Waterschapsblad van Wetterskip Fryslân
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
---|---|---|---|---|
Wetterskip Fryslân | Waterschapsblad 2024, 18834 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
---|---|---|---|---|
Wetterskip Fryslân | Waterschapsblad 2024, 18834 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân;
- gelet op artikel 2.8 Omgevingswet;
- gelet op het Delegatie- en mandaatbesluit van het algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân;
- gezien het feit dat met de komst van de Omgevingswet (in werking per 1 januari 2024) een waterschapsverordening middels het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) ontsloten en bekendgemaakt wordt;
- gezien het feit dat de Waterschapsverordening alle regels over de fysieke leefomgeving die Wetterskip Fryslân stelt binnen zijn beheergebied besloten dat een update van de Waterschapsverordening nodig is om een aantal wijzigingen door te voeren en de werking in het Omgevingsloket te verbeteren. Deze wijzigingen betreffen:
- Aanpassing van een aantal geografische werkingsgebieden;
- Aanpassing van een aantal indieningsvereisten voor vergunningen en meldingen;
- Tekstuele aanpassingen en kleine wijzigingen in de opbouw van artikelen;
- overwegende dat het ontwerpbesluit vanaf 27 juni 2024 tot en met 7 augustus 2024 ter inzage heeft gelegen en er geen zienswijzen zijn ontvangen;
besluit;
De Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân zoals aangegeven in Bijlage A, vast te stellen.
De gehele gewijzigde waterschapsverordening wordt nu bekendgemaakt en treedt in werking op de dag van publicatie.
Dit besluit wordt aangehaald als "Wijzigingsbesluit Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân 2024-1".
Aldus vastgesteld namens het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân
L.M.B.C. Kroon
Dijkgraaf
W. Zuidema
Secretaris-directeur
A
Artikel 1.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De volgende werkingsgebieden maken deel uit van deze waterschapsverordening:
beschermingszone van een regionale waterkering in hoge gronden;
beschermingszone van een waterstaatswerkwaterkering in hoge gronden;
beschermingszone van een waterstaatswerk;
buiten het stedelijk gebied in een overig water;
buiten het stedelijk gebied in een schouwwater;
gebied waar bij calamiteiten regels gelden voor grondwater onttrekken;
gebied waar bij calamiteiten regels gelden voor lozen oppervlaktewater;
gebied waar bij calamiteiten regels gelden voor onttrekken oppervlaktewater;
gebied waar bij calamiteiten regels gelden voor water in de bodem brengen;
gronden grenzend aan een regionale waterkering in hoge grondengronden grenzend aan een regionale waterkering;
gronden grenzend aan een regionale waterkering in hoge gronden;
niet zijnde boezemwater;
niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam;
oppervlaktewaterlichaam;
overig water buiten de bebouwde komoverig water;
overig waterpeilgebiedsgrenzen;
schouwwater buiten de bebouwde komschouwwater;
waterstaatswerk; en
Voor waterstaatswerken die op grond van een projectbesluit of een omgevingsvergunning zijn aangelegd of gewijzigd ten opzichte van de geometrische begrenzing, wordt voor het werkingsbied met betrekking tot het waterstaatswerk uitgegaan van de begrenzing aangegeven in het projectbesluit of de omgevingsvergunning. Hetzelfde geldt voor waterstaatswerken die voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gewijzigd door een projectplan of watervergunning.
Als een waterstaatswerk nog niet geometrisch is begrensd of niet juist is begrensd en de ligging niet volgt uit een projectbesluit, omgevingsvergunning, projectplan of watervergunning dan bestaat het werkingsgebied uit het betreffende waterstaatswerk. Bij een peilregulerend kunstwerk geldt als peilregulerend kunstwerk 5 meter (m) rondom het peilregulerende kunstwerk Bij de volgende waterstaatswerken geldt ook het daaromheen gelegen gebied als betreffend werkingsgebied:
bij een primaire waterkering geldt een beschermingszone, een buitenbeschermingszone, een profiel van vrije ruimte en een ruimtelijke reserveringszone als omschreven in de beleidsregels integrale legger;
bij een regionale waterkering, type polderdijk geldt als beschermingszone van een regionale waterkering een strook van 5 meter (m) vanuit de teen van die regionale waterkering;
bij een regionale waterkering, waarin als hulpconstructie als een damwand of andere oeverbescherming is opgenomen, geldt als beschermingszone van een regionale waterkering een strook van 5 meter (m) vanaf die damwand of hulpconstructie;
bij een secundaire waterkering geldt als beschermingszone van een secundaire waterkering een strook van 15 meter (m) vanuit de teen van die secundaire waterkering; en
bij een hoofdwater geldt als beschermingszone van een hoofdwater een strook van 5 meter (m) vanaf de insteek van dat hoofdwater.
Als een werkingsgebied, niet zijnde een waterstaatswerk, nog niet geometrisch is begrensd of niet juist is begrensd en de ligging niet volgt uit een projectbesluit, omgevingsvergunning, projectplan of watervergunning dan bestaat het werkingsgebied uit de beschrijving van het betreffende werkingsgebied.
B
Artikel 2.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het lozen van water op een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij indien:
dit plaatsvindt in boezemwater;
de te lozen hoeveelheid water groter dan 250 kubieke meter per uur (m3/u) is;
het te lozen water onttrokken wordt uit het oppervlaktewaterlichaam waarop wordt geloosd; en
het chloridegehalte van het te lozen water is kleiner dan of gelijk aan het chloridegehalte van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam, gemeten in een steekmonster.
Het lozen van water op een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij indien:
dit plaatsvindt in boezemwater;
de te lozen hoeveelheid water kleiner dan of gelijk aan 250 kubieke meter per uur (m3/u) is; en
het chloridegehalte van het te lozen water is kleiner dan of gelijk aan het chloridegehalte van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam, gemeten in een steekmonster.
Het lozen van water op een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij indien:
het lozen van water plaatsvindt in een oppervlaktewaterlichaam niet zijnde boezemwater;
de te lozen hoeveelheid is kleiner dan of gelijk aan 80 kubieke meter per uur (m3/u);
de te lozen hoeveelheid is kleiner dan of gelijk aan 800 kubieke meter per etmaal (m3/etmaal); en
het chloridegehalte van het te lozen water is kleiner dan of gelijk aan het chloridegehalte van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam, gemeten in een steekmonster.
C
Artikel 2.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het lozen van water op een oppervlaktewaterlichaam geldt een meldingsplicht indien:
het lozen van water plaats vindtplaatsvindt in boezemwater;
de te lozen hoeveelheid groter dan 250 kubieke meter per uur (m3/u) is;
het water dat geloosd wordt niet onttrokken is aan het oppervlaktewaterlichaam waarop geloosd wordt; en
het chloridegehalte van het te lozen water is kleiner dan of gelijk aan het chloridegehalte van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam, gemeten in een steekmonster.
D
Artikel 2.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam is toestemmingsvrij indien dit plaatsvindt:
plaatsvindt vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of
plaatsvindt op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.
E
Artikel 2.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam is bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden in een waterbodem met de kwaliteitsklasse «sterk verontreinigd», bedoeld inwaarbij de artikel 25d, derde lid, onder a,interventiewaarden uit tabel 2 van bijlage B van het Besluitde Regeling bodemkwaliteit worden overschreden, een werkinstructie opgesteld, waarin. In de werkinstructie is in ieder geval is opgenomen:
F
Artikel 3.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam geldt een vergunningplicht indien de wateronttrekking:
plaatsvindt op de Waddeneilanden;
plaatsvindt in een hoogwatercircuit of in een gebied met een peil hoger dan het boezempeil, tenzij het particuliere tuinberegening betreft;
plaatsvindt in een gebied met een peil onder het boezempeil dat alleen voorzien wordt van water uit een gebied met een peil boven het boezempeil;
leidt tot een zichtbare waterpeilverlaging; of
niet voldoet aan artikel 3.2 tot en met artikel 3.4.
artikel 3.2 en artikel 3.3 zijn niet van toepassing.
G
Artikel 3.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Grondwater kan toestemmingsvrij onttrokken worden indien de onttrekking plaatsvindt:
de onttrekking plaatsvindt op basis van een pompcapaciteit kleiner dan 1 kubieke meter per uur (m3/u); of
de onttrekking plaatsvindt ten behoeve van een brandblusvoorziening.
H
Artikel 3.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Ten minste vier weken voor het begin van het onttrekken van grondwater, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
het doel waarvoor het te onttrekken water wordt gebruikt;
een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit
de verwachte datum van het begin van de onttrekkingsactiviteit, de verwachte duur van de onttrekkingsactiviteit en bij een tijdelijke onttrekking de datum van het einde van de onttrekkingsactiviteit;
het aantal in te richten putten;
de coördinaten volgens het Stelsel van de Rijksdriehoeksmeting van iedere put;
een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de gevolgen te voorkomen of te beperken;
een bemalingsadvies, volgens protocol 12010 van het SIKB;
een technisch bemalingsplan, volgens protocol 12020 van het SIKB;
de diepte in meter (m) van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;
de lengte in meter (m) van het effectieve filter in iedere put;
de capaciteit van de pomp in kubieke meter water per uur (m3/u) per put;
de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur (m3/u), etmaal (m3/etmaal), maand (m3/maand), jaar (m3/jaar) en het totaal (m3), die ten hoogste wordt onttrokken; en
een beschrijving van de locatie waar het onttrokken water wordt geloosd.
I
Artikel 3.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Indien grondwater wordt onttrokken ten behoeve van een bouwputbemaling, proefbronnering, sleufbemaling, grondsanering of grondwatersanering geldt een vergunningplicht indien:
de onttrekking groter dan of gelijk aan 50.000 kubieke meter per maand (m3/maand) is; of
de onttrekkingsduur is groter dan 120 aaneengesloten dagen.
Indien grondwater wordt onttrokken voor beregenings- of bevloeiingsdoeleinden en plaatsvindt op basis van een pompcapaciteit groter dan 60 kubieke meter per uur (m3/u) is dan geldt een vergunningplicht.
Indien grondwater wordt onttrokken voor overige doeleinden dan geldt een vergunningplicht, indien het onttrekken van grondwater:
niet plaatsvindt op de Waddeneilanden en plaatsvindt op basis van een pompcapaciteit groter dan 10 kubieke meter per uur (m3/u) is; of
plaatsvindt op de Waddeneilanden en plaatsvindt op basis van een pompcapaciteit groter dan 5 kubieke meter per uur (m3/u) is.
Indien voorafgaand aan het onttrekken van grondwater niet voldaan kan worden aan artikel 3.10 tot en met artikel 3.13, geldt een vergunningplicht.
Voor het onttrekken van grondwater geldt een vergunningplicht, indien:
niet wordt voldaan aan de voorschriften in artikel 3.10; of
artikel 3.11 en artikel 3.12 niet van toepassing zijn.
J
Artikel 3.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt;
een onderbouwing van de noodzaak van de activiteit;
de verwachte datum van het begin van de onttrekkingsactiviteit, de verwachte duur van de onttrekkingsactiviteit en bij een tijdelijke onttrekking de datum van het einde van de onttrekkingsactiviteit
het aantal in te richten putten;
de coördinaten volgens het Stelsel van de Rijksdriehoeksmeting van iedere put;
een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;
een bemalingsadvies, volgens protocol 12010 van het SIKB;
een technisch bemalingsplan, volgens protocol 12020 van het SIKB;
de diepte in meter (m) van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;
de lengte in meter (m) van het effectieve filter in iedere put;
de capaciteit van de pomp in kubieke meter water per uur (m3/u) per put;
de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur (m3/u), etmaal (m3/etmaal), maand (m3/maand), jaar (m3/jaar) en het totaal (m3), die ten hoogste wordt onttrokken; en
een beschrijving van de locatie waar het onttrokken water wordt geloosd.
K
Artikel 4.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het deponeren of opslaan van afval, materialen, stoffen en goederen geldt een vergunningplicht indien nietartikel 4.2 voldaan wordt aanniet van toepassing artikel 4.2is.
Voor het opslaan van explosiegevaarlijk materiaal geldt een vergunningplicht.
L
Artikel 4.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het aanbrengen of verwijderen van beplanting en opgaande houtbeplanting is toestemmingsvrij indien dit plaatsvindt in een particuliere tuin:
een overig water;
een schouwwater; of
in het profiel van vrije ruimte van een primaire waterkering;
een beschermingszone van een hoofdwater.
in de buitenbeschermingszone van een secundaire waterkering.
M
Artikel 4.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het verwijderen van riet of waterplanten is toestemmingsvrij indien dit plaatsvindt:
plaatsvindt in een schouwwater; of
plaatsvindt in een overig water.
N
Artikel 4.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het verwijderen van riet of waterplanten geldt een meldingsplicht indien dit:
dit plaatsvindt in een hoofdwater; en
dit plaatsvindt van 15 juni tot en met 30 november.
O
Artikel 4.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het verwijderen van riet of waterplanten geldt een vergunningplicht, indien:
dit plaatsvindt in een hoofdwater;
dit plaatsvindt van 1 december tot en met 14 juni; of
er niet voldaan wordt aan artikel 4.6, artikel 4.8, artikel 4.9 en artikel 4.10.
niet wordt voldaan aan de voorschriften in artikel 4.6; of
artikel 4.8 en artikel 4.9 niet van toepassing zijn.
P
Artikel 4.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Indien beplanting of opgaande houtbeplanting wordt aangebracht of verwijderdverwijderde geldt een vergunningplicht, indien nietartikel 4.7 wordt voldaan aanniet van toepassing artikel 4.7is.
Q
Artikel 4.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het verrichten van boringen voor een bodemenergiesysteem of het exploreren of winnen van gas of vloei- of delfstoffen geldt een vergunningplicht indien dit plaatsvindt:
plaatsvindt op of in een waterstaatswerk; of
plaatsvindt in een beschermingszone van een waterstaatswerk.
R
Artikel 4.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het aanleggen en verwijderen van een brandblusvoorziening waarvoor grondwater wordt onttrokken geldt een meldingsplicht indien dit:
dit niet plaatsvindt in een waterkering; of
dit niet plaatsvindt de beschermingszone van een waterkering.
S
Artikel 4.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het oprichten, aanleggen, plaatsen, uitbreiden, vervangen of verwijderen van bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen geldt een vergunningplicht, indien niet voldaan wordt aan artikel 4.18 tot en met artikel 4.21.:
niet wordt voldaan aan de voorschriften in artikel 4.18; of
artikel 4.19 en artikel 4.20 niet van toepassing zijn.
T
Artikel 4.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het aanleggen of verwijderen van een brug of viaduct geldt een vergunningplicht, indien niet voldaan wordt aan artikel 4.25 en artikel 4.26.:
U
Artikel 4.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het aanleggen van een dam zonder duiker geldt een vergunningplicht.
Voor het verbreden of verwijderen van een dam zonder duiker geldt een vergunningplicht, indien niet voldaan wordt aan artikel 4.30 en artikel 4.31.:
V
Artikel 4.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, verwijderen en wijzigen van een duiker of dam met duiker in of op een waterstaatswerk of in of op een beschermingszone van een waterstaatswerk.
Deze paragraaf is niet van toepassing op:
het oprichten, aanleggen, plaatsen, uitbreiden, vervangen of verwijderen van bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen als bedoeld in paragraaf 4.4; en
grond aanbrengen, baggerslibbaggerspecie en grond toepassen, baggerspecie verspreiden en dempen als bedoeld in paragraaf 4.11.
W
Artikel 4.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het aanleggen, verwijderen en wijzigen van een duiker of dam met duiker geldt een vergunningplicht, indien niet voldaan wordt aan artikel 4.35 tot en met artikel 4.38.:
X
Artikel 4.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Indien dieren gehouden worden op waterstaatswerken of op gronden grenzend aan waterstaatswerken dienen afrasteringen, die op of na 1 januari 2006 geplaatst worden, handmatig demontabel te zijn.
Indien dieren gehouden worden op gronden grenzend aan een hoofdwater:
zijn eigenaren van gronden verplicht om tijdig langs hun gronden een voldoende kerende afrastering aan te brengen ter voorkoming van schade aan de oever, tenzij de dieren vanwege de lokale situatie geen schade veroorzaken aan de oever van het hoofdwater.
is de afrastering bij een hoofdwater kleiner dan of gelijk aan 1 meter (m) hoog en wordt geplaatst op 250 millimeter (mm) vanuit de insteek van het hoofdwater landinwaarts; en
kan de afrastering, ten behoeve van het onderhoud langs het hoofdwater en dwars over onderhoudspaden of beschermingszones, makkelijk, handmatig demontabel, tijdelijk worden weggenomen.
Indien dieren gehouden worden op gronden grenzend aan een hoofdwater of een waterkering worden eventuele aanwijzingen van medewerkers van of namens het waterschap stipt opgevolgd.
Indien dieren, met uitzondering van schapen, gehouden worden op een waterkering grenzend aan boezemwater waar geen voorland aanwezig is, wordt het buitentalud van de waterkering afgeschermd met een voldoende kerende afrastering op de buitenste kruinlijnbuitenkruinlijn. Indien er al een voldoende kerende afrastering van voor 1 januari 2006 op het buitentalud aanwezig is, hoeft geen extra afrastering geplaatst te worden.
Indien schapen gehouden worden op een waterkering grenzend aan boezemwater waar geen voorland aanwezig is, wordt een voldoende kerende afrastering geplaatst op 700 millimeter (mm) vanuit de waterlijn landinwaarts.
Indien een afrastering wordt vervangen op een waterkering grenzend aan boezemwater waar geen voorland aanwezig is, wordt deze geplaatst op de buitenste kruinlijnbuitenkruinlijn van de waterkering.
Indien dieren gehouden worden op een waterkering grenzend aan boezemwater, waarbij voorland aanwezig is wat niet onder bemaling staat en dat voorland heeft een breedte kleiner dan 5 meter (m), wordt een voldoende kerende afrastering geplaatst op 700 millimeter (mm) vanuit de insteek van het boezemwater.
Indien dieren gehouden worden op een waterkering grenzend aan boezemwater waarbij onder bemaling staand voorland aanwezig is, wordt het buitentalud van de waterkering afgeschermd met een voldoende kerende afrastering op de buitenste kruinlijnbuitenkruinlijn.
Y
Artikel 4.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het houden van dieren is toestemmingsvrij indien dit plaats vindtplaatsvindt op:
gronden die grenzen aan een hoofdwater; of
gronden die grenzen aan een waterkering.
Het houden van schapen op een waterkering is toestemmingsvrij.
Het houden van dieren is toestemmingsvrij indien dit plaatsvindt:
plaatsvindt op een regionale waterkering in hoge gronden; of
plaatsvindt in de beschermingszone van een regionale waterkering in hoge gronden met uitzondering van het deel van de beschermingszone dat overlapt met een waterkering die niet in hoge gronden ligt.
Z
Artikel 4.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het houden van dieren geldt een verbod, indien niet voldaan wordt aan artikel 4.42 en artikel 4.43.:
niet wordt voldaan aan de voorschriften in artikel 4.42; of
artikel 4.43 niet van toepassing is.
AA
Artikel 4.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het houden van evenementen geldt een vergunningplicht, indien niet voldaan wordt aan artikel 4.46 tot en met artikel 4.49.:
BB
Artikel 4.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het graven of vergraven van een oppervlaktewaterlichaam geldt een vergunningplicht, indien:
dit plaatsvindt ter compensatie van het versneld tot afvoer brengen van hemelwater naar een oppervlaktewaterlichaam, voor zover dit laatste is geregeld in een omgevingsvergunning;
dit plaatsvindt ter compensatie van het dempen of verondiepen van een oppervlaktewaterlichaam; of
niet wordt voldaan aan artikel 4.53, artikel 4.54 en artikel 4.56.
niet wordt voldaan aan de voorschriften in artikel 4.53; of
artikel 4.54 niet van toepassing is.
CC
Artikel 4.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het baggeren van een oppervlaktewaterlichaam geldt een vergunningplicht, indien:
DD
Het opschrift van paragraaf 4.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EE
Artikel 4.66 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het aanbrengen van grond geldt een vergunningplicht, indien niet voldaan wordt aan artikel 4.62 en artikel 4.63.:
FF
Artikel 4.70 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het verspreiden van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam geldt een verbod indien niet voldaan wordt aan artikel 4.61, artikel 4.62, artikel 4.64 en artikel 4.65.indien:
GG
Artikel 4.71 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het opvullen van een oppervlaktewaterlichaam, zijnde een aangewezen zandwinplas, door het toepassen van grond of baggerspecie, geldt een verbod indien niet wordt voldaan wordt aan de voorschriften in artikel 4.61 en artikel 4.62.
HH
Artikel 4.77 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het aanleggen of verwijderen van een inlaat in een waterkering geldt een vergunningplicht, indien niet voldaan wordt aan artikel 4.73 tot en met artikel 4.76.:
II
Artikel 4.81 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het aanleggen, verwijderen of onderhouden van kabels of leidingen is toestemmingsvrij indien dit middels een open ontgraving gedaan wordt en dit plaatsvindt:
dit plaatsvindt in een overig water; of
dit plaatsvindt in een schouwwater.
Het aanleggen, verwijderen of onderhouden van kabels of leidingen is toestemmingsvrij indien dit middels een gestuurde boring gedaan wordt en:
dit plaatsvindt in een overig water; of
dit plaatsvindt in een schouwwater; en
de in- en uittredepunten van de gestuurde boring buiten de regionale waterkeringen of lokale waterkeringen of de bijbehorende beschermingszones of buiten het hoofdwater liggen.
JJ
Artikel 4.84 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het aanleggen, verwijderen of onderhouden van kabels of leidingen geldt een vergunningplicht, indien:
dit plaatsvindt in een waterkering;
dit plaatsvindt in een hoofdwater; of
niet voldaan wordt aan artikel 4.80 tot en met artikel 4.83.
niet wordt voldaan aan de voorschriften in artikel 4.80;
artikel 4.81 en artikel 4.82 niet van toepassing zijn.
KK
Artikel 4.88 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het bevestigen of laten liggen van vaartuigen geldt een vergunningplicht indien nietartikel 4.87 voldaan wordt aanniet van toepassing artikel 4.87is.
LL
Artikel 4.93 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het aanleggen en verwijderen van een oeverbeschermende voorziening geldt een vergunningplicht, indien niet voldaan wordt aan artikel 4.91 en artikel 4.92.:
MM
Artikel 4.97 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het recreatief verblijven door het plaatsen van tenten, campers, caravans, woonwagens en dergelijke geldt een vergunningplicht indien nietartikel 4.96 voldaan wordt aanniet van toepassing artikel 4.96is.
NN
Artikel 4.100 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het verrichten van seismisch onderzoek geldt een vergunningplicht indien dit plaatsvindt:
plaatsvindt op of in een waterstaatswerk; of
plaatsvindt in een beschermingszone van een waterstaatswerk.
OO
Artikel 4.104 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het uitvoeren van sonderingen geldt een vergunningplicht, indien nietartikel 4.103 voldaan wordt aanniet van toepassing artikel 4.103is.
PP
Artikel 4.106 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf is van toepassing op spitten, ploegen, bemesten, ondiepe grondroeringen of andere grondroeringen in of op een waterstaatswerk of in of op een beschermingszone van een waterstaatswerk.
Deze paragraaf is niet van toepassing op het:
aanleggen, verwijderen of onderhouden van kabels en leidingen als bedoeld in paragraaf 4.124.13;
plaatsen van afrasteringen ten behoeve van het houden van dieren als bedoeld in paragraaf 4.8; en
graven, vergraven van of baggerwerkzaamheden in een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in paragraaf 4.10.
Artikel 4.109 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor spitten, ploegen of andere ondiepe grondroeringen geldt een vergunningplicht, indien niet voldaan wordt aan artikel 4.107 en artikel 4.108.:
Voor grondroeringen anders dan benoemd in het eerste lid geldt een vergunningplicht.
RR
Artikel 4.114 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het plaatsen, verplaatsen, verwijderen en behouden van een steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk geldt een vergunningplicht, indien niet voldaan wordt aan artikel 4.112 en artikel 4.113.:
SS
Artikel 4.119 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het aanleggen en verwijderen van een uitstroomvoorziening geldt een vergunningplicht, indien niet voldaan wordt aan artikel 4.117 en artikel 4.118.:
TT
Artikel 4.123 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het uitzetten van vis en het plaatsen van vaste vistuigen geldt een vergunningplicht indien nietartikel 4.122 voldaan wordt aanniet van toepassing artikel 4.122is.
UU
Artikel 4.127 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het stoken van vuur geldt een vergunningplicht indien nietartikel 4.126 voldaan wordt aanniet van toepassing artikel 4.126is.
VV
Artikel 4.132 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor het aanleggen en verwijderen van een warmtewisselaar voor het lozen van koude en warmte bij aquathermie op of in een oppervlaktewaterlichaam geldt een vergunningplicht, indien niet voldaan wordt aan artikel 4.130 en artikel 4.131.:
WW
Binnen bijlage I wordt de volgende sectie op de aangegeven wijze gewijzigd:
In deze waterschapsverordening wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:
oppervlaktewaterlichaam dat op grond van artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, is aangewezen
Achtergrondwaarden als bedoeld in artikel 1, van het Besluit bodemkwaliteit, zijn bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen
water dat langs constructies loopt als gevolg van waterstandsverschil. Zie ook piping en onderloopsheid
handeling of gebeurtenis uitgevoerd door een (rechts)persoon, dier, plant of ander leven, óf natuurverschijnsel, waar juridische regels aan gesteld kunnen worden
toereikende techniek
kunstmatig opdelingobjecten, zoals paal-draad constructie, ten behoeve van scheiding van vastgoedobjecten of virtuele gebieden
alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen
afvalwater dat ontstaat doordat water uit de hemel valt, zoals regen, sneeuw, hagel en dauw. Het gaat doorgaans om een schone afvalwaterstroom. Daarom heeft deze afvalwaterstroom een bijzondere status. Ook omdat hemelwater direct in het milieu terug kan komen
geheel van activiteiten dat betrekking heeft op gewassen of landbouwhuisdieren voor zover deze geteeld of gekweekt onderscheidenlijk gefokt, gemest, gehouden of verhandeld worden, daaronder mede begrepen agrarisch gemechaniseerd loonwerk zoals het uitvoeren van cultuurtechnische werken, mestdistributie, grondverzet of soortgelijke dienstverlening
algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân
uitvoeringsvoorschriften of -voorwaarden die gelden voor de in de waterschapsverordening opgenomen toestemmingsvrije, informatieplichtige, meldingsplichtige en vergunningplichtige activiteiten
verzamelterm voor duurzaam verwarmen en koelen met water. Het gaat om warmte en koude uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater
geologische formatie waarbinnen de relatief (ten opzichte van de omgeving) hoge doorlatendheid aanzienlijk transport van grondwater mogelijk maakt
verwijderen van slib, specie, zand uit een oppervlaktewaterlichaam
horizontale centrifugaalpomp waarmee sediment, puin en andere schadelijke materialen via zuigleiding worden opgezogen en via een pijpleiding naar een afvoerplaats worden getransporteerd
materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter (mm)
apparaat om bagger uit een oppervlaktewaterlichaam te zuigen en direct, gelijkmatig over het aanliggende perceel te spuiten
gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft en waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven. De grens van de bebouwde kom volgt niet uit de Wegenverkeerswet 1994, maar net zoals in de ruimtelijke ordening bepaalt de aard van de omgeving waar de grens ligt. Om te spreken van bebouwde kom, moet er sprake zijn van op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing, die is geconcentreerd tot een samenhangende structuur
gebied als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Waterschapswet, waarvoor het waterschap de waterstaatkundige verzorging ten doel heeft
beoordelingsregel is een inhoudelijke regel waaraan het dagelijks bestuur van het waterschap een aanvraag voor een omgevingsvergunning toetst
beperkingengebied is een geometrisch begrensd gebied rondom een werk of object waarin, vanwege de aanwezigheid van dat werk of object, regels voor de activiteiten van derden, gelden. Het gaat om gebieden rond luchthavens, wegen, spoorwegen of waterstaatswerken. Onder de Omgevingswet gaan de beschermingszones samen met de kernzone op in ‘beperkingengebieden’. Dit zijn gebieden waar op grond van de Omgevingswet beperkingen gelden vanwege de aanwezigheid van een werk of object, in dit geval een waterstaatswerk
activiteit die de functie van een maatschappelijk belangrijk werk of object kan verstoren. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit op of binnen een beperkingengebied
begroeiing die door de mens ergens opzettelijk is aangebracht, ook planten die zich spontaan gevestigd hebben
gebied waaraan op grond van de wet een functie voor waterstaatkundige doeleinden is toegedeeld, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en dat ook als bergingsgebied op de legger is opgenomen
zone ter weerszijden van een waterstaatswerk (kernzone), waar voorschriften en beperkingen gelden ter bescherming van het waterstaatswerk
materiaal dat is aangebracht op de grens van water en land, of langs de waterkant, om de oever tegen afkalving te beschermen, of om te voorkomen dat door afkalving van de oever de doorstroming, de waterbeheersing of het vaarwegverkeer belemmerd wordt
dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân
lijn die de overgang markeert tussen de kruin en het binnentalud
talud aan de binnendijkse zijde van een dijk of waterkering
onderrand van het dijklichaam aan de binnendijkse zijde van de dijk (de overgang van dijk naar maaiveld)
al het stilstaande of stromende water op het landoppervlak en al het grondwater aan de landzijde van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten;
fysieke constructie om bij morsingen en lekkages het verspreiden van bodembedreigende stoffen naar de bodem tegen te gaan. Doel is bodemverontreiniging voorkomen
installatie die gebruik maakt van de bodem voor de levering van warmte of koude voor de verwarming of koeling van een gebouw
schoonmaken van vervuilde grond
stelsel van gemeen liggende, met elkaar in open verbinding staande waterlopen en meren waarop het water van lager gelegen polders wordt uitgeslagen en dienend voor eventueel tijdelijke berging en lozing op het buitenwater
vrij op de boezem afwaterende gronden, deze staan bij hoge boezemwaterstanden onder water, dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van de boezem
in een peilbesluit vastgelegde streefpeil van een boezem ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP)
water in een boezem
middel om door boren of steken toegang te krijgen tot de ondergrond om bijvoorbeeld geroerde en/of ongeroerde monsters aan de ondergrond te ontlenen voor nader onderzoek
plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten
constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties
voorziening voor het bestrijden van brand als bedoeld in artikel 4.20, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Een brandblusvoorziening is permanent aanwezig, maar wordt enkel in noodsituaties gebruikt. Indien een brandblusvoorziening ook voor andere doeleinden wordt gebruikt, wordt de voorziening niet als een brandblusvoorziening aangemerkt
in de waterbouw toegepast materiaal ter bescherming van kust- en oeverwerken. Het materiaal moet deze werken beschermen tegen de inwerking van bijvoorbeeld golf- en getijdenbewegingen. Bekend zijn de basaltblokken tegen de dijken langs de grote rivieren en de kust
water met een verhoogde mineralenconcentratie dat overblijft na de onttrekking van water aan gewonnen brak grondwater
verbinding tussen twee punten die van elkaar gescheiden zijn door een hydro-object (oppervlaktewaterlichaam of watergang) waarbij de constructie geen verharde kunstmatige bodem heeft of waarbij de verharding geen deel uitmaakt van de constructie
zone buiten het waterstaatswerk en aangrenzende beschermingszone gelegen gronden en wateren, waar voorschriften en beperkingen gelden ter bescherming van het waterstaatswerk en de beschermingszone
lijn die de overgang markeert tussen de kruin en het buitentalud van de waterkering
hellend vlak van het dijklichaam aan de buitendijkse zijde van de dijk
onderrand van het dijklichaam aan de waterzijde van de dijk (buitendijks)
water van een oppervlaktewaterlichaam waarvan de waterstand direct invloed ondergaat bij hoge stormvloed, bij hoog opperwater van een van de grote rivieren, bij hoog water van het IJsselmeer of het Markermeer, dan wel bij een combinatie daarvan, alsmede het Volkerak-Zoommeer, het Grevelingenmeer, het getijdedeel van de Hollandsche IJssel en de Veluwerandmeren
civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf, waarvoor andere materialen dan aarde en zand zijn gebruikt
Carcinogeen, Mutageen en Reprotoxisch-stoffen. Deze zogenaamde CMR-stoffen kunnen kanker veroorzaken, schade veroorzaken aan onze genen of schadelijk zijn voor de voortplanting en het nageslacht
geheel dat ontstaat door een aantal losse onderdelen samen te voegen tot één stevig geheel
dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân
werk over een oppervlaktewaterlichaamperceel dat bedoeld is voor de doorgang van een perceel aan de ene kant van het oppervlaktewaterlichaam naar een perceel aan de andere kant van het oppervlaktewaterlichaam, waarbij in tegenstelling tot een brug de bodem wordt onderbroken
(houten) balken, langs een dam, om stevigheid te geven; ook achterleggers geheten; legger en ligger worden vaak verward
verticale constructiedelen die in een opeenvolgende rij de grond worden gedreven, meestal om weerstand te bieden tegen zijkrachten
volume van een vloeistof of een gas dat per tijdseenheid door een doorsnede stroomt
dichtgooien van een oppervlaktewaterlichaam met grond of ander vast materiaal
dieren die de mens wegens plezier en hun nut houdt, niet zijnde huisdieren
digitale ondersteuning van de Omgevingswet. De centrale spil is het Omgevingsloket
door mensen aangelegd grondlichaam (al dan niet verdedigd) bestemd tot het keren van water en een type waterkering
elk van de richtingen waarin je kunt meten: hoogte, lengte, breedte
(denkbeeldige) oppervlak waarlangs een voorwerp is doorgesneden
breedte en diepte van het oppervlaktewaterlichaam
water dat wordt afgevoerd via een stelsel van geperforeerde buizen die in de grond zijn aangebracht
drinkwater als bedoeld in artikel 1, van de Drinkwaterwet
kokervormige constructie die is bedoeld om oppervlaktewaterlichamen met elkaar te verbinden
doorsnede die loodrecht op de lengterichting staat. Bijvoorbeeld: een doorsnede van een waterloop loodrecht op de gemiddelde richting van de stroming.
massa, uitgedrukt in bepaalde specifieke parameters, de concentratie en/of het niveau van een emissie, die of dat gedurende een of meer vastgestelde perioden niet mag worden overschreden
periode van een 24 uur, die begint en eindigt om middernacht, gedurende welke de datum niet verandert.
georganiseerde gebeurtenis of groepsactiviteit zoals roei-, vis- en zwemwedstrijden, survivals, triatlons en fiets- en schaatstoertochten, maar ook een herdenkingsplechtigheid, braderie of themamarkt, optocht op de weg (geen betoging), kermis, feest, muziekvoorstelling
inrichtingen en materiaal als bedoeld in paragraaf 2, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen
grondwater waarin de stijghoogte (de waterdruk) alleen afhangt van de hoogte van de waterkolom. In freatisch water is de poriëndruk gelijk aan de hydrostatische druk
water in de bodem dat als eerste wordt aangetroffen bij graaf- of boorwerkzaamheden
artikel 1.2, tweede lid, van de Omgevingswet, bepaalt dat de fysieke leefomgeving in ieder geval bestaat uit: bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed, werelderfgoed
gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet
vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie
verplaatsen van grond in dan wel naar een waterstaatswerk
water dat vrij onder het aardoppervlak voorkomt, met de daarin aanwezige stoffen
afzonderlijke grondwatermassa in een of meer watervoerende lagen
verwijderen van verontreinigende componenten uit een grondwaterlichaam door middel van onttrekking (en zuivering) van verontreinigd grondwater
horizontaal gestuurd boren of hdd (Horizontal Directional Drilling) is een sleufloze techniek die gebruikt wordt voor de aanleg van ondergrondse infrastructuur
water uit neerslag, zoals regen, sneeuw, hagel en dauw
natuurlijk aanwezige hooggelegen delen in het landschap die niet worden bedreigd door een hoge waterstand op zee, meren of rivieren
oppervlaktewaterlichaam in beheer en onderhoud bij het waterschap, zoals in de legger is aangegeven. Hoofdwater is erg belangrijk voor de afvoer van water en is over het algemeen breder en dieper dan andere watergangen
hoogst peil vastgelegd in een peilbesluit, in de regel het winterpeil
watergang die bedoeld is om de grondwaterstand nabij wegen en bebouwing hoger te houden dan het omliggende agrarisch gebied. Het waterpeil is hier hoger dan het polder- of boezempeil ter plaatse
tamme dieren die voor het nut of de gezelligheid door de mens in huis worden gehouden
afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden
tijdelijke constructie of ondersteuning om de activiteit uit te kunnen voeren
samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de Waterwet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna
Individuele Behandeling van afvalwater is bedoeld voor het lokaal zuiveren van huishoudelijk afvalwater. Het bekendste IBA-systeem is de septic tank. Andere systemen zijn bijvoorbeeld de biorotor, het oxidatiebed en het helofytenfilter
het brengen van water in de bodem met als doel het voorkomen of beperken van verlaging van de grondwaterstand of de stijghoogte of het lozen van overtollig water
goederen die geen bodembedreigende stoffen, gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen zijn. afvalwater dat bij deze goederen vrijkomt, wordt beschouwd als ’schoon‘ afvalwater
put voorzien van openingen waardoor het water kan infiltreren
verplichting om informatie te verstrekken aan een bestuursorgaan of een andere instantie voorafgaand aan het starten, wijzigen of eindigen van een activiteit, zonder dat daaraan een verbod is gekoppeld de activiteit te verrichten
degene die een activiteit uitvoert of laat uitvoeren
duiker met een afsluitklep voor het binnenlaten van hoger gelegen water in een lager gelegen gebied
de snijlijn van het schuine talud (oeverhelling) met het horizontaal gelegen maaiveld
als bedoeld in artikel 1.12, van de Wet milieubeheerRichtlijn 91/271(EEG) Behandeling stedelijk afvalwater, is de gemiddelde hoeveelheid (afbreekbare) verontreiniging die een persoon per etmaal via de riolering afvoert. Het inwonerequivalent (i.e.) wordt uitgedrukt in de hoeveelheid zuurstof die voor afbraak nodig is
apparaat voor het verwijderen van ongewenste ionen uit een vloeistof door middel van hulpstoffen
transportmedium, veelal voor elektriciteit of communicatie, zonder holle ruimte. Leidingen met een diameter van maximaal 40 millimeter (mm) die gebruikt worden voor (glasvezel)kabels worden beschouwd als een kabel
grens die bij het ontstaan van een perceel wordt vastgelegd bij het Kadaster. Deze grens kan afwijken van de zichtbare gebruiksgrens
beschoeide of gemetselde oeverstrook, waaraan de schepen kunnen aanleggen
richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327)
gebied dat gerekend wordt tot de waterkering bij waterkerende dijklichamen. De kernzone is begrensd door de binnenteen en de buitenteen van de waterkering. De kernzone omvat in ieder geval het keurprofiel en soms ook een deel van het profiel van vrije ruimte
water dat als koelmiddel in de industrie of energiecentrales wordt gebruikt voor hun proces. Het water wordt onttrokken uit een oppervlaktewaterlichaam om bepaalde productieprocessen te koelen, waarna het verwarmde water weer wordt geloosd in een oppervlaktewaterlichaam
strook tussen buitenkruinlijn en binnenkruinlijn, of het hoogst gelegen deel van een waterkering
onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een overgangswater of een strook kustwater. Deze definitie staat in bijlage I onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het gaat om een oppervlaktewater als bedoeld in de kaderrichtlijn water (artikel 2, onder 10)
een civieltechnische constructie voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen, waarvoor andere materialen dan aarde en zand zijn gebruikt
oppervlaktewater, gelegen aan de landzijde van een lijn waarvan elk punt zich op een afstand bevindt van één zeemijl zeewaarts van het dichtstbijzijnde punt van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale wateren wordt gemeten, zo nodig uitgebreid tot de buitengrens van een overgangswater
water dat door een drukverschil vanuit de bodem omhoog komt
gebied niet zijnde stedelijk gebied
legger als bedoeld in artikel 2.39 van de Omgevingswet of in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet. In de legger is beschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen
waterkering, niet zijnde primaire waterkeringen, secundaire waterkeringen of regionale keringen. Bijvoorbeeld keringen langs tussenboezems
brengen van (afval)water, warmte of andere stoffen in een oppervlaktewaterlichaam of op een zuiveringtechnisch werk
lozen van stoffen, warmte of water. De lozing vindt plaats direct op een oppervlaktewaterlichaam of in een zuiveringtechnisch werk. Bij lozing in een zuiveringtechnisch werk gaat de lozing niet via een vuilwaterriool. Bij de lozingsactiviteit gaat het om de gevolgen van de geloosde stoffen, de warmte of het water voor het watersysteem of het zuiveringtechnisch werk
plek waar door middel van een werk water in een oppervlaktewater wordt gebracht, zonder dat het water uit een ander oppervlaktewater afkomstig is
constructie om water in een oppervlaktewaterlichaam te laten stromen
hoogteligging van het grondoppervlak in een gebied, met uitzondering van taluds en bermen of andere (kunstmatige) verhogingen dan wel verlagingen
beschermingsbuis bestemd voor de doorvoer van telefoonkabels of elektriciteitsleidingen, of voor de doorvoer van water- en gasleidingen. Een mantelbuis wordt gebruikt bij bijvoorbeeld een doorvoer onder of door een obstakel, zoals een muur, fundering, verkeerweg of anderszins
geheel van zaken die je voor een bepaald doel nodig hebt, ruwe grondstof, bouwstof
alles wat ruimte inneemt en massa heeft, is materie. Materie bestaat uit atomen, die op hun beurt zijn opgebouwd uit protonen, neutronen en elektronen. Materie kent vier natuurlijke toestanden: vaste stoffen, vloeistoffen, gassen en plasma. De vijfde toestand van materie zijn de door de mens gemaakte Bose-Einsteincondensaten
al wat nodig is tot de uitoefening van een bedrijf: werktuigen en machines
drager van een materie of golven. Bijvoorbeeld een vloeistof om een vaste stof in te mengen en daarna aan te ergens op aan te brengen zoals verf of vernis, maar ook een vloeistof of gas die warmte of koude opneemt om elders weer af te geven.
een door land omringde watervlakte
paal in het water, die meestal gebruikt wordt voor het aanmeren van vaartuigen
civiele constructie waarin meetapparatuur (bijvoorbeeld debietmeting) is opgesteld
verzameling waarden, die tijdens een inwinning aan objecten gemeten of zijn berekend
een via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) of schriftelijk ingediende mededeling van een initiatief om een activiteit uit te voeren
in de regels is een verbod opgenomen om zonder voorafgaande melding een bepaalde activiteit te starten of te veranderen
verplichting om voorafgaande de uitvoering van een bepaalde activiteit een melding te doen bij het waterschap. Het is verboden om zonder volledige en tijdige melding de activiteit te verrichten
gebied als bedoeld in artikel 2.6.3, eerste lid, van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
representatieve hoeveelheid materiaal die volgens een bepaalde bemonsteringswijze op één bepaalde locatie en op één bepaald tijdstip of gedurende een aaneengesloten tijdsperiode verzameld is uit één compartiment van een watersysteem voor het verrichten van onderzoek
gebied dat door de bevoegde autoriteit van het land waarin het gebied is gelegen is aangewezen als speciale beschermingszone, ter uitvoering van de artikelen 3, tweede lid, onder a, en 4, eerste en tweede lid, van de vogelrichtlijn of de artikelen 3, tweede lid, en 4, vierde lid, van de habitatrichtlijn, of een gebied dat is opgenomen op de lijst van gebieden van communautair belang, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de habitatrichtlijn
gebied dat door een overheid (gewestelijk, provinciaal of gemeentelijk), een terreinbeherende vereniging of een ander privaat rechtspersoon in eigendom of in gebruik is met het oog op beheer in functie van herstel, ontwikkeling en instandhouding van de biodiversiteit of een Natura 2000-gebied
oever die ten behoeve van het verbeteren van de ecologische toestand is ingericht, of van nature aanwezig is, met een luwe ondiepwaterzone die oever- en waterplanten de kans biedt zich te ontwikkelen
zelfstandige, onafhankelijke stichting die voor verschillende maatschappelijke thema’s aan de hand van een normalisatieproces op basis van consensus tussen belanghebbenden op nationaal en internationaal niveau afspraken (normen/’best practices’) vastlegt in documenten en in richtlijnen
optie in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) om het bevoegd gezag de gelegenheid te geven de klantvriendelijkheid / mate van dienstverlening in te kunnen vullen per onderwerp. Bedoeld om de initiatiefnemer naar de juiste contactpersoon te sturen
norm van het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)
regels uit de waterschapsverordening gelden niet voor de aangegeven situatie
oppervlaktewaterlichaam dat geen aangewezen oppervlaktewaterlichaam is
lekkende, uitlogende en vermestende goederen
hét Nederlands standaard vergelijkingsvlak voor de hoogteligging. Een NAP-hoogte van 0 meter is ongeveer gelijk aan het gemiddeld zeeniveau van de Noordzee
Nederlandse Praktijkrichtlijn is een praktische uitwerking van een norm
gebied op de grens van water en land waar het dynamisch samenspel van land en water plaatsvindt
voorziening die is aangebracht langs de oeverlijn om de oever tegen afkalving te beschermen. Voorbeelden hiervan zijn beschoeiingen, bestaande uit een aan één gesloten rij palen of planken, damwanden en betuiningen
grondkerende constructie ter instandhouding van de gronden gelegen aan een waterloop
proces waarin een semi-permeabel membraan wordt gebruikt om opgeloste vaste stoffen, organische stoffen, pyrogenen, submicro colloïdale materie, virussen, en bacteriën van water te scheiden. Dit proces wordt 'omgekeerde' osmose genoemd, omdat het druk vereist om puur water door een membraan te persen, terwijl alle onzuiverheden achterblijven
vergunning als bedoeld in afdeling 5.1 van de Omgevingswet
het plaatselijk lager houden van het waterpeil, dan het waterpeil dat het waterschap voor het betreffende peilgebied heeft vastgesteld of hanteert
dam die tot doel heeft de passage van onderhoudsmachines voor het waterschap mogelijk te maken
partij die de onderhoudsverplichting heeft
water dat onder een kunstwerk loopt als gevolg van een waterstandsverschil. Zie ook piping en achterloopsheid
kunstwerk dat van belang is voor de taakuitoefening van het waterschap of voor het functioneren van het watersysteem
water met een diepte van maximaal 700 millimeter (mm)
gebeurtenis, ongeacht de oorzaak daarvan, die afwijkt van het normale verloop van een activiteit, zoals een storing, ongeluk, calamiteit, waardoor significante nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan, waaronder:
onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam of van grondwater door middel van een onttrekkingsinrichting
inrichting of werk, bestemd voor het onttrekken van grondwater
locatie waar water gewonnen wordt uit het oppervlaktewater ten behoeve van industrie of drinkwaterwinning
constructie die geboord of gegraven is onder het maaiveld met als doel het verkrijgen van water uit een aquifer systeem (watervoerend pakket)
afvoer van water uit percelen over en door de grond en eventueel door drainbuizen en greppels naar een stelsel van grotere waterlopen
bezwijken van de grond, door het ontbreken van verticaal evenwicht in de grond, onder invloed van wateroverdrukken
bomen en struiken en andere opgaande beplantingen
binnenwateren, met uitzondering van grondwater; overgangswater en kustwateren en, voorzover het de chemische toestand betreft, ook territoriale wateren
onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een watergang (zoals een natte sloot), een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een overgangswater of een strook kustwater, inclusief de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna.
oppervlaktewater in de nabijheid van een riviermonding dat gedeeltelijk zout is door de nabijheid van kustwateren, maar dat in belangrijke mate door zoetwaterstromen beïnvloed wordt
bouwwerk dat geheel of gedeeltelijk over het oppervlaktewaterlichaam hangt
alle oppervlaktewaterlichamen niet zijnde hoofdwater of schouwwater
waterstand zoals dit als referentiepeil in een peilbesluit is vastgesteld
besluit dat voorziet in de vaststelling van waterstanden of bandbreedten waarbinnen waterstanden kunnen variëren, die gedurende daarbij aangegeven perioden of omstandigheden zoveel mogelijk in stand worden gehouden
buis waarmee men de grondwaterstand meet of waarin men monsters neemt van het grondwater
waterstaatkundige eenheid waar eenzelfde waterpeil heerst. Dit peil kan worden geregeld door een gemaal of een stuw. Het peil in een peilgebied wordt in Nederland bepaald door het waterschap waaronder het peilgebied valt. De peilen worden vastgelegd in een peilbesluit
kunstwerk dat een functie vervult in de door het waterschap te handhaven peil, onder andere: gemalen, onderbemalingen, opmalingen, stuwen, peilscheidingsdammen, sluizen, duikers met kleppen, schuiven, stuwende duikers en inlaten
virtuele eenheid van zakelijk recht, in het terrein af te bakenen door middel van uit te zetten en omsluitende rechtsgrenzen, en voorzien van een unieke kadastrale aanduiding volgens de identificatie van het Rijkskadaster
toegankelijkheid verkrijgen tot een perceel dat geheel of gedeeltelijk ingesloten is door oppervlaktewater. De ontsluiting vindt veelal plaats via een brug, duiker, dam met duiker of een dam zonder duiker
buis waarin het afvalwater onder druk stroomt. De druk wordt geleverd door een pomp
terugschrijdende erosie in een tunneltje (pipe) onder een dijklichaam. Zie ook onderloopsheid en achterloopsheid. Waterkeringbeheerders kunnen gebruikmaken van het D-soil Model voor de ondergrondschematisering voor sterkteberekening voor piping
(tijdelijk) onder water zetten van grasland of greppels (greppel plas-dras). Ook het onder water zetten, inunderen, van bloembollenvelden wordt onder deze maatregel geschaard
werktuig dat door middel van een verschil in druk vloeistoffen of gassen verplaatst
water dat wordt vastgehouden in de ruimte (of spleten) tussen de vaste deeltjes van de grond
waterkering die beveiliging biedt tegen overstroming door buitenwater
doorsnede van een object in lengterichting, in dwarsrichting of langs een verticaal, waarbij kenmerken van het object langs de doorsnede worden vastgelegd
ruimte ter weerszijden van, boven en onder een waterstaatswerk die naar het oordeel van de beheerder nodig is voor toekomstige verbeteringen
projectbesluit als bedoeld in paragraaf 5.2.3 van de Omgevingswet
projectplan als bedoeld in artikel 5.4 van de Waterwet
recreatieve activiteiten zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, schaatsen, kamperen, al dan niet in de vorm van een evenement
niet-primaire of secundaire waterkering die is aangewezen in de Omgevingsverordening van de provincie Fryslân of de provincie Groningen. Deze waterkeringen staan als zodanig in onze legger, hieronder vallen niet alleen de ‘natte’ (bijvoorbeeld kades langs boezemwateren), maar ook ‘droge’ waterkeringen
in de bodem terugbrengen van onttrokken grondwater
rand van riet langs oevers
zuiveringtechnisch werk dat is ingericht om stedelijk afvalwater te zuiveren. Het werk wordt beheerd door of namens het waterschap
natuurlijke waterloop welke fungeert als het zichtbare afvoersysteem van het overtollige water in een bepaald gebied
combinatie van het profiel van vrije ruimte en de daarbij horende toekomstige beschermingszones. Deze toekomstige beschermingszones zijn door het waterschap berekend
oppervlaktewaterlichaam in onderhoud bij de eigenaren van de aan die wateren grenzende percelen, zoals in de legger aangegeven, voor deze wateren geldt de schouwplicht
waterkering die bij doorbraak van de primaire waterkering de overstroming kunnen beperken of vertragen
korrelvormig materiaal dat door verwering en erosie van het vaste aardoppervlak is ontstaan
onderzoek naar de bodemopbouw door kunstmatig opgewekte trillingen
medium dat water toestaat om te passeren, maar opgeloste vaste stoffen tegenhoudt, zodat het gebruikt kan worden om vaste stoffen van water te scheiden
tank waarin het afvalwater wordt gezuiverd via een proces van bezinking, opdrijving en biologische afbraak. Het zuiveringsrendement hangt onder meer af van de verblijftijd van het afvalwater in de tank
bepalen van het draagvermogen van de grond door een staaf met kegelvormige punt met een tophoek van 60 graden, de sondeerconus, in de grond te drukken en daarbij de mechanische weerstand van de grond te meten
onttrekken van grondwater uit het watervoerende pakket met als doel de opwaartse druk te verlagen om opbarsten van de bodem te voorkomen
voertuig, als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet, bestemd voor het verkeer over spoorwegen
huishoudelijk afvalwater of een mengsel van huishoudelijk afvalwater met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Stedelijk afvalwater gaat via het openbaar vuilwaterriool naar een zuiveringtechnisch werk, ook wel rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) genoemd. Regenwater dat niet via de riolering met huishoudelijk afvalwater wegstroomt, valt niet onder stedelijk afvalwater. Ook bedrijfsafvalwater dat rechtstreeks naar een zuiveringsinstallatie gaat, valt niet onder stedelijk afvalwater
in principe valt elke bebouwde kom onder “stedelijk gebied” met dien verstand dat er wel sprake moet zijn van een kern met een “stedelijk” watersysteem. Lint bebouwing wordt in principe niet als stedelijk gebied aangemerkt. De afwatering is bij lint bebouwing diffuus verspreid over grotere oppervlakken, waardoor de hoeveelheid aan en af te voeren water per watergang gering is. Het stedelijk gebied kan zowel industrieterreinen als woonwijken betreffen. Uitgesloten zijn de gebieden, die binnen de bebouwingscontour volgens het bestemmingsplan een agrarische bestemming hebben
afzonderlijk monster dat op een moment genomen wordt
constructie die deels over een oppervlaktewaterlichaam is geplaatst en is verankerd in het achterliggende deel
nationaal coördinatensysteem. Het Stelsel van de Rijksdriehoeksmeting (RD) bestaat uit een netwerk van ongeveer 5.600 RD-punten verspreid over Nederland. Het Rijksdriehoeksstelsel is onderdeel van de Nederlandse geodetische infrastructuur. De punten uit het Rijksdriehoeksstelsel (RD-punten) worden door het Kadaster gecontroleerd en onderhouden
potentieel peil van het wateroppervlak van grondwater, gemeten vanaf een bepaald niveau (bijvoorbeeld Normaal Amsterdams Peil (NAP), maar meestal de hoogte van de bodem). Het is de hoogte van het water in een peilbuis, of waar het grondwater zou staan als men een put zou slaan
vorm van materie. In het geval van meten van stof is stof bedoeld als zijnde heel kleine deeltjes. In het geval van een lozing is stof bedoeld als zijnde afvalstof, verontreinigende of schadelijke stof
vaste of beweegbare constructie in het water die dient om de waterhoogte bovenstrooms en/of benedenstrooms van de constructie te regelen
onder helling gelegen vlak
territoriale zee als bedoeld in artikel 1, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee
partijen grond en baggerspecie mogen alleen volgens de regels van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) worden toegepast als sprake is van een nuttige toepassing. De volgende toepassingen van grond en baggerspecie zijn een nuttige toepassing op grond van artikel 35 van het Bbk
partijen grond en baggerspecie mogen alleen volgens de regels van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) worden toegepast als sprake is van een nuttige toepassing.
toestemming om zonder voorafgaande melding een activiteit te starten, veranderen of uit te voeren. Er zijn geen specifieke regels voor de uitvoering van deze activiteit. Indien er sprake is van een zorgplicht of het wijzen op algemene regels, kunnenzijn hiervoor teksten in de toelichting op deze conclusie worden opgenomen
weglopen via het grondwater in het oppervlaktewater van bepaalde stoffen, zoals fosfaat en stikstof. Transport van materie vanuit tussenlaag of ondergrond door de toplaag naar buiten. Uitspoeling kan leiden tot vermesting of verzuring van oppervlaktewater en heeft daardoor negatieve gevolgen voor de gebruiksfunctie natuur
constructie om water in een oppervlaktewaterlichaam te laten stromen
elk voor het openbaar scheepvaartverkeer openstaand water
dieren die de mens wegens hun nut houdt
verboden om een activiteit (op een bepaalde wijze) te verrichten en daar zal ook geen vergunning voor worden verleend
dieper maken van een oppervlaktewaterlichaam
omgevingsvergunning tenzij expliciet anders vermeld
in de regels is een verbod opgenomen om zonder vergunning een bepaalde activiteit te verrichten
verplichting om voorafgaande de uitvoering van een bepaalde activiteit een vergunning te verkrijgen van het waterschap. Het is verboden om zonder vergunning de activiteit te verrichten
wijze waarop een weg of terrein geheel of gedeeltelijk is verhard en is bedoeld om de weg of terrein goed begaanbaar te maken of houden
ondieper maken van een oppervlaktewaterlichaam
Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân, tenzij anders expliciet vermeld
vrijgekomen baggerspecie toepassen. De baggerspecie die op ongewenste plaatsen is gesedimenteerd elders weer terug te brengen in het watersysteem. De sedimentbalans wordt zo hersteld
Baggerspecie die op ongewenste plaatsen is gesedimenteerd elders weer terugbrengen in het watersysteem. De sedimentbalans wordt zo hersteld
scheidingsput in het rioolstelsel die dient om bezinkbaar en drijvend vuil, slib, etensresten en vet uit het afvalwater te halen door het af te scheiden
constructie op maaiveldhoogte deels of geheel over het oppervlaktewaterlichaam. Hieronder vallen mede houten vloeren, werken op palen, visstoepen en boenstoepen
elk buitendijks gebied vormt een voorland
maatregel met een functie zoals een bodembeschermende voorziening, brandblusvoorziening, uitstroomvoorziening of een oeverbeschermende voorziening
openbaar vuilwaterriool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, aangesloten op een zuiveringsvoorziening, die blijkens een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet mede voor het zuiveren van stedelijk afvalwater is bedoeld, of aangesloten op een zuiveringtechnisch werk of een werk, niet zijnde een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, aangesloten op een zuiveringtechnisch werk
Waddeneilanden in het beheergebied van het waterschap: Ameland, Terschelling, Vlieland en Schiermonnikoog
bedrijven gebruiken oppervlaktewater soms als koelwater. Na gebruik loost het bedrijf het dan verwarmde water weer in het oppervlaktewater. De warmtevracht is een maat voor het opwarmend vermogen van het koelwater. De warmtevracht is afhankelijk van de lozingssnelheid en het temperatuurverschil tussen het koelwater en het oppervlaktewater
apparaat dat warmte of koude van een vloeistof en/of gas gescheiden overbrengt naar een ander medium
de meest algemene, over de gehele aarde verbreide vloeistof die, als zij zuiver is, geen kleur, reuk of smaak heeft en waarvan de moleculen uit twee atomen waterstof en één atoom zuurstof bestaan (H2O)
verzameling van verschillende activiteiten die allemaal een relatie hebben met water: beperkingengebiedactiviteit rond een waterstaatswerk, beperkingengebiedactiviteit rond een installatie in een waterstaatswerk (het gaat hierbij niet om mijnbouwinstallaties), lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam, lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk, stortingsactiviteit op zee, wateronttrekkingsactiviteit, activiteiten waarover de waterschapsverordening regels bevat
advies op basis van de wateraspecten en de gesignaleerde kansen en knelpunten waaruit duidelijk volgt met welke regelgeving rekening moet worden gehouden
bevoegd bestuursorgaan van het overheidslichaam dat belast is met beheer
bodem van een oppervlaktewaterlichaam waarvan het beheer van de waterkwaliteit bij het Rijk of het waterschap berust
breedte van een oppervlaktewaterlichaam of watergang ter hoogte van de waterspiegel
verticale afstand tussen waterspiegel en waterbodem
lijnvormig object dat water voert
kunstmatige hoogte, natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan, of hoge gronden inclusief de daarin aanwezige ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben
snijlijn van het watervlak ter hoogte van het peil met de aangrenzende gronden
onttrekken van stoffen, warmte of water. Bij de onttrekkingsactiviteit gaat het om de gevolgen van de onttrokken stoffen, warmte of water voor het watersysteem
peil van een oppervlaktewaterlichaam of watergang
plant die zich heeft aangepast aan een tijdelijk of continu submers (onderwater) bestaan. De waterplant groeit in een dusdanig vochtige omgeving waar andere planten niet kunnen overleven
Wetterskip Fryslân
grensvlak tussen water en lucht
oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk
samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken
watervergunning als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet
één of meer ondergrondse rotslagen of andere geologische lagen die voldoende poreus en doorlatend zijn voor een belangrijke grondwaterstroming of de onttrekking van aanzienlijke hoeveelheden grondwater
bouwwerk, infrastructuur of andere functionele toepassing van bouwstoffen. De definitie staat in artikel 4.1257, lid 2 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
geometrisch aangewezen en begrensd gebied waarop een juridische regel betrekking heeft
Omgevingswet
de onder normale omstandigheden voorkomende waterstand gedurende een bepaalde periode van het jaar wanneer doorgaans sprake is van een neerslagoverschot
grote hoeveelheid water, die in verbinding staat met een andere zee of met een oceaan, die ook als zee kan worden aangeduid, zij het dat een oceaan een zelfstandig geheel vormt met een eigen circulatie (zeestroom)
oppervlaktewaterlichaam, niet zijnde een zout oppervlaktewaterlichaam, als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling bodemkwaliteit
de onder normale omstandigheden voorkomende waterstand gedurende een bepaalde periode van het jaar wanneer doorgaans sprake is van een neerslagtekort
verplichting van een initiatiefnemer of onderhoudsplichtige tot handelen of nalaten ter borging van de doelen van het watersysteem- of zuiveringsbeheer
Zeeuwse Delta, Waddenzee of Noordzee, inclusief de havens die hiermee in open verbinding staan en die geen open verbinding hebben met hun achterland, als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling bodemkwaliteit
werk voor het zuiveren van stedelijk afvalwater, in exploitatie bij een waterschap of gemeente. Of bij een rechtspersoon die door het dagelijks bestuur van een waterschap met de zuivering van stedelijk afvalwater is belast, inclusief het bij dat werk behorende werk voor het transport van stedelijk afvalwater. Een openbaar vuilwaterriool is geen zuiveringtechnisch werk, maar sluit hierop aan. In de praktijk wordt als grens tussen het openbare vuilwaterriool en het zuiveringtechnisch werk een overdrachtspunt gehanteerd. Op dit punt vindt de feitelijke overdracht van stedelijk afvalwater van de gemeente aan het waterschap plaats. Het werk voor het transport van stedelijk afvalwater vóór het overdrachtspunt is een openbaar vuilwaterriool. Na het overdrachtspunt hoort dit werk bij het zuiveringtechnisch werk
bodemsoort (klei) met het vermogen om relatief veel water op te nemen. Het volume wordt groter en de massa klei zwelt daardoor op. Een voorbeeld van zwelklei is bentoniet
XX
Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4781332d-0f78-4959-a486-01f72e1265d3/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4781332d-0f78-4959-a486-01f72e1265d3/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c639ca7f-79f5-4236-87d3-e448f55ef182/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c639ca7f-79f5-4236-87d3-e448f55ef182/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/bfa76636-f993-4385-beae-8133e2f51bf7/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/79d8c73c-44f9-4d9b-8d64-afa560e48444/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/79d8c73c-44f9-4d9b-8d64-afa560e48444/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/068450c1-c82e-46ee-939b-cc9dba5a1e16/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/068450c1-c82e-46ee-939b-cc9dba5a1e16/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3377c767-316b-41e3-82b5-372abc6f7c03/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3377c767-316b-41e3-82b5-372abc6f7c03/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c4c7f013-b884-4f6c-b9b0-9fc9664069f7/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c4c7f013-b884-4f6c-b9b0-9fc9664069f7/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/58c219ca-144c-450a-8e8a-e84c66e7b5f3/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/58c219ca-144c-450a-8e8a-e84c66e7b5f3/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/05142681-23f8-4703-bb0e-cd27257e87a3/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/05142681-23f8-4703-bb0e-cd27257e87a3/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/9dde54c7-30c1-4b52-b48c-26775fd04b54/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/9dde54c7-30c1-4b52-b48c-26775fd04b54/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/a87fab54-e1c9-4f88-b4b2-66a857e88530/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/a87fab54-e1c9-4f88-b4b2-66a857e88530/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/41ef1b60-f567-49dd-965b-e246e4334f43/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/41ef1b60-f567-49dd-965b-e246e4334f43/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/38c4aff4-804e-49ea-bccd-00c94f88a954/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/38c4aff4-804e-49ea-bccd-00c94f88a954/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/2a899f03-a7bc-4085-a4f5-e3916d5af121/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/f443ed58-1e80-4b39-8db9-16ebf42149fd/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3fc0435c-0189-476f-9014-455c06f4ebc4/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3fc0435c-0189-476f-9014-455c06f4ebc4/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e700cb7b-6907-49bb-9dd5-4ddd8100b889/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e700cb7b-6907-49bb-9dd5-4ddd8100b889/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/8b43298f-7d45-406b-9e05-899632e655b5/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/8b43298f-7d45-406b-9e05-899632e655b5/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/85537469-8ec6-4f4e-af05-7a71070be0c5/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/85537469-8ec6-4f4e-af05-7a71070be0c5/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/f064f826-a98e-4a6b-926f-0d1aa31dfd98/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/f064f826-a98e-4a6b-926f-0d1aa31dfd98/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/bcc3ce78-d4a6-4cde-b32c-c00eb9e2cec0/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/bcc3ce78-d4a6-4cde-b32c-c00eb9e2cec0/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4d42ab44-5272-4fb1-9224-36956e140631/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/2b900194-5f05-4fe4-9a60-8094040a4de1/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/5ac478cc-d662-4dd9-a333-3d000f6621db/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e9529c95-7bdd-4c79-b81c-d371f5269c87/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/0fbc7774-1739-4974-9507-e2db72a0fb25/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/0aeae7b5-58c0-4f22-8c51-96055527f75a/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1652f552-7f6c-4b9d-a25c-6f24fb3e43f5/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/29a64a75-d49f-41f3-b1c9-8c5bf92f345b/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1b97b19e-feea-405f-8086-c4ad7da457f2/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/fe007926-7bac-43b6-a42e-a8f8ccc16860/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/400a774c-35d9-4f6d-a9d4-e385027aa446/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/030f0ba5-0537-4888-a500-466c24d140f9/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/030f0ba5-0537-4888-a500-466c24d140f9/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/fa16bd46-0f97-492a-937d-3ce4d353ff53/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/ce18809f-7880-4522-ad60-6ef72d0d6825/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c7558dbb-6a6a-404f-adea-9663aec6081c/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c5a91cd5-bd82-4682-ad55-bf440814d48e/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c5a91cd5-bd82-4682-ad55-bf440814d48e/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/f21a5b0d-e6e1-48de-b4fc-ff52d454aaa4/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/d9b2e15b-531c-4d0c-aa2e-1fa5cd1e84b1/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/58fbea31-12c1-4a7b-9289-632cfaa9531b/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/33fd1805-97e1-473c-b462-17ec35922ba7/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/7ee541a3-b7b7-4cf0-8bbc-a9eb1d7a8dad/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/915948ca-f039-4c1d-8136-09a8ea525c28/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e1034c1a-5426-4664-abd7-3a53ccc9eaf6/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e1034c1a-5426-4664-abd7-3a53ccc9eaf6/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4369193d-2b9a-475e-8311-1d8e2e9582e3/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4369193d-2b9a-475e-8311-1d8e2e9582e3/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4c5a6ec6-c6d8-45e4-b41f-ba8eba47e50b/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/4c5a6ec6-c6d8-45e4-b41f-ba8eba47e50b/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/5a6d2a9c-e4fc-4761-8c88-9472c299b5ec/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c554806d-eb86-499b-b5b5-56566d465921/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c554806d-eb86-499b-b5b5-56566d465921/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/2406a910-4ae4-4bc2-85a6-a2c57e83ee16/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/2406a910-4ae4-4bc2-85a6-a2c57e83ee16/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/0ab3e409-0586-423c-b5aa-89aa279c9e8c/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/0ab3e409-0586-423c-b5aa-89aa279c9e8c/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/2b2b41f8-4577-4ca9-bfa2-9f433da2404e/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/5ec0d84e-5eda-4122-b1c0-f1a7d5780641/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/5ec0d84e-5eda-4122-b1c0-f1a7d5780641/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/b2da47c9-77ee-4b4d-ba53-13240a7e688f/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/b2da47c9-77ee-4b4d-ba53-13240a7e688f/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/759a1fcb-3ff9-48f4-9e69-714cdf83be9c/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/759a1fcb-3ff9-48f4-9e69-714cdf83be9c/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1e03cca3-3ca2-4631-b67b-49d8531b4e37/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1e03cca3-3ca2-4631-b67b-49d8531b4e37/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1af6a7d6-e8ee-4a20-89ad-9890a5b50dd0/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1af6a7d6-e8ee-4a20-89ad-9890a5b50dd0/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/1865ae49-795f-46a9-8531-8523203196e7/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/b8b6a178-8740-4583-9a7c-cf5219d95cc3/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/9d88f65a-4167-44eb-8c2d-d620a697d831/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c4a6b0f2-68f8-43b6-81b2-0ae043be3223/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/c4a6b0f2-68f8-43b6-81b2-0ae043be3223/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/d5ead21d-525a-4c44-8bd0-981fc74c3b2d/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/d5ead21d-525a-4c44-8bd0-981fc74c3b2d/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/6b082883-4ec0-4f04-8db1-dfab2215a022/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/230aba19-9949-4514-8954-116f9a65db25/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/230aba19-9949-4514-8954-116f9a65db25/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3f193a42-8cf1-4bea-be0b-d6005fcd05f0/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3f193a42-8cf1-4bea-be0b-d6005fcd05f0/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3cdd5cc1-bc43-42bb-b918-b35f19e4bb6c/nld@2023‑12‑05;1
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/3cdd5cc1-bc43-42bb-b918-b35f19e4bb6c/nld@2024‑09‑04;2
/join/id/regdata/ws0653/2023‑12‑05/e13930c2-7a4f-43a7-b751-5846fd192a27/nld@2023‑12‑05;1
YY
Algemene Toelichting wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Algemene toelichting
1. Grondslag van de waterschapsverordening
De waterschapsverordening is een algemene verordening van het waterschap waarin vrijwel alle regels over de fysieke leefomgeving van het waterschap zijn opgenomen. De waterschapsverordening vervangt de keur en de algemene regels. De grondslag voor deze waterschapsverordening is artikel 56 in combinatie met artikel 78 van de Waterschapswet waarin staat dat het waterschap verordeningen vaststelt die het nodig oordeelt voor de behartiging van de opgedragen taken. De taken die op basis van artikel 1 van de Waterschapswet aan waterschappen worden opgedragen betreffen de zorg voor het watersysteem (inclusief waterkwaliteit) en de zorg voor het zuiveren van afvalwater. Eventueel kunnen nog de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden worden opgedragen, bijvoorbeeld het vaarwegenbeheer.
Artikel 2.5 van de Omgevingswet schrijft verder voor dat het algemeen bestuur één waterschapsverordening vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen.
2. Omgevingswet en digitaal stelsel
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Principes van de Omgevingswet zijn onder andere lokale afwegingsruimte (minder rijksregels), minder verboden en vergunningplichten, snelle besluitvorming en informatie voor iedereen beschikbaar.
Wetterskip Fryslân heeft er voor gekozen om beleidsluw over te gaan. Dit houdt in dat de waterschapsverordening qua vorm en opzet volledig voldoet aan de uitgangspunten van de Omgevingswet, terwijl de veranderingen ten opzichte van de oude regels inhoudelijk beperkt zijn. Om te voldoen aan de Omgevingswet zijn de keur en algemene regels omgezet naar een digitale waterschapsverordening. Deze digitalisering is onderdeel van het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), waarin ook de regelgeving van Rijk, provincie, gemeenten en andere waterschappen digitaal ontsloten wordt.
De digitalisering van de waterschapsverordening in het DSO gaat gepaard met een verbeterde dienstverlening aan gebruikers van de digitale voorziening door middel van zogenoemde toepasbare regels en vragenbomen. Nieuw is dat de regels over activiteiten zijn gekoppeld aan geometrisch aangewezen en begrensde werkingsgebieden, die in artikel 1.4 van de waterschapsverordening zijn opgenomen en op een digitale kaart voor gebruikers aanklikbaar zijn.
Via toepasbare regels (het gaat hier niet om juridische regels maar vragenbomen in het DSO die hier niet ter inzage gaan) wordt de juridische tekst van de waterschapsverordening toegankelijk gemaakt aan de hand van vragen(bomen) die burgers naar de op hun activiteit en locatie toepasselijke juridische regels leiden. Zo kan een gebruiker eenvoudig nagaan of een activiteit op een bepaalde locatie is toegestaan, of een vergunning- of meldingsplicht geldt en aan welke algemene regels eventueel moet worden voldaan.
3. Belangrijke wijzigingen waterschapsverordening
Behalve de digitalisering zijn er nog drie belangrijke wijzigingen: het opnemen van de algemene regels in de waterschapsverordening, het vervallen van de onderhoudsbepalingen en het opnemen van rijksregels met betrekking tot lozingen.
Algemene regels in de waterschapsverordening
Het was in de keur verboden om zonder watervergunning activiteiten uit te voeren op of aan waterstaatswerken. Om te voorkomen dat voor elk kleinigheidje een relatief zware vergunningprocedure moest worden doorlopen zijn in 2010 algemene regels gemaakt. Op basis hiervan kon voor eenvoudige activiteiten met een melding worden volstaan. Ook was het mogelijk dat activiteiten geheel vrij gesteld worden van vergunningplicht en meldingsplicht. In 2013, 2015 en 2018 zijn de algemene regels aangepast en heeft steeds verdere deregulering plaatsgevonden. Deze lijn wordt voortgezet in deze waterschapsverordening, alleen maken de algemene regels nu integraal deel uit van de waterschapsverordening.
Onderhoudsplichten uit de waterschapsverordening
Op grond van artikel 2.2 van het Omgevingsbesluit mogen onderhoudsplichten niet in de waterschapsverordening opgenomen worden. Bij de invoering van de waterschapsverordening worden deze onderdelen van de keur daarom opgenomen in een aparte onderhoudsverordening. In de legger worden de onderhoudsplichtigen van de waterstaatswerken aangewezen. In de aparte onderhoudsverordening staat wat ze moeten doen. Dit wordt nog nader toegelicht in de Beleidsregels Integrale legger en Waterschapsverordening van Wetterskip Fryslân.
Beschermingszones uit de legger in de waterschapsverordening
Met invoering van de Omgevingswet komen de beschermingszones als onderdeel van de legger te vervallen. Onder de systematiek van de Omgevingswet zijn deze zones beperkingengebieden gaan heten en in de Waterschapsverordening opgenomen. Deze zones naast het waterstaatswerk zijn specifiek aangegeven om daarin regels te stellen voor activiteiten. Waar welke regels voor activiteiten gelden, is voortaan te zien in het portaal van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Zie ook de toelichting bij artikel 1.4 met uitleg over beperkingengebieden.
Decentralisatie van lozingen: de bruidsschat
Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet is het bieden van meer ruimte voor gebiedsgericht maatwerk. Om dit mogelijk te maken, wordt bepaalde regelgeving overgeheveld van het Rijk als centrale overheid naar lokale overheden. Dit wordt ook wel de bruidsschat genoemd. De lokale overheden kunnen deze wetgeving vervolgens naar eigen inzicht aanpassen. Voor waterschappen betreft het regelgeving over lozingen op oppervlaktewateren of een zuiveringtechnisch werk. Wetterskip Fryslân heeft ervoor gekozen om de regels in eerste instantie grotendeels over te nemen. Waar deze wel zijn gewijzigd zijn ze in overeenstemming gebracht met bestendig beleid van het waterschap.
4. Opbouw van de waterschapsverordening en inhoud op hoofdlijnen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Het eerste hoofdstuk bevat algemene bepalingen over begrippen en enkele algemene onderwerpen die relevant zijn voor de gehele waterschapsverordening zoals de specifieke zorgplicht. Deze zorgplicht geldt altijd, dus ook naast bijvoorbeeld een meldingsplicht of vergunningplicht. Verder komen er in het artikel over het toepassingsbereik van de waterschapsverordening nog enkele uitzonderingen aan bod, waaronder het uitvoeren van onderhoudsverplichtingen, die vallen niet onder de waterschapsverordening en zijn dus niet vergunning- of meldingsplichtig. Ook bevat dit hoofdstuk een vangnetbepaling. Als een activiteit niet is beschreven in de waterschapsverordening én de activiteit niet in overeenstemming is met de functie van het waterstaatswerk, dan geldt de vergunningplicht.
Hoofdstuk 2 Lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk
Dit is de zogenoemde bruidsschat. Dit zijn regels die van het Rijk naar het waterschap zijn gegaan. Deze zijn nagenoeg ongewijzigd overgenomen. Het gaat daarbij niet over baggeren, want dat is in hoofdstuk 4 geregeld. Hoofdstuk 2 bevat aan het einde van paragraaf 2.20 twee vangnetbepalingen. Als ten aanzien van de lozingsactiviteiten van hoofdstuk 2 niet wordt voldaan aan de voorwaarden zoals beschreven in hoofdstuk 2 dan geldt een vergunningplicht.
Hoofdstuk 3 Wateronttrekkingsactiviteiten en in de bodem brengen van water
Onttrekkingen van grondwater en oppervlaktewater en het infiltreren van water in de bodem worden in dit hoofdstuk geregeld.
Hoofdstuk 4 Beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk
Bij de waterstaatswerken (b.v. waterkeringen en watergangen) beperkt het waterschap de activiteiten die daar mogen worden uitgevoerd door regels te stellen. De gebieden waarbinnen deze regels gelden zijn beperkingengebieden. Een activiteit binnen zo’n gebied wordt een beperkingengebiedsactiviteit genoemd.
Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen
Het laatste hoofdstuk regelt het overgangsrecht voor watervergunningen, die voor inwerkingtreding van deze waterschapsverordening zijn verleend. Alsmede overgangsrecht voor meldingen, maatwerkvoorschriften en handhavingsbesluiten. Daarnaast bevat hoofdstuk 5 een bepaling die de keur en algemene regels intrekt, een inwerkingtredingsbepaling en een citeertitel.
5. Leeswijzer
In hoofdstuk 2 tot en met 4 zijn activiteiten beschreven waarvoor onder bepaalde voorwaarden geen vergunningplicht geldt, maar waar met een melding kan worden volstaan of die soms geheel toestemmingsvrij zijn (geen vergunningplicht en geen meldingsplicht).
De regels over activiteiten zijn als volgt opgebouwd:
De teksten zo geschreven dat ze zo veel mogelijk voldoen aan de ‘Aanwijzingen voor de regelgeving’ voor de opbouw van de teksten:
Hoofdstuk, paragraaf, artikel, leden, onderdeel (a.), subonderdeel (1º);
Opsommingen: Hierbij is de hoofdregel dat wanneer een zin in een opsomming eindigt met een punt komma (;) dit dan betekent ‘en’. Soms is het woordje ‘en’ voor de duidelijkheid toegevoegd. Als er ‘of’ wordt bedoeld dan wordt dit altijd vermeld.
ZZ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het eerste lid wordt aangegeven op welke gebieden deze waterschapsverordening van toepassing is; de werkingsgebieden van deze waterschapsverordening. In het tweede lid wordt dit toepassingsbereik voor artikel 1.2 en enkele hoofdstukken van de waterschapsverordening begrensd.
Onderdeel c van het eerste lid zorgt ervoor dat waterstaatswerken in het beheergebied van het waterschap altijd beschermd worden tegen activiteiten die rondom de waterstaatswerken worden verricht. Een activiteit die net buiten de grens van het beheergebied wordt verricht, maar wel in de beschermingszone van een waterstaatswerk binnen het beheergebied, valt dan nog binnen het toepassingsbereik van deze waterschapsverordening.
In onderdeel a van het tweede lid is bepaald dat geen omgevingsvergunningsplicht geldt voor projecten, waarvoor door het dagelijks bestuur een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de wet, wordt vastgesteld. Een projectbesluit kan worden vastgesteld met het oog op de taken van het waterschap op het gebied van het beheer van watersystemen (voor zover het beheer daarvan aan het waterschap is toegedeeld) en het waterketenbeheer (de zuivering van stedelijk afvalwater, gebracht in een openbaar vuilwaterriool, in een zuiveringtechnisch werk).
Voor aanleg, vastlegging of versterking van primaire waterkering en die in beheer zijn bij het waterschap geldt op basis van artikel 5.46, tweede lid, Omgevingswet de verplichting een projectbesluit vast te stellen. Voor andere grootschalige projecten kan het waterschap zelf bepalen of ze een projectbesluit vaststellen of dat ze bijvoorbeeld aan zichzelf een omgevingsvergunning verlenen voor de uitvoering van een project.
Onderdeel b van het tweede lid is als begrenzing opgenomen om een omgevingsvergunning niet verplicht te stellen voor activiteiten die nodig zijn voor het beheer, bediening en onderhoud van het watersysteem of onderdelen daarvan door of in opdracht van het waterschap.
Onderdeel c van het tweede lid heeft het toepassingsbereik ook begrensd voor overige onderhoudsplichtigen, zodat een verplichting tot het plegen van onderhoud niet ook leidt tot een omgevingsvergunningsplicht. De voorschriften voor het onderhoud worden dan in de onderhoudsplicht geformuleerd en niet in een aanvullende vergunning. De begrenzing van het toepassingsbereik in het tweede lid is niet van toepassing op de regels met betrekking tot lozen en onttrekken. De regels voor lozen blijven onverkort van kracht.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van de fysieke leefomgeving waarop deze waterschapsverordening van toepassing is.
AAA
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het begrip beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Kortgezegd zijn dit de gebieden rondom waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Waterschappen kunnen voor alle typen waterstaatswerken beperkingengebieden aanwijzen. In een beperkingengebied gelden beperkingen voor de activiteiten van derden. Hierin zit de koppeling met het begrip beperkingengebiedactiviteit. De Omgevingswet definieert dit begrip als een activiteit binnen een beperkingengebied. Een beperkingengebiedactiviteit bij een waterstaatswerk zoals een oppervlaktewaterlichaam is bijvoorbeeld de aanleg van een brug.
Een werkingsgebied is onderdeel van de regels in de nieuwe waterschapsverordening. Die regels bestaan straks uit juridische regeltekst en werkingsgebieden. Het betreft hier een (ruimtelijk) gebied waarop een juridische regel betrekking heeft. Dit betekent dat specifieke regels alleen gelden binnen de grenzen van een bepaald gebied. Het begrip wordt voornamelijk gebruikt binnen het Digitaal Stelsel Omgevingswet.
Het begrip beperkingengebied is ook een werkingsgebied, maar het kan ook om andere gebieden gaan waar bepaalde regels gelden ter bescherming van het watersysteem. Denk bijvoorbeeld aan regels over de activiteit uitbreiden van verhardingen in een gebied met weinig waterberging.
Een werkingsgebied kan een specifiek gebied binnen het beheergebied van het waterschap zijn, maar het kan ook het gehele beheergebied van het waterschap zijn (de regels uit de waterschapsverordening zijn dan op het gehele gebied van toepassing). De werkingsgebieden (en bijbehorende voorschriften) kunnen visueel worden weergegeven via het Digitaal Stelsel Omgevingswet. De geografische begrenzing van deze werkingsgebieden kan regelmatig wijzigen als gevolg van projecten van derden of door het waterschap zelf.
Zoals uit het voorgaande blijkt, is een beperkingengebied een type werkingsgebied. De werkingsgebieden van de regels in deze verordening zijn in dit artikel aangewezen en geometrisch begrensd. Deze werkingsgebieden stonden voorheen (deels) in de legger op grond van de Waterwet, maar komen in de legger op grond van de Omgevingswet niet terug. De werkingsgebieden verschillen per type activiteit. Aan iedere regel in deze waterschapsverordening is het juiste werkingsgebied gekoppeld. In het DSO kan, bij het raadplegen van regels op de kaart, daarmee steeds het exacte werkingsgebied van een regel getoond worden. De werkingsgebieden worden daarnaast gebruik voor de automatische beantwoording van vragen in de vergunningcheck.
Het tweede lid is bedoeld voor de gevallen dat de aanleg of wijziging van waterstaatswerken is vergund of dat er een projectbesluit voor is vastgesteld maar nog in uitvoering is of is uitgevoerd, maar nog niet geometrisch is begrensd. Deze tekst is gebaseerd op paragraafafdeling 3.2 van het Omgevingsbesluit waarin dit is opgenomen voor waterstaatswerken van het Rijk.
Het derde lid is bedoeld voor waterstaatswerken die nog niet (juist) geometrisch zijn begrensd en de begrenzing ook niet blijkt uit een omgevingsvergunning of projectbesluit of projectplan.
Onderstaande afbeelding toont de verschillende zoneringen rondom een waterkering.
Onderstaande afbeelding toont de verschillende zoneringen rondom een waterkering.
Het vierde lid is bedoeld voor werkingsgebieden die nog niet (juist) geometrisch zijn begrensd en de begrenzing ook niet blijkt uit een omgevingsvergunning of projectbesluit of projectplan. De beschrijving van het desbetreffende werkingsgebied bepaalt dan om welk gebied het gaat.
BBB
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
CCC
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden, waarbij de kwaliteit van de te ontgraven of te baggeren waterbodem in de kwaliteitsklasse «sterk verontreinigd», bedoeld in artikel 29, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit valt, is het gewenst dat het ontgraven of baggeren met een grotere zorgvuldigheid gebeurt dan wanneer de kwaliteit in een andere (minder schadelijke) kwaliteitsklasse valt. De kwaliteitsklasse «sterk verontreinigd» komt overeen met een waterbodem die volgens het oude recht de interventiewaarden overschreed. In dat geval is het opstellen van een werkinstructie verplicht.
Het Rijk heeft voor de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie de volgende kwaliteitsklassen en kwaliteitseisen vastgesteld:
Kwaliteitsklassen baggerspecie en waterbodem
Kwaliteitseis | Ondergrens van kwaliteitsklasse | Bovengrens van kwaliteitsklasse | Voormalige benaming |
Niet verontreinigd (waterbodem) / Algemeen toepasbaar (baggerspecie) | - | Niet verontreinigd (waterbodem) / Algemeen toepasbaar (baggerspecie) | |
Licht verontreinigd | Niet verontreinigd (waterbodem) / Algemeen toepasbaar (baggerspecie) | Licht verontreinigd | Maximale waarde kwaliteitsklasse A |
Matig verontreinigd | Licht verontreinigd | Matig verontreinigd | Maximale waarde kwaliteitsklasse B (interventiewaarde waterbodem) |
Sterk verontreinigd | Matig verontreinigd | - | Niet toepasbaar |
De kwaliteitseisen staan in tabel 2 van bijlage B van de Regeling Bodemkwaliteit. Deze kwaliteitseisen bepalen in welke kwaliteitsklasse de waterbodem of baggerspecie valt.
DDD
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
EEE
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf bevat regels voor het onttrekken van grondwater. De onttrekking van grondwater kan nadelige gevolgen voor de omgeving veroorzaken. Denk hierbij aan schade aan de landbouw(opbrengst), schade aan natuurgebieden (verdroging), verplaatsing van grondwaterverontreinigingen, schade aan bouwwerken als gevolg van zetting en negatieve beïnvloeding op overige grondwateronttrekkingen (in het bijzonder de bodemenergiesystemen). Degene die de onttrekking verricht, heeft de verplichting om deze nadelige gevolgen zoveel als mogelijk te voorkomen. Wanneer de onttrekking nadelige gevolgen veroorzaakt, moet degene die water onttrekt zo spoedig mogelijk maatregelen nemen om deze gevolgen te beperken. Denk hierbij aan het staken van de onttrekking of het treffen van compenserende maatregelen. Verder moet degene die grondwater onttrekt het waterschap zo spoedig mogelijk informeren over de geconstateerde nadelige gevolgen en de te treffen, of getroffen maatregelen.
De meetverplichtingen van het voormalige artikel 6.11 van het Waterbesluit en het voormalige artikel 6.5 van de Waterregeling wordt voortgezet. De meetverplichting geldt voor zowel vergunningplichtige als vergunningvrije gevallen.
De impact van kleinere grondwateronttrekkingen en grondwaterinfiltraties is in de regel verwaarloosbaar en kunnen doorgaans zonder nadelige gevolgen en daarom zonder melding of omgevingsvergunning plaatsvinden. Dit is wel afhankelijk van de locatie en doel waarvoor grondwater wordt onttrokken. Zo geldt op de Waddeneilanden een strenger regime als op de vaste wal. Voor agrarische activiteiten geldt, weer gezien onder meer de locatie en doel van deze activiteiten, een ruimere vrijstelling. Voor een grondwateronttrekking of infiltratie is een omgevingsvergunning nodig als de grondwateronttrekking of infiltratie een dusdanige omvang heeft dat niet kan worden voldaan aan de voorwaarden die gelden voor een meldingsplicht. De beoordelingsregel van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor omgevingsvergunningen voor het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem is van overeenkomstige toepassing op vergunningplichtige wateronttrekkingsactiviteiten. Dit sluit aan bij de wijze waarop dit in de Waterwet was geregeld.
In geval van bijzondere omstandigheden, zoals grote droogte, of dreiging daarvan, kan het nodig zijn om het onttrekken van water uit de bodem te verbieden.
Aangezien uitwisseling van grondwater uit diverse watervoerende pakketten ongewenst is, moet bij retourbemaling het grondwater in hetzelfde watervoerende pakket worden teruggebracht waaruit het afkomstig is. Om uitwisseling van grondwater uit verschillende pakketten tegen te gaan, dient tijdens de aanleg van de voorziening(en) voor de grondwateronttrekking, tijdens het beheer van deze voorziening(en) en na beëindiging van de onttrekking, worden voorkomen dat uitwisseling van water kan plaatsvinden. In de praktijk wordt bij het doorkruisen van een scheidende laag veelal gebruik gemaakt van zwelklei om deze uitwisseling van grondwater te voorkomen. Het SIKB (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer) heeft hiervoor een protocol 'mechanisch boren' opgesteld (protocol 2101). Het protocol is te raadplegen via www.sikb.nl.
Indien er sprake is van een bronbemaling heeft het SIKB (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer) twee protocollen opgesteld die gevolgd moeten worden. Dit zijn het protocol 'voorbereiden melding of vergunningaanvraag' (protocol 12010) en het protocol 'voorbereiden technische uitvoering' (protocol 12020). Deze protocollen zijn te raadplegen via www.sikb.nl.
Aangezien bij relatief kleine onttrekkingen het plaatsen van een peilbuis of meetput in beginsel niet noodzakelijk is, wordt dit alleen voorgeschreven bij spanningsbemaling.
Op de Waddeneilanden moet worden voorkomen dat onnodig zoet water naar zee wordt gepompt. Daarom is ook daar het uitgangspunt dat opgepompt grondwater terug wordt gebracht in hetzelfde watervoerend pakket. Gezien de bodemopbouw van de eilanden, zal lozen van het opgepompte grondwater op de bodem aldaar ook voldoende zijn om aan dit uitgangspunt te voldoen; het water vloeit door de zandige bodem terug.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van ondiepe grondwaterlichamen waar het waterschap bevoegd gezag is.
FFF
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf bevat regels voor het in de bodem brengen van water. Onder het brengen van water in de bodem wordt verstaan het brengen van water in de bodem met als doel het voorkomen of beperken van verlaging van de grondwaterstand of de stijghoogte of het lozen van overtollig water. Het veranderen van de grondwaterstand heeft effect op de omgeving en kan negatieve gevolgen hebben. Retourbemaling wordt niet geregeld in deze paragraaf. Onder retourbemaling wordt verstaan onttrokken grondwater terugbrengen in hetzelfde watervoerend pakket. Retourbemalen wordt geregeld in de paragraaf voor het onttrekken van grondwater.
De meetverplichtingen van het voormalige artikel 6.11 van het Waterbesluit en het voormalige artikel 6.5 van de Waterregeling wordt voortgezet. De meetverplichting geldt voor zowel vergunningplichtige als vergunningvrije gevallen.
Het in de bodem brengen van water kan niet generiek in de Waterschapsverordening geregeld worden daarvoor is een aparte beoordeling nodig. Om deze reden geldt voor het in de bodem brengen van water de vergunningplicht. De beoordelingsregel van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor omgevingsvergunningen voor het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem is van overeenkomstige toepassing op vergunningplichtige wateronttrekkingsactiviteiten. Dit sluit aan bij de wijze waarop dit in de Waterwet was geregeld. Ook de voorschriften die volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) aan een omgevingsvergunning voor het infiltreren van water in de bodem moeten worden verbonden, zijn van overeenkomstige toepassing. Dit sluit eveneens aan bij de regeling op grond van de Waterwet.
In geval van bijzondere omstandigheden, zoals een overvloed van water, of dreiging daarvan, kan het nodig zijn om het in de bodem brengen van water te verbieden.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van ondiepe grondwaterlichamen waar het waterschap bevoegd gezag is.
GGG
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf bevat regels voor het aanbrengen of verwijderen van (water)planten en struiken of bomen op waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk. Het aanbrengen of verwijderen van (water)planten en struiken of bomen op waterstaatswerken kan invloed hebben op de aanwezige ecologie, maar ook op het functioneren van het waterstaatswerk. Het planten of verwijderen van een boom of beplanting op een waterkering of talud kan bijvoorbeeld de stabiliteit van het dijklichaam of het talud negatief beïnvloeden waarmee de veiligheid afneemt. Daarnaast moet het mogelijk blijven om doelmatig onderhoud uit te voeren, terwijl tegelijkertijd ook dat de overige functies, met name natuur, behouden kunnen blijven. Bereikbaarheid met en toegankelijkheid van onderhoudsmaterieel is van groot belang.
Plantengroei in water is meestal gewenst, omdat het de ecologische waarde vergroot. Echter overvloedige plantengroei kan hinderlijk zijn voor waterdoorstroming. Ook kan dit waterrecreatie hinderen en kunnen bestaande vaarroutes niet meer bevaarbaar zijn. De spanning tussen enerzijds ecologie en anderzijds bevaarbaarheid wordt mede in deze paragraaf geregeld.
Voor hoofdwateren geldt dat deze een essentiële functie hebben in het totale watersysteem. Het waterschap onderhoudt de hoofdwateren met als uitgangspunt dat water in voldoende mate kan doorstromen waarbij rekening wordt gehouden met ecologische waarden. In sommige gevallen kan het wenselijk zijn om tijdens het vaarseizoen dichtgegroeide sloten bevaarbaar te houden. Het waterschap houdt de in de legger aangewezen wateren bevaarbaar, daarvoor geldt een inspanningsverplichting. Het bevaarbaar houden van andere wateren door derden wordt toegestaan mits men zich houdt aan de algemene regels. Deze regels zijn opgesteld met het doel de bestaande ecologie zoveel mogelijk te beschermen.
Onderstaande afbeelding toont hoe de waterbreedte en de middenstrook gemeten moeten worden wanneer zich aan één zijde van de watergang riet bevindt.
Onderstaande afbeelding toont hoe de waterbreedte en de middenstrook gemeten moeten worden wanneer zich aan beide zijden van de watergang riet bevindt.
HHH
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf bevat regels voor bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen op of in waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk. Het oprichten, uitbreiden, vervangen of verwijderen van bouwwerken , civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen op waterstaatswerken en/of bijbehorende beschermingszones kunnen het waterbeheer, zoals regulier- of bijzonder onderhoud, in de weg staan en schade aan waterstaatswerken en beschermingszones veroorzaken. Vanuit het oogpunt van waterbeheer en waterveiligheid zijn deze activiteiten in beginsel ongewenst en vereisen die een specifieke toetsing. Enkele voorzieningen of aanlegactiviteiten kunnen echter op voorhand goed en op uniforme wijze worden gereguleerd met algemene regels of een meldingsplicht.
Uitwisseling van grondwater uit diverse watervoerende pakketten is niet gewenst. Daarom worden daar voorschriften voor gesteld bij de aanleg en verwijdering van een brandblusvoorziening waarvoor grondwater wordt onttrokken. In de praktijk zal bij het doorkruisen van een scheidende laag veelal gebruik worden gemaakt van zwelklei om deze uitwisseling van grondwater te voorkomen. Het SIKB (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer) heeft hiervoor een protocol 'mechanisch boren' opgesteld (protocol 2101). Het protocol is te raadplegen via www.sikb.nl.
III
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf bevat regels voor het aanleggen, verwijderen en wijzigen van een brug of viaduct in, op of over waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk.
Een brug of viaduct wordt gezien als werk over of in een oppervlaktewaterlichaam met als doel het ontsluiten van een perceel of om openbare wegen over oppervlaktewaterlichamen te verbinden. Het aanleggen of verwijderen van deze werken over of in waterstaatswerken of bijbehorende beschermingszones, heeft gevolgen voor onder andere de bereikbaarheid en mogelijkheid van doelmatig onderhoud van deze waterstaatswerken. Ook kan de doorstroombaarheid van het oppervlaktewaterlichaam beïnvloedt worden.
Het watervoerende profiel en de doorstroombaarheid van de watergang mag door het aanleggen of verwijderen van een brug of viaduct geen nadelige effecten ondervinden. Het materiaal waaruit de brug of viaduct bestaat kan van invloed zijn op de waterkwaliteit. Het gebruik van milieubezwaarlijke materialen is daarom niet toegestaan.
Voor het aanleggen of verwijderen van een brug of viaduct is geen toestemming nodig van het waterschap als dit plaatsvindt in of bij schouw- of overige wateren en de pijlers niet in het water komen te staan, zodat er geen vuilophoping en/of nadelige effecten voor doorstroming ontstaan. Voor het aanleggen of verwijderen van een brug of viaduct in of op een waterkering of de beschermingszone van een waterkering is een omgevingsvergunning vereist, omdat de werkzaamheden de stabiliteit van de waterkering negatief kunnen beïnvloeden.
Het kan voorkomen dat voor de aanleg van een brug of viaduct een tijdelijke stremming nodig is. Een stremming kan een negatief effect hebben op de doorstroming van een oppervlaktewaterlichaam en de bemaling van een watersysteem in zijn geheel. Een hogere stroomsnelheid kan bovendien ook het profiel van een watergang verdiepen of verondiepen waardoor aanwezige beschoeiing of waterkering kan verzakken. De impact van een stremming zal daarom altijd worden beoordeeld door het waterschap. Indien nodig worden er in de omgevingsvergunning voorschriften opgenomen die het mogelijk maken om de stremming op eerste aanzegging van het waterschap op te heffen. Bijvoorbeeld door onvoorziene omstandigheden zoals hevige regenval en het daardoor optreden van wateroverlast. Andere aspecten die in beoordeling in ieder geval worden meegenomen, hebben betrekking op onderhoud en stabiliteit.
Bij een brug of viaduct over een oppervlaktewaterlichaam is het belangrijk dat de brug of viaduct het doelmatig onderhoud aan het oppervlaktewaterlichaam niet belemmert. Er worden daarom eisen gesteld aan de hoogte van de brug of viaduct ten opzichte van het zomerpeil en de afstand tussen de eventuele pijlers.
Bij het plaatsen van een brug of viaduct moet rekening worden gehouden met de stabiliteit van taluds en oevers. Een brug of viaduct kan een aanzienlijk gewicht en belasting hebben als er niet sprake is van een goede ondersteuning, dat zou kunnen leiden tot het verzakken van de oevers of het talud. Er worden daarom eisen gesteld aan de constructie en positie van de brug of viaduct ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een brug.
JJJ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf bevat regels voor het aanleggen, verwijderen en wijzigen van een duiker zonder duiker op of in waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk. Een dam zonder duiker maakt doorstroming van water onmogelijk en heeft om die reden forse impact op een watersysteem. Het aanleggen van een dam zonder duiker kan stuwing en peilwijzigingen tot gevolg hebben. Het verwijderen van een dam kan het omgekeerde effect tot gevolg hebben.
Een perceel slechts één keer zonder vergunning ontsloten worden. Door het plaatsen van een dam wordt een wateroppervlak door grond ingenomen. Hierdoor neemt het bergend vermogen van dat oppervlaktewater af. Als het slechts om één enkele dam per perceel gaat is de afname van het bergend vermogen te overzien. Daarom wordt dit toestemmingsvrij toegestaan. Meerdere dammen per perceel vraagt om een inhoudelijk beoordeling en is om deze reden vergunningplichtig.
Er gelden regels gericht op het netjes afwerken van het talud en behoud van het profiel van de watergang. Daarnaast zijn er beperkingen qua afmetingen opgenomen. Reden hiervan is dat de dam geen verkapte demping moet worden, maar functioneel moet zijn in perceelsontsluiting.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een dam zonder duiker.
KKK
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf bevat regels voor het aanleggen, verwijderen en wijzigen van een duiker of dam met duiker op of in waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk.
Een duiker of een dam met duiker wordt meestal geplaatst om een perceel te ontsluiten of om openbare wegen over watergangen te verbinden. Bij het plaatsen van een dam met duiker treedt een vernauwing op van het oppervlaktewater waardoor de doorstroming van het water vermindert. Afhankelijk van de breedte van de dam en de diameter van de duiker treedt er verlies aan berging en opstuwing op. De regels zijn bedoeld om de doorstroming en de ecologie te beschermen.
Een perceel slechts één keer zonder vergunning ontsloten worden. Door het plaatsen van een dam met duiker wordt een wateroppervlak door grond ingenomen. Hierdoor neemt het bergend vermogen van dat oppervlaktewater af. Als het slechts om één enkele dam met duiker per perceel gaat is de afname van het bergend vermogen te overzien. Daarom wordt dit toestemmingsvrij toegestaan. Meerdere dammen per perceel vraagt om een inhoudelijk beoordeling en is om deze reden vergunningplichtig.
In het stedelijk gebied is altijd de vergunningplicht van toepassing, omdat in stedelijk gebied meer diversiteit is in de gewenste diameter van de duiker. Ook is het belang van derden vaak sneller in het geding. Voor stedelijk gebied is het gewenst dat elke situatie apart beoordeeld wordt. Ook in hoofdwateren is de grootte van de duiker niet standaard en afhankelijk van het achterliggende gebied en moet elk geval apart berekend en beoordeeld worden.
Er gelden regels gericht op het netjes afwerken van het talud en behoud van het profiel van de watergang. Daarnaast zijn er beperkingen qua afmetingen opgenomen. Reden hiervan is dat de dam geen verkapte demping moet worden, maar functioneel moet zijn in perceelsontsluiting.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een dam met duiker.
LLL
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf bevat regels voor het houden van dieren op of in waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk. Het houden van dieren op gronden grenzend aan waterstaatswerken, op een regionale waterkering in hoge gronden of in de beschermingszone van een regionale waterkering in hoge gronden, kan het waterbeheer belemmeren of schade veroorzaken. De regels bevatten een aantal voorschriften om dit tegen te gaan. Hierbij speelt ook de lokale situatie een rol, bijvoorbeeld de ligging van een hoofdwater, de grondsoort ter plaatse en het gegeven dat de dieren geen schade (kunnen) veroorzaken.
In veel gevallen zullen waterstaatswerken moeten worden beschermd door een voldoende kerende afrastering zodat de dieren de waterstaatswerken niet kunnen bereiken of anderszins kunnen beschadigen. De afrastering mag niet te dicht bij het water of te ver van het water staan en mag ook niet te hoog zijn. Een afrastering te dicht bij het water maakt dat de dieren te dicht bij het water kunnen komen, waardoor het talud onstabiel kan worden. Een afrastering te ver van het water of te hoog vormt een belemmering voor het efficiënt uitvoeren van onderhoud.
Een afrastering dwars over een onderhoudspad of beschermingszone moet, ten behoeve van onderhoud, met de hand en zonder gebruik van hulpmiddelen kunnen worden weggenomen of opengemaakt. Een afrastering van prikkeldraad is bijvoorbeeld voorzien van een handvat en als de afrastering is voorzien van een schrikdraadapparaat is de handgreep geïsoleerd. In voorkomende gevallen moeten aanwijzingen door of namens het waterschap stipt worden opgevolgd.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van hoe dieren gehouden kunnen worden als er geen sprake is van voorland.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van hoe dieren gehouden kunnen worden als er wel sprake is van voorland.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van hoe dieren gehouden kunnen worden als er sprake is van een waterkering in hoge gronden.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van afrastering nabij een watergang.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van afrastering nabij een watergang.
MMM
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
NNN
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf bevat regels voor het aanleggen van een inlaat voor vernatting van een perceel op of in waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk. Een inlaat is een pijp met een afsluiter in een waterkering waardoor water van de hoger gelegen boezem op een lager gelegen stuk land kan vloeien. Hierdoor wordt de bodem aantrekkelijker voor weidevogels. Het is niet de bedoeling dat er inlaten worden aangelegd die een ander doel hebben dan een bijdrage leveren aan het weidevogelbestand. Kansrijke locaties worden veelal aangewezen door agrarische collectieven.
Bij veel van dit soort inlaten gaat het om eenduidige en eenvoudig te reguleren activiteiten. Dat neemt niet weg dat de aanleg zorgvuldig moet worden uitgevoerd. Onzorgvuldigheid kan leiden tot dijkbreuk en een forse toestroom van boezemwater in de polder met de nodige nadelige effecten tot gevolg. Het waterschap wil voorkomen dat de beheerlast voor het waterschap door initiatieven van derden toeneemt en daarom is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het aanleggen, beheren en verwijderen van de inlaat. De rayonbeheerder ziet hier op toe en kan als dat nodig is daartoe aanwijzingen geven aan de initiatiefnemer die opgevolgd moeten worden.
Het aanleggen van een inlaat in een waterkering van veen of met veen als ondergrond vraagt om zwaardere beoordeling. Dit geldt ook voor de aanleg van een inlaat in hoge slappe waterkeringen en voor waterkeringen met een kerende hoogte van meer dan 1 meter. In onderstaande schets wordt getoond hoe de hoogte van 1 meter te bepalen is.
Tijdens de aanleg van een inlaat mag nooit een openverbinding zijn tussen boezem en polder waar water doorheen kan vloeien. Er mag wel een sleuf worden gegraven, maar deze mag niet leiden tot een open verbinding naar de boezem. Aan de waterzijde moet 1 meter van de waterkering behouden blijven waar de duiker doorheen geperst moet worden. In onderstaande schets wordt getoond hoe de afstand van 1 meter te bepalen is.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een inlaat en de wijze waarop de hoogte van 1 meter en de afstand van 1 meter bepaald moet worden.
Om te voorkomen dat inlaten in waterkeringen blijven, terwijl ze niet meer worden gebruikt, heeft de melding een geldigheidstermijn van 6 jaar. Deze termijn sluit aan bij de duur van subsidiering door de provincie. Mocht een initiatiefnemer na 6 jaar door willen gaan met het vernatten van het perceel ten behoeve van weidevogels dan moet daarvoor een nieuwe melding worden gedaan
OOO
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf bevat regels voor het aanleggen, verwijderen of onderhouden van kabels en leidingen in, op, over of onder een waterstaatswerk en in, op, over of onder de beschermingszones van een waterstaatswerk. De aanleg en het verwijderen van kabels en leidingen kan grote impact hebben op de staat en stabiliteit van waterstaatswerken. Ook in de gebruiksfase kan een kabel of leiding invloed hebben op het functioneren van de waterkering of beperkend zijn in het onderhoud van een watergang.
Het waterschap stelt eisen aan het soort kabel en leiding en er gelden voorwaarden voor de wijze van aanleggen en onderhouden. Het springen van leidingen bijvoorbeeld moet zoveel mogelijk worden voorkomen en indien zich dit onverhoopt wel voordoet, direct en volledig worden hersteld.
Daarnaast kan het nodig zijn dat er een kruising plaatsvindt ten opzichte van een hoofdwater of kunstwerk. Om het aantal kruisingen te beperken dient er zoveel mogelijk aangesloten te worden op bestaande tracés. Een gepland tracé dient noodzakelijk te zijn. Een redelijk alternatief zonder kruising met een waterstaatswerk heeft de voorkeur. De doorstroming van een hoofdwater mag niet worden gehinderd. Dit geldt ook voor de mogelijkheid tot het uitvoeren van onderhoud. Daarom mogen kabels en leidingen niet in het doorstroomprofiel van de hoofdwatergang lopen. Er zijn voorschriften waarop kabels en leidingen ten opzichte van het (legger)profiel dienen te worden aangebracht. Tijdens de uitvoering van de werken dient de waterafvoer te allen tijde te zijn gegarandeerd. Eventueel noodzakelijke hulpconstructies (damwanden, omleidingen, etc.) dienen vooraf goedgekeurd te worden door het waterschap. Verder is van belang dat kabels en leidingen niet kunnen worden beschadigd als onderhoudswerkzaamheden aan het hoofdwater worden uitgevoerd.
Kabels en leidingen worden veelal geplaatst door middel van een open ontgraving en/of een gestuurde boring. Wanneer deze werkzaamheden te dicht op de insteek van een hoofdwater worden uitgevoerd kan dat een negatief effect hebben op de stabiliteit van de oever. Wanneer een kabel of leiding eenmaal wordt ingegraven of geboord, is het niet wenselijk dat de oever beschadigd raakt. Voor de stabiliteit is niet zozeer de kabel of leiding, maar de uitvoeringsmethode voor het leggen van de kabel of leiding bepalend. Mogelijk leidt dit tot aanvullende maatwerkvoorschriften. Tevens kunnen hoofdwateren voorzien zijn van kademuren/damwanden of een andere vorm van oeverbescherming. Ook in die gevallen kunnen aanvullende maatwerkvoorschriften gesteld worden. Kabels en leidingen, of de aanleg/verwijdering daarvan, mogen geen belemmering vormen voor de aanwezige of nog te ontwikkelen ecologische waarden.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van de insteek en het talud van een watergang.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeelden van een open ontgraving langs en een gestuurde boring onder een watergang.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een open ontgraving langs een waterkering.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van het kruisen van een waterkering door middel van een gestuurde boring.
PPP
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf bevat regels voor oeverbeschermende voorzieningen in een oppervlaktewaterlichaam. Een oeverbeschermende voorziening is een voorziening die dient om het talud of de oever te beschermen tegen afkalving of afschuiving, dan wel om bij een verbreding of versmalling van het oppervlaktewaterlichaam het talud op te vangen. Deze voorzieningen hebben veel impact op de staat en hoedanigheid van waterstaatswerken en gevolgen voor onderhoudsmogelijkheden van watergangen etc. De oeverbeschermende voorziening mag de doorstroming niet belemmeren, de bergingscapaciteit niet verkleinen, geen beperking vormen voor het uitvoeren van onderhoud, het materiaal mag geen nadelig effect hebben op de waterkwaliteit (geen uitloging dankzij gebruik van verduurzaamd materiaal).
De toepassing van een oeverbeschermende voorziening verdraagt zich in het algemeen niet met een natuurfunctie, omdat de voorziening geen natuurlijke overgang creëert tussen oever en water. De voorziening wordt daarom niet toegestaan waar een natuurfunctie is toegekend.
Voor de aanleg van een oeverbeschermende voorziening in een hoofdwatergang of aan een waterkering is een specifieke toetsing vereist. Het waterschap kan eisen stellen aan de constructie van de beschoeiing indien deze wordt toegepast in een watergang met een belangrijke aan- en afvoerfunctie voor het watersysteem. De constructie zal ook worden getoetst door een specialist van het waterschap. Indien door het plaatsen van beschoeiing het bergend vermogen van de watergang substantieel verkleind wordt dan dient het verlies aan bergingscapaciteit te worden gecompenseerd. De compensatie dient plaatst te vinden in het zelfde peilgebied.
Indien er sprake is van vervanging van een bestaande oeverbeschermende voorziening dan is het uitgangspunt dat deze herplaatst wordt op de oorspronkelijke positie. Het plaatsen van de oeverbeschermende voorziening voor een bestaande oeverbeschermende voorziening wordt alleen toegestaan indien deze zo dicht mogelijk tegen de bestaande oeverbeschermende voorziening geplaatst wordt.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een oeverbeschermende voorziening.
QQQ
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf bevat regels voor het aanbrengen, verplaatsen of verwijderen van een steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk op of in waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk. Het aanbrengen, verplaatsen of verwijderen van een steiger, vlonder, visstoep, meerpaal of overhangend bouwwerk betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk met een geringe impact op het watersysteem en het beheer daarvan. De voorschriften waaraan moet worden voldaan dienen ter bescherming en/of waarborging van de waterkwaliteit, doelmatig onderhoud, oeverbescherming, het talud, het profiel van de betreffende watergang en het belang van een aanliggende eigenaar.
Schouwwateren moeten snel en efficiënt te inspecteren zijn en daarom mag het werk het schouwprofiel niet onzichtbaar maken. Als bijvoorbeeld een vlonder zo groot is dat deze een deel van het schouwprofiel “overdekt” waardoor inspectie van het profiel niet mogelijk is, is dat niet toegestaan.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een steiger.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een woning met een vlonder.
RRR
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf bevat regels voor het aanleggen, vervangen of verwijderen van een uitstroomvoorziening, ten behoeve van het versneld afvoeren van hemelwater, op of in waterstaatswerken en de beschermingszones van een waterstaatswerk. Het aanleggen, vervangen of verwijderen van een uitstroomvoorziening voor het lozen van bijvoorbeeld grond- of hemelwater van verhard oppervlak op het oppervlaktewater, kan gevolgen hebben voor waterbeheer, waterveiligheid en de staat van waterstaatswerken. Hierbij kan ook de omvang van de afwaterende verharde oppervlakken, zoals daken en terreinverhardingen, een rol spelen. De via een uitstroomvoorziening te lozen hoeveelheid water moet in een daarvoor toereikende watergang kunnen worden geloosd. Regels met betrekking tot de kwaliteit van te lozen water of stoffen zijn bijvoorbeeld onderdeel van hoofdstuk 2 van deze waterschapsverordening.
Om de waterhuishoudkundige infrastructuur, zoals de goede staat en het profiel van het oppervlaktewaterlichaam, maar ook de uitstroomvoorzieningen zelf te beschermen, zijn een aantal algemene voorschriften opgenomen. Doel is dat de uitstroomvoorzieningen in goede staat worden onderhouden en in het kader van doelmatig onderhoud aan (de oever van) de watergang of de voorziening zelf, te allen tijde herkenbaar of zichtbaar zijn. Bijvoorbeeld door het plaatsen van een paal met witte kop bij het uiteinde van de uitstroomvoorziening. Schade door uitspoeling vanuit de uitstroomvoorziening is , evenals gebruik van milieubezwaarlijk materiaal bij aanleg, vervanging of verwijdering, niet toegestaan.
Een lozingswerk in een waterkering is ongewenst, want daardoor kan de constructie van de waterkering en de veiligheid van het achterliggende gebied negatief beïnvloedt worden. Voor de aanleg van een uitstroomvoorziening in een waterkering is daarom een specifieke toetsing vereist.
Door het verharden van oppervlakken komt hemelwater sneller in oppervlaktewater terecht. De ontvangende sloten worden daardoor ook sneller gevuld. Om deze reden wordt in een wateradvies aan de gemeente(n) door het waterschap vaak geadviseerd om het verharden van een oppervlak te compenseren door het graven van nieuw oppervlaktewater zodat sloten niet te snel gevuld raken. Voor verharding buiten de bebouwde kom geldt een ruimere vrijstelling, omdat het verharden van oppervlakken kleiner dan 1500 m2, buiten de bebouwde kom veelal geen merkbare invloed heeft op het bergend vermogen van het watersysteem.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een gesloten verharding met goot en buis als uitstroomvoorziening die uitmondt in een watergang en een voorbeeld van een dakgoot die via een regenpijp rechtstreeks uitstroomt in een watergang.
SSS
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf bevat regels voor een warmtewisselaar die wordt toegepast voor het lozen van koude of warmte bij aquathermie op of in een oppervlaktewaterlichaam.
Bij het lozen van koude of warmte bij aquathermie wordt oppervlaktewater via een warmtewisselaar geleid. Daar kan de warmte of koude worden overgedragen om vervolgens te worden gebruikt voor verwarming of verkoeling van een woning of gebouw. De warmtewisselaar kan afhankelijk van de te gebruiken installatie “op de wal” maar ook in het water worden geplaatst. Indien de warmtewisselaar op de wal staat wordt oppervlaktewater ingenomen, over de warmtewisselaar geleid en vervolgens weer geloosd. In dat geval is het ingenomen oppervlaktewater bij lozing opgewarmd of juist afgekoeld.
De warmtewisselaar mag de doorstroming niet belemmeren, de bergingscapaciteit niet verkleinen, geen beperking vormen voor het uitvoeren van onderhoud, het materiaal en medium mag geen nadelig effect hebben op de waterkwaliteit of aquatisch milieu zoals vissen, waterplanten en ander onderwaterleven. Dit betekent geen uitloging dankzij gebruik van verduurzaamd materiaal en ook geen lekkage. Ook de waterveiligheid mag niet in het geding komen.
Het waterschap kan eisen stellen aan de plaatsing van een warmtewisselaar. Wanneer de warmtewisselaar geplaatst wordt buiten het stedelijk gebied in een overig water is de impact op het watersysteem en het beheer daarvan gering. De plaatsing van een warmtewisselaar in een hoofdwatergang, schouwwatergang of vaarweg of aan een waterkering kan echter een grotere impact hebben op het watersysteem en het beheer daarvan. De toepassing van een warmtewisselaar verdraagt zich daarnaast in het algemeen niet met een natuurfunctie, omdat de voorziening een natuurlijke overgang tussen oever en water in de weg kan staan. De plaatsing van de warmtewisselaar zal in die gevallen worden getoetst door een specialist van het waterschap.
Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van een warmtewisselaar die gebruikt wordt bij aquathermie.
TTT
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het eerste lid bevat de gelijkschakeling van onherroepelijke watervergunningen met omgevingsvergunningen op grond van de nieuwe waterschapsverordening. Het tweede lid ziet op handelingen en dergelijke die rechtmatig tot stand zijn gebracht voordat deze waterschapsverordening in werking is getreden, bijvoorbeeld handelingen die eerst niet vergunningplichtig waren en dat nu wel zijn geworden.
Uit de Invoeringswet Omgevingswet blijkt hoe om dient te worden gegaan met aanvragen die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn ingediend, maar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden vergund.
Wanneer iemand vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet een aanvraag heeft ingediend, blijft het oude recht van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk is. Dit staat in artikel 4.3 van de Invoeringswet en in artikel 8.1.4 en artikel 8.1.5 van het Invoeringsbesluit.
'Onherroepelijk' betekent:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2024-18834.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.