Waterschapsblad van Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard | Waterschapsblad 2025, 18644 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard | Waterschapsblad 2025, 18644 | ander besluit van algemene strekking |
Op 9 juli 2025 heeft de Verenigde Vergadering (VV) van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard het peilbesluit polder Bleiswijk vastgesteld. Dit peilbesluit bevat de nieuwe waterstanden voor de sloten in de polder Bleiswijk. De nieuwe waterstanden treden de dag na publicatie in werking, met uitzondering van een aantal gebieden waar eerst inrichtingsmaatregelen worden getroffen.
Het ontwerp-peilbesluit heeft in de periode van 24 februari tot en met 7 april 2025 ter inzage gelegen. Er zijn vier zienswijzen ingediend. Sommige van deze zienswijzen hebben aanleiding gegeven tot aanpassing van de peilbesluitkaart en de toelichting bij het peilbesluit. De Nota van beantwoording vindt u als bijlage bij de bekendmaking (zie linkerkolom).
Bent u het niet eens met dit besluit?
Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, kunnen tegen het besluit tot vaststelling van het peilbesluit beroep instellen. Dit geldt ook voor belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet verweten kan worden dat zij geen zienswijze hebben ingebracht of voor belanghebbenden die bezwaren hebben tegen wijzigingen die zijn aangebracht bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerpbesluit. U kunt dit binnen zes weken na de datum van bekendmaking van dit besluit doen bij de rechtbank Rotterdam.
Het besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na deze bekendmaking. Het instellen van beroep verandert dit niet. Levert dit voor u een probleem op? Dan kunt u de rechtbank vragen om te beslissen dat het besluit niet meteen in werking treedt. Dat heet het aanvragen van een voorlopige voorziening.
U kunt beroep instellen en eventueel een voorlopige voorziening aanvragen bij de rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Hiervoor heeft u ook een DigiD-code of E-herkenning nodig. Op papier gaat dat via Rechtbank Rotterdam, Sector Bestuursrecht, Postbus 50951, 3007 BM Rotterdam. Voor de behandeling hiervan betaalt u griffierecht. Het bedrag vindt u op: https://www.rechtspraak.nl/Naar-de-rechter/Kosten-rechtszaak/Griffierecht/Paginas/Griffierecht-bestuursrecht.aspx
Let op! Een voorlopige voorziening kunt u alleen aanvragen als u ook beroep heeft ingesteld. Daarom moet u een kopie van het beroepschrift meesturen.
De verenigde vergadering van Schieland en de Krimpenerwaard;
gelet op het bepaalde in artikel 2.41 van de Omgevingswet (2024) en artikel 7.5 van de Provinciale Omgevingsverordening (2024),
overwegende dat het huidige peilbesluit Polder Bleiswijk C.A. (2016) niet meer actueel is.
op voordracht van dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard
* Dit waterpeil was in het vorige peilbesluit opgenomen als peilafwijking.
** Het peilbesluit voor de Bleiswijkse Zoom is in 2023 geactualiseerd en overgenomen in dit peilbesluit
Het schouwpeil is het referentieniveau van het water voor het voeren van de schouw, het afhandelen van vergunningen en het uitvoeren van onderhoud aan watergangen.
De peilen als genoemd in dit besluit en aangegeven op de bijbehorende kaart worden nagestreefd met inachtneming van de volgende bepalingen:
Afwijkingen in het oppervlaktewaterpeil kunnen voorkomen door watertransport en weersomstandigheden. Het is daarom niet mogelijk het beschreven peil altijd overal te handhaven. De fluctuaties variëren van plaats tot plaats, door onder meer verhang, opwaaiing, golfslag en weerstand door plantengroei. Rekening dient te worden gehouden met tijdelijke peilfluctuaties rondom het na te streven peil.
Dit peilbesluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking ervan.
Toelichting peilbesluit polder Bleiswijk
Het peilbesluitgebied polder Bleiswijk bestaat uit verschillende stedelijke kernen (Bleiswijk, Bergschenhoek en het Molenlaankwartier). Daarnaast is er veel glastuinbouw en industriegebied in de polder. Ook liggen er verschillende natuur- en recreatiegebieden zoals de Bleiswijkse Zoom, het Lage Bergse Bos en het Hoge Bergse Bos. In klein deel van het gebied wordt agrarisch gebruikt.
Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard beheert de waterstanden in de sloten en watergangen in het gebied. De vastgelegde waterstand die het waterschap hierbij nastreeft noemen we het waterpeil. Dit waterpeil wordt vastgelegd in een peilbesluit. Het meest recente peilbesluit van de polder Bleiswijk komt uit 2016.
Sinds 2016 zijn er in het gebied een aantal dingen veranderd. De nieuwe rijksweg A16 doorkruist het gebied, de Vlinderstrik is gerealiseerd en ook vindt er woningbouw plaats (Wilderszijde). Daarnaast is er sinds 2016 meer inzicht en kennis over de werking van het watersysteem in het gebied. Om al deze redenen heeft het waterschap opnieuw naar het peilbesluit gekeken.
In vergelijking met het peilbesluit uit 2016 zijn er een aantal wijzigingen. De belangrijkste wijziging ten opzichte van 2016, is een toename in het aantal peilgebieden. Hoewel we streven naar zo min mogelijk peilgebieden, is de toename goed te verklaren. Er zijn drie oorzaken van deze toename:
In het vorige peilbesluit waren verschillende watergangen die we gebruiken om water aan te voeren (hoofdwatergang aanvoer) aangewezen als peilafwijking. Omdat de gebieden door de functie als wateraanvoer erg belangrijk zijn (maatschappelijk belang), is er volgens het beleid van HHSK niet sprake van een peilafwijking maar van een peilgebied. Bij een peilgebied is HHSK namelijk verantwoordelijk voor het peilbeheer en het in- en uitlaten van water in het gebied.
Een aantal gebieden waren in het vorige peilbesluit aangewezen als peilafwijking. In deze gebieden zijn er echter zo veel belangen en belanghebbenden, dat er sprake is van een maatschappelijk belang. Vanwege dit maatschappelijk belang is er volgens het beleid van HHSK sprake van een peilgebied. In deze gebieden gaat HHSK dus het peilbeheer overnemen als dat nog niet zo was.
Er worden ook een aantal peilgebieden (die eerst peilafwijking waren) samengevoegd. In deze gevallen was het verschil in waterpeil tussen de twee peilgebieden zo klein dat de gebieden samengevoegd konden worden en zijn er geen negatieve effecten van het samenvoegen.
Een andere wijziging ten opzichte van het peilbesluit uit 2016, is een verandering van de schouwpeilen. Het schouwpeil is het referentieniveau voor de controle van de waterdiepte van (hoofd)watergangen. In tegenstelling tot andere peilbesluiten, waren de schouwpeilen voor de polder Bleiswijk niet altijd vastgelegd op het laagste waterpeil in gebieden met een flexibel waterpeil. In dit peilbesluit leggen we de schouwpeilen wel vast op het laagste waterpeil. Hiermee zorgen we ervoor dat in periodes waarin het water laag staat, de sloot voldoende diep is om het water aan- en af te voeren.
In de tabel hieronder zijn de nieuwe voorgestelde waterpeilen weergegeven.
* Dit waterpeil was in het vorige peilbesluit opgenomen als peilafwijking.
** Het peilbesluit voor de Bleiswijkse Zoom is in 2023 geactualiseerd en overgenomen in dit peilbesluit
Naast het vaststellen van deze waterpeilen, zijn er ook afwijkende peilen vastgesteld. De meeste afwijkende peilen zijn een zogenaamde hoogwatervoorziening en worden gebruikt als ‘tussenpeil’ tussen de Boezemvaart of de Rotte en een lagergelegen gebied erachter. Eén gebied heeft een lager peil om agrarisch gebruik mogelijk te houden. De peilafwijkingen die in hoofdstuk 4 zijn beschreven en weergegeven in bijlage VI worden in stand gehouden.
Om deze waterpeilen in te voeren of omdat het waterschap van een aantal gebieden het peilbeheer overneemt worden er een aantal maatregelen uitgevoerd:
Het peilregime van het oppervlaktewater vormt een belangrijke randvoorwaarde voor het gebruik van het gebied. Bij een te laag waterpeil kunnen verdroging, versnelde maaivelddaling of een ongewenste toename van kwel optreden. Bij een te hoog waterpeil wordt de kans op vernattingsschade groter en neemt de kans op wateroverlast toe. Het peilregime en de inrichting van het watersysteem zijn ook van invloed op ecologische, cultuurhistorische en andere waarden van het gebied.
In een peilbesluit wordt het oppervlaktewaterpeil en peilbeheer vastgesteld op basis van een brede afweging van alle, bij de waterhuishouding betrokken, belangen. Hierbij wordt rekening gehouden met drooglegging, waterkeringen, waterhuishouding, waterkwaliteit, ecologie, cultuurhistorische-, archeologische- en landschappelijke waarden. Deze afweging vindt plaats op basis van de geldende wet- en regelgeving en beleidsuitgangspunten.
1.1. Aanleiding en doelstelling
Het meest recente peilbesluit van de polder Bleiswijk is in 2016 vastgesteld. Volgens artikel 2.41 van de Omgevingswet (2024) en artikel 7.5. van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (2021), is HHSK verplicht peilbesluiten op te stellen en deze actueel te houden.
Het peilbesluit van de polder Bleiswijk c.a. is in verschillende opzichten niet meer actueel. Peilgebiedsgrenzen zijn in de praktijk anders dan volgens dat besluit. Daarnaast is er in enkele gebieden sprake van ruimtelijke veranderingen die aanleiding zijn om het peilbesluit te heroverwegen. De praktijk in uitvoering van peilbeheer is niet altijd in lijn met het beleid van HHSK. In een aantal gebieden is een gemeente of particulier peilbeheerder, waar het meer voor de hand ligt dat het hoogheemraadschap dit uitvoert. Ten slotte is er een beter inzicht in de waterstaatkundige inrichting van de polder en kan dit in het peilbesluit worden vastgelegd.
Dit document bevat de toelichting op het peilbesluit, met daarin de aanpak, keuzes en onderbouwing die ten grondslag liggen aan dit besluit.
Het peilbesluit volgt de openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet Bestuursrecht (AwB). Het concept-ontwerp peilbesluit wordt ter inzage gelegd gedurende zes weken. Tijdens deze periode kunnen belanghebbenden zienswijzen indienen op het ontwerp peilbesluit. Na behandeling van de zienswijzen wordt het peilbesluit door de Verenigde Vergadering van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard vastgesteld.
Tijdens de totstandkoming van het ontwerp peilbesluit zijn belanghebbenden in het plangebied geraadpleegd. Op 22 oktober heeft er een bewonersavond plaatsgevonden waar de voorgestelde wijzigingen zijn toegelicht.
Het peilbesluit heeft van 24 februari tot en met 7 april 2025 ter inzage gelegen. Er zijn twee zienswijzen binnengekomen van respectievelijk de gemeente Lansingerland en Staatsbosbeheer. Dit heeft niet geleid tot grote wijzigingen. Voor twee gebieden zijn peilgebiedsgrenzen aangepast.
In het volgende hoofdstuk is de gebiedsbeschrijving van de polder te lezen. In hoofdstuk 3 is het beleid van HHSK en van andere overheden toegelicht. Deze zaken zijn in hoofdstuk 4 meegenomen in de peilafweging. In dit hoofdstuk staan per peilgebied de nieuwe voorgestelde waterstanden en die in het gebied in stand worden gehouden. Daarnaast zijn hier ook de maatregelen die nodig zijn om het peilbesluit in te voeren beschreven.
In hoofdstuk 5 wordt het evalueren van het peilbeheer verder toegelicht.
Figuur 1, overzichtskaart van het peilbesluitgebied polder Bleiswijk c.a.
De polder Bleiswijk ligt tussen Zoetermeer en Rotterdam. De polder bestaat uit verschillende kleinere polders; de Klappolder, de Overbuurtse polder, de Oosthoekeindsche polder, de Oosteinds polder, Boterdorpsche polder, Schiebroekse polder en de polder 110 Morgen.
In het noorden wordt de polder doorsneden door de A12 en de naastgelegen spoorlijn Den Haag – Utrecht. Van noord naar zuid doorsnijd de hogesnelheidslijn (HSL) de polder.
De polder maakt deel uit van de gemeenten Lansingerland en Rotterdam (stadsdeel Schiebroek-Hillegersberg). Het peilbesluitgebied kent veel functies. De polder heeft deels een agrarisch karakter waarbij glastuinbouw de meest voorkomende vorm van bedrijfsvoering is. De stedelijke gebieden Bleiswijk, Bergschenhoek en het Molenlaankwartier (onderdeel gemeente Rotterdam) vormen het stedelijke karakter van de polder. Ook liggen er verschillende industriegebieden zoals bedrijventerrein Prisma, de Hoefslag, Greenparc Bleiswijk en bedrijventerrein Lansingerland. Langs de Rotte liggen een aantal natuur- en recreatiegebieden zoals de Bleiswijkse Fles, Bleiswijkse Zoom en het Hoge en Lage Bergse Bos.
Rond de twaalfde eeuw is begonnen met het ontginnen van veengebieden, waaronder Bleiswijk en Bergschenhoek. Bebouwing uit deze tijd is niet overgebleven maar landschapskenmerken wel, bijvoorbeeld de Lange Vaart. Door afgraven, inklinken en het verweren van de veengrond daalde het maaiveld en werd het gebied natter. In de eeuwen daarna bleef er turf gewonnen worden tot de polder voor 80% uit water bestond.
In 1772 is begonnen met het droogmalen van de Bleiswijkse droogmakerij. Middels intensief malen met zeven molengangen en molens is de polder binnen tien jaar drooggemalen. De ontstane Bleiswijkse kleipolders waren zeer geschikt voor akkerbouw. Hier werden voornamelijk gras, granen, vlas en aardappelen geteeld.
Na de tweede wereldoorlog steeg de bevolking in de polder explosief. Hierdoor groeiden de stedelijke kernen van Bleiswijk en Bergschenhoek. Daarnaast ontwikkelde de glastuinbouw zich ook in het gebied.
De meeste panden in de polder zijn gebouwd na 1970. Vooral in de stedelijke kernen van Bleiswijk, Bergschenhoek en het Molenlaankwartier staan panden met bouwjaren vóór 1950. Deze panden zijn vaak zonder palen (op staal) gefundeerd of hebben houten palen. Ook langs de gehele boezemvaart staan veel panden van vóór 1950.
2.4. Ruimtelijke ontwikkelingen
In het gebied is in de afgelopen jaren gewerkt aan de nieuwe Rijksweg A16. Deze doorkruist het gebied van oost naar west. Daarnaast wordt er ten zuiden van Bergschenhoek een nieuwe woonwijk ontwikkeld (Wilderszijde) en is er in het westen van het gebied een nieuw natuur- en recreatiegebied aangelegd (Vlinderstrik).
2.5. Bodemopbouw en geohydrologie
In de Polder Bleiswijk c.a. komen er verschillende bodemtypes voor zoals klei, zavel en veen. Het meest voorkomende bodemtype is lichte klei. Veen komt vooral voor in het zuiden van het gebied. Daarnaast lopen door het gebied heen oude riviergeulen (net ten noorden van Bleiswijk en in het meest noordelijke deel van de klappolder), dit zijn over het algemeen dikke zandige lagen. In de stedelijke gebieden bestaat de bodem uit een antropogene (ophoog) laag met een dikte variërend tussen 0,25 m en 1 m.
In de gehele polder is er voornamelijk sprake van kwel. Langs de boezemvaart is er sprake van wegzijging.
Om het watersysteem van de polder inzichtelijk te maken is er onderscheid gemaakt tussen wateraanvoer en waterafvoer.
De gehele polder wordt op de Rotte afgevoerd via de gemalen de Kooi en Lansingerland. De hoger gelegen gebieden voeren overtollig water af op gemaal de Kooi via een aantal stuwen. De lager gelegen gebieden wateren af via gebiedsbemalingen (Bergweg-Zuid, Bergweg-Noord, Hoekse kade en Overbuurtsche polder).
Waterafvoer uit de polder Schiebroek stroomt via een stuw naar de polder Bleiswijk. Dit wordt via gemaal Lansingerland op de Rotte gezet.
De polder Bleiswijk wordt voor het grootste deel met water uit de Rotte op peil gehouden. Via de Boterdorpse verlaat en Bleiswijkse verlaat wordt water uit de Rotte in de Boezemvaart gezet. Via de boezemvaart en een aantal hoofdwatergangen bestemd voor wateraanvoer in de peilgebieden worden de peilgebieden van water voorzien. In het zuidoosten worden twee peilgebieden middels een inlaat van water van het Hoogheemraadschap van Delfland voorzien.
De Europese Kaderichtlijn Water (KRW) moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van zogenoemde oppervlaktewaterlichamen voldoen aan het GEP (Goed Ecologisch Potentieel). De KRW is verankerd in Nederlandse wet- en regelgeving. De waterkwaliteit mag niet achteruitgaan en wordt waar mogelijk verbeterd. Uiterlijk 2027 moet de ecologische en chemische toestand van het oppervlaktewater verbeteren tot het beschreven doel. Deze doelen zijn regionaal uitgewerkt en vastgesteld door Provinciale Staten. Voor de polder Bleiswijk zijn de Boezemvaart, Bleiswijkse Zoom, het Lage Bergse Bos, het Hoge Bergse Bos, de 1e tocht, de 3e tocht, de Limiettocht en de Kooitocht KRW-lichamen.
3. Beleidskaders en uitgangspunten peilbeheer
In artikel 2.41 van de omgevingswet (2024) is aangegeven dat het waterschap peilbesluiten opstelt voor de in de omgevingsverordening aangewezen waterlichamen. Gesteld is dat het peilbesluit de waterstanden of bandbreedten waarin waterstanden kunnen variëren vaststellen.
In artikel 7.5. van de Omgevingsverordening van de Provincie Zuid-Holland, is aangegeven dat het waterschap verantwoordelijk is voor het opstellen van peilbesluiten voor het oppervlaktewater in haar beheergebied. Daarnaast is gesteld dat de peilbesluiten actueel moeten zijn.
In het Waterbeheerprogramma van HHSK (2022-2027) werkt HHSK aan voldoende en schoon water. Het waterbeheer is in elk gebied anders. Daarom wordt de omgeving betrokken en wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met alle belangen.
In de beleidsuitwerking peilbeheer is beschreven welke doelen HHSK nastreeft. Daarnaast zijn er een aantal uitgangspunten vastgesteld. Met peilbeheer streven we de volgende doelen na:
Voor de polder Bleiswijk c.a. zijn de volgende uitgangspunten gericht op de functie van het gebied van toepassing:
De functie van berging, aanvoer en afvoer liggen staat voorop. Binnen de boezem worden niet of nauwelijks peilaanpassingen doorgevoerd. Bestaande marges in het waterpeil, voor verhang en/of berging, worden in stand gehouden en waar mogelijk vergroot.
Stedelijk gebied en glastuinbouw
Vanwege de (vaak) vele tegenstrijdige belangen in stedelijk gebied is de algemene lijn dat in stedelijk gebied niet of zeer beperkt peilaanpassing plaatsvindt.
Vanwege de beperkte maaivelddaling in akkerbouwgebied kan peilaanpassing worden overwogen als dat voor de instandhouding van de functie noodzakelijk is.
In natuurgebied streven we naar een zo natuurlijk mogelijk peilregime. Dit betekent over het algemeen hoge waterstanden in natte perioden en lage waterstanden in droge perioden.
3.3.2. Peilverlaging, -aanpassing en -grenzen
Peilverlaging passen we in principe niet toe. Alleen waar een peilverlaging onderdeel uitmaakt van een maatregelenpakket dat per saldo gunstig is voor het watersysteem, kan een zekere peilverlaging worden overwogen.
Peilaanpassingen in verband met de maaivelddaling beperken we met het oog op de langetermijn effecten tot een verantwoord minimum. We gaan ervan uit dat de eigenaren en gebruikers in de eerste plaats zelf doen wat redelijkerwijs mogelijk is om de maaivelddaling te beperken of te compenseren.
In bepaalde situaties lopen we aan tegen de grenzen van het peilbeheer. Bijvoorbeeld doordat bij een verdergaande peilaanpassing de (water-)bodem verregaand instabiel zou worden, en/of een ongewenste versterking van de kwel optreedt. Waar de ondergrens is bereikt kan het waterpeil niet verder worden aangepast.
3.3.3. Peilgebieden en-scheidingen
We streven naar vergroting van de veerkracht en doelmatigheid van het watersysteem door de versnippering van peilgebieden te beperken en te zorgen voor een robuuste inrichting. Er zijn praktische uitgangspunten voor de omvang van peilgebieden, peilscheidingen en kunstwerken, watergangen en wateraanvoer.
Voldoende afstand tussen waterpeil en maaiveld is nodig voor goed waterbeheer. Enerzijds voor gemeentes om hemelwater goed af te voeren, grondwater te kunnen beheren en anderzijds om water te kunnen bergen in het watersysteem. Bij voorkeur is de drooglegging voor bebouwing en hoofdwegen 1,30 meter ten opzichte van het laagste peil uit het peilbesluit. Voor overige wegen is de voorkeur 1 meter. Voor alle andere functies is het de voorkeur dat ze een drooglegging hebben van minder dan 1,30 meter. Een grotere drooglegging kan ongunstige effecten hebben op de snelheid van bodemdaling, beheerbaarheid en robuustheid van het watersysteem.
3.3.5. Bestaande afwijkende peilen
Op basis van regelgeving van het waterschap (Waterschapsverordening, voorheen Keur) kan een persoon of organisatie onder voorwaarden een peil voeren in een gebied, dat afwijkt van de omgeving. Deze persoon of organisatie is hier dan ook verantwoordelijk voor op basis van een vergunning. Dit wordt een ‘afwijkend peil’ genoemd. In het verleden zijn ook afwijkende peilen zonder vergunning gerealiseerd.
HHSK dringt bestaande afwijkende peilen zoveel mogelijk terug en zorgt voor een doelmatige regulering van de resterende. We doen dit, veelal in samenhang met de voorbereiding of heroverweging van een peilbesluit, via de volgende stappen:
Hierbij kijken we naar het volgende:
3.3.6. Peilbeheer, risico’s en schade
HHSK gaat in het kader van een peilbesluit als volgt om met de mogelijke gevolgen voor bebouwing en funderingen:
In dit hoofdstuk wordt de peilafweging van elk peilgebied toegelicht. Waar nodig, wordt de manier waarop het peilbeheer wordt uitgevoerd beschreven. De peilgebieden krijgen in dit nieuwe peilbesluit een nieuwe code. Een aantal peilgebieden zijn in dit nieuwe peilbesluit opgeknipt in meerdere peilgebieden. Daarnaast zijn er een aantal peilafwijkingen omgezet naar peilgebied. In de tabel hieronder is een conversietabel weergegeven waarin te zien is wat de oude en de nieuwe codes zijn per peilgebied.
In elk peilgebied zijn de belangen zo zorgvuldig mogelijk meegewogen om te komen tot een zo goed mogelijk waterpeil.
In de tabel hieronder is een overzicht te zien van de peilgebieden met daarbij het waterpeil uit het peilbesluit van 2016 en het nieuwe waterpeil. In de komende paragrafen is per peilgebied de peilafweging beschreven. In bijlage I is de nieuwe peilbesluitkaart te zien.
* Dit waterpeil was in het vorige peilbesluit opgenomen als peilafwijking.
** Het peilbesluit voor de Bleiswijkse Zoom is in 2023 geactualiseerd en overgenomen in dit peilbesluit
In vergelijking met het peilbesluit uit 2016 zijn er wijzigingen in het peilbesluit. Deze wijzigingen richten zich volledig op het omzetten van een aantal peilafwijkingen naar peilgebieden. De waterpeilen blijven in elk peilgebied hetzelfde zoals die in 2016 zijn vastgesteld.
De peilafwijkingen die zijn opgenomen in het peilbesluit als peilgebieden, zijn onder te verdelen in twee categorieën:
Daarnaast zijn er een aantal peilgebieden opgesplitst vanwege de aanleg van de A16 en vanwege verbetering van de waterkwaliteit (Klappolder en kern Bleiswijk).
Ook zijn de schouwpeilen van de gebieden met een flexibel waterpeil aangepast. In het vorige peilbesluit stonden deze niet altijd op het laagste waterpeil. In dit peilbesluit wel. Hiermee wordt geborgd dat er ook in situaties waarbij het waterpeil laag staat, voldoende diepte is om water aan- en af te voeren.
De boezemvaart (ook bekend onder de naam Vaart Polder Bleiswijk) is de aanvoerende watergang voor het grootste deel van de polder Bleiswijk. De boezemvaart strekt zich uit van de Boterdorpse Verlaat in het zuiden tot de Klapachterweg in het noorden van Bleiswijk.
Vanwege de nieuwe A16 die door het gebied loopt is de begrenzing iets aangepast waar deze de nieuwe snelweg kruist. In de praktijk is het mogelijk dat het waterpeil tijdelijk afwijkt van het peilbesluit. Dit is soms noodzakelijk voor het watertransport.
Het huidige waterpeil is afgestemd op de stabiliteit van de kade van de Boezemvaart en de Rottekade. Daarnaast bevindt zich op en langs de kade oude bebouwing en infrastructuur die gevoelig zijn voor grote peilfluctuatie. Een meer flexibel peil heeft in deze vaart ook vanuit waterkwaliteit geen voordelen. Omdat dit systeem niet geschikt is om grote hoeveelheden regenwater op te vangen is de verblijftijd zeer kort. Concluderend is er geen aanleiding om het waterpeil aan te passen. Het waterpeil blijft -2,10 m NAP.
4.1.2. GPG-1428 – Tussenboezem
Dit peilgebied betreft de tussenboezem. Deze loopt parallel aan de Rotte vanaf de Boterdorpse Verlaat in het zuiden tot gemaal de Kooi in het noorden. De tussenboezem heeft hoofdzakelijk de functie om kwelwater uit de Rotte op te vangen en zo voor een stabiele waterkering te zorgen.
Aanpassing van het waterpeil is niet wenselijk in verband met de stabiliteit van de waterkering alsmede de gevoelige bebouwing in het gebied voor peilfluctuatie.
Er is geen aanleiding om het waterpeil aan te passen. Het waterpeil blijft -2,33 m NAP.
Huidig waterpeil: FLEX -5,20 / -5,00 m NAP
Nieuw waterpeil: FLEX -5,20 / -5,00 m NAP
Dit peilgebied ligt in het noorden van de polder. De HSL doorkruist het gebied van noord naar zuid. De hoofdzakelijke functie van dit gebied is bedrijventerrein.
Via een inlaat nabij de kruising van de Brandpuntlaan Zuid en Spectrumlaan, wordt het gebied van water voorzien. In het zuiden stroomt overtollig water via een stuw naar GPG-1434.
De mediane drooglegging in het gebied ligt ongeveer tussen de 1,25 en 1,45 meter. Er is geen aanleiding om het waterpeil in dit gebied aan te passen. Het waterpeil blijft FLEX -5,20 / -5,00 m NAP.
Qua peilbeheer wordt het waterpeil vooral rond de -5,00 m NAP gehouden. Wanneer er regen wordt voorspeld wordt er eventueel voorgemalen en kan het water langzaam weer stijgen naar -5,00 m NAP. In de zomer kan het water uitzakken naar -5,20 m NAP tot er weer water wordt ingelaten.
Huidig waterpeil: -4,70 m NAP en -4,75 m NAP
Dit peilgebied ligt in het noorden van de polder Bleiswijk. In het vorige peilbesluit was dit gebied opgenomen als twee peilafwijkingen. Vanwege het aantal woningen / belanghebbenden past het hier volgens het beleid van HHSK om dit gebied als peilgebied aan te duiden. Daarom krijgt dit gebied niet meer de status afwijkend peil, maar peilgebied.
In het zuidelijke deel (in de afbeelding rood omlijnd) van dit peilgebied vindt er 5 centimeter peilverhoging plaats (van -4,75 m NAP naar -4,70 m NAP) zodat het gehele gebied doelmatig en robuust beheert kan worden. De drooglegging in het zuidelijke deel ligt mediaan rond de 1,90 meter. Er is dus ruim voldoende om deze peilopzet mogelijk te maken. De peilopzet heeft ook geen negatieve effecten op eventuele oudere funderingen langs de watergangen.
Het water wordt dit peilgebied ingelaten door een inlaat in het zuiden. Via een stuw in het westen stroomt overtollig water naar GPG-1436.
De woningen in het peilgebied hebben vrijwel allemaal een fundering die zeer gevoelig is voor peilfluctuatie. Gezien de grote hoeveelheid belanghebbenden in dit gebied is het wenselijk dat HHSK het oppervlaktewaterbeheer hier overneemt.
Er is geen aanleiding om het waterpeil aan te passen in het noordelijk deel. Voor het zuidelijk deel wordt de waterstand 5 centimeter verhoogd. Het waterpeil voor het gehele gebied wordt -4,70 m NAP.
Ten behoeve van het waterpeil en omdat HHSK het peilbeheer overneemt zijn er twee maatregelen nodig:
Dit peilgebied ligt tussen bedrijventerrein Prisma en de Boezemvaart. Het bestaat hoofdzakelijk uit een groot gedeelte van het knooppunt A12-N209.
In het vorige peilbesluit waren twee peilafwijkingen in het noorden onderdeel van dit peilgebied. Deze zijn nu aparte peilgebieden (resp. GPG-1454 en GPG-1441).
Water stroomt via deze twee gebieden dit peilgebied in. Overtollig water wordt via een stuw naar GPG-1434. Daarnaast is dit peilgebied onderdeel van de toevoer van water naar peilbesluitgebied Binnenwegse Polder (Zoetermeer).
Er zijn geen aanleidingen om het waterpeil in dit gebied aan te passen. Veranderingen zijn niet gewenst vanwege de vele infrastructuur die is ingericht op het bestaande waterpeil. Het waterpeil blijft -5,75 m NAP.
4.1.6. GPG-1434 – Oosthoekeindsepolder
Huidig waterpeil: FLEX -6,30 / -6,20 m NAP
Nieuw waterpeil: FLEX -6,30 / -6,20 m NAP
Het peilgebied Oosthoekeindsepolder omvat een groot deel van de polder Bleiswijk. Het gebied bestaat voornamelijk uit glastuinbouwbedrijven. Daarnaast ligt het oostelijk deel van natuur- en recreatiegebied de Bleiswijkse Zoom binnen dit peilgebied en liggen er enkele agrarische percelen
Het peilgebied wordt doorsneden door de Boezemvaart. Onder de boezemvaart ligt een duikerconstructie die de twee delen met elkaar verbindt. Het gebied wordt van water voorzien via verschillende aanvoerwatergangen (GPG-1457, GPG-1429, GPG-1456). Daarnaast stroomt overtollig water van de stedelijke kern Bleiswijk (GPG-1462), de Klappolder (GPG-1458) en Bleiswijk-West (GPG-1453) in het gebied.
Het overtollig water in het gebied stroomt via stuw de Kooi naar gemaal de Kooi en wordt daarna op de Rotte gepompt.
In het westelijk deel van het peilgebied zijn drie hoofdwatergangen, die in het vorige peilbesluit stonden aangegeven als afwijkend peil, nu uit dit peilgebied geknipt en eigen peilgebieden geworden.
De mediane drooglegging van het gehele gebied is ongeveer 1,60 tot 1,70 meter.
Er is geen aanleiding om het waterpeil van dit gebied te wijzigen.
Het waterpeil voor dit peilgebied blijft -6,30 / -6,20 m NAP.
Qua peilbeheer lijkt het flexibele waterpeil op traditioneel zomer- winterpeil. In de zomer wordt het water aan de bovenkant van de bandbreedte gezet op -6,20 m NAP en in de winter aan de onderkant op -6,30 m NAP. Hierdoor is er in de zomer voldoende water en in de winter voldoende berging om regen op te vangen.
In dit peilgebied liggen 53 peilafwijkingen. In bijlage VI is een kaart te zien van de peilafwijkingen. In onderstaande tabel zijn de peilafwijkingen te zien binnen dit peilgebied die in stand worden gehouden.
4.1.7 GPG-1435 – Overbuurtse polder noord
Huidig waterpeil: FLEX -6,75 / -6,65 m NAP
Nieuw waterpeil: FLEX -6,75 / -6,65 m NAP
Dit peilgebied bestaat hoofdzakelijk uit glastuinbouw. De mediane drooglegging in ligt tussen de 1,5 en 1,6 meter.
Het water wordt in dit gebied aangevoerd via een inlaat in het noorden van het gebied uit GPG-1434 (Oosthoekeindse Polder). Deze inlaat loopt onder de Laan van Mathenesse door. Ook ligt er in zuidoosten een inlaat uit GPG-1434. In het zuidwesten staat gemaal Overbuurtschepolder dat overtollig water terug naar GPG-1434 pompt.
In het vorige peilbesluit was ook het gebied ten noorden van deze inlaat opgenomen in dit peilgebied. In de praktijk stond dit noordelijke gebied echter in verbinding met GPG-1434. In dit peilbesluit is dit deel dus van GPG-1435 afgeknipt en toegevoegd aan GPG-1434.
Voor GPG-1435 zijn er geen aanleidingen om het waterpeil aan te passen. Het waterpeil blijft -6, 75 / -6,65 m NAP.
Qua peilbeheer wordt het waterpeil vooral op -6,65 gehouden. In de zomer, kan het water uitzakken tot -6,75 tot er water wordt ingelaten.
Dit peilgebied omvat de hoofdwatergang die langs de Anjerweg loopt. In het vorige peilbesluit was deze hoofdwatergang aangewezen als peilafwijking. In het vorige peilbesluit was deze hoofdwatergang aangewezen als peilafwijking. De watergang heeft een functie als wateraanvoer naar omringende gebieden. Daarnaast liggen er meerdere panden langs de watergang. In dit gebied is dus sprake van een maatschappelijk belang. Volgens beleid van HHSK worden peilafwijkingen in die gevallen omgezet naar peilgebied.
De functie van dit peilgebied is het aanvoeren van water uit de Boezemvaart naar het peilgebied GPG-1434. Om water goed aan te kunnen voeren ligt het waterpeil in dit gebied dus hoger dan het omliggende peilgebied.
In de praktijk wijzigt er niks aan de situatie zoals die nu is. Op papier is er een nieuw peilgebied bijgekomen. Er is geen aanleiding om het waterpeil, zoals die ook aangegeven was voor de peilafwijking, aan te passen. Het waterpeil blijft -5,28 m NAP.
4.1.9. GPG-1429 – Albert van ’t Hartweg
Dit peilgebied omvat de hoofdwatergang die langs de Albert van ‘t Hartweg loopt. In het vorige peilbesluit was deze hoofdwatergang aangewezen als peilafwijking. De watergang heeft een functie als wateraanvoer naar omringende gebieden. Daarnaast liggen er meerdere panden langs de watergang. In dit gebied is dus sprake van een maatschappelijk belang. Volgens beleid van HHSK worden peilafwijkingen in die gevallen omgezet naar peilgebied.
De functie van dit peilgebied is het aanvoeren van water uit de Boezemvaart naar het peilgebied GPG-1434. Om water goed aan te kunnen voeren ligt het waterpeil in dit gebied dus hoger dan het omliggende peilgebied.
In de praktijk wijzigt er niks aan de situatie zoals die nu is. Op papier is er een nieuw peilgebied bijgekomen. Er is geen aanleiding om het waterpeil, zoals die ook aangegeven was voor de peilafwijking, aan te passen. Het waterpeil blijft -5,30 m NAP.
4.1.10. GPG-1456 – Groendalseweg
Dit peilgebied bestaat uit een aantal hoofdwatergangen langs de Irisweg, Hyacintenweg en Groendalseweg. In het vorige peilbesluit was deze hoofdwatergang aangewezen als peilafwijking. De watergang heeft een functie als wateraanvoer naar omringende gebieden. Daarnaast liggen er meerdere panden langs de watergang. In dit gebied is dus sprake van een maatschappelijk belang. Volgens beleid van HHSK worden peilafwijkingen in die gevallen omgezet naar peilgebied.
De functie van dit peilgebied is het aanvoeren van water uit de Boezemvaart naar het peilgebied GPG-1434. Om water goed aan te kunnen voeren ligt het waterpeil in dit gebied dus hoger dan het omliggende peilgebied.
In de praktijk wijzigt er niks aan de situatie zoals die nu is. Op papier is er een nieuw peilgebied bijgekomen. Er is geen aanleiding om het waterpeil, zoals die ook aangegeven was voor de peilafwijking, aan te passen. Het waterpeil blijft -5,95 m NAP.
Binnen dit peilgebied liggen 3 peilafwijkingen. In bijlage VI is een kaart te zien van de peilafwijkingen. In onderstaande tabel zijn de peilafwijkingen te zien binnen dit peilgebied die in stand worden gehouden.
Huidig waterpeil: FLEX -5, 80 / -5,70 m NAP
Nieuw waterpeil: FLEX -5, 80 / -5,70 m NAP
Dit peilgebied bevat de agrarische percelen en het industriegebieden in de Klappolder ten noorden van de stedelijke kern Bleiswijk. Dit gebied is via een waterscheiding in het zuiden van het gebied afgesplitst van de stedelijke kern van Bleiswijk. Dit is een waterkwaliteitsmaatregel om te voorkomen dat nutriëntenrijk water in stedelijk gebied komt.
Water stroomt via verschillende inlaten uit de Boezemvaart het gebied in. Overtollig water stroomt een stuw naar GPG-1434.
De mediane drooglegging in dit gebied ligt tussen 1,40 en 1,50 meter. Er is geen aanleiding om het waterpeil in dit gebied te veranderen. Het waterpeil blijft FLEX -5,70 / -5,80 m NAP.
Qua peilbeheer wordt er ingespeeld op de agrarische behoefte in het gebied. In de zomer wordt het water aan de bovenkant van de bandbreedte gezet op -5,70 m NAP en in de winter aan de onderkant op -5,80 m NAP.
In dit peilgebied liggen 32 peilafwijkingen. In bijlage VI is een kaart te zien van de peilafwijkingen. In onderstaande tabel zijn de peilafwijkingen te zien binnen dit peilgebied die in stand worden gehouden.
4.1.12 GPG-1459 – Chrysantenweg
Dit peilgebied bestaat uit een hoofdwatergang langs de Chrysantenweg. In het vorige peilbesluit was deze hoofdwatergang aangewezen als peilafwijking. De watergang heeft een functie als wateraanvoer naar omringende gebieden. Daarnaast liggen er meerdere panden langs de watergang. In dit gebied is dus sprake van een maatschappelijk belang. Volgens beleid van HHSK worden peilafwijkingen in die gevallen omgezet naar peilgebied.
De functie van dit peilgebied is het aanvoeren van water uit de Boezemvaart naar het peilgebied GPG-1458 (Klappolder).
Om water goed aan te kunnen voeren ligt het waterpeil in dit gebied dus hoger dan het omliggende peilgebied.
In de praktijk wijzigt er niks aan de situatie zoals die nu is. Op papier is er een nieuw peilgebied bijgekomen. Er is geen aanleiding om het waterpeil, zoals die ook aangegeven was voor de peilafwijking, aan te passen. Het waterpeil blijft -5,20 m NAP.
4.1.13. GPG-1460 – Grote Molen I
Dit peilgebied ligt tussen de Boezemvaart en de stedelijke kern Bleiswijk. In het vorige peilbesluit was dit gebied opgenomen als peilafwijking. Vanwege het aantal woningen / belanghebbenden past het hier volgens het beleid van HHSK om dit gebied als peilgebied aan te duiden. Daarom krijgt dit gebied niet meer de status afwijkend peil, maar peilgebied.
Het gebied ontvangt water van het naastgelegen peilgebied GPG-1461. Via een stuw in het oosten stroomt overtollig water naar peilgebied GPG-1458.
Er is geen aanleiding om het waterpeil in dit gebied aan te passen. Het waterpeil blijft -4,96 m NAP.
Omdat HHSK het peilbeheer in dit gebied overneemt dienen de volgende maatregelen uitgevoerd te worden:
4.1.14. GPG-1461 – Grote Molen II
Dit peilgebied ligt tussen de Boezemvaart en de stedelijke kern Bleiswijk. In het vorige peilbesluit was dit gebied opgenomen als peilafwijking. Vanwege het aantal woningen / belanghebbenden past het hier volgens het beleid van HHSK om dit gebied als peilgebied aan te duiden. Daarom krijgt dit gebied niet meer de status afwijkend peil, maar peilgebied.
Middels in inlaat uit de Boezemvaart wordt water in dit gebied gelaten. Via een stuw in het oosten stroomt overtollig water naar GPG-1460.
Er is geen aanleiding om het waterpeil in dit gebied aan te passen. Het waterpeil blijft -4,67 m NAP.
Omdat HHSK het peilbeheer overneemt in dit gebied dient de volgende maatregel uitgevoerd te worden: Het overnemen van stuw KST-1679.
Huidig waterpeil: FLEX -5, 80 / -5,70 m NAP
Nieuw waterpeil: FLEX -5, 80 / -5,70 m NAP
Dit peilgebied bevat de stedelijke kern van Bleiswijk tussen de Boezemvaart en de Bleiswijkse Zoom. Via een waterscheiding in het noorden is het gebied waterstaatkundig afgesplitst van het agrarisch gebied ten noorden van de stedelijke kern. Dit is een waterkwaliteitsmaatregel om te voorkomen dat nutriëntenrijk water in stedelijk gebied komt.
Water stroomt via verschillende inlaten uit de Boezemvaart het gebied in. Overtollig water stroomt een aantal stuwen naar GPG-1434.
De mediane drooglegging in dit gebied ligt tussen de 1,25 en 1,35 meter. Er is geen aanleiding om het waterpeil in dit gebied te veranderen. Het waterpeil blijft FLEX -5,80 / -5,70 m NAP.
Qua peilbeheer wordt er ingespeeld op de agrarische behoefte in het gebied. In de zomer wordt het water aan de bovenkant van de bandbreedte gezet op -5,70 m NAP en in de winter aan de onderkant op -5,80 m NAP.
In dit peilgebied liggen 17 peilafwijkingen. In bijlage VI is een kaart te zien van de peilafwijkingen. In onderstaande tabel zijn de peilafwijkingen te zien binnen dit peilgebied die in stand worden gehouden.
4.1.16. GPG-1427 – Overbuurtseweg
Huidig waterpeil: -5,30 m NAP en -5,20 m NAP
Dit peilgebied omvat de hoofdwatergang die langs de N209 en Overbuurtseweg loopt. In het vorige peilbesluit was deze hoofdwatergang aangewezen als peilafwijking. Echter is er in dit gebied sprake van zowel meer individueel (panden direct langs het water) als een breder maatschappelijk belang (wateraanvoer en -afvoer naar andere gebieden). In die gevallen wordt volgens het beleid van HHSK een peilafwijking omgezet naar peilgebied.
Voor een klein deel van de watergang in het zuiden van het gebied (rood omlijnd in bovenstaande afbeelding), word op dit moment een waterpeil gevoerd van -5,20 m NAP. De reden van dit hoger waterpeil is niet bekend. In het kader van robuustheid en doelmatigheid van het waterbeheer zal de stuw die dit waterpeil mogelijk maakt moeten worden verwijderd.
In de praktijk wordt voor dit kleine gebied het waterpeil dus met 10 centimeter verlaagd. Er zijn geen verwachte effecten op eventuele funderingen of infrastructuur in de omgeving van deze watergang.
De functie van dit peilgebied is het aanvoeren van water uit de Boezemvaart naar het peilgebied GPG-1434 en GPG-1458. Om water goed aan te kunnen voeren ligt het waterpeil in dit gebied dus hoger dan het omliggende peilgebied.
In de praktijk wijzigt er niks aan de situatie zoals die nu is, behalve in de meest zuidelijke watergang. In deze meest zuidelijke watergang wordt het waterpeil gelijkgetrokken (verhoogd met 10 centimeter) met het gebied ten noorden hiervan. Het waterpeil wordt -5,30 m NAP.
Om het hierboven voorgestelde mogelijk te maken is het noodzakelijk om de volgende maatregel uit te voeren: Het verwijderen van stuw KST-6.
4.1.17. GPG-1453 – Bleiswijk West
Dit peilgebied bevat de zeehelden- en schildersbuurt van de stedelijke kern Bleiswijk en ligt tussen de N209 en de Boezemvaart. In het vorige peilbesluit was dit gebied opgenomen als peilafwijking. Vanwege het aantal woningen en belanghebbenden past het hier volgens het beleid van HHSK om dit gebied als peilgebied aan te duiden. Daarom krijgt dit gebied niet meer de status afwijkend peil, maar peilgebied.
In het noorden van het gebied ligt een inlaat uit de Boezemvaart. In het zuiden stroom overtollig water via een stuw naar GPG-1434.
Gezien de grote hoeveelheid belanghebbenden in dit gebied is het wenselijk dat HHSK het oppervlaktewaterbeheer hier overneemt. Er is geen aanleiding om het waterpeil aan te passen. Het waterpeil blijft -5,72 m NAP.
Binnen dit peilgebied liggen 3 peilafwijkingen. In bijlage VI is een kaart te zien van de peilafwijkingen. In onderstaande tabel zijn de peilafwijkingen te zien binnen dit peilgebied die in stand worden gehouden.
4.1.18. GPG-1430 – Bleiswijkse Zoom
Huidig waterpeil: FLEX -6,00 / -5,45 m NAP
Nieuw waterpeil: FLEX -6,00 / -5,45 m NAP
De Bleiswijkse Zoom is een recreatiegebied. In het noorden van het gebied is een officiële zwemwaterlocatie aanwezig. Voor de Bleiswijkse Zoom is in 2023 het peilbesluit al herzien. Het peilgebied wordt gevoed door kwel en neerslag en kan, indien nodig, aangevuld worden met water uit de Rotte. In het kader van waterkwaliteit en de risico’s op het ontstaan van blauwalg is het inlaten van water uit de Rotte niet wenselijk. Om dit te minimaliseren is in 2023 de bandbreedte van het flexibele waterpeil vergroot.
In 2022, 2023 en 2024 is tijdens het zwemseizoen geëvalueerd wat de effecten zijn van het verder laten uitzakken van het waterpeil in droge periodes. Er is geconstateerd dat er geen hinder is voor de zwemfunctie van de plas door het lagere waterpeil. De zwemfunctie is wel gehinderd door blauwalg en, in mindere mate, door zwemmersjeuk. Dit ondanks dat er minder blauwalg dan voorheen is waargenomen. Zwemmersjeuk is een negatief effect van een juist goed functionerend, helder en plantenrijk watersysteem. Alles hierboven meewegende is er geen aanleiding om het waterpeil te veranderen en blijft het waterpeil dus FLEX -6,00 / -5,45 m NAP.
Verder blijkt uit deze evaluatie dat, in vergelijking met andere peilgebieden met een handbediende stuw, veel bedieningshandelingen nodig zijn om de bovenkant van de bandbreedte op peil te houden. Daarnaast is deze stuw eigendom van het Recreatieschap Rottemeren en dient deze stuw, volgens HHSK-beleid, eigendom te zijn van HHSK.
Hier horen de volgende maatregelen bij:
4.1.19. GPG-1426 – Bergschenhoek buiten
Huidig waterpeil: FLEX -6,70 / -6,55 m NAP
Nieuw waterpeil: FLEX -6,70 / -6,55 m NAP
Het peilgebied Bergschenhoek buiten omvat een groot deel van de polder Bleiswijk. Het gebied heeft veel verschillende functies en bestaat uit glastuinbouw, recreatie- en natuurgebied, agrarisch land en woningbouw.
Dit peilgebied wordt doorsneden door de Boezemvaart. Onder de boezemvaart ligt een duikerconstructie die de twee delen met elkaar verbindt. Het gebied wordt van water voorzien via verschillende aanvoerwatergangen (GPG-1438, GPG-1433) in het westelijke deel en directe inlaten uit de Boezemvaart in het oostelijke deel. Daarnaast voeren de omliggende peilgebieden het water af op dit peilgebied.
Het overtollig water in het gebied wordt afgevoerd naar de Rotte middels gemaal de Kooi en gemaal Lansingerland.
In het westelijk deel van het peilgebied zijn twee hoofdwatergangen, die in het vorige peilbesluit stonden aangegeven als afwijkend peil, nu uit dit peilgebied geknipt en eigen peilgebieden geworden.
In het natuur- en recreatiegebied Lage Bergse Bos zijn de percelen in het midden van de plas afgeknipt van dit peilgebied en toegevoegd aan het peilgebied van het Lage Bergse Bos. Ten tijde van het vorige peilbesluit waren deze percelen verbonden met dit peilgebied middels duikers onder de plas door. In de praktijk zijn deze duikers niet meer aanwezig en hoort dit eiland dus bij het waterpeil van het Lage Bergse Bos.
Langs de Hoeksekade zijn twee peilgebieden gerealiseerd die in het vorige peilbesluit als peilafwijkingen waren benoemd.
De mediane drooglegging van het gehele gebied is ongeveer 1,10 tot 1,25 meter. Er is geen aanleiding om het waterpeil van dit gebied te wijzigen.
Het waterpeil voor dit peilgebied blijft -6,70 / -6,55 m NAP.
Qua peilbeheer lijkt het flexibele waterpeil op traditioneel zomer- winterpeil. In de zomer wordt het water aan de bovenkant van de bandbreedte gezet op -6,55 m NAP en in de winter aan de onderkant op -6,70 m NAP. Hierdoor is er in de zomer voldoende water en in de winter voldoende berging om regen op te vangen.
In dit peilgebied liggen 51 peilafwijkingen. In bijlage VI is een kaart te zien van de peilafwijkingen. In onderstaande tabel zijn de peilafwijkingen te zien binnen dit peilgebied die in stand worden gehouden.
4.1.20. GPG-1438 – Anthuriumweg
H uidig waterpeil: -6,05 m NAP
Dit peilgebied omvat de hoofdwatergang die langs de Anthuriumweg loopt. In het vorige peilbesluit was deze hoofdwatergang aangewezen als peilafwijking. De watergang heeft een functie als wateraanvoer naar omringende gebieden. Daarnaast liggen er meerdere panden langs de watergang. In dit gebied is dus sprake van een maatschappelijk belang. Volgens beleid van HHSK worden peilafwijkingen in die gevallen omgezet naar peilgebied.
De functie van dit peilgebied is het aanvoeren van water uit de Boezemvaart naar het peilgebied GPG-1426. Om water goed aan te kunnen voeren ligt het waterpeil in dit gebied dus hoger dan het omliggende peilgebied.
In de praktijk wijzigt er niks aan de situatie zoals die nu is. Op papier is er een nieuw peilgebied bijgekomen. Er is geen aanleiding om het waterpeil, zoals die ook aangegeven was voor de peilafwijking, aan te passen. Het waterpeil blijft -6,05 m NAP.
Dit peilgebied omvat de hoofdwatergang die langs de Kwekersweg loopt. In het vorige peilbesluit was deze hoofdwatergang aangewezen als peilafwijking. De watergang heeft een functie als wateraanvoer naar omringende gebieden. Daarnaast liggen er meerdere panden langs de watergang. In dit gebied is dus sprake van een maatschappelijk belang. Volgens beleid van HHSK worden peilafwijkingen in die gevallen omgezet naar peilgebied.
De functie van dit peilgebied is het aanvoeren van water uit de Boezemvaart naar het peilgebied GPG-1426. Om water goed aan te kunnen voeren ligt het waterpeil in dit gebied dus hoger dan het omliggende peilgebied.
In de praktijk wijzigt er niks aan de situatie zoals die nu is. Op papier is er een nieuw peilgebied bijgekomen. Er is geen aanleiding om het waterpeil, zoals die ook aangegeven was voor de peilafwijking, aan te passen. Het waterpeil blijft -6,30 m NAP.
Dit peilgebied ligt midden in de stedelijke kern van Bergschenhoek en omvat de wijk Boterdorp. In de wijk is het merendeel van de bebouwing gebouwd in de periode tussen 1950 en 1980. In het zuidoosten van het gebied ligt park Leeuwenkuil en de Sint Willibrordkerk. Deze twee gebieden hebben beiden een afwijkend peil ten opzichte van het peilgebied.
Het water wordt in het peilgebied gelaten door middel van een inlaat uit de Boezemvaart. Middels een stuw in het westen van het gebied stroomt het water naar GPG-1448. De mediaan van de drooglegging in dit gebied is 1,10 meter.
Er is geen aanleiding om het waterpeil in dit peilgebied aan te passen. Het waterpeil blijft -6,35 m NAP.
In dit peilgebied liggen 2 peilafwijkingen. In bijlage VI is een kaart te zien van de peilafwijkingen. In onderstaande tabel zijn de peilafwijkingen te zien binnen dit peilgebied die in stand worden gehouden.
4.1.23 GPG-1432 – Hoeksekade I
Dit peilgebied bevat de oneven huisnummers langs de Hoeksekade (1 t/m 93). In het vorige peilbesluit was dit peilgebied opgenomen als peilafwijking. Vanwege het aantal woningen en belanghebbenden past het hier volgens het beleid van HHSK om dit gebied als peilgebied aan te duiden. Daarom krijgt dit gebied niet meer de status afwijkend peil, maar peilgebied.
Het gebied wordt gevoed middels een lange inlaat uit de Boezemvaart die onder de Julianalaan loopt ten noordwesten van dit peilgebied. De woningen in het peilgebied hebben vrijwel allemaal een fundering die zeer gevoelig is voor peilfluctuatie. Gezien de grote hoeveelheid belanghebbenden in dit gebied is het wenselijk dat HHSK het oppervlaktewaterbeheer hier overneemt.
De mediane drooglegging in dit gebied ongeveer 0,75 meter. Er is geen aanleiding om het waterpeil aan te passen in dit gebied. Het waterpeil blijft -5,87 m NAP.
Omdat HHSK het peilbeheer in dit gebied overneemt zijn de volgende maatregelen nodig:
4.1.24. GPG-1437 – Hoeksekade II
In dit peilgebied liggen de even huisnummers langs de Hoeksekade (2 t/m 130). In het vorige peilbesluit was dit peilgebied opgenomen als peilafwijking. Vanwege het aantal woningen en belanghebbenden past het hier volgens het beleid van HHSK om dit gebied als peilgebied aan te duiden. Daarom krijgt dit gebied niet meer de status afwijkend peil, maar peilgebied.
Het gebied wordt gevoed middels een lange inlaat uit de Boezemvaart die onder de Julianalaan loopt ten noordwesten van dit peilgebied. De woningen in het peilgebied hebben vrijwel allemaal een fundering die zeer gevoelig is voor peilfluctuatie. Gezien de grote hoeveelheid belanghebbenden in dit gebied is het wenselijk dat HHSK het oppervlaktewaterbeheer hier overneemt.
De mediane drooglegging in dit gebied ongeveer 0,72 meter. Er is geen aanleiding om het waterpeil aan te passen in dit gebied. Het waterpeil blijft -5,91 m NAP.
Omdat HHSK het peilbeheer in dit gebied overneemt zijn de volgende maatregelen nodig:
4.1.25. GPG-1425 – Hoeksekade laag
Huidig waterpeil: FLEX -7,10 / -7,00 m NAP
Nieuw waterpeil: FLEX -7,10 / -7,00 m NAP
Dit peilgebied ligt in het midden van peilgebied GPG-1426. Het landgebruik in het gebied is glastuinbouw. Vanwege de lagere ligging van het maaiveld ten opzichte van het omliggende peilgebied is hier al lange tijd een lager peil van toepassing dan in de directe omgeving. Overtollig water wordt via een gemaal afgevoerd naar het omringend peilgebied GPG-1426.
De mediane drooglegging is ongeveer 1 meter. Er is geen aanleiding om het waterpeil hier aan te passen. Het waterpeil blijft dus FLEX -7,10 / -7,00 m NAP.
4.1.26. GPG-1448 – Wilderszijde
Huidig waterpeil: FLEX -6,80 / -6,60 m NAP
Nieuw waterpeil: FLEX -6,80 / -6,60 m NAP
In dit peilgebied ligt het zuidelijke deel van de stedelijke kern van Bergschenhoek, de woningbouwontwikkeling Wilderszijde en het Annie M.G. Schmidtpark. Daarnaast zijn er een aantal natuurpercelen aanwezig en loopt de HSL en de nieuwe A16 (deels) door het gebied.
Via verschillende inlaten rondom het gebied wordt water ingelaten. Het water wordt weggepompt via gemaal Bergweg Zuid en Bergweg Noord.
De hoofzakelijke functie van dit gebied is (toekomstige) woningbouw. De mediane drooglegging in het gebied is ongeveer 1,5 tot 1,3 meter. Er is geen aanleiding om het waterpeil aan te passen. Het waterpeil blijft FLEX -6,80 / -6,60 m NAP.
Qua peilbeheer lijkt het flexibele waterpeil op traditioneel zomer- winterpeil. In de zomer wordt het water aan de bovenkant van de bandbreedte gezet op -6,60 m NAP en in de winter aan de onderkant op -6,80 m NAP. Hierdoor is er in de zomer voldoende water en in de winter voldoende berging om regen op te vangen.
In dit peilgebied liggen 6 peilafwijkingen. In bijlage VI is een kaart te zien van de peilafwijkingen. In onderstaande tabel zijn de peilafwijkingen te zien binnen dit peilgebied die in stand worden gehouden. Peilafwijking GPA-1166 is als onderbemaling getoetst en mag volgens het beleid van HHSK gehandhaafd blijven.
4.1.27. GPG-1446 – Landscheiding
Dit peilgebied ligt in het zuidwesten van de polder en grenst aan het hoogheemraadschap van Delfland. De functie van deze watergang is wateraanvoer naar GPG-1449 via een stuw. Water wordt in het gebied ingelaten middels een inlaatvoorziening uit het beheergebied van Delfland.
Er zijn geen aanleidingen om het waterpeil aan te passen in dit gebied. Het waterpeil blijft -5,45 m NAP.
4.1.28. GPG-1449 – Vlinderstrik
In dit peilgebied ligt een deel van recreatiegebied de Vlinderstrik. Sinds het afgelopen peilbesluit is de functie van dit gebied van hoofdzakelijk agrarisch naar hoofdzakelijk natuur gegaan. Binnen het gebied liggen nog enkele agrarische percelen. Door het peilgebied loopt ook de HSL-lijn tussen Schiphol en Rotterdam Centraal. In het zuiden wordt het gebied begrenst door de nieuw aangelegde A16. In het zuiden is daardoor de begrenzing van het peilgebied licht aangepast.
Daarnaast was in het vorige peilbesluit ook een deel van de Lage Limiet (GPG-1451) op papier verbonden aan dit peilgebied. In de praktijk zijn dit twee afzonderlijke watersystemen en zijn deze dus opgeknipt.
Het gebied wordt van water voorzien via een aantal inlaten uit GPG-1446. Het overtollig water stroomt via een stuw in het noordoosten van het gebied naar GPG-1448. De mediane drooglegging in dit gebied is ongeveer 90 centimeter.
Langs de Wildersekade liggen twee peilafwijkingen met een hoger waterpeil dan het peilgebied. Twee peilafwijkingen in het westen zijn komen te vervallen door de nieuwe inrichting van het gebied.
Er is geen aanleiding om het waterpeil in dit gebied aan te passen. Het waterpeil blijft -6,10 m NAP.
In dit peilgebied liggen 3 peilafwijkingen. In bijlage VI is een kaart te zien van de peilafwijkingen. In onderstaande tabel zijn de peilafwijkingen te zien binnen dit peilgebied die in stand worden gehouden.
In dit peilgebied ligt geen oppervlaktewater. Door de aanleg van de nieuwe A16, is het gebied ten zuiden van de snelweg waterstaatkundig afgesneden van het peilgebied GPG-1449. Hierdoor is het gebied nu onderdeel van GPG-410 (polder Schiebroek).
In een volgend peilbesluit voor de polder Schiebroek zal dit peilgebied worden opgenomen bij GPG-410.
Vanwege deze grenswijziging is het waterpeil in dit deel dus hetzelfde als dat voor GPG-410 (Schiebroek), namelijk -5,80 m NAP.
4.1.30. GPG-1443 – Lage Limiet noord
Dit peilgebied ligt in het zuiden van de polder en bestaat voornamelijk uit stedelijk gebied en moestuin- en graslandpercelen. De mediane drooglegging in het gebied is ongeveer 0,95 meter.
Het water stroomt het gebied in via een stuw uit GPG-1451. Middels een andere stuw in het noorden wordt overtollig water het gebied uitgelaten naar GPG-1448.
In het noordwesten is de begrenzing van het peilgebied in verband met de realisatie van de A16 iets aangepast.
Er is geen aanleiding om het waterpeil in dit gebied aan te passen. Het waterpeil blijft -6,55 m NAP.
4.1.31. GPG-1451 – Lage Limiet zuid
Dit peilgebied ligt tussen de Ankie Verbeek Ohrlaan in het zuiden en de Lamsrustlaan in het noorden. Het gebied bestaat hoofdzakelijk uit woningen.
In het zuidwesten wordt water ingelaten door middel van een inlaat uit de Boezemvaart. In het noordoosten kan water worden weggepompt naar de polder Schiebroek middels gemaal Ankie Verbeek Ohrlaan of wordt water naar GPG-1443 gelaten.
De mediane drooglegging in dit gebied is ongeveer 1,10 meter. Er is geen aanleiding om het waterpeil aan te passen. Het waterpeil blijft -6,10 m NAP.
Dit peilgebied ligt in het zuiden van de polder Bleiswijk. In het vorige peilbesluit was dit gebied opgenomen als peilafwijking. Vanwege het aantal woningen / belanghebbenden past het hier volgens het beleid van HHSK om dit gebied als peilgebied aan te duiden. Daarom krijgt dit gebied niet meer de status afwijkend peil, maar peilgebied.
Het gebied wordt gevoed door een inlaat ten zuiden van dit gebied. Het water loopt via peilafwijking GPA-1284 dit peilgebied in. Overtollig water stroomt via een aantal stuwen naar de omringende peilgebieden.
De woningen in het peilgebied hebben vrijwel allemaal een fundering die zeer gevoelig is voor peilfluctuatie. Gezien de grote hoeveelheid belanghebbenden in dit gebied is het wenselijk dat HHSK het oppervlaktewaterbeheer hier overneemt.
Er is geen aanleiding om het waterpeil aan te passen. Het waterpeil blijft -5,70 m NAP.
Omdat HHSK het peilbeheer in dit gebied overneemt dienen de volgende maatregelen uitgevoerd te worden:
In dit peilgebied ligt één peilafwijking. In bijlage VI is een kaart te zien van de peilafwijkingen. In onderstaande tabel is de peilafwijking te zien binnen dit peilgebied die in stand wordt gehouden.
4.1.33. GPG-1424 – Lage Bergse Bos
Huidig waterpeil: FLEX -6,55 / -6,45 m NAP
Nieuw waterpeil: FLEX -6,55 / -6,45 m NAP
Dit peilgebied betreft het Lage Bergse Bos en wordt hoofdzakelijk gebruikt als natuur- en recreatiegebied. Sinds het vorige peilbesluit is de eilandengroep in het midden van de plas gekoppeld aan dit peilgebied van de plas. Daarnaast is er in het zuiden een waterpartij geïsoleerd in verband met de aanleg van de A16.
Het gebied wordt gevoed middels kwelwater en hemelwater. Overtollig water stroomt via een stuw naar het omringende peilgebied. Het water in dit peilgebied is aangewezen als KRW-lichaam. Daarom is het peilbeheer aangepast op de waterkwaliteit. In de zomer kan het water uitzakken tot -6,55 m NAP voor er water in het gebied wordt gelaten. In de winter mag het water stijgen tot -6,45 tot het water het gebied uit stroomt. Dit is een natuurlijk peilbeheer en is voordelig voor de waterkwaliteit in dit gebied.
De mediane drooglegging in dit gebied is ongeveer 0,55 tot 0,65 meter. Er is geen aanleiding om het waterpeil aan te passen. Het waterpeil blijft FLEX -6,55 / -6,45 m NAP.
4.1.34. GPG-1431 – Lage Bergse Bos zuid
Huidig waterpeil: FLEX -6,55 / -6,45 m NAP
Dit peilgebied is ontstaan door de aanleg van de nieuwe A16. Het gebied wordt gevoed met hemelwater en kwelwater. Overtollig water stroomt via een stuw naar het omringende peilgebied.
De mediane drooglegging ligt ongeveer tussen de 0,40 en 0,50 meter. Vanwege de aanleg van de nieuwe A16 is de waterhuishouding in dit gebied veranderd. Hierdoor is het waterpeil losgekoppeld van de rest van de Lage Bergse Bos. De stuwen zijn ingesteld op een waterpeil van -6,55 m NAP. Het waterpeil wordt hier -6,55 m NAP.
4.1.35. GPG-1463 – Molenlaankwartier noord
Huidig waterpeil: FLEX -6,70 / -6,55 m NAP
Nieuw waterpeil: FLEX -6,70 / -6,55 m NAP
Dit peilgebied is het noordelijk deel van de wijk Molenlaankwartier in de gemeente Rotterdam. Voorheen stond die gebied in open verbinding met de polder Bergschenhoek Buiten (GPG-1426). Door de aanleg van de nieuwe A16 is dit deel afgesplitst van dat peilgebied.
Water stroomt het gebied in via GPG-1445, Molenlaankwartier Zuid. Overtollig water stroomt over een stuw in noorden naar GPG-1448 Wilderszijde.
De mediane drooglegging in dit gebied ligt tussen de 1,10 en 1,25 meter. De infrastructuur in dit gebied is volledig aangepast op het huidige waterpeil. Er zijn geen aanleidingen om dit peil aan te passen. Het waterpeil blijft FLEX -6,70 / -6,55 m NAP.
4.1.36. GPG-1445 – Molenlaankwartier zuid
Dit peilgebied betreft de wijk Molenlaankwartier in het zuiden van de polder Bleiswijk. Het peilgebied bestaat voornamelijk uit stedelijk gebied. De bebouwing is zeer gevoelig voor peilfluctuatie vanwege houten funderingen of gebrek aan funderingen (op staal).
Via een inlaat wordt water uit de tussenboezem (GPG-1455) ingelaten. Via een stuw in het noorden van het gebied stroomt het water naar GPG-1426.
In het gebied zijn signalen naar voren gekomen van grondwateroverlast. De mediane drooglegging in dit gebied is ongeveer 1,20 meter. Uit de meest recente toetsing op wateroverlast komen voor dit gebied geen knelpunten naar voren. Daarnaast is het onwenselijk om de waterstanden in dit gebied te verlagen in verband met de zeer gevoelige funderingen binnen dit gebied. Daarom wordt voorgesteld om het huidige waterpeil te handhaven. Het waterpeil blijft -6,20 m NAP.
In dit peilgebied ligt één peilafwijking. In bijlage VI is een kaart te zien van de peilafwijkingen. In onderstaande tabel is de peilafwijking te zien binnen dit peilgebied die in stand wordt gehouden.
De waterpeilen zoals omschreven in de paragrafen hiervoor, zijn de waterpeilen die worden gehandhaafd binnen dit peilbesluit. Deze waterpeilen gelden onder normale omstandigheden. Fluctuaties als gevolg van aan- en afvoer van water, weersomstandigheden zoals hevige regenval en opwaaiing kunnen voorkomen. Bij het peilbeheer wordt ernaar gestreefd dat het in het peilbesluit vastgelegde waterpeil als gemiddelde van deze fluctuaties wordt bereikt. De grootte van de marges is afhankelijk van de kenmerken van het peilgebied. Belangrijke aspecten hierbij zijn de grootte van het peilgebied, de locatie van een gemaal (met aan- en afslagpeil) en de locatie en kenmerken van stuwen en inlaten. Daarnaast spelen ook de afmetingen en de begroeiing van de (hoofd)watergangen met de daarin aanwezige duikers en bruggen een rol.
Tegelijkertijd met de vaststelling van de waterpeilen, worden met het peilbesluit ook de schouwpeilen vastgesteld. Het schouwpeil is het referentieniveau voor de controle van de waterdiepte van (hoofd)watergangen. In de peilgebieden waar een vast waterpeil wordt vastgelegd, is het schouwpeil gelijk aan het peilbesluitpeil. In de peilgebieden waar een flexibel waterpeil wordt vastgelegd, is het schouwpeil gelijk aan de ondergrens van de bandbreedte.
In het peilbesluit van 2016 waren verschillende schouwpeilen binnen peilgebieden met een flexibel peil vastgesteld in het midden van de bandbreedte. In dit peilbesluit worden de schouwpeilen vastgesteld op de onderkant van de bandbreedte. Dit betekent dat het schouwpeil in een aantal gebieden wordt verlaagd. Dit kan gevolgen hebben voor het beheer en onderhoud van de watergang.
De hoofdzakelijke reden om dit te doen is om te borgen dat er voldoende waterdiepte beschikbaar is voor aan- en afvoer wanneer het waterpeil aan de onderkant van de bandbreedte ligt.
In deze paragraaf worden de effecten van eventuele veranderingen van het peilbesluit beschreven.
In vergelijking met het laatst genomen peilbesluit is er een toename van peilgebieden in verband met het omzetten van een aantal peilafwijkingen naar peilgebieden, beter inzicht in de situatie buiten en ruimtelijke veranderingen. Door het overnemen van een aantal peilafwijkingen is HHSK verantwoordelijk voor het peilbeheer en kan beter worden gestuurd op de juiste waterpeilen.
Omdat er van peilverandering geen sprake is zijn er geen effecten hiervan op het peilbeheer. De overname van het peilbeheer in een aantal gebieden zorgt ervoor dat HHSK beter in staat is aan het peilbesluit te voldoen. Hierdoor worden de risico’s op funderingsschade en wateroverlast verminderd.
Er zijn geen verwachte effecten op de waterkwaliteit door instelling van dit peilbesluit.
Er zijn geen verwachte effecten op de archeologische en cultuurhistorische waarden in het gebied.
Er zijn geen verwachte effecten op de waterkeringen door instelling van dit peilbesluit.
Bij de meest recente toetsing voldeed het watersysteem aan de normen voor wateroverlast.
In de stedelijke peilgebieden blijft de drooglegging ongewijzigd. Op de lange termijn kunnen het maaiveld en sommige bebouwing wel iets dalen en de drooglegging iets afnemen. Dit zou op de lange termijn een negatief effect kunnen hebben op de kans op wateroverlast. Ook kan zwaardere regenval als gevolg van klimaatontwikkeling de kans op wateroverlast vergroten. Daarom worden de toetsingen aan wateroverlast herhaald, op basis van voortschrijdend inzicht.
Omdat er geen wijzigingen zijn van het oppervlaktewaterpeil, is er geen effect verwacht op de grondwaterstanden. In een aantal peilgebieden worden er grondwaterproblemen ervaren. De oplossingen voor deze wateroverlast moeten met name worden gezocht in het realiseren van betere infiltratievoorzieningen of drainage. Vanwege de tegengestelde belangen in deze (voornamelijk) stedelijke gebieden is dit veelal een meer passende oplossing dan aanpassing van het oppervlaktewaterpeil.
Doordat in sommige peilgebieden het schouwpeil wordt verlaagd kan dit betekenen dat er eerder gebaggerd moet worden of het profiel van de watergang moet worden aangepast om aan de leggerdiepte te voldoen.
Ten behoeve van de veranderingen in het peilbesluit en omdat HHSK het peilbeheer van een aantal gebieden overneemt zijn de volgende maatregelen benodigd.
We evalueren jaarlijks het gevoerde peilbeheer in Rotterdam, en de rest van het beheergebied. Dat gebeurt primair op basis van metingen.
De metingen zijn voor eenieder zichtbaar op https://www.schielandendekrimpenerwaard.nl/kaart/ActueleMetingen
Een groot deel van de meetpunten is automatisch, en registreert continu het waterpeil. Op deze locaties is ook een ter plaatste afleesbare peilschaal afwezig.
Met deze meetgegevens evalueren we jaarlijks het gevoerde beheer. Daarbij ligt de nadruk op afwijkingen (zowel hogere als lagere waterpeilen). Van deze afwijkingen bepalen we of er verbetering mogelijk is, in beheer, onderhoud of dat er aanleiding is om het peilbesluit te herzien.
Meer lokale situaties, zoals een melding van een ongebruikelijk hoog waterpeil evalueren we op de korte termijn op basis van onze procedures voor meldingen.
Vier jaar na vaststelling van dit peilbesluit voeren we een evaluatie uit van het peilbesluit. Op basis hiervan bepalen we of, en in welke mate, het peilbesluit geactualiseerd wordt. In deze evaluatie betrekken we onder meer:
Het verschil tussen een boven- en ondergrens, bijvoorbeeld bij een flexibel waterpeil.
De beheermarge is de tijdelijke afwijking van het waterpeil in een peilgebied die optreedt als gevolg van natuurlijke verschijnselen en ingrepen die nodig zijn om het streefpeil te handhaven. Voorbeelden hiervan zijn: tijdelijk verhang door aan- en uitzetten van het gemaal, verhoging van het waterpeil tijdens wateraanvoer of door opwaaiing of afwaaiing.
Het hoogteverschil tussen de waterspiegel/het waterpeil in een waterloop en het naastgelegen grondoppervlak/maaiveld.
Een peilregime waarin een waterstand tussen een vastgestelde onder- en bovengrens wordt nagestreefd. Dit kan op verschillende manieren ingevuld worden.
Een funderingswijze waarbij de muren of wanden rechtstreeks op de bodem rusten. Dit in tegenstelling tot een fundering op palen, waarbij de muren via palen op een diepere laag rusten.
Vergunde peilafwijking waar een hoger waterpeil wordt gevoerd dan in het vastgestelde peilgebied. Ook “opmaling” genoemd.
De mate waarin de bovenkant van de bodem daalt in een bepaalde tijd. Diverse processen kunnen de daling veroorzaken.
Vergunde peilafwijking waar een lager waterpeil wordt gevoerd dan in het vastgestelde peilgebied.
Het verschil tussen het maaiveld (bovenzijde grond) en de grondwaterstand op dat punt.
Vergunde peilafwijking waar een hoger waterpeil wordt gevoerd dan in het vastgestelde peilgebied. Ook “hoogwatervoorziening” genoemd.
Hoogte van het oppervlaktewater ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil). Ook “waterpeil” genoemd.
Afweging op welke hoogte het waterpeil ingesteld moet worden.
Een afgebakend gedeelte van een peilgebied waarvoor een watervergunning van toepassing is voor een van het peilbesluit afwijkend waterpeil. Dit kan een opmaling of hoogwatervoorziening zijn bij een hoger peil. Of een onderbemaling bij een lager peil.
Inspanningsverplichting voor het beheren van het waterpeil van het oppervlaktewater in een bepaald gebied, gericht op het handhaven van het vastgestelde peilregime of waterhoogte binnen de vastgestelde bandbreedte.
Besluit van een waterschap over de hoogte van het waterpeil.
Het gebied waar een besluit van een waterschap over de hoogte van het waterpeil in oppervlaktewater van kracht is.
Een peilgebied is een waterstaatkundige eenheid waarbinnen hetzelfde waterpeil of peilregime wordt beheerd.
Het gelijk houden van het waterpeil ten opzichte van NAP, ook als er sprake is van maaivelddaling.
Geleidelijke aanpassing van het waterpeil aan een verandering, zoals de maaivelddaling.
Een peilscheiding is een dam, stuw, overstort- of doorlaatconstructie of natuurlijke hoogteligging die twee peilgebieden van elkaar scheidt.
In het peilbesluit vastgesteld waterpeil dat het referentieniveau is voor het voeren van de schouw, het afhandelen van vergunningen en het uitvoeren van onderhoud aan watergangen. Bij een flexibel waterpeil wordt in principe de ondergrens aangehouden als schouwpeil.
Een peilregime waarbij één waterpeil wordt nagestreefd.
Het op het moment van schrijven (van deze toelichting) officieel van toepassing zijnde peilbesluit.
Een object (zoals een dijk of dam) dat oppervlaktewater tegenhoudt, zodat het niet naar lager liggend land kan stromen.
Vastgelegde hoogte van het oppervlaktewater ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil). Ook “peil” genoemd.
Hoogte van het oppervlaktewater op een bepaald moment ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2025-18644.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.