Reglement van Orde Commissies WSHD 2025

DE VERENIGDE VERGADERING VAN WATERSCHAP HOLLANDSE DELTA,

 

op voordracht van de fractievoorzitters van waterschap Hollandse Delta van 17-9-2025;

 

overwegende dat:

  • -

    de komst van de griffier aanleiding heeft gegeven voor het actualiseren van de Reglementen van Orde van de Verenigde Vergadering (VV) en commissies en het protocol fractievoorzittersoverleg;

  • -

    deze actualisering ook is aangegrepen voor het beschrijven en vastleggen van een aantal in de VV en/of commissies gangbare werkwijzen;

gelet op:

  • -

    artikel 77 Waterschapswet;

  • -

    de Reglementen van Orde VV WSHD 2024 en Commissies 2024 vastgesteld 19 juni 2024 en het Protocol fractievoorzittersoverleg waterschap Hollandse Delta 2023 vastgesteld 20 september 2023;

BESLUIT:

 

  • 1.

    In te stemmen met het vaststellen van het Reglement van Orde Commissies WSHD 2025;

Artikel 1 Definities en algemene bepalingen

In dit reglement van orde wordt verstaan onder:

  • a.

    het reglement:

het Reglement van bestuur voor waterschap Hollandse Delta;

  • b.

    Verenigde Vergadering:

de Verenigde Vergadering van waterschap Hollandse Delta;

  • c.

    voorzitter:

de technisch voorzitter van een vaste commissie van advies;

  • d.

    college:

dijkgraaf en heemraden van waterschap Hollandse Delta;

  • e.

    lid:

een lid van een van de vaste commissies van waterschap Hollandse Delta;

  • f.

    commissiegriffier:

de bestuursadviseur van (één van de) vaste commissies van waterschap Hollandse Delta;

  • g.

    fractie:

het lid c.q. de leden van de Verenigde Vergadering die door het stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, alsmede het lid c.q. de leden van de Verenigde Vergadering die zijn benoemd overeenkomstig artikel 14 van de Waterschapswet of een groep leden van de Verenigde Vergadering zoals bedoeld in artikel 5.6 en 5.7 van het Reglement van Orde Verenigde Vergadering Waterschap Hollandse Delta

  • h.

    griffier:

de als staffunctionaris van de secretaris aangewezen eerste adviseur van de Verenigde Vergadering die de Vergadering, de commissies en de afzonderlijke leden bij de uitoefening van hun taak terzijde staat

  • i.

    steunfractielid:

een door de Verenigde Vergadering op voordracht van een fractie beëdigd persoon, zoals bedoeld in het Reglement van orde Verenigde Vergadering en de Verordening op de fractieondersteuning.

  • j.

    ordevoorstel:

voorstel betreffende de orde van de vergadering.

  • k.

    bespreeknotitie:

een notitie die ter bespreking door leden van de commissie ingediend kan worden.

  • l.

    secretaris-directeur:

de secretaris van de Verenigde Vergadering zoals bedoeld in artikel 53 van de Waterschapswet

Artikel 2 Instelling

De Verenigde Vergadering kent de volgende vaste commissies:

  • a.

    Commissie Waterhuishouding en Waterzuivering (Water)

    belast met het adviseren over beleid op het gebied van waterhuishouding en zuiveren van afvalwater en slibverwerking en afzet, duurzaamheid, innovatie en klimaatadaptatie.

  • b.

    Commissie Waterkering, (Vaar)Wegen en Vergunningverlening (WWV)

    belast met het adviseren over algemeen beleid inzake het beheer van de waterkeringen en wegen en de daarbij behorende kunstwerken, alsmede over de uitvoering van beheersplannen, groen, waterveiligheid en vergunningverlening.

  • c.

    Commissie Middelen, Bestuurlijke Zaken en Handhaving (MBH)

    belast met het adviseren over aangelegenheden die betrekking hebben op onder andere algemene bestuurlijke en juridische zaken, verkiezingen, externe oriëntatie, alsmede over algemene beleidszaken op financieel gebied (inclusief begroting en jaarrekening), handhaving, erfgoed en digitale transformatie.

Artikel 3 Ongevraagd advies

De in artikel 2 bedoelde commissies kunnen ook ongevraagd aan het college en aan de Verenigde Vergadering adviezen uitbrengen en suggesties doen over aangelegenheden, die tot het werkterrein van de betreffende commissie behoren.

Artikel 4 Samenstelling

  • 1.

    De respectieve commissies bestaan uit zoveel leden als de Verenigde Vergadering fracties kent.

  • 2.

    Iedere fractie vaardigt één lid van de Verenigde Vergadering dan wel steunfractielid af naar een commissie.

  • 3.

    De fractie geeft na de toelating van de (steunfractie) leden in de Verenigde Vergadering na de verkiezingen aan welk (steunfractie) lid naar welke commissie wordt afgevaardigd.

  • 4.

    Bij wijziging in de samenstelling van de fractie geeft de fractie aan welk gevolg dit heeft in de wijziging van de afvaardiging van de fractie in de commissies.

  • 5.

    Bij afwezigheid van een aangewezen lid, als bedoeld in lid 3, kan deze zich laten vervangen door een ander lid van de Verenigde Vergadering, dan wel steunfractielid, van dezelfde fractie.

  • 6.

    In afwijking van lid 1 en 2 kan een fractie die meer leden in de Verenigde Vergadering heeft dan dat er vaste commissies zijn, na afvaardiging van leden naar alle vaste commissies, de overige leden ook afvaardigen naar de vaste commissies, zodanig dat deze over de vaste commissies worden verspreid. Per agendapunt kan per partij maximaal 1 persoon woordvoerder zijn.

  • 7.

    De afvaardiging van de leden van de fractie als bedoeld in lid 6 geschiedt conform het bepaalde in lid 3.

Artikel 5 Zittingsperiode

  • 1.

    Het lidmaatschap van de leden van de commissie eindigt tegelijk met hun tussentijds of periodiek aftreden uit de Verenigde Vergadering dan wel beëindiging van het steunfractielidmaatschap. Het lidmaatschap van de commissie kan tussentijds worden beëindigd bij besluit van de Verenigde Vergadering, nadat een daartoe strekkend voorstel aan het college is gedaan.

  • 2.

    De voorzitter en de leden kunnen tussentijds ontslag nemen. De door ontslagneming of overlijden ontstane vacature wordt binnen twee maanden vervuld.

  • 3.

    De leden van de commissies blijven bij het nemen van ontslag in functie, totdat hun opvolgers hun benoeming hebben aanvaard.

Artikel 6 Voorzitter

  • 1.

    De Verenigde Vergadering benoemt uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter van de commissie.

  • 2.

    Degene die in de vergadering van de commissie optreedt als voorzitter maakt geen deel uit van de betreffende commissie en is derhalve geen lid van de betreffende commissie.

  • 3.

    Onverminderd het elders in dit reglement bepaalde, is de voorzitter belast met:

    • a.

      het leiden van de vergadering;

    • b.

      het handhaven van de orde;

    • c.

      het faciliteren van een passende, inhoudelijke behandeling van de geagendeerde onderwerpen;

    • d.

      het doen naleven van h dit reglement van orde;

    • e.

      wat de wet, het Waterschapsbesluit, het reglement of dit reglement van orde hem verder opdraagt.

Artikel 7 Ondersteuning

  • 1.

    Aan elke commissie wijst de secretaris-directeur een ambtenaar van het waterschap als commissiegriffier aan een commissie toe. In voorkomende gevallen wordt verdere ambtelijke bijstand geregeld op aanwijzing van de commissiegriffier.

  • 2.

    De secretaris-directeur, de griffier en de commissiegriffier kunnen in de vergadering het woord voeren indien zij daartoe worden uitgenodigd door de voorzitter.

Artikel 8 Plaats en tijdstip van vergaderen

  • 1.

    De commissies vergaderen voorafgaand aan iedere vergadering van de Verenigde Vergadering volgens een vooraf vastgesteld rooster.

  • 2.

    Voorts vergadert de commissie zo dikwijls als haar voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste een derde van de zitting hebbende leden de wens daartoe te kennen heeft gegeven. In het laatstbedoelde geval wordt binnen twee weken na de kennisgeving een vergadering gehouden.

  • 3.

    In vergaderingen als bedoeld in het tweede lid bepaalt de voorzitter tijd en plaats van de vergadering, zo mogelijk in overleg met de leden.

Artikel 9 Voorstellen

  • 1.

    Het college bepaalt welke voorstellen aan één of meer commissies worden voorgelegd.

  • 2.

    Indien het voorstel wordt ondersteund door tenminste drie leden van de commissie, kan de commissie het college verzoeken een door de commissie aangedragen onderwerp voor te bereiden voor bespreking in een volgende commissie.

Artikel 10 Agenda

  • 1.

    De concept-agenda wordt opgesteld door het college.

  • 2.

    De agenda vermeldt de onderwerpen die in de commissievergadering behandeld worden, in de volgorde waarin deze door de voorzitter worden voorgesteld.

  • 3.

    Bij aanvang van de commissievergadering stelt de commissie de agenda vast.

  • 4.

    De commissie kan staande de vergadering besluiten de volgorde van behandeling van de onderwerpen te wijzigen.

Artikel 11 Toezending stukken

De commissiegriffier stelt de agenda en de stukken tenminste tien dagen voor de vergadering beschikbaar voor de leden van de commissie.

Artikel 12 Presentielijst

De leden die ter vergadering komen, ondertekenen de presentielijst die na afloop van de vergadering door de commissiegriffier voor afsluiting wordt ondertekend.

Artikel 13 Quorum

  • 1.

    De commissie kan slechts beraadslagen indien meer dan de helft van het aantal zittinghebbende leden tegenwoordig is.

  • 2.

    Indien op het tijdstip van de vergadering niet het vereiste aantal leden aanwezig is, wordt de opening tenminste een half uur uitgesteld.

  • 3.

    Indien na het in het vorige lid bedoelde uitstel het vereiste aantal leden niet aanwezig is, stelt de voorzitter vast dat de vergadering geen doorgang kan vinden. Zo nodig, belegt de voorzitter zo spoedig mogelijk, maar met een tussentijd van tenminste vierentwintig uur, een nieuwe vergadering.

  • 4.

    De in lid 3 bedoelde vergadering wordt gehouden, ongeacht het aantal leden dat is opgekomen. De commissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het derde lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen, indien meer dan de helft van het aantal zittinghebbende leden aanwezig is.

  • 5.

    Een commissielid kan zich ter vergadering laten vervangen door een lid van een andere commissie, doch die dezelfde fractie vertegenwoordigt.

Artikel 14 Bevindingen

  • 1.

    De commissies leggen hun bevindingen over een voorstel voor aan de Verenigde Vergadering en brengen hierbij advies uit of een voorstel als bespreekstuk of als hamerstuk kan worden geagendeerd. Daarbij hebben fracties de mogelijkheid een stemverklaring aan te kondigen.

    Wanneer de commissie adviseert een voorstel in de Verenigde Vergadering als bespreekstuk te agenderen, wordt op uitvraag van de voorzitter door of vanuit de commissie aangegeven waar de bespreking zich op zal richten.

  • 2.

    In vergaderingen van commissies worden geen besluiten genomen en wordt niet gestemd.

Artikel 15 Ordevoorstel

  • 1.

    De voorzitter en ieder lid kunnen mondeling een ordevoorstel doen dat kort kan worden toegelicht.

  • 2.

    Een ordevoorstel kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3.

    Over een ordevoorstel beslist de commissie terstond, eventueel na korte beraadslaging.

  • 4.

    Mocht er gestemd moeten worden over ordevoorstellen in de commissie, dan geschiedt dit via handopsteken. De stemming is ongewogen, elk commissielid heeft één stem.

Artikel 16 Verslaglegging

  • 1.

    De voorzitter formuleert na de discussie over het voorstel mondeling de bevindingen over het voorstel aan de Verenigde Vergadering en de eventuele afwijkende meningen van de commissieleden.

  • 2.

    De commissiegriffier draagt zorg voor het maken van een verslag.

  • 3.

    Verslaglegging gebeurt voor openbare vergaderingen via videoverslaglegging.

  • 4.

    Voor de vergadering wordt een overzicht van resultaten opgesteld.

  • 5.

    Hetgeen in een vergadering met gesloten deuren is besproken, wordt in een digitaal bestand bewaard. Indien en zolang ten aanzien van het in die vergadering verhandelde geheimhouding is opgelegd, worden deze bestanden uitsluitend ten gehore gebracht van degenen die krachtens artikel 37 van de Waterschapswet tot geheimhouding verplicht zijn.

Artikel 17 Aanwezigheid college

De leden van het college kunnen in de vergadering aanwezig zijn ter toelichting van de voorstellen en maken geen deel uit van de commissie.

Artikel 18 Openbaarheid en geheimhouding

  • 1.

    De vergaderingen van de commissies als bedoeld in artikel 1, zijn openbaar.

  • 2.

    De deuren van de vergadering worden gesloten wanneer tenminste twee aanwezige leden dit verlangen of de voorzitter dit nodig oordeelt.

  • 3.

    De commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd.

  • 4.

    Over punten, in besloten vergadering behandeld, kan ook een advies worden afgegeven.

  • 5.

    De commissie kan omtrent het in besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken geheimhouding opleggen zoals bedoeld en beschreven in artikelen 55b, 55c en 55d van de wet.

  • 6.

    De geheimhouding wordt door allen die van de informatie kennis dragen, in acht genomen.

  • 7.

    De verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld.

  • 8.

    Het is beëdigde leden van de VV en beëdigde steunfractieleden, de secretaris, de griffier en andere door de secretaris-directeur aangestelde en daartoe uitgenodigde medewerkers toegestaan, het besloten deel van de commissievergadering bij te wonen.

Artikel 19 Toehoorders en inspraak

  • 1.

    De voorzitter stelt toehoorders bij een openbare vergadering, op hun verzoek, in de gelegenheid het woord te voeren over in de commissie geagendeerde onderwerpen.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde verzoek dient tenminste 48 uur voor het begin van de vergadering, bij voorkeur schriftelijk, via de commissiegriffier bij de voorzitter te worden ingediend, onder vermelding van de naam van degene die het woord wil voeren en het agendapunt of de agendapunten waarover men wil spreken.

  • 3.

    De voorzitter stelt degenen die een verzoek hebben ingediend als bedoeld in lid 1 van dit artikel in de gelegenheid direct na de opening van de vergadering het woord te voeren. De spreektijd bedraagt maximaal vijf minuten per spreker. De spreektijd van alle insprekers gezamenlijk bedraagt niet meer dan 30 minuten. De leden van de commissie krijgen gelegenheid vragen te stellen aan de spreker. Hiervoor is per spreker maximaal vijf minuten beschikbaar, waarbij het vragenstellen aan meerdere sprekers niet meer dan 30 minuten bedraagt.

  • 4.

    Per belanghebbende kan één persoon het woord voeren.

  • 5.

    Er kan niet worden ingesproken over:

    • een besluit van het bestuur waartegen een (bestuurs)rechtelijke procedure open staat of heeft opengestaan;

    • benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    • een onderwerp waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

Artikel 20 Rondvraag

  • 1.

    De conceptagenda van de commissie biedt de fracties aan het einde van de agenda de gelegenheid tot het stellen van vragen tijdens een rondvraag.

  • 2.

    Rondvragen als bedoeld in het eerste lid dienen actueel, urgent en politiek van aard te zijn en worden alleen gesteld als schriftelijke indiening en schriftelijke beantwoording niet kan worden afgewacht. De voorzitter beoordeelt de rondvraag en mag weigeren deze toe te laten.

  • 3.

    Een fractie die tijdens de vergadering ten aanzien van een rondvraag een inhoudelijk antwoord van de verantwoordelijke portefeuillehouder beoogt te verkrijgen, dient deze vraag uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de vergadering bij de commissiegriffier in te dienen. De commissiegriffier stelt de portefeuillehouder zo spoedig mogelijk van de door hem ontvangen rondvragen op de hoogte. Van de portefeuillehouder wordt een adequaat inhoudelijk antwoord verwacht tijdens de vergadering ten behoeve waarvan de vragen zijn gesteld. Rondvragen die later dan 24 uur voorafgaand aan de vergadering bij de commissiegriffier worden ingediend, worden door de portefeuillehouder schriftelijk beantwoord.

  • 4.

    De vragensteller herhaalt de rondvraag in de vergadering kort en bondig. De portefeuillehouder geeft kort en bondig een adequaat inhoudelijk antwoord op de gestelde vraag of vragen. Indien gewenst kan de vragensteller een verduidelijkende vraag stellen. Door fracties kunnen geen aanvullende vragen gesteld worden. Over een rondvraag vindt geen (inhoudelijk) debat plaats.

Artikel 21 Mededeling

  • 1.

    Bij vaststelling van de agenda van de commissie hebben leden van het college en de commissie de mogelijkheid een korte mededeling te agenderen voorafgaand aan de rondvraag.

  • 2.

    Mededelingen dienen urgent van aard te zijn en kunnen niet via een ander instrument aan de commissie overgebracht worden.

  • 3.

    Leden van de Verenigde Vergadering of steunfractieleden kunnen eventuele verduidelijkende vragen mondeling stellen.

  • 4.

    Over mededelingen wordt niet gedebatteerd.

Artikel 22 Bespreeknotitie

  • 1.

    Leden kunnen een bespreeknotitie indienen ter bespreking in de commissie.

  • 2.

    Een bespreeknotitie dient schriftelijk te worden ingediend ter attentie van de voorzitter bij de commissiegriffier van de betreffende commissie.

  • 3.

    Een bespreeknotitie heeft als doel om:

    • a.

      Inlichtingen in te winnen bij het college of,

    • b.

      Over een onderwerp een met schriftelijke toelichting ingeleid gesprek te voeren met andere leden in de commissie.

  • 4.

    Een bespreeknotitie bestaat tenminste uit:

    • a.

      Een inleiding van het onderwerp met toelichting waarom en waarover het gesprek met de commissie wordt gewenst.

    • b.

      Vragen aan het college en de overige commissieleden ter bespreking.

  • 5.

    Tijdens de behandeling van de bespreeknotitie kunnen door overige leden vragen gesteld worden aan zowel het college als de indiener(s)

  • 6.

    Een bespreeknotitie dient minimaal tien werkdagen voor publicatie van de commissiestukken in het bezit te zijn van de commissiegriffier.

  • 7.

    De indiener geeft na de bespreking aan of de bespreeknotitie afdoende is behandeld dan wel wordt overwogen een uitspraak te vragen van de Verenigde Vergadering.

Artikel 23 Uitleg reglement

In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of ingeval enig artikel voor verschillende uitleg vatbaar blijkt te zijn, beslist de voorzitter.

Artikel 24 Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op de dag volgend op die waarop het is vastgesteld.

Artikel 25 Citeertitel

Dit reglement kan worden aangehaald als Reglement van orde commissies 2025.

Ridderkerk, 1 oktober 2025

De Verenigde Vergadering voornoemd,

secretaris-directeur,

V. Bergsma

dijkgraaf,

J.F. Bonjer

Naar boven