U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Wijzigingen in waterschapsverordening

Dijkgraaf en hoogheemraden besluiten:

Artikel I

De volgende werkingsgebieden aan te passen aan de nieuwe grenzen van het beheergebied:

a. Beheergebied van Rijnland (art. 2.1).

b. Gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen (art. 2.13, lid 2).

c. Buiten een kwetsbaar kwelgebied (art. 2.14, lid 2).

d. Gebied zonder hoger gelegen zandgrond (art. 2.17, lid 2).

e. Gebied buiten een kwetsbaar kwelgebied dat niet bestaat uit veengrond of kleigrond op veen (art. 2.19).

Artikel II

De volgende werkingsgebieden te wijzigen:

a. Gebieden met hoogwatervoorziening (art. 2.15, lid 1).

b. Gebieden waar Rijnland terughoudend is met hoogwatervoorziening (art. 2.15, lid 2).

Artikel III

De emissiegrenswaarde voor de som van stikstofverbindingen voor de lozing van afvalwater dat vrijkomt bij het

opslaan van goederen die kunnen uitlogen te wijzigen (art. 26.1, lid 2).

Artikel IV

Redactionele wijzigingen in de Waterschapsverordening de Rijnlandse Keur vast te stellen.

Artikel V

Hiervoor de Waterschapsverordening de Rijnlandse Keur te wijzigen zoals weergegeven in Bijlage A.

Artikel VI

Deze wijzigingen op 27 november 2025 in werking te laten treden.

Leiden, 18 november 2025

Dijkgraaf en hoogheemraden

 

R.A.M. van der Sande, dijkgraaf

 

M. Middendorp, secretaris

Bijlage A Bijlage bij artikel V

A

Paragraaf 3.3.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 3.3.5 In kwetsbaar kwelgebied

Artikel 3.21 Kwel

Er ontstaat geen extra kwel in een kwetsbaar kwelgebied.

Artikel 3.22 Verzilting

Er ontstaat geen extra verzilting in een kwetsbaar kwelgebied.

Artikel 3.23 Opbarsten van de bodem

DeIn een kwetsbaar kwelgebied zal de bodem of de waterbodem zal niet opbarsten.

B

Artikel 26.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 26.1 Lozen bij opslaan van goederen die kunnen uitlogen

  • 1

    In aanvulling op artikel 4.1058, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater te lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen waaruit stoffen kunnen uitlogen, worden geloosd op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam, als de afstand tot een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten of geloosd meer dan 40 m is, gerekend vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt.

  • 2

    Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 26.1, gemeten in een steekmonster.

    Tabel 26.1 Emissiegrenswaarden

    Stof

    Emissiegrenswaarde in µg/l of mg/l

    Som van de metalen arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink

    1 mg/l

    Minerale olie

    20 mg/l

    Polycyclische aromatische koolwaterstoffen

    50 µg/l

    Onopgeloste stoffen

    100 mg/l

    Som van stikstofverbindingen

    010 mg/l

    Som van fosforverbindingen

    2 mg/l

    Chemisch zuurstofverbruik

    200 mg/l

C

Artikel 37.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 37.1 Vangnetvergunningplicht lozen op oppervlaktewater

  • 1

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, als daarbij stoffen, warmte of warmtekoude worden geloosd.

  • 2

    Het verbod geldt niet voor:

    • a.

      het lozen van stoffen of warmte op een oppervlaktewaterlichaam afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

    • b.

      het lozen, bedoeld in de hoofdstukken 20 tot en met 36;

    • c.

      het lozen van water dat afkomstig is uit dat oppervlaktewaterlichaam en waaraan geen stoffen zijn toegevoegd; en

    • d.

      het lozen van stoffen of warmte afkomstig van wonen.

D

Binnen bijlage I wordt de volgende sectie op de aangegeven wijze gewijzigd:

3

Het deel van aantal m2 nog niet verharde tuinen dat in de formule uit lid 2 moet worden ingevuld, wordt per tuin als volgt bepaald:

  • a.

    bij de bouw van 0 tot maximaal 11 woningen: 00m2; of

  • b.

    bij een tuin met meer dan 300m2 nog niet verharde tuin: per tuin 115115m2; of

  • c.

    als het omgevingplan een maximale waarde voor het harde oppervlak voorschrijft, wordt dat percentage gebruikt; of

  • d.

    in alle andere gevallen wordt per tuin de volgende formule gebruikt:

-0,0013x2 + 0,7733x

x = het aantal m2 nog niet verharde tuin.

E

Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage II Overzicht Geografische Informatieobjecten

aangewezen oppervlaktewaterlichaam

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/f43e0fe8-bcaa-4cfa-95e6-6b6b45c2c7ef/nld@2025‑09‑23;4

bebouwde deel kernzone en beschermingszone van de waterkering

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/070a41f7-3fa3-4f2b-9045-95a7ab24da36/nld@2025‑09‑23;4

bebouwde deel van de kernzone en beschermingszone van de zeewering

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/ef45989b-7291-4a3c-abf5-2398451e1b25/nld@2023‑11‑02;1

beheergebied van Rijnland

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/6b6b2f15-c808-437c-b921-6498bd5e781c/nld@2024‑05‑28;2

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/6b6b2f15-c808-437c-b921-6498bd5e781c/nld@2025‑11‑20;3

buiten een kwetsbaar kwelgebied

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/b8eed631-f897-42ea-96f4-dc9fb2211006/nld@2024‑05‑28;2

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/b8eed631-f897-42ea-96f4-dc9fb2211006/nld@2025‑11‑20;3

buiten het bebouwde deel van de kernzone en beschermingszone van de waterkering

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/252fc30d-b8f7-4cd6-ab73-33bb0d4e4526/nld@2025‑09‑23;4

buiten het bebouwde deel van de kernzone en beschermingszone van de zeewering

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/9ea9941c-a246-4712-a33a-6890d51a963e/nld@2025‑04‑17;2

dijk in duin

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/d35b0d62-0eee-4376-8fa8-d67c8b8db279/nld@2024‑05‑28;2

dijk-in-duin constructies in de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van de zeewering

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/0cb6a53a-fc6a-4795-9021-e7afc35c1251/nld@2024‑05‑28;2

gebied buiten een kwetsbaar kwelgebied dat niet bestaat uit veengrond of kleigrond op veen

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/290242df-79ab-4ebd-8049-044e85631190/nld@2024‑05‑28;2

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/290242df-79ab-4ebd-8049-044e85631190/nld@2025‑11‑20;3

gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/3bf453ba-6189-4d18-9c53-f1d1428de0f5/nld@2023‑11‑02;1

gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/6f2723c1-ec0e-417f-a447-37d0902caa7e/nld@2024‑05‑28;2

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/6f2723c1-ec0e-417f-a447-37d0902caa7e/nld@2025‑11‑20;3

gebied zonder hoger gelegen zandgrond

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/4eea8d4a-413b-4011-b797-da16c3c2933e/nld@2024‑05‑28;2

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/4eea8d4a-413b-4011-b797-da16c3c2933e/nld@2025‑11‑20;3

gebieden met hoogwatervoorziening

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/b046ca3c-671e-4947-bf9b-62f58222908e/nld@2023‑11‑02;1

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/b046ca3c-671e-4947-bf9b-62f58222908e/nld@2025‑11‑20;2

gebieden waar Rijnland terughoudend is met hoogwatervoorziening

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/01294f65-0f64-491a-a900-02b69a2d00f9/nld@2023‑11‑02;1

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/01294f65-0f64-491a-a900-02b69a2d00f9/nld@2025‑11‑20;2

grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/8bf0e11a-9d18-4967-b2e7-a51ae2622c99/nld@2024‑05‑28;2

hoger gelegen zandgrond

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/589c651a-422e-4c0d-90b4-6d5068791aa4/nld@2024‑05‑28;2

kernzone en beschermingszone van belangrijk oppervlaktewater

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/490dc685-2af3-4a34-ab6d-75ffd3fdcd12/nld@2025‑09‑23;4

kernzone en beschermingszone van de waterkering

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/6bf19282-3352-4a36-9b2d-6a4cd91cdb8c/nld@2025‑09‑23;4

kernzone en beschermingszone van de zeewering

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/4bccbff8-2633-4ec5-8ec2-1ea286303b80/nld@2024‑05‑28;2

kernzone en beschermingszone van overig oppervlaktewater

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/1066213f-f2fb-46d6-be2f-21261e984df8/nld@2025‑09‑23;4

kernzone en landinwaarts gelegen beschermingszone van de zeewering

/join/id/regdata/ws0616/2024‑10‑25/e14876e6-45ce-4168-95e2-3c719cc3761c/nld@2024‑10‑25;1

kernzone van belangrijk oppervlaktewater

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/fab8f24e-c30b-41af-9c42-833288654284/nld@2025‑09‑23;4

kernzone van breed overig oppervlaktewater

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/641c0e66-32ec-488b-885c-26afdd615a1e/nld@2025‑09‑23;4

kernzone van de waterkering

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/fd102c03-73b9-4c99-bd81-d5c407624db2/nld@2025‑09‑23;4

kernzone van de zeewering

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/35e11fe9-3062-4505-98b8-5a93461e43ea/nld@2024‑05‑28;2

Kernzone van oppervlaktewater

/join/id/regdata/ws0616/2024‑10‑25/f5265638-7b5d-41dd-80bf-5e317474e030/nld@2025‑09‑23;2

kernzone van overig oppervlaktewater

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/8e5ecfa8-6f01-4249-9751-290bfa9eba11/nld@2025‑09‑23;4

kernzone van overig oppervlaktewater in een kwetsbaar kwelgebied

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/409ff4b0-4395-469e-8a77-2c0180b8de12/nld@2025‑09‑23;3

kernzone van smal overig oppervlaktewater

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/be509b21-58ea-4467-bf1f-bce14ca722dc/nld@2025‑09‑23;4

kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van de waterkering

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/7912b13c-4bb9-46e6-8262-c5263bf5dfcf/nld@2025‑09‑23;4

kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van de zeewering

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/b1b0c621-7765-4ef6-a61f-51bc8dcb25e0/nld@2024‑05‑28;2

kwetsbaar kwelgebied

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/9515baa6-512b-4056-b843-4b2cef7b6568/nld@2024‑05‑28;2

niet dynamische kustgebieden

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/7718727b-d92d-41ee-9bdb-9fac98d043dd/nld@2024‑05‑28;2

niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/48350dff-d419-4817-ae47-bdb65d8941dc/nld@2025‑09‑23;4

oppervlaktewater met een belangrijke doorstroming

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/457d7724-f898-4836-87bf-058fbe828403/nld@2024‑05‑28;2

overige vaarwegen

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/efb8df1b-acc7-49fb-b400-a806f901868f/nld@2025‑09‑23;2

profiel van vrije ruimte

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/a1f1835f-fd77-4456-97d9-b54618c535b9/nld@2025‑09‑23;4

vaarweg de Drecht

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/bb048a58-18d1-4a40-a90b-162c51a8791c/nld@2024‑05‑28;2

vaarwegen

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/d5562f5e-3668-485a-aa4a-200da95441b1/nld@2025‑09‑23;3

veengronden en kleigronden op veen

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/c25e12f4-d8c4-4813-aea4-5f6fb4032b99/nld@2025‑03‑11;3

waardevolle oever

/join/id/regdata/ws0616/2023‑11‑02/6bcc966a-c025-4b6c-af2c-088b7744723b/nld@2025‑09‑23;3

F

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 1.1: Begripsomschrijvingen

Landelijke afspraken over gebruik van begrippen

Landelijk spraken de waterschappen af om in de waterschapsverordening zo veel mogelijk dezelfde begrippen en definities te gebruiken. Die staan in de aquo-standaard. Het uitgangspunt is daarbij ‘pas toe of leg uit’. Dit betekent dat de waterschappen in de waterschapsverordening zoveel mogelijk de begrippen en definities uit de aquo-standaard gebruiken. Maar dat is niet verplicht. Als een waterschap wil afwijken dan kan dat, maar wel met een uitleg erbij. In de waterschapsverordening gebruikt Rijnland voor de begrippen zoveel mogelijk de definities uit de aquo-standaard.

Meer informatie over de aquo-standaard staat in paragraaf 2.14 van de TROWA Handreiking Waterschapsverordening. Of: kijk in de aquo-standaard .

De aquo-standaard is gemaakt omdat waterschappen in hun regels regelmatig verschillende begrippen en definities gebruiken. In de praktijk zorgt dit verschil (nog) niet voor problemen. Maar deze verschillen maken het wel moeilijker om regels onderling te vergelijken. Dit is vervelend voor externe raadplegers zoals mensen die zich aan de regels moeten houden. Het is ook lastig voor de verdere ontwikkeling van de regels en voor de digitalisering voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet.

Begrippen uit de Omgevingswet en de AMvB’s

In de waterschapsverordening gebruikt Rijnland ook begrippen uit de Omgevingswet en de algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s).

  • De begrippen uit de Omgevingswet gelden ook voor de waterschapsverordening.

  • De begrippen uit de AMvB gelden niet direct. Als Rijnland deze begrippen gebruikt, wordt verwezen naar de uitleg in de AMvB. Zo staat in de waterschapsverordening altijd de juiste uitleg van een begrip.

We schrijven in begrijpelijke taal

We willen de waterschapsverordening ook in duidelijke taal schrijven. Het liefst op taalniveau B1. Dat is Nederlands op een niveau dat de meeste mensen begrijpen. Ook voor mensen die geen (hoge) opleiding hebben gehad. Een tekst op B1-niveau bestaat uit makkelijke woorden en korte, actieve zinnen. Heldere taal gebruikt Rijnland ook voor de begrippen.

Duidelijkere taal gebruiken was één van de aanbevelingen uit de evaluatie van de Keur Rijnland 2015: “Probeer in de waterschapsverordening minder gebruik te maken van vakjargon en meer met plaatjes te werken. Zo is voor onze omgeving nog duidelijker binnen welke kaders initiatieven kunnen worden ontplooid.”

G

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 1.5: Zorgplicht

Zorgplichtartikel speciaal voor waterschap

De zorgplicht geldt tijdens het uitvoeren van de activiteit en in de eindsituatie.

Rijnland gebruikt dit artikel als vervanging van de algemene zorgplicht uit de Omgevingswet. De zorgplicht uit dit artikel wordt binnen het omgevingsrecht een specifieke zorgplicht genoemd. Het artikel sluit beter aan bij het doel van deze verordening. Het gaat namelijk over de nadelen voor het watersysteem en de stappen die iemand moet nemen als er nadelen kunnen ontstaan. In artikel 1.6 tot en met artikel 1.8 is dit verder uitgewerkt.

Zorgplicht bij vergunning of voorwaarden zonder vergunning

De zorgplicht geldt naast de voorwaarden uit een vergunning, of de voorwaarden zonder vergunning. Maar de zorgplicht geldt dus niet voor een activiteit waarvoor in de vergunning of de voorwaarden zonder vergunning concrete voorwaarden staan. De zorgplicht geldt dus niet voor een activiteit die:

  • is geregeld in de hoofdstukken van deze waterschapsverordening;

  • is geregeld in de voorschriften in een vergunning;

  • op een tekening bij een vergunning staat.

Dit staat in artikel 1.8 van de Omgevingswet.

H

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 4.2: Duiker in belangrijk oppervlaktewater

IBelangrijkBelangrijk oppervlaktewater is belangrijk voor de aanvoer en afvoer van water. Daarom is er een vergunning nodig voor het plaatsen van een duiker in belangrijk oppervlaktewater.

In Rijnlands gebied zijn twee typen oppervlaktewater: belangrijk oppervlaktewater en overig oppervlaktewater.

I

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 14.2: Leiding waardoor water van hoog naar laag oppervlaktewater kan stromen

De meeste situaties gaan het over een leiding waardoor water van de hoger liggende boezem naar een lager liggende polder stroomt. Maar het kan ook gaan om een leiding van een hoger naar een lager liggende polder. Of van de tussenboezem naar een polder. Dit soort leidingen worden ook wel inlaat genoemd.

Hier volgt een toelichting op de meest voorkomende situatie: water stroomt van de boezem naar een polder. In de polders zorgt Rijnland dat het oppervlaktewater op de juiste hoogte blijft. Dat doet Rijnland door het water met gemalen uit de polder naar de boezem te pompen. Rijnland wil eigenlijk niet dat er nieuwe plekken komen waar water in een polder kan stromen. Want dat betekent dat Rijnland ook meer water uit de polder moeten wegpompen. Voor Rijnland is dit rondpompen van water vaak niet gewenst om deze redenen:

  • Een gemaal kan een bepaalde maximale hoeveelheid water wegpompen. In tijden met veel neerslag moet een gemaal al veel water wegpompen en daarbij komt dan nog het extra binnengestroomde water. Als het gemaal hiervoor niet groot genoeg is, dan kan dit leiden tot wateroverlast. Het wegpompen van al dat water kost ook veel energie.

  • Het binnenstromende water kan een slechtere kwaliteit hebben. Hierdoor wordt de kwaliteit van het oppervlaktewater in de polder ook slechter.

J

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 14.10: Er is geen andere manier om water van hoog naar laag oppervlaktewater te laten stromen

De meeste situaties gaan over een leiding waardoor water van de hoger liggende boezem naar een lager liggende polder stroomt. Maar het kan ook gaan om een leiding van een hoger naar een lager liggende polder. Of van de tussenboezem naar een polder. Deze leidingen worden ook wel inlaat genoemd.

Hier volgt een toelichting op de meest voorkomende situatie: water stroomt van de boezem naar een polder. Rijnland wil eigenlijk niet dat er nieuwe plekken komen waar water in een polder kan stromen. Want dat betekent dat Rijnland ook meer water uit de polder moeten wegpompen. Voor Rijnland is dit rondpompen van water vaak niet gewenst om deze redenen:

  • Een gemaal kan een bepaalde maximale hoeveelheid water wegpompen. In tijden met veel neerslag moet een gemaal veel water wegpompen en daarbij komt dan nog het extra naar binnen gestroomde water. Als de capaciteit van het gemaal hiervoor niet groot genoeg is, dan kan dit leiden tot wateroverlast. Het wegpompen van al dat water kost ook veel energie.

  • Het binnenstromende water kan een slechtere kwaliteit hebben. Hierdoor wordt de kwaliteit van het oppervlaktewater in de polder ook slechter.

Daarom zal Rijnland een nieuwe leiding om water van hoger naar lager liggend oppervlaktewater te laten stromen niet zomaar toestaan. Het mag alleen als het niet mogelijk is om dit op een andere manier te doen. Bijvoorbeeld door het verbinden van twee watergangen.

K

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 19.10: Wanneer gelden deze voorwaarden?

Een boom of struik kan risico’s geven voor de waterkering. De waterkering kan minder stabiel en stevig worden. Hoe hoger de boom of struik, hoe groter het risico. Een paar voorbeelden:

  • Wanneer een boom omvalt, ontstaat een ontgrondingskuil. Dit gat ontstaat omdat de wortels uit de waterkering worden getrokken.

  • Als een boom meebeweegt met de wind kunnen er lege ruimtes ontstaan rond de wortels en boomstam.

  • (Dode) wortels kunnen voor lekkage in de waterkering zorgen. Of de zetting van de waterkering kan groter worden. Zetting betekent dat water en lucht uit de grond wordt geperst door het samendrukken van de bodem.

Het is vaak lastig om vooraf te bepalen hoe hoog een boom kan worden. Hiemstra et al. heeft voor veel soorten bomen informatie verzameld over hoe hoog ze kunnen worden. Dit staat in het rapport: Gebruikswaardeonderzoek laanbomen. Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Wageningen University and Research centre. U vindt dit rapport hier.

Volgens dit rapport blijven dezestruiken en bomen lager dan 5 meter:

  • Amelanchier lamarckii – krentenboom

  • Cercis siliquastrum – judasboom

  • Cornus mas – gele kornoelje

  • Craetagus – meidoorn

  • Magnolia x loebneri ‘Merrill’ – magnolia variëteit

  • Malus baccata ‘Street parade’ – sierappel variëteit

  • Malus ‘Evereste’ – sierappel variëteit

  • Malus ‘Rudolph’ – sierappel variëteit

  • Sorbus – lijsterbessen en meelbessen

L

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 37.1: Vangnetvergunningplicht lozen op oppervlaktewater

Voor het verrichten van een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het waterschap is een omgevingsvergunning vereist, als die lozing niet is geregeld in de hoofdstukken 20 tot en met 36 van deze waterschapsverordening. Dit sluit aan op de systematiek van artikel 6.2 van de Waterwet: voor alle lozingen is een vergunning vereist, tenzij voor de lozing een vrijstelling geldt.

De vergunningplicht is beperkt tot het lozen van stoffen of warmte (oftewel de gevolgen voor de waterkwaliteit). Een eventuele vergunningplicht voor het lozen van water (oftewel de gevolgen voor de waterkwantiteit) staat in het tijdelijke deel van deze waterschapsverordening. Beide vergunningen kunnen natuurlijk wel gelijktijdig worden aangevraagd.

De vergunningplicht geldt niet voor het lozen van warmtestoffen of stoffenwarmte afkomstig van milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. Voor die lozingen is al in dat besluit bepaald in welke gevallen een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit is vereist. De vergunningplicht geldt ook niet voorals water dat afkomstig is uit het oppervlaktewaterlichaam waarop hetterug in hetzelfde oppervlaktewater wordt geloosd, als daaraan geen stoffen zijn toegevoegd. Er zijn dan immers geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit te verwachten. De vergunningplicht geldt ook niet voor lozingen afkomstig van wonen.

Naar boven