Waterschapsblad van Waterschap Hollandse Delta
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Hollandse Delta | Waterschapsblad 2025, 25951 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Hollandse Delta | Waterschapsblad 2025, 25951 | beleidsregel |
Reglement van Orde VV WSHD 2025
Artikel 1 Definities en algemene bepalingen
In dit reglement van orde wordt verstaan onder:
Artikel 3 Secretaris en griffier
De griffier staat de secretaris, de voorzitter en de Verenigde Vergadering in de vergaderingen als eerste adviseur terzijde. De griffier is in elke vergadering van de commissies aanwezig en staat de commissies en de commissievoorzitters terzijde bij de uitoefening van hun taak. De griffier draagt zorg voor de verslaglegging en vastlegging van resultaten en acties van de vergaderingen.
De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden bekend gemaakt aan de voorzitter. Zolang deze namen niet zijn doorgegeven worden voor de categorie Ingezetenen de lijsttrekkers geacht voorzitter te zijn en voor de categorieën 'Ongebouwd' en 'Natuurterreinen' de oudsten in leeftijd.
Van het bepaalde in lid 1 kan uitsluitend worden afgeweken als de in de VV en als steunfractielid benoemde leden van de fractie tijdens de zittingsduur van de Verenigde Vergadering het lidmaatschap hebben opgezegd van een politieke groepering die met dezelfde aanduiding met een kandidatenlijst was ingeschreven in het register van het Centraal Stembureau voor de laatst gehouden verkiezing als bedoeld in artikel G1 van de Kieswet en blijkens een bewijs van inschrijving een nieuwe naam hebben laten registreren bij het Centraal Stembureau. Lid 3 en 4 zijn dan van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk II: TOELATING NIEUWE LEDEN EN STEUNFRACTIELEDEN
Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven, toelating en beëdiging
Het onderzoek van de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuwe leden en indien van toepassing het proces-verbaal van het stembureau heeft, indien mogelijk, plaats voorafgaande aan de eerste vergadering nadat deze benoemingsstukken zijn binnengekomen of heeft plaats alvorens tot andere werkzaamheden wordt overgegaan.
Indien het onderzoek van de geloofsbrieven plaatsheeft alvorens tot andere werkzaamheden over wordt gegaan, schorst de voorzitter de vergadering, neemt de commissie de benoemingsstukken en alle andere naar aanleiding van de verkiezing (benoeming) ingekomen en daarop betrekking hebbende stukken van de voorzitter over en vangt onverwijld met het onderzoek aan.
De voorzitter belegt voorts een vergadering als hij, of het college, dat nodig oordeelt, of als ten minste één vijfde van het aantal zitting hebbende leden daarom schriftelijk, met opgaaf van redenen, verzoekt. De vergadering heeft plaats binnen veertien dagen nadat een zodanig verzoek de voorzitter heeft bereikt.
De voorzitter zendt de uitnodiging, ten minste tien dagen voor de vergaderdatum - spoedeisende gevallen uitgezonderd - aan de leden toe. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de in artikel 55b van de wet genoemde gevallen, worden onder zorg van de griffier via het bekende informatiesysteem beschikbaar gesteld.
De voorzitter kan na verzending van de schriftelijke uitnodiging en het beschikbaar stellen van de agenda in bijzondere gevallen tot 24 uur voor de vergadering een aanvullende agenda met bijbehorende stukken ter beschikkingstellen, met uitzondering van de in artikel 55b van de wet genoemde gevallen.
De voorzitter kan bij het begin van iedere zittingsperiode de zitplaatsen vaststellen van de voorzitter, de leden, de secretaris, de griffier en anderen. Hij kan deze indeling herzien indien daartoe aanleiding bestaat.
Wanneer het volgens het eerste lid vereiste aantal leden niet aanwezig is, mag de Verenigde Vergadering niet beraadslagen of besluiten en belegt de voorzitter zo spoedig mogelijk, doch binnen vier weken, opnieuw een vergadering. Deze wordt niet eerder gehouden dan twee dagen na verzending van de oproep voor deze vergadering. Artikel 38b, lid 2, sub a van de wet regelt dat het quorumvereiste niet van toepassing is wanneer er op grond van dit artikel een nieuwe vergadering wordt uitgeschreven. De uitzondering geldt slechts voor die onderwerpen waarover in de eerste vergadering vanwege ontbreken van het quorum niet beraadslaagd of besloten kon worden.
Na de opening van de vergadering deelt de voorzitter mede bij welk lid van de Verenigde Vergadering de hoofdelijke stemming begint. Daartoe wordt door de secretaris willekeurig een naambriefje getrokken.
Artikel 20 Ingekomen stukken en mededelingen
Aansluitend aan de behandeling van de ingekomen stukken en mededelingen wordt de stand van de opvolging en afdoening van aangenomen moties, overgenomen aanbevelingen en vastgelegde toezeggingen vastgesteld. Deze worden door het college via een onder zorg van de griffier bijgehouden overzicht gepubliceerd, uiterlijk 4 dagen voor de vergadering waarin dit wordt behandeld.
Artikel 24 Handhaving van de orde, schorsing
Indien een lid zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in behandeling, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien het desbetreffende lid hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft, over het betreffende onderwerp het woord ontzeggen.
Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan de Verenigde Vergadering besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde dijkgraaf en heemraden of de leden de gelegenheid te geven tot nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsings-periode verstreken is.
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de Verenigde Vergadering tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.
Artikel 30 Stemming over zaken
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. In de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
Artikel 33 Stemming over personen
Bij een benoeming, het opstellen van een voordracht of een aanbeveling van een persoon of personen benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau. Eén van de genoemde leden treedt op als voorzitter van het stembureau. De secretaris, de griffier of een door deze aan te wijzen ambtenaar staat het stembureau terzijde bij de uitoefening van haar taak.
De leden van het stembureau, niet zijnde de voorzitter, onderzoeken of het aantal stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolgde het derde lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Is dit niet het geval, dan worden deze stembriefjes zonder te zijn geopend, vernietigd, waarna opnieuw tot stemming wordt overgegaan.
De voorzitter van het stembureau als bedoeld in lid 5 van dit artikel opent de stembriefjes en leest de inhoud op duidelijk verstaanbare wijze voor. Eén van de leden van het stembureau ziet de briefjes na en het andere lid van het stembureau houdt met de secretaris, de griffier of een door hem aan te wijzen ambtenaar hiervan aantekening.
Hoofdstuk V: RECHTEN VAN LEDEN
De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld of indien dit naar het oordeel van de Verenigde Vergadering niet mogelijk is, wordt de motie voor de volgende bijeenkomst van de Verenigde Vergadering geagendeerd. Een dergelijke motie dient -zo mogelijk- bij de vaststelling van de agenda te worden aangekondigd.
Beantwoording van schriftelijke vragen vindt plaats binnen 5 werkdagen na indiening. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht, waarbij aangegeven wordt de termijn waarbinnen beantwoording plaats zal vinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
Artikel 42 Politieke Bestuurlijke vragen
Beantwoording van schriftelijke bestuurlijke vragen vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht, waarbij aangegeven wordt de termijn waarbinnen beantwoording plaats zal vinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
Indien een lid over een onderwerp inlichtingen, al dan zoals bedoeld in artikel 89 en 97 van de wet, van het college verlangt dient hij via de griffier bij de voorzitter een schriftelijk verzoek tot het houden van een interpellatie in. Hij doet dat, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste vier werkdagen voor de betreffende vergadering.
De voorzitter, het college respectievelijk de heemraad verstrekken de verlangde inlichtingen tijdens eerdergenoemde vergadering. Als zij nader overleg nodig achten, kan de Verenigde Vergadering toestaan dat de beantwoording tot de volgende vergadering wordt aangehouden of binnen een door haar te bepalen termijn schriftelijk wordt afgedaan. In het laatste geval wordt het schriftelijke antwoord op de lijst van ingekomen stukken en mededelingen van de eerstvolgende vergadering geplaatst.
Een lid dat tijdens de vergadering ten aanzien van een rondvraag een inhoudelijk antwoord van de verantwoordelijke portefeuillehouder beoogt te verkrijgen, dient deze vraag uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de vergadering via de griffier bij de voorzitter in te dienen. De griffier stelt de portefeuillehouder zo spoedig mogelijk van de door hem ontvangen rondvraag op de hoogte. Van de portefeuillehouder wordt een adequaat inhoudelijk antwoord verwacht tijdens de vergadering ten behoeve waarvan de vragen zijn gesteld. Rondvragen die later dan 24 uur voorafgaand aan de vergadering bij de voorzitter worden ingediend, worden door de portefeuillehouder schriftelijk beantwoord.
De vragensteller stelt de rondvraag kort en bondig. De portefeuillehouder geeft kort en bondig een adequaat inhoudelijk antwoord op de gestelde vragen. Indien gewenst kan de vragensteller een verduidelijkende vraag stellen. Door leden kunnen geen aanvullende vragen gesteld worden. Over een rondvraag vindt geen (inhoudelijk) debat plaats.
Hoofdstuk VII: TOEHOORDERS; ORDE
De voorzitter stelt degenen die een verzoek hebben ingediend als bedoeld in het eerste lid van dit artikel in de gelegenheid direct na de opening van de vergadering het woord te voeren. De spreektijd bedraagt maximaal vijf minuten per spreker, met dien verstande dat de spreektijd van alle insprekers gezamenlijk niet meer dan 20 minuten bedraagt. De leden van de Verenigde Vergadering krijgen gelegenheid vragen te stellen aan de spreker. Hiervoor is per spreker maximaal vijf minuten beschikbaar, met dien verstande dat het vragenstellen aan meerdere sprekers niet meer dan 20 minuten bedraagt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2025-25951.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.