Peilbesluit “Bypass Venpad Sint Pancras”

Het college van hoofdingelanden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;

 

gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden van 18 november 2025, nr. 24.0308650;

 

gelet op artikel 2.42 van de Omgevingswet en de Omgevingsverordening NH2022 en het bij dit besluit behorende Watergebiedsplan 'Bypass Venpad', d.d. 12 augustus 2025, nr. 24.0266111;

 

gehoord de commissie Water en Infrastructuur

 

b e s l u i t :

  • 1.

    de reactie op de ten aanzien van het ontwerpbesluit ingebrachte zienswijzen vast te stellen overeenkomst de bijgevoegde nota beantwoording zienswijzen;

  • 2.

    de peilgebiedgrenzen aan te passen zoals aangegeven in bijlage 1 (figuur 2) van dit besluit;

  • 3.

    met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit het peilbesluit Geestmerambacht (2017) met registratienummer 16.71051 in te trekken voor het onder 2 bedoelde gebied en voor het overige het hiervoor genoemde peilbesluit in stand te laten;

  • 4.

    te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag na die van bekendmaking;

  • 5.

    de gewijzigde peilen in te stellen na het gereedkomen van de daarvoor benodigde werken en tot dat moment de peilgebiedgrenzen te handhaven overeenkomstig het onder 2 vermelde peilbesluit.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 17 december 2025

van het college van hoofdingelanden,

de secretaris,

M.J. Kuipers

de voorzitter,

ir. R.P.G. Bosma

Beroep

Beroep tegen het peilbesluiten staat open voor eenieder die een zienswijze heeft ingediend, en voor belanghebbenden (ongeacht of zij een zienswijzen indienden). Beroep kan worden ingediend met ingang van de dag na die waarop het besluit bekend is gemaakt gedurende een periode van zes weken. Het beroepschrift moet worden gericht aan de Rechtbank Noord-Holland, sector Bestuursrecht, Postbus 1621, 2003 BR Haarlem.

 

Het beroepschrift moet worden ondertekend en tenminste naam en adres van de indiener, dagtekening van het beroep, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht en de gronden van het beroep, bevatten. Als u beroep instelt moet u griffierecht betalen. Het beroep schorst niet de werking van het besluit. Als u wilt dat het besluit wordt geschorst kunt u zich richten tot de voorzieningenrechter van de rechtbank met een verzoek om voorlopige voorziening.

 

Documenten kunnen ook worden ingezien op het kantoor van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aan het Stationsplein 136, 1703 WC Heerhugowaard, gedurende de openingstijden op werkdagen van 9.00 uur tot 17.00 uur.

Bijlage 1 Peil(grens)wijzigingen

 

Figuur 1 Bestaande peilgebiedgrenzen

 

Figuur 2 Nieuwe peilgebiedgrenzen

 

Toelichting bij het peilbesluit

Overzichtskaart

Figuur 1: Luchtfoto projectlocatie

 

Samenvatting

De gemeente Dijk en Waard is voornemens een nieuwe watergang (bypass) aan te leggen aan de westzijde van Sint-Pancras. Deze bypass zorgt voor een doorvaarbare verbinding tussen twee bestaande watergangen die in de huidige situatie verbonden zijn door middel van niet-doorvaarbare duiker. De nieuwe watergang is bijna 400 meter lang en circa 8 meter breed en krijgt een waterpeil van NAP – 1,45 m. De geplande watergang loopt echter door een gebied met een lager streefpeil (NAP – 2,70 m).

 

Peilentabel

Peilgebieden 03751-02 en 03751-04 zijn bestaande peilgebieden. Door het planvoornemen wijzigt de grens tussen deze twee peilgebieden. Het oppervlak van peilgebied 03751-04 neemt toe met circa 1,5 hectare en het oppervlak van peilgebied 03751-02 neemt derhalve af met circa 1,5 hectare. Het peilbeheer in de peilgebieden wijzigt niet; de in de huidige situatie gehanteerde boven- en ondergrens blijven zoals ze zijn.

 

Code

Type peilbeheer

Streefpeil

[m tov NAP]

Ondergrens winter

[m tov NAP]

Bovengrens winter

[m tov NAP]

Ondergrens zomer

[m tov NAP]

Ondergrens zomer

[m tov NAP]

03751-02

Dynamisch

-1,45

-1,55

-1,35

-1,55

-1,35

03751-04

Dynamisch

-2,70

-2,80

-2,60

-2,80

-2,60

Tabel 1: Overzicht peilgebieden

 

Afwegingen

Door het aanleggen van de nieuwe watergang (bypass) wordt de doorvaarbaarheid van de gemeente Dijk en Waard verbeterd. De vaarverbinding heeft tot gevolg dat een partiële peilwijziging noodzakelijk is. De peilgrenswijziging heeft effect op de omgeving en belanghebbenden.

 

De gemeente Dijk en Waard heeft een participatietraject doorlopen met de belanghebbenden en eigenaren van de percelen binnen de invloedszone. Alle belanghebbenden staan positief tegenover de voorgenomen plannen. Voorwaarde daarbij is dat maatregelen worden toegepast om nadelige effecten als gevolg van de aanleg van de nieuwe watergang, te minimaliseren.

 

In het rapport Bijlage III – Geohydrologisch onderzoek zijn de gevolgen voor de grondwaterstand in het gebied gemodelleerd. Uit bovenstaande rapport blijkt dat er door de aanleg van een watergang, met een waterremmende laag minimale negatieve effecten op de omliggende belangen en functies te verwachten zijn. Door de aanleg van een drainage worden de effecten nog meer beperkt. Beide maatregelen (waterremmende laag en drainage) zijn verwerkt in het ontwerp. De verwachte stijging van de grondwaterstand is, met toepassing van de maatregelen, minder dan 5 cm.

 

Door de aanleg van de nieuwe watergang wordt extra waterberging gecreëerd, waarmee de robuustheid van het watersysteem wordt vergroot. De nieuwe watergang wordt voorzien van natuurvriendelijke oevers. Deze natuurvriendelijke oevers dragen bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit.

 

Conclusie

Er zijn geen beperkingen om de nieuwe watergang aan te leggen. De eventuele negatieve effecten als gevolg van de aanleg van de nieuwe watergang kunnen worden geminimaliseerd door het toepassen van een waterremmende laag in de watergang en het aanbrengen van een drainage. Beide maatregelen worden toegepast. De nieuwe watergang met natuurvriendelijke oevers draagt positief bij aan de waterberging en de waterkwaliteit.

 

1. Inleiding

Aanleiding voor watergebiedsplan en proces

De doorvaarbaarheid van de gemeente Langedijk is in de loop der jaren sterk verslechterd. Door de toegenomen interesse voor cultuurhistorische en landschappelijke waarden, en vanwege de bijdrage die watergebonden recreatie en toerisme kan leveren aan de economische ontwikkeling, zet de gemeente Dijk en Waard in op het verbeteren van de doorvaarbaarheid. Het doel is om de wateren geschikt te maken voor het varen met boten voor dagtochten, zoals kano's, roeiboten, open boten met buitenboord- of binnenboordmotoren (sloepen) en eventueel open zeilboten met eenvoudig strijkbare mast.

 

Als onderdeel van de doelstelling is de gemeente Dijk en Waard voornemens een watergang (bypass) aan te leggen aan de westzijde van Sint-Pancras. Deze bypass zorgt voor een doorvaarbare verbinding tussen twee bestaande watergangen die verbonden zijn middels een lange niet doorvaarbare duiker. De nieuwe watergang is bijna 400 meter lang en circa 8 meter breed en wordt aangelegd met een waterpeil van NAP – 1,45 m. De geplande watergang loopt echter door een gebied met een lager waterpeil (NAP – 2,7m).

 

Werkwijze

Voordat de nieuwe watergang gerealiseerd kan worden is een partiële wijziging van het vigerende peilbesluit Geestmerambacht benodigd. Een omgevings- en watervergunning is benodigd voor de aanlegwerkzaamheden van de nieuwe watergang.

 

In het onderhavig watergebiedsplan wordt beschreven welke mogelijke effecten er optreden als gevolg van de peilgrenswijziging en welke mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn om deze effecten teniet te doen. Om te komen tot een integraal besluit vindt een belangenafweging plaats, zoals in het Regionaal Waterprogramma Noord Holland [14.] is voorgeschreven. Het voorliggende watergebiedsplan vormt de toelichting op de partiële herziening van het peilbesluit.

 

Leeswijzer

Het watergebiedsplan start met een beschrijving van het plangebied in hoofdstuk 2. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het gebied tot en met de huidige situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de toekomstige ontwikkeling. In hoofdstuk 4 zijn de verschillende belangen beschreven, de te verwachten effecten, uitkomsten uit onderzoeken en de gemaakte afweging opgenomen. Het laatste hoofdstuk, hoofdstuk 5 beschrijft de besluitprocedure. In de bijlage zijn nadere toelichtingen, berekeningen en kaarten opgenomen.

 

Literatuurlijst

De volgende bronnen zijn gebruikt bij het opstellen van deze rapportage:

  • [1.]

    Watergebiedsplan Vroonermeer Noord (HHNK, 2012);

  • [2.]

    Peilbesluit Geestmerambacht (HHNK, 2012);

  • [3.]

    Waterplan HHNK 2022-2027 (HHNK, 2021);

  • [4.]

    Verkennend (water) bodemonderzoek Bypass Vronermeerweg Sint Pancras (Prommenz, 220475.rapport.02, d.d. 01-08-2022);

  • [5.]

    Bestemmingsplan Uitbreiding recreatiegebied Geestmerambacht (Arcadis 2008);

  • [6.]

    Quickscan Flora en Fauna Venpad(Smit Groenadvies 2022);

  • [7.]

    Vooronderzoek Ontplofbare oorlogresten, BB22-125-VO-01 uitgevoerd door BeoBom;

  • [8.]

    Archeologische quickscan Venpad te Sint Pancras (IVO.B rapport 2203 d.d. 03-06-2022)

  • [9.]

    Beleidsregels keurontheffingen (HHNK);

  • [10.]

    www.dinoloket.nl;

  • [11.]

    www.ahn.nl;

  • [12.]

    Lomw.nl Langedijk ontwikkelt met water;

  • [13.]

    Legger HHNK;

  • [14.]

    Regionaal Waterprogramma Noord Holland 2022-2027;

  • [15.]

    Beleidsregels keurontheffingen (HHNK, 2016).

  • [16.]

    Aanvullend onderzoek Rugstreeppad (Smit Groenadvies 2023);

  • [17.]

    Gespreksverslag eigenaar perceel K30 d.d. 28-08-2023;

  • [18.]

    Vaststellingsovereenkomst Gemeente-Recreatieschap- eigenaar perceel K30 d.d. 02-11-2023;

  • [19.]

    Gespreksverslag bespreking eigenaar perceel K29 en perceel K306 d.d. 20-11-2023.

2. Gebiedsbeschrijving huidig

In dit hoofdstuk wordt het huidige plangebied beschreven aan de hand van een aantal relevante thema’s zoals bodemopbouw, waterhuishouding, ecologie, natuur, en gebruiksfuncties.

 

Locatie

Het plangebied is gelegen in de gemeente Dijk en Waard. De projectlocatie betreft een aantal percelen tussen de Vronermeerweg en de Wijde Vaart te Sint Pancras. De percelen binnen de contour van de nieuwe watergang zijn voornamelijk particuliere percelen. Een klein deel is in eigendom van het Recreatieschap Geestmerambacht en wordt momenteel verpacht. Het zuidelijke particuliere perceel binnen de contour van de nieuwe watergang is in gebruik als voedselbos en de andere twee percelen zijn overwegend begroeid met gras. In Figuur 2 is indicatief de projectlocatie weergeven.

Het plangebied betreft de volgende kadastrale percelen: gemeente Langedijk, sectie K, percelen 22, 23, 30, 31, 32, 306 en 307 (zie ook paragraaf 2.5).

 

Figuur 2: Weergave projectlocatie met voorgenomen nieuwe watergangen (blauw)

 

Historisch gebruik

De ontstaansgeschiedenis zoals beschreven in deze paragraaf is overgenomen uit het Watergebiedsplan Vroonermeer Noord [1.].

 

Het landschap rondom het plangebied maakt onderdeel uit van het Noord-Hollandse kleigebied. Sint Pancras is gelegen op een oude strandwal. Uit archeologische opgravingen blijkt dat er mogelijk vanaf het jaar 800 na Chr. nederzettingen waren in dit gebied. Vóór die tijd was het gebied onbewoonbaar, omdat het enkel bestond uit moerassen.

 

Vanuit de hoger gelegen gebieden (strandwallen en duinen) werd het gebied ontgonnen. Voor de ontwatering van het moeras werden kleine sloten gegraven. Doordat het gebied nog ver boven NAP lag ontstond zo een goed begaanbaar en vruchtbaar gebied. Door de zeespiegelstijging en de inklinking en oxidatie van het land werd de begaanbaarheid minder en nam de vruchtbaarheid af.

 

Op basis van historisch kaartmateriaal wordt opgemaakt dat de locatie in ieder geval sinds begin 1900 in gebruik is als weiland. De locatie is sinds 1900 agrarisch land geweest en mogelijk al langer. In de figuren 2 t/m 4 is de situatie te zien omstreeks 1920, 1980 en 2020.

 

Uit het kaartmateriaal kan ook opgemaakt worden dat binnen de onderzoekslocatie enkele watergangen gedempt zijn (figuur 3). De exacte locatie van de gedempte poldersloten valt op basis van het oude kaartmateriaal niet te achterhalen. Ook is onbekend of de watergang is gedempt met gebiedseigen materiaal of met aangevoerd materiaal.

 

Op perceel LGD00-K-30 is door een particulier in 2021 een voedselbos aangelegd.

 

Figuur 3: Historische kaart onderzoeksgebied omstreeks 1922 (boven) en 1983 (onder) (binnen rode kader)

 

Archeologische en cultuurhistorische waarden

In het bestemmingsplan “Uitbreiding Recreatiegebied Geestmerambacht” [5.] is de archeologische waarde vastgelegd als “hoog”.

 

Figuur 4 archeologische verwachting vanuit bestemmingsplan [5.]

 

Het gebied ten noorden en ten westen van St. Pancras heeft op basis van de landschapsgenese (strandwal overdekt met klei en veen) en de bekende waarnemingen een hoge verwachting. Om verstoring van eventueel aanwezige archeologische waarden te voorkomen, voorziet het bestemmingsplan in een planologisch beschermingsregime.

 

Op basis van het uitgangspunt hoge verwachting van vondsten archeologische waarden is een Archeologisch onderzoek uitgevoerd door IVO·B Allround Archeologie [8.] De resultaten van dit onderzoek uit 2022 zijn als volgt:

 

“Op basis van het in het kader van de realisatie van het Recreatiegebied Geestmerambacht opgestelde bureauonderzoek uit 2007 werden in het plangebied de resten van een strandwal met mogelijke archeologische waarden uit de prehistorie en Romeinse tijd verwacht. Dit is echter ontkracht door het in 2008 in het plangebied uitgevoerde booronderzoek, dat ook in het kader van de aanleg van Recreatiegebied Geestmerambacht is uitgevoerd. Uit dit onderzoek bleek dat het gebied in een getijdengebied was gelegen. Op basis van de stratigrafische opbouw werden in het plangebied geen archeologische waarden verwacht. Bij het uitgraven van de in het plangebied geplande watergang zullen daarom ook geen archeologische waarden verstoord worden.

 

IVO·B Allround Archeologie adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Er kunnen echter nog archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Als in het plangebied archeologische resten aangetroffen worden is het verplicht deze te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet.”

 

Risicoanalyse Ontplofbare Ooorlogsresten

In het kader van de voorgenomen grondroeringen is een Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten [7.] uitgevoerd. In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn geen feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied aangetroffen. Vanuit dit oogpunt kunnen de geplande werkzaamheden, binnen de contouren van het projectgebied zonder aanvullend onderzoek of opsporingsproces worden uitgevoerd.

 

Belanghebbenden

De voorgenomen aanpassingen hebben invloed op de onderstaande percelen:

 

Perceel

Eigenaar

Huidige functie

LGD00K22

Gemeente Dijk en Waard

Openbare rijweg, Vronermeerweg

LGD00K23

Hoogheemraadschap HHNK

Watergang

LGD00K31

Recreatieschap Geestmerambacht

Agrarische grond – Terrein (Teelt & Kweek)

LGD00K30

Particulier

Particulier terrein / Agrarische grond – Voedselbos

LGD00K29

Particulier

Particulier terrein / Agrarische grond – Teelt & Kweek

LGD00K306

Particulier

Particulier terrein / Agrarische grond – Terrein (grasland) | Berging – Stalling .

Met zakelijk recht HHNK en Opstalrecht nutsvoorziening (buiten plangebied)

LGD00K307

Recreatieschap Geestmerambacht

Agrarische grond – Teelt & Kweek

Met zakelijk recht HHNK en Opstalrecht nutsvoorziening (buiten plangebied)

PCS00A4061

Hoogheemraadschap HHNK

Watergang (Wijde Vaart)

Tabel 2: overzicht percelen invloedsgebied

 

Figuur 5 Kadastrale grenzen in relatie tot de te graven watergang (blauw)

 

Hoogteligging

Het huidige maaiveld ligt tussen circa NAP -0,70 en NAP -0,90 meter. In bijlage I is de ingemeten maaiveldhoogte binnen het plangebied weergegeven.

 

Geologie en bodemopbouw

De bodem bestaat van maaiveld tot circa NAP -25 meter uit een holocene deklaag. Deze deklaag bestaat tot een diepte van circa NAP -19 meter uit overwegend matig fijn wadzand (Formatie van Naald, Laagpakketten Walcheren (geulafzetting)). Het onderste gedeelte van de holocene deklaag is opgebouwd uit een minimaal 5 meter dikke, slecht doorlatende, zwak zandige, matig humeuze kleilaag (Laag van Bergen).

 

Globale diepte beneden maaiveld (m)

Geologische eenheid

Lithologie

0 tot 25,0

Holocene afzettingen

Zand, zeer fijn tot uiterst grof, kleiig tot grindig, lokaal schelphoudend; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus; veen, lokaal kleiig

25,0 – 33,5

Formatie van Kreftenheye

Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, zandig; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus

33,5 – 37,5

Eem formatie

Zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal schelphoudend, kalkrijk; klei, siltig tot zandig, lokaal schelphoudend

37,5 – 49,0

Formatie van Urk

Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig, lokaal schelphoudend; klei, lokaal siltig tot zandig, lokaal humeus; veen, lokaal kleiig

Tabel 3: Regionale bodemopbouw

 

In Figuur 6 zijn twee boorprofielen van de bovengrond binnen de projectlocatie opgenomen. Tot maximaal 1m-mv wordt klei aangetroffen en daaronder zand, matig fijn en zwak siltig.

 

Figuur 6: Boorprofielen overgenomen uit milieukundig onderzoek [4.]

 

Watersysteem

In het gebied heerst een dynamisch peil. Dit betreft een streefpeil met daarbij een boven- en ondergrens. De gebiedsbeheerder kan op basis van actuele weersomstandigheden en -voorspellingen actief sturen binnen de gestelde grenzen om de berging of watervoorraad te optimaliseren als dat nodig is.

 

Figuur 7: Legger wateren HHNK [14.]

 

Beschrijving watersysteem

Figuur 8 geeft inzicht in de vigerende peilgebieden. Het plangebied maakt deel uit van de polder Geestmerambacht. Het vigerende peilbesluit betreft: Peilgebied 3751-02 (bruine kleur) met vigerend dynamisch waterpeil van NAP -2,60 m / NAP -2,80 m (streefpeil NAP -2,70 m). Het plangebied grenst direct aan peilgebied 3751-04 (oranje-gele kleur) met een streefpeil van NAP -1,45 m).

 

Figuur 8: Legger HHNK - peilgebieden [14.]

 

De westelijke watergang en Wijde Vaart zijn secundaire watergangen van het type ‘lintvormig water’ en hebben als functie het onderhouden van de waterhuishouding in de nabije omgeving. De toekomstige functie van de watergangen zal daarnaast recreatief worden voor kleine pleziervaartuigen.

 

De westelijke watergang is gelegen in peilgebied 03751-02 met een gemiddeld streefpeil van NAP -2,70m en de Wijde Vaart is gelegen in het peilgebied 03751-04 met een gemiddeld streefpeil van NAP -1,45m.

 

De westzijde van de Wijde Vaart bestaat voornamelijk uit natuurvriendelijke oever en de oostzijde van de watergang grenst aan achtertuinen van woningen die aan het Noordeinde liggen. Een aantal achtertuinen zijn voorzien van beschoeiingen. De watergang parallel aan de Vronermeerweg is zonder beschoeiing uitgevoerd.

 

Waterkwaliteit

De exacte waterkwaliteit in het plangebied is niet bekend. Doordat het gebied voornamelijk in gebruik is geweest als landbouwgebied en onder invloed staat van kwel, is de waterkwaliteit naar verwachting vergelijkbaar aan de waterkwaliteit in het benedenstroomse peilgebied (03751-02). Verwacht wordt dat het oppervlaktewater nutriëntrijk, fosfaatrijk en chloriderijk is

 

Kaderrichtlijn Water (KRW) / zwemwaterlocaties

In het gebied ligt geen oppervlaktewater dat in het kader van KRW aangewezen is als waterlichaam en er liggen ook geen zwemwaterlocaties.

 

Grondwater

Grondwatertrap

Alleen van het noordelijke deel van het plangebied zijn grondwatertrapgegevens beschikbaar via DINOloket [10.]. Het gebied heeft grondwaterstap VII0. Hetgeen overeenkomt met 80-140cm – mv.

 

Grondwatermeting

Ten behoeve van de effectstudie van de peilverhoging is de grondwatersituatie van het plangebied in beeld gebracht. In bijlage II zijn de locatie van de peilbuizen opgenomen. De grondwaterstand in de peilbuizen is in twee meetrondes ingemeten.

 

De gemiddelde grondwaterstand bedraagt, op basis van de peilbuisgegevens, NAP -2,42m.

 

Grondwaterkwaliteit

Ten behoeve van de toekomstige ontwikkelingen in het plangebied is een milieukundig onderzoek [4.] uitgevoerd. Het freatische grondwater is tijdens dit onderzoek geanalyseerd op het NEN-5740 pakket. In het geanalyseerde grondwater van de verschillende parameters zijn geen overschrijdingen van de streefwaarden geconstateerd.

 

Bodemkwaliteit

In opdracht van Gemeente Dijk en Waard heeft Prommenz Milieu een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd [4]. In de volgende alinea’s is het resultaat van het onderzoek samengevat. Voor de werkelijke omvang van de waargenomen lichte verontreinigingen en de locaties van de monsters wordt verwezen naar het onderzoeksrapport [4.].

 

Uit het onderzoek volgt dat de kleiige bovengrond aan de zuidwestelijke zijde van het onderzoeksgebied licht verontreinigd is met chloordaan (OCB). In het kader van Besluit Bodemkwaliteit wordt de grond gekwalificeerd als Industrie. De noordoostelijke bovengrond en de ondergrond is niet verontreinigd met de onderzochte parameters en daartoe in het kader van Besluit Bodemkwaliteit gekwalificeerd als ‘Altijd toepasbaar’.

 

De twee dammen zijn beiden licht verontreinigd met zink, lood, kwik en PAK. Daarom is de grond uit beide dammen gekwalificeerd als ‘Industrie’. De dammen zijn niet verontreinigd met PFAS, waardoor de toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit onveranderd blijft.

 

Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Wel is in de dammen tijdens de boorwerkzaamheden asbestverdacht materiaal aangetroffen. Aanvullend asbestonderzoek toont aan dat het totaal gewogen asbestgehalte in de bovengrond ter plaatse van boring 27 de interventiewaarde overschrijdt In de bovengrond ter plaatse van de noordelijke dam ligt het asbestgehalte onder de interventiewaarde.

 

Bestemmingsplan

Het projectgebied is gelegen binnen het bestemmingsplan “Uitbreiding Recreatiegebied Geestmerambacht” [5.]. Op de gronden rust de enkelbestemming ‘Natuur – recreatie’ en de dubbelbestemming ‘Archeologisch waardevol terrein’.

 

De gronden met de bestemming ‘Natuur – recreatie’ zijn bestemd voor:

“onderhoud en ontwikkeling van natuurlijke waarden met name in de zin van water en oeverlanden en van opgaande beplanting;

dagrecreatieve doeleinden in de vorm van wandelen, paardrijden, fietsen en varen;

[…]

In de bestemming zijn tevens begrepen watergangen, duikers, steigers, leidingen en andere bouwwerken ten behoeve van de waterkering.”

 

“De op de plankaart voor “Archeologisch waardevol terrein” aangewezen gronden zijn, behoudens de overige daaraan gegeven bestemmingen, primair bestemd voor behoud van de archeologische waarden. Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning […] grondbewerkingen of andere ingrepen aan of in de grond tot een grotere diepte dan 0,30 m beneden maaiveld” uit te voeren. Deze vergunning kan slechts worden verleend indien archeologische waarden door de werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, hiervoor dient advies ingewonnen te worden (artikel 8, lid 4, sub c van het bestemmingsplan).

 

Het voorgenomen plan is niet in strijd met het bestemmingsplan, wel dient een vergunning voor het uitvoeren van ‘werk- of werkzaamheden’ aangevraagd te worden in verband met de archeologische dubbelbestemming. Voor dit doel is reeds een archeologisch onderzoek uitgevoerd, zie paragraaf 2.3.

 

Natuurwaarden

In het bestemmingsplan “Uitbreiding recreatiegebied Geestmerambacht” [5] is de natuurwaarde voor het totale gebied onderzocht. In het kader van dit project “Bypass Wijdevaart” heeft Smit Groenadvies in de opdracht gemeente Dijk en Waard een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd [6.].

 

Conclusie vanuit Quickscan Flora & Fauna [6.]:

Het plangebied ligt op meer dan 6 kilometer afstand van Natura 2000-gebieden ‘ Schoorlse Duinen’ en ‘Noord-Hollands Duinreservaat’, die onder de bescherming van de Wet natuurbescherming vallen. Vanwege deze afstand is geen effect te verwachten op de instandhoudingsdoelstellingen van doelsoorten en habitattypen die in het kader van de Wet natuurbescherming aangewezen zijn als gevolg van verstoring door geluid, licht en andere verstoringsfactoren.

 

Binnen het plangebied zijn mogelijke verblijfplaatsen voor vleermuizen, vogels met jaarrond en zonder jaarrond beschermde nesten, rugstreeppad en algemene kleine zoogdieren waargenomen. Voor andere beschermde soorten zijn geen mogelijke verblijfplaatsen waargenomen in het plangebied. De vegetatie binnen het plangebied wordt mogelijk gebruikt door vogels met en zonder jaarrond beschermde nesten als foerageergebied. Vleermuizen gebruiken mogelijk de watergangen als vliegroute en kunnen de boomlanen gebruiken als foerageergebied.

 

Naar aanleiding van de resultaten van de bureaustudie en het veldonderzoek kan er een conclusie worden getrokken wat betreft de te verwachten effecten door de voorgenomen werkzaamheden op beschermde soorten.

 

De werkzaamheden in het plangebied kunnen niet plaatsvinden zonder een mogelijke overtreding op de Wet natuurbescherming. Het is niet uit te sluiten dat de rugstreeppad gebruik maakt van het plangebied als leefgebied. Ook broedt mogelijk de torenvalk in een nestkast binnen het plangebied, en kunnen vogels zonder jaarrond beschermde nesten broeden in de vegetatie in en rondom het plangebied. Ook wordt het plangebied mogelijk gebruikt door algemene grondgebonden zoogdieren zoals de mol en muizensoorten als leefgebied.

 

Aanvullend onderzoek zal moeten uitwijzen of de rugstreeppad daadwerkelijk voorkomt binnen het plangebied en of er een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig is. Onderzoek moet uit wijzen wat de functie is van het plangebied voor de rugstreeppad. Voor de torenvalk en grondgebonden zoogdieren geldt dat er gewerkt moet worden volgens een ecologisch werkprotocol, op deze manier kan de verwonding of doding van deze soorten voorkomen worden. Voor vogels zonder jaarrond beschermde nesten geldt dat voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogel inspectie gedaan moet worden of dat er buiten het broedseizoen gewerkt moet worden om zo verstoring en/ of vernietiging van broedplaatsen te voorkomen.”.

 

Er is aanvullend soortenonderzoek uitgevoerd door Smit Groenadvies om aan te tonen of uit te sluiten dat het plangebied functies bevat voor rugstreeppad en/ of de werkzaamheden hiermee ontheffing plichtig zijn. Het aanvullend onderzoek naar rugstreeppad is uitgevoerd van april tot juli 2023.

 

Conclusie vanuit het aanvullend onderzoek [16.]:

“Tijdens de veldbezoeken zijn geen rugstreeppadden waargenomen. Zodoende kunnen de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden, zonder de noodzaak tot een ontheffing op de Wet natuurbescherming of andere aanvullende maatregelen. Wel dient te allen tijde de algemeen geldende zorgplicht te worden nageleefd.”

 

3. Ontwikkeling

Beschrijving voorgenomen werkzaamheden

De gemeente Dijk en Waard is voornemens om een watergang aan te leggen aan de westzijde van Sint-Pancras om de doorvaarbaarheid te verbeteren. De nieuwe watergang (bypass) is bijna 400 meter lang en heeft een breedte van circa 8 meter. Deze nieuwe watergang heeft een streefpeil van NAP – 1,45 m, gelijk aan het waterpeil van de Wijde Vaart (peilgebied 03751-04). Het streefpeil ter hoogte van het plangebied is in de huidige situatie NAP -2,70m (peilgebied 03751-02). De bestaande wegsloot langs de Vronermeerweg zal worden gedempt.

 

Door het graven van de watergang met het hogere waterpeil, wijzigt de grens tussen de twee betreffende peilgebieden.

 

De strook langs de nieuwe watergang wordt onder afschot afgewerkt richting de nieuwe watergang. Het lichte afschot (van het maaiveld) naar de watergang voorkomt dat er veel regenwater op het land blijft liggen (bovenop de kleilaag).

 

Aanpassingen in watersysteem

Waterpeilen

Het plangebied ligt op de scheiding van twee peilgebieden. De peilgebieden hebben verschillende streefpeilen van respectievelijk -2.70 voor het noordwestelijke gebied en -1.45 voor het zuidoostelijke peilgebied. Als gevolg van de aanleg van de bypass wordt de grens tussen de twee peilgebieden gewijzigd, zoals weergegeven in onderstaande Figuur 9.

 

Figuur 9: Weergave situatie peilgebieden voor (links) en na (rechts) de aanleg van de nieuwe watergang

 

Watergangen

Er wordt een nieuwe watergang een gelegd van circa 8 meter breed en 400 meter lang. De watergang wordt uitgevoerd met natuurlijke oevers, taludhelling ca. 1:5. Alleen aan de noordgrens van kavels K29 en K306 wordt een verticale oeverconstructie (beschoeiing) aangebracht.

 

Aan de westzijde komt de nieuwe watergang (vrijwel) op de plek van de voormalige wegsloot te liggen. De nieuwe watergang heeft invloed op de theoretische grondwaterstanden. Zonder aanvullende maatregelen stijgt de grondwaterstand binnen het plangebied met ca. 30 cm. Om de gevolgen van de aanleg van de nieuwe watergang te minimaliseren worden de volgende maatregelen doorgevoerd:

  • De watergang uitvoeren met een waterremmende laag, bestaande uit bentonietmat, welke is afgedekt met een laag gebiedseigen grond van 0,5 m dik. Een en ander zoals schematisch weergegeven in Figuur 10.

 

Figuur 10: Principeprofiel kleilaag nieuwe watergang

  • Het aanbrengen van een drainage. De drainage wordt aangelegd langs de nieuwe watergang, evenwijdig aan de Vronermeerweg. De drainage staat in verbinding met de bestaande wegsloot, waarin het lage waterpeil wordt gehandhaafd. De verbinding wordt uitgevoerd door middel van een ‘blinde buis’ tussen de drainage en de bestaande wegsloot. Een en ander zoals weergegeven in Figuur 11.

Figuur 11: Principe aanleg drainage naast nieuwe watergang

 

In bijlage III is het geohydrologisch onderzoek opgenomen, waarin de voorgestelde maatregelen nader zijn onderbouwd. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de noodzaak voor het toepassen van de bovenstaande maatregelen.

 

Kunstwerken

Binnen de nieuwe watergang (Bypass) worden geen duikers of bruggen aangebracht. Wel wordt langs een gedeelte van de nieuwe watergang een nieuwe beschoeiing aangebracht. De nieuwe beschoeiing wordt aangebracht aan de noordzijde van percelen K29 en K306. Om een technische levensduur van 50 jaar te behalen wordt de beschoeiing uitgevoerd in kunststof (type Prolock sigma, of gelijkwaardig). Het beheer en onderhoud van de nieuwe beschoeiing komt bij de eigenaar van het aangrenzend perceel.

 

Onderhoud

De nieuwe watergang is in eigendom van het Recreatieschap. Het ‘nat onderhoud’ inclusief baggeren, wordt uitgevoerd door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). De eigenaar van het aangrenzend perceel is verantwoordelijk voor het onderhoud van het droge profiel tot de eerste 3 meter vanaf de insteek.

 

4. Afwegingsproces

Belangen en verwachte effecten

In dit hoofdstuk wordt per belanghebbende partij de belangen en effecten van de peilgrenswijziging beschreven. Daarnaast wordt, indien van toepassing, beschreven welke maatregelen er genomen worden om negatieve effecten te voorkomen.

 

Particulier perceel K30- Voedselbos

Belang

De nieuwe watergang (bypass) omsluit een drietal particuliere percelen. Een van die percelen betreft het Voedselbos, behorend bij perceel K30. Het belang van het Voedselbos is het kunnen blijven gebruiken van de ingerichte pluk- en siertuin. De huidige drooglegging in het gebied is circa 1,5 m en is hiermee relatief laag. De drooglegging dient zo veel mogelijk gehandhaafd te blijven. De eigenaar van het Voedselbos heeft er tevens belang bij dat het perceel bereikbaar blijft. Op basis van gevoerde gesprekken met de eigenaar is vastgesteld dat het Voedselbos bereikbaar dient te zijn te voet en met een zitmaaier. De toegang via de Vronermeerweg dient daarbij bij voorkeur te vervallen. Bereikbaarheid voor andere voertuigen (bijvoorbeeld auto’s en landbouwvoertuigen) wordt niet verlangd [17.].

 

Effecten

Door de aanleg van de nieuwe watergang is het perceel K30, zonder aanvullende maatregelen, niet meer bereikbaar voor een zitmaaier en andere voertuigen. Het perceel is alleen nog bereikbaar te voet via de huidige voetgangersbrug achter de Benedenweg 10A.

 

Het doorvoeren van de peilgrenswijziging resulteert in een verhoging van de grondwaterstand. Zonder nadere maatregelen betreft de verhoging van het grondwater tot ca. 30 cm (zie Bijlage III – Geohydrologisch onderzoek).

 

Maatregelen

Om de effecten als gevolg van de aanleg van de nieuwe watergang te minimaliseren, worden de volgende maatregelen genomen:

  • De nieuwe watergang wordt voorzien van een waterremmende laag (bodem en talud). Zie tevens Figuur 10;

  • Om eventueel wateroverlast binnen het particuliere perceel nog verder te minimaliseren wordt een drainage aangebracht, langs de nieuwe watergang, evenwijdig aan de Vronermeerweg. Zie tevens Figuur 11;

  • Ten behoeve van de bereikbaarheid van het perceel wordt een nieuwe voetgangersbrug aangebracht, met een breedte van ca. 1,5 m. Hiermee wordt de bereikbaarheid van het perceel met een zitmaaier gegarandeerd. De aanleg van de nieuwe voetgangersbrug vindt plaats voorafgaand aan het graven van de nieuwe watergang.

  • De afspraken tussen de particuliere eigenaar, de gemeente en het recreatieschap zijn geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst [18.]

Particulier perceel K29

Belang

De nieuwe watergang (bypass) omsluit een drietal particuliere percelen. Een van die percelen betreft het perceel K29. Het belang van de eigenaar van dit perceel is dat het perceel bereikbaar blijft en dat de fundering van de aanwezige opstallen niet wordt aangetast als gevolg van grondwaterstandwijzigingen. Op basis van gevoerde gesprekken met de bewoners is vastgesteld dat de bewoners instemmen met de realisatie van de bypass, mits aannemelijk wordt gemaakt dat negatieve effecten door de aanleg verwaarloosbaar zijn [19.].

 

Effecten

De aanleg van de nieuwe watergang heeft geen effecten op de bereikbaarheid van perceel K29. De toegankelijkheid blijft ongewijzigd.

Het doorvoeren van de peilgrenswijziging resulteert in een verhoging van de grondwaterstand. Zonder nadere maatregelen betreft de verhoging van het grondwater tot ca. 30 cm (zie Bijlage III – Geohydrologisch onderzoek).

Door de aanleg van de nieuwe watergang direct langs de perceelgrens van perceel K29 kan de bestaande groenstrook niet volledig intact blijven. Naast het gedeeltelijk verwijderen van (overhangende) bosschages dienen er mogelijk ook bomen te worden gekapt. Uitgangspunt hierbij is dat er niet meer groen wordt verwijderd dan strikt voor de aanleg van de nieuwe watergang noodzakelijk is.

 

Maatregelen

Om de effecten als gevolg van de aanleg van de nieuwe watergang te minimaliseren, worden de volgende maatregelen genomen:

  • De nieuwe watergang wordt voorzien van een waterremmende laag (bodem en talud). Zie tevens Figuur 10;

  • Om te zorgen dat de groenstrook aan de noordzijde van perceel K29 intact blijft, tijdens en als gevolg van de aanleg van de nieuwe watergang, wordt een strook van 5 gehanteerd tussen de kadastrale perceelgrens en de nieuwe waterlijn. De kap van bomen wordt hiermee voorkomen en de snoei van overhangende bosschages wordt hiermee zo veel mogelijk geminimaliseerd. De 5 m-strook wordt ingericht als berm en natuurlijk talud van de nieuwe watergang. Het eigendom en beheer van deze 5 m-strook ligt bij de eigenaar van perceel K29.

  • Om de oppervlakkige afvoer van hemelwater van het kavel naar de nieuwe watergang mogelijk te maken, worden - in overleg met de bewoner(s) - aanwezige ‘kuilen’ in het terrein opgevuld met grond die vrijkomt bij het ontgraven van nieuwe watergang. De aanvulling vindt zodanig plaats dat hemelwater geleidelijk kan aflopen naar de watergang [19.].

Particulier perceel K306

Belang

De nieuwe watergang (bypass) omsluit een drietal particuliere percelen. Een van die percelen betreft het perceel K306. Het belang van de eigenaar van dit perceel is dat het bereikbaar blijft en dat de fundering van de aanwezige opstallen niet wordt aangetast als gevolg van grondwaterstandwijzigingen. Op basis van gevoerde gesprekken met de bewoners is vastgesteld dat de bewoners instemmen met de realisatie van de bypass, mits aannemelijk wordt gemaakt dat negatieve effecten door de aanleg verwaarloosbaar zijn [19.].

 

Effecten

De aanleg van de nieuwe watergang heeft geen effecten op de bereikbaarheid van perceel K306. De toegankelijkheid blijft ongewijzigd. De ontsluiting van het perceel vindt plaats via de Noordeinde

Het doorvoeren van de peilgrenswijziging resulteert in een verhoging van de grondwaterstand. Zonder nadere maatregelen betreft de verhoging van het grondwater tot ca. 30 cm (zie Bijlage III – Geohydrologisch onderzoek).

In de huidige situatie ligt de erfafscheiding(hekwerk), op de grens met kavel K307, niet exact op de kadastrale grens. Door de aanleg van de nieuwe watergang dient de huidige erfscheiding te worden verplaatst.

 

Maatregelen

Om de effecten als gevolg van de aanleg van de nieuwe watergang te minimaliseren, worden de volgende maatregelen genomen:

  • De nieuwe watergang wordt voorzien van een waterremmende laag (bodem en talud). Zie tevens Figuur 10;

  • Om de oppervlakkige afvoer van hemelwater van het kavel naar de nieuwe watergang mogelijk te maken, worden - in overleg met de bewoner(s) - aanwezige ‘kuilen’ in het terrein opgevuld met grond die vrijkomt bij het ontgraven van nieuwe watergang. De aanvulling vindt zodanig plaats dat hemelwater geleidelijk kan aflopen naar de watergang.

  • Het herstellen van de eigendomssituatie naar de werkelijke kadastrale grens, wordt geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de perceeleigenaar en het Recreatieschap [19.].

Recreatieschap Geestmerambacht

Belang

Het recreatieschap is eigenaar van de kavels waarop de nieuwe watergang met natuurvriendelijke oevers wordt aangelegd en wordt ook eigenaar van de nieuwe watergang. Het recreatieschap heeft belang bij de aanleg van de bypass om zodoende invulling te geven aan de doelstellingen van het recreatieschap. De bypass grenst aan het gebied van een ander project van het Recreatieschap, De Groene Loper, hetgeen eveneens een impuls moet geven aan recreatiemogelijkheden, alsmede aan natuurontwikkeling.

 

Effecten

De plannen hebben een positief effect op de doelstellingen en visie van het recreatieschap Geestmerambacht. Daarmee staat het recreatieschap positief tegenover de voorgenomen plannen.

 

Maatregelen

Er is geen sprake van negatieve effecten voor het recreatieschap als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden. Er zijn daarom geen aanvullende maatregelen benodigd.

 

(Weg- en vaarweg beheerder) Gemeente Dijk en Waard

Belang

De gemeente heeft er belang bij dat er geen schade aan de bestaande wegconstructie van de Vronermeerweg ontstaat door afname van drooglegging.

De gemeente heeft daarnaast belang om het recreatief varen binnen de gemeente en naar de omgeving te bevorderen.

 

Effecten

De rijbaan ter hoogte van de nieuwe watergang ligt op ca. NAP -0,45 à -0,50 m. Het streefpeil van de nieuwe watergang ligt op NAP -1.45 m. Het hoogteverschil tussen de bestaande rijbaan en het waterpeil van de nieuwe watergang is dusdanig groot dat er geen schade wordt verwacht aan de rijbaan.

De gemeente is de initiatiefnemer van het plan en heeft geen bezwaar tegen de plannen. Door het toevoegen van de vaarweg wordt het recreatief vaarnetwerk verbeterd, waarmee aan de doelstelling wordt voldaan. Als eigenaar van het ‘naastliggende perceel’ K22 (Vronermeerweg) is de gemeente verantwoordelijk voor het onderhoud van het droge profiel (talud) van de nieuwe watergang langs de Vronermeerweg.

 

Maatregelen

Er is geen sprake van negatieve effecten voor de gemeente als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden. Er zijn daarom geen aanvullende maatregelen benodigd.

 

Waterbeheerder (kwaliteit en kwantiteit) – HHNK

Belang

Het Hoogheemraadschap wordt de waterbeheerder (kwaliteit en kwantiteit) van de nieuwe watergang. HHNK is als waterbeheerder verantwoordelijk voor de aan- en afvoer van water ten behoeve van het grondgebruik en de aanwezige functie. HHNK is verantwoordelijk voor de drooglegging van gronden.

Het belang van HHNK bij deze plannen is het functioneren van het watersysteem in de peilgebieden en geen exceptionele stijging van grondwaterstanden.

Met betrekking tot de waterkwaliteit dient HHNK te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). De doelstelling van de KRW betreft het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater.

 

Effecten

Waterkwantiteit.

Door de aanleg van de watergang wordt extra waterberging gecreëerd, hetgeen een gunstige invloed heeft op het lokale watersysteem. De robuustheid van het watersysteem wordt hiermee vergroot.

Door de doorvaarbaarheid van de nieuwe watergang is ook het onderhoud goed uitvoerbaar.

 

Waterkwaliteit / KRW.

De peil(grens)wijziging heeft geen invloed op de waterkwaliteit, omdat het een geheel nieuwe waterloop betreft. Door het toepassen van de kleilaag en het hogere waterpeil is er geen sprake van extra kwel. Met de inrichting van de nieuwe waterloop wordt rekening gehouden met de doelen vanuit de Kader Richtlijn Water. De nieuwe watergang wordt over vrijwel de gehele lengte aan beide zijden uitgevoerd met natuurvriendelijke (flauwe) oevers. De aanleg van deze natuurlijke, flauwe oevers draagt bij aan de ecologische doelen vanuit de KRW.

 

Maatregelen

De maatregelen die in het ontwerp zijn meegenomen, waaronder de aanleg van natuurvriendelijke oevers, dragen bij aan de doelstelling van het HHNK. Ook net buiten het plangebied zijn maatregelen genomen die de waterkwaliteit ten goede komen. Duikers zijn vervangen door doorvaarbare bruggen, waarmee de doorstroming / verversing verbetert. De aanleg van de nieuwe watergang versterkt de doorstroming.

 

Pachters naastgelegen percelen

Belang

Ten noorden en ten zuiden van de nieuwe watergang liggen gronden (in eigendom van het Recreatieschap) die verpacht worden. Het belang van de pachters van de naast de nieuwe watergang gelegen percelen is het kunnen blijven uitoefenen van de werkzaamheden op de pachtgronden. Het grondgebruik is voornamelijk grasland (noordzijde) en gedeeltelijk akkerland (zuidzijde). De huidige drooglegging dient zoveel mogelijk instant te worden gehouden.

 

Effecten

Zonder nadere maatregelen betreft de verhoging van het grondwater, als gevolg van de aanleg van de nieuwe watergang, tot ca. 30 cm (zie Bijlage III – Geohydrologisch onderzoek).

Het oppervlakte van het te verpachten perceel ten zuiden van de nieuwe watergang (K31), neemt in oppervlakte af. Dat is voor de huidige pachter geen probleem, omdat deze de activiteiten op het kavel ook zelf al wilde afschalen (mondelinge mededeling Recreatieschap).

Het oppervlakte van het te verpachten perceel ten noorden van de nieuwe watergang (K307), neemt in oppervlakte af. De afname van het pachtoppervlakte wordt tijdig door de perceeleigenaar (recreatieschap) gecommuniceerd met de pachter.

 

Maatregel

Om de effecten als gevolg van de aanleg van de nieuwe watergang te minimaliseren, worden de volgende maatregelen genomen:

  • De nieuwe watergang wordt voorzien van een waterremmende laag (bodem en talud). Zie tevens Figuur 10;

Het recreatieschap (eigenaar van de pachtgronden) communiceert voorafgaand aan de werkzaamheden met de pachters over de afname van het oppervlakte van de te verpachten gronden.

 

Waterrecreanten

Belang

De recreatieve gebruikers van de vaarroutes in de gemeente en in het omliggende gebied hebben belang bij nieuwe en verbeterde vaarroutes.

 

Effecten

De nieuwe verbinding is een uitbreiding van het vaargebied en een uitbreiding van de mogelijkheid van het recreatief gebruik van het water. De nieuwe watergang geeft daarmee invulling aan het belang van de waterrecreanten. Het draagt daarnaast tevens bij aan de hoofddoelstelling van de gemeente Dijk en Waard (het verbeteren van de doorvaarbaarheid).

 

Maatregelen

Er is geen sprake van negatieve effecten voor waterrecreanten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden. Er zijn daarom geen aanvullende maatregelen benodigd.

 

Omgevingsaspecten

Archeologie

Door de peilverhoging neemt het risico af dat archeologische waarde wordt blootgesteld aan oxidatie.

 

In de voorbereidingsfase van dit project is een archeologische quickscan uitgevoerd [8.]. Op basis van de archeologische quickscan kan het volgende worden gesteld:

Op basis van het in het kader van de realisatie van het Recreatiegebied Geestmerambacht opgestelde bureauonderzoek uit 2007 werden in het plangebied de resten van een strandwal met mogelijke archeologische waarden uit de prehistorie en Romeinse tijd verwacht. Dit is echter ontkracht door het in 2008 in het plangebied uitgevoerde booronderzoek, dat ook in het kader van de aanleg van Recreatiegebied Geestmerambacht is uitgevoerd. Uit dit onderzoek bleek dat het gebied in een getijdengebied was gelegen. Op basis van de stratigrafische opbouw werden in het plangebied geen archeologische waarden verwacht. Bij het uitgraven van de in het plangebied geplande watergang zullen daarom ook geen archeologische waarden verstoord worden.

 

Er kunnen echter nog archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. In het geval er tijdens de uitvoering bouwwerkzaamheden archeologische sporen en/of vondsten worden aangetroffen dan geldt een meldingsplicht bij de gemeente op grond van de Erfgoedwet.

 

Grondwater

Volgens de uitgevoerde modelberekening leidt de aanleg van de nieuwe watergang, tot een geringe stijging van de grondwaterstand tot ca. 0,05m, in- en rondom het gebied. De watergang wordt uitgevoerd met een waterremmende laag (bentonietmat). Hierdoor wordt voorkomen dat de stijging van het waterpeil ongewenste grondwaterproblemen veroorzaakt.

 

Naast het toepassen van de waterremmende laag (bentonietmat), wordt ook een drainage toegepast, waarmee effecten op de grondewaterstand nog verder worden gereduceerd.

Voor een nadere toelichting, zie paragraaf 3.2.2.

 

In bijlage III is een modellering opgenomen waarin de effecten op grondwaterstand zijn onderbouwd. Figuur 12 geeft een visuele weergave van de effecten op de grondwaterstand, als gevolg van de aanleg van de nieuwe watergang, inclusief de toepassing van de waterremmende laag en de drainage.

 

Figuur 12: Visuele weergave van effecten op de grondwaterstand. De rode lijn geeft de contour met 5cm verhoging

 

De grondwatermodel-berekening is uitgevoerd totdat het stationair was (grondwaterstand over het hele jaar blijft gelijk). Dit betekent dat het effect (inzijging water uit nieuwe sloot in freatisch pakket) in het oneindige (tijdsduur onbeperkt) is uitgevoerd en het resultaat betreft een gemodelleerde grondwaterstijging van circa 0,05m.

 

Kwel en infiltratie

In het gebieden waar het waterpeil wordt verhoogd van NAP -2,70m naar NAP -1,45m wijzigt het geohydrologisch systeem. Door verhoging van het waterpeil zal de kwelstroom licht afnemen.

 

Flora en fauna

In de toekomstige situatie neemt kwaliteit van het water en biodiversiteit naar verwachting toe. De toename wordt bereikt doordat een groot deel van de oevers natuurvriendelijk wordt ingericht. Tijdens de aanleg worden mitigerende maatregelen getroffen.

 

Doordat het watersysteem ook een bijdrage gaat leveren bij het verbeteren van de waterkwaliteit in en in de omgeving van het plangebied wordt de bijdrage aan natuur en ecologie verder vergroot.

 

Afweging

Door het aanleggen van de nieuwe watergang (bypass) wordt de doorvaarbaarheid van de gemeente Dijk en Waard verbeterd. De vaarverbinding heeft tot gevolg dat een partiële peilwijziging noodzakelijk is. De peilgrenswijziging heeft effect op de omgeving en belanghebbenden.

 

Per belanghebbende is bepaald op welke wijze effecten worden geminimaliseerd en in hoeverre wordt ingestemd met de voorgenomen plannen.

 

De particulier eigenaren van percelen K30, K29 en K306 stemmen in met de aanleg van de nieuwe watergang, inclusief de waterremmende laag en een drainage, om de effecten op de grondwaterstand binnen de contouren van het perceel te minimaliseren.

Aan de noordzijde van perceel K29 wordt een strook van 5 m aangehouden tussen de kadastrale perceelgrens en de waterlijn van de nieuwe watergang. Hiermee wordt gewaarborgd dat de bestaande groenstrook, inclusief bomen, intact blijft tijdens en als gevolg van de aanleg van de nieuwe watergang. Er is hooguit sprake van snoei van overhangend groen.

Voor de eigenaar van perceel K30 is een bijkomende voorwaarde dat de bereikbaarheid van het perceel gewaarborgd blijft. Hiervoor is tussen de gemeente en de perceeleigenaar overeengekomen dat een nieuwe voetgangersbrug wordt aangebracht vanaf het perceel Benedenweg 10A.

Voor het perceel K306 wordt de oorspronkelijke perceelsgrens in ere hersteld. Een en ander wordt geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst.

 

De gemeente Dijk en Waard is initiatiefnemer van de nieuwe watergang en heeft geen bezwaar tegen het ontwerp. Ook als wegbeheerder heeft de gemeente geen bezwaar tegen de voorgenomen ontwikkeling.

 

Ook het recreatieschap Geestmerambacht heeft belang bij de aanleg van de nieuwe watergang met natuurvriendelijke oevers. De nieuwe watergang draagt bij aan de doelstellingen van het recreatieschap (faciliteren recreatie en natuurontwikkeling). Het recreatieschap trekt samen op met de gemeente bij de ontwikkeling van deze nieuwe watergang, dus is nauw betrokken bij het ontwerp. Het recreatieschap heeft geen bezwaar tegen de voorgenomen aanleg van de watergang.

 

Het hoogheemraadschap (HHNK) heeft als waterbeheerder (kwaliteit en kwantiteit) belang bij de aanleg van de nieuwe watergang. De waterberging neemt toe en door de aanleg van natuurvriendelijke oevers wordt ook invulling gegeven aan de Kaderrichtlijn Water (KRW).

 

De drooglegging in het gebied is circa 1,5 m in de huidige situatie. Deze dient zo veel mogelijk gelijk te blijven in de nieuwe situatie. Door het toepassen van een kleiafdichting als waterbodem en het aanbrengen van een drainage zijn de effecten op de grondwaterstand geminimaliseerd en blijft de drooglegging vrijwel ongewijzigd. Door deze mitigerende maatregelen worden de belangen van derden niet onevenredig geschaad.

 

Planologische beperkingen

Bestemmingsplan

De voorgenomen werkzaamheden passen binnen het vigerende bestemmingsplan “Uitbreiding Recreatiegebied Geestmerambacht”. Er dient conform het ruimtelijk regime een vergunning voor het uitvoeren van ‘werk- of werkzaamheden’ aangevraagd te worden in verband met de archeologische dubbelbestemming.

 

Kabels en leidingen

Binnen het gebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig welke een beperking vormen voor de voorgenomen werkzaamheden.

 

5. Besluitprocedure

Partiële herziening van het peilbesluit 03571-02 en 03571-04

Als gevolg van de aanleg van de bypass zullen de grenzen van een tweetal peilgebieden wijzigen. De bypass gaat onderdeel uitmaken van peilgebied 03751-04. Dat peilgebied wordt daarmee met circa 1,5 hectare vergroot. Tegelijkertijd neemt het oppervlak van peilgebied 03751-02 met hetzelfde oppervlakte af. De gewijzigde peilgebied-grenzen zijn opgenomen in Figuur 9.

 

Code

Type peilbeheer

Streefpeil [NAP +m]

Ondergrens winter

[NAP +m]

Bovengrens winter

[NAP +m]

Ondergrens zomer

[NAP +m]

Ondergrens zomer

[NAP +m]

03751-02

Dynamisch

-1,45

-1,55

-1,35

-1,55

-1,35

03751-04

Dynamisch

-2,70

-2,80

-2,60

-2,80

-2,60

Tabel 4: Overzicht peilgebieden

 

Na vaststelling wordt, volgens de wettelijke voorgeschreven procedure, kennisgeving gedaan van de terinzagelegging van het ontwerppeilbesluit. De terinzagelegging duurt zes weken. Gedurende die periode kunnen zienswijzen worden ingebracht. Daarna wordt het besluit ter vaststelling voorgelegd aan het Algemeen Bestuur van het hoogheemraadschap (al dan niet voorzien van een nota van beantwoording). Hierna staat beroep open tegen dit besluit.

 

Geen / Wel M.E.R. beoordelingsplicht

Op grond van de Wet milieubeheer en de bijlage bij het Besluit M.E.R. kan een structurele verlaging van het (streef-)peil van een oppervlaktewater m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Dit is het geval wanneer de activiteit:

 

  • 1.

    betrekking heeft op een verlaging van 16 centimeter of meer,

  • 2.

    plaatsvindt in een gevoelig gebied of een weidevogelgebied, en

  • 3.

    betrekking heeft op een oppervlakte van 200 hectare of meer.

Omdat bovenstaande criteria niet aan de orde zijn, is voor dit peilbesluit geen M.E.R. nodig.

 

Omgevingsvergunning voor wateractiviteiten

Voor de aanleg van de waterhuishoudkundige werken en waterpartijen wordt een watervergunning aangevraagd door de gemeente Dijk en Waard. Daarin worden tevens de afspraken over het toekomstig onderhoud van het watersysteem en de kunstwerken vastgelegd. Het ontwerp van de partiële herziening op het peilbesluit en de ontwerpwatervergunning worden, indien mogelijk, gelijktijdig ter inzage gelegd.

 

Monitoring en evaluatie

Om de opgestelde geohydrologische berekening (grondwatermodel) te kunnen toetsen, worden er op een tweetal locaties peilbuizen met divers geplaatst. Hiermee wordt het verloop van de grondwaterstand gemonitord. De start van de monitoring van de grondwaterstand vindt plaats ruim voordat de daadwerkelijke aanleg van de nieuwe watergang wordt uitgevoerd en loopt daarna ook nog minimaal 2 jaar door. Op deze wijze wordt een representatief beeld gekregen van de fluctuatie van de grondwaterstand in de nulsituatie en eventuele effecten op de grondwaterstand als gevolg van de aanleg van de nieuwe watergang. Een exponentiele toename in de grondwaterstand zou kunnen duiden op een lekkage in de kleiafdichting en dient tijdig opgespoord te worden.

Naar boven