Waterschapsblad van Waterschap Brabantse Delta
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Brabantse Delta | Waterschapsblad 2025, 17462 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Brabantse Delta | Waterschapsblad 2025, 17462 | ander besluit van algemene strekking |
Besluit Prioritering aandachtspunten wateroverlast waterbeheerprogramma 2022-2027
Het dagelijks bestuur van Waterschap Brabantse Delta;
Gelezen het ambtelijk advies ‘Prioritering aandachtspunten wateroverlast uit het waterbeheerprogramma 2022-2027’, nummer 840113;
Gelet op afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht, de Omgevingswet, in het bijzonder artikel 2.13, artikel 84 Waterschapswet en de Omgevingsverordening Noord-Brabant, in het bijzonder paragraaf 6.2.2;
Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 15 juli 2025,
Overwegingen bij het Besluit Prioritering aandachtspunten wateroverlast waterbeheerprogramma 2022-2027’
In beleidskeuze 6 in paragraaf 3.2.6 van het waterbeheerprogramma (‘Wij prioriteren op basis van verplichtingen en mogelijkheden’) is bepaald dat wettelijke resultaatverplichtingen meer prioriteit hebben dan inspanningsverplichtingen. Het aanpakken van wateroverlast is op grond van de Omgevingswet juncto de Omgevingsverordening Noord-Brabant een inspanningsverplichting.
In paragraaf 6.3.1. van het waterbeheerprogramma is vermeld: “Om uiterlijk in 2050 te komen tot een klimaatrobuuste inrichting van Midden- en West-Brabant, dienen we wateroverlast in het landelijk en stedelijk gebied te beperken. Met het oog op klimaatverandering en conform het Deltaplan ruimtelijke adaptatie plaatsen wij het bereiken van die klimaatrobuuste inrichting bóven het halen van de toetsnormen.”.
Sinds het Nationaal Bestuursakkoord Water in 2003 van kracht werd, en op grond van geldende wet- en regelgeving nadien, heeft het waterschap al meerdere keren de voorgeschreven periodieke toetsing op wateroverlast uitgevoerd. En heeft daarover gerapporteerd aan Gedeputeerde Staten. Het beeld dat daaruit naar voren komt is dat er in de periode vanaf 2003 veel aandachtspunten zijn aangepakt, maar er ‘hardnekkige’ aandachtspunten overblijven die steeds opnieuw naar voren komen. Dit blijken de lage plekken in het landschap te zijn die van nature gevoelig zijn voor wateroverlast, maar waar binnen de planologische mogelijkheden die er zijn, en ongeacht toepassing van de watertoets, een grondgebruik aanwezig is die eigenlijk niet past bij het functioneren van het watersysteem op die plek. Ook is toen al gebleken dat technische maatregelen onvoldoende zijn, dat technische maatregelen maar gedeeltelijk effect hebben, dat dit effect vaak slechts tijdelijk is in het licht van klimaatverandering, en dat de maatschappelijke kosten meestal in geen verhouding staan tot de individuele schade die voorkomen wordt.
De laatste jaren staat het denken over wateroverlast landelijk minder in het teken van wateroverlast op zichzelf staand oplossen met technische aanpassingen in het watersysteem, maar juist meer en meer op een integrale aanpak gericht op systeemherstel en klimaatadaptatie, waar het gebruik zich aanpast aan de locatie c.q. aan het systeem. Uitmondend in onder andere de zogeheten Kabinetsbrief water en bodem sturend (Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 27 625, nr. 592).
In het ‘Handelingsperspectief water en bodem sturend’ is een tweesporenaanpak is geformuleerd. De eerste stap is het stoppen van de verdere achteruitgang (standstill), wat onder andere inhoudt geen beslissingen of investeringen te doen die haaks staan op een klimaatrobuuste inrichting, oftewel ‘water en bodem sturend’. Dat is in lijn met paragraaf 6.3.1. van het waterbeheerprogramma. De tweede stap is te gaan werken (samen met anderen) aan maatregelen gericht op de toekomst richting 2050. Deze maatregelen betreffen vooral ook ruimtelijke maatregelen in plaats van enkel technische maatregelen. Daarbij is als tijdspad vastgesteld dat het waterschap als richtjaar 2050 hanteert en als kantelpunt voor de overgangsperiode het jaar 2030. De eerste keuzes voor de uitvoering in de jaren na 2030 worden al in 2027 gemaakt in het volgende waterbeheerprogramma.
De meeste aandachtspunten die het in het besluit betreft, zijn lokale laagten waar het provinciaal beleid (Addendum) gericht is op het vasthouden en infiltreren van water om zo tot systeemherstel en een klimaatrobuuste inrichting te komen. Extra (technische) maatregelen om meer water af te voeren om zo wateroverlast tegen proberen te gaan, staat daar haaks op.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2025-17462.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.