Toelichting bij de Legesverordening Schieland en de Krimpenerwaard 2026
Deze toelichting bestaat uit een algemeen deel, een artikelsgewijze toelichting bij de verordening en een toelichting bij de tarieventabel.
Algemeen
Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard mag leges heffen op grond van de artikelen 110, 113 en 115 lid 1, aanhef en onderdeel b en c Waterschapswet en artikel 13.1a lid 1 en lid 3 Omgevingswet.
Leges zijn waterschapsbelastingen. Door middel van het heffen van leges verhaalt het hoogheemraadschap de kosten van de dienstverlening op degene die daar belang bij heeft. De tarieven van de dienstverlening moeten vooraf, in een legesverordening, kenbaar zijn.
Het hoogheemraadschap verleent omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten op grond van de Omgevingswet en de waterschapsverordening. Daarnaast verleent het hoogheemraadschap ontheffingen voor het bijzonder gebruik van wegen op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, op grond van de onderhoudsverordening en, de Scheepvaartsverkeerswet Verder verleent het hoogheemraadschap nog enkele andere diensten waarvoor ook leges worden geheven.
Artikel 115 lid 1, onderdeel b Waterschapswet biedt de mogelijkheid om rechten te heffen voor het verlenen van individuele diensten. Artikel 115 lid 1, onderdeel c van de Waterschapswet biedt de mogelijkheid rechten te heffen voor het behandelen van verzoeken tot het verlenen van vergunningen of ontheffingen. Artikel 13.1a lid 1 en lid 3 Omgevingswet biedt een specifieke wettelijke grondslag voor het in behandeling nemen van aanvragen om omgevingsvergunningen, of het aanvragen om wijziging of intrekking van omgevingsvergunningen.
In de tarieventabel bij deze verordening is aangegeven voor welke diensten en voor het behandelen van welke aanvragen het hoogheemraadschap leges heft. Legesheffing is niet mogelijk voor het verlenen of wijzigen van een vergunning zonder dat daar een aanvraag aan ten grondslag ligt. In die gevallen waarin ambtshalve vergunningen worden verleend of gewijzigd kunnen dus geen leges worden geheven. Legesheffing is onafhankelijk van het resultaat van de behandeling, dus bijvoorbeeld in het geval de vergunning wordt geweigerd, zijn ook leges verschuldigd.
Voor de leges geldt op grond van artikel 115 lid 3 Waterschapswet dat ze maximaal kostendekkend mogen zijn. De tariefberekening moet een relatie hebben met de kosten die het hoogheemraadschap voor de dienstverlening maakt. Er hoeft echter geen rechtstreeks verband te bestaan tussen de hoogte van de leges die in een individueel geval worden geheven en de kosten die de overheid in dit individuele geval heeft moeten maken. De eis in artikel 115 lid 3 Waterschapswet dat de leges maximaal kostendekkend mogen zijn, wordt beoordeeld op het niveau van de gehele verordening en niet voor elk tarief afzonderlijk. Kruissubsidiëring tussen de verschillende tarieven is dus mogelijk.
Via de leges kunnen de lasten worden verhaald die zijn verbonden aan het behandelen van aanvragen om vergunningen en ontheffingen en andere diensten die het hoogheemraadschap verricht. Die lasten kunnen bestaan uit directe en indirecte kosten.
Directe kosten zijn kosten die rechtstreeks samenhangen met de door het hoogheemraadschap verrichte dienstverlening zoals loonkosten voor de dienstverlenende activiteiten zelf, kapitaallasten en materiële kosten. Indirecte kosten zijn kosten die niet rechtstreeks samenhangen met de door het hoogheemraadschap verrichte dienstverlening, maar die wel in enig verband staan met die specifieke dienstverlening. Hierbij valt te denken aan de, ook wel als overhead aangeduide, kosten van secretariële ondersteuning of management, huisvestings- en werkplekkosten, kosten van ICT, organisatie, financiën, administratie, communicatie, voor zover in enig verband staand met de dienstverlening.
Kosten die niet verhaald mogen worden via de leges (verboden kosten) zijn de kosten voor beleidsvoorbereiding, kosten van handhaving, toezicht en controle (behoudens de kosten van eerste controle) en de kosten van inspraak-, bezwaar- en beroepsprocedures.
Op grond van artikel 111 Waterschapswet moet de belastingverordening in de daartoe leidende gevallen de volgende elementen bevatten:
- 1.
- 2.
het voorwerp van de belasting;
- 3.
- 4.
- 5.
- 6.
het tijdstip van ingang van de heffing;
- 7.
de datum van inwerkingtreding.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Definities
In artikel 1 staan de definities van de begrippen die in deze verordening zijn opgenomen. Dit artikel geeft uitleg over wat precies verstaan moet worden onder bepaalde begrippen in de verordening en de tarieventabel.
Artikel 2 waarvoor leges heffen?
Het hoogheemraadschap heft leges voor het in behandeling nemen van aanvragen tot het verlenen van omgevingsvergunningen voor activiteiten op grond van de Omgevingswet en de waterschapsverordening, ontheffingen voor het bijzonder gebruik van wegen op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens en andere vormen van dienstverlening. Ook aanvragen voor het inhoudelijk wijzigen of intrekken van vergunningen en ontheffingen vallen hier onder.
De uitwerking hiervan vindt plaats in de tarieventabel die bij de verordening hoort.
De verschuldigdheid van de leges geldt bij het in behandeling nemen van de aanvraag en niet voor de afgifte van de ontheffing of vergunning.
Artikel 3 wie moet leges betalen?
Dit artikel bevat de aanwijzing van de belastingplichtige. Dit is de aanvrager van de vergunning of ontheffing of degene voor wie de vergunning of ontheffing is aangevraagd.
In de praktijk zal in beginsel de aanslag leges aan de vergunning- of ontheffinghouder worden verzonden, omdat dit veelal de aanvrager is en degene is die als belanghebbende bij de dienst kan worden aangemerkt.
Indien de aanvrager van de vergunning of ontheffing een ander is dan de vergunning- of ontheffinghouder en deze expliciet in de aanvraag heeft aangegeven dat de aanslag leges moet worden verzonden aan hem, dan zal de aanslag leges worden verzonden aan de aanvrager.
Artikel 4 hoe hoog zijn de leges?
Lid 1 bevat de aanwijzing van de heffingsmaatstaf en het tarief. Voor een toelichting hierbij wordt verwezen naar de toelichting bij de tarieventabel.
Lid 2 regelt dat bij de berekening van het legesbedrag een gedeelte van een eenheid als een volle eenheid wordt aangemerkt (bijvoorbeeld bij 3,5 ha wordt gerekend met 4 ha).
Lid 3 regelt dat indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen één jaar wordt ingediend na een conceptverzoek dat ziet op hetzelfde werk, 50% van de leges voor het conceptverzoek in mindering wordt gebracht.
Artikel 5 de aanslag
Op grond van artikel 125 Waterschapswet kunnen de leges worden geheven ‘bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze’. In dit artikel is gekozen om de leges door middel van een aanslag te heffen.
De aanslag bevat een dagtekening. De dagtekening is onder meer van belang voor de termijn van zes weken, waarbinnen bezwaar kan worden gemaakt tegen de verschuldigdheid van de leges en voor de start van de betalingstermijn.
Artikel 6 wanneer moeten de leges worden betaald?
De leges moeten worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. Dit is in afwijking van de wettelijke betalingstermijn van 6 weken van artikel 9 lid 1 Invorderingswet. Ook als er bezwaar wordt gemaakt, moeten de leges tijdig worden betaald.
De Algemene termijnenwet is buiten toepassing verklaard. Dit voorkomt dat als de laatste dag voor de betaling een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is, de laatste betaaldag doorschuift naar de eerstvolgende werkdag.
Artikel 7 vrijstellingen
In dit artikel worden de vrijstellingen van de legesheffing geregeld. Er worden geen leges in rekening gebracht voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning of ontheffing als de activiteit door het hoogheemraadschap zelf of in opdracht van het hoogheemraadschap wordt verricht. Hiervoor geldt een uitzondering voor aanvragen voor projecten waarbij het hoogheemraadschap subsidie ontvangt voor de uit te voeren werkzaamheden en het gevraagde legesbedrag niet hoger is dan deze subsidie.
Ook worden er geen leges geheven als de aanvraag een vergunning betreft voor een ideële instelling die activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard ten doel heeft. Vaak zijn deze organisaties afhankelijk van giften en donaties. Uit oogpunt van maatschappelijke verantwoordelijkheid heft het hoogheemraadschap dan geen leges.
Daarnaast worden geen leges geheven als er voor de activiteiten waarvoor de aanvraag gedaan is, ook subsidie wordt verleend. Het heffen van leges zou dan ten koste gaan van de verleende subsidie. Door in deze gevallen vrijstelling te verlenen wordt voorkomen dat de subsidieregeling minder effect heeft.
Artikel 8 teruggaaf
Op grond van artikel 132 Waterschapswet kan in de belastingverordening worden bepaald in welke gevallen iemand een aanvraag kan indienen voor de teruggaaf van leges.
In dit artikel is bepaald dat indien een vergunning of ontheffing wordt vernietigd in het kader van een bezwaar- of beroepsprocedure, de leges op aanvraag worden terugbetaald. Er wordt echter geen teruggaaf verleend indien de rechtsgevolgen in stand blijven, indien de rechter een vervangende uitspraak doet of het hoogheemraadschap wordt verplicht een nieuw besluit te nemen.
Ingevolge artikel 132 Waterschapswet moet de aanvraag binnen zes weken nadat de omstandigheid welke de aanspraak op teruggaaf deed ontstaan zich heeft voorgedaan, worden ingediend bij het waterschap.
Artikel 9 kwijtschelding
Kwijtschelding voor leges is met dit artikel uitgesloten.
Artikel 10 vermindering
Als de aanvraag wordt ingetrokken voordat deze is beoordeeld op volledigheid, of als we de aanvraag niet kunnen behandelen in verband met ontbrekende gegevens dan wordt een vermindering toegepast.
Als de aanvraag wordt afgewezen, wordt geen vermindering toegepast.
Artikel 11 Nadere regels door het dagelijks bestuur
In dit artikel is opgenomen dat het dagelijks bestuur nadere regels kan stellen over het heffen en het invorderen van de leges.
Artikel 12 inwerkingtreding
Lid 1
Dit lid bepaalt dat de legesverordening die tot nu toe heeft gegolden, wordt ingetrokken met ingang van het belastingjaar dat aanvangt op 1 januari 2026. De oude verordening blijft gelden voor de belastingjaren waarvoor zij heeft gegolden.
Lid 2
Artikel 8 van de Bekendmakingswet schrijft voor dat besluiten van het waterschapsbestuur die algemeen verbindende regels inhouden, niet verbinden dan wanneer zij zijn bekendgemaakt. De bekendmaking vindt in het waterschapsblad plaats. De bekendgemaakte besluiten treden conform artikel 10 lid 2 Bekendmakingswet in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking, tenzij in deze besluiten daarvoor een ander tijdstip is aangewezen. In lid 2 is gekozen voor inwerkingtreding op de eerste dag na die van de bekendmaking.
Lid 3
De onderhavige legesverordening wordt voor het eerst toegepast op het belastingjaar dat op 1 januari 2026 aanvangt.
Lid 4
De verordening wordt voorzien van een citeertitel. De naam van het hoogheemraadschap en het jaartal 2026 maken hiervan deel uit.
Lid 5
In de tarieventabel genoemde normbladen kunnen worden ingezien op de kantoren van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en de Regionale Belastinggroep.
Toelichting bij de tarieventabel
Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen, inhoudelijk wijzigen of intrekken van een vergunning of ontheffing en andere diensten voor de in de tarieventabel genoemde activiteiten en diensten naar de in die tabel opgenomen tarieven.
De tarieven zijn afhankelijk van de tijdsinzet die over het algemeen nodig is voor het beoordelen en afhandelen van de verschillende categorieën omgevingsvergunningen, ontheffingen en diensten. Een grotere tijdsinzet rechtvaardigt een hoger tarief.
Hoofdstuk 1
In dit hoofdstuk staat beschreven hoe de tabel moet worden gebruikt om het totaal legestarief te bepalen. De paragrafen in hoofdstuk 2 staan los van elkaar. Als bij een bouwactiviteit in een beperkingengebied ook grondwater wordt onttrokken (een wateronttrekkingsactiviteit) en water wordt geloosd in oppervlaktewater, dan zijn dat drie aparte activiteiten waarvan de leges bij elkaar opgeteld worden.
Hoofdstuk 2
In dit hoofdstuk staan de legestarieven voor het aanvragen van vergunningen of ontheffingen.
Ze staan gegroepeerd per soort (water)activiteit.
Paragraaf 2.1 Activiteiten in waterstaatswerken en beschermingszones
2.1.1, 2.1.2 en 2.1.3: Wijzigen van het watersysteem
In deze categorie vallen bijvoorbeeld nieuwbouwlocaties, gebiedsontwikkelingen of reconstructies. Bij de eerste twee categorieën is een significante aanpassing van het watersysteem aan de orde. Het watersysteem bestaat uit: grondwater, oppervlaktewater, waterkeringen, bergingsgebieden en/of ondersteunende kunstwerken. Wijzigingen van gebiedsfuncties, waardoor andere doelen aan het watersysteem worden gesteld (overstromingsrisico, wateroverlastrisico, waterkwaliteitsdoelstelling) vragen om een uitgebreide beoordeling van de te nemen maatregelen. Daarom wordt meestal in de waterschapsverordening een waterhuishoudingsplan geëist als indieningsvereiste voor deze vergunning. Aanvragen met een waterhuishoudingsplan zijn eenvoudiger te beoordelen dan de aanvragen waarin dat plan niet is opgenomen. Daarom zijn daarvoor verschillende tarieven opgenomen.
De ondergrens is gesteld op een ontwikkeling van 2 hectare. Het uitgangspunt is dat bij kleinere ontwikkelingsgebieden er geen sprake is van significante invloed op het watersysteem. De kosten van de leges bij kleinere gebieden zijn daarom lager.
2.1.4, 2.1.5 en 2.1.6: Kabels en leidingen
Deze categorieën gelden voor het aanleggen, wijzigen en verwijderen van kabels en leidingen in beperkingengebieden. Er wordt onderscheid gemaakt in het tarief naar gelang de omvang van het werk. Voor de grootste projecten worden de leges berekend aan de hand van de aanleg-, bouw- en sloopkosten van het werk waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd.
2.1.7, 2.1.8 en 2.1.9: Bouwwerken
Deze categorieën gelden voor het aanleggen, wijzigen en verwijderen van bouwwerken en andere werken in beperkingengebieden. Er wordt onderscheid gemaakt in het tarief naar gelang de omvang van het werk. Voor de grootste projecten worden de leges berekend aan de hand van de aanleg-, bouw- en sloopkosten van het werk waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Leges worden enkel berekend over de aanleg-, bouw- en sloopkosten voor die onderdelen van het werk die betrekking hebben op de vergunningplichtige handelingen voor beperkingengebiedsactiviteiten. Als binnen het project ook vergunningplichtige (grond)wateronttrekkingsactiviteiten, lozingsactiviteiten of (vaar)wegactiviteiten zijn waarvoor vergunning of ontheffing wordt aangevraagd, wordt dit als een aparte aanvraag met een aparte legesaanslag behandeld. De kosten voor die activiteiten worden niet meegerekend in de kosten.
Als een omgevingsvergunning wordt gevraagd voor een bouw- of kunstwerk dat voor een deel in een beperkingengebied van de waterschapsverordening zal worden geplaatst en indien het bouw- of kunstwerk zonder omgevingsvergunning niet op de voorgenomen locatie kan worden gebouwd, worden voor de legesberekening de volledige aanleg-, bouw- of sloopkosten gehanteerd.
Als kan worden aangetoond dat de aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft op een gedeelte van een werk dat zonder al te veel moeite en blijvende schade is af te scheiden van het grotere geheel, worden voor de legesberekening de aanleg-, bouw- of sloopkosten voor dat deel gehanteerd.
2.1.10 t/m 2.1.13: Overige activiteiten
waterschapsverordening
In de waterschapsverordening staan diverse overige vergunningsplichtige activiteiten opgenomen. Met het opnemen van deze categorieën is het legestarief specifieker gekoppeld aan de verschillende werkzaamheden.
2.1.14: Onderhoudsverplichting
Op grond van de onderhoudsverordening kan het bestuur ontheffing van de onderhoudsverplichting verlenen. De onderhoudsplichtige moet hiervoor een aanvraag indienen.
Paragraaf 2.2 Lozingsactiviteiten in een oppervlaktewaterlichaam of op een zuiveringstechnisch werk
2.2.1 Het lozen van afvalwater op een zuiveringstechnisch werk
Dit lozen van afvalwater vindt plaats in situaties waarin een particulier riool rechtstreeks is aangesloten op een afvalwaterpersleiding, persrioolgemaal of een afvalwaterzuivering van het hoogheemraadschap. Dit vindt plaats bij complexe situaties, zoals een bedrijfsterrein of een bedrijf met veel en complex afvalwater. De aanvraag voor deze vergunning wordt over het algemeen via de uniforme voorbereidingsprocedure behandeld. Deze legescategorie is niet voor het aansluiten van het gemeentelijk rioolstelsel op het zuiveringstechnisch werk. Dit is namelijk niet vergunningplichtig en dus niet legesplichtig.
2.2.2 Het lozen van afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam van complexe activiteiten
De beoordeling van de aanvraag en de te volgen procedures (mer-beoordeling, coördinatie met de omgevingsvergunning milieu en dergelijke) rechtvaardigen een hoger legestarief dan gebruikelijk. Onder complexe activiteiten wordt verstaan de Seveso-inrichtingen, IPPC-bedrijven en bedrijven met een eigen bedrijfsafvalwaterzuivering.
2.2.3 Het lozen van afvalwater van overige activiteiten
Dit betreffen over het algemeen kleinere lozingen van bijvoorbeeld tankstations, betoncentrales, loonwerkers, jachthavens, spoelwater van Koude Warmte Opslag-installaties, agrarische bedrijven, autoslopers, milieustraten, overstorten en afvalinzameling en opslag.
Paragraaf 2.3 Wateronttrekkingsactiviteiten
Wateronttrekkingsactiviteiten zijn zowel grondwateronttrekkingen, infiltraties in het grondwater bij samenhang met de grondwateronttrekking en onttrekkingen uit het oppervlaktewater. Veel eenvoudige grondwateronttrekkingen zijn niet vergunningplichtig. Als er een vergunningplicht geldt is een uitgebreide effectenbeoordeling, met mer-beoordeling noodzakelijk.
2.3.1 Grondwateronttrekking met maximaal 25 m3 per uur en korter dan 2 maanden
Deze categorie heeft betrekkingen op kortdurende grondwateronttrekkingen die uitsluitend bedoeld zijn om de grondwaterstand tijdelijk te verlagen bij bouwwerkzaamheden of infrastructurele werken. Daarnaast heeft deze categorie betrekkingen op kortdurende grondwateronttrekkingen ten behoeve van het saneren van verontreinigde grond en/of grondwater.
2.3.2
Grondwateronttrekking zonder infiltratie met een maximale omvang van 25 m3 per uur
Deze categorie heeft betrekking op het onttrekken van grondwater voor agrarische activiteiten zoals beregening of een gietwatervoorziening in de glastuinbouw. Deze onttrekking kan het hele jaar in gebruik zijn. Deze categorie is niet van toepassing in de gevallen waarbij infiltratie in het grondwater plaatsvindt.
2.3.3 Overige grondwateronttrekking
Deze categorie geldt voor de overige grondwateronttrekkingen, en bij infiltratie in het grondwatersysteem. Hiervoor is een uitgebreide beoordeling van het effect op het grondwaterlichaam nodig.
2.3.4
Het onttrekken van oppervlaktewater
Deze categorie geldt voor onttrekkingen uit een oppervlaktewaterlichaam.
Paragraaf 2.4 Wegenbeheer, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
2.4.1 Ontheffing voor 1 dag van ingestelde beperking niet zijnde gewichtsbeperking
Deze categorie is voor een ontheffing voor een ingestelde (niet zijnde gewichts-) beperking op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die de geldigheid hebben van één dag. Dit zijn bijvoorbeeld ontheffingen voor het berijden van fietspaden met een auto. De leges wordt berekend met een vast bedrag per aanvraag voor één personenauto met kenteken en een bedrag per extra (personenauto met) kenteken.
2.4.2 Ontheffing voor meer dagen van ingestelde beperking niet zijnde gewichtsbeperking
Deze categorie is voor de ontheffingen voor een beperking, niet zijnde een gewichtsbeperking, op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die langer dan één dag geldig zijn. Dit betreft bijvoorbeeld de ontheffing voor de auto van een bewoner die woonachtig is aan een fietspad. Deze categorie geldt niet voor de ontheffing die nodig is voor het rijden met zwaar verkeer op wegen met een gewichtsbeperking. De leges wordt berekend met een vast bedrag per aanvraag voor één personenauto met kenteken en een bedrag per extra (personenauto met) kenteken.
2.4.3 Ontheffing van ingestelde gewichtsbeperking
Deze categorie is voor een ontheffing voor het rijden over wegen met een gewichtsbeperking. De leges wordt berekend met een vast bedrag per aanvraag voor één voertuig en een bedrag per extra voertuig.
2.4.4 Verkeersbesluit voor wegafsluiting
Het hoogheemraadschap is één van de wegbeheerders in de Krimpenerwaard. Deze categorie is voor het aanvragen van een langdurige verkeersbesluit, waardoor omleidingsroutes noodzakelijk zijn. Hierbij is afstemming nodig met de overige wegbeheerders in de Krimpenerwaard voor het bepalen van de omleidingsroutes. Kleinere wegafsluitingen zijn legesvrij. De grens wordt beschreven in de CROW-richtlijn.
2.4.5 Werkzaamheden op, boven, in of onder de weg
Deze categorie geldt voor het aanvragen van een vergunning voor een activiteit op een weg, die in beheer is van het hoogheemraadschap. Dit betreft bijvoorbeeld het gebruik van de berm voor het plaatsen van een voorwerp. Deze vergunningplichten staan in hoofdstuk 11 van de waterschapsverordening.
Paragraaf 2.5 Vaarwegen
2.5.1
Het gebruik maken van vaarwegen
Het hoogheemraadschap is nautisch beheerder van een deel van de Rotte, de Hennipsloot en een deel van de Ringvaart van de Zuidplaspolder. Deze categorie is opgenomen voor een ontheffing die nodig is voor het nautisch beheer.
Paragraaf 2.6 Verhogingen
De zogenaamde ‘begrotingsconstructie’ is een methodiek waarbij de kosten van externe dienstverlening van tevoren worden begroot en medegedeeld aan de aanvrager. De externe kosten worden bovenop de op grond van de tarieventabel verschuldigde leges in rekening gebracht. Deze kosten verschillen per geval.
Omdat de totale kosten van de leges niet te voorzien zijn, kan de vergunningaanvrager de legeskosten onacceptabel vinden. In de begrotingsconstructie zoals die door het hoogheemraadschap wordt toegepast, krijgt de aanvrager na de mededeling van de begroting een termijn om zijn aanvraag desgewenst in te trekken. De aanvraag wordt in behandeling genomen op de tiende werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvrager deze voor de tiende werkdag schriftelijk intrekt.
2.6.1 en 2.6.2 Advies en advies met instemming
Onder de Omgevingswet kan het voorkomen dat een belanghebbende met één aanvraag om een vergunning voor meerdere activiteiten verzoekt (zgn. meervoudige aanvraag). Een meervoudige aanvraag wordt in behandeling genomen door het bestuursorgaan dat ter zake van die aanvraag bevoegd gezag is. Daarmee wordt die aanvraag door 1 organisatie afgehandeld, ook al gaat het over activiteiten waarvoor (als ze los aangevraagd zouden zijn) er meer bevoegde gezagen zijn. Die ene organisatie kan het Rijk zijn of een decentraal bestuursorgaan. In het geval van een meervoudige aanvraag waarvoor zowel het hoogheemraadschap als een andere organisatie het bevoegd gezag is moet, voordat op de aanvraag wordt beslist, het hoogheemraadschap het andere bestuursorgaan wiens belangen ook bij de aanvraag zijn betrokken, om advies vragen.
Over aanvragen voor sommige activiteiten kan het hoogheemraadschap advies met instemming geven of moet het hoogheemraadschap advies met instemming vragen.
Er zijn in het geval van een dergelijke meervoudige aanvraag dus altijd twee (of meer) bestuursorganen betrokken. Elk bestuursorgaan maakt in verband met de aanvraag kosten: het bevoegd gezag maakt kosten voor het in behandeling nemen van de aanvraag, het andere bestuursorgaan maakt kosten in verband met het verlenen van advies (met instemming). Het bestuursorgaan dat advies (met instemming) geeft, kan zijn kosten niet zelf bij de aanvrager in rekening brengen. Dit heeft te maken met de 1-loketgedachte die aan de Omgevingswet ten grondslag ligt. Kosten van advies (met instemming) kunnen dus alleen via (een doorberekening aan) het bevoegd gezag bij de initiatiefnemer worden gelegd.
In artikel 13.2a Omgevingswet is geregeld dat het doorberekenen van de kosten van instemmingsbesluiten wordt geregeld met de figuur van de bestuursrechtelijke geldschuld.
De onderdelen 2.6.1 en 2.6.2 regelen dat het hoogheemraadschap de kosten die aan haar door andere bestuursorganen in rekening worden gebracht voor advies en advies met instemming aan de aanvrager van de omgevingsvergunning kan doorberekenen.
In beide gevallen is de tariefbepaling vormgegeven in de vorm van een zogenoemde ‘begrotingsconstructie’. Omdat de aan het hoogheemraadschap doorberekende kosten per bestuursorgaan kunnen verschillen, is het niet mogelijk een concreet tarief in de legesverordening op te nemen.
2.6.3
Extern advies
In gevallen waarin het hoogheemraadschap in het kader van een aanvraag extern advies in wint kunnen deze kosten in rekening worden gebracht bij de aanvrager. De externe advieskosten worden bovenop de op grond van de tarieventabel verschuldigde leges in rekening gebracht. Het kan bijvoorbeeld gaan om een second opinion, extern advies, extra onderzoek, of de aanschaf van (meet) instrumenten. Deze kosten verschillen per geval. De verrekening van de kosten vindt plaats door middel van de begrotingsconstructie.
Hoofdstuk 3
Dienstverlening
Paragraaf 1: Vooroverleg
Voordat een formele aanvraag om een besluit als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tabel wordt ingediend, kan een aanvraag worden ingediend die betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over deze aanvraag. Dit is een aanvraag voor dienstverlening. In het DSO zijn er twee mogelijkheden voor dit vooroverleg. Allereerst is er een mogelijkheid om in vooroverleg met het waterschap te gaan rondom een voorgenomen initiatief. Dit proces heet “verken uw idee”. Daarnaast is er de mogelijkheid om een concept van de aanvraag ter beoordeling toe te sturen.
3.1.1
Verken uw idee
Via het DSO kan het vooroverleg 'verken uw idee’ worden aangevraagd. Dit is een informatieverzoek, waarin op hoofdlijnen gecheckt wordt of er een vergunning nodig is.. De verkenning bestaat uit:
- –
Locatieonderzoek: welke beperkingengebieden zijn er op deze locatie? Welke regels gelden er?
- –
Toelaatbaarheidstoets: zijn de gewenste werken op hoofdlijnen vergunbaar volgens de beleidsregels? Zijn er mogelijkheden om het werk vergunningvrij uit te voeren?
- –
Indieningsvereisten: welke informatie moet aangeleverd worden om de uiteindelijke vergunningaanvraag te kunnen behandelen?
- –
Procedure-informatie: informatie over de doorlooptijd, leges, participatie en uitleg over het DSO.
Het is niet noodzakelijk om het specifieke DSO-verzoektype te gebruiken om in deze legescategorie te komen. Ook informatieverzoeken, mails of telefonische verzoeken om vooroverleg of toelichting over regels en procedures vallen onder deze legescategorie.
Voor deze werkzaamheden wordt geen leges gevraagd.
3.1.2
conceptverzoek
In het DSO is het mogelijk om een conceptverzoek in te dienen. Een conceptverzoek is een check om te bepalen of het concept van de vergunningaanvraag voldoet aan de indieningsvereisten. Deze conceptaanvragen bevatten in principe alle informatie die bij een vergunningaanvraag wordt ingediend. Het hoogheemraadschap beoordeelt dan of de juiste informatie is opgenomen. Ook kan dan worden aangegeven of het plan op deze manier vergunbaar is. Kenmerkend verschil met het algemene vooroverleg is de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag, de maatregelen en de compenserende voorzieningen die aangevraagd worden.
Paragraaf 3.2 Overige diensten
In de waterschapsverordening en in het Besluit activiteiten leefomgeving is de mogelijkheid opgenomen dat een aanvraag wordt ingediend voor een maatwerkbesluit of voor een beoordeling van een gelijkwaardige voorziening. Met dit besluit kan worden afgeweken van de standaardregels. Het hoogheemraadschap moet dan beoordelen of met de aangepaste situatie de leefomgeving voldoende wordt beschermd. De werkzaamheden zijn vergelijkbaar met de beoordeling van een vergunningaanvraag.
3.2.1
Maatwerkvoorschrift
Een verzoek voor een maatwerkvoorschrift is een verzoek om ruimere of strengere voorschriften dan de standaardregels.
3.2.2
Gelijkwaardige maatregel
Een beoordeling over een gelijkwaardige maatregel wordt aangevraagd als iemand met een innovatieve voorziening meent aan dezelfde eisen te kunnen voldoen als met de voorgeschreven voorzieningen. Voor de beoordeling van de voorziening wordt onderzoek gedaan naar de gelijkwaardige werking hiervan.