Waterschapsblad van Waterschap Brabantse Delta
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Brabantse Delta | Waterschapsblad 2025, 30726 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Brabantse Delta | Waterschapsblad 2025, 30726 | ander besluit van algemene strekking |
Nadere regels subsidie klimaatadaptieve maatregelen waterschap Brabantse Delta
Het dagelijks bestuur van Waterschap Brabantse Delta;
gelezen het ambtelijk advies over het definitief vaststellen stimuleringsregeling klimaatadaptatieve maatregelen van 28 oktober 2025 nummer 955100;
Gelet op de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Waterschap Brabantse Delta;
Vast te stellen de volgende ‘Nadere regels subsidie klimaatadaptieve maatregelen waterschap Brabantse Delta’
Artikel 1.1 Algemene begripsbepalingen
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
Artikel 1.2 Toepasselijkheid Algemene subsidieverordening Waterschap Brabantse Delta
De ASV is van toepassing op deze nadere regels, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.
Artikel 1.3 Doel nadere regels
Het stimuleren van klimaatadaptieve maatregelen en innovatieve en educatieve klimaatadaptatieve maatregelen.
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, moet aan alle navolgende vereisten zijn voldaan:
Artikel 2.7 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 2.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag
Om voor de subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, moet de aanvraag zijn ingediend binnen 6 maanden na de uitvoering van de activiteit.
Artikel 2.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger heeft de verplichting om:
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4 in aanmerking te komen, moet aan alle navolgende vereisten zijn voldaan:
Artikel 3.7 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 3.4, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
Artikel 3.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 3.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
Artikel 3.9 Vereisten subsidieaanvraag
Om voor subsidie, als bedoeld in artikel 3.4, in aanmerking te komen de subsidieaanvraag zijn ingediend binnen 6 maanden na de uitvoering van de activiteit.
Artikel 3.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger heeft de verplichting om:
Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied flanken
In deze paragraaf van de nadere regels wordt verstaan onder:
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4 in aanmerking te komen, moet aan alle navolgende vereisten zijn voldaan:
Artikel 4.7 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 4.4, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
Artikel 4.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 4.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
Artikel 4.9 Vereisten subsidieaanvraag
Om voor subsidie, als bedoeld in artikel 4.4, in aanmerking te komen, moet de subsidieaanvraag zijn ingediend binnen 6 maanden na de uitvoering van de activiteit.
Artikel 4.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger heeft de verplichting om:
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4 in aanmerking te komen, moet aan alle navolgende vereisten zijn voldaan:
Artikel 5.7 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 5.4, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
Artikel 5.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 5.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
Artikel 5.9 Vereisten subsidieaanvraag
Om voor subsidie, als bedoeld in artikel 5.4, in aanmerking te komen, moet de subsidieaanvraag zijn ingediend binnen 6 maanden na de uitvoering van de activiteit.
Artikel 5.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger heeft de verplichting om:
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 6.4 in aanmerking te komen, moet aan alle navolgende vereisten zijn voldaan:
Artikel 6.7 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 7.4, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
Artikel 6.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 6.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
Artikel 6.9 Vereisten subsidieaanvraag
Om voor subsidie, als bedoeld in artikel 5.4, in aanmerking te komen, moet de subsidieaanvraag zijn ingediend binnen 6 maanden na de uitvoering van de activiteit.
Artikel 6.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger heeft de verplichting om:
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 8.4 in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten:
Subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 12 van de ASV, geweigerd indien:
Artikel 8.7 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, bedoeld in artikel 8.4, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
Artikel 8.8 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 8.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
Artikel 8.9 Vereisten subsidieaanvraag
Om voor subsidie, als bedoeld in artikel 8.4, in aanmerking te komen, moet aan alle navolgende vereisten zijn voldaan:
De hoogte van de subsidie, bedoeld voor de activiteiten bedraagt 60% van de subsidiabele kosten tot een maximum van:
Artikel 8.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger heeft de verplichting om:
Deze regeling heeft als doel de stimulans die uitgaat van deze nadere regels te versterken door teruggave van verschuldigde leges die direct samenhangen met de uitvoering van de activiteit waarvoor subsidie wordt verleend.
Het Dagelijks Bestuur verstrekt op grond van deze paragraaf een subsidie in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 9.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de teruggave van betaalde leges.
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 9.4 in aanmerking te komen geldt dat de leges zijn verschuldigd voor een vergunning of melding op grond van de Waterschapsverordening, die nodig is voor het uitvoeren van een activiteit waarvoor subsidie wordt verleend op grond van paragraaf 2 tot en met 8 van deze nadere regels.
Subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 12 van de ASV, geweigerd indien de subsidie op grond van paragraaf 2 tot en met 8 van deze nadere regels wordt geweigerd.
Artikel 10.1 Hardheidsclausule
Het dagelijks bestuur kan in gevallen waarin een activiteit plaatsvindt op de grens van meerdere deelgebieden van deze nadere regels, waardoor meerdere paragrafen van toepassing zijn, gelet op het belang van een aanvrager en met in achtneming van de bedoeling van de subsidie, artikelen van deze nadere regels buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 10.3 Overgangsbepaling
Daar waar in deze nadere regels voor de aanwijzing van deelgebieden verwezen wordt naar de beperkingengebieden in de Waterschapsverordening, maar vaststelling daarvan nog niet heeft plaatsgevonden, geldt dat zolang de aanwijzing in de Waterschapsverordening niet van kracht is, de digitale kaart behorende bij deze nadere regels in de plaats treden.
Toelichting bij de ‘Nadere regels subsidie klimaatadaptieve maatregelen’
In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR666825) is opgenomen (pagina 63) dat het waterschap een stimuleringsregeling voor klimaatadaptieve initiatieven gaat ontwikkelen. Er ligt een belangrijke relatie met ‘water en bodem sturend’, omdat klimaatadaptatie en ‘water en bodem sturend’ hand in hand gaan. In dat kader is het vastgestelde Handelingsperspectief water en bodem sturend (http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR720628) relevant omdat daarin uitgewerkt is hoe aangesloten wordt op de eigenschappen van het bodem- en watersysteem. De stimuleringsregeling die is uitgewerkt in deze nadere regels is één van de instrumenten die ingezet wordt door het waterschap om de beweging te maken naar een klimaatrobuust, water- en bodem georiënteerde regio richting 2050.
In het handelingsperspectief is als eerste uitgangspunt geformuleerd:
“Het functioneren van het bodem- en watersysteem staat centraal en daarbij worden op hoofdlijnen vier eenheden onderscheiden. Namelijk: ruggen, flanken, beekdalen en polders. Ieder met een eigen ontwikkelperspectief en eigen verdere doorvertaling naar maatregelen en acties.”
Dit is vertaald naar specifieke ontwikkelrichtingen per gebied, per systeemeenheid waaruit maatregelen volgen die nagestreefd worden. Kortheidshalve wordt naar het handelingsperspectief verwezen. Van belang is echter dat deze nadere regels, de logica van deze ontwikkelrichtingen per systeemeenheid volgt. Daarom richt deze zich op onderdelen heel specifiek op bepaalde maatregelen in bepaalde gebieden.
Omwille van helderheid en duidelijkheid en met het oog op het eenvoudig kunnen aanbrengen van aanpassingen in de toekomst, is er voor gekozen om niet te proberen alle variaties van regels in één set te vatten, maar om per watersysteemeenheid, en aparte paragraaf op te stellen. Deze lijken daardoor wel steeds in hoge mate op elkaar qua opbouw en basisregels.
Voor het uitvoeren van activiteiten kan de aanvrager de instemming van aanliggende eigenaren of gebruikers nodig hebben. Dit is een privaatrechtelijke aangelegenheid tussen de aanvrager en zijn omgeving. Het waterschap is daar geen partij in en stelt overeenstemming met andere betrokkenen daarom niet als eis om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen. Dit is volledig de eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager zelf. Een toekenning van een subsidie geeft iemand geen recht om de rechten van anderen te schaden.
In dit gedeelte is een nadere toelichting per artikel opgenomen indien en voor zover dat relevant is.
Artikel 1.1 Algemene begripsbepalingen
In het algemeen geldt dat begrippen die volgen uit wetten, niet nader gedefinieerd worden, tenzij in deze nadere regels iets specifieks bedoeld wordt. Daarom is de opsomming niet alles omvattend.
Ten aanzien van de begripsbepaling bebouwd gebied geldt dat deze algemeen is omschreven. In het dagelijks spraakgebruik wordt dit vaak ‘bebouwde kom’ genoemd. Die term heeft echter een wettelijke lading die afwijkend kan zijn van hetgeen hier bedoeld wordt. Met de term bebouwd gebied worden in deze nadere regels alle bebouwingsconcentraties van steden tot aan gehuchten bedoeld. Indien er twijfel is of een locatie wel of niet binnen het bebouwd gebied valt, wordt uitgegaan van de aanduiding ‘Stedelijk gebied’ zoals deze in de Omgevingsverordening Noord-Brabant is vastgelegd, omdat die aanduiding richtinggevend is voor planologische afwegingen.
Delen van deze nadere regels zijn gebied specifiek toespitst op deelgebieden, polder, ruggen, flanken, beekdalen. Het is voor een aanvrager daarom noodzakelijk om te weten tot welk deelgebied de locatie behoord van een maatregel die de aanvrager wil nemen of genomen heeft. In de ideale situatie zijn deze deelgebieden aangewezen in de waterschapsverordening en sluiten deze nadere regels daarop aan. De praktijk is echter dat het aanwijzen van deze gebieden in de waterschapsverordening op het moment van vaststellen van deze nadere regels nog niet heeft plaatsgevonden. Het is juridisch niet mogelijk om vooruitlopend op een dergelijk besluit hierop al te anticiperen met een overgangsregeling. Om die reden wordt in de begripsbepaling verwezen naar een aparte kaart die als bijlage bij deze nadere regels is toegevoegd. Zodra aanwijzing van de deelgebieden in de waterschapsverordening heeft plaatsgevonden, worden deze nadere regels daarop aangepast.
Artikel 1.2 Toepasselijkheid Algemene subsidieverordening Waterschap Brabantse Delta
Dit is een standaardartikel die de verhouidng van de nadere regels ten opzichte van de ASV regelt.
Artikel 1.3 Doel nadere regels
Hierin staat het hoofddoel van deze nadere regels opgenomen.
§ 2 Klimaatadaptatieve maatregelen; algemeen geldende maatregelen
In deze nadere regels wordt een onderscheid gemaakt tussen generieke maatregelen en maatregelen specifiek voor deelgebieden. Hierbij wordt in de opbouw van de nadere regels geen verder onderscheid gemaakt tussen het landelijk gebied en de bebouwde omgeving omdat dit in de praktijk niet nodig blijkt te zijn.
Het waterschap beoogt met deze nadere regels zo veel mogelijk aan te sluiten bij verschillende doelgroepen die er zijn, om zo effectiever te kunnen zijn. Verder geldt dat juist in de bebouwde omgeving gemeenten al veel maatregelen met nadere regels ondersteunen. Het waterschap kiest er voor om via deze nadere regels andere maatregelen te stimuleren en zo aanvullend op het bestaande aanbod te zijn.
Beschoeiing is geen wettelijke term, maar wel een algemeen gebruikelijke term. De term komt van oudsher veelvuldig in waterschapsverordeningen (voorheen keuren) in het hele land voor.
In het algemeen staan subsidies in deze nadere regels steeds open voor een brede doelgroep, toch is de doelgroep voor regenwateropvang beperkt. Dat is omdat deze nadere regel bedoeld is voor het verbeteren van bestaande situaties, omdat voor nieuwe bouwactiviteiten dit al onderdeel van de bouweisen aan het worden is (o.a. vanwege de landelijke ‘Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ van het Rijk) en voor bijv. projectontwikkelaars of woningbouwcoöperaties geldt dat prestatieafspraken hierover via de gemeente gemaakt worden.
De aanleg van een hemelwateropvang vergt het nodige werk. Dat maakt het voor een huurder van een woning niet interessant omdat deze de aanleg niet eenvoudig terug kan draaien bij het weer leeg opleveren van de huurwoning na beëindiging van de huur. Daarom richt deze nadere regel zich op eigenaren van een woning, al dan niet verenigd in een vereniging van eigenaren.
Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten
Veel gemeenten stimuleren al afkoppelen van regenpijpen, ontstenen van tuinen en dergelijke, en ook de aanschaf van een regenton. Regentonnen hebben een beperkte aanschafprijs, maar ook slechts een beperkte opvangcapaciteit in de orde van grootte van enkele tientallen liters. Het waterschap wil echter grotere opvangmogelijkheden stimuleren, meer naar Vlaams model, in de orde van m3’s opvang. Deze vaak ondergronds aangebracht tanks beginnen bij een inhoud van 1 m3, oftewel 1.000 liter en kunnen daardoor voor meer hergebruiksdoeleinden gebruikt worden dan een regenton. Het waterschap legt de lat echter op minimaal 5 m3 inhoud en koppelt hier tevens een hergebruikverplichting als subsidievoorwaarden. Daar heeft het waterschap twee redenen voor. De eerste reden is dat hydrologisch gezien de opslag pas interessant wordt als dit om substantiële hoeveelheden gaat. De tweede reden is, dat zonder een
hergebruikverplichting het vat alleen voor tuinen gebruikt gaat worden en daarmee grote delen van het jaar (herfst, winter, vroege voorjaar) vol staat met water en daardoor geen opvang en besparing geeft. Het waterschap neemt hiermee mee dat er een nationale doelstelling is om ook het gemiddelde drinkwaterverbruik terug te dringen.
Beschoeiing is een constructie die waterkant beschermt tegen afkalven omdat dit de stabiliteit van de waterkant in gevaar brengen. Meestal zijn beschoeiingen van hout gemaakt (paaltje met planken er dwars achter) en steken meestal maar een klein stukje boven het water uit. Zodra het over grotere, hogere constructies gaat wordt eerder gesproken van damwanden of keerwanden.
Beschoeiingen worden vaak toegepast om er voor te zorgen dat een steile oever niet afkalft het water in. Normaal gesproken behoeft een oever geen extra ondersteuning, maar dat betekent dat de oever dan flauwer is en daardoor meer ruimte inneemt. Vanuit het oogpunt te streven naar een robuuster watersysteem is het echter wenselijk om zo min mogelijk beschoeiing toe te passen. Daarom wordt het verwijderen ervan in B- en C-wateren gestimuleerd. De voorwaarden die gesteld worden in artikel 2.5 zijn bedoeld om te garanderen dat de nieuwe situatie zonder beschoeiing inderdaad voldoende stabiel is en daarmee ook voldoende robuust.
De beschrijving van de hemelwateropvang is bewust ruimer opgeschreven om beter aan te sluiten bij mogelijke varianten in de praktijk. Het is immers niet altijd mogelijk om al het hemelwater vanaf het dak van de woning op te laten vangen, en tegelijkertijd is het niet wenselijk om bijvoorbeeld het opvangen van hemelwater van een terras uit te sluiten.
Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen.
Artikel 2.7 Subsidiabele kosten
Zie de toelichting op artikel 2.8.
Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten
Voor de hemelwateropvang geldt dat het aanschaffen van de opvangtank niet alle kosten dekt. Die tank moet geplaatst worden, aangesloten, etc. Wat daarvoor nodig is varieert van geval tot geval en hangt ook af van de mate waarin een aanvrager doe-het-zelf toepast. Het meest eerlijke is om de aanschafkosten van de opvangtank te subsidiëren en alle extra onderdelen etc. die apart besteld moeten worden niet.
Het komt echter voor dat aanbieders van tanks al bepaalde onderdelen standaard meeleveren en deze zijn inbegrepen in de aanschafprijs. De nadere regels worden dan zo geïnterpreteerd dat basisonderdelen die al standaard meegeleverd worden in de basisprijs van de opvangtank, niet in mindering gebracht worden en wel meegenomen mogen worden in de subsidiabele kosten van aanschaf.
In verband met de hergebruikplicht is het noodzakelijk om een waterzuiveringssysteem aan te schaffen. Ook daarvoor zijn verschillende systemen in de handel voor particulier gebruik. Deze kosten kunnen dan ook apart voor subsidie in aanmerking komen. Echter ook hier geldt dat de kosten voor aanleg en leidingwerk afhankelijk zijn van keuzes die de aanvrager zelf maakt en daarom zijn deze niet subsidiabel.
De subsidiabele kosten voor het verwijderen van beschoeiing omvat al veel van de basiskosten die minimaal bij het verwijderen komen kijken. Toch geldt ook hier dat een deel van de kosten rondom de afwerking van de oever direct verband houden met keuzes die de aanvrager zelf mag maken. Zoals het aanbrengen van beplanting, wat duurder is dan graszoden, maar wellicht fraaier. Om die reden zijn dergelijke kosten niet subsidiabel.
Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag
De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden.
De hoogte van deze bedragen is afgestemd op systemen die momenteel (2024-2025) in de handel zijn maar de bedragen zijn niet bedoeld om volledig kostendekkend te zijn.
Voor beschoeiing geldt verder dat de lengte is uitgedrukt in strekkende meter beschoeiing omdat er sprake kan zijn van beschoeiing aan één zijde van de watergang of aan beide zijden van de watergang. De vergoeding is gebaseerd op de kosten voor één zijde en zou daarom in gevallen van tweezijdige beschoeiing te laag zijn.
Artikel 2.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De verplichtingen betreffen voornamelijk de bewijslast om aan te tonen dat de hemelwateropvang is aangeschaft en is geplaatst, c.q. dat de wadi is aangelegd. Voor het bepalen van de hoogte van de subsidie is nodig een factuur waaruit blijkt dat de aanschaf heeft plaatsgevonden en tegen welke kosten dat is gebeurd. Voor het bewijzen dat aanleg heeft plaatsgevonden zijn onbewerkte foto’s vereist en wel van de aanleg, omdat de meeste opvangtanks ondergronds aangelegd worden dus daarop de plaatsing het beste aantoonbaar is.
Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel.
Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan.
Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een locatieschets waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, maar er moet wel duidelijk de ligging van de locatie en de locatie van de maatregel op te zien zijn.
Ten aanzien van het afvoeren van materialen geldt dat dit afhankelijk van het soort materiaal en het inzamelbeleid van de gemeente geld kost. Met de formulering ‘indien van toepassing’ wordt voorkomen dat in gevallen waar men geen kosten maakt, het niet op kunnen voeren van dergelijke kosten tot een weigeren van een subsidie zou leiden.
§ 3 Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied ruggen
Artikel 3.4 Subsidiabele activiteiten
Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo veel mogelijk schoon hemelwater weer te laten infiltreren. Het is gebruikelijk dat op wijkniveau te doen samen met gemeenten in afkoppelprojecten, maar in aanvulling daarop wil het waterschap ook particulieren de gelegenheid geven zelf op eigen terrein aan de slag te gaan.
Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo min mogelijk schoon hemelwater af te voeren.
Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot
Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo veel mogelijk schoon hemelwater weer te laten infiltreren in plaats van af te voeren. Een zaksloot heeft als voordeel boven dempen dat het nog wel hemelwater opvangt.
Activiteiten binnen beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen zijn uitgezonderd, omdat hier vanwege de bescherming van de waterkeringen specifieke regels gelden die soms het dempen van een watergang verhinderen. Bijvoorbeeld als de watergang juist een functie heeft om kwel af te vangen die anders de waterkering onstabiel zou kunnen maken.
De eisen die hier gesteld zijn, zijn bedoeld om de nadere regel vooral voor particulieren geschikt te maken en enkele minimale technische uitgangspunten mee te geven. De belangrijkste is dat de wadi overtollig water kwijt kan via een overloop en dat om overlast en correcte werking te borgen de bodem hoger ligt dan de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Wat de verwachtte GHG in de omgeving is, kan bijv. opgezocht worden via de kaartviewer van de nationale klimaateffectatlas (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/kaartviewer).
Er is een ondergrens gesteld omdat er sprake moet zijn van enig nuttig hydrologisch effect.
Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot
De meest eenvoudige en gebruikelijke manier om een zaksloot te maken is het aanbrengen van één of twee gronddammen waardoor een bestaande sloot afgesloten wordt. Dit vraagt een beperkt grondverzet. In plaats van een gronddam is het ook mogelijk om een drempel (stuwtje) te plaatsen. Het staat de aanvrager vrij om voor deze duurdere optie te kiezen. Voor het verlenen van de subsidie, wordt echter geen onderscheid gemaakt en gerekend met de kostprijs van een gronddam.
Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen.
Artikel 3.7 Subsidiabele kosten
De aanleg van een wadi, het dempen van een sloot of het aanpassen van een watergang naar een zaksloot betekent in de praktijk dat er vooral grondverzet nodig is. De subsidie richt zich daarom om deze kosten. Voor zaksloten geldt dat het ook mogelijk is om te kiezen voor een drempel (stuwtje), maar er wordt geen onderscheid gemaakt tussen deze opties. Er wordt gerekend met een vaste kostprijs van een gronddam.
Artikel 3.8 Niet subsidiabele kosten
Voor een wadi geldt dat de kosten voor het grootste deel gevormd worden door het grondverzet. Dit wordt dan ook vergoed (zie 3.7). Verdere kosten zoals het leidingwerk zijn afhankelijk van keuzes die de aanvrager zelf maakt (bijv. over de plek van de wadi en de afstand tot de woning) en daarom zijn deze niet subsidiabel.
Artikel 3.9 Vereisten subsidieaanvraag
De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden.
De hoogte van deze bedragen is afgestemd op kosten bij uitvoering door bijv. een loonwerkbedrijf (prijspeil 2025), maar zijn niet bedoeld om altijd volledig kostendekkend te zijn. De mate waarin een aanvrager kostendekkend kan zijn, hangt immers ook af van keuzes die de aanvrager zelf maakt.
Ten aanzien van de wadi geldt dat prijzen gangbaar uitgedrukt worden in een prijs per m3 grond. Maar de omvang van de wadi is gerelateerd aan het aangesloten oppervlak. Daarom zijn de prijzen hier omgerekend naar een prijs per m2 dakoppervlak.
Artikel 3.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Er is gekozen voor een lichte bewijslast. Hierbij geldt dat afhankelijk van de situatie het dempen van een watergang vergunningplichtig, of meldplichtig op grond van de waterschapsverordening kan zijn. Aangezien de activiteit niet in strijd met de regels bij of krachtens de waterschapsverordening mag zijn, wordt de aanvrager verplicht dit aan te tonen door het verwijzen naar het nummer van de vergunning, dan wel de gedane melding.
Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel.
Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan.
Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een situatietekening waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, zoals een blauwdruk, maar er moet duidelijk de ligging van de locatie en de exacte ligging van de maatregel of maatregelen op te zien zijn.
§ 4 Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied flanken
Artikel 4.4 Subsidiabele activiteiten
Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo min mogelijk schoon hemelwater af te voeren.
Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot
Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo veel mogelijk schoon hemelwater weer te laten infiltreren in plaats van af te voeren. Een zaksloot heeft als voordeel boven dempen dat het nog wel hemelwater opvangt.
Graven van een nieuwe zaksloot
Hiermee wordt hetzelfde beoogd als met het aanpassen ven een sloot tot zaksloot, met dat verschil dat het er hier niet om gaat om de huidige afvoer te stoppen en het water te laten infiltreren, maar om water ook niet langer via het oppervlak (of naar een riolering) af te laten lopen, maar ter plekke op te vangen en te laten infiltreren.
Activiteiten binnen beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen zijn uitgezonderd, omdat hier vanwege de bescherming van de waterkeringen specifieke regels gelden die soms het dempen van een watergang verhinderen. Bijvoorbeeld als de watergang juist een functie heeft om kwel af te vangen die anders de kering onstabiel zou kunnen maken.
Er is een ondergrens gesteld omdat er sprake moet zijn van enig nuttig hydrologisch effect.
Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot
De meest eenvoudige en gebruikelijke manier om een zaksloot te maken is het aanbrengen van één of twee gronddam waardoor een bestaande sloot afgesloten wordt. Dit vraagt een beperkt grondverzet. In plaats van een gronddam is het ook mogelijk om een drempel (stuwtje) te plaatsen. Het staat de aanvrager vrij om voor deze duurdere optie te kiezen. Voor het verlenen van de subsidie, wordt echter geen onderscheid gemaakt en gerekend met de kostprijs van een gronddam.
Graven van een nieuwe zaksloot
Er is een ondergrens gesteld omdat er sprake moet zijn van enig nuttig hydrologisch effect.
Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen.
Artikel 4.7 Subsidiabele kosten
In de praktijk is er voor deze activiteiten vooral grondverzet nodig. De subsidie richt zich daarom om deze kosten. Voor zaksloten geldt dat het ook mogelijk is om te kiezen voor een drempel, maar er wordt geen onderscheid gemaakt tussen deze opties. Er wordt gerekend met een vaste kostprijs van een gronddam.
Artikel 4.8 Niet subsidiabele kosten
De kosten worden voor het grootste deel gevormd door grondverzet. Dit wordt dan ook vergoed (zie 4.7). Verdere kosten zoals het leidingwerk zijn afhankelijk van keuzes die de aanvrager zelf maakt en daarom zijn deze niet subsidiabel.
Artikel 4.9 Vereisten subsidieaanvraag
De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden.
De hoogte van deze bedragen is afgestemd op kosten bij uitvoering door bijv. een loonwerkbedrijf (prijspeil 2025), maar zijn niet bedoeld om altijd volledig kostendekkend te zijn. De mate waarin een aanvrager kostendekkend kan zijn, hangt immers ook af van keuzes die de aanvrager zelf maakt.
Artikel 4.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Er is gekozen voor een lichte bewijslast. Hierbij geldt dat afhankelijk van de situatie een activiteit vergunningplichtig, of meldplichtig op grond van de waterschapsverordening kan zijn. Aangezien de activiteit niet in strijd met de regels bij of krachtens de waterschapsverordening mag zijn, wordt de aanvrager verplicht dit aan te tonen door het verwijzen naar het nummer van de vergunning, dan wel de gedane melding.
Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel.
Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan.
Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een situatietekening waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, zoals een blauwdruk, maar er moet duidelijk de ligging van de locatie en de exacte ligging van de maatregel of maatregelen op te zien zijn.
5 Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied beekdalen
Artikel 5.4 Subsidiabele activiteiten
Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo min mogelijk schoon hemelwater af te voeren.
Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot
Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo veel mogelijk schoon hemelwater weer te laten infiltreren in plaats van af te voeren. Een zaksloot heeft als voordeel boven dempen dat het nog wel hemelwater opvangt.
Activiteiten binnen beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen zijn uitgezonderd, omdat hier vanwege de bescherming van de waterkeringen specifieke regels gelden die soms het dempen van een watergang verhinderen. Bijvoorbeeld als de watergang juist een functie heeft om kwel af te vangen die anders de kering onstabiel zou kunnen maken.
Er is een ondergrens gesteld omdat er sprake moet zijn van enig nuttig hydrologisch effect.
Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot
De meest eenvoudige en gebruikelijke manier om een zaksloot te maken is het aanbrengen van één of twee gronddam waardoor een bestaande sloot afgesloten wordt. Dit vraagt een beperkt grondverzet. In plaats van een gronddam is het ook mogelijk om een drempel (stuwtje) te plaatsen. Het staat de aanvrager vrij om voor deze duurdere optie te kiezen. Voor het verlenen van de subsidie, wordt echter geen onderscheid gemaakt en gerekend met de kostprijs van een gronddam.
Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen.
Artikel 5.7 Subsidiabele kosten
In de praktijk is er voor deze activiteiten vooral grondverzet nodig. De subsidie richt zich daarom om deze kosten. Voor zaksloten geldt dat het ook mogelijk is om te kiezen voor een drempel, maar er wordt geen onderscheid gemaakt tussen deze opties. Er wordt gerekend met een vaste kostprijs van een gronddam.
Artikel 5.8 Niet subsidiabele kosten
De kosten worden voor het grootste deel gevormd door grondverzet. Dit wordt dan ook vergoed (zie 5.7). Verdere kosten zoals het leidingwerk zijn afhankelijk van keuzes die de aanvrager zelf maakt en daarom zijn deze niet subsidiabel.
Artikel 5.9 Vereisten subsidieaanvraag
De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden.
De hoogte van deze bedragen is afgestemd op kosten bij uitvoering door bijv. een loonwerkbedrijf (prijspeil 2025), maar zijn niet bedoeld om altijd volledig kostendekkend te zijn. De mate waarin een aanvrager kostendekkend kan zijn, hangt immers ook af van keuzes die de aanvrager zelf maakt.
Artikel 5.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Er is gekozen voor een lichte bewijslast. Hierbij geldt dat afhankelijk van de situatie een activiteit vergunningplichtig, of meldplichtig op grond van de waterschapsverordening kan zijn. Aangezien de activiteit niet in strijd met de regels bij of krachtens de waterschapsverordening mag zijn, wordt de aanvrager verplicht dit aan te tonen door het verwijzen naar het nummer van de vergunning, dan wel de gedane melding.
Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel.
Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan.
Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een situatietekening waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, zoals een blauwdruk, maar er moet duidelijk de ligging van de locatie en de exacte ligging van de maatregel of maatregelen op te zien zijn.
6 Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied polders
Artikel 6.4 Subsidiabele activiteiten
Met deze maatregelen wordt geoogd meer inhoud in peilvakken te verkrijgen om meer water te kunnen opvangen, aanvoeren, doorvoeren, vasthouden in tijden van te veel of te weinig water.
Activiteiten binnen beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen zijn uitgezonderd, omdat hier vanwege de bescherming van de waterkeringen specifieke regels gelden die soms het dempen van een watergang verhinderen. Bijvoorbeeld als de watergang juist een functie heeft om kwel af te vangen die anders de kering onstabiel zou kunnen maken.
Voor de activiteiten in deze paragraaf geldt dat deze vergunningplichtig zijn op grond van de waterschapsverordening. De activiteit moet voldoen aan de vereisten van de verleende vergunning. De vereisten die hier opgenomen zijn, zijn ter beoordeling of de activiteit voor subsidie in aanmerking komt.
Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen.
Artikel 6.7 Subsidiabele kosten
In de praktijk is er voor deze activiteiten vooral grondverzet nodig. De subsidie richt zich daarom om deze kosten.
Artikel 6.8 Niet subsidiabele kosten
De kosten worden voor het grootste deel gevormd door grondverzet. Dit wordt dan ook vergoed (zie 6.7). Verdere kosten zoals het leidingwerk zijn afhankelijk van keuzes die de aanvrager zelf maakt en daarom zijn deze niet subsidiabel.
Artikel 6.9 Vereisten subsidieaanvraag
De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden.
De hoogte van deze bedragen is afgestemd op kosten bij uitvoering door bijv. een loonwerkbedrijf (prijspeil 2025), maar zijn niet bedoeld om altijd volledig kostendekkend te zijn. De mate waarin een aanvrager kostendekkend kan zijn, hangt immers ook af van keuzes die de aanvrager zelf maakt.
Het is in de markt gebruikelijker om de kosten uit te drukken in een prijs per m3. De hoeveelheid grond die vrij komt hangt echter af van de breedte en taludflauwte waar een initiatiefnemer voor kiest. Het is voor een aanvrager ook niet altijd even makkelijk om te verantwoorden hoeveel m3 vrijgekomen is. Daarom is een omrekening gemaakt naar een bedrag per strekkende meter.
Artikel 6.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Er is gekozen voor een lichte bewijslast. Aangezien de activiteit niet in strijd met de regels bij of krachtens de waterschapsverordening mag zijn, en in deze paragraaf steeds een vergunning vereist is, wordt de aanvrager verplicht dit aan te tonen door het verwijzen naar het nummer van de vergunning.
Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel.
Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan.
Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een situatietekening waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, zoals een blauwdruk, maar er moet duidelijk de ligging van de locatie en de exacte ligging van de maatregel of maatregelen op te zien zijn.
Deze paragraaf is gereserveerd met het oog op een latere aanvulling van de nadere regels.
§ 8 Innovatieve en educatieve klimaatadaptatieve maatregelen
Deze begrippen kennen geen wettelijke basis en er zijn in de praktijk verschillende interpretaties van. Daarom zijn deze specifiek gedefinieerd.
De doelgroep bestaat uit een brede groep van burgers, verenigingen, bedrijven etc. Overheidsinstanties hebben al andere regelingen of taken, en zijn daarom uitgezonderd. Behalve scholen omdat die juist bij uitstek op het vlak van educatie een belangrijke rol spelen.
Artikel 8.4 Subsidiabele activiteiten
Het begrip klimaatadaptatie is in dit verband breed te interpreteren. Het omvat in beginsel alles dat betrekking heeft op het kennen van (gevolgen van) klimaatadapatie en het omgaan met gevolgen van klimaatadapatie. Het is natuurlijk wel zo dat er een relatie moet zijn met de wettelijke taken van het waterschap. Er moet een logisch en direct verband te leggen zijn tussen de voorgestelde activiteit en de taken van het waterschap om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen.
Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Voor educatieve projecten geldt dat deze in bepaalde gevallen ook via andere regelingen voor een subsidie in aanmerking kunnen komen zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966). In deze regeling gaat het om specifieke projecten die goed en concreet uitgewerkt zijn, specifieker van toepassing voor dit gebied, maar die niet onder een andere regeling vallen.
Beoogd wordt om zo concreet mogelijke initiatieven te ondersteunen en die duidelijk en direct een relatie met het werk van het waterschap te maken hebben. Dat betekent dat de basis zoals een uitgewerkte kernboodschap en projectuitwerking beschikbaar moet zijn.
Innovatie is een moeilijk vatbaar begrip. Het kan om een fysiek apparaat gaan, maar ook om een proces of werkwijze. Om die reden is de beschrijving redelijk algemeen. Tegelijkertijd is het waterschap geen instantie voor fundamenteel of toegepast onderzoek zoals een STOWA of TNO. De innovaties waar het hier om gaat zijn dan ook waarschijnlijk relatief eenvoudig en hebben een directe relatie met het waterschapswerk of het werkgebied van het waterschap. Om die reden wordt de oplevering van de innovatie, en anders minimaal een prototype, binnen 2 jaar verwacht en wordt geeïst dat de innovatie in potentie door het waterschap of een ander toegepast kan worden. Met de woorden ‘in potentie’ wordt gedoeld op het feit dat een idee voor een innovatie bij aanvang wellicht veelbelovend kan zijn, maar dat is geen garantie dat de innovatie uiteindelijk slaagt, laat staan daadwerkelijk toegepast gaat worden. Dat heeft ten dele ook te maken met factoren waar de aanvrager geen invloed op heeft. In het projectplan zal een aanvrager daarom wel aannemelijk moeten maken dat deze potentie er is en dat de potentie aannemelijk om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen.
Het waterschap (algemeen bestuur) stelt ook periodiek een innovatieagenda vast. Daar geeft het bestuur aan waar de accenten voor innovatie in het waterschap liggen. De innovatieagenda is weliswaar vooral bedoeld voor projecten van het waterschap zelf, maar geeft wel inzicht in de behoeften en prioriteiten van het waterschap in relatie tot innovatie bij het uitvoeren van de kerntaken. Om die reden wordt de innovatieagenda wel betrokken bij de afweging van subsidieaanvragen.
Artikel 8.7 Subsidiabele kosten
Hier is aansluiting gezocht bij wat in soortgelijke regelingen elders gebruikelijk is.
Artikel 8.8 Niet subsidiabele kosten
Artikel 8.9 Vereisten subsidieaanvraag
De subsidies in deze paragraaf onderscheiden zich van de andere paragrafen in deze nadere regels, doordat deze niet in één keer toegekend worden. In de andere paragrafen zijn de maatregelen steeds duidelijk vooraf afgebakend en daardoor is toekenning van de subsidie achteraf in één keer goed mogelijk. De maatregelen in deze paragraaf zijn niet vooraf helemaal afgebakend. Dat is niet het karakter van dit soort maatregelen. Daarom vindt de subsidieverlening hier wel in de gebruikelijke twee stappen plaats. Eerst vraagt men subsidie aan en wordt deze verleend. Bij de aanvraag moet men een plan van aanpak indienen die voldoet aan de eisen, waaronder een tijdsplanning waarin aannemelijk is dat het project in de gestelde tijd afgerond kan worden. In het verleningsbesluit worden de subsidieverplichtingen opgelegd waaronder een verantwoordingsverplichting. Na afloop van het project wordt de subsidie pas definitief vastgesteld.
Wat betreft de gestelde termijnen geldt dat aansluiting is gezocht bij gebruikelijke termijnen voor dit soort subsidies bij waterschappen, dus dat een project na 1 jaar gereed moet zijn. Dit is voor educatieprojecten realistisch, maar voor innovatieprojecten is dat vaak te kort. Daarom is die termijn op 2 jaar gesteld. Daarbij in overweging genomen dat de innovaties die het waterschap hier stimuleert relatief eenvoudige innovaties zijn. In de meeste gevallen zullen dat incrementele innovaties (lees: een kleinschalige innovatie door iets nieuws toe te voegen aan iets bestaands) zijn, die niet een jarenlang onderzoekstraject vergen.
De hoogte van de bedragen zijn afgestemd op het soort initiatieven die verwacht kunnen worden.
Artikel 8.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Er is gekozen voor een relatief lichte bewijslast die in verhouding staat tot het bedrag waarvoor subsidie verleend wordt. Specifiek vanwege het educatieve of innovatieve aspect van het project of activiteit waarvoor subsidie wordt verleend, is het logisch dat er ook verwacht wordt dat er bekendheid aan het project gegeven wordt en dat aan communicatie daarover meegewerkt wordt.
§ 9 Teruggave van verschuldigde leges
Voor sommige activiteiten in deze nadere regels geldt dat een melding gedaan moet worden of een vergunning moet worden aangevraagd op grond van de Waterschapsverordening. Daarvoor worden kosten in rekening gebracht: leges. Dat gebeurd op grond van de legesverordening van het waterschap. Het is niet wenselijk dat een aanvrager een subsidie krijgt voor een activiteit die het waterschap graag wil stimuleren, en de subsidie grotendeels opgaat aan leges. Tegelijkertijd kunnen leges niet worden kwijtgescholden. In deze nadere regels is daarom voorzien in een teruggaveregeling. Betaalde leges voor een verleende vergunning, kunnen worden teruggeven zodra een subsidie op grond van paragraaf 2 tot en met 8 wordt verleend. Deze teruggaveregeling geldt niet voor andere activiteiten buiten deze nadere regels, maar alleen voor gevallen waarin subsidie wordt verleend op grond van deze nadere regels. Om formele redenen moet een aanvrager wel zelf om teruggave vragen, maar deze drempel wordt zo laag mogelijk gehouden.
Artikel 10.1 Hardheidsclausule
De Algemene subsidieverordening bevat al een algemene hardheidsclausule. Deze hardheidsclausule is aanvullend hierop specifiek voor deze nadere regels geformuleerd met het oog op situaties waarin een activiteit plaatsvind op de grens van verschillende deelgebieden (paragrafen 3 tot en met 7). Deze grenzen zijn immers bepaald aan de hand van water- en bodemsysteemeigenschappen en niet kadastrale perceelsgrenzen. Een activiteit op een perceel kan dan onder meerdere paragrafen vallen waarbij bepalingen uit verschillende paragrafen mogelijk tegenstrijdig kunnen zijn in het concrete geval. Deze hardheidsclausule voorziet in een mogelijkheid om in dergelijke gevallen maatwerk te kunnen bieden, die recht doet aan de belangen van de aanvrager, maar ook aan de oorspronkelijke bedoeling van deze nadere regels.
Artikel 10.2 Subsidieplafond en verdeelwijze
Het Dagelijks Bestuur stelt een subsidieplafond vast per kalenderjaar. Dat gebeurt in een apart besluit, zodat het subsidieplafond voor deze nadere regels, in samenhang wordt vastgesteld met de subsidieplafonds van andere nadere regels. Het Dagelijks Bestuur heeft daarbij de keuze om een algemeen plafond voor de hele regel vast te stellen, of dit nader uit te splitsen per paragraaf.
Een bijzonderheid is de teruggave van leges. Dat hangt altijd samen met een subsidie de op grond van één van de voorgaande paragrafen wordt verleend. Het is niet logisch om bij het vaststellen van aparte plafonds per paragraaf voor de teruggave een apart plafond voor vast te stellen. Logisch is het om de teruggave van leges te koppelen aan de subsidie waar het om begonnen is, dus ook te bekostigen uit het plafond voor die subsidie.
Artikel 10.3 Overgangsbepaling
De nadere regels behoren idealiter volgend te zijn op de waterschapsverordening en aan te sluiten bij de vigerende begrenzing van de beperkingengebieden in de waterschapsverordening. Zo kan er geen strijdigheid tussen beide instrumenten ontstaan. Alleen lopen deze nadere regels vooruit op de aanpassing van de waterschapsverordening op dit punt. Deze bepaling regelt de tijdelijke situatie waarin er al wel aangesloten wordt op de gebiedsindeling, maar deze nog niet in de waterschapsverordening is opgenomen. Zodra de waterschapsverordening gewijzigd is, treden de tijdelijke kaarten bij deze nadere regels buiten werking. Met deze regeling wil het bestuur voorkomen dat het stimuleren van klimaatadaptatiemaatregelen moet wachten op een omvangrijke wijziging van de waterschapsverordening.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2025-30726.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.