Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard 2025

De verenigde vergadering van Schieland en de Krimpenerwaard;

 

gelet op 109a van de Waterschapswet;

 

op voordracht van het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard van 20 mei 2025;

 

B E S L U I T:

 

Vast te stellen de volgende verordening

 

Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard 2025.

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    doelmatigheid: de mate waarin bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen worden gerealiseerd.

  • b.

    doeltreffendheid: de mate waarin de doelen en effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.

Artikel 2 Onderzoeksfrequentie

Het dagelijks bestuur verricht jaarlijks onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hem gevoerde bestuur.

Artikel 3 Planning

Het dagelijks bestuur meldt bij de begroting welk onderzoek hij in dat begrotingsjaar voornemens is uit te voeren.

Artikel 4 Voortgang onderzoek

Het dagelijks bestuur rapporteert in de jaarstukken over de voortgang van onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid.

Artikel 5 Rapportage en plan van verbetering

  • 1.

    De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.

  • 2.

    Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksbevindingen en indien nodig aanbevelingen voor verbeteringen.

  • 3.

    Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het dagelijks bestuur indien nodig een plan van verbetering op. De rapportage wordt ter kennisgeving aan het algemeen bestuur aangeboden.

  • 4.

    Indien sprake is van een plan van verbetering als bedoeld in het voorgaande derde lid stelt het dagelijks bestuur per onderzoek een evaluatie van de verbeteringen op. Deze evaluatie wordt per onderzoek op een door het dagelijks bestuur nader te bepalen termijn ter kennisgeving aan het algemeen bestuur aangeboden.

Artikel 6. Intrekking en inwerkingtreding

  • 1.

    De Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid Schieland en de Krimpenerwaard, vastgesteld bij besluit van 24 juni 2009, in te trekken

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 9 juli 2025.

Artikel 7. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard 2025”.

Rotterdam, 9 juli 2025

de verenigde vergadering voornoemd,

secretaris,

voorzitter,

Toelichting  

Algemeen

In artikel 109a van de Waterschapswet is opgenomen dat het dagelijks bestuur periodiek onderzoek verricht naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hem gevoerde bestuur. Het algemeen bestuur kan bij verordening hiervoor de kaders stellen.

Met deze onderzoeken wordt beoogd de transparantie bij het uitvoeren van de taken van het hoogheemraadschap te vergroten en de publieke verantwoording daarover te versterken.

Waar het algemeen bestuur zich vooral richt op de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, richt het dagelijks bestuur zich vooral op de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hem (lees: het dagelijks bestuur) gevoerde bestuur.

 

Hoewel zowel in de memorie van toelichting als bij de wettekst een specifieke toelichting ontbreekt, wordt er van uitgegaan dat artikel 109a van de Waterschapswet zich meer richt op de doelmatigheid en doeltreffendheid van de organisatie waar het dagelijks bestuur verantwoordelijk voor is.

 

Dit (zelf)onderzoek dient er vooral voor om het dagelijks bestuur meer zekerheid te geven over de kwaliteit van sturing en inrichting van de ambtelijke organisatie en de effectiviteit en efficiency daarvan. Het is aan het algemeen bestuur om in een verordening regels te stellen die waarborgen dat deze (zelf)onderzoeksverplichting op een zinvolle wijze wordt ingevuld.

 

Om onderzoek naar een doelmatig en doeltreffend bestuur mogelijk te maken, dient het dagelijks bestuur een aantal maatregelen te treffen, die in de door het algemeen bestuur vast te stellen verordening nader worden uitgewerkt.

 

Over de resultaten van het onderzoek moet het dagelijks bestuur schriftelijk rapporteren aan het algemeen bestuur. Het ligt voor de hand dat dit gebeurt binnen het raam van de planning- en controlcyclus. Dit blijkt ook uit art. 103, lid 2 van de Waterschapswet, waarin het dagelijks bestuur wordt opgedragen de verslagen bedoeld in art. 109a - in casu de onderzoeksresultaten - bij de aan het algemeen bestuur over te leggen jaarrekening en het jaarverslag te voegen.

 

In de praktijk zal iedere rapportage ook een analyse van de onderzoeksresultaten moeten bevatten en indien nodig aanbevelingen omtrent de te realiseren verbeteringen. De resultaten van het onderzoek (en indien nodig de verbetervoorstellen) zullen vervolgens aan het algemeen bestuur worden gerapporteerd. In het kader van zijn controlerende taak kan het algemeen bestuur nagaan of, en zo ja in hoeverre, de beoogde verbeteringen daadwerkelijk zijn gerealiseerd.

 

Rol accountant

De accountant heeft geen wettelijke rol in het kader van het doen van onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van zowel het gevoerde beleid als het gevoerde bestuur.

Deze taak berust geheel bij het algemeen bestuur.

 

Verschil tussen rekenkameronderzoek en art. 109a onderzoek

Rekenkameronderzoek richt zich op het (laten) doen van onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid. Onderzoek op basis van artikel 109a hebben tot doel om de doelmatigheid en doeltreffendheid van de interne organisatie van het hoogheemraadschap te beoordelen, dat behoort tot de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur.

 

Relatie met verbonden partijen

Het interne functioneren van derden die betrokken zijn bij de uitvoering van het beleid (bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling of een privaatrechtelijke rechtspersoon waarin wordt deelgenomen of opdrachtnemer die taken uitoefent) valt niet onder de reikwijdte van artikel 109a Waterschapswet. Wel kan vanuit het oogpunt van het hoogheemraadschap in het kader van artikel 109a de vraag aan de orde zijn of de gekozen wijze van taakuitoefening doeltreffend en doelmatig is.

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1 Definities

De definities doelmatigheid en doeltreffendheid zijn gelijk aan die zoals opgenomen in de Verordening beleid, beheer en organisatie van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2025.

 

Artikel 2 Onderzoeksfrequentie

In artikel 2 wordt het dagelijks bestuur opgedragen onderzoek te doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hem gevoerde bestuur. Het algemeen bestuur stelt vast met welke frequentie deze onderzoeken (minimaal) moeten plaatsvinden.

 

Artikel 3 Planning

Bij de jaarlijks begroting wordt aangegeven over welke onderwerp(en) het dagelijks bestuur voornemens is onderzoek uit te voeren. Hierbij kan ook ingegaan worden op zaken als de doorlooptijd, wie het onderzoek uitvoert (in- of extern), het tijdsbeslag, de kosten enzovoort.

 

Artikel 4 Voortgang onderzoek

De jaarstukken dienen inzicht te geven in de stand van zaken omtrent het in het betreffende jaar uitgevoerde onderzoek.

 

Artikel 5 Rapportage en plan van verbetering

Eerste lid

Met de onderzoeken wordt beoogt de transparantie van het handelen van het hoogheemraadschap te vergroten en de publieke verantwoording daarover te versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan ook neergelegd in een rapportage zoals voorgeschreven in artikel 109a, tweede lid van de Waterschapswet. Deze rapportage dient volgens artikel 103, tweede lid van de Waterschapswet te worden gevoegd

bij de jaarstukken. Dat betreft uiteraard de rapporten die tijdens het betreffende verslagjaar zijn afgerond.

 

Tweede lid

Systematische aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid impliceert ook het doel om te leren, om te denken over en te streven naar verbetering. Daarom is in de verordening opgenomen dat de rapportage tenminste een analyse van de onderzoeksbevindingen en aanbevelingen voor verbetering onderdeel zijn van het rapport.

 

Derde lid

De interne organisatie is een zaak van het dagelijks bestuur en hij bepaalt dan ook of het op basis van de onderzoeksresultaten nodig is om een plan van verbetering op te stellen.

Het plan wordt, indien van toepassing, opgesteld in opdracht van het dagelijks bestuur.

 

Vierde lid

Hierin is bepaald dat wanneer een plan van verbetering is opgesteld, het dagelijks bestuur per onderzoek binnen een nader te bepalen termijn aangeeft hoe uitvoering is gegeven aan de verbeteringen. Het dagelijks bestuur bepaalt per onderzoek op welk moment deze evaluatie ter kennis wordt gebracht aan het algemeen bestuur.

Naar boven