Waterschapsblad van Hoogheemraadschap van Rijnland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap van Rijnland | Waterschapsblad 2026, 11255 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap van Rijnland | Waterschapsblad 2026, 11255 | overige overheidsinformatie |
Regeling benoeming bestuursleden in de categorie ongebouwd van het waterschapsbestuur door het Bestuur van LTO Noord
Vastgesteld op 8 april 2026 door het Algemeen Bestuur van LTO Noord
Regeling als bedoeld in artikel 14 lid 2 van de Waterschapswet inzake de selectie en de benoeming door LTO Noord van vertegenwoordigers voor de categorie 'ongebouwd' in de algemene besturen van waterschappen.
De Waterschapswet voorziet in de samenstelling van het Algemeen Bestuur (AB) of Algemene Vergadering (AV) van het waterschap. Dit bestuur wordt gevormd door vertegenwoordigers van drie categorieën van belanghebbenden: ingezetenen (algemene taakbelangen), ongebouwde eigendommen en natuurterreinen. De provincies Noord-Holland en Zuid-Holland hebben bij reglement vastgesteld dat het AB van Hoogheemraadschap van Rijnland uit 30 bestuursleden bestaat, waarvan vier geborgde zetels (twee ongebouwd, twee natuur).
Voor de categorie Ongebouwd worden de vertegenwoordigers benoemd door de aangewezen organisatie (zie art 14). Er is door de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland besloten om LTO Noord hiervoor aan te wijzen.
Met de voorliggende teksten voorziet LTO Noord in een regeling omtrent de selectie en benoeming van de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers van de categorie Ongebouwd in het bestuur van het waterschap. Het waterschap maakt deze regeling bekend.
Volgens de wet moet de provincie bij reglement bepalen hoe tot benoeming gekomen wordt indien er meer dan een organisatie aangewezen is, waarbij de provincie dan de stemverhouding vastlegt. Indien dit niet of onvoldoende duidelijk gebeurt, dient de benoeming in onderling overleg tussen de betreffende landbouworganisaties geregeld te worden. Voor de algemene bepalingen in dit reglement is de Waterschapswet leidend.
Artikel 1: Algemene bepalingen en definities
Selectiecommissie: een commissie ingesteld door LTO Noord met als opdracht het selecteren van kandidaten voor het Algemeen Bestuur van het waterschap in de categorie Ongebouwd, ten behoeve van het doen van een voordracht aan het Bestuur van LTO Noord, ter benoeming van de leden voor de categorie Ongebouwd in het Algemeen Bestuur/Algemene Vergadering van het betreffende waterschap. (De selectiecommissie wordt ook wel vertrouwenscommissie genoemd.)
Reservekandidaat: een persoon die te kennen heeft gegeven om namens de categorie Ongebouwd een zetel in het Algemeen Bestuur van het waterschap te willen vervullen, die voldoet aan de wettelijke eisen, en die zich als zodanig beschikbaar stelt voor benoeming door LTO Noord. Deze kandidaat is reserve en wordt pas benoemd indien een zittend bestuurslid in de categorie Ongebouwd geen zitting meer kan nemen in het waterschapsbestuur.
Artikel 3: Instelling, bevoegdheden en werkwijze Selectiecommissie
Instelling van de Selectiecommissie
LTO Noord stelt per waterschap een Selectiecommissie in met als opdracht het selecteren van kandidaten voor het AB/de AV van een waterschap voor de categorie 'Ongebouwd'. Op basis van de ontvangen sollicitaties en de gesprekken met de kandidaten, stelt de Selectiecommissie een advies op tot voordracht voor benoeming, dat aan het bestuur van LTO Noord wordt aangeboden.
Artikel 4. De kandidaatstellingprocedure
LTO Noord doet tijdig voorafgaand aan de waterschapsverkiezingen en zo mogelijk in samenspraak met het waterschap een oproep aan belangstellenden om zich kandidaat te stellen als bestuurslid. Deze oproep wordt geplaatst in het ledenblad Nieuwe Oogst, alsmede via de digitale ledennieuwsbrief en op de website van LTO Noord en via andere media kanalen van aan LTO-gelieerde organisaties. Daarnaast op een voor eenieder toegankelijke internetsite en een publiek zeer bekend landbouwblad zoals De Boerderij, alsmede andere kanalen buiten de directe LTO-media.
Kandidaatstelling gebeurt schriftelijk aan de hand van een volledig ingevuld en ondertekend kandidaatstellingsformulier dat per post of per email naar de Vertrouwenscommissie wordt gezonden. Bij de kandidaatstelling geeft de kandidaat aan of hij tevens (of in voorkomend geval: uitsluitend) in aanmerking wenst te komen voor aanwijzing als reserve kandidaat-bestuurslid.
Artikel 5: De benoeming van bestuursleden Ongebouwd
Het Bestuur van LTO Noord stelt de aangewezen reservebestuursleden en de niet benoemde kandidaten voor het bestuur van het besluit schriftelijk in kennis. Desgevraagd kan de Selectiecommissie aan een niet benoemde of aangewezen kandidaat een toelichting geven op hoe zijn/haar kandidatuur is beoordeeld door de commissie.
Wanneer een benoemd bestuurslid zijn benoeming niet aanvaardt of voor het einde van de zittingsduur terugtreedt uit het bestuur, of wanneer zijn bestuurslidmaatschap door andere oorzaken eindigt, benoemt het bestuur van LTO Noord het eerst aangewezen reservebestuurslid in zijn plaats. Het bepaalde in lid 4 is van overeenkomstige toepassing.
Relevante artikelen uit titel II van de Waterschapswet
Titel II. De samenstelling en inrichting van het waterschapsbestuur
Hoofdstuk III. Inleidende bepaling
Hoofdstuk IV. Het algemeen bestuur
De vertegenwoordigers van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, worden benoemd door de daartoe bij reglement aangewezen organisaties. Indien voor een categorie meer dan één organisatie wordt aangewezen wordt bij reglement bepaald op welke wijze de aangewezen organisaties tot een benoeming komen.
De organisaties, bedoeld in het eerste lid, voorzien tijdig in een regeling omtrent de selectie en de benoeming van de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers van de desbetreffende categorie van belanghebbenden en zenden de regeling ter kennisneming aan het waterschapsbestuur. Het waterschapsbestuur maakt de regelingen bekend.
§ 2. De zittingsduur, het lidmaatschap en de plaatsvervanging
De organisatie geeft de benoemde schriftelijk kennis van zijn benoeming. De organisatie geeft tegelijkertijd schriftelijk kennis van de benoeming aan het algemeen bestuur.
De benoemde deelt uiterlijk op de tiende dag na de dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in artikel 17, het algemeen bestuur schriftelijk mede dat hij de benoeming aanvaardt. Bij een benoeming die plaatsvindt na de eerste samenkomst van het nieuwe algemeen bestuur, deelt de benoemde uiterlijk op de achtentwintigste dag na de dagtekening van de kennisgeving, schriftelijk aan het algemeen bestuur mede dat hij de benoeming aanvaardt.
Het algemeen bestuur onderzoekt de kennisgeving, bedoeld in artikel 17, onmiddellijk en beslist of de benoemde als lid van dat algemeen bestuur wordt toegelaten. Daarbij gaat het na of de benoemde voldoet aan de vereisten voor het lidmaatschap, genoemd in de artikelen 31, eerste en tweede lid, en 33, eerste en tweede lid, en of de benoeming, bedoeld in artikel 14, overeenkomstig de wet en het reglement is uitgevoerd.
De voorzitter van het algemeen bestuur verleent aan een lid van dat bestuur op diens verzoek tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling op de in het verzoek vermelde dag die ligt tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling, zoals die blijkt uit een door het lid overgelegde verklaring van een arts of verloskundige.
De voorzitter van het algemeen bestuur verleent aan een lid van dat bestuur op diens verzoek tijdelijk ontslag, indien het lid wegens ziekte niet in staat is het lidmaatschap uit te oefenen en blijkens de verklaring van een arts aannemelijk is dat hij de uitoefening van het lidmaatschap niet binnen acht weken zal kunnen hervatten. Het tijdelijk ontslag gaat in op de dag na de bekendmaking van de beslissing op het verzoek.
De organisatie benoemt een vervanger voor de plaats die is opengevallen als gevolg van een tijdelijk ontslag als bedoeld in de artikelen 21 en 22. De artikelen 17 tot en met 19 zijn van toepassing op de benoeming en toelating, met dien verstande dat in afwijking van artikel 18, eerste lid, de benoeming uiterlijk op de tiende dag na de dagtekening van de kennisgeving van benoeming wordt aanvaard.
Indien de vervanger van het lid van het algemeen bestuur aan wie tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, voortijdig ontslag neemt, dan wel wordt benoemd tot lid van het algemeen bestuur voor een plaats die is opengevallen anders dan als gevolg van een tijdelijk ontslag, benoemt de voorzitter van de organisatie een nieuwe tijdelijke vervanger voor de resterende periode van het tijdelijk ontslag.
§ 3. De zittingsduur, het begin van het lidmaatschap en de plaatsvervanging
§ 4. Bijzondere bepalingen in verband met de instelling van een waterschap
De in artikel E 13, eerste en derde lid, van de Kieswet bedoelde bevoegdheid, onderscheidenlijk de in de artikelen V 4, eerste lid, en V 4a, eerste lid, van de Kieswet en artikel 19, eerste lid, bedoelde bevoegdheden berusten bij het dagelijks bestuur, onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het ingevolge het eerste lid aangewezen waterschap.
Voor zover ingevolge enig wettelijk voorschrift medewerking moet worden verleend door het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur of door de voorzitter van het waterschap, geschiedt dit door het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur of door de voorzitter van het ingevolge het eerste lid aangewezen waterschap.
Bij een besluit tot instelling van een waterschap als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt bepaald dat een algemeen bestuur wordt aangesteld voor het in te stellen waterschap. Op de samenstelling van dit algemeen bestuur zijn de artikelen 12, 13 en 14 van toepassing, met dien verstande dat in de artikelen 13, eerste lid, en 14, eerste lid, voor «bij reglement» wordt gelezen: bij het besluit tot instelling van het waterschap.
De verdeling van het aantal zetels van het algemeen bestuur, bedoeld in het eerste lid, bestemd voor vertegenwoordigers van de categorie van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, vindt plaats naar rato van het aantal kiesgerechtigde ingezetenen bij de laatstgehouden verkiezingen in elk op te heffen waterschap. De zetels worden toegewezen op grond van de uitslag van deze verkiezingen. De artikelen P 2 tot en met P 19a van de Kieswet zijn hierop van toepassing.
Voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur is vereist dat men ingezetene is, de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en niet krachtens artikel B 5, eerste lid, van de Kieswet van het kiesrecht is uitgesloten. Het vereiste van ingezetenschap geldt niet voor de vertegenwoordigers van de categorie belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel c.
Zodra een lid dat vertegenwoordiger is van een van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, niet blijkt te voldoen aan een van de in het eerste lid bedoelde vereisten of een in het tweede lid bedoelde betrekking blijkt te vervullen, houdt deze op lid te zijn. In dat geval is artikel X 4a van de Kieswet van overeenkomstige toepassing.
Leden van het dagelijks bestuur die na de stemming, bedoeld in artikel J 6a van de Kieswet, niet zijn toegelaten tot lid van het algemeen bestuur zijn geen lid van dat algemeen bestuur.
Ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats is niet benoembaar tot lid van het algemeen bestuur hij die na de laatstgehouden periodieke verkiezing van de leden in het algemeen bestuur, behorende bij de categorie van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, wegens handelen in strijd met artikel 33 van het lidmaatschap van het algemeen bestuur is vervallen verklaard.
Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend, ontvangen de leden van het algemeen bestuur als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van het waterschap. Voordelen ten laste van het waterschap, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, genieten zij slechts voor zover dat is bepaald bij of krachtens de wet dan wel bij verordening van het algemeen bestuur. De verordening behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten.
Ten aanzien van een lid dat vertegenwoordiger is van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, dat handelt in strijd met het bepaalde in het eerste lid, zijn de artikelen X 7a, eerste tot en met vijfde lid, en X 9 van de Kieswet, van overeenkomstige toepassing
Profielschets voor waterschapbestuurder geborgde zetel landbouw
De functie van lid van het algemeen bestuur van een waterschap is een veeleisende functie. LTO Noord stelt daarom eisen aan kandidaten voor het bestuur van de waterschappen. Naast de wettelijke eisen zoals verwoord in art. 31 en 33 van de Waterschapswet, is ook de mate van tijdsinspanning, ervaring en specialistische kennis van groot belang. De (belangrijkste) criteria zijn:
De persoonlijke eigenschappen:
Onderstaande vragenlijst dient u volledig in te vullen. Verder kunt u dit doen door dit document aan te vullen met uw reacties of door het schrijven van een sollicitatiebrief met daarin aandacht voor de aspecten zoals verwoord onder de nummers 1 t/m 4 en het bijvoegen van een CV.
De Selectiecommissie beoordeelt kandidaten aan de hand van zo objectief mogelijke criteria, zoals zijn vastgesteld door LTO Noord. Deze criteria zijn voornamelijk ontleend aan de profielschets zoals die bij de oproep tot kandidaatstelling is gepubliceerd. De belangrijkste zijn:
Om te komen tot een evenwichtige samenstelling van het team Ongebouwd wordt daarnaast nog gekeken naar:
Bij de uiteindelijke keuze tussen de kandidaten zijn de volgende twee vragen van belang:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2026-11255.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.