Toelichting
Algemeen
1.
Inleiding
Artikel 109 van de Waterschapswet bepaalt dat het algemeen bestuur een verordening vaststelt die betrekking heeft op ‘de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie’ van het waterschap. Met deze verordening wordt uitvoering gegeven aan deze wettelijke bepaling.
Door de Unie van Waterschappen is in 2008 een modelverordening vastgesteld. Het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard heeft bij besluit van 8 oktober 2008 op basis van het model van de Unie een verordening vastgesteld. Sinds de inwerkingtreding van dit besluit (met ingang van 1 januari 2009) is deze verordening niet meer gewijzigd.
In tegenstelling tot provincies en gemeenten waren de kaders voor deze verordening voorheen opgenomen in hoofdstuk 5 van het Waterschapsbesluit. Voor gemeenten en provincies was het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) van toepassing. Met ingang van het verslagjaar 2025 is het Bado ook van toepassing voor waterschappen en zal hoofdstuk 5 van het Waterschapsbesluit worden ingetrokken.
Dit is overigens niet de directe aanleiding voor het vaststellen van een nieuwe verordening. De gewijzigde rol van de accountant bij de controle van de jaarrekening is de belangrijkste reden.
Het controleren of de baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand waren gekomen was een taak van de accountant maar met ingang van het verslagjaar 2025 is dit een taak van het dagelijks bestuur. De rol van de accountant beperkt zich tot de vraag of de jaarrekening een getrouw beeld geeft waarbij ook de rechtmatigheidsverantwoording zoals opgesteld door het dagelijks bestuur wordt betrokken.
Deze “nieuwe” verordening wijkt verder in beperkte mate af van de bestaande verordening.
De meest ingrijpende wijziging betreft de rechtmatigheidsverantwoording. Vanaf het verslaggevingsjaar 2025 legt het dagelijks bestuur verantwoording af aan het algemeen bestuur over de financiële rechtmatigheid van zijn handelen.
Naast deze verordening stelt het algemeen bestuur ook een controleprotocol op waarin nadere richtlijnen worden opgenomen voor de accountantscontrole. Op basis hiervan stelt het algemeen bestuur jaarlijks het normenkader vast waarin de in- en externe wet- en regelgeving wordt opgenomen die de accountant in acht neemt.
2.
Opbouw van deze verordening
Er is voor gekozen om de bestaande regels zoals opgenomen in de bestaande verordening zoveel mogelijk in stand te houden tenzij de regelgeving tot aanpassing aanleiding geeft.
De verordening bestaat uit een beperkt aantal (11) artikelen en hebben betrekking op de volgende onderwerpen:
In artikel 1 zijn de definities die in de verordening worden gehanteerd opgenomen. Nieuw zijn de begrippen goedkeuring- en rapporteringstolerantie die de accountant hanteert bij de controle.
Artikel 2 bepaalt dat de beoordeling door het dagelijks bestuur van de rechtmatigheid van de in de jaarrekening opgenomen cijfers en de daaruit voortvloeiende financiële beheershandelingen intern plaatsvindt op basis van de (verbijzonderde) interne controle ook wel aangeduid met derde-lijns-controle.
Artikel 3 richt zich op de rol van het algemeen bestuur als opdrachtgever voor de accountantscontrole. Hij stelt het programma van eisen op voor de controle dat de basis vormt voor de selectie en opdrachtverlening aan de accountant.
Artikel 4 biedt de mogelijkheid dat het dagelijks bestuur aan de accountant opdracht kan geven tot het uitvoeren van specifieke werkzaamheden en kan zo nodig een andere accountant hiermee belasten.
Artikel 5 schrijft voor dat voorafgaand aan de accountantscontrole een controleprotocol moet worden opgesteld. Hierin zijn nadere richtlijnen opgenomen waaraan de accountant aandacht moet besteden. Dit controleprotocol wordt vastgesteld door het algemeen bestuur.
Artikel 6 bepaalt dat de accountant zelfstandig en onafhankelijk de controle van de jaarstukken uitvoert. Dit met inachtneming van het controleprotocol als bedoeld in artikel 5. Dit protocol is vastgesteld in 2016 en zal worden aangepast met inachtneming van de bepalingen uit deze verordening.
Artikel 7 geeft aan wat de rol is van het dagelijks bestuur bij het ter beschikking stellen van informatie ten behoeve van de accountantscontrole.
In artikel 8 zijn bepalingen opgenomen die waarborgen dat de accountant onbelemmerde toegang heeft tot alle documenten. Ook de medewerkers en het bestuur zijn gehouden alle informatie te verstrekken die de accountant noodzakelijk acht.
Artikel 9 beschrijft de gang van zaken met betrekking tot de rapportage (controleverklaring en verslag van bevindingen) door de accountant en de daarbij behorende hoor- en wederhoorprocedure in relatie tot het dagelijks bestuur.
Artikel 10 (Intrekking, inwerkingtreding)
Artikel 11 (Citeertitel)
3.
Artikelsgewijze toelichting
Hierna worden de bepalingen die verdere toelichting behoeven, nader toegelicht.
Artikel 1. Definities
Begrippen uit deze verordening komen ook voor in de Waterschapswet, het Waterschapsbesluit en het Bado. De definities uit deze regelgeving zijn dan ook van toepassing op de begrippen in deze verordening. Belangrijke andere begrippen worden in dit artikel gedefinieerd.
Artikel 2 (Verbijzonderde) interne controle
Eerste lid
Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk om er voor te zorgen dat de accountant voor de controle kan steunen op een adequate (verbijzonderde) interne controle.
De (verbijzonderde) interne controle is gericht op het verkrijgen van inzicht vanuit de eigen organisatie in tenminste de getrouwe en rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties, zoals deze in de jaarrekening tot uitdrukking komen. Hierbij wordt onder meer aandacht geschonken aan de opzet, het bestaan en de werking van relevante beheersmaatregelen, alsmede de risico’s die aanwezig zijn voor wat betreft de aspecten van getrouwheid en rechtmatigheid. De (verbijzonderde) interne controle is een aanvulling op de reguliere interne controle waarbij een objectief oordeel wordt gegeven over de opzet, het bestaan en de werking van de interne controles en beheersmaatregelen, die in de lijn uitgevoerd worden.
Tweede lid
Voor een goed inzicht in de financiële positie is een volledige registratie van de bezittingen van het hoogheemraadschap essentieel. Om te garanderen dat de registratie actueel en juist is, wordt het dagelijks bestuur opgedragen om de registratie periodiek te controleren en de frequentie van deze controles vast te stellen. Voor de controle van registergoederen en bedrijfsmiddelen wordt een roulerend controleschema gebruikt, waarbij elk item eenmaal in de vier jaar wordt gecontroleerd.
Derde lid
Dit lid regelt dat het dagelijks bestuur op grond van de uitkomsten van de onderzoeken uit het eerste en tweede lid bij tekortkomingen maatregelen tot herstel treft.
Vierde lid
Dit lid bepaalt dat het algemeen bestuur wordt geïnformeerd over de uitkomsten van de onderzoeken en eventuele herstelmaatregelen. De onderzoeken in dit artikel betreffen niet de interne onderzoeken van het dagelijks bestuur over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde bestuur als bedoeld in de verordening ex artikel 109a van de Waterschapswet.
Artikel 3 Opdrachtverlening accountantscontrole
Eerste, tweede lid en vijfde lid
De accountant controleert de jaarrekening in opdracht van het algemeen bestuur. Het is dan ook het algemeen bestuur die de accountant benoemt. Dit kan niet worden gedelegeerd aan het dagelijks bestuur. Afhankelijk van de verwachte kosten van de accountantscontrole moet deze conform de nationale en/of Europese aanbestedingsregels worden aanbesteed.
De voorbereiding van de aanbesteding van de dienstverlening door de accountant is een taak van het dagelijks bestuur. Hierbij is het algemeen bestuur nauw betrokken omdat hij de selectiecriteria en bijbehorende wegingsfactoren vaststelt.
Derde lid
De eisen van het algemeen bestuur voor de accountantscontrole worden opgenomen in het programma van eisen. De kaders voor deze eisen zijn onder andere vastgelegd in het Bado. Hierin zijn minimale regels opgenomen voor de goedkeuringstolerantie voor de accountantsverklaring en de rapporteringstolerantie voor het verslag van bevindingen. Deze toleranties moeten al bij de aanbesteding van de accountantscontrole worden bepaald en worden opgenomen in het programma van eisen.
Wanneer het algemeen bestuur besluit over een deelverantwoording een afzonderlijke controleverklaring af te geven, is de goedkeuringstolerantie van toepassing. De accountant kan voor de berekening van de goedkeuringstolerantie voor bepaalde deelverantwoordingen kiezen voor een andere omvangbasis dan de totale lasten van de deelverantwoording.
Het programma van eisen bevat ook aanvullende eisen, zoals de inrichting van het verslag van bevindingen, tussentijdse controles en rapportages in de vorm van een managementletter.
Het is te doen gebruikelijk dat voorafgaande aan de jaarlijkse accountantscontrole het algemeen bestuur aangeeft waaraan de accountant in dat jaar specifiek aandacht moet besteden.
Artikel 4 Overige controles en opdrachten
Eerste lid
Naast de controle van de jaarrekening zijn er meer werkzaamheden binnen het hoogheemraadschap die de inzet van een accountant (kunnen) vereisen. Zo kan het dagelijks bestuur besluiten om bijvoorbeeld advieswerkzaamheden zoals de verbetering van de administratieve organisatie, uit te besteden aan de door het algemeen bestuur benoemde accountant. Door deze werkzaamheden te gunnen aan de door het algemeen bestuur benoemde accountant, kan de onafhankelijkheid en daarmee de integriteit van de accountant ten aanzien van zijn controlewerkzaamheden voor het algemeen bestuur in het geding komen. Belangenverstrengeling tussen dagelijks bestuur en accountant kan mogelijk een weerslag hebben op de kwaliteit van de controle van de jaarrekening.
Hetzelfde geldt voor die gevallen waarbij de accountant bij de accountantscontrole zijn eigen werk moet controleren.
Als het dagelijks bestuur dit voornemen heeft, moet hij het algemeen bestuur hier vooraf over informeren. Dit biedt het algemeen bestuur de mogelijkheid om over de desbetreffende uitbesteding van werkzaamheden zijn oordeel te vormen en eventueel zijn bedenkingen aan het dagelijks bestuur kenbaar te maken.
Tweede en derde lid
In bepaalde gevallen is inschakeling van een andere accountant raadzaam en soms zelfs onoverkomelijk. Zo kunnen de controlewerkzaamheden gemeenschappelijke activiteiten met een ander waterschap of met gemeenten betreffen en de accountantscontrole hiervan door de accountant van de andere partij worden uitgevoerd. De verordening regelt dat het dagelijks bestuur in deze gevallen vrij is in de keuze van de accountant.
Artikel 5 Protocol accountantscontrole
Eerste lid
In artikel 3 van deze verordening is de algemene opdracht aan de accountant beschreven. Aangezien er jaarlijks specifieke omstandigheden zijn worden er doorgaans voorafgaand aan de start van de accountantscontrole nadere aanwijzingen gegeven over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole. Dit gebeurt via het “controleprotocol”. Dit document geeft het algemeen bestuur niet alleen de rol van de accountant aan, maar ook de reikwijdte van het interne rechtmatigheidstraject. De verantwoording door het dagelijks bestuur dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen betekent dat deze moeten voldoen aan de normen zoals opgenomen in- en externe wet- en regelgeving. Dit normenkader wordt jaarlijks vastgesteld door het algemeen bestuur.
Tweede lid
Met het controleprotocol worden de rechtmatigheidscriteria (begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium) in beschouwing betrokken. Daarnaast moeten de door de accountant in acht te nemen goedkeurings- en rapporteringstoleranties worden opgenomen. Dit met inachtneming van de bepalingen zoals opgenomen in de ‘Verordening financieel beleid, beheer en organisatie hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2025’ als bedoeld in art. 108 van de Waterschapswet.
In het tweede lid onder d. is bepaald dat de accountant bij de controle aandacht moet besteden aan posten van de jaarrekening, deelverantwoordingen en/of programma’s. Deze bepaling sluit aan bij het bepaalde in artikel 3, tweede lid onder g. Het algemeen bestuur zal voorafgaande aan de controle van de rekening ( via de commissie van de rekening) daarvoor de opdracht moeten geven. De onder d. genoemde onderdelen zullen per jaar verschillen. Het is daarom raadzaam dit op te nemen bij het jaarlijks vaststellen van het normenkader.
Artikel 6 Inrichting accountantscontrole
Dit artikel regelt de wijze waarop de inrichting van de accountantscontrole plaatsvindt. De accountant is leidend ten aanzien van deze inrichting.
Om de accountantscontrole zo efficiënt te laten verlopen, vindt periodiek overleg plaats tussen de accountant en de ambtelijke organisatie. Aangezien de controle vanuit verschillende invalshoeken plaatsvindt, zoals de verbijzonderde interne controle en doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken, kan periodiek overleg dubbel werk voorkomen en is uitwisseling van informatie over specifieke aandachtsgebieden bij de accountantscontrole wenselijk.
Artikel 7 Informatieverstrekking door het dagelijks bestuur
Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de samenstelling van het jaarverslag, de jaarrekening en eventuele door het algemeen bestuur geëiste deelverantwoordingen. De rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur maakt hiervan deel uit.
Voor de controle van de jaarrekening doet de accountant onderzoek naar de bescheiden zoals bijvoorbeeld verordeningen, nota’s, bestuursbesluiten, deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten en berekeningen. Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat deze bescheiden ter inzage liggen en onbelemmerd toegankelijk zijn voor de accountant.
Artikel 8 Toegang tot informatie
Om een goede controle uit te kunnen voeren, moet de accountant onbelemmerd onderzoek kunnen doen. Dit artikel kent de accountant deze bevoegdheid toe. Dit met inachtneming van de afspraken met het algemeen bestuur, zoals vastgelegd in het programma van eisen en het controleprotocol. Het dagelijks bestuur is verplicht ervoor te zorgen dat de accountant onbelemmerde toegang tot informatie heeft en dat medewerkers en leden van het algemeen bestuur volledig meewerken aan de controle.
Ook derden die namens het hoogheemraadschap werken of werkzaam zijn geweest (zoals uitzendkrachten, aannemers en adviesbureaus) kunnen, door tussenkomst van het dagelijks bestuur, om inlichtingen en verklaringen worden gevraagd.
Artikel 9 Rapportage
Eerste lid
Dit lid regelt dat het dagelijks bestuur in kennis wordt gesteld als de accountant afwijkingen constateert die bij het niet tijdig herstellen tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening zouden leiden. Dit opdat het dagelijks bestuur (in overleg met het algemeen bestuur en de accountant) mogelijk nog tijdig maatregelen tot herstel kan treffen. Wanneer de accountant na overleg met het dagelijks bestuur tot de conclusie komt dat geen goedkeurende controleverklaring kan worden afgegeven, meldt de accountant dit aan het algemeen bestuur.
Tweede lid
In de tweede helft van het jaar wordt door de accountant een interim-controle uitgevoerd. Hierbij wordt ingegaan op de algemene ontwikkelingen binnen de organisatie, de kwaliteit van de organisatie en de interne controle.
Derde lid
De controleverklaring en het verslag van bevindingen worden voorafgaand aan verzending aan het algemeen bestuur door de accountant besproken met het dagelijks bestuur. Dit biedt de mogelijkheid in het kader van de hoor en wederhoor de mogelijkheid te reageren op de bevindingen van de accountant.
Vierde en vijfde lid
Na de hoor en wederhoor procedure als bedoeld in het derde lid biedt de accountant de controleverklaring en het verslag van bevindingen met inachtneming van het daarover bepaalde in de ‘Verordening financieel beleid, beheer en organisatie hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2025’ als bedoeld in art. 108 van de Waterschapswet, aan het algemeen bestuur.
De accountant wordt in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan de vaststelling van de jaarstukken door het algemeen bestuur zijn bevindingen toe te lichten aan de commissie van de rekening.
Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast voor 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar (zie art. 107 Waterschapswet). Mocht het algemeen bestuur tot het standpunt komen dat in de jaarrekening opgenomen baten, lasten en balansmutaties onrechtmatig tot stand zijn gekomen geldt een procedure (zgn. indemniteitsprocedure) als bedoeld in artikel 104 van de Waterschapswet. Als hiervan geen gebruik wordt gemaakt verleend het dagelijks bestuur decharge aan het dagelijks bestuur.
Artikel 10 Intrekking, inwerkingtreding, tijdstip van ingang
Eerste lid
Dit lid regelt het intrekken van de oude verordening. Daarnaast regelt dit lid tot en met welk jaar de oude verordening van toepassing is.
Tweede lid
In dit lid wordt geregeld dat de nieuwe verordening in werking treedt met ingang van 1 januari 2025.
Artikel 11 Citeertitel
In dit artikel wordt een naam aan de verordening gegeven waarmee in stukken naar deze verordening kan worden verwezen.