De Hoge Raad heeft op 26 november 2021 het zogenaamde “Didam”-arrest gewezen. Dit arrest bevestigt dat overheden in Nederland bij een voorgenomen vestiging van een zakelijk recht op een onroerende zaak transparant moeten handelen en mededingingsruimte moeten bieden. Dit zodat iedere gegadigde kenbaar kan maken dat ook zij in aanmerking komt voor het vestigen van een zakelijk recht.
Voorgenomen vestiging zakelijk recht van opstal
Waterschap Rijn en IJssel (hierna: ”WRIJ”) heeft het voornemen om overeenkomstig artikel 5:101 BW een recht van opstal te vestigen met de nodige erfdienstbaarheden ten behoeve van Tennet TSO B.V. op het perceel grond, kadastraal bekend gemeente Warnsveld, sectie L, nummers 2922 en 2924, groot circa 13.705 m², plaatselijk bekend Den Elterweg te Warnsveld & perceel kadastraal bekend gemeente Zutphen, sectie H, nummer 564, groot circa 15.625 m², plaatselijk bekend Den Elterweg te Zutphen & percelen kadastraal bekend gemeente Zutphen, sectie N, nummers 3371 en 4193 , groot circa 10.660 m², plaatselijk bekend Leestense Rondweg te Zutphen & percelen kadastraal bekend gemeente Zutphen, sectie O, nummers 3438 en 3678, groot circa 17.410 m², plaatselijk bekend Leestense Rondweg te Zutphen
Motivering
Het vestigen van het zakelijk recht van opstal vindt plaats op verzoek van een netbeheerder ten behoeve van de plaatsing van een nutsvoorziening. Indien er een verzoek wordt gedaan door een mede overheidslichaam voor het inzetten van gronden voor projecten die in het algemeen belang worden uitgevoerd, is deze uitgifte vrijgesteld van mededingen.
Reactie
WRIJ zal drie weken na de datum van deze publicatie overgaan tot het sluiten van een overeenkomst tot het vestigen van een recht van opstal, tenzij zich voordien een andere partij als gegadigde meldt. Een schriftelijke reactie tegen dit voornemen kan gericht worden aan vastgoed@wrij.nl onder vermelding van het zaaknummer 233709.