§ 1. INLEIDING
De Waterschapswet voorziet in de samenstelling van het Algemeen Bestuur (AB) of Algemene Vergadering (AV) van het waterschap. Dit bestuur wordt gevormd door vertegenwoordigers van drie categorieën van belanghebbenden: ingezetenen (algemene taakbelangen), ongebouwde eigendommen en natuurterreinen. De provincies Drenthe en Overijssel hebben bij reglement vastgesteld dat het AB van het Waterschap Drents Overijsselse Delta uit 29 bestuursleden bestaat, waarvan 4 geborgde zetels (2 ongebouwd, 2 natuur).
Voor de categorie Ongebouwd worden de vertegenwoordigers benoemd door de aangewezen organisatie (zie art 14). Er is door de provincies Drenthe en Overijssel besloten om LTO Noord hiervoor aan te wijzen.
Met de voorliggende teksten voorziet LTO Noord in een regeling omtrent de selectie en benoeming van de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers van de categorie Ongebouwd in het bestuur van het waterschap. Het waterschap maakt deze regeling bekend.
Volgens de wet moet de provincie bij reglement bepalen hoe tot benoeming gekomen wordt indien er meer dan een organisatie aangewezen is, waarbij de provincie dan de stemverhouding vastlegt. Indien dit niet of onvoldoende duidelijk gebeurt, dient de benoeming in onderling overleg tussen de betreffende landbouworganisaties geregeld te worden. Voor de algemene bepalingen in dit reglement is de Waterschapswet leidend.
Artikel 1. Definities
Artikel 1: Algemene bepalingen en definities
- 1.
Waterschappen: openbare lichamen welke de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied ten doel hebben (Waterschapswet, artikel 1).
- 2.
Selectiecommissie: een commissie ingesteld door LTO Noord met als opdracht het selecteren van kandidaten voor het Algemeen Bestuur van het waterschap in de categorie Ongebouwd, ten behoeve van het doen van een voordracht aan het Bestuur van LTO Noord, ter benoeming van de leden voor de categorie Ongebouwd in het Algemeen Bestuur/Algemene Vergadering van het betreffende waterschap. (De selectiecommissie wordt ook wel vertrouwenscommissie genoemd.)
- 3.
Kandidaat: een persoon die te kennen heeft gegeven om namens de categorie Ongebouwd een zetel in het Algemeen Bestuur/de Algemene Vergadering van het waterschap te willen bezetten, die zich als zodanig beschikbaar stelt voor benoeming en die voldoet aan de wettelijke eisen.
- 4.
Reservekandidaat: een persoon die te kennen heeft gegeven om namens de categorie Ongebouwd een zetel in het Algemeen Bestuur van het waterschap te willen vervullen, die voldoet aan de wettelijke eisen, en die zich als zodanig beschikbaar stelt voor benoeming door LTO Noord. Deze kandidaat is reserve en wordt pas benoemd indien een zittend bestuurslid in de categorie Ongebouwd geen zitting meer kan nemen in het waterschapsbestuur.
- 5.
Categorie Ongebouwd: deze categorie behartigt in het Algemeen Bestuur van het waterschap de belangen van degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116 van de Waterschapswet.
- 6.
Profielschets: overzicht van de gevraagde vaardigheden en eigenschappen die kandidaten nodig hebben om goed te kunnen functioneren binnen het bestuur van de waterschappen. (bijlage 2)
- 7.
Kandidaatstellingsformulier: formulier dat een geïnteresseerde kan downloaden van de website en/of kan opvragen bij LTO Noord. Het formulier dient na invulling per post of per email naar de Vertrouwenscommissie te worden gezonden.
- 8.
Selectiecriteria: een scala aan vereiste kwaliteiten en vaardigheden noodzakelijk voor het kunnen functioneren in het waterschapbestuur.
Artikel 2: Kandidaatstelling
Kandidaat stellen voor een geborgde zetel Ongebouwd kan iedereen die:
- 1.
ingezetene is in het werkgebied van het betreffende waterschap, bij het aantreden van het nieuwe bestuur de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en niet van het Kiesrecht is uitgesloten (artikel 31)
- 2.
affiniteit heeft met de land- en tuinbouw en met het werkveld van het waterschap
- 3.
zich niet tegelijkertijd kandidaat stelt voor andere categorieën in het waterschapsbestuur
- 4.
voldoet aan de eisen zoals beschreven in de profielschets
- 5.
voldoet aan de eisen die gesteld zijn in artikel 31 en 33 van de Waterschapswet (bijlage 1).
Artikel 3: Instelling, bevoegdheden en werkwijze Selectiecommissie
- a.
Instelling van de Selectiecommissie
- 1.
LTO Noord stelt per waterschap een Selectiecommissie in met als opdracht het selecteren van kandidaten voor het AB/de AV van een waterschap voor de categorie 'Ongebouwd'. Op basis van de ontvangen sollicitaties en de gesprekken met de kandidaten, stelt de Selectiecommissie een advies op tot voordracht voor benoeming, dat aan het bestuur van LTO Noord wordt aangeboden.
- 2.
De Selectiecommissie bestaat uit drie leden. Voor de samenstelling van de commissie zal rekening gehouden worden met:
- ●
spreiding over het werkgebied en de sectoren,
- ●
leden dienen over voldoende affiniteit te beschikken m.b.t. tot de land- en tuinbouw en over voldoende kennis en ervaring m.b.t. waterschap organisatie en de daaraan gelieerde beleidsvraagstukken,
- ●
leden dienen bij voorkeur ervaring te hebben opgedaan in andere selectieprocedures.
- 3.
Leden van een Selectiecommissie kunnen voor maximaal 2 waterschappen deel uit maken van een Selectiecommissie.
- 4.
Een Selectiecommissie kan worden aangevuld met een of meerdere externe adviseurs, zoals een bestuurslid van een waterschap, die zelf niet verkiesbaar is/zijn.
- 5.
De Selectiecommissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
- 6.
Wanneer een lid van de Selectiecommissie meedeelt dat hij/zij gedurende langere tijd niet aan de activiteiten van de commissie kan deelnemen, kan aan het bestuur van LTO Noord verzocht worden om een tijdelijke waarnemer aan te wijzen.
- 7.
Leden van een Selectiecommissie, waarnemers daaronder begrepen, kunnen zelf geen kandidaat zijn voor benoeming als bestuurslid.
- b.
Bevoegdheden en taken van de Selectiecommissie
- 1.
De commissie draagt de zorg voor het voorbereiden van de procedure, het onderzoek naar de kandidaatstellingen en het beoordelen van de kandidaten.
- 2.
De commissie stelt de definitieve lijst van kandidaten vast na de officiële sluiting van de termijn van kandidaatstelling.
- 3.
De commissie brengt advies uit aan het Bestuur van LTO Noord omtrent het benoemen van de leden in de categorie ongebouwd in het bestuur van het waterschap.
- 4.
De commissie onderzoekt de eventuele bezwaren tegen de benoemingsprocedure.
- c.
Werkwijze van de Selectiecommissie
- 1.
De commissie kan besluiten nemen indien een meerderheid van de leden aanwezig is en deelneemt aan de beraadslagingen.
- 2.
De besluiten van de commissie worden genomen bij absolute meerderheid van stemmen.
- 3.
De beraadslagingen van de commissie en alle met de werkzaamheden van de commissie verband houdende schriftelijke en digitale documenten hebben een vertrouwelijk karakter.
Artikel 4. De kandidaatstellingprocedure
- 1.
LTO Noord doet tijdig voorafgaand aan de waterschapsverkiezingen en zo mogelijk in samenspraak met het waterschap een oproep aan belangstellenden om zich kandidaat te stellen als bestuurslid. Deze oproep wordt geplaatst in het ledenblad Nieuwe Oogst, alsmede via de digitale ledennieuwsbrief en op de website van LTO Noord en via andere media kanalen van aan LTO-gelieerde organisaties. Daarnaast op een voor eenieder toegankelijke internetsite en een publiek zeer bekend landbouwblad zoals De Boerderij, alsmede andere kanalen buiten de directe LTO-media.
- 2.
Bij deze bekendmakingen wordt aangegeven welke periode geldt voor het indienen van een kandidaatstelling en hoe belangstellenden kennis kunnen nemen van de profielschets.
- 3.
Kandidaatstelling buiten deze periode wordt op grond van het datum-poststempel of datering van de email niet in behandeling genomen.
- 4.
Om in aanmerking te kunnen komen voor benoeming als bestuurslid worden aan kandidaten de navolgende vereisten gesteld:
- a.
voldoen aan de wettelijke eisen van artikel 31 en 33 Waterschapswet (zie bijlage 1);
- b.
woonachtig in het betreffende waterschapgebied;
- c.
aantoonbare affiniteit met de categorie 'ongebouwd’;
- d.
aantoonbare affiniteit met het werkveld van een waterschap;
- e.
voldoende tijd om de functie naar behoren te vervullen;
- f.
voldoen aan de profielschets voor bestuursleden;
- g.
Een kandidaat kan niet tegelijkertijd kandidaat zijn voor een andere categorie in hetzelfde waterschapsbestuur.
- 5.
Kandidaatstelling gebeurt schriftelijk aan de hand van een volledig ingevuld en ondertekend kandidaatstellingsformulier dat per post of per email naar de Vertrouwenscommissie wordt gezonden. Bij de kandidaatstelling geeft de kandidaat aan of hij tevens (of in voorkomend geval: uitsluitend) in aanmerking wenst te komen voor aanwijzing als reserve kandidaat-bestuurslid.
- 6.
Na ontvangst van het formulier ontvangt de kandidaat binnen 10 werkdagen een ontvangstbevestiging.
- 7.
LTO Noord beoordeelt of de kandidaatstelling aan de gestelde eisen voldoet en stelt de kandidaat onverwijld in kennis van eventuele onvolkomenheden, met het verzoek de ontbrekende of onjuiste gegevens binnen 5 werkdagen te redresseren en in te dienen.
- 8.
De Selectiecommissie stelt na sluiting van de termijn en nadat eventuele termijnen als bedoeld onder 6 zijn verstreken, de voorlopige groslijst samen en toetst deze voor de vaststelling van de definitieve groslijst aan de criteria van artikel 2 van dit reglement.
- 9.
De Selectiecommissie beslist of zij de kandidaten uitnodigt voor een individueel gesprek, waarin de kandidatuur kan worden toegelicht en waarin de commissie vragen kan stellen omtrent de motieven voor kandidaatstelling en bekwaamheden van de kandidaat.
- 10.
De gesprekken hebben een besloten karakter.
Artikel 5: De benoeming van bestuursleden Ongebouwd
- 1.
De Selectiecommissie legt haar bevindingen vast in een gemotiveerd advies aan het Bestuur van LTO Noord. Het advies bevat een voorstel voor de benoeming van 2 kandidaten plus één of meerdere reservekandidaten voor de categorie Ongebouwd voor het Waterschap Drents Overijsselse Delta.
- 2.
Het Bestuur van LTO Noord stelt de voorzitter van de Selectiecommissie in de gelegenheid om een toelichting te geven op het advies.
- 3.
De kandidaten worden schriftelijk geïnformeerd over het besluit van het Bestuur van LTO Noord. LTO Noord deelt het waterschap mede welke personen zij benoemd heeft voor de categorie Ongebouwd in het bestuur van het waterschap.
- 4.
Het Bestuur van LTO Noord stelt de aangewezen reservebestuursleden en de niet benoemde kandidaten voor het bestuur van het besluit schriftelijk in kennis. Desgevraagd kan de Selectiecommissie aan een niet benoemde of aangewezen kandidaat een toelichting geven op hoe zijn/haar kandidatuur is beoordeeld door de commissie.
- 5.
Wanneer een benoemd bestuurslid zijn benoeming niet aanvaardt of voor het einde van de zittingsduur terugtreedt uit het bestuur, of wanneer zijn bestuurslidmaatschap door andere oorzaken eindigt, benoemt het bestuur van LTO Noord het eerst aangewezen reservebestuurslid in zijn plaats. Het bepaalde in lid 4 is van overeenkomstige toepassing.
- 6.
Ingeval van tijdelijk ontslag van een benoemd bestuurslid als bedoeld in de artikelen 21 en 22 Waterschapswet, benoemt het bestuur van LTO Noord het aangewezen reservebestuurslid als vervanger voor de plaats die is opengevallen. Het bepaalde in lid 4 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6: Beroep en bezwaar
Tegen het advies en de benoeming door het Bestuur van LTO Noord is geen beroep en bezwaar mogelijk.
Artikel 7: Slotbepalingen
- 1.
In situaties waarin deze regeling niet voorziet, handelt het bestuur van LTO Noord dan wel de Selectiecommissie zoveel mogelijk in de geest van de bepalingen van deze regeling.
- 2.
Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling benoeming bestuursleden in de categorie Ongebouwd van het waterschapsbestuur door het bestuur van LTO Noord’.
- 3.
De regeling treedt in werking direct na vaststelling door het Bestuur van LTO Noord.
Bijlage 1 Relevante artikelen uit titel II van de Waterschapswet
Titel II. De samenstelling en inrichting van het waterschapsbestuur
Hoofdstuk III. Inleidende bepaling
Artikel 10
- 1.
Het bestuur van een waterschap bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter, onverminderd hetgeen het reglement bepaalt over de benaming van die onderscheidene bestuursorganen.
- 2.
De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
Hoofdstuk IV. Het algemeen bestuur
§ 1. De samenstelling
Artikel 11
[Vervallen per 01-07-2014]
Artikel 12
- 1.
Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap.
- 2.
In het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd:
- a.
- b.
degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116;
- c.
degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116.
Artikel 13
- 1.
Het algemeen bestuur bestaat uit een bij reglement vastgesteld aantal leden van ten minste achttien en ten hoogste dertig leden.
- 2.
Het totaal aantal vertegenwoordigers van de in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, bedoelde categorieën, bedraagt twee per categorie.
Artikel 14
- 1.
De vertegenwoordigers van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, worden benoemd door de daartoe bij reglement aangewezen organisaties. Indien voor een categorie meer dan één organisatie wordt aangewezen wordt bij reglement bepaald op welke wijze de aangewezen organisaties tot een benoeming komen.
- 2.
De organisaties, bedoeld in het eerste lid, voorzien tijdig in een regeling omtrent de selectie en de benoeming van de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers van de desbetreffende categorie van belanghebbenden en zenden de regeling ter kennisneming aan het waterschapsbestuur. Het waterschapsbestuur maakt de regelingen bekend.
§ 2. De zittingsduur, het lidmaatschap en de plaatsvervanging
Artikel 15
- 1.
Deze paragraaf is van toepassing op vertegenwoordigers van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c.
- 2.
In deze paragraaf wordt verstaan onder: «organisatie»: organisatie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, belast met de benoeming van een vertegenwoordiger van een van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b of c.
Artikel 16
- 1.
De vertegenwoordigers van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, worden benoemd voor vier jaren.
- 2.
Zij treden tegelijk af met ingang van de woensdag in de periode van 29 maart tot en met 4 april.
- 3.
Degene die ter vervulling van een opengevallen plaats is benoemd tot lid, treedt af op het tijdstip waarop degenen in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
Artikel 17
De organisatie geeft de benoemde schriftelijk kennis van zijn benoeming. De organisatie geeft tegelijkertijd schriftelijk kennis van de benoeming aan het algemeen bestuur.
Artikel 18
- 1.
De benoemde deelt uiterlijk op de tiende dag na de dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in artikel 17, het algemeen bestuur schriftelijk mede dat hij de benoeming aanvaardt. Bij een benoeming die plaatsvindt na de eerste samenkomst van het nieuwe algemeen bestuur, deelt de benoemde uiterlijk op de achtentwintigste dag na de dagtekening van de kennisgeving, schriftelijk aan het algemeen bestuur mede dat hij de benoeming aanvaardt.
- 2.
Tegelijk met de mededeling dat hij de benoeming aanvaardt, overlegt de benoemde, een door hem ondertekend overzicht met de door hem beklede openbare betrekkingen.
- 3.
Tenzij de benoemde op het tijdstip van benoeming reeds lid was van het algemeen bestuur, legt hij tevens een gewaarmerkt afschrift over uit de basisregistratie personen, waaruit zijn woonplaats en datum en plaats van de geboorte blijken.
- 4.
Indien de benoemde geen onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie, legt hij een gewaarmerkt afschrift van gegevens uit de basisregistratie personen over, waaruit blijkt of hij voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel B 3, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Kieswet.
- 5.
Indien de benoemde de benoeming niet aanvaardt, doet hij daarvan binnen de in het eerste lid genoemde termijn bij brief mededeling aan de voorzitter van het algemeen bestuur. Deze geeft hiervan kennis aan de organisatie.
- 6.
Is binnen de desbetreffende vereiste termijn, bedoeld in het eerste lid, de mededeling niet gedaan, dan wordt hij geacht de benoeming niet te aanvaarden.
- 7.
Zolang nog niet tot toelating van de benoemde is besloten, kan hij bij brief aan het algemeen bestuur mededelen dat hij op de aanneming van de benoeming terugkomt. Deze mededeling geldt als niet-aanvaarding.
- 8.
De voorzitter van het algemeen bestuur deelt aan de organisatie mee dat de benoemde de benoeming heeft aanvaard dan wel dat hij dat niet heeft gedaan.
Artikel 19
- 1.
Het algemeen bestuur onderzoekt de kennisgeving, bedoeld in artikel 17, onmiddellijk en beslist of de benoemde als lid van dat algemeen bestuur wordt toegelaten. Daarbij gaat het na of de benoemde voldoet aan de vereisten voor het lidmaatschap, genoemd in de artikelen 31, eerste en tweede lid, en 33, eerste en tweede lid, en of de benoeming, bedoeld in artikel 14, overeenkomstig de wet en het reglement is uitgevoerd.
- 2.
Indien het algemeen bestuur besluit tot niet-toelating van een benoemde, geeft de voorzitter van het algemeen bestuur daarvan kennis aan de organisatie en de benoemde.
- 3.
Uiterlijk op de dertigste dag nadat deze kennisgeving is ontvangen, wordt door de organisatie opnieuw een vertegenwoordiger benoemd.
Artikel 20
- 1.
Indien door de toepassing van de artikelen 31, derde lid, of 33, vierde lid, onherroepelijk is vastgesteld dat een lid van het algemeen bestuur opgehouden is lid te zijn, geeft de voorzitter van het algemeen bestuur hiervan onmiddellijk kennis aan de organisatie.
- 2.
Een overeenkomstige kennisgeving vindt plaats, indien door het overlijden van een lid een plaats in het algemeen bestuur is opengevallen.
- 3.
Een tot het algemeen bestuur toegelaten lid kan te allen tijde zijn ontslag nemen. Op een ingediend ontslag kan niet worden teruggekomen. Ontslagneming met terugwerkende kracht is niet mogelijk.
- 4.
Het lid bericht zijn ontslagname schriftelijk aan de voorzitter van het algemeen bestuur. Deze geeft hiervan onverwijld kennis aan de organisatie.
- 5.
Na de kennisgeving van de voorzitter van het algemeen bestuur, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, wordt door de organisatie een daarvoor in aanmerking komende nieuwe vertegenwoordiger benoemd. De artikelen 17 tot en met 19 zijn op deze benoeming en toelating van toepassing.
- 6.
Leden van het algemeen bestuur die hun ontslag hebben ingezonden, behouden, ook indien zij ontslag hebben genomen met ingang van een bepaald tijdstip, hun lidmaatschap, totdat de toelating van hun opvolgers onherroepelijk is geworden.
Artikel 21
- 1.
De voorzitter van het algemeen bestuur verleent aan een lid van dat bestuur op diens verzoek tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling op de in het verzoek vermelde dag die ligt tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling, zoals die blijkt uit een door het lid overgelegde verklaring van een arts of verloskundige.
- 2.
De voorzitter van het algemeen bestuur verleent aan een lid van dat bestuur op diens verzoek tijdelijk ontslag, indien het lid wegens ziekte niet in staat is het lidmaatschap uit te oefenen en blijkens de verklaring van een arts aannemelijk is dat hij de uitoefening van het lidmaatschap niet binnen acht weken zal kunnen hervatten. Het tijdelijk ontslag gaat in op de dag na de bekendmaking van de beslissing op het verzoek.
- 3.
Het lidmaatschap van het lid aan wie tijdelijk ontslag als bedoeld in het eerste lid of tweede lid is verleend, herleeft van rechtswege met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag.
- 4.
Aan een lid van het algemeen bestuur wordt ten hoogste driemaal per zittingsperiode tijdelijk ontslag als bedoeld in het eerste of het tweede lid verleend.
Artikel 22
- 1.
De voorzitter van het algemeen bestuur beslist op een verzoek tot tijdelijk ontslag als bedoeld in artikel 21, eerste of tweede lid, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de veertiende dag na indiening van het verzoek.
- 2.
De beslissing op het verzoek tot tijdelijk ontslag geschiedt in overeenstemming met de verklaring van de arts of verloskundige, bedoeld in artikel 21, eerste of tweede lid.
- 3.
Een beslissing tot tijdelijk ontslag bevat de dag van ingang van het ontslag.
- 4.
De voorzitter van het algemeen bestuur geeft van een beslissing tot tijdelijk ontslag onmiddellijk kennis aan de organisatie.
Artikel 23
- 1.
De organisatie benoemt een vervanger voor de plaats die is opengevallen als gevolg van een tijdelijk ontslag als bedoeld in de artikelen 21 en 22. De artikelen 17 tot en met 19 zijn van toepassing op de benoeming en toelating, met dien verstande dat in afwijking van artikel 18, eerste lid, de benoeming uiterlijk op de tiende dag na de dagtekening van de kennisgeving van benoeming wordt aanvaard.
- 2.
Degene die als vervanger is benoemd, houdt op lid te zijn met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag, onverminderd de mogelijkheid dat het vervangende lidmaatschap ingevolge deze wet op een eerder tijdstip eindigt.
- 3.
Indien de vervanger van het lid van het algemeen bestuur aan wie tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, voortijdig ontslag neemt, dan wel wordt benoemd tot lid van het algemeen bestuur voor een plaats die is opengevallen anders dan als gevolg van een tijdelijk ontslag, benoemt de voorzitter van de organisatie een nieuwe tijdelijke vervanger voor de resterende periode van het tijdelijk ontslag.
- 4.
Artikel 20, zesde lid, is niet van toepassing op een vervanger.
Artikel 24
- 1.
De voorzitter van het algemeen bestuur doet een afschrift van een benoemingsbesluit toekomen aan het algemeen bestuur en geeft van de benoeming kennis in het waterschapsblad.
- 2.
Het lidmaatschap van de benoemde vangt aan zodra het besluit omtrent zijn toelating aan hem bekend is gemaakt.
§ 3. De zittingsduur, het begin van het lidmaatschap en de plaatsvervanging
Artikel 25
[Vervallen per 01-07-2014]
§ 4. Bijzondere bepalingen in verband met de instelling van een waterschap
Artikel 26
- 1.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt aan de instelling van een nieuw waterschap gelijkgesteld de overgang van een aanmerkelijk gedeelte van het gebied van een waterschap naar dat van een ander waterschap.
- 2.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt aan de opheffing van een waterschap gelijkgesteld de overgang van een aanmerkelijk gedeelte van het gebied van dat waterschap naar een ander waterschap.
Artikel 27
[Vervallen per 01-07-2014]
Artikel 28
- 1.
Bij het besluit tot instelling van een waterschap wordt het waterschap aangewezen dat met de voorbereiding van die instelling belast is.
- 2.
De in artikel E 13, eerste en derde lid, van de Kieswet bedoelde bevoegdheid, onderscheidenlijk de in de artikelen V 4, eerste lid, en V 4a, eerste lid, van de Kieswet en artikel 19, eerste lid, bedoelde bevoegdheden berusten bij het dagelijks bestuur, onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het ingevolge het eerste lid aangewezen waterschap.
- 3.
Voor zover ingevolge enig wettelijk voorschrift medewerking moet worden verleend door het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur of door de voorzitter van het waterschap, geschiedt dit door het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur of door de voorzitter van het ingevolge het eerste lid aangewezen waterschap.
Artikel 29
- 1.
Bij een besluit tot instelling van een waterschap als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt bepaald dat een algemeen bestuur wordt aangesteld voor het in te stellen waterschap. Op de samenstelling van dit algemeen bestuur zijn de artikelen 12, 13 en 14 van toepassing, met dien verstande dat in de artikelen 13, eerste lid, en 14, eerste lid, voor «bij reglement» wordt gelezen: bij het besluit tot instelling van het waterschap.
- 2.
De verdeling van het aantal zetels van het algemeen bestuur, bedoeld in het eerste lid, bestemd voor vertegenwoordigers van de categorie van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, vindt plaats naar rato van het aantal kiesgerechtigde ingezetenen bij de laatstgehouden verkiezingen in elk op te heffen waterschap. De zetels worden toegewezen op grond van de uitslag van deze verkiezingen. De artikelen P 2 tot en met P 19a van de Kieswet zijn hierop van toepassing.
- 3.
Het in het eerste lid bedoelde algemeen bestuur treedt af bij het eindigen van de zittingsperiode, bedoeld in artikel C 4 van de Kieswet dan wel bij het opheffen van het desbetreffende waterschap, indien dit eerder plaatsvindt.
- 4.
De commissaris van de Koning benoemt uiterlijk één maand voor de beoogde datum van instelling van het waterschap een waarnemend voorzitter. Deze voorzitter treedt af op het tijdstip dat een voorzitter wordt benoemd bij koninklijk besluit, bedoeld in artikel 46, eerste lid.
Artikel 30
[Vervallen per 01-07-2014]
§ 5. De inrichting
Artikel 31
- 1.
Voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur is vereist dat men ingezetene is, de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en niet krachtens artikel B 5, eerste lid, van de Kieswet van het kiesrecht is uitgesloten. Het vereiste van ingezetenschap geldt niet voor de vertegenwoordigers van de categorie belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel c.
- 2.
Een lid van het algemeen bestuur is niet tevens:
- a.
- b.
- c.
lid van de Raad van State;
- d.
lid van de Algemene Rekenkamer;
- e.
- f.
substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;
- g.
commissaris van de Koning;
- h.
lid van provinciale staten;
- i.
- j.
secretaris van de provincie;
- k.
griffier van de provincie;
- l.
- m.
- n.
ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 51b, eerste lid;
- o.
ambtenaar, in dienst van het waterschap of uit anderen hoofde aan het waterschapsbestuur ondergeschikt of werkzaam ten behoeve van dat waterschap;
- p.
ambtenaar, in dienst van de provincie, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op het waterschap;
- q.
lid van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur van een ander waterschap.
- 3.
Zodra een lid dat vertegenwoordiger is van een van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, niet blijkt te voldoen aan een van de in het eerste lid bedoelde vereisten of een in het tweede lid bedoelde betrekking blijkt te vervullen, houdt deze op lid te zijn. In dat geval is artikel X 4a van de Kieswet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 31a
Leden van het dagelijks bestuur die na de stemming, bedoeld in artikel J 6a van de Kieswet, niet zijn toegelaten tot lid van het algemeen bestuur zijn geen lid van dat algemeen bestuur.
Artikel 31b
Ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats is niet benoembaar tot lid van het algemeen bestuur hij die na de laatstgehouden periodieke verkiezing van de leden in het algemeen bestuur, behorende bij de categorie van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, wegens handelen in strijd met artikel 33 van het lidmaatschap van het algemeen bestuur is vervallen verklaard.
Artikel 32
- 1.
De leden van het algemeen bestuur maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van het algemeen bestuur zij vervullen.
- 2.
Openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot lid van het algemeen bestuur of aanvaarding van een andere functie als bedoeld in het eerste lid en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging van een opgave van de andere functies op de secretarie van het waterschap.
Artikel 32a
- 1.
De leden van het algemeen bestuur die geen lid zijn van het dagelijks bestuur ontvangen een bij verordening van het algemeen bestuur vast te stellen vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten.
- 2.
Het algemeen bestuur kan bij verordening regels stellen over de tegemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en over andere voorzieningen die verband houden met de vervulling van het lidmaatschap van het algemeen bestuur.
- 3.
Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend, ontvangen de leden van het algemeen bestuur als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van het waterschap. Voordelen ten laste van het waterschap, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, genieten zij slechts voor zover dat is bepaald bij of krachtens de wet dan wel bij verordening van het algemeen bestuur. De verordening behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten.
- 4.
De verordeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden vastgesteld overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties doet de voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur.
Artikel 33
- 1.
Een lid van het algemeen bestuur mag niet:
- a.
als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van het waterschap of het waterschapsbestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van het waterschap of het waterschapsbestuur;
- b.
als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van het waterschap of het waterschapsbestuur;
- c.
als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met het waterschap aangaan van:
- 1°.
overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;
- 2°.
overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan het waterschap;
- d.
rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:
- 1°.
het aannemen van werk ten behoeve van het waterschap;
- 2°.
het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het waterschap;
- 3.
het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan het waterschap;
- 4°.
het verhuren van roerende zaken aan het waterschap;
- 5°.
het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het waterschap;
- 6°.
het van het waterschap onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;
- 7°.
het onderhands huren of pachten van het waterschap.
- 2.
Van het eerste lid, aanhef en onderdeel d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.
- 3.
Het algemeen bestuur stelt voor zijn leden, voor de leden van het dagelijks bestuur en voor de voorzitter een gedragscode vast.
- 4.
Ten aanzien van een lid dat vertegenwoordiger is van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, dat handelt in strijd met het bepaalde in het eerste lid, zijn de artikelen X 7a, eerste tot en met vijfde lid, en X 9 van de Kieswet, van overeenkomstige toepassing
Bijlage 2 Profielschets voor waterschapbestuurder geborgde zetel landbouw
De functie van lid van het algemeen bestuur van een waterschap is een veeleisende functie. LTO Noord stelt daarom eisen aan kandidaten voor het bestuur van de waterschappen. Naast de wettelijke eisen zoals verwoord in art. 31 en 33 van de Waterschapswet, is ook de mate van tijdsinspanning, ervaring en specialistische kennis van groot belang. De (belangrijkste) criteria zijn:
- -
De bestuurder is bij voorkeur praktiserend agrarisch ondernemer
- -
Voldoende tijd om de functie naar behoren te vervullen; dat betekent een beschikbaarheid van tenminste 2 tot 3 dagen per week voor dagelijks bestuur en 2 tot 3 dagen per maand voor het algemeen bestuur;
- -
Minimaal voor de vastgestelde bestuursperiode voor de functie beschikbaar zijn.
- -
Affiniteit met waterschappen en waterbeleid hebben;
- -
Over bestuurlijk ervaring beschikken en kunnen opereren in een beleidsmatige en meer politieke omgeving
- -
Over goede communicatieve vaardigheden beschikken
- -
Beschikken over een passend netwerk;
- -
Beschikken over (financiële) expertises.
Het functieprofiel:
De persoonlijke eigenschappen:
- •
de bestuurder zet zich in voor het waterschap en neemt er voldoende tijd voor
- •
de bestuurder opereert transparant en resultaatgericht en neemt initiatieven
- •
de bestuurder vormt met de collega landbouwbestuurders een hecht team, kan in teamverband goed opereren
- •
de bestuurder is zich ervan bewust dat in toenemende mate geopereerd wordt in een politieke omgeving en kan daarmee omgaan
- •
de bestuurder heeft bestuurlijke ervaring en beschikt over goede communicatieve vaardigheden
- •
de bestuurder heeft vakinhoudelijke kennis en is in staat zich snel nieuwe kennis eigen te maken
- •
de bestuurder wil ook niet-conventionele wegen inslaan en staat open voor innovatieve denkbeelden en oplossingen
- •
de bestuurder is beschikbaar voor de gehele zittingsperiode
Het netwerk:
- •
de bestuurder is herkenbaar en bekend in agrarische kringen en geniet draagvlak
- •
de bestuurder beschikt over een goed netwerk en heeft ook draagvlak buiten de sector
- •
de bestuurder koppelt regelmatig terug met de agrarische achterban
- •
de bestuurder pikt signalen uit de agrarische sector op en vertaalt deze binnen het waterschap
- •
de bestuurder heeft aandacht voor het voldoende terugkoppelen naar afdelingen en medewerkers van de LTO Noord organisatie
De maatschappelijke omgeving:
- •
de bestuurder is maatschappelijk geëngageerd en verbindend en coöperatief ingesteld
- •
de bestuurder ziet en begrijpt maatschappelijke ontwikkelingen en wensen
- •
de bestuurder werkt oplossingsgericht, in nauw overleg met betrokkenen
- •
de bestuurder is zich bewust van de veranderingen in de landbouw en opereert vanuit de wil om de positie van land- en tuinbouw te versterken en bedrijfsontwikkeling mogelijk te maken
Bijlage 3 Kandidaatstellingsformulier
Onderstaande vragenlijst dient u volledig in te vullen. Verder kunt u dit doen door dit document aan te vullen met uw reacties of door het schrijven van een sollicitatiebrief met daarin aandacht voor de aspecten zoals verwoord onder de nummers 1 t/m 4 en het bijvoegen van een CV.
Persoonlijke gegevens
Voornaam:
Achternaam:
Geboortedatum:
Geboorteplaats:
Adres:
Woonplaats:
Telefoonnummer(s):
E-mailadres
- 1.
Uw kennis en persoonlijkheid
- a.
Huidige beroep en nevenfunctie(s)
- b.
- c.
Kennis en betrokkenheid agrarische sector
- d.
Bestuurservaring (binnen en buiten de landbouw)
- e.
Noem een aantal expertises die het meest op u van toepassing zijn.
Voorbeelden:
- ○
expertise in waterbeheer, milieu en bodem,
- ○
kennis van ruimtelijke ordening
- ○
kennis van financieel beheer
- ○
kennis van de reglementering rond waterschappen
- ○
technische kennis en ervaring
- ○
innoverend en grensverleggend
- ○
- f.
Beschikbaarheid en flexibiliteit
- g.
Persoonlijkheidskenmerken en competenties:
- ○
Leidinggevende capaciteiten
- ○
- ○
- ○
- ○
- ○
- ○
- 2.
Uw kennis van het waterschap
- a.
Waarvoor staat het waterschap als organisatie?
- b.
Wat zijn volgens u de belangrijkste kenmerken?
- c.
Welke principes associeert u met het waterschap?
- d.
Wat is uw affiniteit met het waterschap? Geef indien mogelijk voorbeelden.
- 3.
Uw visie op de waterschappen
- a.
Wat zijn voor u de belangrijkste activiteiten van het waterschap
- b.
Wat zijn de intrinsieke sterktes en zwaktes van het waterschap?
- c.
Wat kan een bedreiging voor het waterschap vormen en waar liggen er kansen?
- d.
Wat wilt u zeker behouden ? Wat zou u willen veranderen?
- e.
Wat houdt voor u de rol van bestuurslid van het waterschap in?
- f.
Wat houdt voor u de rol van dagelijks bestuurslid in?
- 4.
Heeft belangstelling voor een functie in (incl. motivatie):
- a.
- b.
- c.
Reservebestuurslid en/of deelnemer als fractieondersteuner
Bijlage 4 Selectiecriteria
De Selectiecommissie beoordeelt kandidaten aan de hand van zo objectief mogelijke criteria, zoals zijn vastgesteld door LTO Noord. Deze criteria zijn voornamelijk ontleend aan de profielschets zoals die bij de oproep tot kandidaatstelling is gepubliceerd. De belangrijkste zijn:
- •
Praktische kennis van en betrokkenheid bij de landbouw
- •
Kennis van het waterbeheer
- •
Bestuurlijke/politieke ervaring en vaardigheden
- •
Vermogen in een team te werken
- •
- •
Beschikbaarheid AB/fractiewoordvoerderschap/DB/reservekandidaat
- •
Specifieke, bijzondere persoonlijke kennis, vaardigheden
Om te komen tot een evenwichtige samenstelling van het team Ongebouwd wordt daarnaast nog gekeken naar:
- •
Aandacht voor de verdeling mannen/vrouwen
- •
Continuïteit van bestuur enerzijds en doorstroming anderzijds
- •
Regionale spreiding, herkomst
- •
Aandacht voor vernieuwend en innovatief denken
Bij de uiteindelijke keuze tussen de kandidaten zijn de volgende twee vragen van belang:
- •
Welke kwaliteiten/ambitie heeft de kandidaat om als DB lid/AB lid of als fractiewoordvoerder te opereren (boegbeelden landbouw)?
- •
Welke kwaliteiten/ambitie heeft de kandidaat om in een nieuw waterschapsbestuur te opereren (ook rekening houdend met het toenemende politieke karakter van de waterschappen)?