Waterschapsblad van Hoogheemraadschap van Delfland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap van Delfland | Waterschapsblad 2025, 32031 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap van Delfland | Waterschapsblad 2025, 32031 | ander besluit van algemene strekking |
Peilbesluit Groeneveldse polder, peilgebieden 2, 3, 11 en 14, nabij de Noord-Lierweg in De Lier
Op 27 november 2025 heeft de verenigde vergadering van het Hoogheemraadschap van Delfland, conform art. 2.41 van de Omgevingswet en art. 7.5 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, de peilbesluiten cluster 2025 vastgesteld.
Deze peilbesluiten hebben betrekking op diverse gebieden in het beheergebied van Delfland (Delft, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rotterdam, Schiedam en Westland). De ligging van deze gebieden is terug te vinden op de diverse overzichtskaarten van de bekendgemaakte stukken.
In een peilbesluit worden voor een bepaald gebied de waterstanden of bandbreedtes waarbinnen waterstanden kunnen variëren vastgesteld, die gedurende daarbij aangegeven perioden zoveel mogelijk worden gehandhaafd.
De ontwerppeilbesluiten hebben vanaf 8 augustus 2025 zes weken ter inzage gelegen. Hierop is een zienswijze ingediend. Daarop is gereageerd middels een nota van beantwoording.
De peilbesluiten treden in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking in het Waterschapsblad of op een in het peilbesluit specifieke aangegeven datum. U kunt het besluit en de daarop betrekking hebbende stukken vanaf 31 december 2025 raadplegen op internet: https://www.delfland.nl/actueel/bekendmakingen of www.officielebekendmakingen.nl/waterschapsblad/op_organisatie/hoogheemraadschap_van_delfland. Als u de stukken wilt inzien op de locatie van het hoofdkantoor van Delfland, Phoenixstraat 32 te Delft kunt u contact opnemen via onderstaande contactgegevens.
Belanghebbenden kunnen gedurende een periode van zes weken vanaf de eerste dag, volgend op de datum van bekendmaking, in beroep gaan tegen dit besluit. Het beroepschrift moet worden gericht aan de Rechtbank te Den Haag, Sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Een beroepschrift dient de gronden van beroep en een omschrijving van het besluit tegen welke het zich richt te bevatten. Verder dient het beroepschrift te worden gedateerd en te worden voorzien van naam, adres en handtekening van de belanghebbende. Indien mogelijk dient het afschrift van het besluit bij het beroep te worden gevoegd.
Een ingediend beroepschrift schorst de werking van het besluit niet. Indien u een beroepschrift heeft ingediend, kunt u zich in spoedeisende gevallen wenden tot de voorzieningenrechter van de Rechtbank te Den Haag, sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH, Den Haag, met het verzoek een voorlopige voorziening ter treffen als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Het is ook mogelijk digitaal een verzoekschrift in te dienen bij de genoemde rechtbank via https://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Indien u vragen heeft naar aanleiding van deze bekendmaking kunt u, op werkdagen van 9.00 tot 16.00 uur, contact opnemen met het Servicepunt van Delfland. Het Servicepunt is bereikbaar via één centraal telefoonnummer, namelijk (015) 260 81 08, of via e-mail loket@hhdelfland.nl.
Onderwerp Cluster peilbesluiten 2025
De verenigde vergadering van Delfland,
op voordracht van dijkgraaf en hoogheemraden van dinsdag 14 oktober 2025, dossiernummer 3445;
gelezen het positieve advies van de commissie Waterkwantiteit en Waterkwaliteit.
De bepalingen in de Omgevingswet, de Waterschapswet, de Waterwet en de Omgevingsverordening Zuid-Holland;
Vast te stellen het peil van de waterstand, het daarbij behorende schouwpeil en de peilenkaarten van onderstaande peilbesluiten van cluster peilbesluiten 2025 (DMS nummers: 2437560, 2437565, 2437572, 2437577, 2437578, 2437579, 2442611, 2437580, 2437581, 2443325, 2437705, 2442606, 2437706, 2437713, 2437711, 2442607, 2437707, 2437714, 2437715, 2437709, 2437708, 2437716, 2437710, 2437704):
*Het schouwpeil is maatgevend voor het bepalen van de waterdiepte en het referentieniveau voor het voeren van de schouw, het verlenen van watervergunningen en het uitvoeren van onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen.
**Getrapt peil: Het toegevoerde water stroomt getrapt naar de lagergelegen delen van het peilgebied.
***Broedpeil: in het broedseizoen wordt in het voorjaar een hoog waterpeil gebruikt ten behoeve van weidevogels.
Met inachtneming van de per ontwerpbesluit in de laatste kolom van de tabel aangegeven navolgende bepalingen:
De overgang van zomerpeil naar winterpeil zal in de regel plaatsvinden in de loop van de maanden september en oktober, de overgang van winterpeil naar zomerpeil in de loop van de maanden maart tot en met mei. Daarbij worden weersgesteldheid en verloop van de freatische grondwaterstand ter plaatse in aanmerking genomen.
Het broedpeil geldt van 1 maart tot 15 juni. Vanaf 15 februari stijgt het winterpeil richting het verhoogde broedpeil. Vanaf 15 juni zakt het broedpeil stapsgewijs naar het zomerpeil. Het zomerpeil geldt vanaf 1 juli. De overgang van zomerpeil naar winterpeil zal in de regel plaatsvinden in de loop van de maanden september en oktober. Daarbij worden weersgesteldheid en verloop van de freatische grondwaterstand ter plaatse in aanmerking genomen.
Het broedpeil geldt van 1 februari tot 1 juni. Vanaf 1 januari stijgt het winterpeil richting het verhoogde broedpeil. Vanaf 1 juni zakt het broedpeil geleidelijk naar het zomerpeil. Het zomerpeil geldt vanaf 1 juli. De overgang van zomerpeil naar winterpeil zal in de regel plaatsvinden in de loop van de maanden september en oktober. Daarbij worden weersgesteldheid en verloop van de freatische grondwaterstand ter plaatse in aanmerking genomen.
In te trekken de peilbesluiten voor de delen die herzien worden en aangegeven zijn op de voornoemde peilenkaarten van Akkerdijksche polder, vastgesteld 27 september 2007, Groeneveldse polder, vastgesteld 19 november 2009, Abtswoude, vastgesteld 29 november 2012, Noord-Kethelpolder, vastgesteld 23 april 2020, Poelpolder, vastgesteld 20 november 2014, polder van Nootdorp, vastgesteld 25 september 2014, Schieveen, vastgesteld 15 september 2011, Voordijkshoornse polder, vastgesteld 15 december 2011, Klaas Engelbrechtspolder, vastgesteld 25 september 2014 en Zuidpolder van Delfgauw, vastgesteld 15 september 2011.
Aldus besloten in de openbare vergadering van donderdag 27 november 2025.
De verenigde vergadering voornoemd,
de secretaris,
ir. P.C. Janssen
de voorzitter,
dr. P.H.W.M. Daverveldt
Toelichting op het peilbesluit Groeneveldse polder, peilgebieden 2, 3, 11 en 14, nabij de Noord-Lierweg in De Lier
Wat staat er in deze toelichting?
In deze toelichting leggen we uit waarom het peil in delen van peilgebieden 2 en 3 van de Groeneveldse polder verandert, doordat de indeling van de peilgebieden is aangepast. Het watersysteem is daarmee robuuster geworden. Ook bestond eerst peilgebied 8 nog, maar die is opgegaan in peilgebied 3. Verder wordt de grens van peilgebied 11 aangepast en wordt de grens van peilgebied 14 vastgelegd. Het peil verandert hier niet.
Een peilbesluit is een officieel besluit van het waterschap. Hierin is het waterpeil vastgelegd van wateren zoals sloten, kanalen, plassen en vijvers. Het waterschap is verplicht om zo’n peilbesluit op te stellen. Daarna moet het waterschap zijn best doen om dat waterpeil te handhaven. Het beheergebied van Delfland heeft ongeveer 700 peilgebieden. Voor elk peilgebied is een waterpeil vastgelegd in een peilbesluit. Als een nieuw waterpeil nodig is, dan maakt Delfland een nieuw peilbesluit.
In de ‘beleidsnota Peilbeheer’1 heeft Delfland opgeschreven hoe peilbesluiten moeten worden opgesteld. Daarom worden de beleidsuitgangspunten en werkafspraken uit deze beleidsnota gebruikt voor dit peilbesluit.
De peilgebieden 2, 3, 11 en 14 van de Groeneveldse polder liggen in de gemeente Westland. Het gebied heeft veel glastuinbouw. In het oosten is de grens van het gebied de weg Woudtzicht. In het zuiden wordt de grens gevormd door de Noord-Lierweg en in het westen door Groeneveld. Het gebied waar aanpassingen zijn is 26,1 hectare groot. Dit gebied staat aangegeven in figuur 1.
Figuur 1: Gebied waar de aanpassingen zijn (geel)
Waarom passen we het peilbesluit aan?
De situatie in de peilgebieden 2 en 3 is anders dan in het officiële peilbesluit. Het waterpeil is anders, doordat de indeling van de peilgebieden in dit gebied in de laatste jaren is aangepast. Het watersysteem is hiermee beter geworden. De aanpassingen hebben ervoor gezorgd dat het peilbeheer beter uitgevoerd kan worden. Hierdoor zijn de peilgebieden verbeterd.
Ter hoogte van voormalig peilgebied 8 is een ruimtelijke ontwikkeling geweest. Dit is een aanpassing in het gebied waar een vergunning voor is gegeven. In 2011 is vergunning 1050919 verleend voor het bouwen van een glastuinbouwbedrijf in peilgebied 8. Er zijn sloten gedempt en vervangend water gegraven. Verder is het waterpeil verhoogd. En is het gebied samengevoegd met peilgebied 3.
Er zijn ook twee administratieve aanpassingen. Dit zijn officiële aanpassingen, maar in het veld verandert er door deze aanpassingen niets:
Om al deze wijzigingen juist vast te kunnen leggen, is het nodig om het peilbesluit aan te passen.
Hoe passen we het peilbesluit aan?
In hoofdstuk 2 leggen we uit welke belangen er in het gebied spelen. Daarna kijken we welke functies en waterbelangen het gebied heeft.
Hieronder staan alle gebiedsfuncties en waterbelangen genoemd, die in de beleidsnota Peilbeheer staan.
In hoofdstuk 3 beschrijven we hoe het watersysteem werkt en wat er verandert. In hoofdstuk 4 beschrijven we waarom het nieuwe waterpeil wordt gekozen. Bij deze peilkeuze hoort een peilenkaart om de begrenzing van het peilgebied aan te geven. De peilenkaart is als bijlage aan dit rapport toegevoegd.
Wat is belangrijk voor de keuze van het waterpeil?
Welke gebiedsfuncties zijn aanwezig in het gebied?
Het hele gebied is 116,4 hectare groot en is ingericht voor de volgende gebiedsfuncties: glastuinbouw, recreatie en groene ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Bijna 70% van de grond in het gebied is bebouwd met kassen (80,7 hectare). In het westen, bij Hofzicht en Zwethburgh, is een natuur-/ recreatiegebied. Dit is 5,7 hectare groot. In de peilgebieden 11 en 14 is wat grasland aanwezig. Verder zijn er rijen huizen langs wegen aanwezig. Daar waar wijzigingen zijn, is er glastuinbouw.
De bodem in het gebied bestaat uit zeeklei en is niet gevoelig voor bodemdaling. In het hele gebied kunnen in de bodem archeologische waardevolle resten voorkomen. Het terrein Hofzicht is een plek die de provincie belangrijk vindt voor de archeologie. De provincie noemt deze plek ‘een terrein met provinciaal belang'. Door een peilbesluit kan het waterpeil lager worden. Daardoor kunnen sommige van deze waardevolle zaken aangetast raken en verdwijnen.
Welke waterbelangen zijn aanwezig in het gebied?
Voor het bepalen van het waterpeil vindt Delfland de volgende punten in het gebied belangrijk:
Langs de Kromme Zweth en de Zeven gaten (zie figuur 1) loopt een regionale waterkering. Langs de meeste wegen zijn de kanten beschoeid. De watergangen staan met elkaar in verbinding via duikers. In de Groeneveldse polder zijn peilregulerende kunstwerken: er zijn vier inlaten aanwezig, er is een groot aantal stuwen aanwezig en er zijn veel duikers. De peilgebieden hebben een peilschaal2.
De regionale waterkering langs de Kromme Zweth en de Zeven gaten vormt voor de peilgebieden 11 en 14 een peilgebiedsgrens. Alleen peilgebieden 2 en 14 hebben primaire watergangen. In peilgebieden 2, 3 en 14 komen bruggen voor. In alle vier de peilgebieden komen duikers voor en beschoeiingen langs wegen. Geen van de waterhuishoudkundige belangen heeft last van de voorgestelde aanpassingen.
Hoe gaat het met de waterkwaliteit en ecologie?
Delfland moet zorgen voor schoon, gezond en levend water. Daarom is voor de keuze van het waterpeil gekeken naar de volgende punten:
Om deze vragen te beantwoorden en oplossingen te verzinnen is methode 'Ecologische Sleutelfactoren'3 gemaakt. In dit gebied zijn de volgende ‘ecologische sleutelfactoren’ belangrijk:
Ecologische sleutelfactor ‘Productiviteit van het water’:
In het beschreven gebied is één meetpunt voor de waterkwaliteit. De gehaltes voor bijvoorbeeld stikstof, fosfaat en sulfaat worden hier gemeten. In dit gebied zijn geen processen waar het sulfaatgehalte een rol speelt bij de peilkeuze in het gebied. De volgende metingen zijn gedaan bij meetpunt OW108-012, bij gemaal Woudtzicht:
Het gemeten gehalte stikstof in het gebied ligt met 2,40 mg/l boven de norm. Dit kan komen doordat meststoffen vanuit de glastuinbouw in het (grond-)water terechtkomen. Als er te veel stikstof in het water komt, kunnen sommige plantensoorten (algen) harder gaan groeien. Waardoor er voor andere planten geen ruimte meer is.
Het gemeten gehalte fosfaat in het gebied, 0,22 mg/l, ligt onder de norm. Een teveel aan fosfaat maakt water voedselrijk. Hierdoor kunnen algen en kroos extra groeien. Dan bereikt minder licht de bodem en raakt het gehalte zuurstof te laag. Sinds 2022 ligt het gemiddelde van de metingen fosfaat onder de norm.
Ecologische sleutelfactoren ‘Habitatgeschiktheid en verspreiding’:
Sloten zijn hier te ondiep, wat een negatief effect kan hebben op de zuurstofhuishouding. Het water warmt sneller op, waardoor vissterfte, botulisme en stank kunnen optreden in de zomer. Maar als er een goede doorstroming van het watersysteem is, hoeven negatieve effecten niet voor te komen. Ook al zijn de sloten ondiep.
Welke mensen en organisaties zijn betrokken door Delfland
Als Delfland het waterpeil wil veranderen, kijken we eerst wie daarmee te maken krijgt. Dat kunnen burgers, agrariërs of organisaties zijn. Voor dit peilbesluit hebben we al contact gezocht met bewoners van Groeneveld, in verband met de vijver die bij hun huis ligt. Voor dit peilbesluit hebben we contact gehad met de gemeente Westland.
Wat was het officiële waterpeil?
In 2010 is een waterpeil voor peilgebieden 2, 3, 8 en 11 vastgesteld in het peilbesluit4 Groeneveldse polder. De peilenkaart van dat peilbesluit is te zien op figuur 2.
Figuur 2: Kaart met peilenvoorstel van peilbesluit Groeneveldse polder uit 2009
Toen zijn de peilen voor de peilgebieden 2, 3, 8 en 11 vastgesteld met een vast peil: 2,12 m beneden NAP (peilgebied 2), 1,72 m beneden NAP (peilgebied 3), 1,87 m beneden NAP (peilgebied 8) en 1,45 beneden NAP (peilgebied 11).
Wat is het huidige watersysteem?
We laten zien hoe het watersysteem in elkaar zit en hoe het werkt. Dit is belangrijk omdat door het watersysteem bepaalde waterpeilen soms niet mogelijk zijn. In de Groeneveldse polder stroomt het water (zie figuur 3) vanaf de boezem bij De Zeven Gaten peilgebieden 11 en 14 in, via twee inlaten. Vervolgens stroomt het water onder vrij verval in oostelijke richting. Bij inlaatduiker 108704 (groen vierkantje) stroomt in het zuiden water peilgebied 3 in en stroomt het verder in noordelijke richting. Water vanuit peilgebieden 11, 14 en 3 passeert peilgebied 2.
Het water verlaat het gebied in noordoostelijke richting (bij A en B) naar peilgebied 1. De grens van peilgebieden 2, 3, 11 en 14 verandert. Het peil verandert niet, dat is in praktijk al aangepast.
Figuur 3: kaartje van het watersysteem
In figuren 4 a t/m d zijn de waterpeilen weergegeven van de peilschaal aflezingen per peilgebied:
Figuur 4a Peilschaalaflezing in peilgebied 2 (peilschaal WP108 9 02):
Figuur 4b Peilschaalaflezing in peilgebied 3 (peilschaal WP108 9 09):
Figuur 4c Peilschaal-aflezing in peilgebied 11 (peilschaal WP108 9 23):
Figuur 4d Peilschaal-aflezing in peilgebied 14 (peilschaal WP108 9 04):
Wat is er veranderd aan het watersysteem?
Door de bouw van een nieuw glastuinbouwbedrijf in voormalig peilgebied 8 is daar de waterhuishouding aangepast. Sommige sloten zijn verplaatst, andere gedempt. En er is vervangend water gegraven. Het waterpeil is verhoogd en voormalig peilgebied 8 is opgegaan in peilgebied 3. In het gebied was het peilbeheer lastig uit te voeren. Om de waterhuishouding beter te maken, is een deel van peilgebied 3 opgegaan in peilgebied 2. Ook is een deel van peilgebied 14 bij peilgebied 3 gekomen. Nu is het peilbeheer goed uit te voeren.
De praktijksituatie is weergegeven in Figuur 5. Vier peilgebieden worden aangepast. Ze worden hieronder beschreven.
Figuur 5 – Kaart met de praktijksituatie van de waterhuishouding
Een hoek in het zuidwestelijk deel van peilgebied 2 (groen op figuur 5) behoorde tot peilgebied 3. De peilgebiedsgrens wordt aangepast, omdat dit na de herinrichting van het gebied logischer is voor de waterhuishouding in het gebied. Het huidige waterpeil in dit deel wijkt af van het officiële peilbesluit. Het waterpeil is in het te wijzigen deel 0,40 m lager. Peilgebied 2 heeft een praktijkpeil van 2,12 m beneden NAP.
In het westen van peilgebied 3 behoorden twee delen tot peilgebied 14. Het huidige waterpeil in dit te wijzigen deel (blauw op figuur 5) wijkt af van het peil van het officiële peilbesluit. Het waterpeil is in praktijk 0,40 m hoger. De peilgebiedsgrens langs de Pastoor Verburghlaan wordt aangepast. Dit is beter voor de waterhuishouding. Aan de Hofzichtlaan wordt een klein stukje aan peilgebied 3 toegevoegd. Het peil was hier 1,68 m beneden NAP. De verwachting is dat de aanpassing van 4 cm weinig tot geen effect heeft. Peilgebied 8 (grijs op figuur 5) is opgegaan in peilgebied 3. Peilgebied 3 heeft een praktijkpeil van 1,72 m beneden NAP.
Een deel in het noodoosten van peilgebied 11 behoorde tot peilgebied 14. Het huidige waterpeil in dit te wijzigen deel (geel op figuur 5) wijkt af van het peil van het officiële peilbesluit. De peilgebiedsgrens wordt aangepast, omdat de grens niet over een peil scheidend kunstwerk lag. Er ligt geen water in het te wijzigen gebied, dus een peilafweging is niet nodig. Peilgebied 11 heeft een praktijkpeil van 1,45 m beneden NAP.
Peilgebied 14 is een nieuw peilgebied met een praktijkpeil van 2,12 m beneden NAP. De reden dat dit peilgebied wordt vastgesteld is dat deze administratief van peilgebied 2 wordt gesplitst.
Hoe hebben we het nieuwe waterpeil gekozen?
In dit hoofdstuk bekijken we of het nieuwe waterpeil goed past bij het gebied. Daarbij kijken we naar de gevolgen van het waterpeil voor de gebiedsfuncties en waterbelangen van peilgebieden 2, 3, 11 en 14. Dit doen we aan de hand van het beleid van de beleidsnota Peilbeheer.
Welke gevolgen heeft het nieuwe waterpeil?
Deze afweging gaat over peilgebied 2. In de praktijk wordt hier een vast peil van 2,12 meter beneden NAP aangehouden.
Een deel dat tussen de Pastoor Verburghlaan en de Noord-Lierweg ligt, wordt aan peilgebied 2 toegevoegd. Dit was onderdeel van peilgebied 3. Hier wordt peilgebied 2 gedeeltelijk gewijzigd, het peil wordt 40 centimeter lager.
Het waterpeil in peilgebied 2 wordt al langere tijd aangehouden. Het nieuwe peil levert geen problemen op oor bestaande gebiedsfuncties.
Ook voor de watergangen met bruggen en duikers, de bestaande beschoeiing, de waterkwaliteit en het risico op te veel of te weinig water (de waterhuishoudkundige belangen) is dit een geschikt waterpeil. Het samenvoegen van twee peilgebieden heeft het leefgebied voor vis vergroot en zijn er meer delen geschikt om te paaien, op te groeien en te overwinteren.
Deze afweging gaat over peilgebied 3. In de praktijk wordt hier een vast peil van 1,72 meter beneden NAP aangehouden.
Een deel, parallel aan de Pastoor Verburghlaan tot aan de Hofzichtlaan, wordt toegevoegd aan peilgebied 3. Dit was onderdeel van peilgebied 14. Hier wordt peilgebied 3 gedeeltelijk gewijzigd. Het peil wordt 40 centimeter hoger.
In het te wijzigen gebied ligt water tussen kassen, dat verder nergens mee in verbinding staat. Ook ligt er een watergang aan de Noord-Lierweg. Aan de Hofzichtlaan wordt een klein deel (vijver) aan peilgebied 3 toegevoegd. Het peil was hier in het voorjaar van 2023 1,68 meter beneden NAP. De verwachting is dat de aanpassing van 4 centimeter weinig tot geen effect heeft. Beide delen waren onderdeel van peilgebied 14.
Door de bouw van een nieuw glastuinbouwbedrijf is een aantal sloten verplaatst. Andere sloten zij gedempt en vervangend water is gegraven. Het waterpeil is verhoogd en dit voormalig peilgebied 8 is opgegaan in peilgebied 3.
Het waterpeil in peilgebied 3 wordt al langere tijd aangehouden. Het nieuwe peil levert geen problemen op voor bestaande gebiedsfuncties.
Infrastructuur: De Pastoor Verburghlaan, de Noord-Lierweg en de Hofzichtlaan ligtgen binnen het gebied. Bij het nieuwe waterpeil is de drooglegging bij de weg 0,60 – 0,80 meter. Dit is minder dan de optimale drooglegging van meer dan 0,80 meter. Het nieuwe waterpeil wordt al langere tijd aangehouden en leidt in de praktijk niet tot problemen.
Ook voor de watergangen met bruggen en duikers, bestaande beschoeiing, de waterkwaliteit en het risico op te veel of te weinig water (de waterhuishoudkundige belangen) is dit een geschikt waterpeil. Het samenvoegen van twee peilgebieden heeft het leefgebied voor vis vergroot en zijn er meer delen geschikt om te paaien, op te groeien en te overwinteren.
Deze afweging gaat over peilgebied 11. In de praktijk wordt hier een vast peil van 1,45 meter beneden NAP aangehouden.
Het waterpeil in peilgebied 11 verandert niet. Een deel, in het noordoosten tegen Hofzichtlaan aan, wordt aan peilgebied 11 toegevoegd. Dit was onderdeel van peilgebied 14. Het waterpeil in dit gebiedje is in praktijk 0,67 m hoger. In het peilbesluit van 2010 liep de grens van peilgebied 11 niet over kunstwerken. De peilgebiedsgrens wordt in dit peilbesluit op een logische plek vastgelegd. Voor dit gebied is geen peilafweging nodig, omdat er geen water is in het deel waar de grensaanpassing is.
Voor de gebiedsfunctie recreatie & groene ruimte is een drooglegging tussen 0,70 m en 1,00 m het beste. De drooglegging is hier 1,00 m. Voor bestaande bebouwing is het belangrijk dat het waterpeil niet te veel verandert. En het is het beste als de drooglegging meer dan 0,80 m is. De drooglegging in glastuinbouwgebied moet groot genoeg zijn voor de drainagesystemen in de kassen. Een goede drooglegging van 0,80 m geldt ook voor de infrastructuur. De drooglegging voor beide is groter dan 0,80 m.
Het waterpeil is ook goed voor de gebiedsfuncties en waterhuishoudkundige belangen:
Peilgebied 14 is een nieuw peilgebied met een praktijkpeil van 2,12 m beneden NAP. De reden dat dit peilgebied wordt vastgesteld is dat deze administratief van peilgebied 2 wordt gesplitst. Het waterpeil in het gebied is op deze manier beter te beheren. De indeling van de peilgebieden wordt vastgelegd zoals deze in de praktijk al sinds 2020 goed werkt. Want die is logischer ingedeeld dan de vastgestelde situatie.
Wat wordt het nieuwe waterpeil?
Per peilgebied wordt hier beschreven wat het nieuwe waterpeil wordt.
We kiezen voor een vast waterpeil van 2,12 m beneden NAP voor het nieuwe deel van peilgebied 2. Het peil werkt goed voor dit peilgebied en er zijn geen risico’s. Het gebied met het peil is te zien op de peilenkaart in bijlage 1. Het schouwpeil wordt 2,12 m beneden NAP.
In vergelijking met het vorige peilbesluit wordt het peil hier 0,40 m lager.
We kiezen voor een vast waterpeil van 1,72 m beneden NAP voor het nieuwe deel van peilgebied 3. Het peil werkt goed voor dit peilgebied en er zijn geen risico’s. Het gebied met het peil is te zien op de peilenkaart in bijlage 1. Het schouwpeil wordt 1,72 m beneden NAP.
In vergelijking met het vorige peilbesluit wordt het peil hier 0,40 m hoger.
We houden een vast waterpeil van 1,45 m beneden NAP. Dit peil werkt goed voor het peilgebied en hoeft niet te worden aangepast. Het gebied met het peil is te zien op de peilenkaart in bijlage 1. Het schouwpeil wordt 1,45 m beneden NAP.
We houden een vast waterpeil van 2,12 m beneden NAP. Dit peil werkt goed voor het peilgebied en hoeft niet te worden aangepast. Het gebied met het peil is te zien op de peilenkaart in bijlage 1. Het schouwpeil wordt 2,12 m beneden NAP.
Om de nieuwe waterpeilen in te stellen zijn geen maatregelen nodig.
Bodemdaling: Het dalen van de hoogte van een terrein. Bodemdaling kan veroorzaakt worden door oxidatie, inklinking, gas- en oliewinning en lange termijn geologische processen.
Gebiedsfuncties: Waarvoor een gebied wordt gebruikt. Elke plek heeft een bepaalde functie of doel, zoals wonen, landbouw of recreatie.
Peil: Door waterschap in peilbesluit vastgelegde waterpeil dat in een bepaald gebied moet worden gehandhaafd.
Peilbeheer: Het zorgen voor het juiste waterpeil door water aan- of af te voeren.
Peilbesluit: Besluit van het algemeen bestuur van een waterschap. Hierin staat welke waterpeilen er moet worden ingesteld, de ligging van de peilgebieden en plaats van de peilschalen zijn aangegeven.
Peilgebied: Gebied met elkaar verbonden watergangen. In dat gebied wordt één waterpeil aangehouden.
Peilschaal: Een peilschaal is een maatlat die in het water staat. Op deze peilschaal is een centimeterverdeling te zien. Daarmee is waterstand af te lezen en te controleren of de waterstand overeenkomt met het peilbesluit. Peilschalen zijn bevestigd aan kademuren, beschoeiingen of een aparte plank in het water.
Praktijkpeil: Waterstand die werkelijk in een watergang aanwezig is, afgelezen van de peilschaal.
Schouwpeil: In het peilbesluit vastgesteld peil dat het referentieniveau vertegenwoordigt voor het voeren van schouw, dagelijks peilbeheer, afhandelen van vergunningen en het uitvoeren van onderhoud aan watergangen.
Vast peil: Tijdens het hele jaar wordt er één peil aangehouden.
Waterbelang: Alles wat belangrijk is voor het beheren van water. Waterbelang gaat onder andere over het zorgen voor genoeg schoon water en het voorkomen van overstromingen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2025-32031.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.