Peilbesluit Groeneveldse polder, peilgebieden 2, 3, 11 en 14, nabij de Noord-Lierweg in De Lier

Op 27 november 2025 heeft de verenigde vergadering van het Hoogheemraadschap van Delfland, conform art. 2.41 van de Omgevingswet en art. 7.5 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, de peilbesluiten cluster 2025 vastgesteld.

 

Deze peilbesluiten hebben betrekking op diverse gebieden in het beheergebied van Delfland (Delft, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rotterdam, Schiedam en Westland). De ligging van deze gebieden is terug te vinden op de diverse overzichtskaarten van de bekendgemaakte stukken.

 

In een peilbesluit worden voor een bepaald gebied de waterstanden of bandbreedtes waarbinnen waterstanden kunnen variëren vastgesteld, die gedurende daarbij aangegeven perioden zoveel mogelijk worden gehandhaafd.

 

De ontwerppeilbesluiten hebben vanaf 8 augustus 2025 zes weken ter inzage gelegen. Hierop is een zienswijze ingediend. Daarop is gereageerd middels een nota van beantwoording.

 

De peilbesluiten treden in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking in het Waterschapsblad of op een in het peilbesluit specifieke aangegeven datum. U kunt het besluit en de daarop betrekking hebbende stukken vanaf 31 december 2025 raadplegen op internet: https://www.delfland.nl/actueel/bekendmakingen of www.officielebekendmakingen.nl/waterschapsblad/op_organisatie/hoogheemraadschap_van_delfland. Als u de stukken wilt inzien op de locatie van het hoofdkantoor van Delfland, Phoenixstraat 32 te Delft kunt u contact opnemen via onderstaande contactgegevens.

 

Belanghebbenden kunnen gedurende een periode van zes weken vanaf de eerste dag, volgend op de datum van bekendmaking, in beroep gaan tegen dit besluit. Het beroepschrift moet worden gericht aan de Rechtbank te Den Haag, Sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

 

Een beroepschrift dient de gronden van beroep en een omschrijving van het besluit tegen welke het zich richt te bevatten. Verder dient het beroepschrift te worden gedateerd en te worden voorzien van naam, adres en handtekening van de belanghebbende. Indien mogelijk dient het afschrift van het besluit bij het beroep te worden gevoegd.

 

Een ingediend beroepschrift schorst de werking van het besluit niet. Indien u een beroepschrift heeft ingediend, kunt u zich in spoedeisende gevallen wenden tot de voorzieningenrechter van de Rechtbank te Den Haag, sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH, Den Haag, met het verzoek een voorlopige voorziening ter treffen als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

 

Het is ook mogelijk digitaal een verzoekschrift in te dienen bij de genoemde rechtbank via https://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Indien u vragen heeft naar aanleiding van deze bekendmaking kunt u, op werkdagen van 9.00 tot 16.00 uur, contact opnemen met het Servicepunt van Delfland. Het Servicepunt is bereikbaar via één centraal telefoonnummer, namelijk (015) 260 81 08, of via e-mail loket@hhdelfland.nl.

 

Onderwerp Cluster peilbesluiten 2025

Dossiernummer 3445

 

De verenigde vergadering van Delfland,

op voordracht van dijkgraaf en hoogheemraden van dinsdag 14 oktober 2025, dossiernummer 3445;

gelezen het positieve advies van de commissie Waterkwantiteit en Waterkwaliteit.

 

Overwegende dat:

  • a)

    de vigerende peilbesluiten

    • -

      Peilbesluit Akkerdijkse polder;

    • -

      Peilbesluit Groeneveldse polder;

    • -

      Peilbesluit Abtswoude;

    • -

      Peilbesluit Noord-Kethelpolder;

    • -

      Peilbesluit Poelpolder;

    • -

      Peilbesluit polder van Nootdorp;

    • -

      Peilbesluit Schieveen;

    • -

      Peilbesluit Voordijkshoornse polder;

    • -

      Peilbesluit Klaas Engelbrechtspolder;

    • -

      Peilbesluit Zuidpolder van Delfgauw

  • niet meer actueel zijn en daarom moeten worden herzien;

  • b)

    de ontwerp-peilbesluiten gedurende zes weken van 8 augustus 2025 tot en met 19 september 2025 voor eenieder ter visie hebben gelegen op het kantoor van het Hoogheemraadschap van Delfland en via elektronische bekendmaking op internet;

  • c)

    tegen de ontwerp-peilbesluiten binnen de gestelde termijn één zienswijze is ingebracht;

  • d)

    de ingekomen zienswijze niet geleid heeft tot aanpassing van het peilenvoorstel van peilgebieden 2, 3, 36 - 43, 47- 49 van peilbesluit ‘zuidoostelijk Schieveen, broedgebieden nabij de Oude Bovendijk, de A16 en de Hofweg in Rotterdam’.

Gelet op:

De bepalingen in de Omgevingswet, de Waterschapswet, de Waterwet en de Omgevingsverordening Zuid-Holland;

 

Besluit:

  • 1)

    Vast te stellen het peil van de waterstand, het daarbij behorende schouwpeil en de peilenkaarten van onderstaande peilbesluiten van cluster peilbesluiten 2025 (DMS nummers: 2437560, 2437565, 2437572, 2437577, 2437578, 2437579, 2442611, 2437580, 2437581, 2443325, 2437705, 2442606, 2437706, 2437713, 2437711, 2442607, 2437707, 2437714, 2437715, 2437709, 2437708, 2437716, 2437710, 2437704):

     

    Peilgebied

    Voorgesteld peil

    (m t.o.v. NAP)

    Schouwpeil*(m t.o.v. NAP)

    Code peilenkaart

    Bepalingen (zie toelichting onder de tabel)

    Akkerdijksche polder, peilgebied 1

    Tussen de Rotterdamseweg en de A13, nabij de Oude Lee

     

    (DMS-nummer 2437560)

    -3,29

    -3,29

    PBS2025AKP 1

     

    (DMS-nummer 2437705)

    I en II

    Groeneveldse polder, peilgebieden 2, 3, 11 en 14

    Nabij de Noord-Lierweg in De Lier

     

    (DMS-nummer 2437565)

    Peilgebied 2:

    -2,12

    Peilgebied 3:

    -1,72

    Peilgebied 11:

    -1,45

    Peilgebied 14:

    -2,12

    Peilgebied 2:

    -2,12

    Peilgebied 3:

    -1,72

    Peilgebied 11: -1,45

    Peilgebied 14: -2,12

    PBS2025GRN 2, 3, 11, 14

     

    (DMS-nummer 2442606)

    I en II

    Noord-Kethelpolder, peilgebieden 16 en 18

    Ter hoogte van Kandelaarweg, langs spoorlijn Delft-Rotterdam en ten zuiden van Abtswoudse Bos

     

    (DMS-nummer 2437572)

    Peilgebied 16:

    -1,94

     

    Peilgebied 18:

    zomerpeil -3,27

    winterpeil -3,32

    Peilgebied 16: -1,94

     

    Peilgebied 18: -3,32

    PBS2025NKP 16 (DMS-nummer 2437706),

    PBS2025NKP 18

    (DMS-nummer 2437713) en PBS2025NKP18-1

    (DMS-nummer 2437711)

    I, II en III

    Poelpolder, peilgebied 1

    Waelpark ’s- Gravenzande

     

    (DMS-nummer 2437577)

    zomerpeil -1,83

    winterpeil -1,68

    -1,83 m

    PBS2025POP 1

     

    (DMS-nummer 2442607)

    I, II en III

    Polder van Nootdorp, peilgebied 21

    ’s-Gravenweg

     

    (DMS-nummer 2437578)

    -3,65

    -3,65

    PB2025PVN 21

     

    (DMS-nummer 2437707)

    I en II

    Polder van Nootdorp, peilgebied 26.

    ’s-Gravenweg en Langeveldseweg

     

    (DMS-nummer 2437579)

    getrapt peil** met bovengrens -4,19

    en ondergrens -4,29

    getrapt peil tussen -4,19

    en -4,29

    PB2025PVN 26

     

    (DMS-nummer 2437714)

    I en II

    Schieveen, Peilgebied 2

     

    Zuidoostelijk Schieveen, broedgebieden nabij de Oude Bovendijk, de A16 en de Hofweg in Rotterdam

     

    (DMS-nummer 2442611)

    zomerpeil -5,76

    winterpeil -5,84

    -5,84

    PBS2025SCH

    (DMS-nummer 2437715)

     

    Detailkaart Oude Bovendijk:

    PBS2025SCH-1

    (DMS-nummer 2437709)

    I, II en III

    Schieveen,

    Peilgebied 3

    Zomerpeil:

    -5,87

    Winterpeil:

    -6,04

    -6,04

    PBS2025SCH en Detailkaart Oude Bovendijk:

    PBS2025SCH-2 (DMS-nummer 2437708)

    I, II en III

    Schieveen,

    Peilgebied 36

    -5,65

    -5,65

    PBS2025SCH en Detailkaart Oude Bovendijk:

    PBS2025SCH-1

    II

    Schieveen,

    Peilgebied 37

    -5,27

    -5,27

    PBS2025SCH en Detailkaart Oude Bovendijk:

    PBS2025SCH-1

    II

    Schieveen,

    Peilgebied 38

    -5,18

    -5,18

    PBS2025SCH en Detailkaart Oude Bovendijk:

    PBS2025SCH-1

    II

    Schieveen,

    Peilgebied 39

    -5,38

    -5,38

    PBS2025SCH en Detailkaart Oude Bovendijk:

    PBS2025SCH-2

    II

    Schieveen,

    Peilgebied 40

    -5,82

    -5,82

    PBS2025SCH en Detailkaart Oude Bovendijk:

    PBS2025SCH-2

    II

    Schieveen,

    Peilgebied 41

    -5,81

    -5,81

    PBS2025SCH en Detailkaart Oude Bovendijk:

    PBS2025SCH-2

    II

    Schieveen,

    Peilgebied 42

    -5,60

    -5,60

    PBS2025SCH en Detailkaart Oude Bovendijk:

    PBS2025SCH-2

    II

    Schieveen,

    Peilgebied 43

    -5,60

    -5,60

    PBS2025SCH en Detailkaart Oude Bovendijk:

    PBS2025SCH-2

    II

    Schieveen,

    Peilgebied 47 broedgebied

    Broedpeil***:

    -5,39

    Zomerpeil:

    -5,76

    Winterpeil:

    -5,84

    -5,84

    PBS2025SCH

    I, II en IV

    Schieveen,

    Peilgebied 48 broedgebied

    Broedpeil***:

    -5,36

    Zomerpeil:

    -5,76

    Winterpeil:

    -5,84

    -5,84

    PBS2025SCH

    I, II en IV

    Schieveen,

    Peilgebied 49 broedgebied

    Broedpeil***:

    -5,64

    Zomerpeil:

    -5,87

    Winterpeil:

    -6,04

    -6,04

    PBS2025SCH

    I, II en IV

    Voordijkshoornse polder, peilgebied 7

    ter hoogte van het Agnetapark in Delft

     

    (DMS-nummer 2437580)

    -1,10

    -1,10

    PBS2025VHP 7

     

    (DMS-nummer 2437716)

    I en II

    Woudse polder,

    Peilgebied 4

    ter hoogte van viaduct N223 en A4

     

    (DMS-nummer 2437581)

    -1,80

    -1,80

    PBS2025WOP 4

     

    (DMS-nummer 2437710)

    I en II

    Zuidpolder van Delfgauw peilgebieden 18 en 27

    Weidevogelgebied

     

    (DMS-nummer 2443325)

    Peilgebied 18 (partieel):

    -5,20

    Peilgebied 27:

    broedpeil:

    -4,90

    zomerpeil:

    -5,05

    winterpeil:

    -5,20

    Peilgebied 18:

    -5,20

    Peilgebied 27:

    -5,20

    PB2025ZPD18

     

    (DMS-nummer 2437704)

    I, II en V

     

    *Het schouwpeil is maatgevend voor het bepalen van de waterdiepte en het referentieniveau voor het voeren van de schouw, het verlenen van watervergunningen en het uitvoeren van onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen.

    **Getrapt peil: Het toegevoerde water stroomt getrapt naar de lagergelegen delen van het peilgebied.

    ***Broedpeil: in het broedseizoen wordt in het voorjaar een hoog waterpeil gebruikt ten behoeve van weidevogels.

     

    Met inachtneming van de per ontwerpbesluit in de laatste kolom van de tabel aangegeven navolgende bepalingen:

    • I

      Het schouwpeil zal worden aangeduid met ‘SP’ op de peilschaal. Deze peilschalen zijn te vinden op de peilenkaarten genoemd in bovenstaande tabel.

    • II

      De peilbesluiten treden in werking met ingang van de achtste dag na openbaarmaking van het door de Verenigde Vergadering vastgestelde besluit;

    • III

      De overgang van zomerpeil naar winterpeil zal in de regel plaatsvinden in de loop van de maanden september en oktober, de overgang van winterpeil naar zomerpeil in de loop van de maanden maart tot en met mei. Daarbij worden weersgesteldheid en verloop van de freatische grondwaterstand ter plaatse in aanmerking genomen.

    • IV

      Het broedpeil geldt van 1 maart tot 15 juni. Vanaf 15 februari stijgt het winterpeil richting het verhoogde broedpeil. Vanaf 15 juni zakt het broedpeil stapsgewijs naar het zomerpeil. Het zomerpeil geldt vanaf 1 juli. De overgang van zomerpeil naar winterpeil zal in de regel plaatsvinden in de loop van de maanden september en oktober. Daarbij worden weersgesteldheid en verloop van de freatische grondwaterstand ter plaatse in aanmerking genomen.

    • V

      Het broedpeil geldt van 1 februari tot 1 juni. Vanaf 1 januari stijgt het winterpeil richting het verhoogde broedpeil. Vanaf 1 juni zakt het broedpeil geleidelijk naar het zomerpeil. Het zomerpeil geldt vanaf 1 juli. De overgang van zomerpeil naar winterpeil zal in de regel plaatsvinden in de loop van de maanden september en oktober. Daarbij worden weersgesteldheid en verloop van de freatische grondwaterstand ter plaatse in aanmerking genomen.

  • 2)

    In te trekken de peilbesluiten voor de delen die herzien worden en aangegeven zijn op de voornoemde peilenkaarten van Akkerdijksche polder, vastgesteld 27 september 2007, Groeneveldse polder, vastgesteld 19 november 2009, Abtswoude, vastgesteld 29 november 2012, Noord-Kethelpolder, vastgesteld 23 april 2020, Poelpolder, vastgesteld 20 november 2014, polder van Nootdorp, vastgesteld 25 september 2014, Schieveen, vastgesteld 15 september 2011, Voordijkshoornse polder, vastgesteld 15 december 2011, Klaas Engelbrechtspolder, vastgesteld 25 september 2014 en Zuidpolder van Delfgauw, vastgesteld 15 september 2011.

  • 3)

    Vast te stellen de Nota van Beantwoording zienswijzen Peilbesluit ‘Zuidoostelijk Schieveen, broedgebieden nabij de Oude Bovendijk, de A16 en de Hofweg in Rotterdam’ zoals toegevoegd als bijlage 26 met DMS nummer 2468621.

Aldus besloten in de openbare vergadering van donderdag 27 november 2025.

De verenigde vergadering voornoemd,

de secretaris,

ir. P.C. Janssen

de voorzitter,

dr. P.H.W.M. Daverveldt

Toelichting op het peilbesluit Groeneveldse polder, peilgebieden 2, 3, 11 en 14, nabij de Noord-Lierweg in De Lier

Wat staat er in deze toelichting?

 

In deze toelichting leggen we uit waarom het peil in delen van peilgebieden 2 en 3 van de Groeneveldse polder verandert, doordat de indeling van de peilgebieden is aangepast. Het watersysteem is daarmee robuuster geworden. Ook bestond eerst peilgebied 8 nog, maar die is opgegaan in peilgebied 3. Verder wordt de grens van peilgebied 11 aangepast en wordt de grens van peilgebied 14 vastgelegd. Het peil verandert hier niet.

 

Wat is een peilbesluit?

Een peilbesluit is een officieel besluit van het waterschap. Hierin is het waterpeil vastgelegd van wateren zoals sloten, kanalen, plassen en vijvers. Het waterschap is verplicht om zo’n peilbesluit op te stellen. Daarna moet het waterschap zijn best doen om dat waterpeil te handhaven. Het beheergebied van Delfland heeft ongeveer 700 peilgebieden. Voor elk peilgebied is een waterpeil vastgelegd in een peilbesluit. Als een nieuw waterpeil nodig is, dan maakt Delfland een nieuw peilbesluit.

 

In de ‘beleidsnota Peilbeheer’1 heeft Delfland opgeschreven hoe peilbesluiten moeten worden opgesteld. Daarom worden de beleidsuitgangspunten en werkafspraken uit deze beleidsnota gebruikt voor dit peilbesluit.

 

Over welk gebied gaat het?

De peilgebieden 2, 3, 11 en 14 van de Groeneveldse polder liggen in de gemeente Westland. Het gebied heeft veel glastuinbouw. In het oosten is de grens van het gebied de weg Woudtzicht. In het zuiden wordt de grens gevormd door de Noord-Lierweg en in het westen door Groeneveld. Het gebied waar aanpassingen zijn is 26,1 hectare groot. Dit gebied staat aangegeven in figuur 1.

 

Figuur 1: Gebied waar de aanpassingen zijn (geel)

 

Waarom passen we het peilbesluit aan?

De situatie in de peilgebieden 2 en 3 is anders dan in het officiële peilbesluit. Het waterpeil is anders, doordat de indeling van de peilgebieden in dit gebied in de laatste jaren is aangepast. Het watersysteem is hiermee beter geworden. De aanpassingen hebben ervoor gezorgd dat het peilbeheer beter uitgevoerd kan worden. Hierdoor zijn de peilgebieden verbeterd.

 

Ter hoogte van voormalig peilgebied 8 is een ruimtelijke ontwikkeling geweest. Dit is een aanpassing in het gebied waar een vergunning voor is gegeven. In 2011 is vergunning 1050919 verleend voor het bouwen van een glastuinbouwbedrijf in peilgebied 8. Er zijn sloten gedempt en vervangend water gegraven. Verder is het waterpeil verhoogd. En is het gebied samengevoegd met peilgebied 3.

 

Er zijn ook twee administratieve aanpassingen. Dit zijn officiële aanpassingen, maar in het veld verandert er door deze aanpassingen niets:

  • -

    De grens van peilgebied 11 liep niet over kunstwerken. De grens wordt op een logischere plek gelegd. Er komt geen water bij in het peilgebied door deze aanpassing.

  • -

    Een deel van peilgebied 2 is op papier een nieuw peilgebied geworden. Dit deel heet nu peilgebied 14. Ook hier is in het veld niets gewijzigd.

Om al deze wijzigingen juist vast te kunnen leggen, is het nodig om het peilbesluit aan te passen.

 

Hoe passen we het peilbesluit aan?

In hoofdstuk 2 leggen we uit welke belangen er in het gebied spelen. Daarna kijken we welke functies en waterbelangen het gebied heeft.

 

Hieronder staan alle gebiedsfuncties en waterbelangen genoemd, die in de beleidsnota Peilbeheer staan.

 

Gebiedsfuncties

Waterbelangen

  • -

    archeologie,

  • -

    bodemdaling,

  • -

    glastuinbouw,

  • -

    waterkeringen,

  • -

    grasland,

  • -

    watergangen,

  • -

    bouwland en vollegrondteelt,

  • -

    kunstwerken en andere objecten aan het water

  • -

    natuur,

  • -

    effecten op waterkwaliteit en planten en dieren,

  • -

    recreatie en groene ruimte,

  • -

    risico op wateroverlast, watertekort of droogte.

  • -

    stedelijk gebied en

  • -

    vaarwegbeheer.

 

In hoofdstuk 3 beschrijven we hoe het watersysteem werkt en wat er verandert. In hoofdstuk 4 beschrijven we waarom het nieuwe waterpeil wordt gekozen. Bij deze peilkeuze hoort een peilenkaart om de begrenzing van het peilgebied aan te geven. De peilenkaart is als bijlage aan dit rapport toegevoegd.

 

Wat is belangrijk voor de keuze van het waterpeil?

 

Welke gebiedsfuncties zijn aanwezig in het gebied?

Het hele gebied is 116,4 hectare groot en is ingericht voor de volgende gebiedsfuncties: glastuinbouw, recreatie en groene ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Bijna 70% van de grond in het gebied is bebouwd met kassen (80,7 hectare). In het westen, bij Hofzicht en Zwethburgh, is een natuur-/ recreatiegebied. Dit is 5,7 hectare groot. In de peilgebieden 11 en 14 is wat grasland aanwezig. Verder zijn er rijen huizen langs wegen aanwezig. Daar waar wijzigingen zijn, is er glastuinbouw.

 

De bodem in het gebied bestaat uit zeeklei en is niet gevoelig voor bodemdaling. In het hele gebied kunnen in de bodem archeologische waardevolle resten voorkomen. Het terrein Hofzicht is een plek die de provincie belangrijk vindt voor de archeologie. De provincie noemt deze plek ‘een terrein met provinciaal belang'. Door een peilbesluit kan het waterpeil lager worden. Daardoor kunnen sommige van deze waardevolle zaken aangetast raken en verdwijnen.

 

Welke waterbelangen zijn aanwezig in het gebied?

 

Voor het bepalen van het waterpeil vindt Delfland de volgende punten in het gebied belangrijk:

  • -

    Regionale Waterkeringen,

  • -

    Watergangen, kunstwerken en oeverbescherming,

  • -

    Objecten aan het water: duikers en bruggen,

  • -

    Waterkwaliteit en ecologie (deze worden hieronder apart toegelicht).

Langs de Kromme Zweth en de Zeven gaten (zie figuur 1) loopt een regionale waterkering. Langs de meeste wegen zijn de kanten beschoeid. De watergangen staan met elkaar in verbinding via duikers. In de Groeneveldse polder zijn peilregulerende kunstwerken: er zijn vier inlaten aanwezig, er is een groot aantal stuwen aanwezig en er zijn veel duikers. De peilgebieden hebben een peilschaal2.

 

De regionale waterkering langs de Kromme Zweth en de Zeven gaten vormt voor de peilgebieden 11 en 14 een peilgebiedsgrens. Alleen peilgebieden 2 en 14 hebben primaire watergangen. In peilgebieden 2, 3 en 14 komen bruggen voor. In alle vier de peilgebieden komen duikers voor en beschoeiingen langs wegen. Geen van de waterhuishoudkundige belangen heeft last van de voorgestelde aanpassingen.

 

Hoe gaat het met de waterkwaliteit en ecologie?

Delfland moet zorgen voor schoon, gezond en levend water. Daarom is voor de keuze van het waterpeil gekeken naar de volgende punten:

  • -

    of het water van goede of slechte kwaliteit is

  • -

    of het goed of slecht gaat met waterplanten en waterdieren

  • -

    wat de problemen zijn

  • -

    of je met het waterpeil deze problemen kan verhelpen of verbeteren

Om deze vragen te beantwoorden en oplossingen te verzinnen is methode 'Ecologische Sleutelfactoren'3 gemaakt. In dit gebied zijn de volgende ‘ecologische sleutelfactoren’ belangrijk:

  • -

    ‘Productiviteit van het water’ – dit gaat over stoffen die het water te voedselrijk maken

  • -

    ‘Habitatgeschiktheid en verspreiding’ – dit gaat over de geschiktheid van het peilgebied voor waterdieren om te leven en om zich te verplaatsen

Ecologische sleutelfactor ‘Productiviteit van het water’:

In het beschreven gebied is één meetpunt voor de waterkwaliteit. De gehaltes voor bijvoorbeeld stikstof, fosfaat en sulfaat worden hier gemeten. In dit gebied zijn geen processen waar het sulfaatgehalte een rol speelt bij de peilkeuze in het gebied. De volgende metingen zijn gedaan bij meetpunt OW108-012, bij gemaal Woudtzicht:

 

  • -

    Stikstof: een gehalte van 2,40 mg/l.

  • -

    Fosfaat: een gehalte van 0,22 mg/l.

  • -

    Sulfaat: een gehalte van 51,5 mg/l.

  • -

    Zuurstof: een gehalte van 5,80 mg/l.

  • -

    Giftige stoffen (de zogenaamde toxiciteit): in 2021, 2022 en 2023 is een lage toxiciteit gemeten.

  • Het gemeten gehalte stikstof in het gebied ligt met 2,40 mg/l boven de norm. Dit kan komen doordat meststoffen vanuit de glastuinbouw in het (grond-)water terechtkomen. Als er te veel stikstof in het water komt, kunnen sommige plantensoorten (algen) harder gaan groeien. Waardoor er voor andere planten geen ruimte meer is.

  • Het gemeten gehalte fosfaat in het gebied, 0,22 mg/l, ligt onder de norm. Een teveel aan fosfaat maakt water voedselrijk. Hierdoor kunnen algen en kroos extra groeien. Dan bereikt minder licht de bodem en raakt het gehalte zuurstof te laag. Sinds 2022 ligt het gemiddelde van de metingen fosfaat onder de norm.

  • Het gemeten gehalte sulfaat in het gebied is 51,5 mg/l, wat onder de norm ligt.

  • Het gemeten zuurstofgehalte ligt met 5,8 mg/l boven de norm.

Ecologische sleutelfactoren ‘Habitatgeschiktheid en verspreiding’:

  • De waterdiepte is beperkt (25 tot 65 cm), waardoor het geschikt is voor een beperkt aantal vissoorten.

  • Sloten zijn hier te ondiep, wat een negatief effect kan hebben op de zuurstofhuishouding. Het water warmt sneller op, waardoor vissterfte, botulisme en stank kunnen optreden in de zomer. Maar als er een goede doorstroming van het watersysteem is, hoeven negatieve effecten niet voor te komen. Ook al zijn de sloten ondiep.

Welke mensen en organisaties zijn betrokken door Delfland

Als Delfland het waterpeil wil veranderen, kijken we eerst wie daarmee te maken krijgt. Dat kunnen burgers, agrariërs of organisaties zijn. Voor dit peilbesluit hebben we al contact gezocht met bewoners van Groeneveld, in verband met de vijver die bij hun huis ligt. Voor dit peilbesluit hebben we contact gehad met de gemeente Westland.

 

Hoe werkt het watersysteem?

 

Wat was het officiële waterpeil?

In 2010 is een waterpeil voor peilgebieden 2, 3, 8 en 11 vastgesteld in het peilbesluit4 Groeneveldse polder. De peilenkaart van dat peilbesluit is te zien op figuur 2.

 

Figuur 2: Kaart met peilenvoorstel van peilbesluit Groeneveldse polder uit 2009

 

Toen zijn de peilen voor de peilgebieden 2, 3, 8 en 11 vastgesteld met een vast peil: 2,12 m beneden NAP (peilgebied 2), 1,72 m beneden NAP (peilgebied 3), 1,87 m beneden NAP (peilgebied 8) en 1,45 beneden NAP (peilgebied 11).

 

Wat is het huidige watersysteem?

We laten zien hoe het watersysteem in elkaar zit en hoe het werkt. Dit is belangrijk omdat door het watersysteem bepaalde waterpeilen soms niet mogelijk zijn. In de Groeneveldse polder stroomt het water (zie figuur 3) vanaf de boezem bij De Zeven Gaten peilgebieden 11 en 14 in, via twee inlaten. Vervolgens stroomt het water onder vrij verval in oostelijke richting. Bij inlaatduiker 108704 (groen vierkantje) stroomt in het zuiden water peilgebied 3 in en stroomt het verder in noordelijke richting. Water vanuit peilgebieden 11, 14 en 3 passeert peilgebied 2.

 

Het water verlaat het gebied in noordoostelijke richting (bij A en B) naar peilgebied 1. De grens van peilgebieden 2, 3, 11 en 14 verandert. Het peil verandert niet, dat is in praktijk al aangepast.

 

Figuur 3: kaartje van het watersysteem

 

In figuren 4 a t/m d zijn de waterpeilen weergegeven van de peilschaal aflezingen per peilgebied:

 

  • Voor peilgebied 2, bij peilschaal WP108 9 02, is een waterpeil van 2,12 m beneden NAP afgelezen. Voor het te wijzigen deel wijkt de waterstand 0,40 m af van het officiële peilbesluit.

  • Voor peilgebied 3, bij peilschaal WP108 9 09, is een waterpeil van 1,72 m beneden NAP afgelezen. Voor het te wijzigen deel wijkt de waterstand 0,40 m af van het officiële peilbesluit.

  • Voor peilgebied 11, bij peilschaal WP108 9 23, is een waterpeil van 1,45 m beneden NAP afgelezen. Voor het te wijzigen deel wijkt de waterstand 0,67 m af van het officiële peilbesluit.

  • Voor peilgebied 14, bij peilschaal WP108 9 04, is een waterpeil van 2,12 m beneden NAP afgelezen.

Figuur 4a Peilschaalaflezing in peilgebied 2 (peilschaal WP108 9 02):

 

Figuur 4b Peilschaalaflezing in peilgebied 3 (peilschaal WP108 9 09):

 

Figuur 4c Peilschaal-aflezing in peilgebied 11 (peilschaal WP108 9 23):

 

Figuur 4d Peilschaal-aflezing in peilgebied 14 (peilschaal WP108 9 04):

 

Wat is er veranderd aan het watersysteem?

Door de bouw van een nieuw glastuinbouwbedrijf in voormalig peilgebied 8 is daar de waterhuishouding aangepast. Sommige sloten zijn verplaatst, andere gedempt. En er is vervangend water gegraven. Het waterpeil is verhoogd en voormalig peilgebied 8 is opgegaan in peilgebied 3. In het gebied was het peilbeheer lastig uit te voeren. Om de waterhuishouding beter te maken, is een deel van peilgebied 3 opgegaan in peilgebied 2. Ook is een deel van peilgebied 14 bij peilgebied 3 gekomen. Nu is het peilbeheer goed uit te voeren.

 

De praktijksituatie is weergegeven in Figuur 5. Vier peilgebieden worden aangepast. Ze worden hieronder beschreven.

 

Figuur 5 – Kaart met de praktijksituatie van de waterhuishouding

 

Een hoek in het zuidwestelijk deel van peilgebied 2 (groen op figuur 5) behoorde tot peilgebied 3. De peilgebiedsgrens wordt aangepast, omdat dit na de herinrichting van het gebied logischer is voor de waterhuishouding in het gebied. Het huidige waterpeil in dit deel wijkt af van het officiële peilbesluit. Het waterpeil is in het te wijzigen deel 0,40 m lager. Peilgebied 2 heeft een praktijkpeil van 2,12 m beneden NAP.

 

In het westen van peilgebied 3 behoorden twee delen tot peilgebied 14. Het huidige waterpeil in dit te wijzigen deel (blauw op figuur 5) wijkt af van het peil van het officiële peilbesluit. Het waterpeil is in praktijk 0,40 m hoger. De peilgebiedsgrens langs de Pastoor Verburghlaan wordt aangepast. Dit is beter voor de waterhuishouding. Aan de Hofzichtlaan wordt een klein stukje aan peilgebied 3 toegevoegd. Het peil was hier 1,68 m beneden NAP. De verwachting is dat de aanpassing van 4 cm weinig tot geen effect heeft. Peilgebied 8 (grijs op figuur 5) is opgegaan in peilgebied 3. Peilgebied 3 heeft een praktijkpeil van 1,72 m beneden NAP.

 

Een deel in het noodoosten van peilgebied 11 behoorde tot peilgebied 14. Het huidige waterpeil in dit te wijzigen deel (geel op figuur 5) wijkt af van het peil van het officiële peilbesluit. De peilgebiedsgrens wordt aangepast, omdat de grens niet over een peil scheidend kunstwerk lag. Er ligt geen water in het te wijzigen gebied, dus een peilafweging is niet nodig. Peilgebied 11 heeft een praktijkpeil van 1,45 m beneden NAP.

 

Peilgebied 14 is een nieuw peilgebied met een praktijkpeil van 2,12 m beneden NAP. De reden dat dit peilgebied wordt vastgesteld is dat deze administratief van peilgebied 2 wordt gesplitst.

 

Hoe hebben we het nieuwe waterpeil gekozen?

 

In dit hoofdstuk bekijken we of het nieuwe waterpeil goed past bij het gebied. Daarbij kijken we naar de gevolgen van het waterpeil voor de gebiedsfuncties en waterbelangen van peilgebieden 2, 3, 11 en 14. Dit doen we aan de hand van het beleid van de beleidsnota Peilbeheer.

 

Welke gevolgen heeft het nieuwe waterpeil?

 

Peilgebied 2

Deze afweging gaat over peilgebied 2. In de praktijk wordt hier een vast peil van 2,12 meter beneden NAP aangehouden.

 

Een deel dat tussen de Pastoor Verburghlaan en de Noord-Lierweg ligt, wordt aan peilgebied 2 toegevoegd. Dit was onderdeel van peilgebied 3. Hier wordt peilgebied 2 gedeeltelijk gewijzigd, het peil wordt 40 centimeter lager.

 

Het waterpeil in peilgebied 2 wordt al langere tijd aangehouden. Het nieuwe peil levert geen problemen op oor bestaande gebiedsfuncties.

  • -

    Bestaande bebouwing: er is geen oude bebouwing aanwezig die mogelijk op houten palen gefundeerd is en daarom gevoelig is voor een verlaging van het peil.

  • -

    Infrastructuur: De Groeneveldseweg ligt binnen het gebied. Bij het nieuwe waterpeil is de drooglegging bij de weg 0,60 – 0,80 meter. Dit is minder dan de optimale drooglegging van meer dan 0,80 meter. Het nieuwe waterpeil wordt al langere tijd aangehouden en leidt in de praktijk niet tot problemen.

Ook voor de watergangen met bruggen en duikers, de bestaande beschoeiing, de waterkwaliteit en het risico op te veel of te weinig water (de waterhuishoudkundige belangen) is dit een geschikt waterpeil. Het samenvoegen van twee peilgebieden heeft het leefgebied voor vis vergroot en zijn er meer delen geschikt om te paaien, op te groeien en te overwinteren.

 

Peilgebied 3

Deze afweging gaat over peilgebied 3. In de praktijk wordt hier een vast peil van 1,72 meter beneden NAP aangehouden.

 

Een deel, parallel aan de Pastoor Verburghlaan tot aan de Hofzichtlaan, wordt toegevoegd aan peilgebied 3. Dit was onderdeel van peilgebied 14. Hier wordt peilgebied 3 gedeeltelijk gewijzigd. Het peil wordt 40 centimeter hoger.

In het te wijzigen gebied ligt water tussen kassen, dat verder nergens mee in verbinding staat. Ook ligt er een watergang aan de Noord-Lierweg. Aan de Hofzichtlaan wordt een klein deel (vijver) aan peilgebied 3 toegevoegd. Het peil was hier in het voorjaar van 2023 1,68 meter beneden NAP. De verwachting is dat de aanpassing van 4 centimeter weinig tot geen effect heeft. Beide delen waren onderdeel van peilgebied 14.

 

Door de bouw van een nieuw glastuinbouwbedrijf is een aantal sloten verplaatst. Andere sloten zij gedempt en vervangend water is gegraven. Het waterpeil is verhoogd en dit voormalig peilgebied 8 is opgegaan in peilgebied 3.

 

Het waterpeil in peilgebied 3 wordt al langere tijd aangehouden. Het nieuwe peil levert geen problemen op voor bestaande gebiedsfuncties.

  • -

    Bestaande bebouwing: er is geen oude bebouwing aanwezig die mogelijk op houten palen gefundeerd is en daarom gevoelig is voor een verlaging van het peil.

  • -

    Infrastructuur: De Pastoor Verburghlaan, de Noord-Lierweg en de Hofzichtlaan ligtgen binnen het gebied. Bij het nieuwe waterpeil is de drooglegging bij de weg 0,60 – 0,80 meter. Dit is minder dan de optimale drooglegging van meer dan 0,80 meter. Het nieuwe waterpeil wordt al langere tijd aangehouden en leidt in de praktijk niet tot problemen.

Ook voor de watergangen met bruggen en duikers, bestaande beschoeiing, de waterkwaliteit en het risico op te veel of te weinig water (de waterhuishoudkundige belangen) is dit een geschikt waterpeil. Het samenvoegen van twee peilgebieden heeft het leefgebied voor vis vergroot en zijn er meer delen geschikt om te paaien, op te groeien en te overwinteren.

 

Peilgebied 11

Deze afweging gaat over peilgebied 11. In de praktijk wordt hier een vast peil van 1,45 meter beneden NAP aangehouden.

 

Het waterpeil in peilgebied 11 verandert niet. Een deel, in het noordoosten tegen Hofzichtlaan aan, wordt aan peilgebied 11 toegevoegd. Dit was onderdeel van peilgebied 14. Het waterpeil in dit gebiedje is in praktijk 0,67 m hoger. In het peilbesluit van 2010 liep de grens van peilgebied 11 niet over kunstwerken. De peilgebiedsgrens wordt in dit peilbesluit op een logische plek vastgelegd. Voor dit gebied is geen peilafweging nodig, omdat er geen water is in het deel waar de grensaanpassing is.

 

Voor de gebiedsfunctie recreatie & groene ruimte is een drooglegging tussen 0,70 m en 1,00 m het beste. De drooglegging is hier 1,00 m. Voor bestaande bebouwing is het belangrijk dat het waterpeil niet te veel verandert. En het is het beste als de drooglegging meer dan 0,80 m is. De drooglegging in glastuinbouwgebied moet groot genoeg zijn voor de drainagesystemen in de kassen. Een goede drooglegging van 0,80 m geldt ook voor de infrastructuur. De drooglegging voor beide is groter dan 0,80 m.

 

Het waterpeil is ook goed voor de gebiedsfuncties en waterhuishoudkundige belangen:

  • -

    Archeologie (een hogere grondwaterstand is beter om archeologische resten die kunnen oxideren te bewaren in de grond)

  • -

    Regionale waterkering (het waterpeil bij de regionale waterkering verandert niet)

  • -

    Watergangen (er liggen geen watergangen in het te wijzigen gebied)

  • -

    Duikers (er liggen geen duikers in het te wijzigen gebied)

  • -

    Beschoeiing (in de delen waar water ligt, verandert het peil niet. Er is dus geen effect op het functioneren van de beschoeiing)

Peilgebied 14

Peilgebied 14 is een nieuw peilgebied met een praktijkpeil van 2,12 m beneden NAP. De reden dat dit peilgebied wordt vastgesteld is dat deze administratief van peilgebied 2 wordt gesplitst. Het waterpeil in het gebied is op deze manier beter te beheren. De indeling van de peilgebieden wordt vastgelegd zoals deze in de praktijk al sinds 2020 goed werkt. Want die is logischer ingedeeld dan de vastgestelde situatie.

 

Wat wordt het nieuwe waterpeil?

Per peilgebied wordt hier beschreven wat het nieuwe waterpeil wordt.

 

Peilgebied 2

We kiezen voor een vast waterpeil van 2,12 m beneden NAP voor het nieuwe deel van peilgebied 2. Het peil werkt goed voor dit peilgebied en er zijn geen risico’s. Het gebied met het peil is te zien op de peilenkaart in bijlage 1. Het schouwpeil wordt 2,12 m beneden NAP.

 

In vergelijking met het vorige peilbesluit wordt het peil hier 0,40 m lager.

 

Peilgebied 3

We kiezen voor een vast waterpeil van 1,72 m beneden NAP voor het nieuwe deel van peilgebied 3. Het peil werkt goed voor dit peilgebied en er zijn geen risico’s. Het gebied met het peil is te zien op de peilenkaart in bijlage 1. Het schouwpeil wordt 1,72 m beneden NAP.

 

In vergelijking met het vorige peilbesluit wordt het peil hier 0,40 m hoger.

 

Peilgebied 11

We houden een vast waterpeil van 1,45 m beneden NAP. Dit peil werkt goed voor het peilgebied en hoeft niet te worden aangepast. Het gebied met het peil is te zien op de peilenkaart in bijlage 1. Het schouwpeil wordt 1,45 m beneden NAP.

 

Peilgebied 14

We houden een vast waterpeil van 2,12 m beneden NAP. Dit peil werkt goed voor het peilgebied en hoeft niet te worden aangepast. Het gebied met het peil is te zien op de peilenkaart in bijlage 1. Het schouwpeil wordt 2,12 m beneden NAP.

 

Welke maatregelen zijn nodig?

Om de nieuwe waterpeilen in te stellen zijn geen maatregelen nodig.

 

Woordenlijst

Bodemdaling: Het dalen van de hoogte van een terrein. Bodemdaling kan veroorzaakt worden door oxidatie, inklinking, gas- en oliewinning en lange termijn geologische processen.

 

Gebiedsfuncties: Waarvoor een gebied wordt gebruikt. Elke plek heeft een bepaalde functie of doel, zoals wonen, landbouw of recreatie.

 

Peil: Door waterschap in peilbesluit vastgelegde waterpeil dat in een bepaald gebied moet worden gehandhaafd.

 

Peilbeheer: Het zorgen voor het juiste waterpeil door water aan- of af te voeren.

 

Peilbesluit: Besluit van het algemeen bestuur van een waterschap. Hierin staat welke waterpeilen er moet worden ingesteld, de ligging van de peilgebieden en plaats van de peilschalen zijn aangegeven.

 

Peilgebied: Gebied met elkaar verbonden watergangen. In dat gebied wordt één waterpeil aangehouden.

 

Peilschaal: Een peilschaal is een maatlat die in het water staat. Op deze peilschaal is een centimeterverdeling te zien. Daarmee is waterstand af te lezen en te controleren of de waterstand overeenkomt met het peilbesluit. Peilschalen zijn bevestigd aan kademuren, beschoeiingen of een aparte plank in het water.

 

Praktijkpeil: Waterstand die werkelijk in een watergang aanwezig is, afgelezen van de peilschaal.

 

Schouwpeil: In het peilbesluit vastgesteld peil dat het referentieniveau vertegenwoordigt voor het voeren van schouw, dagelijks peilbeheer, afhandelen van vergunningen en het uitvoeren van onderhoud aan watergangen.

 

Vast peil: Tijdens het hele jaar wordt er één peil aangehouden.

 

Waterbelang: Alles wat belangrijk is voor het beheren van water. Waterbelang gaat onder andere over het zorgen voor genoeg schoon water en het voorkomen van overstromingen.

Bijlage 1 Peilenkaart

 

  • Peilenkaart Groeneveldse Polder peilgebieden 2, 3, 11 en 14

Naar boven