Nadere regels subsidie klimaatadaptieve maatregelen waterschap Brabantse Delta

 

 

Het dagelijks bestuur van Waterschap Brabantse Delta;

gelezen het ambtelijk advies over het definitief vaststellen stimuleringsregeling klimaatadaptatieve maatregelen van 28 oktober 2025 nummer 955100;

Overwegende dat:

  • In het Waterbeheerprogramma 2022-2027, zoals vastgesteld door het algemeen bestuur van het waterschap op 1 december 2021, op pagina 63 is opgenomen dat het waterschap een stimuleringsregeling voor klimaatadapatieve maatregelen opstelt;

  • In het coalitieakkoord van het bestuur is opgenomen: “We ontwikkelen een stimuleringsregeling om kleine klimaatadaptieve initiatieven van inwoners en bedrijven, zoals bodemopslag van water, te bevorderen.”

  • Het dagelijks bestuur heeft op 26 maart 2024 de “Contourennota stimuleringspakket klimaatadaptatie” vastgesteld;

  • Het dagelijks bestuur heeft op 4 juni 2024 het “Handelingsperspectief water en bodem sturend” vastgesteld;

  • Het algemeen bestuur heeft op 19 februari 2025 de “Algemene Subsidieverordening Waterschap Brabantse Delta” vastgesteld;

  • Het ontwerpbesluit ter inzage heeft gelegen van 18 augustus 2025 tot en met 28 september 2025, dat gedurende die periode een ieder zienswijzen kon indienen, maar dat er geen zienswijzen zijn ingediend;

 

Gelet op de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Waterschap Brabantse Delta;

B E S L U I T :

Vast te stellen de volgende ‘Nadere regels subsidie klimaatadaptieve maatregelen waterschap Brabantse Delta’

 

1 Inleidende bepalingen

 

 

Artikel 1.1 Algemene begripsbepalingen

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: Algemene Subsidieverordening Waterschap Brabantse Delta;

  • b.

    Bebouwd gebied: gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- , werk- en/of verblijffunctie heeft;

  • c.

    Beperkingengebied: krachtens de waterschapsverordening aangewezen gebied waarin regels gelden vanwege de aanwezigheid van een waterstaatswerk;

  • d.

    Dagelijks Bestuur: Dagelijks Bestuur van Waterschap Brabantse Delta;

  • e.

    Deelgebied: beperkingengebied ruggen, flanken, beekdalen, polders of laagten, zoals aangewezen in de kaart in bijlage 1 met nummer 920499;

  • f.

    Eigen terrein: perceel of percelen in eigendom van de subsidieaanvager;

  • g.

    Projectsubsidie: Subsidie voor een specifiek project, een activiteit of een product. De subsidie is bedoeld voor niet-reguliere activiteiten van de subsidieaanvrager;

  • h.

    Subsidie: Subsidie als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • i.

    Subsidieplafond: Het bedrag dat ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op basis van deze nadere regels;

  • j.

    Waterschap: Waterschap Brabantse Delta;

  • k.

    Waterschapsverordening: verordening van het waterschap als bedoeld in artikel 2.5 Omgevingswet;

  • l.

    Zaksloot: Watergang voor de berging van hemelwater die geen verbinding heeft met andere watergangen en doorgaans droog staat.

 

 

Artikel 1.2 Toepasselijkheid Algemene subsidieverordening Waterschap Brabantse Delta

De ASV is van toepassing op deze nadere regels, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.

 

 

Artikel 1.3 Doel nadere regels

Het stimuleren van klimaatadaptieve maatregelen en innovatieve en educatieve klimaatadaptatieve maatregelen.

 

 

Klimaatadaptatieve maatregelen; algemeen geldende maatregelen

 

 

Artikel 2.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf van de nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    Hemelwateropvang: een opvangbassin voor hemelwater waarmee hemelwater wordt opgevangen met het doel dit te later gebruiken.

  • b.

    Eigen woning: een koopwoning die het hoofdverblijf is van de subsidieaanvrager, uitgezonderd een woonboot.

  • c.

    Beschoeiing: een grondkerende constructie in de oeverlijn/talud om de oever/talud tegen afkalving te beschermen.

 

 

Artikel 2.2 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie op grond van artikel 2.4 onder a deze paragraaf van de nadere regels kan worden aangevraagd door:

  • a.

    natuurlijke personen;

  • b.

    vereniging van eigenaren.

 

  • 2.

    Subsidie op grond van artikel 2.4 onder b deze paragraaf van de nadere regels kan worden aangevraagd door:

  • a.

    natuurlijke personen;

  • b.

    rechtspersonen, met uitzondering van overheidsorganen;

  • c.

    een samenwerkingsverband van rechtspersonen;

  • d.

    een samenwerkingsverband van rechtspersonen en/of natuurlijke personen.

 

  • 3.

    Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het tweede lid, geen rechtspersoonlijkheid bezit:

  • a.

    wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer die als aanspreekpunt fungeert voor toekomstige correspondentie en;

  • b.

    geschiedt de aanvraag met instemming van alle partners van dat samenwerkingsverband.

 

 

Artikel 2.3 Subsidievorm

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur verstrekt op grond van deze paragraaf van de nadere regels projectsubsidies.

  • 2.

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

 

 

Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    De aanleg van een hemelwateropvang met een inhoud van 5 m³ of meer;

  • b.

    Het verwijderen van beschoeiing.

 

 

Artikel 2.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, moet aan alle navolgende vereisten zijn voldaan:

  • a.

    de activiteit wordt uitgevoerd binnen het beheergebied van het waterschap;

  • b.

    de activiteit voldoet aan de regels bij of krachtens de waterschapsverordening;

  • c.

    de activiteit wordt uitgevoerd buiten een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering;

  • d.

    de hemelwateropvang wordt aangelegd op het perceel behorende bij de eigen woning en vangt hemelwater op dat geheel of gedeeltelijk afkomstig is van deze eigen woning. Het opgevangen water wordt hergebruikt in de woning;

  • e.

    het verwijderen van de beschoeiing voldoet aan de volgende nadere vereisten:

  • I.

    de watergang is een C-water of een B-water;

  • II.

    de oever van de watergang wordt hersteld zodanig dat de bergings- en doorstroomcapaciteit van de watergang gelijk blijven;

  • III.

    de oever van de watergang wordt hersteld zodanig dat het talud minimaal 1:1,5 is of flauwer;

  • IV.

    er wordt minimaal 4 strekkende meter beschoeiing verwijderd.

 

 

Artikel 2.6 Weigeringsgronden

Subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 12 van de ASV, geweigerd indien:

  • a.

    de activiteit in strijd is met regels bij of krachtens de waterschapsverordening;

  • b.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie ten laste van het waterschap heeft ontvangen;

  • c.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie heeft ontvangen of kan ontvangen op grond van een andere regeling waar het waterschap aan bijdraagt;

  • d.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie ten laste van de gemeente waarbinnen de activiteit plaatsvindt heeft ontvangen of kan ontvangen;

  • e.

    de activiteit voortvloeit uit een bestaande wettelijke verplichting.

 

 

Artikel 2.7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    de kosten voor de aanschaf van de hemelwateropvang;

  • b.

    de kosten voor de aanschaf van een bijbehorend waterzuiveringssysteem;

  • c.

    de kosten voor het grondverzet voor het herstellen van de oever van de watergang bij het verwijderen van een beschoeiing;

  • d.

    het afvoeren van verwijderde materialen bij het verwijderen van een beschoeiing.

 

 

Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten van de aanschaf van aanvullende onderdelen, leidingwerk, aanvullende toebehoren en opties bij de hemelwateropvang;

  • b.

    kosten voor de aanleg van de hemelwateropvang, waaronder personeelskosten, de huur van gereedschappen, grondverzet;

  • c.

    alle overige kosten voor het verwijderen van een beschoeiing, aanschaf van beplanting of andere materialen niet zijnde grond om de oever af te werken, de huur van gereedschappen etc.

 

 

Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag

Om voor de subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, moet de aanvraag zijn ingediend binnen 6 maanden na de uitvoering van de activiteit.

 

 

Artikel 2.10 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld voor de activiteiten bedraagt:

  • a.

    Voor de aanschaf van een hemelwateropvang 50% van de aanschafkosten met een maximum van €1500.

  • b.

    Voor de aanschaf van een waterzuiveringssysteem behorende bij de hemelwateropvang onder a, 100% van de aanschafkosten met een maximum van €500;

  • c.

    Voor het verwijderen van beschoeiing €40 per strekkende meter beschoeiing met een maximum van €1000;

 

Artikel 2.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft de verplichting om:

  • 1.

    De aanschaf van de hemelwateropvang aan te tonen aan de hand van:

  • a.

    een factuur van de aanschaf en;

  • b.

    onbewerkte foto’s van de situatie voor, tijdens en na de uitvoering, en;

  • c.

    een locatieschets waarop te zien is waar op een perceel of adres de hemelwateropvang aangebracht is;

  • 2.

    De aanschaf van een waterzuiveringssysteem aan te tonen aan de hand van:

  • a.

    een factuur van de aanschaf en;

  • b.

    onbewerkte foto’s van de situatie voor, tijdens en na de uitvoering;

  • 3.

    Het verwijderen van de beschoeiing aan te tonen aan de hand van:

  • a.

    een factuur van het uitgevoerde werk dan wel voor het afvoeren van materialen indien van toepassing en;

  • b.

    onbewerkte foto’s van de situatie voor, tijdens en na de uitvoering, en;

  • c.

    een locatieschets waarop te zien is waar de beschoeiing is verwijderd.

  • 4.

    De getroffen maatregelen moeten minimaal twee jaar onderhouden in stand blijven;

  • 5.

    De subsidieontvanger werkt mee aan steekproefsgewijze controle.

 

 

Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied ruggen

 

 

Artikel 3.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf van de nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    Wadi: een laagte waarin hemelwater zich kan verzamelen en in de bodem kan infiltreren;

 

 

Artikel 3.2 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie op grond van deze paragraaf van de nadere regels kan worden aangevraagd door:

  • a.

    natuurlijke personen;

  • b.

    rechtspersonen, met uitzondering van overheidsorganen;

  • c.

    een samenwerkingsverband van rechtspersonen;

  • d.

    een samenwerkingsverband van rechtspersonen en/of natuurlijke personen.

 

  • 2.

    Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, geen rechtspersoonlijkheid bezit:

  • a.

    wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer die als aanspreekpunt fungeert voor toekomstige correspondentie;

  • b.

    geschiedt de aanvraag met instemming van alle partners van dat samenwerkingsverband.

 

 

Artikel 3.3 Subsidievorm

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur verstrekt op grond van deze paragraaf van de nadere regels projectsubsidies.

  • 2.

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

 

 

Artikel 3.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    De aanleg van een wadi op eigen terrein;

  • b.

    Het dempen van een watergang;

  • c.

    Het aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot.

 

 

Artikel 3.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4 in aanmerking te komen, moet aan alle navolgende vereisten zijn voldaan:

  • a.

    de activiteit wordt uitgevoerd binnen het beheergebied van het waterschap;

  • b.

    de activiteit wordt uitgevoerd binnen het deelgebied ruggen;

  • c.

    de activiteit wordt uitgevoerd buiten een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering;

  • d.

    de activiteit voldoet aan de regels bij of krachtens de waterschapsverordening;

  • e.

    voor activiteiten als bedoeld in artikel 3.4 onder b en c geldt dat voorafgaand aan de uitvoering van de activiteit een omgevingsvergunning krachtens de waterschapsverordening is verleend, dan wel dat de voorgeschreven melding krachtens de waterschapsverordening is ingediend bij het waterschap;

  • f.

    de aanleg van een wadi voldoet aan de volgende nadere vereisten:

    • I.

      de wadi ligt op eigen terrein van de aanvrager en vangt het hemelwater afkomstig van dakoppervlakten op;

    • II.

      de wadi heeft een volume van minimaal 60 liter per m2 aangesloten dakoppervlak;

    • III.

      het maximum van het aangesloten dakoppervlak is 200 m2;

    • IV.

      de wadi heeft een overloop die bij voorkeur is aangesloten op een waterloop, maar mag ook uitwijken naar de riolering;

    • V.

      de bodem van de wadi wordt boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) aangelegd;

  • g.

    het dempen van een watergang voldoet aan de volgende nadere vereisten:

  • I.

    de watergang ligt op eigen terrein van de aanvrager;

  • II.

    de watergang is een C-water of een B-water;

  • III.

    er wordt minimaal 10 strekkende meter watergang gedempt;

  • h.

    het aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot voldoet aan de volgende nadere vereisten:

  • I.

    de watergang ligt op eigen terrein van de aanvrager en vangt hemelwater op;

  • II.

    de watergang is een C-water;

  • III.

    de watergang wordt omgevormd tot zaksloot door het aanbrengen van ten minste één en maximaal twee gronddammen;

  • IV.

    in plaats van een gronddam mag ook een deugdelijke drempel geplaatst worden, voor het subsidiebedrag wordt deze gelijkgesteld aan een gronddam;

  • V.

    er wordt minimaal 10 strekkende meter watergang omgevormd tot zaksloot.

 

 

Artikel 3.6 Weigeringsgronden

Subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 12 van de ASV, geweigerd indien:

  • a.

    de activiteit in strijd is met regels bij of krachtens de waterschapsverordening;

  • b.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie ten laste van het waterschap heeft ontvangen;

  • c.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie heeft ontvangen of kan ontvangen op grond van een andere regeling waar het waterschap aan bijdraagt;

  • d.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie ten laste van de gemeente waarbinnen de activiteit plaatsvindt heeft ontvangen of kan ontvangen;

  • e.

    de activiteit voortvloeit uit een bestaande wettelijke verplichting.

 

 

Artikel 3.7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 3.4, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    de kosten voor grondverzet;

  • b.

    de kosten voor het aanbrengen van een drempel.

 

 

Artikel 3.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 3.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten van de aanschaf van aanvullende onderdelen, leidingwerk, aanvullende toebehoren en opties voor de aanleg van een wadi;

  • b.

    overige kosten voor de aanleg van een wadi, het dempen van een watergangen, of het aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot, anders dan grondverzet;

  • c.

    personeelskosten van publiekrechtelijke rechtspersonen;

  • d.

    personeelskosten;

  • e.

    kosten van rente, bankdiensten, financieringen, verzekeringspremies, gerechtelijke procedures, boetes en sancties;

  • f.

    kosten van regulier beheer en onderhoud;

  • g.

    kosten om te voldoen aan gangbare minimum kwaliteitseisen of wettelijke verplichtingen.

  • h.

    de BTW van rechtspersonen;

 

 

Artikel 3.9 Vereisten subsidieaanvraag

Om voor subsidie, als bedoeld in artikel 3.4, in aanmerking te komen de subsidieaanvraag zijn ingediend binnen 6 maanden na de uitvoering van de activiteit.

 

 

Artikel 3.10 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld voor de activiteiten bedraagt:

  • a.

    Voor de aanleg van een wadi op eigen terrein €0,50 per m2 aangesloten dakoppervlak;

  • b.

    Voor het dempen van een watergang €20 per strekkende meter met een maximum van €4.000;

  • c.

    Voor het aanbrengen van een gronddam of drempel voor het aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot, per aangelegde gronddam of drempel €200.

 

Artikel 3.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft de verplichting om:

  • 1.

    de aanleg van de wadi aan te tonen aan de hand van:

    • a.

      een situatietekening waarop de locatie en ligging van de sloot exact aangegeven is, en;

    • b.

      onbewerkte foto’s van de situatie voor en na de uitvoering;

  • 2.

    het dempen van de sloot aan te tonen aan de hand van:

  • a.

    een situatietekening waarop de locatie en ligging van de sloot exact aangegeven is, en;

  • b.

    onbewerkte foto’s van de situatie voor en na de uitvoering en;

  • c.

    het registratienummer van de verleende vergunning dan wel de ingediende melding krachtens de waterschapsverordening;

  • 3.

    de omvorming van een watergang naar een zaksloot aan te tonen aan de hand van:

  • a.

    een situatietekening waarop de locatie en ligging van de sloot en van de aangebrachte gronddammen exact aangegeven is, en;

  • b.

    onbewerkte foto’s van de situatie voor en na de uitvoering;

  • 4.

    De getroffen maatregelen moeten minimaal twee jaar onderhouden in stand blijven;

  • 5.

    De subsidieontvanger werkt mee aan steekproefsgewijze controle.

 

 

Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied flanken

 

 

Artikel 4.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf van de nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    -gereserveerd-

 

 

Artikel 4.2 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie op grond van deze paragraaf van de nadere regels kan worden aangevraagd door:

  • a.

    natuurlijke personen;

  • b.

    rechtspersonen, met uitzondering van overheidsorganen;

  • c.

    een samenwerkingsverband van rechtspersonen;

  • d.

    een samenwerkingsverband van rechtspersonen en/of natuurlijke personen.

 

  • 2.

    Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, geen rechtspersoonlijkheid bezit:

  • a.

    wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer die als aanspreekpunt fungeert voor toekomstige correspondentie;

  • b.

    geschiedt de aanvraag met instemming van alle partners van dat samenwerkingsverband.

 

 

Artikel 4.3 Subsidievorm

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur verstrekt op grond van deze paragraaf van de nadere regels projectsubsidies.

  • 2.

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

 

 

Artikel 4.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    Het dempen van een watergang;

  • b.

    Het aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot;

  • c.

    Het graven van een nieuwe zaksloot.

 

 

Artikel 4.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4 in aanmerking te komen, moet aan alle navolgende vereisten zijn voldaan:

  • a.

    de activiteit wordt uitgevoerd binnen het beheergebied van het waterschap;

  • b.

    de activiteit wordt uitgevoerd binnen het deelgebied flanken;

  • c.

    de activiteit wordt uitgevoerd buiten een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering;

  • d.

    de activiteit voldoet aan de regels bij of krachtens de waterschapsverordening;

  • e.

    voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.4 onder a en b geldt dat voorafgaand aan de uitvoering van de activiteit een omgevingsvergunning krachtens de waterschapsverordening is verleend, dan wel dat de voorgeschreven melding krachtens de waterschapsverordening is ingediend bij het waterschap;

  • f.

    het dempen van een watergang voldoet aan de volgende nadere vereisten:

  • I.

    de watergang ligt op eigen terrein van de aanvrager;

  • II.

    de watergang is een C-water of een B-water;

  • III.

    er wordt minimaal 10 strekkende meter watergang gedempt;

  • g.

    het aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot voldoet aan de volgende nadere criteria:

  • I.

    de watergang ligt op eigen terrein van de aanvrager en vangt hemelwater op;

  • II.

    de watergang is een C-water;

  • III.

    de watergang wordt omgevormd tot zaksloot door het aanbrengen van ten minste één en maximaal twee gronddammen;

  • IV.

    in plaats van een gronddam mag ook een deugdelijke drempel geplaatst worden, deze wordt in deze nadere regels voor wat betreft subsidie hieronder gelijkgesteld aan een gronddam;

  • V.

    er wordt minimaal 10 strekkende meter watergang omgevormd tot zaksloot.

  • h.

    het graven van een nieuwe een zaksloot voldoet aan de volgende nadere vereisten:

  • I.

    de zaksloot ligt op eigen terrein van de aanvrager en vangt hemelwater op;

  • II.

    de zaksloot is minimaal 10 strekkende meter lang;

  • III.

    de zaksloot is minimaal 0,5 m diep, de bodem is minimaal 0,5 m breed en de taluds hebben een minimale taludhelling van 1:1,5;

  • IV.

    de zaksloot is gegraven loodrecht op de helling van het maaiveld om oppervlakkig afstromend water af te vangen en te laten infiltreren.

 

Artikel 4.6 Weigeringsgronden

Subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 12 van de ASV, geweigerd indien:

  • a.

    de activiteit in strijd is met regels bij of krachtens de waterschapsverordening;

  • b.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie ten laste van het waterschap heeft ontvangen;

  • c.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie heeft ontvangen of kan ontvangen op grond van een andere regeling waar het waterschap aan bijdraagt;

  • d.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie ten laste van de gemeente waarbinnen de activiteit plaatsvindt heeft ontvangen of kan ontvangen;

  • e.

    de activiteit voortvloeit uit een bestaande wettelijke verplichting.

 

 

Artikel 4.7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 4.4, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    de kosten voor grondverzet;

  • b.

    de kosten voor het aanbrengen van een drempel.

 

 

Artikel 4.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 4.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    overige kosten voor het dempen van een watergangen, of het aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot, anders dan grondverzet;

  • b.

    personeelskosten van publiekrechtelijke rechtspersonen;

  • c.

    personeelskosten;

  • d.

    kosten van rente, bankdiensten, financieringen, verzekeringspremies, gerechtelijke procedures, boetes en sancties;

  • e.

    kosten van regulier beheer en onderhoud;

  • f.

    kosten om te voldoen aan gangbare minimum kwaliteitseisen of wettelijke verplichtingen.

  • g.

    de BTW van rechtspersonen;

 

 

Artikel 4.9 Vereisten subsidieaanvraag

Om voor subsidie, als bedoeld in artikel 4.4, in aanmerking te komen, moet de subsidieaanvraag zijn ingediend binnen 6 maanden na de uitvoering van de activiteit.

 

 

Artikel 4.10 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld voor de activiteiten bedraagt:

  • a.

    Voor het dempen van een watergang €20 per strekkende meter met een maximum van €4.000;

  • b.

    Voor het aanbrengen van een gronddam of drempel voor het aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot, per aangelegde gronddam of drempel €200;

  • c.

    Voor het graven van een zaksloot €20 per strekkende meter met een maximum van €4.000.

 

Artikel 4.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft de verplichting om:

  • 1.

    het dempen van de sloot aan te tonen aan de hand van:

  • a.

    een situatietekening waarop de locatie en ligging van de sloot exact aangegeven is, en;

  • b.

    onbewerkte foto’s van de situatie voor en na de uitvoering, en;

  • c.

    het registratienummer van de verleende vergunning dan wel de ingediende melding krachtens de waterschapsverordening;

  • 2.

    de omvorming van een watergang naar een zaksloot aan te tonen aan de hand van:

  • a.

    een situatietekening waarop de locatie en ligging van de sloot en van de aangebrachte gronddammen exact aangegeven is, en;

  • b.

    onbewerkte foto’s van de situatie voor en na de uitvoering;

  • 3.

    het graven van de zaksloot aan te tonen aan de hand van:

  • a.

    een situatietekening waarop de locatie en ligging van de sloot exact aangegeven is, en;

  • b.

    onbewerkte foto’s van de situatie voor en na de uitvoering.

  • 4.

    De getroffen maatregelen moeten minimaal twee jaar onderhouden in stand blijven;

  • 5.

    De subsidieontvanger werkt mee aan steekproefsgewijze controle.

 

 

 

Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied beekdalen

 

 

Artikel 5.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf van de nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    -gereserveerd-

 

 

Artikel 5.2 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie op grond van deze paragraaf van de nadere regels kan worden aangevraagd door:

  • a.

    natuurlijke personen;

  • b.

    rechtspersonen, met uitzondering van overheidsorganen;

  • c.

    een samenwerkingsverband van rechtspersonen;

  • d.

    een samenwerkingsverband van rechtspersonen en/of natuurlijke personen.

 

  • 2.

    Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, geen rechtspersoonlijkheid bezit:

  • a.

    wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer die als aanspreekpunt fungeert voor toekomstige correspondentie;

  • b.

    geschiedt de aanvraag met instemming van alle partners van dat samenwerkingsverband.

 

 

Artikel 5.3 Subsidievorm

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur verstrekt op grond van deze paragraaf van de nadere regels projectsubsidies.

  • 2.

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

 

 

Artikel 5.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    Het dempen van een watergang;

  • b.

    Het aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot.

 

 

Artikel 5.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4 in aanmerking te komen, moet aan alle navolgende vereisten zijn voldaan:

  • a.

    de activiteit wordt uitgevoerd binnen het beheergebied van het waterschap;

  • b.

    de activiteit wordt uitgevoerd binnen het deelgebied beekdalen;

  • c.

    de activiteit wordt uitgevoerd buiten een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering;

  • d.

    de activiteit voldoet aan de regels bij of krachtens de waterschapsverordening;

  • e.

    voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.4 onder a en b geldt dat voorafgaand aan de uitvoering van de activiteit een omgevingsvergunning krachtens de waterschapsverordening is verleend, dan wel dat de voorgeschreven melding krachtens de waterschapsverordening is ingediend bij het waterschap;

  • f.

    het dempen van een watergang voldoet aan de volgende nadere vereisten:

  • I.

    de watergang ligt op eigen terrein van de aanvrager;

  • II.

    de watergang is een C-water of een B-water;

  • III.

    er wordt minimaal 10 strekkende meter watergang gedempt;

  • g.

    het aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot voldoet aan de volgende nadere vereisten:

  • I.

    de watergang ligt op eigen terrein van de aanvrager en vangt hemelwater op;

  • II.

    de watergang is een C-water;

  • III.

    de watergang wordt omgevormd tot zaksloot door het aanbrengen van ten minste één en maximaal twee gronddammen;

  • IV.

    in plaats van een gronddam mag ook een deugdelijke drempel geplaatst worden, deze wordt in deze nadere regels voor wat betreft subsidie hieronder gelijkgesteld aan een gronddam;

  • V

    er wordt minimaal 10 strekkende meter watergang omgevormd tot zaksloot.

 

 

Artikel 5.6 Weigeringsgronden

Subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 12 van de ASV, geweigerd indien:

  • a.

    de activiteit in strijd is met regels bij of krachtens de waterschapsverordening;

  • b.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie ten laste van het waterschap heeft ontvangen;

  • c.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie heeft ontvangen of kan ontvangen op grond van een andere regeling waar het waterschap aan bijdraagt;

  • d.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie ten laste van de gemeente waarbinnen de activiteit plaatsvindt heeft ontvangen of kan ontvangen;

  • e.

    de activiteit voortvloeit uit een bestaande wettelijke verplichting.

 

 

Artikel 5.7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 5.4, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

 

a. de kosten voor grondverzet.

 

 

Artikel 5.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 5.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    overige kosten voor het dempen van een watergangen, of het aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot, anders dan grondverzet;

  • b.

    personeelskosten van publiekrechtelijke rechtspersonen;

  • c.

    personeelskosten;

  • d.

    kosten van rente, bankdiensten, financieringen, verzekeringspremies, gerechtelijke procedures, boetes en sancties;

  • e.

    kosten van regulier beheer en onderhoud;

  • f.

    kosten om te voldoen aan gangbare minimum kwaliteitseisen of wettelijke verplichtingen.

  • g.

    de BTW van rechtspersonen;

 

 

Artikel 5.9 Vereisten subsidieaanvraag

Om voor subsidie, als bedoeld in artikel 5.4, in aanmerking te komen, moet de subsidieaanvraag zijn ingediend binnen 6 maanden na de uitvoering van de activiteit.

 

 

Artikel 5.10 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld voor de activiteiten bedraagt:

  • a.

    Voor het dempen van een watergang €20 per strekkende meter met een maximum van €4.000;

  • b.

    Voor het aanbrengen van een gronddam of drempel voor het aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot, per aangelegde gronddam of drempel €200.

 

 

Artikel 5.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft de verplichting om:

  • 1.

    het dempen van de sloot aan te tonen aan de hand van:

  • a.

    een situatietekening waarop de locatie en ligging van de sloot exact aangegeven is, en;

  • b.

    onbewerkte foto’s van de situatie voor en na de uitvoering, en;

  • c.

    het registratienummer van de verleende vergunning dan wel de ingediende melding krachtens de waterschapsverordening;

  • 2.

    de omvorming van een watergang naar een zaksloot aan te tonen aan de hand van:

  • a.

    een situatietekening waarop de locatie en ligging van de sloot en van de aangebrachte gronddammen exact aangegeven is, en;

  • b.

    onbewerkte foto’s van de situatie voor en na de uitvoering.

  • 3.

    De getroffen maatregelen moeten minimaal twee jaar onderhouden in stand blijven;

  • 4.

    De subsidieontvanger werkt mee aan steekproefsgewijze controle.

 

 

Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied polders

 

 

Artikel 6.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf van de nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    -gereserveerd-

 

 

Artikel 6.2 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie op grond van deze paragraaf van de nadere regels kan worden aangevraagd door:

  • a.

    natuurlijke personen;

  • b.

    rechtspersonen, met uitzondering van overheidsorganen;

  • c.

    een samenwerkingsverband van rechtspersonen;

  • d.

    een samenwerkingsverband van rechtspersonen en/of natuurlijke personen.

 

  • 2.

    Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, geen rechtspersoonlijkheid bezit:

  • a.

    wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer die als aanspreekpunt fungeert voor toekomstige correspondentie;

  • b.

    geschiedt de aanvraag met instemming van alle partners van dat samenwerkingsverband.

 

 

Artikel 6.3 Subsidievorm

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur verstrekt op grond van deze paragraaf van de nadere regels projectsubsidies.

  • 2.

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

 

 

Artikel 6.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    het aanleggen van een nieuwe watergang;

  • b.

    het verflauwen van de oevers van een bestaande watergang;

  • c.

    het verbreden van een bestaande watergang.

 

 

Artikel 6.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 6.4 in aanmerking te komen, moet aan alle navolgende vereisten zijn voldaan:

  • a.

    de activiteit wordt uitgevoerd binnen het beheergebied van het waterschap;

  • b.

    de activiteit wordt uitgevoerd binnen het deelgebied polders;

  • c.

    de activiteit wordt uitgevoerd buiten een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering;

  • d.

    de activiteit voldoet aan de regels bij of krachtens de waterschapsverordening;

  • e.

    voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.4 geldt dat voorafgaand aan de uitvoering van de activiteit een omgevingsvergunning krachtens de waterschapsverordening is verleend, dan wel dat de voorgeschreven melding krachtens de waterschapsverordening is ingediend bij het waterschap;

  • f.

    het aanleggen van een nieuwe watergang voldoet aan de volgende nadere vereisten:

  • I.

    de nieuwe watergang moet verbonden zijn met het oppervlaktewatersysteem;

  • II.

    de nieuwe watergang is ten minste 10 meter lang;

  • III.

    de taludhelling van de watergang is minimaal 1:1,5 of flauwer;

  • IV.

    de bodem van de watergang ligt minimaal op het vigerend zomerpeil zoals dat is opgenomen in het peilbesluit, dieper is toegestaan maar niet dieper dan 1,30 meter beneden het maaiveld;

  • V.

    de slootbodem is minimaal 0,50 meter breed;

  • VI.

    er mag geen verbinding gemaakt worden tussen peilvakken;

  • g.

    het verflauwen van de oevers van een bestaande watergang voldoet aan de volgende nadere vereisten:

  • I.

    de watergang is een C-water of een B-water;

  • II.

    de oever wordt verflauwd op eigen terrein van de aanvrager;

  • III.

    de oever wordt verflauwd over een lengte van ten minste 10 meter;

  • IV.

    de oever wordt minimaal verflauwd tot 1:5 en maximaal tot 1:10;

  • h.

    het verbreden van een bestaande watergang voldoet aan de volgende nadere vereisten:

  • I.

    de watergang is een C-water of een B-water;

  • II.

    de watergang wordt verbreed over een lengte van ten minste 10 meter;

  • III.

    de watergang wordt verbreed met ten minste 0,50 meter op de bodem, met een taludhelling van ten minste 1:1,5.

 

 

Artikel 6.6 Weigeringsgronden

Subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 12 van de ASV, geweigerd indien:

  • a.

    de activiteit in strijd is met regels bij of krachtens de waterschapsverordening;

  • b.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie ten laste van het waterschap heeft ontvangen;

  • c.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie heeft ontvangen of kan ontvangen op grond van een andere regeling waar het waterschap aan bijdraagt;

  • d.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie ten laste van de gemeente waarbinnen de activiteit plaatsvindt heeft ontvangen of kan ontvangen;

  • e.

    de activiteit voortvloeit uit een bestaande wettelijke verplichting.

 

 

Artikel 6.7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 7.4, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    de kosten voor grondverzet.

 

 

Artikel 6.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 6.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    overige kosten voor het dempen van een watergangen, of het aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot, anders dan grondverzet;

  • b.

    personeelskosten van publiekrechtelijke rechtspersonen;

  • c.

    personeelskosten;

  • d.

    kosten van rente, bankdiensten, financieringen, verzekeringspremies, gerechtelijke procedures, boetes en sancties;

  • e.

    kosten van regulier beheer en onderhoud;

  • f.

    kosten om te voldoen aan gangbare minimum kwaliteitseisen of wettelijke verplichtingen.

  • g.

    de BTW van rechtspersonen;

 

 

Artikel 6.9 Vereisten subsidieaanvraag

Om voor subsidie, als bedoeld in artikel 5.4, in aanmerking te komen, moet de subsidieaanvraag zijn ingediend binnen 6 maanden na de uitvoering van de activiteit.

 

 

Artikel 6.10 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld voor de activiteiten bedraagt:

  • a.

    voor het aanleggen van een nieuwe watergang €20 per strekkende meter met een maximum van €4.000.

  • b.

    voor het verflauwen van de oevers van een bestaande watergang €10 per strekkende meter met een maximum van €2000;

  • c.

    voor het verbreden van een bestaande watergang €10 per strekkende meter met een maximum van €2000;

 

Artikel 6.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft de verplichting om:

  • 1.

    het aanleggen van een nieuwe watergang aan te tonen aan de hand van:

  • a.

    een situatietekening waarop de locatie en ligging van de sloot exact aangegeven is, en;

  • b.

    onbewerkte foto’s van de situatie voor en na de uitvoering, en;

  • c.

    het registratienummer van de verleende vergunning dan wel de ingediende melding krachtens de waterschapsverordening;

  • 2.

    het verflauwen van de oevers van een bestaande watergang aan te tonen aan de hand van:

  • a.

    een situatietekening waarop de locatie en ligging van de sloot exact aangegeven is, en;

  • b.

    onbewerkte foto’s van de situatie voor en na de uitvoering, en;

  • c.

    het registratienummer van de verleende vergunning dan wel de ingediende melding krachtens de waterschapsverordening;

  • 3.

    het verbreden van een bestaande watergang aan te tonen aan de hand van:

  • a.

    een situatietekening waarop de locatie en ligging van de sloot exact aangegeven is, en;

  • b.

    onbewerkte foto’s van de situatie voor en na de uitvoering, en;

  • c.

    het registratienummer van de verleende vergunning dan wel de ingediende melding krachtens de waterschapsverordening.

  • 4.

    De getroffen maatregelen moeten minimaal twee jaar onderhouden in stand blijven;

  • 5.

    De subsidieontvanger werkt mee aan steekproefsgewijze controle.

 

 

Gereserveerd

-gereserveerd-

 

Innovatieve en educatieve klimaatadaptatieve maatregelen

 

 

Artikel 8.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf van de nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    Innovatie: een vernieuwend product, dienst, proces, manier van werken, etc., dat van publieke waarde kan zijn;

  • b.

    Educatief: bedoeld om van te leren.

 

 

Artikel 8.2 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie op grond van deze paragraaf van de nadere regels kan worden aangevraagd door:

  • a.

    natuurlijke personen;

  • b.

    rechtspersonen, met uitzondering van overheidsorganen, scholen uitgezonderd;

  • c.

    een samenwerkingsverband van rechtspersonen;

  • d.

    een samenwerkingsverband van rechtspersonen en/of natuurlijke personen.

 

  • 2.

    Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, geen rechtspersoonlijkheid bezit:

  • a.

    wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer die als aanspreekpunt fungeert voor toekomstige correspondentie;

  • b.

    geschiedt de aanvraag met instemming van alle partners van dat samenwerkingsverband.

 

 

Artikel 8.3 Subsidievorm

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur verstrekt op grond van deze paragraaf van de nadere regels projectsubsidies.

  • 2.

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

 

 

Artikel 8.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    educatieve projecten;

  • b.

    innovatieve projecten.

 

 

Artikel 8.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 8.4 in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd binnen het beheergebied van het waterschap;

  • b.

    het project moet betrekking hebben op klimaatadaptatie;

  • c.

    het project moet passen bij de kerntaken van het waterschap;

  • d.

    in het geval van een educatief project moet worden voldaan aan de volgende nadere vereisten:

  • I.

    het project heeft een duidelijke doelstelling en kernboodschap;

  • II.

    het project richt zich op één of meerdere doelgroepen binnen het beheergebied van het waterschap;

  • III.

    het project heeft een toegevoegde waarde ten opzichte van andere educatieve activiteiten van het waterschap of van derden;

  • IV.

    het project is concreet en direct uitvoerbaar;

  • e.

    in het geval van een innovatief project moet worden voldaan aan de volgende nadere vereisten:

  • I.

    het project heeft een concrete innovatie ten doel;

  • II.

    het project kan de innovatie, dan wel een prototype, binnen 2 jaar opleveren;

  • III.

    de innovatie kan in potentie worden toegepast door het waterschap zelf, of indien van toepassing door een partner namens het waterschap, of deze kan in potentie door ingelanden van het waterschap toegepast gaan worden.

  • f.

    aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:

  • I.

    op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

  • II.

    een sluitende en realistische begroting;

  • III.

    in het geval van een fysieke installatie, werk, of iets dergelijks, een onderhouds- en beheerplan.

 

 

Artikel 8.6 Weigeringsgronden

Subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 12 van de ASV, geweigerd indien:

  • a.

    de subsidieaanvrager voor het project reeds subsidie ten laste van het waterschap heeft ontvangen;

  • b.

    de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie ten laste van de gemeente waarbinnen de activiteit plaatsvindt heeft ontvangen of kan ontvangen;

  • c.

    het project reeds is gestart vóór aanvraag van de subsidie;

  • d.

    de activiteit in strijd is met regels van of krachtens de waterschapsverordening;

  • e.

    het project voortvloeit uit een wettelijke verplichting;

  • f.

    het project behoort tot de reguliere projecten of werkzaamheden van de aanvrager;

  • g.

    de aanvrager een kenniscentrum of kennisinstelling is;

  • h.

    voor het project reeds subsidie is vertrekt op grond van deze subsidieparagraaf.

 

 

Artikel 8.7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 8.4, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    Alle kosten van het project;

  • b.

    Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager geldt dat het gehanteerde uurtarief toegepast wordt met een maximum van €50 per uur.

 

 

Artikel 8.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 8.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    personeelskosten van publiekrechtelijke rechtspersonen;

  • b.

    structurele loonkosten van de subsidieaanvrager;

  • c.

    kosten van rente, bankdiensten, financieringen, verzekeringspremies, gerechtelijke procedures, boetes en sancties;

  • d.

    kosten van regulier beheer en onderhoud;

  • e.

    kosten om te voldoen aan gangbare minimum kwaliteitseisen of wettelijke verplichtingen.

 

 

Artikel 8.9 Vereisten subsidieaanvraag

Om voor subsidie, als bedoeld in artikel 8.4, in aanmerking te komen, moet aan alle navolgende vereisten zijn voldaan:

  • a.

    de subsidieaanvraag is ingediend vóór de start van de uitvoering van het project;

  • b.

    Het project is bij de aanvraag in tijd afgebakend. Educatieprojecten worden afgerond binnen 1 jaar na de datum van subsidieverlening. Innovatieprojecten binnen 2 jaar na de datum van subsidieverlening.

 

 

Artikel 8.10 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld voor de activiteiten bedraagt 60% van de subsidiabele kosten tot een maximum van:

  • a.

    € 5.000, indien het een educatief project betreft;

  • b.

    € 10.000, indien het een innovatie project betreft.

 

Artikel 8.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft de verplichting om:

  • 1.

    Het project wordt afgerond binnen 1 jaar voor educatieprojecten, dan wel binnen 2 jaar voor innovatieprojecten, gerekend vanaf de datum van subsidieverlening;

  • 2.

    Desgevraagd aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en aan te tonen dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

  • a.

    een activiteitenverslag; en

  • b.

    een overzicht van de gemaakte kosten voorzien van facturen; en

  • c.

    foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; en

  • d.

    indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.

  • 3.

    De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen betrekking tot exposure van het project:

  • a.

    de subsidieontvanger verschaft inzicht in de resultaten en opzet van het project aan derden;

  • b.

    de subsidieontvanger draagt bij aan communicatie over het project.

 

 

Teruggave van verschuldigde leges

 

Artikel 9.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf van de nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    Leges: geheven rechten op grond van de geldende legesverordening van het waterschap.

 

 

Artikel 9.2 Doel

Deze regeling heeft als doel de stimulans die uitgaat van deze nadere regels te versterken door teruggave van verschuldigde leges die direct samenhangen met de uitvoering van de activiteit waarvoor subsidie wordt verleend.

 

Artikel 9.3 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie op grond van deze paragraaf van de nadere regels kan worden aangevraagd door:

  • a.

    natuurlijke personen;

  • b.

    rechtspersonen, met uitzondering van overheidsorganen;

  • c.

    een samenwerkingsverband van rechtspersonen;

  • d.

    een samenwerkingsverband van rechtspersonen en/of natuurlijke personen.

 

  • 2.

    Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, geen rechtspersoonlijkheid bezit:

  • a.

    wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer die als aanspreekpunt fungeert voor toekomstige correspondentie;

  • b.

    geschiedt de aanvraag met instemming van alle partners van dat samenwerkingsverband.

 

 

Artikel 9.3 Subsidievorm

Het Dagelijks Bestuur verstrekt op grond van deze paragraaf een subsidie in de vorm van een geldbedrag.

 

 

Artikel 9.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor de teruggave van betaalde leges.

 

 

Artikel 9.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 9.4 in aanmerking te komen geldt dat de leges zijn verschuldigd voor een vergunning of melding op grond van de Waterschapsverordening, die nodig is voor het uitvoeren van een activiteit waarvoor subsidie wordt verleend op grond van paragraaf 2 tot en met 8 van deze nadere regels.

 

 

Artikel 9.6 Weigeringsgronden

Subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 12 van de ASV, geweigerd indien de subsidie op grond van paragraaf 2 tot en met 8 van deze nadere regels wordt geweigerd.

 

 

Artikel 9.7 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal de hoogte van de vastgestelde leges.

 

 

 

Slotbepalingen

 

Artikel 10.1 Hardheidsclausule

Het dagelijks bestuur kan in gevallen waarin een activiteit plaatsvindt op de grens van meerdere deelgebieden van deze nadere regels, waardoor meerdere paragrafen van toepassing zijn, gelet op het belang van een aanvrager en met in achtneming van de bedoeling van de subsidie, artikelen van deze nadere regels buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

 

 

Artikel 10.2 Subsidieplafond en verdeelwijze

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur stelt een subsidieplafond vast per kalenderjaar.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur kan het plafond uit het eerste lid vaststellen als één plafond voor het geheel van deze nadere regels, dan wel een plafond vaststellen per paragraaf van deze nadere regels.

  • 3.

    Onverminderd het tweede lid geldt dat de teruggave van leges zoals bedoeld in paragraaf 9, voor rekening komt van het plafond van de paragraaf op grond waarvan de subsidie wordt verleend waarmee de leges samenhangen.

  • 4.

    Aanvragen worden afgehandeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen tot het subsidieplafond is bereikt.

 

 

Artikel 10.3 Overgangsbepaling

Daar waar in deze nadere regels voor de aanwijzing van deelgebieden verwezen wordt naar de beperkingengebieden in de Waterschapsverordening, maar vaststelling daarvan nog niet heeft plaatsgevonden, geldt dat zolang de aanwijzing in de Waterschapsverordening niet van kracht is, de digitale kaart behorende bij deze nadere regels in de plaats treden.

 

 

Artikel 10.4 Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking op de dag na bekendmaking.

 

 

Artikel 10.5 Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als ‘Nadere regels subsidie klimaatadaptieve maatregelen waterschap Brabantse Delta’.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 28 oktober 2025,

De dijkgraaf

B.J.J. Bengevoord

 

 

De secretaris-directeur

dr. A.F.M. Meuleman

 

 

 

Toelichting bij de ‘Nadere regels subsidie klimaatadaptieve maatregelen’

 

1 Algemene toelichting

In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR666825) is opgenomen (pagina 63) dat het waterschap een stimuleringsregeling voor klimaatadaptieve initiatieven gaat ontwikkelen. Er ligt een belangrijke relatie met ‘water en bodem sturend’, omdat klimaatadaptatie en ‘water en bodem sturend’ hand in hand gaan. In dat kader is het vastgestelde Handelingsperspectief water en bodem sturend (http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR720628) relevant omdat daarin uitgewerkt is hoe aangesloten wordt op de eigenschappen van het bodem- en watersysteem. De stimuleringsregeling die is uitgewerkt in deze nadere regels is één van de instrumenten die ingezet wordt door het waterschap om de beweging te maken naar een klimaatrobuust, water- en bodem georiënteerde regio richting 2050.

 

In het handelingsperspectief is als eerste uitgangspunt geformuleerd:

“Het functioneren van het bodem- en watersysteem staat centraal en daarbij worden op hoofdlijnen vier eenheden onderscheiden. Namelijk: ruggen, flanken, beekdalen en polders. Ieder met een eigen ontwikkelperspectief en eigen verdere doorvertaling naar maatregelen en acties.”

 

Dit is vertaald naar specifieke ontwikkelrichtingen per gebied, per systeemeenheid waaruit maatregelen volgen die nagestreefd worden. Kortheidshalve wordt naar het handelingsperspectief verwezen. Van belang is echter dat deze nadere regels, de logica van deze ontwikkelrichtingen per systeemeenheid volgt. Daarom richt deze zich op onderdelen heel specifiek op bepaalde maatregelen in bepaalde gebieden.

 

Omwille van helderheid en duidelijkheid en met het oog op het eenvoudig kunnen aanbrengen van aanpassingen in de toekomst, is er voor gekozen om niet te proberen alle variaties van regels in één set te vatten, maar om per watersysteemeenheid, en aparte paragraaf op te stellen. Deze lijken daardoor wel steeds in hoge mate op elkaar qua opbouw en basisregels.

 

 

Let op:

Voor het uitvoeren van activiteiten kan de aanvrager de instemming van aanliggende eigenaren of gebruikers nodig hebben. Dit is een privaatrechtelijke aangelegenheid tussen de aanvrager en zijn omgeving. Het waterschap is daar geen partij in en stelt overeenstemming met andere betrokkenen daarom niet als eis om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen. Dit is volledig de eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager zelf. Een toekenning van een subsidie geeft iemand geen recht om de rechten van anderen te schaden.

 

 

2 Artikelsgewijze toelichting

In dit gedeelte is een nadere toelichting per artikel opgenomen indien en voor zover dat relevant is.

 

 

§ 1 Inleidende bepalingen

 

Artikel 1.1 Algemene begripsbepalingen

In het algemeen geldt dat begrippen die volgen uit wetten, niet nader gedefinieerd worden, tenzij in deze nadere regels iets specifieks bedoeld wordt. Daarom is de opsomming niet alles omvattend.

 

Bebouwd gebied

Ten aanzien van de begripsbepaling bebouwd gebied geldt dat deze algemeen is omschreven. In het dagelijks spraakgebruik wordt dit vaak ‘bebouwde kom’ genoemd. Die term heeft echter een wettelijke lading die afwijkend kan zijn van hetgeen hier bedoeld wordt. Met de term bebouwd gebied worden in deze nadere regels alle bebouwingsconcentraties van steden tot aan gehuchten bedoeld. Indien er twijfel is of een locatie wel of niet binnen het bebouwd gebied valt, wordt uitgegaan van de aanduiding ‘Stedelijk gebied’ zoals deze in de Omgevingsverordening Noord-Brabant is vastgelegd, omdat die aanduiding richtinggevend is voor planologische afwegingen.

 

Deelgebieden

Delen van deze nadere regels zijn gebied specifiek toespitst op deelgebieden, polder, ruggen, flanken, beekdalen. Het is voor een aanvrager daarom noodzakelijk om te weten tot welk deelgebied de locatie behoord van een maatregel die de aanvrager wil nemen of genomen heeft. In de ideale situatie zijn deze deelgebieden aangewezen in de waterschapsverordening en sluiten deze nadere regels daarop aan. De praktijk is echter dat het aanwijzen van deze gebieden in de waterschapsverordening op het moment van vaststellen van deze nadere regels nog niet heeft plaatsgevonden. Het is juridisch niet mogelijk om vooruitlopend op een dergelijk besluit hierop al te anticiperen met een overgangsregeling. Om die reden wordt in de begripsbepaling verwezen naar een aparte kaart die als bijlage bij deze nadere regels is toegevoegd. Zodra aanwijzing van de deelgebieden in de waterschapsverordening heeft plaatsgevonden, worden deze nadere regels daarop aangepast.

 

Artikel 1.2 Toepasselijkheid Algemene subsidieverordening Waterschap Brabantse Delta

Dit is een standaardartikel die de verhouidng van de nadere regels ten opzichte van de ASV regelt.

 

Artikel 1.3 Doel nadere regels

Hierin staat het hoofddoel van deze nadere regels opgenomen.

 

 

§ 2 Klimaatadaptatieve maatregelen; algemeen geldende maatregelen

 

In deze nadere regels wordt een onderscheid gemaakt tussen generieke maatregelen en maatregelen specifiek voor deelgebieden. Hierbij wordt in de opbouw van de nadere regels geen verder onderscheid gemaakt tussen het landelijk gebied en de bebouwde omgeving omdat dit in de praktijk niet nodig blijkt te zijn.

 

Het waterschap beoogt met deze nadere regels zo veel mogelijk aan te sluiten bij verschillende doelgroepen die er zijn, om zo effectiever te kunnen zijn. Verder geldt dat juist in de bebouwde omgeving gemeenten al veel maatregelen met nadere regels ondersteunen. Het waterschap kiest er voor om via deze nadere regels andere maatregelen te stimuleren en zo aanvullend op het bestaande aanbod te zijn.

 

Artikel 2.1 Begripsbepalingen

Beschoeiing is geen wettelijke term, maar wel een algemeen gebruikelijke term. De term komt van oudsher veelvuldig in waterschapsverordeningen (voorheen keuren) in het hele land voor.

 

Artikel 2.2 Doelgroep

In het algemeen staan subsidies in deze nadere regels steeds open voor een brede doelgroep, toch is de doelgroep voor regenwateropvang beperkt. Dat is omdat deze nadere regel bedoeld is voor het verbeteren van bestaande situaties, omdat voor nieuwe bouwactiviteiten dit al onderdeel van de bouweisen aan het worden is (o.a. vanwege de landelijke ‘Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ van het Rijk) en voor bijv. projectontwikkelaars of woningbouwcoöperaties geldt dat prestatieafspraken hierover via de gemeente gemaakt worden.

 

De aanleg van een hemelwateropvang vergt het nodige werk. Dat maakt het voor een huurder van een woning niet interessant omdat deze de aanleg niet eenvoudig terug kan draaien bij het weer leeg opleveren van de huurwoning na beëindiging van de huur. Daarom richt deze nadere regel zich op eigenaren van een woning, al dan niet verenigd in een vereniging van eigenaren.

 

Artikel 2.3 Subsidievorm

-

Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten

 

Hemelwateropvang

Veel gemeenten stimuleren al afkoppelen van regenpijpen, ontstenen van tuinen en dergelijke, en ook de aanschaf van een regenton. Regentonnen hebben een beperkte aanschafprijs, maar ook slechts een beperkte opvangcapaciteit in de orde van grootte van enkele tientallen liters. Het waterschap wil echter grotere opvangmogelijkheden stimuleren, meer naar Vlaams model, in de orde van m3’s opvang. Deze vaak ondergronds aangebracht tanks beginnen bij een inhoud van 1 m3, oftewel 1.000 liter en kunnen daardoor voor meer hergebruiksdoeleinden gebruikt worden dan een regenton. Het waterschap legt de lat echter op minimaal 5 m3 inhoud en koppelt hier tevens een hergebruikverplichting als subsidievoorwaarden. Daar heeft het waterschap twee redenen voor. De eerste reden is dat hydrologisch gezien de opslag pas interessant wordt als dit om substantiële hoeveelheden gaat. De tweede reden is, dat zonder een

hergebruikverplichting het vat alleen voor tuinen gebruikt gaat worden en daarmee grote delen van het jaar (herfst, winter, vroege voorjaar) vol staat met water en daardoor geen opvang en besparing geeft. Het waterschap neemt hiermee mee dat er een nationale doelstelling is om ook het gemiddelde drinkwaterverbruik terug te dringen.

 

Beschoeiing

Beschoeiing is een constructie die waterkant beschermt tegen afkalven omdat dit de stabiliteit van de waterkant in gevaar brengen. Meestal zijn beschoeiingen van hout gemaakt (paaltje met planken er dwars achter) en steken meestal maar een klein stukje boven het water uit. Zodra het over grotere, hogere constructies gaat wordt eerder gesproken van damwanden of keerwanden.

 

Beschoeiingen worden vaak toegepast om er voor te zorgen dat een steile oever niet afkalft het water in. Normaal gesproken behoeft een oever geen extra ondersteuning, maar dat betekent dat de oever dan flauwer is en daardoor meer ruimte inneemt. Vanuit het oogpunt te streven naar een robuuster watersysteem is het echter wenselijk om zo min mogelijk beschoeiing toe te passen. Daarom wordt het verwijderen ervan in B- en C-wateren gestimuleerd. De voorwaarden die gesteld worden in artikel 2.5 zijn bedoeld om te garanderen dat de nieuwe situatie zonder beschoeiing inderdaad voldoende stabiel is en daarmee ook voldoende robuust.

 

Artikel 2.5 Subsidievereisten

De beschrijving van de hemelwateropvang is bewust ruimer opgeschreven om beter aan te sluiten bij mogelijke varianten in de praktijk. Het is immers niet altijd mogelijk om al het hemelwater vanaf het dak van de woning op te laten vangen, en tegelijkertijd is het niet wenselijk om bijvoorbeeld het opvangen van hemelwater van een terras uit te sluiten.

 

Artikel 2.6 Weigeringsgronden

Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen.

 

Artikel 2.7 Subsidiabele kosten

Zie de toelichting op artikel 2.8.

 

Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten

Voor de hemelwateropvang geldt dat het aanschaffen van de opvangtank niet alle kosten dekt. Die tank moet geplaatst worden, aangesloten, etc. Wat daarvoor nodig is varieert van geval tot geval en hangt ook af van de mate waarin een aanvrager doe-het-zelf toepast. Het meest eerlijke is om de aanschafkosten van de opvangtank te subsidiëren en alle extra onderdelen etc. die apart besteld moeten worden niet.

Het komt echter voor dat aanbieders van tanks al bepaalde onderdelen standaard meeleveren en deze zijn inbegrepen in de aanschafprijs. De nadere regels worden dan zo geïnterpreteerd dat basisonderdelen die al standaard meegeleverd worden in de basisprijs van de opvangtank, niet in mindering gebracht worden en wel meegenomen mogen worden in de subsidiabele kosten van aanschaf.

In verband met de hergebruikplicht is het noodzakelijk om een waterzuiveringssysteem aan te schaffen. Ook daarvoor zijn verschillende systemen in de handel voor particulier gebruik. Deze kosten kunnen dan ook apart voor subsidie in aanmerking komen. Echter ook hier geldt dat de kosten voor aanleg en leidingwerk afhankelijk zijn van keuzes die de aanvrager zelf maakt en daarom zijn deze niet subsidiabel.

 

De subsidiabele kosten voor het verwijderen van beschoeiing omvat al veel van de basiskosten die minimaal bij het verwijderen komen kijken. Toch geldt ook hier dat een deel van de kosten rondom de afwerking van de oever direct verband houden met keuzes die de aanvrager zelf mag maken. Zoals het aanbrengen van beplanting, wat duurder is dan graszoden, maar wellicht fraaier. Om die reden zijn dergelijke kosten niet subsidiabel.

 

Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag

De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden.

 

Artikel 2.10 Subsidiehoogte

De hoogte van deze bedragen is afgestemd op systemen die momenteel (2024-2025) in de handel zijn maar de bedragen zijn niet bedoeld om volledig kostendekkend te zijn.

 

Voor beschoeiing geldt verder dat de lengte is uitgedrukt in strekkende meter beschoeiing omdat er sprake kan zijn van beschoeiing aan één zijde van de watergang of aan beide zijden van de watergang. De vergoeding is gebaseerd op de kosten voor één zijde en zou daarom in gevallen van tweezijdige beschoeiing te laag zijn.

 

Artikel 2.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De verplichtingen betreffen voornamelijk de bewijslast om aan te tonen dat de hemelwateropvang is aangeschaft en is geplaatst, c.q. dat de wadi is aangelegd. Voor het bepalen van de hoogte van de subsidie is nodig een factuur waaruit blijkt dat de aanschaf heeft plaatsgevonden en tegen welke kosten dat is gebeurd. Voor het bewijzen dat aanleg heeft plaatsgevonden zijn onbewerkte foto’s vereist en wel van de aanleg, omdat de meeste opvangtanks ondergronds aangelegd worden dus daarop de plaatsing het beste aantoonbaar is.

 

Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel.

 

Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan.

 

Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een locatieschets waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, maar er moet wel duidelijk de ligging van de locatie en de locatie van de maatregel op te zien zijn.

 

Ten aanzien van het afvoeren van materialen geldt dat dit afhankelijk van het soort materiaal en het inzamelbeleid van de gemeente geld kost. Met de formulering ‘indien van toepassing’ wordt voorkomen dat in gevallen waar men geen kosten maakt, het niet op kunnen voeren van dergelijke kosten tot een weigeren van een subsidie zou leiden.

 

§ 3 Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied ruggen

 

 

Artikel 3.1 Begripsbepalingen

-

Artikel 3.2 Doelgroep

-

Artikel 3.3 Subsidievorm

-

 

Artikel 3.4 Subsidiabele activiteiten

 

Wadi op eigen terrein

Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo veel mogelijk schoon hemelwater weer te laten infiltreren. Het is gebruikelijk dat op wijkniveau te doen samen met gemeenten in afkoppelprojecten, maar in aanvulling daarop wil het waterschap ook particulieren de gelegenheid geven zelf op eigen terrein aan de slag te gaan.

 

Dempen van een watergang

Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo min mogelijk schoon hemelwater af te voeren.

 

Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot

Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo veel mogelijk schoon hemelwater weer te laten infiltreren in plaats van af te voeren. Een zaksloot heeft als voordeel boven dempen dat het nog wel hemelwater opvangt.

 

Artikel 3.5 Subsidievereisten

Algemeen

Activiteiten binnen beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen zijn uitgezonderd, omdat hier vanwege de bescherming van de waterkeringen specifieke regels gelden die soms het dempen van een watergang verhinderen. Bijvoorbeeld als de watergang juist een functie heeft om kwel af te vangen die anders de waterkering onstabiel zou kunnen maken.

 

Wadi op eigen terrein

De eisen die hier gesteld zijn, zijn bedoeld om de nadere regel vooral voor particulieren geschikt te maken en enkele minimale technische uitgangspunten mee te geven. De belangrijkste is dat de wadi overtollig water kwijt kan via een overloop en dat om overlast en correcte werking te borgen de bodem hoger ligt dan de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Wat de verwachtte GHG in de omgeving is, kan bijv. opgezocht worden via de kaartviewer van de nationale klimaateffectatlas (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/kaartviewer).

 

Dempen van een watergang

Er is een ondergrens gesteld omdat er sprake moet zijn van enig nuttig hydrologisch effect.

 

Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot

De meest eenvoudige en gebruikelijke manier om een zaksloot te maken is het aanbrengen van één of twee gronddammen waardoor een bestaande sloot afgesloten wordt. Dit vraagt een beperkt grondverzet. In plaats van een gronddam is het ook mogelijk om een drempel (stuwtje) te plaatsen. Het staat de aanvrager vrij om voor deze duurdere optie te kiezen. Voor het verlenen van de subsidie, wordt echter geen onderscheid gemaakt en gerekend met de kostprijs van een gronddam.

 

Artikel 3.6 Weigeringsgronden

Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen.

 

Artikel 3.7 Subsidiabele kosten

De aanleg van een wadi, het dempen van een sloot of het aanpassen van een watergang naar een zaksloot betekent in de praktijk dat er vooral grondverzet nodig is. De subsidie richt zich daarom om deze kosten. Voor zaksloten geldt dat het ook mogelijk is om te kiezen voor een drempel (stuwtje), maar er wordt geen onderscheid gemaakt tussen deze opties. Er wordt gerekend met een vaste kostprijs van een gronddam.

 

Artikel 3.8 Niet subsidiabele kosten

Voor een wadi geldt dat de kosten voor het grootste deel gevormd worden door het grondverzet. Dit wordt dan ook vergoed (zie 3.7). Verdere kosten zoals het leidingwerk zijn afhankelijk van keuzes die de aanvrager zelf maakt (bijv. over de plek van de wadi en de afstand tot de woning) en daarom zijn deze niet subsidiabel.

 

Artikel 3.9 Vereisten subsidieaanvraag

De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden.

 

Artikel 3.10 Subsidiehoogte

De hoogte van deze bedragen is afgestemd op kosten bij uitvoering door bijv. een loonwerkbedrijf (prijspeil 2025), maar zijn niet bedoeld om altijd volledig kostendekkend te zijn. De mate waarin een aanvrager kostendekkend kan zijn, hangt immers ook af van keuzes die de aanvrager zelf maakt.

 

Ten aanzien van de wadi geldt dat prijzen gangbaar uitgedrukt worden in een prijs per m3 grond. Maar de omvang van de wadi is gerelateerd aan het aangesloten oppervlak. Daarom zijn de prijzen hier omgerekend naar een prijs per m2 dakoppervlak.

 

Artikel 3.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Er is gekozen voor een lichte bewijslast. Hierbij geldt dat afhankelijk van de situatie het dempen van een watergang vergunningplichtig, of meldplichtig op grond van de waterschapsverordening kan zijn. Aangezien de activiteit niet in strijd met de regels bij of krachtens de waterschapsverordening mag zijn, wordt de aanvrager verplicht dit aan te tonen door het verwijzen naar het nummer van de vergunning, dan wel de gedane melding.

 

Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel.

 

Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan.

 

Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een situatietekening waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, zoals een blauwdruk, maar er moet duidelijk de ligging van de locatie en de exacte ligging van de maatregel of maatregelen op te zien zijn.

 

§ 4 Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied flanken

 

Artikel 4.1 Begripsbepalingen

-

Artikel 4.2 Doelgroep

-

Artikel 4.3 Subsidievorm

-

Artikel 4.4 Subsidiabele activiteiten

Dempen van een watergang

Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo min mogelijk schoon hemelwater af te voeren.

 

Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot

Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo veel mogelijk schoon hemelwater weer te laten infiltreren in plaats van af te voeren. Een zaksloot heeft als voordeel boven dempen dat het nog wel hemelwater opvangt.

 

Graven van een nieuwe zaksloot

Hiermee wordt hetzelfde beoogd als met het aanpassen ven een sloot tot zaksloot, met dat verschil dat het er hier niet om gaat om de huidige afvoer te stoppen en het water te laten infiltreren, maar om water ook niet langer via het oppervlak (of naar een riolering) af te laten lopen, maar ter plekke op te vangen en te laten infiltreren.

 

Artikel 4.5 Subsidievereisten

 

Algemeen

Activiteiten binnen beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen zijn uitgezonderd, omdat hier vanwege de bescherming van de waterkeringen specifieke regels gelden die soms het dempen van een watergang verhinderen. Bijvoorbeeld als de watergang juist een functie heeft om kwel af te vangen die anders de kering onstabiel zou kunnen maken.

 

Dempen van een watergang

Er is een ondergrens gesteld omdat er sprake moet zijn van enig nuttig hydrologisch effect.

 

Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot

De meest eenvoudige en gebruikelijke manier om een zaksloot te maken is het aanbrengen van één of twee gronddam waardoor een bestaande sloot afgesloten wordt. Dit vraagt een beperkt grondverzet. In plaats van een gronddam is het ook mogelijk om een drempel (stuwtje) te plaatsen. Het staat de aanvrager vrij om voor deze duurdere optie te kiezen. Voor het verlenen van de subsidie, wordt echter geen onderscheid gemaakt en gerekend met de kostprijs van een gronddam.

 

Graven van een nieuwe zaksloot

Er is een ondergrens gesteld omdat er sprake moet zijn van enig nuttig hydrologisch effect.

 

Artikel 4.6 Weigeringsgronden

Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen.

 

Artikel 4.7 Subsidiabele kosten

In de praktijk is er voor deze activiteiten vooral grondverzet nodig. De subsidie richt zich daarom om deze kosten. Voor zaksloten geldt dat het ook mogelijk is om te kiezen voor een drempel, maar er wordt geen onderscheid gemaakt tussen deze opties. Er wordt gerekend met een vaste kostprijs van een gronddam.

 

Artikel 4.8 Niet subsidiabele kosten

De kosten worden voor het grootste deel gevormd door grondverzet. Dit wordt dan ook vergoed (zie 4.7). Verdere kosten zoals het leidingwerk zijn afhankelijk van keuzes die de aanvrager zelf maakt en daarom zijn deze niet subsidiabel.

 

Artikel 4.9 Vereisten subsidieaanvraag

De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden.

 

Artikel 4.10 Subsidiehoogte

De hoogte van deze bedragen is afgestemd op kosten bij uitvoering door bijv. een loonwerkbedrijf (prijspeil 2025), maar zijn niet bedoeld om altijd volledig kostendekkend te zijn. De mate waarin een aanvrager kostendekkend kan zijn, hangt immers ook af van keuzes die de aanvrager zelf maakt.

 

Artikel 4.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Er is gekozen voor een lichte bewijslast. Hierbij geldt dat afhankelijk van de situatie een activiteit vergunningplichtig, of meldplichtig op grond van de waterschapsverordening kan zijn. Aangezien de activiteit niet in strijd met de regels bij of krachtens de waterschapsverordening mag zijn, wordt de aanvrager verplicht dit aan te tonen door het verwijzen naar het nummer van de vergunning, dan wel de gedane melding.

 

Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel.

 

Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan.

 

Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een situatietekening waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, zoals een blauwdruk, maar er moet duidelijk de ligging van de locatie en de exacte ligging van de maatregel of maatregelen op te zien zijn.

 

 

5 Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied beekdalen

 

 

Artikel 5.1 Begripsbepalingen

-

Artikel 5.2 Doelgroep

-

Artikel 5.3 Subsidievorm

-

Artikel 5.4 Subsidiabele activiteiten

Dempen van een watergang

Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo min mogelijk schoon hemelwater af te voeren.

 

Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot

Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo veel mogelijk schoon hemelwater weer te laten infiltreren in plaats van af te voeren. Een zaksloot heeft als voordeel boven dempen dat het nog wel hemelwater opvangt.

 

Artikel 5.5 Subsidievereisten

 

Algemeen

Activiteiten binnen beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen zijn uitgezonderd, omdat hier vanwege de bescherming van de waterkeringen specifieke regels gelden die soms het dempen van een watergang verhinderen. Bijvoorbeeld als de watergang juist een functie heeft om kwel af te vangen die anders de kering onstabiel zou kunnen maken.

 

Dempen van een watergang

Er is een ondergrens gesteld omdat er sprake moet zijn van enig nuttig hydrologisch effect.

 

Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot

De meest eenvoudige en gebruikelijke manier om een zaksloot te maken is het aanbrengen van één of twee gronddam waardoor een bestaande sloot afgesloten wordt. Dit vraagt een beperkt grondverzet. In plaats van een gronddam is het ook mogelijk om een drempel (stuwtje) te plaatsen. Het staat de aanvrager vrij om voor deze duurdere optie te kiezen. Voor het verlenen van de subsidie, wordt echter geen onderscheid gemaakt en gerekend met de kostprijs van een gronddam.

 

Artikel 5.6 Weigeringsgronden

Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen.

 

Artikel 5.7 Subsidiabele kosten

In de praktijk is er voor deze activiteiten vooral grondverzet nodig. De subsidie richt zich daarom om deze kosten. Voor zaksloten geldt dat het ook mogelijk is om te kiezen voor een drempel, maar er wordt geen onderscheid gemaakt tussen deze opties. Er wordt gerekend met een vaste kostprijs van een gronddam.

 

Artikel 5.8 Niet subsidiabele kosten

De kosten worden voor het grootste deel gevormd door grondverzet. Dit wordt dan ook vergoed (zie 5.7). Verdere kosten zoals het leidingwerk zijn afhankelijk van keuzes die de aanvrager zelf maakt en daarom zijn deze niet subsidiabel.

 

Artikel 5.9 Vereisten subsidieaanvraag

De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden.

 

Artikel 5.10 Subsidiehoogte

De hoogte van deze bedragen is afgestemd op kosten bij uitvoering door bijv. een loonwerkbedrijf (prijspeil 2025), maar zijn niet bedoeld om altijd volledig kostendekkend te zijn. De mate waarin een aanvrager kostendekkend kan zijn, hangt immers ook af van keuzes die de aanvrager zelf maakt.

 

Artikel 5.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Er is gekozen voor een lichte bewijslast. Hierbij geldt dat afhankelijk van de situatie een activiteit vergunningplichtig, of meldplichtig op grond van de waterschapsverordening kan zijn. Aangezien de activiteit niet in strijd met de regels bij of krachtens de waterschapsverordening mag zijn, wordt de aanvrager verplicht dit aan te tonen door het verwijzen naar het nummer van de vergunning, dan wel de gedane melding.

 

Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel.

 

Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan.

 

Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een situatietekening waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, zoals een blauwdruk, maar er moet duidelijk de ligging van de locatie en de exacte ligging van de maatregel of maatregelen op te zien zijn.

 

6 Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied polders

 

 

Artikel 6.1 Begripsbepalingen

-

Artikel 6.2 Doelgroep

-

Artikel 6.3 Subsidievorm

-

Artikel 6.4 Subsidiabele activiteiten

Met deze maatregelen wordt geoogd meer inhoud in peilvakken te verkrijgen om meer water te kunnen opvangen, aanvoeren, doorvoeren, vasthouden in tijden van te veel of te weinig water.

 

Artikel 6.5 Subsidievereisten

Activiteiten binnen beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen zijn uitgezonderd, omdat hier vanwege de bescherming van de waterkeringen specifieke regels gelden die soms het dempen van een watergang verhinderen. Bijvoorbeeld als de watergang juist een functie heeft om kwel af te vangen die anders de kering onstabiel zou kunnen maken.

 

Voor de activiteiten in deze paragraaf geldt dat deze vergunningplichtig zijn op grond van de waterschapsverordening. De activiteit moet voldoen aan de vereisten van de verleende vergunning. De vereisten die hier opgenomen zijn, zijn ter beoordeling of de activiteit voor subsidie in aanmerking komt.

 

Artikel 6.6 Weigeringsgronden

Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen.

 

Artikel 6.7 Subsidiabele kosten

In de praktijk is er voor deze activiteiten vooral grondverzet nodig. De subsidie richt zich daarom om deze kosten.

Artikel 6.8 Niet subsidiabele kosten

De kosten worden voor het grootste deel gevormd door grondverzet. Dit wordt dan ook vergoed (zie 6.7). Verdere kosten zoals het leidingwerk zijn afhankelijk van keuzes die de aanvrager zelf maakt en daarom zijn deze niet subsidiabel.

 

Artikel 6.9 Vereisten subsidieaanvraag

De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden.

 

Artikel 6.10 Subsidiehoogte

De hoogte van deze bedragen is afgestemd op kosten bij uitvoering door bijv. een loonwerkbedrijf (prijspeil 2025), maar zijn niet bedoeld om altijd volledig kostendekkend te zijn. De mate waarin een aanvrager kostendekkend kan zijn, hangt immers ook af van keuzes die de aanvrager zelf maakt.

 

Het is in de markt gebruikelijker om de kosten uit te drukken in een prijs per m3. De hoeveelheid grond die vrij komt hangt echter af van de breedte en taludflauwte waar een initiatiefnemer voor kiest. Het is voor een aanvrager ook niet altijd even makkelijk om te verantwoorden hoeveel m3 vrijgekomen is. Daarom is een omrekening gemaakt naar een bedrag per strekkende meter.

 

Artikel 6.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Er is gekozen voor een lichte bewijslast. Aangezien de activiteit niet in strijd met de regels bij of krachtens de waterschapsverordening mag zijn, en in deze paragraaf steeds een vergunning vereist is, wordt de aanvrager verplicht dit aan te tonen door het verwijzen naar het nummer van de vergunning.

 

Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel.

 

Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan.

 

Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een situatietekening waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, zoals een blauwdruk, maar er moet duidelijk de ligging van de locatie en de exacte ligging van de maatregel of maatregelen op te zien zijn.

 

7 Gereserveerd

Deze paragraaf is gereserveerd met het oog op een latere aanvulling van de nadere regels.

 

 

§ 8 Innovatieve en educatieve klimaatadaptatieve maatregelen

 

 

Artikel 8.1 Begripsbepalingen

Deze begrippen kennen geen wettelijke basis en er zijn in de praktijk verschillende interpretaties van. Daarom zijn deze specifiek gedefinieerd.

 

Artikel 8.2 Doelgroep

De doelgroep bestaat uit een brede groep van burgers, verenigingen, bedrijven etc. Overheidsinstanties hebben al andere regelingen of taken, en zijn daarom uitgezonderd. Behalve scholen omdat die juist bij uitstek op het vlak van educatie een belangrijke rol spelen.

 

Artikel 8.3 Subsidievorm

-

 

Artikel 8.4 Subsidiabele activiteiten

Het begrip klimaatadaptatie is in dit verband breed te interpreteren. Het omvat in beginsel alles dat betrekking heeft op het kennen van (gevolgen van) klimaatadapatie en het omgaan met gevolgen van klimaatadapatie. Het is natuurlijk wel zo dat er een relatie moet zijn met de wettelijke taken van het waterschap. Er moet een logisch en direct verband te leggen zijn tussen de voorgestelde activiteit en de taken van het waterschap om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen.

 

Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Voor educatieve projecten geldt dat deze in bepaalde gevallen ook via andere regelingen voor een subsidie in aanmerking kunnen komen zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966). In deze regeling gaat het om specifieke projecten die goed en concreet uitgewerkt zijn, specifieker van toepassing voor dit gebied, maar die niet onder een andere regeling vallen.

 

Artikel 8.5 Subsidievereisten

 

Educatief project

Beoogd wordt om zo concreet mogelijke initiatieven te ondersteunen en die duidelijk en direct een relatie met het werk van het waterschap te maken hebben. Dat betekent dat de basis zoals een uitgewerkte kernboodschap en projectuitwerking beschikbaar moet zijn.

 

Innovatie

Innovatie is een moeilijk vatbaar begrip. Het kan om een fysiek apparaat gaan, maar ook om een proces of werkwijze. Om die reden is de beschrijving redelijk algemeen. Tegelijkertijd is het waterschap geen instantie voor fundamenteel of toegepast onderzoek zoals een STOWA of TNO. De innovaties waar het hier om gaat zijn dan ook waarschijnlijk relatief eenvoudig en hebben een directe relatie met het waterschapswerk of het werkgebied van het waterschap. Om die reden wordt de oplevering van de innovatie, en anders minimaal een prototype, binnen 2 jaar verwacht en wordt geeïst dat de innovatie in potentie door het waterschap of een ander toegepast kan worden. Met de woorden ‘in potentie’ wordt gedoeld op het feit dat een idee voor een innovatie bij aanvang wellicht veelbelovend kan zijn, maar dat is geen garantie dat de innovatie uiteindelijk slaagt, laat staan daadwerkelijk toegepast gaat worden. Dat heeft ten dele ook te maken met factoren waar de aanvrager geen invloed op heeft. In het projectplan zal een aanvrager daarom wel aannemelijk moeten maken dat deze potentie er is en dat de potentie aannemelijk om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen.

 

 

Het waterschap (algemeen bestuur) stelt ook periodiek een innovatieagenda vast. Daar geeft het bestuur aan waar de accenten voor innovatie in het waterschap liggen. De innovatieagenda is weliswaar vooral bedoeld voor projecten van het waterschap zelf, maar geeft wel inzicht in de behoeften en prioriteiten van het waterschap in relatie tot innovatie bij het uitvoeren van de kerntaken. Om die reden wordt de innovatieagenda wel betrokken bij de afweging van subsidieaanvragen.

 

Artikel 8.6 Weigeringsgronden

-

 

Artikel 8.7 Subsidiabele kosten

Hier is aansluiting gezocht bij wat in soortgelijke regelingen elders gebruikelijk is.

 

Artikel 8.8 Niet subsidiabele kosten

-

 

Artikel 8.9 Vereisten subsidieaanvraag

De subsidies in deze paragraaf onderscheiden zich van de andere paragrafen in deze nadere regels, doordat deze niet in één keer toegekend worden. In de andere paragrafen zijn de maatregelen steeds duidelijk vooraf afgebakend en daardoor is toekenning van de subsidie achteraf in één keer goed mogelijk. De maatregelen in deze paragraaf zijn niet vooraf helemaal afgebakend. Dat is niet het karakter van dit soort maatregelen. Daarom vindt de subsidieverlening hier wel in de gebruikelijke twee stappen plaats. Eerst vraagt men subsidie aan en wordt deze verleend. Bij de aanvraag moet men een plan van aanpak indienen die voldoet aan de eisen, waaronder een tijdsplanning waarin aannemelijk is dat het project in de gestelde tijd afgerond kan worden. In het verleningsbesluit worden de subsidieverplichtingen opgelegd waaronder een verantwoordingsverplichting. Na afloop van het project wordt de subsidie pas definitief vastgesteld.

 

Wat betreft de gestelde termijnen geldt dat aansluiting is gezocht bij gebruikelijke termijnen voor dit soort subsidies bij waterschappen, dus dat een project na 1 jaar gereed moet zijn. Dit is voor educatieprojecten realistisch, maar voor innovatieprojecten is dat vaak te kort. Daarom is die termijn op 2 jaar gesteld. Daarbij in overweging genomen dat de innovaties die het waterschap hier stimuleert relatief eenvoudige innovaties zijn. In de meeste gevallen zullen dat incrementele innovaties (lees: een kleinschalige innovatie door iets nieuws toe te voegen aan iets bestaands) zijn, die niet een jarenlang onderzoekstraject vergen.

 

Artikel 8.10 Subsidiehoogte

De hoogte van de bedragen zijn afgestemd op het soort initiatieven die verwacht kunnen worden.

 

Artikel 8.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Er is gekozen voor een relatief lichte bewijslast die in verhouding staat tot het bedrag waarvoor subsidie verleend wordt. Specifiek vanwege het educatieve of innovatieve aspect van het project of activiteit waarvoor subsidie wordt verleend, is het logisch dat er ook verwacht wordt dat er bekendheid aan het project gegeven wordt en dat aan communicatie daarover meegewerkt wordt.

 

§ 9 Teruggave van verschuldigde leges

Voor sommige activiteiten in deze nadere regels geldt dat een melding gedaan moet worden of een vergunning moet worden aangevraagd op grond van de Waterschapsverordening. Daarvoor worden kosten in rekening gebracht: leges. Dat gebeurd op grond van de legesverordening van het waterschap. Het is niet wenselijk dat een aanvrager een subsidie krijgt voor een activiteit die het waterschap graag wil stimuleren, en de subsidie grotendeels opgaat aan leges. Tegelijkertijd kunnen leges niet worden kwijtgescholden. In deze nadere regels is daarom voorzien in een teruggaveregeling. Betaalde leges voor een verleende vergunning, kunnen worden teruggeven zodra een subsidie op grond van paragraaf 2 tot en met 8 wordt verleend. Deze teruggaveregeling geldt niet voor andere activiteiten buiten deze nadere regels, maar alleen voor gevallen waarin subsidie wordt verleend op grond van deze nadere regels. Om formele redenen moet een aanvrager wel zelf om teruggave vragen, maar deze drempel wordt zo laag mogelijk gehouden.

 

 

§ 10 Slotbepalingen

Artikel 10.1 Hardheidsclausule

De Algemene subsidieverordening bevat al een algemene hardheidsclausule. Deze hardheidsclausule is aanvullend hierop specifiek voor deze nadere regels geformuleerd met het oog op situaties waarin een activiteit plaatsvind op de grens van verschillende deelgebieden (paragrafen 3 tot en met 7). Deze grenzen zijn immers bepaald aan de hand van water- en bodemsysteemeigenschappen en niet kadastrale perceelsgrenzen. Een activiteit op een perceel kan dan onder meerdere paragrafen vallen waarbij bepalingen uit verschillende paragrafen mogelijk tegenstrijdig kunnen zijn in het concrete geval. Deze hardheidsclausule voorziet in een mogelijkheid om in dergelijke gevallen maatwerk te kunnen bieden, die recht doet aan de belangen van de aanvrager, maar ook aan de oorspronkelijke bedoeling van deze nadere regels.

 

Artikel 10.2 Subsidieplafond en verdeelwijze

Het Dagelijks Bestuur stelt een subsidieplafond vast per kalenderjaar. Dat gebeurt in een apart besluit, zodat het subsidieplafond voor deze nadere regels, in samenhang wordt vastgesteld met de subsidieplafonds van andere nadere regels. Het Dagelijks Bestuur heeft daarbij de keuze om een algemeen plafond voor de hele regel vast te stellen, of dit nader uit te splitsen per paragraaf.

 

Een bijzonderheid is de teruggave van leges. Dat hangt altijd samen met een subsidie de op grond van één van de voorgaande paragrafen wordt verleend. Het is niet logisch om bij het vaststellen van aparte plafonds per paragraaf voor de teruggave een apart plafond voor vast te stellen. Logisch is het om de teruggave van leges te koppelen aan de subsidie waar het om begonnen is, dus ook te bekostigen uit het plafond voor die subsidie.

 

Artikel 10.3 Overgangsbepaling

De nadere regels behoren idealiter volgend te zijn op de waterschapsverordening en aan te sluiten bij de vigerende begrenzing van de beperkingengebieden in de waterschapsverordening. Zo kan er geen strijdigheid tussen beide instrumenten ontstaan. Alleen lopen deze nadere regels vooruit op de aanpassing van de waterschapsverordening op dit punt. Deze bepaling regelt de tijdelijke situatie waarin er al wel aangesloten wordt op de gebiedsindeling, maar deze nog niet in de waterschapsverordening is opgenomen. Zodra de waterschapsverordening gewijzigd is, treden de tijdelijke kaarten bij deze nadere regels buiten werking. Met deze regeling wil het bestuur voorkomen dat het stimuleren van klimaatadaptatiemaatregelen moet wachten op een omvangrijke wijziging van de waterschapsverordening.

Bijlage 1 – kaart behorende bij Nadere regels subsidie klimaatadaptieve maatregelen

 

 

 

 

Naar boven