Vaststellingsbesluit projectplan Inlaat Wieringerwaardpolder

Korte omschrijving plan

Op dit moment wordt in de Wieringermeerpolder water ingelaten aan de oostkant van de polder. Aan de oostkant van de polder bevinden zich twee inlaten (noord en zuid). De zuidelijke inlaat voedt een groot deel van de polder. Echter blijkt het in de prakrijk niet mogelijk om het water overal in de polder te krijgen. Daarom wordt er een aantal extra gemalen/pompen ingezet. Dit resulteert in een inefficiënte situatie en hoge pompkosten.

Door het realiseren van een nieuwe inlaat aan de westkant van de polder kan water onder vrij verval worden ingelaten en het opvoergemaal worden verwijderd. Dit resulteert in een vermindering van pompkosten en voor een betere waterhuishouding.

 

Inhoudsopgave

 

  • 1

    Aanhef

     

  • 2

    Conclusie

     

  • 3

    Besluit

     

  • 4

    Overwegingen

     

  • 5

    Procedure

     

  • 1

    Aanhef

Het dagelijks bestuur heeft op Fout! Geen bladwijzernaam opgegeven. een projectplan ontvangen van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ter vaststelling als bedoeld in hoofdstuk 5, artikel 5.4 van de Waterwet (Wtw) voor de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk.

Het projectplan betreft:

Projectplan nieuwe inlaat Wieringerwaard.

 

  • 2.

    Conclusie

Met de in het projectplan beschreven maatregelen en wijze van uitvoering wordt gewaarborgd dat de te bereiken doelstellingen zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Waterwet en de belangen als bedoeld in artikel 6.11, eerste lid van de Waterwet worden beschermd.

 

Op grond van de overwegingen in samenhang met de vereisten die voortvloeien uit de waterwetgeving kan uitvoering worden gegeven aan de in het projectplan beschreven werkzaamheden.

 

  • 3.

    Besluit

Gelet op de bepalingen van de Waterwet, het Waterbesluit, de Waterregeling, de Algemene wet bestuursrecht, de Crisis- en herstelwet, de Inspraakverordening HHNK 2010, de Mandaatregeling HHNK 2012 en de hieronder vermelde overwegingen, besluit het dagelijks bestuur als volgt:

 

Het projectplan Inlaat Wieringerwaard, met registratienummer 22.1002658 ter uitvoering vast te stellen.

 

Beroep

Belanghebbenden kunnen met ingang van de dag na die waarop het besluit bekend is gemaakt gedurende een periode van zes weken een beroepschrift indienen bij de Rechtbank Noord-Holland, sector Bestuursrecht, Postbus 1621, 2003 BR Haarlem. Belanghebbenden die geen zienswijzen op het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht lopen het risico dat zij niet-ontvankelijk worden verklaard in hun beroep.

 

Het beroepschrift moet worden ondertekend en tenminste naam en adres van de indiener, dagtekening van het beroep, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht en de gronden van het beroep, bevatten. Als u beroep instelt moet u griffierecht betalen.

 

Het beroep schorst niet de werking van het besluit. Als u wilt dat het besluit wordt geschorst kunt u zich richten tot de voorzieningenrechter van de rechtbank met een verzoek om voorlopige voorziening.

 

Crisis- en herstelwet

Op dit besluit is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat de belanghebbende in het beroepschrift moet aangeven welke beroepsgronden hij aanvoert tegen het besluit. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Geef in het beroepschrift aan dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

 

  • 4.

    Overwegingen

Waterhuishoudkundige, waterkeringtechnische, ecologische aspecten en zuiveringstechnische aspecten

Bij de belangenafweging door het hoogheemraadschap wordt primair gekeken naar waterhuishoud-kundige, waterkeringtechnische en zuiveringstechnische belangen en naar de gevolgen van de handeling voor de ecologische toestand van het watersysteem en het zuiveringsproces. De waterkwaliteit en waterbodemkwaliteit mogen geen nadelige invloed ondervinden van de uitvoering van het projectplan.

Belangenafweging

  • Het belang van de aanvrager is bij het vaststellen van een projectplan afgewogen tegen de waterhuishoudkundige, waterkeringtechnische en zuiveringstechnische belangen die door de Keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2016 worden beschermd.

  • Uit de belangenafweging is gebleken dat bij vaststellen van het projectplan de zorg voor de waterhuishouding en de waterkeringen voldoende wordt gewaarborgd.

  • Bij de beoordeling van het projectplan is niet gebleken dat onvoldoende tegemoet gekomen is aan de relevante belangen van derden.

  • Bij de beoordeling van het projectplan is niet gebleken dat er sprake is van relevante belangen van derden anders dan in het projectplan genoemd die niet door andere wet- of regelgeving worden beschermd.

     

  • 5

    Procedure

Het hoogheemraadschap heeft met betrekking tot dit besluit de in afdeling 3.4 van de Algemene wet Bestuursrecht genoemde uniforme openbare voorbereidingsprocedure gevoerd. Dit betekent dat het ontwerp projectplan voor een periode van zes weken ter inzage heeft gelegen. Van de terinzagelegging is tenminste kennisgeving gedaan op de website van het hoogheemraadschap en het elektronisch waterschapsblad.

 

Er zijn geen zienswijzen ingediend tegen het ontwerp vaststellingsbesluit. Het definitieve besluit is ten opzichte van het eerder gepubliceerde ontwerp niet gewijzigd.

 

Dit definitieve besluit staat alleen open voor beroep bij de rechtbank Noord-Holland.

Op dit besluit is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat de belanghebbende in het beroepschrift moet aangeven welke beroepsgronden hij aanvoert tegen het besluit. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Geef in het beroepschrift aan dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

 

Inlaat Wieringerwaardpolder

 

1 Aanleiding

 

Ter verbetering van het peilbeheer in de Wieringerwaardpolder wordt een nieuwe inlaat gerealiseerd.

 

1.1 Huidige situatie

Op dit moment wordt in de Wieringermeerpolder water ingelaten aan de oostkant van de polder. Aan de oostkant van de polder bevinden zich twee inlaten (noord en zuid). De zuidelijke inlaat voedt een groot deel van de polder. In de praktijk blijkt het niet mogelijk om het water overal in de polder te krijgen, hiervoor worden een aantal extra gemalen/pompen ingezet. Dit resulteert in een inefficiënte situatie en hoge pompkosten. Afbeelding 1 toont de theoretische aanvoer situatie in de polder. Afbeelding 2 toont de aanvoer situatie in de praktijk, met inzet van de extra pompen. De inlaten zijn geel gekleurd, de opvoergemalen zijn groen gekleurd. Het lichtgroene opvoergemaal is een tijdelijke pomp.

 

Figuur 1: Theoretische aanvoer situatie

 

Figuur 2: Afvoersituatie in de praktijk

 

1.2 Gewenste situatie

Door het realiseren van een nieuwe inlaat aan de westkant van de polder kan water onder vrij verval worden ingelaten en het opvoergemaal worden verwijderd. De nabij gelegen watergang moet met circa 190 meter worden verlengd (afbeelding 7). Hierdoor kan het opvoergemaal (pomp 2 in afbeelding 2 en de rode punt in afbeelding 3) worden verwijderd. De andere tijdelijke pomp (pomp 1 in afbeelding 2) blijft wel staan.

 

Figuur 3: Gewenste situatie

 

1.3 Contactpersoon

Anne Groot Kormelink

Projectleider Watersystemen

A.grootkormelink@hhnk.nl

2 Voorgenomen werkzaamheden

2.1 Ligging en begrenzing van het projectgebied

Het projectgebied bevind zich in de polder Wieringerwaard (afbeelding 4) op de kruising van de Grote Sloot en de Slikkerdijk. De RD-coördinaten zijn: 116478, 538031. Afbeelding 5 en afbeelding 6 tonen respectievelijk het projectgebied op een uitgezoomde en een ingezoomde kaart.

 

Figuur 5: Polder Wieringerwaard

 

Figuur 6: Projectgebied op uitgezoomde kaart

 

Figuur 7: Projectgebied op ingezoomde kaart

 

2.2 Maatvoering

De constructie bestaat uit een instroombak met hardhouten damwand en kroosrek aan de zijde van de Grote sloot voorzien van een handbediende spindelafsluiter. Deze wordt verbonden wordt met een inspectieput, ook voorzien van een spindelafsluiter, aan de oostzijde van de Slikkerweg. De watergang wordt nog verlengd over een lengte van circa 190 meter en deze grond wordt verwerkt in het terrein en ingezaaid.

 

De maatvoering van de nieuwe inlaat is weergegeven in bijlage 1. De maatvoering van de te verlengen watergang is weergegeven in bijlage 7. De maatvoering is zo nauwkeurig mogelijk weergegeven, maar u moet rekening houden met bij de uitvoering onvermijdelijke of noodzakelijke geringe afwijkingen die niet overeenkomen met de tekening.

 

2.3 Effecten op de omgeving

In dit hoofdstuk zijn de effecten van de activiteiten ten behoeve van dit project beschreven. Tevens zijn de relevante mitigerende en compenserende maatregelen beschreven. De effecten zijn zowel voor de gebruiksfase als de uitvoeringsfase bepaald. De gebruiksfase betreft de situatie na de uitvoering van het project.

 

De volgende omgevingsaspecten zijn beoordeeld, maar zijn niet van betekenis voor dit project:

  • -

    Belanghebbenden

  • -

    Wonen en werken

  • -

    Recreatie en toerisme

  • -

    Waterkwaliteit en grondwater

  • -

    Landschap en cultuurhistorie

  • -

    Licht, geluid, luchtkwaliteit en trillingen

  • -

    Ontwikkelingen in de directe omgeving

In onderstaande paragrafen volgen de relevante omgevingsaspecten.

2.3.1 Verkeer en bereikbaarheid

Het verkeer op de Slikkerdijk zal met behulp van borden tijdig worden geïnformeerd over de uit te voeren werkzaamheden en daarbij eventueel behorende omleidingen.

2.3.2 Veiligheid

Een belangrijk en risicovol onderdeel van het werk is het aanbrengen van de inlaatduiker onder het wegdek van de Oudesluizerweg. Deze duiker zal worden aangebracht door middel van een boring door de waterkering. De veiligheid voor de omgeving wordt gewaarborgd door de boorkuip aan de zijde van de polder tijdelijk in te dammen tot een hoogte van minimaal 0m NAP. Dit kan met big-bags gevuld met zand. Boezempeil ter plaatse is -0,50m NAP. Aan de boezemzijde zal een kuip worden aangebracht waarin de boring wordt ontvangen. Voorafgaand aan de boring vindt controle van de opstelling en de veiligheidsmaatregelen plaats, evenals controle van de verkeersmaatregelen. Het aanbrengen van de duiker wordt als stoppunt opgenomen in de planning en mag alleen worden uitgevoerd in aanwezigheid van de toezichthouder van HHNK en na akkoord van de beheerder van de waterkering. Dit is afgestemd met de toezichthouder en beheerder van de waterkering.

 

Na uitvoering zal door de toezichthouder van HHNK en door de beheerder van de waterkering gezamenlijk op locatie worden vastgesteld of het aanbrengen van de duiker is geslaagd en of de tijdelijke veiligheidsmaatregelen kunnen worden verwijderd. Voor elk kritisch moment ten aanzien van de waterveiligheid geeft HHNK een 'go' of 'no-go', met andere woorden: HHNK bepaalt als beheerder van de waterkering of de werkzaamheden mogen worden uitgevoerd of niet. Aanvullende werkinstructies worden na gunning aan de aannemer (en eventuele onderaannemer) verstrekt en gezamenlijk doorgenomen in het startoverleg voor aanvang van het werk.

2.3.3 Natuur

De effecten van de nieuwe inlaat op natuur – in een Natura 2000- gebied, NNN-gebieden, soortenbescherming en weidevogelleefgebieden zijn onderzocht (bijlage 5) door het uitvoeren van een QuickScan Ecologie. Hieruit blijkt dat er weinig soorten zitten in het plan gebied. De aanbevolen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen worden getroffen. Ook is er een Aerius-berekening uitgevoerd (bijlage 9). Hieruit blijkt dat de door het project geproduceerde stikstofdepositie niet op gebieden terecht komt met stikstofgevoelige habitattypen. Er is daarom geen sprake is van een overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW), noch is er sprake van een naderende overschrijding.

2.3.4 Water

De Waterwet eist dat de aanleg of de wijziging van een waterstaatswerk gebeurt volgens een door het hoogheemraadschap vast te stellen projectplan. Een projectplan is een waterstaatkundig besluit waartegen rechtsbescherming open staat.

De uitvoering van dit projectplan levert een bijdrage aan het realiseren van de volgende doelen/ thema’s uit het Waterbeheerplan: voldoende water.

Dit projectplan zorgt er namelijk voor dat er voldoende water de polder ingelaten kan worden.

2.3.5 Landbouw en veeteelt etc.

De werkzaamheden hebben geen negatieve effecten op landbouw. Het chloridegehalte van het water dat via de nieuwe inlaat het watersysteem binnenkomt is gemiddeld genomen iets lager dan het water van de bestaande inlaat. Daarmee is er dus geen sprake van verzilting en dus geen negatief effect op de landbouw.

2.3.6 Bodem

Uit onderzoek (bijlage 6 en bijlage 8) blijkt dat de vooraf gestelde hypothese dat de locatie als verdacht wordt beschouwd ten aanzien van het voorkomen op bodemverontreiniging formeel aangenomen dient te worden. De aangetoonde licht verhoogde gehalten in het gehalte grond en grondwater vormen echter geen aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek. De resultaten vormen geen belemmering voor de voorgenomen graafwerkzaamheden. De grond is conform het Besluit bodemkwaliteit indicatief aangemerkt als klasse industrie. De aangetroffen (lichte) verontreinigingen vormen geen belemmering voor de aanleg van het leidingtracé.

Indien grond vanaf de locatie wordt afgevoerd, is bij hergebruik elders het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Indien de grond elders wordt toegepast, dient toestemming te worden verkregen van het bevoegd gezag en kan onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit gevraagd worden (AP04 keuring). Wat betreft de te verlengen watergang geld dat de aangetroffen licht verhoogde gehalten aan molybdeen en PAK in de grond dusdanig zijn dat er geen aanleiding is tot uitvoering van een nader bodemonderzoek. De resultaten vormen geen belemmering voor de voorgenomen graafwerkzaamheden

2.3.7 Archeologie

Door ondertekening van het Verdrag van Malta heeft Nederland zich verplicht om bij de planvorming rekening te houden met archeologische waarden in een gebied. Uitgangspunt daarbij is behoud van archeologische waarden ‘in situ’ (bij behoud in situ blijven de archeologische waarden in de bodem bewaard). De erfgoed legt beperkingen op ten aanzien van het grondgebruik. Bij aantasting van archeologische waarden geldt het uitgangspunt dat de verstoorder betaalt. Aangezien het niet is uit te sluiten dat de voorgenomen werkzaamheden archeologische waarden aantasten is archeologisch onderzoek uitgevoerd. Uit bureauonderzoek (bijlage 3 en bijlage 4) blijkt dat het archeologisch begeleiden van een gestuurde persing niet nodig is. Er wordt geen doorsnede door de dijk gemaakt. Naar verwachting zal de persing geen hele grote verstoring van het bodemarchief teweegbrengen. De twee te ontgraven delen (totaal ca. 24 m2) overschrijden de vrijstellingsgrens die is aangegeven op de beleidskaart en in het bestemmingsplan niet. De ontgravingen komen naast het dijlichaam.

2.3.8 Niet gesprongen explosieven

Een historisch vooronderzoek naar niet gesprongen explosieven is uitgevoerd (bijlage 2) . Hieruit blijkt dat de grondroerende werkzaamheden, in het projectgebied, regulier uitgevoerd worden.

2.3.9 Kabels en leidingen

Voor aanvang van het werk zal een KLIC-melding worden gedaan. De werkzaamheden worden uitgevoerd met in acht name van de eisen van de eventuele netbeheerders.

 

2.4 Randvoorwaarden en uitgangspunten voor de uitvoering

De start van de werkzaamheden is gepland voor medio 2023 en zal drie maanden duren. De omgevingsvergunning voor de activiteit "bouw" en "het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden" wordt aangevraagd en de maatregelen ter voorkoming van nadelige gevolgen worden getroffen.

2.4.1 Beschikbaarheid van de benodigde grond

In dit geval zijn alle percelen in het projectgebied in eigendom van HHNK. Omliggende eigenaren worden geïnformeerd over de werkzaamheden.

 

2.5 Afwijkingsmogelijkheden in de uitvoering

Dit projectplan geeft primair duidelijkheid over de functionele eisen van de waterstaatswerken die het hoogheemraadschap gaat uitvoeren. Daarnaast wordt het maximale ruimtebeslag en de maatvoering van deze werken zo nauwkeurig mogelijk aangegeven. Voor de aanleg van een inlaat geldt echter dat naast dit plan nog een omgevingsvergunning voor de activiteit "bouw" en "het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden" nodig is. In dat geval kan de genoemde uitvoeringsvergunning nadere invulling geven aan de uiteindelijke constructie, de afmeting en het uiterlijk van het waterstaatswerk.

 

Het hoogheemraadschap heeft uitgebreid onderzoek laten doen naar de archeologische waarden in het plangebied. Dit projectplan houdt rekening met de uitkomsten van dat onderzoek. Ondanks de verrichte onderzoeken is niet volledig uit te sluiten dat tijdens de uitvoering onverwachte vondsten worden gedaan. Gelet op de internationale afspraak om archeologische resten zoveel mogelijk in situ te behouden, behoudt het hoogheemraadschap zich het recht voor om af te wijken van de maatvoering, de ligging en de locatie van de in bijlage 1 genoemde waterstaatswerken onder voorwaarde dat:

  • 1.

    de afwijking dient om een archeologische vondst in situ te behouden;

  • 2.

    geen nadelige effecten voor derden optreden, anders dan reeds voorzien en onderzocht in dit plan;

  • 3.

    de afwijking binnen de verworven gronden blijft;

daarmee geen afbreuk wordt gedaan aan de waterstaatkundige doelen en de uitgangspunten van dit plan.

 

2.6 Beheer en onderhoud

Op het moment dat dit projectplan is uitgevoerd, zal het hoogheemraadschap de gerealiseerde werken inmeten en optekenen op revisietekeningen. Vervolgens worden de maten of de functionele eisen in de legger vastgelegd. Hiervoor neemt het hoogheemraadschap een leggerbesluit.

 

Het beheer en het onderhoud wordt uitgevoerd conform de beheer- en onderhoudsrichtlijn.

 

2.7 Schade en nadeelcompensatie

Bij de voorbereiding van dit projectplan is onderzoek gedaan naar de gevolgen van dit project voor omwonenden of bedrijven. De conclusies van het onderzoek zijn dat er mogelijk schade kan ontstaan op onderstaande aspecten.

 

Nadeelcompensatie

Indien een belanghebbende als gevolg van de uitvoering van het projectplan schade lijdt, kan zij bij het hoogheemraadschap een verzoek om een vergoeding indienen. Het hoogheemraadschap keert een schadevergoeding uit voor zover de schade redelijkerwijs niet ten laste van de indiener moet komen en de schade niet al anderszins is verzekerd. Schade die binnen het normaal maatschappelijke risico valt, wordt derhalve niet vergoed. Een belanghebbende kan zijn verzoek indienen tot uiterlijk vijf jaar nadat hij heeft vastgesteld dat hij in een wezenlijk nadeliger positie is komen te verkeren door de uitvoering van het projectplan. Twintig jaar na het afgerond zijn van de werkzaamheden verjaart elke mogelijkheid om nadeelcompensatie te vragen. Bij de behandeling van een verzoek om nadeelcompensatie past het hoogheemraadschap de Verordening nadeelcompensatie 2015 van het hoogheemraadschap toe. Ook een beheerder of eigenaar die zijn kabel of leiding moet aanpassen vanwege het projectplan, kan het hoogheemraadschap om nadeelcompensatie vragen. De Verordening nadeelcompensatie 2015 van het hoogheemraadschap verklaart de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten Rijkswaterstaatwerken en Spoorwerken 1999 van overeenkomstige toepassing op deze verzoeken.

 

Uitvoeringsschade

Tijdens de realisatie van de versterking kan sprake zijn van niet voorziene situaties waarbij als gevolg van werkzaamheden fysieke schade wordt toegebracht aan de eigendommen van derden (doorgaans gebouwen, grondstructuur, gewassen en dergelijke). Als deze schade onverhoopt optreedt en aan de werkzaamheden zijn toe te schrijven, kan het hoogheemraadschap de eigenaar/gebruiker schadeloos stellen.

 

Beperking van mogelijke nadelige gevolgen

Wij treffen om bovenstaande gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

 

2.8 Rechtsbescherming

Ter voorbereiding van werkzaamheden aan een waterstaatswerk dient de waterbeheerder een projectplan op te stellen. Het hoogheemraadschap is als beheerder van het waterstaatswerk het bevoegd gezag dat het projectplan vaststelt.

 

Dit plan is tot stand gekomen na zorgvuldig onderzoek naar alle relevante belangen en waarden en in afstemming met de kaders vanuit wetgeving en beleid. Toch kan het zijn dat belanghebbenden opmerkingen hebben op dit plan en/of vinden dat hun specifieke belang onvoldoende is meegenomen. De inspraakverordening van HHNK stelt dat voor een projectplan met betrekking tot een waterstaatswerk inspraak wordt verleend overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat eerst de mogelijkheid wordt geboden gedurende zes weken de stukken in te zien en de mogelijkheid zienswijzen naar voren te brengen. Na de bestuurlijke vaststelling is er beroep mogelijk bij de rechtbank en hoger beroep bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op de behandeltermijnen is eveneens de Crisis- en herstelwet van toepassing.

3 Bijlagen

 

 

Bijlage

Inhoud

Corsa nummer

Bijlage 1

Maatvoering nieuwe inlaat

22.1002672

Bijlage 2

Niet gesprongen explosieven onderzoek

22.1002673

Bijlage 3

Archeologisch bureau onderzoek

22.1002683

Bijlage 4

Advies archeologisch bureau onderzoek

22.1002689

Bijlage 5

QuickScan wet natuurbescherming

23.0278493

Bijlage 6

Verkennend bodem onderzoek

22.1002692

Bijlage 7

Maatvoering watergang

23.0286731

Bijlage 8

Aanvullend bodem onderzoek watergang

23.0286765

Bijlage 9

Aerius berekening

23.0286793

 

Namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden,

R.J. Sellies

Hoofd afdeling Vergunningen, Handhaving, Inkoop, Juridische Zaken & Grondzaken

Naar boven