JAARPLAN 2026 LEIDEND SAMEN WERKEN AAN WATER EN BODEM

LEIDEND SAMEN WERKEN AAN WATER EN BODEM

Het waterschap verandert. Van functioneel uitvoerend tot agenderend en proactief in de regio en met werk aan water en bodem dat nadrukkelijk onderdeel van het maatschappelijk debat is. Dat deze ontwikkeling gaande is, zeggen we al een aantal jaren. Sinds het starten van de voorbereidingen voor dit Jaarplan 2026 weten we zeker dat deze verandering zichtbaar en voelbaar is. Niet alleen voor het waterschap zelf maar juist ook voor de mensen en organisaties met wie Noorderzijlvest samen werkt met de natuur. Juist van onze omgeving komt het stevige signaal dat een leidende rol van het waterschap wordt verwacht in het geven van een heldere stem aan water en bodem.

In ons eigen onderzoek rondom ‘water en bodem sturend’ waarin we op zoek zijn gegaan naar duurzame vormen van samenwerking hebben we tientallen vertegenwoordigers buiten en binnen ons waterschap gevraagd naar hun kijk op onze rol en die van henzelf in ons werk. Omdat het beheer van schoon en gezond water en zorgen voor een veerkrachtige bodem onder druk staat, voelen velen de urgentie om krachten te bundelen. Zodat ‘water en bodem sturend’ niet bij woorden blijft maar echt gaat helpen om het gebied ook voor generaties na ons leefbaar en klimaatbestendig te houden. Daar is leiderschap voor nodig. Met mensen en organisaties die weten wat nodig is om genoeg ruimte te geven aan water en een gezonde bodem. Voor die kennis, ervaring en het uitwisselen van bruikbare en relevante data zijn koplopers nodig. Die leidende rol ziet onze omgeving vooral bij het waterschap. We zijn er niet op uit om verantwoordelijkheden en bevoegdheden over te nemen of anders te organiseren We willen er wel anders mee omgaan. Het gaat erom dat we beter in het verlengde van elkaars bevoegdheden samenwerken. Alle samenwerkingspartners moeten daarin samen verantwoordelijkheid dragen en blijven bijdragen in de benodigde inzet en financiële middelen. Voor ons gebied. Voor onze mensen en dieren. Voor onze samenwerking met de natuur. Voor de leefbaarheid. Voor onze toekomst.

BOVi pijlers gelden nog steeds

Het hogere doel om een leefbaar en klimaatbestendig gebied in te richten beschrijven we al in onze Blauwe Omgevingsvisie (BOVi) van eind 2021, die nog steeds bepalend is voor onze koers. Met de instemming van het algemeen bestuur - in september 2025 - op de lijn die ons onderzoek naar ‘water en bodem sturend’ heeft ingezet, kunnen we nu nog beter invulling geven aan een aantal pijlers waarop de BOVi is gebaseerd: als ‘gewaardeerd beleidspartner’ mag onze omgeving stap voor stap rekenen op een waterschap dat steeds steviger initieert, agendeert, standpunten deelt en constructief meedenkt in en meewerkt aan oplossingen. De zes bouwstenen die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen, zijn het fundament voor het inrichten van duurzame vormen van samenwerking in het ‘faciliteren in ruimtelijke ontwikkelingen’. We vinden daarbij dat we vooral gebruik moeten maken van elkaars bevoegdheden en veel minder op de stoel van het eigen ‘bevoegd gezag’ moeten gaan zitten. Als we dat beter doen, draait onze zoektocht - van ons en die van de omgeving - om gezamenlijke belangen. Daarin zit de belangrijke kern van een andere BOVi pijler: ‘een maatschappelijk verantwoorde overheid’ willen zijn. Als we het gesprek open voeren en steeds beter gezamenlijke en gedeelde belangen vinden, raken we echt samen verantwoordelijk.

In het Jaarplan 2025 hebben we herijking van de BOVi aangekondigd. Met de uitkomsten van het onderzoek ‘water en bodem sturend’ en een nadere interne beschouwing over de houdbaarheid van de bestaande BOVi komen we tot de conclusie dat volledige herijking nu niet nodig is.

Onze aandacht gaat voor 2026 uit naar het maken van het ontwerp Waterbeheerprogramma 2028- 2033 en actualiseren daarbij de doelenboom.

Impact op organisatie

Kiezen voor een leidende rol heeft impact op onze organisatie. We kunnen op voorhand niet exact zeggen hoe zich dit zal ontwikkelen. De organisatie zal verder groeien; een trend die een aantal jaren geleden in gang is gezet en waarvoor bij het vaststellen van het uitvoeringsprogramma bij het coalitieakkoord aanvullende kaders zijn meegegeven. De formatie van Noorderzijlvest groeit het komend jaar met gemiddeld 4,4% in overeenstemming met het eerder vastgestelde kader van het Uitvoeringsprogramma en plus 1% op kritische functies waar in 2023 over besloten is en aanvullende inzet in het kader van ‘water en bodem sturend’. Op jaareinde ligt naar verwachting de formatie iets boven dit kader. Een toelichting op de formatieve groei is terug te vinden onder het onderdeel ‘toekomstfit’. De groei in deze onderdelen van de organisatie is logisch. Enerzijds om aan wettelijke taken invulling te geven en anderzijds om samen met onze partners verantwoordelijkheid te nemen, lef en initiatief te tonen, goed gereedschap te ontwikkelen voor onszelf en voor anderen, besef en bewustwording aan te wakkeren, lange termijn denken te ontwikkelen en veranderkracht te organiseren: het kost tijd, energie, doorzettingsvermogen én een ander soort menskracht. Kracht die we moeten ontwikkelen en stimuleren en die samenwerken over teamgrenzen vraagt en voorbij onze eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden gaat. Bouwen aan relaties en netwerken neemt toe. Op strategisch niveau vooruitdenken ook. We moeten deze bouwstenen telkens per opgave leren toepassen en erbij stil blijven staan. Onze ervaringen tot nu toe leren ons dat de kans van slagen om leidend samen te werken groot is.

Doorzettingsvermogen en krachtige samenwerking blijven nodig om een waardevolle beleidspartner te zijn. Zeker ook in de opgaven die voor ons liggen.

Nadruk op schoon en gezond water

Ons streven naar schoon en gezond water gaat verder dan wat de Europese Kaderrichtlijn Water van ons vraagt. Dat is een belangrijk element van onze kernboodschap. Wanneer water en bodem sturend zijn, moet er ook niet aflatende aandacht zijn voor het verbeteren van de waterkwaliteit. Onze inspanningen moeten nog steeds gericht zijn op de vijftien KRW-waterlichamen in ons werkgebied. We moeten ons immers aan het eind van de planperiode in 2027 verantwoorden over onze inspanningen om de ecologische en chemische kwaliteit van het water te verbeteren. Daarnaast is onze blik eveneens gericht op winst die te behalen is bij bijvoorbeeld onze zuiveringen of bij externe bronnen die ook invloed (kunnen) hebben op de waterkwaliteit, zoals bijvoorbeeld bedrijven of gemeentelijke riooloverstorten of landbouwbedrijven. We steunen de lobby om de bronaanpak van PFAS en medicijnresten via wetgeving uit te bannen uit het afvalwater.

Het is daarom logisch dat we onze belangrijke zuiverings(kern)taak meer gaan beschouwen als een omvangrijk en complex stuk gereedschap. Dat gereedschap moet blijven werken en er zijn innovaties en moderniseringen nodig om steeds schoner en gezonder water te kunnen realiseren. Daar zullen forse investeringen voor nodig zijn in de komende jaren.

Financiële stand van zaken

In financieel opzicht valt met name op dat de investeringen voor gezond en voldoende water hoger gaan uitvallen omdat eerdere ramingen voor de realisatie van maatregelen in het Dwarsdiep, onderdeel van de gebiedsontwikkeling Zuidelijk Westerkwartier, volledig doorschuiven naar 2026. Door een langere proceduretijd schuift ook een deel van de geplande investeringen voor de optimalisatie van De Onlanden door naar 2026. Voor geplande Kaderrichtlijn Water-maatregelen is ruim € 3 miljoen meer begroot dan verwacht.

In lijn met de verwachting in eerdere financiële perspectieven stijgen de totale kosten van onze begroting. De netto lasten komen uit op € 115,2 miljoen in 2026. We verwachtten bij het Jaarplan 2025 € 110,9 miljoen in jaarschijf 2026 uit te gaan geven. De overschrijding van deze verwachting zit vooral in stijgende kosten van goederen en diensten (+ 7,9%) en stijgende personeelslasten (+ 3,1%).

Nieuw belastingstelsel

In 2026 gaat het nieuwe belastingstelsel voor de waterschappen gelden. De kostentoedeling is als gevolg hiervan gewijzigd en vastgesteld. Dat heeft gevolgen voor de tariefstelling. De categorie Ingezetenen heeft een minder groot aandeel in de belastingopbrengst en de categorie Ongebouwd draagt meer bij. De stelselwijziging raakt zowel onze administratie als die van het Noordelijk Belastingkantoor. Voor de zuiveringstaak betekent het nieuwe stelsel dat nieuwe samenwerkingsovereenkomsten gaan gelden met specifieke bedrijven die afvalwater lozen op ons systeem.

Behoedzaam

Het dagelijks bestuur ziet al langer deze stijgende trend ontstaan. Hoewel we staan voor de opgaven die voor ons liggen om een toekomst- en klimaatbestendig werkgebied in te richten, is er ook zorg over steeds hogere kosten en een groeiende begroting. Uiteindelijk moeten burgers en ondernemers deze lasten dragen. Het is daarom goed om in toenemende mate andere externe financieringsbronnen te onderzoeken. Die lijn is al ingezet. Het is daarnaast verstandig ieder jaar opnieuw kritisch te zijn op wat echt nú moet en waarover bindende afspraken zijn gemaakt én op wat later in de tijd kan. Deze werkwijze is met het lopende Uitvoeringsprogramma toegepast. Het heeft het effect gehad dat we de mate van investeren enigszins kunnen dempen en/of verder in de tijd kunnen plannen. We zullen ons consequenter moeten afvragen hoe we behoedzaam investeren met voldoende oog voor de belastingtarieven en schuldpositie. We moeten daarbij in ogenschouw nemen dat afgeronde investeringen in de vorm van kapitaallasten (rente en afschrijving) op de begroting blijven ‘drukken’. Als gevolg van onze investeringsagenda, neemt dit effect de komende jaren toe. In ons nieuwe waterbeheerprogramma zal hier ook aandacht voor zijn.

Leeswijzer

Net als vorig jaar is het Jaarplan gebaseerd op de doelenboom. Bij de doelen zijn toelichtingen geschreven over wat we in 2026 willen bereiken en wat het verwachte resultaat zal zijn. Bij elk programma geven we een korte financiële samenvatting. De daadwerkelijke begroting - met een doorkijk naar de jaren na 2026 - leest u in het financiële deel van dit Jaarplan. Omdat voor het taakveld Vergunning en Handhaving een apart uitvoeringsplan aan het algemeen bestuur is voorgelegd en conform is besloten, vindt u daarover beperkte informatie in dit Jaarplan.

 

Groningen, november 2025

 

Bert Wiersema, portefeuillehouder Financiën

Bas Tammes, secretaris-directeur

 

 

ORGANISATIE EN OMGEVING

De verandering in het werk van het waterschap krijgt steeds meer richting. Samenwerking is daarbij essentieel; we kunnen het niet meer alleen. Deze samenwerking wordt gaandeweg sterker, maar vraagt ook om duidelijke verwachtingen, wederzijdse aanspreekbaarheid en het concreet maken van de gezamenlijke bedoeling.

We weten inmiddels beter wat nodig is voor duurzame samenwerking. De zes bouwstenen uit het besluit Water en Bodem sturend bieden ons houvast om helder te zijn over de opgaven die we samen willen aanpakken. Duidelijkheid over deze opgaven (niet te verwarren met bestuurlijke ambities of visies) helpt bij strategische samenwerking en agendering. Het nieuwe Waterbeheerprogramma, waarvan het ontwerp eind 2026 gereed is, speelt hierin een belangrijke rol.

Binnen het programma Organisatie en omgeving is er terecht aandacht voor de juiste middelen: voldoende capaciteit, relevante data, passende governance en zichtbaarheid. Zo versterken we de relatie met onze omgeving en ondersteunen we de noodzakelijke veranderkracht.

 

BESTUUR: SAMENWERKING EN ONTWIKKELING

Versterking van bestuur en voorbereiding op de toekomst.

In 2026 zetten we actief in op een passende en effectieve sturing van de veranderende rol van ons waterschap. Tijdens informatieve AB-vergaderingen creëren we daarom meer ruimte voor verdiepende sessies. We waarderen de inbreng van alle fracties in deze bijeenkomsten. Binnen het agenda-overleg werken we aan een goede voorbereiding van de AB-vergaderingen. We bouwen voort op de eerder gekozen BOB-structuur (Beeldvorming, Oordeelsvorming, Besluitvorming), die bijdraagt aan transparantie en zorgvuldige besluitvorming. Door expliciete agendering en een duidelijke rolverdeling zorgen we voor een gestructureerd proces. De dijkgraaf vervult hierin een initiërende en enthousiasmerende rol. We evalueren periodiek of de kwaliteit van de opinie- en besluitvorming voldoende is.

Daarnaast streven we naar een versterkte samenwerking tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Heldere taakverdeling, actieve kennisdeling en duidelijke besluitvorming staan hierbij centraal. Het algemeen bestuur stelt de kaders en houdt toezicht, terwijl het dagelijks bestuur verantwoordelijk is voor de uitvoering. Samen met het algemeen bestuur en de fractievoorzitters bepalen we hoe we aandacht besteden aan onze werkwijze, governance en integriteit.

Voorbereiding op de waterschapsverkiezingen 2027

Met het oog op de waterschapsverkiezingen op 17 maart 2027 bereiden we ons zorgvuldig voor op een transparant en goed georganiseerd verkiezingsproces. We zorgen voor heldere communicatie over het belang van hun stem, de taken van het waterschap en de deelnemende partijen. We benutten een groot deel van 2026 om de waterschapsverkiezingen in ons werkgebied te positioneren en grijpen kansen aan om de ‘call to action’ met de boodschap ‘Jouw stem telt!’ voor zoveel mogelijk inwoners zichtbaar te maken. Intern richten we ons op een goede overdracht van kennis en dossiers, zodat nieuwe bestuursleden na de verkiezingen snel en effectief aan de slag kunnen.

 

TOEKOMSTFIT

We brengen continu evenwicht aan tussen de technische focus en de maatschappelijk gevraagde omgevingsgerichte open blik.

 

TOEKOMSTFIT: WE VERGROTEN DE BEWUSTWORDING VAN DE WAARDE VAN WATER

Het bestuur heeft met het Uitvoeringsprogramma extra nadruk gelegd op het vergroten van de zichtbaarheid van het werk aan water en het belang ervan. Zichtbaarheid hangt nauw samen met bewustwording. Het groeiende besef dat water en bodem ruimte nodig hebben en we meer moeten samenwerken met de natuur zorgt ervoor dat we onze corporate koers en communicatiestrategie aanscherpen. We maken de volgende stap naar het stimuleren van wateractief gedrag. Dit uitgangspunt is in 2025 opgenomen in de gezamenlijke communicatiestrategie van alle waterschappen en de Unie van Waterschappen. Vanuit deze strategie zetten we in op:

  • Zichtbaarheid van ons werk aan water vergroten.

  • Positionering van het waterschap als de expert in watervraagstukken.

Maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een herijking van de corporate thema’s die we nu gebruiken in de corporate koers. Meest in het oog springend is de nadruk die we in het maatschappelijk debat zien ontstaan op het belang van schoon en gezond water. Het corporate thema ‘gezuiverd water’ en de ‘Kaderrichtlijn Water’ zijn goed beschouwd belangrijke middelen om naar het hogere doel toe te werken: zo schoon en gezond mogelijk water.

Door ons zichtbaar en actief te mengen in het publieke debat, door middel van netwerkbijeenkomsten, social media en eigen events, dragen we bij aan deze bewustwording. Hierbij proberen we aan te sluiten bij de belevingswereld van de verschillende doelgroepen. Ook willen we participatie vanuit de omgeving stimuleren door onze relevante partners nadrukkelijke te betrekken bij diverse ontwikkelingen en (besluitvormings)processen.

Belangrijk aspect hierin is ook het betrekken van jongeren bij het werk van het waterschap. Met als doel: besef creëren, wateractief gedrag stimuleren en interesse wekken voor toekomstig werk in de watersector. We willen zaadjes planten die uitgroeien tot betrokkenheid, participatie en mogelijk zelfs een loopbaan in het waterbeheer. Deze ambitie krijgt vorm langs vier sporen:

  • 1.

    Educatie - jongeren als toekomstige waterprofessionals.

  • 2.

    Toekomstig werk in de watersector - bouwen aan een netwerk.

  • 3.

    Nieuwe verbindingen met onderwijs en kennispartners.

  • 4.

    Public Affairs - zichtbaarheid en beleving.

 

TOEKOMSTFIT: WE HEBBEN EEN OP SAMENWERKING GERICHTE AGENDERENDE EN PROACTIEVE CULTUUR

Het onderzoek ‘water en bodem sturend’ heeft een waardevolle set bouwstenen opgeleverd waarmee we allerlei vormen van samenwerking in kunnen richten. Vanuit de opdracht van het algemeen bestuur werken we aan het opstellen van een ontwikkelagenda om hieraan meer invulling te gaan geven.

Samenwerken doen we onder andere door te werken met gebiedsteams. Deze teams zorgen voor het netwerk waarbinnen we verbindingen leggen tussen de actuele (plan)adviesvragen van onze partners en de toekomstige ruimtelijke opgaven van diezelfde samenwerkingspartners. Zo signaleren we kansen en mogelijkheden en koppelen onze doelen en opgaven aan die van andere spelers in ons gebied.

Op internationaal beleid blijven we samenwerken binnen de Blue Deal projecten in Peru, Roemenië en Burkina Faso.

 

TOEKOMSTFIT: WE BINDEN DE JUISTE MENSEN EN ORGANISATIES AAN ONS

Onze organisatie groet snel. Dat komt omdat het bestuur in de afgelopen jaren op een aantal momenten ruimte heeft gegeven om onze veranderende rol met voldoende capaciteit in te kunnen vullen. Het bestuur heeft voor deze bestuursperiode een groeipad vastgesteld van 3% in 2026 en 2% in 2027 plus 1% groei voor ondersteunende processen. Dit betekent voor 2026 een toegestane groei van 14 fte. In dit Jaarplan stellen we voor om de formatie voor 2026 mee te laten groeien van 351 fte naar 372 fte op jaareinde. Gemiddeld sturen we op een hogere inzet van 16 fte ten opzichte van 2025. We lopen met het Jaarplan daarmee vooruit op de toegestane uitbreiding in 2027. De extra inzet is met name gerelateerd aan aanvullende activiteiten boven op het uitvoeringsprogramma en de toenemende verantwoordingsdruk op diverse terreinen. Daarnaast bieden we ruimte aan trainees. We vinden het belangrijk te blijven investeren in de jongere generatie, ook om zo deze generatie te binden aan het waterschap als werkgever. Deze ontwikkelingen leiden, samen met de cao-ontwikkeling tot een stijging van de personele kosten met € 4,2 miljoen.

Naast meer inzet van personeel leveren we in 2026 de visie op leren en ontwikkelen en een opleidingsplan op. We geven met name aandacht aan digitale vaardigheden. In het kader van duurzame inzetbaarheid hebben we onder meer aandacht voor de werk-privé balans, diversiteit en inclusiviteit en een veilige werkomgeving.

 

STUREN OP BEDRIJFSVOERING

We zijn transparant in onze bedrijfsvoering en doen wat we beloven.

 

BEDRIJFSVOERING: AANTOONBAAR IN CONTROL ZIJN

Aantoonbaar in control zijn houdt in dat we weten dat we voldoen aan de diverse eisen die gesteld worden aan onze bedrijfsvoering en we zicht hebben op de wijze waarop gewerkt wordt aan het realiseren van onze doelstellingen. De complexiteit en juridisering van ons werk neemt toe. Aandacht voor een goede onderbouwing van beleidskeuzes wordt daarom steeds belangrijker. Dit betekent dat we in de volle breedte ons beleid en onze visies op orde moeten brengen. Daarmee zorgen we voor een transparante onderbouwing van de keuzes die we maken in ons werk.

Om dit te realiseren hebben we goed lopende processen nodig, waarmee we niet alleen actuele vraagstukken en ontwikkelingen effectief kunnen aanpakken, maar ook beter zicht en grip krijgen op onze lange termijn opgaven. We richten ons daarbij in eerste instantie op de verdere implementatie van gewenste processen en passen systemen en werkwijzen hierop aan.

Specifiek binnen de ‘Planning en Control’ cyclus werken we aan verdere verbetering van de inhoudelijke en financiële verantwoording en het stroomlijnen van processen in ons primaire bedrijfssysteem. Ook wordt in 2026 meer inzet gedaan op het in control zijn van de organisatie door het verder inrichten van contractbeheer en interne beheersing en auditing onder andere op terreinen als privacy, informatiebeveiliging, fraude en integriteit. Dit vloeit voort uit de visie op control die we in 2026 afronden. Om dit vorm te kunnen geven, is extra formatie opgenomen.

Rekenkamer

Sinds 2025 beschikken we over een gezamenlijke Rekenkamer met Wetterskip Fryslân. Deze voert jaarlijks één à twee onafhankelijke onderzoeken uit ter ondersteuning van de controlerende taak van het algemeen bestuur. In 2025 is onderzoek gedaan naar de bestuurlijke informatievoorziening. De uitkomsten hiervan vormen input voor mogelijke verbeteringen in 2026. Ook de onderzoeken die we zelf uitvoeren namens het dagelijks bestuur stemmen we af met de Rekenkamer. Zodat we efficiënt omgaan met beschikbare informatie en capaciteit.

 

BEDRIJFSVOERING: OPENHARTIG VERANTWOORDEN

Als we hardop zeggen dat wij ons openhartig verantwoorden, betekent dat iets voor de kwaliteit van het proces van het actief en passief openbaar maken van bestuurlijke besluitvorming. Dit wordt geborgd binnen de lopende projectmatige aanpak voor de stapsgewijze invoering van de Wet open overheid (Woo). Om het beoogde doel van openhartig willen verantwoorden te realiseren, willen we onze (digitale) dienstverlening in 2026 uniformeren, optimaliseren en digitaliseren. We sluiten daarbij aan bij de wettelijke verplichtingen, maar richten ons ook op producten en diensten die bijdragen aan het bewust maken van inwoners en bedrijven van risico’s en kansen in het tegenwoordige beheer van water.

Sterkere juridische inzet

Hoewel een open houding - zeker ook vanuit beheerteams en de medewerkers van Vergunning, Toezicht en Handhaving - in de meeste gevallen zorgt voor begrip en draagvlak kunnen belangen tegengesteld blijven en tot juridische stappen leiden. Water speelt een steeds belangrijker rol in het maatschappelijk debat en daar worden dan ook in toenemende mate vragen over gesteld en/of Woo-verzoeken over gedaan. Dit gaat vaak over complexe dossiers die steeds meer tijd en aandacht vragen. Het sterkere gebruik van AI zal ook meer vragen van juridische advisering over hoe de organisatie daar op de juiste manier mee omgaat en blijft voldoen aan regelgeving. Daarom stijgt de inzet op juridische ondersteuning in dit Jaarplan.

 

BEDRIJFSVOERING: DIGITALE MIDDELEN SAMEN SLIM EN DOELMATIG INZETTEN

In het kader van datagedreven werken is een datawarehouse beschikbaar waar we de eenduidige data kunnen laten landen. Dit datawarehouse maakt het mogelijk om data uit verschillende applicaties te combineren en te modelleren voor betere besluitvorming. Hierbij kun je denken aan sneller en efficiënter beoordelen van keringen, onderhouden en beheren van assets en optimaliseren van het zuiveringsproces. Ook voor de ondersteunende processen is het snel beschikken over goede data van belang voor transparantie en betere verantwoording.

Om toekomstbestendig te kunnen blijven werken investeren we verder in onze informatiesystemen. Zodat deze aansluiten op de vastgestelde architectuurprincipes en sectorale standaarden. Daarnaast investeren we in hardware, onder andere in de AB zaal, het verbeteren van ons digitale netwerk en informatiebeveiliging.

Aanwijzing vitale sector

De verwachte aanwijzing van de zuiveringstaak van de waterschappen als ‘vitale sector’ in ons land is uitgesteld. De wetgeving die daaraan ten grondslag ligt (Europese Richtlijnen NIS2 en CER) is vertraagd. De richtlijnen worden vertaald in 2 nationale wetten: de Cyberbeveiligingswet en de Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten. De voorbereidingen voor toepassing van deze wetten moeten ingepast worden binnen het bestaande veranderportfolio van ons waterschap. Omdat de invoering van de Cyberbeveiligingswet en Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten vertraagd is, hebben we de voorbereidingen ook getemporiseerd. In 2026 verwachten we stappen te kunnen zetten richting de uitvoering van deze wettelijke maatregelen.

Onderzoek naar toegangssystemen

Het huidige toegangsbeheer binnen de organisatie is versnipperd en inefficiënt. Meerdere systemen en procedures leiden onder andere tot verhoogde risico’s en hoge beheerkosten. Door toenemende dreigingen en strengere regelgeving is een uniforme, waar nodig digitale en schaalbare oplossing noodzakelijk. In 2026 starten we met het ontwikkelen van een uniform, digitaal toegangs- en sleutelbeheersysteem voor alle objecten van het waterschap. Hiervoor is € 150.000 gereserveerd voor vooronderzoek.

Verantwoord toepassen AI

We leggen in 2026 nadrukkelijk de basis voor het verantwoord toepassen van data, 3D visualisatie en Artificial Intelligence (AI). Dit doen we door beleid en spelregels te ontwikkelen en te implementeren, ethische kaders te verkennen en concrete toepassingen te toetsen op maatschappelijke waarde en uitvoerbaarheid. AI kan ons helpen om snel en begrijpelijk antwoorden te genereren op steeds complexere vragen van diverse stakeholders. Tegelijkertijd biedt het kansen om de impact van verminderde menskracht op te vangen, vooral in beheer en onderhoud. Voortdurende inzet op procesverbetering als constante ontwikkeling.

Crisisbeheersing

In 2026 zetten we in op drie ontwikkelpunten om de crisisbeheersing te versterken:

  • Versterken en verbreden planvorming.

  • Intensiever programma opleiden, trainen, oefenen om vakbekwaam te blijven.

  • Sterkere netwerkpartner worden in de crisisbeheersingswereld.

 

ASSETMANAGEMENT

We optimaliseren het maatschappelijk rendement door passende en tijdige investeringen in onze assets

Assetmanagement wordt steeds meer toegepast in onze dagelijkse praktijk. Daarom worden plannen en verwachte resultaten voor 2026 vooral beschreven in de inhoudelijke programma’s. De activiteiten die we ontplooien in dit kader dragen immers bij aan de doelen die aan deze programma’s gekoppeld zijn. Zo laten we ook zien dat assetmanagement langzaam maar zeker gemeengoed wordt in ons werk. In algemene zin zetten we in op het verbeteren van onze datakwaliteit en het verduidelijken van de rollen en het eigenaarschap van de assets. Om dit te realiseren wordt geïnvesteerd in diverse digitale oplossingen en ondersteunende software, informatiebeveiliging en procesontwikkeling.

In de paragraaf assetmanagement zijn onze belangrijkste beleidsuitgangspunten en de bijhorende onderhoudskosten samengevat. Deze is terug te vinden op pagina 57.

 

HOOFDPUNTEN FINANCIËN ORGANISATIE EN OMGEVING - PROGRAMMA 4

Investeringen

Voor programma 4 zijn de totale bruto investeringen in het Jaarplan geraamd op € 3,6 miljoen. Dat is € 1,8 miljoen meer dan waarmee gerekend werd in het Jaarplan 2025 voor jaarschijf 2026.

Dit verschil wordt veroorzaakt door een aantal nieuwe projecten, te weten:

  • Digitaal toegangssysteem: + € 0,75 miljoen.

  • Kilometerregistratie dienstauto’s: + € 0,15 miljoen.

  • Vernieuwing van hardware, o.a. de AB zaal en WiFi: + € 0,4 miljoen.

  • ICT-infosystemen, E-plan en ICT Grondzaken: + € 0,1 miljoen.

Daarnaast is er sprake van enkele doorgeschoven projecten vanuit 2025:

  • Gegevensbeheer en infosystemen: € 0,1 miljoen.

  • Digitale dienstverlening: € 0,2 miljoen.

Netto lasten

De totale netto lasten voor het programma liggen € 2,2 miljoen hoger dan in 2025

De oorzaken liggen in hogere personele lasten als gevolg van een hogere stijging van de loonkosten in 2025, wat ook doorwerkt in de loonkosten van 2026. Ook is er sprake van een uitbreiding van het personeelsbestand. Dit is nodig om voldoende personeel in te kunnen zetten om in control te zijn en verantwoording af te leggen over onze activiteiten. Dit heeft samen een kostenverhogend effect van € 1,8 miljoen.

Voor goederen en diensten liggen de lasten € 0,9 miljoen hoger. We zien met name een stijging van de kosten voor technisch en functioneel beheer van diverse informatiesystemen en hogere licentiekosten, als gevolg van reguliere prijsontwikkelingen en onze wens om datagedreven te werken. Als gevolg van plannen om events te organiseren met betrekking tot onze zichtbaarheid, stijgen de kosten voor communicatie gerelateerde activiteiten.

 

VEILIG LEVEN MET WATER

Waterveiligheid blijft absolute prioriteit houden binnen de kerntaken van het waterschap. De manier van denken waarop we deze veiligheid vorm en inhoud geven, is wel aan het veranderen. We blijven werken aan sterke zeedijken en keringen in het binnenland die aan de normen voldoen. Het grote dijkversterkingsproject van de Lauwersmeerdijk ronden we af in 2026, evenals de drie ecologische koppelprojecten: de getijdenduiker Marnewaard, de kwelderuitbreiding en de aanleg van kunstmatige riffen en getijdepoelen. De ontsluiting voor de haven van Lauwersoog wordt ook gerealiseerd en opgeleverd.

Toch kunnen zeedijken niet tot in lengte van jaren steeds hoger en breder worden om de zeespiegelstijging het hoofd te bieden. We kijken ver vooruit en maken keuzes expliciet voor de kortere of middellange termijn. De start van de verkenningsfase voor de komende dijkversterkingsopgave is voor het komend jaar aan de orde. Stap voor stap verder werken past bij de ontwikkeling van een Brede Kustzone waar ruimte voor nodig zal zijn, binnendijks én buitendijks. Een Brede Kustzone realiseren is alleen mogelijk als we deze opgave integraal aanvliegen, samen met andere uitdagingen in het gebied zoals verzilting, de aanlanding van windenergie op het vasteland en de beschikbaarheid van zoetwater in het vruchtbare kustgebied.

Ook de manier waarop we naar het ervaren van wateroverlast kijken, verandert. We werken nog altijd aan het maatregelenpakket ‘Droge Voeten 2050’ waar onder meer de aanleg en verbetering van waterbergingen (in de Onlanden en het Zuidelijk Westerkwartier) en Nieuwe Waterwerken Zoutkamp uit naar voren zijn gekomen. Het veranderende klimaat zorgt er niettemin voor dat we meer te maken krijgen met grote hoeveelheden neerslag in een korte tijd of verspreid over een langere periode. We gaan vaker merken dat er geen ruimte meer is om neerslag die nog gaat vallen, op te vangen in ons watersysteem. Dat zal in toenemende mate tot wateroverlast leiden die we niet kunnen voorkomen, zeker ook in combinatie met minder afvoercapaciteit door een hogere zeespiegel. De vraag is natuurlijk in welke mate we dergelijke overlast acceptabel vinden. En hoe we onze mensen op deze omstandigheden voorbereiden.

 

WATERVEILIGHEID: WE AGENDEREN DE ONTWIKKELING VAN DE BREDE KUSTZONE

Om invulling te geven aan de ambitie voor een Brede Kustzone hebben we een strategische redeneerlijn ontwikkeld. Het resultaat is het bekende ‘spoorboek’ waarmee duidelijker is geworden wat de opgaven zijn ten opzichte van elkaar en in de tijd en wanneer er idealiter besluiten genomen moeten worden om stappen vooruit te maken. Om het proces op weg naar keuzes vorm te geven, is constante aandacht nodig en oriënteren we ons in 2026 op de start van een omgevingsgerichte programmatische aanpak voor de ontwikkeling van een Brede Kustzone. We kijken daarbij ook nadrukkelijk naar PAWOZ, het Rijksprogramma voor de aansluiting van de kabels voor het windpark op zee. Ook de ruimtelijke reservering van toekomstige dijkversterkingen doen we omgevingsgericht. In het komende jaar starten we met de actualisatie van dit profiel van vrije ruimte.

Programma Aanpak Grote Wateren (PAGW): Toekomstbestendig Lauwersmeergebied Het werk in het gebiedsproces Lauwersmeer continueren we in 2026, met de uitvoering van het PAGW project ‘Toekomstbestendig Lauwersmeergebied’. Noorderzijlvest is penvoerder van dit project. Voor de korte termijn ligt de focus op de inrichting van een openbaar meetnet en werken we geleidelijk toe naar een voorkeursvariant voor het herstellen van de zoet-zoutverbinding tussen de Waddenzee en het Lauwersmeer. De bestuurlijk samenwerking hierin met onze partners gericht op de lange termijn met onder andere veiligheid als randvoorwaarde willen we meer gaan bekrachtigen.

WATERVEILIGHEID: FACILITEREN VAN MULTIFUNCTIONELE TOEPASSINGEN VAN KERINGEN

We zijn in staat om de pilot Meegroeidijk in 2026 door te zetten omdat we instemming hebben gekregen van het INTERREG project BONSAI en het Hoogwaterbeschermingsprogramma. In deze pilot werken we (ook in financieel opzicht) samen met Hoogheemraadschap Rijnland en Waterschap Brabantse Delta. Dat betekent dat we in 2026 een tweede laag slib hebben opgebracht en zetten we de onderzoeken voort. Zo ontdekken we wat het beste werkt en hoe onderhoud een prominentere rol krijgt in komende dijkversterkingsopgaven.

De meerjarige veldmetingen aan de golfoverslag bij de Eems doen we al sinds 2017. We krijgen zo steeds beter inzicht in de hydraulische belasting van onze zeekering. In 2026 plaatsen we radarapparatuur bij de radarpost van Rijkswaterstaat bij het Eemshavencomplex om de golfbeweging vanuit de Waddenzee richting de Eems te kunnen meten.

 

WATERVEILIGHEID: VERSTERKEN, BEHEREN EN ONDERHOUDEN ASSETS VANUIT INTEGRALE BLIK

De landelijke beoordelingsronde 2 is feitelijk voor ons al begonnen en loopt in 2026 tot (tenminste) 2034. De drie dijktrajecten die in ons werkgebied liggen, zijn allemaal onderwerp van deze beoordelingsronde. Het gaat om de Lauwersmeerdijk (dijktraject 6-5), het gedeelte WestpolderOostpolder (6-6) en Oostpolder-Delfzijl (6-7). Ook de twee trajecten die recent zijn versterkt (Eemshaven-Delfzijl en Lauwersmeerdijk-Vierhuizergat) maken dus deel uit van deze beoordeling.

De landelijke beoordeling is onderdeel van een landelijke strategie om voor de lange termijn te bepalen wat nodig is om de dijken in voldoende conditie te houden. Men kijkt onder meer naar overstromingskansen, faalmechanismen en hoe de dijk zich gedraagt in bijzondere (weers) omstandigheden. Deze landelijke beoordeling is een langjarig traject, waarin we samen op lopen met de buurwaterschappen Fryslân en Hunze en Aa’s. Logischerwijs ligt onze focus op het laatste nog niet versterkte dijktraject in ons gebied: 6-6. In de laatste rapportage over de zorgplicht voor de keringen hebben we al melding gemaakt van het feit dat de asfaltbekleding ter hoogte van de Eemshaven over een lengte van 2 kilometer niet meer voldoet. Ook langs de dijk bij de Oostpolder zijn maatregelen nodig. We zijn in gesprek met het Hoogwaterbeschermingsprogramma om het herstel op tijd in te plannen. De landelijke beoordeling is een belangrijk kader om daarover een besluit te nemen. Daarom beginnen we ons deel van het landelijk beoordelingstraject 2 met dit dijktraject.

Gedragscode en onderhoud

We bekijken hoe we een groene plus kunnen zetten op het (maai)onderhoud van de regionale keringen om te voldoen aan de gedragscode ‘Bestendig beheer en onderhoud’ voor de waterschappen. Dit doen we in nauwe afstemming met de provincies.

 

OMGAAN MET WATEROVERLAST: GRENZEN EN MOGELIJKHEDEN VAN WATERBEHEER EN MEERLAAGSE VEILIGHEID TOEPASSEN

Periodiek moet het waterschap vanuit zijn kerntaak toetsen of we voldoen aan de geldende normen voor regionale wateroverlast (NBW - Nationaal Bestuursakkoord Water) én de toetsing aan de normen voor regionale keringen. Met deze watersysteemtoetsing krijg het waterschap inzicht in het functioneren van het watersysteem in verschillende neerslagsituaties. En daarmee of er wordt voldaan aan de normen. Omdat de aanbesteding voor de toets is vertraagd, starten we hier in 2026 mee. Noorderzijlvest heeft samen met de provincies een beleidskaart wateroverlast 2030-2050 ontwikkeld. Het opvolgen van acties in een te plannen gebiedsproces zetten we in 2026 door.

Optimalisatie Onlanden van start

Hoewel de optimalisatie van De Onlanden programmatisch aan ‘Voldoende en gezond water’ is gekoppeld en daarom ook daarin financieel wordt verantwoord (net als andere Droge Voeten 2050 maatregelen als Zuidelijk Westerkwartier en Nieuwe Waterwerken Zoutkamp), heeft de realisatie van het project nadrukkelijk een link met de veiligheid van ons gebied. Naast het behoud en ontwikkeling van de belangrijke natuurwaarden van het gebied, is de beoogde grotere bergingscapaciteit van enorm belang om grote hoeveelheden neerslag tijdelijk op te vangen. Omdat de MER procedure en het nemen van het projectbesluit door de provincie Drenthe meer tijd vroeg, worden een aantal investeringen doorgeschoven naar 2026. Omdat het werk wel in het najaar van 2025 kon beginnen, is het doel om aan het begin van 2026 de grotere capaciteit van de waterberging deels in gebruik te kunnen nemen.

Muskusratten, bevers en rivierkreeften

Ook het beheer van muskusratten wordt financieel verantwoord in het programma Voldoende en gezond water. Dit deel van het werk speelt niettemin een grote rol in het borgen van onze waterveiligheid. In de komende jaren bouwen we het muskusrattenbeheer verder af, zoals is afgesproken met de landelijke strategie ‘bestrijden tot aan de landgrens’. We maken gebruik van het speuren met behulp van eDNA. Dit is een techniek om DNA van muskusratten aan te tonen in het water. Dankzij deze techniek hebben we op verschillende plekken de laatste muskusratten in specifieke gebieden kunnen wegvangen. Onze medewerkers worden naast de bestrijding van muskusratten ingezet voor het monitoren van de leefgebieden van de bever en het project rivierkreeften. We starten met onderzoek naar de aanwezigheid van niet inheemse rivierkreeften. Voor de bever werken we sinds een aantal jaren samen met de provincies op basis van het beverbeheerplan. Met het protocol uit dit plan zijn we in staat goed af te wegen wat nodig is om de beverpopulatie te beheersen op de plekken die daarvoor geschikt zijn. De populatie van de bever neemt toe en daarmee ook risico’s op graafschades en wateroverlast. Dit vergt meer controle van de keringen en leidt tot mogelijk hogere kosten voor herstel van schade.

 

HOOFDPUNTEN FINANCIËN ‘VEILIG LEVEN MET WATER’ - PROGRAMMA 1

Investeringen Voor programma 1 zijn de totale bruto investeringen in het Jaarplan geraamd op € 17,2 miljoen. Dat is € 11,9 miljoen minder dan waarmee gerekend werd in het Jaarplan 2025 voor jaarschijf 2026.

Dit verschil wordt met name veroorzaakt door:

  • Lagere investeringen aan de versterking van de Lauwersmeerdijk in verband met de verschuiving van de werkzaamheden naar 2025 en 2027: -/- € 11,0 miljoen.

  • Lagere investeringen voor ecologische koppelprojecten: -/- € 0,7 miljoen.

  • Lagere investeringen voor enkele onderzoeksprojecten: -/- € 0,7 miljoen.

  • Hogere investering voor ‘Toekomstbestendig Lauwersooggebied’: € 0,5 miljoen.

  • Hogere investeringen voor het Bonsai project (meegroeidijk): € 0,2 miljoen.

  •  

Netto lasten

De totale netto lasten voor het programma liggen € 0,6 miljoen hoger dan in het Jaarplan 2025.

De oorzaken liggen in hogere personele lasten als gevolg van formatie-uitbreiding en een hogere stijging van de loonkosten in 2025, wat ook doorwerkt in de loonkosten van 2026. Voor goederen en diensten liggen de lasten vrijwel op hetzelfde niveau. De kapitaallasten liggen € 0,2 miljoen hoger dan begroot in 2025.

 

VOLDOENDE EN GEZOND WATER

In ons werk leggen we steeds meer nadruk op de kwaliteit van het oppervlaktewater dat we beheren. Onze ambities gaan daarbij verder dan alleen het dichterbij brengen van de doelen die de Europese Kaderrichtlijn Water aan ons stelt. Omdat de derde planperiode in 2027 eindigt en er nog veel te doen is, ligt de focus de komende tijd vooral wel op het uitvoeren van al geplande en nieuwe Kaderrichtlijn Water-maatregelen en de verantwoording op de reeksen maatregelen die we hebben genomen in de afgelopen reeks van jaren. Net als in de rest van het land zal er na 2027 meer tijd en inzet nodig zijn om de kwaliteit op het niveau van het ‘goed ecologisch potentieel’ te krijgen. We moeten onder ogen zien dat we de doelen niet op alle fronten halen. De monitoring en metingen laten wel degelijk vooruitgang zien door de jaren heen. We zijn dus zeker op de goede weg.

Het werken aan de waterkwaliteit is gericht op het creëren van de juiste randvoorwaarden bij het herstel van de meer natuurlijke inrichting van specifieke gebieden bij de vijftien KRW-waterlichamen. Om doelen dichterbij te brengen, is het daarnaast nodig de aandacht te vestigen op meer onderzoek naar bronnen van vervuiling. Daarin wordt de rol van de kwaliteit van ons gezuiverde water belangrijker net als mogelijkheden om vervuiling door externe factoren als industrie en agrarische bedrijfsvoering zoveel mogelijk te beperken. Er lopen veel initiatieven om daaraan bij te dragen en we zien dat veel betrokkenen de noodzaak zien om mee te werken aan de goede kwaliteit van water en bodem.

We zien onze inspanningen om Kaderrichtlijn Water-doelen te halen en de kwaliteit van ons gezuiverde water te verbeteren daarom als belangrijk gereedschap om het hogere doel te bereiken: zo schoon en gezond mogelijk water.

De beschikbaarheid van zoetwater ligt onder een vergrootglas. Nu we wederom een droge start van het groeiseizoen en een droge zomer achter de rug hebben, is het logisch om de geesten rijp te maken voor het debat over de toekomstige zoetwaterbeschikbaarheid in ons gebied. Onderzoek daarnaar biedt handvatten voor het gesprek dat we daarover moeten voeren in het komende jaar.

VOLDOENDE ZOET WATER: WE BRENGEN EN HOUDEN ONZE ASSETS IN EEN VEILIGE EN DOELMATIGE TOESTAND

Cleveringsluizen

De twaalf stroomkokers van de Cleveringsluizen zijn met de renovatie van de geleidingen van de hefdeuren voor langere tijd up to date. Daarmee stoppen de investeringen voor dit doel. Na de onderhoudsperiode in 2026 is het project afgerond.

Nieuwe Waterwerken Zoutkamp

De Nieuwe Waterwerken in Zoutkamp, inclusief de koppelprojecten van de gemeente Het Hogeland en de provincie Groningen worden in 2026 afgerond. Na de afronding van de bouw van het nieuwe gemaal Hunsingo, wordt het huidige gemaal HD Louwes in 2027 gesloopt. In 2026 wordt het bouwteam samengesteld. In het bouwteam werken Noorderzijlvest en de (sloop)aannemer gezamenlijk het sloopplan uit, waarna in 2027 het gemaal HD Louwes conform het sloopplan wordt verwijderd.

Huisvesting werkplaatsen

In november 2024 heeft het algemeen bestuur ingestemd met de start van de planuitwerking voor de nieuwe werkplaats in Onderdendam. De aanbesteding voorziet in een twee-fasen contract. In 2025 is gestart met de eerste fase waarin het waterschap samen met de aannemer de plannen voor de nieuwe werkplaats in Onderdendam heeft uitgewerkt. Medio april 2026 wordt het contract voor de uitvoering van de nieuwe werkplaats in Onderdendam ondertekend. De bouw kan dan starten. Voor zover we nu kunnen overzien wordt de vernieuwde werkplaats in Onderdendam begin 2027 opgeleverd. Voorafgaand aan de start van de uitvoeringsfase wordt een aanvraag voor uitvoeringskrediet aan het algemeen bestuur voorgelegd. Na goedkeuring van dit voorstel kan de uitvoeringsfase starten.

Parallel aan de realisatiefase van de werkplaats in Onderdendam, start ook de eerste fase voor de werkplaats in Leek. De uitvoering is voorzien vanaf begin 2027. De eerder opgenomen investeringen voor 2025 schuiven door naar 2026 en 2027.

Verduurzamen machine- en autopark

In 2025 is onderzoek uitgevoerd naar verdere verduurzaming van het machine- en autopark. In 2026 worden de resultaten zoveel mogelijk geïmplementeerd. Dit sluit aan bij de duurzaamheidsdoelstellingen van het waterschap. Daarnaast wordt onderzocht op welke wijze het beheer en onderhoud van de eigen voertuigen - met name auto’s - binnen Noorderzijlvest efficiënter kan worden ingericht.

Herstel kademuren 2e schil

In het verlengde van het herstelwerk aan drie kademuren in Winsum (2025) is er een nader onderzoek uitgevoerd naar vergelijkbare kademuurconstructies in de 2e schil Electraboezem. In het gebied zijn circa 45 vergelijkbare locaties aangetroffen. In 2026 wordt een afwegingskader opgesteld waaraan deze 45 locaties kunnen worden getoetst. De toets gaat om de vraag of de geïnventariseerde schadegevallen een causaal verband hebben met de peilverlaging die in 2008 is doorgevoerd als gevolg van bodemdaling door gaswinning. Noorderzijlvest is voornemens om deze kademuurconstructies in 2027 en 2028 te vervangen als het causale verband met bodemdaling door gaswinning is aangetoond.

Vervanging oeververdedigingswerken meerjarenonderhoudsplan

De actualisatie van de onderhoudslegger ‘Oeververdedigingswerken’ is eind 2026 af. Dan hebben we een totaaloverzicht om te komen tot een planning voor meerjarig onderhoud en vervanging. We gaan in 2026 verder met het vervangen van oeververdedigingswerken waarvan de condities slecht zijn en de onderhoudsplicht bij het waterschap ligt. Het huidige meerjarenonderhoudsplan loopt tot en met 2027. Medio 2026 wordt het algemeen bestuur geïnformeerd over de voortgang van het meerjarenonderhoudsplan en wordt er een doorkijk gemaakt naar 2027 en verder.

Baggerprogramma (onderhoud)

In de eerste periode (2021-2024) van het programma baggeren is er voornamelijk gebaggerd om de doorvoer van watergangen te verbeteren en voor de scheepvaart. Het gaat daarbij om regulier onderhoudsbaggerwerk, het landelijke baggeren en het baggeren in stedelijke omgeving. De laatste jaren van het programma baggeren (2025-2027) baggeren we juist om de waterkwaliteit (Kaderrichtlijn Water) te verbeteren. In 2026 baggeren we daarvoor een gedeelte van het Boterdiep, de Oude Ae en het Hunsingokanaal. Tijdens de voorbereiding van het baggerwerk voor het Boterdiep is in Bedum een omvangrijke waterbodemverontreiniging aangetroffen. Hiervoor komen we in de loop van 2026 nog met een apart kredietvoorstel. In 2026 blijven we verder werken aan de realisatie van het baggerprogramma en starten met de voorbereidingen voor de programmering na 2027. Nieuw hierin is dat er een raamcontract landelijk en stedelijk baggerwerk wordt voorbereid waarin de markt wordt uitgedaagd om de transitie te maken naar emissieloos baggeren. Voordeel van een raamcontract is dat er tijd en kosten worden bespaard. En het voorkomt herhaaldelijk aanbesteden, onderhandelen en opstellen van bestekken. Zo vermindert de administratieve last en neemt de efficiëntie toe.

Registratie onderhoudswerk

Voor het dagelijks beheer en onderhoud vernieuwen we de soft- en mobiele hardware voor de registratie van ons onderhoudswerk aan watergangen en keringen. Daarmee kunnen we nauwkeuriger registeren.

Bruggen

We bereiden de overdracht van twaalf bruggen aan de gemeente Het Hogeland voor. Het gaat om assets die al vervangen of gerestaureerd zijn tijdens het - bijna afgeronde - bruggenprogramma.

 

VOLDOENDE ZOET WATER: (PEIL)BEHEER VOLDOET IN NORMALE OMSTANDIGHEDEN

Uitvoering peilbesluiten Fivelingoboezem en Spijksterpompen

In september 2025 zijn de peilbesluiten voor de Fivelingoboezem en de polder Spijksterpompen door het algemeen bestuur vastgesteld. De voorbereiding van het uitvoeren van deze maatregelen uit de peilbesluiten worden in 2026 gedaan. De watersysteemmaatregelen worden dan in de loop van 2026 en 2027 uitgevoerd.

Peilbesluit Hoop en Verwachting

In 2026 gaan we verder met de planvorming voor het peilbesluit Hoop en Verwachting ten zuiden van het Reitdiep. Ook voor peilbesluiten kijken we verder vooruit. We maken de programmering van de opgave voor peilbesluiten in de komende jaren af.

 

VOLDOENDE ZOET WATER: BALANS IN AFVOERCAPACITEIT EN WATER VASTHOUDEN

Onderzoek watersysteemmaatregelen Pieterbuurstertocht

Onze peilbeheerders ervaren al langere tijd dat het in droge perioden moeilijk is om zoetwater in het achterliggende gebied te krijgen. Dit zoete water is nodig om het zoute kwelwater in het gebied af te voeren. In 2026 wordt gestart met het bepalen van de projectscope waarna vanaf 2027 de werkzaamheden worden uitgevoerd.

Gebiedsontwikkeling Dwarsdiep

Prolander heeft in opdracht van de provincie Groningen en Noorderzijlvest de planuitwerking voor de inrichting van het Dwarsdiepgebied in het Zuidelijk Westerkwartier afgerond. Naast het realiseren van een gebied voor het tijdelijk bergen van water gaat het in deze opgave over het nemen van Kaderrichtlijn Water-maatregelen en het behouden van zoetwater in het gebied. Het resultaat van het proces is een gedragen definitief ontwerp, met bestek en contract richting de uitvoering.

Nog niet alle gronden binnen het plangebied zijn in eigendom van de provincie, waardoor in 2025 nog niet gestart kan worden met de uitvoering. In het Jaarplan 2025 is wel rekening gehouden met investeringen benodigd voor de uitvoering van het Zuidelijk Westerkwartier, waardoor de investeringen van circa € 6,1 miljoen volledig worden doorgeschoven naar 2026 en de jaren daarna.

Programmatische aanpak water vasthouden

Nadat we de pilot op dit onderwerp afronden, willen we in 2026 starten met een programma en gebiedsgerichte projecten. Eén van de aandachtsgebieden is het tegengaan van de verdroging van de zandgronden. We trekken hierin samen op met de provincie Drenthe. We werken als eerste stap aan de noodzakelijke monitoring van de toestand van de zandgronden. Daarnaast zijn gesprekken gaande over de benodigde capaciteit om dit programma te kunnen draaien.

Pilots Blue Transition voor klimaatadaptie

In 2026 ronden we de pilots INTERREG Blue Transition in Veenhuizen en de noordelijke kuststrook af. Voor de Kop van Drenthe is een effectiviteitsstudie over water vasthouden opgeleverd. Eind 2026 zijn de maatregelen in Veenhuizen gedurende twee groeiseizoenen getest en gemonitord. Voor de noordelijke kuststrook wordt een modelstudie van de kustzone opgeleverd en zijn eveneens kleinschalig maatregelen getest op het beperken van de effecten van verzilting. Samen met de Europese partners wordt een document met de belangrijkste lessons learned en visie op toekomstig Europees beleid opgesteld en aangeboden in Brussel.

Meer inzet op beheer en onderhoud door klimaatverandering, exoten en gedragscode

De aanwezigheid van exoten in ons werkgebied vergt steeds meer inzet. Hierover is in september 2025 het geactualiseerde exotenbeleid vastgesteld. Samenwerking met en inzet van externe stakeholders is noodzakelijk om verdere verspreiding te voorkomen. In het najaar van 2025 wordt in het maaiseizoen ondervonden wat er nodig is om te voldoen aan de gedragscode. Dit kan leiden tot extra kosten en capaciteit maar dat is met opstellen van dit Jaarplan nog niet goed te overzien.

Door klimaatverandering neemt de plantengroei toe. De vraag naar zoetwater groeit ook zeker in langdurige droge periodes. Het vraagt allemaal extra onderhoud om voldoende zoetwater te kunnen leveren voor het beregenen van akkers en het tegengaan van de verdroging van de natuur.

 

VOLDOENDE ZOET WATER: WE HEBBEN EEN ZOETWATERSTRATEGIE NODIG

Onze actieve inzet voor voldoende beschikbaarheid van zoetwater en het beperken van de gevolgen van verdroging en verzilting is vanzelfsprekend. In 2025 lag de nadruk op het vergroten van kennis over het watersysteem en de effecten van droogte en verzilting in de toekomst. De focus verschuift in 2026 naar het bepalen van onze bestuurlijke ambitie, het uitwerken van scenario’s, het voeren van het gesprek hierover met onze omgeving en het ontwikkelen van een programmaplan voor zoetwaterbeschikbaarheid.

Het Deltaprogramma Zoetwater speelt hierin een verbindende rol: het helpt ons om onze regionale strategie te koppelen aan de landelijke aanpak van de zoetwateropgave.

De aanvoer van zoetwater uit het IJsselmeergebied is in droge periodes cruciaal voor ons werkgebied. Daarom is het van belang dat Noorderzijlvest actief blijft deelnemen aan strategische overleggen over de beschikbaarheid van zoetwater uit het IJsselmeer. De ruimtelijke druk rondom het IJsselmeer neemt toe door ontwikkelingen op het gebied van woningbouw, recreatie en industrie. In combinatie met klimaatverandering verwachten we dat dit leidt tot een afname van het beschikbare zoetwater uit het IJsselmeer.

Voor 2026 verwachten wij de volgende resultaten:

  • Uitgewerkt programmaplan Zoetwaterbeschikbaarheid.

  • Resultaten van project Freshem (onderzoek naar zoet en zout grondwater en beschermende kleilagen) zijn bekend.

  • Programmatische aanpak bodemkwaliteit is vorm gegeven en opgestart (zie ook ‘biodiversiteit is integraal onderdeel van ons waterbeheer’).

  • De samenwerking in de Kop van Drenthe gaat door. We zijn begonnen om met het gebied pilots vorm te geven over de nieuwe balans tussen water vasthouden en water afvoeren.

  • We zijn begonnen om met kennisinstellingen uit het Noorden strategische samenwerking vorm te geven om hun kennis en onderzoekspotentieel meer te verbinden aan onze opgaven.

  • We stellen de beleidskaders op bij de vastgestelde veenweidestrategie van de provincie Groningen.

 

Verzilting

Acacia Water en LTO Noord voeren momenteel een studie uit naar de verziltingsproblematiek. Dat gebeurt in het kader van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. We willen de kennis die deze studie oplevert uitbreiden - samen met de provincie Groningen - naar de zone bij het Lauwersmeer en hierop een praktische pilot doen in het gebied om verzilting op perceelniveau te minimaliseren. Ook hier gaat het om kennis over ‘zoet op zout’; dat moet niet verward worden met de zoet/zout overgang waarvoor een meetnetwerk wordt aangelegd. Daar gaat het om de balans in het verbeteren van de waterkwaliteit in het Lauwersmeergebied in het kader van de Kaderrichtlijn Water.

 

WATER EN BODEM STUREND: WE HELPEN ONZE PARTNERS MET SLIMME RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN

Ontwikkelagenda

Het doel om te helpen met slimme ruimtelijke ontwikkelingen is afgeleid van één van de drie meer maatschappelijk geladen pijlers uit de Blauwe Omgevingsvisie die we met ons eigen onderzoek ‘Water en bodem sturend’ meer vorm en inhoud hebben gegeven. Door samen verantwoordelijkheid te willen dragen en ons met onze partners daaraan te committeren, komen water en bodem veel eerder aan bod bij lopende en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dat is nodig om toekomstbestendige keuzes te maken voor het gebied. De ontwikkelagenda voor water en bodem moet nog meer houvast bieden in veel meer dan alleen helpen bij ruimtelijke ontwikkelingen; het gaat in toenemende mate om het oppakken van een leidende vanzelfsprekende rol bij de gemeenschappelijke opgaven die er voor de inrichting van ons werkgebied op ons en onze partners afkomen. Het ontwikkelen van beoordelings- en afwegingskaders, ruimte voor experiment en pilots en het samenwerken in het verlengde van elkaars bevoegdheden gaan hierin de komend tijd behulpzaam zijn.

Pilots met gemeenten

Strategische samenwerking met provincies en gemeenten is zeker in ruimtelijke ontwikkelingen cruciaal. In 2025 hebben we in dit kader een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeente Hogeland die eigenlijk naadloos aansluit bij de bouwstenen die voortkomen uit het onderzoek ‘Water en bodem sturend’. In 2026 geven we hier vervolg aan door een pilot op te starten. We werken verder aan de ontwikkeling van strategische samenwerking met de gemeente Groningen.

Kop van Drenthe

In de Kop van Drenthe komen alle waterschapsopgaven én ruimtelijke opgaven van partners bij elkaar. De onderzoeken die we samen hebben gedaan de afgelopen jaren hebben gezorgd voor meer begrip voor de eigen en elkaars opgaven en uitdagingen voor de toekomst. Op basis daarvan werken we verder aan een klimaatbestendige Kop van Drenthe. Noorderzijlvest speelt hierbij een verbindende rol: wij hebben veel kennis van het water en bodemsysteem, maar ook van de opgaves en uitdagingen van partijen in het gebied. Daardoor kunnen wij onze partners helpen om vanuit die kennis te werken aan samenwerking en de ontwikkeling van concrete maatregelen. Samen met hen kennis ontwikkelen is daarbij belangrijk, maar ook het faciliteren van experimenten en pilots vanuit het gebied.

Schoon water, waterbeschikbaarheid, water vasthouden, bodemgezondheid zijn inhoudelijke speerpunten voor Noorderzijlvest in dit gebied. Maar ook nemen we een belangrijke rol in het faciliteren van samenwerking en verandering.

 

SCHOON EN GEZOND WATER: KRW-WATERLICHAMEN EN OVERIGE WATEREN VOLDOEN AAN DE VASTGESTELDE DOELEN

Voor 2026 ligt de focus op het maken van een programma voor het realiseren van zo schoon en gezond mogelijk water. De Kaderrichtlijn Water-doelen maken daar onderdeel vanuit. Daarmee is het halen van de normen uit de Kaderrichtlijn Water geen doel op zich maar veel meer een belangrijk instrument om schoon en gezond water op termijn te realiseren. In het programma is aandacht voor omgaan met bijvoorbeeld opkomende stoffen, bronaanpak en zwemwater. Juist daar waar we als waterschap niet direct invloed hebben op de waterkwaliteit zullen we in gesprek moeten met partners in het gebied om meer bewust te zijn van de eigen rol en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor schoon en gezond water. Creëren en recreëren met schoon en gezond water is ons speerpunt. En dat realiseren, kunnen we niet alleen.

Voor de Kaderrichtlijn Water blijft de focus liggen op de waterkwaliteit van de aangewezen 15 KRWwaterlichamen en daarna op de categorie ‘overige wateren’. De technische doelaanpassingen moeten eveneens eind 2025/begin 2026 worden vastgesteld voor de eindverantwoording in 2027.

Dat is meteen ook het startpunt voor voorbereidingen op de nieuwe planperiode. De resultaten en voortgang op het verbeteren van de waterkwaliteit komen voort uit het maatregelenpakket dat het algemeen bestuur eind 2021 vaststelde.

Eind 2026 verwachten we het volgende resultaat:

  • Afwenteling vanuit andere gebieden is per KRW-waterlichaam in beeld gebracht.

  • Afronding onderzoek optimalisatie zuiveringen.

  • Communicatiemaatregelen over de rol van pleziervaart zijn uitgerold.

  • Het baggeren ten behoeve van de waterkwaliteit is voor 85% uitgevoerd (resterende deel wordt uitgevoerd in 2027 vanwege afvoer verontreinigd baggerslip).

  • Planvormingsfase opstarten voor gebiedsproces de Grote Masloot en het Leekstermeer in combinatie met Natuurnetwerk Nederland-opgave van de provincie.

  • Inzicht hebben en start uitvoerbare maatregelen voor het gebied Reitdiep-Kommerzijl.

  • Concept stroomgebiedbeheerplan 2028-2033 is gereed.

Binnen het maatregelenpakket tot 2027 ligt er nog veel werk voor het saneren van gemeentelijke overstorten en het langer vasthouden van water. We blijven vanuit zowel onze deskundigheid als vanuit onze bestuurlijke rol met gemeenten hierover in gesprek.

We continueren en verbeteren onze monitoring, modelontwikkeling, evaluatie van maatregelen en het beheer en onderhoud voor schoon en gezond water.

Een aantal specifieke aspecten van de Kaderrichtlijn Water-opgave lichten we nog graag nader toe:

Aanleg natuurvriendelijke oevers

In 2025 zijn we gestart met de verkenningsfase van de Kaderrichtlijn Water-opgave voor de 3e planperiode. Voor de 2e en 3e planperiode van Kaderrichtlijn Water moet in totaal 14,7 km natuurvriendelijke oever worden gerealiseerd. In de verkenningsfase is in totaal circa 24 km aan potentieel kansrijke opgave geïnventariseerd. Grondeigenaren staan in het algemeen positief tegenover medewerking maar hebben vooraf nog geen definitief akkoord gegeven. In 2026 willen we een begin maken met de aanleg van de eerste kilometers natuurvriendelijke oevers. In 2027 verwachten we de volledige opgave van 14,7 km te hebben afgerond.

Oplossen knelpunten vismigratie

In 2025 zijn we gestart met de verkenningsfase voor de aanleg van acht vispassages. De planning is dat de verkenningsfase in het najaar van 2025 wordt afgerond. In het najaar van 2025 wordt het algemeen bestuur geïnformeerd over de resultaten hiervan. In 2026 wordt de uitwerking opgestart: in een 2-fasen contract worden samen met de aannemer het ontwerp van de acht vispassages nader uitgewerkt. De planning is dat in de tweede helft van 2026 de eerste vispassages worden uitgevoerd. In 2027 zijn alle acht vismigratieknelpunten opgelost.

Beekdalontwikkeling Peizerdiep (KRW/NNN)

In opdracht van de provincie Drenthe en Noorderzijlvest werkt Prolander momenteel het definitief ontwerp/bestek voor de beekdalontwikkeling van het Peizerdiep uit. Nog niet alle gronden die nodig zijn voor de aanleg van Natuurnetwerk Nederland-gebied zijn in het bezit van de provincie Drenthe. Daarom schuiven de investeringen die gepland worden voor 2025 door naar 2026 en verder. Provincie en waterschap voelen een flinke urgentie om nu door te zetten om eind 2027 de maatregelen voor Kaderrichtlijn Water en Natuurnetwerk Nederland op te leveren.

Kaderrichtlijn Water-opgave Eelderdiep

De Kaderrichtlijn Water-maatregelen in de boven- en benedenloop van de Runsloot en de Stroetenloop worden in 2025 en 2026 nader uitgewerkt tot een bestek met definitief ontwerp. In de tweede helft van 2026 wordt het bestek aanbesteed en start de uitvoeringsfase voor deze opgave. Conform planning wordt het project in de eerste helft van 2027 opgeleverd.

KRW/NNN opgave Grote Masloot

In 2026 starten we met de planvormingsfase voor de Kaderrichtlijn Water-opgave in de Grote Masloot. Het gaat hierbij vooral over water vasthouden door meer ruimte voor water te maken in het beekdal. Als zich koppelkansen voordoen met andere doelen vanuit de bredere aanpak van de Kop van Drenthe kan dit leiden tot een verbreding van de scope. Dit zal dan aan het algemeen bestuur worden voorgelegd.

KRW/NNN opgave Broekenloop

In opdracht van provincie Drenthe en Noorderzijlvest werkt Prolander een voorlopig ontwerp uit voor de Kaderrichtlijn Water en Natuurnetwerk Nederland opgave in de Broekenloop. Het voorlopig schetsontwerp is in 2025 gepresenteerd aan betrokkenen. Net als in andere gebieden zijn ook in dit gebied nog niet alle benodigde gronden in het bezit van de provincie Drenthe, waardoor planning voor deze opgave opschuift naar 2026. De verwachting is dat de planvormingsfase in 2026 wordt afgerond door Prolander. Uitwerking en uitvoering volgen dan respectievelijk in 2027 en 2028.

Deltaplan Agrarisch Waterbeheer

We dragen wederom bij aan het Deltaprogramma Agrarisch Waterbeheer. Het programma loopt inmiddels 10 jaar en is succesvol in het realiseren van onze doelen en in het creëren van bewustwording. Met onze bijdrage en die van de provincie worden projecten die door de landbouwsector ontwikkeld worden gefinancierd die de waterkwaliteit, waterkwantiteit en/of bodemkwaliteit verbeteren. We zien het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer als een belangrijke pijler in de continuïteit in de samenwerking met de agrarische sector. Als kader voor het Deltaprogramma Agrarisch Waterbeheer maken we een Gebiedsdocument Agrarische Wateropgave. Hierin beschrijven we de opgaves die we hebben in het gebied waar de landbouw aan kan bijdragen, bieden we een handelingsperspectief en maken we een koppeling met ons beleid en uitvoering. Daarmee biedt het ook een basis voor projecten, gebiedsprocessen en afspraken met provincie en collectieven.

Binnen het Deltaplan bestaat de Deltaplan Agrarisch Waterbeheer-impuls: samen met belangenorganisaties en boeren zetten we in op het verminderen van af- en uitspoeling van gewasbeschermingsmiddelen en een beter vochthoudend vermogen door datamanagement en bodemkennis. Daarnaast werken we samen met waterschap Hunze en Aa’s en andere partners aan het verbeteren van het Bedrijfsbodemwaterplan. Daar is ook de afgelopen jaren al inzet op gepleegd.

 

SCHOON EN GEZOND WATER: EMISSIES VOLDOEN AAN WATERKWALITEITSEISEN

Waar enerzijds werken aan de bron - waar routekaarten voor onze zuiveringskringen in voorzien - van groot belang is voor het voorkomen van teveel verontreinigende stoffen in ons oppervlaktewater zullen we ook in de vergunningverlening en handhaving op onze regels inzet moeten plegen op overschrijdingen.

De resultaten van de evaluatie van het afgelopen jaar zijn benut voor het uitvoeringsprogramma Vergunning en Handhaving voor 2026 dat in het voorjaar van 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het blijft nodig om gerichte keuzes te maken om met de beschikbare middelen alle taken efficiënt te kunnen invullen. De komst van de Omgevingswet en striktere regelgeving voor zeer zorgwekkende stoffen maakt het noodzakelijk om een deel van de lozingsvergunningen te actualiseren en daar net als in 2025 prioriteit aan te geven. De verwachting is dat werkdruk op onze medewerkers hoog blijft omdat Woo- en handhavingsverzoeken zullen blijven binnenkomen.

Gebiedsgericht toezicht wordt een structureel onderdeel van het werk van onze handhavers. Op basis van monitoringsgegevens van de oppervlaktewaterkwaliteit sporen we gericht bronnen op en leggen we vervolgens bedrijfsbezoeken af.

SCHOON EN GEZOND WATER: BIODIVERSITEIT IS INTEGRAAL ONDERDEEL VAN ONS WATERBEHEER

We geven invulling aan de eerste stappen van onze programmatische aanpak bodemkwaliteit, waaronder het opzetten van een monitoring. We zijn partner in pilots zoals onder het onderzoeksprogramma Soilcrates en verstevigen deze samenwerking. Met deze aanpak willen we meer inzicht krijgen in de kwaliteit van bodems in ons werkgebied (zowel landbouw als natuur) om vanuit daar met partners samen te werken aan gezondere bodems met bodemleven die daarmee bijdragen aan onze doelen over waterkwaliteit, waterkwantiteit en biodiversiteit. Vanuit de gedragscode beheer en onderhoud werken we tevens aan kansen om ons beheer en onderhoud verder te vergroenen.

Een gezonde, levende en veerkrachtige bodem draagt bij aan weerbaarheid bij onder andere weersextremen door klimaatverandering. We gaan in 2026 werken aan het actieplan biodiversiteit dat aangeboden wordt aan het algemeen bestuur.

 

HOOFDPUNTEN FINANCIËN ‘VOLDOENDE EN GEZOND WATER’ - PROGRAMMA 2

Investeringen

Voor programma 2 zijn de totale bruto investeringen in het Jaarplan geraamd op € 39,0 miljoen. Dat is € 3,3 miljoen meer dan waarmee gerekend werd in het Jaarplan 2025 voor jaarschijf 2026.

Dit verschil wordt veroorzaakt door een aantal nieuwe projecten, te weten:

  • Aanvullende investeringen in relatie tot de Kaderrichtlijn Water (€ 1,4 miljoen).

Verder is er sprake van (gedeeltelijk) doorschuiven van investeringsprojecten vanuit 2025:

  • Aanpassing werkplaats Onderdendam (€ 1,2 miljoen).

  • Verminderen landbouw emissie (€ 0,6 miljoen).

  • Groot onderhoud Bruggen (€ 0,7 miljoen).

  • Dwarsdiep (€ 3,4 miljoen).

En er is sprake van (gedeeltelijk) doorschuiven van investeringsprojecten vanuit 2026 naar 2027:

  • Groot onderhoud WSWV (-/- € 0,8 miljoen).

  • Beekdalontwikkeling Peizerdiep (-/- € 1,1 miljoen).

Diverse overige verschuivingen (< € 0,4 miljoen) leiden tot een verschil van € 2,1 miljoen.

Netto lasten

De totale netto lasten voor het programma liggen € 5,0 miljoen hoger dan in het Jaarplan 2025.

De oorzaken liggen in hogere personele lasten als gevolg van formatie-uitbreiding en een hogere stijging van de loonkosten in 2025, wat ook doorwerkt in de loonkosten van 2026. Voor goederen en diensten liggen de lasten € 0,8 miljoen hoger. Dit wordt veroorzaakt door hogere onderhoudskosten, met name voor het eenmalig vervangen van staalkabels. De kapitaallasten liggen € 2,5 miljoen hoger dan begroot in 2025. De stijging wordt veroorzaakt door de hogere investeringen in 2024 en 2025 dan oorspronkelijk gepland.

 

GEZUIVERD WATER

Het zuiveren van gebruikt water van huishoudens en bedrijven is complex en ligt onder een vergrootglas. Het zuiveringsproces is een belangrijke schakel in het veilig terugbrengen van gezuiverd water naar het oppervlaktewater. En daarmee ook onlosmakelijk verbonden met onze doelen voor schoon en gezond water. We zien de komende jaren forse investeringen voor deze kerntaak op ons komen.

De bedrijfsvoering van onze zuiveringen moet de komende jaren toekomstbestendig worden. Werkende weg krijgen we een completer beeld van wat dat gewenste toekomstbeeld dan is en wat er dan van het waterschap wordt verwacht. De lijst opgaven is groot:

  • Voldoen aan strengere eisen aan het zuiveringsresultaat.

  • Ander gebruik van effluent voor industriële doeleinden faciliteren.

  • Het doorvoeren van procesoptimalisaties.

  • Renoveren en moderniseren van bestaande infrastructuur.

  • Het op orde brengen van vergunningen.

  • Een zo veilig mogelijke werkomgeving creëren op basis van de nieuwste inzichten.

  • Duurzaamheid in de waterketen bevorderen met hergebruik van grondstoffen en waar nodig gebruik van chemicaliën.

  • De noodzaak tot het vergroten van de zuiveringscapaciteit om de aansluiting van meer huishoudens en bedrijven op te kunnen vangen.

Binnen het waterschap ligt de focus niet alleen op het aanpassen en moderniseren van het zuiveringsproces. We verleggen de aandacht steeds meer naar het hogere doel om zo schoon en gezond mogelijk water te realiseren. Daarvoor moeten we nadrukkelijker kijken naar de bron van vervuilingen. We zijn gestart met het onderzoeken van de mogelijke impact van externe vervuilingsbronnen en wat in onze macht en die van onze partners ligt om daar meer op te sturen. Voor deze bronaanpak zien we over de gehele linie nog wel te weinig aandacht. We steunen de Unie van Waterschappen in zijn inspanningen op dit gebied. Het blijft nodig om innovaties te zoeken om onder meer medicijnresten en microplastics te verwijderen.

De samenwerking in de waterketen is voor het realiseren van onze opgaven cruciaal. Daarom wordt er gewerkt aan een nieuw Waterakkoord met de provincies, alle gemeenten in ons werkgebied, waterschap Hunze en Aa’s en drinkwaterbedrijven. Dat proces is in gang gezet en loopt door tot in 2026. De betrokkenheid van de provincie is vanuit een toezichthoudende en regisserende rol zeer gewenst. Ook in het aanjagen van klimaatadaptieve koers en maatregelen heeft de provincie positie. Naast de operationele beheertaken en monitoring die we in deze samenwerking al jaren met elkaar uitvoeren, is het noodzakelijk om de samenwerking te verbreden naar een lange termijnvisie op een toekomstbestendige waterketen. Daar zijn onze opgaven, in het verlengde van die van onze partners, nadrukkelijk onderdeel van.

DOELMATIGE WATERKETEN: SAMEN MET PARTNERS ROUTEKAARTEN PER ZUIVERINGSKRING OPSTELLEN

Al enige tijd werken we aan het ontwikkelen van routekaarten voor al onze zuiveringskringen. Het kost tijd en capaciteit om nut en noodzaak van de integrale blik op de plek van ‘gezuiverd water’ in de totale waterketen scherp te krijgen.

Binnen de scenario’s voor RWZI Garmerwolde zijn we nu zover dat we eind 2025 een beeld van het maatregelenpakket en de voorlopige scope van de aanpak informerend voorleggen aan het algemeen bestuur. De reikwijdte van deze aanpak is nog in voorbereiding ten tijde van het maken van dit Jaarplan; niettemin is de verwachting dat we gaan starten met de inrichting van de vierde zuiveringsstap, upgrading van bestaande assets en aansluitend de uitbreiding van de capaciteit. De vaststelling van het uiteindelijke programma door het algemeen bestuur is voorzien in het eerste kwartaal van 2026.

Binnen de routekaart Garmerwolde vallen ook de ontwikkelingen in Groningen West en de verkenning naar de voorgenomen aanleg van de tweede persleiding van Damsterdiep naar Garmerwolde. Het algemeen bestuur heeft besloten tot de noodzaak van de aanleg van een tweede persleiding van het Damsterdiep naar RWZI Garmerwolde. In 2026 wordt voor deze opgave de verkenningsfase opgestart. Aan het einde van de verkenningsfase, vooralsnog voorzien in 2028, wordt door het algemeen bestuur de definitieve scope (wat is haalbaar, betaalbaar en realiseerbaar) en ligging van deze tweede persleiding vastgesteld.

Bij het verder concretiseren van de scenario’s van routekaarten wordt de samenwerking met ketenpartners nu geïntensiveerd. Dat gebeurt voor Garmerwolde (inclusief Groningen West en vervolg op 2025) en Leek. Ook worden voorbereidingen getroffen voor toekomstige routekaarten: Eelde (2027) en Delfzijl (2028). De routekaart voor Delfzijl omvat ook de aansluiting van rioolwaterzuivering Scheve Klap van Waterschap Hunze en Aa’s op onze zuivering in Delfzijl.

In de onderzoeksfase voor Leek nemen we een nadere verkenning op naar efficiënte blowers. Voor de andere zuiveringen gaan we tevens onderzoeken welke vormen van beluchting we daar willen toepassen bij toekomstige renovaties.

Voor de zuiveringskring Het Hogeland en Westerkwartier onderzoeken we in 2026 de scenario’s om RWZI’s (Winsum, Feerwerd en Onderdendam) te centraliseren.

 

DOELMATIGE WATERKETEN: ‘NEAR REAL TIME’ STURING

In 2026 voeren we een breed onderzoek naar de lopende vergunningen uit. Hierbij worden alle relevante objecten, met name de rioolwaterzuiveringsinstallaties, getoetst op basis van actuele wet- en regelgeving. Dit is noodzakelijk om voorbereid te zijn op toekomstige juridische en milieutechnische veranderingen.

 

DOELMATIGE WATERKETEN: OPTIMALISEREN ZUIVERINGSPROCES EN AANLEVEREN EFFLUENT AAN DE BRON

Procesoptimalisatie

In 2026 vormt procesoptimalisatie de kern van onze inspanningen voor een doelmatige waterketen, waarbij we nadrukkelijk kiezen voor verbetering binnen bestaande structuren in plaats van nieuwbouw. Op basis van lessen uit 2025, waaronder het Kaderrichtlijn Water-onderzoeksrapport (KOR), optimaliseren we de sliblijn, waterlijn en processen bij de kleinere zuiveringen, gemalen en leidingen.

Vernieuwde zuiveringsstraten en verbeteren sliblijn

In Garmerwolde evalueren we de effecten van de vernieuwde straat 1 en de geoptimaliseerde straat 2, evenals de prestaties van de SHARON-installatie (zie ook verminderen methaan en lachgas). In 2026 wordt ook zuiveringsstraat 3 grondig gerenoveerd. We beginnen met het groot onderhoud voor de locatie Leek. De optimalisaties op de sliblijn zijn primair gericht op het reduceren van chemicaliën en het verhogen van de drogestofconcentratie.

Deze investeringen brengen voor 2026 een incidentele verhoging van de exploitatiekosten voor beheer afvalwaterketen met zich mee. Deze zijn mede het gevolg van rendement verbeterende werkzaamheden die uitgevoerd gaan worden. De uitvoering van de extra werkzaamheden heeft een causaal verband met de uitvoering van de geplande investeringsprojecten, welke nog door het bestuur geaccordeerd dienen te worden. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met o.a. (inter)nationale politieke ontwikkelingen en jurisprudentie over onder meer stikstofreductie en de gevolgen daarvan voor onze bedrijfsvoering en de beschikbaarheid van aannemers. Dit zijn factoren die van invloed zijn op hoe we werken en wat we kunnen realiseren binnen reële haalbare termijnen.

Veiligheid

Het verder willen borgen van veiligheid op de sliblijn leidt tot verdere optimalisaties. We doen onderzoek naar het voorkomen van verspreiding van pathogenen evenals naar de toepassing van ultrafiltratie en de dosering van magnesiumhydroxide. Daarnaast worden aanvullende veiligheidsonderzoeken uitgevoerd onder andere gericht op het verminderen van het gebruik van chloor.

Capaciteit transport

Daarnaast starten we verkennende studies naar persleidingen om tijdig voorbereid te zijn op toekomstige transportbehoeften, mede in relatie tot uitbreidingsprojecten zoals Meerstad en het cluster Delfzijl.

Nieuwe ontwikkelingen milieubelastingen

Door ontwikkelingen in de milieubelastingen lopen we het risico dat de vrijstelling die onze slibverwerking heeft komt te vervallen. Dit kan een substantiële verhoging van de milieubelasting met zich meebrengen. Een en ander is afhankelijk van de classificering van onze mono-verbrander en de verbrandingscapaciteit van de nieuwe verwerkingsinstallatie in Delfzijl. Hierover komt in 2026 meer duidelijkheid.

 

DOELMATIGE WATERKETEN: KWALITEIT VAN EFFLUENT VOLDOET AAN GELDENDE EISEN VOOR EINDBESTEMMING

Opleveren en ingebruikname nieuwe rioolwaterzuivering Gaarkeuken

De nieuwe persleidingen van Marum en Zuidhorn naar Gaarkeuken en de RWZI Gaarkeuken worden in het eerste kwartaal van 2026 opgeleverd. Dat is iets later dan gepland. Met deze oplevering voldoen we aan de geldende eisen. Belangrijk effect is dat het kwetsbare Dwarsdiep geen afvalwater meer te verwerken krijgt als zuivelconcern FrieslandCampina straks ook gebruik gaat maken van een eigen nieuwe transportleiding naar het Van Starkenborghkanaal. Dat is grote winst voor de waterkwaliteit in dit deel van ons werkgebied.

Vierde zuiveringsstap

De kwaliteit van het effluent blijft een kernonderwerp. In 2026 gebruiken we de inzichten uit het REGAIN-project en het KOR-project om onderbouwing te geven aan de mogelijke invoering van een vierde zuiveringsstap. Deze stap is noodzakelijk in het licht van de herziene Europese Richtlijn stedelijk afvalwater, die aangescherpte eisen stelt aan de verwijderingspercentages en de lozing van afvalwater. Door tijdig te anticiperen op deze richtlijnen en de Kaderrichtlijn Water, zorgen we ervoor dat onze effluentkwaliteit voldoet aan zowel de huidige als toekomstige eisen. We nemen kansen voor beschikbare subsidies hierin mee.

 

DUURZAME WATERKETEN: VERMINDEREN VAN METHAAN EN LACHGAS

Het terugdringen van broeikasgassen zoals methaan en lachgas blijft prioriteit houden. We zetten de monitoring en procesoptimalisatie van de SHARON-installatie voort om de uitstoot verder te beperken. Studies naar de concentraties methaan en lachgas op zuiveringen (Garmerwolde en Uithuizermeeden) worden daaraan gekoppeld. We doen dat op wat langere termijn op elke zuivering. We doen dan metingen met twee sensoren.

Tegelijkertijd starten we een vergelijkend technologietraject waarin we alternatieven zoals Anammox-technologie onderzoeken. Met deze aanpak streven we naar een robuuste, toekomstbestendige en klimaatverantwoorde zuiveringstechnologie die voldoet aan strenge emissie-eisen.

 

DUURZAME WATERKETEN: MINIMALISEREN GEBRUIK CHEMICALIËN EN ENERGIE

In 2026 maken we werk van het uitfaseren van zeer zorgwekkende stoffen, waaronder kankerverwekkende chemicaliën, binnen onze processen. We starten pilots op diverse locaties om veilige alternatieven in de praktijk te testen. Het gebruik van chemicaliën zal tot op zekere hoogte nodig blijven in het zuiveringsproces.

De resultaten worden vertaald naar beleidsaanpassingen voor de gehele afvalwaterketen. Zo realiseren we niet alleen een veiliger werkklimaat, maar verminderen we ook structureel de milieubelasting. Tegelijkertijd blijven we inzetten op energiebesparing en het terugdringen van fossiel brandstofgebruik. We onderzoeken verder hoe we materieel kunnen elektrificeren, waarmee we ons dieselverbruik en de bijbehorende CO₂-uitstoot structureel kunnen verminderen.

Zonneparken

De realisatie van het zonnepark bij gemaal Spijksterpompen wordt gecombineerd met de realisatie van het zonnepark bij de RWZI Gaarkeuken. We zoeken één aannemer die beide zonneparken in één opdracht gaat realiseren. Doordat het zonnepark bij RWZI Gaarkeuken niet eerder dan in april 2026 kan worden gerealiseerd, worden de financiële middelen voor het zonnepark bij gemaal Spijksterpompen in z’n geheel doorgeschoven naar 2026.

 

DUURZAME WATERKETEN: INZETTEN OP HERGEBRUIK VAN GRONDSTOFFEN, ENERGIE EN WATER

We bouwen in 2026 voort op het fundament van het REGAIN-project, dat concrete vervolgstappen oplevert richting operationele toepassingen voor het hergebruik van gezuiverd water in de industrie. We kijken ook naar andere onderzoeksprojecten van STOWA. Daarnaast blijft groengas een onderdeel van de energietransitie. In 2026 volgt de uitvoering van het voorstel aan het algemeen bestuur eind 2025, gericht op het efficiënt inzetten van biogas (uit slibvergisting) via warmtekrachtkoppeling bij RWZI Garmerwolde. Daarbij worden verschillende effecten zoals marktomstandigheden, energiebalans van de zuiveringen en uitstoot van CO2 en stikstof meegewogen.

In onze projecten vragen we steeds meer emissieloos uit in investeringen. Steeds meer aannemers vragen hier ook naar. We doen mee aan het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen. En kunnen daardoor schoon en emissieloos bouwen en gebruik maken van de SPUK (specifieke uitkeringen) subsidie, die we voor meerdere projecten hebben aangevraagd en hebben gekregen. Ook in 2026 is voor dit onderwerp 1 miljoen euro per waterschap beschikbaar. Om emissieloos te kunnen werken zijn laadmogelijkheden nodig. Hiervoor hebben we vanuit de SEB een stroomkaart mogen laten maken door NRG voor onze regio samen met andere overheden. Daar staan alle mogelijke stroompunten op die misschien kunnen worden benut om ook laadpalen aan te koppelen. Op de zuivering Garmerwolde wordt een extra grote laadvoorziening gemaakt om ook aannemers van stroom te kunnen voorzien. Voor onze slibtransporteur zijn eerder al laadvoorzieningen op de zuivering Garmerwolde geplaatst. We zien dat er steeds minder CO2 uitstoot is door HVO en elektrisch rijden.

 

HOOFDPUNTEN BIJ FINANCIËN GEZUIVERD WATER - PROGRAMMA 3

Investeringen

Voor programma 3 zijn de totale bruto investeringen in het Jaarplan geraamd op € 11,8 miljoen. Dat is € 12,3 miljoen minder dan waarmee gerekend werd in het Jaarplan 2025 voor jaarschijf 2026.

Dit verschil wordt veroorzaakt door een aanpassing in de verwachte investeringen ten behoeve van klimaat en energieneutraal: -/- € 10,6 miljoen. Deze bestaat onder andere uit € 8 miljoen aan additionele investeringsruimte voor duurzaamheidsambities, zoals dit is aangegeven in het uitvoeringsprogramma (27 maart 2024). Deze bedragen zijn verschoven naar de jaarschijven 2027 en 2028 en hebben naar verwachting met name te maken met verduurzaming van de zuiveringsinstallaties. Het zwaartepunt ligt in Garmerwolde.

Daarnaast zijn er een aantal (nieuwe) projecten, te weten:

  • 4e trap Garmerwolde: € 0,5 miljoen.

Verder is er een versnelling geweest in de afronding van de nieuwbouw RWZI Westerkwartier. Hierdoor ligt de investering lager in 2026: -/- € 1,9 miljoen.

Daarnaast is sprake van lagere investeringen als gevolg van (gedeeltelijk) doorschuiven van investeringsprojecten vanuit 2026 naar 2027:

  • Routekaart zuiveringskring: -/- € 1,2 miljoen.

  • Persleiding Damsterdiep: -/- € 0,8 miljoen.

Verder is sprake van (gedeeltelijk) doorschuiven van investeringsprojecten vanuit 2025:

  • Aanleg zonnepark Gaarkeuken: € 0,8 miljoen

Netto lasten

De totale netto lasten voor het programma liggen € 5,6 miljoen hoger dan in het Jaarplan 2025.

De oorzaken liggen in hogere personele lasten als gevolg van formatie-uitbreiding en een hogere stijging van de loonkosten in 2025, wat ook doorwerkt in de loonkosten van 2026. De kosten voor goederen en diensten liggen € 4,8 miljoen hoger dan in 2025. De belangrijkste oorzaak ligt in de hogere onderhoudskosten voorde waterzuiveringsinstallaties. Deze onderhoudsactiviteiten zijn nodig om te komen de nodige verbeteringen in onze sliblijn en zijn nodig voor het vernieuwen van de zuiveringsstraten. De kapitaallasten liggen € 0,8 miljoen hoger dan begroot in 2025. De stijging wordt veroorzaakt door de hogere investeringen in 2024 en 2025 dan oorspronkelijk gepland.

 

VASTSTELLEN BEGROTING 2026

Het algemeen bestuur van Waterschap Noorderzijlvest

Overwegende dat de ontwerpbegroting 2026 gedurende veertien dagen ter inzage heeft gelegen;

gezien het door het dagelijks bestuur van het waterschap Noorderzijlvest opgesteld ontwerp van het Jaarplan 2026 d.d. 28 oktober 2025; gelet op artikel 100 van de Waterschapswet.

  • 1.

    Het jaarplan 2026 als volgt vast te stellen met dien verstande dat het gehanteerde inflatiepercentage vastgesteld wordt op 2,5 procent:

  • 2.

    Kennis te nemen van de meerjarenraming 2027 - 2030;

  • 3.

    De uit het gewijzigde Jaarplan 2026 voortvloeiende tarieven overeenkomstig vast te stellen en op te nemen in de Tarievennota 2026;

  • 4.

    De uit het gewijzigde Jaarplan 2026 voortvloeiende tarieven voor 2026 door te voeren in de Belastingverordeningen voor 2026 en deze overeenkomstig vast te stellen;

  • 5.

    Een krediet van in totaal € 7.175.000 voor uitvoering van 26 projecten, in het jaarplan 2026 gecategoriseerd met de letter ‘A’.

 

Aldus besloten in de vergadering van het algemeen bestuur van Waterschap Noorderzijlvest, gehouden op 26 november 2025 te Groningen.

 

 

Het Algemeen Bestuur:

Roeland van der Schaaf, dijkgraaf Bas Tammes, secr.-directeur

 

 

 

 

 

 

 

FINANCIËLE PARAGRAAF 2026

INLEIDING

De totale netto lasten in het Jaarplan 2026 bedragen € 115,2 miljoen en zijn € 13,4 miljoen hoger dan het Jaarplan 2025. De belangrijkste oorzaken van deze stijging zijn naast de indexatie en CAOverhoging een uitbreiding van de formatie met 4,4%. De kosten voor Goederen & Diensten stijgen met € 6,5 miljoen met name door:

  • Hogere communicatiekosten a.g.v. geplande events en verkiezingen (€ 0,4 miljoen)

  • Hogere technische onderhoudskosten vanwege revisie van motoren en vervanging staalkabels (0,6 miljoen)

  • Hogere onderhoudskosten beheer AWK, Leek (1,0 miljoen), Garmerwolde (3,0 miljoen)

  • Hogere onderzoekskosten slibverwerking (0,6 miljoen)

  • Hogere kosten voor I&A voor technisch beheer en ondersteuning, AI, nieuwe software en duurdere licenties (0,7 miljoen)

In het Jaarplan 2026 is de verwachting voor de bruto investeringen € 71,7 miljoen (netto € 55,1 miljoen). Dat is voornamelijk toe te schrijven aan de projecten Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en het project gebiedscluster ‘de Onlanden’.

In de berekening van de tarieven is gewerkt met de meest actuele informatie van het werkgebied van ons waterschap per kadastraal perceel (heffingseenheden). Voor de kostentoedeling naar categorieën is gerekend met de percentages van de kostentoedelingsverordening 2026 die is vastgesteld door het algemeen bestuur op 24 september 2025. Het tarief voor een gemiddeld gezin met meerder gezinsleden stijgt in dit Jaarplan met € 43,41 (+ 9,3%). De stijging wordt gedempt door lagere toerekening aan de categorie ‘ingezetenen’. Een gezin met een eigen woning gaat € 32,10 (+ 4,7%) meer betalen, een gezin met huurhuis gaat € 54,71 (+ 13,9%) meer betalen en het tarief voor een agrarisch bedrijf (gezin met 80 hectare bouwland en waarde gebouwen € 720.000) stijgt met € 2.880,00 (+ 39,1%). De stijging voor een agrarisch bedrijf valt hoog uit door een relatief hogere toerekening aan de categorie ‘ongebouwd’ in de nieuwe kostentoedelingsverordening. Voor een MKB bedrijf stijgt de bijdrage met € 152,60 (+ 5,7%).

 

UITGANGSPUNTEN

Voor de totstandkoming van het Jaarplan 2026 zijn onderstaande uitgangspunten gehanteerd:

  • Inzet reserves € 1,5 miljoen ten behoeve van tariefegalisatie.

  • Het Jaarplan 2025 en het Waterbeheer programma 2022-2027.

  • De interne kostentoerekeningsystematiek, benodigd voor de toerekening van de kosten aan de taken Waterbeheer en Zuiveren.

  • De kostentoedelingsverordening 2026.

  • De salariskosten zijn berekend op basis van een CAO en premiestijging van 3,0%. In 2026 is naast deze loonstijging rekening gehouden met een uitbreiding van de formatie van 3% (in 2027 aanvullend 2%). Aanvullend is voor de planjaar 2026 1% extra uitbreiding capaciteit begroot voor kritische bedrijfsfuncties. Daarnaast worden 2 fte extra ingezet in het kader van ‘Water en bodem sturend’.

  • Voor de invulling van vacatures is gerekend dat deze per 1 april worden ingevuld.

  • Een inflatiepercentage voor de planjaren 2026 tot en met 2030 van 2,5%.

  • Aantrekken financiering € 50 miljoen met een rentepercentage van 3,15%.

  • Voor de kapitaallasten wordt gerekend met een renteomslagpercentage van 2,0% (Jaarplan 2025: 1,96%).

NETTO LASTEN

De totale netto lasten in het Jaarplan 2026 zijn € 115,2 miljoen en zijn € 13,4 miljoen hoger dan het Jaarplan 2025.

De belangrijkste oorzaken van de stijging van de nettolasten ten opzichte van het Jaarplan 2025 zijn:

  • Stijgende personeelskosten + € 4,2 miljoen: Cao-stijging 2026 en autonome groei (+ € 2,2 miljoen), uitbreiding interne bezetting van 4,4% (+ € 1,5 miljoen) en extra inleen (+ 0,5 miljoen).

  • Hogere kosten Goederen & Diensten + € 6,5 miljoen: hogere onderhoudskosten Garmerwolde, Leek (+ €4,0 miljoen), hogere kosten slibverwerking (€ 0,6 miljoen) en hogere kosten voor I&A voor technisch beheer en ondersteuning, AI en software (€ 0,7 miljoen), hogere communicatiekosten a.g.v. geplande events en verkiezingen (€ 0,4 miljoen) en hogere technische onderhoudskosten (€ 0,6 miljoen).

  • Hogere kapitaallasten + € 3,6 miljoen: hogere doorbelaste rentekosten vanwege een stijging van de vaste lastenschuld (€ 1,7 miljoen) en een hogere afschrijvingslast (+ € 1,9 miljoen) door een stijgende omvang van de vaste activa.

  • Hogere baten + € 0,9 miljoen: een toename van de bijdragen derden (€ 1,7 miljoen) en lagere doorberekende rente aan projecten (- € 0,8 miljoen).

 

FTE

De reguliere formatie neemt ten opzichte van 2025 toe met 21 fte, dit is een stijging van 5,8%. Uitgaande van een gemiddelde inzet van de nieuwe formatieplaatsen van 75% in 2026, is dit een groei van 4,4%. De uitbreiding betreft o.a. extra inzet op beheer en onderhoud (9 fte), interne beheersing en control (3 fte), I&A (3 fte), Water en Bodem Sturend (2 fte) overige organisatie ondersteunende functies (4 fte). De gemiddelde uitbreiding wordt benoemd op pagina 11.

Deze groei is als volgt te verklaren. In het Uitvoeringsprogramma is vastgesteld dat de capaciteit in 2026 met 3% mag toenemen. Daarnaast is in 2023 besloten om voor 2025, 2026 en 2027 extra capaciteit (1% van de directe personeelskosten) beschikbaar te stellen voor het kunnen invullen van kritische bedrijfsfuncties. Er zijn keuzes gemaakt waar we de groei het komend jaar op inzetten. De keuzes zijn mede gebaseerd op ingeschatte risico’s bij een (te snel) groeiende organisatie.

Naast deze reguliere uitbreiding hebben we er ook voor gekozen om gelabelde formatie in het Jaarplan op te nemen voor trainees, voor medewerkers die een BBL-traject volgen, en voor medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt. In totaal gaat het hierbij om 27,6 fte.

 

INVESTERINGEN

In het Jaarplan 2026 is de verwachting dat de bruto investeringen € 71,7 miljoen (netto € 55,1 miljoen) bedragen. Dat is voornamelijk toe te schrijven aan de projecten Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP), de Gebiedscluster De Onlanden en Kaderrichtlijn Water-maatregelen.

 

 

KOSTENTOEREKENING

In deze paragraaf wordt ingegaan op de toerekening van kosten aan de wettelijke taken. Waterschap Noorderzijlvest onderscheidt de volgende wettelijke taken:

  • Verontreinigingsheffing.

  • Watersysteembeheer.

  • Zuiveringsbeheer.

Alle activiteiten van het waterschap in het kader van de uitvoering van de opgedragen taken zijn ondergebracht in vier programma’s. De netto lasten van deze programma’s moeten worden gefinancierd uit de omslagen c.q. heffingen per taak. Er bestaat geen één op één relatie tussen de bestuurlijke programma’s en de wettelijke taken. Dit betekent dat de netto lasten van de programma’s moeten worden toegerekend aan de taken. Daar een programma een bundeling is van meerdere beheerproducten, die op zich weer worden gevormd uit bij elkaar behorende activiteiten, vindt deze toerekening op indirecte wijze plaats middels de toerekening van de beheerproducten aan de taken. De bij Noorderzijlvest toegepaste beheerproducten zijn gebaseerd op het door de Unie van Waterschappen ontwikkelde Beleid- en beheerproducten model (BBP). Bij de productindeling wordt onderscheid gemaakt in primaire producten (hebben betrekking op werkzaamheden in relatie tot de taken van het waterschap) en ondersteunende producten. De primaire producten worden één op één toegerekend aan de taken. De ondersteunende producten worden niet toegerekend aan de primaire producten, maar worden rechtstreeks onder een programma gebracht.

Voor de toerekening van de ondersteunende producten aan de taken is de volgende methode toegepast:

  • Daar waar eenduidig aan een taak toe te wijzen, wordt het ondersteunende product rechtstreeks aan de bewuste taak toegerekend (voorbeeld: landmeetkundige diensten voor watersysteembeheer).

  • Daar waar dit niet het geval wordt de toerekening gebaseerd op de verhouding van de directe kosten (personeelskosten en goederen en diensten) naar de taken van de rechtstreeks toe te rekenen producten.

De basisgedachte hierachter is dat naarmate er meer wordt uitgegeven aan een taak (in directe kosten en in uren) er ook meer gebruik wordt gemaakt van ondersteunende diensten, waarmee we voldoen aan de eis dat er een verdeling dient te worden gemaakt op basis van objectieve bedrijfseconomische criteria. In 2025 is een nieuwe kostentoerekening vastgesteld, die in dit Jaarplan is verwerkt.

 

BELASTINGOPBRENGSTEN EN TARIEVEN

Het belastingstelsel omvat drie heffingen:

  • Verontreinigingsheffing.

  • Zuiveringsheffing.

  • Watersysteemheffing.

De verontreinigingsheffing is voor directe lozingen op het oppervlaktewater. Het tarief is gelijk aan het tarief voor de zuiveringsheffing. De opbrengsten hiervan gaan naar het Watersysteem.

De zuiveringsheffing is de heffing van huishoudens en bedrijven. Meerpersoonshuishoudens betalen een forfait van 3 vervuilingseenheden, terwijl een alleenwonende voor 1 vervuilingseenheid betaalt. Bedrijven betalen naar de vuillast.

De kosten van het Watersysteem moeten worden opgebracht door vier categorieën te weten:

  • Ingezetenen.

  • Eigenaren (overig) ongebouwd.

  • Eigenaren natuur.

  • Eigenaren gebouwd.

In de vergadering van het algemeen bestuur van 9 juli 2025 is de kostentoedeling vastgesteld. De kostentoedeling watersysteem is als volgt:

  • 1.

    28,0% aan de ingezetenen.

  • 2.

    17,3% aan de zakelijke gerechtigden van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen.

  • 3.

    0,25% aan de zakelijke gerechtigden van natuurterreinen.

  • 4.

    54,45% aan de zakelijke gerechtigden van gebouwde onroerende zaken.

Bij de watersysteemheffing wordt gebruik gemaakt van tariefdifferentiatie:

  • Voor buitendijks gelegen ongebouwde onroerende zaken die geen natuurterreinen zijn en voor gebouwde onroerende zaken wordt een gedifferentieerd tarief gehanteerd dat 75% lager is dan het tarief dat blijkens de verordening op de watersysteemheffing voor elk van deze categorieën geldt.

  • Voor verharde openbare wegen wordt een gedifferentieerd tarief gehanteerd dat 100% hoger is dan het tarief dat blijkens de verordening op de watersysteemheffing voor ongebouwde onroerende zaken niet zijnde natuurterreinen geldt.

Het waterschap moet op taakniveau kostendekkend werken. Dit betekent dat de netto lasten per taak volledig gedekt moeten zijn. Dekking vindt plaats door de belastingopbrengsten en eventuele onttrekking aan de reserves. De belastinggelden worden opgebracht door de inwoners, die zijn onderverdeeld in verschillende categorieën. Het bedrag dat iedere categorie moet opbrengen is gebaseerd op de vastgestelde kostentoedeling. De per categorie vastgestelde op te brengen belastingbedragen leiden op basis van het aantal heffingseenheden (hectares, WOZ-waarde, woningen, VE’s) tot belastingtarieven. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het feit dat niet alle opgelegde aanslagen betaald zullen worden als gevolg van kwijtschelding en oninbaarheid.

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de netto lasten van de taken watersysteem en zuiveren weergegeven.

 

Met betrekking tot kwijtschelding en oninbaarheid wordt in de begroting uitgegaan van de inschatting van het Noordelijk Belastingkantoor conform Jaarplan 2025.

 

BELASTINGHEFFING 2026

De te dekken lasten van de taak watersysteem stijgen in 2026 met 11,5% en voor de taak zuiveren met 18,1% ten opzichte van 2025

 

DEKKINGSOVERZICHT 2026

In onderstaande tabel is de dekking opgenomen, het dekkingsverschil is nagenoeg nihil.

Voor 2026 wordt € 1,5 miljoen uit de algemene reserve gedaan ter tariefegalisatie.

 

OVERZICHT TARIEVEN

In onderstaand overzicht zijn de tarieven per heffingseenheid opgenomen.

 

RESERVES EN VOORZIENINGEN

In 2026 wordt € 1,5 miljoen onttrekking uit de algemene reserves gedaan ter tariefegalisatie. Er wordt in het Jaarplan uitgegaan dat per saldo geen onttrekking of dotatie aan de voorzieningen van personeelslasten wordt gedaan.

 

UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE

Voorheen kende het Waterschapsbesluit voor de begroting een aantal paragrafen die samenhangen met het inzicht in de financiële positie van het waterschap. Met ingang van verslaggevingsjaar 2025 zijn deze samengevoegd in de paragraaf Uiteenzetting van de financiële positie en aangevuld met een aantal financiële kengetallen.

 

FINANCIERING

Algemene interne en externe ontwikkelingen

Als gevolg van de Wet financiering decentrale overheden zijn de waterschappen verplicht een financieringsparagraaf in het Jaarplan (en de jaarverslaggeving) op te nemen. Deze paragraaf in het Jaarplan is, samen met het treasurystatuut, een belangrijk instrument voor sturing en beheersing van de treasuryfunctie. In oktober 2019 is het treasurystatuut geactualiseerd. Er wordt gewerkt met een treasury speerpuntenlijst, waarin ontwikkelingen van het afgelopen jaar en operationele doelstellingen en acties voor het komende jaar vastgelegd zijn. Deze lijst wordt in de treasurycommissie besproken en geëvalueerd. De uitgangspunten voor het plan liggen vast in het treasurystatuut en in deze paragraaf.

In 2026 en ook in de komende jaren staan er forse investeringen op het programma, zoals de investering in het HWBP-project Lauwersmeerdijk en de Optimalisatie Onlanden. In 2025 is een nieuwe lening van € 70 miljoen afgesloten bij de Nederlandse Waterschapsbank. Naar verwachting zal in 2026 een nieuwe lening afgesloten moeten worden. In het Jaarplan 2026 is als uitgangspunt een bedrag van € 50 miljoen meegenomen.

 

Schuldenlast

In de begroting wordt het algemeen bestuur geïnformeerd over de meest actuele stand van de schuldenlast. Hierbij wordt ook een prognose gegeven voor het komende jaar en de drie jaar daaropvolgend. Deze prognose is gebaseerd op het verwachte tekort aan financieringsmiddelen, dat een saldo is van inkomsten (voornamelijk belastingen) en uitgaven (exploitatiekosten en investeringen). Met name de hoogte van de investeringen is het meest bepalend voor het financieringstekort.

De investeringsplanning voor de komende jaren is gebaseerd op ramingen. Per jaar zullen prognoses voor de komende jaren worden bijgesteld door verschuiving in tijd, prioritering dan wel in benodigde middelen. De investeringsraming laat zien dat voor het komende jaar het totale investeringsvolume € 72 miljoen is. Op basis van de verwachte investeringsuitgaven voor de komende jaren is de schuldenlast opnieuw in kaart gebracht. Voor 2025 en 2026 betekent dit dat de schuldenlast zich ontwikkelt van eind 2025 € 409 miljoen naar eind 2026 € 433 miljoen. De liquiditeitsprognose voor de jaren na 2026 laat zien dat er opnieuw extra externe middelen via leningen nodig zijn.

Ontwikkeling schuldenlast

 

Rentevisie

Een rentevisie is een toekomstverwachting over de renteontwikkeling, op basis waarvan een financiering- en beleggingsbeleid wordt gevoerd. Afhankelijk van de (interne- of externe) ontwikkelingen wordt de rentevisie geactualiseerd. De rentevisie is gebaseerd op de rentevisie van enkele gezaghebbende financiële instellingen, zoals de Nederlandse Waterschapsbank. Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld het vroegtijdig afsluiten van een nieuwe geldlening als een rentestijging wordt verwacht.

Financieringstekort

Indien het financieringstekort ultimo 2026 geheel gedekt wordt met langlopende leningen, dan bedraagt de vaste schuld eind 2026 ongeveer € 433 miljoen. Het financieringstekort komt in het jaar 2026 naar verwachting uit op € 43 miljoen vanwege een toename in de investeringen. Het verwachte financieringstekort kan in eerste instantie tijdelijk gedekt worden met een kortlopende lening. Op basis van verwachtingen rond de renteontwikkelingen, liquiditeitsprognoses en de geldende wettelijke kaders wordt de financiering met kort geld omgezet naar een langlopende geldlening. Bij de keuze tussen lang of kort wordt rekening gehouden met de in de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) aangegeven criteria voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Artikel 4 lid 2 van de Wet FIDO schrijft voor dat wanneer een openbaar lichaam voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt, het daarvan de toezichthouder op de hoogte stelt en met een plan komt om binnen de kasgeldlimiet te komen.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is een belangrijk wettelijk criterium voor het kortlopend vreemd vermogen en is in de wet gesteld op 23% van begrote exploitatielasten over een jaar (2026: 141 miljoen). Voor deze begroting betekent dit een kasgeldlimiet van € 32,4.

De renterisiconorm

Nog een toetsingscriterium is het renterisico voor de lange schulden. De renterisiconorm is bedoeld om ervoor te zorgen dat de portefeuille met langlopende leningen van waterschappen niet te gevoelig wordt voor veranderingen van de rente. Het is niet toegestaan de renterisiconorm te overschrijden. Als norm voor het renterisico wordt een percentage van 30% van het begrotingstotaal aangehouden. Voor 2026 betekent dit een bedrag van € 42,3 miljoen. Het bedrag waarover in 2026 renterisico wordt gelopen bedraagt € 25,7 miljoen en bestaat uit aflossingen op de vaste geldleningen.

 

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERING

Bij het uitvoeren van haar activiteiten heeft Noorderzijlvest te maken met risico’s en onzekerheden. Door het uitvoeren van risicomanagement borgt Noorderzijlvest de continuïteit en kwaliteit van de werkzaamheden en de financiële positie van het waterschap. Veelal worden risico’s afgedekt door het opzetten van procedures, door het afsluiten van verzekeringen of door het treffen van voorzieningen. Daarentegen zijn er ook risico’s die niet afgedekt kunnen worden door deze maatregelen, deze zullen gedekt moeten worden uit de algemene reserve.

Beoordeling risicomanagement(proces)

Een goed ingericht risicomanagementproces helpt ons om meer succesvol te worden in het bereiken van onze doelstellingen en resultaten. Sinds 2024 zijn we bezig om ons risicomanagement verder te professionaliseren. Hiermee ontwikkelen we een uniforme en transparante werkwijze waarmee een oordeel kan worden gevormd over de omvang en samenstelling van ons weerstandvermogen. Inmiddels hanteren we een systematiek voor het opstellen van ons risicoprofiel die aansluit bij landelijke normen en standaarden. Nadat we vorig jaar de strategische risico’s in beeld hebben gebracht, is ons risicoprofiel in dit Jaarplan uitgebreid met de tactische en operationele risico’s. Hiermee hebben we de risico’s die van belang zijn voor de financiële positie van ons waterschap inzichtelijk gemaakt. Tot slot heeft het algemeen bestuur de uitgangspunten voor risicomanagement opgenomen in het nieuwe financieel beleid, dat is vastgesteld op 2 april 2025. Het komende jaar gaan we verder met het ontwikkelen van de gewenste kennis en tools zodat risicomanagement ook geïntegreerd is in het gedrag en handelen van onze medewerkers.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate het waterschap financiële tegenvallers kan opvangen, zonder dat de (beleids)uitvoering is gevaar komt. Het weerstandsvermogen wordt bepaald door een relatie te leggen tussen de weerstandscapaciteit (de middelen die beschikbaar zijn om niet begrote kosten te dekken) en de risico’s die het waterschap loopt en waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen (benodigde weerstandscapaciteit). De ratio weerstandsvermogen is de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit. In formule weergegeven:

Voor de waardering van de ratio wordt onderstaande normtabel gehanteerd:

 

 

In het financieel beleid is bepaald dat het weerstandsvermogen mag variëren tussen 1,0 en 1,4 maal de benodigde capaciteit (ratio C). De wetgever stelt overigens geen eisen aan het weerstandsvermogen; het waterschap is vrij om deze zelf te bepalen.

Beschikbare weerstandscapaciteit (middelen)

In het financieel beleid is bepaald dat de beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de algemene reserves (vrij besteedbare deel eigen vermogen). De verwachte stand van de algemene reserves is ultimo boekjaar 2025 totaal € 18,7 miljoen (voor resultaatbestemming 2025). Gesplitst naar de twee taken is dit:

  • Watersysteembeheer € 14,2 miljoen

  • Zuiveringsbeheer € 4,5 miljoen

Post onvoorzien

Naast de risico’s die ten laste van het weerstandsvermogen komen, zijn er bedrijfsvoeringsrisico’s die ten laste van de post onvoorzien komen. Voorbeelden van dergelijke risico’s zijn een breuk in een persleiding, een faillissement van een leverancier, kortdurende uitval van infrastructuur of schade aan eigendommen van derden. In de exploitatiebegroting is hiervoor een post onvoorzien opgenomen. Deze is echter beperkt van omvang (€ 10.000). Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat er voldoende middelen in de exploitatiebegroting zijn opgenomen om eventuele tegenvallers op te vangen.

Benodigde weerstandscapaciteit (geïnventariseerde risico’s)

We hebben de belangrijkste risico’s geïnventariseerd en gekwalificeerd. De risico’s zijn onderverdeeld in risicogebieden. Projecten zijn buiten beschouwing gebleven omdat deze ook een eigen risicobuffer hebben, en zijn pas relevant als de risico’s de projectbuffer overstijgen. Voor de rangschikking van de risico’s op grootte en voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit wordt gebruikgemaakt van de Monte Carlo simulatie. De risico’s en de gevolgen binnen een bepaalde bandbreedte geven de input aan de simulatie. In werkelijkheid zullen alle risico’s zich nooit allemaal tegelijk en maximaal voordoen. Daarom wordt met behulp van deze simulatie de toekomst gesimuleerd om tot een realistisch benodigde weerstandscapaciteit te komen. De risico-inschatting is gebaseerd op subjectieve aannames, waarbij het inzicht sterk afhankelijk is van vele onzekere toekomstige factoren.

Gevoeligheidsscore

Uit de Monte Carlo simulatie volgt ook een gevoeligheidsanalyse waarmee wordt bepaald wat het aandeel van ieder individueel risico is in de simulatie. In onderstaande grafiek wordt de gevoeligheidsanalyse voor de individuele risico’s weergegeven. De gevoeligheidsanalyse bepaalt de onderlinge rangschikking van de risico’s ten opzichte van elkaar.

Gevoeligheidsscore

Score

Uit de gevoeligheidsanalyse is de top 10 aan risico’s bepaald met een substantiële financiële impact.

Op basis van de risico’s komt uit de Monte Carlo simulatie een benodigde weerstandscapaciteit van € 11,4 miljoen bij 90% zekerheid. Dit betekent dat 90% van het totale reëel financieel gevolg wordt meegenomen. Dit is volgens de landelijke standaarden een gangbaar percentage. De omvang van de benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van het Jaarplan 2025 gestegen (was € 9,8 miljoen). Dit komt omdat we het risicoprofiel afgelopen periode hebben doorontwikkeld naar een organisatiebreed profiel.

De ratio van het weerstandsvermogen wordt dan als volgt bepaald:

Conclusie

Om te bepalen of Waterschap Noorderzijlvest in staat is om de financiële gevolgen van de risico’s met een substantiële financiële impact op te vangen is het weerstandsvermogen berekend. De conclusie is dat het weerstandsvermogen ruim voldoende is met een ratio van 1,63.

FINANCIËLE KENGETALLEN

Alle waterschappen zijn met ingang van verslaggevingsjaar 2025 verplicht om een aantal financiële kengetallen op te nemen in de begroting en de jaarstukken. Met deze kengetallen staat de relatie tussen taakuitoefening, financiële positie en belasting(-druk) centraal. Deze kengetallen vormen een toevoeging in de toelichting op de ontwikkelingen in de financiële positie van het waterschap. Deze kengetallen worden door de waterschappen al actief gebruikt in de jaarlijkse benchmark van de Unie van Waterschappen, de Waterschapsspiegel. Ook maken de kengetallen onderdeel uit van de Visie op schuld die door het algemeen bestuur is vastgesteld in 2023.

Naast het weerstandsvermogen gaat het om:

Netto-schuldquote

Een veel gebruikt kengetal door overheden dat inzicht geeft in de omvang van schuld door het aangaan van leningen (het zogenoemd vreemd vermogen) is de netto-schuldquote. Dit is de verhouding tussen de omvang van de leningen en de inkomsten. De verwachte netto-schuldquote van Noorderzijlvest in 2026 is 374% (2025: 400%). De schuld bedraagt dus 3,7 keer de opbrengst van de belastinginkomsten. In de Visie op schuld hebben we bepaald dat het ons streven is met onze schuldquote onder de top c.q. iets boven het gemiddelde van de waterschappen in Nederland te liggen. Op dit moment ligt dit gemiddelde rond 229% (2024).

Lastendruk

Hogere belastinginkomsten betekenen automatisch dat de netto-schuldquote daalt. De schuldquote moet daarom ook in perspectief bekeken worden met de lastendruk. Via het eigen belastingstelsel bekostigen de waterschappen hun taken grotendeels zelf. Deze wijze van bekostiging garandeert dat er voldoende geld is voor de voor Nederland essentiële bescherming tegen overstromingen en goed waterbeheer zonder dat er financiële concurrentie is met andere overheidstaken. Omdat ieder waterschapsgebied anders is en de democratisch gekozen besturen van de waterschappen andere keuzes maken, verschilt de belastingdruk van waterschap tot waterschap.

De lastendruk wordt uitgedrukt door de hoogte van de lastendruk voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning in vergelijking met het landelijk gemiddelde voor alle meerpersoonshuishoudens. Voor het Jaarplan 2026 zijn nog geen cijfers van het landelijk gemiddelde bekend. In 2025 was de lastendruk bij het Noorderzijlvest 1,3 maal het landelijk gemiddelde, uitgaande van een meerpersoonshuishouden met een WOZ-waarde van € 370.000 en 3 vervuilingseenheden. Voor wat betreft de lastendruk zitten wij boven het gemiddelde van de waterschappen.

EMU-saldo

In 2013 trad de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF) in werking. Doel van deze Wet is ervoor te zorgen dat Nederland voldoet aan de Europese norm voor het begrotingstekort (kleiner dan 3% van het bruto binnenlands product). Dit is ter voorkoming van een situatie waarbij door het begrotingstekort de schuldenlast zodanig oploopt, dat het aflossen daarvan uit de eigen begroting onmogelijk wordt.

Het Rijk en de decentrale overheden hebben afgesproken dat in 2026 het EMU-saldo van de decentrale overheden maximaal 0,5% (tekort) bedraagt, waarvan 0,06% voor de waterschappen.

De indicatieve referentiewaarde EMU-saldo 2026 voor Noorderzijlvest is -€ 17,8 miljoen. Een referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een waterschap in de gezamenlijke ruimte voor de decentrale overheden heeft.

 

Wendbaarheid van de begroting

Flexibiliteit in de begroting maakt het makkelijker om tegenvallers op te vangen. Daarnaast maakt een flexibele begroting keuzes zoals beleidswijzigingen, bezuinigingen en verbeteren van de financiële positie makkelijker. Een begroting met een hoog aandeel kapitaallasten (rente en aflossingen) is minder flexibel dan een begroting met een laag aandeel van deze kosten.

In de Visie op schuld hebben we bepaald dat wij streven naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling van de lasten over de driehoek personeelslasten, goederen & diensten en kapitaallasten. Een goed uitgangspunt voor een indicator is een 1/3 deel voor elk van deze categorieën. Voor het Jaarplan 2026 zijn de kapitaalslasten 25% van de totale lasten. Dit zal de komende jaren door de hoge investeringsgraad oplopen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OVERIGE PARAGRAFEN

 

PARAGRAAF ASSETMANAGEMENT

Voor het in stand houden van veilige en doelmatige assets is het assetmanagement ingericht binnen onze organisatie. Onze assets zijn onmisbaar voor het realiseren van onze strategische doelen. Om goed te kunnen sturen op prestaties, risico’s en kosten, is het van belang om helder beleid te formuleren aangaande het beheer en onderhoud, vervangingsstrategie en uitbreiding van onze assets, passend bij de doelstellingen zoals deze zijn geformuleerd in de programma’s. Deze paragraaf geeft inzicht in hoe het waterschap omgaat met haar kapitaalgoederen. Er wordt een overzicht gegeven van welke objecten er aanwezig zijn, welke beleidskaders hiervoor zijn en hoe het benodigde onderhoud begroot is.

Waterkeringen en bijbehorende kunstwerken

Waterkeringen en bijbehorende kunstwerken bescherming van gebieden tegen hoge waterstanden op het wad en de rivieren.

 

Beleidskader

Beoogd beheer- en onderhoudsniveau

De zorgplicht houdt in dat de beheerder de wettelijke taak heeft om de primaire kering aan de veiligheidseisen te laten voldoen en voor het noodzakelijke preventieve beheer en onderhoud te zorgen. Om die reden worden de keringen door de beheerder regelmatig geïnspecteerd om te beoordelen of de fysieke toestand van de kering nog in overeenstemming is met de eisen. In het geval de fysieke toestand van de kering door bijvoorbeeld technische veroudering of schade niet meer voldoet aan de eisen dient de beheerder de nodige onderhouds- en herstelmaatregelen te treffen. Het Kader voor de Zorgplicht heeft het karakter van een doelvoorschrift. De beheerder is zelf verantwoordelijk voor de inrichting en de uitvoering van de activiteiten van de zorgplicht en dient daar intern toezicht op te houden. De Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) houdt toezicht op de naleving van de zorgplicht voor de primaire keringen en de Provincie Groningen voor de regionale keringen. Met de Integrale veiligheidsrapportage geven we jaarlijks een integraal veiligheidsbeeld van de waterkeringen en de beheerorganisatie.

Doel onderhoud

Het onderhoud voeren we uit conform Onderhoudsplan primaire en regionale waterkeringen. Het primaire doel van het onderhoud van waterkeringen is dat de waterkeringen in goede staat zijn. Voor zover dit te combineren is met het primaire doel, wordt ruimte gegeven aan natuurontwikkeling, transport en recreatief medegebruik. Bij dit alles worden de bedrijfsmatige aspecten van het onderhoud (effectiviteit en efficiëntie) in het oog gehouden.

Planning van het onderhoud

De waterkeringen hebben jaarlijks cyclisch onderhoud nodig, dit onderhoud wordt door de unit Waterkering en Vaarwegbeheer in (jaar)opdracht gegeven aan de unit Onderhoud.

 

Watergangen, waterkwantiteitskunstwerken en gemalen

De watergangen, kunstwerken en gemalen voor waterkwantiteit vormen onze primaire assets voor het regionale waterbeheer. Met deze infrastructuur bedienen we de functies in het gebied zo goed mogelijk en proberen we situaties van zowel wateroverschot als watertekort effectief het hoofd te bieden.

 

Beleidskader

Beoogd beheer- en onderhoudsniveau

Beoogd beheer- en onderhoudsniveau van de watersysteem assets worden risico gestuurd onderhouden. De risicovolle kunstwerken (alle grote stuwen en gemalen, en ook de kleinere die vanuit hydraulisch functioneren een verhoogd risico kennen) worden middels een vaste frequentie geïnspecteerd en indien nodig wordt preventief onderhoud uitgevoerd. De niet risicovolle kunstwerken (voornamelijk houten damwandstuwen in kleine watergangen) worden simpelweg bij einde levensduur vervangen. Voor de watergangen geldt eenzelfde werkwijze. Van het hoofdwatersysteem (ongeveer 2.500 km) wordt jaarlijks een hoeveelheid ingemeten om de hoeveelheid aanwezige bagger en de eventuele baggernoodzaak in beeld te krijgen. Op basis daarvan en de baggercyclus wordt de meerjarige baggerprogrammering opgesteld/bijgestuurd. Voor de kleinere watergangen met een lager risicoprofiel wordt de baggernoodzaak o.b.v. de baggercyclus en signaleringen vanuit onze onderhoudsdienst vastgesteld en uitgevoerd.

Planning van het onderhoud

In de exploitatiebegroting besteden we ongeveer € 4,2 miljoen per jaar aan regulier onderhoud aan de waterlopen en kunstwerken ten behoeve van waterbeheersing. Dit doen we deels met eigen mensen en materieel en deels door uitbesteding aan derden.

Zuiveringtechnische werken

 

Beleidskader

Beoogd onderhoudsniveau

Het onderhoud van de kapitaalgoederen is gericht op risicomanagement. Op grote werken waarbij sprake is van vervanging of nieuwbouw wordt de FMECA/RCM methode toegepast. Dit is een methode om te bepalen welk type onderhoud het beste toegepast kan worden om het risico op falen te verlagen. Daarnaast is een programma opgesteld voor groot onderhoud en nieuwbouw.

Planning van het onderhoud

Voor bepaalde zuiveringstechnische werken en de rioolgemalen zijn conditiescores vastgesteld welke richting geven aan de programmering voor het planbare onderhoud en vervanging om bedrijfszekerheid te borgen. In 2026 besteden we € 3,3 miljoen aan regulier (alle rioolgemalen en RWZI’s) en curatief onderhoud (nu niet te bepalen, omdat het om sturingsonderhoud gaat). Aan groot onderhoud besteden we € 1,8 miljoen.

 

Wegen, vaarwegen, havens en bijbehorende kunstwerken

Provincie Groningen heeft het beheer van alle regionale vaarwegen ondergebracht bij lagere overheden. Van de aangewezen vaarwegen is ruim 200 kilometer door de provincies aan het Waterschap Noorderzijlvest in beheer toegewezen. Het waterschap beheert alleen vaarwegen met een recreatieve functie. De provincie heeft zelf het vaarwegbeheer en nautisch beheer in formele zin, maar heeft de uitvoering van het beheer van de regionale vaarwegen overgedragen aan het waterschap. Het gaat hier om de aangewezen vaarwegen in de provinciale omgevingsverordening. Het vaarwegbeheer bestaat uit de zorg voor het vrijhouden van de vaarweg, het verwijderen van wrakken en nautisch baggeren. Tevens gaat het om de aanleg en het behoud van de infrastructurele voorzieningen die nodig zijn voor de scheepvaart. Vanuit nautisch beheer wordt gezorgd voor veilig en vlot scheepvaartverkeer door middel van plaatsing van bebording. De door het waterschap gemaakte kosten voor de uitvoering van bovengenoemde taken worden door de provincie betaald in de vorm van een jaarlijkse vergoeding.

 

Beleidskader

Beoogd beheer- en onderhoudsniveau

In de provinciale omgevingsverordeningen is vastgelegd welke vaarwegen door het waterschap worden beheerd, en welke normen gelden voor het vaarwegprofiel.

Planning van het onderhoud

Het waterschap onderhoudt het watersysteem om ervoor te zorgen dat onder andere de afvoercapaciteit en waterkwaliteit op orde blijven. In veel gevallen lift het beheer en onderhoud voor de vaarwegfunctie mee op deze onderhoudstaken. Soms is een aanvullende inspanning nodig voor het vaarwegbeheer. In het Beheer- en Onderhoudsplan (2021) van het waterschap staat op welke wijze het waterschap het beheer en onderhoud, waaronder het baggerwerk, uitvoert.

 

PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING

De paragraaf Bedrijfsvoering omvat ten minste: De stand van zaken van de bedrijfsvoering, de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering, informatie en beleid over financiële rechtmatigheid. Voor deze onderwerpen verwijzen wij u naar programma ‘Organisatie en omgeving’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PARAGRAAF VERBONDEN PARTIJEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PARAGRAAF OPENBAARHEID

De Wet open overheid (Woo) verplicht een bestuursorgaan tot openbaarmaking van informatie. Op grond van artikel 3.5 van de Woo is een bestuursorgaan verplicht om jaarlijks in de begroting en de verantwoording aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een kwalitatieve beschrijving gegeven van de activiteiten die worden uitgevoerd in 2026 op de thema’s actieve en passieve openbaarmaking en verbetering van de informatiehuishouding. Dit betreft zowel reguliere activiteiten die uit de standaard budgetten worden bekostigd als activiteiten die worden bekostigd vanuit de middelen die door de Ministerie van Binnenlandse Zaken beschikbaar zijn gesteld voor de implementatie de uitvoering van de Woo.

1. Actieve openbaarmaking voor de verplichte categorieën documenten (Artikel 3.3 Woo )

Onder actieve openbaarmaking verstaan we de activiteiten die het waterschap onderneemt om informatie uit eigen beweging openbaar te maken voor de samenleving. In 2026 gaan we hiervoor de volgende activiteiten uitvoeren:

  • Actief openbaar maken van documenten uit de informatie categorieën volgens het implementatieplan dat in 2023 is opgesteld. Het waterschap volgt de landelijke planning.

  • Inrichten van publicatieplatformen van het waterschap en de aansluiting daarvan op de landelijke publicatievoorziening.

  • Doorgaan met het herinrichten van de processen zodat actieve openbaarmaking geborgd wordt in de uitvoering.

  • Continueren en uitbreiden interne controle op de openbaarmaking van de reeds geïmplementeerde categorieën.

2. De inspanningsverplichting tot actieve openbaarmaking voor andere documenten dan de verplichte categorieën (Artikel 3.1 Woo )

We richten ons in 2026 op het verder voldoen aan de Woo. Daarbij sluiten we aan op het tempo dat landelijk wordt bepaald. Parallel daaraan stellen we een plan op voor de volgende fase dat richting geeft aan de vervolgstappen die Noorderzijlvest gaat zetten bij realiseren van de doelen op het gebied van openheid en transparantie. Dit is het vertrekpunt voor verdere maatregelen die invulling geven aan de inspanningsverplichting.

3. Passieve openbaarmaking - openbaarmaking op verzoek (Artikel 4 Woo )

Onder passieve openbaarmaking verstaan we het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een verzoek uit de samenleving. We houden daarbij rekening met de toepasselijke uitzonderingsgronden op basis waarvan openbaarmaking van sommige informatie achterwege blijft, zoals persoonsgegevens. In 2026 zetten we de volgende stappen uit het implementatieplan die nodig zijn om Woo-verzoeken beter af te kunnen handelen.

4. Aanstelling en het in dienst hebben van een Woo -contactpersoon (Artikel 4.7 Woo )

De Woo schrijft voor dat ieder bestuursorgaan één of meer contactpersonen heeft om vragen van burgers te beantwoorden over de beschikbaarheid van publieke informatie. Het waterschap heeft een Woo-contactpersoon. Met de aanvullende inzet van een coördinator en ondersteuner gaat het waterschap de uitvoering van de Woo in 2026 verder ontwikkelen en borgen.

5. De informatiehuishouding (Hoofdstuk 6 Woo )

De aandachtspunten waar op basis van de Woo aan gewerkt moet worden vereisen van het waterschap dat processen opnieuw worden ingericht en dat informatie efficiënter en effectiever toegankelijk wordt gemaakt, zowel binnen als buiten het waterschap. Dit gaat soms om ingrijpende en complexe organisatieveranderingen. De Woo is geen ‘ding’ van alleen juristen of communicatieadviseurs. De Woo gaat over de ‘makers van informatie’ in inhoudelijke teams en over processen in teams die informatie beheren en verwerken.

Voor de verbetering van de informatiehuishouding gaan we in 2026 de volgende activiteiten uitvoeren:

  • Verbeteren van duurzame toegankelijkheid: Het goed opslaan van informatie is essentieel voor de openbaarmaking ervan. In 2026 gaan we door met investeren in het goed opslaan van informatie uit de verschillende processen en systemen. Ook zal in 2026 het verbeteren van de duurzame toegankelijkheid van documenten rondom interne samenwerking en projecten doorgaan.

  • Inrichten van systemen en processen: We actualiseren werkafspraken op het gebied van de informatiehuishouding in systemen en processen. De borging van duurzame toegankelijkheid en openbaarmaking nemen we mee in het verder verbeteren van de inrichting van het nieuwe zaaksysteem dat in 2025 is ingevoerd. Verder richten we in 2026 het samenwerken rond documenten in de kantooromgeving opnieuw in.

  • Uitvoeren van kwaliteitszorg: In 2026 starten we met de implementatie van het Kwaliteitszorgsysteem Informatiebeheer Decentrale Overheden (KIDO). Om de actieve openbaarmaking te borgen en bewaken brengen we geïmplementeerde informatiecategorieën onder in de kwaliteitscyclus.

  • Gezamenlijk realiseren van de veranderopgave: We nemen medewerkers mee in de bovenstaande veranderopgave. We organiseren begeleiding bij het samenwerken rondom documenten, ondersteuning bij het zaakgericht werken met het nieuwe zaaksysteem. Verder willen wij de kennis van de Woo vergroten met de inzet van diverse kennisproducten.

6. Overige

Ook in 2026 dragen we in diverse gremia, in samenwerking met andere decentrale overheden, actief bij aan de landelijke implementatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BIJLAGEN BEGROTING 2026-2030

 

BIJLAGE 1: INVESTERINGSPLAN 2026-2030

Vaststelling krediet

  • A.

    Vaststelling krediet bij Jaarplan 2026.

  • B.

    Apart voorstel na opstellen Jaarplan 2026 aan Algemeen Bestuur.

  • C.

    Krediet reeds eerder vastgesteld.

Voor het A krediet geldt dat gelijktijdig met het Jaarplan alleen de investering 2026 wordt vastgesteld. De bedragen Jaarplan 2027-2030 zijn indicatief en worden niet vastgesteld in Jaarplan 2026.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toelichting: A investeringen 2026

 

PROGRAMMA 1

1. Bijdrage Hoogwaterbeschermingsprogramma (N)

Dit betreft de jaarlijkse solidariteitsbijdrage voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Alle waterschappen bij elkaar en Rijkswaterstaat betalen beide 50 procent van de totale dijkversterkingsopgave. Deze zogenoemde ‘dijkrekening’ bevat het totale HWBP-budget. De waterschappen betalen 40% via een solidariteitsbijdrage en 10% via een projectgebonden bijdrage. Dat is dus voor 4/9 inleg van de waterschappen en 5/9 inleg door het Rijk.

2. Zorgplicht review primaire keringen

De Zorgplicht is de wettelijke taak om te voldoen aan de normen voor de primaire keringen. Hoofdzakelijk richt zich dat vooral op beheer en onderhoudsaspecten waaronder ook vergunning-verlening. Binnen Noorderzijlvest zien we de Zorgplicht ruimer en beschouwen we ook de inspanningen voor de beoordelingsronde en de versterkingsopgave in samenhang met de beheer- onderhoudsinspanningen. Deze denklijn van Zorgplicht Centraal wordt steeds breder opgepakt door de waterschappen. Om goed inzicht te behouden in de algemene kwaliteit van de kering zijn regelmatig kleine activiteiten nodig die vallen buiten de reguliere werkzaamheden. Als resultaat van de Zorgplicht rapporteren we jaarlijks aan het bestuur, waarmee we ‘een vinger aan de pols houden’ als het gaat om de waterveiligheid van onze primaire keringen. Het voldoen aan de zorgplicht is min of meer een continu proces.

3. Uitvoeringsprogramma strategie waterveiligheid

Om ook voor de meer lange termijn waterveiligheid te kunnen waarborgen, dienen we nu te blijven inzetten op onderzoek, kennis- en netwerkontwikkeling. Het doel is drieledig: 1) tijdig voorbereiden op nieuwe omstandigheden op de lange termijn, 2) efficiënte technieken ontwikkelen en 3) mogelijke koppelkansen in de regio signaleren. Het uitvoeringsprogramma 58 59 strategie waterveiligheid voorziet daarin. Te denken valt aan het ontwikkelen van nieuwe dijkconcepten zoals de Brede Kustzone en het bepalen van de effecten van zeespiegelstijging in de Waddenzee.

4. Toetsing regionale keringen (3e ronde)

Periodiek moet het Waterschap Noorderzijlvest vanuit zijn kerntaak toetsen of het beheergebied voldoet aan de vigerende normen. In dit geval betreft het de toetsing aan de normen voor regionale wateroverlast (NBW - Nationaal Bestuursakkoord Water) én de toetsing aan de normen voor regionale keringen. Met deze watersysteemtoetsing krijg het waterschap inzicht in het functioneren van het watersysteem in verschillende neerslagsituaties. En daarmee of er wordt voldaan aan de normen.

 

PROGRAMMA 2

5. Tractie

Jaarlijks opgenomen krediet voor de aanschaf c.q. vervanging van tractoren, kranen, maaiapparatuur en overige aanbouwapparatuur ten behoeve van het beheer en onderhoud van onze keringen en watersystemen.

6. Onderhoudslegger (N)

We actualiseren de onderhoudslegger om de onderhoudsverplichting van oeverdedigingswerken vast te leggen. Op die manier krijgen we inzichtelijk wie verantwoordelijk is voor onderhoud en vervanging. Dit draagt bij aan de basis en data op orde om zo meer zicht te krijgen op onze vervangingsopgave voor oeververdedigingswerken de aankomende jaren. Deze data worden gebruikt om tot een meerjarenonderhouds- en vervangingsplanning te komen. Het betreft een uitbreiding op het reeds verstrekt krediet.

7. Zoetwaterstrategie

Dit project is bedoeld om de feitelijkheden over onze zoetwatervoorziening en de watervraag inzichtelijk te maken en daarnaast meer inzicht krijgen in de handlingsperspectieven van het waterschap wat betreft het (vergroten) van de zoetwaterbeschikbaarheid.

8. Programmatische aanpak Bodemkwaliteit

Bodemkwaliteit en in het bijzonder de levende bodem is een ontbrekende schakel die onze opgaven van waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid verbindt aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en grondgebruik. Daarom gaan we programmatisch investeren in ontwikkeling van kennis over bodemkwaliteit en de ontwikkeling van handelingsperspectieven om de bodem in ons beheergebied weer vitaal te maken.

9. Uitvoeringsprogramma Strategie Schoon en Gezond Water

Doel van het project is om het programma inhoudelijk verder te ontwikkelen door te investeren in kennis, onderzoek en innovatie.

10. Maatregelen zandgronden

Dit project dat wordt uitgevoerd in het kader van het Deltaprogramma Zoetwater richt zich op maatregelen om de waterbeschikbaarheid op de zandgronden te vergroten.

11. Ontwikkelagenda Water en Bodem Sturend

Vanuit de resultaten van advies water en bodem sturend, ontwikkelen we water en bodem sturend door op basis van de zes bouwstenen van het advies. Hierbij worden experimenten met nieuwe vormen van (samen)werken uitgevoerd en producten ontwikkeld om water en bodem sturend goed bij onze partners in te kunnen brengen.

12. Waterbeheerprogramma 2028-2033 WBP

In 2026 werken we aan het nieuwe waterbeheerprogramma voor de programmaperiode 2028- 2033. Aan het eind van 2026 resulteert dit in een ontwerp-waterbeheerprogramma. Eind 2027 ligt het definitieve waterbeheerprogramma ter besluitvorming voor in het Algemeen Bestuur.

13. Meerjarenaanpak gemalen, stuwen en inlaten

In het werkgebied van Waterschap Noorderzijlvest bevinden zich vele poldergemalen, stuwen en inlaten. Het is op dit moment niet altijd even duidelijk wanneer welk object toe is aan groot onderhoud of dat vervanging noodzakelijk is. Doel van dit project is om een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor gemalen, stuwen en inlaten op te zetten. Het MJOP is een strategisch plan dat gedetailleerd beschrijft wat de huidige staat van onderhoud is, welk groot onderhoud nodig is, of 1 op 1 vervanging nodig is, wanneer dit moet gebeuren, wat de kosten zijn, en hoe deze gefinancierd worden. Het doel is om de waterkwaliteit, functionaliteit en waterveiligheid voor de lange termijn te garanderen, onverwachte kosten te minimaliseren en de levensduur van onze objecten te verlengen door een proactieve planning en budgettering.

14.Beekdalontwikkeling Peizerdiep

De bestuurlijke adviescommissie Noordwest heeft in mei 2024 akkoord gegeven op de uitwerking van het schetsontwerp voor het Peizerdiep. Dit plan richt zich op de inrichting van het Natuurnetwerk Nederland en het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Prolander werkt het plan verder uit. Deze plannen zijn onderdeel van het Programma Natuurlijk Platteland. Het doel is om in totaal bijna 323 hectare Natuurnetwerk Nederland en Kaderrichtlijn Water-doelen te realiseren. Waterschap Noorderzijlvest toetst de nader uitgewerkte plannen en draagt financieel bij om de Kaderrichtlijn Water-doelen in dit gebied te behalen.

15. Kaderrichtlijn Water-opgave Grote Masloot

In 2026 starten we het proces om te komen tot een aanpak voor het gebied rond de Grote Masloot. Er zijn nu kansen om in dit beekdal te werken aan onze Kaderrichtlijn Water-opgaven, om water vast te houden en de ecologie en (hydro)morfologie te verbeteren, doordat de provincie Drenthe grond in het beekdal heeft verworven. Samen met de provincie Drenthe en het gebied (landbouw en natuur) gaan we daarom -in lijn met onze visie op de Kop van Drenthe- samen verkennen welke opgaves nog meer gerealiseerd kunnen worden. Hiermee willen we bereiken dat we niet alleen een ontbrekende schakel in onze Kaderrichtlijn Water-opgave realiseren, maar ook meer integraal werken aan een klimaatrobuust beekdal in de Kop van Drenthe.

16. Gebiedsgerichte aanpak Leekstermeer (N)

Het Leekstermeer is aangewezen als KRW-waterlichaam en kent een hoge ecologische waarde. Tegelijkertijd doet zich de opgave voor om natuurwaarden te versterken en bestaande knelpunten in het watersysteem op te lossen. Naast de ecologische betekenis vervult het Leekstermeer ook een belangrijke economische, recreatieve en landschappelijke functie binnen de regio. Om deze diverse opgaven in samenhang op te pakken, is het voornemen om in 2026 de contouren van een gebiedsprogramma te schetsen. Dit programma moet inzicht geven in de reeds geïnventariseerde opgaven, hun concrete inhoud en de wijze waarop deze integraal en uitvoerbaar gerealiseerd kunnen worden. Hoewel veel vraagstukken al langere tijd bekend zijn, blijkt uitvoering in de praktijk vaak complex vanwege tegenstrijdige belangen tussen doelstellingen, functies en gebruik. Een omgevingsgerichte aanpak is daarom essentieel. Door samenwerking met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, terrein beherende organisaties, provincies en gemeenten wordt gestreefd naar een breed gedragen en uitvoerbaar inrichtingsplan. In 2026 start dit proces, met als doel om eind dat jaar een schetsontwerp en een uitgewerkte opgavenanalyse voor te leggen.

 

PROGRAMMA 3

17. Klimaat en energieneutraal - voorverkenning

In 2026 continueren we de inspanningen om een klimaatneutraal en circulair waterschap te worden. Het gaat hierbij om voorbereidingsbudget voor toekomstige investeringen en beleidsvorming.

18. Routekaart zuiveringskring Hogeland en Westerkwartier

Met gemeenten en drinkwaterbedrijf Groningen werken we de komende jaren aan routekaarten van onze zuiveringskringen. In zo’n routekaarttraject worden gezamenlijk onze opgaven uitgewerkt tot maatregelen. Maatregelen die ons in staat stellen om ons werk toekomstgericht uit te voeren en die onderdeel zijn van de Kaderrichtlijn Water-maatregelen om te komen tot een betere waterkwaliteit. Het gaat hier in hoofdzaak om voorbereidingsbudget voor toekomstige investeringen en investeringen zelf.

19. Algemeen uitvoerings programma

Het budget voor dit project wordt aangewend voor de voorverkenning van het toekomstbestendig maken van onze zuiveringen. Het gaat om voorbereidende werkzaamheden om routekaart trajecten te kunnen opstarten en ook om innovaties te kunnen volgen en uit te testen. Op die manier kunnen we met de juiste kennis van zuiveringen en hun omgeving een vlotte start maken van volgende studies per zuiveringskring.

 

PROGRAMMA 4

20. Vernieuwing registratie mobiel onderhoud

Vernieuwing/vervanging van het huidige systeem voor de registratie van mobiele onderhoudswerkzaamheden.

21. Vernieuwing hardware AB zaal

Dit betreft het vernieuwen van de (in 2026) afgeschreven hardware in de AB zaal om de infrastructuur betrouwbaar en up-to-date te houden.

22. Vernieuwing WiFi

Dit betreft de vervanging van de hardwarecomponenten voor de WIFI-verbindingen op het hoofdkantoor en diverse buitenlocaties.

23. Teams hardware

Ondersteuning van hybride werken door middel van moderne hardware die optimaal gebruik van Microsoft Teams mogelijk maakt.

24. E-plan

Optimalisatie van elektrotechnische processen door implementatie van E-plan, wat zorgt voor betere documentatie en ontwerpkwaliteit.

25. ICT Grondzaken

Verbetering van de ondersteuning en registratie van grond- en vastgoedbeheer door inzet van een nieuwe ICT-oplossing.

26. NIS2 en CER

Implementatie van maatregelen conform Europese richtlijnen om de digitale weerbaarheid en continuïteit van kritieke infrastructuur te waarborgen.

27. Implementatie SOC + Inicident Respons

Versterking van informatiebeveiliging door aansluiting op het landelijke SOC en inrichting van een Incident Response-proces voor snelle en effectieve afhandeling van beveiligingsincidenten.

28. Huisvesting (uitvoering)

Dit project is opgevoerd voor het Waterschapshuis (inmiddels 20 jaar oud) om de komende jaren te kunnen verduurzamen, onderhouden en verbeteren.

29. Kilometerregistratie dienstauto’s

Automatisering van kilometerregistratie om te voldoen aan wettelijke eisen en administratieve lasten te verlagen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BIJLAGE 2: JAARPLAN NAAR KOSTEN- EN OPBRENGSTENSOORTEN

 

 

 

 

 

 

 

BIJLAGE 3: GEPROGNOSTICEERDE BALANS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BIJLAGE 4: KOSTENVERDEELSTAAT/ VERDELING NETTO LASTEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TARIEVENNOTA 2026

 

1. Inleiding

Het jaarplan 2026 naar programma’s sluit met een totaal aan lasten van € 140.666.000. Aan baten is een bedrag geraamd van € 25.466.000 waardoor het saldo € 115.201.000 bedraagt.

 

De toerekening van de saldolasten aan de taken Watersysteembeheer en Zuiveringsbeheer heeft plaatsgevonden conform de interne kostentoerekeningsmethodiek die door het algemeen bestuur is vastgesteld.

 

Het saldo van lasten en baten wordt op basis van de hiervoor genoemde toerekening verdeeld naar:

Voor de omslagheffing voor de taak watersysteem is van belang de Kostentoedelingsverordening watersysteembeheer 2026 en de Verordening op de waterschapsysteemheffing waterschap Noorderzijlvest 2026. Voor de verontreinigingsheffing en de zuiveringsheffing is de Verordening op de verontreinigingsheffing en de zuiveringsheffing waterschap Noorderzijlvest 2026 van toepassing. Met in achtneming van bovengenoemde verordeningen worden de tarieven voor het jaar 2026 vastgesteld.

 

2. Algemeen

Conform artikel 3 van de Kostentoedelingsverordening worden de kosten van heffing en invordering van de watersysteemheffing en de kosten van verkiezingen van de leden van het algemeen bestuur, voor zover die worden toegerekend aan het watersysteembeheer en zoals opgenomen in het jaarplan van enig belastingjaar, rechtstreeks toegerekend aan de betrokken veroorzakende categorieën. Dit zijn de ingezetenen en zakelijk gerechtigden gebouwd. De totale specifieke kosten voor heffing en invordering plus de kwijtschelding/oninbaar en kosten voor verkiezingen bedragen € 5.116.000. Hiervan is toegerekend aan watersysteem € 2.627.000 en € 2.489.000 aan zuiveren.

Het tarief gebouwd is berekend op 0,0552% van de WOZ-waarde. Conform artikel 4 van de Kostentoedelingsverordening wordt voor buitendijks gelegen ongebouwde onroerende zaken die geen natuurterreinen zijn en voor gebouwde onroerende zaken een gedifferentieerd tarief gehanteerd dat 75% lager is dan het tarief dat volgens de verordening op de watersysteemheffing voor elk van deze categorieën geldt. Het kortingspercentage is het wettelijk vastgestelde maximum. Conform artikel 5 van de Kostentoedelingsverordening wordt voor verharde openbare wegen een gedifferentieerd tarief gehanteerd dat 100% hoger is dan het tarief wat volgens de verordening op de watersysteemheffing voor ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen, geldt.

 

2.1. Tarief Watersysteem

Op basis van het voorgaande hieronder de bedragen die door de tarieven opgebracht dienen te worden. De specifieke kosten worden rechtstreeks aan de betrokken categorieën toegerekend en zijn niet in de kostentoedeling opgenomen. Daarom worden ze in onderstaande tabel apart gepresenteerd.

 

 

 

De tarieven 2026 voor watersysteem zijn als volgt:

 

 

2.2. Tarief Zuiveren

De bedragen die door de tarieven opgebracht dienen te worden zijn:

 

 

Op basis van het aantal vervuilingseenheden van 428.100, bedraagt het tarief 2026 voor zuiveren:

 

 

 

2.3. Tarief Verontreinigingsheffing

Tarief gelijk aan tarief voor zuiveren te weten € 106,27 (zie ook tabel watersysteemheffing).

 

2.4. Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van het Waterschap Noorderzijlvest, gehouden op 26 november 2025 te Groningen.

 

 

Het Algemeen Bestuur:

 

 

 

R. van der Schaaf, B. Tammes,

Dijkgraaf Secretaris-directeur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toelichting op de tarievennota 2026

De financiële gegevens zijn afkomstig uit het Jaarplan (begroting) voor het jaar 2026. Het beleid van het waterschap is gericht op kostendekkende tarieven. Dit betekent dat de kosten voor een bepaalde taak moeten worden opgebracht door de belastingplichtigen.

Totale uitkomsten

In vergelijking met het Jaarplan 2025 zijn de totale saldokosten gestegen van €101.802.000 naar €115.202.000 in 2026. Per taak zijn de verschillen als volgt:

Overzicht tarieven

 

Watersysteemheffing

De impact van de stijging van de netto lasten op de tarieven watersysteemheffing zijn in onderstaande tabel opgenomen.

 

Zuiveringsheffing

 

De impact van de stijging van de netto lasten op het tarief zuiveringsheffing is in onderstaande tabel opgenomen.

 

Naar boven