Waterschapsblad van Waterschap De Dommel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap De Dommel | Waterschapsblad 2025, 29427 | delegatie- of mandaatbesluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap De Dommel | Waterschapsblad 2025, 29427 | delegatie- of mandaatbesluit |
Bestuurlijke bevoegdhedenregeling Waterschap De Dommel 2025
Het algemeen bestuur van Waterschap De Dommel;
gelet op de Waterschapswet, de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet;
gezien het voorstel namens de commissie bestuurlijke vernieuwing van 26 november 2025 (met kenmerk 344842 / 344847);
vast te stellen de volgende Bestuurlijke bevoegdhedenregeling Waterschap De Dommel 2025.
Het algemeen bestuur delegeert de volgende bevoegdheden aan het dagelijks bestuur:
Het voeren van bestuursrechtelijke, civielrechtelijke en strafrechtelijke procedures en rechtsgedingen (zowel eisend als verwerend), het vragen van voorlopige voorzieningen en het aanspannen van een kort geding, alsmede het aangaan van dadingen, het opdragen van geschillen aan scheidslieden en het berusten in rechtsvorderingen.
De gedelegeerde legt aan de delegaatgever verantwoording af over het gebruik van de overgedragen bevoegdheden. Dit gebeurt in ieder geval in een hiervoor bestemde paragraaf in de Bestuursrapportages die het waterschap binnen het planning- en controlsysteem kent.
Daarnaast wordt het algemeen bestuur bij zaken die impact (kunnen) hebben op de externe omgeving tussentijds geïnformeerd.
De gemandateerde legt aan de mandaatgever verantwoording af over het gebruik van de verleende bevoegdheid. Dit gebeurt in ieder geval in een hiervoor bestemde paragraaf in de Bestuursrapportages die het waterschap binnen het planning- en controlsysteem kent. Daarnaast wordt het algemeen bestuur bij zaken die impact (kunnen) hebben op de externe omgeving tussentijds geïnformeerd.
Artikel 7 Wijziging wetgeving en dynamische verwijzingen
Voor zover in deze regeling wordt verwezen naar door bestuursorganen van het Waterschap De Dommel vastgestelde algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of overige regels wordt daarmee steeds bedoeld de meest actuele versie daarvan, inclusief eventueel na vaststelling van regeling daarin doorgevoerde wijzigingen. Voor zover deze algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of overige regels na inwerkingtreding van deze regeling geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken of komen te vervallen en daarvoor andere algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of overige regels in de plaats treden, dan hebben de verwijzingen in deze regeling betrekking op die nieuwe algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of overige regels.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 26 november 2025.
het algemeen bestuur,
E. de Ridder
watergraaf
H.J. Kielenstijn
secretaris
Deze regeling regelt de overdracht van de bevoegdheden van het algemeen bestuur (AB) naar het dagelijks bestuur (DB) tegen de achtergrond van de gewenste rol en taak van deze bestuursorganen. Doelstelling is met name het streven om bevoegdheden daar te leggen waar zij kunnen bijdragen aan een slagvaardig bestuursoptreden en een bestuursmodel dat is gebaseerd op het (be)sturen op processen en producten en waarin taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden helder zijn vastgelegd.
Zoals hierboven aangegeven, gaat het in deze regeling over delegatie (= overdracht) en mandaat (= opdracht) van bevoegdheden.
Bij delegatie wordt de betreffende bevoegdheid door het bestuursorgaan overgedragen. Het delegerende bestuursorgaan (het AB) kan de bevoegdheid dus niet meer zelf uitoefenen en is daarmee in beginsel de zeggenschap kwijt. Uiteraard kan het delegatiebesluit wel te allen tijde door het AB worden ingetrokken. Bij mandaat blijft de mandaatgever (AB) verantwoordelijk voor de bevoegdheidsuitoefening en houdt daarover ook zeggenschap.
De in deze regeling gedelegeerde financiële bevoegdheden en een deel van de bevoegdheden m.b.t. het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, zullen worden gemandateerd aan de ambtelijke organisatie middels een Ambtelijke bevoegdhedenregeling.
De (onder)mandatering aan de ambtelijke organisatie van de bevoegdheden, zoals deze op grond van de Waterschapswet, de Omgevingswet en Waterschapsverordening rechtstreeks aan het DB en de watergraaf zijn toegekend, worden eveneens geregeld in voornoemde Ambtelijke bevoegdhedenregeling.
Tot slot is van belang op te merken dat artikel 10:19 van de Algemene wet bestuursrecht [Awb] voorschrijft dat een besluit dat op grond van een gedelegeerde bevoegdheid wordt genomen, het delegatiebesluit en de vindplaats daarvan moet vermelden.
Op grond van artikel 10:10 van de Awb moet een krachtens mandaat genomen besluit vermelden namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen.
Voor delegatie van bevoegdheden is een wettelijke basis vereist. Deze basis wordt gevonden in artikel 83, eerste lid, van de Waterschapswet.
Op grond van artikel 83, tweede lid, van de Waterschapswet kunnen bepaalde bevoegdheden niet worden overgedragen. Het betreft o.a. de bevoegdheid tot het vaststellen van de begroting, begrotingswijzigingen en de rekening, het heffen van belastingen of rechten, het vaststellen van peilbesluiten en het vaststellen van verordeningen.
De in dit artikel genoemde bevoegdheden mogen wel worden gedelegeerd en passen binnen de kaderstellende en sturende rol die voor het DB is weggelegd. Door delegatie kan bestuurlijk slagvaardiger worden opgetreden.
Via het afleggen van verantwoording wordt het AB in staat gesteld om inzicht te verkrijgen in het gebruik van deze bevoegdheid.
Met betrekking tot de waterschapsverordening geldt, dat het vaststellen daarvan niet gedelegeerd kan worden, gelet op artikel 83, tweede lid, van de Waterschapswet. Wel kan het algemeen bestuur bij verordening bepalen (artikel 83, derde lid, Waterschapswet), dat het vaststellen of wijzigen van specifieke onderdelen van de waterschapsverordening wordt gedelegeerd aan het dagelijks bestuur. Dit heeft het algemeen bestuur gedaan in een bij de waterschapsverordening behorende delegatieverordening. Om die reden blijven de daarin opgenomen delegatiebepalingen buiten deze bevoegdhedenregeling.
Inherent aan het delegeren is dat er periodiek gerapporteerd wordt aan het delegerende bestuursorgaan omtrent de wijze waarop gebruik gemaakt wordt van de gedelegeerde bevoegdheid (zie ook artikel 10:16, tweede lid, Awb, dat voorschrijft dat degene aan wie de bevoegdheid is gedelegeerd, op verzoek van het bestuursorgaan inlichtingen verschaft over de uitoefening van de bevoegdheid). Hiertoe wordt aansluiting gezocht bij de bestuursrapportages die het planning- en controlsysteem kent. Daarnaast wordt het algemeen bestuur bij zaken die impact (kunnen) hebben op de externe omgeving tussentijds geïnformeerd (mondeling of via waterbrief). Dit geldt bijvoorbeeld bij vaststelling van de legger of het calamiteitenplan en bij het indienen van een beroep.
Er is met betrekking tot deze bevoegdheid gekozen voor mandaat en niet voor delegatie, enerzijds om toch de nodige slagvaardigheid te verkrijgen, anderzijds vanwege de algemene en ruime omschrijving van de bevoegdheden en de verschillen in aard en omvang van de daarop gebaseerde besluiten. Zie ook de toelichting onder artikel 5.
Op grond van artikel 10:3, eerste lid, van de Awb kan geen mandaat verleend worden indien dit bij wettelijk voorschrift is bepaald dan wel indien de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Er kunnen zich twee gevallen voordoen waarin de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet:
De aard van de bevoegdheid staat mandaatverlening weliswaar niet ten principale in de weg maar de mandaatverlening in concreto is, gelet op de aard van de bevoegdheid, niet toegestaan. Hierbij moet vooral worden gedacht aan situaties waarin de te mandateren bevoegdheid niet in de sfeer van de normale bevoegdheidsuitoefening van de gemandateerde ligt, of dat de gemandateerde zelf belanghebbende is bij de uitoefening van die bevoegdheid.
In het tweede lid van artikel 10:3 Awb wordt een niet-limitatief aantal gevallen genoemd waarin mandaatverlening niet is toegestaan, zoals het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en het nemen van een besluit dat met een versterkte meerderheid moet worden genomen.
In het derde lid van artikel 10:3 Awb wordt tenslotte bepaald dat het beslissen op een bezwaarschrift aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, niet mag worden gemandateerd.
Naast voornoemde wettelijke beperkingen maakt het DB ook in de in dit artikel genoemde gevallen geen gebruik van het mandaat dan wel is het verplicht tot vooroverleg en terugkoppeling met het AB. Hierbij moet worden aangetekend dat het vertrouwensbeginsel degene beschermt die op de aanwezigheid van een geldig mandaat vertrouwt en daarop ook heeft mogen vertrouwen. Anderzijds kan degene die door een in mandaat genomen besluit in zijn belangen is getroffen, dat besluit bestrijden met de stelling dat aan het mandaat een gebrek kleefde en er dus geen toerekening van het besluit aan het betrokken bestuursorgaan kan plaatsvinden. Er is dan sprake van een onbevoegd genomen besluit. Uit de jurisprudentie valt echter op te maken dat sinds de verruiming van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht de bestuursrechter normaliter aan een mandaatgebrek voorbij gaat indien het bevoegde bestuursorgaan het besluit (alsnog) voor zijn rekening neemt (bekrachtiging). In de praktijk hebben mandaatgebreken dus meestal geen grote betekenis.
Inherent aan het mandateren is dat er periodiek gerapporteerd wordt aan het mandaterende bestuursorgaan omtrent de wijze waarop gebruik gemaakt wordt van de gemandateerde bevoegdheid (zie ook artikel 10:6, tweede lid, Awb, dat voorschrijft dat degene aan wie de bevoegdheid is gemandateerd, op verzoek van de mandaatgever inlichtingen verschaft over de uitoefening van de bevoegdheid). Hiertoe wordt aansluiting gezocht bij de bestuursrapportages die het planning- en controlsysteem kent. Daarnaast wordt het algemeen bestuur bij zaken die impact (kunnen) hebben op de externe omgeving tussentijds geïnformeerd (mondeling of via waterbrief).
De huidige Bestuurlijke bevoegdhedenregeling 2010 is voor het laatst gewijzigd in 2017 en wordt ingetrokken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2025-29427.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.