Waterschapsblad van Hoogheemraadschap van Rijnland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap van Rijnland | Waterschapsblad 2025, 28348 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap van Rijnland | Waterschapsblad 2025, 28348 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Een beoordelingsregel vast te stellen waarin staat dat wanneer grondwater wordt geretourneerd, dit moet
gebeuren in het watervoerende pakket waaruit het onttrokken is.
Regels vast te stellen waarmee bij infiltratie de kwaliteit van de bodem en het grondwater wordt beschermd.
Een verduidelijking van de meetverplichting bij het onttrekken van grondwater en infiltratie vast te stellen.
De gewijzigde artikelen over de aan te leveren informatie bij een vergunningaanvraag of melding voor het
onttrekken, retourneren en infiltreren vast te stellen.
Hiervoor de Waterschapsverordening de Rijnlandse Keur te wijzigen zoals weergegeven in Bijlage A.
Deze wijzigingen van de Waterschapsverordening de Rijnlandse Keur op 24 november 2025 in werking te laten
treden.
Leiden, 18 november 2025
Dijkgraaf en hoogheemraden
R.A.M. van der Sande, dijkgraaf
M. Middendorp, secretaris
A
Artikel 1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit is de uitleg van de in deze verordening gebruikte begrippen:
Een plek in het oppervlaktewater voor het vastleggen van boten of andere vaartuigen. Het is gemaakt van palen met een horizontale balk ertussen.
Water vanuit een oppervlaktewater naar een ander oppervlaktewater halen met een werk. Of het water op een natuurlijke manier daar naartoe laten stromen.
Bijvoorbeeld een hek, muurtje of schrikdraad.
Het losslaan, wegwaaien of wegspoelen van een deel van de duinen bij een harde storm.
Een installatie waar Rijnland het stedelijk afvalwater schoonmaakt.
Water vanuit een oppervlaktewater naar een ander oppervlaktewater brengen met een werk. Of het water op een natuurlijke manier daar weg laten stromen.
In de Omgevingswet staat: Archeologische monumenten zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.
Dit zijn de belangrijkste sloten, vaarten, plassen en meren binnen Rijnland. Ze hebben een belangrijke rol bij de aanvoer en afvoer van water, de waterberging en het onderhoud aan een waterkering. Ze zijn ook belangrijk als leefgebied voor planten en dieren.
Een horizontale bemaling of drainage. Het grondwater wordt met een pomp afgevoerd via horizontaal geplaatste zuigbuizen. Er worden geen verticale filters gebruikt.
Tijdelijk opslaan van water. Dit voorkomt wateroverlast bij veel neerslag. Het water wordt langzaam afgevoerd, zodat er weer ruimte is voor nieuwe neerslag.
Een saldo van gedempt en gegraven oppervlaktewater. Dit saldo wordt bijgehouden in een Berging Rekening Courant (BRC).
Een bescherming van de oever. Een beschoeiing staat in het oppervlaktewater langs de waterkant. Het voorkomt dat de oever wegspoelt in het water.
Het schuin aflopende deel van een dijk aan de kant van het land.

Een geotechnisch of milieukundig onderzoek van de bodem. Hierbij worden boringen en/of sonderingen gebruikt.
Oppervlaktewater bedoeld voor het opvangen van water uit de polders en voor het aanvoeren en afvoeren van water uit Rijnlands gebied.
Met gekromde buizen wordt een gat gespoten. Met een boogzinker kan de initiatiefnemer kabels en leidingen bijvoorbeeld onder een sloot of weg door aanbrengen.
In de Omgevingswet staat: plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten.
In de Omgevingswet staat: constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart.
Hiermee wordt grondwater uit de bodem onttrokken en gebruikt als bluswater.
Een vaste of beweegbare verbinding tussen twee percelen die gescheiden zijn door oppervlaktewater.
Het schuin aflopende deel van een dijk aan de kant van het water.

Een holle stalen buis.
De kwaliteit van de samenstelling van het water en welke stoffen en verontreinigingen daarin zitten.
De chemische toestand van het oppervlaktewater zoals bedoeld in de Kaderrichtlijn Water.
Een gedeelte van een waterkering dat lager is dan de rest van de waterkering. Bijvoorbeeld omdat dwars door de waterkering een weg is gemaakt. De lagere plek kan bij hoogwater worden afgesloten.
In de Omgevingswet staat: monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.
De kuil die ontstaat bij het weggraven van een gedeelte van een grondlaag. Het cunet wordt daarna weer gevuld met bijvoorbeeld zand. Dit wordt gedaan om een ondergrond te maken die stevig genoeg is voor een bepaalde activiteit.
Een constructie die grond of water keert. Het is gemaakt van bijvoorbeeld beton, steen, hout, kunststof of staal.
De onderkant van een afsluitende laag basisveen.
De hoeveelheid doorgestroomd water per tijdseenheid.
Een goed te gebruiken materiaal dat uit de grond kan worden gehaald. Bijvoorbeeld zand, schelpen, grind, klei, kalksteen en zout.
Het verkleinen van het bergend oppervlak van een oppervlaktewater. Het bergend oppervlak is de ruimte die beschikbaar is voor water.
Het dagelijks bestuur van Rijnland, bedoeld in artikel 8 van het Reglement van bestuur voor het hoogheemraadschap van Rijnland en artikel 40 van de Waterschapswet.
Op een goede en handige manier een hoeveelheid water opvangen voor laboratoriumonderzoek.
Dit gaat over de draagkracht van de bodem. Het geeft aan hoeveel gewicht een bodem aankan zonder dat bijvoorbeeld een bouwwerk verzakt.
Een voorwerp dat zelfstandig blijft drijven en een vaste ligplaats heeft aan de waterkant. Bijvoorbeeld: woonboten, woonschepen, woonarken, drijvende steigers, drijvende botenhuizen
De afstand tussen het waterpeil en het gemiddeld/ de mediaan van de hoogte van het maaiveld.
Een buis, koker of andere constructie onder bijvoorbeeld een dam, dijk of weg die oppervlaktewateren met een zelfde waterpeil met elkaar verbindt.
De onderste rand van een duin, waar een duin overgaat naar het strand.

De kwaliteit van de structuur en het functioneren van het ecosysteem van het oppervlaktewater. Denk hierbij aan de planten en dieren, maar ook aan de schimmels en de algen die in het oppervlaktewater en in de waterbodem leven.
De ecologische toestand van het oppervlaktewater zoals bedoeld in de Kaderrichtlijn Water.
Emissiebeheersingsmaatregelen zoals bedoeld in de Kaderrichtlijn water (KRW).
Slijtage door wind, ijs en water.
Materiaal dat zorgt dat de grond van het talud niet wegwaait, wegspoelt of op een andere manier verdwijnt.
De hoogte van de bovenste laag grondwater gemeten vanaf het maaiveld. Deze bovenste laag grondwater komt de initiatiefnemer het eerst tegen bij graven en boren.
De fysische kenmerken van het oppervlaktewater zoals bedoeld in de Kaderrichtlijn Water.
Een ondergrond met een gesloten systeem voor het telen van planten. Deze systemen worden ook wel gesloten Pot Container Teelt (PCT) genoemd. Bijvoorbeeld een speciale betonvloer.
In de Omgevingswet staat: water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of ondergrond staat.
Grondwater uit de bodem halen met een onttrekkingsinrichting. Dit is een inrichting of werk bedoeld om grondwater uit de bodem te halen. Vaak is dit een pomp.
Onttrokken grondwater terugbrengen in de bodem.
In de Omgevingswet staat: Afzonderlijke grondwatermassa in een of meer watervoerende lagen.
Het Besluit activiteiten leefomgeving zegt: het beheren, beperken of ongedaan maken van verontreiniging van het grondwater.
De hoogte van het grondwater in de bodem.
Loodrecht
Een bedekking van de bodem waardoor neerslag niet of maar heel weinig in de bodem kan komen. Bijvoorbeeld bestrating, gesloten teeltvloeren en bouwwerken.
Een kabel of leiding waarmee een woning of woongebouw een aansluiting krijgt op een netwerk. Bijvoorbeeld het netwerk voor elektriciteit, gas, drinkwater, warmte of media/(tele)communicatie.
Water in de bodem brengen om de grondwaterstand aan te vullen. Dit gebeurt naast het onttrekken van grondwater.
In de Omgevingswet staat: wegen en vaarwegen, waaronder routenetwerken voor wandelen, fietsen en varen, spoorwegen, havens, luchthavens, energie-infrastructuur, telecommunicatie-infrastructuur, buisleidingen, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen, infrastructuur voor watervoorzieningswerken als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet en andere vitale infrastructuur.
De waterdiepte die minimaal nodig is voor een oppervlaktewater. Deze diepte staat in de legger oppervlaktewateren.
De persoon die een werk of de activiteit wil gaan uitvoeren en hiervoor verantwoordelijk is. Een initiatiefnemer kan het werk of de activiteit zelf uitvoeren of hiervoor een opdracht geven aan een andere partij.
Het punt waar de schuine oever overgaat in het vlakke maaiveld of een beschoeiing.

Moment waarop de regels uit deze verordening gaan gelden.
Het centrale deel van het waterstaatswerk. De kernzone staat in de werkingsgebieden.
Een zone met het bovenste gedeelte van een waterkering. Deze zone staat in de legger regionale waterkeringen.

In het Besluit kwaliteit leefomgeving staat: oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 2, onder 10, van de Kaderrichtlijn Water.
Een civieltechnisch werk dat nodig is om het netwerk van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen, en/of leidingen goed te laten werken. Voorbeelden zijn: een brug, dam, duiker of stuw. Zo’n kunstwerk is niet bedoeld voor permanent verblijf door mensen.
De kwantitatieve toestand van een grondwaterlichaam zoals bedoeld in de Kaderrichtlijn Water.
Grondwater dat onder drukverschil vanuit de bodem omhoog komt.
Vanaf de waterkant verder het land in.
In de Omgevingswet staat: legger als bedoeld in artikel 2.39 Omgevingswet.
Een profiel met de richting, vorm, maten en constructie van een waterkering die aan de veiligheidsnormen voldoet. Een profiel is vaak een zijaanzicht, maar kan ook bijvoorbeeld 3D zijn.
Het leggerprofiel is te vinden in:
Lang en smal.
Het spuiten van water rondom bijvoorbeeld een heipaal of damwand die uit de grond moet. Zo komt de paal makkelijker los uit de grond.
De bovenkant van de grond van een terrein. Ook de bestrating hoort bij het maaiveld. Bij het maaiveld hoort niet:
een kunstmatige verhoging zoals een talud of een berm; en
een kunstmatige verlaging.
De maatschappelijke functies van het watersysteem zijn bijvoorbeeld natuurbeleving, varen, of het goed houden van funderingen van bouwwerken. Het is een maatschappelijke functie als veel gebruikers regelmatig gebruik maken van een functie. Bij een paar gebruikers gaat het niet om een maatschappelijk functie.
In de Omgevingswet staat: maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 Omgevingswet.
Beschermingsbuis voor kabels en leidingen.
Een paal in het oppervlaktewater om bijvoorbeeld een boot of ander vaartuig aan vast te maken.
Moerig betekent dat de grondlaag voor minimaal 15% uit organisch stof bestaat. Moerige grond heeft een moerige laag van 5 tot 40 centimeter dik. De bovenkant van de moerige laag zit niet dieper dan 40 centimeter onder het maaiveld.
Normaal Amsterdams Peil. Alle hoogtes in Nederland worden gemeten ten opzichte van met het NAP.
Het zorgen voor de natuur.
NEN 3650-1:2020: Eisen voor buisleidingsystemen - Deel 1: Algemene eisen, versie 2020.
NEN 3650-2:2020: Eisen voor buisleidingsystemen - Deel 2: Aanvullende eisen voor leidingen van staal, versie 2020.
NEN 3650-3:2020: Eisen voor buisleidingsystemen - Deel 3: Aanvullende eisen voor leidingen van kunststof, versie 2020.
NEN 3650-4:2020: Eisen voor buisleidingsystemen - Deel 4: Aanvullende eisen voor leidingen van beton, versie 2020.
NEN 3650-5:2020: Eisen voor buisleidingsystemen - Deel 5: Aanvullende eisen voor leidingen van gietijzer, versie 2020.
NEN 3651:2020: Aanvullende eisen voor buisleidingen in of nabij belangrijke waterstaatswerken, versie 2020.
NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019.
NEN 6646/C1:2015: Water - Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl, door mineralisatie met seleen, met behulp van een doorstroomanalysesysteem - Ontsluiting met zwavelzuur, seleen en kaliumsulfaat, versie 2015 + C1:2015.
NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2006.
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016.
NEN-EN 13284-1:2001: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 1: Manuele gravimetrische methode, versie 2001.
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005.
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997.
NEN-EN-ISO 11732:2005: Water - Bepaling van ammonium stikstof - Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 2005;
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009.
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012.
NEN-EN-ISO 13395:1997: Water - Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 1997.
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002.
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002.
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met ‘purge-and-trap’ en thermische desorptie, versie 2003.
NEN-EN-ISO 15681-1:2005: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA), versie 2005.
NEN-EN-ISO 15681-2:2018: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA), versie 2018.
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001.
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016.
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008.
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004.
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018.
NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019.
NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003.
NEN-EN-ISO 6878:2004: Water - Bepaling van fosfor - Ammoniummolybdaat spectometrische methode, versie 2004.
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index -Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000.
NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003.
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013.
NEN-ISO 5663:1993: Water - Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof - Methode na mineralisatie met seleen, versie 1993.
Niet sneller dan de snelheid waarmee neerslag op een natuurlijke manier in de bodem zakt en via de bodem naar oppervlaktewater stroomt.
Het gebied tussen de waterbodem en het maaiveld.
Een bescherming van de oever tegen losslaan en wegspoelen van de grond.
De grens tussen oppervlaktewater en land.
In de Omgevingswet staat: omgevingswaarde als bedoeld in afdeling 2.3.
Een kunstwerk dat nodig is voor het goed laten werken van het watersysteem. Bijvoorbeeld een stuw om het waterpeil op goede hoogte te houden, zodat een dijk niet uitdroogt. Of een damwand die het water tegenhoudt.
Het gat in de bodem dat ontstaat wanneer een boom of struik omvalt.
Grondwater uit de bodem halen met een onttrekkingsinrichting. Dit is een inrichting of werk bedoeld om grondwater uit de bodem te halen. Vaak is dit een pomp.
Een inrichting of werk bedoeld om grondwater uit de bodem te halen. Vaak is dit een pomp.
Rijnland ziet meerdere inrichtingen of werken als één onttrekkingsinrichting als ze zijn geplaatst in opdracht van één opdrachtgever en/of vanwege één project en samen één geheel vormen.
Rijnland ziet meerdere inrichtingen of werken niet als één onttrekkingsinrichting als:
de invloedsgebieden van onttrekkingen of infiltraties elkaar niet raken; en/of
er een periode van minstens zes maanden zit tussen de beëindiging van een onttrekking en de start van een volgende onttrekking; en/of
is aangetoond dat de grondwaterstand en de stijghoogte in de diepere watervoerende pakketten zich hebben hersteld tot het natuurlijk niveau voordat de volgende onttrekking begint.
Het omhoog komen en scheuren van bodemlagen die slecht water doorlaten. Bijvoorbeeld lagen klei, leem of veen. Door de scheuren in de bodem komt water omhoog. Mogelijke oorzaken zijn:
De sloten, vaarten, plassen, meren, rivieren, kanalen. Ook droogstaande taluds en greppels die wel in verbinding staan met ander oppervlaktewater.
In de Omgevingswet staat: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers, alsmede flora en fauna.
Oppervlaktewateren die met elkaar in verbinding staan.
In dit document staat:
het waterpeil in een gebied, of de bandbreedten waarbinnen het waterpeil kan variëren.
in welke periode en in welke situatie dit waterpeil zo veel mogelijk in stand wordt gehouden.
Het peilbesluit is door de verenigde vergadering vastgesteld.
Een buis in de bodem waarmee de hoogte van het grondwater in de bodem kan worden gemeten.
De grens tussen peilvakken.
Een bepaald gebied dat is vastgesteld in een peilbesluit. In dit gebied probeert Rijnland één waterpeil te houden. In het peilbesluit staat welk peil dat is.
Een stuk grond of een terrein met vaste grenzen die door het Kadaster zijn bepaald.
In de Omgevingswet staat: waterkering die bescherming biedt tegen overstroming door water van een oppervlaktewaterlichaam waarvan de waterstand direct invloed ondergaat van hoge stormvloed, hoog water van een van de grote rivieren, hoog water van het IJsselmeer of het Markermeer, of een combinatie daarvan, en van het Volkerak-Zoommeer, het Grevelingenmeer, het getijdedeel van de Hollandsche IJssel en de Veluwerandmeren.
De primaire waterkeringen binnen Rijnland staan in de legger primaire keringen.
Een ruimte (lengte, breedte, hoogte) in de grondmassa aan beide kanten van een regionale waterkering. Het is een reservering voor toekomstige versterking of uitbreiding van de waterkering. Het profiel van vrije ruimte staat in de legger regionale waterkeringen.
Een manier van boren.
Beschermt de polders binnen Rijnland tegen overstroming vanuit hoger gelegen oppervlaktewater dat daaromheen ligt. De regionale waterkeringen staan in de legger regionale waterkeringen.
Onttrokken grondwater terugbrengen in de bodem.
Het hoogheemraadschap van Rijnland.
Bij dit onderzoek worden geluidsgolven de grond ingestuurd. De aardlagen kaatsen deze golven terug. Dit geeft veel informatie over hoe de bodemlagen eruitzien.
Bouwwerken die alleen tussen 1 februari en 1 november op het strand staan. Bijvoorbeeld een strandtent of surfpaviljoen.
Een in de grond gegraven geul.
Een manier om een kabel, leiding of mantelbuis in de bodem te brengen zonder een sleuf te graven.
Het in de bodem drukken van een conus loodrecht op het maaiveld. Het doel is de draagkracht van de bodem bepalen.
Het wegpompen van dieper grondwater om de grondwaterdruk kleiner te maken. Het doel is het opbarsten van de bodem voorkomen.
Materiaal dat de initiatiefnemer krijgt bij graven of baggeren
Een bouwwerk in het oppervlaktewater dat bestaat uit palen en een gedeelte waar mensen op kunt lopen.
Hoe hoog het grondwater maximaal zou kunnen staan. Dit wordt gemeten vanaf een bepaald niveau, meestal het NAP.
Chemische elementen en verbindingen.
Bijvoorbeeld straatverlichting, naamborden, wegwijzers, bankjes en vuilnisbakken.
Het deel van de kuststrook tussen de duinvoet en de zee.
Een toegang naar en van het strand.
Een voorraad van zoet grondwater die beschikbaar moet blijven voor de toekomst. Bijvoorbeeld voor drinkwater. De Kaderrichtlijn Water (KRW) noemt dit de zoete grondwaterlichamen.
Een constructie die water tegenhoudt en waarmee het waterpeil in een oppervlaktewater wordt geregeld.
Dit is het schuine deel van een dijk, of de schuine oever tussen de waterbodem en het maaiveld.
De hoeveelheid vierkante meters waarmee het hard oppervlak volgens de rekenbepaling uit artikel 1 van bijlage I toeneemt.
het algemeen bestuur van Rijnland, bedoeld in artikel 8 van het Reglement van bestuur voor het hoogheemraadschap van Rijnland en artikel 12 van de Waterschapswet.
Het zouter worden van de bodem en het water.
Het spuiten van water rondom bijvoorbeeld een boorfilter, heipaal of peilbuis die al in de grond zit. Zo kan de buis of paal verder in de grond zakken.
Een plek om water te bergen. In een waterberging wordt neerslag tijdelijk vastgehouden. Door het water geleidelijk af te voeren, kan nieuwe neerslag weer worden opgevangen.
De grond van een oppervlaktewater onder de waterspiegel.
Hoe goed de waterkering het water kan tegenhouden.
Een waterkering houdt water tegen en beschermt tegen een overstroming. Het zijn waterscheidingen, kunstmatige hoogten en (gedeelten van) natuurlijke hoogten of hooggelegen gronden. Vaak wordt dit een dijk genoemd.
Bij de waterkering horen ook sommige kunstwerken die daarin of daaraan zijn gemaakt. Het gaat om kunstwerken die (ook) een waterkerende functie hebben. Bijvoorbeeld een sluis.
In de Omgevingswet staat: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers, alsmede flora en fauna.
Een kleine hoeveelheid water. Dit wordt vaak verzameld voor laboratoriumonderzoek.
De hoogte van de bovenkant van het oppervlaktewater. De hoogte wordt gemeten ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP). Het waterpeil gaat dus niet om de diepte van het water.
Het grensvlak tussen water en lucht. Een ander woord is wateroppervlak.
In de Omgevingswet staat: Oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk.
In de Omgevingswet staat: Samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken.
Een laag in de bodem (bijvoorbeeld zand) waar langzaam grondwater doorheen stroomt. Deze bodemlaag heeft aan de bovenkant en de onderkant een ondoorlatende laag (bijvoorbeeld klei) of een vrije waterspiegel.
Een door de mens gemaakte of nog te maken constructie of inrichting met alles wat daarbij hoort.
Het deel van het beheergebied van Rijnland waar bepaalde regels gelden.
een regeling van een orgaan dat aan de Grondwet of een wet in formele zin regelgevende bevoegdheid ontleent. Denk hierbij aan regels van het Rijk, provincies, gemeenten of Rijnland.
Het waterpeil dat in de winter wordt gebruikt. Het juiste winterpeil staat in het peilbesluit.
De waterkeringen die ons beschermen tegen overstroming door de zee. Denk hierbij aan de duinen, dijken en duin-in-dijk-constructies.
Water en lucht wordt uit de grond geperst door het samendrukken van de grond.
Het waterpeil dat in de zomer wordt gebruikt. In het peilbesluit staat wat het zomerpeil is. Meestal geldt het zomerpeil van ongeveer maart/april tot ongeveer september/oktober.
Een zone direct gelegen zeewaarts van de op dat moment geldende duinvoet van een aantal meter breed en bestemd voor de aangroei van duin. Uitgezonderd hiervan zijn op- en afritten.
Een bodemsoort die redelijk veel water kan opnemen en daardoor opzwelt. Bentoniet is een bekend voorbeeld van zwelklei.
B
Het opschrift van hoofdstuk 12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
C
Afdeling 12.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De artikelen uit dit hoofdstuk gelden voor:
het onttrekken van grondwater; en
het retourneren van grondwater; en
De initiatiefnemer meet elk kwartaal hoeveel grondwaterwater wordt onttrokken of geïnfiltreerd.
De initiatiefnemer meet de in lid 1 genoemde hoeveelheid met een nauwkeurigheid van minimaal 95%.
De initiatiefnemer meet de kwaliteit van het te infiltreren water. De initiatiefnemer neemt hiervoor representatieve watermonsters en laat die analyseren op de parameters en met de frequenties die staan deze tabel.
Parameter | Afkorting | Frequentie |
Bacteriën van de coligroep | Vierwekelijks | |
Kleur | Vierwekelijks | |
Zwevende | SS | Vierwekelijks |
Geleidingsvermogen voor elektriciteit | Vierwekelijks | |
Temperatuur | T | Vierwekelijks |
Zuurgraad | pH | Vierwekelijks |
Opgelost zuurstof | O2 | Vierwekelijks |
Totaal organisch koolstof | TOC | Vierwekelijks |
Bicarbonaat | HCO3 | Vierwekelijks |
Nitriet | NO2 | Vierwekelijks |
Nitraat | NO3 | Vierwekelijks |
Ammonium | NH4 | Vierwekelijks |
Totaal fosfaat | Totaal P | Vierwekelijks |
Fluoride | F | Driemaandelijks |
Chloride | Cl | Vierwekelijks |
Sulfaat | SO4 | Driemaandelijks |
Natrium | Na | Driemaandelijks |
IJzer | Fe | Driemaandelijks |
Mangaan | Mn | Driemaandelijks |
Chroom | Cr | Driemaandelijks |
Lood | Pb | Driemaandelijks |
Koper | Cu | Driemaandelijks |
Zink | Zn | Driemaandelijks |
Cadmium | Ca | Driemaandelijks |
Arseen | As | Driemaandelijks |
Cyanide | CN | Driemaandelijks |
Minerale olie | Vierwekelijks | |
Adsorbeerbaar organisch halogeen | AOX | Vierwekelijks |
Vluchtig organische gebonden chloor | VOC | Vierwekelijks |
Vluchtige aromaten | Vierwekelijks | |
Polycyclische aromaten | PAK | Driemaandelijks |
Fenolen | Driemaandelijks |
Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen in de vergunning of met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 wanneer het gaat om:
een korte onttrekking of infiltratie; of
een onttrekking of infiltratie die alleen in een bepaald seizoen gebeurt.
De initiatiefnemer stuurt elk jaar voor 31 januari de resultaten van de metingen uit lid 1 en lid 3 naar dijkgraaf en hoogheemraden. Als geen grondwater is onttrokken dan wordt als resultaat 0 gerapporteerd.
De initiatiefnemer stuurt na het stoppen van de onttrekking of infiltratie de informatie uit lid 1 en lid 3 binnen één maand naar dijkgraaf en hoogheemraden.
Lid 1, lid 2, lid 3, lid 4 en lid 5 gelden niet als de initiatiefnemer:
niet meer dan 12.000 m³ per jaar grondwater onttrekt en dat grondwater gebruikt om planten of vee water te geven; of
grondwater onttrekt voor een brandblusvoorziening.
D
Artikel 12.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een vergunning is nodig voor het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater bij een waterkering, als de activiteit invloed kan hebben op de freatische grondwaterstand in de kernzone of beschermingszone van een waterkering.
E
Artikel 12.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De artikelen uit deze subparagraaf gelden voor het onttrekken vanals grondwaterhet onttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.
F
Subsubparagraaf 12.2.1.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 5 m³ grondwater per uur in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dathet grondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 2.500 m³ grondwater per maand in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dathet grondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 12.000 m³ grondwater per jaar in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dathet grondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.
G
Subsubparagraaf 12.2.1.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 5 m³ grondwater per uur in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dathet grondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 2.500 m³ grondwater per maand in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dathet grondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 12.000 m³ grondwater per jaar in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dathet grondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.
H
Subsubparagraaf 12.2.1.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 10 m³ grondwater per uur in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dathet grondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 5.000 m³ grondwater per maand in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dathet grondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 12.000 m³ grondwater per jaar in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dathet grondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.
I
Artikel 12.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De artikelen uit deze subparagraaf gelden voor het onttrekken en retourneren van grondwater voor een grondwatersanering.
J
Subsubparagraaf 12.2.1.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een vergunning is nodig voor hetwanneer langer onttrekken endan zes retourneren vanmaanden wordt grondwateronttrokken in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als de onttrekking langer duurt dan zes maanden en dit gebeurt voor een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 10 m³ grondwater per uur wordt onttrokken in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 5.000 m³ grondwater per maand wordt onttrokken in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 20.000 m³ grondwater per jaar wordt onttrokken in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.
K
Subsubparagraaf 12.2.1.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een vergunning is nodig voor hetwanneer langer onttrekken endan vier retourneren vanjaar wordt grondwateronttrokken in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen als de onttrekking langer duurt dan vier jaar en gebeurt voor een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 15 m³ grondwater per uur wordt onttrokken in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 10.000 m³ grondwater per maand wordt onttrokken in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 200.000 m³ grondwater per jaar wordt onttrokken in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.
L
Subsubparagraaf 12.2.1.3.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een vergunning is nodig voor hetwanneer langer onttrekken endan vier retourneren vanjaar wordt grondwateronttrokken in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen als de onttrekking langer duurt dan vier jaar en gebeurt voor een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 25 m³ grondwater per uur wordt onttrokken in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 15.000 m³ grondwater per maand wordt onttrokken in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 300.000 m³ grondwater per jaar wordt onttrokken in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.
M
Het opschrift van subparagraaf 12.2.1.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
N
Subsubparagraaf 12.2.1.4.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De artikelen uit deze subparagraaf gelden voor het onttrekken of infiltreren van grondwater voor een andere reden dan planten of vee water geven of een grondwatersanering.
De artikelen uit deze paragraaf gelden niet voor het onttrekken of infiltreren van grondwater voor een:
bemalen drainage voor een agrarische doel.
O
Subsubparagraaf 12.2.1.4.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een vergunning is nodig voor het langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren van grondwater in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.
Lid 1 geldt niet voor het onttrekken of infiltreren van grondwater voor het maken van een sleuf waarin een kabel of leiding komt.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 10 m³ grondwater per uur wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 5.000 m³ grondwater per maand wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 20.000 m³ grondwater per jaar wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.
P
Subsubparagraaf 12.2.1.4.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een vergunning is nodig voor het langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren van grondwater in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.
Lid 1 geldt niet voor het onttrekken of infiltreren van grondwater voor het maken van een sleuf waarin een kabel of leiding komt.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 35 m³ grondwater per uur wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 10.000 m³ grondwater per maand wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 30.000 m³ grondwater per jaar wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.
Q
Subsubparagraaf 12.2.1.4.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een vergunning is nodig voor het langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren van grondwater in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.
Lid 1 geldt niet voor het onttrekken of infiltreren van grondwater voor het maken van een sleuf waarin een kabel of leiding komt.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 100 m³ grondwater per uur wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 40.000 m³ grondwater per maand wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.
Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 100.000 m³ grondwater per jaar wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.
R
Artikel 12.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
S
Artikel 12.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De initiatiefnemer voorkomt dat het onttrekken of infiltreren van grondwater negatieve gevolgen heeft in de bodem of in het grondwater.
Als het redelijk is dat negatieve gevolgen niet zijn te voorkomen, dan houdt de initiatiefnemer deze negatieve gevolgen zo klein mogelijk.
Als het redelijk is dat de negatieve gevolgen niet klein kunnen blijven, dan neemt de initiatiefnemer compenserende maatregelen.
De initiatiefnemer voorkomt dat het onttrekken of infiltreren van grondwater leidt tot verontreiniging van de bodem of het grondwater.
De initiatiefnemer voorkomt negatieve gevolgen voor de dragende functie van het watersysteem.
T
Artikel 12.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Grondwater dat is onttrokken uit de strategische voorraad zoet grondwater wordt helemaal geretourneerd.
Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen afwijken van lid 1 als retourneren van al het onttrokken grondwaterwater niet redelijk is om te eisen.
U
Artikel 12.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De initiatiefnemer beschrijft de gevolgen van het onttrekken, retourneren en infiltreren van grondwater tot aan de 5 centimeter verlagings-/verhogingslijn van de freatische grondwaterstand. Bij een spanningsbemaling gebeurt dit tot aan de 5 centimeter van de stijghoogte in het watervoerende pakket.
Bij het beschrijven gaat de initiatiefnemer in op onttrekkingen, retourneringen en infiltraties die al worden uitgevoerd.
V
Artikel 12.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Duurt het onttrekken van grondwater of infiltreren een lange tijd, dan beschrijft een initiatiefnemer de gevolgen van:
het stoppen van het onttrekken of infiltreren; en
het minder grondwater gaan onttrekken of infiltreren.
W
Na artikel 12.49 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
De initiatiefnemer retourneert grondwater in het watervoerende pakket waaruit het onttrokken is.
Rijnland verleent geen vergunning voor infiltreren als:
in het te infiltreren water hogere concentraties stoffen voorkomen dan genoemd in bijlage XIX, onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of
in het te infiltreren water stoffen voorkomen:
die zijn genoemd in bijlage XIX, onder B van het Besluit kwaliteit leefomgeving, als die stoffen niet zijn genoemd in bijlage XIX, onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en
in een hoeveelheid en concentratie waarbij er een risico is dat dit zorgt voor het slechter worden van de kwaliteit van het grondwater.
Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen afwijken van lid 1, onder a en voor een vaste periode een hogere concentratie toestaan voor één of meer stoffen, als:
de bodemgesteldheid of de bodemsoort ervoor zorgt dat er geen gevaar is voor verontreiniging van het grondwater; of
in de vergunning voorschriften staan die het gevaar voor verontreiniging van het grondwater opheffen.
X
Artikel 12.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften staan over:
De grondwaterstand en stijghoogte;
De kwaliteit van het oppervlaktewatersysteem (verandering in de situatieverticale stroming van kwel enhet infiltratiegrondwater);
De ligging van het grensvlak tussen zoet en zout;
Gevolgen buiten het eigen terrein op natuur, landbouw en openbaar groen;
Funderingen en gebouwen;
Overige infrastructuur;
Andere grondwateronttrekkingen in de omgeving;
Verplaatsen van grondwaterverontreiniging;
Het moment van melden van de start van de activiteiten;
Het moment van melden van het einde van de activiteiten;
De kwaliteit van het in de bodem te brengen water;
Het onder controle houden van de hydrologische situatie;
Het stoppen van het in de bodem brengen van het watermet infiltreren;
Het controleren van de kwaliteit van het grondwater.
Y
Artikel 12.50a wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, voor aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt;
het aantal in te richten putten;
de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van iedere put;
de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;
de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put;
de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put;
de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken;
de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;
een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; en
als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:
de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;
de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;
een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;
de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en
een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.
Als de aanvraag gaat over onttrekken, staat deze informatie in de aanvraag:
het doel van de onttrekking; en
de maximale diepte van de ontgraving in meters onder maaiveld; en
de verlaging van de grondwaterstanden ten opzichte van NAP; en
de hoeveelheid grondwater in m³ die maximaal wordt onttrokken per uur, dag, maand, kwartaal, jaar en in totaal; en
het aantal bestaande en nieuw te maken putten; en
de coördinaten van alle putten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting; en
van iedere put:
de plek en manier waarop het onttrokken grondwater wordt geloosd; en
een tekening waar de locatie/sleuven van de bemaling en de lozingspunten op staan; en
een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van het onttrekken voor:
het dalen van het maaiveld; en
de funderingen en gebouwen; en
de waterkeringen; en
de overige infrastructuur; en
een bestaande grondwaterverontreiniging; en
de natuur, landbouw en het openbaar groen dat buiten het eigen terrein ligt; en
andere grondwateronttrekkingen in de omgeving; en
de ligging van het grensvlak tussen zoet en zout; en
een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die de initiatiefnemer neemt om negatieve gevolgen van het onttrekken te voorkomen of te beperken; en
een bemalingsadvies; en
een technisch bemalingsplan; en
een monitoringsplan met daarin deze informatie:
een nulmeting van de grondwaterstanden; en
de locaties van de peilbuizen die zijn bedoeld voor het meten van de verlaging van de grondwaterstand;
voor iedere peilbuis de signaalwaarden en actiewaarden die gelijk zijn aan de berekende verlaging van de grondwaterstand; en
de te nemen acties wanneer de grondwaterstand onder de signaalwaarden en actiewaarden komt.
Als de aanvraag gaat over retourneren, staat deze informatie in de aanvraag:
de hoeveelheid grondwater in m³ die maximaal wordt geretourneerd per uur, dag, maand, kwartaal, jaar en in totaal; en
het aantal bestaande en nieuw te maken putten; en
de coördinaten van iedere put volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting; en
van iedere put hoe diep in de grond de onderkant en de bovenkant van de perforatie in de filters zitten, gemeten vanaf het maaiveld en vanaf het NAP; en
een opbarstberekening.
Als de aanvraag gaat over infiltreren, staat deze informatie in de aanvraag:
de hoeveelheid water in m³ die maximaal worden geïnfiltreerd per uur, dag, maand, kwartaal, jaar en in totaal; en
de diepte in meters ten opzichte van NAP waarop het water in de bodem wordt gebracht; en
een beschrijving van de samenhang tussen infiltreren en onttrekken; en
waar het te infiltreren water vandaan komt; en
de samenstelling van het te infiltreren water; en
een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van infiltreren; en
een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die de initiatiefnemer neemt om negatieve gevolgen van het infiltreren te voorkomen of beperken.
Z
Paragraaf 12.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De artikelen uit deze paragraaf gelden voor het onttrekken en retourneren van grondwater voor een grondwatersanering.
De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken en retourneren van grondwater als dit:
gebeurt voor een grondwatersanering; en
gebeurt in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied; en
minimaal drie maanden tot maximaal zes maanden duurt; en
geen invloed heeft op de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en
gebeurt met minimaal 5 m³ per uur, of 2.500 m³ per maand of 5.000 m³ per jaar; en
gebeurt met maximaal 10 m³ per uur; en
gebeurt met maximaal 5.000 m³ per maand; en
gebeurt met maximaal 20.000 m³ per jaar.
De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken en retourneren van grondwater als dit:
gebeurt voor een grondwatersanering; en
gebeurt in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen; en
minimaal drie maanden tot maximaal vier jaar duurt; en
geen invloed heeft op de freatische grondwaterstand in de kernzone enbeschermingszone van de waterkering; en
gebeurt met minimaal 5 m³ per uur, of 2.500 m³ per maand of 5.000 m³ per jaar; en
gebeurt met maximaal 15 m³ per uur; en
gebeurt met maximaal 10.000 m³ per maand; en
gebeurt met maximaal 200.000 m³ per jaar.
De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken en retourneren van grondwater als dit:
gebeurt voor een grondwatersanering; en
gebeurt in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen; en
minimaal drie maanden en maximaal vier jaar duurt; en
geen invloed heeft op de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en
gebeurt met minimaal 10 m³ per uur, of 5.000 m³ per maand of 12.000 m³ per jaar; en
gebeurt met maximaal 25 m³ per uur; en
gebeurt met maximaal 15.000 m³ per maand; en
gebeurt met maximaal 300.000 m³ per jaar.
AA
Paragraaf 12.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De artikelen uit deze paragraaf gelden voor het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater, wanneer dit gebeurt om een andere reden dan vee of planten water geven of grondwater saneren.
De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater als dit:
gebeurt voor iets anders dan vee of planten water geven; en
gebeurt voor iets anders dan een grondwatersanering; en
gebeurt voor iets anders dan een brandblusvoorziening; en
gebeurt voor iets anders dan een bemalen drainage voor een agrarisch doel; en
gebeurt in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied; en
minimaal drie maanden en maximaal zes maanden duurt; en
geen invloed heeft op de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en
gebeurt met minimaal 5 m³ per uur, of 2.500 m³ per maand of 5.000 m³ per jaar; en
gebeurt met maximaal 10 m³ per uur; en
gebeurt met maximaal 5.000 m³ per maand; en
gebeurt met maximaal 20.000 m³ per jaar.
De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater als dit:
gebeurt voor iets anders dan vee of planten water geven; en
gebeurt voor iets anders dan een grondwatersanering; en
gebeurt voor iets anders dan een brandblusvoorziening; en
gebeurt voor iets anders dan een bemalen drainage voor een agrarisch doel; en
gebeurt in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen; en
minimaal drie maanden en maximaal zes maanden duurt; en
geen gevolgen heeft voor de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en
gebeurt met minimaal 5 m³ per uur, of 2.500 m³ per maand of 5.000 m³ per jaar;
gebeurt met maximaal 35 m³ per uur; en
gebeurt met maximaal 10.000 m³ per maand; en
gebeurt met maximaal 30.000 m³ per jaar.
De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater als dit:
gebeurt voor iets anders dan vee of planten water geven; en
gebeurt voor iets anders dan een grondwatersanering; en
gebeurt voor iets anders dan een brandblusvoorziening; en
gebeurt voor iets anders dan een bemalen drainage voor een agrarisch doel; en
gebeurt in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen; en
maximaal zes maanden duurt; en
geen gevolgen heeft voor de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en
gebeurt met minimaal 10 m³ per uur, of 5.000 m³ per maand of 12.000 m³ per jaar; en
gebeurt met maximaal 100 m³ per uur; en
gebeurt met maximaal 40.000 m³ per maand; en
gebeurt met maximaal 100.000 m³ per jaar.
BB
Het opschrift van paragraaf 12.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CC
Subparagraaf 12.3.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In afwijking van artikel 3.2 meldt een initiatiefnemer het onttrekken, retourneren en infiltreren van grondwater minimaal zes weken voor de werkzaamheden starten.
Het werk moet binnen één jaar na de melding starten, anders is de melding niet meer geldig.
Bij de melding uit artikel 12.59 zit deze informatie:
De gegevens uit artikel 3.4; en
Een bemalingsadvies met daarin:
Het doel van het grondwater onttrekken; en
Het aantal bestaande en nieuw in te richten putten; en
De coördinaten van alle putten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting; en
Van iedere put:
De hoeveelheid grondwater in m³ die maximaal wordt onttrokken per uur, per dag, per maand en per jaar; en
Een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen die het onttrekken kan veroorzaken; en
Een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden genomen om negatieve gevolgen van het onttrekken te voorkomen of beperken; en
Bij het infiltreren van water bevat het bemalingsadvies ook deze informatie:
De hoeveelheid water in m³ die maximaal wordt geïnfiltreerd per uur, per dag, per maand en per jaar; en
De diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht; en
Een beschrijving over de samenhang tussen het onttrekken en het infiltreren; en
Waar het water dat in de bodem wordt gebracht vandaan komt; en
De samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht;
Een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden genomen om negatieve gevolgen van het infiltreren te voorkomen of beperken.
Een technisch bemalingsplan met een monitoringsplan met, afhankelijk van de verwachte effecten, daarin:
aangegeven hoe de daadwerkelijke effecten van de onttrekking, infiltratie of retournering in beeld worden gebracht door middel van grondwaterstanden; en
Een nulmeting van:
De grondwaterstanden; en
Een opname van het maaiveld; en
Een opname van de bouwwerken (met behulp van foto’s); en
Het inmeten van hoogtebouten; en
Een meetplan voor de grondwaterstanden (met actiewaarden);
Een meetplan met zakbakens of hoogtebouten;
Een meetplan bodemvocht met eventueel een watergiftenplan;
Een meetplan waterkwaliteit als water wordt geïnfiltreerd;
Actiewaarden wanneer de omgeving waar wordt onttrokken, geïnfiltreerd of geretourneerd daar aanleiding voor geeft.
De melding uit artikel 12.59 bevat de gegevens uit artikel 3.4.
De melding uit artikel 12.59 voor onttrekken bevat de gegevens uit artikel 12.50a, lid 1.
De melding uit artikel 12.59 voor retourneren bevat de gegevens uit artikel 12.50a, lid 2.
Een melding uit artikel 12.59 voor infiltreren bevat de gegevens uit artikel 12.50a, lid 3.
DD
Artikel 12.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Als er schade ontstaat door het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater, dan informeert de initiatiefnemer Rijnland hier zo snel mogelijk over:
EE
Artikel 12.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het eersteDe watervoerende pakket wordt de freatische grondwaterstand wordt maximaal 50 centimeter verlaagd onder de ontgravingsdiepte.
Bij een spanningsbemaling wordt in het eerste watervoerende pakket de freatische grondwaterstand maximaal 50 centimeter verlaagd onder de benodigde stijghoogte.
FF
Artikel 12.69 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij het retourneren van onttrokken grondwater brengt de initiatiefnemer het grondwater terug in hetzelfde watervoerende pakket waaruit het onttrokken is.
GG
Na artikel 12.71 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Infiltreren mag niet als:
in het te infiltreren water hogere concentraties stoffen voorkomen dan genoemd in bijlage XIX, onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of
in het te infiltreren water stoffen voorkomen:
die zijn genoemd in bijlage XIX, onder B van het Besluit kwaliteit leefomgeving, als die stoffen niet zijn genoemd in bijlage XIX, onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en
in een hoeveelheid en concentratie waarbij er een risico is dat dit zorgt voor het slechter worden van de kwaliteit van het grondwater.
Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 en voor een vaste periode een hogere concentratie toestaan voor één of meer stoffen als:
de bodemgesteldheid of de bodemsoort ervoor zorgt dat er geen gevaar is voor verontreiniging van het grondwater; of
in het maatwerkvoorschrift voorschriften staan die het gevaar voor verontreiniging van het grondwater opheffen.
HH
Artikel 12.72 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Een initiatiefnemer stopt met het infiltreren van water als Rijnland dat nodig vindt. Dat is om deze redenen:
er is te weinig water om te infiltreren; of
de kwaliteit van het grondwater wordt te slecht; of
een waterstaatswerk wordt slechter; of
een van de punten hierboven dreigt te gebeuren.
II
Artikel 12.73 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Is er geen vergunning nodig en gelden er geen voorwaarden zonder vergunning, dan meldt een initiatiefnemer het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater.
JJ
Artikel 12.74 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De melding uit artikel 12.73 bevat de gegevens uit artikel 3.4.
Bij de melding zit de informatie uit artikel 12.60.
De melding uit artikel 12.73 voor onttrekken bevat de gegevens uit artikel 12.50a, lid 1 onder a tot en met j.
De melding uit artikel 12.73 voor retourneren bevat de gegevens uit artikel 12.50a, lid 2 onder a tot en met d.
Een melding uit artikel 12.73 voor infiltreren bevat de gegevens uit artikel 12.50a, lid 3.
KK
Artikel 12.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Is er geen vergunning nodig en gelden er geen voorwaarden zonder vergunning, dan is het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater in ieder geval toegestaan volgens de artikelen uit deze paragraaf.
LL
Na artikel 12.77 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Infiltreren mag niet als:
in het te infiltreren water hogere concentraties stoffen voorkomen dan genoemd in bijlage XIX, onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of
in het te infiltreren water stoffen voorkomen:
die zijn genoemd in bijlage XIX, onder B van het Besluit kwaliteit leefomgeving, als die stoffen niet zijn genoemd in bijlage XIX, onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en
in een hoeveelheid en concentratie waarbij er een risico is dat dit zorgt voor het slechter worden van de kwaliteit van het grondwater.
MM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NN
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater kan gevolgen hebben voor de omgeving. Hoe groot de gevolgen zijn, hangt af van het gebied waar de initiatiefnemer de activiteit uitvoert. Rijnland heeft drie soorten gebieden:
grondwaterbeschermingsgebieden of waterwingebieden;
gebieden die kwetsbaar zijn voor grondwateronttrekkingen;
gebieden zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen.
In deze gebieden gelden verschillende regels. Daarover gaat dit hoofdstuk.
OO
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Grondwater is al het water wat in de bodem aanwezig is. Freatisch grondwater is de bovenste laag van het grondwater. Deze laag kom je het eerst tegen als je graaft.
De grondwaterstand is het peil van het water dat in de bodem zit. Het is de hoogte van het grondwater ten opzichte van een bepaald punt, meestal het maaiveld. Grondwaterstand is hetzelfde als grondwaterpeil.
Grondwater onttrekkenOnttrekken, retourneren of infiltreren in de buurt van een waterkering kan invloed hebben op de freatische grondwaterstand. Dit kan grote negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering. De waterkering moet stabiel en stevig blijven. Of er een risico is hangt af van bijvoorbeeld:
de afstand tussen de plaats van de activiteit en de waterkering;
de hoeveelheid grondwater waar mee wordt gewerkt;
hoe de kering er uit ziet.
Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico voor de waterkering.
PP
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In subparagraaf 12.2.1.2 en subparagraaf 12.2.1.3 zijn regels opgenomen over het onttrekken en retourneren van grondwater om aan planten of vee te geven, of een grondwatersanering uit te voeren. In deze subparagraaf zijn regels opgenomen voor het onttrekken en infiltreren van grondwater voor andere redenen.
Een andere reden is bijvoorbeeld het drooghouden van een bouwput, kabelsleuf of leidingsleuf.
RR
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SS
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
TT
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
UU
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
VV
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
WW
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
XX
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen kan het onttrekken of infiltreren van meer dan 10.000 m³ grondwater per maand een risico zijn. Dit kan bijvoorbeeld invloed hebben op kwetsbare bouwwerken of kwetsbare natuur. Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico.
YY
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen kan het onttrekken of infiltreren van meer dan 30.000 m³ grondwater per jaar een risico zijn. Dit kan bijvoorbeeld invloed hebben op kwetsbare bouwwerken of kwetsbare natuur. Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico.
ZZ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AAA
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BBB
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCC
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
DDD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Negatieve gevolgen
Rijnland beoordeelt een vergunningaanvraag op mogelijke negatieve gevolgen. Rijnland verleent geen vergunning als:
een onttrekking of infiltratie zorgt voor wateroverlast of waterschaarste.
één of meer van deze onderwerpen belangrijker zijn:
het beschermen en het verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van het grondwater;
de maatschappelijke functies van het grondwater;
de kosten, de sociaaleconomische gevolgen, de effecten op het milieu, de volksgezondheid en de natuur.
Rijnland kijkt ook naar de doelstellingen van de grondwaterrichtlijn van de Kader Richtlijn Water. Hierin staat dat een onttrekking of infiltratie niet mag zorgen voor het slechter worden van:
Dit beoordeelt Rijnland zo:
Onttrekken of infiltreren mag alleen als het risico op verspreiden van een verontreiniging die in de bodem zit niet te groot wordt.
Infiltreren van hemelwater mag alleen als de kwaliteit van het grondwater niet slechter wordt.
Maatregelen
Een initiatiefnemer neemt maatregelen om negatieve gevolgen voor de bodem of het grondwater te voorkomen of kleiner te maken. Bijvoorbeeld deze maatregelen:
Minder grondwater onttrekken door bijvoorbeeld: werken binnen damwanden, werken in den natte, onderwaterbeton gebruiken, de bodem injecteren. Dit zijn de civieltechnische of geohydrologische maatregelen.
Grondwater retourneren om zo het grondwaterpeil zo min mogelijk te verlagen;
Grondwater op zo’n manier onttrekken dat de gevolgen zo klein mogelijk zijn. Bijvoorbeeld door het grondwaterpeil omhoog te laten komen als er niet wordt gewerkt;
Constructies maken die de fundering vervangen of ondersteunen;
De natuur beregenen. Dit betekent water geven aan de natuur in plaats van of als aanvulling van de regen die valt;
Isoleren van bodemverontreiniging met schermen;
Infiltratie met hemelwater om dit water daarna weer te onttrekken.
In bijzondere situaties kan een schaderegeling ook een maatregel zijn. Maar eerst moet een initiatiefnemer kijken of negatieve gevolgen kunnen worden voorkomen.
Rijnland verleent geen vergunning als het onttrekken of infiltreren een verontreiniging van de bodem of het grondwater veroorzaakt. Het maakt niet uit of de verontreiniging al aanwezig is, of dat het een gevolg is van de onttrekking of infiltratie.
EEE
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het onttrekken en infiltreren van grondwater heeft gevolgen voor:
de natuurlijke grondwaterstand;
de stijghoogte in het watervoerende pakket;
de horizontale en verticale stroming van het grondwater.
Gevolgen voor de grondwaterstand en de stijghoogte
De initiatiefnemer beschrijft de gevolgen van de onttrekking en infiltratie voor de grondwaterstand en de stijghoogte. De initiatiefnemer beschrijft wat de gevolgen zijn en hoe groot die zijn. Hierbij gelden deze grenzen:
de 5 centimeter verlagingslijn is de grens van het gebied waar een onttrekking invloed op heeft.
de 5 centimeter verhogingslijn is de grens van het gebied waar een infiltratie invloed heeft.
In een bijzondere situatie kan een initiatiefnemer andere waarde dan 5 cm gebruiken.
Gevolgen voor de kwaliteit van het grondwater
De initiatiefnemer beschrijft welke gevolgen de onttrekking of infiltratie heeft en hoe groot die gevolgen zijn. De initiatiefnemer beschrijft ook de samenstelling en de kwaliteit van het grondwater dat wordt onttrokken of geïnfiltreerd. Het grondwater wordt daarvoor bijvoorbeeld onderzocht op de gehalten chloride, sulfaat, ijzer, zwevende stof, CZV en BZV.
Rijnland wil voorkomen dat de kwaliteit van het grondwater in de bodem slechter wordt door een infiltratie. Als het grondwater in het oppervlaktewater wordt geloosd, dan gebruikt Rijnland de samenstelling van het grondwater om de lozing te beoordelen.
Monitoringsplan en meetplan
Een monitoringsplan kan nodig zijn voor het beschrijven van de gevolgen van een onttrekking of infiltratie. In de vergunning staat of de initiatiefnemer een monitoringsplan moet maken en wat daar in moet staan.
Een meetplan met actiewaarden kan een onderdeel van het monitoringsplan zijn. Dat is vooral als er kwetsbare voorwerpen in het gebied aanwezig zijn. Dat zijn civieltechnische werken zoals bouwwerken, kunstwerken , waterkeringen en wegen. Zo’n meetplan bestaat bijvoorbeeld uit:
Nulmetingen: grondwaterstanden, inmeten van hoogtepunten, opname maaiveld en bouwwerken (met fotografische vooropnamen);
Meetplan grondwaterstanden, met actiewaarden;
Meetplan zakbakens. Dat is om maaiveldhoogten en maaiveldzakkingen te meten en/of hoogtebouten voor bouwwerrken te meten;
Meetplan bodemvocht. Dat is vooral voor monumentale natuur (meestal bomen) om te bepalen wanneer water geven nodig is (een watergiftenplan);
Meetplan waterkwaliteit.
Rapport bij tijdelijke bemalingen
De initiatiefnemer maakt een rapport voor de onderbouwing van een aanvraag voor een watervergunning, een bemalingsplan en een monitoringsplan voor tijdelijke bemalingen.
Het gaat om een rapport zoals dat staat in de ‘Beoordelingsrichtlijn Tijdelijke bemalingen BRL SIKB 12010 en BRL SIKB 1202’. Het mag ook een rapport zijn van dezelfde kwaliteit.
FFF
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Stoppen van een lang durende onttrekking of infiltratie van grondwater kan negatieve gevolgen hebben voor de omgeving. Dat geldt ook voor minder grondwater onttrekken of infiltreren. De omgeving kan zich aan een lang durende onttrekking of infiltratie aanpassen. Stoppen of minder onttrekken of infiltreren kan dan bijvoorbeeld invloed hebben op de grondwaterstand en het grondwaterstromingspatroon in de omgeving. Dit kan zorgen voor:
grondwater overlast;
zakkingen;
rijzingen van het maaiveld;
zettingsschade;
waterkeringen die minder stabiel worden;
kwaliteit van het oppervlaktewater die slechter wordt.
Daarom beschrijft een initiatiefnemer de gevolgen van het stoppen of minder onttrekken en infiltreren van grondwater.
GGG
Na sectie 'Toelichting op artikel 12.49: Grondwater onttrekken voor planten' wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Het is belangrijk om bij een infiltratie goed te letten op de grondwaterkwaliteit. Daarom gelden er voorwaarden voor verschillende verontreinigende en gevaarlijke stoffen in het te infiltreren water. Die staat in bijlage XIX van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
In bijlage XIX onder A staan de stoffen waarvoor toetsingswaarden gelden. Een initiatiefnemer mag water niet infiltreren als de concentratie van één of meer van deze stoffen hoger is dan de toetsingswaarde.
In bijlage XIX onder B staan families en groepen van stoffen waarvoor geen toetsingswaarden gelden. Hier geldt dat infiltratiewater niet mag worden geïnfiltreerd als de concentratie en hoeveelheid van die stoffen kan zorgen voor het slechter worden van de grondwaterkwaliteit. Rijnland kijkt bij de beoordeling ook naar de eigenschappen van de stoffen en naar de kenmerken van het bodempakket en het grondwater waarin wordt geïnfiltreerd.
Soms verleent Rijnland toch een vergunning als de concentratie van één of meer stoffen in het infiltratiewater hoger is dan de toetsingswaarden uit bijlage XIX onder A. Dat kan Rijnland doen in deze situaties:
De bodemgesteldheid of de bodemsoort zorgt ervoor dat er geen risico is op verontreiniging van het grondwater. Bijvoorbeeld omdat biologische of chemische processen de concentratie van de stof in de bodem verlagen.
In de vergunning staan speciale voorschriften. Bijvoorbeeld een voorschrift over het zuiveren van het water voor infiltratie, zodat de concentraties van de stoffen lager worden dan de toetsingswaarden. Met daarbij regelmatige controles van de kwaliteit van het infiltratiewater.
HHH
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Startmelding en eindmelding
In de vergunning kunnen ook voorschriften staan over het doen van een startmelding en eindmelding. In principe doet een initiatiefnemer minimaal vijf dagen voor de start van de activiteiten een startmelding en vijf dagen na het einde van de werkzaamheden een eindmelding.
Jaaropgave grondwateronttrekking
De initiatiefnemer geeft daarnaast elk jaar en aan het einde van de werkzaamheden aan Rijnland door:
de hoeveelheid grondwaterwater die is onttrokken, geretourneerd of geïnfiltreerd;
de kwaliteit van het geïnfiltreerde water.
Rijnland heeft hiervoor een formulier jaaropgave grondwateronttrekking. Dit formulier kan de initiatiefnemer online invullen, of downloaden en handmatig invullen. Het formulier is te vinden op onze website: Jaaropgave grondwateronttrekking
III
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel is ontleend aan de Omgevingsregeling.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig bij elke vergunningaanvraag
Een initiatiefnemer doet een vormvrije m.e.r.-beoordeling bij elke onttrekking of infiltratie waarvoor een vergunning nodig is. Dit staat in artikel 11.6, tweede lid Omgevingsbesluit.
Bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling onderzoekt de initiatiefnemer of de onttrekking of infiltratie negatieve milieugevolgen kan hebben. Als dat zo is dan bepaalt de initiatiefnemer of ook een m.e.r.-beoordeling nodig is en laat die uitvoeren. De negatieve milieugevolgen worden dan preciezer bekeken.
Bij de vergunningaanvraag stuurt de initiatiefnemer altijd een aanmeldnotitie mee. Daar staan deze gegevens in:
De eigenschappen van de onttrekking: debieten, tijdsduur, onttrekkingsdiepte, enzovoort;
De plaats van de onttrekking;
De mogelijke gevolgen van de onttrekking voor de omgeving. Voor bemalingen vraagt Rijnland vaak om een geohydrologische onderbouwing. Bijvoorbeeld een bemalingsadvies.
Rijnland beoordeelt de vergunningaanvraag met de aanmeldnotitie en bepaalt of een watervergunning wordt verleend. Soms is meer informatie nodig over de verwachte negatieve milieueffecten. Rijnland neemt dan contact op met de initiatiefnemer.
JJJ
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
KKK
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
LLL
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied kan het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater negatieve gevolgen hebben. Bijvoorbeeld voor de voorraad zoetwater in zo’n gebied. Het risico op negatieve gevolgen is klein als een initiatiefnemer zich houdt aan de voorwaarden van Rijnland.
MMM
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen kan het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater negatieve gevolgen hebben. Bijvoorbeeld voor kwetsbare bouwwerken of kwetsbare natuur. Het risico op negatieve gevolgen is klein als een initiatiefnemer zich houdt aan de voorwaarden van Rijnland.
NNN
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen kan het onttrekken, retourneren en infiltreren van grondwater toch negatieve gevolgen hebben. Bijvoorbeeld voor de bouwwerken of de natuur. Het risico op negatieve gevolgen is klein als een initiatiefnemer zich houdt aan de voorwaarden van Rijnland.
OOO
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
PPP
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
QQQ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bemalingsadvies
In een bemalingsadvies staat veel informatie. Voor een aantal onderdelen staat hieronder een toelichting.
b6. De te verwachten gevolgen
Voor het werk start, moeten de te verwachten negatieve gevolgen van het onttrekken duidelijk zijn. Wat deze gevolgen kunnen zijn, hangt af van de omgeving en de hoeveelheid water waar mee gewerkt wordt. Het gaat hierbij onder andere om gevolgen voor:
De grondwaterstanden;
De grondwaterstijghoogten;
De kwaliteit van het grondwatersysteem en het oppervlaktewatersysteem. Bijvoorbeeld de verandering van kwel en de infiltratiesituatie;
De plaats van het grensvlak tussen zoet water en zout water;
Archeologisch erfgoed;
Natuur, landbouw en openbaar groen buiten het perceel waar de activiteit plaatsvindt;
De zetting van het maaiveld;
Waterkeringen;
Funderingen en gebouwen (bijvoorbeeld het droogvallen van houten palen of het optreden van verschilzettingen);
Andere infrastructuur zoals wegen, spoorwegen of waterleidingen;
Andere grondwateronttrekkingen in de omgeving;
Verplaatsing van grondwaterverontreinigingen;
De grondwaterkwaliteit.
In het bemalingsadvies maakt de initiatiefnemer de gevolgen van de activiteiten duidelijk:
Tot de 5 centimeter verlagingslijn of verhogingslijn van de freatische grondwaterstand;
Tot de 5 centimeter stijghoogte in het watervoerende pakket bij een spanningsbemaling;
De initiatiefnemer let hierbij op de invloed van bestaande onttrekkingen en infiltraties.
b7. Negatieve gevolgen voorkomen of kleiner maken
De initiatiefnemer neemt maatregelen om mogelijke negatieve gevolgen te voorkomen of de gevolgen kleiner te maken. Dit kan bijvoorbeeld door:
Civieltechnische of geohydrologische maatregelen. Denk daarbij aan werken binnen damwanden, werken in den natte, onderwaterbeton gebruiken of de bodem injecteren;
Het retourneren van onttrokken grondwater om zo de (gevolgen van) het verlagen van het grondwaterpeil te verminderen;
Het grondwater zo slim mogelijk onttrekken. Bijvoorbeeld door het grondwaterpeil omhoog te laten komen tijdens onderbrekingen in het werk;
Constructies gebruiken waarbij de fundering wordt vervangen of ondersteund;
Hemelwater infiltreren met het doel om dit water later weer te onttrekken.
• Andere maatregelen. Bijvoorbeeld het beregenen van de natuur. Dit betekent water geven aan de natuur in plaats van of als aanvulling van de regen die valt. Of een bodemverontreiniging isoleren met schermen;
Een schaderegeling. Dit kan in een bijzondere situatie een mogelijkheid zijn. Maar eerst kijkt de initiatiefnemer of schade kan worden voorkomen;
c7. Bemalingsplan met monitoringsplan
De omgeving kan een reden zijn voor het opnemen van actiewaarden. Bijvoorbeeld wanneer er kwetsbare gebouwen, kunstwerken, waterkeringen, wegen of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn.
Onderbouwen met een rapportage
De initiatiefnemer geeft een uitleg voor de melding van een grondwateronttrekking met een rapportage volgens de ‘Beoordelingsrichtlijn Tijdelijke bemalingen BRL SIKG 12010 en BRL SIKB 12020’. Of op een manier die je met deze richtlijn kunt vergelijken.
De BRL SIKG 12010 is te zien via deze link: Grond uit baggerspecie; bewaking van de bewerkingsprocessen zandscheiding, rijping en landfarming. GVCD (sikb.nl)
De BRL SIKB 12020 is te zien via deze link: Grond uit baggerspecie; bewaking van de bewerkingsprocessen zandscheiding, rijping en landfarming. GVCD (sikb.nl)
[Vervallen]
RRR
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
SSS
Na sectie 'Toelichting op artikel 12.71: Onttrekken uit een strategische voorraad zoet grondwater' wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Het is belangrijk om bij een infiltratie goed te letten op de grondwaterkwaliteit. Daarom gelden er voorwaarden voor verschillende verontreinigende en gevaarlijke stoffen in het te infiltreren water. Die staat in bijlage XIX van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
In bijlage XIX onder A staan de stoffen waarvoor toetsingswaarden gelden. Een initiatiefnemer mag water niet infiltreren als de concentratie van één of meer van deze stoffen hoger is dan de toetsingswaarde.
In bijlage XIX onder B staan families en groepen van stoffen waarvoor geen toetsingswaarden gelden. Hier geldt dat infiltratiewater niet mag worden geïnfiltreerd als de concentratie en hoeveelheid van die stoffen kan zorgen voor het slechter worden van de grondwaterkwaliteit. Rijnland kijkt bij de beoordeling ook naar de eigenschappen van de stoffen en naar de kenmerken van het bodempakket en het grondwater waarin wordt geïnfiltreerd.
Soms geeft Rijnland toch toestemming als de concentratie van één of meer stoffen in het infiltratiewater hoger is dan de toetsingswaarden uit bijlage XIX onder A. Dat kan Rijnland doen in deze situaties:
De bodemgesteldheid of de bodemsoort zorgt ervoor dat er geen risico is op verontreiniging van het grondwater. Bijvoorbeeld omdat biologische of chemische processen de concentratie van de stof in de bodem verlagen.
In het maatwerkvoorschrift staan speciale voorschriften. Bijvoorbeeld een voorschrift over het zuiveren van het water voor infiltratie, zodat de concentraties van de stoffen lager worden dan de toetsingswaarden. Met daarbij regelmatige controles van de kwaliteit van het infiltratiewater.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2025-28348.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.