Waterschapsblad van Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard | Waterschapsblad 2025, 23198 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard | Waterschapsblad 2025, 23198 | beleidsregel |
Nota Waardering en afschrijvingsbeleid van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2025
De verenigde vergadering van Schieland en de Krimpenerwaard;
gelet op artikel 108 lid 2 onder a van de Waterschapswet en artikel 17 van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2025;
op voordracht van het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard van 20 mei 2025
In deze nota is het beleid met betrekking tot het activeren van investeringen en het afschrijven daarvan opgenomen. Dit beleid is gebaseerd op artikel 108 tweede lid onder a, van de Waterschapswet. Hierin is bepaald dat bij verordening regels moeten worden opgenomen voor waardering en afschrijving. Daaraan is uitvoering gegeven in de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie zoals vastgesteld door het algemeen bestuur op 9 juli 2025.
In de artikelen 4.65 t/m 4.71 van het Waterschapsbesluit zijn nadere bepalingen opgenomen over waardering, activeren en afschrijvingen.
De Nota waardering en afschrijvingsbeleid is op 9 juli 2025 door de verenigde vergadering vastgesteld en met terugwerkende kracht per 1 januari 2025 ingegaan. Hiermee komt de nota Afschrijvingsbeleid van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (vastgesteld door het algemeen bestuur op 27 maart 2023 met kenmerk 2022.10884) te vervallen.
Alle uitgaven voor zaken die langer dan een jaar ten dienste van het hoogheemraadschap staan, worden geactiveerd. Dit heeft tot gevolg dat de betreffende uitgaven niet in hun totaliteit als kosten in de exploitatierekening worden verantwoord, maar op de balans worden gebracht. Dit worden ook investeringen genoemd. Alleen de rente en afschrijvingslasten die met de uitgaven samenhangen worden gedurende de gebruiksduur ten laste van de exploitatie gebracht. Uit praktische overwegingen wordt een ondergrens gehanteerd voor te activeren bedragen, dit is een bestuurlijke keuze en vastgesteld op €50.000,-. Binnen de vaste activa worden drie balansposten onderscheiden: immateriële, materiële en financiële vaste activa.
Dit zijn activa die niet stoffelijk zijn en evenmin als financiële vaste activa kunnen worden aangemerkt. Een andere omschrijving van het begrip is kapitaaluitgaven waar tegenover geen bezittingen staan. Dit zijn met name uitgaven in verband met het afsluiten van geldleningen en bijdragen aan activa in eigendom van derden, onderzoek en ontwikkelkosten.
Onderzoek en ontwikkelingskosten.
Kosten die voor de fase ‘besteksgereed maken en aanbesteden’ worden gemaakt, gericht op het realiseren van een bepaald materieel vast actief. Denk hierbij aan variantenstudies. Onderzoek en ontwikkelingskosten vallen onder immateriële vaste activa. Tenzij het gaat om een vervangingsinvestering. Dan vallen onderzoek en ontwikkelingskosten onder het materieel actief.
Kosten die worden gemaakt voor het realiseren van een bepaald materieel vast actief. Kosten voor het besteksgereed maken en het aanbesteden van het project behoren tot de voorbereidingskosten en zijn onderdeel van het materiële vaste actief. Deze kosten worden pas geactiveerd op het moment dat het totale project is afgerond.
Door middel van afschrijvingen wordt aangegeven op welke wijze een vast actief in waarde vermindert als gevolg van het gebruik. De voorschriften geven dan ook aan dat op de vaste activa jaarlijks moet worden afgeschreven. De categorie ‘grond’ is de enige categorie waar niet op hoeft te worden afgeschreven, op alle andere investeringen moet worden afgeschreven.
Financiële lease is een leaseovereenkomst waarbij de lessee (degene die het activum huurt) het economisch risico en de voordelen van het eigendom van een activum draagt. Dit betekent dat de lessee gedurende de leaseperiode de meeste risico's en opbrengsten die gepaard gaan met het bezit van het activum overneemt, zelfs als het juridische eigendom bij de lessor (degene die het activum verhuurt) blijft.
Artikel 4. Activeren van personeelslasten
Voor het activeren van personeelskosten worden de volgende voorwaarden gesteld:
het betreft uren van medewerkers (zowel inhuurkrachten als eigen personeel) die direct aan de totstandkoming van het actief zijn toe te rekenen. De volgende limitatieve lijst met functies wordt gehanteerd: Programmamanager, projectleider, integraal projectmanagement-rollen (IPM-rollen), projectondersteuner, medewerker projectadministratie, coördinator projectadministratie, projectcontroller, technisch manager dijkversterking, senior technisch specialist, technisch specialist en trainees. Van deze opsomming kan worden afgeweken als functies specifiek in de subsidieregeling vermeld worden.
In het (interne) uurtarief wordt rekening gehouden met een toeslag voor ondersteunende kosten zoals kosten van huisvesting, geo-informatie, automatisering en dergelijke.
Personeelslasten mogen niet afzonderlijk worden geactiveerd (dan zou immers een immaterieel actief ontstaan), maar zij mogen wel worden meegenomen in de kosten van de vervaardiging van een materieel actief. Er moet een aanwijsbare relatie zijn tussen de personeelslasten en de vervaardiging van het actief.
Het dagelijks bestuur kan ervoor kiezen uitzonderingen toe te staan en ook andere personele kosten te activeren mits deze expliciet in het investeringsvoorstel zijn meegenomen en worden onderbouwd. Zo kan bij investeringen met een hoge omgevingsgevoeligheid of andere risico’s bijvoorbeeld worden gekozen ook juridische kosten, kosten voor communicatie en kosten voor omgevingsmanagement te activeren.
Artikel 5. Bijdragen van derden
Bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief worden daarop in mindering gebracht (artikel 4.68 lid 2 van het Waterschapsbesluit). Over het investeringsbedrag minus de bijdragen wordt afgeschreven.
Objecten die op grond van een operationele leasecontract worden geleased worden jaarlijks uit de exploitatie gefinancierd. De daarmee verband houdende verplichtingen worden in de toelichting op de balanspost vermeld. Tenzij het contract aangeeft dat het economisch eigendom bij de lessee (gebruiker) ligt. In dat geval worden de objecten ook als activa beschouwd.
Artikel 8. Voorzien in de financieringsbehoefte
De vaste activa worden gefinancierd met diverse financieringsmiddelen (kort en lang vreemd vermogen, reserves en voorzieningen). Deze middelen worden aangewend voor het geheel van de investeringsportefeuille. Er worden dus geen financieringsmiddelen geoormerkt voor bepaalde investeringen (geen projectfinanciering).
Artikel 12. Toepassing van de componentenmethode
Indien de verschillende samenstellende delen van een actief een heel verschillende technische of economische levensduur hebben en afzonderlijk kunnen worden vervangen, wordt de componentenmethode toegepast. De componentenmethode houdt in dat verschillende samenstellende delen van een materieel afzonderlijk worden afgeschreven op basis van de afschrijvingsduur, die voor dat deel geldt. Omdat de componentenmethode in principe heel ver kan worden doorgevoerd, wordt de methode te beperkt tot een aantal specifieke componenten te weten: grond, bouwkundig werk, mechanisch-elektrische installaties en elektrotechnische voorzieningen. Deze componenten hebben allemaal een eigen afschrijvingsduur. Als een investering bestaat uit twee of meer van deze componenten dan wordt de componentenmethode toegepast. In alle andere gevallen wordt de investering naar de aard van het object afgeschreven. De afschrijvingstermijn per object of component is in de afschrijvingstabel in de bijlage terug te vinden.
Als een investering wordt verkocht en de opbrengstwaarde is hoger/lager dan de boekwaarde, wordt er een boekwinst/boekverlies gegenereerd. Deze boekwinst/boekverlies mag niet worden verrekend met de kosten van de vervangingsinvestering, maar dient in het jaar van de verkoop als bate/last in de exploitatie te worden verantwoord.
Indien besloten wordt om een object buiten gebruik te stellen en af te stoten dan moet afwaardering plaatsvinden indien de marktwaarde naar verwachting lager is dan de boekwaarde. Wanneer een actief daadwerkelijk wordt bestemd voor verkoop dan moet overboeking plaatsvinden naar de voorraden. Een eventueel verkregen opbrengst wordt als incidentele bate verantwoord in de jaarrekening.
Artikel 16. Immateriële vaste activa
De volgende immateriële activa worden onderscheiden:
de kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief.1
Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, mits de uitgaven uitgaan boven de activeringsgrens (€ 50.000) en met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.70 lid 6 van het Waterschapsbesluit.
Dit betekent dat op straffe van terugvordering verzekerd dient te worden dat de derde daadwerkelijk een actief realiseert dat bijdraagt aan de publieke taak, zoals dat door de verstrekker en de ontvanger van de bijdrage is overeengekomen. Dit dient dan ook als harde voorwaarde in de overeenkomst tot bijdrage opgenomen te worden.
Artikel 17. Administratieve verwerking
Een uitzondering kan worden gemaakt voor verzamelobjecten in de sfeer van de roerende activa, waarbij alle bestedingen uit een bepaald jaar in de staat van activa als één object worden staan vermeld (bijvoorbeeld computers).
In dat geval zorgt de organisatie ervoor, dat er een specificatie van de afzonderlijke objecten beschikbaar is.
BIJLAGE: De afschrijvingstabel
In onderstaande tabel staan de afschrijvingstermijnen voor de meest voorkomende type investeringen binnen het hoogheemraadschap. De weergegeven termijnen zijn bedoeld als richtlijn. Indien de daadwerkelijk voorgenomen investering vraagt om een afwijkende afschrijvingstermijn, dan is het de bedoeling dat deze afwijkende termijn in het kredietvoorstel wordt onderbouwd en voorgelegd aan het algemeen bestuur. Dit is vooral van belang wanneer de verwachte economische levensduur van de voorgenomen investering korter is dan de afschrijvingstermijn in de tabel.
Uitgangspunt voor het bepalen van de afschrijvingstermijn is de economische levensduur.
De maximale afschrijvingsduur die wij als hoogheemraadschap hanteren is 40 jaar.
|
Bedrijfsgebouwen meubilair, elektrisch en veiligheidsvoorzieningen |
||
|
Woonruimten meubilair, elektrisch en veiligheidsvoorzieningen |
||
*De afschrijvingstermijnen van de bijdragen aan gemeenten voor rioolgemalen en persleidingen wijken af met onze eigen afschrijvingstermijn. Dit komt omdat elke overheidsinstantie zelf de afschrijvingstermijn mag bepalen. Afschrijvingstermijnen tussen gemeentes en waterschappen maar ook tussen waterschappen onderling kunnen daardoor verschillen.
** Voor primaire en overige waterkeringen is de afschrijvingstermijn afhankelijk van het type toepassing. Indien een toepassing wordt gebruikt waarvan de technische levensduur korter is dan aangegeven in de tabel, dan is de kortere afschrijvingstermijn leidend.
*** Software as a service ( Saas ) kosten mogen niet worden geactiveerd.
N.B.: Indien geen materieel vast actief ontstaat gaan de kosten naar de exploitatie. Tevens worden bij vervangingsinvesteringen de kosten als materiele vaste activa geactiveerd en wordt de afschrijvingstermijn van het materiële vaste actief gevolgd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2025-23198.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.