U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

ONTWERP WIJZIGING REGELS GRONDWATER

Dijkgraaf en hoogheemraden besluiten:

Artikel I

In ontwerp een beoordelingsregel vast te stellen waarin staat dat wanneer grondwater wordt geretourneerd, dit moet gebeuren in het watervoerende pakket waaruit het onttrokken is.

Artikel II

In ontwerp regels vast te stellen waarmee bij infiltratie de kwaliteit van de bodem en het grondwater wordt beschermd.

Artikel III

In ontwerp een verduidelijking van de meetverplichting bij het onttrekken van grondwater en infiltratie vast te stellen.

Artikel IV

In ontwerp de gewijzigde artikelen over de aan te leveren informatie bij een vergunningaanvraag of melding voor het onttrekken, retourneren en infiltreren vast te stellen.

Artikel V

Redactionele wijzigingen in de Waterschapsverordening de Rijnlandse Keur in ontwerp vast te stellen.

Artikel VI

Hiervoor de 'Waterschapsverordening de Rijnlandse Keur' in ontwerp te wijzigen zoals weergegeven in Bijlage A.

Artikel VII

Dit ontwerp vrij te geven voor inspraak.

Leiden, 9 september 2025

Dijkgraaf en hoogheemraden

 

R.A.M. van der Sande, dijkgraaf

 

M. Middendorp, secretaris

Bijlage A Bijlage bij artikel VI

A

Artikel 1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

Dit is de uitleg van de in deze verordening gebruikte begrippen:

Aanmeervoorziening

Een plek in het oppervlaktewater voor het vastleggen van boten of andere vaartuigen. Het is gemaakt van palen met een horizontale balk ertussen.

Aanvoeren

Water vanuit een oppervlaktewater naar een ander oppervlaktewater halen met een werk. Of het water op een natuurlijke manier daar naartoe laten stromen.

Afrastering

Bijvoorbeeld een hek, muurtje of schrikdraad.

Afslag

Het losslaan, wegwaaien of wegspoelen van een deel van de duinen bij een harde storm.

Afvalwaterzuivering

Een installatie waar Rijnland het stedelijk afvalwater schoonmaakt.

Afvoeren

Water vanuit een oppervlaktewater naar een ander oppervlaktewater brengen met een werk. Of het water op een natuurlijke manier daar weg laten stromen.

Archeologische monumenten

In de Omgevingswet staat: Archeologische monumenten zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.

Belangrijk oppervlaktewater

Dit zijn de belangrijkste sloten, vaarten, plassen en meren binnen Rijnland. Ze hebben een belangrijke rol bij de aanvoer en afvoer van water, de waterberging en het onderhoud aan een waterkering. Ze zijn ook belangrijk als leefgebied voor planten en dieren.

Bemalen drainage

Een horizontale bemaling of drainage. Het grondwater wordt met een pomp afgevoerd via horizontaal geplaatste zuigbuizen. Er worden geen verticale filters gebruikt.

Bergen van water

Tijdelijk opslaan van water. Dit voorkomt wateroverlast bij veel neerslag. Het water wordt langzaam afgevoerd, zodat er weer ruimte is voor nieuwe neerslag.

Berging rekening courant (BRC)

Een saldo van gedempt en gegraven oppervlaktewater. Dit saldo wordt bijgehouden in een Berging Rekening Courant (BRC).

Beschoeiing

Een bescherming van de oever. Een beschoeiing staat in het oppervlaktewater langs de waterkant. Het voorkomt dat de oever wegspoelt in het water.

Binnentalud

Het schuin aflopende deel van een dijk aan de kant van het land.

binnentalud

Bodemonderzoek

Een geotechnisch of milieukundig onderzoek van de bodem. Hierbij worden boringen en/of sonderingen gebruikt.

Boezem

Oppervlaktewater bedoeld voor het opvangen van water uit de polders en voor het aanvoeren en afvoeren van water uit Rijnlands gebied.

Boogzinker

Met gekromde buizen wordt een gat gespoten. Met een boogzinker kan de initiatiefnemer kabels en leidingen bijvoorbeeld onder een sloot of weg door aanbrengen.

Bouwen

In de Omgevingswet staat: plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten.

Bouwwerk

In de Omgevingswet staat: constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart.

Brandblusvoorziening

Hiermee wordt grondwater uit de bodem onttrokken en gebruikt als bluswater.

Brug

Een vaste of beweegbare verbinding tussen twee percelen die gescheiden zijn door oppervlaktewater.

Buitentalud

Het schuin aflopende deel van een dijk aan de kant van het water.

Buitentalud waterkering.PNG

Casing

Een holle stalen buis.

Chemische kwaliteit van het water

De kwaliteit van de samenstelling van het water en welke stoffen en verontreinigingen daarin zitten.

Chemische toestand

De chemische toestand van het oppervlaktewater zoals bedoeld in de Kaderrichtlijn Water.

Coupure

Een gedeelte van een waterkering dat lager is dan de rest van de waterkering. Bijvoorbeeld omdat dwars door de waterkering een weg is gemaakt. De lagere plek kan bij hoogwater worden afgesloten.

Cultureel erfgoed

In de Omgevingswet staat: monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.

Cunet

De kuil die ontstaat bij het weggraven van een gedeelte van een grondlaag. Het cunet wordt daarna weer gevuld met bijvoorbeeld zand. Dit wordt gedaan om een ondergrond te maken die stevig genoeg is voor een bepaalde activiteit.

Damwand

Een constructie die grond of water keert. Het is gemaakt van bijvoorbeeld beton, steen, hout, kunststof of staal.

De basis van het basisveen

De onderkant van een afsluitende laag basisveen.

Debiet

De hoeveelheid doorgestroomd water per tijdseenheid.

Delfstoffen

Een goed te gebruiken materiaal dat uit de grond kan worden gehaald. Bijvoorbeeld zand, schelpen, grind, klei, kalksteen en zout.

Dempen

Het verkleinen van het bergend oppervlak van een oppervlaktewater. Het bergend oppervlak is de ruimte die beschikbaar is voor water.

Dijkgraaf en hoogheemraden

Het dagelijks bestuur van Rijnland, bedoeld in artikel 8 van het Reglement van bestuur voor het hoogheemraadschap van Rijnland en artikel 40 van de Waterschapswet.

Doelmatige bemonstering

Op een goede en handige manier een hoeveelheid water opvangen voor laboratoriumonderzoek.

Dragende functie van het watersysteem

Dit gaat over de draagkracht van de bodem. Het geeft aan hoeveel gewicht een bodem aankan zonder dat bijvoorbeeld een bouwwerk verzakt.

Drijvend voorwerp

Een voorwerp dat zelfstandig blijft drijven en een vaste ligplaats heeft aan de waterkant. Bijvoorbeeld: woonboten, woonschepen, woonarken, drijvende steigers, drijvende botenhuizen

Drooglegging

De afstand tussen het waterpeil en het gemiddeld/ de mediaan van de hoogte van het maaiveld.

Duiker

Een buis, koker of andere constructie onder bijvoorbeeld een dam, dijk of weg die oppervlaktewateren met een zelfde waterpeil met elkaar verbindt.

Duinvoet

De onderste rand van een duin, waar een duin overgaat naar het strand.

Ligging Duinvoet.png

Ecologische kwaliteit van het water

De kwaliteit van de structuur en het functioneren van het ecosysteem van het oppervlaktewater. Denk hierbij aan de planten en dieren, maar ook aan de schimmels en de algen die in het oppervlaktewater en in de waterbodem leven.

Ecologische toestand

De ecologische toestand van het oppervlaktewater zoals bedoeld in de Kaderrichtlijn Water.

Emissiebeheersingsmaatregelen

Emissiebeheersingsmaatregelen zoals bedoeld in de Kaderrichtlijn water (KRW).

Erosie

Slijtage door wind, ijs en water.

Erosiebestendig materiaal

Materiaal dat zorgt dat de grond van het talud niet wegwaait, wegspoelt of op een andere manier verdwijnt.

Freatische grondwaterstand

De hoogte van de bovenste laag grondwater gemeten vanaf het maaiveld. Deze bovenste laag grondwater komt de initiatiefnemer het eerst tegen bij graven en boren.

Fysische kenmerken

De fysische kenmerken van het oppervlaktewater zoals bedoeld in de Kaderrichtlijn Water.

Gesloten teeltvloer

Een ondergrond met een gesloten systeem voor het telen van planten. Deze systemen worden ook wel gesloten Pot Container Teelt (PCT) genoemd. Bijvoorbeeld een speciale betonvloer.

Grondwater

In de Omgevingswet staat: water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of ondergrond staat.

Grondwater onttrekken

Grondwater uit de bodem halen met een onttrekkingsinrichting. Dit is een inrichting of werk bedoeld om grondwater uit de bodem te halen. Vaak is dit een pomp.

Grondwater retourneren

Onttrokken grondwater terugbrengen in de bodem.

Grondwaterlichaam

In de Omgevingswet staat: Afzonderlijke grondwatermassa in een of meer watervoerende lagen.

Grondwatersanering

Het Besluit activiteiten leefomgeving zegt: het beheren, beperken of ongedaan maken van verontreiniging van het grondwater.

Grondwaterstand

De hoogte van het grondwater in de bodem.

Haaks

Loodrecht

Hard oppervlak

Een bedekking van de bodem waardoor neerslag niet of maar heel weinig in de bodem kan komen. Bijvoorbeeld bestrating, gesloten teeltvloeren en bouwwerken.

Huisaansluiting

Een kabel of leiding waarmee een woning of woongebouw een aansluiting krijgt op een netwerk. Bijvoorbeeld het netwerk voor elektriciteit, gas, drinkwater, warmte of media/(tele)communicatie.

Infiltreren

Water in de bodem brengen om de grondwaterstand aan te vullen. Dit gebeurt naast het onttrekken van grondwater.

Infrastructuur

In de Omgevingswet staat: wegen en vaarwegen, waaronder routenetwerken voor wandelen, fietsen en varen, spoorwegen, havens, luchthavens, energie-infrastructuur, telecommunicatie-infrastructuur, buisleidingen, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen, infrastructuur voor watervoorzieningswerken als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet en andere vitale infrastructuur.

Ingreepmaat

De waterdiepte die minimaal nodig is voor een oppervlaktewater. Deze diepte staat in de legger oppervlaktewateren.

Initiatiefnemer

De persoon die een werk of de activiteit wil gaan uitvoeren en hiervoor verantwoordelijk is. Een initiatiefnemer kan het werk of de activiteit zelf uitvoeren of hiervoor een opdracht geven aan een andere partij.

Insteek

Het punt waar de schuine oever overgaat in het vlakke maaiveld of een beschoeiing.

insteek.png

Inwerkingtreding

Moment waarop de regels uit deze verordening gaan gelden.

Kernzone

Het centrale deel van het waterstaatswerk. De kernzone staat in de werkingsgebieden.

Kruin

Een zone met het bovenste gedeelte van een waterkering. Deze zone staat in de legger regionale waterkeringen.

Ligging van de kruin op een waterkering.PNG

Krw-oppervlaktewaterlichaam

In het Besluit kwaliteit leefomgeving staat: oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 2, onder 10, van de Kaderrichtlijn Water.

Kunstwerk

Een civieltechnisch werk dat nodig is om het netwerk van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen, en/of leidingen goed te laten werken. Voorbeelden zijn: een brug, dam, duiker of stuw. Zo’n kunstwerk is niet bedoeld voor permanent verblijf door mensen.

Kwantitatieve toestand

De kwantitatieve toestand van een grondwaterlichaam zoals bedoeld in de Kaderrichtlijn Water.

Kwel

Grondwater dat onder drukverschil vanuit de bodem omhoog komt.

Landinwaarts

Vanaf de waterkant verder het land in.

Legger

In de Omgevingswet staat: legger als bedoeld in artikel 2.39 Omgevingswet.

Leggerprofiel

Een profiel met de richting, vorm, maten en constructie van een waterkering die aan de veiligheidsnormen voldoet. Een profiel is vaak een zijaanzicht, maar kan ook bijvoorbeeld 3D zijn.

Het leggerprofiel is te vinden in:

Lijnvormig

Lang en smal.

Losspuiten

Het spuiten van water rondom bijvoorbeeld een heipaal of damwand die uit de grond moet. Zo komt de paal makkelijker los uit de grond.

Maaiveld

De bovenkant van de grond van een terrein. Ook de bestrating hoort bij het maaiveld. Bij het maaiveld hoort niet:

  • een kunstmatige verhoging zoals een talud of een berm; en

  • een kunstmatige verlaging.

Maatschappelijke functies

De maatschappelijke functies van het watersysteem zijn bijvoorbeeld natuurbeleving, varen, of het goed houden van funderingen van bouwwerken. Het is een maatschappelijke functie als veel gebruikers regelmatig gebruik maken van een functie. Bij een paar gebruikers gaat het niet om een maatschappelijk functie.

Maatwerkvoorschrift

In de Omgevingswet staat: maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 Omgevingswet.

Mantelbuis

Beschermingsbuis voor kabels en leidingen.

Meerpaal

Een paal in het oppervlaktewater om bijvoorbeeld een boot of ander vaartuig aan vast te maken.

Moerige grond

Moerig betekent dat de grondlaag voor minimaal 15% uit organisch stof bestaat. Moerige grond heeft een moerige laag van 5 tot 40 centimeter dik. De bovenkant van de moerige laag zit niet dieper dan 40 centimeter onder het maaiveld.

NAP

Normaal Amsterdams Peil. Alle hoogtes in Nederland worden gemeten ten opzichte van met het NAP.

Natuurbeheer

Het zorgen voor de natuur.

NEN 3650
  • NEN 3650-1:2020: Eisen voor buisleidingsystemen - Deel 1: Algemene eisen, versie 2020.

  • NEN 3650-2:2020: Eisen voor buisleidingsystemen - Deel 2: Aanvullende eisen voor leidingen van staal, versie 2020.

  • NEN 3650-3:2020: Eisen voor buisleidingsystemen - Deel 3: Aanvullende eisen voor leidingen van kunststof, versie 2020.

  • NEN 3650-4:2020: Eisen voor buisleidingsystemen - Deel 4: Aanvullende eisen voor leidingen van beton, versie 2020.

  • NEN 3650-5:2020: Eisen voor buisleidingsystemen - Deel 5: Aanvullende eisen voor leidingen van gietijzer, versie 2020.

NEN 3651

NEN 3651:2020: Aanvullende eisen voor buisleidingen in of nabij belangrijke waterstaatswerken, versie 2020.

NEN 6600-1

NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019.

NEN 6646

NEN 6646/C1:2015: Water - Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl, door mineralisatie met seleen, met behulp van een doorstroomanalysesysteem - Ontsluiting met zwavelzuur, seleen en kaliumsulfaat, versie 2015 + C1:2015.

NEN 6966

NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2006.

NEN-EN 12566-1

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016.

NEN-EN 13284-1

NEN-EN 13284-1:2001: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 1: Manuele gravimetrische methode, versie 2001.

NEN-EN 872

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005.

NEN-EN-ISO 10301

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997.

NEN-EN-ISO 11732

NEN-EN-ISO 11732:2005: Water - Bepaling van ammonium stikstof - Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 2005;

NEN-EN-ISO 11885

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009.

NEN-EN-ISO 12846

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012.

NEN-EN-ISO 13395

NEN-EN-ISO 13395:1997: Water - Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 1997.

NEN-EN-ISO 15587-1

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002.

NEN-EN-ISO 15587-2

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002.

NEN-EN-ISO 15680

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met ‘purge-and-trap’ en thermische desorptie, versie 2003.

NEN-EN-ISO 15681-1

NEN-EN-ISO 15681-1:2005: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA), versie 2005.

NEN-EN-ISO 15681-2

NEN-EN-ISO 15681-2:2018: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA), versie 2018.

NEN-EN-ISO 15682

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001.

NEN-EN-ISO 17294-2

NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016.

NEN-EN-ISO 17852

NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008.

NEN-EN-ISO 17993

NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004.

NEN-EN-ISO 5667-3

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018.

NEN-EN-ISO 5815-1

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019.

NEN-EN-ISO 5815-2

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003.

NEN-EN-ISO 6878

NEN-EN-ISO 6878:2004: Water - Bepaling van fosfor - Ammoniummolybdaat spectometrische methode, versie 2004.

NEN-EN-ISO 9377-2

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index -Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000.

NEN-ISO 15705

NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003.

NEN-ISO 15923-1

NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013.

NEN-ISO 5663

NEN-ISO 5663:1993: Water - Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof - Methode na mineralisatie met seleen, versie 1993.

Niet versneld

Niet sneller dan de snelheid waarmee neerslag op een natuurlijke manier in de bodem zakt en via de bodem naar oppervlaktewater stroomt.

Oever

Het gebied tussen de waterbodem en het maaiveld.

Oeverbescherming

Een bescherming van de oever tegen losslaan en wegspoelen van de grond.

Oeverlijn

De grens tussen oppervlaktewater en land.

Omgevingswaarde

In de Omgevingswet staat: omgevingswaarde als bedoeld in afdeling 2.3.

Ondersteunend kunstwerk

Een kunstwerk dat nodig is voor het goed laten werken van het watersysteem. Bijvoorbeeld een stuw om het waterpeil op goede hoogte te houden, zodat een dijk niet uitdroogt. Of een damwand die het water tegenhoudt.

Ontgrondingskuil

Het gat in de bodem dat ontstaat wanneer een boom of struik omvalt.

Onttrekken van grondwater

Grondwater uit de bodem halen met een onttrekkingsinrichting. Dit is een inrichting of werk bedoeld om grondwater uit de bodem te halen. Vaak is dit een pomp.

Onttrekkingsinrichting

Een inrichting of werk bedoeld om grondwater uit de bodem te halen. Vaak is dit een pomp.

Rijnland ziet meerdere inrichtingen of werken als één onttrekkingsinrichting als ze zijn geplaatst in opdracht van één opdrachtgever en/of vanwege één project en samen één geheel vormen.

Rijnland ziet meerdere inrichtingen of werken niet als één onttrekkingsinrichting als:

Opbarsten

Het omhoog komen en scheuren van bodemlagen die slecht water doorlaten. Bijvoorbeeld lagen klei, leem of veen. Door de scheuren in de bodem komt water omhoog. Mogelijke oorzaken zijn:

  • Een daling van de gronddruk door bijvoorbeeld een ontgraving.

  • Een stijging van de waterdruk in een watervoerende zandlaag die eronder ligt.

Oppervlaktewater

De sloten, vaarten, plassen, meren, rivieren, kanalen. Ook droogstaande taluds en greppels die wel in verbinding staan met ander oppervlaktewater.

Oppervlaktewaterlichaam

In de Omgevingswet staat: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers, alsmede flora en fauna.

Oppervlaktewatersysteem

Oppervlaktewateren die met elkaar in verbinding staan.

Peilbesluit

In dit document staat:

  • het waterpeil in een gebied, of de bandbreedten waarbinnen het waterpeil kan variëren.

  • in welke periode en in welke situatie dit waterpeil zo veel mogelijk in stand wordt gehouden.

Het peilbesluit is door de verenigde vergadering vastgesteld.

Peilbuis

Een buis in de bodem waarmee de hoogte van het grondwater in de bodem kan worden gemeten.

Peilgrens

De grens tussen peilvakken.

Peilvak

Een bepaald gebied dat is vastgesteld in een peilbesluit. In dit gebied probeert Rijnland één waterpeil te houden. In het peilbesluit staat welk peil dat is.

Perceel

Een stuk grond of een terrein met vaste grenzen die door het Kadaster zijn bepaald.

Primaire waterkering

In de Omgevingswet staat: waterkering die bescherming biedt tegen overstroming door water van een oppervlaktewaterlichaam waarvan de waterstand direct invloed ondergaat van hoge stormvloed, hoog water van een van de grote rivieren, hoog water van het IJsselmeer of het Markermeer, of een combinatie daarvan, en van het Volkerak-Zoommeer, het Grevelingenmeer, het getijdedeel van de Hollandsche IJssel en de Veluwerandmeren.

De primaire waterkeringen binnen Rijnland staan in de legger primaire keringen.

Profiel van vrije ruimte

Een ruimte (lengte, breedte, hoogte) in de grondmassa aan beide kanten van een regionale waterkering. Het is een reservering voor toekomstige versterking of uitbreiding van de waterkering. Het profiel van vrije ruimte staat in de legger regionale waterkeringen.

Pulsen

Een manier van boren.

Regionale waterkering

Beschermt de polders binnen Rijnland tegen overstroming vanuit hoger gelegen oppervlaktewater dat daaromheen ligt. De regionale waterkeringen staan in de legger regionale waterkeringen.

Retourneren

Onttrokken grondwater terugbrengen in de bodem.

Rijnland

Het hoogheemraadschap van Rijnland.

Seismisch onderzoek

Bij dit onderzoek worden geluidsgolven de grond ingestuurd. De aardlagen kaatsen deze golven terug. Dit geeft veel informatie over hoe de bodemlagen eruitzien.

Seizoensgebouwen

Bouwwerken die alleen tussen 1 februari en 1 november op het strand staan. Bijvoorbeeld een strandtent of surfpaviljoen.

Sleuf

Een in de grond gegraven geul.

Sleufloze techniek

Een manier om een kabel, leiding of mantelbuis in de bodem te brengen zonder een sleuf te graven.

Sondering

Het in de bodem drukken van een conus loodrecht op het maaiveld. Het doel is de draagkracht van de bodem bepalen.

Spanningsbemaling

Het wegpompen van dieper grondwater om de grondwaterdruk kleiner te maken. Het doel is het opbarsten van de bodem voorkomen.

Specie

Materiaal dat de initiatiefnemer krijgt bij graven of baggeren

Steiger

Een bouwwerk in het oppervlaktewater dat bestaat uit palen en een gedeelte waar mensen op kunt lopen.

Stijghoogte

Hoe hoog het grondwater maximaal zou kunnen staan. Dit wordt gemeten vanaf een bepaald niveau, meestal het NAP.

Stoffen

Chemische elementen en verbindingen.

Straatmeubel

Bijvoorbeeld straatverlichting, naamborden, wegwijzers, bankjes en vuilnisbakken.

Strand

Het deel van de kuststrook tussen de duinvoet en de zee.

Strand op- en afrit

Een toegang naar en van het strand.

Strategische voorraad zoet grondwater

Een voorraad van zoet grondwater die beschikbaar moet blijven voor de toekomst. Bijvoorbeeld voor drinkwater. De Kaderrichtlijn Water (KRW) noemt dit de zoete grondwaterlichamen.

Stuw

Een constructie die water tegenhoudt en waarmee het waterpeil in een oppervlaktewater wordt geregeld.

Talud

Dit is het schuine deel van een dijk, of de schuine oever tussen de waterbodem en het maaiveld.

Toename hard oppervlak

De hoeveelheid vierkante meters waarmee het hard oppervlak volgens de rekenbepaling uit artikel 1 van bijlage I toeneemt.

Verenigde vergadering

het algemeen bestuur van Rijnland, bedoeld in artikel 8 van het Reglement van bestuur voor het hoogheemraadschap van Rijnland en artikel 12 van de Waterschapswet.

Verzilting

Het zouter worden van de bodem en het water.

Voorspuiten

Het spuiten van water rondom bijvoorbeeld een boorfilter, heipaal of peilbuis die al in de grond zit. Zo kan de buis of paal verder in de grond zakken.

Waterberging

Een plek om water te bergen. In een waterberging wordt neerslag tijdelijk vastgehouden. Door het water geleidelijk af te voeren, kan nieuwe neerslag weer worden opgevangen.

Waterbodem

De grond van een oppervlaktewater onder de waterspiegel.

Waterkerendheid

Hoe goed de waterkering het water kan tegenhouden.

Waterkering

Een waterkering houdt water tegen en beschermt tegen een overstroming. Het zijn waterscheidingen, kunstmatige hoogten en (gedeelten van) natuurlijke hoogten of hooggelegen gronden. Vaak wordt dit een dijk genoemd.

Bij de waterkering horen ook sommige kunstwerken die daarin of daaraan zijn gemaakt. Het gaat om kunstwerken die (ook) een waterkerende functie hebben. Bijvoorbeeld een sluis.

Waterlichaam

In de Omgevingswet staat: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers, alsmede flora en fauna.

Watermonster

Een kleine hoeveelheid water. Dit wordt vaak verzameld voor laboratoriumonderzoek.

Waterpeil

De hoogte van de bovenkant van het oppervlaktewater. De hoogte wordt gemeten ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP). Het waterpeil gaat dus niet om de diepte van het water.

Waterspiegel

Het grensvlak tussen water en lucht. Een ander woord is wateroppervlak.

Waterstaatswerk

In de Omgevingswet staat: Oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk.

Watersysteem

In de Omgevingswet staat: Samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken.

Watervoerende pakket

Een laag in de bodem (bijvoorbeeld zand) waar langzaam grondwater doorheen stroomt. Deze bodemlaag heeft aan de bovenkant en de onderkant een ondoorlatende laag (bijvoorbeeld klei) of een vrije waterspiegel.

Werk

Een door de mens gemaakte of nog te maken constructie of inrichting met alles wat daarbij hoort.

Werkingsgebied

Het deel van het beheergebied van Rijnland waar bepaalde regels gelden.

Wettelijk voorschrift

een regeling van een orgaan dat aan de Grondwet of een wet in formele zin regelgevende bevoegdheid ontleent. Denk hierbij aan regels van het Rijk, provincies, gemeenten of Rijnland.

Winterpeil

Het waterpeil dat in de winter wordt gebruikt. Het juiste winterpeil staat in het peilbesluit.

Zeewering

De waterkeringen die ons beschermen tegen overstroming door de zee. Denk hierbij aan de duinen, dijken en duin-in-dijk-constructies.

Zetting

Water en lucht wordt uit de grond geperst door het samendrukken van de grond.

Zomerpeil

Het waterpeil dat in de zomer wordt gebruikt. In het peilbesluit staat wat het zomerpeil is. Meestal geldt het zomerpeil van ongeveer maart/april tot ongeveer september/oktober.

Zone voor duinaangroei

Een zone direct gelegen zeewaarts van de op dat moment geldende duinvoet van een aantal meter breed en bestemd voor de aangroei van duin. Uitgezonderd hiervan zijn op- en afritten.

Zwelklei

Een bodemsoort die redelijk veel water kan opnemen en daardoor opzwelt. Bentoniet is een bekend voorbeeld van zwelklei.

B

Het opschrift van hoofdstuk 12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 12 Onttrekken van grondwater, retourneren en infiltreren van grondwater

C

Afdeling 12.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 12.1 Algemeen

Artikel 12.1 Activiteiten met grondwater

De artikelen uit dit hoofdstuk gelden voor:

Artikel 12.1a Meetverplichting

  • 1

    De initiatiefnemer meet elk kwartaal hoeveel grondwaterwater wordt onttrokken of geïnfiltreerd.

  • 2

    De initiatiefnemer meet de in lid 1 genoemde hoeveelheid met een nauwkeurigheid van minimaal 95%.

  • 3

    De initiatiefnemer meet de kwaliteit van het te infiltreren water. De initiatiefnemer neemt hiervoor representatieve watermonsters en laat die analyseren op de parameters en met de frequenties die staan deze tabel.

    Parameter

    Afkorting

    Frequentie

    Bacteriën van de coligroep

     

    Vierwekelijks

    Kleur

     

    Vierwekelijks

    Zwevende strofstof

    SS

    Vierwekelijks

    Geleidingsvermogen voor elektriciteit

     

    Vierwekelijks

    Temperatuur

    T

    Vierwekelijks

    Zuurgraad

    pH

    Vierwekelijks

    Opgelost zuurstof

    O2

    Vierwekelijks

    Totaal organisch koolstof

    TOC

    Vierwekelijks

    Bicarbonaat

    HCO3

    Vierwekelijks

    Nitriet

    NO2

    Vierwekelijks

    Nitraat

    NO3

    Vierwekelijks

    Ammonium

    NH4

    Vierwekelijks

    Totaal fosfaat

    Totaal P

    Vierwekelijks

    Fluoride

    F

    Driemaandelijks

    Chloride

    Cl

    Vierwekelijks

    Sulfaat

    SO4

    Driemaandelijks

    Natrium

    Na

    Driemaandelijks

    IJzer

    Fe

    Driemaandelijks

    Mangaan

    Mn

    Driemaandelijks

    Chroom

    Cr

    Driemaandelijks

    Lood

    Pb

    Driemaandelijks

    Koper

    Cu

    Driemaandelijks

    Zink

    Zn

    Driemaandelijks

    Cadmium

    Ca

    Driemaandelijks

    Arseen

    As

    Driemaandelijks

    Cyanide

    CN

    Driemaandelijks

    Minerale olie

     

    Vierwekelijks

    Adsorbeerbaar organisch halogeen

    AOX

    Vierwekelijks

    Vluchtig organische gebonden chloor

    VOC

    Vierwekelijks

    Vluchtige aromaten

     

    Vierwekelijks

    Polycyclische aromaten

    PAK

    Driemaandelijks

    Fenolen

     

    Driemaandelijks

  • 4

    Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen in de vergunning of met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 wanneer het gaat om:

  • 5

    De initiatiefnemer stuurt elk jaar voor 31 januari de resultaten van de metingen uit lid 1 en lid 3 naar dijkgraaf en hoogheemraden. Als geen grondwater is onttrokken dan wordt als resultaat 0 gerapporteerd.

  • 6

    De initiatiefnemer stuurt na het stoppen van de onttrekking of infiltratie de informatie uit lid 1 en lid 3 binnen één maand naar dijkgraaf en hoogheemraden.

  • 7

    Lid 1, lid 2, lid 3, lid 4 en lid 5 gelden niet als de initiatiefnemer:

D

Artikel 12.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.2 Grondwater onttrekken Onttrekken, retourneren of infiltreren bij een waterkering

Een vergunning is nodig voor het onttrekken, retourneren of infiltrerenvan grondwaterbij een waterkering, als de activiteit invloed kan hebben op de freatische grondwaterstand in de kernzone of beschermingszone van een waterkering.

E

Artikel 12.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.3 Grondwater onttrekken voor planten of vee

De artikelen uit deze subparagraaf gelden voor het onttrekkenvanalsgrondwaterhet onttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.

F

Subsubparagraaf 12.2.1.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subsubparagraaf 12.2.1.2.2 In een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied

Artikel 12.4 Meer dan 5 m³ per uur onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 5 m³ grondwaterper uur in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dathetgrondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.

Artikel 12.5 Meer dan 2.500 m³ per maand onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 2.500 m³ grondwaterper maand in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dathetgrondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.

Artikel 12.6 Meer dan 12.000 m³ per jaar onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 12.000 m³ grondwaterper jaar in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dathetgrondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.

G

Subsubparagraaf 12.2.1.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subsubparagraaf 12.2.1.2.3 In een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen

Artikel 12.7 Meer dan 5 m³ per uur onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 5 m³ grondwaterper uur in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dathetgrondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.

Artikel 12.8 Meer dan 2.500 m³ per maand onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 2.500 m³ grondwaterper maand in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dathetgrondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.

Artikel 12.9 Meer dan 12.000 m³ per jaar onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 12.000 m³ grondwaterper jaar in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dathetgrondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.

H

Subsubparagraaf 12.2.1.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subsubparagraaf 12.2.1.2.4 In een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen

Artikel 12.10 Meer dan 10 m³ per uur onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 10 m³ grondwaterper uur in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dathetgrondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.

Artikel 12.11 Meer dan 5.000 m³ per maand onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 5.000 m³ grondwaterper maand in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dathetgrondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.

Artikel 12.12 Meer dan 12.000 m³ per jaar onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken van meer dan 12.000 m³ grondwaterper jaar in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dathetgrondwateronttrokken water wordt gebruikt om planten of vee water te geven.

I

Artikel 12.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.13 Grondwater saneren

De artikelen uit deze subparagraaf gelden voor het onttrekken en retournerenvan grondwatervoor een grondwatersanering.

J

Subsubparagraaf 12.2.1.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subsubparagraaf 12.2.1.3.2 In een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied

Artikel 12.14 Langer dan zes maanden onttrekken

Een vergunning is nodig voor hetwanneer langeronttrekken endan zesretourneren vanmaanden wordtgrondwateronttrokken in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als deonttrekking langer duurt dan zes maanden en dit gebeurt voor een grondwatersanering.

Artikel 12.15 Meer dan 10 m³ per uur onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwaterwanneer meer dan 10 m³ grondwaterper uur wordt onttrokken in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.

Artikel 12.16 Meer dan 5.000 m³ per maand onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwaterwanneer meer dan 5.000 m³ grondwaterper maand wordt onttrokken in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.

Artikel 12.17 Meer dan 20.000 m³ per jaar onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwaterwanneer meer dan 20.000 m³ grondwaterper jaar wordt onttrokken in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.

K

Subsubparagraaf 12.2.1.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subsubparagraaf 12.2.1.3.3 In een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen

Artikel 12.18 Langer dan vier jaar onttrekken

Een vergunning is nodig voor hetwanneer langeronttrekken endan vierretourneren vanjaar wordtgrondwateronttrokken in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen als de onttrekking langer duurt dan vier jaar en gebeurt voor een grondwatersanering.

Artikel 12.19 Meer dan 15 m³ per uur onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwaterwanneer meer dan 15 m³ grondwaterper uur wordt onttrokken in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.

Artikel 12.20 Meer dan 10.000 m³ per maand onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwaterwanneer meer dan 10.000 m³ grondwaterper maand wordt onttrokken in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.

Artikel 12.21 Meer dan 200.000 m³ per jaar onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwaterwanneer meer dan 200.000 m³ grondwaterper jaar wordt onttrokken in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.

L

Subsubparagraaf 12.2.1.3.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subsubparagraaf 12.2.1.3.4 In een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen

Artikel 12.22 Langer dan vier jaar onttrekken

Een vergunning is nodig voor hetwanneer langeronttrekken endan vierretourneren vanjaar wordtgrondwateronttrokken in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen als de onttrekking langer duurt dan vier jaar en gebeurt voor een grondwatersanering.

Artikel 12.23 Meer dan 25 m³ per uur onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwaterwanneer meer dan 25 m³ grondwaterper uur wordt onttrokken in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.

Artikel 12.24 Meer dan 15.000 m³ per maand onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwaterwanneer meer dan 15.000 m³ grondwaterper maand wordt onttrokken in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.

Artikel 12.25 Meer dan 300.000 m³ per jaar onttrekken

Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwaterwanneer meer dan 300.000 m³ grondwaterper jaar wordt onttrokken in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.

M

Het opschrift van subparagraaf 12.2.1.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 12.2.1.4 Grondwater onttrekken Onttrekken of infiltreren voor een andere reden

N

Subsubparagraaf 12.2.1.4.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subsubparagraaf 12.2.1.4.1 Algemeen

Artikel 12.26 Grondwater onttrekken Onttrekken of infiltreren voor een andere reden

De artikelen uit deze subparagraaf gelden voor het onttrekken of infiltrerenvan grondwatervoor een andere reden dan planten of vee water geven of een grondwatersanering.

Artikel 12.27 Uitzondering: Brandblusvoorziening en bemalen drainage voor agrarisch doel

De artikelen uit deze paragraaf gelden niet voor het onttrekken of infiltreren vangrondwatervoor een:

O

Subsubparagraaf 12.2.1.4.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subsubparagraaf 12.2.1.4.2 In een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied

Artikel 12.28 Langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren

Artikel 12.29 Meer dan 10 m³ per uur onttrekken of infiltreren

Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwaterwanneer meer dan 10 m³ grondwaterper uur wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.

Artikel 12.30 Meer dan 5.000 m³ per maand onttrekken of infiltreren

Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwaterwanneer meer dan 5.000 m³ grondwaterper maand wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.

Artikel 12.31 Meer dan 20.000 m³ per jaar onttrekken of infiltreren

Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwaterwanneer meer dan 20.000 m³ grondwaterper jaar wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.

P

Subsubparagraaf 12.2.1.4.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subsubparagraaf 12.2.1.4.3 In een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen

Artikel 12.32 Langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren

Artikel 12.33 Meer dan 35 m³ per uur onttrekken of infiltreren

Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwaterwanneer meer dan 35 m³ grondwaterper uur wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.

Artikel 12.34 Meer dan 10.000 m³ per maand onttrekken of infiltreren

Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwaterwanneer meer dan 10.000 m³ grondwaterper maand wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.

Artikel 12.35 Meer dan 30.000 m³ per jaar onttrekken of infiltreren

Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwaterwanneer meer dan 30.000 m³ grondwaterper jaar wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.

Q

Subsubparagraaf 12.2.1.4.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subsubparagraaf 12.2.1.4.4 In een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen

Artikel 12.36 Langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren

Artikel 12.37 Meer dan 100 m³ per uur onttrekken of infiltreren

Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwaterwanneer meer dan 100 m³ grondwater per uur wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.

Artikel 12.38 Meer dan 40.000 m³ per maand onttrekken of infiltreren

Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwaterwanneer meer dan 40.000 m³ grondwater per maand wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.

Artikel 12.39 Meer dan 100.000 m³ per jaar onttrekken of infiltreren

Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwaterwanneer meer dan 100.000 m³ grondwaterper jaar wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.

R

Artikel 12.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.40 Beoordelen van de vergunningaanvraag

Bij het beoordelen van een vergunningaanvraag, gelden de beoordelingsregels uit:

S

Artikel 12.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.43 Negatieve gevolgen voorkomen

T

Artikel 12.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.46 Strategische voorraad zoet grondwater beschermen

U

Artikel 12.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.47 Gevolgen beschrijven van het onttrekken en infiltreren van grondwater

V

Artikel 12.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.48 Stoppen of minder grondwater gaan onttrekken of infiltreren

Duurt het onttrekken van grondwaterof infiltrereneen lange tijd, dan beschrijft een initiatiefnemer de gevolgen van:

W

Na artikel 12.49 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 12.49a Retourneren

De initiatiefnemerretourneertgrondwater in het watervoerende pakket waaruit het onttrokken is.

Artikel 12.49b Infiltreren

X

Artikel 12.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.50 Voorschriften in de vergunning

In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften staan over:

Y

Artikel 12.50a wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.50a Aanvraagvereisten omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteiten

  • 1

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, voor aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt;

    • b.

      het aantal in te richten putten;

    • c.

      de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van iedere put;

    • d.

      de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;

    • e.

      de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put;

    • f.

      de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put;

    • g.

      de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken;

    • h.

      de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

    • i.

      een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; en

    • j.

      als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:

      • 1º.

        de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;

      • 2º.

        de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;

      • 3º.

        een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;

      • 4º.

        de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en

      • 5º.

        een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.

    Als de aanvraag gaat over onttrekken, staat deze informatie in de aanvraag:

    • a.

      het doel van de onttrekking; en

    • b.

      de hoogte van het maaiveld ten opzichte van NAP.; en

    • c.

      de maximale diepte van de ontgraving in meters onder maaiveld; en

    • d.

      de verlaging van de grondwaterstanden ten opzichte van NAP; en

    • e.

      de hoeveelheid grondwater in m³ die maximaal wordt onttrokken per uur, dag, maand, kwartaal, jaar en in totaal; en

    • f.

      het aantal bestaande en nieuw te maken putten; en

    • g.

      de coördinaten van alle putten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting; en

    • h.

      van iedere put:

      • 1º.

        hoe diep in de grond de onderkant en de bovenkant van de perforatie in de filters zitten, gemeten vanaf het maaiveld en vanaf het NAP; en

      • 2º.

        de diameter en de lengte van de perforatie van de filters; en

      • 3º.

        de pompcapaciteit in m³/uur; en

    • i.

      de plek en manier waarop het onttrokken grondwater wordt geloosd; en

    • j.

      een tekening waar de locatie/sleuven van de bemaling en de lozingspunten op staan; en

    • k.

      een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van het onttrekken voor:

      • 1º.

        het dalen van het maaiveld; en

      • 2º.

        de funderingen en gebouwen; en

      • 3º.

        archeologische monumenten en cultureel erfgoed; en

      • 4º.

        de waterkeringen; en

      • 5º.

        de overige infrastructuur; en

      • 6º.

        een bestaande grondwaterverontreiniging; en

      • 7º.

        de natuur, landbouw en het openbaar groen dat buiten het eigen terrein ligt; en

      • 8º.

        andere grondwateronttrekkingen in de omgeving; en

      • 9º.

        de ligging van het grensvlak tussen zoet en zout; en

    • l.

      een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die de initiatiefnemer neemt om negatieve gevolgen van het onttrekken te voorkomen of te beperken; en

    • m.

      een bemalingsadvies; en

    • n.

      een technisch bemalingsplan; en

    • o.

      een monitoringsplan met daarin deze informatie:

      • 1º.

        een nulmeting van de grondwaterstanden; en

      • 2º.

        de locaties van de peilbuizen die zijn bedoeld voor het meten van de verlaging van de grondwaterstand;

      • 3º.

        voor iedere peilbuis de signaalwaarden en actiewaarden die gelijk zijn aan de berekende verlaging van de grondwaterstand; en

      • 4º.

        de te nemen acties wanneer de grondwaterstand onder de signaalwaarden en actiewaarden komt.

  • 2

    Als de aanvraag gaat over retourneren, staat deze informatie in de aanvraag:

    • a.

      de hoeveelheid grondwater in m³ die maximaal wordt geretourneerd per uur, dag, maand, kwartaal, jaar en in totaal; en

    • b.

      het aantal bestaande en nieuw te maken putten; en

    • c.

      de coördinaten van iedere put volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting; en

    • d.

      van iedere put hoe diep in de grond de onderkant en de bovenkant van de perforatie in de filters zitten, gemeten vanaf het maaiveld en vanaf het NAP; en

    • e.

      een opbarstberekening.

  • 3

    Als de aanvraag gaat over infiltreren, staat deze informatie in de aanvraag:

    • a.

      de hoeveelheid water in m³ die maximaal worden geïnfiltreerd per uur, dag, maand, kwartaal, jaar en in totaal; en

    • b.

      de diepte in meters ten opzichte van NAP waarop het water in de bodem wordt gebracht; en

    • c.

      een beschrijving van de samenhang tussen infiltreren en onttrekken; en

    • d.

      waar het te infiltreren water vandaan komt; en

    • e.

      de samenstelling van het te infiltreren water; en

    • f.

      een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van infiltreren; en

    • g.

      een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die de initiatiefnemer neemt om negatieve gevolgen van het infiltreren te voorkomen of beperken.

Z

Paragraaf 12.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 12.3.1 Grondwater saneren

Artikel 12.51 Wanneer gelden deze voorwaarden

De artikelen uit deze paragraaf gelden voor het onttrekken en retournerenvan grondwatervoor een grondwatersanering.

Artikel 12.52 Saneren in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied

De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken en retourneren vangrondwaterals dit:

  • a.

    gebeurt voor een grondwatersanering; en

  • b.

    gebeurt in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied; en

  • c.

    minimaal drie maanden tot maximaal zes maanden duurt; en

  • d.

    geen invloed heeft op de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en

  • e.

    gebeurt met minimaal 5 m³ per uur, of 2.500 m³ per maand of 5.000 m³ per jaar; en

  • f.

    gebeurt met maximaal 10 m³ per uur; en

  • g.

    gebeurt met maximaal 5.000 m³ per maand; en

  • h.

    gebeurt met maximaal 20.000 m³ per jaar.

Artikel 12.53 Saneren in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen

De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken en retournerenvan grondwaterals dit:

  • a.

    gebeurt voor een grondwatersanering; en

  • b.

    gebeurt in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen; en

  • c.

    minimaal drie maanden tot maximaal vier jaar duurt; en

  • d.

    geen invloed heeft op de freatische grondwaterstand in de kernzone enbeschermingszone van de waterkering; en

  • e.

    gebeurt met minimaal 5 m³ per uur, of 2.500 m³ per maand of 5.000 m³ per jaar; en

  • f.

    gebeurt met maximaal 15 m³ per uur; en

  • g.

    gebeurt met maximaal 10.000 m³ per maand; en

  • h.

    gebeurt met maximaal 200.000 m³ per jaar.

Artikel 12.54 Saneren in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen

De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken en retournerenvan grondwaterals dit:

  • a.

    gebeurt voor een grondwatersanering; en

  • b.

    gebeurt in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen; en

  • c.

    minimaal drie maanden en maximaal vier jaar duurt; en

  • d.

    geen invloed heeft op de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en

  • e.

    gebeurt met minimaal 10 m³ per uur, of 5.000 m³ per maand of 12.000 m³ per jaar; en

  • f.

    gebeurt met maximaal 25 m³ per uur; en

  • g.

    gebeurt met maximaal 15.000 m³ per maand; en

  • h.

    gebeurt met maximaal 300.000 m³ per jaar.

AA

Paragraaf 12.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 12.3.2 Grondwater onttrekken Onttrekken, retourneren of infiltreren voor een andere reden

Artikel 12.55 Wanneer gelden deze voorwaarden

De artikelen uit deze paragraaf gelden voor het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater, wanneer dit gebeurt om een andere reden dan vee of planten water geven of grondwater saneren.

Artikel 12.56 Onttrekken, retourneren of infiltreren in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied

De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken, retourneren of infiltrerenvan grondwaterals dit:

  • a.

    gebeurt voor iets anders dan vee of planten water geven; en

  • b.

    gebeurt voor iets anders dan een grondwatersanering; en

  • c.

    gebeurt voor iets anders dan een brandblusvoorziening; en

  • d.

    gebeurt voor iets anders dan een bemalen drainage voor een agrarisch doel; en

  • e.

    gebeurt in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied; en

  • f.

    minimaal drie maanden en maximaal zes maanden duurt; en

  • g.

    geen invloed heeft op de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en

  • h.

    gebeurt met minimaal 5 m³ per uur, of 2.500 m³ per maand of 5.000 m³ per jaar; en

  • i.

    gebeurt met maximaal 10 m³ per uur; en

  • j.

    gebeurt met maximaal 5.000 m³ per maand; en

  • k.

    gebeurt met maximaal 20.000 m³ per jaar.

Artikel 12.57 Onttrekken, retourneren of infiltreren in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen

De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken, retourneren of infiltrerenvan grondwaterals dit:

  • a.

    gebeurt voor iets anders dan vee of planten water geven; en

  • b.

    gebeurt voor iets anders dan een grondwatersanering; en

  • c.

    gebeurt voor iets anders dan een brandblusvoorziening; en

  • d.

    gebeurt voor iets anders dan een bemalen drainage voor een agrarisch doel; en

  • e.

    gebeurt in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen; en

  • f.

    minimaal drie maanden en maximaal zes maanden duurt; en

  • g.

    geen gevolgen heeft voor de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en

  • h.

    gebeurt met minimaal 5 m³ per uur, of 2.500 m³ per maand of 5.000 m³ per jaar;

  • i.

    gebeurt met maximaal 35 m³ per uur; en

  • j.

    gebeurt met maximaal 10.000 m³ per maand; en

  • k.

    gebeurt met maximaal 30.000 m³ per jaar.

Artikel 12.58 Onttrekken, retourneren of infiltreren in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen

De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken, retourneren of infiltrerenvan grondwaterals dit:

  • a.

    gebeurt voor iets anders dan vee of planten water geven; en

  • b.

    gebeurt voor iets anders dan een grondwatersanering; en

  • c.

    gebeurt voor iets anders dan een brandblusvoorziening; en

  • d.

    gebeurt voor iets anders dan een bemalen drainage voor een agrarisch doel; en

  • e.

    gebeurt in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen; en

  • f.

    maximaal zes maanden duurt; en

  • g.

    geen gevolgen heeft voor de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en

  • h.

    gebeurt met minimaal 10 m³ per uur, of 5.000 m³ per maand of 12.000 m³ per jaar; en

  • i.

    gebeurt met maximaal 100 m³ per uur; en

  • j.

    gebeurt met maximaal 40.000 m³ per maand; en

  • k.

    gebeurt met maximaal 100.000 m³ per jaar.

BB

Het opschrift van paragraaf 12.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 12.3.3 Voorwaarden onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater

CC

Subparagraaf 12.3.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 12.3.3.1 Het werk melden

Artikel 12.59 Tijdstip van melden

Artikel 12.60 Wat moet de initiatiefnemer melden

  • 1

    Bij de melding uit artikel 12.59 zit deze informatie:

    • a.

      De gegevens uit artikel 3.4; en

    • b.

      Een bemalingsadvies met daarin:

      • 1.

        Het doel van het grondwater onttrekken; en

      • 2.

        Het aantal bestaande en nieuw in te richten putten; en

      • 3.

        De coördinaten van alle putten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting; en

      • 4.

        Van iedere put:

        • i.

          Hoe diep in de grond de onderkant en de bovenkant van de filters zitten, gemeten vanaf het maaiveld en vanaf het NAP; en

        • ii.

          De diameter en de lengte van de filters; en

        • iii.

          De pompcapaciteit in m³; en

        • iv.

          het pompvermogen in m³/uur; en

      • 5.

        De hoeveelheid grondwater in m³ die maximaal wordt onttrokken per uur, per dag, per maand en per jaar; en

      • 6.

        Een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen die het onttrekken kan veroorzaken; en

      • 7.

        Een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden genomen om negatieve gevolgen van het onttrekken te voorkomen of beperken; en

      • 8.

        Bij het infiltreren van water bevat het bemalingsadvies ook deze informatie:

        • i.

          De hoeveelheid water in m³ die maximaal wordt geïnfiltreerd per uur, per dag, per maand en per jaar; en

        • ii.

          De diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht; en

        • iii.

          Een beschrijving over de samenhang tussen het onttrekken en het infiltreren; en

        • iv.

          Waar het water dat in de bodem wordt gebracht vandaan komt; en

        • v.

          De samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht;

        • vi.

          Een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden genomen om negatieve gevolgen van het infiltreren te voorkomen of beperken.

    • c.

      Een technisch bemalingsplan met een monitoringsplan met, afhankelijk van de verwachte effecten, daarin:

    De melding uit artikel 12.59 bevat de gegevens uit artikel 3.4.

  • 2

    De melding uit artikel 12.59 voor onttrekken bevat de gegevens uit artikel 12.50a, lid 1.

  • 3

    De melding uit artikel 12.59 voor retourneren bevat de gegevens uit artikel 12.50a, lid 2.

  • 4

    Een melding uit artikel 12.59 voor infiltreren bevat de gegevens uit artikel 12.50a, lid 3.

DD

Artikel 12.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.63 Schade doorgeven

Als er schade ontstaat door het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater, dan informeert de initiatiefnemerRijnland hier zo snel mogelijk over:

  • a.

    wat de schade is; en

  • b.

    welke maatregelen zijn al genomen om meer schade te voorkomen; en

  • c.

    welke maatregelen worden nog genomen.

EE

Artikel 12.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.65 Freatische grondwaterstand of stijghoogte verlagen

FF

Artikel 12.69 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.69 Grondwater retourneren

Bij het retournerenvan onttrokkengrondwaterbrengt de initiatiefnemer het grondwater terug in hetzelfde watervoerende pakket waaruit het onttrokken is.

GG

Na artikel 12.71 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 12.71a Infiltreren

HH

Artikel 12.72 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.72 Infiltratie stoppen

Een initiatiefnemer stopt met het infiltrerenvan water als Rijnland dat nodig vindt. Dat is om deze redenen:

  • a.

    er is te weinig water om te infiltreren; of

  • b.

    de kwaliteit van het grondwater wordt te slecht; of

  • c.

    een waterstaatswerk wordt slechter; of

  • d.

    een van de punten hierboven dreigt te gebeuren.

II

Artikel 12.73 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.73 Het werk melden

Is er geen vergunning nodig en gelden er geen voorwaarden zonder vergunning, dan meldt een initiatiefnemer het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater.

JJ

Artikel 12.74 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.74 Wat moet de initiatiefnemer melden

KK

Artikel 12.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 12.76 Verdere uitwerking van de zorgplicht

Is er geen vergunning nodig en gelden er geen voorwaarden zonder vergunning, dan is het onttrekken, retourneren of infiltrerenvan grondwaterin ieder geval toegestaan volgens de artikelen uit deze paragraaf.

LL

Na artikel 12.77 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 12.77a Infiltreren

Infiltreren mag niet als:

MM

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op hoofdstuk 12: Onttrekken van grondwater, retourneren en infiltreren van grondwater

NN

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.1: Activiteiten met grondwater

Het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater kan gevolgen hebben voor de omgeving. Hoe groot de gevolgen zijn, hangt af van het gebied waar de initiatiefnemer de activiteit uitvoert. Rijnland heeft drie soorten gebieden:

  • grondwaterbeschermingsgebieden of waterwingebieden;

  • gebieden die kwetsbaar zijn voor grondwateronttrekkingen;

  • gebieden zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen.

In deze gebieden gelden verschillende regels. Daarover gaat dit hoofdstuk.

OO

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.2: Grondwater onttrekkenOnttrekken, retourneren of infiltreren bij een waterkering

Grondwater is al het water wat in de bodem aanwezig is. Freatisch grondwater is de bovenste laag van het grondwater. Deze laag kom je het eerst tegen als je graaft.

De grondwaterstand is het peil van het water dat in de bodem zit. Het is de hoogte van het grondwater ten opzichte van een bepaald punt, meestal het maaiveld. Grondwaterstand is hetzelfde als grondwaterpeil.

Grondwater onttrekken Onttrekken, retourneren of infiltreren in de buurt van een waterkering kan invloed hebben op de freatische grondwaterstand. Dit kan grote negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van de waterkering. De waterkering moet stabiel en stevig blijven. Of er een risico is hangt af van bijvoorbeeld:

  • de afstand tussen de plaats van de activiteit en de waterkering;

  • de hoeveelheid grondwater waar mee wordt gewerkt;

  • hoe de kering er uit ziet.

Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico voor de waterkering.

PP

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op subparagraaf 12.2.1.4: Grondwater onttrekkenOnttrekken of infiltreren voor een andere reden

QQ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.26: Grondwater onttrekkenOnttrekken of infiltreren voor een andere reden

In subparagraaf 12.2.1.2 en subparagraaf 12.2.1.3 zijn regels opgenomen over het onttrekken en retourneren van grondwater om aan planten of vee te geven, of een grondwatersanering uit te voeren. In deze subparagraaf zijn regels opgenomen voor het onttrekken en infiltreren van grondwater voor andere redenen.

Een andere reden is bijvoorbeeld het drooghouden van een bouwput, kabelsleuf of leidingsleuf.

RR

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.28: Langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren

In een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied kan het langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren van grondwater een risico zijn. Dit kan bijvoorbeeld invloed hebben op de zoetwatervoorraad in een gebied. Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico.

SS

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.29: Meer dan 10 m³ per uur onttrekken of infiltreren

In een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied kan het onttrekken of infiltreren van meer dan 10 m³ grondwater per uur een risico zijn. Dit kan bijvoorbeeld invloed hebben op de zoetwatervoorraad in een gebied. Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico.

TT

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.30: Meer dan 5.000 m³ per maand onttrekken of infiltreren

In een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied kan het onttrekken of infiltreren van meer dan 5.000 m³ grondwater per maand een risico zijn. Dit kan bijvoorbeeld invloed hebben op de zoetwatervoorraad in een gebied. Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico.

UU

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.31: Meer dan 20.000 m³ per jaar onttrekken of infiltreren

In een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied kan het onttrekken of infiltreren van meer dan 20.000 m³ grondwater per jaar een risico zijn. Dit kan bijvoorbeeld invloed hebben op de zoetwatervoorraad in een gebied. Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico.

VV

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.32: Langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren

In een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen kan het langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren van grondwater een risico zijn. Dit kan bijvoorbeeld invloed hebben op kwetsbare bouwwerken of kwetsbare natuur. Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico.

WW

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.33: Meer dan 35 m³ per uur onttrekken of infiltreren

In een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen kan het onttrekken of infiltreren van meer dan 35 m³ grondwater per uur een risico zijn. Dit kan bijvoorbeeld invloed hebben op kwetsbare bouwwerken of kwetsbare natuur. Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico.

XX

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.34: Meer dan 10.000 m³ per maand onttrekken of infiltreren

In een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen kan het onttrekken of infiltreren van meer dan 10.000 m³ grondwater per maand een risico zijn. Dit kan bijvoorbeeld invloed hebben op kwetsbare bouwwerken of kwetsbare natuur. Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico.

YY

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.35: Meer dan 30.000 m³ per jaar onttrekken of infiltreren

In een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen kan het onttrekken of infiltreren van meer dan 30.000 m³ grondwater per jaar een risico zijn. Dit kan bijvoorbeeld invloed hebben op kwetsbare bouwwerken of kwetsbare natuur. Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico.

ZZ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.36: Langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren

In een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen kan het langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren van grondwater een risico zijn. Dit kan bijvoorbeeld invloed hebben op bouwwerken of natuur. Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico.

AAA

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.37: Meer dan 100 m³ per uur onttrekken of infiltreren

In een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen kan het onttrekken of infiltreren van meer dan 100 m³ grondwater per uur een risico zijn. Dit kan bijvoorbeeld invloed hebben op bouwwerken of natuur. Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico.

BBB

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.38: Meer dan 40.000 m³ per maand onttrekken of infiltreren

In een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen kan het onttrekken of infiltreren van meer dan 40.000 m³ grondwater per maand een risico zijn. Dit kan bijvoorbeeld invloed hebben op bouwwerken of natuur. Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico.

CCC

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.39: Meer dan 100.000 m³ per jaar onttrekken of infiltreren

In een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen kan het onttrekken of infiltreren van meer dan 100.000 m³ grondwater per jaar een risico zijn. Dit kan bijvoorbeeld invloed hebben op bouwwerken of natuur. Bij het verlenen van een vergunning beoordeelt Rijnland het risico.

DDD

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.43: Negatieve gevolgen voorkomen

Negatieve gevolgen

Rijnland beoordeelt een vergunningaanvraag op mogelijke negatieve gevolgen. Rijnland verleent geen vergunning als:

  • een onttrekking of infiltratie zorgt voor wateroverlast of waterschaarste.

  • één of meer van deze onderwerpen belangrijker zijn:

  • 1º.

    het beschermen en het verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van het grondwater;

  • 2º.

    de maatschappelijke functies van het grondwater;

  • 3º.

    de kosten, de sociaaleconomische gevolgen, de effecten op het milieu, de volksgezondheid en de natuur.

Rijnland kijkt ook naar de doelstellingen van de grondwaterrichtlijn van de Kader Richtlijn Water. Hierin staat dat een onttrekking of infiltratie niet mag zorgen voor het slechter worden van:

  • de kwaliteit van het grondwater;

  • de kwaliteit van de bodem;

  • de ecologische situatie in de bodem.

Dit beoordeelt Rijnland zo:

  • Onttrekken of infiltreren mag alleen als het risico op verspreiden van een verontreiniging die in de bodem zit niet te groot wordt.

  • Infiltreren van hemelwater mag alleen als de kwaliteit van het grondwater niet slechter wordt.

Maatregelen

Een initiatiefnemer neemt maatregelen om negatieve gevolgen voor de bodem of het grondwater te voorkomen of kleiner te maken. Bijvoorbeeld deze maatregelen:

  • Minder grondwater onttrekken door bijvoorbeeld: werken binnen damwanden, werken in den natte, onderwaterbeton gebruiken, de bodem injecteren. Dit zijn de civieltechnische of geohydrologische maatregelen.

  • Grondwater retourneren om zo het grondwaterpeil zo min mogelijk te verlagen;

  • Grondwater op zo’n manier onttrekken dat de gevolgen zo klein mogelijk zijn. Bijvoorbeeld door het grondwaterpeil omhoog te laten komen als er niet wordt gewerkt;

  • Constructies maken die de fundering vervangen of ondersteunen;

  • De natuur beregenen. Dit betekent water geven aan de natuur in plaats van of als aanvulling van de regen die valt;

  • Isoleren van bodemverontreiniging met schermen;

  • Infiltratie met hemelwater om dit water daarna weer te onttrekken.

In bijzondere situaties kan een schaderegeling ook een maatregel zijn. Maar eerst moet een initiatiefnemer kijken of negatieve gevolgen kunnen worden voorkomen.

Rijnland verleent geen vergunning als het onttrekken of infiltreren een verontreiniging van de bodem of het grondwater veroorzaakt. Het maakt niet uit of de verontreiniging al aanwezig is, of dat het een gevolg is van de onttrekking of infiltratie.

EEE

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.47: Gevolgen beschrijven van het onttrekken en infiltreren van grondwater

Het onttrekken en infiltreren van grondwater heeft gevolgen voor:

  • de natuurlijke grondwaterstand;

  • de stijghoogte in het watervoerende pakket;

  • de horizontale en verticale stroming van het grondwater.  

Gevolgen voor de grondwaterstand en de stijghoogte

De initiatiefnemer beschrijft de gevolgen van de onttrekking en infiltratie voor de grondwaterstand en de stijghoogte. De initiatiefnemer beschrijft wat de gevolgen zijn en hoe groot die zijn. Hierbij gelden deze grenzen:

  • de 5 centimeter verlagingslijn is de grens van het gebied waar een onttrekking invloed op heeft.

  • de 5 centimeter verhogingslijn is de grens van het gebied waar een infiltratie invloed heeft.

In een bijzondere situatie kan een initiatiefnemer andere waarde dan 5 cm gebruiken.

Gevolgen voor de kwaliteit van het grondwater

De initiatiefnemer beschrijft welke gevolgen de onttrekking of infiltratie heeft en hoe groot die gevolgen zijn. De initiatiefnemer beschrijft ook de samenstelling en de kwaliteit van het grondwater dat wordt onttrokken of geïnfiltreerd. Het grondwater wordt daarvoor bijvoorbeeld onderzocht op de gehalten chloride, sulfaat, ijzer, zwevende stof, CZV en BZV.

Rijnland wil voorkomen dat de kwaliteit van het grondwater in de bodem slechter wordt door een infiltratie. Als het grondwater in het oppervlaktewater wordt geloosd, dan gebruikt Rijnland de samenstelling van het grondwater om de lozing te beoordelen.

Monitoringsplan en meetplan

Een monitoringsplan kan nodig zijn voor het beschrijven van de gevolgen van een onttrekking of infiltratie. In de vergunning staat of de initiatiefnemer een monitoringsplan moet maken en wat daar in moet staan.

Een meetplan met actiewaarden kan een onderdeel van het monitoringsplan zijn. Dat is vooral als er kwetsbare voorwerpen in het gebied aanwezig zijn. Dat zijn civieltechnische werken zoals bouwwerken, kunstwerken , waterkeringen en wegen. Zo’n meetplan bestaat bijvoorbeeld uit:

  • Nulmetingen: grondwaterstanden, inmeten van hoogtepunten, opname maaiveld en bouwwerken (met fotografische vooropnamen);

  • Meetplan grondwaterstanden, met actiewaarden;

  • Meetplan zakbakens. Dat is om maaiveldhoogten en maaiveldzakkingen te meten en/of hoogtebouten voor bouwwerrken te meten;

  • Meetplan bodemvocht. Dat is vooral voor monumentale natuur (meestal bomen) om te bepalen wanneer water geven nodig is (een watergiftenplan);

  • Meetplan waterkwaliteit.

Rapport bij tijdelijke bemalingen

De initiatiefnemer maakt een rapport voor de onderbouwing van een aanvraag voor een watervergunning, een bemalingsplan en een monitoringsplan voor tijdelijke bemalingen.

Het gaat om een rapport zoals dat staat in de ‘Beoordelingsrichtlijn Tijdelijke bemalingen BRL SIKB 12010 en BRL SIKB 1202’. Het mag ook een rapport zijn van dezelfde kwaliteit.

FFF

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.48: Stoppen of minder grondwater gaan onttrekken of infiltreren

Stoppen van een lang durende onttrekking of infiltratie van grondwater kan negatieve gevolgen hebben voor de omgeving. Dat geldt ook voor minder grondwater onttrekken of infiltreren. De omgeving kan zich aan een lang durende onttrekking of infiltratie aanpassen. Stoppen of minder onttrekken of infiltreren kan dan bijvoorbeeld invloed hebben op de grondwaterstand en het grondwaterstromingspatroon in de omgeving. Dit kan zorgen voor:

  • grondwater overlast;

  • zakkingen;

  • rijzingen van het maaiveld;

  • zettingsschade;

  • waterkeringen die minder stabiel worden;

  • kwaliteit van het oppervlaktewater die slechter wordt.

Daarom beschrijft een initiatiefnemer de gevolgen van het stoppen of minder onttrekken en infiltreren van grondwater.

GGG

Na sectie 'Toelichting op artikel 12.49: Grondwater onttrekken voor planten' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Toelichting op artikel 12.49b: Infiltreren

Toelichting op artikel 12.49b, eerste lid

Het is belangrijk om bij een infiltratie goed te letten op de grondwaterkwaliteit. Daarom gelden er voorwaarden voor verschillende verontreinigende en gevaarlijke stoffen in het te infiltreren water. Die staat in bijlage XIX van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

  • In bijlage XIX onder A staan de stoffen waarvoor toetsingswaarden gelden. Een initiatiefnemer mag water niet infiltreren als de concentratie van één of meer van deze stoffen hoger is dan de toetsingswaarde.

  • In bijlage XIX onder B staan families en groepen van stoffen waarvoor geen toetsingswaarden gelden. Hier geldt dat infiltratiewater niet mag worden geïnfiltreerd als de concentratie en hoeveelheid van die stoffen kan zorgen voor het slechter worden van de grondwaterkwaliteit. Rijnland kijkt bij de beoordeling ook naar de eigenschappen van de stoffen en naar de kenmerken van het bodempakket en het grondwater waarin wordt geïnfiltreerd.

Toelichting op artikel 12.49b, tweede lid

Soms verleent Rijnland toch een vergunning als de concentratie van één of meer stoffen in het infiltratiewater hoger is dan de toetsingswaarden uit bijlage XIX onder A. Dat kan Rijnland doen in deze situaties:

  • De bodemgesteldheid of de bodemsoort zorgt ervoor dat er geen risico is op verontreiniging van het grondwater. Bijvoorbeeld omdat biologische of chemische processen de concentratie van de stof in de bodem verlagen.

  • In de vergunning staan speciale voorschriften. Bijvoorbeeld een voorschrift over het zuiveren van het water voor infiltratie, zodat de concentraties van de stoffen lager worden dan de toetsingswaarden. Met daarbij regelmatige controles van de kwaliteit van het infiltratiewater.

HHH

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.50: Voorschriften in de vergunning

Startmelding en eindmelding

In de vergunning kunnen ook voorschriften staan over het doen van een startmelding en eindmelding. In principe doet een initiatiefnemer minimaal vijf dagen voor de start van de activiteiten een startmelding en vijf dagen na het einde van de werkzaamheden een eindmelding.

Jaaropgave grondwateronttrekking

De initiatiefnemer geeft daarnaast elk jaar en aan het einde van de werkzaamheden aan Rijnland door:

  • de hoeveelheid grondwaterwater die is onttrokken, geretourneerd of geïnfiltreerd;

  • de kwaliteit van het geïnfiltreerde water.

Rijnland heeft hiervoor een formulier jaaropgave grondwateronttrekking. Dit formulier kan de initiatiefnemer online invullen, of downloaden en handmatig invullen. Het formulier is te vinden op onze website: Jaaropgave grondwateronttrekking

III

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.50a: Aanvraagvereisten omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteiten

Dit artikel is ontleend aan de Omgevingsregeling.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig bij elke vergunningaanvraag

Een initiatiefnemer doet een vormvrije m.e.r.-beoordeling bij elke onttrekking of infiltratie waarvoor een vergunning nodig is. Dit staat in artikel 11.6, tweede lid Omgevingsbesluit.

Bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling onderzoekt de initiatiefnemer of de onttrekking of infiltratie negatieve milieugevolgen kan hebben. Als dat zo is dan bepaalt de initiatiefnemer of ook een m.e.r.-beoordeling nodig is en laat die uitvoeren. De negatieve milieugevolgen worden dan preciezer bekeken.

Bij de vergunningaanvraag stuurt de initiatiefnemer altijd een aanmeldnotitie mee. Daar staan deze gegevens in:

  • De eigenschappen van de onttrekking: debieten, tijdsduur, onttrekkingsdiepte, enzovoort;

  • De plaats van de onttrekking;

  • De mogelijke gevolgen van de onttrekking voor de omgeving. Voor bemalingen vraagt Rijnland vaak om een geohydrologische onderbouwing. Bijvoorbeeld een bemalingsadvies.

Rijnland beoordeelt de vergunningaanvraag met de aanmeldnotitie en bepaalt of een watervergunning wordt verleend. Soms is meer informatie nodig over de verwachte negatieve milieueffecten. Rijnland neemt dan contact op met de initiatiefnemer.

JJJ

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op paragraaf 12.3.2: Grondwater onttrekkenOnttrekken, retourneren of infiltreren voor een andere reden

KKK

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.55: Wanneer gelden deze voorwaarden

In deze paragraaf staan de regels voor het onttrekken, retourneren en infiltreren van grondwater voor andere redenen dan vee of planten water geven of grondwater saneren. Zo’n andere reden is bijvoorbeeld het drooghouden van een bouwput, kabelsleuf of leidingsleuf.

LLL

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.56: Onttrekken, retourneren of infiltreren in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied

In een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied kan het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater negatieve gevolgen hebben. Bijvoorbeeld voor de voorraad zoetwater in zo’n gebied. Het risico op negatieve gevolgen is klein als een initiatiefnemer zich houdt aan de voorwaarden van Rijnland.

MMM

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.57: Onttrekken, retourneren of infiltreren in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen

In een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen kan het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater negatieve gevolgen hebben. Bijvoorbeeld voor kwetsbare bouwwerken of kwetsbare natuur. Het risico op negatieve gevolgen is klein als een initiatiefnemer zich houdt aan de voorwaarden van Rijnland.

NNN

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.58: Onttrekken, retourneren of infiltreren in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen

In een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen kan het onttrekken, retourneren en infiltreren van grondwater toch negatieve gevolgen hebben. Bijvoorbeeld voor de bouwwerken of de natuur. Het risico op negatieve gevolgen is klein als een initiatiefnemer zich houdt aan de voorwaarden van Rijnland.

OOO

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op paragraaf 12.3.3: Voorwaarden onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater

PPP

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.59: Tijdstip van melden

In artikel 3.2 van deze verordening staat dat de initiatiefnemer een activiteit twee weken voor de start van het werk bij Rijnland meldt. Voor het onttrekken, retourneren en infiltreren van grondwater is dit anders. Dit moet zes weken van tevoren worden gemeld.

QQQ

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.60: Wat moet de initiatiefnemer melden

Bemalingsadvies

In een bemalingsadvies staat veel informatie. Voor een aantal onderdelen staat hieronder een toelichting.

b6. De te verwachten gevolgen

Voor het werk start, moeten de te verwachten negatieve gevolgen van het onttrekken duidelijk zijn. Wat deze gevolgen kunnen zijn, hangt af van de omgeving en de hoeveelheid water waar mee gewerkt wordt. Het gaat hierbij onder andere om gevolgen voor:

  • De grondwaterstanden;

  • De grondwaterstijghoogten;

  • De kwaliteit van het grondwatersysteem en het oppervlaktewatersysteem. Bijvoorbeeld de verandering van kwel en de infiltratiesituatie;

  • De plaats van het grensvlak tussen zoet water en zout water;

  • Archeologisch erfgoed;

  • Natuur, landbouw en openbaar groen buiten het perceel waar de activiteit plaatsvindt;

  • De zetting van het maaiveld;

  • Waterkeringen;

  • Funderingen en gebouwen (bijvoorbeeld het droogvallen van houten palen of het optreden van verschilzettingen);

  • Andere infrastructuur zoals wegen, spoorwegen of waterleidingen;

  • Andere grondwateronttrekkingen in de omgeving;

  • Verplaatsing van grondwaterverontreinigingen;

  • De grondwaterkwaliteit.

In het bemalingsadvies maakt de initiatiefnemer de gevolgen van de activiteiten duidelijk:

  • Tot de 5 centimeter verlagingslijn of verhogingslijn van de freatische grondwaterstand;

  • Tot de 5 centimeter stijghoogte in het watervoerende pakket bij een spanningsbemaling;

De initiatiefnemer let hierbij op de invloed van bestaande onttrekkingen en infiltraties.

b7. Negatieve gevolgen voorkomen of kleiner maken

De initiatiefnemer neemt maatregelen om mogelijke negatieve gevolgen te voorkomen of de gevolgen kleiner te maken. Dit kan bijvoorbeeld door:

  • Civieltechnische of geohydrologische maatregelen. Denk daarbij aan werken binnen damwanden, werken in den natte, onderwaterbeton gebruiken of de bodem injecteren;

  • Het retourneren van onttrokken grondwater om zo de (gevolgen van) het verlagen van het grondwaterpeil te verminderen;

  • Het grondwater zo slim mogelijk onttrekken. Bijvoorbeeld door het grondwaterpeil omhoog te laten komen tijdens onderbrekingen in het werk;

  • Constructies gebruiken waarbij de fundering wordt vervangen of ondersteund;

  • Hemelwater infiltreren met het doel om dit water later weer te onttrekken.

  • • Andere maatregelen. Bijvoorbeeld het beregenen van de natuur. Dit betekent water geven aan de natuur in plaats van of als aanvulling van de regen die valt. Of een bodemverontreiniging isoleren met schermen;

  • Een schaderegeling. Dit kan in een bijzondere situatie een mogelijkheid zijn. Maar eerst kijkt de initiatiefnemer of schade kan worden voorkomen;

c7. Bemalingsplan met monitoringsplan

De omgeving kan een reden zijn voor het opnemen van actiewaarden. Bijvoorbeeld wanneer er kwetsbare gebouwen, kunstwerken, waterkeringen, wegen of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn.

Onderbouwen met een rapportage

De initiatiefnemer geeft een uitleg voor de melding van een grondwateronttrekking met een rapportage volgens de ‘Beoordelingsrichtlijn Tijdelijke bemalingen BRL SIKG 12010 en BRL SIKB 12020’. Of op een manier die je met deze richtlijn kunt vergelijken.

De BRL SIKG 12010 is te zien via deze link: Grond uit baggerspecie; bewaking van de bewerkingsprocessen zandscheiding, rijping en landfarming. GVCD (sikb.nl)

De BRL SIKB 12020 is te zien via deze link: Grond uit baggerspecie; bewaking van de bewerkingsprocessen zandscheiding, rijping en landfarming. GVCD (sikb.nl)

[Vervallen]

RRR

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Toelichting op artikel 12.65: Freatische grondwaterstand of stijghoogte verlagen

SSS

Na sectie 'Toelichting op artikel 12.71: Onttrekken uit een strategische voorraad zoet grondwater' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Toelichting op artikel 12.71a: Infiltreren

Toelichting op artikel 12.71a, eerste lid

Het is belangrijk om bij een infiltratie goed te letten op de grondwaterkwaliteit. Daarom gelden er voorwaarden voor verschillende verontreinigende en gevaarlijke stoffen in het te infiltreren water. Die staat in bijlage XIX van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

  • In bijlage XIX onder A staan de stoffen waarvoor toetsingswaarden gelden. Een initiatiefnemer mag water niet infiltreren als de concentratie van één of meer van deze stoffen hoger is dan de toetsingswaarde.

  • In bijlage XIX onder B staan families en groepen van stoffen waarvoor geen toetsingswaarden gelden. Hier geldt dat infiltratiewater niet mag worden geïnfiltreerd als de concentratie en hoeveelheid van die stoffen kan zorgen voor het slechter worden van de grondwaterkwaliteit. Rijnland kijkt bij de beoordeling ook naar de eigenschappen van de stoffen en naar de kenmerken van het bodempakket en het grondwater waarin wordt geïnfiltreerd.

Toelichting op artikel 12.71a, tweede lid

Soms geeft Rijnland toch toestemming als de concentratie van één of meer stoffen in het infiltratiewater hoger is dan de toetsingswaarden uit bijlage XIX onder A. Dat kan Rijnland doen in deze situaties:

  • De bodemgesteldheid of de bodemsoort zorgt ervoor dat er geen risico is op verontreiniging van het grondwater. Bijvoorbeeld omdat biologische of chemische processen de concentratie van de stof in de bodem verlagen.

  • In het maatwerkvoorschrift staan speciale voorschriften. Bijvoorbeeld een voorschrift over het zuiveren van het water voor infiltratie, zodat de concentraties van de stoffen lager worden dan de toetsingswaarden. Met daarbij regelmatige controles van de kwaliteit van het infiltratiewater.

Naar boven