Reglement van orde voor de vergaderingen van het AB en de commissie voor advies van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2020

 

 

Het Algemeen Bestuur van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

overwegende, dat het gewenst is het reglement van orde voor het algemeen bestuur vast te stellen;

 

BESLUIT:

vast te stellen het volgende Reglement van orde voor vergaderingen van het algemeen bestuur en de commissie voor advies van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2020 :

 

 

DEEL 1: INSTITUTIONELE ASPECTEN

 

 

Hoofdstuk 1.1 Algemene bepalingen

 

 

Artikel 1. 1. Begripsomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • a.

    algemeen bestuur: het algemeen bestuur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht;

  • b.

    amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerp-besluit, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;

  • c.

    commissie: vaste commissie voor advies, ingesteld door het algemeen bestuur;

  • d.

    dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht;

  • e.

    dijkgraaf: de voorzitter van het algemeen en dagelijks bestuur;

  • f.

    duo-lid: een lid van de commissie voor advies dat geen lid is van het algemeen bestuur en dat op voordracht van een fractie door het algemeen bestuur als zodanig wordt benoemd en ontslagen;

  • g.

    fractie: de leden van het algemeen bestuur die door het stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, alsmede de leden van de geborgde zetels per groepering;

  • h.

    fractievoorzittersoverleg: overleg van fractievoorzitters;

  • i.

    groepering: één of meer afgesplitste leden van een fractie;

  • j.

    initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel;

  • k.

    interpellatie: vraag om inlichtingen in een vergadering van het algemeen bestuur over enig punt van algemeen waterschapsbelang;

  • l.

    interruptie: korte directe onderbreking van een spreker voor het plaatsen van een opmerking of het stellen van een vraag;

  • m.

    motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

  • n.

    reglement: Reglement van orde voor de vergaderingen van het AB en de commissie voor advies van AGV 2020.

  • o.

    secretaris: de secretaris-directeur of de door het dagelijks bestuur daartoe aangewezen plaatsvervangend secretaris;

  • p.

    subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;

  • q.

    voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;

  • r.

    voorzitter: de voorzitter van het algemeen bestuur of diens plaatsvervanger;

  • s.

    voorzitter van de vaste commissie voor advies: een AB-lid die door het AB is aangewezen, bij toerbeurt, de commissie voor te zitten

  • t.

    waterschap: Waterschap Amstel, Gooi en Vecht.

 

Hoofdstuk 1.2 Nieuwe leden algemeen bestuur, benoeming leden dagelijks bestuur, fracties

 

 

Artikel 1.2. Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging

  • 1.

    Er is een commissie voor de geloofsbrieven die belast is met het onderzoek van de geloofsbrieven en de daarbij behorende stukken van de nieuwbenoemde leden. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste vergadering in oude samenstelling van het algemeen bestuur na een verkiezing als bedoeld in afdeling II van de Kieswet.

  • 2.

    De commissie voor de geloofsbrieven bestaat uit drie door de voorzitter uit de leden van het algemeen bestuur aan te wijzen leden. De benoeming van de leden geschiedt telkens na de opening van de eerste vergadering van een zittingsperiode voor de duur van die periode.

  • 3.

    De commissie voor de geloofsbrieven wordt bijgestaan door de secretaris of een door deze aan te wijzen ambtenaar.

  • 4.

    De commissie voor de geloofsbrieven brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan het algemeen bestuur en doet daarbij een voorstel voor een besluit met inachtneming van artikel V4 van de Kieswet. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.

  • 5.

    Het algemeen bestuur beslist terstond over de toelating van AB-leden danwel over de benoeming van duo-leden, tenzij wegens onvolledigheid of onduidelijkheid van de stukken tot verdaging wordt besloten.

  • 6.

    Na een verkiezing als bedoeld in Afdeling II en IV van de Kieswet en benoeming als bedoeld in hoofdstuk 4, paragraaf 2 van de Waterschapswet roept de voorzitter de toegelaten leden van het algemeen bestuur op om, in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 7.

    In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van het algemeen bestuur op voor de vergadering van het algemeen bestuur waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

 

Artikel 1.3. Benoeming leden dagelijks bestuur

  • 1.

    De verkiezing van de leden van het dagelijks bestuur vindt zo spoedig mogelijk plaats na het afleggen van de eed of verklaring en belofte bedoeld in artikel 1.2, zesde lid, van dit reglement.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt - op voorstel van het dagelijks bestuur en met in achtneming van het bepaalde in de Waterschapswet en het Reglement voor het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2017 – vast uit hoeveel leden het dagelijks bestuur bestaat.

  • 3.

    De fractievoorzitter deelt de naam van zijn kandidaat of de namen van zijn kandidaten mede aan de voorzitter, die daarvan mededeling doet aan het algemeen bestuur.

  • 4.

    Bij de verkiezing van de leden van het dagelijks bestuur vinden eerst de stemmingen plaats voor het aantal zetels voor de categorie ingezetenen en vervolgens voor de zetel of zetels voor de categorieën ongebouwd, natuurterreinen en bedrijven gezamenlijk. Indien er evenveel kandidaten zijn als door de desbetreffende categorieën te vervullen plaatsen, worden alle kandidaten als benoemd door het algemeen bestuur verklaard.

  • 5.

    Bij de benoeming van een lid van het dagelijks bestuur van buiten de kring van leden van het algemeen bestuur wordt overeenkomstig artikel 1.2, eerste lid, van dit reglement een commissie ingesteld die onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Waterschapswet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig artikel 1.2, tweede tot en met vierde lid van dit reglement.

 

Artikel 1.4. Fracties

  • 1.

    De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk via de secretaris doorgegeven aan de voorzitter. Zolang deze namen nog niet zijn doorgegeven worden voor de categorie Ingezetenen de lijsttrekkers geacht voorzitter te zijn en voor respectievelijk de categorieën “Ongebouwd”, “Natuurterreinen” en “Bedrijven” de oudste in leeftijd.

  • 2.

    Wanneer één of meer leden van een fractie zich afsplitsen en zelfstandig gaan optreden, wordt dit aangeduid als een groepering niet zijnde een fractie. Hiervan wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Dit wordt ook gedaan wanneer twee of meer fracties als één fractie gaan optreden, of één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie.

  • 3.

    Met de in het tweede lid van dit artikel beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur na de mededeling daarvan.

  • 4.

    Het algemeen bestuur beslist of en zo ja op welke wijze de fracties financieel door het waterschap worden ondersteund. Dit is geregeld in de ‘Verordening fractievergoeding AGV’

 

Hoofdstuk 1.3 commissies

 

 

Artikel 1.5. Vaste commissie

Er is één vaste commissie voor advies ten behoeve van het dagelijks bestuur.

 

Artikel 1.6. Taak en werkterrein vaste commissie voor advies

  • 1.

    De commissie dient het dagelijks bestuur van advies over alle onderwerpen die aan het algemeen bestuur ter besluitvorming worden voorgelegd.

  • 2.

    De commissie staat het dagelijks bestuur - desgevraagd of uit eigen beweging - bij in de uitoefening van zijn taak.

 

Artikel 1.7. Samenstelling vaste commissie voor advies

  • 1.

    Alle leden van het algemeen bestuur en de duo-leden hebben, gegroepeerd in de fracties waaruit het algemeen bestuur bestaat, zitting in de commissie.

  • 2.

    Het AB wijst enkele leden uit haar midden aan die bij toerbeurt de vergaderingen van de commissie voorzitten.

  • 3.

    De dijkgraaf is bevoegd aan de vergaderingen van de commissies deel te nemen.

  • 4.

    De leden van het algemeen bestuur, die tevens lid zijn van het dagelijks bestuur en de dijkgraaf hebben in de vergaderingen van de commissies een raadgevende stem.

 

Artikel 1.8. Duo-lidmaatschap

  • 1.

    Elke fractie is bevoegd maximaal twee duo-leden aan het algemeen bestuur ter benoeming voor te dragen, die kunnen deelnemen aan de vergaderingen van de commissie en daarin, namens de fractie die hen heeft benoemd, het woord kunnen voeren. Deze bevoegdheid geldt niet voor een groepering.

  • 2.

    Teneinde voor benoeming tot duo-lid in aanmerking te komen dient de persoon in kwestie:

    • a.

      te voldoen aan de eisen die in het algemeen gesteld worden aan het lidmaatschap van het algemeen bestuur;

    • b.

      voor te komen op de lijst die door de belangengroepering waartoe de fractie behoort, is ingediend ten behoeve van de verkiezingen.

  • De commissie voor de geloofsbrieven onderzoekt de geloofsbrieven en de daarbij behorende stukken van het te benoemen duo-lid.

  • 3.

    Indien de in het tweede lid van dit artikel sub b bedoelde lijst is uitgeput of het een fractie van één der geborgde zetels betreft, moet de persoon in kwestie worden voorgedragen met instemming van de belangengroepering waartoe de fractie behoort of met instemming van de organisatie die de vertegenwoordiger(s) van de betreffende categorie geborgde zetels benoemt.

  • 4.

    Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt het duo-lid in de vergadering van het algemeen bestuur waarin over diens benoeming wordt beslist de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af.

 

Artikel 1.9. Zittingsduur

  • 1.

    Het lidmaatschap van de leden van de commissie die lid zijn van het algemeen bestuur is onverbrekelijk verbonden met en begint en eindigt tegelijk met dat lidmaatschap.

  • 2.

    Het lidmaatschap van een duo-lid begint na het moment van beëdiging en eindigt van rechtswege op het tijdstip na verkiezingen dat het nieuwe algemeen bestuur aantreedt.

 

Artikel 1.10. Secretariaat en ambtelijke bijstand van de commissie

  • 1.

    Het dagelijks bestuur regelt via de secretaris het secretariaat van de commissie.

  • 2.

    Eén of meer leden van de directie van Waternet woont of wonen de vergaderingen van de commissie bij. Zij kunnen zich doen vervangen of doen bijstaan door één of meer medewerkers van Waternet.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur kan medewerkers van Waternet uitnodigen in de vergadering van de commissie ondersteuning te bieden bij het beantwoorden van bij de leden van het algemeen bestuur en de duo-leden levende vragen.

 

Artikel 1.11. commissie ad hoc

  • 1.

    Het algemeen bestuur kan voor de behandeling van een specifiek onderwerp een commissie ad hoc instellen.

  • 2.

    Het bepaalde in dit reglement over de commissie voor advies is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op een commissie ad hoc, voor zover hiervan bij de instelling van de betreffende commissie niet wordt afgeweken.

 

 

DEEL 2: VERGADERINGEN

 

 

Hoofdstuk 2.1 Algemene bepalingen

 

 

Artikel 2.1. De voorzitter

De voorzitter is belast met:

  • a.

    het leiden van de vergadering van het algemeen bestuur;

  • b.

    het handhaven van de orde van de vergadering;

  • c.

    het doen naleven van dit reglement;

  • d.

    alles wat de Waterschapswet, het Waterschapsbesluit of dit reglement hem verder opdraagt.

 

Artikel 2.2. De voorzitter van de vaste commissie voor advies

De voorzitter van de vaste commissie voor advies is belast met:

  • a.

    het leiden van de vergadering van de vaste commissie voor advies;

  • b.

    het handhaven van de orde tijdens die vergadering;

  • c.

    het doen naleven van dit reglement;

  • d.

    het bevorderen van het bestuurlijke gesprek door technische vragen buiten de orde van de vergadering te verklaren.

 

Artikel 2.3. De secretaris

  • 1.

    De secretaris is in elke vergadering van het algemeen bestuur aanwezig.

  • 2.

    De secretaris kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.

 

Artikel 2.4. Fracties

Een fractie voert in het algemeen bestuur en bij de commissie voor advies als naam de aanduiding die boven de kandidatenlijst bij de verkiezingen was geplaatst, respectievelijk de naam “Ongebouwd”, ”Natuurterreinen” of “Bedrijven”.

 

Hoofdstuk 2.2 Vergaderingen

 

 

Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen, voorbereidingen, soort vergaderingen

 

Artikel 2.5. Doelen en vormgeving vergaderingen

  • 1.

    Vergaderingen vinden plaats ten behoeve van beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming.

  • 2.

    Vergaderingen ten behoeve van beeldvorming worden door het algemeen bestuur, dan wel door de vaste commissie voor advies gehouden. Voorbeelden van vormen van vergaderingen zijn strategische sessies, informatieve sessies en technische sessies, fysiek of in digitale vorm.

  • 3.

    Vergaderingen ten behoeve van oordeelsvorming worden door het algemeen bestuur, dan wel door de vaste commissie voor advies gehouden. Voorbeelden van vormen van vergaderingen zijn discussiebijeenkomsten, strategische sessies, benen op tafel sessies of sessies in voorbereiding op besluitvorming in het algemeen bestuur, fysiek of in digitale vorm.

  • 4.

    Vergaderingen ten behoeve van besluitvorming worden uitsluitend door het algemeen bestuur gehouden.

  • 5.

    Het DB stelt jaarlijks een integrale bestuurskalender vast en maakt daarin een scherp onderscheid tussen AB- en DB-besluitvorming. Het DB legt deze bestuurskalender voor ter bespreking in het fractievoorzittersoverleg. De eventuele op basis van die bespreking aangepaste bestuurskalender wordt door het DB, ter informatie toegezonden aan het AB.

 

Artikel 2.6. Vergaderfrequentie algemeen bestuur

  • 1.

    Het algemeen bestuur vergadert ten minste 5 maal per jaar ten behoeve van besluitvorming. Het algemeen bestuur stelt uiterlijk in de laatste vergadering van een jaar een vergaderschema met mogelijke vergaderingen voor het volgende jaar vast.

  • 2.

    De vergadering start om 20.00 uur.

  • 3.

    Uiterlijk vier weken voorafgaand aan elk van de vergaderdata uit het eerste lid deelt de voorzitter via de secretaris langs elektronische weg aan de leden mee of op de betreffende datum een vergadering van het algemeen bestuur plaatsvindt en wat daarbij het aanvangstijdstip is.

  • 4.

    De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.

  • 5.

    Ingeval de voorzitter of het dagelijks bestuur dat nodig oordelen of één vijfde van het aantal zitting hebbende leden schriftelijk, met opgave van redenen, om een vergadering verzoekt, wordt deze vergadering binnen 14 dagen belegd.

 

Artikel 2.7. Vergaderfrequentie vaste commissie voor advies

  • 1.

    De commissie vergadert zo dikwijls het dagelijks bestuur of ten minste 10 leden uit het algemeen bestuur het nodig oordelen. De vergaderingen vinden telkens plaats op een van de voor het algemeen bestuur gereserveerde vergaderdata.

  • 2.

    Steeds in voorbereiding op besluitvorming in het Algemeen bestuur vindt 3 tot minimaal 2 weken daaraan voorafgaand een commissievergadering plaats. Deze start om 20.00 uur.

  • 3.

    Voor aanvang van vergaderingen van het algemeen bestuur of de in lid 2 genoemde voorbereidende commissievergaderingen en op andere in het vergaderrooster gereserveerde vergaderdata vinden tussen 18.00 en 20.00 uur diverse vergaderingen plaats. Dit tijdslot wordt gebruikt voor technische sessies, informatieve sessies, educatieve sessies, klankbordgroepen en werkgroepen.

  • 4.

    De in lid 3 genoemde verschillende vormen van vergaderingen zijn facultatief, maar zijn toegankelijk voor alle AB-leden en duo-leden. Van deze sessies worden geen verslagen gemaakt, noch worden video opnamen gemaakt. Bij uitzondering vinden maximaal twee van dergelijke sessies tegelijkertijd plaats. In de regel zal een lid van het DB initiatiefnemer en voorzitter zijn.

 

Artikel 2.8. Oproep en bekendmaking vergaderingen algemeen bestuur

  • 1.

    De voorzitter zendt via de secretaris ten minste twee weken voor een vergadering van het algemeen bestuur uitsluitend langs elektronische weg een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering, met de voorlopige agenda.

  • 2.

    De bij de voorlopige agenda behorende stukken - met uitzondering van de in artikel 37, eerste en tweede lid, van de Waterschapswet bedoelde stukken waarover geheimhouding is opgelegd – worden uitsluitend langs elektronische weg en zo spoedig mogelijk na de verzending van de oproep en de voorlopige agenda aan de leden van het algemeen bestuur verzonden. Daarbij dienen tenminste twee volle zaterdagen en zondagen te verstrijken tussen de dag van verzenden en de dag van vergadering. Nazending van stukken vindt plaats wanneer dit noodzakelijk en onvermijdbaar is.

  • 3.

    De stukken als bedoeld in artikel 37, eerste en tweede lid, van de Waterschapswet worden aan de leden van het algemeen bestuur verzonden in een gesloten envelop voorzien van het opschrift ‘geheim’. Deze gesloten envelop wordt in een envelop gestoken die voorzien is van de naam van de geadresseerde.

  • 4.

    Gelijktijdig met de toezending als bedoeld in het tweede lid van de bij de voorlopige agenda behorende stukken worden de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, behalve de stukken als bedoeld in artikel 37, eerste en tweede lid, van de Waterschapswet, op de website van het waterschap geplaatst. Stukken waarin persoonsgegevens zijn vermeld worden voorafgaand aan de plaatsing geanonimiseerd.

 

Artikel 2.9. Oproep en bekendmaking vergaderingen vaste commissie voor advies

  • 1.

    Het secretariaat van de vaste commissie voor advies zendt uitsluitend langs elektronische weg een oproep aan de leden en duo-leden onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. De oproep gaat vergezeld van de agenda en de vergaderstukken. Daarbij dienen tenminste twee volle zaterdagen en zondagen te verstrijken tussen de dag van verzenden en de dag van vergadering. Nazending van stukken vindt plaats wanneer dit noodzakelijk en onvermijdbaar is.

  • 2.

    Gelijktijdig met de oproeping wordt de agenda met de vergaderstukken op de website van het waterschap geplaatst. Daarbij wordt gewezen op de mogelijkheid voor derden om over de onderwerpen die op de agenda zijn vermeld in te spreken. Stukken waarin persoonsgegevens zijn vermeld worden voorafgaand aan de plaatsing geanonimiseerd.

 

Artikel 2.10. Agenda vergadering algemeen bestuur

  • 1.

    In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van het algemeen bestuur langs elektronische weg verzonden en openbaar gemaakt overeenkomstig artikel 9, tweede en vierde lid.

  • 2.

    Bij aanvang van de vergadering stelt het algemeen bestuur de agenda vast. Op voorstel van een lid van het algemeen bestuur of de voorzitter kan het algemeen bestuur bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.

  • 3.

    Wanneer het algemeen bestuur een onderwerp dat ter besluitvorming voorligt onvoldoende voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het dagelijks bestuur nadere inlichtingen of advies vragen.

  • 4.

    Op voorstel van een lid van het algemeen bestuur of van de voorzitter kan het algemeen bestuur de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

 

Artikel 2.11. Interpellatieverzoek vergadering algemeen bestuur

  • 1.

    Ieder lid van het algemeen bestuur kan een verzoek tot het houden van een interpellatie indienen. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering digitaal via de secretaris bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.

  • 2.

    De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk via de secretaris ter kennis van de overige leden van het algemeen en het dagelijks bestuur. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht.

 

Artikel 2.12. Initiatiefvoorstel vergadering algemeen bestuur

  • 1.

    Wie een initiatiefvoorstel wil indienen gaat via de secretaris in overleg met de organisatie om te komen tot een goed onderbouwd voorstel. Waarbij ook wordt opgenomen welke financiering de opsteller voor ogen heeft, als een voorstel ook financiële consequenties heeft. Het is de initiatiefnemer die de opsteller is van het initiatiefvoorstel. De ambtelijke bijstand is ter ondersteuning.

  • 2.

    Vervolgens dient het AB-lid zijn of haar initiatiefvoorstel tijdens een AB-vergadering in bij het agendapunt “mededelingen, actualiteiten”, met een korte mondelinge toelichting.

  • 3.

    Het DB agendeert het initiatiefvoorstel voor een volgende commissievergadering voorzien van een advies en mogelijk nadere informatie.

  • 4.

    De commissiebespreking dient dan ter advisering aan de indiener van het voorstel.

  • 5.

    De indiener beslist of het voorstel al dan niet aangepast wordt geagendeerd tijdens de daaropvolgende AB-vergadering.

  • 6.

    Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een lid van het dagelijks bestuur, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van het algemeen bestuur terstond aan de agenda toegevoegd worden.

 

Artikel 2.13. Formele Schriftelijke Vragen

  • 1.

    Ieder lid kan schriftelijk dan wel langs elektronische weg vragen stellen. Vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd.

  • 2.

    In het geval van technische vragen worden deze ambtelijke beantwoord. De betreffende portefeuillehouder wordt op de hoogte gebracht van de vragen en de antwoorden.

  • 3.

    De formele schriftelijke vragen worden bij de secretaris ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen langs elektronische weg ter kennis van de overige leden van het algemeen bestuur en de voorzitter worden gebracht.

  • 4.

    Beantwoording langs elektronische weg vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het dagelijks bestuur of de voorzitter de vragensteller hiervan via de secretaris gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.

  • 5.

    De vragen, en de antwoorden van het dagelijks bestuur worden door tussenkomst van de secretaris langs elektronische weg aan de leden van het algemeen bestuur toegezonden en geplaatst op de lijst van ter kennisname stukken van het algemeen bestuur.

  • 6.

    De vraagsteller kan, bij beantwoording langs elektronische weg, deze ter bespreking aanmelden voor bespreking in een informatieve sessie (in het geval van aanvullende vragen), dan wel gebruiken als aanleiding voor een interpellatie. Zie artikel 2.11 en 2.17 (in het geval van een politieke duiding), dan wel gebruiken als aanleiding voor mondelinge vragen aan het begin van een commissievergadering (in het geval van een onderliggend advies aan het DB).

  • 7.

    Aan het begin van een vergadering onder van de vaste commissie voor advies is er de gelegenheid tot het stellen van mondelinge vragen. Deze worden minimaal 48 uur vooraf ingediend via de secretaris bij de voorzitter.

 

Artikel 2.14. Agenda vergadering vaste commissie voor advies

Het dagelijks bestuur stelt de agenda van de commissie vast.

 

Paragraaf 2 Orde der vergaderingen

 

Artikel 2.15. Presentielijst vergadering algemeen bestuur

  • 1.

    Na binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van het algemeen bestuur de presentielijst.

  • 2.

    Die lijst wordt door de voorzitter en de secretaris door ondertekening vastgesteld.

 

Artikel 2.16. Opening vergadering algemeen bestuur

  • 1.

    De voorzitter opent de vergadering waarin onderwerpen ter besluitvorming zijn geagendeerd op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal leden van het algemeen bestuur blijkens de presentielijst aanwezig is.

  • 2.

    Wanneer een half uur na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter de dag en het uur van de volgende vergadering voor de ter besluitvorming geagendeerde onderwerpen.

  • 3.

    Indien geen quorum aanwezig is, opent de voorzitter de vergadering op het oorspronkelijk vastgestelde uur uitsluitend ter bespreking van de ter beeld- en oordeelsvorming geagendeerde onderwerpen.

 

Artikel 2.17. Interpellatieverzoek

  • 1.

    Het algemeen bestuur bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.

  • 2.

    De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van het algemeen bestuur niet meer dan eenmaal, de leden van het dagelijks bestuur niet meer dan eenmaal, tenzij het algemeen bestuur hen hiertoe verlof geeft.

 

Artikel 2.18. Opening vergadering commissie voor advies

  • 1.

    Voor de vergaderingen van de commissie is geen quorum van toepassing.

  • 2.

    De vergaderingen van de commissie worden in principe in het openbaar gehouden, tenzij wordt besloten tot een besloten vergadering zoals geregeld in artikel 2.39.

  • 3.

    Aan het begin van een vergadering van de commissie is er gelegenheid voor het stellen van mondelinge vragen, tenzij er via de secretaris bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend (minimaal 48 uur vooraf). In bijzondere gevallen kan de commissie bepalen dat het vragenrondje op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter van de vergadering bepaalt op welk tijdstip het vragenrondje eindigt.

  • 4.

    Het lid van de commissie dat een vraag wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van het vragenuur via de secretaris bij de voorzitter. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenrondje aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de vergadering op diezelfde dag aan de orde komt.

  • 5.

    De voorzitter van de vergadering bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenrondje aan de orde worden gesteld.

  • 6.

    Per onderwerp wordt aan de vraagsteller het woord verleend om één of meer vragen aan de dijkgraaf of de andere leden van het dagelijks bestuur te stellen en een toelichting daarop te geven.

  • 7.

    Na de beantwoording door het dagelijks bestuur of de dijkgraaf krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.

  • 8.

    Vervolgens kan de voorzitter van de vergadering aan andere leden van het algemeen bestuur het woord verlenen om hetzij aan de vraagsteller, hetzij aan het dagelijks bestuur vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

 

Artikel 2.19. Ingekomen stukken algemeen bestuur

  • 1.

    Bij het algemeen bestuur ingekomen stukken worden onverwijld opgenomen in de lijst van ter kennisname stukken van de vergaderingen van het dagelijks bestuur.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur is belast met de afdoening van de ingekomen stukken.

  • Het dagelijks bestuur stuurt de ingekomen stukken door naar het algemeen bestuur en voorziet deze van een wijze van afdoening via de lijst van ter kennisname stukken voor het algemeen bestuur.

 

Artikel 2.20. Spreekregels bij besluitvorming algemeen bestuur

  • 1.

    De beraadslaging over een onderwerp of voorstel dat ter besluitvorming voorligt geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de voorzitter anders beslist.

  • 2.

    Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

  • 3.

    Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 4.

    Het derde lid is niet van toepassing op:

    • a.

      de rapporteur van een commissie;

    • b.

      het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel;

    • c.

      het lid van het dagelijks bestuur, dat in het bijzonder belast is met het in behandeling zijnde onderwerp.

  • 5.

    Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

 

Artikel 2.21. Beraadslaging

  • 1.

    Het algemeen bestuur kan op voorstel van de voorzitter of een lid van het algemeen bestuur beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2.

    Op verzoek van een lid van het algemeen bestuur of op voorstel van de voorzitter kan het algemeen bestuur besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het dagelijks bestuur of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad.

  • 3.

    De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

 

 

Artikel 2.22. Amendementen en subamendementen

  • 1.

    Ieder lid van het algemeen bestuur is bevoegd - tot het sluiten van de beraadslagingen - amendementen in te dienen op voorgestelde besluiten en op een amendement dat door een ander lid is voorgesteld (subamendement). Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.

  • 2.

    Elk amendement, elk subamendement en elk voorstel moet, om in behandeling genomen te worden, digitaal via de secretaris bij de voorzitter worden ingediend - tenzij de voorzitter, met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde, oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan - en door ten minste twee andere leden worden ondersteund.

  • 3.

    Er kan alleen beraadslaagd worden over (sub)amendementen die ingediend zijn door leden van het algemeen bestuur die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.

  • 4.

    De behandeling van een (sub)amendement op een ingediend voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat voorstel plaats.

  • 5.

    Ter vergadering wordt het ingediende (sub)amendement digitaal gedeeld met de deelnemers aan de vergadering.

  • 6.

    Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door het algemeen bestuur heeft plaatsgevonden.

  • 7.

    Na afloop van de vergadering wordt het (sub)amendement toegevoegd aan de vergaderstukken.

 

Artikel 2.23. Moties

  • 1.

    Ieder lid van het algemeen bestuur kan ter vergadering een motie indienen.

  • 2.

    Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden bij voorkeur digitaal en bij voorkeur 24 uur voorafgaand aan de bespreking via de secretaris bij de voorzitter worden ingediend en door tenminste twee andere leden te worden ondersteund.

  • 3.

    Ter vergadering wordt de ingediende motie digitaal gedeeld met de deelnemers aan de vergadering.

  • 4.

    Na afloop van de vergadering wordt de motie toegevoegd aan de vergaderstukken.

  • 5.

    De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.

  • 6.

    De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

  • 7.

    Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door het algemeen bestuur heeft plaatsgevonden.

  • 8.

    Wanneer na aanname van een motie door het dagelijks bestuur in zijn vergadering wordt geconstateerd dat de uitvoering op bezwaren stuit, heeft het dagelijks bestuur tot 3 weken de tijd om te besluiten tot het niet uitvoeren van de motie, het algemeen bestuur van dit besluit en de bezwaren op de hoogte te brengen. Het besluit wordt geagendeerd ter bespreking op de agenda van de eerstvolgende commissievergadering.

 

Artikel 2.24. Spreektijd

  • 1.

    Op voorstel van de voorzitter kan het algemeen bestuur in zijn vergaderingen voor alle geagendeerde onderwerpen de spreektijd per fractie vaststellen.

  • 2.

    De voorzitter van de commissievergadering bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de deelnemers aan de vergadering.

 

Artikel 2.25. Handhaving orde, schorsing

  • 1.

    Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

    • a.

      de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;

    • b.

      een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

  • 2.

    Indien een spreker beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen gebruikt, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

  • 3.

    De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.

 

Artikel 2.26. Voorstellen van orde algemeen bestuur

  • 1.

    De voorzitter en ieder lid van het algemeen bestuur kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2.

    Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3.

    Over een voorstel van orde beslist het algemeen bestuur terstond.

 

Artikel 2.27. Deelname aan de beraadslaging door anderen tijdens beeld- of oordeelsvormende vergaderingen

  • 1.

    Het algemeen bestuur en de commissie voor advies kunnen op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging, voor zover het beeld- of oordeelsvormende vergaderingen betreft.

  • 2.

    Toehoorders bij een openbare vergadering kunnen 24 uur vóór de aanvang van de vergadering digitaal verzoeken in de gelegenheid te worden gesteld om voorafgaand aan de behandeling van het betreffend agendapunt evenals (indien gewenst) voorafgaand aan de bespreking in tweede termijn, het woord te voeren over een onderwerp dat op de agenda is vermeld. Een dergelijk verzoek wordt bij de secretaris ingediend en kan bij meerderheid van stemmen worden afgewezen.

  • 3.

    Toehoorders bij een openbare vergadering kunnen 24 uur vóór de aanvang van de vergadering digitaal verzoeken in de gelegenheid te worden gesteld om een onderwerp voor de vergadering te agenderen en daarover het woord te voeren. Een dergelijk verzoek wordt bij de secretaris ingediend en kan bij meerderheid van stemmen worden afgewezen.

  • 4.

    De voorzitter van de vergadering bepaalt – in geval meerdere personen het woord willen voeren – de volgorde van de sprekers, stelt de duur van de spreektijd vast per inspreker en regelt al hetgeen overigens nodig of gewenst is ten einde een en ander in goede orde te laten verlopen.

  • 5.

    De commissie is bevoegd externe deskundigen uit te nodigen een vergadering van de commissie bij te wonen. Deze personen kunnen haar met raad bijstaan. Indien aan het uitnodigen van externe deskundigen kosten zijn verbonden, is daarvoor vooraf machtiging vereist van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur kan dit uitnodigen niet weigeren.

 

Artikel 2.28. Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat het algemeen bestuur tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te motiveren.

 

Hoofdstuk 2.3 Procedures bij stemmingen in vergadering algemeen bestuur

 

 

Artikel 2.29. Algemene bepalingen over stemming

  • 1.

    De voorzitter stelt vast of een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht en sluit de beraadslaging. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. De voorzitter formuleert het voorstel over de te nemen beslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.

  • 2.

    In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 38a Waterschapswet van stemming te hebben onthouden.

  • 3.

    Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.

  • 4.

    Stemming vindt plaats bij handopsteken, tenzij de voorzitter of één der leden hoofdelijke stemming verlangt.

  • 5.

    De voorzitter verzoekt de leden die voor zijn een hand op te steken; de overige leden worden geacht tegen te hebben gestemd. Wanneer de uitslag naar het oordeel van de voorzitter of slechts één lid niet duidelijk is, wordt hoofdelijk gestemd.

  • 6.

    Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter de leden van het algemeen bestuur bij naam op hun stem uit te brengen. De oproeping geschiedt naar alfabetische volgorde.

  • 7.

    Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 38a Waterschapswet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.

  • 8.

    De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.

  • 9.

    Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.

  • 10.

    Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering is het voorstel verworpen. Indien de stemmen staken in een niet-voltallige vergadering, wordt het nemen van het besluit uitgesteld tot een volgende vergadering waarin de beraadslagingen worden heropend. Indien in die vergadering de staken wederom staken, is het voorstel alsnog verworpen.

  • 11.

    Onder een voltallige vergadering wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan een vergadering waarin alle zitting hebbende leden, voor zover zij zich niet op grond van de Waterschapswet van stemming moeten onthouden, een stem hebben uitgebracht.

  • 12.

    De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

 

Artikel 2.30. Stemming over amendementen en moties

  • 1.

    Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.

  • 2.

    Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.

  • 3.

    Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.

  • 4.

    Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over de motie en vervolgens over de eventuele (sub)amendementen en het voorstel gestemd.

 

Artikel 2.31. Stemming over personen

  • 1.

    Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming, het opstellen van een voordracht of een aanbeveling zal plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden tot stembureau.

  • 2.

    Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Waterschapswet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.

  • 3.

    Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. Het algemeen bestuur kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

  • 4.

    Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.

  • 5.

    Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 38c van de Waterschapswet worden de leden die een ongeldig stembriefje hebben ingeleverd geacht geen (geldige) stem te hebben uitgebracht. Onder een ongeldig stembriefje wordt verstaan:

    • a.

      een blanco ingevuld stembriefje;

    • b.

      een ondertekend stembriefje;

    • c.

      een stembriefje waarop meer dan 1 naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;

    • d.

      een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe destemming is beperkt.

  • 6.

    In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist het algemeen bestuur, op voorstel van de voorzitter.

  • 7.

    Onder de zorg van de secretaris worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

 

Artikel 2.32. Herstemming over personen

  • 1.

    Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.

  • 2.

    Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.

  • 3.

    Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

 

Artikel 2.33. Beslissing door het lot

  • 1.

    Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.

  • 2.

    Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.

  • 3.

    Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

 

Hoofdstuk 2.4 Verslagen en besluitenlijst

 

 

Artikel 2.34  

  • 1.

    De secretaris draagt zorg voor het opstellen van een besluitenlijst van het algemeen bestuur en voor een overzicht van de door de vaste commissie voor advies verstrekte adviezen. Tevens draagt de secretaris zorg voor een overzicht van alle afspraken en toezeggingen.

  • 2.

    De vergaderingen worden op beeld en geluid opgenomen en uitgezonden op de website van het waterschap tenzij anders wordt besloten.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur draagt er via de secretaris zorg voor dat de opnamen van de vergaderingen na afloop worden omgezet in een beeld- en geluidverslag dat op de website van het waterschap wordt geplaatst.

 

Hoofdstuk 2.5 Besloten vergadering

 

 

Artikel 2.35. Algemeen bestuur

Op een besloten vergadering van het algemeen bestuur zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

 

Artikel 2.36. Verslag

  • 1.

    Het verslag van een besloten vergadering wordt uitsluitend aan de leden toegezonden.

  • 2.

    Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt het algemeen bestuur een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

 

Artikel 2.37. Geheimhouding

Voor de afloop van de besloten vergadering beslist het algemeen bestuur overeenkomstig artikel 37, derde en vierde lid, van de Waterschapswet of, omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde, geheimhouding zal gelden.

 

Artikel 2.38. Opheffing geheimhouding

Het algemeen bestuur kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Dit bestuur kan deze beslissing nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht. Indien het algemeen bestuur voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

 

Artikel 2.39. Besloten vergadering commissie voor advies

  • 1.

    De voorzitter of ten minste vijf leden van de commissie kunnen een verzoek aan de commissie voorleggen om met gesloten deuren te vergaderen. De beraadslaging van de commissie over een dergelijk verzoek vindt met gesloten deuren plaats.

  • 2.

    De bepalingen van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

  • 3.

    Het verslag van een besloten vergadering ligt voor de leden van het algemeen bestuur ter inzage.

 

Hoofdstuk 2.6 Toehoorders en pers

 

 

Artikel 2.40. Toehoorders en pers

  • 1.

    De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

  • 2.

    Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

 

Artikel 2.41. Geluid- en beeldregistraties

  • 1.

    Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering van het algemeen bestuur of de commissie geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers of vrijheid van meningsuiting aantasten.

  • 2.

    Bij het maken van beeld- of geluidsopnames zijn (vergader)deelnemers zich bewust van de openbaarheid of vertrouwelijkheid van het besprokene. AB-leden en duo-leden zijn zich bewust van hun volksvertegenwoordigende rol tijdens openbare vergaderingen, wat betekent dat, anders dan bij insprekers of medewerkers, AB-leden en duo-leden zonder voorafgaande toestemming gefotografeerd of gefilmd kunnen worden voor gebruik op social media of anderszins.

  • 3.

    De voorzitter of het algemeen bestuur kan besluiten dat zijn vergaderingen op de radio, TV of met behulp van andere websites of communicatiekanalen dan die van AGV op het internet kunnen worden gevolgd.

 

ADDENDUM

 

Voor de duur van de geldigheid van de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met als doel het mogelijk maken van digitale beraadslaging en besluitvorming door het algemeen bestuur van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de commissie van advies wordt het reglement tijdelijk gewijzigd. De hiernavolgende bepalingen vervangen de genoemde artikelen uit bovenstaand Reglement van Orde:

 

 

Hoofdstuk 2.2 Vergaderingen

Paragraaf 1: Tijdstip van vergaderingen, voorbereidingen, soort vergaderingen

Artikel 2.14 Agenda vergadering vaste commissie voor advies

 

Nieuw lid 2: Als dat de vergadering ten goede komt wordt voorafgaand aan de bespreking een schriftelijke ronde van vragen stellen en opmerkingen aanleveren georganiseerd. Het is mogelijk schriftelijke vragen per onderwerp in te dienen bij betrokken bestuursadviseur (gegevens bij het onderwerp op de site). Uitgangspunt is de vragen uiterlijk 7 dagen voor vergadering in te dienen en waar mogelijk terughoudend te zijn met het aantal vragen en impact op de hoeveelheid werk voor beantwoording door de organisatie. Antwoorden en opmerkingen en indien wenselijk een eerste reactie van de portefeuillehouder worden toegevoegd aan de vergaderstukken bij de bespreking.

 

Nieuw lid 3: Het uitgangspunt is dat per fractie één lid deelneemt aan de videovergadering.

 

Nieuw lid 4: Er wordt door het BDO secretariaat een Videovergadering gepland met een DB-lid (anders dan betrokken portefeuillehouder) als technisch voorzitter, de portefeuillehouder, de woordvoerders, de betrokken bestuursadviseur voor het noteren van afspraken en toezeggingen en de bij het voorstel betrokken

Waternetmedewerkers. De deelnemers ontvangen een agendareservering in de mail met daarin een link naar de videovergadering opgenomen.

 

 

Paragraaf 2: Orde der vergaderingen

Artikel 2.15 Presentielijst vergadering algemeen bestuur

Lid 1 vervalt

Nieuw lid 1: Bij de start van de videovergadering controleert de voorzitter de aanwezigheid van de AB-leden en het functioneren van de techniek door het noemen van de namen en de bevestiging van de aanwezigheid door de AB-leden.

 

Artikel 2.16 Opening vergadering algemeen bestuur

Lid 1 wordt gewijzigd in:

De voorzitter opent de vergadering waarin onderwerpen ter besluitvorming zijn geagendeerd op het vastgestelde uur indien meer dan de helft van het aantal leden van het algemeen bestuur blijkens het controleren van de namenlijst aanwezig is.

 

Artikel 2.18 Opening vergadering commissie voor advies

Artikel 2 wordt gewijzigd in:

De videovergaderingen met betrekking tot de onderwerpen die voor commissiebespreking ter advisering zijn geagendeerd worden als het technisch mogelijk is live uitgezonden. Mocht dat niet het geval zijn dan wordt het videoverslag na afloop aan de vergadering aan de stukken toegevoegd.

 

Lid 3-8 vervallen

 

Artikel 2.22 Amendementen en subamendementen

Lid 3: “(…) die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn” wordt: die blijkens de controle van de namenlijst deelnemen aan de vergadering en online zijn.

 

Artikel 2.27 Deelname aan de beraadslaging door anderen

Lid 2 wordt aangevuld. De inspreker ontvangt de link naar de videovergadering en wordt daarmee in de gelegenheid gesteld op het bewuste agendapunt in te spreken. De inspreker wordt na afloop van de bespreking uit de videovergadering verwijderd.

 

 

Hoofdstuk 2.3 Procedures bij stemmingen in vergadering a lgemeen bestuur

Artikel 2.29

Lid 1 tot en met 6 vervallen

Nieuw lid 1: De voorzitter stelt vast of een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht en sluit de beraadslaging.

Nieuw lid 2: De voorzitter gaat over tot stemming. De voorzitter leest de namen van de aanwezigen voor in alfabetische volgorde. Wie het woord krijgt spreekt zich uit met een “voor” of “tegen”, zonder enige toevoeging.

 

Lid 7-12 worden omgenummerd

 

Wijziging lid 7 In plaats van “Bij een hoofdelijke stemming (…)”, wordt “Bij een stemming (…)”

 

Artikel 2.31 stemming over personen

Lid 1-6 vervallen

Nieuw lid 1: Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming, het opstellen van een voordracht of een aanbeveling zal plaatshebben, wordt een stemming via stembriefjes gehouden.

Nieuw lid 2: Gewaarmerkte maar niet tot een persoon herleidbare stembriefjes die speciaal voor dat doel worden gemaakt worden voorafgaand aan de vergadering toegestuurd voorzien van een antwoordenveloppe.

Nieuw lid 3: De deelnemers aan de stemming wordt gevraagd het ingevulde stembriefje met behulp van de antwoordenveloppe na afloop van de vergadering te posten.

Nieuw lid 4: Een week na de vergadering vindt de telling van de stemmen plaats in aanwezigheid van de secretaris.

Nieuw lid 5: De voorzitter maakt de uitslag bekend.

 

Lid wordt lid 6

 

Hoofdstuk 2.4 Verslagen en besluitenlijst

Artikel 2.34

Gewijzigd Lid 2: De vergaderingen worden op beeld en geluid opgenomen en indien technisch mogelijk rechtstreeks uitgezonden op de website van het waterschap.

 

DEEL 3: SLOTBEPALINGEN

 

 

Artikel 3.1. Uitleg reglement

In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist het algemeen bestuur op voorstel van de voorzitter. In vergaderingen van de vaste commissie voor advies beslist de voorzitter van die vergadering hierover.

 

Artikel 3.2. Inwerkingtreding

  • 1.

    Dit reglement treedt op 1 januari 2017 in werking. Op dat tijdstip vervalt het Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, vastgesteld bij besluit van het algemeen bestuur d.d. 2 juli 2009, nr AB 09/ 044, nadien gewijzigd bij besluit van het algemeen bestuur d.d. 28 november 2013 (BBV13.028).

  • 2.

    Met ingang van 1 januari 2017 vervalt tevens de Verordening op de commissies uit het algemeen bestuur van AGV 2009, vastgesteld bij besluit van het algemeen bestuur d.d. 8 oktober 2009 (AB 09/54), nadien gewijzigd bij besluit van het algemeen bestuur d.d. 28 november 2013 (BBV13.0299).

  • 3.

    De tijdelijke wijzigingen zoals vastgelegd in het addendum zijn van kracht per 15 april 2020 tot zo lang “de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba” van kracht is.

  • 4.

    De wijziging van het reglement treedt in op 2 juli 2020.

 

Artikel 3.3. Citeertitel

Dit reglement kan aangehaald worden als ‘Reglement van orde voor de vergaderingen van het AB en de commissie voor advies van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2020.

 

Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht in zijn vergadering d.d. 15-12-2016, gewijzigd in de vorm van een addendum door het algemeen bestuur van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht in zijn vergadering van 14 mei 2020 en gewijzigd door het algemeen bestuur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht in zijn vergadering van 2 juli 2020.

 

 

Toelichting op het Reglement van orde voor de vergaderingen van het AB en de c ommissie voor advies van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

 

I. Algemeen

 

  • 1.

    In het Reglement voor het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2020 (voorheen het Reglement van bestuur is in artikel 9 bepaald dat het algemeen bestuur voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vaststelt. Dit reglement van orde vervangt het reglement van orde voor het algemeen bestuur dat in juli 2009 is vastgesteld en gewijzigd in november 2013, en de Verordening op de commissies uit het algemeen bestuur van oktober 2009, gewijzigd in november 2013. Wegens de nieuwe flexibele stijl van vergaderen zijn de twee regelingen samengevoegd, zodat de flexibiliteit reglementair mogelijk is. In dit reglement is ook rekening gehouden met het opnemen van de waterschappen in de Kieswet in 2014.

  • 2.

    Dit reglement van orde bestaat uit drie delen: het eerste deel handelt over institutionele (inrichtings) aspecten, het tweede deel over de vergaderingen zelf en de voorbereidingen daarvan en een deel met slotbepalingen.

  • 3.

    Een aantal artikelen is alleen van toepassing op vergaderingen van het algemeen bestuur, bijvoorbeeld alle artikelen over besluitvorming, een aantal alleen op vergaderingen van de commissie en een aantal op beide. Dit is zoveel mogelijk aangegeven in de kopjes of blijkt uit de tekst van het betreffende artikel.

  • 4.

    De Waterschapswet bevat zelf ook een aantal artikelen die betrekking hebben op de orde van vergaderingen van het algemeen bestuur. Daarmee moet rekening worden gehouden en daarvan kan niet worden afgeweken. Dit betreft de volgende artikelen, waarbij voor de commissievergaderingen zo veel mogelijk is aangesloten:

  • Artikel 35 inzake de openbaarheid van de vergaderingen (hetgeen de hoofdregel is) en wanneer de deuren gesloten kunnen worden.

  • Artikel 36 inzake de onderwerpen waarover niet in een besloten vergadering kan worden besloten.

  • Artikel 37 inzake het opleggen van geheimhouding.

  • Artikel 38, 38a, 38b en 38 c inzake het stemmen en de stemmingen.

  • Artikel 39 inzake de onschendbaarheid voor hetgeen ter vergadering naar voren is gebracht.

  • 5.

    In de bijlage bij deze toelichting is de volledige tekst van de hiervoor genoemde artikelen van de Waterschapswet opgenomen.

 

 

II. Artikelsgewijze toelichting

 

DEEL 1

Hoofdstuk 1.1

Artikel 1.1

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Hoofdstuk 1.2

Artikel 1.2

Dit artikel regelt het onderzoek door het algemeen bestuur van de geloofsbrieven van de nieuw benoemde leden en de beslissing tot toelating van het algemeen bestuur. Voor de gekozenen uit de categorie ingezetenen vloeit dit voort uit de Kieswet, voor de benoemden in de geborgde zetels uit de Waterschapswet.

Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Dit onderzoek wordt voorbereid door een door de voorzitter aan het begin van de zittingsperiode uit het algemeen bestuur te benoemen commissie voor de geloofsbrieven. Bij het onderzoek zal ook de vraag worden betrokken of sprake is van incompatibiliteiten en niet toegestane nevenfuncties. De commissie brengt verslag uit aan het algemeen bestuur; dit kan zowel mondeling als schriftelijk.

Er is een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe algemeen bestuur of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een verkiezing dienen de algemeen bestuursleden in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte af te leggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van het algemeen bestuur over de toelating van het betrokken lid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een lid van het algemeen bestuur bij het aanvaarden van het lidmaatschap van het algemeen bestuur moet afleggen, is in artikel 34 van de Waterschapswet vastgelegd.

 

Artikel 1.3

Voor het kiezen van de leden van het dagelijks bestuur moet eerst een besluit worden genomen over de omvang van het dagelijks bestuur met inachtneming van het bepaalde in het Reglement voor het Waterschap AGV 2017. Vervolgens vinden verkiezingen plaats tussen door de fracties voorgedragen kandidaten. Vanuit de gedachte dat de meerderheid van het algemeen bestuur bestaat uit gekozen vertegenwoordigers van de categorie ingezetenen, is er voor gekozen eerst de db-leden uit die categorie te laten benoemen.

Het vijfde lid geeft invulling aan een leemte in de Waterschapswet. De Waterschapswet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een lid van het dagelijks bestuur, maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor een lid van het dagelijks bestuur zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur (artikelen 31 en 45 Waterschapswet). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van lid van het dagelijks bestuur van buiten de kring van het algemeen bestuur ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen.

 

Artikel 1.4

De Waterschapswet kent het begrip ’fracties’ niet, maar gaat onder andere in artikel 14 wel uit van het bestaan van in het algemeen bestuur vertegenwoordigde categorieën van belanghebbenden. Voor de categorie ingezeten hebben verkiezingen plaatsgevonden waaraan geregistreerde belangengroeperingen konden deelnemen.

In navolging van vertegenwoordigende lichamen van algemeen bestuur ligt het in de rede ook bij waterschapsbesturen te spreken van fracties.

Het is mogelijk dat één of meer leden van het algemeen bestuur uit een fractie stappen en dan als zelfstandige groepering verder gaan of zich aansluiten bij een andere fractie. Het algemeen bestuur heeft hierover geen zeggenschap. Een mededeling aan de voorzitter van het algemeen bestuur is voldoende. Het algemeen bestuur is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.

Het Reglement voor het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2017 bepaalt de omvang van de vertegenwoordigers van de geborgde belangen; het is dus formeel niet mogelijk dat een gekozen vertegenwoordiger van de categorie ingezetenen (dat wil zeggen: de bij verkiezingen gekozenen) lid wordt van een fractie die is samengesteld uit benoemde vertegenwoordigers en omgekeerd dat benoemde vertegenwoordigers lid worden van een fractie uit de categorie ingezetenen.

Ter uitwerking van het bepaalde in het vierde lid van dit artikel is de Verordening fractievergoeding AGV opgesteld.

 

Hoofdstuk 1.3

Dit hoofdstuk is gewijd aan het instellen van commissies en vervangt deels de vroegere Verordening op de Commissies van het algemeen bestuur van AGV.

Dit betreft onder meer de volgende aspecten:

- er is één vaste commissie waarvan alle leden van het algemeen bestuur lid zijn;

- de mogelijkheid van duo-leden;

 

Artikel 1.5

Dit artikel regelt de instelling van één vaste commissie voor advies.

 

Artikel 1.6

Dit artikel regelt de taak en het werkterrein van de vaste commissie.

 

Artikel 1.7

Dit artikel regelt de samenstelling van de vaste commissie

Lid 1 regelt dat alle leden van het algemeen bestuur in fractieverband lid zijn van de commissie.

Lid 2 regelt dat het AB enkele leden uit haar midden aanwijst om bij toerbeurt het commissievoorzitterschap op zich te nemen.

Lid 3 regelt de bevoegdheid van de dijkgraaf om deel te nemen aan de vergaderingen van de commissies. Dit is nodig omdat hij niet behoort tot de in lid 1 genoemde leden van het algemeen bestuur.

Lid 4 regelt dat de leden van het algemeen bestuur die tevens lid zijn van het dagelijks bestuur, evenals de dijkgraaf, in de vergaderingen van de commissies een raadgevende stem hebben. Dat wil zeggen dat zij wel mogen deelnemen aan de beraadslagingen, maar niet aan het uiteindelijke advies. Het advies wordt immers uitgebracht aan het dagelijks bestuur, zodat zij anders aan zichzelf zouden adviseren. Het begrip 'raadgevende stem' is afkomstig uit artikel 94 Waterschapswet dat handelt over de bevoegdheid van de voorzitter. Het derde lid van dat artikel bepaalt dat deze in de vergaderingen van het algemeen bestuur een raadgevende stem heeft.

 

Artikel 1.8

Dit artikel regelt de mogelijkheid duo-leden te benoemen in de commissie.

Lid 1 regelt dat elke fractie bevoegd is maximaal twee duo-leden te benoemen. Uiteraard kunnen deze alleen aan de vergaderingen deelnemen als een fractielid verhinderd is de vergadering bij te wonen of er voor kiest dat niet te doen.

Lid 2 regelt de eisen waaraan een dergelijk lid moet voldoen.

Het gestelde sub a legt zekerheidshalve vast, hoewel dit feitelijk vanzelf spreekt, dat de algemene eisen die gelden voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur ook van toepassing zijn op het duo-lid gelden. Dit betreft bijv. de incompatibiliteiten en de eis dat het duo-lid een overzicht van zijn hoofd- en nevenfuncties openbaar maakt.

Verder geldt dat er een duidelijke relatie moet bestaan tussen het duo-lid en de fractie die voordraagt voor benoeming. Daartoe strekt het gestelde sub b.

Lid 3 biedt een oplossing voor het geval de in het tweede lid sub b gestelde voorwaarde op problemen stuit.

Lid 4 verbiedt de mogelijkheid van duo-leden voor afgesplitste fracties, die niet beschikken over een fractielijst.

Lid 5 regelt de aflegging van eed of belofte en verklaring.

 

Artikel 1.9

Lid 1 regelt de zittingsduur van het lidmaatschap van de commissie voor degenen die lid zijn van het algemeen bestuur.

Lid 2 regelt de zittingsduur voor de duo-leden.

 

Artikel 1.10

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 1.11

Dit artikel opent de mogelijkheid voor bepaalde specifieke onderwerpen een commissie ad hoc in te stellen. Op een dergelijke commissie zijn de bepalingen van dit reglement waar mogelijk ook van toepassing. Ten tijde van de vaststelling van deze verordening kent AGV twee van dergelijke commissies: de Rekenkamercommissie en de Auditcommissie.

 

DEEL 2

Hoofdstuk 2.1

 

Artikel 2.1

De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. Artikel 10, tweede lid, van de Waterschapswet schrijft dit voor. De regeling bij verhindering staat in artikel 51a van de Waterschapswet. Deze komt er kort samengevat op neer dat dan een door het dagelijks bestuur aan te wijzen ander lid van dat bestuur het ambt van voorzitter waarneemt.

De voorzitter heeft het recht op grond van artikel 94, derde lid, van de Waterschapswet in de vergaderingen van het algemeen bestuur aan de beraadslaging deel te nemen en heeft daarbij een raadgevende stem.

Het artikel in dit reglement regelt daarbij de algemene taken als voorzitter van de vergadering. De voorzitter zorgt onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering.

 

Artikel 2.2

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 2.3

Het algemeen bestuur is verplicht een secretaris te benoemen (artikel 53 Waterschapswet). De secretaris is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Hij is in principe in elke vergadering van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig. De Waterschapswet eist dat het dagelijks bestuur de vervanging van de secretaris regelt (artikel 55a). Die vervanging heeft dus geen plaats in dit reglement.

 

Artikel 2.4

Bij de aanvang van de eerste zitting van het nieuwe algemeen bestuur na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van het algemeen bestuur de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in het algemeen bestuur en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Ook de door de koepels aangewezen leden worden als fracties beschouwd.

 

Hoofdstuk 2.2

 

Artikel 2.5

In het eerste lid van dit artikel wordt tot uitdrukking gebracht dat besluitvorming niet uit de lucht komt vallen, maar vooraf wordt gegaan door beeldvorming en oordeelsvorming.

Zowel in de vergaderingen van het algemeen bestuur als die van de commissie kunnen onderwerpen worden geagendeerd waarbij beeldvorming –waaronder het vergaren van informatie- en oordeelsvorming beoogd zijn.

In het vierde lid wordt tot uitdrukking gebracht dat alleen het algemeen bestuur besluiten neemt.

 

Artikel 2.6 en artikel 2.7

Voor ieder jaar worden mogelijke vergaderdata vastgesteld. Uit die mogelijke data worden de vergaderingen van het algemeen bestuur (minimaal 5 per jaar) en die van de commissie van advies gekozen. Door de bepaling dat vier weken tevoren bekend is of, en zo ja, welk soort vergadering plaats zal vinden, wordt de gewenste flexibiliteit bereikt. De mogelijkheid bestaat bijvoorbeeld een vergadering te beginnen als commissie en het latere vergaderdeel te gebruiken voor het algemeen bestuur. De voorwaarde is dat vier weken tevoren bekend is welk deel hoe laat begint.

 

Artikel 2.8

Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens is de verplichting opgenomen de agenda en stukken ook op het internet te plaatsen. Vanuit het oogpunt van service aan de burger is dit gewenst. Uit een oogpunt van privacybescherming is het wel noodzakelijk stukken die persoonsgegevens bevatten te anonimiseren.

 

Artikel 2.9

Dit artikel regelt de wijze waarop de leden van de commissies worden opgeroepen voor de vergaderingen.

Het bepaalde in het tweede lid inzake de bekendmaking van de agenda en de voornaamste agendapunten is uiteraard van belang ten einde het in artikel 2.27, tweede lid, geregelde spreekrecht voor derden inhoud te geven.

 

Artikel 2.10

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 2.11

Dit betreft het recht van een lid van het algemeen bestuur om tijdens een vergadering over een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het dagelijks bestuur of de voorzitter te vragen. Daarvoor is verlof van het algemeen bestuur nodig.

 

Artikel 2. 12

Het is de taak van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur de nodige voorstellen te doen. Maar leden van het algemeen bestuur moeten ook zelf een voorstel voor een

ontwerpverordening of ontwerpbeslissing ter behandeling bij het algemeen bestuur kunnen indienen als het dagelijks bestuur niet of naar het oordeel van één of meer leden niet tijdig zelf met voorstellen komt. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. Het algemeen bestuur beslist bij de vaststelling van de agenda of een initiatiefvoorstel op de agenda blijft staan. Het vierde lid biedt de mogelijkheid nadere regels te stellen.

 

Artikel 2.13

Het vragenrecht geeft aan de leden van het algemeen bestuur het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het dagelijks bestuur of de voorzitter behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking.

Op grond van deze bepaling kan een lid van het algemeen bestuur schriftelijke vragen stellen aan het dagelijks bestuur of de voorzitter, al naar gelang wie verantwoordelijk is.

 

Artikel 2.14

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 2.15

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 2.16

De vergadering over onderwerpen die ter besluitvorming geagendeerd staan kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende algemeen bestuursleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Ingeval het quorum niet aanwezig is, kan ingevolge artikel 38b, eerste lid, van de Waterschapswet geen besluitvorming plaatsvinden. Ingevolge artikel 38b,tweede lid, onder b, van de Waterschapswet kan in een volgende vergadering besluitvorming plaatsvinden zonder quorum.

Voor beeldvorming en oordeelsvorming is geen quorum vereist. Onderwerpen die daarvoor zijn geagendeerd kunnen dan ook wel besproken worden.

 

Artikel 2.17

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 2.18

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 2.19

Omtrent de ingekomen stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard. Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, wordt dit op de gebruikelijke wijze voorbereid.

Klachten en zienswijzen vallen niet onder dit artikel: daarvoor zijn aparte procedures opgesteld.

 

Artikel 2.20

Indien de voorzitter van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de algemeen bestuursleden in de eerste en tweede termijn.

Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een verzoek van een lid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, valt buiten de termijn.

De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp.

 

Artikel 2.21

Het eerste lid voorziet in de mogelijkheid om bij uitzondering over een voorstel dat in

onderdelen of artikelen is verdeeld, niet in zijn geheel te beraadslagen.

Het tweede en derde lid van dit artikel spreken voor zich.

 

Artikel 2.22

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 2.23

Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politiek-bestuurlijke, procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek.

Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politiek-bestuurlijke betekenis. Daarom is het dagelijks bestuur formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht.

De beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp, waarop de motie betrekking heeft. Over de motie wordt vervolgens een apart besluit genomen.

Een bijzondere motie is de motie van wantrouwen. Dat kan een motie zijn waarin expliciet het vertrouwen in een lid van het dagelijks bestuur wordt opgezegd of een motie waarin een uitspraak wordt gedaan die een lid van het dagelijks bestuur als motie van wantrouwen opvat.

Indien zo’n motie wordt aanvaard, treedt het lid van het dagelijks bestuur af. Artikel 41, vijfde lid, Waterschapswet regelt in dit verband dat het algemeen bestuur een lid van het dagelijks bestuur ontslag kan verlenen indien deze niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur bezit. In artikel 36 sub d van de Waterschapswet is bepaald dat dit niet in een besloten vergadering kan plaatsvinden.

 

Artikel 2.24

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 2.25

Dit artikel is zowel op vergaderingen van het algemeen bestuur als die van de commissie van toepassing. Het eerste lid verzekert dat leden van het algemeen bestuur en de commissie vrijelijk kunnen spreken. Wel zijn interrupties toegestaan voor zover de voorzitter bij een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de besprekingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt.

 

Artikel 2.26

De voorzitter legt aan het algemeen bestuur ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door het algemeen bestuur. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 2.12).

 

Artikel 2.27

Vooral voor onderwerpen die ten behoeve van beeldvorming zijn geagendeerd moet de mogelijkheid bestaan derden uit te nodigen deel te nemen aan de vergadering. Ook kan het uitnodigen van deskundigen wenselijk zijn. Wanneer het algemeen bestuur onderwerpen in de besluitvormende fase behandelt is deelname door derden niet (meer) mogelijk.

Het tweede lid van dit artikel regelt het spreekrecht voor derden. Indien een derde dat wenst, dient dat voorafgaand aan de vergadering verzocht te worden. De inspraak kan plaatsvinden voorafgaand aan de behandeling van het betreffende agendapunt en mogelijk ook bij de behandeling daarvan in tweede termijn.

Het vierde lid regelt specifiek het inschakelen van externe deskundigen door de commissie. Indien hieraan kosten zijn verbonden, dient het dagelijks bestuur daarvoor vooraf toestemming te verlenen.

 

Artikel 2.28

Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden gegeven vóór de voorzitter de wijze van stemming aan de orde stelt.

 

Hoofdstuk 2.3

 

Artikel 2.29

De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij het algemeen bestuur anders beslist. De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen.

Indien een lid te kennen geeft stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. Als regel zal stemmen bij handopsteking toereikend zijn. Maar een lid kan ook vragen om hoofdelijke stemming. Het algemeen bestuur heeft niet de bevoegdheid hiervan af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.

Een lid van het algemeen bestuur kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 38a Waterschapswet. In alle andere gevallen is een lid van het algemeen bestuur verplicht stelling in te nemen en te stemmen.

 

Artikel 2.30

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 2.31

Over de benoeming, voordracht of aanbeveling van personen, dient de stemming schriftelijk te geschieden door middel van gesloten en ongetekende stembriefjes. Op deze wijze is geheimhouding gewaarborgd.

Indien het voorstel een enkelvoudige benoeming, voordracht of aanbeveling betreft en over het voorstel geen stemming wordt gevraagd, kan de persoon in kwestie geacht worden unaniem te zijn gekozen.

Bij een benoeming stelt het algemeen bestuur een specifiek persoon aan in een bepaald ambt (lid van het dagelijks bestuur, secretaris, etc). Op het stembiljet kan de naam van de te benoemen persoon met daarachter de opties ‘voor’ en ‘tegen’ worden vermeld.

Onder voordracht wordt verstaan het als kandidaat voorstellen van een persoon voor een bepaald ambt. Een voordracht is voor het algemeen bestuur bindend, op de stembiljetten dienen de namen van de voorgedragen perso(o)n(en) te worden vermeld met daarachter de opties ‘voor’ en ‘tegen’.

Bij een aanbeveling wordt voorgesteld om bepaalde personen voor een bepaald ambt voor te dragen, het algemeen bestuur mag van de aanbevelingen afwijken. Het betreft hier een zogenaamde vrije stemming. Op de stembiljetten kunnen de namen van de aanbevolen personen te worden vermeld met daarachter de opties ‘voor’ en ‘tegen’ én een vrije ruimte waar een kandidaat van eigen keuze kan worden ingevuld.

De stemming is pas geldig als meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft een (al dan niet behoorlijk ingevuld) stembriefje heeft ingeleverd.

 

Artikelen 2.32 en 2.33

Deze artikelen spreken voor zich.

 

Hoofdstuk 2.4

 

Artikel 2.34

Dit artikel regelt de verslagleggende taak van de secretaris en de wijze waarop het verslag wordt vastgesteld. Het artikel spreekt verder voor zich.

 

Hoofdstuk 2.5

 

Artikel 2.35

Wat betreft bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan bijvoorbeeld gedacht worden aan voorschriften over het tijdig verzenden van stukken, het recht van amendement, het recht van motie.

 

Artikel 2.36

Dit artikel vloeit voor uit artikel 35, vierde lid, Waterschapswet en spreekt verder voor zich.

 

Artikel 2.37

Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 37 van de Waterschapswet noodzakelijk.

 

Artikel 2.38

Het dagelijks bestuur, de voorzitter of een commissie kunnen ook geheimhouding opleggen. Deze vervalt indien het algemeen bestuur deze in de eerstvolgende vergadering niet bekrachtigt in een vergadering waar een quorum aanwezig was. Het algemeen bestuur kan de geheimhouding niet onverhoeds opheffen, maar eerst nadat daarover in een besloten vergadering is beraadslaagd.

 

Artikel 2.39

In artikel 35 van de Waterschapswet is een regeling opgenomen voor het afwijken van de openbaarheid van vergaderingen van het algemeen bestuur. Die wettelijke regeling is niet rechtstreeks van toepassing op vergaderingen van de commissie van advies. Daarom is die regeling voor de commissie in dit reglement opgenomen.

 

Hoofdstuk 2.6

 

Artikel 2.40

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 2.41

Aangezien de vergaderingen van een het algemeen bestuur in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluids- en beeldregistraties maken mits de aanwijzingen van de voorzitter worden opgevolgd. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Het algemeen bestuur kan ook besluiten de openbaarheid te vergroten met behulp van internet. Omdat in dit reglement al is bepaald dat de vergaderingen op de website van AGV te volgen zijn betreft deze bepaling alleen “extra” uitzendingen op andere sites.

 

DEEL 3

Artikelen 3.1 t/m 3.3

Dit betreft een aantal gebruikelijke slotbepalingen

 

 

Vastgesteld door het algemeen bestuur op 2 juli 2020, amendementen verwerkt

(BBV20.0198)

 

 

de secretaris-directeur,

de dijkgraaf,

Bijlage bij Reglement van orde

Tekst van de artikelen 35 tot en met 39 van de Waterschapswet

Artikel 35:

  • 1.

    De vergadering van het algemeen bestuur wordt in het openbaar gehouden.

  • 2.

    De deuren worden gesloten, wanneer tenminste een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft ondertekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

  • 3.

    Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  • 4.

    Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag gemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij het algemeen bestuur anders beslist.

Artikel 36:

In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:

  • a.

    de toelating van nieuwe leden;

  • b.

    de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de rekening;

  • c.

    de invoering, wijziging en afschaffing van een waterschapsbelasting; en

  • d.

    de benoeming en het ontslag van leden van het dagelijks bestuur met uitzondering van de voorzitter.

Artikel 37:

  • 1.

    Het algemeen bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van stukken die aan de vergadering worden overgelegd. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt zowel door hen die bij de behandeling tegenwoordig waren, als door hen die op andere wijze van het behandelde of van de stukken kennis nemen, in acht genomen totdat het algemeen bestuur haar opheft.

  • 2.

    Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het dagelijks bestuur, de voorzitter en een commissie van het waterschap, ieder ten aanzien van stukken die zij aan het algemeen bestuur of aan de leden van dit bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

  • 3.

    De krachtens het tweede lid aan het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.

  • 4.

    De krachtens het tweede lid aan de leden van het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan het algemeen bestuur is voorgelegd, totdat het algemeen bestuur haar opheft. Het algemeen bestuur kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

Artikel 38:

De leden van het algemeen bestuur stemmen zonder last.

Artikel 38a:

  • 1.

    Een lid van het algemeen bestuur neemt niet deel aan de stemming over:

    • a.

      een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;

    • b.

      de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.

  • 2.

    Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje.

  • 3.

    Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.

  • 4.

    Het eerste lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing gekozen en benoemde leden.

Artikel 38b:

  • 1.

    Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing:

  • a.

    ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was;

  • b.

    voor zover het betreft onderwerpen die in een daaraan voorafgaande niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld.

Artikel 38c:

  • 1.

    Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.

  • 2.

    Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.

Artikel 39:

Zij die behoren tot het algemeen bestuur van het waterschap en anderen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergadering van het algemeen bestuur hebben gezegd of schriftelijk aan het algemeen bestuur hebben overgelegd.

Naar boven