Waterschapsblad van Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard | Waterschapsblad 2024, 14686 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard | Waterschapsblad 2024, 14686 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
De Waterschapsverordening Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (hierna: Waterschapsverordening) bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die gelden binnen het beheergebied.
Dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard willen de Waterschapsverordening wijzigen en leggen hierbij het ontwerp wijzigingsbesluit ter inzage.
Deze wijzigingsverordening heeft als doel om te bewerkstelligen dat het dagelijks bestuur bij de beoordeling van omgevingsvergunningplichtige activiteiten de samenhang en goede werking van het watersysteem kan betrekken. Daarnaast betreft het een aantal technische aanpassingen waaronder de aanpassing van een drietal werkingsgebieden, aanpassing van indieningsvereisten en redactionele wijzigingen.
Inspraak: dit kunt u doen
Tijdens de periode waarin het ontwerp-wijzigingsbesluit ter inzage ligt, kunnen inwoners en belanghebbenden schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen.
Schriftelijke zienswijzen kunt u richten aan dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard, ter attentie van de heer J. Grutters, postbus 4059, 3006 AB Rotterdam onder vermelding van ‘zienswijze’. U kunt uw zienswijze ook mailen naar het e-mailadres waterschapsverordening@hhsk.nl. Vermeld in de zienswijze in ieder geval het volgende:
uw naam en adres, en eventueel telefoonnummer en e-mailadres; de datum; de redenen waarom u een zienswijze indient; wat u veranderd zou willen hebben; Een mondelinge zienswijze indienen is ook mogelijk. Voor het geven van een mondelinge zienswijze, kunt u een afspraak maken via ons team klanteninformatie op telefoonnummer 010 45 37 200. Wij maken een verslag van uw mondelinge zienswijze.
Na afloop van de inspraaktermijn maken wij een eindverslag (nota van beantwoording) met daarin een overzicht van de zienswijzen en een gemotiveerde reactie op de zienswijzen. Heeft u bezwaar tegen vermelding van uw persoonsgegevens (naam, adres en woonplaats) in de nota van beantwoording, dan verzoeken wij u dit in uw zienswijze aan te geven. In dat geval anonimiseren wij uw zienswijze.
Inzien van het ontwerpbesluit
Het ontwerp wijzigingsbesluit ligt met ingang van 12 juli 2024 tot en met 23 augustus 2024 ter inzage. U kunt deze inzien door de bij deze elektronische bekendmaking gevoegde bijlage te openen. Kijk hiervoor links op deze pagina onder ‘Gerelateerd’. In dezelfde periode kunt u het ontwerp wijzigingsbesluit ook inzien op het kantoor van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard aan de Maasboulevard 123 in Rotterdam.
Na de terinzagelegging
Wanneer de periode van terinzagelegging voorbij is, en er zienswijzen zijn binnengekomen stellen dijkgraaf en hoogheemraden een Nota van Beantwoording op met antwoorden op alle binnengekomen zienswijzen. Deze Nota van Beantwoording wordt samen met de stukken die ter inzage hebben gelegen, ter besluitvorming aangeboden aan het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Na het definitieve besluit ontvangt de indiener van een zienswijze een bericht met daarbij de Nota van Beantwoording. Hierin staat wat er met de zienswijze is gedaan. In het bericht staat ook waar het besluit op internet te lezen is.
Vragen?
Hebt u vragen, dan kunt u contact opnemen met het team klanteninformatie, telefoonnummer 010 45 37 200, of uw vraag mailen naar het e-mailadres waterschapsverordening@hhsk.nl.
TOELICHTING
ALGEMENE TOELICHTING
Inleiding
Deze wijzigingsverordening heeft als doel om te bewerkstelligen dat het dagelijks bestuur bij de beoordeling van omgevingsvergunningplichtige activiteiten de samenhang en goede werking van het watersysteem kan betrekken. Sinds 1 januari 2024 is de Waterschapsverordening Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard in werking. Deze verordening bevat regels over de fysieke leefomgeving en reguleert daarbij onder andere de activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de watersystemen. In de verordening zijn een aantal activiteiten als vergunningsplichtig aangewezen. Deze activiteiten hebben vaak op zichzelf alleen beperkte negatieve gevolgen voor het watersysteem, maar de cumulatie van activiteiten kan de samenhang en goede werking van het watersysteem verstoren. Dit risico bestaat met name bij omvangrijke, complexe en innovatieve ontwikkelingen in een bepaald gebied. Door een gefaseerde beoordeling van activiteiten bestaat het gevaar dat activiteiten vergund worden die in hun samenhang tot negatieve gevolgen voor het watersysteem zorgen. Op dit moment kan het dagelijks bestuur niet voldoende sturen op deze cumulatieve effecten en bestaat het risico dat het Waterschap niet aan zijn wettelijke taak van het beheer van watersystemen (art. 2.17 Omgevingswet) kan voldoen. Het kunnen betrekken van de bredere gevolgen van een activiteit zorgt voor het behoud van dat watersysteem. Deze wijziging bouwt voort op de Beleidsregels aanbrengen verhard oppervlak 2024, activiteiten in kwelgevoelig gebied 2024-2, afwijkende peilen 2024-2, bouwwerken 2024-2 en grondverzet 2024-2, die reeds dezelfde strekking hadden als hier voorgesteld. Naast de verankering van dit beleid in de waterschapsverordening, is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele technische onvolkomendheden aan te passen.
Hoofdlijnen van het voorstel
Met deze verordening worden de volgende wijzigingen in de waterschapsverordening Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard doorgevoerd:
Uitbreiding toepassingsbereik
Voor een aantal hoofdstukken en paragrafen wordt het toepassingsbereik uitgebreid. Deze uitbreiding ziet erop dat de regels in die hoofdstukken en paragrafen mede gericht zijn op de samenhang en goede werking van het watersysteem. Met deze uitbreiding kunnen die doelen meegenomen worden bij de beoordeling van een omgevingsvergunning voor de activiteiten in die hoofdstukken en paragrafen.
Gegevens en bescheiden
De gegevens en bescheiden die bij de aanvraag van een omgevingsvergunning moeten worden ingediend worden aangevuld. De aanvulling ziet op de gegevens die het dagelijks bestuur nodig heeft om de gevolgen van een activiteit voor het watersysteem te kunnen beoordelen.
Technische aanpassingen
De waterschapsverordening heeft, onder andere, de keur en de daarop gebaseerde algemene regels vervangen. Een deel van deze oude regels is daarin wel opgenomen, echter zijn daarbij een aantal abusievelijke onvolkomenheden in de waterschapsverordening terecht gekomen. Deze onvolkomenheden worden hersteld. Daarnaast is in de praktijk gebleken dat een aantal gegevens en bescheiden voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het aanbrengen, wijzigen of verwijderen van terreinverharding overbodig of onduidelijk waren en aanscherping behoeven. Daartoe worden twee vereisten vervangen.
ARTIKELSGEWIJS
Artikel I (wijziging van de Waterschapsverordening Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard)
Onderdelen A en O
Deze wijziging brengt de titel van het artikel in overeenstemming met de inhoud. In het artikel gaat het om het “aanbrengen van een diepe wandconstructie”. Daarnaast wordt in artikel 12.9 over de in te dienen gegevens en bescheiden ook gesproken over diepe wandconstructies.
Onderdelen B, C en F
Met deze onderdelen wordt verduidelijkt dat de activiteiten in de desbetreffende hoofdstukken en paragrafen en de regels daarover in verband staan met het watersysteem in zijn geheel. Het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem zijn geen systeemactiviteiten en deze zullen, afhankelijk van de aard en omvang van de activiteiten, ook niet in alle gevallen systemische gevolgen hebben. Toch zijn er gevallen waarin deze activiteiten wel kunnen ingrijpen in het watersysteem, bijvoorbeeld door het cumulatief effect van de ontrekkingsactiviteiten of de samenhang daarvan met andere ontwikkelingen in het voor het watersysteem relevante gebied. Met de verwijzing naar de doelen in artikel 2.1 (o.a. de goede werking van het watersysteem en het bewaren en beheersen van de samenhang tussen onderdelen van het watersysteem) wordt bereikt dat deze doelen meegenomen kunnen worden bij een beoordeling van een activiteit waarbij dit aan de orde is. Dat betreft in ieder geval, maar is niet beperkt tot, situaties waarvoor de aanvraag ook gepaard dient te gaan met een waterhuishoudings plan, overeenkomstig de voorschriften van het voorgestelde artikel 12.12, eerste lid, onder k (Onderdeel N). De beperkingengebiedsactiviteiten grondverzet en bouwwerken zijn eveneens geen systeemactiviteiten, maar ook bij deze activeiten kunnen gevallen zich voordoen die ingrijpend zijn voor het watersysteem.
Onderdelen D en E
Voor de inwerkingtreding van de waterschapsverordening waren de gesteldheidscriteria van een leiding voor een waterkering opgenomen in artikel 13.1 van de Algemene regels Keur van Schieland en de Krimpenerwaard. In de artikelen 6.4 en 6.5 zijn de leestekens foutief opgenomen waardoor de criteria onduidelijk zijn. Deze leestekens zijn met deze wijziging aangepast en verduidelijken dat het bij hoogwaardig pvc gaat om het type “klasse 34/SN8”.
Onderdeel G
Deze wijziging herstelt het ontbreken van de zinssnede ‘met een mechanisch voortbewogen vaartuig’ in het artikel. In de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard was dit opgenomen in artikel 3.1, eerste lid, onder k. Het onbedoelde gevolg van het ontbreken van deze zinsnede is dat ook niet mechanisch voortbewogen vaartuigen, zoals een zeilboot, niet harder dan 6 kilometer per uur mogen varen.
Onderdelen H, I, J en M
Deze onderdelen stellen eisen aan de gegevens en bescheiden die aan het dagelijks bestuur verstrekt moeten worden ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Het gaat daarbij om gegevens die in kaart brengen wat de gevolgen van een activiteit binnen een gebied zijn voor het watersysteem. Een waterhuishoudingsplan is een geschikte wijze om het bevoegd gezag integraal deze gegevens te verschaffen. Deze informatie is noodzakelijk voor een goede beoordeling van de aanvraag voor deze activiteiten, omdat bij deze activiteiten het gevaar bestaat dat door het cumulatief effect van verschillende activiteiten in een gebied de goede samenhang en werking van het watersysteem aanzienlijk wordt aangetast. Om dit te voorkomen dient de activiteit beoordeeld te worden binnen het geheel van activiteiten en ontwikkelingen, overeenkomstig de in artikel 4.1, 5.6 en 6.45 opgenomen verbrede ‘systemische’ belangenkaders. Het gaat in ieder geval om aanvragen voor een activiteit die vanwege de omvang (100.000m2 of meer) of naar hun aard (zoals de ingrijpendheid of innovativiteit) of de samenhang met andere activiteiten of ontwikkelingen in het watersysteem (waaronder cumulatie of de complexiteit van de activiteit), relevante gevolgen kan hebben voor gebied van die omvang. Dit is bijvoorbeeld ook aan de orde als de activiteit onderdeel uitmaakt van een geheel van activiteiten die (al dan niet gefaseerd) als eenheid gepland of ter hand wordt genomen voor de ontwikkeling van een gebied van een vergelijkbare omvang. Door deze drempelwaarde wordt aanvrager zo veel mogelijk duidelijkheid geboden of gevallen waarin een waterhuishoudingsplan in ieder geval noodzakelijk is voor een goede beoordeling van de aanvraag. Uiteindelijk hangt die beoordeling, overeenkomstig de beoordelingsregel van artikel 1.12, gelezen in samenhang met de verbrede belangenkaders van artikel 4.1, 5.6 en 6.45 af van de aard en omvang van de activiteit en van de gevolgen voor die belangen, zodat niet is uitgesloten dat incidenteel ook andere aanvragen die betrekking hebben op een kleiner gebied, eerst goed beoordeeld kunnen worden als een integraal waterhuishoudingsplan is opgesteld. Het bevoegd gezag kan in die gevallen verzoeken om aanvulling van de aanvraag, waarvoor kan worden aangesloten op deze onderdelen. Bij de ‘te verwachten ontwikkelingen’ gaat het om ontwikkelingen die zijn opgenomen in plannen en visies, zoals een omgevingsplan of omgevingsvisie. De ‘gevolgen van de te verrichten activiteit voor te onderscheiden onderdelen van het watersysteem en de goede staat en werking daarvan’ betreft, afhankelijk van de activiteit en de omstandigheden, de gevolgen voor onder andere waterveiligheid, waterstructuur, waterkwantiteit, waterkwaliteit, grondwater en kwel, afvalwaterketen, duurzaam beheer en onderhoud, kunstwerken, inrichting van het gebied in relatie tot het watersysteem en de fasering en tussentijdse situatie. Voor de reikwijdte en het detailniveau van het waterhuishoudingsplan verzoekt HHSK aanvrager, voorafgaand aan het indienen van de aanvraag, contact op te nemen met HHSK.
Onderdeel K
De in te dienen gegevens en bescheiden in het eerste lid, onder d en e (oud), worden geschrapt. In de praktijk bleken deze vereisten overbodig bij de vergunningverlening. Het vereiste van het aanleveren van compenserende of bergende maatregelen voor de aan te brengen terreinverharding (onderdeel d) zijn niet voor iedere terreinverharding relevant en het vereiste geldt op grond van artikel 12.8 al voor grootschalige verharding. Het vereiste van een beschrijving van eventuele obstakels voor het uitvoeren van de activiteit bleek in de praktijk onduidelijk. In plaats daarvan worden twee nieuwe vereisten opgenomen. Het nieuwe onderdeel c vereist een inzicht in de plaatsing (plaats en hoogte in het (waterkering)profiel) en de materialen waaruit de opbouw van de verhardingsconstructie en daaronder toegepaste fundering gemaakt wordt. Met het nieuwe onderdeel d worden gegevens verstrekt om te kunnen beoordelen of de aansluiting van de verhardingsconstructie erosiebestendig is.
Onderdeel L
Dit betreft de correctie van een taalkundige verschrijving.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2024-14686.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.