Rectificatie: Peilbesluit Oostpolder

[Deze publicatie betreft een rectificatie omdat de toelichting van het Peilbesluit Bilwijk was opgenomen. De oorspronkelijke publicatie is op 31 juli 2025 bekendgemaakt, beschikbaar via Gemeenteblad 2025, 18452.]

 

Op 9 juli 2025 heeft de Verenigde Vergadering (VV) van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard het Peilbesluit Oostpolder vastgesteld. Dit peilbesluit bevat de nieuwe waterstanden voor de sloten in de Oostpolder. De nieuwe waterstanden treden de dag na publicatie in werking.

 

Het ontwerp-peilbesluit heeft in de periode van 24 februari tot en met 7 april 2025 ter inzage gelegen. Er zijn twee zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen hebben aanleiding gegeven tot aanpassing van de peilbesluitkaart en de toelichting bij het peilbesluit. De Nota van beantwoording vindt u als bijlage bij de bekendmaking (zie linkerkolom).

 

Bent u het niet eens met dit besluit?

Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, kunnen tegen het besluit tot vaststelling van het peilbesluit beroep instellen. Dit geldt ook voor belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet verweten kan worden dat zij geen zienswijze hebben ingebracht of voor belanghebbenden die bezwaren hebben tegen wijzigingen die zijn aangebracht bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerpbesluit. U kunt dit binnen zes weken na de datum van bekendmaking van dit besluit doen bij de rechtbank Rotterdam.

 

Het besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na deze bekendmaking. Het instellen van beroep verandert dit niet. Levert dit voor u een probleem op? Dan kunt u de rechtbank vragen om te beslissen dat het besluit niet meteen in werking treedt. Dat heet het aanvragen van een voorlopige voorziening.

 

U kunt beroep instellen en eventueel een voorlopige voorziening aanvragen bij de rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Hiervoor heeft u ook een DigiD-code of E-herkenning nodig. Op papier gaat dat via Rechtbank Rotterdam, Sector Bestuursrecht, Postbus 50951, 3007 BM Rotterdam. Voor de behandeling hiervan betaalt u griffierecht. Het bedrag vindt u op: https://www.rechtspraak.nl/Naar-de-rechter/Kosten-rechtszaak/Griffierecht/Paginas/Griffierecht-bestuursrecht.aspx

 

Let op! Een voorlopige voorziening kunt u alleen aanvragen als u ook beroep heeft ingesteld. Daarom moet u een kopie van het beroepschrift meesturen.

 

Corsanr. 2025.01470

 

De verenigde vergadering van Schieland en de Krimpenerwaard;

 

gelet op het bepaalde in artikel 2.41 van de Omgevingswet (2024) en artikel 7.5 van de Provinciale Omgevingsverordening (2024),

 

overwegende dat het huidige peilbesluit Oostpolder (2013) niet meer actueel is.

 

op voordracht van dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard van 27 mei 2025

 

B E S L U I T : Peilbesluit Oostpolder

 

  • I.

    Het vigerend peilbesluit Oostpolder uit 2013 in te trekken.

  • II.

    De waterpeilen voor het gebied Oostpolder vast te stellen zoals aangegeven op de peilbesluitkaart en onderstaande tabel. Het schouwpeil is het referentieniveau van het water voor het voeren van de schouw, het afhandelen van vergunningen en het uitvoeren van onderhoud aan watergangen.

Het schouwpeil is het referentieniveau van het water voor het voeren van de schouw, het afhandelen van vergunningen en het uitvoeren van onderhoud aan watergangen.

 

De peilen als genoemd in dit besluit en aangegeven op de bijbehorende kaart worden nagestreefd met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a.

    Afwijkingen in het oppervlaktewaterpeil kunnen voorkomen door watertransport en weersomstandigheden. Het is daarom niet mogelijk het beschreven peil altijd overal te handhaven. De fluctuaties variëren van plaats tot plaats, door onder meer verhang, opwaaiing, golfslag en weerstand door plantengroei. Rekening dient te worden gehouden met tijdelijke peilfluctuaties rondom het na te streven peil.

  • b.

    Voor toepassing van dit besluit geldt het Normaal Amsterdams Peil (NAP) als referentiepeil.

Dit peilbesluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking ervan.

 

Samenvatting

De na te streven waterstanden van het oppervlaktewater in de Oostpolder liggen vast in het peilbesluit voor de Oostpolder. De Oostpolder lijkt qua gebied op de Krimpenerwaard, met een groot gedeelte veenweide, veel water, en een relatief kleine drooglegging. De oude kern van Moordrecht ligt ook in het gebied. De Oostpolder valt binnen de gemeente Zuidplas, Gouda en Waddinxveen. Ook KRW-lichaam het Weegje ligt in de Oostpolder.

 

Het vigerende peilbesluit voor de Oostpolder stamt uit 2013. Het peilbesluit is geactualiseerd vanwege de volgende redenen:

  • De herziening van peilafwijkingen

  • Mogelijke verandering van het peil in Moordrecht vanwege de inzichten in de kans op wateroverlast vanuit berekeningen

  • Afwijkende peilmetingen en peilgebiedgrenzen ten opzichte van het vigerend peilbesluit

  • De aanwezigheid van veenweidegebied met bijbehorende bodemdaling

Belangrijkste aanpassingen

Vanwege de bodemdaling en geringe drooglegging is er in 3 peilgebieden met agrarische functie gekozen om een flexibel peil te hanteren met een bandbreedte. In GPG-1470 heeft dit flexibel peil een bandbreedte van 3 cm. In GPG-1473 en GPG-1465 is een bandbreedte van 5 cm gekozen. Dit flexibel peil moet ervoor zorgen dat het land in natte perioden zijn agrarische functie kan behouden en in de zomer de grondwaterstanden niet te ver uitzakken. Deze verlaging is minder dan de autonome bodemdaling in de afgelopen periode.

 

Voor het peilgebied Gemaal Westeinde (GPG-1470) heeft een correctie plaatsgevonden welke is veroorzaakt door een verzakt hoogtemerk. Deze correctie is vergelijkbaar met de correctie die in het peilbesluit Zuidplaspolder Zuidoost (2022) heeft plaatsgevonden voor de peilgebieden ‘Kroes’ en ‘Boezemland’. Het peil is bijgesteld naar het huidige praktijkpeil en heeft de bovengenoemde flexibele bandbreedte van 3 cm gekregen.

 

Ook zijn er drie afwijkende peilen bijgekomen, welke in de praktijk al bestonden, maar tijdens het veldonderzoek voor dit peilbesluit zijn gevonden. Deze peilafwijkingen hebben een bestaansrecht en zijn daarom opgenomen in het peilbesluit. De drie overige peilafwijkingen blijven toegestaan en zijn aangepast aan de praktijksituatie. Met de verantwoordelijke voor de peilafwijkingen is gecommuniceerd.

 

In de tabel hieronder zijn de nieuwe voorgestelde waterpeilen weergegeven.

 

Leeswijzer

Hoofdstuk 1 geeft een inleiding waarin de aanleiding, doelstelling, het proces en het gebiedsproces worden uitgelicht. In hoofdstuk 2 wordt het gebied de Oostpolder beschreven. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de uitgangspunten voor peilafwegingen. In Hoofdstuk 4 is per peilgebied een beschrijving opgenomen van de peilafweging en het nieuwe peil. Hoofdstuk 5 geeft een overzicht van de maatregelen die uitgevoerd worden om de nieuwe peilen te kunnen voeren en het peilbeheer te optimaliseren. In hoofdstuk 6 wordt aangegeven hoe en wanneer het peilbesluit geëvalueerd wordt. Hoofdstuk 7 geeft de geraadpleegde bronnen weer. Hoofdstuk 8 geeft een opsomming van de Bijlagen. In hoofdstuk 9 worden gebruikte begrippen uit het document verder toegelicht.

 

1. Inleiding

In dit hoofdstuk worden de aanleiding en doelstelling van het peilbesluit beschreven. Tevens worden de procedure en het gebiedsproces toegelicht.

 

1.1 Aanleiding/doelstelling

In de Omgevingsverordening Zuid-Holland (PZH, 2021) is bepaald dat voor alle wateren binnen het beheersgebied van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) peilbesluiten moeten worden vastgesteld. Het waterschap heeft de inspanningsverplichting om het peilbeheer zo goed mogelijk overeen te laten komen met het peilbesluit.

 

Het vorige peilbesluit van de Oostpolder is in maart 2013 vastgesteld door de Verenigde Vergadering.

 

Er zijn meerdere punten die aanleiding geven voor het actualiseren van het peilbesluit:

  • Er zijn een aantal veranderingen in de praktijk ten opzichte van het oude peilbesluit (2013). Het gaat hier om veranderingen in de ligging van sommige peilgebieden. Ook is er beter inzicht in gebieden die onder regelgeving vergunningplichting zijn, afwijkende peilgebieden.

  • Uit metingen (evaluatie peilbeheer) blijkt voor enkele peilgebieden een (beperkte) structurele afwijking van het huidige peilbesluitpeil. Dit is aanleiding tot heroverweging van de peilkeuze (en/of aanpassing van kunstwerken).

  • In de kern Moordrecht ligt een opgave om de kansen op wateroverlast te verkleinen, op basis van door de provincie gestelde normering. Er kan overwogen worden om hiervoor de huidige peilgebieden te veranderen.

  • Binnen het gebied van peilbesluit Oostpolder is er veenweidegebied aanwezig. Deze ondergrond heeft te maken met veranderingen door het inklinken van de bodem. Deze gebieden dienen volgens het actuele beleid (her-)beoordeeld te worden.

Het doel van het peilbesluit is het vastleggen van waterpeilen die zo goed mogelijk voldoen aan de aanwezige of geplande belangen. Een vastgesteld peilbesluit biedt aan belanghebbenden duidelijkheid en rechtszekerheid.

 

Het doel van deze toelichting op het peilbesluit is inzicht te geven in de afweging van de waterpeilen en het peilbeheer in de Oostpolder.

 

1.2 Procedure

Het peilbesluit volgt de openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht (AWB). Het ontwerp-peilbesluit heeft ter inzage gelegen van 24 februari tot en met 7 april 2025. Tijdens deze periode zijn er twee zienswijzen ingediend op het ontwerp-peilbesluit. Deze zienswijzen hebben geleid tot een aanpassing van de bandbreedte van het flexibel peil in twee peilgebieden. Na behandeling van de zienswijzen wordt het peilbesluit door de Verenigde Vergadering van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard vastgesteld.

 

1.3 Gebiedsproces

Tijdens de totstandkoming van het ontwerp peilbesluit zijn belanghebbenden in het plangebied geraadpleegd. Via sociale media, de HHSK-website, de HHSK-nieuwsbrief en advertenties in regionale kranten zijn belanghebbenden uitgenodigd inbreng te leveren. Er stonden twee informatieavonden gepland op 21 november 2024 en 26 november 2024. Vanwege te weinig aanmeldingen zijn deze geannuleerd waarna er persoonlijk contact is opgenomen met de aanmelders. Ook hebben er gesprekken plaatsgevonden met een groep bewoners rondom de Broekweg en de Tweede Moordrechtse Tiendeweg. Verder is er contact geweest met de verschillende gemeenten die van belang zijn in de Oostpolder, en met Pro-Rail vanwege de kruisende spoor-infrastructuur en met Staatsbosbeheer vanwege het Weegje.

 

Gebiedsbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de Oostpolder beschreven. De ligging, het actuele grondgebruik, de werking van het watersysteem en eventuele knelpunten komen aan de orde. Om de huidige situatie goed te begrijpen wordt ook de ontstaansgeschiedenis van de polder geschetst.

 

2.1 Ligging en grondgebruik

De Oostpolder ligt in het noordoosten van het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, zie Figuur 1.

Figuur 1: Ligging van de Oostpolder in het beheergebied

 

Het gebied is omringd door water met de Gouwe en het Gouwekanaal in het noorden, de Ringvaart in het westen en de Hollandse IJssel in het oosten. Het peilbesluit Oostpolder valt binnen de gemeente Gouda, Waddinxveen en Zuidplas, zie Figuur 2.

 

Figuur 2: Ligging van de Oostpolder met gemeentegrenzen

 

De meest voorkomende functies in de Oostpolder zijn: agrarisch gras, open water, recreatie- en natuurgebied en bebouwing, zie Tabel 1. Ook zijn er recreatieparken aanwezig en is er een industrieterrein in de gemeente Gouda. Al deze functies hebben uiteenlopende belangen ten opzichte van het gevoerde waterpeil. In Bijlage 3 is de kaart met grondgebruik weergegeven.

 

Tabel 1: Grondgebruik in de Oostpolder (Wageningen Environmental Research, 2023)

Functie 

Oppervlakte [Ha] 

Percentage 

Agrarisch gras 

93,3 

31% 

Zoet water 

50,9 

17% 

Gras in primair bebouwd gebied 

33,9 

11% 

Gras in secundair bebouwd gebied 

29,5 

10% 

Hoofdinfrastructuur en spoorbaanlichamen 

28 

9% 

Bebouwing in primair bebouwd gebied 

18,6 

6% 

Half verharde wegen, infrastructuur langzaam 

  verkeer en overige infrastructuur 

12,6 

4% 

Overig grondgebruik in buitengebied 

8,3 

3% 

Overige moeras vegetatie 

8,1 

3% 

Loofbos 

5,5 

2% 

Smalle wegen 

3,8 

1% 

Bebouwing in secundair bebouwd gebied 

3,2 

1% 

 

2.2 Historie van het gebied

Het landschap in de omgeving van Gouda bestond voor de komst van de mens uit een uitgestrekt moerasgebied, doorsneden door de Hollandse IJssel. Het moerasgebied is vanaf het eind van de 10e eeuw ontgonnen. Er ontstonden akkers en weilanden. Hiervoor werd een slotensysteem gegraven waarnaar het water uit het veen kon afstromen. Door de ontwatering van de polders ging het veen inklinken, dit had als gevolg dat er extra sloten werden aangelegd om het water van het land te krijgen. Op een gegeven moment werd het land te nat voor akkerbouw en werd het weiland. Aan het begin van de zestiende eeuw bestond het gebied bijna overal uit weiland. Om het gebied droog te houden verschenen er paardenwatermolens en windwatermolens.

 

De Oostpolder is een verzamelnaam voor verschillende middeleeuwse ontginningen, zoals de voormalige polders Broek, Land van Thuil, Broekhuizen, Zuid-Waddinxveen en Moordrecht. Deze polders vielen binnen het hoogheemraadschap van Schieland, dat in 1273 gesticht is. De Waddinxveense of Alpher Wetering is in 1340 gegraven ter ontwatering en diende als ontginningsbasis waaraan boerderijen lagen. In 1863 zijn de polders samengevoegd tot de nieuwe Oostpolder. In 1927 is het Gouwekanaal gegraven, waardoor de Oostpolder werd opgedeeld. Deels is de oude strokenverkaveling nog zichtbaar.

 

2.3 Cultuurhistorie en Archeologie

De kern van Moordrecht heeft een hoge cultuurhistorische waarde volgens de Cultuurhistorische atlas van de provincie Zuid-Holland. Verder zijn er voor de historisch landschappelijke vlakken een aantal gebieden met een ‘redelijk hoge waarde’ in het noorden van de Oostpolder. Verder zijn er langs de Schielandse Hoge Zeedijk Oost mogelijke archeologische waarden tot een diepte van 5 meter onder het maaiveld. Ook bij het Weegje en noordelijk van het Weegje zijn er mogelijke archeologische waarden tot een diepte van 5 meter onder het maaiveld (PZH, 2024).

 

2.4 Bebouwing en Funderingen

In de Oostpolder is veel bebouwing aanwezig. Gezien de zettingsgevoeligheid van de bodem en de aanwezigheid van oude panden, is bij het opstellen van het peilbesluit in 2001 de fundering van de bebouwing in kaart gebracht. Hieruit volgt dat er in de kern van Moordrecht veel funderingen op staal en houten palen aanwezig is. Deze funderingen zijn zeer gevoelig voor een veranderlijk grondwaterpeil. Verder zijn er in de buitengebieden ook met enige regelmaat gebouwen op houten palen of op staal aanwezig.

 

2.5 Bodemopbouw en Geohydrologie

De bodemopbouw van de Oostpolder is als volgt te onderscheiden:

Nabij het Weegje lag oorspronkelijk een onregelmatig verveend gebied met stroken niet-verveend land, gescheiden door brede, diep uitgeveende petgaten waarvan de bodem bestond uit broekveen of rietzeggeveen, plaatselijk bedekt met kraggeveen, zie Bijlage 7. De petgaten zijn later dichtgegooid met afval uit de turffabricage dat afkomstig was van de verveningen uit de latere droogmakerij Zuidplaspolder.

 

Ten zuiden van de petgaten tot aan het dorp Moordrecht ligt een vlak veengebied dat gedeeltelijk tot 80 cm diepte is vergraven. Aan de zuidkant, langs de Hollande IJssel bij Moordrecht, komen kleioevers met een breedte van enkele tientallen meters die hoofdzakelijk bestaan uit kalkloze, zware klei op veen. Deze zeekleigronden zijn afgezet onder zoute of brakke omstandigheden.

 

Sommige gebieden in de Oostpolder worden gekenmerkt als veenweidegebied. In veenweidelandschappen is de grond opgebouwd uit veenpakketten waarop plaatselijk laagjes klei zijn afgezet. Door ontginning van het veengebied voor de landbouw is het landschap ontstaan. Het landschap bestaat vaak uit smalle kavels die worden afgewisseld door sloten.

 

De grondwaterstroming in het eerste watervoerende pakket is globaal van oost naar west. De stijghoogte in het eerste watervoerende pakket is –5,00 m NAP en is 2,50 m lager dan het gemiddelde polderpeil. Er is dus sprake van wegzijging van oppervlaktewater naar het grondwater. Dit wordt veroorzaakt door de relatief hoge ligging van de polder, zeker in vergelijking met de diepe Zuidplaspolder. Alleen langs de randen kan kwel vanuit de Gouwe en Hollandse IJssel voorkomen.

 

2.6 Hoogteligging en bodemdaling

De gemiddelde maaiveldhoogte in de Oostpolder is –1,90 m NAP, zie Bijlage 4. Er zijn echter verschillen voor de verschillende peilgebieden met een verschil van –1,81 m NAP tot –2,76 m NAP. De Oostpolder ligt relatief hoog ten opzichte van de aanliggende Zuidplaspolder die rond –6 m NAP ligt.

 

In veenweidegebieden treedt bodemdaling op door zetting, krimp en oxidatie. De bodemdaling tussen 2014 en 2023 bedroeg ongeveer 6 cm voor het gehele gebied van de Oostpolder, zie Bijlage 6. Dit getal komt voort uit een vergelijking die is gemaakt tussen AHN3 en AHN5. In de verschillende peilgebieden varieert de bodemdaling tussen de 2 en 12 cm. Deze variatie kan verklaard worden door een hogere zetting en een mogelijke foutmarge van een paar cm door gebruik van de AHN-kaarten. Uit het vorige peilbesluit kwam een bodemdaling van 5 tot 10 mm/jaar wat overeenkomt met de bodemdaling van ongeveer 7 mm/jaar, die tussen 2014 en 2023 heeft plaatsgevonden.

 

2.7 Drooglegging

De drooglegging is gedefinieerd als het hoogteverschil tussen de waterspiegel in een waterloop en de maaiveldhoogte, zie Figuur 3. In Bijlage 5 is de kaart met de drooglegging in de Oostpolder weergegeven.

 

De drooglegging in de Oostpolder is relatief laag. Sommige peilgebieden hebben een drooglegging van slechts 0,3 m. Dit betekent dat het gebied, vooral in de winter erg nat kan zijn.

 

Figuur 3: Schematische weergave drooglegging

 

2.8 Waterkeringen

De Oostpolder ligt binnen Dijkring 14 aan de Schielandse Hoge Zeedijk Oost, zie Bijlage 2. De Hollandse IJssel staat onder invloed van getijde. Twee meer naar het westen gelegen stormvloedkeringen (de Hollandsche IJsselkering en de Maeslantkering) beperken de waterstanden die op de Hollandsche IJssel kunnen worden bereikt. Langs de noord- en oostzijde van de polder ligt een boezemkade langs de Gouwe. Aan de westzijde wordt het gebied begrenst door een boezemkade langs de Ringvaart van de Zuidplaspolder, zie Figuur 4.

 

Figuur 4: Waterkeringen rondom de Oostpolder

 

2.9 Watersysteem

Het watersysteem in de Oostpolder wordt gekenmerkt door één hoofdwatergang, welke in de lengte van het gebied loopt. De hoofdwatergang fungeert als water aan- en afvoersysteem. Het gebied wordt in het noorden gevoed vanuit de Ringvaart en de Gouwe. Het overige deel wordt alleen door de ringvaart gevoed.

 

De Oostpolder wordt vanaf de Bloemenbuurt in Moordrecht, tot in het noorden bemalen door gemaal Oostpolder. Gemaal Oostpolder heeft een maximale capaciteit van 36 m3/min en voert af naar het buitenwater van de Gouwe. Het gedeelte van de Oostpolder ten zuiden van Moordrecht wordt met een maximale capaciteit van 10 m3/min door gemaal Westeinde bemalen.

 

In de Oostpolder is sprake van wegzijging vanwege de lagergelegen gebieden zoals de Zuidplaspolder. Aan de randen van de Oostpolder bij de Hollandse IJssel is er op sommige plekken wel sprake van lichte kwel.

 

2.10 Waterkwaliteit en Ecologische waarden

Natuurgebied het Weegje is een plas met aanliggende brede sloten in een recreatiegebied nabij Waddinxveen. Het water in het Weegje is troebel en algenrijk. Inlaatwater en uitspoeling van voedingsstoffen uit het omliggende veengebied zorgen voor een relatief hoge nutriëntenbelasting op de plas. De plas kan niet worden verbeterd zonder maatregelen die schade brengen aan andere belangen. De plas heeft vanwege de bovengenoemde natuurlijke omstandigheden een aangepast lager biologisch doel. In 2021 voldeed het Weegje aan het goed ecologisch potentieel (GEP) voor de biologische kwaliteitselementen vis, waterplanten, macrofauna en algen (Waterkwaliteitsportaal, 2024). Bij de laatste beoordeling in 2024 zijn de waarden voor waterplanten en algen iets lager. Het is nog onduidelijk of dit een tijdelijke achteruitgang door natuurlijke omstandigheden betreft.

 

2.11 Ruimtelijke ontwikkelingen

Sinds het oude peilbesluit is er een ontwikkeling geweest met betrekking tot het watersysteem. Het oude gemaal is komen te vervallen en hiervoor is gemaal Oostpolder in de plaats gekomen. Het gemaal bevindt zich ten oosten van het vorige gemaal wat resulteert in een betere water aan- en afvoer in de Oostpolder.

 

Er zijn verschillende ruimtelijke ontwikkelingen gepland door de drie verschillende gemeenten in de Oostpolder. Vanuit de gemeente Gouda is er een plan om een fietsroute te ontwikkelen naar station Gouda, welke mogelijk langs het spoor gaat lopen. Ook is een geboortebos in aanplant rondom Sportpark Donk (omgevingswet, 2023). Vanuit de gemeente Waddinxveen ligt er het plan om ten noorden van het Weegje ruimte te maken voor wonen (Gemeente Waddinxveen, 2023). Ook wordt er verwacht dat recreatiegebied het Weegje in gebruik zal toenemen door het Middengebied en Westergouwe.

 

Verder zijn er nieuwbouwprojecten in Moordrecht waarvan de 50 jarenwijk gestart is in februari 2024. Hiervan is intussen een deel van de oude bebouwing gesloopt (Gemeente Zuidplas, 2023).

 

De functies voor de verschillende peilgebieden en peilafwijkingen zijn niet of nauwelijks verandert ten opzichte van het vorige peilbesluit.

3. Beleidskaders peilbeheer

Het beheer van het waterpeil is op basis van de Omgevingswet een van de kernactiviteiten van HHSK. In dit hoofdstuk wordt een kort overzicht gegeven van de voor dit peilbesluit relevante beleidskaders. Deze beleidskaders gelden in principe voor het gehele beheergebied van HHSK. In paragraaf 4.1 zijn deze vertaald naar algemene uitgangspunten voor de peilafweging in dit peilbesluit.

 

3.1 Beleid provincie Zuid-Holland

De omgevingsvisie Zuid-Holland (PZH, 2024) en de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (PZH, 2021) bevatten de provinciale beleidskaders welke beschrijven hoe HHSK het peilbeheer moet uitvoeren.

 

De provincie Zuid-Holland stelt in de omgevingsvisie dat de kwaliteit en functionaliteit van water optimaal moeten zijn en daarom permanent om verbetering en bescherming vragen. Bij aanpassingen aan het watersysteem gelden twee uitgangspunten: de maatregelen zijn klimaatbestendig en de natuurlijke processen krijgen, waar dat kan, meer ruimte, of worden beter benut.

 

Het provinciaal beleid bevat geen richtlijnen voor de drooglegging of andere technisch-inhoudelijke criteria voor het peilbeheer. De functietoekenning op verschillende kaarten zoals ‘natuur’ en ‘archeologie’ dient te worden meegenomen in de peilafweging.

 

Het instrument voor de peilafweging is het peilbesluit. In de Omgevingsverordening is bepaald dat voor alle wateren binnen het beheersgebied van HHSK, peilbesluit moeten worden vastgesteld: “Het algemeen bestuur draagt zorg voor de actuele peilbesluiten, die in ieder geval toegesneden zijn op veranderingen in zowel de omstandigheden ter plaatse als de aanwezige functies en belangen” (PZH, 2021).

 

Het watersysteem moet voldoen aan de, in de Omgevingsverordening uitgewerkte normering voor wateroverlast vanuit watersystemen (NBW-normen).

 

De ecologische doelstellingen voor het watersysteem zijn, op basis van de systematiek van de kaderrichtlijn water, vastgesteld in het Regionaal Waterprogramma 2022 – 2027 van de provincie Zuid-Holland. De realisatiestrategie voor deze doelen is opgenomen in het “KRW-plan 2022-2027" van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK, 2021).

 

3.2 Doelen van het peilbeheer

In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (HHSK, 2022) heeft HHSK als doel opgenomen: “Wij voorkomen en beperken, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem en vervulling van maatschappelijke functies door het watersysteem”.

 

Een belangrijk middel om dit doel te bereiken is peilbeheer. HHSK streeft met het peilbeheer de volgende doelen na:

  • 1.

    De instandhouding van waterkeringen en waterscheidingen.

  • 2.

    Beperken van vernattings- en verdrogingsschade aan functies.

  • 3.

    Beperken van bodemdaling, ongewenste kwel en bodeminstabiliteit.

  • 4.

    Versterken van de veerkracht en het aanpassingsvermogen van het watersysteem voor extreme omstandigheden, klimaatveranderingen en zeespiegelstijging.

  • 5.

    Beschermen en waar mogelijk verbeteren van de ecologische kwaliteit van – in het bijzonder – het water en de oevers.

  • 6.

    Beperken van de aan- en af te voeren hoeveelheid water (kosten, energie, ecologie).

  • 7.

    Voldoende mogelijkheden en voorzieningen om het water(-peil) onder gewone omstandigheden te kunnen waarborgen.

  • 8.

    Een doelmatig en (kosten-)effectief uitvoerbaar peilbeheer; voor nu en later.

Deze doelen worden onder meer vormgegeven in peilbesluiten. Hierin hanteren we voor de waterpeilen en drooglegging strategieën die zo goed mogelijk aansluiten bij het gebruik en de diverse functies van het water en het gebied, ook op de lange termijn.

 

3.3 Omgang met bodemdaling

In een groot deel van het beheergebied van HHSK daalt de bodem. Beleid op dit gebied is vastgesteld in de visie op Bodemdaling (HHSK, 2018) en de beleidsuitwerking peilbeheer (HHSK, 2018).

 

In veenweidegebied is door bodemdaling vaak een peilaanpassing (indexeren) nodig om een zekere minimale drooglegging in stand te houden. Randvoorwaarden hiervoor zijn dat dit niet leidt tot onaanvaardbare, onomkeerbare schade. Ook mogen effecten als bodeminstabiliteit, een toename van kwel van slechte kwaliteit of een onevenredige toename van de kosten niet optreden door de peilaanpassing.

 

HHSK hanteert voor de waterpeilen en drooglegging strategieën die zo goed mogelijk aansluiten bij het gebruik en de diverse functies van het water en het gebied, ook op de langere termijn. Om het gebruik van gebieden op de langere termijn te blijven ondersteunen, geldt het volgende uitgangspunt: peilaanpassingen in verband met de bodemdaling beperken we met het oog op de lange-termijn effecten tot een verantwoord minimum. Wat een verantwoord minimum is, hangt onder meer samen met functie van het gebied, bodemgesteldheid en actuele drooglegging.

 

In stedelijk gebied, inclusief stedelijk groen, sportvoorzieningen, volkstuinen, is vaak sprake van tegenstrijdige belangen, onder meer door de verschillende funderingstypen, vloer- en terreinhoogten en infrastructurele voorzieningen. De meeste voorzieningen zijn afgestemd op het bestaande waterpeil. De algemene lijn van HHSK is daarom dat in stedelijk gebied niet of zeer beperkt peilaanpassing plaatsvindt in verband met bodemdaling. De eigenaren, gebruikers, en de gemeente (beheerder/eigenaar openbare ruimte) dragen zorg voor beheer en onderhoud van terreinen, bebouwing en voorzieningen, waaronder het ophogen van tuinen, verhardingen en terreinen.

 

Bij bebouwing in (peil-)gebieden met een andere hoofdfunctie dan bebouwing is de hoofdfunctie in de eerste plaats bepalend voor het peilregime.

 

3.4 Omgang met ruimtelijke ontwikkelingen

In omgevingsplannen (eerder: bestemmingsplannen) legt de gemeenteraad vast welke functies waar zijn toegestaan. Daarnaast bevat een omgevingsplan de regels die gelden voor zo’n functie.

 

Een veranderende functie van het gebied kan leiden tot de noodzaak ook waterpeilen aan te passen. Afhankelijk van omvang, betrokken belangen en het karakter (tijdelijk of structureel) is ofwel een vergunning voor een peilafwijking, ofwel een wijziging van het peilbesluit het geijkte instrument. De aanpassing moet dan vooraf worden gemotiveerd en vastgelegd (peil volgt functie).

 

3.5 Omgang met risico’s en schade

HHSK schrijft in de Nota Watersystemen algemene uitgangspunten voor de risico’s en aansprakelijkheid van verschillende partijen (HHSK, 2018). De eigenaren en gebruikers van gronden, gebouwen en andere voorzieningen dragen in de eerste plaats zelf het risico voor de gevolgen van bodemdaling en peilaanpassing, voor zover die inherent zijn aan de situatie en het gebied.

 

3.6 Omgang met afwijkende peilen

Afwijkende peilen zijn waterpeilen die verschillen van het peil in het betreffende peilgebied. Afwijkende peilen kunnen van belang zijn om het peil af te stemmen op individuele belangen en situaties. Deze zijn niet in beheer van HHSK, maar vergund aan belanghebbenden (of geacht met vergunningen aanwezig te zijn) vanwege lokale belangen zoals bescherming van houten paalfunderingen of infrastructuur. Belanghebbenden zijn verantwoordelijk voor aan- en afvoer van water en het onderhoud van de benodigde kunstwerken.

 

Peilafwijkingen vergroten de complexiteit, kwetsbaarheid en de beheerbaarheid van het watersysteem en beperken de ecologische connectiviteit en de mogelijkheden voor vismigratie. Daarom is HHSK terughoudend met het toestaan van peilafwijkingen. Dit is uitgewerkt in de Beleidsregel Afwijkende peilen (HHSK, 2024).

 

Bij de voorbereiding van een nieuw peilbesluit beoordeelt HHSK in hoeverre bestaande afwijkende peilen in stand kunnen blijven, of deze als peilgebied in beheer worden genomen door HHSK, en of eerder benoemde peilgebieden de status ‘afwijkend peil’ dienen te krijgen.

Een peilafwijking kan omgezet worden tot peilgebied als het aan één van de volgende criteria voldoet:

  • Het peilgebied is groter dan 40 hectare

  • In het peilgebied bevinden zich meer dan 10 belanghebbenden

  • Het peilgebied heeft een enkel of meervoudig maatschappelijk belang

Bestaande hoogwatervoorzieningen

Onder een hoogwatervoorziening verstaan we een afwijkend peil dat hoger is dan het ter plaatse geldende peilbesluit of peil dat normaal wordt aangehouden.

 

De vergunning vervalt of wordt ingetrokken, en de hoogwatervoorziening moet worden beëindigd of aangepast wanneer de situatie en de betrokken belangen de instandhouding van het afwijkende peil niet meer rechtvaardigen.

 

Bestaande onderbemalingen

Onder een onderbemaling verstaan we een afwijkend peil dat lager is dan het ter plaatse geldende peilbesluit of peil dat normaal wordt aangehouden. Onder een bestaande onderbemaling verstaan wij een onderbemaling die met vergunning aanwezig is.

 

Een vergunning vervalt of wordt ingetrokken, en een bestaande onderbemaling moet worden beëindigd of aangepast als:

  • a.

    De situatie en de betrokken belangen en instandhouding van het afwijkende peil niet meer te rechtvaardigen zijn;

  • b.

    De drooglegging van de onderbemaling na opheffing nog ten minste 2/3 bedraagt van de gemiddelde drooglegging in het peilgebied;

  • c.

    De drooglegging van de onderbemaling meer dan 90% bedraagt van de gemiddelde drooglegging in het desbetreffende peilgebied;

  • d.

    De functie, de omvang, de betrokken belangen en/of een doelmatig beheer vergen dat het peil wordt opgenomen in het peilbesluit.

4. Peilbeheer en peilafweging

In dit hoofdstuk wordt een toelichting op het peilbeheer en de peilafwegingen gegeven. Met betrekking tot de peilen wordt een integrale afweging gemaakt, waarbij het peilbesluit zo veel mogelijk recht doet aan alle belangen in het peilgebied. Te weten: de huidige situatie, inclusief eventuele knelpunten, zoals verwoord in hoofdstuk 2 en het beleid, verwoord in hoofdstuk 3. In de eerste paragraaf van hoofdstuk 4 worden de uitgangspunten voor het peilbesluit geformuleerd. Op basis van deze uitgangspunten wordt de peilafweging per peilgebied uitgewerkt. Tot slot worden de gevolgen van het nieuwe peilbesluit besproken.

 

Bij de vaststelling van een nieuw peilbesluit krijgen de peilgebieden nieuwe codes. De peilgebieden worden toegelicht in hoofdstuk 4.2. De nieuwe codes worden gecodeerd met de volgende code, GPG-xxxx, zie Tabel 2. De codes zijn onderdeel van de administratie van HHSK en hebben geen inhoudelijke betekenis. De nieuwe waterpeilen voor de peilgebieden zijn samengevat in Tabel 3.

 

Tabel 2: Nieuwe codes voor peilgebieden

Peilgebiedscode 2013

Peilgebiedscode 2025

Naam peilgebied

GPG-120

GPG-1475

Oostpolder

GPG-121

GPG-1473

Broekweg 5

GPG-122

GPG-1465

Broekweg 3

GPG-123

GPG-1466

2e Moordrechtse Tiendeweg

GPG-124

GPG-1467

Bloemenbuurt

GPG-125

GPG-1468

Kern van Moordrecht

GPG-126

GPG-1469

Drost IJsermansingel

GPG-127

GPG-1472

Westeinde

GPG-128

GPG-1470

Gemaal Westeinde

GPG-129

GPG-1471

2e Moordrechtse Tiendeweg 60

GPG-129

GPG-1474

2e Moordrechtse Tiendeweg 13

 

Peilgebiedscode 2013 

Peilgebiedscode 2025 

Naam peilgebied 

GPG-120 

GPG-1475 

Oostpolder 

GPG-121 

GPG-1473 

Broekweg 5 

GPG-122 

GPG-1465 

Broekweg 3 

GPG-123 

GPG-1466 

2e Moordrechtse Tiendeweg 

GPG-124 

GPG-1467 

Bloemenbuurt 

GPG-125 

GPG-1468 

Kern van Moordrecht 

GPG-126 

GPG-1469 

Drost IJsermansingel 

GPG-127 

GPG-1472 

Westeinde 

GPG-128 

GPG-1470 

Gemaal Westeinde 

GPG-129 

GPG-1471 

2e Moordrechtse Tiendeweg 60 

GPG-129 

GPG-1474 

2e Moordrechtse Tiendeweg 13 

 

Peilafwijkingen

In diverse watergangen in de polder wordt door belanghebbenden een peil gevoerd dat afwijkt van het peil in het peilgebied. Dit worden peilafwijkingen genoemd. In de Oostpolder zijn er onderbemalingen (lager afwijkend waterpeil binnen een hoger peilgebied) en hoogwatervoorzieningen (hoger afwijkend peil binnen een lager peilgebied). In hoofdstuk 4.3 worden de peilafwijkingen stuk voor stuk besproken en wordt hun bestaansrecht toegelicht. Peilafwijkingen zijn gecodeerd als GPA-xxxx.

 

De peilgebieden en peilafwijkingen zijn weergegeven op de peilbesluitkaart, zie bijlage 1.

 

Tabel 3: Nieuwe waterpeilen voor peilgebieden

Peilgebiedscode 2025 

Naam peilgebied 

Vigerend waterpeil (2013) (m NAP) 

Nieuw waterpeil 

(2025) (m NAP) 

Schouwpeil (2025) (m NAP) 

GPG-1475 

Oostpolder 

-2,57 

-2,57 

-2,57 

GPG-1473

Broekweg 5 

-2,92 

-2,97 / -2,92 

-2,97 

GPG-1465 

Broekweg 3 

-2,82 

-2,87 / -2,82 

-2,87 

GPG-1466 

2e Moordrechtse Tiendeweg 

-2,72 

-2,72 

-2,72 

GPG-1467 

Bloemenbuurt 

-2,47 

-2,47 

-2,47 

GPG-1468 

Kern van Moordrecht 

-2,39 

-2,39 

-2,39 

GPG-1469 

Drost IJsermansingel 

-2,47 

-2,47 

-2,47 

GPG-1472 

Westeinde 

-2,58 

-2,58 

-2,58 

GPG-1470 

Gemaal Westeinde 

-2,77 

-2,87 / -2,84 

-2,87 

GPG-1471 

2e Moordrechtse Tiendeweg 60 

-2,39 

-2,39 

-2,39 

GPG-1474 

2e Moordrechtse Tiendeweg 13 

-2,39 

-2,39 

-2,39 

 

4.1 Uitgangspunten

Hieronder volgt een doorvertaling van het beleid naar uitgangspunten voor de peilafweging in de Oostpolder. De uitgangspunten zijn opgedeeld voor de peilgebieden en peilafwijkingen.

 

Peilgebieden

In veenweidegebieden waar weinig drooglegging is kan er gekozen worden voor een peilaanpassing (indexatie) om het grondgebruik (bv. agrarisch gebruik) mogelijk te blijven maken. Zo’n indexatie kan ook plaatsvinden in de vorm van de instelling van (of het vergroten van) een flexibel peil, wat in de Krimpenerwaard ook voorkomt in veenweidegebieden. In de Oostpolder zijn een aantal van dit soort gebieden.

 

In peilgebieden waarin de hoofdfunctie bebouwing is, zoals Moordrecht, is het uitgangspunt om het peil gelijk te houden. In bebouwd gebied zijn er veel verschillende functies welke zijn afgestemd op het huidige peil. Het brengt risico’s met zich mee om het peil in een bebouwd gebied te verlagen. Deze risico’s zijn onder andere bodemdaling, maar ook het verzakken van huizen gefundeerd op staal of het beschadigen van houten paalfunderingen.

 

In de omgang met bodemdaling wordt er gekozen om waterpeilen zo min mogelijk te verlagen. Bij de verlaging van het waterpeil kan de bodemdaling toenemen. Dit betekent dat een verlaging van het waterpeil alleen kan als hier goede redenen voor zijn. In de Oostpolder is bodemdaling relatief hoog en het verlagen van waterpeilen zal dit in stand houden.

 

Peilafwijkingen

Voor peilafwijkingen kan er een onderscheid gemaakt worden tussen hoogwatervoorzieningen en onderbemalingen. Beide komen voor in de Oostpolder. Een hoogwatervoorziening brengt relatief weinig risico’s voor het watersysteem en wordt dus, indien deze een functie heeft, toegestaan mits gevolgen en risico’s voor de omgeving acceptabel zijn. Een onderbemaling moet met vergunning aanwezig zijn en voldoen aan bepaalde eisen. Als er niet aan deze eisen wordt voldaan moet er een gegronde reden zijn om de onderbemaling toch te laten bestaan, en zal deze in de basis vervallen bij ontwikkelingen in het gebied.

 

4.2 peilafwegingen per peilgebied

In dit hoofdstuk worden per peilgebied de afwegingen genoemd. Hierbij worden alle relevante kenmerken van een peilgebied genoemd. Hieronder vallen: De hoofdfunctie, de drooglegging, en de bodemdaling. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 4.

4.2.1 GPG-1475 (Oostpolder)

Vast –2,57 m NAP

Dit is met een oppervlak van 149 hectare het grootste peilgebied van het peilbesluit Oostpolder. Het peilgebied loopt door de gemeenten Zuidplas, Waddinxveen en Gouda heen, zie Figuur 5.

 

Water kan worden ingelaten via de kern van Moordrecht (peilgebied GPG-1468) en via gemaal Oostpolder. Ook zijn er nog wat kleine inlaten langs de Ringvaart die gebruikt kunnen worden. Door gemaal Oostpolder wordt het water afgevoerd. Dit gebeurt via een hoofdwatergang die over de lengte van het peilgebied loopt.

 

Figuur 5: Ligging peilgebied Oostpolder

 

Natuurgebied het Weegje ligt in dit peilgebied. Het Weegje is een plas met aanliggende brede sloten in een recreatiegebied nabij Waddinxveen. Het water in het Weegje is troebel en algenrijk. De plas kan niet worden verbeterd zonder maatregelen die schade brengen aan andere belangen. De plas heeft daarom een laag biologisch doel.

 

De mediane drooglegging in het gebied is 0,4 m. Sommige delen van dit peilgebied hebben echter nog minder drooglegging. De ondergrond bestaat vooral uit veengrond. Ook is er sprake van bodemdaling, waar er in de afgelopen 10 jaar een bodemdaling van 5 tot 10 cm heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat er door grondeigenaren regelmatig grond opgehoogd moet worden.

 

Er zijn verschillende functies in het gebied. De belangrijkste zijn natuurgebied 't Weegje een bedrijventerrein en recreatieparken en woningen. Volgens het beleid van het Hoogheemraadschap moet bodemdaling zoveel mogelijk tegengegaan worden en tegelijkertijd functies behouden worden. Verder is er de nodige bebouwing aanwezig, waarbij een aantal gebouwen oudere funderingen hebben.

 

Bij een verlaging van het waterpeil zou de drooglegging toe kunnen nemen. Hierdoor zal de bodemdaling echter versterkt worden en ontstaan er risico’s voor de gebouwen met oudere funderingen. Vanwege deze risico’s is er gekozen om het waterpeil hetzelfde te houden. Het waterpeil blijft vast –2,57 m NAP.

 

Tabel 4: Informatie voor peilgebied Oostpolder

Peilgebied (Code)  

GPG-1475  

Peilgebied (Naam) 

Oostpolder 

Grondgebruik 

Agrarisch gras, bebouwing & hoofdinfrastructuur 

Oppervlakte [ha] 

149 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

-2,57 

Drooglegging [m] 

0,4 

Bodemdaling [m] 

0,07 

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,57 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,57 

4.2.2 GPG-1473 (Broekweg 5)

Flexibel –2, 97 / -2,92 m NAP

Dit peilgebied heeft een oppervlakte van 22 hectare en ligt in de gemeente Gouda, zie Figuur 6. Aan de noordzijde van het peilgebied bevindt zich gemaal Broekweg 5. Dit gemaal zorgt voor de waterinlaat en uitlaat in het gebied. Verder zijn de meeste watergangen in het peilgebied verbonden via duikers. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 5.

 

Figuur 6: Ligging peilgebied Broekweg 5

 

De mediane drooglegging in het gebied is 0,28 m. Dit is zelfs voor veenweidegebied erg weinig en kan in de winter voor een erg natte en instabiele ondergrond zorgen. In dit peilgebied is de ondergrond met 5 tot 10 cm gezakt in de afgelopen 10 jaar, wat heeft gezorgd voor nog minder drooglegging.

 

In het zuiden van het peilgebied is een (vlonder) park ingericht met als doel recreatie. In het noorden van het gebied is er nog agrarisch grondgebruik. Volgens het beleid van het Hoogheemraadschap moet bodemdaling zoveel mogelijk tegengegaan worden en tegelijkertijd functies behouden worden.

 

Vanuit de omgeving zijn er signalen dat de ondergrond, vooral in de winter, erg nat en onbegaanbaar is. In de praktijk wordt het peil in natte perioden soms tijdelijk verlaagd om dit tegen te gaan. Vanuit HHSK wordt daarnaast gestuurd op het beperken van bodemdaling.

Dit leidt tot de overweging om een peil met een bandbreedte tussen een maximum (droge situaties) en minimum (natte situaties) te hanteren.

 

Ook is gekeken naar vergelijkbare peilgebieden (functie, drooglegging en ondergrond) in ons beheergebied waar ook een flexibel peil gehanteerd wordt. Deze peilgebieden hebben over het algemeen ook een bandbreedte van 5 cm, waarbij het belang bodemdaling is meegewogen. Alles overwegende leidt dit tot een te hanteren peilverschil in droge en natte periodes van maximaal 5 centimeter. Hierdoor zal afwatering van de percelen via de greppels beter verlopen, waardoor er minder water op het land zal blijven staan in natte periodes.

 

Er is besloten om de bandbreedte van 5 cm aan te houden, wat kan worden gezien als peilaanpassing gezien de extensief agrarische functie en het optreden bodemdaling. Het waterpeil wordt flexibel –2,97 / -2,92 m NAP.

 

Tabel 5: Informatie peilgebied Broekweg 5

Peilgebied (Code)  

GPG-1473

Peilgebied (Naam) 

Broekweg 5 

Grondgebruik 

Agrarisch gras 

Oppervlakte [ha] 

22 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

-2,92 

Drooglegging [m] 

0,28 

Bodemdaling [m] 

0,07 

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,92 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,97 / -2,92 

4.2.3 GPG-1465 (Broekweg 3)

Flexibel –2, 87 / –2,82 m NAP

Dit peilgebied heeft een oppervlakte van 22 hectare en ligt in de gemeente Gouda. Aan de noordzijde van het gebied bevindt zich gemaal Broekweg 3, zie figuur 7. Dit gemaal zorgt voor zowel de inlaat als uitlaat van water in het gebied. De watergangen zijn via duikers of open verbindingen met elkaar verbonden. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 6.

 

Figuur 7: Peilgebied Broekweg 3

 

De mediane drooglegging in het gebied is 0,3 m. Dit is zelfs voor veenweidegebied erg weinig en kan in de winter voor een erg natte en instabiele ondergrond zorgen. In dit peilgebied is de ondergrond met 0 tot 5 cm gezakt in de afgelopen 10 jaar, wat heeft gezorgd voor nog minder drooglegging.

 

Dit gebied heeft als hoofdfunctie agrarisch grondgebruik. Volgens het beleid van het Hoogheemraadschap moet bodemdaling zoveel mogelijk tegengegaan worden en tegelijkertijd functies behouden worden.

 

Vanuit de omgeving zijn er signalen dat de ondergrond, vooral in de winter, erg nat en onbegaanbaar is. In de praktijk wordt het peil in natte perioden soms tijdelijk verlaagd om dit tegen te gaan. Vanuit HHSK wordt daarnaast gestuurd op het beperken van bodemdaling. Dit leidt tot de overweging om een peil met een bandbreedte tussen een maximum (droge situaties) en minimum (natte situaties) te hanteren.

 

Ook is gekeken naar vergelijkbare peilgebieden (functie, drooglegging en ondergrond) in ons beheergebied waar ook een flexibel peil gehanteerd wordt. Deze peilgebieden hebben over het algemeen ook een bandbreedte van 5 cm, waarbij het belang bodemdaling is meegewogen. Alles overwegende leidt dit tot een te hanteren peilverschil in droge en natte periodes van maximaal 5 centimeter. Hierdoor zal afwatering van de percelen via de greppels beter verlopen, waardoor er minder water op het land zal blijven staan in natte periodes.

 

Er is besloten om de bandbreedte van 5 cm aan te houden, wat kan worden gezien als peilaanpassing gezien de extensief agrarische functie en het optreden bodemdaling. Het waterpeil wordt flexibel –2,87 / -2,82 m NAP.

 

Tabel 6: Informatie peilgebied Broekweg 3

Peilgebied (Code)  

GPG-1465  

Peilgebied (Naam) 

Broekweg 3 

Grondgebruik 

Agrarisch gras 

Oppervlakte [ha] 

22 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

-2,82 

Drooglegging [m] 

0,3 

Bodemdaling [m] 

0,04

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,82 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,87  / -2,82 

4.2.4 GPG-1466 (2e Moordrechtse Tiendeweg)

Vast –2,72 m NAP

Dit peilgebied heeft een oppervlakte van 22 hectare en ligt in de gemeente Gouda, zie Figuur 8. Aan de noordzijde van het gebied bevindt zich gemaal Tiendeweg. Dit gemaal zorgt voor zowel de inlaat als uitlaat van water in het gebied. Verder kan er ook nog water uit de Ringvaart worden ingelaten via peilgebied GPG-1471. De watergangen zijn via duikers of open verbindingen met elkaar verbonden. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 7.

 

Figuur 8: Peilgebied 2e Moordrechtse Tiendeweg

 

De mediane drooglegging in het gebied is 0,39 m. Dit is voor een veenweidegebied aan de lage kant. In dit peilgebied is de ondergrond met ongeveer 5 tot 10 cm gezakt in de afgelopen 10 jaar, wat heeft gezorgd voor nog minder drooglegging.

 

Dit gebied heeft als hoofdfunctie recreatie met sportpark Donk als grootste gebruiker van het gebied. Het overige gedeelte heeft nog een agrarische functie. Volgens het beleid van het Hoogheemraadschap moet bodemdaling zoveel mogelijk tegengegaan worden en tegelijkertijd functies behouden worden.

 

Gezien de drooglegging van 0,39 m kan de huidige functie behouden worden. Het sportpark maakt gebruik van drainage, waardoor de grond niet te drassig wordt. Om bodemdaling zoveel mogelijk tegen te gaan blijft het peil hier gelijk. Het peil wordt vast –2,72 m NAP.

 

Tabel 7: Informatie peilgebied 2e Moordrechtse Tiendeweg

Peilgebied (Code)  

GPG-1466  

Peilgebied (Naam) 

2e Moordrechtse Tiendeweg

Grondgebruik 

Agrarisch gras 

Oppervlakte [ha] 

27 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

-2,72 

Drooglegging [m] 

0,39 

Bodemdaling [m] 

0,06

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,72 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,72 

4.2.5 GPG-1471 (2e Moordrechtse Tiendeweg 60)

Vast –2,39 m NAP

Dit peilgebied heeft een oppervlakte van 0,2 hectare en ligt in de gemeente Gouda, zie Figuur 9. Het water kan worden ingelaten vanuit de Ringvaart en loopt via een stuw naar peilgebied GPG-1466. In het vorige peilbesluit was dit peilgebied gekoppeld aan peilgebied GPG-1474. De peilgebieden hebben hetzelfde peil, maar zijn twee aparte watersystemen met een eigen inlaat en uitlaat. Hierom is ervoor gekozen om de peilgebieden van elkaar te scheiden. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 8.

 

Figuur 9: Peilgebied 2e Moordrechtse Tiendeweg 60

 

De mediane drooglegging in het gebied is 0,40 m. Dit is voor een veenweidegebied aan de lage kant. In dit peilgebied is de ondergrond met 5 tot 10 cm gezakt in de afgelopen 10 jaar, wat heeft gezorgd voor nog minder drooglegging.

 

De hoofdfunctie van het gebied is bebouwing. Er bevindt zich in het gebied één woning met een oude fundering. Volgens het beleid van het Hoogheemraadschap moet bodemdaling zoveel mogelijk tegengegaan worden en tegelijkertijd functies behouden worden.

 

Omdat de hoofdfunctie van het gebied bebouwing is blijft het peil gelijk aan het vorige peilbesluit. Tijdens een meting van het waterpeil in 2024 bleek dat de stuw die het peilgebied op peil houdt verzakt was. Deze is opgehoogd in 2024 om het praktijkpeil weer op –2,39 m NAP te houden. Verder voldoet het gebied met het oppervlakte en aantal belanghebbenden aan de eisen om een peilafwijking te worden. Echter, omdat peilgebied GPG-1466 afhankelijk is van water uit dit peilgebied is er een maatschappelijk belang. Dit is volgens het beleid van het Hoogheemraadschap een reden om het gebied als peilgebied te houden. Het peil blijft vast –2,39 m NAP

 

Tabel 8: Informatie peilgebied 2e Moordrechtse Tiendeweg 60

Peilgebied (Code)  

GPG-1471  

Peilgebied (Naam) 

2e Moordrechtse Tiendeweg 60 

Grondgebruik 

Bebouwing 

Oppervlakte [ha] 

0,2 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

-2,39 

Drooglegging [m] 

0,40 

Bodemdaling [m] 

0,08 

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,39 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,39 

4.2.6 GPG-1474 (2e Moordrechtse Tiendeweg 13)

Vast –2,39 m NAP

Dit peilgebied heeft een oppervlakte van 1 hectare en ligt in de gemeente Gouda, zie Figuur 10. Het water kan worden ingelaten vanuit de Ringvaart en loopt via een stuw naar peilgebied GPG-1475. In het vorige peilbesluit was dit peilgebied gekoppeld aan peilgebied GPG-1471. De peilgebieden hebben hetzelfde peil, maar zijn twee aparte watersystemen met een eigen inlaat en uitlaat. Hierom is ervoor gekozen om de peilgebieden van elkaar te scheiden. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 9.

 

Figuur 10: Peilgebied 2e Moordrechtse Tiendeweg 13

 

De mediane drooglegging in het gebied is 0,27 m. Dit is voor een veenweidegebied erg laag. In dit peilgebied is de ondergrond met ongeveer 5 cm gezakt in de afgelopen 10 jaar, wat heeft gezorgd voor nog minder drooglegging.

 

De hoofdfunctie van het gebied is bebouwing. Er bevindt zich in het gebied één woning met een oude fundering. Volgens het beleid van het Hoogheemraadschap moet bodemdaling zoveel mogelijk tegengegaan worden en tegelijkertijd functies behouden worden.

 

Omdat de hoofdfunctie van het gebied bebouwing is blijft het peil gelijk aan het vorige peilbesluit. Tijdens een meting van het waterpeil in 2024 bleek dat de stuw die het peilgebied op peil houdt verzakt was. Deze is opgehoogd in 2024 om het praktijkpeil weer op –2,39 m NAP te houden. Verder voldoet het gebied met het oppervlakte en aantal belanghebbenden aan de eisen om een peilafwijking te worden. Echter, omdat de inlaat vanuit de ringvaart komt en HHSK hier graag de controle over heeft om waterverlies te voorkomen, wordt dit gezien als een maatschappelijk belang. Hierdoor is er gekozen om dit gebied als peilgebied te houden. Het peil blijft vast –2,39 m NAP.

 

Tabel 9: Informatie 2e Moordrechtse Tiendeweg 13

Peilgebied (Code)  

GPG-1474  

Peilgebied (Naam) 

2e Moordrechtse Tiendeweg 13 

Grondgebruik 

Bebouwing 

Oppervlakte [ha] 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

-2,39 

Drooglegging [m] 

0,27 

Bodemdaling [m] 

0,05

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,39 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,39 

4.2.7 GPG-1467 (Bloemenbuurt)

Vast –2,47 m NAP

Dit peilgebied heeft een oppervlakte van 8 hectare en ligt in de gemeente Zuidplas, zie Figuur 11. Het water in dit gebied wordt ingelaten vanuit de kern van Moordrecht (peilgebied GPG-1468) en wordt afgevoerd richting peilgebied GPG-1475 via een watergang langs de Tulpstraat. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 10.

 

Figuur 11: Peilgebied Bloemenbuurt

 

De mediane drooglegging is 0,66 m wat relatief weinig is voor bebouwd gebied. In de afgelopen 10 jaar is de bodem tussen de 5 en 10 cm gezakt in dit gebied. Dit betekent dat de drooglegging iets minder is geworden indien terreinen niet zijn opgehoogd.

 

In dit peilgebied bevindt zich veel bebouwing van Moordrecht. De meeste bebouwing in dit gebied komt uit een bouwjaar tussen 1950 en 1970. Binnen Moordrecht is er sprake van een opgave om de kans op wateroverlast vanuit oppervlaktewater terug te brengen. Door waterschap en gemeente worden hier maatregelen doorgevoerd, maar deze hebben geen invloed op het waterpeil.

 

Vanuit dit peilbesluit volgt de maatregel om verder onderzoek te doen naar het eventueel samenvoegen van de peilgebieden GPG-1467, GPG-1468 & GPG-1469, zie hoofdstuk 5. Dit kan in delen van Moordrecht kansen op wateroverlast verlagen en zal resulteren in een robuuster watersysteem, maar moet goed onderzocht worden.

 

Volgens het beleid van het Hoogheemraadschap moet bodemdaling zoveel mogelijk tegengegaan worden en tegelijkertijd functies behouden worden. Aangezien de primaire functie van het gebied bebouwing en hier funderingen aanwezig zijn die gevoelig zijn voor (grond)waterstandsverandering, wordt hetzelfde peil gehanteerd als in het oude peilbesluit. Het waterpeil blijft vast –2,47 m NAP.

 

Tabel 10: Informatie peilgebied Bloemenbuurt

Peilgebied (Code)  

GPG-1467  

Peilgebied (Naam) 

Bloemenbuurt 

Grondgebruik 

Bebouwing  

Oppervlakte [ha] 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

-2,47 

Drooglegging [m] 

0,66 

Bodemdaling [m] 

0,08

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,47 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,47 

4.2.8 GPG-1468 (Kern van Moordrecht)

Vast –2,39 m NAP

Dit peilgebied heeft een oppervlakte van 9 hectare en ligt in de gemeente Zuidplas, zie Figuur 12. Het water in dit gebied wordt ingelaten vanuit de Ringvaart en kan zowel naar het noorden (GPG-1467) als zuiden (GPG-1469) afvoeren. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 11.

 

Figuur 12: Peilgebied Kern van Moordrecht

 

De mediane drooglegging in dit gebied is 0,52 m wat relatief weinig is voor een bebouwd gebied. In de afgelopen 10 jaar is de bodem met 0 tot 5 cm gezakt in dit gebied.

 

In dit peilgebied bevindt zich de oude kern van Moordrecht. De meeste bebouwing in dit gebied is erg oud en gefundeerd op staal of houten palen. Binnen Moordrecht is er sprake van een opgave om de kans op wateroverlast vanuit oppervlaktewater terug te brengen. Door waterschap en gemeente worden hier maatregelen doorgevoerd, maar deze hebben geen invloed op het waterpeil.

 

Vanuit dit peilbesluit volgt de maatregel om verder onderzoek te doen naar het eventueel samenvoegen van de peilgebieden GPG-1467, GPG-1468 & GPG-1469, zie hoofdstuk 5. Dit kan in delen van Moordrecht kansen op wateroverlast verlagen en zal resulteren in een robuuster watersysteem, maar moet goed onderzocht worden.

 

Volgens het beleid van het Hoogheemraadschap moet bodemdaling zoveel mogelijk tegengegaan worden en tegelijkertijd functies behouden worden. Aangezien de primaire functie van het gebied bebouwing is wordt hetzelfde peil gehanteerd als in het oude peilbesluit. Het waterpeil blijft vast –2,39 m NAP.

 

Tabel 11: Informatie peilgebied kern van Moordrecht

Peilgebied (Code)  

GPG-1468  

Peilgebied (Naam) 

Kern van Moordrecht 

Grondgebruik 

Bebouwing 

Oppervlakte [ha] 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

-2,39 

Drooglegging [m] 

0,52 

Bodemdaling [m] 

0,04

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,39 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,39 

4.2.9 GPG-1469 (Drost IJsermansingel)

Vast –2,47 m NAP

Dit peilgebied heeft een oppervlakte van 21 hectare en ligt in de gemeente Zuidplas, zie Figuur 13. Het water in dit gebied komt vanuit de kern van Moordrecht (GPG-1468) en wordt afgevoerd richting gemaal Westeinde (GPG-1470). Een samenvatting is weergegeven in Tabel 12.

 

Figuur 13: Peilgebied Drost IJsermansingel

 

De mediane drooglegging in dit gebied is 0,66 m wat relatief weinig is voor een bebouwd gebied. In de afgelopen 10 jaar is de bodem met 0 tot 5 cm gezakt in dit gebied.

 

In dit peilgebied bevindt zich veel bebouwing van Moordrecht. De meeste bebouwing in dit gebied komt uit een bouwjaar tussen 1950 en 1970. Binnen Moordrecht is er sprake van een opgave om de kans op wateroverlast vanuit oppervlaktewater terug te brengen. Door waterschap en gemeente worden hier maatregelen doorgevoerd, maar deze hebben geen invloed op het waterpeil.

 

Vanuit dit peilbesluit volgt de maatregel om verder onderzoek te doen naar het eventueel samenvoegen van de peilgebieden GPG-1467, GPG-1468 & GPG-1469, zie hoofdstuk 5. Dit kan in delen van Moordrecht kansen op wateroverlast verlagen en zal resulteren in een robuuster watersysteem, maar moet goed onderzocht worden.

 

Volgens het beleid van het Hoogheemraadschap moet bodemdaling zoveel mogelijk tegengegaan worden en tegelijkertijd functies behouden worden. Aangezien de primaire functie van het gebied bebouwing is wordt hetzelfde peil gehanteerd als in het oude peilbesluit. Het waterpeil blijft vast –2,47 m NAP.

 

Tabel 12: Informatie peilgebied Drost IJsermansingel

Peilgebied (Code)  

GPG-1469  

Peilgebied (Naam) 

Drost IJsermansingel 

Grondgebruik 

Bebouwing 

Oppervlakte [ha] 

21 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

-2,47 

Drooglegging [m] 

0,66 

Bodemdaling [m] 

0,2

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,47 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,47 

4.2.10 GPG-1472 (Westeinde)

Vast –2,58 m NAP

Dit peilgebied heeft een oppervlakte van 9 hectare en ligt in de gemeente Zuidplas, zie Figuur 14. Het water in dit gebied wordt ingelaten vanuit Moordrecht (GPG-1468) en wordt afgevoerd richting peilgebied Gemaal Westeinde (GPG-1470). Een samenvatting is weergegeven in Tabel 13.

 

Figuur 14: Peilgebied Westeinde

 

De mediane drooglegging in dit gebied is 0,67 m, wat relatief weinig is voor een bebouwd gebied. In de afgelopen 10 jaar is de bodem in dit gebied met 0 tot 5 cm gezakt.

Dit peilgebied heeft als hoofdfunctie bebouwing, met nog een klein gedeelte agrarisch gras. Aangezien er een aantal bebouwing met oude funderingen in het peilgebied staat is het niet wenselijk om het waterpeil te verlagen.

 

Volgens het beleid van het Hoogheemraadschap moet bodemdaling zoveel mogelijk tegengegaan worden en tegelijkertijd functies behouden worden. Aangezien de primaire functie van het gebied bebouwing is wordt hetzelfde peil gehanteerd als in het oude peilbesluit. Het waterpeil blijft vast –2,58 m NAP.

 

Tabel 13: Informatie peilgebied Westeinde

Peilgebied (Code)  

GPG-1472  

Peilgebied (Naam) 

Westeinde 

Grondgebruik 

Bebouwing, agrarisch gras 

Oppervlakte [ha] 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

-2,58 

Drooglegging [m] 

0,67 

Bodemdaling [m] 

0,2

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,58 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,58 

4.2.11 GPG-1470 (Gemaal Westeinde)

Flexibel -2, 87 / -2,84 m NAP

Dit peilgebied heeft een oppervlakte van 9 hectare en ligt in de gemeente Zuidplas, zie Figuur 15. In dit gebied ligt gemaal Westeinde welke het water vanuit Moordrecht afvoert richting de Ringvaart. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 14.

 

Figuur 15: Peilgebied gemaal Westeinde

De mediane drooglegging in het gebied is 0,34 m wat relatief weinig is voor een veenweidegebied. In de afgelopen 10 jaar is de bodem in dit gebied gedaald met ongeveer 5 cm.

 

Er is voor dit gebied een grote afwijking tussen het vorige peilbesluit en het huidige praktijkpeil. Dit komt omdat er in het vorige peilgebied een foutieve waarde was opgenomen vanwege een landmeetfout (een verzakt hoogtemerk). Er is nu een correctie. Deze correctie is vergelijkbaar met de correctie die in het peilbesluit Zuidplaspolder Zuidoost (2022) heeft plaatsgevonden voor de peilgebieden ‘Kroes’ en ‘Boezemland’. Hierdoor is het praktijkpeil nu –2,84 m NAP in plaats van –2,77 m NAP zoals in het vorige peilbesluit stond. Dat peil van -2,84 m NAP wordt dus al sinds tenminste de inwerkingtreding van het peilbesluit in 2013 gehanteerd.

 

Dit gebied heeft als hoofdfunctie agrarisch gras, waarbij er nog een aantal gebouwen met oude funderingen aanwezig zijn. Volgens het beleid van het Hoogheemraadschap moet bodemdaling zoveel mogelijk tegengegaan worden en tegelijkertijd functies behouden worden.

 

Aangezien dit peilgebied vergelijkbaar is in functie en drooglegging met GPG-1473 en GPG-1465 wordt er voor dit peilgebied gekozen voor een flexibel peil met een bandbreedte van 3 cm. Vanuit omwonende is hier geen aanleiding gegeven om te kijken naar een bandbreedte van 5 cm zoals in diverse andere veenweidengebieden. Ook vanuit HHSK is er geen reden om de bandbreedte te vergroten, dus blijft de bandbreedte 3 cm. Hierdoor kan er in een natte periode een lager peil gehanteerd worden om het land begaanbaar te houden. Gezien de opgetreden bodemdaling en het agrarisch gebruik vindt een beperkte peilaanpassing t.o.v. het praktijkpeil plaats. Het waterpeil wordt flexibel -2,87 / -2,84 m NAP.

 

Tabel 14: Informatie peilgebied gemaal Westeinde

Peilgebied (Code)  

GPG-1470  

Peilgebied (Naam) 

Gemaal Westeinde 

Grondgebruik 

Agrarisch gras 

Oppervlakte [ha] 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

-2,77 

Drooglegging [m] 

0,34 

Bodemdaling [m] 

0,04

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,84 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,87 / -2,84 

 

4.3 Afwijkende peilen

Er bevinden zich zes afwijkende peilen in het peilbesluit van de Oostpolder. Deze afwijkende peilen worden hieronder per stuk beschreven. Hierbij worden alle relevante kenmerken van een peilgebied genoemd. Hieronder vallen: De hoofdfunctie, de drooglegging, en de bodemdaling. De nieuwe peilgebiedscodes voor de afwijkende peilen zijn te vinden in Tabel 15.

 

Tabel 15: Nieuwe codes voor afwijkende peilen

Peilgebiedscode 2013 

afwijkende Peilgebiedscode 2025

Naam peilgebied 

GPG-130  

GPA-1291 

Strafhaven Noord 

--  

GPA-1292 

Wilhelminakade 88 

GPG-131  

GPA-1294 

Strafhaven Zuid 

--  

GPA-1293 

Wilhelminakade 99 

GPG-132  

GPA-1295 

Spoorbos 

--   

GPA-1290 

Westeinde 237 

 

Voor de afwijkende peilen zijn er nieuwe waterpeilen vastgesteld ten opzichte van het vigerende peilbesluit. De vigerende peilen en nieuwe waterpeilen zijn samengevat in Tabel 16.

 

Tabel 16: Nieuwe waterpeilen voor afwijkende peilen

afwijkende Peilgebiedscode 2025 

Naam peilgebied 

Vigerend waterpeil (2013) (m NAP) 

Nieuw waterpeil

 

(2025) (m NAP) 

Schouwpeil (2025) (m NAP) 

GPA-1291 

Strafhaven Noord 

-3,40 

-3,40 

-3,40 

GPA-1292 

Wilhelminakade 88 

-- 

-2,74 

-2,74 

GPA-1294 

Strafhaven Zuid 

-2,58 

-2,58 

-2,58 

GPA-1293 

Wilhelminakade 99 

-- 

-2,30 

-2,30 

GPA-1295 

Spoorbos 

-3,40 

-2,77 / -2,57 

-2,77 

GPA-1290 

Westeinde 237 

-- 

-2,57 

-2,57 

4.3.1 GPA-1291 (Strafhaven Noord)

Vast –3,40 m NAP

Dit afwijkend peilgebied heeft een oppervlakte van 6 hectare en ligt in de gemeente Waddinxveen, zie Figuur 16. Het water wordt hier ingelaten door gemaal Wilhelminakade en ook afgevoerd door ditzelfde gemaal. Het afwijkend peil ligt in zijn geheel in GPG-1475. In het gebied staat een voormalige verffabriek met kantoor, dat al jaren buiten gebruik is. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 17.

 

Figuur 16: Afwijkend peil Strafhaven Noord

 

De mediane drooglegging in het gebied is 0,64 m wat past bij de functie van gras. In de afgelopen 10 jaar is de bodem met ongeveer 10 cm gezakt.

 

Dit peilgebied is een afwijkend peil vanwege het lage maaiveld in combinatie met de functie in het gebied. Het gebied heeft een agrarische functie. Er wordt al sinds de vorige eeuw een grotere drooglegging aangehouden dan in het omliggende peilgebied (GPG-1475). In 1975 is er een vergunning verleend voor deze onderbemaling (Nr. 165/75). Het peil wordt in stand gehouden door Staatsbosbeheer.

 

Volgens de beleidsregel afwijkende peilen dient een onderbemaling altijd met vergunning aanwezig te zijn, welke voor dit gebied aanwezig is. Deze onderbemaling voldoet niet aan de eisen voor de drooglegging, zie hoofdstuk 3.6. Dit betekent dat de vergunning vervalt of wordt ingetrokken. Echter, vanwege de verontreinigde grond nabij de oude verffabriek en de herontwikkeling naar bebouwing in de toekomst (Gemeente Waddinxveen, 2023) is besloten om het waterpeil vooralsnog gelijk te houden. Verder is het risico van de onderbemaling voor de omgeving erg beperkt, omdat dit gebied zijn eigen watersysteem heeft. Het waterpeil blijft vast -3,40m NAP. Bij herontwikkeling zal worden beoordeeld of deze bemaling kan vervallen of worden verondiept.

 

Tabel 17: Informatie afwijkend peil Strafhaven Noord

Peilgebied (Code)  

GPA-1291  

Peilgebied (Naam) 

Strafhaven Noord 

Grondgebruik 

Agrarisch gras 

Oppervlakte [ha] 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

-3,40 

Drooglegging [m] 

0,64 

Bodemdaling [m] 

0,11 

Praktijkpeil [m NAP] 

-3,40 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-3,40 

4.3.2 GPA-1292 (Wilhelminakade 88)

Vast –2,74 m NAP

Dit afwijkend peilgebied heeft een oppervlakte van 0,2 hectare en ligt in de gemeente Waddinxveen, zie Figuur 17. Het gebied wordt gevoed door kwel- en regenwater vanuit de omgeving. Het water kan via een vaste dam met stuw richting GPA-1291, waarna het via een pomp in peilgebied Oostpolder (GPG-1475) wordt gepompt. Het afwijkend peil ligt in zijn geheel in GPG-1475. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 18.

 

Figuur 17: Afwijkend peil Wilhelminakade 88

 

De mediane drooglegging in het gebied is 0,82 m wat past bij de huidige functie. In de afgelopen 10 jaar is de bodem met ongeveer 5 cm gezakt.

 

Dit is een afwijkend peil in het afwijkende peilgebied GPA-1291. Hier is een nieuwbouwhuis gebouwd, langs de sloot. Deze sloot is door de eigenaar verlengd door deze verder uit te graven en een vaste dam met stuw te plaatsen als peilscheiding als vervanging voor een eerdere dam. De sloot wordt gevoed door kwel en regenwater en kan via de dam overlopen in afwijkend peilgebied GPA-1291.

 

Staatsbosbeheer beheert de rest van de waterpeilen in dit gebied, waaronder ook deze sloot, welke valt onder vergunning (Nr. 165/75). Mogelijk hield de molen die hier vroeger stond het water op peil, maar omdat deze is verwijderd kan het peil hier niet meer gestuurd worden.

 

Het peil dat hier gehanteerd wordt is een tussenpeil tussen GPG-1475 en GPA-1291. Dit betekent dat het beoordeelt wordt als hoogwatervoorziening volgens de beleidsregel afwijkende peilen. Gezien het hoger gelegen maaiveld heeft deze hoogwatervoorziening een functie. De hoogwatervoorziening voldoet aan de eisen van de beleidsregel.

 

Omdat het huidige peil past bij de functie van het gebied zal het peil gehandhaafd worden. Het waterpeil wordt vast –2,74 m NAP.

 

Tabel 18: Informatie Afwijkend peil Wilhelminakade 88

Peilgebied (Code)  

GPA-1292  

Peilgebied (Naam) 

Wilhelminakade 88 

Grondgebruik 

Bebouwing 

Oppervlakte [ha] 

0,2 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

Drooglegging [m] 

0,82 

Bodemdaling [m] 

0,06 

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,74 (Ingemeten met GPS) 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,74 

4.3.3 GPA-1294 (Strafhaven Zuid)

Vast –2,58 m NAP

Dit afwijkend peilgebied heeft een oppervlakte van 10 hectare en ligt in de gemeente Waddinxveen, zie Figuur 18. Dit peilgebied wordt op peil gehouden door middel van een pomp die in beheer is van Staatsbosbeheer. Het gebied wordt gevoed door regenwater en kwel. Via een pomp wordt het water richting het Oostpolder peil (GPG-1475) gepompt. Het afwijkend peil ligt in zijn geheel in GPG-1475. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 19.

 

Figuur 18: Afwijkend peil Strafhaven Zuid

 

De mediane drooglegging in het gebied is 0,55 m wat past bij de huidige functie van recreatie. Het maaiveld kent grote verschillen binnen dit gebied. Het midden van het gebied ligt een stuk lager en kent een drooglegging van slechts 25 tot 30 cm. Langs de randen kan de drooglegging meer dan een meter zijn. In de afgelopen 10 jaar is de bodem met ongeveer 10 cm gezakt. Dit gebied sluit aan bij de rest van recreatiegebied het Weegje en bevat een aantal wandelpaden voor recreatie.

 

Het peil wijkt weinig af van het omliggende peilgebied Oostpolder (GPG-1475), maar omdat dit een eigen watersysteem met eigen watertoevoer is, heeft het peilgebied mogelijk een andere waterkwaliteit dan GPG-1475. Het peilgebied wordt gevoed door regenwater, kwelwater en een inlaat vanuit de Gouwe. Vroeger werd dit waterpeil geregeld door een windmolen, maar deze is vervangen door een gemaal. Via dit gemaal wordt het peil soms tijdelijk verlaagd door Staatsbosbeheer om onderhoud uit te voeren in het gebied. Het gaat dan om een peilverlaging van 5 tot 10 cm om het land begaanbaar te maken. Dit is voor een korte termijn wat de reden is waarom het niet in het peilbesluit wordt opgenomen als flexibel peil.

 

Volgens de beleidsregel afwijkende peilen dient een onderbemaling altijd met vergunning aanwezig te zijn, welke voor dit gebied niet aanwezig is. Deze onderbemaling voldoet niet aan de eisen voor de drooglegging, zie hoofdstuk 3.6. Dit betekent dat de vergunning vervalt of wordt ingetrokken. Echter, voor dit peilgebied zal in de toekomst verder onderzocht worden of het peilgebied samengevoegd kan worden met GPG-1475 en wat de gevolgen voor de waterkwaliteit zouden zijn. Ook zal er onderzocht worden of hier een flexibel peil gehanteerd kan worden, omdat het watersysteem dit toelaat. Dit wordt verder toegelicht in hoofdstuk 5 Maatregelen. Verder is het risico van de onderbemaling voor de omgeving erg beperkt, omdat dit gebied zijn eigen watersysteem heeft.

 

Het huidige peil voldoet voor de huidige functie van het gebied. Het peil blijft vast –2,58 m NAP.

 

Tabel 19: Informatie Afwijkend peil Strafhaven Zuid

Peilgebied (Code)  

GPA-1294  

Peilgebied (Naam) 

Strafhaven Zuid 

Grondgebruik 

Agrarisch gras, Loofbos 

Oppervlakte [ha] 

10 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

-2,58 

Drooglegging [m] 

0,55 

Bodemdaling [m] 

0,11

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,58 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,58 

4.3.4 GPA-1293 (Wilhelminakade 99)

Vast –2,30 m NAP

Dit afwijkend peilgebied heeft een oppervlakte van 0,2 hectare en ligt in de gemeente Waddinxveen, zie Figuur 19. Het water wordt ingelaten vanuit de Gouwe door middel van een pomp. Hierna loopt het water via een stuw over naar GPA-1294. Het afwijkend peil ligt in zijn geheel in GPG-1475. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 20.

 

Figuur 19: Afwijkend peil Wilhelminakade 99

 

De mediane drooglegging in het gebied is 0,69 m wat past bij de huidige functie.

 

Dit afwijkend peil ligt in afwijkend peilgebied GPA-1294. Het peil in dit gebied wordt hoger gehouden dan peil in de rest van GPA-1294. Het huis dat op dit perceel staat is gefundeerd op houten palen. Dit is de reden dat het waterpeil hier hoger is dan in het omliggende gebied. De stuw is vervangen in 2013 en sindsdien is de situatie ongewijzigd.

 

Volgens de beleidsregel afwijkende peilen is dit een hoogwatervoorziening welke voldoet aan de eisen, zie hoofdstuk 3.6. Het praktijkpeil kan hier gehandhaafd worden. Het peil wordt vast –2,30 m NAP.

 

Tabel 20: Informatie Afwijkend peil Wilhelminakade 99

Peilgebied (Code)  

GPA-1293  

Peilgebied (Naam) 

Wilhelminakade 99 

Grondgebruik 

Gras in bebouwd gebied 

Oppervlakte [ha] 

0,2 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

Drooglegging [m] 

0,69 

Bodemdaling [m] 

0,03 

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,30 (GPS ingemeten) 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,30 

4.3.5 GPA-1295 (Spoorbos)

Flexibel –2, 77 / -2,57 m NAP

Dit afwijkend peilgebied heeft een oppervlakte van 3 hectare en ligt in de gemeente Gouda, zie Figuur 20. Het water in dit gebied wordt ingelaten van peilgebied Oostpolder (GPG-1475) en wordt weggepompt naar ditzelfde peilgebied. Het afwijkend peil ligt in zijn geheel in GPG-1475. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 21.

 

Figuur 20: Afwijkend peil spoorbos

 

De mediane drooglegging in het gebied is 0,76 m wat past bij de huidige functie. In de afgelopen 10 jaar heeft er een bodemstijging van ongeveer 10 cm plaatsgevonden. Dit kan verklaard worden door de aanleg en veranderingen in het crossterrein.

 

Dit peilgebied heeft een onderbemaling welke nodig is voor de huidige gebruiksfunctie (crossterrein). In de situatie van het vorige peilbesluit werd het water ingelaten vanuit de Gouwe en ook weer weggepompt via de Gouwe. In de huidige situatie zijn de sloten langs de dijk gedempt en is hier drainage voor in de plaats gekomen. Het water van deze drainage wordt via een pomp op het Oostpolder peil gepompt. De vijver in het midden van het peilgebied wordt gebruikt om de baan te besproeien in de zomer. Er loopt een inlaat vanuit het Oostpolder peil richting deze vijver. Het peil in de vijver kan op zijn laagste punt –2,77 m NAP worden. Als het water boven het Oostpolder peil, -2,57 m NAP komt, gaat de pomp in de vijver aan en pompt deze het water weer richting het Oostpolder peil. Dit betekent dat er in de praktijk een flexibel peil is van –2,77 / –2,57 m NAP is.

 

Deze onderbemaling voldoet niet aan de eisen voor de drooglegging, zie hoofdstuk 3.6. Echter, de inrichting van het gebied is in overleg met HHSK uitgevoerd in relatie tot herstel van de waterkering, waarbij de kwelsloot uit het vorige peilbesluit is gedempt. Het huidige peil is nodig voor het afvoeren van het kwelwater langs de waterkering. Verder is het risico van de onderbemaling door de omgeving erg beperkt, omdat dit gebied zijn eigen watersysteem heeft. Vanwege zowel het belang van de waterkering als het grondgebruik wordt dit watersysteem in stand gehouden.

 

Het huidige peil voldoet voor de huidige functie van het gebied. Het peil wordt flexibel –2,77 / -2,57 m NAP.

 

Tabel 21: Informatie Afwijkend peil spoorbos

Peilgebied (Code)  

GPA-1295  

Peilgebied (Naam) 

Spoorbos 

Grondgebruik 

Gras in bebouwd gebied 

Oppervlakte [ha] 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

-3,40 

Drooglegging [m] 

0,76 

Bodemdaling [m] 

+0,14 

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,77 / –2,57 

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,77 / –2,57 

4.3.6 GPA-1290 (Westeinde 237)

Vast –2,72 m NAP

Dit afwijkend peilgebied heeft een oppervlakte van 0,1 hectare en ligt in de gemeente Zuidplas, zie Figuur 21. Het water wordt ingelaten door een inlaat vanuit de ringvaart. Via een verhoogde duiker wordt het water afgevoerd richting GPG-1470. Het afwijkend peil ligt in zijn geheel in GPG-1470. Een samenvatting is weergegeven in Tabel 22.

 

Figuur 21: Afwijkend peil Westeinde 237

 

De mediane drooglegging in dit gebied is 0,68 m.

 

Deze hoogwatervoorziening is aangelegd vanwege het direct aangrenzende oudere gebouw, en behoud van de fundering hiervan. Het huidige waterpeil ondersteund de functie van bebouwing. Volgens de beleidsregel afwijkende peilen is dit een hoogwatervoorziening welke voldoet aan de eisen, zie hoofdstuk 3.6. Het waterpeil blijft zoals de praktijksituatie. Het waterpeil wordt vast –2,72 m NAP.

 

Tabel 22: Informatie Afwijkend peil Westeinde 237

Peilgebied (Code)  

GPA-1290  

Peilgebied (Naam) 

Westeinde 237 

Grondgebruik 

Gras in bebouwd gebied 

Oppervlakte [ha] 

0,1 

Peilbesluit 2013 [m NAP] 

Drooglegging [m] 

0,68

Bodemdaling [m] 

0,02

Praktijkpeil [m NAP] 

-2,72

Voorgesteld peil [m NAP] 

-2,72

 

4.4 Effecten peilbesluit

Peilgebiedsgrenzen zijn waar nodig aangepast naar aanleiding van actuele informatie. Dat leidt niet tot peilwijzigingen. Verder zijn er een aantal peilafwijkingen toegevoegd aan het peilbesluit, maar dit heeft geen effect op de praktijksituatie.

 

Voor de drie peilgebieden GPG-1465, GPG-1470 & GPG-1473 is besloten om een flexibel peil in te stellen. Dit betekent dat het peil in een natte periode met verlaagd kan worden om het land begaanbaar te houden en in droge periodes juist hoger gehouden wordt. De verwachtte effecten hiervan zijn gering gezien het feit dat het maar om een kleine bandbreedte gaat. Doordat de verlaging t.o.v. het vorige peilbesluit geringer is dan de verwachte bodemdaling, zal geen versnelling van bodemdaling of daaraan gerelateerde effecten optreden. De invloed op het grondwater in de nabije omgeving is nihil, gezien de nabijheid van watergangen van andere peilgebieden bij de peilgebiedsgrenzen. Beoordeeld is dat deze aanpassing geen negatief heeft op de aangrenzende waterkering.

5. Maatregelen

5.1 Peilafwegingen kern van Moordrecht

Vanuit de toetsing aan de door de provincie Zuid-Holland gestelde normen voor de kans op wateroverlast door overstroming vanuit oppervlaktewater is naar voren gekomen dat de kern van Moordrecht (GPG-1467, GPG-1468 & GPG-1469) een aantal knelpunten bevat. Hiervoor zijn verschillende oplossingen aangedragen, die kunnen bijdragen aan het verhelpen van deze knelpunten. Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn dat de drie peilgebieden die rondom en in de kern van Moordrecht liggen worden samengevoegd. Dit betekent dat het waterpeil in de oude kern van Moordrecht iets verlaagd zou moeten worden en de omliggende peilen iets verhoogd moeten worden. Het verschil tussen deze peilen is momenteel 8 cm, waardoor één van de voorstellen was om het waterpeil in de kern van Moordrecht te verlagen met 4 cm en de andere twee waterpeilen 4 cm te verhogen. Dit zou effect kunnen hebben op de grondwaterstanden in deze peilgebieden. Omdat er in de oude kern van Moordrecht een aantal funderingen op houten palen staan, zou dit gevolgen kunnen hebben. Nader onderzoek is nodig om de effecten te beoordelen. Ook moet er gekeken worden naar andere peilwijzigingen. Ook zou het waterpeil in de kern van Moordrecht ook met 2 cm verlaagd kunnen worden, waarbij de omliggende peilen met 6 cm verhoogd worden. Zo zijn er verschillende varianten die nog onderzocht moeten worden voordat hier een goede keuze in gemaakt kan worden. Daarom is voor dit moment besloten dat de waterpeilen in en rondom de kern van Moordrecht hetzelfde blijven.

 

5.2 Onderzoek naar samenvoegen/flexibel peil Wandelpaden het Weegje

Mogelijk ligt er een kans om peilgebied GPG-1475 en afwijkend peil GPA-1294 samen te voegen om een robuuster watersysteem te creëren. Tijdens dit peilbesluit is hier nog niet voor gekozen omdat de consequenties eerst inzichtelijk gemaakt moeten worden. Een onderzoek is nodig naar de mogelijke opties en de consequenties van deze opties. Uit het vorige peilbesluit kwam naar voren dat er de mogelijkheid bestaat om een flexibel peil te voeren in dit afwijkende peil, maar het onderzoek naar de effecten hiervan is nog niet uitgevoerd. Ook dit is iets wat onderzocht moet worden en waarvan de consequenties in kaart gebracht moeten worden.

6. Evaluatie

Binnen dit hoofdstuk worden het proces van de evaluatie peilbeheer en de evaluatie van het peilbesluit besproken.

 

6.1 Evaluatie peilbeheer

We evalueren jaarlijks het gevoerde peilbeheer op basis van metingen. De meeste peilgebieden kennen één of meer meetpunten voor de waterpeilen. De metingen zijn voor eenieder zichtbaar op de website van HHSK. Een groot deel van de meetpunten is automatisch, en registreert continu het waterpeil. Op deze locaties is ook een ter plaatse afleesbare peilschaal aanwezig. Sommige peilgebieden hebben alleen een peilschaal. Enkele peilgebieden hebben geen automatisch meetpunt of peilschaal; in die peilgebieden wordt incidenteel het peil gemeten.

Met deze meetgegevens evalueren we jaarlijks het gevoerde beheer. Daarbij ligt de nadruk op afwijkingen (zowel hogere als lagere waterpeilen). Van deze afwijkingen bepalen we of er verbetering mogelijk is, in beheer, onderhoud of dat er aanleiding is om het peilbesluit te herzien.

Meer lokale situaties, zoals een melding van een ongebruikelijk hoog waterpeil evalueren we op de korte termijn op basis van onze procedures voor meldingen.

 

6.2 Evaluatie peilbesluit

Dit peilbesluit geldt voor onbepaalde tijd. Met enige regelmaat (tenminste eens per vier jaar) beoordeelt HHSK de actualisatie van peilbesluiten dat gebeurt op basis van:

  • De resultaten van de jaarlijkse evaluaties (zie H 6.1).

  • Kennis uit onderzoeken en metingen die een relatie hebben met de peilbesluitkeuzes, zoals inzicht in de opgetreden en verwachte bodemdaling.

  • Ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen in het gebied;

Op basis van één of meer van deze aspecten kan HHSK overgaan tot actualisatie van het peilbesluit.

7. Bronnen

Actueel Hoogtebestand Nederland. (2023). Algemeen hoogtebestand Nederland.

https://www.ahn.nl/

 

Gemeente Waddinxveen. (2023). Overzicht nieuwbouwprojecten. https://www.waddinxveen.nl/overzicht-nieuwbouwprojecten/

 

Gemeente Zuidplas. (2024). 50 jarenwijk Moordrecht. https://www.zuidplas.nl/50-jarenwijk-moordrecht

 

HHSK. (2024). Beleidsregel Afwijkende peilen. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

 

HHSK. (2018). Beleidsuitwerking Peilbeheer. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

 

HHSK. (2018). Nota watersystemen HHSK. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

 

HHSK. (2018). Visie bodemdaling. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

 

HHSK. (2021). Ontwerp KRW-plan 2022-2027 Schieland en de Krimpenerwaard. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

 

HHSK. (2022). Waterbeheerprogramma 2022-2027. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

 

Omgevingsloket. (2024). Regels op de kaart. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/

 

PZH. (2024). Omgevingsvisie Zuid-Holland. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR719176/1

 

PZH. (2021). Besluit van provinciale staten van Zuid-Holland van 15 december 2021, kenmerk 7398, tot vaststelling van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (Zuid-Hollandse Omgevingsverordening) | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl).

 

PZH. 2024 Gebiedsprofielen. https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/ruimte/gebiedsprofielen/

 

PZH. (2024). Cultuurhistorische atlas. https://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur_historische_atlas

 

Wageningen Environmental Research. (2023). Landelijk Grondgebruik Nederland. https://lgn.nl

 

Waterkwaliteitsportaal. (2024). KRW-factsheet. https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/krw-factsheets

8. Bijlagen

  • 1.

    Peilbesluitkaart

  • 2.

    Waterkeringen

  • 3.

    Grondgebruik kaart

  • 4.

    Maaiveldhoogtekaart

  • 5.

    Drooglegging kaart

  • 6.

    Bodemdaling kaart

  • 7.

    Bodemkaart

9. Begrippenlijst

Afwijkend peil:

Een afgebakend gedeelte van een peilgebied waarvoor een watervergunning van toepassing is voor een van het peilbesluit afwijkend waterpeil. Dit kan een opmaling of hoogwatervoorziening zijn bij een hoger peil. Of een onderbemaling bij een lager peil. Ook “peilafwijking” genoemd.

 

Bandbreedte:

Het verschil tussen een boven- en ondergrens, bijvoorbeeld bij een flexibel waterpeil.

 

Beheermarge:

De beheermarge is de tijdelijke afwijking van het waterpeil in een peilgebied die optreedt als gevolg van natuurlijke verschijnselen en ingrepen die nodig zijn om het streefpeil te handhaven. Voorbeelden hiervan zijn: tijdelijk verhang door aan- en uitzetten van het gemaal, verhoging van het waterpeil tijdens wateraanvoer of door opwaaiing of afwaaien.

 

Bodemdaling:

De mate waarin de bovenkant van de bodem daalt in een bepaalde tijd. Diverse processen kunnen de daling veroorzaken.

 

Drooglegging:

Het hoogteverschil tussen de waterspiegel/ het waterpeil in een waterloop en het naastgelegen grondoppervlak/maaiveld.

 

Flexibel peil:

Een peilregime waarin een waterstand tussen een vastgestelde onder- en bovengrens wordt nagestreefd. Dit kan op verschillende manieren ingevuld worden.

 

Fundering op staal:

Een funderingswijze waarbij de muren of wanden rechtstreeks op de bodem rusten. Dit in tegenstelling tot een fundering op palen, waarbij de muren via palen op een diepere laag rusten.

 

Hoogwatervoorziening:

Vergunde peilafwijking waar een hoger waterpeil wordt gevoerd dan in het vastgestelde peilgebied. Ook “opmaling” genoemd.

 

Indexatie:

Geleidelijke aanpassing van het waterpeil aan een verandering, zoals de bodemdaling. Ook “peilindexatie” genoemd.

 

Onderbemaling:

Vergunde peilafwijking waar een lager waterpeil wordt gevoerd dan in het vastgestelde peilgebied.

 

Ontwateringsdiepte:

Het verschil tussen het maaiveld (bovenzijde grond) en de grondwaterstand op dat punt.

 

Opmaling:

Vergunde peilafwijking waar een hoger waterpeil wordt gevoerd dan in het vastgestelde peilgebied. Ook “hoogwatervoorziening” genoemd.

 

Peil:

Hoogte van het oppervlaktewater ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil). Ook “waterpeil” genoemd.

 

Peilafweging:

Afweging op welke hoogte het waterpeil ingesteld moet worden.

 

Peilafwijking:

Een afgebakend gedeelte van een peilgebied waarvoor een watervergunning van toepassing is voor een van het peilbesluit afwijkend waterpeil. Dit kan een opmaling of hoogwatervoorziening zijn bij een hoger peil. Of een onderbemaling bij een lager peil. Ook “afwijkend peil” genoemd.

 

Peilbeheer:

Inspanningsverplichting voor het beheren van het waterpeil van het oppervlaktewater in een bepaald gebied, gericht op het handhaven van het vastgestelde peilregime of waterhoogte binnen de vastgestelde bandbreedte.

 

Peilbesluit:

Besluit van een waterschap over de hoogte van het waterpeil.

 

Peilbesluitgebied:

Het gebied waar een besluit van een waterschap over de hoogte van het waterpeil in oppervlaktewater van kracht is.

 

Peilgebied:

Een peilgebied is een waterstaatkundige eenheid waarbinnen hetzelfde waterpeil of peilregime wordt beheerd.

 

Peilfixatie:

Het gelijk houden van het waterpeil ten opzichte van NAP, ook als er sprake is van maaivelddaling.

 

Peilindexatie:

Geleidelijke aanpassing van het waterpeil aan een verandering, zoals de maaivelddaling. Ook “indexatie” genoemd.

 

Schouwpeil:

In het peilbesluit vastgesteld peil dat het referentieniveau vertegenwoordigd voor het voeren van de schouw, het afhandelen vergunningen en het uitvoeren van onderhoud aan watergangen. Bij een flexibel peil wordt uitgegaan van de ondergrens.

 

Vast peil:

Een peilregime waarbij één waterpeil wordt nagestreefd.

 

Vigerend peilbesluit:

Het op het moment van schrijven (van deze toelichting) officieel van toepassing zijnde peilbesluit.

 

Waterkering:

Een object (zoals een dijk of dam) dat oppervlaktewater tegenhoudt, zodat het niet naar lager liggend land kan stromen.

 

Waterpeil:

Vastgestelde hoogte van het oppervlaktewater ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil). Ook “peil” genoemd.

 

Waterstand:

Hoogte van het oppervlaktewater op een bepaald moment ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil).

 

Bijlage 1 Peilbesluitkaart

 

Bijlage 2 Waterkeringen

 

Bijlage 3 Grondgebruik kaart

 

Bijlage 4 Maaiveldhoogtekaart

 

Bijlage 5 Drooglegging kaart

 

Bijlage 6 Bodemdaling kaart

 

Bijlage 7 Bodemkaart

 

Naar boven