwicht in de grond, onder invloed van wateroverdrukken

open ontgraving

graafmethode waarbij het maaiveld wordt geopend om via een sleuf kabels of leidingen aan te leggen, inspecteren, vervangen of verwijderen

opgaande houtbeplanting

bomen en struiken en andere opgaande beplantingen

oppervlaktewater

binnenwateren, met uitzondering van grondwater; overgangswater en kustwateren en, voorzover het de chemische toestand betreft, ook territoriale wateren

oppervlaktewaterlichaam

onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een watergang (zoals een natte sloot), een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een overgangswater of een strook kustwater, inclusief de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna.

overgangswater

oppervlaktewater in de nabijheid van een riviermonding dat gedeeltelijk zout is door de nabijheid van kustwateren, maar dat in belangrijke mate door zoetwaterstromen beïnvloed wordt

overhangend bouwwerk

bouwwerk dat geheel of gedeeltelijk over het oppervlaktewaterlichaam hangt

overig water

alle oppervlaktewaterlichamen niet zijnde hoofdwater of schouwwater

peil

waterstand zoals dit als referentiepeil in een peilbesluit is vastgesteld

peilbesluit

besluit dat voorziet in de vaststelling van waterstanden of bandbreedten waarbinnen waterstanden kunnen variëren, die gedurende daarbij aangegeven perioden of omstandigheden zoveel mogelijk in stand worden gehouden

peilbuis

buis waarmee men de grondwaterstand meet of waarin men monsters neemt van het grondwater

peilgebied

waterstaatkundige eenheid waar eenzelfde waterpeil heerst. Dit peil kan worden geregeld door een gemaal of een stuw. Het peil in een peilgebied wordt in Nederland bepaald door het waterschap waaronder het peilgebied valt. De peilen worden vastgelegd in een peilbesluit

peilregulerend kunstwerk

kunstwerk dat een functie vervult in de door het waterschap te handhaven peil, onder andere: gemalen, onderbemalingen, opmalingen, stuwen, peilscheidingsdammen, sluizen, duikers met kleppen, schuiven, stuwende duikers en inlaten

perceel

virtuele eenheid van zakelijk recht, in het terrein af te bakenen door middel van uit te zetten en omsluitende rechtsgrenzen, en voorzien van een unieke kadastrale aanduiding volgens de identificatie van het Rijkskadaster

perceelsontsluiting

toegankelijkheid verkrijgen tot een perceel dat geheel of gedeeltelijk ingesloten is door oppervlaktewater. De ontsluiting vindt veelal plaats via een brug, duiker, dam met duiker of een dam zonder duiker

persleiding

buis waarin het afvalwater onder druk stroomt. De druk wordt geleverd door een pomp

pionierbegroeiing

eerste plantengroei die opkomt op een kale of pas ontstane plek, zoals natte grond, opgespoten zand of drooggevallen oevers

piping

terugschrijdende erosie in een tunneltje (pipe) onder een dijklichaam. Zie ook onderloopsheid en achterloopsheid. Waterkeringbeheerders kunnen gebruikmaken van het D-soil Model voor de ondergrondschematisering voor sterkteberekening voor piping

plasdras

(tijdelijk) onder water zetten van grasland of greppels (greppel plas-dras). Ook het onder water zetten, inunderen, van bloembollenvelden wordt onder deze maatregel geschaard

pomp

werktuig dat door middel van een verschil in druk vloeistoffen of gassen verplaatst

poriewater

water dat wordt vastgehouden in de ruimte (of spleten) tussen de vaste deeltjes van de grond

primaire waterkering

waterkering die beveiliging biedt tegen overstroming door buitenwater

profiel

doorsnede van een object in lengterichting, in dwarsrichting of langs een verticaal, waarbij kenmerken van het object langs de doorsnede worden vastgelegd

profiel oppervlaktewaterlichaam

dwarsdoorsnede van een oppervlaktewaterlichaam

profiel van vrije ruimte

ruimte ter weerszijden van, boven en onder een waterstaatswerk die naar het oordeel van de beheerder nodig is voor toekomstige verbeteringen

projectbesluit

projectbesluit als bedoeld in paragraaf 5.2.3 van de Omgevingswet

projectplan

projectplan als bedoeld in artikel 5.4 van de Waterwet

recreatie

recreatieve activiteiten zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, schaatsen, kamperen, al dan niet in de vorm van een evenement

regionale waterkering

niet-primaire of secundaire waterkering die is aangewezen in de Omgevingsverordening van de provincie Fryslân of de provincie Groningen. Deze waterkeringen staan als zodanig in onze legger, hieronder vallen niet alleen de ‘natte’ (bijvoorbeeld kades langs boezemwateren), maar ook ‘droge’ waterkeringen

retourbemaling

in de bodem terugbrengen van onttrokken grondwater

rietkraag

rand van riet langs oevers

rietstrook

rietkraag

Rijksdriehoeksstelsel

Stelsel van de Rijksdriehoeksmeting

rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi)

zuiveringtechnisch werk dat is ingericht om stedelijk afvalwater te zuiveren. Het werk wordt beheerd door of namens het waterschap

rivier

natuurlijke waterloop welke fungeert als het zichtbare afvoersysteem van het overtollige water in een bepaald gebied

ruimgat

boorgat dat expres groter is gemaakt dan de diameter van de door te voeren kabel of leiding, om ruimte te geven voor montage, tolerantie, mantelbuis of afdichting.

ruimtelijke reserveringszone

combinatie van het profiel van vrije ruimte en de daarbij horende toekomstige beschermingszones. Deze toekomstige beschermingszones zijn door het waterschap berekend

schouwwater

oppervlaktewaterlichaam in onderhoud bij de eigenaren van de aan die wateren grenzende percelen, zoals in de legger aangegeven, voor deze wateren geldt de schouwplicht

secundaire waterkering

waterkering die bij doorbraak van de primaire waterkering de overstroming kunnen beperken of vertragen

sediment

korrelvormig materiaal dat door verwering en erosie van het vaste aardoppervlak is ontstaan

seismisch onderzoek

onderzoek naar de bodemopbouw door kunstmatig opgewekte trillingen

semi-permeabel

medium dat water toestaat om te passeren, maar opgeloste vaste stoffen tegenhoudt, zodat het gebruikt kan worden om vaste stoffen van water te scheiden

septictank

tank waarin het afvalwater wordt gezuiverd via een proces van bezinking, opdrijving en biologische afbraak. Het zuiveringsrendement hangt onder meer af van de verblijftijd van het afvalwater in de tank

sondering

bepalen van het draagvermogen van de grond door een staaf met kegelvormige punt met een tophoek van 60 graden, de sondeerconus, in de grond te drukken en daarbij de mechanische weerstand van de grond te meten

spanningsbemaling

onttrekken van grondwater uit het watervoerende pakket met als doel de opwaartse druk te verlagen om opbarsten van de bodem te voorkomen

spoorvoertuig

voertuig, als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet, bestemd voor het verkeer over spoorwegen

stedelijk afvalwater

huishoudelijk afvalwater of een mengsel van huishoudelijk afvalwater met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Stedelijk afvalwater gaat via het openbaar vuilwaterriool naar een zuiveringtechnisch werk, ook wel rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) genoemd. Regenwater dat niet via de riolering met huishoudelijk afvalwater wegstroomt, valt niet onder stedelijk afvalwater. Ook bedrijfsafvalwater dat rechtstreeks naar een zuiveringsinstallatie gaat, valt niet onder stedelijk afvalwater

stedelijk gebied

in principe valt elke bebouwde kom onder “stedelijk gebied” met dien verstand dat er wel sprake moet zijn van een kern met een “stedelijk” watersysteem. Lint bebouwing wordt in principe niet als stedelijk gebied aangemerkt. De afwatering is bij lint bebouwing diffuus verspreid over grotere oppervlakken, waardoor de hoeveelheid aan en af te voeren water per watergang gering is. Het stedelijk gebied kan zowel industrieterreinen als woonwijken betreffen. Uitgesloten zijn de gebieden, die binnen de bebouwingscontour volgens het bestemmingsplan een agrarische bestemming hebben

steekmonster

afzonderlijk monster dat op een moment genomen wordt

steiger

constructie die deels over een oppervlaktewaterlichaam is geplaatst en is verankerd in het achterliggende deel

Stelsel van de Rijksdriehoeksmeting

nationaal coördinatensysteem. Het Stelsel van de Rijksdriehoeksmeting (RD) bestaat uit een netwerk van ongeveer 5.600 RD-punten verspreid over Nederland. Het Rijksdriehoeksstelsel is onderdeel van de Nederlandse geodetische infrastructuur. De punten uit het Rijksdriehoeksstelsel (RD-punten) worden door het Kadaster gecontroleerd en onderhouden

stijghoogte

potentieel peil van het wateroppervlak van grondwater, gemeten vanaf een bepaald niveau (bijvoorbeeld Normaal Amsterdams Peil (NAP), maar meestal de hoogte van de bodem). Het is de hoogte van het water in een peilbuis, of waar het grondwater zou staan als men een put zou slaan

stof

vorm van materie. In het geval van meten van stof is stof bedoeld als zijnde heel kleine deeltjes. In het geval van een lozing is stof bedoeld als zijnde afvalstof, verontreinigende of schadelijke stof

stortsteen

breuksteen

stuw

vaste of beweegbare constructie in het water die dient om de waterhoogte bovenstrooms en/of benedenstrooms van de constructie te regelen

talud

onder helling gelegen vlak

territoriale wateren

territoriale zee als bedoeld in artikel 1, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee

toepassen baggerspecie

partijen grond en baggerspecie mogen alleen volgens de regels van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) worden toegepast als sprake is van een nuttige toepassing.

toestemmingsvrij

toestemming om zonder voorafgaande melding een activiteit te starten, veranderen of uit te voeren. Er zijn geen specifieke regels voor de uitvoering van deze activiteit. Indien er sprake is van een zorgplicht of het wijzen op algemene regels, zijn hiervoor teksten in de toelichting op deze conclusie opgenomen

uitspoeling

weglopen via (grond)water in het oppervlaktewater van bepaalde stoffen, zoals fosfaat en stikstof. Transport van materie vanuit tussenlaag of ondergrond door de toplaag naar buiten. Uitspoeling kan leiden tot vermesting of verzuring van oppervlaktewater en heeft daardoor negatieve gevolgen voor de gebruiksfunctie natuur

uitstroomvoorziening

constructie om water in een oppervlaktewaterlichaam te laten stromen

vaarweg

elk voor het openbaar scheepvaartverkeer openstaand water

vee

dieren die de mens wegens hun nut houdt

verbod (absoluut verbod)

verboden om een activiteit (op een bepaalde wijze) te verrichten en daar zal ook geen vergunning voor worden verleend

verdiepen

dieper maken van een oppervlaktewaterlichaam

vergunning

omgevingsvergunning tenzij expliciet anders vermeld

vergunningplicht

verplichting om voorafgaande de uitvoering van een bepaalde activiteit een vergunning te verkrijgen van het waterschap. Het is verboden om zonder vergunning de activiteit te verrichten

verhard oppervlak

grondoppervlak waarop hemelwater niet in de bodem kan infiltreren, zoals daken, bestrating of asfalt

verharding

wijze waarop een weg, tuin of terrein geheel of gedeeltelijk is verhard

verondiepen

ondieper maken van een oppervlaktewaterlichaam

verordening

Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân, tenzij anders expliciet vermeld

versnelde afvoer

verschijnsel dat water door toename van verhard oppervlak sneller in een oppervlaktewaterlichaam of riolering terechtkomt

verspreiden baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam

Baggerspecie die op ongewenste plaatsen is gesedimenteerd elders weer terugbrengen in het watersysteem. De sedimentbalans wordt zo hersteld

vetafscheider

scheidingsput in het rioolstelsel die dient om bezinkbaar en drijvend vuil, slib, etensresten en vet uit het afvalwater te halen door het af te scheiden

visstoep

kade of steiger bestemd voor sportvissers

vlonder

constructie op maaiveldhoogte deels of geheel over het oppervlaktewaterlichaam. Hieronder vallen mede houten vloeren, werken op palen, visstoepen en boenstoepen

voorland

elk buitendijks gebied vormt een voorland

voorziening

maatregel met een functie zoals een bodembeschermende voorziening, brandblusvoorziening, uitstroomvoorziening of een oeverbeschermende voorziening

vuilwaterriool

openbaar vuilwaterriool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, aangesloten op een zuiveringsvoorziening, die blijkens een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet mede voor het zuiveren van stedelijk afvalwater is bedoeld, of aangesloten op een zuiveringtechnisch werk of een werk, niet zijnde een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, aangesloten op een zuiveringtechnisch werk

Waddeneilanden

Waddeneilanden in het beheergebied van het waterschap: Ameland, Terschelling, Vlieland en Schiermonnikoog

warmtevracht

bedrijven gebruiken oppervlaktewater soms als koelwater. Na gebruik loost het bedrijf het dan verwarmde water weer in het oppervlaktewater. De warmtevracht is een maat voor het opwarmend vermogen van het koelwater. De warmtevracht is afhankelijk van de lozingssnelheid en het temperatuurverschil tussen het koelwater en het oppervlaktewater

warmtewisselaar

apparaat dat warmte of koude van een vloeistof en/of gas gescheiden overbrengt naar een ander medium

water

de meest algemene, over de gehele aarde verbreide vloeistof die, als zij zuiver is, geen kleur, reuk of smaak heeft en waarvan de moleculen uit twee atomen waterstof en één atoom zuurstof bestaan (H2O)

wateractiviteit

verzameling van verschillende activiteiten die allemaal een relatie hebben met water: beperkingengebiedactiviteit rond een waterstaatswerk, beperkingengebiedactiviteit rond een installatie in een waterstaatswerk (het gaat hierbij niet om mijnbouwinstallaties), lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam, lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk, stortingsactiviteit op zee, wateronttrekkingsactiviteit, activiteiten waarover de waterschapsverordening regels bevat

wateradvies

advies op basis van de wateraspecten en de gesignaleerde kansen en knelpunten waaruit duidelijk volgt met welke regelgeving rekening moet worden gehouden

waterbeheerder

bevoegd bestuursorgaan van het overheidslichaam dat belast is met beheer

waterbezwaarlijk

de kans op nadelige effecten voor het water in bijvoorbeeld kanaal, sloot of meer

waterbodem

bodem van een oppervlaktewaterlichaam waarvan het beheer van de waterkwaliteit bij het Rijk of het waterschap berust

waterbreedte

breedte van een oppervlaktewaterlichaam of watergang ter hoogte van de waterspiegel

waterdiepte

verticale afstand tussen waterspiegel en waterbodem

watergang

lijnvormig object dat water voert

waterkering

kunstmatige hoogte, natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan, of hoge gronden inclusief de daarin aanwezige ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben

waterlijn

snijlijn van het watervlak ter hoogte van het peil met de aangrenzende gronden

waterloop

watergang

wateronttrekkingsactiviteit

onttrekken van stoffen, warmte of water. Bij de onttrekkingsactiviteit gaat het om de gevolgen van de onttrokken stoffen, warmte of water voor het watersysteem

waterpeil

peil van een oppervlaktewaterlichaam of watergang

waterplant

plant die zich heeft aangepast aan een tijdelijk of continu submers (onderwater) bestaan. De waterplant groeit in een dusdanig vochtige omgeving waar andere planten niet kunnen overleven

waterschap

Wetterskip Fryslân

waterspiegel

grensvlak tussen water en lucht

waterstaatswerk

oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk

watersysteem

samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken

watervergunning

watervergunning als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet

watervoerend pakket

aquifer

watervoerende laag

één of meer ondergrondse rotslagen of andere geologische lagen die voldoende poreus en doorlatend zijn voor een belangrijke grondwaterstroming of de onttrekking van aanzienlijke hoeveelheden grondwater

werk

bouwwerk, infrastructuur of andere functionele toepassing van bouwstoffen. De definitie staat in artikel 4.1257, tweede lid van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

werkingsgebied

geometrisch aangewezen en begrensd gebied waarop een juridische regel betrekking heeft

wet

Omgevingswet

winterpeil

de onder normale omstandigheden voorkomende waterstand gedurende een bepaalde periode van het jaar wanneer doorgaans sprake is van een neerslagoverschot

zand

soort grond van grotendeels minerale deeltjes, waarvan minimaal 50% massa per massa (m/m) een korrelgrootte heeft tussen 63 micrometer (µm) en 2 millimeter (mm) en maximaal 8% massa per massa (m/m) een korrelgrootte heeft kleiner dan 2 micrometer (µm)

zandwinplas

een met water gevulde uitgraving in het landschap ten behoeve van de zand- en grindwinning ook bekend als diepe plas

zee

grote hoeveelheid water, die in verbinding staat met een andere zee of met een oceaan, die ook als zee kan worden aangeduid, zij het dat een oceaan een zelfstandig geheel vormt met een eigen circulatie (zeestroom)

zoet oppervlaktewaterlichaam

oppervlaktewaterlichaam, niet zijnde een zout oppervlaktewaterlichaam, als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling bodemkwaliteit 2022

zomerpeil

de onder normale omstandigheden voorkomende waterstand gedurende een bepaalde periode van het jaar wanneer doorgaans sprake is van een neerslagtekort

zorgplicht

verplichting van een initiatiefnemer of onderhoudsplichtige tot handelen of nalaten ter borging van de doelen van het watersysteem- of zuiveringsbeheer

zout oppervlaktewaterlichaam

Zeeuwse Delta, Waddenzee of Noordzee, inclusief de havens die hiermee in open verbinding staan en die geen open verbinding hebben met hun achterland, als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling bodemkwaliteit 2022

zuiveringsvoorziening

werk voor het zuiveren van afvalwater, dat geen zuiveringtechnisch werk is, bijvoorbeeld een IBA

zuiveringtechnisch werk

werk voor het zuiveren van stedelijk afvalwater, in exploitatie bij een waterschap of gemeente. Of bij een rechtspersoon die door het dagelijks bestuur van een waterschap met de zuivering van stedelijk afvalwater is belast, inclusief het bij dat werk behorende werk voor het transport van stedelijk afvalwater. Een openbaar vuilwaterriool is geen zuiveringtechnisch werk, maar sluit hierop aan. In de praktijk wordt als grens tussen het openbare vuilwaterriool en het zuiveringtechnisch werk een overdrachtspunt gehanteerd. Op dit punt vindt de feitelijke overdracht van stedelijk afvalwater van de gemeente aan het waterschap plaats. Het werk voor het transport van stedelijk afvalwater vóór het overdrachtspunt is een openbaar vuilwaterriool. Na het overdrachtspunt hoort dit werk bij het zuiveringtechnisch werk

zwelklei

bodemsoort (klei) met het vermogen om relatief veel water op te nemen. Het volume wordt groter en de massa klei zwelt daardoor op. Een voorbeeld van zwelklei is bentoniet

één-op-éénvervanging

nieuw object of voorziening dat is gemaakt van hetzelfde materiaal én heeft dezelfde vorm met dezelfde afmetingen als het te vervangen object of voorziening. Hierbij geldt ook dat een nieuw object of voorziening wordt geplaatst op exact dezelfde plek, op exact dezelfde diepte en hoogte als het te vervangen object of voorziening

B NEN-normen

NEN 6402

NEN 6402:2010: Water - Bepaling van het halogeengehalte van niet-vluchtige extraheerbare organohalogeenverbindingen (EOX)

NEN 6600-1

NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019

NEN 6646

NEN 6646/C1:2015: Water - Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl, door mineralisatie met seleen, met behulp van een doorstroomanalysesysteem - Ontsluiting met zwavelzuur, seleen en kaliumsulfaat, versie 2015 + C1:2015

NEN 6966

NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2006

NEN-EN 12566-1

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016

NEN-EN 13284-1

NEN-EN 13284-1:2001: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 1: Manuele gravimetrische methode, versie 2001

NEN-EN 1825-1

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole

NEN-EN 1825-2

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud

NEN-EN 872

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005

NEN-EN-ISO 10301

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997

NEN-EN-ISO 11732

NEN-EN-ISO 11732:2005: Water - Bepaling van ammonium stikstof - Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 2005

NEN-EN-ISO 11885

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009

NEN-EN-ISO 12846

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012

NEN-EN-ISO 13395

NEN-EN-ISO 13395:1997: Water - Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 1997

NEN-EN-ISO 15587-1

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002

NEN-EN-ISO 15587-2

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002

NEN-EN-ISO 15680

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie, versie 2003

NEN-EN-ISO 15681-1

NEN-EN-ISO 15681-1:2005: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA), versie 2005

NEN-EN-ISO 15681-2

NEN-EN-ISO 15681-2:2018: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA), versie 2018

NEN-EN-ISO 15682

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001

NEN-EN-ISO 17294-2

NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016

NEN-EN-ISO 17852

NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008

NEN-EN-ISO 17993

NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004

NEN-EN-ISO 5667-3

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018

NEN-EN-ISO 5815-1

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019

NEN-EN-ISO 5815-2

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003

NEN-EN-ISO 6878

NEN-EN-ISO 6878:2004: Water - Bepaling van fosfor - Ammoniummolybdaat spectometrische methode, versie 2004

NEN-EN-ISO 9377-2

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000

NEN-ISO 15705

NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003

NEN-ISO 15923-1

NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013

NEN-ISO 5663

NEN-ISO 5663:1993: Water - Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof - Methode na mineralisatie met seleen, versie 1993

NEN 3650

NEN 3650-1:2020- Eisen voor buisleidingsystemen Deel 1: Algemene eisen, NEN 3650-2:2020- Eisen voor buisleidingsystemen Deel 2: Aanvullende eisen voor leidingen van staal, NEN 3650-3:2020- Eisen voor buisleidingsystemen Deel 3: Aanvullende eisen voor leidingen van kunststof, NEN 3650-4:2020- Eisen voor buisleidingsystemen Deel 4: Aanvullende eisen voor leidingen van beton en NEN 3650-5:2020- Eisen voor buisleidingsystemen Deel 5: Aanvullende eisen voor leidingen van gietijzer

NEN 3651

NEN 3651:2020 Aanvullende eisen voor buisleidingen in of nabij belangrijke waterstaatswerken

NPR 3659

NPR 3659:1996: Ondergrondse pijpleidingen - Grondslagen voor de sterkteberekening

[Vervallen]

IIII

Na bijlage I wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Bijlage II NEN-normen

NEN 6402

NEN 6402:2010: Water - Bepaling van het halogeengehalte van niet-vluchtige extraheerbare organohalogeenverbindingen (EOX)

NEN 6600-1

NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019

NEN 6646

NEN 6646/C1:2015: Water - Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl, door mineralisatie met seleen, met behulp van een doorstroomanalysesysteem - Ontsluiting met zwavelzuur, seleen en kaliumsulfaat, versie 2015 + C1:2015

NEN 6966

NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2006

NEN-EN 12566-1

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016

NEN-EN 13284-1

NEN-EN 13284-1:2001: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 1: Manuele gravimetrische methode, versie 2001

NEN-EN 1825-1

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole

NEN-EN 1825-2

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud

NEN-EN 872

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005

NEN-EN-ISO 10301

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997

NEN-EN-ISO 11732

NEN-EN-ISO 11732:2005: Water - Bepaling van ammonium stikstof - Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 2005

NEN-EN-ISO 11885

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009

NEN-EN-ISO 12846

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012

NEN-EN-ISO 13395

NEN-EN-ISO 13395:1997: Water - Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 1997

NEN-EN-ISO 15587-1

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002

NEN-EN-ISO 15587-2

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002

NEN-EN-ISO 15680

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie, versie 2003

NEN-EN-ISO 15681-1

NEN-EN-ISO 15681-1:2005: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA), versie 2005

NEN-EN-ISO 15681-2

NEN-EN-ISO 15681-2:2018: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA), versie 2018

NEN-EN-ISO 15682

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001

NEN-EN-ISO 17294-2

NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016

NEN-EN-ISO 17852

NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008

NEN-EN-ISO 17993

NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004

NEN-EN-ISO 5667-3

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018

NEN-EN-ISO 5815-1

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019

NEN-EN-ISO 5815-2

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003

NEN-EN-ISO 6878

NEN-EN-ISO 6878:2004: Water - Bepaling van fosfor - Ammoniummolybdaat spectometrische methode, versie 2004

NEN-EN-ISO 9377-2

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000

NEN-ISO 15705

NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003

NEN-ISO 15923-1

NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013

NEN-ISO 5663

NEN-ISO 5663:1993: Water - Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof - Methode na mineralisatie met seleen, versie 1993

NEN 3650

NEN 3650-1:2020- Eisen voor buisleidingsystemen Deel 1: Algemene eisen, NEN 3650-2:2020- Eisen voor buisleidingsystemen Deel 2: Aanvullende eisen voor leidingen van staal, NEN 3650-3:2020- Eisen voor buisleidingsystemen Deel 3: Aanvullende eisen voor leidingen van kunststof, NEN 3650-4:2020- Eisen voor buisleidingsystemen Deel 4: Aanvullende eisen voor leidingen van beton en NEN 3650-5:2020- Eisen voor buisleidingsystemen Deel 5: Aanvullende eisen voor leidingen van gietijzer

NEN 3651

NEN 3651:2020 Aanvullende eisen voor buisleidingen in of nabij belangrijke waterstaatswerken

NPR 3659

NPR 3659:1996: Ondergrondse pijpleidingen - Grondslagen voor de sterkteberekening

JJJJ

Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage II III Overzicht Geografische Informatieobjecten

aangewezen diepe plas

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c639ca7f-79f5-4236-87d3-e448f55ef182/nld@2025‑12‑09;3

aangewezen oppervlaktewaterlichaam

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4781332d-0f78-4959-a486-01f72e1265d3/nld@2025‑12‑09;3

beheergebied van Wetterskip Fryslân

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/bfa76636-f993-4385-beae-8133e2f51bf7/nld@2025‑12‑09;2

beschermingszone van een hoofdwater

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/79d8c73c-44f9-4d9b-8d64-afa560e48444/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een lokale waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/068450c1-c82e-46ee-939b-cc9dba5a1e16/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een natuurgebied

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3377c767-316b-41e3-82b5-372abc6f7c03/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c4c7f013-b884-4f6c-b9b0-9fc9664069f7/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een regionale waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/58c219ca-144c-450a-8e8a-e84c66e7b5f3/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een secundaireregionale waterkering in hoge gronden

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/05142681-23f8-4703-bb0e-cd27257e87a3/nld@2025‑12‑09;3

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/a87fab54-e1c9-4f88-b4b2-66a857e88530/nld@2026‑05‑21;4

beschermingszone van een secundaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/9dde54c7-30c1-4b52-b48c-26775fd04b54/nld@2025‑12‑09;3

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/05142681-23f8-4703-bb0e-cd27257e87a3/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een waterkering in hoge gronden

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/a87fab54-e1c9-4f88-b4b2-66a857e88530/nld@2025‑12‑09;3

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/9dde54c7-30c1-4b52-b48c-26775fd04b54/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een waterstaatswerk (deelgebied 1/2)

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/41ef1b60-f567-49dd-965b-e246e4334f43/nld@2025‑12‑09;3

beschermingszone van een waterstaatswerk (deelgebied 2/2)

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/38c4aff4-804e-49ea-bccd-00c94f88a954/nld@2025‑12‑09;3

binnen de bebouwde kom

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3fc0435c-0189-476f-9014-455c06f4ebc4/nld@2025‑12‑09;3

boezem

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e700cb7b-6907-49bb-9dd5-4ddd8100b889/nld@2025‑12‑09;3

boezemland

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/8b43298f-7d45-406b-9e05-899632e655b5/nld@2025‑12‑09;3

buiten de bebouwde kom

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/85537469-8ec6-4f4e-af05-7a71070be0c5/nld@2025‑12‑09;3

buitenbeschermingszone van een primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/f064f826-a98e-4a6b-926f-0d1aa31dfd98/nld@2025‑12‑09;3

buitenbeschermingszone van een secundaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/bcc3ce78-d4a6-4cde-b32c-c00eb9e2cec0/nld@2025‑12‑09;3

gebied peil hoger dan boezempeil

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4d42ab44-5272-4fb1-9224-36956e140631/nld@2025‑12‑09;2

gebied waar bij calamiteiten regels gelden voor grondwater onttrekken

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/2b900194-5f05-4fe4-9a60-8094040a4de1/nld@2023‑12‑05;1

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/2b900194-5f05-4fe4-9a60-8094040a4de1/nld@2026‑05‑21;2

gebied waar bij calamiteiten regels gelden voor lozen oppervlaktewater

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/5ac478cc-d662-4dd9-a333-3d000f6621db/nld@2023‑12‑05;1

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/5ac478cc-d662-4dd9-a333-3d000f6621db/nld@2026‑05‑21;2

gebied waar bij calamiteiten regels gelden voor onttrekken oppervlaktewater

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e9529c95-7bdd-4c79-b81c-d371f5269c87/nld@2023‑12‑05;1

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e9529c95-7bdd-4c79-b81c-d371f5269c87/nld@2026‑05‑21;2

gebied waar bij calamiteiten regels gelden voor water in de bodem brengen

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/0fbc7774-1739-4974-9507-e2db72a0fb25/nld@2023‑12‑05;1

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/0fbc7774-1739-4974-9507-e2db72a0fb25/nld@2026‑05‑21;2

gebied waar bij overige calamiteiten regels gelden

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/0aeae7b5-58c0-4f22-8c51-96055527f75a/nld@2023‑12‑05;1

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/0aeae7b5-58c0-4f22-8c51-96055527f75a/nld@2026‑05‑21;2

gronden grenzend aan een regionale waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1652f552-7f6c-4b9d-a25c-6f24fb3e43f5/nld@2025‑12‑09;2

gronden grenzend aan een regionale waterkering in hoge gronden

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/29a64a75-d49f-41f3-b1c9-8c5bf92f345b/nld@2025‑12‑09;2

gronden grenzend aan een waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1b97b19e-feea-405f-8086-c4ad7da457f2/nld@2025‑12‑09;2

gronden grenzend aan hoofdwater

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/fe007926-7bac-43b6-a42e-a8f8ccc16860/nld@2025‑12‑09;2

grondwaterlichaam

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/400a774c-35d9-4f6d-a9d4-e385027aa446/nld@2025‑12‑09;2

hoofdwater

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/030f0ba5-0537-4888-a500-466c24d140f9/nld@2025‑12‑09;3

hoogwatercircuit

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/fa16bd46-0f97-492a-937d-3ce4d353ff53/nld@2025‑12‑09;2

KRW-waterlichaam

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/ce18809f-7880-4522-ad60-6ef72d0d6825/nld@2025‑12‑09;2

kwetsbaar gebied

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c7558dbb-6a6a-404f-adea-9663aec6081c/nld@2025‑12‑09;2

lokale waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c5a91cd5-bd82-4682-ad55-bf440814d48e/nld@2025‑12‑09;3

natuurfunctie

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/f21a5b0d-e6e1-48de-b4fc-ff52d454aaa4/nld@2025‑12‑09;2

natuurgebied

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/d9b2e15b-531c-4d0c-aa2e-1fa5cd1e84b1/nld@2025‑12‑09;2

natuurvriendelijke oever

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/58fbea31-12c1-4a7b-9289-632cfaa9531b/nld@2025‑12‑09;2

niet-kwetsbaar gebied

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/33fd1805-97e1-473c-b462-17ec35922ba7/nld@2025‑12‑09;2

niet-vrij afstromend gebied

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/7ee541a3-b7b7-4cf0-8bbc-a9eb1d7a8dad/nld@2025‑12‑09;2

ondiepwaterzone

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/915948ca-f039-4c1d-8136-09a8ea525c28/nld@2026‑05‑21;2

oppervlaktewaterlichaam (deelgebied 1/2)

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e1034c1a-5426-4664-abd7-3a53ccc9eaf6/nld@2025‑12‑09;3

oppervlaktewaterlichaam (deelgebied 2/2)

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4369193d-2b9a-475e-8311-1d8e2e9582e3/nld@2025‑12‑09;3

overig water

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4c5a6ec6-c6d8-45e4-b41f-ba8eba47e50b/nld@2025‑12‑09;3

peilregulerend kunstwerk

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c554806d-eb86-499b-b5b5-56566d465921/nld@2025‑12‑09;3

primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/2406a910-4ae4-4bc2-85a6-a2c57e83ee16/nld@2025‑12‑09;3

profiel van vrije ruimte van een primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/0ab3e409-0586-423c-b5aa-89aa279c9e8c/nld@2025‑12‑09;3

provincie Fryslân

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/2b2b41f8-4577-4ca9-bfa2-9f433da2404e/nld@2025‑12‑09;2

provincie Groningen

/join/id/regdata/ws0653/2025‑12‑09/2ac019e7-68be-4196-82a0-12a133a3668a/nld@2025‑12‑09;1

regionale waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/5ec0d84e-5eda-4122-b1c0-f1a7d5780641/nld@2025‑12‑09;3

regionale waterkering in hoge gronden

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/b2da47c9-77ee-4b4d-ba53-13240a7e688f/nld@2025‑12‑09;3

reserveringszone van een primaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/759a1fcb-3ff9-48f4-9e69-714cdf83be9c/nld@2025‑12‑09;3

schouwwater

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1e03cca3-3ca2-4631-b67b-49d8531b4e37/nld@2025‑12‑09;3

secundaire waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1af6a7d6-e8ee-4a20-89ad-9890a5b50dd0/nld@2025‑12‑09;3

stedelijk gebied

/join/id/regdata/ws0653/2025‑12‑09/c18ec7a5-6344-4a06-8bd8-a0bdfcebab7f/nld@2025‑12‑09;1

vaarweg

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1865ae49-795f-46a9-8531-8523203196e7/nld@2025‑12‑09;2

vrij afstromend gebied

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/b8b6a178-8740-4583-9a7c-cf5219d95cc3/nld@2025‑12‑09;2

Waddeneilanden

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/9d88f65a-4167-44eb-8c2d-d620a697d831/nld@2025‑12‑09;2

waterbergingsgebied

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c4a6b0f2-68f8-43b6-81b2-0ae043be3223/nld@2025‑12‑09;3

waterkering

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/d5ead21d-525a-4c44-8bd0-981fc74c3b2d/nld@2025‑12‑09;3

waterkering grenzend aan boezemwater

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/6b082883-4ec0-4f04-8db1-dfab2215a022/nld@2025‑12‑09;2

waterkering in hoge gronden

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/230aba19-9949-4514-8954-116f9a65db25/nld@2025‑12‑09;3

waterstaatswerk (deelgebied 1/2)

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3f193a42-8cf1-4bea-be0b-d6005fcd05f0/nld@2025‑12‑09;3

waterstaatswerk (deelgebied 2/2)

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3cdd5cc1-bc43-42bb-b918-b35f19e4bb6c/nld@2025‑12‑09;3

zuiveringtechnisch werk

/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e13930c2-7a4f-43a7-b751-5846fd192a27/nld@2025‑12‑09;2

KKKK

Algemene Toelichting wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Algemene Toelichting

1. Grondslag van de waterschapsverordening

De waterschapsverordening is een algemene verordening van het waterschap waarin vrijwel alle regels over de fysieke leefomgeving van het waterschap zijn opgenomen. De waterschapsverordening vervangt de keur en de algemene regels. De grondslag voor deze waterschapsverordening is artikel 56 in combinatie met artikel 78 van de Waterschapswet waarin staat dat het waterschap verordeningen vaststelt die het nodig oordeelt voor de behartiging van de opgedragen taken. De taken die op basis van artikel 1 van de Waterschapswet aan waterschappen worden opgedragen betreffen de zorg voor het watersysteem (inclusief waterkwaliteit) en de zorg voor het zuiveren van afvalwater. Eventueel kan nog de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden worden opgedragen, bijvoorbeeld het vaarwegenbeheer.

Artikel 2.5 van de Omgevingswet schrijft verder voor dat het algemeen bestuur één waterschapsverordening vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen.



2. Omgevingswet en digitaal stelsel

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Belangrijke uitgangspunten zijn meer lokale afwegingsruimte, minder rijksregels en vergunningplichten, snellere besluitvorming en toegankelijke informatie.

Wetterskip Fryslân is beleidsluw overgegaan: de keur en algemene regels bij de keur zijn vrijwel ongewijzigd omgezet in een digitale waterschapsverordening. Deze sluit volledig aan bij de Omgevingswet en is via het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) samen met de regels van andere overheden beschikbaar.

De digitalisering gaat gepaard met betere dienstverlening door toepasbare regels en vragenbomen. Daarbij zijn activiteiten gekoppeld aan zogenoemde werkingsgebieden: duidelijk begrensde zones op een digitale kaart waar specifieke regels gelden, bijvoorbeeld voor dijken, watergangen of natuurgebieden. Deze zijn benoemd in artikel 1.4. Via vragenbomen worden gebruikers stap voor stap naar de juiste regels geleid, zodat zij eenvoudig kunnen nagaan of een activiteit op een locatie is toegestaan of een vergunning of melding nodig is en welke algemene regels gelden.



3. Belangrijke wijzigingen waterschapsverordening

Behalve de digitalisering zijn er nog drie belangrijke wijzigingen: het opnemen van de algemene regels in de waterschapsverordening, het vervallen van de onderhoudsbepalingen en het opnemen van rijksregels met betrekking tot lozingen.

Algemene regels in de waterschapsverordening

In de keur gold het verbod om zonder watervergunning activiteiten op of aan waterstaatswerken uit te voeren. Om te voorkomen dat voor geringe ingrepen een zware vergunningprocedure moest worden doorlopen, zijn in 2010 algemene regels aan de keur toegevoegd. Hierdoor konden eenvoudige activiteiten met een melding worden afgedaan of geheel worden vrijgesteld van vergunning- en meldingsplicht. In 2013, 2015 en 2018 zijn deze algemene regels verder aangepast, waarbij telkens verdere deregulering heeft plaatsgevonden. Deze lijn wordt in de waterschapsverordening voortgezet: de algemene regels van de keur maken nu integraal onderdeel uit van de verordening. De voorwaarden uit de voormalige algemene regels zijn per activiteit opgenomen bij de artikelen over de mogelijke uitkomsten, terwijl de voorschriften in afzonderlijke artikelen Algemene Regels zijn ondergebracht. Voorschriften zijn steeds van toepassing en gelden naast de voorwaarden.

Onderhoudsplichten uit de waterschapsverordening

Op grond van artikel 2.2 van het Omgevingsbesluit mogen onderhoudsplichten niet in de waterschapsverordening opgenomen worden. Bij de invoering van de waterschapsverordening zijn deze onderdelen van de keur daarom opgenomen in een aparte onderhoudsverordening. In de legger worden de onderhoudsplichtigen van de waterstaatswerken aangewezen. In de aparte onderhoudsverordening staat wat ze moeten doen. Dit wordt nog nader toegelicht in de Beleidsregels Integrale legger en Waterschapsverordening van Wetterskip Fryslân.

Beschermingszones uit de legger in de waterschapsverordening

Met invoering van de Omgevingswet zijn de beschermingszones als onderdeel van de legger komen te vervallen. Onder de systematiek van de Omgevingswet zijn deze zones beperkingengebieden gaan heten en in de Waterschapsverordening opgenomen. Deze zones naast het waterstaatswerk zijn specifiek aangegeven om daarin regels te stellen voor activiteiten. Waar welke regels voor activiteiten gelden, is voortaan te zien in het portaal van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). In de toelichting bij artikel 1.4 staat uitleg over beperkingengebieden.

Decentralisatie van lozingen: de bruidsschat

Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet is het bieden van meer ruimte voor gebiedsgericht maatwerk. Om dit mogelijk te maken, is bepaalde regelgeving overgeheveld van het Rijk als centrale overheid naar lokale overheden. Dit wordt ook wel de bruidsschat genoemd. De lokale overheden kunnen deze wetgeving vervolgens naar eigen inzicht aanpassen. Voor waterschappen betreft het regelgeving over lozingen op oppervlaktewateren of een zuiveringtechnisch werk. Wetterskip Fryslân heeft ervoor gekozen om de regels in eerste instantie grotendeels over te nemen. Waar deze wel zijn gewijzigd zijn ze in overeenstemming gebracht met bestendig beleid van het waterschap.



4. Opbouw van de waterschapsverordening en inhoud op hoofdlijnen



5. Leeswijzer

In hoofdstuk 2 tot en met 4 zijn activiteiten beschreven waarvoor onder bepaalde voorwaarden geen vergunningplicht geldt, maar waar met een melding kan worden volstaan of die soms geheel toestemmingsvrij zijn (geen vergunningplicht en geen meldingsplicht). Is de activiteit niet specifiek beschreven in hoofstuk 2 tot en met 4 dan gelden de vangnetvergunningplichten van hoofdstuk 1.

De regels over activiteiten zijn als volgt opgebouwd:

waterschapsverordening - toelichting - opbouw activiteiten

Het toepassingsbereik van een artikel omvat alle activiteiten waarop de regeling ziet. De mogelijke uitkomsten – toestemmingsvrij, meldingsplichtig, vergunningplichtig of anderszins – vullen elkaar aan en beslaan gezamenlijk het gehele toepassingsbereik. Het onderscheid wordt bepaald door de voorwaarden: zolang aan de voorwaarden van de lichtste categorie wordt voldaan, geldt die uitkomst, en bij het niet voldoen verschuift de activiteit naar een zwaardere categorie. Daarmee is steeds slechts één uitkomst van toepassing. De systematiek loopt op van licht naar zwaar en wijkt daarmee af van de klassieke opbouw vanuit een verbod met uitzonderingen.

De teksten zo geschreven dat ze zo veel mogelijk voldoen aan het 'Toepassingsprofiel Waterschapsverordeningen' volgens de 'STandaard Officiële Publicaties met ToepassingsProfielen voor OmgevingsDocumenten (STOP/TPOD)', en de ‘Aanwijzingen voor de regelgeving’ voor de opbouw van de teksten:

  • Hoofdstuk, afdeling, artikel, leden, onderdeel (a.), subonderdeel (1.), subsubonderdeel (i.);

  • Opsommingen: In de tekst staat altijd of het ‘en’ of ‘of’ betreft. Deze aanduiding geldt voor de hele opsomming totdat een nieuwe aanduiding volgt en staat in ieder geval bij de een-na-laatste regel.

LLLL

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.9, eerst lid fungeert als vangnetartikel. Als een activiteit niet omschreven is in deze waterschapsverordening dan geldt de vergunningplicht indien de activiteit niet in overeenstemming is met de functie van het waterstaatswerk. De toevoeging ‘in overeenstemming met de functie’ moet vrij beperkt worden geïnterpreteerd: er is bijvoorbeeld geen omgevingsvergunning nodig voor zwemmen in zwemwater of varen op een vaarweg. Echter auto’s, motoren zijn zonder omgevingsvergunning of pachtcontract van het waterschap niet toegestaan op waterkeringen. Loslopende huisdieren zijn zonder omgevingsvergunning evenmin toegestaan op waterkeringen.

Onder de vangnetvergunningplicht vallen ook de handelingen waarmee de waterstand op een ander peil wordt gebracht of gehouden dan het peil dat voor het betreffende oppervlaktewaterlichaam door het waterschap is vastgesteld.

In het tweede lid is opgenomen dat een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit wordt geweigerd, voor zover verlening daarvan niet verenigbaar is met de doelstellingen genoemd in artikel 1.3 van deze waterschapsverordening. Een dergelijke bepaling stond eerder in artikel 6.21 Waterwet. Dat artikel keert in artikel 8.84, eerste lid Besluit kwaliteit leefomgeving slechts terug voor bepaalde wateractiviteiten, vandaar dat dit artikel nu voor alle wateractiviteiten in de waterschapsverordening is opgenomen. Dit artikel bevordert de voorspelbaarheid van de belangenafweging en daarmee de rechtszekerheid voor de aanvrager.

In artikel 5.34, derde lid onder b en artikel 13.5 van de Omgevingswet en artikel 8.5 van het Omgevingsbesluit is geregeld dat in een waterschapsverordening kan worden bepaald dat er (financiële) voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit kunnen worden verbonden. In het derde lid is hier gevolg aan gegeven. De reden dat hier expliciet wordt genoemd dat het waterschap voorschriften ter voorkoming van belemmering onderhoud/verhoging onderhoudskosten mag opnemen, komt voort uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS 27 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI4968). De Afdeling achtte het in die uitspraak aanvaardbaar dat de overheid financiële compensatie vraagt voor het dempen van water, indien compensatie in natura door het graven van een nieuw oppervlaktewaterlichaam niet mogelijk is. Het naast een compensatie in natura ook vragen van financiële compensatie vanwege voor het waterschap toegenomen onderhoudskosten strekt niet ter bescherming van het belang in verband waarmee die watervergunning werd verleend. Daarvoor is een wettelijke grondslag nodig. Met het bepaalde in artikel 1.9 staat ondubbelzinnig vast dat het waterschap voorschriften ter voorkoming van belemmering onderhoud/verhoging onderhoudskosten aan een omgevingsvergunning kan verbinden. Dit zijn niet enkel voorschriften over financiële zekerheid op voorhand, maar ook voorschriften die gaan over aanpassing van het vergunde indien na verloop van tijd groot onderhoud aan het waterstaatswerk/beschermingszone waarbinnen of waarnaast het vergunde ligt, dat vereist. Een voorschrift kan zijn dat indien in het kader van groot onderhoud een hoofdwatergang en of waterkering moet worden aangepast, vergunninghouder van bijvoorbeeld een beschoeiing of brug deze op eigen kosten verwijderd en eventueel terugplaatst na afronding van de waterschapswerkzaamheden. De gedachte achter een dergelijk voorschrift is dat het rechtvaardiger is de meerkosten van het onderhoud bij een initiatiefnemer te leggen dan deze af te wentelen op de maatschappij.

MMMM

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 2.12: Meldingsplicht voor lozen van grondwater bij saneringen

Afvalwater afkomstig van het saneren van de bodem of het grondwater (of een aan een grondwatersanering voorafgaand onderzoek) is qua biologische afbreekbaarheid niet vergelijkbaar met huishoudelijk afvalwater. In lijn met de voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwater, opgenomen in artikel 10.29a van de Wet milieubeheer, heeft het de voorkeur om dit afvalwater na zuivering lokaal terug te brengen in het milieu en niet af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) via het openbare vuilwaterriool. Daarom is in dit artikel het lozen op een oppervlaktewaterlichaam toegestaan. Deze afdeling geldt ook voor lozingen afkomstig van milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. In dat geval zijn de regels van deze afdeling maatwerkregels op grond van artikel 2.12 van dat besluit.

Bij het saneren kunnen, naast het positieve milieueffect dat de sanering heeft, ook nadelige gevolgen optreden. Om de nadelige gevolgen voor de oppervlaktewaterkwaliteit van bij het saneren vrijkomend afvalwater te beperken, zijn in dit artikel emissiegrenswaarden opgenomen voor het lozen daarvan. Vaak wordt dit water ter plaatse gezuiverd. Het afvalwater wordt vervolgens in het oppervlaktewater geloosd.

Voor lozingen in het oppervlaktewater zijn emissiegrenswaarden geformuleerd voor oppervlaktewateren die voor lozingen geen bijzondere bescherming nodig hebben, en wateren waarbij een bijzondere bescherming wel aan de orde kan zijn. De emissiegrenswaarden zijn overgenomen uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen lozingen op aangewezen oppervlaktewaterlichamen en niet-aangewezen oppervlaktewaterlichamen. De aangewezen oppervlaktewaterlichamen, die een grotere omvang hebben en daardoor minder kwetsbaar zijn voor lozingen, zijn opgenomen in bijlage IIIII bij deze verordening.

In het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit lozen buiten inrichtingen was ook bepaald dat het afvalwater doelmatig moest kunnen worden bemonsterd. Die regel is nu opgenomen in de specifieke zorgplicht in dit hoofdstuk.

NNNN

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 2.23: Meet- en rekenbepalingen

In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd. Er zijn normen opgenomen voor het bemonsteren en conserveren. Ook zijn de analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de stoffen waaraan in deze afdeling emissiegrenswaarden worden gesteld voorgeschreven. De versies van de NEN-EN-normen zijn opgenomen in de begripsbepalingen van bijlage IBijlage II.

Als er wordt bemonsterd, moeten de monsters volgens NEN-EN-ISO 5667-3 worden geconserveerd om te voorkomen dat in de monsters verandering optreedt voor de te analyseren parameter tussen het moment van bemonstering en het moment van analyse. Aangezien de emissiegrenswaarden die zijn gesteld betrekking hebben op het totaal van opgeloste en niet opgeloste stoffen in het afvalwater, is het van belang dat het monster niet gefilterd wordt en dat de stoffen die zich onopgelost in het afvalwater bevinden meegenomen worden in de analyse.

OOOO

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 2.31: Algemene regels

Er mogen aan het koelwater geen chemicaliën (zoals aangroeiwerende middelen of antikalk-middelen) worden toegevoegd. De maximaal te lozen warmtevracht hangt af van het type oppervlaktewaterlichaam waarop wordt geloosd. De aangewezen oppervlaktewaterlichamen zijn opgenomen in bijlage IIIII bij deze verordening; andere oppervlaktewaterlichamen zijn niet-aangewezen oppervlaktewaterlichamen.

De warmtevracht van een koelwaterlozing wordt berekend als het product van het lozingsdebiet en het verschil tussen de lozingstemperatuur en de temperatuur van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam. De warmtecapaciteit van het koelwater is gelijk aan 4.190 kJ per m3 per graad temperatuursverhoging. Anders geformuleerd:

De warmtevracht = L x ∆T x W, waarbij

L = lozingsdebiet (m3/s)

∆T = verschil temperatuur koelwater en temperatuur ontvangend oppervlaktewater in graden Celsius.

W = warmtecapaciteit van het koelwater = 4.190 kJ/m3 per graad temperatuurstijging.

Voor het lozen van koelwater met een hogere warmtevracht, of voor het toedienen van chemicaliën, is een maatwerkvoorschrift vereist.

PPPP

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 2.57: Meet- en rekenbepalingen

Dit artikel geeft aan welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Dit artikel met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijft niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd. Er zijn normen opgenomen voor het bemonsteren en conserveren. Ook zijn de analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de stoffen waaraan in artikel 2.59 emissiegrenswaarden worden gesteld voorgeschreven. De versies van de NEN-EN-normen zijn opgenomen in deBijlage II begripsbepalingen van bijlage I bij deze verordening.

Als er wordt bemonsterd, moeten de monsters volgens NEN-EN-ISO 5667-3 worden geconserveerd om te voorkomen dat in de monsters verandering optreedt voor de te analyseren parameter tussen het moment van bemonstering en het moment van analyse.

Aangezien de emissiegrenswaarden die zijn gesteld betrekking hebben op het totaal van opgeloste en niet opgeloste stoffen in het afvalwater, is het van belang dat het monster niet gefilterd wordt en dat de stoffen die zich onopgelost in het afvalwater bevinden meegenomen worden in de analyse.

QQQQ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 2.59: Meldingsplicht voor lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen die kunnen uitlogen

Dit artikel heeft betrekking op goederen die bij contact met water kunnen uitlogen. Dit artikel geldt voor lozingen afkomstig van milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. In dat besluit is geregeld dat het te lozen afvalwater in een vuilwaterriool moet worden geloosd. Voor het doelmatig beheer van afvalwater kan het water ook op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam worden geloosd. Dit artikel is een maatwerkregel op het Bal. De verplichte lozingsroute naar het vuilwaterriool kan in deze waterschapsverordening niet worden «uitgezet». Daarom is in het omgevingsplan een regel opgenomen die bepaalt dat de verplichte lozingsroute een facultatieve lozingsroute wordt, als in de waterschapsverordening lozen in het oppervlaktewater is toegestaan.

lozen van afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen waaruit stoffen kunnen uitlogen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam is toegestaan als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk en ook niet binnen een afstand van 40 meter (m) aangesloten kan worden op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk. Als er binnen die afstand wel een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk aanwezig is, is het niet toegestaan om te lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam. Het ligt dan voor de hand om aan te sluiten op die riolering of zuiveringtechnisch werk. De afstand is de afstand van het vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk tot de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt. De aangewezen oppervlaktewaterlichamen zijn opgenomen in bijlage IIIII bij deze verordening.

Bij het lozen op een oppervlaktewaterlichaam moet voldaan worden aan de emissiegrenswaarden in de tabel. De emissiegrenswaarden zijn overgenomen uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.

Niet voor alle goederen zijn alle stoffen in de tabel relevant. Zo zijn bijvoorbeeld voor agribulk alleen het chemisch zuurstofverbruik, onopgeloste stoffen, som van stikstofverbindingen en som van fosforverbindingen van belang.

Naar boven