Waterschapsblad van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier | Waterschapsblad 2023, 13980 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier | Waterschapsblad 2023, 13980 | ander besluit van algemene strekking |
Het college van hoofdingelanden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;
gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden van 6 april 2021, nr. 21.0001372;
gelet op de Waterwet en de Waterverondening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de bij dit besluit behorende toelichting 'Wieringen-West', van januari 2021 nr. 20.0803017;
Aldus besloten in de openbare vergadering van d.d. 12 mei 2021 van het college van hoofdingelanden,
de secretaris,
M.J. Kuipers
de voorzitter,
drs. L.H.M. Kohsiek
Belanghebbenden kunnen met ingang van de dag na die waarop het besluit bekend is gemaakt gedurende een periode van zes weken een beroepschrift indienen bij de Rechtbank Noord-Holland, sector Bestuursrecht, Postbus 1621, 2003 BR Haarlem. Belanghebbenden die geen zienswijzen op het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht lopen het risico dat zij niet-ontvankelijk worden verklaard in hun beroep.
Het beroepschrift moet worden ondertekend en tenminste naam en adres van de indiener, dagtekening van het beroep, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht en de gronden van het beroep, bevatten. Als u beroep instelt moet u griffierecht betalen.
Het beroep schorst niet de werking van het besluit. Als u wilt dat het besluit wordt geschorst kunt u zich richten tot de voorzieningenrechter van de rechtbank met een verzoek om voorlopige voorziening.
Op dit besluit is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat de belanghebbende in het beroepschrift moet aangeven welke beroepsgronden hij aanvoert tegen het besluit. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Geef in het beroepschrift aan dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.
Peilbesluit Wieringen-West Toelichting bij peilbesluit
Aanleiding voor dit peilbesluit is de ouderdom van het vigerende peilbesluit Wieringen.
Peilbesluitgebied Wieringen west bestaande uit een samenstel van peilgebieden van de Hippolytushoeverkoog, Hoelmerkoog en Westerlanderkoog (zie ook figuur 1 in hoofdstuk 2)
In principe is het uitgangspunt voor dit peilbesluit het vaststellen van de huidige praktijkpeilen. Deze praktijkpeilen kunnen op papier afwijken van het vigerende peilbesluit. Deze verschillen komen grotendeels door administratieve wijzigingen. Dit zijn wijzigingen door het toepassen van de de NAP-correctie vanwege de daling van West-Nederland, het opnieuw inmeten van peilschalen en foute peilregistraties in het verleden.
In alle peilgebieden wordt het huidige gehanteerde peilbeheer vastgelegd.
Hierbij heeft er een toetsing plaatsgevonden of het huidig gevoerde praktijkpeil nog voldoet, of dat
er knelpunten of wensen zijn waardoor dit praktijkpeil heroverwogen dient te worden. Knelpunten en wensen zijn geïnventariseerd door middel van een advertentie in plaatselijk verschijnende huis-aan- huis-bladen en een gerichte brief aan de belangengroepen binnen het plangebied. Bij het opstellen van het peilbesluit is ook rekening gehouden met de waterplannen die het hoogheemraadschap samen met gemeenten heeft vastgesteld en met de overname van het onderhoud van stedelijk water van gemeenten. De geïnventariseerde wensen, knelpunten en aandachtspunten staan weergegeven in hoofdstuk 3.
Veranderingen t.o.v. vigerende peilbesluit
In het gebied zijn er de afgelopen periode veranderingen geweest afwijkend van het vigerende peilbesluit. Deze veranderingen zijn:
Deze veranderingen worden nader toegelicht in hoofdstuk 4.2.1.
Voor de overige peilgebieden geldt dat er géén knelpunten bekend zijn in het watersysteem die ertoe leiden dat de in de praktijk gevoerde waterpeilen heroverwogen moeten worden. Om die reden volstaat het vastleggen van de huidige, in de praktijk gegroeide situatie.
De provinciale Waterverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier bevat in artikel 4.5 een verplichting voor het hoogheemraadschap om te zorgen voor een actueel peilbesluit.
Het peilbesluit moet zijn toegesneden op veranderingen in zowel de omstandigheden ter plaatse als de aanwezige functies en belangen. In 2014 is in overleg met de provincie Noord-Holland besloten om voor de z.g. hellende gebieden géén peilbesluit vast te stellen. Hellende gebieden zijn gebieden die door de hoogte ligging niet door het hoogheemraadschap van water kunnen worden voorzien en er dus ook géén gegarandeerd peil kan worden vastgesteld. Deze gebieden komen voor aan de binnen duinrand, Texel maar ook op Wieringen. Voor Wieringen betekend dit dat er witte gebieden ontstaan op de peilbesluitkaart waar géén peil wordt aan gegeven (zie fig. 1).
De hellende gebieden en de ouderdom van het vigerende peilbesluit waren aanleiding om het peilbesluit voor Wieringen-West te herzien. In deze toelichting op het peilbesluit worden achtereenvolgens het plangebied, belangen en afwegingen per polder behandeld.
In dit hoofdstuk wordt het plangebied beschreven, worden het vigerende peilbesluit genoemd en is er een beschrijving van het watersysteem opgenomen.
Peilbesluit Wieringen-West is een samenstel van peilgebieden van de Hippolytushoeverkoog, Hoelmerkoog en Westerlanderkoog.
Het peilbesluitgebied Wieringen-West wordt aan de noordzijde begrensd door de Waddenzee en aan de westzijde door het Amstelmeer. Aan de zuidzijde wordt de grens gevormd door de Wieringermeer en aan de oostzijde door Wieringen oost. Het gebied waarover het peilbesluit wordt genomen heeft een totaal oppervlak van circa. 420 hectare. Het peilbesluitgebied is gelegen in de gemeente Hollands Kroon. (zie figuur 1). In de figuur is de ligging te zien van het plangebied (blauw) t.o.v. de andere peilbesluitgebieden op Wieringen. Het overige deel van Wieringen (wit op de figuur) wordt aangemerkt als hellend gebied dit betekend dat water vrij afstroomt naar de aanliggende gebieden. Voor deze gebieden geldt géén peilbesluitplicht.
figuur 1: Locatie plangebied t.o.v. overige peilbesluitgebieden op Wieringen
Voor het peilbesluitgebied Wieringen zijn de volgende vigerende peilbesluiten vastgesteld:
Tabel 1: Vigerende peilbesluiten
Voor het gebied van de Oosterlanderkoog is een partiele herziening van het peilbesluit in voorbereiding. Na vaststelling van deze partiele herziening en het peilbesluit Wieringen-West is het gehele gebied van Wieringen afgedekt met actuele peilbesluiten.
De themakaart Waterstaatkundige situatie (bijlage 3) geeft de ligging en indicatieve inrichting van het watersysteem en van de polders in het peilbesluitgebied Wieringen-West weer.
Deelgebieden in peilbesluit Wieringen-West
De Westerlanderkoog heeft een oppervlakte van c.a. 56 ha, en wordt bemalen door het gemaal de Haukes met een capaciteit van 20 m3/min.
De Westerlanderkoog wordt van water voorzien door de hoger gelegen gronden aan de noordzijde. Er is géén waterinlaat vanuit het Amstelmeerboezem.
Peilafwijkingen (onderbemalingen).
Er bevinden zich géén peilafwijkingen in de Westerlanderkoog .
De Hoelmerkoog heeft een totale oppervlakte van c.a. 146 ha. Dit gebied wordt door twee gemalen bemalen namelijk gemaal Hoelmerkoog hoog en Hoelmerkoog laag.
Gemaal Hoelmerkoog hoog bemaalt c.a. 118,5 ha en heeft een capaciteit van 28 m3/min. Gemaal Hoelmerkoog laag bemaalt c.a. 27 ha. en heeft een capaciteit van 18 m3/min.
In de winterperiode heeft het gehele gebied van de Hoelmerkoog één peil van NAP -0,90m. In de zomerperiode variëren de peilen van NAP -0,40m tot NAP -0,60m.
De Hoelmerkoog wordt van water voorzien door de omliggende hogere gronden.
Peilafwijkingen (onderbemalingen)
Er bevinden zich géén peilafwijkingen in de Hoelmerkoog.
De Hippolytushoeverkoog heeft een totale oppervlakte van c.a. 242 ha en wordt bemalen door gemaal Hippolytushoef met een capaciteit van 60 m3/min.
De Hippolytushoeverkoog wordt aan de zuidzijde van water voorzien door een tweetal inlaten vanuit het Amstelmeerkanaal. Aan de noordzijde wateren de hoger gelegen gronden af op de Hippolytushoeverkoog. Het waterpeil in de polder varieert van NAP -0,70m in het noorden naar NAP -2,10m in het zuiden bij het gemaal Hippolytushoef.
Peilafwijkingen (onderbemalingen)
Er bevinden zich géén peilafwijkingen in de Hippolytushoeverkoog.
In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten (paragraaf 3.1.1) beschreven die gebruikt zijn bij het opstellen van het peilbesluit. Daarnaast is geïnventariseerd welke knelpunten belanghebbenden ervaren en welke wensen er zijn ten aanzien van de waterpeilen binnen het plangebied (paragraaf
3.1.2). Deze informatie is meegenomen bij de afweging van de vast te stellen peilen.
Bij het opstellen van dit peilbesluit is rekening gehouden met de nu geldende wetgeving en beleid (zie Literatuurlijst). Eén van de consequenties van deze wetgeving is dat een voorgenomen peilwijziging wordt getoetst op eventueel optredende effecten voor het functioneren van het watersysteem en het faciliteren van de functies in het gebied.
Het uitgangspunt voor dit peilbesluit is het vaststellen van het huidige praktijkpeil en peilbeheer. Het hoogheemraadschap toetst of het praktijkpeil nog voldoet, of dat er knelpunten of wensen zijn waardoor dit praktijkpeil heroverwogen dient te worden. Knelpunten en wensen zijn geïnventariseerd door middel van een advertentie in de plaatselijke huis-aan-huis-bladen en een gerichte brief aan de belangengroepen binnen het plangebied. Als na toetsing van eventueel binnengekomen wensen en of klachten blijkt dat het huidige praktijkpeil voldoet dan wordt dit vastgesteld.
Naar aanleiding van de in paragraaf 3.1.1 genoemde advertentie en brief is er één reactie ontvangen. Deze reactie was een vraag of de huidig ingestelde peilen op de aangegeven locatie (figuur 2) worden gehandhaafd.
Figuur 2: Locatie van de reactie
In dit hoofdstuk worden eerst de keuzes en afwegingen beschreven die voortkomen uit de gebruikte uitgangspunten. Vervolgens wordt specifiek per knelpunt / wens toegelicht hoe er met het ingebrachte punt is omgegaan en wat voor consequentie dit heeft voor het vast te stellen peilbesluit.
4.1 Afweging op basis van uitgangspunten
4.1.1 Vaststellen praktijkpeilen
Voor alle peilgebieden geldt dat er géén aanleiding is om de in de praktijk gevoerde waterpeilen aan te passen. Om die reden volstaat voor deze peilgebieden het vastleggen van de huidige, in de praktijk gegroeide situatie. Deze praktijkpeilen kunnen op papier afwijken van de vigerende peilbesluiten. Deze verschillen komen grotendeels door administratieve wijzigingen. Dit zijn wijzigingen door het toepassen van de NAP-correctie vanwege de daling van West-Nederland, het opnieuw inmeten en verhangen van peilschalen en door foute peilregistraties in het verleden.
De gebruiksfuncties en belangen in het gebied geven géén aanleiding om het waterpeil en peilbeheer aan te passen. In alle peilgebieden wordt het huidige gehanteerde waterpeil en peilbeheer vastgelegd.
Hierbij is in dit peilbesluit onderscheid gemaakt in:
Seizoensgebonden dynamisch peilbeheer
Bij dynamisch peil gaat het vooral om het (min of meer) continu anticiperen op de actuele weersomstandigheden en de weersverwachting. Dynamisch peilbeheer is vaak bedoeld om de beschikbare berging of buffer in het watersysteem te maximaliseren bij verwachte respectievelijk natte- of droge periodes. Ook het actief opzetten van het peil in het voorjaar in natuurgebieden (voor weidevogels en vasthouden gebiedseigen water) valt onder dynamisch peilbeheer. Binnen het vastgestelde peilregime wordt gestreefd naar het leveren van maatwerk in het peilbeheer om de functies binnen een gebied zo goed mogelijk te faciliteren. Seizoensgebonden dynamisch peilbeheer bestaat uit een streefpeil voor de zomer en een streefpeil voor de winter met daarom heen een bandbreedte die de peilbeheerder mag gebruiken om te anticiperen op de verwachte weersomstandigheden en in te spelen op de behoeften vanuit de functies binnen het gebied.
Bij een seizoensgebonden peilbeheer wordt er een streefpeil vastgesteld in het peilbesluit voor de zomer en voor de winter hierbij wordt niet geanticipeerd op de verwachte weersomstandigheden. Seizoensgebonden peilbeheer houdt in dat wanneer het waterpeil stijgt er wordt afgevoerd en wanneer het waterpeil daalt er wordt aangevoerd. Afhankelijk van onder andere de weersomstandigheden varieert het waterpeil met enkele centimeters rondom het streefpeil.
De ingediende vraag m.b.t. het handhaven van de peilen op de in de figuur 2 aangegeven locatie is géén knelpunt. De peilen daar ter plaatse blijven ongewijzigd.
In de voorbereiding van het peilbesluit is er in het gebied een inventarisatie uitgevoerd en zijn de praktijkpeilen gemeten. Deze metingen hebben tot resultaat dat we tot in detail weten waar de peilgebieden liggen, wat de begrenzing is en welk peil er wordt gevoerd. Het resultaat van de inventarisatie is dat er voor een aantal peilgebieden aanpassingen moeten worden gedaan in het nieuwe peilbesluit. Deze aanpassingen worden in paragraaf 4.2.1 omschreven. De effecten van deze veranderingen worden beschreven in paragraaf 4.2.2.
Ten opzichte van het vigerende peilbesluit zijn er een aantal veranderingen als gevolg van voortschrijdende inzichten en veranderingen in het gebied die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan. Deze veranderingen en de effecten daarvan worden hieronder verder toegelicht.
In de voorbereiding van het peilbesluit is er in het gebied een inventarisatie uitgevoerd en zijn de praktijkpeilen gemeten. Deze metingen hebben tot resultaat dat we tot in detail weten waar de peilgebieden en de grenzen daarvan liggen en welk peil er wordt gevoerd. Het gevolg hiervan is dat de begrenzing van een aantal peilgebieden is aangepast. Deze veranderingen zijn administratief ten opzichte van het vigerende peilbesluit en hebben géén effect op de waterbeheersing en het peilbeheer.
Door de inventarisatie en betere peilregistratie hebben we een beter inzicht gekregen van de in de praktijk toegepaste peilen. Er is een aantal peilgebieden waar de peilen in het nieuwe peilbesluit zijn aangepast aan de huidige in de praktijk gegroeide situatie in het veld.
Deze veranderingen zijn administratief ten opzichte van het vigerende peilbesluit en hebben géén effect op de waterbeheersing en het peilbeheer.
In deze paragraaf worden de te verwachte effecten van de veranderingen in het nieuwe peilbesluit beschreven.
Géén formele m.e.r.-beoordelingsplicht
Op grond van de Wet milieubeheer en de bijlage bij het Besluit m.e.r. kan een structurele verlaging van het (streef-)peil van een oppervlaktewater m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Dit is het geval wanneer de activiteit:
Omdat er in dit peilbesluit géén sprake is van peilverlagingen ten opzichte van geldende peil(en) die voldoen aan bovenstaande criteria geldt er géén formele m.e.r.-beoordelingsplicht.
Géén effecten op milieu- en omgevingsaspecten
Omdat het peilbesluit de praktijksituatie vastlegt en er alleen sprake is van administratieve correcties, zijn er als gevolg van het peilbesluit géén effecten te verwachten op milieu- en omgevingsaspecten, zoals waterberging, waterkwaliteit, landbouw, natuur of cultuurhistorie.
Lit. 1. Ministerie van Justitie - Waterwet, staatsblad 2009/490
Lit. 2. Provincie Noord-Holland - Waterverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, provinciaal blad 2017
Lit. 3. Europese Gemeenschappen – Kaderrichtlijn water; Richtlijn 200/60/EG, PB L 327, z. pl., 22 december 2000
Lit. 4. Ministerie van Verkeer en Waterstaat – Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW), z.pl., 2002
Lit. 5. Ministerie van Verkeer en Waterstaat – Handboek Kaderrichtlijn Water, z.pl. 2003
Lit. 6. Ministerie van VROM, LNV, V&W en EZ - Nota Ruimte, Den Haag, 2006
Lit. 7. Ministerie van Infrastructuur en Milieu – Deltaprogramma 2013 http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/deltaprogramma
Lit. 8. Provincie Noord-Holland – Provinciaal Waterplan Noord-Holland 2010-2015; Beschermen, benutten, beleven en beheren, Haarlem, 2010
Lit. 9. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier – Een Deltavisie voor Hollands Noorderkwartier; Noord-Holland voorbereid op klimaatverandering, Heerhugowaard, 2012
Lit. 10. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier - Waterbeheersplan 2010-2015; Van veilige dijken tot schoon water, Edam, 2009
Lit. 11. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier – Bescherming Wateroverlast Noorderkwartier, Alkmaar, 2004
Lit. 12. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier – Beleidsregels Peilafwijkingen, Edam, 2009
Lit. 13. Cultuurtechnisch Vademecum
bijlage 1 Proces en communicatie
In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW – Lit 4) is de afspraak gemaakt dat de waterschappen de komende jaren GGOR's opstellen voor hun beheergebied. GGOR staat voor Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime (oftewel: gewenste peilen en peilbeheer). De GGOR- systematiek is leidend bij het opstellen van het watergebiedsplan.
Het GGOR is enerzijds een concreet product maar vooral ook een proces. Een proces waarbij afwegingen in het waterbeheer worden gemaakt, door op een heldere manier de belangen af te wegen van alle functies die in een gebied voorkomen. Hierbij wordt het hele watersysteem beschouwd; van oppervlaktewater tot grondwater en van kwantiteit tot kwaliteit. Vaak zal het niet mogelijk zijn om het waterbeheer voor alle functies optimaal in te richten. Enerzijds omdat er beperkingen zijn aan wat technisch realiseerbaar is, anderzijds omdat keuzes in belangrijke mate beïnvloed worden door het maatschappelijk bestuurlijk krachtenveld. Het resultaat van de GGOR- systematiek is een via bestuurlijke afweging vastgesteld besluit.
Het GGOR-proces helpt bestuurders in de afweging van belangen en garandeert dat die keuzes goed onderbouwd zijn. Daar waar blijkt dat functies slecht bediend kunnen worden, levert het GGOR-proces bovendien belangrijke input voor toekomstige afwegingen in de ruimtelijke ordening. Waterschapsbesturen kunnen motiveren waar beperkingen liggen gezien de huidige functietoekenning en het provinciale bestuur heeft een extra hulpmiddel bij het herzien van functies. Het einddoel blijft steeds: het realiseren van een duurzaam ingericht watersysteem, waarbij er een beter evenwicht is in de afstemming tussen functies en waterbeheer.
Bijlage 1 Partiële herziening peilbesluit Wieringen
Partiële herziening peilbesluit Wieringen
Het college van hoofdingelanden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;
gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden van 18 april 2017, nr. 17.59796;
gelet op de Waterwet en de Waterverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en het bij dit besluit behorende 'Projectplan gemaal Gesterkoog en toelichting partiële herziening peilbesluit Wieringen', 17.12276;
gehoord de commissie Water &Wegen;
Met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit het peilbesluit Wieringen vastgesteld op 23 februari 1990 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland op 3 april 1990 nr. 90-511005, gedeeltelijk in te trekken voor de onder 1 bedoelde gebieden en voor het overige het peilbesluit Wieringen in stand te laten;
Aldus besloten in de openbare vergadering van 20 september 2017 van het college van hoofdingelanden,
Het waterpeil in de gebieden die zijn aangegeven in onderstaande peilentabel en op kaart GB17-036, 16 maart 2017 wordt gehandhaafd onder de volgende voorwaarden:
Voor het peilgebied 2856F wordt een zomer- en winterpeil gehanteerd. Dit houdt in dat een ander streefpeil voor het zomerseizoen is vastgesteld dan voor het winterseizoen. Bij dit type peilbeheer bestaat de bandbreedte tussen het winterpeil en zomerpeil uit 0,05 - 0,50 meter waarbij het winterpeil lager is dan het zomerpeil. Zo is er in het nattere winterseizoen ruimte voor waterberging, terwijl in het drogere zomerseizoen extra water in het gebied aanwezig is. Dit type peilbeheer wordt met name toegepast ten behoeve van agrarische functies. Afhankelijk van de weersomstandigheden varieert het waterpeil met enkele centimeters rondom het streefpeil.
De aanpassing van het peilgebied wordt pas definitief bij invoer in het beheersysteem van het hoogheemraadschap.
Bijlage 2 Partiële herziening Waard-Nieuwland op het peilbesluit Wieringen
Partiële herziening Waard-Nieuwland op het peilbesluit Wieringen
Het college van hoofdingelanden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;
gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden van 20 maart 2018, 18.129548;
gelet op de Waterwet en de Waterverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en het bij dit besluit behorende projectplan 'Verbetering watersysteem fase 2, nieuwbouw gemaal polder Waard-Nieuwland en toelichting partiële herziening peilbesluit Wieringen' (18.10425);
gehoord de commissie Water & Wegen;
Met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit het peilbesluit Wieringen vastgesteld op 23 februari 1990 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland op 3 april 1990 nr. 90-511005, gedeeltelijk in te trekken voor de onder 1 bedoelde gebieden en voor het overige het peilbesluit Wieringen in stand te laten;
Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 juni 2018 van het college van hoofdingelanden,
Het waterpeil in de gebieden die zijn aangegeven in onderstaande peilentabel en op kaart GB17-097, 30 november 2017 wordt gehandhaafd onder de volgende voorwaarden:
Bij dynamisch peilbeheer gaat het vooral om (min of meer) continu te anticiperen op de actuele weersomstandigheden. Er wordt één streefpeil vastgesteld met daarbij een boven- en ondergrens. De beheerder kan op basis van zijn ervaringen actief sturen binnen de gestelde grenzen om de berging of watervoorraad te optimaliseren als dat nodig is. Bij dynamisch peilbeheer zijn peilveranderingen vaak kortstondig en tegen-natuurlijk om overlast door natuurlijke omstandigheden op te vangen. Het peil wordt – afhankelijk van de weersverwachting – verlaagd bij de verwachting van veel neerslag en vastgehouden bij een verwachting van een periode met veel verdamping.
Voor het peilgebied 2854-08 wordt een zomer en winterpeil gehanteerd. Dit houdt in dat een ander streefpeil voor het zomerseizoen is vastgesteld dan voor het winterseizoen. Bij dit type peilbeheer is er een bandbreedte van 0.05 meter voor het winter- en zomerpeil. Het winterpeil is 0,60 meter lager is dan het zomerpeil. Zo is er in het nattere winterseizoen ruimte voor waterberging, terwijl in het drogere zomerseizoen extra water in het gebied aanwezig is. Dit type peilbeheer wordt met name toegepast ten behoeve van agrarische functies. Afhankelijk van de weersomstandigheden varieert het waterpeil met enkele centimeters rondom het streefpeil.
Bij vast peilbeheer wordt één streefpeil vastgesteld in het peilbesluit en wordt niet geanticipeerd op de weersomstandigheden. Vast peilbeheer houdt in dat zodra het waterpeil licht stijgt er meteen wordt afgevoerd en zodra het waterpeil licht daalt er meteen wordt aangevoerd. Afhankelijk van de weersomstandigheden varieert het waterpeil met enkele centimeters rondom het streefpeil.
De aanpassing van het peilgebied wordt pas definitief bij invoer in het beheersysteem van het hoogheemraadschap
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2023-13980.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.