Nota reservebeleid en voorzieningen van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2025

De verenigde vergadering van Schieland en de Krimpenerwaard;

 

gelet op artikel 4.50 en 4.51 van het Waterschapsbesluit en artikel 18a van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2025;

 

op voordracht van het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard van 20 mei 2025;

 

B E S L U I T :

 

  • 1.

    De Nota reservebeleid en voorzieningen van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2025 vast te stellen;

  • 2.

    De nota met terugwerkende kracht in werking te laten treden op 1 januari 2025;

  • 3.

    De Nota Risicomanagement, weerstandsvermogen, reserves en voorzieningen 2021 gelijktijdig in te trekken.

HOOFDSTUK 1. Inleiding

In deze nota staat het beleid van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard over reserves en voorzieningen geformuleerd. Met deze nota geven we uitvoering aan de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2025, die het bestaan van dergelijke nota’s voorschrijft.

 

Dit beleid is gebaseerd op de Waterschapswet en het Waterschapsbesluit. Tevens is dit gebaseerd op de van toepassing zijnde notities van de commissie Besluit begroting en verantwoording.

 

De ingangsdatum van deze beleidsnota is 1 januari 2025. Hiermee komt de Nota risicomanagement, weerstandsvermogen, reserves en voorzieningen, die op 31 maart 2021 is vastgesteld door het algemeen bestuur te vervallen.

HOOFDSTUK 2. Begrippenkader

In deze nota wordt verstaan onder:

 

Het dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard bestaande uit de dijkgraaf en de hoogheemraden.

 

Het algemeen bestuur

Het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

 

BBV

Besluit begroting en verantwoording.

 

Commissie BBV

Het is wettelijk vastgelegd dat gemeenten, provincies en waterschappen jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moeten opstellen. Voor gemeenten en provincies is de regelgeving hieromtrent vastgelegd in het BBV. Voor waterschappen ligt deze regelgeving vast in het Waterschapsbesluit. In het BBV is opgenomen dat er een commissie is met als taak om zorg te dragen voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV. Via het Waterschapsbesluit geldt deze taak van de commissie BBV ook voor de waterschappen.

 

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het nog te bestemmen resultaat volgend uit de jaarrekening. Dit resultaat wordt afzonderlijk op de balans opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen (artikel 4.51 van het Waterschapsbesluit).

 

Vreemd vermogen

Het vreemd vermogen bestaat uit de schulden en de verplichtingen die de organisatie heeft.

 

Reserves

Kenmerken van reserves zijn dat deze vrij besteedbaar zijn, worden gevormd door bestemming van het resultaat en tot het eigen vermogen behoren. Aan de bestemmingsreserves heeft het Algemeen bestuur een bepaalde bestemming gegeven.

 

Voorzieningen

Voorzieningen geven een schatting van de voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen, waarvan de omvang en/of tijdstip van optreden per balansdatum min of meer onzeker zijn, en die oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan die datum (artikel 4.54 van het Waterschapsbesluit). Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen van een organisatie.

 

Weerstandsvermogen

De mate waarin de organisatie beschikt over buffers om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen.

 

Weerstandsvermogen:

Het weerstandsvermogen is de relatie tussen:

  • -

    de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover het waterschap beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken, en

  • -

    alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie;

Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de weerstandscapaciteit te delen door de financiële restrisico's. Voor een nadere toelichting op weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit wordt verwezen naar de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen (HHSK, 2025).

 

Resultaatbepaling

In de jaarrekening wordt het resultaat bepaald. Daarbij wordt rekening gehouden met de landelijke regelgeving, de eigen regelgeving van het hoogheemraadschap en met de besluiten die ten aanzien van de verschillende beleidsonderwerpen zijn genomen.

 

Resultaatbestemming

Nadat de verenigde vergadering bij de behandeling van de jaarrekening het resultaat heeft vastgesteld, geeft zij op basis van een voorstel aan hoe dit resultaat zal worden gedekt of bestemd. De mutaties van de reserves maken geen onderdeel uit van de exploitatierekening, dit wordt afzonderlijk in de begroting en jaarrekening zichtbaar gemaakt.

 

Algemene reserve

Algemene reserves hebben geen specifieke bestemming en fungeren als ‘weerstandsvermogen’ van een organisatie.

 

Bestemmingsreserve voor tariefegalisatie

De bestemmingsreserves voor tariefegalisatie dienen om ongewenste schommelingen in de belastingtarieven op te vangen. Deze dienen niet specifiek besteed te worden (art. 4.52 lid b van het Waterschapsbesluit).

 

Overige bestemmingsreserves

De overige bestemmingsreserves zijn reserves waaraan het algemeen bestuur een bepaalde bestemming heeft gegeven (artikel 4.52 lid 2 van het Waterschapsbesluit).

HOOFDSTUK 3. Kader

Deze nota is opgesteld binnen de volgende regelgeving:

 

  • Rijk en waterschappen: Waterschapswet, Waterschapsbesluit en notities van de commissie BBV;

  • Financieel kader hoogheemraadschap: Verordening financieel beleid, beheer en organisatie van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2025, vastgesteld door de verenigde vergadering op 9 juli 2025; het Algemeen bevoegdhedenbesluit; het controleprotocol1 .

Het gemeenschappelijke kenmerk van deze regelgeving is het waarborgen van zorgvuldig beheer van de financiën van de waterschappen. Risicomanagement, weerstandsvermogen en het beleid ten aanzien van reserves en voorzieningen zijn daarin belangrijke instrumenten.

 

Het wettelijk kader ten aanzien van reserves en voorzieningen is geregeld in artikel 4.48 tot en met 4.51 van het Waterschapsbesluit. In deze artikelen zijn de belangrijkste regels opgenomen ten aanzien van de vorming van reserves en voorzieningen.

 

In het Waterschapsbesluit wordt in artikel 4.50 en 4.51 ingegaan op de begrippen reserves en voorzieningen. In artikel 4.50 worden de reserves onderscheiden naar:

  • Algemene reserves;

  • Bestemmingsreserves voor tariefegalisatie, waaronder wordt verstaan reserves die dienen om ongewenste schommelingen op te vangen in de belastingtarieven en niet specifiek besteed dienen te worden;

  • Overige bestemmingsreserves.

In artikel 4.51 worden voorzieningen gevormd vanwege:

  • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;

  • Op de balansdatum aanwezige risico’s van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;

  • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, indien het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.

In artikel 18a van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2025 is omschreven wat het beleid van ons waterschap met betrekking tot reserves en voorzieningen minimaal moet bevatten.

 

Kader met betrekking tot taakoverschrijdende inzet van reserves

In Nederland is het wettelijk geregeld dat waterschapsbelastingen gescheiden moeten worden ingezet voor specifieke taken van waterschappen. Het gebruik van de opbrengsten van de waterschapsbelasting voor verschillende taken is geregeld in de Waterschapswet en de daarop gebaseerde regelingen. Het idee achter de scheiding van de belasting is dat de belastingtarieven voor verschillende taken, zoals watersysteembeheer en zuiveringsbeheer, afzonderlijk worden gehanteerd. Dit wordt onder andere geregeld in de Waterschapswet, die specifiek stelt dat de opbrengst van belastingen die bedoeld zijn voor het watersysteembeheer (bijvoorbeeld het beheer van dijken, waterstanden en het zorgen voor waterafvoer) niet mag worden gebruikt voor het zuiveringsbeheer (zoals het onderhouden van rioolwaterzuiveringsinstallaties).De Waterschapswet (en gerelateerde regelgeving zoals het belastingreglement van het waterschap) maakt duidelijk dat de belasting voor watersysteembeheer uitsluitend mag worden ingezet voor het beheer en onderhoud van het watersysteem (bijvoorbeeld waterkeringen en het waterpeilbeheer), en dat belasting voor zuiveringsbeheer alleen mag worden aangewend voor het beheer van zuiveringsinstallaties en het zuiveren van afvalwater. Er is dus sprake van een bestemmingsreserve voor de belastingopbrengsten, wat inhoudt dat geld van een bepaalde belasting niet voor andere taken kan worden aangewend. Het verbod op het doormengen van gelden wordt expliciet in de wet aangegeven om transparantie en verantwoordelijkheid in het gebruik van belastinggeld te waarborgen. Het is echter wel toegestaan in noodgevallen reserves te gebruiken van de ene taak voor het opvangen van tekorten in de andere, mits goedgekeurd door het algemeen bestuur waarbij inzichtelijk moet worden gemaakt op welke termijn de reserves weer worden aangevuld.

HOOFDSTUK 4. Functies reserves en voorzieningen

In het totale financiële beleid hebben de reserves en voorzieningen verschillende functies, te weten:

 

  • 1.

    Bufferfunctie:

    De reserves kunnen worden ingezet als buffer bij onvoorziene omstandigheden. In de praktijk wordt een norm gehanteerd voor het aanhouden van een minimaal niveau aan reserves. Bijvoorbeeld ten behoeve van het weerstandsvermogen.

  • 2.

    Bestedingsfunctie:

    De bestemmingsreserves en voorzieningen zijn, al dan niet (wettelijk) verplicht, ingericht om te kunnen worden besteed aan een van tevoren door de verenigde vergadering bepaald doel.

  • 3.

    Egalisatiefunctie:

    Reserves en voorzieningen kunnen ingericht worden om te voorkomen dat de lasten in exploitatie grote schommelingen in de belastingtarieven te weeg brengen.

  • 4.

    Inkomstenfunctie:

    Hoe meer reserves er zijn, des te minder er hoeft te worden geleend. De rentelasten worden daardoor lager.

  • 5.

    Financieringsfunctie:

    Bij de inzet van reserves en voorzieningen als financieringsbron, hoeft voor dat deel geen beroep te worden gedaan op externe financiering, waaronder de geld- en kapitaalmarkt. Dit heeft een positief effect op de schuldpositie.

  • 6.

    Spaarfunctie:

    Reserves kunnen worden gebruikt om te sparen voor zeer grote uitgaven in de toekomst met als bedoeling de kapitaallasten te verminderen doordat minder geleend hoeft te worden. De spelregels en beperkingen van de spaarfunctie staan opgenomen in de nota reservebeleid en voorzieningen.

HOOFDSTUK 5. Beleid ten aanzien van reserves

5.1 Uitgangspunten

In ons reservebeleid hanteren wij de volgende uitgangspunten:

 

  • a)

    Het vormen en opheffen van reserves, en stortingen en onttrekkingen aan reserves, vinden plaats via besluitvorming door het algemeen bestuur.

  • b)

    De accountant ziet toe op de rechtmatigheid en houdbaarheid van de reservepositie.

  • c)

    Het hoogheemraadschap kent drie algemene reserves. Deze worden gevoed uit de geheven zuiverings-, watersysteem- en wegenheffing.

  • d)

    De algemene reserve per taak kan niet taak-overschrijdend worden ingezet.

  • e)

    Indien sprake is van zeer grote tegenvallers waardoor de reserves binnen een specifieke taak niet toereikend zijn kan een andere algemene reserve worden ingezet mits deze reserve in een door het algemeen bestuur te bepalen periode weer wordt aangevuld ten laste van de taak waarin het risico is ontstaan.

  • f)

    Als een beroep moet worden gedaan op de reserves vanwege organisatiebrede risico’s die zich hebben voorgedaan wordt voor de verrekening gebruik gemaakt van de kostenverdeelsleutel tussen de verschillende taken. Deze sleutel is opgenomen in de programmabegroting en wordt steeds vastgesteld door het algemeen bestuur.

  • g)

    In principe moeten alle structurele en tijdelijke uitgaven van ons hoogheemraadschap gedekt worden vanuit de jaarlijkse inkomsten om te zorgen voor een sluitende begroting. Tijdelijke afwijkingen zijn toegestaan en niet altijd te voorkomen. De Waterschapswet vereist minimaal dat als de begroting niet in evenwicht is, het aannemelijk moet worden gemaakt dat het evenwicht in de eerstvolgende jaren tot stand wordt gebracht (artikel 99, lid 3).

  • h)

    In principe moeten alle voornemens voor structurele en tijdelijke activiteiten hun plaats hebben in het meerjarenperspectief en de begroting. Voorkomen moet worden dat bestemmingsreserves gaan dienen als dekking van voornemens, die bij de opstelling van de begroting niet zijn meegenomen.

  • i)

    Gelijkmatigheid. Voorkomen moet worden, dat de uitputting van reserves ertoe leidt, dat er van het ene jaar op het andere grote tariefsverhogingen moeten worden doorgevoerd.

  • j)

    Transparantie. Reservetransacties kunnen het beeld op de financiële positie van de organisatie minder transparant maken. Wij streven ernaar om het aantal reserves beperkt te houden en de geldstromen zo te presenteren, dat de verenigde vergadering uit de planning-en-control-stukken een goed beeld krijgt van de financiële uitkomsten en de financiële positie van onze organisatie.

  • k)

    Onze reserves vormen de beschikbare weerstandscapaciteit van onze organisatie. Hierin moeten voldoende middelen aanwezig zijn om niet begrote tegenvallers op te vangen.

  • l)

    De tariefegalisatiereserves vormen onderdeel van de weerstandscapaciteit.

5.2 De algemene reserves en het weerstandsvermogen

Algemene reserves hebben geen specifieke bestemming en fungeren primair als weerstandsvermogen van een organisatie. Het hoogheemraadschap heeft per heffing een algemene reserve. Deze bestaat steeds uit twee delen: een deel ‘bodemreserve’ met een door het algemeen bestuur vast te stellen minimale omvang en een deel ‘operationele risico’s’ waarvan de omvang gebaseerd wordt op de inschatting van de structurele en incidentele risico’s uit de risicoparagraaf van de programmabegroting en jaarrekening. Dit betekent in de praktijk dat de minimale omvang van de algemene reserves steeds aangepast moet worden aan het actuele risicobeeld in de programmabegroting en jaarrekening. Indien het risicobeeld hoger is dan het voorgaande jaar moet de algemene reserve meer worden aangevuld. Indien de risico’s lager worden ingeschat kunnen de algemene reserves lager zijn.

 

In deze nota en de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen (HHSK, 2025) wordt voorgesteld om een ratio weerstandsvermogen van minimaal 1,0-1,4 te hanteren als norm. In de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit worden alle reserves meegenomen. Indien de ratio weerstandsvermogen in de programmabegroting hoger is dan deze norm, betekent dit dat de hoogte van onze beschikbare weerstandscapaciteit boven de norm ligt en dat we de algemene reserves niet direct hoeven aan te vullen. Indien de ratio weerstandsvermogen lager is dan de norm, zullen de algemene reserves aangevuld moeten worden tot de norm van minimaal 1,0-1,4.

 

We zullen jaarlijks in de meerjarenraming en de begroting de hoogte van onze algemene reserves beoordelen in relatie tot onze ratio weerstandsvermogen. Toevoegingen of onttrekkingen aan de reserves worden meegenomen in de begroting en ter besluitvorming voorgelegd in onze jaarrekening.

 

5.3 De tariefegalisatiereserves

Deze reserves hebben een aantal doeleinden:

  • a.

    Bereiken van een gelijkmatige ontwikkeling van de belastingtarieven.

  • b.

    Voorkomen van een te sterke stijging tussen twee jaren. De tariefegalisatiereserve kan worden ingezet om te sterke stijging af te vlakken.

  • c.

    Nadelen in de exploitatie van het lopend jaar worden in eerste aanleg opgevangen in de tariefegalisatiereserve en pas in tweede aanleg in de algemene reserve.

Om dit systeem goed te laten werken, moeten wel een aantal randvoorwaarden worden gehanteerd. Op basis van artikel 99 lid 3 van de Waterschapswet moet de begroting in evenwicht zijn. Onttrekkingen aan reserves tellen daarbij niet als een bate.

Van deze richtlijn kan worden afgeweken indien het aannemelijk is dat het evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren tot stand zal zijn gebracht.

 

Wanneer de exploitatie in te sterke mate steunt op de tariefegalisatiereserves, dan zal er – na uitputting daarvan – een forse tariefverhoging noodzakelijk zijn. Een dergelijke tariefsprong is in strijd met het uitgangspunt van tariefegalisatie.

 

Wij hanteren voor de tariefegalisatiereserves de volgende uitgangspunten:

  • Voor elk van de drie taken wordt er gewerkt naar een gelijkmatige lastenontwikkeling en een sluitend meerjarenperspectief. Dat betekent, dat er in jaar 4 in principe een kostendekkendheid moet zijn van minstens 100%.

  • Bij de bepaling van het jaarrekeningsaldo worden voor- en nadelen (ten opzichte van de eerder verwachte onttrekking) verrekend met de desbetreffende tariefegalisatiereserves.

  • In elk meerjarenperspectief en elke begroting beoordelen we de hoogte van de tariefegalisatiereserves in relatie met onze meerjarenraming, belastingtarieven, weerstandscapaciteit en onze schuldpositie. Het streven is om onnodig hoge tariefegalisatiereserves te voorkomen.

  • We hanteren geen norm/bandbreedte voor wat betreft de omvang van de tariefegalisatiereserves. De hoogte van de reserves hangt namelijk samen met de volgende factoren:

    • o

      De mate waarin de begroting een structureel evenwicht laat zien;

    • o

      De benodigde weerstandscapaciteit;

  • De schuldpositie van ons hoogheemraadschap.

5.4 Bestemmingsreserve demping kapitaallasten toekomstige investeringen

Deze reserve is een bestemmingsreserve die wordt ingezet om één of een aantal samenhangende investeringen in de toekomst (deels) te financieren om minder te hoeven lenen en kapitaallasten te dempen. Dit met het oog op de schuldenpositie en het voorkomen van grote en plotselinge stijgingen in de tarieven. De reserve wordt gedurende meerdere jaren opgebouwd uit de heffing en de bijhorende taak ten behoeve waarvan de investering wordt gedaan. Bij reserves ten behoeve van investeringen worden de kapitaallasten van de investering gedurende de looptijd geheel of gedeeltelijk gedekt door jaarlijkse onttrekkingen aan deze reserves. Zie artikel 6 in de Nota waardering en afschrijvingsbeleid van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2025. De vorming en opheffing van deze reserve en stortingen en onttrekkingen aan deze reserve vinden plaats via besluitvorming door het algemeen bestuur.

 

5.5 Bestemmingsreserve kosten nog uit te voeren werkzaamheden

Deze bestemmingsreserve is bedoeld om de kosten van nog uit te voeren werkzaamheden te dekken. Een voordelig saldo dat gestort wordt in deze reserve kan bestaan uit uitgestelde of vertraagde werkzaamheden, waarvan de kosten geraamd zijn in jaar t. Door de vertraging worden de kosten pas gerealiseerd in jaar t+1. Dit veroorzaakt een voordeel in jaar t en een nadeel in jaar t+1. Het gestorte bedrag in deze bestemmingsreserve kan in jaar t+1 onttrokken worden om de hoger dan geraamde kosten in jaar t+1 te dekken. Als blijkt dat hogere kosten ook in jaar t+1 geheel of gedeeltelijk uitblijven kan het saldo van deze reserves betrokken worden bij de begroting jaar t+2 om de tarieven te dempen.

 

5.6 Overige bestemmingsreserves

Overige bestemmingsreserves zijn alle overige reserves die een specifieke bestemming hebben maar niet bedoeld zijn om de belastingtarieven te egaliseren. Het vormen en opheffen van reserves, en stortingen en onttrekkingen aan reserves, vinden plaats via besluitvorming door het algemeen bestuur.

 

5.7 Systeemreserve

Naast de overige bestemmingsreserves is er nog een nog een bijzondere vorm van een bestemmingsreserve, namelijk de systeemreserve. Bij dit type reserve worden onttrekkingen en toevoegingen verwerkt op basis van vooraf gedefinieerde voorwaarden/afspraken. De hoogtes van de stortingen of onttrekkingen zijn daarbij vooraf (ten tijde van de begroting) niet exact bekend, maar worden op basis van de jaarrekeningcijfers (werkelijke realisatie) en de gemaakte afspraken vastgesteld.

De benodigde onttrekking of toevoeging aan de reserve wordt bij de jaarafsluiting direct verwerkt (voor resultaatbestemming) en niet apart als voorstel voor de resultaatbestemming voorgelegd aan het algemeen bestuur.

 

Het hoogheemraadschap kent één systeemreserve voor het buitengewoon onderhoud watergangen (baggeren). Deze is ingericht vanwege de jaarlijkse fluctuaties in de realisatie van de baggerwerkzaamheden welke niet altijd te voorzien zijn.

 

Het instellen van een systeemreserve, met de daarbij behorende vooraf gedefinieerde voorwaarden/afspraken, is de bevoegdheid van het algemeen bestuur.

 

5.8 stroomschema resultaatverdeling

 

Toelichting op het stroomschema

  • a.

    Het stroomschema gaat uit van een positief jaarresultaat op een heffing. Indien er een positief jaarresultaat op een heffing wordt gerealiseerd wordt dat resultaat geanalyseerd op oorzaken. Afhankelijk van de oorzaak kunnen één of worden meerdere algemene, bestemmings- of egalisatieserves worden ingezet. Indien sprake is van een negatief jaarresultaat vindt er geen analyse plaats om te komen tot een splitsing van het resultaat.

  • b.

    Het jaarresultaat per heffing volgt uit de jaarrekening van het hoogheemraadschap. De jaarrekening wordt jaarlijks in de VV van eind mei of begin juni vastgesteld.

  • c.

    Een positief jaarresultaat per heffing dient te worden geanalyseerd om te bezien of er sprake is van efficiency resultaten en/of belastingvoordelen.

  • d.

    Tegelijkertijd wordt gekeken of er binnen het positieve resultaat sprake is van nog te verwachten kosten vanwege uitgestelde activiteiten of werkzaamheden die wel al voorzien waren in de programmabegroting maar waarvoor nog geen kosten zijn gemaakt. Als deze activiteiten vertraagd zijn, dan zullen de kosten in latere jaren alsnog worden gemaakt. Om de kosten in het juiste begrotingsjaar te laten vallen, kan een speciale bestemmingsreserve (Kosten nog uit te voeren werkzaamheden) worden ingezet

  • e.

    Bij het analyseren van de resultaten worden de onderstaande uitgangspunten gehanteerd. Verder is de tabel met incidentele baten en lasten uit de jaarstukken het uitgangspunt om efficiency-voordelen te identificeren.

    • o

      Besparingen door meer efficiency in de werkprocessen;

    • o

      hogere netto opbrengsten dan primair begroot als gevolg van:

      • ▪︎

        areaal-uitbreiding (meer huishoudens/bedrijven, oppervlakte);

      • ▪︎

        sterkere stijging WOZ-waarde (watersysteemheffing);

      • ▪︎

        hoger aantal VE’s (zuiveringsheffing);

      • ▪︎

        lagere kwijtscheldingen en oninbaar;

  • f.

    Het algemeen bestuur besluit hoe de efficiency en belastingvoordelen worden bestemd.

  • g.

    Er kan gekozen worden voor het aanvullen van de algemene reserves en egalisatiereserves per heffing.

  • h.

    Ook kan gekozen worden een deel van het resultaat toe te voegen aan de bestemmingsreserve Vermindering kapitaallasten toekomstige investeringen.

HOOFDSTUK 6. Beleid ten aanzien van voorzieningen

De bevoegdheid voor het instellen van een voorziening ligt bij het algemeen bestuur. Om deze reden moet het waterschap voor iedere voorziening bestuurlijk vastgesteld beleid hebben. Afgezien van de in het Waterschapsbesluit genoemde (verplichte) voorzieningen, is het streven het aantal voorzieningen te beperken. Verplichte voorzieningen zijn voorzieningen die op last van de accountant moeten worden gevormd.

 

Van een voorziening is sprake als het gaat om kwantificeerbare financiële verplichtingen of risico’s. De voorzieningen moeten dekkend zijn voor de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn ingesteld (niet meer en niet minder). De verplichtingen zijn gebaseerd op actuele beheersplannen (op het gebied van onderhoud) en actuele geïnventariseerde verplichtingen. De accountant toetst bij de controle van de jaarrekening of de voorzieningen voldoende zijn onderbouwd.

 

De dotatie (toevoeging aan voorziening) loopt altijd via de exploitatie en moet expliciet in de begroting worden opgenomen. Deze wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. De uitgaven kunnen – zonder tussenkomst van het algemeen bestuur – rechtstreeks ten laste van de geautoriseerde voorzieningen worden gebracht. Aanpassen van de structurele dotatie aan een voorziening blijft de bevoegdheid van het algemeen bestuur.

 

In de jaarrekening en begroting worden steeds de huidige voorzieningen weergegeven.

Rotterdam, 9 juli 2025

de verenigde vergadering voornoemd,

secretaris,

voorzitter,

Bijlage Opbouw reserves

 

 

Toelichting opbouw reserves

De reservepositie van het hoogheemraadschap is per heffing opgebouwd uit een deel egalisatiereserves, een deel bestemmingsreserves en een deel algemene reserves. De algemene reserves bestaan uit twee delen. Een deel bodemreserve met een door het algemeen bestuur vast te stellen minimale omvang en een deel voor incidentele en structurele risico’s. De omvang van het risicodeel volgt uit de risicoparagraaf in de programmabegroting en jaarrekening en kan jaarlijks veranderen. Daarnaast zijn er per heffing bestemmingsreserves ingericht. Bijvoorbeeld voor het bestemmen van de kosten van nog uit te voeren werkzaamheden of voor het verminderen van de kapitaallasten van toekomstige investeringen. In de jaarstukken is steeds een overzicht opgenomen van de bestemmingsreserves. Verder zijn er per heffing nog de tariefegalisatiereserves, bedoeld om al te grote schommelingen in de tarieven te kunnen dempen.

Naar boven