Waterschapsblad van Waterschap Hollandse Delta
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Hollandse Delta | Waterschapsblad 2025, 32081 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Hollandse Delta | Waterschapsblad 2025, 32081 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Inspraak- en participatieverordening Waterschap Hollandse Delta 2025
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
uitdaagrecht /right to challenge( een specifieke vorm van participatie): Het recht van ingezetenen en maatschappelijke initiatieven om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een taak van het waterschap over te nemen als zij denken deze taak beter en/of goedkoper uit te kunnen voeren.
Paragraaf 3 Procedure inspraak
Het ontwerp van het te nemen besluit ten aanzien waarvan inspraak wordt geboden, wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd op het kantoor van waterschap Hollandse Delta en kan worden ingezien op de website van het waterschap.
Paragraaf 4 Procedure publieksparticipatie
Artikel 8 Procedures publieksparticipatie
Het college stelt bij de start van elke participatieprocedure vast op welke wijze participatie wordt toegepast. Het besluit wordt samen met de in het tweede lid genoemde participatieparagraaf bekend gemaakt op de voor die participatieprocedure geschikte wijze. Het college kan deze bevoegdheid mandateren.
Bij elk beleidsvoornemen, plan of project beoordeelt het waterschap of participatie noodzakelijk en wenselijk is aan de hand van het handelingskader zoals opgenomen in bijlage 1 van deze verordening. Het handelingskader wordt gebruikt om te bepalen welke participatieniveaus (informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren, meebeslissen) van toepassing zijn en welke groepen belanghebbenden betrokken moeten worden.
Artikel 11.2 Uitsluitingsgronden
Overname van de uitvoering van de volgende taken is niet mogelijk:
Paragraaf 7 Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 14 Intrekking oude regeling
De Inspraakverordening waterschap Hollandse Delta, vastgesteld op 7 december 2013 wordt ingetrokken.
Ridderkerk, 17 december 2025
De Verenigde Vergadering voornoemd,
secretaris-directeur,
V. Bergsma
dijkgraaf
J.F. Bonjer
De Waterschapswet bepaalt in artikel 79 dat het algemeen bestuur verplicht is een verordening vast te stellen, waarin regels worden gegeven inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij het beleid van het bestuur worden betrokken. De Waterschapwet bepaalt vervolgens dat die inspraak wordt verleend door toepassing te geven aan Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb). In die verplichting voorziet deze verordening.
Belanghebbenden kunnen via inspraak hun mening geven over een voorstel dat gereed is voor bestuurlijke besluitvorming, zodat het eventueel nog kan worden aangepast voordat het waterschap erover beslist. In verband met de slagvaardigheid van het optreden wordt in deze verordening de scheiding gemaakt waardoor ingezetenen hun recht op inspraak kunnen benutten bij beleidsvoornemens zoals bedoeld in artikel 79 van de Waterschapswet en verder geeft deze verordening het recht tot inspraak aan belanghebbenden. Dit laat onverlet dat in inspraak verder altijd wordt verleend op de wijze die de wetgever heeft voorgeschreven.
Daarnaast kan het waterschap ook anderen dan belanghebbenden aan de inspraak laten deelnemen als het waterschap veronderstelt dat daardoor een kwalitatief beter en/of een breder gedragen beleid tot stand komt.
Daarnaast moet inspraak ook worden onderscheiden van participatie, ook wel interactieve beleidsvorming genoemd. Het uitwisselen van ideeën tussen burgers en waterschap (tweerichtingsverkeer) is het belangrijkste kenmerk van participatie. Participatie is een werkwijze waarbij het waterschap, veelal vóórdat er sprake is van een concreet beleidsvoornemen, relevante partijen (zoals burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven, deskundigen of andere overheden) bij de beleidsontwikkeling betrekt. In een participatieproces wordt getracht om in een open en evenwichtige samenwerking met hen tot de voorbereiding, bepaling, uitvoering of evaluatie van beleid te komen. Participatie mobiliseert daarbij de kennis en steun van betrokkenen bij beleidsproblemen waarvan het waterschap op voorhand niet weet - of nog niet wil bepalen - hoe deze opgelost zullen worden. Bij participatie wordt vaak een aantal keren van gedachten gewisseld. Het waterschap kan ook anderen dan belanghebbenden aan een participatieproces laten deelnemen als het waterschap veronderstelt dat daardoor een kwalitatief beter en/of een breder gedragen beleid tot stand komt.
Participatie in de Omgevingswet
Een aantal participatieverplichtingen vloeien rechtstreeks voort uit de Omgevingswet.
Participatie is vanuit de Omgevingswet verplicht bij de procedures tot vaststelling van de waterschapsverordening, het waterbeheerprogramma en projectbesluiten.
Een aanvrager van een omgevingsvergunning moet aangeven of hij aan participatie heeft gedaan, hoe de omgeving is betrokken en zo ja, wat de resultaten zijn. Hoe hier invulling aan wordt gegeven, valt niet onder de inspraak- en participatieverordening.
De Omgevingswet schrijft niet voor welke vorm participatie moet hebben. Daar is het bevoegd gezag en de initiatiefnemer vrij in. Ze kunnen eigen keuzes maken voor de inrichting van een participatieproces. Het gaat om maatwerk omdat de locatie, het soort besluit, de omgeving en de betrokkenen elke keer anders zijn. Ook het moment waarop de participatie start, verschilt per situatie.
Verhouding participatie en inspraak
Participatie kan niet in de plaats van inspraak treden, dit aangezien aan belanghebbenden en ingezetenen hun rechtsmiddelen niet mogen worden ontnomen.
Alleen inwoners uit het beheersgebied (ingezetenen) en belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Awb kunnen participeren. De raadpleging van externe deskundigen is geen vorm van publieksparticipatie zoals bedoeld in deze verordening.
Artikel 3 Onderwerp van inspraak en publieksparticipatie
Dit lid geeft een opsomming van besluiten ten aanzien waarvan geen inspraak of publieksparticipatie plaats vindt. Soms is publieksparticipatie zinloos als het bevoegdheden betreft van andere bestuursorganen, omdat het bestuur in zijn handelen gebonden is aan hogere wetgeving of omdat hogere wetgeving participatie uitsluit. Soms is publieksparticipatie overbodig, als dit proces al is doorlopen.
Artikelen 4 tot en met 7 (Paragraaf 3 Procedure inspraak)
Artikelen 4 tot en met 7 zijn een uitwerking van bepalingen in de Awb. In artikelen 3:11 tot en met 3:17 van de Awb is de inspraakprocedure te vinden. Na terinzagelegging en bekendmaking van het te nemen besluit kunnen belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. In de meeste gevallen zal deze procedure passend zijn voor de inspraak. In artikel 3, vierde lid van de verordening is bepaald in welke gevallen geen inspraak wordt verleend.
In de Memorie van Toelichting op de Wet uniforme voorbereidingsprocedure Awb (TK 1999-2000, 27 023, nr. 3, blz. 31) is te lezen dat in de Inspraakverordening zowel geheel als gedeeltelijk kan worden afgeweken van afdeling 3.4 van de Awb. Volgens de
Memorie kan dit laatste bijvoorbeeld plaatsvinden in gevallen waarin het wenselijk is om wel het ontwerp ter inzage te leggen, maar de inspraak daarover op andere wijze te organiseren of om te werken met andere termijnen. Het college kan in concrete gevallen maatwerk leveren.
Voor de vaststelling van begroting en jaarrekening is de termijn van inspraak korter dan de standaardtermijn van zes weken. Aansluiting is gezocht bij de in de Waterschapswet genoemde termijn van twee weken.
In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 van de Awb. In artikel 3:17 van de Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt van wat tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht. Onder het in dit artikel genoemde verslag van de gevolgde inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is afdeling 3.4 van de Awb onverkort toegepast? Wanneer is het te nemen besluit ter inzage gelegd enz? De eindrapportage moet een volledig overzicht bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. In de Memorie van Toelichting bij de Awb wordt opgemerkt dat in het verslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte zienswijze en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht. Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven tot welk resultaat de zienswijzen heeft geleid. In het derde lid is bepaald dat het eindverslag wordt toegezonden aan degenen die een zienswijze naar voren heeft gebracht. Tot slot verdient het aanbeveling om tijdens een inspraakavond al duidelijkheid te verschaffen omtrent de communicatie.
Artikel 8 Procedure publieksparticipatie
Bij een publieksparticipatietraject worden belangen breed in beeld gebracht.
Vanzelfsprekend wordt erop ingezet om belanghebbenden die dat willen deel te laten nemen aan een participatietraject. Hierbij schenkt het waterschap / het bestuur extra aandacht aan het bereiken van doelgroepen die minder makkelijk te bereiken lijken.
Artikel 10 Procedure overheidsparticipatie
Het besluit van het college om al dan niet deel te nemen aan een publieksinitiatief is een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Dit betekent dat daartegen bezwaar en beroep openstaan.
Een publieksinitiatief kan worden ingediend door ingezetenen, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden. Als een publieksinitiatief wordt ingediend door een ingezetene dan moet deze ingezetene kiesgerechtigd zijn voor de waterschapsverkiezingen omdat het publieksinitiatief een instrument is om burgers bij de besluitvorming van het bestuur te betrekken en die te beïnvloeden. Wie kiesgerechtigd is, is vastgelegd in artikel B 2a van de Kieswet. Om ook jongeren meer te betrekken is de leeftijd waarop initiatiefvoorstellen kunnen worden ingediend verlaagd naar 16 jaar. Jongeren kunnen op deze wijze (vroegtijdig) betrokken worden bij het waterschap.
In dit lid zijn mogelijke weigeringsgronden opgenomen. Deze weigeringsgronden hebben geen automatische werking. Het college kan afwegen of de hier genoemde weigeringsgronden voldoende relevant zijn om tot weigering over te gaan.
In dit lid zijn absolute weigeringsgronden opgenomen. Als een van deze gronden van toepassing is, wordt het verzoek om overheidsparticipatie afgewezen. De beperkingen die dit lid stelt aan de inhoud van een publieksinitiatief vloeien vooral voort uit doelmatigheidsoverwegingen. Het is bijvoorbeeld weinig efficiënt om het bestuur te belasten met de beraadslaging over een onderwerp waarover het uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid heeft. Ook een vraag over waterschapsbeleid kan geen onderwerp van een publieksinitiatief zijn. Voor dit soort vragen staan de burger andere wegen open, zoals het spreekrecht in een vergadering van de commissies of Verenigde Vergadering. Verder moet worden voorkomen dat het publieksinitiatief andere procedures zoals de bezwaar- of de klachtprocedure doorkruist. Met het oog hierop is bepaald dat het publieksinitiatief geen bezwaar tegen een genomen besluit of een klacht over een gedraging van het bestuur kan inhouden. Ten slotte is het niet de bedoeling dat zaken die recent in het bestuur aan de orde zijn geweest opnieuw onderwerp van bespreking worden als gevolg van een publieksinitiatief. Dit zou de besluitvorming in het bestuur te zeer kunnen frustreren
Het uitdaagrecht biedt inwoners en maatschappelijke organisaties de mogelijkheid om taken van het waterschap over te nemen als zij denken deze beter of efficiënter te kunnen uitvoeren. Dit sluit aan bij het streven naar een meer participatieve overheid, waarin ruimte is voor lokaal initiatief, betrokkenheid en maatwerk.
Artikel 11.1 Begripsbepaling en toepasselijkheid uitdaagrecht
Het uitdaagrecht is bedoeld voor rechtspersonen zonder winstoogmerk, zoals stichtingen, verenigingen of coöperaties. Commerciële partijen zijn uitgesloten, om te waarborgen dat het publieke belang voorop blijft staan.
Wanneer natuurlijke personen – dus inwoners die niet zijn verenigd in een stichting, vereniging of andere rechtspersoon zonder formele juridische structuur – gebruik willen maken van het uitdaagrecht, brengt dit risico’s met zich op het gebied van aansprakelijkheid, continuïteit en verantwoording.
Om deze risico’s te beperken, wordt natuurlijke personen aangeraden om samen te werken met een bestaande organisatie of zich te verenigen in een rechtspersoon.
Voor waterschappen geldt echter dat zij een aantal wettelijke taken uitvoeren, zoals het beheer van waterkeringen (dijken), het zuiveren van afvalwater, het waterkwantiteitsbeheer (zoals peilbeheer), en het waterkwaliteitsbeheer. Deze taken zijn uitgezonderd van het uitdaagrecht omdat hiervoor specifieke deskundigheid, continuïteit en toezicht is vereist. Ook kunnen de veiligheid en volksgezondheid in het geding kunnen zijn, zoals bij het beheer van waterkeringen of waterzuivering. Waar het waterschap ruimte ziet voor het uitdaagrecht is bijvoorbeeld bij onderhoud van groen of natuur en educatie en bewustwordingsprojecten over klimaatadaptatie, watergebruik en biodiversiteit in en rond het water.
Het dagelijks bestuur van het waterschap beoordeelt elk verzoek afzonderlijk. Er is bewust gekozen voor maatwerk: niet elke taak leent zich voor overname. Daarom zijn er duidelijke uitsluitingsgronden opgenomen, zoals wettelijke taken, spoedeisende beleidsvoornemens of opdrachten boven de Europese aanbestedingsdrempel.
Het dagelijks bestuur beoordeelt of het verzoek voldoet aan de voorwaarden. Daarbij wordt ook gekeken naar het algemeen belang, bestaand beleid en de uitvoerbaarheid. Bij een positief besluit worden de afspraken schriftelijk vastgelegd in een overeenkomst. Het college behoudt zich het recht voor om bijvoorbeeld bij wijziging van het beleid de overeenkomst eenzijdig te wijzigen of te beëindigen. Dit gebeurt altijd met zorgvuldigheid en in overleg met de betrokken partijen.
Deze bepaling is bedoeld om flexibiliteit te behouden voor situaties waarin het beleid van het waterschap verandert of nieuwe inzichten ontstaan. Het stelt het college in staat om afspraken aan te passen aan veranderende omstandigheden, zodat het beleid actueel en uitvoerbaar blijft..
Het waterschap kiest voor een lerende benadering. Door ervaring op te doen met uitdaagverzoeken ontstaat inzicht in welke taken zich lenen voor overname en wat succesfactoren of knelpunten zijn. Deze inzichten kunnen leiden tot beleidsaanpassing of nadere richtlijnen.
Bijlage 1 Handelingskader Participatie Waterschap Hollandse Delta
Participatie is maatwerk. De locatie, de omgeving en de betrokkenen zijn immers elke keer anders. Met het Handelingskader Participatie wil het waterschap duidelijkheid geven over welke stappen doorlopen worden in het participatieproces.
Stap 1: Beoordeling van het onderwerp
Is het onderwerp geschikt voor participatie?
Wat is het doel van de participatie?
Stap 3: Betrokkenheid van burgers
Welke groepen burgers worden betrokken?
Hoe worden deze groepen benaderd?
Stap 4: Verantwoordelijkheden en rollen
Welke verantwoordelijkheden hebben de betrokken partijen?
Waterschap: Het waterschap is verantwoordelijk voor het faciliteren van het participatieproces, zorgen voor transparantie en terugkoppeling.
Inwoners: Inwoners worden verwacht actief deel te nemen en een constructieve bijdrage te leveren.
Hoe worden de rollen verdeeld?
Leiding: Bepaal wie de leiding heeft in het proces, bijvoorbeeld een projectleider of participatiecoördinator.
Besluitvorming: Maak duidelijk wie de uiteindelijke beslissingen neemt en hoe de input van deelnemers wordt meegenomen in deze beslissingen.
Stap 5: Evaluatie en terugkoppeling
Hoe wordt het participatieproces geëvalueerd?
Hoe wordt terugkoppeling gegeven aan de burgers?
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2025-32081.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.