Waterschapsblad van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Amstel, Gooi en Vecht | Waterschapsblad 2021, 4807 | Overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Amstel, Gooi en Vecht | Waterschapsblad 2021, 4807 | Overige overheidsinformatie |
Reglement van orde voor de vergaderingen van het AB en de commissie voor advies van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2020
Het Algemeen Bestuur van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht
overwegende, dat het gewenst is het reglement van orde voor het algemeen bestuur vast te stellen;
vast te stellen het volgende Reglement van orde voor vergaderingen van het algemeen bestuur en de commissie voor advies van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2020 :
Hoofdstuk 1.2 Nieuwe leden algemeen bestuur, benoeming leden dagelijks bestuur, fracties
Artikel 1.2. Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging
Er is een commissie voor de geloofsbrieven die belast is met het onderzoek van de geloofsbrieven en de daarbij behorende stukken van de nieuwbenoemde leden. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste vergadering in oude samenstelling van het algemeen bestuur na een verkiezing als bedoeld in afdeling II van de Kieswet.
Na een verkiezing als bedoeld in Afdeling II en IV van de Kieswet en benoeming als bedoeld in hoofdstuk 4, paragraaf 2 van de Waterschapswet roept de voorzitter de toegelaten leden van het algemeen bestuur op om, in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 1.3. Benoeming leden dagelijks bestuur
Bij de verkiezing van de leden van het dagelijks bestuur vinden eerst de stemmingen plaats voor het aantal zetels voor de categorie ingezetenen en vervolgens voor de zetel of zetels voor de categorieën ongebouwd, natuurterreinen en bedrijven gezamenlijk. Indien er evenveel kandidaten zijn als door de desbetreffende categorieën te vervullen plaatsen, worden alle kandidaten als benoemd door het algemeen bestuur verklaard.
Bij de benoeming van een lid van het dagelijks bestuur van buiten de kring van leden van het algemeen bestuur wordt overeenkomstig artikel 1.2, eerste lid, van dit reglement een commissie ingesteld die onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Waterschapswet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig artikel 1.2, tweede tot en met vierde lid van dit reglement.
De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk via de secretaris doorgegeven aan de voorzitter. Zolang deze namen nog niet zijn doorgegeven worden voor de categorie Ingezetenen de lijsttrekkers geacht voorzitter te zijn en voor respectievelijk de categorieën “Ongebouwd”, “Natuurterreinen” en “Bedrijven” de oudste in leeftijd.
Wanneer één of meer leden van een fractie zich afsplitsen en zelfstandig gaan optreden, wordt dit aangeduid als een groepering niet zijnde een fractie. Hiervan wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Dit wordt ook gedaan wanneer twee of meer fracties als één fractie gaan optreden, of één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie.
Indien de in het tweede lid van dit artikel sub b bedoelde lijst is uitgeput of het een fractie van één der geborgde zetels betreft, moet de persoon in kwestie worden voorgedragen met instemming van de belangengroepering waartoe de fractie behoort of met instemming van de organisatie die de vertegenwoordiger(s) van de betreffende categorie geborgde zetels benoemt.
Hoofdstuk 2.1 Algemene bepalingen
Artikel 2.2. De voorzitter van de vaste commissie voor advies
De voorzitter van de vaste commissie voor advies is belast met:
Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen, voorbereidingen, soort vergaderingen
Artikel 2.5. Doelen en vormgeving vergaderingen
Vergaderingen ten behoeve van oordeelsvorming worden door het algemeen bestuur, dan wel door de vaste commissie voor advies gehouden. Voorbeelden van vormen van vergaderingen zijn discussiebijeenkomsten, strategische sessies, benen op tafel sessies of sessies in voorbereiding op besluitvorming in het algemeen bestuur, fysiek of in digitale vorm.
Het DB stelt jaarlijks een integrale bestuurskalender vast en maakt daarin een scherp onderscheid tussen AB- en DB-besluitvorming. Het DB legt deze bestuurskalender voor ter bespreking in het fractievoorzittersoverleg. De eventuele op basis van die bespreking aangepaste bestuurskalender wordt door het DB, ter informatie toegezonden aan het AB.
Artikel 2.7. Vergaderfrequentie vaste commissie voor advies
Voor aanvang van vergaderingen van het algemeen bestuur of de in lid 2 genoemde voorbereidende commissievergaderingen en op andere in het vergaderrooster gereserveerde vergaderdata vinden tussen 18.00 en 20.00 uur diverse vergaderingen plaats. Dit tijdslot wordt gebruikt voor technische sessies, informatieve sessies, educatieve sessies, klankbordgroepen en werkgroepen.
De in lid 3 genoemde verschillende vormen van vergaderingen zijn facultatief, maar zijn toegankelijk voor alle AB-leden en duo-leden. Van deze sessies worden geen verslagen gemaakt, noch worden video opnamen gemaakt. Bij uitzondering vinden maximaal twee van dergelijke sessies tegelijkertijd plaats. In de regel zal een lid van het DB initiatiefnemer en voorzitter zijn.
Artikel 2.8. Oproep en bekendmaking vergaderingen algemeen bestuur
De bij de voorlopige agenda behorende stukken - met uitzondering van de in artikel 37, eerste en tweede lid, van de Waterschapswet bedoelde stukken waarover geheimhouding is opgelegd – worden uitsluitend langs elektronische weg en zo spoedig mogelijk na de verzending van de oproep en de voorlopige agenda aan de leden van het algemeen bestuur verzonden. Daarbij dienen tenminste twee volle zaterdagen en zondagen te verstrijken tussen de dag van verzenden en de dag van vergadering. Nazending van stukken vindt plaats wanneer dit noodzakelijk en onvermijdbaar is.
Gelijktijdig met de toezending als bedoeld in het tweede lid van de bij de voorlopige agenda behorende stukken worden de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, behalve de stukken als bedoeld in artikel 37, eerste en tweede lid, van de Waterschapswet, op de website van het waterschap geplaatst. Stukken waarin persoonsgegevens zijn vermeld worden voorafgaand aan de plaatsing geanonimiseerd.
Artikel 2.9. Oproep en bekendmaking vergaderingen vaste commissie voor advies
Het secretariaat van de vaste commissie voor advies zendt uitsluitend langs elektronische weg een oproep aan de leden en duo-leden onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. De oproep gaat vergezeld van de agenda en de vergaderstukken. Daarbij dienen tenminste twee volle zaterdagen en zondagen te verstrijken tussen de dag van verzenden en de dag van vergadering. Nazending van stukken vindt plaats wanneer dit noodzakelijk en onvermijdbaar is.
Gelijktijdig met de oproeping wordt de agenda met de vergaderstukken op de website van het waterschap geplaatst. Daarbij wordt gewezen op de mogelijkheid voor derden om over de onderwerpen die op de agenda zijn vermeld in te spreken. Stukken waarin persoonsgegevens zijn vermeld worden voorafgaand aan de plaatsing geanonimiseerd.
Artikel 2.10. Agenda vergadering algemeen bestuur
In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van het algemeen bestuur langs elektronische weg verzonden en openbaar gemaakt overeenkomstig artikel 9, tweede en vierde lid.
Artikel 2.11. Interpellatieverzoek vergadering algemeen bestuur
Ieder lid van het algemeen bestuur kan een verzoek tot het houden van een interpellatie indienen. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering digitaal via de secretaris bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.
Artikel 2.12. Initiatiefvoorstel vergadering algemeen bestuur
Wie een initiatiefvoorstel wil indienen gaat via de secretaris in overleg met de organisatie om te komen tot een goed onderbouwd voorstel. Waarbij ook wordt opgenomen welke financiering de opsteller voor ogen heeft, als een voorstel ook financiële consequenties heeft. Het is de initiatiefnemer die de opsteller is van het initiatiefvoorstel. De ambtelijke bijstand is ter ondersteuning.
Artikel 2.13. Formele Schriftelijke Vragen
Beantwoording langs elektronische weg vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het dagelijks bestuur of de voorzitter de vragensteller hiervan via de secretaris gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
De vraagsteller kan, bij beantwoording langs elektronische weg, deze ter bespreking aanmelden voor bespreking in een informatieve sessie (in het geval van aanvullende vragen), dan wel gebruiken als aanleiding voor een interpellatie. Zie artikel 2.11 en 2.17 (in het geval van een politieke duiding), dan wel gebruiken als aanleiding voor mondelinge vragen aan het begin van een commissievergadering (in het geval van een onderliggend advies aan het DB).
Paragraaf 2 Orde der vergaderingen
Artikel 2.18. Opening vergadering commissie voor advies
Aan het begin van een vergadering van de commissie is er gelegenheid voor het stellen van mondelinge vragen, tenzij er via de secretaris bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend (minimaal 48 uur vooraf). In bijzondere gevallen kan de commissie bepalen dat het vragenrondje op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter van de vergadering bepaalt op welk tijdstip het vragenrondje eindigt.
Het lid van de commissie dat een vraag wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van het vragenuur via de secretaris bij de voorzitter. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenrondje aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de vergadering op diezelfde dag aan de orde komt.
Artikel 2.22. Amendementen en subamendementen
Ieder lid van het algemeen bestuur is bevoegd - tot het sluiten van de beraadslagingen - amendementen in te dienen op voorgestelde besluiten en op een amendement dat door een ander lid is voorgesteld (subamendement). Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.
Elk amendement, elk subamendement en elk voorstel moet, om in behandeling genomen te worden, digitaal via de secretaris bij de voorzitter worden ingediend - tenzij de voorzitter, met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde, oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan - en door ten minste twee andere leden worden ondersteund.
Wanneer na aanname van een motie door het dagelijks bestuur in zijn vergadering wordt geconstateerd dat de uitvoering op bezwaren stuit, heeft het dagelijks bestuur tot 3 weken de tijd om te besluiten tot het niet uitvoeren van de motie, het algemeen bestuur van dit besluit en de bezwaren op de hoogte te brengen. Het besluit wordt geagendeerd ter bespreking op de agenda van de eerstvolgende commissievergadering.
Artikel 2.25. Handhaving orde, schorsing
Indien een spreker beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen gebruikt, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
Artikel 2.27. Deelname aan de beraadslaging door anderen tijdens beeld- of oordeelsvormende vergaderingen
Toehoorders bij een openbare vergadering kunnen 24 uur vóór de aanvang van de vergadering digitaal verzoeken in de gelegenheid te worden gesteld om voorafgaand aan de behandeling van het betreffend agendapunt evenals (indien gewenst) voorafgaand aan de bespreking in tweede termijn, het woord te voeren over een onderwerp dat op de agenda is vermeld. Een dergelijk verzoek wordt bij de secretaris ingediend en kan bij meerderheid van stemmen worden afgewezen.
Toehoorders bij een openbare vergadering kunnen 24 uur vóór de aanvang van de vergadering digitaal verzoeken in de gelegenheid te worden gesteld om een onderwerp voor de vergadering te agenderen en daarover het woord te voeren. Een dergelijk verzoek wordt bij de secretaris ingediend en kan bij meerderheid van stemmen worden afgewezen.
De commissie is bevoegd externe deskundigen uit te nodigen een vergadering van de commissie bij te wonen. Deze personen kunnen haar met raad bijstaan. Indien aan het uitnodigen van externe deskundigen kosten zijn verbonden, is daarvoor vooraf machtiging vereist van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur kan dit uitnodigen niet weigeren.
Hoofdstuk 2.3 Procedures bij stemmingen in vergadering algemeen bestuur
Artikel 2.29. Algemene bepalingen over stemming
De voorzitter stelt vast of een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht en sluit de beraadslaging. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. De voorzitter formuleert het voorstel over de te nemen beslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering is het voorstel verworpen. Indien de stemmen staken in een niet-voltallige vergadering, wordt het nemen van het besluit uitgesteld tot een volgende vergadering waarin de beraadslagingen worden heropend. Indien in die vergadering de staken wederom staken, is het voorstel alsnog verworpen.
Artikel 2.31. Stemming over personen
Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
Artikel 2.32. Herstemming over personen
Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
Hoofdstuk 2.5 Besloten vergadering
Artikel 2.35. Algemeen bestuur
Op een besloten vergadering van het algemeen bestuur zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Voor de afloop van de besloten vergadering beslist het algemeen bestuur overeenkomstig artikel 37, derde en vierde lid, van de Waterschapswet of, omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde, geheimhouding zal gelden.
Artikel 2.38. Opheffing geheimhouding
Het algemeen bestuur kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Dit bestuur kan deze beslissing nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht. Indien het algemeen bestuur voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Hoofdstuk 2.6 Toehoorders en pers
Artikel 2.41. Geluid- en beeldregistraties
Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering van het algemeen bestuur of de commissie geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers of vrijheid van meningsuiting aantasten.
Bij het maken van beeld- of geluidsopnames zijn (vergader)deelnemers zich bewust van de openbaarheid of vertrouwelijkheid van het besprokene. AB-leden en duo-leden zijn zich bewust van hun volksvertegenwoordigende rol tijdens openbare vergaderingen, wat betekent dat, anders dan bij insprekers of medewerkers, AB-leden en duo-leden zonder voorafgaande toestemming gefotografeerd of gefilmd kunnen worden voor gebruik op social media of anderszins.
Voor de duur van de geldigheid van de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met als doel het mogelijk maken van digitale beraadslaging en besluitvorming door het algemeen bestuur van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de commissie van advies wordt het reglement tijdelijk gewijzigd. De hiernavolgende bepalingen vervangen de genoemde artikelen uit bovenstaand Reglement van Orde:
Paragraaf 1: Tijdstip van vergaderingen, voorbereidingen, soort vergaderingen
Artikel 2.14 Agenda vergadering vaste commissie voor advies
Nieuw lid 2: Als dat de vergadering ten goede komt wordt voorafgaand aan de bespreking een schriftelijke ronde van vragen stellen en opmerkingen aanleveren georganiseerd. Het is mogelijk schriftelijke vragen per onderwerp in te dienen bij betrokken bestuursadviseur (gegevens bij het onderwerp op de site). Uitgangspunt is de vragen uiterlijk 7 dagen voor vergadering in te dienen en waar mogelijk terughoudend te zijn met het aantal vragen en impact op de hoeveelheid werk voor beantwoording door de organisatie. Antwoorden en opmerkingen en indien wenselijk een eerste reactie van de portefeuillehouder worden toegevoegd aan de vergaderstukken bij de bespreking.
Nieuw lid 3: Het uitgangspunt is dat per fractie één lid deelneemt aan de videovergadering.
Nieuw lid 4: Er wordt door het BDO secretariaat een Videovergadering gepland met een DB-lid (anders dan betrokken portefeuillehouder) als technisch voorzitter, de portefeuillehouder, de woordvoerders, de betrokken bestuursadviseur voor het noteren van afspraken en toezeggingen en de bij het voorstel betrokken
Waternetmedewerkers. De deelnemers ontvangen een agendareservering in de mail met daarin een link naar de videovergadering opgenomen.
Paragraaf 2: Orde der vergaderingen
Artikel 2.15 Presentielijst vergadering algemeen bestuur
Nieuw lid 1: Bij de start van de videovergadering controleert de voorzitter de aanwezigheid van de AB-leden en het functioneren van de techniek door het noemen van de namen en de bevestiging van de aanwezigheid door de AB-leden.
Artikel 2.16 Opening vergadering algemeen bestuur
De voorzitter opent de vergadering waarin onderwerpen ter besluitvorming zijn geagendeerd op het vastgestelde uur indien meer dan de helft van het aantal leden van het algemeen bestuur blijkens het controleren van de namenlijst aanwezig is.
Artikel 2.18 Opening vergadering commissie voor advies
De videovergaderingen met betrekking tot de onderwerpen die voor commissiebespreking ter advisering zijn geagendeerd worden als het technisch mogelijk is live uitgezonden. Mocht dat niet het geval zijn dan wordt het videoverslag na afloop aan de vergadering aan de stukken toegevoegd.
Artikel 2.22 Amendementen en subamendementen
Lid 3: “(…) die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn” wordt: die blijkens de controle van de namenlijst deelnemen aan de vergadering en online zijn.
Artikel 2.27 Deelname aan de beraadslaging door anderen
Lid 2 wordt aangevuld. De inspreker ontvangt de link naar de videovergadering en wordt daarmee in de gelegenheid gesteld op het bewuste agendapunt in te spreken. De inspreker wordt na afloop van de bespreking uit de videovergadering verwijderd.
Hoofdstuk 2.3 Procedures bij stemmingen in vergadering a lgemeen bestuur
Nieuw lid 1: De voorzitter stelt vast of een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht en sluit de beraadslaging.
Nieuw lid 2: De voorzitter gaat over tot stemming. De voorzitter leest de namen van de aanwezigen voor in alfabetische volgorde. Wie het woord krijgt spreekt zich uit met een “voor” of “tegen”, zonder enige toevoeging.
Wijziging lid 7 In plaats van “Bij een hoofdelijke stemming (…)”, wordt “Bij een stemming (…)”
Artikel 2.31 stemming over personen
Nieuw lid 1: Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming, het opstellen van een voordracht of een aanbeveling zal plaatshebben, wordt een stemming via stembriefjes gehouden.
Nieuw lid 2: Gewaarmerkte maar niet tot een persoon herleidbare stembriefjes die speciaal voor dat doel worden gemaakt worden voorafgaand aan de vergadering toegestuurd voorzien van een antwoordenveloppe.
Nieuw lid 3: De deelnemers aan de stemming wordt gevraagd het ingevulde stembriefje met behulp van de antwoordenveloppe na afloop van de vergadering te posten.
Nieuw lid 4: Een week na de vergadering vindt de telling van de stemmen plaats in aanwezigheid van de secretaris.
Nieuw lid 5: De voorzitter maakt de uitslag bekend.
Hoofdstuk 2.4 Verslagen en besluitenlijst
Gewijzigd Lid 2: De vergaderingen worden op beeld en geluid opgenomen en indien technisch mogelijk rechtstreeks uitgezonden op de website van het waterschap.
In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist het algemeen bestuur op voorstel van de voorzitter. In vergaderingen van de vaste commissie voor advies beslist de voorzitter van die vergadering hierover.
Dit reglement treedt op 1 januari 2017 in werking. Op dat tijdstip vervalt het Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, vastgesteld bij besluit van het algemeen bestuur d.d. 2 juli 2009, nr AB 09/ 044, nadien gewijzigd bij besluit van het algemeen bestuur d.d. 28 november 2013 (BBV13.028).
Dit reglement kan aangehaald worden als ‘Reglement van orde voor de vergaderingen van het AB en de commissie voor advies van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2020.
Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht in zijn vergadering d.d. 15-12-2016, gewijzigd in de vorm van een addendum door het algemeen bestuur van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht in zijn vergadering van 14 mei 2020 en gewijzigd door het algemeen bestuur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht in zijn vergadering van 2 juli 2020.
Toelichting op het Reglement van orde voor de vergaderingen van het AB en de c ommissie voor advies van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht
In het Reglement voor het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2020 (voorheen het Reglement van bestuur is in artikel 9 bepaald dat het algemeen bestuur voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vaststelt. Dit reglement van orde vervangt het reglement van orde voor het algemeen bestuur dat in juli 2009 is vastgesteld en gewijzigd in november 2013, en de Verordening op de commissies uit het algemeen bestuur van oktober 2009, gewijzigd in november 2013. Wegens de nieuwe flexibele stijl van vergaderen zijn de twee regelingen samengevoegd, zodat de flexibiliteit reglementair mogelijk is. In dit reglement is ook rekening gehouden met het opnemen van de waterschappen in de Kieswet in 2014.
Een aantal artikelen is alleen van toepassing op vergaderingen van het algemeen bestuur, bijvoorbeeld alle artikelen over besluitvorming, een aantal alleen op vergaderingen van de commissie en een aantal op beide. Dit is zoveel mogelijk aangegeven in de kopjes of blijkt uit de tekst van het betreffende artikel.
De Waterschapswet bevat zelf ook een aantal artikelen die betrekking hebben op de orde van vergaderingen van het algemeen bestuur. Daarmee moet rekening worden gehouden en daarvan kan niet worden afgeweken. Dit betreft de volgende artikelen, waarbij voor de commissievergaderingen zo veel mogelijk is aangesloten:
II. Artikelsgewijze toelichting
Dit artikel spreekt voor zich.
Dit artikel regelt het onderzoek door het algemeen bestuur van de geloofsbrieven van de nieuw benoemde leden en de beslissing tot toelating van het algemeen bestuur. Voor de gekozenen uit de categorie ingezetenen vloeit dit voort uit de Kieswet, voor de benoemden in de geborgde zetels uit de Waterschapswet.
Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Dit onderzoek wordt voorbereid door een door de voorzitter aan het begin van de zittingsperiode uit het algemeen bestuur te benoemen commissie voor de geloofsbrieven. Bij het onderzoek zal ook de vraag worden betrokken of sprake is van incompatibiliteiten en niet toegestane nevenfuncties. De commissie brengt verslag uit aan het algemeen bestuur; dit kan zowel mondeling als schriftelijk.
Er is een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe algemeen bestuur of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een verkiezing dienen de algemeen bestuursleden in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte af te leggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van het algemeen bestuur over de toelating van het betrokken lid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een lid van het algemeen bestuur bij het aanvaarden van het lidmaatschap van het algemeen bestuur moet afleggen, is in artikel 34 van de Waterschapswet vastgelegd.
Voor het kiezen van de leden van het dagelijks bestuur moet eerst een besluit worden genomen over de omvang van het dagelijks bestuur met inachtneming van het bepaalde in het Reglement voor het Waterschap AGV 2017. Vervolgens vinden verkiezingen plaats tussen door de fracties voorgedragen kandidaten. Vanuit de gedachte dat de meerderheid van het algemeen bestuur bestaat uit gekozen vertegenwoordigers van de categorie ingezetenen, is er voor gekozen eerst de db-leden uit die categorie te laten benoemen.
Het vijfde lid geeft invulling aan een leemte in de Waterschapswet. De Waterschapswet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een lid van het dagelijks bestuur, maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor een lid van het dagelijks bestuur zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur (artikelen 31 en 45 Waterschapswet). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van lid van het dagelijks bestuur van buiten de kring van het algemeen bestuur ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen.
De Waterschapswet kent het begrip ’fracties’ niet, maar gaat onder andere in artikel 14 wel uit van het bestaan van in het algemeen bestuur vertegenwoordigde categorieën van belanghebbenden. Voor de categorie ingezeten hebben verkiezingen plaatsgevonden waaraan geregistreerde belangengroeperingen konden deelnemen.
In navolging van vertegenwoordigende lichamen van algemeen bestuur ligt het in de rede ook bij waterschapsbesturen te spreken van fracties.
Het is mogelijk dat één of meer leden van het algemeen bestuur uit een fractie stappen en dan als zelfstandige groepering verder gaan of zich aansluiten bij een andere fractie. Het algemeen bestuur heeft hierover geen zeggenschap. Een mededeling aan de voorzitter van het algemeen bestuur is voldoende. Het algemeen bestuur is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.
Het Reglement voor het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2017 bepaalt de omvang van de vertegenwoordigers van de geborgde belangen; het is dus formeel niet mogelijk dat een gekozen vertegenwoordiger van de categorie ingezetenen (dat wil zeggen: de bij verkiezingen gekozenen) lid wordt van een fractie die is samengesteld uit benoemde vertegenwoordigers en omgekeerd dat benoemde vertegenwoordigers lid worden van een fractie uit de categorie ingezetenen.
Ter uitwerking van het bepaalde in het vierde lid van dit artikel is de Verordening fractievergoeding AGV opgesteld.
Dit hoofdstuk is gewijd aan het instellen van commissies en vervangt deels de vroegere Verordening op de Commissies van het algemeen bestuur van AGV.
Dit betreft onder meer de volgende aspecten:
- er is één vaste commissie waarvan alle leden van het algemeen bestuur lid zijn;
- de mogelijkheid van duo-leden;
Dit artikel regelt de instelling van één vaste commissie voor advies.
Dit artikel regelt de taak en het werkterrein van de vaste commissie.
Dit artikel regelt de samenstelling van de vaste commissie
Lid 1 regelt dat alle leden van het algemeen bestuur in fractieverband lid zijn van de commissie.
Lid 2 regelt dat het AB enkele leden uit haar midden aanwijst om bij toerbeurt het commissievoorzitterschap op zich te nemen.
Lid 3 regelt de bevoegdheid van de dijkgraaf om deel te nemen aan de vergaderingen van de commissies. Dit is nodig omdat hij niet behoort tot de in lid 1 genoemde leden van het algemeen bestuur.
Lid 4 regelt dat de leden van het algemeen bestuur die tevens lid zijn van het dagelijks bestuur, evenals de dijkgraaf, in de vergaderingen van de commissies een raadgevende stem hebben. Dat wil zeggen dat zij wel mogen deelnemen aan de beraadslagingen, maar niet aan het uiteindelijke advies. Het advies wordt immers uitgebracht aan het dagelijks bestuur, zodat zij anders aan zichzelf zouden adviseren. Het begrip 'raadgevende stem' is afkomstig uit artikel 94 Waterschapswet dat handelt over de bevoegdheid van de voorzitter. Het derde lid van dat artikel bepaalt dat deze in de vergaderingen van het algemeen bestuur een raadgevende stem heeft.
Dit artikel regelt de mogelijkheid duo-leden te benoemen in de commissie.
Lid 1 regelt dat elke fractie bevoegd is maximaal twee duo-leden te benoemen. Uiteraard kunnen deze alleen aan de vergaderingen deelnemen als een fractielid verhinderd is de vergadering bij te wonen of er voor kiest dat niet te doen.
Lid 2 regelt de eisen waaraan een dergelijk lid moet voldoen.
Het gestelde sub a legt zekerheidshalve vast, hoewel dit feitelijk vanzelf spreekt, dat de algemene eisen die gelden voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur ook van toepassing zijn op het duo-lid gelden. Dit betreft bijv. de incompatibiliteiten en de eis dat het duo-lid een overzicht van zijn hoofd- en nevenfuncties openbaar maakt.
Verder geldt dat er een duidelijke relatie moet bestaan tussen het duo-lid en de fractie die voordraagt voor benoeming. Daartoe strekt het gestelde sub b.
Lid 3 biedt een oplossing voor het geval de in het tweede lid sub b gestelde voorwaarde op problemen stuit.
Lid 4 verbiedt de mogelijkheid van duo-leden voor afgesplitste fracties, die niet beschikken over een fractielijst.
Lid 5 regelt de aflegging van eed of belofte en verklaring.
Lid 1 regelt de zittingsduur van het lidmaatschap van de commissie voor degenen die lid zijn van het algemeen bestuur.
Lid 2 regelt de zittingsduur voor de duo-leden.
Dit artikel spreekt voor zich.
Dit artikel opent de mogelijkheid voor bepaalde specifieke onderwerpen een commissie ad hoc in te stellen. Op een dergelijke commissie zijn de bepalingen van dit reglement waar mogelijk ook van toepassing. Ten tijde van de vaststelling van deze verordening kent AGV twee van dergelijke commissies: de Rekenkamercommissie en de Auditcommissie.
De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. Artikel 10, tweede lid, van de Waterschapswet schrijft dit voor. De regeling bij verhindering staat in artikel 51a van de Waterschapswet. Deze komt er kort samengevat op neer dat dan een door het dagelijks bestuur aan te wijzen ander lid van dat bestuur het ambt van voorzitter waarneemt.
De voorzitter heeft het recht op grond van artikel 94, derde lid, van de Waterschapswet in de vergaderingen van het algemeen bestuur aan de beraadslaging deel te nemen en heeft daarbij een raadgevende stem.
Het artikel in dit reglement regelt daarbij de algemene taken als voorzitter van de vergadering. De voorzitter zorgt onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering.
Dit artikel spreekt voor zich.
Het algemeen bestuur is verplicht een secretaris te benoemen (artikel 53 Waterschapswet). De secretaris is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Hij is in principe in elke vergadering van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig. De Waterschapswet eist dat het dagelijks bestuur de vervanging van de secretaris regelt (artikel 55a). Die vervanging heeft dus geen plaats in dit reglement.
Bij de aanvang van de eerste zitting van het nieuwe algemeen bestuur na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van het algemeen bestuur de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in het algemeen bestuur en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Ook de door de koepels aangewezen leden worden als fracties beschouwd.
In het eerste lid van dit artikel wordt tot uitdrukking gebracht dat besluitvorming niet uit de lucht komt vallen, maar vooraf wordt gegaan door beeldvorming en oordeelsvorming.
Zowel in de vergaderingen van het algemeen bestuur als die van de commissie kunnen onderwerpen worden geagendeerd waarbij beeldvorming –waaronder het vergaren van informatie- en oordeelsvorming beoogd zijn.
In het vierde lid wordt tot uitdrukking gebracht dat alleen het algemeen bestuur besluiten neemt.
Voor ieder jaar worden mogelijke vergaderdata vastgesteld. Uit die mogelijke data worden de vergaderingen van het algemeen bestuur (minimaal 5 per jaar) en die van de commissie van advies gekozen. Door de bepaling dat vier weken tevoren bekend is of, en zo ja, welk soort vergadering plaats zal vinden, wordt de gewenste flexibiliteit bereikt. De mogelijkheid bestaat bijvoorbeeld een vergadering te beginnen als commissie en het latere vergaderdeel te gebruiken voor het algemeen bestuur. De voorwaarde is dat vier weken tevoren bekend is welk deel hoe laat begint.
Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens is de verplichting opgenomen de agenda en stukken ook op het internet te plaatsen. Vanuit het oogpunt van service aan de burger is dit gewenst. Uit een oogpunt van privacybescherming is het wel noodzakelijk stukken die persoonsgegevens bevatten te anonimiseren.
Dit artikel regelt de wijze waarop de leden van de commissies worden opgeroepen voor de vergaderingen.
Het bepaalde in het tweede lid inzake de bekendmaking van de agenda en de voornaamste agendapunten is uiteraard van belang ten einde het in artikel 2.27, tweede lid, geregelde spreekrecht voor derden inhoud te geven.
Dit artikel spreekt voor zich.
Dit betreft het recht van een lid van het algemeen bestuur om tijdens een vergadering over een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het dagelijks bestuur of de voorzitter te vragen. Daarvoor is verlof van het algemeen bestuur nodig.
Het is de taak van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur de nodige voorstellen te doen. Maar leden van het algemeen bestuur moeten ook zelf een voorstel voor een
ontwerpverordening of ontwerpbeslissing ter behandeling bij het algemeen bestuur kunnen indienen als het dagelijks bestuur niet of naar het oordeel van één of meer leden niet tijdig zelf met voorstellen komt. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. Het algemeen bestuur beslist bij de vaststelling van de agenda of een initiatiefvoorstel op de agenda blijft staan. Het vierde lid biedt de mogelijkheid nadere regels te stellen.
Het vragenrecht geeft aan de leden van het algemeen bestuur het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het dagelijks bestuur of de voorzitter behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking.
Op grond van deze bepaling kan een lid van het algemeen bestuur schriftelijke vragen stellen aan het dagelijks bestuur of de voorzitter, al naar gelang wie verantwoordelijk is.
Dit artikel spreekt voor zich.
Dit artikel spreekt voor zich.
De vergadering over onderwerpen die ter besluitvorming geagendeerd staan kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende algemeen bestuursleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Ingeval het quorum niet aanwezig is, kan ingevolge artikel 38b, eerste lid, van de Waterschapswet geen besluitvorming plaatsvinden. Ingevolge artikel 38b,tweede lid, onder b, van de Waterschapswet kan in een volgende vergadering besluitvorming plaatsvinden zonder quorum.
Voor beeldvorming en oordeelsvorming is geen quorum vereist. Onderwerpen die daarvoor zijn geagendeerd kunnen dan ook wel besproken worden.
Dit artikel spreekt voor zich.
Dit artikel spreekt voor zich.
Omtrent de ingekomen stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard. Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, wordt dit op de gebruikelijke wijze voorbereid.
Klachten en zienswijzen vallen niet onder dit artikel: daarvoor zijn aparte procedures opgesteld.
Indien de voorzitter van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de algemeen bestuursleden in de eerste en tweede termijn.
Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een verzoek van een lid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, valt buiten de termijn.
De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp.
Het eerste lid voorziet in de mogelijkheid om bij uitzondering over een voorstel dat in
onderdelen of artikelen is verdeeld, niet in zijn geheel te beraadslagen.
Het tweede en derde lid van dit artikel spreken voor zich.
Dit artikel spreekt voor zich.
Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politiek-bestuurlijke, procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek.
Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politiek-bestuurlijke betekenis. Daarom is het dagelijks bestuur formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht.
De beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp, waarop de motie betrekking heeft. Over de motie wordt vervolgens een apart besluit genomen.
Een bijzondere motie is de motie van wantrouwen. Dat kan een motie zijn waarin expliciet het vertrouwen in een lid van het dagelijks bestuur wordt opgezegd of een motie waarin een uitspraak wordt gedaan die een lid van het dagelijks bestuur als motie van wantrouwen opvat.
Indien zo’n motie wordt aanvaard, treedt het lid van het dagelijks bestuur af. Artikel 41, vijfde lid, Waterschapswet regelt in dit verband dat het algemeen bestuur een lid van het dagelijks bestuur ontslag kan verlenen indien deze niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur bezit. In artikel 36 sub d van de Waterschapswet is bepaald dat dit niet in een besloten vergadering kan plaatsvinden.
Dit artikel spreekt voor zich.
Dit artikel is zowel op vergaderingen van het algemeen bestuur als die van de commissie van toepassing. Het eerste lid verzekert dat leden van het algemeen bestuur en de commissie vrijelijk kunnen spreken. Wel zijn interrupties toegestaan voor zover de voorzitter bij een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de besprekingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt.
De voorzitter legt aan het algemeen bestuur ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door het algemeen bestuur. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 2.12).
Vooral voor onderwerpen die ten behoeve van beeldvorming zijn geagendeerd moet de mogelijkheid bestaan derden uit te nodigen deel te nemen aan de vergadering. Ook kan het uitnodigen van deskundigen wenselijk zijn. Wanneer het algemeen bestuur onderwerpen in de besluitvormende fase behandelt is deelname door derden niet (meer) mogelijk.
Het tweede lid van dit artikel regelt het spreekrecht voor derden. Indien een derde dat wenst, dient dat voorafgaand aan de vergadering verzocht te worden. De inspraak kan plaatsvinden voorafgaand aan de behandeling van het betreffende agendapunt en mogelijk ook bij de behandeling daarvan in tweede termijn.
Het vierde lid regelt specifiek het inschakelen van externe deskundigen door de commissie. Indien hieraan kosten zijn verbonden, dient het dagelijks bestuur daarvoor vooraf toestemming te verlenen.
Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden gegeven vóór de voorzitter de wijze van stemming aan de orde stelt.
De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij het algemeen bestuur anders beslist. De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen.
Indien een lid te kennen geeft stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. Als regel zal stemmen bij handopsteking toereikend zijn. Maar een lid kan ook vragen om hoofdelijke stemming. Het algemeen bestuur heeft niet de bevoegdheid hiervan af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.
Een lid van het algemeen bestuur kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 38a Waterschapswet. In alle andere gevallen is een lid van het algemeen bestuur verplicht stelling in te nemen en te stemmen.
Dit artikel spreekt voor zich.
Over de benoeming, voordracht of aanbeveling van personen, dient de stemming schriftelijk te geschieden door middel van gesloten en ongetekende stembriefjes. Op deze wijze is geheimhouding gewaarborgd.
Indien het voorstel een enkelvoudige benoeming, voordracht of aanbeveling betreft en over het voorstel geen stemming wordt gevraagd, kan de persoon in kwestie geacht worden unaniem te zijn gekozen.
Bij een benoeming stelt het algemeen bestuur een specifiek persoon aan in een bepaald ambt (lid van het dagelijks bestuur, secretaris, etc). Op het stembiljet kan de naam van de te benoemen persoon met daarachter de opties ‘voor’ en ‘tegen’ worden vermeld.
Onder voordracht wordt verstaan het als kandidaat voorstellen van een persoon voor een bepaald ambt. Een voordracht is voor het algemeen bestuur bindend, op de stembiljetten dienen de namen van de voorgedragen perso(o)n(en) te worden vermeld met daarachter de opties ‘voor’ en ‘tegen’.
Bij een aanbeveling wordt voorgesteld om bepaalde personen voor een bepaald ambt voor te dragen, het algemeen bestuur mag van de aanbevelingen afwijken. Het betreft hier een zogenaamde vrije stemming. Op de stembiljetten kunnen de namen van de aanbevolen personen te worden vermeld met daarachter de opties ‘voor’ en ‘tegen’ én een vrije ruimte waar een kandidaat van eigen keuze kan worden ingevuld.
De stemming is pas geldig als meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft een (al dan niet behoorlijk ingevuld) stembriefje heeft ingeleverd.
Deze artikelen spreken voor zich.
Dit artikel regelt de verslagleggende taak van de secretaris en de wijze waarop het verslag wordt vastgesteld. Het artikel spreekt verder voor zich.
Wat betreft bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan bijvoorbeeld gedacht worden aan voorschriften over het tijdig verzenden van stukken, het recht van amendement, het recht van motie.
Dit artikel vloeit voor uit artikel 35, vierde lid, Waterschapswet en spreekt verder voor zich.
Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 37 van de Waterschapswet noodzakelijk.
Het dagelijks bestuur, de voorzitter of een commissie kunnen ook geheimhouding opleggen. Deze vervalt indien het algemeen bestuur deze in de eerstvolgende vergadering niet bekrachtigt in een vergadering waar een quorum aanwezig was. Het algemeen bestuur kan de geheimhouding niet onverhoeds opheffen, maar eerst nadat daarover in een besloten vergadering is beraadslaagd.
In artikel 35 van de Waterschapswet is een regeling opgenomen voor het afwijken van de openbaarheid van vergaderingen van het algemeen bestuur. Die wettelijke regeling is niet rechtstreeks van toepassing op vergaderingen van de commissie van advies. Daarom is die regeling voor de commissie in dit reglement opgenomen.
Dit artikel spreekt voor zich.
Aangezien de vergaderingen van een het algemeen bestuur in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluids- en beeldregistraties maken mits de aanwijzingen van de voorzitter worden opgevolgd. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Het algemeen bestuur kan ook besluiten de openbaarheid te vergroten met behulp van internet. Omdat in dit reglement al is bepaald dat de vergaderingen op de website van AGV te volgen zijn betreft deze bepaling alleen “extra” uitzendingen op andere sites.
Bijlage bij Reglement van orde
Tekst van de artikelen 35 tot en met 39 van de Waterschapswet
In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:
Het algemeen bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van stukken die aan de vergadering worden overgelegd. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt zowel door hen die bij de behandeling tegenwoordig waren, als door hen die op andere wijze van het behandelde of van de stukken kennis nemen, in acht genomen totdat het algemeen bestuur haar opheft.
Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het dagelijks bestuur, de voorzitter en een commissie van het waterschap, ieder ten aanzien van stukken die zij aan het algemeen bestuur of aan de leden van dit bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.
De krachtens het tweede lid aan het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.
De krachtens het tweede lid aan de leden van het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan het algemeen bestuur is voorgelegd, totdat het algemeen bestuur haar opheft. Het algemeen bestuur kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.
De leden van het algemeen bestuur stemmen zonder last.
Zij die behoren tot het algemeen bestuur van het waterschap en anderen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergadering van het algemeen bestuur hebben gezegd of schriftelijk aan het algemeen bestuur hebben overgelegd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2021-4807.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.